03c Toelichting bp Maoleveld
Tekst van het document
in natuurontwikkelingen, landschapsversterking, recreatieve voorzieningen, cultuurhistorie en in de concentratie, revitalisering en sloop van intensieve veehouderijen en glastuinbouw (IV en glas). De kwaliteitsverbeterende projecten zijn in de structuurvisie weergegeven in de uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagenda zal jaarlijks door het college worden geactualiseerd en vastgesteld. Het fonds zal zoveel mogelijk worden gevoed met de opbrengsten van het kostenverhaal dat zal worden gepleegd bij initiatieven die plaatsvinden in het buitengebied. Het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu is van toepassing indien de ontwikkeling mogelijk moet worden gemaakt middels een bestemmingsplanwijziging. De locatie van de beoogde ontwikkeling is bepalend voor de planologische toelaatbaarheid en de manier waarop kwaliteitsverbeterende maatregelen ingezet kunnen worden. Per type ontwikkeling is aangegeven in hoeverre deze past binnen het betreffende deelgebied. Er zijn vier mogelijkheden: a. De gemeente heeft een positieve grondhouding (ja) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; b. De gemeente heeft een meedenkende grondhouding (ja, mits) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; c. De gemeente heeft een voorwaardelijke grondhouding (nee, tenzij) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied; d.
De gemeente heeft een negatieve grondhouding (nee) ten opzichte van een dergelijke ontwikkeling in het deelgebied. Enkel via maatwerk is medewerking aan het initiatief denkbaar.
Hoofdstuk 3
26
Figuur 3.2: Uitsnede kaart 'Gebiedsindeling Gemeentelijk Kwaliteitsmenu' uit Structuurvisie 'Horst aan de Maas' met ligging plangebied (rood omcirkeld)
Het plangebied is gelegen binnen deelgebied 3A ‘Agrarisch gebied tussen Horst en Park de Peelbergen’. Voor projectmatige woningbouw in uitleggebieden geldt hiervoor een meedenkende grondhouding (ja, mits). Dit dient echter wel zoveel mogelijk aansluitend op bestaande dorpen plaats te vinden. Gezien de ligging van onderhavig plangebied (direct grenzend aan de kern Sevenum) is dit het geval. Dit betekent dat volgens de structuurvisie en het Gemeentelijk kwaliteitsmenu daarin, sprake dient te zijn van een kwaliteitsbijdrage van € 5,- per m² plangebied ten behoeve van de realisering van groen, natuur, landschap en herstel landschappelijke cultuurhistorie. Vanwege de ligging binnen gebied met een meedenkende grondhouding dient dit bedrag te worden vermenigvuldigd met een factor 1,2. Dit betekent een kwaliteitsbijdrage van € 6,- per m² plangebied. Deze kwaliteitsbijdrage wordt meegenomen in de exploitatie van het plan. Evaluatie structuurvisie Bij de vaststelling van de structuurvisie is besloten om deze na een jaar te evalueren. Deze evaluatie heeft plaatsgevonden in de periode augustus 2014 – juli 2015 en heeft op onderdelen geleid tot een aanpassing van de structuurvisie. De module 'Projectmatige woningbouw' is daarbij gewijzigd in de module 'woningbouw in exploitatiegebieden' De module ‘projectmatige woningbouw’ is enkel van toepassing in exploitatiegebieden.
De exploitatiegebieden zijn opgenomen in het woningbouwprogramma ‘Woningbouw Horst aan de Maas 2014-2024’. Het woningbouwprogramma is gebaseerd op bevolkingsonderzoek en voorziet in de woningbehoefte tot 2024. Naast uitbreidingsplannen zijn ook de herontwikkelingslocaties opgenomen in het woningbouwprogramma. In de structuurvisie is een overzicht opgenomen van de exploitatiegebieden. Wanneer een nieuw woningbouwprogramma vastgesteld wordt, zal ook deze lijst aangepast worden.
Hoofdstuk 3
27
Afweging Het uitbreidingsgebied is gelegen binnen het gebied waarvoor een meedenkende grondhouding (ja, mits) geldt volgens de structuurvisie. Aan de voorwaarden in het gemeentelijk kwaliteitsmenu voor de module 'woningbouw in exploitatiegebieden' wordt voldaan, aangezien in de exploitatie van het plan rekening is gehouden met de vereiste kwaliteitsbijdrage van € 6,- per m² plangebied. Het initiatief aan De Hees 4 en De Hees 6 betreft geen uitbreiding of nieuwbouw van gebouwen en heeft ook geen fysieke verandering van de ruimte tot gevolg. De Hees 10 is gelegen binnen de contour van de kern Sevenum. De woning is reeds uitgevoerd en voldoet aan de voorwaarden die gelden bij een ‘ja, mits’ benadering (meedenkende grondhouding). De kwaliteitsbijdrage is daarbij verzekerd in een anterieure overeenkomst. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke structuurvisie. 3.4.2 Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021 - 2025 Het Masterplan Wonen (lokale woonvisie) 2021-2025, dat in april 2021 door de gemeente Horst aan de Maas is vastgesteld, is een uitwerking van de regionale structuurvisie Wonen Noord Limburg. De hoofdopgaves voor Horst aan de Maas die gebaseerd zijn op het regionale beleid, betreft vooral een nieuwbouwopgave met als hoofddoelen: 1. t/m 2025 1.000 woningen vergunnen; 2. Bouwen naar behoeften.
De genoemde beleidsopgaven resulteren in de volgende speerpunten in het Masterplan Wonen (2021-2025): Kaders als basis voor mogelijkheden; Door verwachtingen en eisen aan de voorkant helder te hebben, weten ontwikkelaars, corporaties en inwoners waar ze aan toe zijn. Dit zorgt voor enthousiasme, een gedeelde visie en een snellere doorloop. Zicht op de (veranderende) vraag en voortgang; We kennen de woonvragen en -behoeften van onze inwoners: nu, morgen en volgend jaar – op zowel gemeenteniveau als in de individuele kernen. We weten op elk moment in het jaar of we nog op koers liggen. Maatwerk per kern; Elke kern heeft zijn eigen karakter. Die eigenheid moet doorklinken in de woningopgave en de invulling ervan. Samenwerken met ontwikkelaars op basis van vertrouwen; Partijen die onze gemeente goed kennen, zich vereenzelvigen met onze ambitie en hier ook aantoonbaar naar handelen, hebben een streepje voor. Zij krijgen de ruimte en het vertrouwen om samen met ons Horst aan de Maas aantrekkelijker te maken. Minder regels, snelle doorloop van processen; Zorgvuldigheid en snelheid/voortgang kunnen prima naast elkaar bestaan. We verminderen de regeldruk waar mogelijk, organiseren parallelle processen en houden initiatiefnemers aangehaakt. Participatie & communicatie; Inwoners voelen zich gehoord, betrokken bij de ambitie en zijn trots. Dat dragen ze ook uit.
Volgens de bevolkingsprognoses van Etil groeit het aantal huishoudens in Horst aan de Maas nog tot 2030 met 1.375. Het woningbouwprogramma is daarop afgestemd. De bestaande plancapaciteit wordt tegen het licht gehouden voor wat betreft de kwalitatieve invulling. Er dient met name aandacht te zijn voor (huur)woningen voor jongeren en levensloopbestendige woningen
Hoofdstuk 3
28
voor ouderen. Voor ruimtelijke plannen dienen volgende uitgangspunten daarbij in acht te worden genomen.
Het plan voorziet, kwalitatief en kwantitatief, in de behoefte van inwoners. Dit betekent concreet dat: o De type woningen en bijbehorende aantallen aansluiten bij de opgave zoals omschreven in dit Masterplan én bij de lokale wensen en behoeften van inwoners (zie ook ‘maatwerk per kern’). o Ontwikkelaars/corporaties met inwoners en samen met de gemeentegesprekken hebben gevoerd en de lokale woonwensen als uitgangspunt hebben genomen. Een programma met 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop waarbij maatwerk mogelijk is bij kleine locaties of een aangetoonde andere behoefte aan sociale huur. Nieuwe woningen voldoen aan de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Nieuwe woningen en woonwijken worden klimaat adaptief gebouwd zodat geen nieuwe knelpunten wateroverlast en hittestress ontstaan. Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk, uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig. Ontwikkelen in het buitengebied heeft niet onze voorkeur; woningbouw op industrieterreinen is niet toegestaan. Kwalitatief goede, tijdelijke woonconcepten worden omarmd. Deze wordt, indien geschikt, ingezet om snel voor extra aanbod te zorgen. In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving.
Elk initiatief wordt getoetst op basis van gemeentelijk beleid (onder andere Structuurvisie Horst aan de Maas), bestemmingsplannen, stedenbouwkundige visies, het bouwbesluit en financiële haalbaarheid.
Nieuwbouwplannen worden getoetst op basis van bovenstaand afwegingskader. Plannen die passen bij de ambitie, die voorzien in een behoefte en voldoen aan kwaliteitseisen, kunnen rekenen op medewerking van de gemeente. Anders dan voorheen is dit afwegingskader geen ‘toets achter de schermen’, maar een vrij beschikbaar en inspirerend document, dat gemeente, corporaties en ontwikkelaars motiveert om al in de eerste, prille fase van conceptontwikkeling de juiste keuzes te maken. De woningbouwambitie is gebaseerd op de woningmarkt anno nu (vraag en aanbod), gecombineerd met prognoses (CBS, Stec) en signalen uit de markt. Afweging Met onderhavig planvoornemen wordt voorzien in kwalitatief goede woningen. De onderhavige ontwikkeling vindt plaats op een locatie die in het woningbouwprogramma reeds is voorzien als locatie voor woningbouw. Daarnaast speelt het initiatief in op de behoefte. De positie van ‘middeninkomens’ op de woningmarkt staat landelijk onder druk, zo ook in de gemeente Horst aan de Maas. Deze groep is nu veelal aangewezen op de vrije huursector. Om de positie van middeninkomens te verbeteren zijn veel meer betaalbare woningen nodig, zowel huur als koop. Aan deze behoefte kan invulling worden gegeven door de toevoeging van huur en koopwoningen in het middeldure segment.
7% van de beoogde woningen in het initiatief worden in de vrije sector huur gerealiseerd, 63% in de koopsector. Het is aannemelijk dat een deel hiervan in het middeldure segment zal vallen. Daarnaast wordt 30% van het beoogde programma sociale huur. Hierdoor is sprake van een kwalitatieve verbetering ten opzichte van de oude situatie. Vanuit het Masterplan Wonen Horst aan de Maas 2021-2025 zijn geen belemmeringen voor het planvoornemen. Het planvoornemen draagt juist bij aan de gestelde opgave om de bouw van 1.000 woningen te vergunnen tot en met 2025.
Hoofdstuk 3
29
De woning aan De Hees 10 is gebouwd naar eigen behoefte. De kopers van de kavel hebben een kwalitatief hoogwaardige woning gerealiseerd geheel naar eigen wens en passend binnen de afspraken met de gemeente Horst aan de Maas, welke verder in de bouwregels van onderhavig bestemmingsplan zijn verwoord. De bestaande woning is als uitgangspunt gebruikt voor de juridische regelingen in het bestemmingsplan. Het project is derhalve niet strijdig met het Masterplan Wonen. 3.4.3 Welstandsnota De gemeente Horst aan de Maas heeft op 20 november 2012 de ‘Welstandsnota gemeente Horst aan de Maas’ vastgesteld. Deze nota is opgesteld om een welstandstoets te kunnen uitvoeren bij aanvragen om omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. De vereenvoudigde welstandsnota bevat de basisvoorwaarden waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst zullen worden. De gemeente onderscheid twee niveaus van welstand: ‘normaal’ en streng’. Voor reguliere woongebieden geldt het niveau ‘normaal’ en aangezien binnen het plangebied sprake zal zijn van een regulier woongebied, zal hiervoor het welstandsniveau ‘normaal’ gaan gelden. Bij het normaal niveau van welstand wordt getoetst op aspecten die te maken hebben met de situering van het bouwwerk, de hoofdvormen van het bouwwerk, de schaal en geleding van het gebouw, het materiaalgebruik en de gebruikte kleurstelling.
Ook de gevelaanzichten worden beoordeeld. De toets is vooral gericht op het gebouw als geheel en het welstandstoezicht is in deze gebieden beperkt tot het handhaven van basiskwaliteiten. Afweging In het kader van de concrete bouwplannen voor de beoogde woningen binnen het plangebied zal een welstandstoets plaatsvinden. De welstandstoets vindt plaats aan de hand van het welstandbeleid. Voor 't Mäöleveld is een beeldkwaliteitsplan vastgesteld dat als onderdeel van het welstandbeleid wordt aangemerkt. Het beeldkwaliteitsplan wordt daardoor als beoordelingskader van de welstandstoets betrokken. 3.4.4 Nota Parkeernormen Horst aan de Maas Op 3 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld. Op 31 januari 2020 is het ontwerpbestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Horst aan de Maas’ ter inzage gelegd, waarin de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas is opgenomen als Bijlage 1. In deze Nota zijn de nieuwste richtlijnen ten aanzien van het aantal benodigde parkeerplaatsen bij diverse typen voorzieningen opgenomen. Voor het merendeel zijn deze richtlijnen gebaseerd op landelijke kencijfers (CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). In afwijking van de CROW-publicatie is in de Nota Parkeernormen voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen.
Vanwege de landelijke ‘setting’ van de gemeente Horst aan de Maas heeft het type woning en prijsklasse van de woning nauwelijks invloed op het autobezit. Vandaar dat gekozen is voor één categorie ‘wonen’. Basis blijft dat ontwikkelingen moeten voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein.
Hoofdstuk 3
30
Afweging Middels het voorliggende bestemmingsplan worden in totaliteit maximaal 84 woningen (fase 1) mogelijk gemaakt. De gemeente Horst aan de Maas kan getypeerd worden als ‘weinig stedelijk’. Binnen de Nota Parkeernormen is zodoende uitgegaan van één stedelijkheidsgraad (weinig stedelijk gebied) voor de totale gemeente. Onderhavig plangebied is gezien de ligging te typeren als ‘Rest bebouwde kom’. Na realisatie zal het plangebied deel uitmaken van de kern van Sevenum. Voor een nadere afweging ten aanzien van verkeer en parkeren wordt verwezen naar paragraaf 5.7 van dit bestemmingsplan. 3.4.5 TAM-voorbereidingsbesluit gemeente Horst aan de Maas voorbeschermingsregels huisvesting internationale werknemers (23 april 2025) Na het ‘Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’, is de gemeente voornemens het bestaande beleid te herzien. Om te voorkomen dat er ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met het nieuwe beleid, heeft de gemeente Horst aan de Maas op 22 april 2025 een voorbereidingsbesluit genomen. Dit besluit houdt in dat alle initiatieven voor de huisvesting van internationale werknemers zijn bevroren. Het is daardoor niet toegestaan om nieuwe huisvestingsprojecten te starten of bestaande initiatieven uit te breiden.
Dit algemene verbod geldt voor het volledige grondgebied van de gemeente, met uitzondering van enkele specifiek aangewezen locaties, waaronder De Hees 4, 4a en 6, welke onderdeel uitmaken van onderhavig plangebied. Afweging Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan wordt nieuwe huisvesting van internationale werknemers niet mogelijk gemaakt. De locatie De Hees 4, 4a en 6 valt buiten de werking van de voorbeschermingsregels uit het voorbereidingsbesluit. De afspraken die in het verleden zijn gemaakt over verplaatsing van alle internationale werknemers naar De Hees 4a zijn in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.5 Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat de gewenste woningbouwontwikkeling past binnen het plangebied, met uitzondering van de kaders van het vigerende bestemmingsplan waar met onderhavig planvoornemen van wordt afgeweken. Het plan om de internationale werknemers van De Hees 6 en De Hees 4 te verplaatsen is niet volledig in lijn met de beleidskaders, maar het initiatief past binnen de gemaakte afspraken met de eigenaar en het besluit van het college.
Hoofdstuk 3
31
4.
PLANBESCHRIJVING
4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Het initiatief ziet op de realisatie van circa 78 woningen. Om flexibiliteit te behouden wordt een marge gehanteerd van 10%. Onderhavig bestemmingsplan maakt derhalve maximaal 84 woningen mogelijk. Het stedenbouwkundig ontwerp ziet op de volledige gebiedsontwikkeling 6. Deze ontwikkeling is opgesplitst in verschillende fasen. Onderhavig bestemmingsplan ziet op fase 1. In onderstaande afbeelding is te zien welk gedeelte van de gebiedsontwikkeling middels dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. De realisatie ziet op verschillende type woningen bestaande uit 30% sociale huur, 7% vrije sector huur en 63% koopwoningen. De type woningen die zijn voorzien ziet op een mix van vrijstaande, tweekappers, rijwoningen, woonschuren en erfwoningen. De bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 11,5 meter. De goothoogte van de woningen zal maximaal 6,5 meter bedragen.
Figuur 4.1: Stedenbouwkundig ontwerp, met fase 1 (rood omlijnd)
Het ontwikkelgebied wordt ontsloten met een aansluiting op De Hees en twee aansluitingen op de Molenveldweg. In de overige ruime wordt zoveel mogelijk ruimte gecreëerd voor voetgangers en fietsers, er wordt zo min mogelijk verharding aangebracht in de openbare ruimte en de beplanting zal gebiedseigen zijn.
6
Buro Lubbers, ‘Stedenbouwkundig plan ‘t Mäöleveld, Sevenum’ d.d. februari 2022.
Hoofdstuk 4
32
De Hees 4 en De Hees 6 Met dit bestemmingsplan wordt eveneens de planologische kaders ter plaatse van De Hees 4 en De Hees 6 die voortkomen uit de overeenkomst, vastgelegd. Het gebouw op het perceel De Hees 4a is momenteel gedeeltelijk in gebruik voor de opslag van appels en gedeeltelijk voor de huisvesting van internationale werknemers. De oppervlaktemeters ten behoeve van de opslag neemt verder af en wordt ingevuld door de huisvesting van in totaal maximaal 31 internationale werknemers. Het gedeelte van het gebouw dat nu nog in gebruik is voor opslag zal gedeeltelijk verbouwd worden om de huisvesting te faciliteren. Op de overige gronden (De Hees 4 en De Hees 6) zal de mogelijkheid voor de huisvesting van internationale werknemers geheel vervallen. In dit bestemmingsplan is voor het overige aansluiting gezocht bij de vigerende regeling en waar dat passend was, geactualiseerd conform het bestemmingsplan Buitengebied Host aan de Maas 2021 en het ontwerpbestemmingsplan Mäöleveld te Sevenum. De vigerende regelingen voor de bestaande woningen worden gerespecteerd. Daar waar een actualisatie heeft plaatsgevonden betekent het slechts een verruiming van de mogelijkheden en nergens een beperking. Dit bestemmingsplan legt de actuele situatie vast. De Hees 10 Voor De Hees 10 is er aangesloten bij de woonbestemming die elders in Horst aan de maas wordt gebruikt.
Waar nodig is een verbijzondering opgenomen omdat de oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken bijvoorbeeld groter is dan standaard aan bouwoppervlakte wordt geboden. Conform deze regels is de woning ook gerealiseerd. Voor de uitvoerbaarheid van De Hees 10 is beperking van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Dit wordt in Hoofdstuk 5 verder toegelicht.
4.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een woningbouwlocatie met maximaal 84 woningen mogelijk (fase 1). Vanuit functioneel opzicht is woningbouw passend op deze locatie, gezien de ligging aangrenzend aan de kern Sevenum. Verder sluit de bebouwing qua hoogte en opbouw in grote mate aan bij de omliggende stedenbouwkundige structuur. Wat betreft de bouw- en gebruiksmogelijkheden wordt aansluiting gezocht bij recente bestemmingsplannen voor woningbouw op uitleglocaties in gemeente Horst aan de Maas. Middels onderhavig plan wordt kwalitatief hoogwaardige bebouwing ter plaatse van het plangebied gerealiseerd. Dit heeft een positieve invloed op het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De nieuwbouw is van hoge kwaliteit en zorgt ervoor dat de indeling van het plangebied een samenhangend stedenbouwkundig geheel vormt en goed is ingepast in zijn omgeving. Hierbij is rekening gehouden met de omliggende functies en de functies van de aangrenzende gronden. Zo is er tussen de nieuwe woningen en de gebouwen behorende bij De Hees 6, een afscheiding opgenomen om het zicht te verminderen.
Hoofdstuk 4
33
Figuur 4.2: impressie, zicht vanuit het noordoosten
Het concept gaat uit van een aantal 'eilanden' ofwel bouwvelden in de groene ruimte van de oorspronkelijke boomgaard. Aan de randen wordt op een aantal plaatsen een groene buffer vrijgehouden die zorgt voor wederzijdse privacy tussen bestaande en nieuwe woningen. De groene buffer rondom en tussen de woonvelden kan door bestaande en nieuwe bewoners gebruikt worden voor een ommetje, als speelplek, waterberging of initiatieven uit de buurt, zoals een pluk- of moestuin. De groene ruimte voegt zich in de richting van de oorspronkelijke appelboomgaard. Ook de wadi's, hagen en paden voegen zich in deze structuur, waardoor de herinnering aan de boomgaard bewaard blijft. Ten behoeve van de ontwikkeling van de woningbouwlocatie stopt de fruitteelt ter plaatse. Het plan sluit naadloos aan op de bestaande omgeving door zorgvuldig rekening te houden met de huidige bebouwing en het agrarische karakter van de omgeving. De nieuwe wijk wordt zo ontworpen dat de achterkanten van de woningen aansluiten op de bestaande achterkanten, waardoor een harmonieuze overgang ontstaat. De omgeving bestaat voornamelijk uit vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen. In lijn hiermee worden in de nieuwe wijk ook vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen gerealiseerd.
De rijwoningen worden strategisch aan de binnenkant van de ontwikkeling geplaatst, zodat ze minder zichtbaar zijn vanaf de buitenkant en de bestaande structuur niet verstoren. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het agrarische karakter van de omgeving door de introductie van schuurwoningen. Deze grote gebouwen van één bouwlaag met een hoge kap bieden ruimte aan meerdere woningen en passen perfect in het landelijke landschap. Door
Hoofdstuk 4
34
deze aanpak wordt de nieuwe ontwikkeling een natuurlijke uitbreiding van de bestaande omgeving, waarbij de structuren herinneren aan de bestaande structuren en een gevoel van continuïteit en samenhang creëren. Concluderend kan gesteld worden dat de voorgenomen woningbouwontwikkeling vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt passend in de omgeving is.
Figuur 4.3: Groeninrichting plangebied met aanduiding fase 1 (rood omlijnd)
De realisatie van het plan heeft, zowel op korte als op (middel)lange termijn, geen negatieve ruimtelijke effecten tot gevolg op de omgeving.
4.3 Landschappelijke inpassing De Hees 10 Ter plaatse van De Hees 10 is er reeds een woning aanwezig, hiervoor is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, dit inpassingsplan is opgenomen als bijlage 217 bij onderhavig planvoornemen. Deze woning is op basis van het landschappelijk inpassingsplan passend in gebiedseigen groen gezet worden, zodat de karakteristiek van het landschap wordt versterkt en er door de ontwikkeling geen landschappelijke kwaliteiten verloren gaan. Deze landschappelijke inpassing is reeds gerealiseerd en dient conform de regels bij onderhavig bestemmingsplan behouden te blijven.
7
Landschappelijke inpassing De Hees 10 te Sevenum
Hoofdstuk 4
35
4.4 Relatie beeldkwaliteitsplan, bestemmingsplan, stedenbouwkundig ontwerp Het bestemmingsplan vormt een juridische verankering van het stedenbouwkundig ontwerp inclusief een toelichting op de planvorming. Het stedenbouwkundig ontwerp is het gewenste eindbeeld voor de ontwikkeling. Naast het bestemmingsplan, waarin het stedenbouwkundig ontwerp (bijlage 1) is opgenomen, is een beeldkwaliteitsplan 8 (bijlage 2) opgesteld, dat door de gemeenteraad gelijktijdig met het bestemmingsplan zal worden vastgesteld als onderdeel van de Welstandsnota. Dat document zal fungeren als welstandstoetsingskader voor de vergunningsaanvragen voor deze locatie. Voor de nieuw te bouwen woningen en de nieuw aan te leggen openbare ruimte zijn hierin regels opgenomen om het gewenste eindbeeld te realiseren. Voor de bestaande situatie op De Hees 4 en De Hees 6 was bij de aanvragen voor de vergunning van de loods een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Aangezien de bestaande vergunningen in combinatie met de afspraken worden vastgelegd in dit bestemmingsplan, is het inpassingsplan als voorwaardelijke verplichting aan de regels toegevoegd om de uitvoering en instandhouding van de inpassing te borgen. Verder wijken de mogelijkheden voor aan huis gebonden bedrijf bij De Hees 10 af van de reguliere afwijkingsbevoegdheid binnen de gemeente voor deze activiteiten.
Dit gaat met name over het maximum oppervlak dat is toegestaan voor een aan huis gebonden bedrijf. Regulier is dat na afwijking maximaal 100 m2 en voor De Hees 10 is dat 120 m2. Hierover zijn specifieke afspraken gemaakt met de eigenaar en is er voor De Hees 10 een aanduiding opgenomen waarmee er een verbijzondering in de regeling is mogelijk gemaakt binnen de nieuwe woonbestemming.
8
Buro Lubbers, ‘‘t Mäöleveld, Sevenum beeldkwaliteitplan’, d.d. mei 2024.
Hoofdstuk 4
36
5.
SECTORALE ASPECTEN
5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende onderzoeks- en milieuaspecten die aan de orde zijn bij het voorliggend initiatief. Daarbij komen onder meer de volgende aspecten aan bod: milieu (geluid, bodem, bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid en geur), waterhuishouding, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en parkeren, kabels en leidingen, duurzaamheid en ecologie.
5.2 Milieuaspecten Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieu en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden steeds verder naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. In een aantal onderzoeken is er uitgegaan van een groter plangebied (fase 1 + fase 2) dan middels onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Tevens zijn er onderzoeken voor specifieke locaties of enkel fase 1 uitgevoerd. 5.2.1 Bodem In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de plaatselijke bodemkwaliteit geschikt is voor de wijziging van de bestemming.
Het plangebied is reeds bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’ in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ en de beheersverordening, waar een deel van de gronden (De Hees 10 en De Hees 6) bestemd zijn tot wonen. Aangezien onderhavige ontwikkeling voorziet in het realiseren van woningen, wat gevoelige functies betreffen dient er aangetoond te worden dat de bodem hiervoor geschikt is. Vooronderzoek bodem Door Econsultancy is een vooronderzoek bodem 9 uitgevoerd. Hieronder worden de conclusies weergegeven. Het volledige rapport is als separate bijlage 4 aan onderhavige toelichting toegevoegd.
9
Econsultancy, “Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek bodem De Hees te Sevenum”, rapportnr.: 17887.001, d.d. 23 februari 2022.
Hoofdstuk 5
37
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten waardoor het aspect asbest niet nader onderzocht is. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen op basis van de bodem bestaan voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Verkennend bodemonderzoek Gelet op de omvang van het project is ondanks de conclusie uit het vooronderzoek een verkennend bodemonderzoek10 uitgevoerd. Het rapport is als separate bijlage (bijlage 5) aan onderhavige toelichting toegevoegd. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht kan worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. Daarnaast bestaat de ondergrond plaatselijk uit sterk zandig leem. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk gleyhoudend. De bovengrond is plaatselijk zwak kolengruishoudend.
Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium of koper. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium, cadmium, nikkel en/of xylenen, deze verontreinigingen liggen onder de grenswaarden waardoor dit geen probleem vormt. Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "grootschalig onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Asbest Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk.
Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
10
Econsultancy, ‘Rapportage verkennend bodemonderzoek De Hees Sevenum’, rapportnr.: 17887.009, d.d. 24 oktober 2022.
Hoofdstuk 5
38
De Hees 4 en De Hees 6 Hoewel er nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt, worden de bouwmogelijkheden niet verruimd ten opzichte van de vigerende mogelijkheden. Het planologisch gebruik van beide percelen verandert niet, en daarom is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Een bodemonderzoek dat uitwijst of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie is daarmee niet nodig. De Hees 10 Ter plaatse van De Hees 10 is er in het kader van het eerdere planvoornemen reeds een bodemonderzoek11 uitgevoerd. Onderstaand worden de resultaten samengevat weergegeven. Op 8 april 2016 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV (als bijlage 19 aan de planstukken toegevoegd). Op basis van het vooronderzoek is het volgende geconcludeerd: 'Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot uiterst siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk gleyhoudend. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.
In de bovengrond zijn ook geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.' 5.2.2 Geluid In de Wet geluidhinder wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van (spoor)wegverkeer en gezoneerde industrieterreinen.
11
Econsultancy, verkennend bodemonderzoek De Hees, rapportnummer 1276.001 D1, d.d. 8 april 2016
Hoofdstuk 5
39
Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidzone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op deze gebouwen of terreinen. De Hees tussen 12-20 Voor de 2 beoogde woningen tussen De Hees 12 en 20 is een notitie12 opgesteld waar aan de Wgh wordt getoetst. Deze notitie is als separate bijlage 6 aan onderhavige toelichting toegevoegd. Op basis van het akoestisch onderzoek is de afstand van de woningen tot de weg vastgelegd in de regels bij onderhavig bestemmingsplan. Er is opgenomen dat er voor deze woningen op de gevellijn moeten worden gebouwd. Ontwikkellocatie Mäöleveld Door Econsultancy is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai13 uitgevoerd. Het volledige rapport is als separate bijlage (bijlage 7) aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting van het onderzoek. Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de De Hees, Molenveldweg en Hoogbroek. De Hees en Molenveldweg zijn deels-gezoneerde wegen.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen (Peperstraat, Molenstraat, Staartenstraat en binnenplanse wegen) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemming inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het plangebied is reeds een tekening opgesteld met de projectie van de woningen. Voor elke zijde van de woning zijn toetspunten ten behoeve van maximaal 3 bouwlagen gemodelleerd. Mogelijk komen er nog maximaal 10% extra woningen bij. De geluidbelastingen kunnen dan gebaseerd worden op de huidige bebouwing en toetspunten. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2024.1. Alleen ten gevolge van de Molenveldweg treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van de Molenveldweg van 63 dB wordt niet overschreden. Voor de Molenveldweg is een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is respectievelijk niet en gedeeltelijk doelmatig. Vanwege de Molenveldweg dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd.
Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de drie woningen
12 13
‘Notitie Veegplan – De Hees ongenummerd Sevenum’, projectnr.: 93400040000, d.d. 29 juli 2021. Econsultancy, “Onderzoek wegverkeerslawaai De Hees te Sevenum”, rapportnr.: 17887.007 D2, d.d. 28 maart 2025.
Hoofdstuk 5
40
aan de Molenveldweg is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Deze woningen vallen binnen fase 2 van het plan en zullen op dit moment nog niet nader worden onderzocht.
Figuur 5.1: Uitsnede deelgebieden en gevels met overschrijdingen in rood
De Hees 4 en De Hees 6 De huisvesting van internationale werknemers wordt gezien als geluidsgevoelig in de zin van de Wet geluidhinder. Een beoordeling op grond van de wet geluidhinder is daarom noodzakelijk. De Hees kent echter een 30 km/uur regime heeft geen zone in de zin van de Wet geluidhinder waarbinnen bij woningbouw akoestisch onderzoek verplicht is. De Hees is ook ingericht als een 30 km/uur zone met een beperkte verkeersfunctie. Voorts komen de wooneenheden op een grotere afstand van de weg te liggen dan in de huidige situatie en worden geen nieuwe wooneenheden toegevoegd. Verder wijzigt niets aan de huidige situatie aan De Hees 4. Tevens zal de toename van verkeer op de omliggende wegen geen negatieve geluidseffecten veroorzaken. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening gelet de afstand tussen De Hees en de voorgenomen huisvesting. Akoestisch onderzoek is niet nodig en er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. De Hees 10 De weg ‘De Hees’ is ter plaatse van De Hees 10 een weg waarop een snelheidsregime geldt van 30 km/uur. Het einde van deze 30 km-zone bevindt zich bij de verkeersheuvel op een afstand van circa 220 m ten westen van het De Hees 10. Op basis van de Wgh is het derhalve niet noodzakelijk om een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai te laten verrichten.
De akoestische isolatie van de gevels van de woning is zodanig dat er ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woning.
Hoofdstuk 5
41
Spoorwegverkeer Bij de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten nabij een spoorlijn dient het spoorwegverkeerslawaai betrokken te worden. Wat betreft spoorwegverkeerslawaai wordt opgemerkt dat in de wijde omgeving van het plangebied geen spoorwegen zijn gelegen. Ten zuiden van het plangebied loopt op een afstand van ongeveer 2800 meter de spoorlijn Venlo - Eindhoven. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Industrielawaai Direct ten zuiden van het woningbouwplan aan De Hees 4 is een fruitteeltbedrijf gelegen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er een onderzoek industrielawaai14 uitgevoerd. Dit onderzoek heeft als doel het bepalen van de geluidsbelasting op de woonbestemmingsvlakken als gevolg van het fruitteeltbedrijf en deze te toetsen aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Onderstaand worden de belangrijkste resultaten samengevat weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. De hoogst berekende geluidsbelastingen vanwege de indirecte hinder bedragen 47 dB en 45 dB in respectievelijk de dag- en avondperiode. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurswaarde. Het fruitteeltbedrijf heeft aangegeven plannen te hebben voor het wijzigen van de bedrijfssituatie.
Bij deze wijziging worden alle arbeidsmigranten ondergebracht in de grote loods aan de noordzijde van het bedrijf. De ULO cellen die zich in de loods bevinden komen hierbij te vervallen, daarmee komen ook een groot deel van de koelinstallaties te vervallen. Gelet op dat er bij de beoogde wijzigingen geluidsbronnen komen te vervallen kan worden aangenomen dat de akoestische situatie bij de nieuwe bedrijfssituatie ook acceptabel en zelfs nog beter is. Het hoogst berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau ter plaatse van de woonbestemmingsvlakken voldoen zowel aan de richtwaarden uit de VNG publicatie als de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De berekende indirecte hinder voldoet daarnaast aan de voorkeurswaarde. De geluidsruimte van het fruitteeltbedrijf worden niet beperkt door de realisatie van het plan. Daarnaast kan een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het woningbouwplan worden gegarandeerd. Het onderdeel industrielawaai vormt daarmee geen belemmering voor het plan. 5.2.3 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm) staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen.
Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;
14
Econsultancy, Rapport onderzoek industrielawaai De Hees, rapportnummer 17887.018, d.d. 10 april 2025
Hoofdstuk 5
42
d. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Het Besluit NIBM Deze AMvB legt vast wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof als NO2. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: a. Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM (artikel 4, lid 1, van het Besluit NIBM); b. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.
NIBM-grens woningbouwlocaties: 3% criterium: > 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en > 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van maximaal 84 woningen. Hierbij wordt de bovenstaande NIBM-grens bij lange na niet overschreden. De ontwikkeling draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de heersende luchtkwaliteit. In onderstaande berekening is uitgegaan van de realisatie van het volledige ontwikkelingsgebied. De berekening gaat derhalve uit van een realisatie van 164 woningen.
Hoofdstuk 5
43
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2025
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
1329
Aandeel vrachtverkeer
2,0%
NO2 in μg/m
3
0,89
PM10 in μg/m
3
0,21
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Achtergrondwaarden In het kader van de voorgenomen ontwikkeling dient daarnaast te worden beschouwd of de luchtkwaliteit in het plangebied voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. Volgens de CIMLK is de concentratie fijn stof (PM10) ter plaatse 14,6 µg/m³, de concentratie fijn stof (PM2,5) 8,1 µg/m³ en de concentratie stikstofdioxide (NO2) 14,7 µg/m³. Conform de landelijke normen is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 µg/m³ en voor PM2,5 25 µg/m³. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde 40 µg/m³. Volgens de CIMLK is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende. De Hees tussen 12-20 Voor de 2 beoogde woningen tussen De Hees 12 en 20 is een notitie15 opgesteld waarin de luchtkwaliteit wordt beschouwd. Deze notitie is als separate bijlage (bijlage 6) aan onderhavige toelichting toegevoegd. Uit deze notitie blijkt dat gelet op de omvang van het project mag worden gesteld dat in het kader van luchtkwaliteit sprake is van een NIBM-project (niet in betekenende mate). De Hees 4 en De Hees 6 Gelet op de omvang van het project mag worden gesteld dat in het kader van luchtkwaliteit sprake is van een NIBM-project (niet in betekenende mate). Het aantal internationale werknemers die op de locatie worden gehuisvest blijft gelijk.
De personen worden alleen op een locatie samengevoegd er vindt geen uitbreiding plaats.
15
‘Notitie Veegplan – De Hees ongenummerd Sevenum’, projectnr.: 93400040000, d.d. 29 juli 2021.
Hoofdstuk 5
44
De Hees 10 Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). De Hees 10 is met één nieuwe woning dusdanig beperkt van omvang dat de conclusie kan worden getrokken dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Gelet op de bovenstaande resultaten kan er gesteld worden dat onderhavig initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast is de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoende voor de beoogde woonfunctie. Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan kortom geen belemmeringen. 5.2.4 Geurhinder Geurhinder Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de per 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (gebouwen voor menselijk wonen en menselijk verblijf). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woonen leefklimaat. Daarnaast mogen de omliggende veehouderijen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.
Gemeenten hebben onder de Wgv de bevoegdheid gekregen om binnen de kaders die deze wet stelt eigen normen te stellen. Deze kunnen worden vastgelegd in een geurverordening. Op 24 juli 2020 is de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas’ in werking getreden. Op 7 november 2024 is de nieuwe geurverordening ‘Verordening geurhinder en veehouderijen 2024 gemeente Horst aan de Maas’, in werking getreden. Voor het plangebied verschillen de uitkomsten uit de verordening van 2020 en 2024 niet van elkaar, er is in het geuronderzoek voor het planvoornemen derhalve nog uit kunnen gaan van de verordening uit 2020. In afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied zoals aangegeven op de bij de verordening behorende en gewaarmerkte kaart, als volgt: Plangebied bij Meerlo: 6,0 odour units. Bedrijventerreinen Klavertje 4-gebied: 14,0 odour units. Overige bebouwde kom: conform wettelijke norm, momenteel 3,0 odour units. Buitengebied: conform wettelijke norm, momenteel 14,0 odour units Woningen zijn geurgevoelige objecten in de zin van de Wgv. Het voorliggende bestemmingsplan maakt hierdoor nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk. Dit betekent dat toetsing aan de geurnormen van nabijgelegen veehouderijen noodzakelijk is.
De gemeente Horst aan de Maas is echter momenteel bezig met de ontwikkeling van een geurgebiedsvisie ten behoeve van de gebiedsontwikkeling Klavertje 4. Deze gebiedsvisie heeft niet alleen betrekking op de omgeving van het Klavertje 4, maar op het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. Deze heeft tot 7 mei 2020 ter inzage gelegen. Omdat deze gebiedsvisie en de bijbehorende
Hoofdstuk 5
45
kaarten een actueel inzicht geven in de huidige situatie omtrent geur, zijn deze gebruikt in de voorliggende toelichting met betrekking tot onderhavig plangebied. Toetsing Locatie tussen De Hees 12 en 20 Voor de 2 beoogde woningen tussen De Hees 12 en 20 is een notitie16 opgesteld waarin geurhinder en veehouderijen is beschouwd. Deze notitie is als separate bijlage (bijlage 6) aan onderhavige toelichting toegevoegd. Uit deze notitie blijkt dat er geen bezwaren bestaan vanwege geurhinder en veehouderijen. De Hees 4, De Hees 6 en De Hees 10 Wat betreft geur wordt opgemerkt dat binnen een straal van 1 km twee veehouderijen aanwezig zijn. De veehouderij aan de Steeg 21 betreft een kippenhouderij met ongeveer 100.000 kippen. Dit bedrijf is gelegen op een afstand van ca 900 meter van het plangebied. De veehouderij aan De Hees 46 betreft een varkenshouderij met ongeveer 200 varkens, 50 stuks melkvee en 30 stuks vleesstieren. De ontwikkeling betreft het samenvoegen van 2 locaties waar internationale werknemers worden gehuisvest tot 1 locatie. Er is geen sprake van nieuwe wooneenheden en ook niet van nieuwe wooneenheden op een kortere afstand van bestaande geurbronnen. Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat geen verder geuronderzoek nodig is.
Figuur 5.2: Uitsnede kaart ligging agrarische bedrijven (groene punten) en ligging huisvestingslocatie (paars weergegeven)
16
‘Notitie Veegplan – De Hees ongenummerd Sevenum’, projectnr.: 93400040000, d.d. 29 juli 2021.
Hoofdstuk 5
46
Ontwikkellocatie Door Econsultancy is een onderzoek geurhinder veehouderijen 17 uitgevoerd. Hieronder wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen (bijlage 8). Op basis van het geuronderzoek wordt geconcludeerd dat voor de realisatie van het plan geen beperkingen gelden. Ter plaatse van de geurgevoelige locaties wordt voldaan aan de gemeentelijke geurverordening, beleidsregel en de Wet geurhinder en veehouderijen. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt en ter plaatse van de toekomstige geurgevoelige bestemmingen wordt het woon- en leefklimaat gekwalificeerd als voldoende. Conclusie Het aspect ‘geurhinder’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 5.2.5 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar.
Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. In de VNG-publicatie zijn gebiedstyperingen opgenomen, te weten omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied en de omgevingstype gemengd gebied: 1. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied; 2. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.
17
Econsultancy, “Onderzoek geurhinder veehouderijen De Hees te Sevenum”, rapportnr.: 17887.008, d.d. 18 maart 2022.
Hoofdstuk 5
47
De ontwikkellocatie kan worden aangewezen als een gemengd gebied. De indicatieve bedrijvenlijst in de VNG-publicatie geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of gemengd gebied. De richtafstanden in de bedrijvenlijst gelden voor een rustige woonwijk. Bij een omgevingstype gemengd gebied mag de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Voor een rustige woonwijk geldt dat de geluidsbelasting (etmaalwaarde) 45 dB(A) op de gevels van nabijgelegen geluidsgevoelige objecten mag bedragen. Voor een gemengd gebied geldt dat de geluidsbelasting (etmaalwaarde) 50 dB(A) op de gevels van nabijgelegen geluidsgevoelige objecten mag bedragen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die het bedrijf (of andere milieubelastende functie) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie). Woningen zijn milieugevoelige functies. Aangezien onderhavig plan voorziet in de realisatie van maximaal 84 woningen dient getoetst te worden of er bij deze woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en of omliggende bedrijven niet worden gehinderd door de ontwikkeling. Toetsing Momenteel vormen de planologische mogelijkheden een belemmering voor een deel van de woningbouwontwikkeling.
Gezien de milieu-belemmeringen die de bestaande woonbestemmingen (De Hees 6 en De Hees 2) hebben op de locatie is een verandering van bedrijfsactiviteiten waarvoor een grotere afstand geldt op basis van de VNG-richtafstanden tabel, niet realistisch. De huidige bedrijfsactiviteiten vallen onder bedrijfsgebouwen tuinbouw conform de VNG richtafstanden tabel. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter op basis van een gemengd gebied. In de bestemmingsomschrijving zijn de huidige agrarische gebruiksactiviteiten en daarmee vergelijkbare activiteiten op basis van de VNG richtafstanden tabel toegestaan. Deze beperking van planologische toestemming zorgt dat de toekomstige woonwijk Mäöleveld geen negatief effect hebben op de huidige bedrijfsactiviteiten en vice versa. Door Econsultancy is een quickscan bedrijven en milieuzonering 18 uitgevoerd. Het volledige rapport is als separate bijlage (bijlage 10) opgenomen. Hieronder wordt een samenvatting weergegeven van de quickscan. Ontwikkellocatie Op circa 30 meter ten noordwesten van het plangebied is binnen de bedrijfsbestemming specifiek bestemd voor opslag en transport. Volgens bijlage 1 van de VNG-publicatie zou dit kunnen aansluiten bij ‘distributiecentra, pak- en koelhuizen’ in milieucategorie 3.1. Ter plaatse is echter een groothandel in aardappelen, groente en fruit gevestigd, in te delen in milieucategorie 2.
18
Econsultancy, “Quickscan bedrijven en milieuzonering De Hees te Sevenum”, rapportnr.: 17887.006 D2, d.d. 2 november 2023.
Hoofdstuk 5
48
Figuur 5.3 Bedrijfsbestemmingen binnen 300 meter
De directe omgeving van deze bestemming en dus ook het plangebied kan op grond van functiemenging als gemengd gebied worden getypeerd. De bestemming zelf geeft ruimte aan: agrarisch bedrijfsmatig of hobbymatig grondgebruik; akkerbouw en fruitteelt; opslag van oogst en landbouwwerktuigen. In gemengd gebied wordt de richtafstand met 1 stap verlaagd. De richtafstand voor inrichtingen in milieucategorie 2 bedraagt dan 10 meter. Hoewel het plangebied deels binnen de richtafstanden voor bestemming (1), (3) en (4) is gelegen, zijn in het concept-ontwerp geen gebouwen geprojecteerd binnen de richtafstand. Ook alle bouwvlakken binnen het plangebied worden geprojecteerd buiten de weergegeven richtafstanden. Daarom wordt een nader onderzoek naar het woon- en leefklimaat niet noodzakelijk geacht. Bestemmingen op meer dan 300 meter Op meer dan 300 meter afstand zijn er geen andere (relevante) planologische mogelijkheden van kracht dan de plannen die in de vorige paragraaf zijn benoemd. Binnen deze plannen zijn geen bestemmingen in milieucategorie 5.1 of hoger mogelijk. Er zijn derhalve in deze buitenste ring geen bestemmingen die het woon- en leefklimaat binnen het plangebied nadelig kunnen beïnvloeden.
Hoofdstuk 5
49
De Hees 10 Ter plaatse van De Hees 10 De geadviseerde richtafstand van het plangebied tot aan omliggende bedrijven wordt alleen ten opzichte van het fruitteeltbedrijf aan De Hees 4 overschreden. Echter, voor de gevoelige functie in de vorm van de burgerwoning is er binnen het plangebied een concreet bouwvlak opgenomen waarbinnen deze woning gerealiseerd is. Dit bouwvlak is geheel buiten de richtafstand van 30 m ten opzichte van de grens van het agrarisch bouwvlak gesitueerd, zodat hierdoor in het kader van milieuzonering geen onaanvaardbare situatie ontstaat. Op meer dan 300 meter afstand zijn er geen andere (relevante) planologische mogelijkheden van kracht dan de plannen die in de vorige paragraaf zijn benoemd. Binnen deze plannen zijn geen bestemmingen in milieucategorie 5.1 of hoger mogelijk. Er zijn derhalve in deze buitenste ring geen bestemmingen die het woon- en leefklimaat binnen het plangebied nadelig kunnen beïnvloeden. Conclusie Het plangebied is deels geprojecteerd binnen de richtafstanden van twee nabijgelegen bestemmingen die planologische mogelijkheden bieden voor milieubelastende functies. In het conceptontwerp zijn echter geen woningen binnen de richtafstand geprojecteerd.
Ook alle bouwvlakken binnen het plangebied worden geprojecteerd buiten de weergegeven richtafstanden van deze functies, daarom is nader onderzoek naar het woon- en leefklimaat niet noodzakelijk. Vanwege bedrijven en milieuzoneringen geen beperkingen gelden voor de hees 10. Het binnen het plangebied gelegen perceel De Hees 4 is in de bestaande situatie een agrarische bedrijf. Bestaande activiteiten mogen in de toekomst gehandhaafd blijven. Daarbij wordt een afstand van 10 meter tot de nieuwe woningen vastgelegd in het bestemmingsplan. 5.2.6 Externe veiligheid Beleid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt sinds jaar en dag plaats via het spoor, over de weg en het water. Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de hoofdwegen, binnenwateren en de hoofdspoor-
Hoofdstuk 5
50
wegen en de bebouwde omgeving die hierlangs ligt en de veiligheid van omwonenden. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). Onderhavig planvoornemen heeft niet te maken met het basisnet. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10 -6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de orientatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen.