03c Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Heb meer aandacht voor de tuin- en akkerbouwers die er al decennialang zitten, terwijl er steeds meer recreatie en paarden(sport)bedrijven in de omgeving bijkomen, die ook een druk op de omgeving hebben.
Beantwoording De natuurbuffer bestaat inderdaad uit jonge ontginningsgronden. We zien echter ook dat door de sterk veranderende omstandigheden de reguliere landbouw het steeds moeilijker krijgt. Daarom werken via de gebiedsgerichte aanpak Gedeelde Peel aan een (nieuw) toekomstperspectief voor dit gebied. Hiermee willen we juist kansen in beeld brengen voor een duurzaam toekomstgericht landgebruik zoals u vraagt. De omgevingsvisie is een langer termijnvisie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente. De omgevingsvisie gaat niet in op het type en/of soort natuurbeheer voor de Peel. De Provincie Limburg en Brabant zijn het bevoegd gezag voor het natuurbeheerplan van de Mariapeel en de Deurnsche Peel. Het gebied waar het perceel van indiener is gelegen is (door de RES NML, de provincie én door de gemeente) ook aangewezen als zoekgebied voor duurzaam energiesystemen met opwek, gebruik, opslag en omslag gecombineerd. Via de Gebiedsgerichte Aanpak Gedeelde Peel wordt met de initiatiefnemers (waar indiener toe behoort) samen gewerkt om een energielandschap. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. De naderde uitwerking vindt plaats in een programma, omgevingsplan en/of via een gebiedsgerichte aanpak zoals de Gedeelde Peel. Zie beantwoording zienswijze 34, punt 1.
Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 75
4.35 Zienswijze 35 1.
2.
3.
Samenvatting Opvallend was de suggestieve en voor land- en tuinbouw negatieve toon in enquêtes en tijdens inwonersavonden. Wij vinden dat ongepast. Vanuit glastuinbouw is nadrukkelijk bezwaar gemaakt tegen het Koersdocument en in gesprek is door uw wethouder aangegeven dat het koersdocument richting de prullenbak zou gaan. We constateren echter dat het koersdocument tot op heden op de website staat en er in de visie nog steeds naar wordt verwezen. We missen daarnaast verbinding met regionaal, bovengemeentelijk denken én het perspectief voor het tuinbouwcluster dat mede door Horst aan de Maas is beschreven in het rapport “ oekomstperspectief uinbouwketen Limburg+”. Op Pagina 20 schrijft u dat u als gemeente met de agrarische sector samenwerkt aan het omgevingsprogramma “Vitaal platteland”. GTNL en glastuinbouwondernemers zijn onbekend met het bestaan van dit programma, laat staan dat er sprake van samenwerking is. We staan daar uiteraard wel voor open en worden daar graag in betrokken. Glastuinbouw wil en kan onderdeel van oplossingen zijn, door bij te dragen aan de ambities.
Vanuit glastuinbouwperspectief hebben we moeite met deze zones, in meerdere opzichten. Overall ontbreekt een concrete en afdoende feitelijke onderbouwing van nut en noodzaak en concreet te realiseren doelen. Het simpelweg generiek intekenen van 250 m – brede ontwikkelzones, en daar “geen toekomstige ontwikkelingen toe te staan die een negatieve impact hebben op de gezondheid van onze inwoners” is behalve ongefundeerd, uiterst vaag en onduidelijk qua uitwerking. De breedte van de zone is niet onderbouwd, arbitrair qua omvang en wijkt bovendien af van een vergelijkbare door Provincie Limburg geprojecteerde zone (100 m). Iedereen wil een gezonde veilige leefomgeving en is bereid daaraan mee te werken, óók glastuinbouwondernemers die meestal ook inwoners zijn. Wat zijn de actuele problemen in de leefomgeving, welke rol spelen gevestigde glastuinbouwbedrijven daarin en welke concrete kwaliteitsdoelen moeten gerealiseerd worden?
Beantwoording Het koersdocument waarnaar indiener verwijst, is nooit vastgesteld en heeft daarmee ook geen enkele status. In 2022 is een geheel nieuwe herstart gemaakt met het traject om te komen tot een Omgevingsvisie. De concept Omgevingsvisie is als ‘koersdocument’ gaan gelden. Het rapport Toekomstperspectief Tuinbouwketen Limburg + is bekend bij ons en ook ondertekend door Wethouder Beurskens. Het rapport is niet als beleid door het college van Burgemeester en Wethouders van Horst aan de Maas vastgesteld. We zien het rapport TTL+ als belangrijke bouwsteen voor bij het bepalen van het toekomstperspectief voor de brede tuinbouwsector en niet als beleids- of toetsingskader bij toekomstige ontwikkelingen. Paragraaf 2.4 betreft de samenvatting van de Omgevingsvisie die houden we zo kort en krachtig mogelijk. We constateren dat hier inderdaad staat dat we een omgevingsprogramma Vitaal platteland gaan uitwerken. Dit is een fout in de tekst. Op dit moment is het nog niet duidelijk hoe de programma's worden uitgewerkt Dit kan namelijk thematisch en/of gebiedsgericht (zie hoofdstuk 7 van de omgevingsvisie). Er zijn nog geen keuzes gemaakt op welke manier dit programma wordt uitgewerkt. De tekst zal hierop worden aangepast. Hetgeen voorgesteld wordt, is al opgenomen in de Omgevingsvisie in paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 en meer expliciet onder het kopje ‘Ruimte voor de glastuinbouw’.
De afstanden die de provincie heeft gebruikt in haar ontwerp POVI wijken af van veel reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies binnen provincie Limburg. Dit komt doordat provincie Limburg de brede afweging maakt provincie breed. Wij kijken op gemeenteniveau. De kernrandzones zijn een zoek- en ontwikkelgebied voor o.a. woningbouw en menging van functies. Een zone van 100 m is te weinig voor een nieuwe woonwijk, indien gewenst, of om meer functies goed ruimtelijk in te passen. Wij vinden de provinciale zonering geen recht doen aan de lokale structuur en behoefte van onze gemeente. Daar waar de provinciale zonering niet overeenkomt met de gemeentelijke zonering, hebben verschillende Limburgse gemeenten dan ook gezamenlijk zienswijze ingediend tegen de POVI. Beide documenten binden alleen de opsteller en daar waar je kan afstemmen op elkaar heeft dat natuurlijk de voorkeur. De POVI niet bindend voor de 76
gemeente, enkel bindend voor de provincie zelf. De POVI wijkt af van bijvoorbeeld landelijk beleid, maar ook van reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies.
4.
5.
Binnen de kernrandzone zijn diverse glastuinbouwbedrijven gevestigd. Sterker nog, kernrandzones overlappen planologische glastuinbouwgebieden; nabij Hegelsom, America (Reindonk), Melderslo en Horst (VeldOostenrijk). Glastuinbouw werd voorheen, afhankelijk van de bedrijfsvoering en installaties, in milieucategorie 2 of 3.1 (incidenteel 3.2) geschaard. Daarbij werd wederzijds een richtafstand van 30, respectievelijk 50 meter, tussen een (rustige) woonwijk en een glastuinbouwgebied in acht genomen. Het perspectief van glastuinbouwbedrijven in de nu geïntroduceerde kernrandzone is onduidelijk. Kunnen gevestigde glastuinbouwbedrijven exploiteren, ontwikkelen en/of uitbreiden? Het opleggen van (bovenwettelijke) beperkingen is ongefundeerd en niet getoetst op bedrijfseconomische effecten of planschade. Óf in kernrandzones; - én het hanteren van aanvullende kwaliteitsdoelen en de begrenzing feitelijk te onderbouwen en beleid te concretiseren tot heldere en objectief meetbare doelen; - én uit te gaan van/te conformeren aan landelijke wet- en regelgeving op het gebied van milieu, emissie en veiligheid voor glastuinbouwbedrijven (o.a. fijnstofuitstoot en gebruik gewasbeschermingsmiddelen); - én duidelijkheid te geven over consequenties voor exploiteren, ontwikkelen, uitbreiden c.q.
faciliteren van gevestigde glastuinbouwbedrijven - én duidelijk gedetailleerd kaartmateriaal te verstrekken - én bij het plannen/ontwikkelen van nieuwe wijken/woongebieden, minimaal 250 m afstand in acht te nemen tot de dichtst bij zijnde percelen in agrarisch gebruik waaronder glastuinbouwbedrijven. Óf deze kernrandzones in zijn geheel te schrappen. Indiener vraagt de omgevingsvisie aan te vullen met: Beschrijving glastuinbouwsector Horst aan de Maas; areaal, bedrijven, ruimtelijke invulling, trends in de ontwikkeling naar toekomstbestendigheid, belang in relatie tot
De GOVI is enkel bindend voor de gemeente, niet de provincie. Dit betekent dat de gemeente een eigen lokale afweging kan maken die beter bij de Horster maat past dan een POVI. Dit resulteert in een verschil van zonering, in het geval van Horst een kernrandgebied van 250 meter, in plaats van 100 meter. In de kernrandzone komen de kernen en het land in de toekomst nog meer bij elkaar. We willen ook dat in deze zone de woon- en leefomgeving beter wordt. Dat betekent niet dat functies zich niet verder kunnen ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we samen voor een steeds gezondere woon, en leefomgeving. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Voor een glastuinbouwlocatie in de kernrandzone blijft hetgeen dat nu mogelijk is ook mogelijk maar de ontwerpvisie is ingericht om in de toekomst andere functies mogelijk te maken. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk.
Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan en/of omgevingsvergunning.
77
6.
brede welvaart, waaronder economie en energie. De groeiende en latente vraag naar aanvullende ontwikkelingsruimte glastuinbouw te onderkennen en “zoekruimte duurzame ontwikkeling glastuinbouw” in de omgevingsvisie op te nemen in tekst en op kaart, aansluitend aan bestaande glastuinbouwgebieden, in Greenport en/of jonge ontginningen. e pleiten ervoor om “zoekruimte duurzame ontwikkeling glastuinbouw” in deze omgevingsvisie op te nemen én in regionaal verband samen met Provincie en buurgemeenten de toekomstige vraag naar, het actueel aanbod aan én de concrete ruimtebehoefte voor glastuinbouw in beeld te brengen. De te vormen Greenport-organisatie zou bij uitstek geschikt zijn voor uitwerking. De begrenzing van Glastuinbouwgebied Californië (Californië 2 in het bijzonder) te corrigeren.
7.
e pleiten ervoor om “zoekruimte duurzame ontwikkeling glastuinbouw” in deze omgevingsvisie op te nemen én in regionaal verband samen met Provincie en buurgemeenten de toekomstige vraag naar, het actueel aanbod aan én de concrete ruimtebehoefte voor glastuinbouw in beeld te brengen. De te vormen Greenport-organisatie zou bij uitstek geschikt zijn voor uitwerking.
De raad heeft in 2023 de herbegrenzing voor de glastuinbouw vastgesteld. De gemeente heeft hiermee de nieuwe contouren vastgesteld gemaakt voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor de glastuinbouw in de gemeente. Uiteraard blijven we de ontwikkelingen in de diverse agrarische sectoren, waaronder de glastuinbouw volgen. Het klopt inderdaad dat de begrenzing van het glastuinbouwgebied Californië 2 niet goed is overgenomen. Daarbij ontbreekt ook de laag ‘projectvestigingsgebied’. Dit wordt aangepast op het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsvisie waar sprake is van projectvestigingsgebieden / glastuinbouwconcentratiegebieden. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een ruimtelijk programma of het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), naar gelang de vraag. Voorwaarden dienen daarbij altijd gesteld te worden om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals de Omgevingswet verplicht.
Ruimtelijke en infrastructurele voorwaarden te scheppen om rendabele verduurzaming en het leveren van bijdragen aan het regionaal energiesysteem door glastuinbouw mogelijk te maken. 8.
De differentiatie naar vijf gebieden, grofmazige indeling en uiterst generieke beschrijving van de gewenste functies (pagina’s 19, 9 en 95) gaat voorbij aan actuele inrichting, gevestigde belangen en bedrijven. De gebruikte terminologie van de agrarische functies, te weten ’agrarisch, agrarisch laagproductief en agrarisch hoogproductief, levert eerder vragen dan antwoorden. Met name voor het héle grote deelgebied “het veelzijdig zandlandschap”, is de doorwerking naar solitaire glastuinbouwbedrijven én glastuinbouwgebieden Reindonk, VeldOostenrijk en Melderslo onduidelijk. We mogen er toch van uitgaan dat het perspectief van glastuinbouw ook buíten het economisch
De glastuinbouw wordt in zijn algemeenheid gezien als een innovatieve sector. In de kaarten van de Omgevingsvisie zijn de glastuinbouwgebieden aangegeven. Nieuwvestiging buiten deze gebieden is niet toegestaan. Daar waar sprake is van bestaande glastuinbouwbedrijven buiten de aangewezen gebieden, behouden deze bedrijven hun huidige rechten. De laatste zin wordt vervangen door In de glastuinbouwconcentratiegebieden en het projectvestigingsgebied is het mogelijk dat nieuwe bedrijven zich vestigen zolang de ruimte er is. Buiten de glastuinbouwconcentratiegebieden het projectvestigingsgebied liggen ook solitaire bedrijven. Deze bedrijven behouden hun rechten maar kunnen 78
cluster Greenport, innovatief en hoogproductief mag zijn, met name in het zandlandschap.
alleen ontwikkelen zolang dit binnen de bestaande rechten is.
Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Pagina 20, 1e alinea laatste zin: “ ls gemeente gaan we deze ambitie verder uitwerken in een omgevingsprogramma waarbij we bedrijven en inwoners zoveel mogelijk betrekken” - De kaarten zijn verduidelijkt waar sprake is van projectvestigingsgebied glastuinbouw ten opzichte van de reguliere glastuinconcentratiegebieden. - Het gebied Californië 2 was foutief overgenomen in het kaartmateriaal. Dit is hersteld. - De Visiekaart (Hoofstuk 5) betreft een kaart met de gebiedsindeling op hoofdlijnen. De positionering van deze kaart wordt aangepast naar paragraaf 1.4 waaruit duidelijk wordt dat het een Hoofdgebiedsindeling is, geen visiekaart. De Omgevingsvisie wordt hierop aangepast.
4.36 Zienswijze 36 1.
Samenvatting Door de hele visie is er geen aandacht voor burgers die in het buitengebied wonen. Ik vind dat ook deze groep onderdeel is van gemeente Horst aan de Maas en benoemd en erkend moet worden in de visie. Daarbij staan er tegenstrijdigheden in de visie over ‘het buitengebied’ (zie hoofdstuk 3.1.6/ 3.2.4/ 3.3.3) waarbij geen recht gedaan wordt aan de werkelijke situatie van wonen in het buitengebied.
Beantwoording Er is een verschil tussen het gebied kern, kernrandgebied en buitengebied. Deze termen worden door indiener door elkaar gehaald waardoor zaken tegenstrijdig gelezen kunnen worden. Dit is niet het geval. Er zit een verschil tussen het buitengebied en een kernrandzone. Dit zijn twee verschillende gebieden Eén van de verschillen tussen deze twee gebieden is hoe omgegaan wordt met woningbouwopgaven. Het betreft dus geen tegenspraak, maar een ander uitgangspunt voor een ander gebied. Het is niet mogelijk om enkel in de kernen woningen te bouwen. Daarvoor is de woningbouwopgave simpelweg te groot. In de kern dient ruimte gereserveerd worden voor andere functies (zoals mobiliteit, detailhandel, bedrijvigheid), maar ook groen (gezien de klimaatopgaven). Dit houdt in dat uitbreiding (op nader te definiëren exacte plekken) in de kernrandzones een logische vervolgstap betreft. Dergelijke projecten worden verder uitgewerkt in o.a. bijv. een volkshuisvestingprogramma of een wijziging van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) waarbij sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals de Omgevingswet voorschrijft. Juist om verlies van landschappelijke identiteit, vervaging van scheiding tussen dorpen en daarmee verlies van dorpsidentiteit en onlogische locatiekeuzes tegen te gaan. In paragraaf . .
‘ uiste woning op de juiste plek’ wordt met name ingegaan op hoe woningbouw in het buitengebied wordt gezien. Voor woningbouw in de kernen of het kernrandgebied geldt ander beleid. We zijn zuinig op de ruimte voor uitbreiding van woningen in het buitengebied, omdat dit een belangrijke rol vervult voor de agrarische sector en als uitloopgebied en voor natuur en landschap. Buiten de overgangszone kernrandgebied staan we 79
geen nieuwe (solitaire) woningen meer toe in het buitengebied.
2.
In mijn directe omgeving staan veel boerderijen die al jaren bewoond worden door oud agrariërs en burgers. Meer dan 50% heeft een bijpassende woonbestemming en nog een deel wordt gebruikt als woning maar is de bestemming er niet van aangepast. Om het buitengebied vitaal te houden moet dit mogelijk blijven. Door toestaan van burgerbewoning wordt juist het karakteristieke landschap zoals rond voormalig buurtschap Schadijk behouden voor de toekomst. Door in de woonbestemming ‘voormalige bedrijfswoning’ te benoemen zijn er mogelijkheden om ook de agrarische sector de ruimte te blijven geven in dit gebied van (zeer) hoge cultuurhistorische waarde.
Alleen in specifieke gevallen (bij het oplossen van grote ruimtelijke knelpunten) maken we uitzonderingen, zoals: • Bestaande woningen splitsen. • ijdelijke (pre-) mantelzorgwoningen/ familiewoningen Bij vaststelling van de nieuwe omgevingsvisie kunnen oude agrarische bedrijfswoningen onder voorwaarden omgezet worden naar een burgerwoning. Dit is verduidelijkt in paragraaf 3.2.4 behorende bij de omgevingsvisie. Het is overigens niet zo dat we per definitie deze bedrijfswoningen willen omzetten naar burgerwoningen omdat in veel gevallen het wenselijk is om de bedrijfsbestemming te behouden. Dit zal van geval tot geval in individueel gevallen beoordeeld worden. Vanaf 2026 gaan we in omgevingsprogramma’s en meer specifiek in dit geval met het beleid voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) dit verder uitwerken.
Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Bij vaststelling van de nieuwe omgevingsvisie kunnen oude agrarische bedrijfswoningen onder voorwaarden omgezet worden naar een burgerwoning. Dit is verduidelijkt in paragraaf 3.2.4 behorende bij de omgevingsvisie.
4.37 Zienswijze 37 1.
Samenvatting We willen in de toekomst het bedrijf blijven ontwikkelen. Hiervoor zal het nodig zijn dat in de toekomst stalinrichtingen veranderd worden, een stal nieuw gebouwd, of een andere stal verlengd wordt. Deze ontwikkeling zal nodig zijn als we een zo laag mogelijke milieubelasting willen nastreven
Beantwoording De locatie is gelegen in het veelzijdige zandlandschap. In het veelzijdige zandlandschap krijgt de agrarische sector de ruimte. Een pluimveebedrijf wordt gezien als een intensieve veehouderij en is niet grondgebonden. Onder niet grondgebonden landbouw verstaan we het volgende: Niet grondgebonden landbouwbedrijven zijn de intensieve veehouderijen zoals kippen, -en varkensbedrijven en de glastuinbouwbedrijven. Bij intensieve veehouderijen is de productie niet afhankelijk van het eigen land voor het verbouwen van voer en het uitrijden van mest. Het houden van dieren vindt vooral plaats in gebouwen (stallen). Onder niet grondgebonden veehouderijen kunnen ook andere diersoorten vallen die op de genoemde wijze worden gehouden. Maar alleen als hun ontwikkeling samengaat met de doelstellingen uit de visie veehouderij. Veehouderijen moeten op toekomstbestendige locaties liggen en de emissies verminderen en/of beter dierenwelzijn nastreven. In een omgevingsprogramma werken we 80
verder uit wat we verstaan onder toekomstbestendige locaties. Als op dit moment wordt voldaan aan wet, -en regeling en geen sprake is van bovenmatige milieubelasting worden bestaande rechten gerespecteerd. In de overgangszone kernrandgebied en in de buffers rond kwetsbare natuurgebieden zoeken we samen met de sector naar manieren om bedrijfsontwikkeling te koppelen aan het verminderen van uitstoot. Zo verkleinen we risico’s voor de volksgezondheid en het milieu. Daarnaast bieden we in deze gebieden ook de mogelijkheid om over te schakelen naar andere functies of naar grondgebonden bedrijfsvoeringen voor het houden van dieren, als bedrijven dat willen. 2.
3.
Kunt u ons aangeven hoe we het bedrijf naar de toekomst toe, binnen de richtlijnen van deze omgevingsvisie kunnen blijven ontwikkelen.
Kunt u ons aangeven of deze grenzen kunnen verschuiven, bijvoorbeeld als in de toekomst in de kernrandzones gebouwd mag worden.
Een exact antwoord kunnen wij niet geven op de gestelde vraag, omdat de Omgevingsvisie een document op hoofdlijnen. Voor concretere initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan dienst een procedure te worden doorlopen in het geval aan het initiatief medewerking verleend kan worden. Afhankelijk van de aard en de omvang van het initiatief betreft het een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) of een wijziging Omgevingsplan. U kunt hiervoor een informatieverzoek indienen bij de gemeente. Indien het initiatief voorstelbaar wordt geacht kan het initiatief verder worden uitgewerkt op haalbaarheid, waarna eventueel de ruimtelijke procedure kan worden gestart. Nee, dit mag niet zomaar. Wanneer een dergelijke zone aangepast moet worden in de kaart, dient de Omgevingsvisie (op onderdelen) gewijzigd te worden, waarbij een nieuwe procedure doorlopen moet worden met een nieuwe ontwerp en vaststellingsfase. Waarbij belanghebbenden opnieuw de mogelijkheid krijgen om hier iets van te vinden.
Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
4.38 Zienswijze 38 1.
2.
Samenvatting Juridische borging van erfgoedwaarden in het omgevingsplan is niet concreet vastgelegd (geen uitgeschreven planregels/ weigeringsgronden). Het Programma Erfgoed noemt de plicht tot borging, maar vertaalt die (nog) niet naar concrete regels. De Visie zou die opdracht expliciet moeten geven.
Er zijn geen vaste werkafspraken (Startcheck Erfgoed, structurele afstemming RO-
Beantwoording Hetgeen u naar verwijst, dient te landen in het Omgevingsplan. Dit is een ander ruimtelijke instrument, namelijk de Omgevingsvisie en regelt het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen. De Omgevingsvisie betreft de basis voor het Programma Erfgoed (geldend vanaf 25 juli 2025, zie Programma Erfgoed Horst aan de Maas)) en het Omgevingsplan. Dit programma Erfgoed is dus reeds in werking. Zie 38.1. Hetgeen u naar verwijst, dient te landen in interne werkafspraken of het Omgevingsplan. Dit is 81
3.
4.
5.
6. 7.
Grondzaken-Vastgoed-VTH-Erfgoed) opgenomen. Dit is juist nodig om te voorkomen dat erfgoed pas laat of niet wordt meegewogen. Er is geen expliciete erfgoedparagraaf met capaciteit, prioritering, themacontroles en rapportage. Het Programma Erfgoed bevat hooguit voornemens; Visie & OER moeten dit opdrachtgericht vastleggen. Meetbaarheid in het OER: er ontbreken concrete erfgoedindicatoren en gevoeligheidskaarten (bijv. zandwegen/open profiel, intactheid verkavelingspatronen, status/behouw aandeel karakteristieke panden, naleving vergunningsvoorwaarden). Evenals de verankering een VTH-erfgoedparagraaf. Neem in de definitieve Visie een bindende opdracht op aan het college om binnen een duidelijk tijdpad (bijv. binnen 6-9 maanden) een facet-omgevingsplan of wijziging vast te stellen met: • Instandhoudings- en vergunningplichten voor prioritaire erfgoedelementen (o.a. historisch cultuurlandschap, ensembles), inclusief weigeringsgronden bij aantasting van kernwaarden. • Borging van landschappelijk erfgoed (zandwegen, houtwallen, beken, kampontginningen e.a.) via planregels en kaartbijlagen
Indiener stelt voor om te werken met o.a. een Erfgoed Startcheck bij grondverkoop, gebiedsontwikkeling en opstart van een project. Immaterieel erfgoed is in de huidige Omgevingsvisie niet opgenomen.
een ander ruimtelijk instrument, namelijk de Omgevingsvisie en regelt het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen. In paragraaf .6 ‘Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed’ is vastgelegd dat de doelen voor erfgoed uitgewerkt worden in een programma. Op Omgevingsvisieniveau is dit voldoende. In bijlage 9 van de Omgevingsvisie zijn de kernkwaliteiten van de gemeente in relatie tot erfgoed en landschap verder uitgewerkt. Zie punt 38.1. voor de uitgebreide beantwoording. Hetgeen u naar verwijst, dient te landen in interne werkafspraken of het Omgevingsplan. Dit is een ander ruimtelijk instrument, namelijk de Omgevingsvisie en regelt het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2025 ontstond er voor iedere gemeente ‘automatisch’ een omgevingsplan, waarvan de bestemmingsplannen en de delen van andere verordeningen met regels voor de fysieke leefomgeving van rechtswege onderdeel zijn geworden. Dat omgevingsplan is tijdelijk en de regels daaruit moeten in de transitieperiode tot 1 januari 2032₄ worden overgeheveld naar het permanente omgevingsplan (art. 22.6 lid 3 Ow). In deze periode worden dergelijke zaken zoals genoemd door indiener overgeheveld in het omgevingsplan. Dit is ook geagendeerd in het Programma Erfgoed.
Zolang dit nog niet gebeurd is, geldt het oude onderliggende bestemmingsplan als ‘omgevingsplan van rechtswege’ in combinatie met gemeentelijke verordeningen (bijv. de Algemene Plaatselijke Verordening, APV) om te borgen dat deze erfgoedwaarden beschermd blijven. Zie beantwoording zienswijze 38, punt 4. De Omgevingsvisie regelt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de fysieke leefomgeving. Immaterieel erfgoed maakt hier geen onderdeel van uit.
Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
4.39 Zienswijze 39 1.
Samenvatting Een deel van het perceel heeft decennia lang een woonbestemming binnen het buitengebied en wordt ook als zodanig gebruikt. De aanwijzing van dit gebied als zone voor woningbouw is in strijd met het geldende ruimtelijke beleid en het huidige gebruik. Er is geen sprake van leegstand, functieverlies of herstructureringsnoodzaak die deze herbestemming zou rechtvaardigen.
Beantwoording De Omgevingsvisie is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Het Omgevingsplan wijzigt niet met de procedure van de Omgevingsvisie. Er is dan ook geen sprake van een herbestemming van uw perceel.
82
2.
De voorgestelde woningbouwontwikkeling zal leiden tot een onherstelbare aantasting van het open, groene karakter van het buitengebied. De rust, landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit in dit deel van de gemeente zullen hiermee ernstig worden geschaad. Dit tast ook onze woon- en leefkwaliteit direct aan.
De Omgevingsvisie zegt enkel en alleen dat het logisch is om aansluiting te zoeken bij de bestaande kernen met de nieuwbouw van eventuele woningen. Hoe en waar de woningbouw exact plaatsvindt, dat dient verder uitgewerkt te worden in andere ruimtelijke instrumenten, bijvoorbeeld een programma Wonen of een herziening van het Omgevingsplan. Daar gaat de Omgevingsvisie niet over. Er is dus geen sprake van een voorgestelde woningbouwontwikkeling en daarmee ook geen sprake van een onherstelbare aantasting van het open groene karakter van het buitengebied. Er wordt in de kernrandzone mede gestuurd op een gezonde en veilige leefomgeving op negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu. In deze gebieden wordt gestuurd op groen, ruimte om te bewegen waarbij rekening gehouden wordt met de kenmerken van het kampen en veldenlandschap. Woningbouw is passend in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is een aanduiding ‘zoekgebied uitbreiding’ opgenomen in dit overgangsgebied. De Omgevingsvisie zegt over het ‘zoekgebied uitbreiding’ dat voor nieuwe woningen voorkeur geven aan het verdichten van de bestaande dorpsstructuren. Zodat niet onnodig landschap wordt ‘opgeofferd’ voor ‘rood’.
Wanneer verdichten niet zorgt voor voldoende woningen om aan de lokale woningbehoefte te kunnen voldoen, dient gekeken te worden naar uitbreiding van woningbouw tegen de bestaande kernen binnen de gemeente. Uitbreiden van woningbouw in de kernrandzone, in het buitengebied, hangt af van het aanbod dat wordt bepaald door demografische veranderingen en de woningbehoefte per dorp. Daarbij moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van woningen over alle kernen binnen gemeente Horst aan de Maas. Ieder geval is dus maatwerk en volgt daarmee zijn eigen procedure.
3.
Bovendien is het onwenselijk dat Horst aan de Maas in de visie wordt gepositioneerd als forensisch woongebied voor stedelijke regio’s zoals Nijmegen, Eindhoven en Venlo. De zienswijze wordt beargumenteerd met het overbelaste net, CO2-reductiebeleid, strijd duurzame ladder voor verstedelijking, demografische afname bevolkingsgroei.
Het is dus niet zo dat de ‘zoekgebieden uitbreiding’ helemaal volgebouwd worden met woningen. Er wordt maatwerk geleverd daar waar sprake is van een bepaalde woningbehoefte per dorp i.c.m. doelgroep i.c.m. een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (artikel 4.1 Omgevingswet). De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, ook in onze gemeente. In elke dorpskern is er behoefte aan nieuwe woningen. Tegelijkertijd ervaren we dat onze gemeente vanwege de prachtige omgeving en gunstige ligging aantrekkelijk is voor mensen uit de regio. Het aantal inwoners groeit als gevolg van binnenlandse (Woningzoekende uit Venlo, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen) en buitenlandse denk aan arbeidsmigratie) (migratie. Bij het bepalen van de woningbouwopgave houden we 83
hier rekening mee, we willen zorgen dat er genoeg woningen gebouwd worden zodat onze eigen inwoners een plek hebben om te wonen.
4.
Wij zijn als direct belanghebbenden op geen enkel moment actief betrokken bij participatie of overleg over de toekomstige ontwikkeling van dit gebied. Dit is in strijd met de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, als mede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Om dit te verduidelijken wordt de Omgevingsvisie aangepast. Het stuk hierboven cursief vermeld vervangt de bestaande tekst in paragraaf 3.1.2.. De inspraakavonden waren een van de middelen en momenten die we als gemeente in hebben gezet om de afgelopen jaren input op te halen onder inwoners zoals u ook op de video’s geplaatst op https://horstaandemaas2040.nl/ Tijdens de verschillende dorpsavonden die in maart zijn georganiseerd zijn er veel open discussies gevoerd. Op dat moment in het proces was er nog meer ruimte voor participatie. Een belangrijk element in goede participatie is dat na een aantal gespreksrondes toegewerkt wordt naar een eindresultaat en de discussie wordt afgesloten. Dan volgt een afwegende fase, hebben we alles goed begrepen en opgeschreven. De terugkoppelsessie is dan ook bedoeld om toe te lichten welke ideeën en opmerkingen er zijn opgehaald bij inwoners en stakeholders. Wij koppelen graag terug welke afweging en keuzes er zijn gemaakt, en waarom. Ook is hier de gelegenheid om vragen te stellen. Zodat men de een goed beeld heeft over de toekomstige inrichting van Horst aan de Maas.
Naast de kwantitatieve toets die we eerder hebben gedaan hebben we deze kwalitatieve gesprekken georganiseerd om een beeld te krijgen van de belangen, behoeftes en wensen die spelen bij burgers, bedrijven en belanghebbenden, om op grond hiervan, vanuit het algemeen belang, te kunnen afwegen en kiezen. Naast de ruim 300 inwoners die we tijdens de avonden hebben gesproken hebben we ook 90 stakeholders gesproken en zijn we naar scholen gegaan. Voor wat betreft de opkomst en wat de representativiteit hiervan is verwijs ik u graag naar de wetenschappelijke onderbouwing hiervan. Waaruit blijkt dat dit voor 95% een betrouwbaar beeld geeft: Aan de raadpleging Omgevingsvisie Horst a/d Maas hebben 1.649 inwoners deelgenomen. Dat lijkt inderdaad weinig als je kijkt naar 42.000 inwoners in de gemeente, maar onderzoekstechnisch gezien is het een fors aantal. Gegeven deze respons en populatiegrootte is de foutmarge 2.4%, bij 95% betrouwbaarheid, dat betekent dat als we vinden dat 60% ergens voór is, dan ligt het werkelijke percentage in de hele gemeente waarschijnlijk tussen de 57.6% en 62.4%. Er is uitgebreid participatie geweest in het voortraject (uitgangspuntennotitie), naar aanleiding van het concept koers document (met belangenbehartigers van het bedrijfsleven en de agrarische sector, extra bijeenkomt voor bedrijven i.s.m. O2) en bij de 84
toetsing van de concept omgevingsvisie. We hebben 5 avonden (op locatie verspreid over heel Horst) en 1 digitale participatieavond georganiseerd en hieraan ook veel publiciteit aan gegeven. Op de website konden mensen ook vragen en opmerkingen kwijt. Wij zijn dan ook van mening dat we voldoende hebben gedaan om participatie mogelijk te maken. Er is dus voldaan aan de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, alsmede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is sprake van zeer zorgvuldige besluitvorming rondom het proces dat doorlopen is (en wordt) voor de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8. Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8.
- Paragraaf 3.1.2: De Omgevingsvisie wordt aangepast door het stuk cursief vermeld in de beantwoordingskolom wordt toegevoegd tussen ‘ e bouwen ook een beetje extra om de druk van de regio indhoven en Nijmegen deels op te vangen’ en ‘De meest groei komt in en rondom de kern Horst en evenum’.
4.40 Zienswijze 40 1.
Samenvatting Mijn verzoek is om de ontwikkelmogelijkheden voor het gebied Witveld breder te trekken binnen de hoogproductieve landbouw, zodat het ook bestemd kan worden voor hoogproductieve tuinbouw, zoals kassenbouw. De boomteelt past goed in dit gebied, aansluitend aan het gebied Hoogheide. Ook de verdere verwerking en verwaarding van producten zou in het gebied passen, waardoor de circulariteit en toegevoegde waarde stijgt in dit gebied. Zo dient het Ontwikkelingsgebied Witveld ook ruimte te bieden voor bijvoorbeeld de productie van groene energie (waterstof, groen gas). Hierover vermeldt de Omgevingsvisie niets in relatie tot ontwikkelingsgebied Witveld.
Beantwoording We delen uw mening dat niet helder in de Omgevingsvisie naar voren komt welke functies gewenst zijn in het gebied Witveld. Om deze reden hebben we in paragraaf . na het kopje ‘Intensieve veehouderij’ een nieuw kopje toegevoegd ‘Gebied itveld’ met de volgende tekst: In het gebied Witveld kunnen bedrijven zich vestigen die willen verplaatsen uit de kernrandzones of natuurbuffers rondom natuur (Natura 2000 en/of Natuur Netwerk Limburg). In dit gebied komt intensieve veehouderij en de boomteelt voor. Voor de bestaande bedrijven binnen Witveld geldt dat we streven naar een nieuwe balans tussen dierlijke en plantaardige productie, evenals de boomteelt waarbij dus rekening gehouden moet worden met het feit dat dit gebied voor primair voor de intensive veehouderij gereserveerd is. Voor glastuinbouwbedrijven zijn andere gebieden aangewezen en zien we daarom niet als potentiële nieuwe bedrijven in dit gebied. Dit betreft een aanpassing in de Omgevingsvisie.
Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 85
-
In paragraaf . wordt na het kopje ‘Intensieve veehouderij’ een nieuw kopje toegevoegd ‘Gebied itveld’: In het gebied Witveld kunnen bedrijven zich vestigen die willen verplaatsen uit de kernrandzones of natuurbuffers rondom natuur (Natura 2000 en/of Natuur Netwerk Limburg). In dit gebied komt intensieve veehouderij en de boomteelt voor. Voor de bestaande bedrijven binnen Witveld geldt dat we streven naar een nieuwe balans tussen dierlijke en plantaardige productie, evenals de boomteelt waarbij dus rekening gehouden moet worden met het feit dat dit gebied voor primair voor de intensive veehouderij gereserveerd is. Voor glastuinbouwbedrijven zijn andere gebieden aangewezen en zien we daarom niet als potentiële nieuwe bedrijven in dit gebied.
4.41 Zienswijze 41 1.
2.
Samenvatting Het digitaal beschikbare kaartmateriaal is onvoldoende van kwaliteit waardoor, bij het gebruik van de verschillende beschikbare kaartlagen, kleuren vervormen en kleuren ontstaan die helemaal niet in de legenda voorkomen. Namens indiener vraag ik dringend uw aandacht hiervoor en indiener is van mening dat u beter kaartmateriaal beschikbaar zal moeten stellen in een nieuwe ronde en daarbij indiener opnieuw de gelegenheid moet bieden om de positie van zijn bedrijf en de gevolgen van uw visie voor de toekomst van het bedrijf zorgvuldig te kunnen beoordelen.
Indiener begrijpt niet waarom op 24 september 2025 een informatieavond informeert vanuit de gemeenteraad op 24 september 2025. Volgens Indiener hanteert de gemeente niet de juiste volgorde bij het opstellen van de omgevingsvisie. Het zou bestuurlijk zorgvuldig zijn om eerst de informatieavond te organiseren en daarna een ontwerp ter visie te leggen. Ook om deze reden is indiener van mening dat een nieuw ontwerp ter visie hoort te worden gelegd. Deze gang van zaken is bestuurlijk niet zorgvuldig en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur die u als overheid in acht dient te nemen.
Beantwoording De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure. De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken. Wij hebben in het voorjaar 2025 een verdere verdiepingsslag aangebracht in het participatieproces. In maart 2025 was er de mogelijkheid om digitaal inzage te hebben en te reageren op de concept omgevingsvisie. Op 3 juli 2025 hebben we een digitale informatieavond gehouden om de aanpassingen die in de ontwerp omgevingsvisie waren opgenomen. Het ontwerp heeft gedurende 10 weken ter inzage gelegen. Er is weldegelijk sprake van een zorgvuldig proces rondom de totstandkoming van de Omgevingsvisie. De avond van 24 september 2025 is van en voor de gemeenteraad, puur om te horen wat er leeft en om een eigen beeld te vormen.
In de communicatie vooraf en ook tijdens de avond is duidelijk gemaakt dat deze avond geen onderdeel vormt van de formele zienswijzeprocedure die onder ‘de hoede is’ van het college. De inspraakavonden waren een van de middelen en momenten die we als gemeente in hebben gezet om de afgelopen jaren input op te halen onder inwoners zoals u ook op de video’s geplaatst op https://horstaandemaas2040.nl/ Tijdens de verschillende dorpsavonden die in maart zijn georganiseerd zijn er veel open discussies gevoerd. Op dat moment in het proces was er nog 86
meer ruimte voor participatie. Een belangrijk element in goede participatie is dat na een aantal gespreksrondes toegewerkt wordt naar een eindresultaat en de discussie wordt afgesloten. Dan volgt een afwegende fase, hebben we alles goed begrepen en opgeschreven. De terugkoppelsessie is dan ook bedoeld om toe te lichten welke ideeën en opmerkingen er zijn opgehaald bij inwoners en stakeholders. Wij koppelen graag terug welke afweging en keuzes er zijn gemaakt, en waarom. Ook is hier de gelegenheid om vragen te stellen. Zodat men de een goed beeld heeft over de toekomstige inrichting van Horst aan de Maas. Naast de kwantitatieve toets die we eerder hebben gedaan hebben we deze kwalitatieve gesprekken georganiseerd om een beeld te krijgen van de belangen, behoeftes en wensen die spelen bij burgers, bedrijven en belanghebbenden, om op grond hiervan, vanuit het algemeen belang, te kunnen afwegen en kiezen. Naast de ruim 300 inwoners die we tijdens de avonden hebben gesproken hebben we ook 90 stakeholders gesproken en zijn we naar scholen gegaan. Voor wat betreft de opkomst en wat de representativiteit hiervan is verwijs ik u graag naar de wetenschappelijke onderbouwing hiervan. Waaruit blijkt dat dit voor 95% een betrouwbaar beeld geeft: Aan de raadpleging Omgevingsvisie Horst a/d Maas hebben 1.649 inwoners deelgenomen.
Dat lijkt inderdaad weinig als je kijkt naar 42.000 inwoners in de gemeente, maar onderzoekstechnisch gezien is het een fors aantal. Gegeven deze respons en populatiegrootte is de foutmarge 2.4%, bij 95% betrouwbaarheid, dat betekent dat als we vinden dat 60% ergens voór is, dan ligt het werkelijke percentage in de hele gemeente waarschijnlijk tussen de 57.6% en 62.4%. Er is uitgebreid participatie geweest in het voortraject (uitgangspuntennotitie), naar aanleiding van het concept koers document (met belangenbehartigers van het bedrijfsleven en de agrarische sector, extra bijeenkomt voor bedrijven i.s.m. O2) en bij de toetsing van de concept omgevingsvisie. We hebben 5 avonden (op locatie verspreid over heel Horst) en 1 digitale participatieavond georganiseerd en hieraan ook veel publiciteit aan gegeven. Op de website konden mensen ook vragen en opmerkingen kwijt. Wij zijn dan ook van mening dat we voldoende hebben gedaan om participatie mogelijk te maken. Er is dus voldaan aan de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, alsmede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is sprake van zeer zorgvuldige besluitvorming rondom het proces dat doorlopen is (en wordt) voor de Omgevingsvisie. 87
3.
4.
5.
In het ontwerp van de omgevingsvisie is vermeld dat deze visie een onderdeel is van de Omgevingswet. Dat is niet juist. Een omgevingsvisie is gebaseerd op de Omgevingswet. Ook is ten onrechte in de omgevingsvisie vermeld dat de visie voor inwoners en ondernemers geen directe invloed heeft. Ook dit is niet juist. Immers, juist bij de uitvoering van toekomstplannen van een ondernemer heeft de toekomstvisie wél belangrijke gevolgen voor ondernemers. Er is dan wel geen sprake van een rechtstreeks bindend kader, uw gemeente zal de visie echter gaan vertalen in het omgevingsplan en in beleid. Op deze manier is wél sprake van een bindend kader voor belanghebbenden Indiener is van mening dat de ontwerpdocumenten niet ongewijzigd in stand kunnen blijven omdat sprake van strijd met diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Indiener is van mening dat de gemeente Horst aan de Maas de resultaten die de gemeente wil bereiken in kaart brengt maar vervolgens onvoldoende aandacht besteedt aan de wijze waarop deze resultaten worden bereikt en welke middelen worden ingezet. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de ernstige financieel nadelige gevolgen voor indiener wanneer zonder financieel flankerend beleid maatregelen worden genomen zonder rekening te houden met de belanghebbenden, waaronder cliënt, die al vele járen met zijn bedrijf in het gebied is gevestigd.
In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8. Het klopt inderdaad dat de omgevingsvisie geen onderdeel is van de Omgevingswet. Dit dient inderdaad gewijzigd te worden naar ‘De Omgevingsvisie is een uitvloeisel van de Omgevingswet.’ Dit wordt aangepast op pagina 5 van de Omgevingsvisie. Wanneer één zin verder gelezen wordt, staat er het volgende “Op toekomstplannen van inwoners en ondernemers heeft de omgevingsvisie wel invloed.” Hiermee is het onzes inziens voldoende onderschreven dat in bepaalde omstandigheden de Omgevingsvisie wèl direct invloed heeft.
Er wordt niet gemotiveerd hoe, waar en waarom strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook wordt niet gemotiveerd of aangegeven waarom de ontwerpdocumenten niet ongewijzigd in stand kunnen blijven. In tegenstelling tot hetgeen indiener aangeeft, zorgt deze herstructurering in het beleidshuis voor overzicht en helderheid en daarmee een betere rechtszekerheid en tegengaan van willekeur vanuit het betreffende bestuursorgaan richting een burger. In paragraaf 7.4 is ingegaan op het kostenverhaal. Wat betreft nadeelcompensatie: Onder de Omgevingswet bestaat de term ‘planschade’ niet meer. Dit heet voortaan nadeelcompensatie. De wetgever heeft voorzien in diverse bepalingen m.b.t. nadeelcompensatie bij planologische ontwikkelingen zoals bij een wijziging van het omgevingsplan.
6.
7.
‘Het gedachtengoed van positieve gezondheid is gebaseerd op hoe iemand hun eigen gezondheid beleeft’. Zeker nu het volgens de gemeente zo is dat deze begrippen de basis zijn voor alle keuzes die gemaakt zullen worden, is het belangrijk dat deze begrippen duidelijker worden omschreven in het plan. Het is echter niet duidelijk wélke kwaliteit de gemeente wenst te realiseren, binnen welke termijn en op welke manier. Er is sprake van rechtsonzekerheid.
De omgevingsvisie is niet het middel om schaderegelingen te ontwerpen. Nadeelcompensatie maakt geen onderdeel uit van de Omgevingsvisie. Indiener gaat ervan uit dat het hier gaat om een ‘plan’. ij interpreteren dit in deze context niet als Omgevingsplan (bestemmingsplan). Uitwerking van zaken in de Omgevingsvisie wordt gedaan in omgevingsprogramma’s. Waar nodig hebben we begrippen beter gedefinieerd. Zie ook punt 4 voor de verandering van het beleidshuis en haar ruimtelijke instrumenten. De Omgevingsvisie is opgesteld voor 2040. Dit betreft de termijn, 15 jaar.
88
Daar waar de gemeente bevoegd kan zijn, heeft gemeente Horst aan de Maas in haar Omgevingsvisie opgenomen dat de gemeente het principe ‘bodem en water mede sturend’ toepast wanneer een nieuwe functie met haar ruimtegebruik aansluit op de natuurlijke kenmerken van het bodemen watersysteem. Dit principe wordt vervolgens uitgewerkt in de concrete ontwerpprincipes en vier bouwstenen op pagina 85 en 86. Hiermee wordt op enerzijds op een strategische wijze met handvaten voor het vervolg in concrete uitvoering geborgd dat verdere verontreiniging wordt voorkomen. 8.
9.
10.
11.
12.
Indiener is van mening dat de gemeente onvoldoende onderbouwt wat er zal gebeuren met bestaande bedrijvigheid in deze kernrandzones. Het benoemen van een kernrandzone in een omgevingsvisie kan gevolgen hebben voor de waarde van de bedrijven die zijn gesitueerd in de kernrandzone. Deze bedrijven zullen minder goed verkoopbaar zijn. Voorts is niet duidelijk of de gemeente een financieel flankerend beleid heeft voor bedrijven waarvoor beperkingen zullen gaan ontstaan omdat de bestaande bedrijven niet mogen uitbreiden In de visie is niet uitgewerkt hoe omgegaan wordt met gewasbeschermingsmiddelen.
Er wordt bijvoorbeeld aangegeven dat de gemeente “schuifruimte” wil voor het uitbreiden van bedrijven om innovatieve en duurzame ontwikkeling van bedrijven mogelijk te maken. De gemeente geeft echter niet aan op welke wijze de gemeente dit wil bereiken. Indiener is van mening dat wanneer een doel wordt benoemd in een omgevingsvisie dat dan ook moet worden aangegeven op welke wijze dit doel zal worden bereikt De gemeente wil hierbij sturend optreden via het bodem- en watersysteem, de kwaliteit van het landschap en de gemeente wil sturend optreden door te bepalen welke landbouwvormen goed passen in een gebied. De criteria daarvoor zijn echter niet benoemd. Dit kan leiden tot rechtsonzekerheid voor de toekomst. Versterken groen-blauwstructuren binnen en buiten de kernen, en vooral rond natuur(gebieden). Indiener hecht er waarde aan
Er is hiermee geen sprake van rechtsonzekerheid. Zoals duidelijk wordt uit de Omgevingsvisie blijven bestaande rechten gewoon bestaan voor agrarische bedrijven. Wanneer bijvoorbeeld een intensieve veehouderij in 250 meter van een dorpskern ligt, dan mag deze blijven ondernemen volgens de bestaande rechten. Daarbij is het mogelijk om binnen de bestaande rechten in te breiden, waardoor bijvoorbeeld verduurzamingskwesties of het verlagen van milieu-uitstoot nog steeds doorgevoerd kan worden door de betreffende veehouderij.
Op pagina 68 wordt richting gegeven aan het standpunt ‘Gewasbeschermingsmiddelen’. Zoals ook in de Omgevingsvisie vermeld, willen wij als gemeente niet te ver vooruitlopen op uitspraken van rechters en onderzoek dat loopt rondom gewasbeschermingsmiddelen. We sluiten nu aan bij de landelijke beleidslijn en moedigen ondernemers evenals innovaties aan daar waar het mogelijk is. Wanneer de landelijke beleidslijn noopt tot verandering dan zullen wij hier in de uitvoering van plannen rekening houden in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie Zie punt 4 Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan, zo ook een programma voor bedrijvigheid, waarin de revitalisering evenals de ‘schuifruimte’ verder vorm wordt gegeven.
Zie beantwoording punt 7.
Er wordt niet nader gemotiveerd, welke mogelijke gevolgen voor welke specifieke situatie. We kunnen hier dan ook geen uitspraak over doen. 89
13.
14.
15.
dat bij de uitvoering van dit beleid aandacht wordt besteed aan de mogelijke gevolgen voor zijn specifieke situatie. Een omgevingsvisie hoort zonder meer een fasering te bevatten zodat de belanghebbenden weten wat zij en op welk moment zij de uitvoering van de omgevingsvisie kunnen verwachten. Immers, de visie zal worden vertaald in een omgevingsplan en in beleid. Niet duidelijk is waanneer dit zal gebeuren. De omgevingsvisie is dus niet concreet. Indiener is van mening dat wanneer de omgevingsvisie wordt gewijzigd ook de effectrapportage moet worden aangepast. Zeker nu de omgevingsvisie naar mening van Indiener moet worden aangepast, behoudt hij zich de rechten voor om, na aanpassing van de omgevingsvisie, te reageren op de Omgevingseffectrapportage. De locatie van indiener is gelegen in de kernrandzone rondom de kern Horst. Het glastuinbedrijf ligt in deze kernrandzone, hoe kan nu nog sprake zijn van een toekomstbestendige onderneming.
Zie punt 4
Tegen een omgevingsvisie staat geen beroep open. Een omgevingsvisie bindt alleen het bestuursorgaan dat de visie heeft opgesteld. Dit is dus niet mogelijk.
In de kernrandzone komen de kernen en het land in de toekomst nog meer bij elkaar. We willen ook dat in deze zone de woon- en leefomgeving beter wordt. Dat betekent niet dat functies zich niet verder kunnen ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we samen voor een steeds gezondere woon, en leefomgeving. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Voor een glastuinbouwlocatie in de kernrandzone blijft hetgeen dat nu mogelijk is ook mogelijk maar de ontwerpvisie is ingericht om in de toekomst andere functies mogelijk te maken. De uitbreiding van glastuinbouw is hierdoor niet mogelijk op deze locatie. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk. : De raad heeft in 2023 de herbegrenzing voor de glastuinbouw vastgesteld. De gemeente heeft hiermee de nieuwe contouren vastgesteld gemaakt voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor de glastuinbouw in de gemeente. Uiteraard blijven we de ontwikkelingen in de diverse agrarische sectoren, waaronder de glastuinbouw volgen.
Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - Op pagina 5 van de Omgevingsvisie wordt het volgende gewijzigd: ‘De Omgevingsvisie is een uitvloeisel van de Omgevingswet.’ - In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8.
90
4.42 Zienswijze 42 1.
2.
Samenvatting In de plattegrond op pagina 79 van de Omgevingseffectrapportage behorende bij de Omgevingsvisie is er zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van de kern van Meterik een rode lijn getekend die aangeeft: dorp niet uitbreiden vanwege aanwezige waarden. Er is door de huidige bebouwing helemaal geen sprake van zichtlijnen, die zijn er niet meer. Kijkend naar de ambities de Omgevingsvisie aangaande de woningbouw is inbreiden in de kern van Meterik niet tot nauwelijks mogelijk. Uitbreiden in de 250 meter ontwikkelzones is aan de zuidkant van Meterik tot aan het voetbalterrein zeker mogelijk, vanaf de Speulhofsbaan richting Horst, met op termijn misschien zelfs de mogelijkheid aan te sluiten bij de huidige nieuwbouw in de Afhang. Hierdoor zou Meterik een buitenwijk van Horst zijn, met alle voorzieningen binnen een korte afstand. We hebben een initiatief om ongeveer 8000 m2 geschikt te maken voor de bouw van voornamelijk starterswoningen en levensloopbestendige woningen. Daarnaast nog kleinere woningen waar tegen die tijd behoefte aan is. Het bestaande perceel met de bestaande woning en bebouwing willen we dan gelijktijdig herontwikkelen.
Beantwoording De rode lijn rondom de kern zijn correct weergeven. Aan de noordzijde Meterik staat de rode lijn om de landschappelijke en én cultuurhistorische waarde van het Meteriks veld (openheid, kruisbeelden en in dit specifieke geval de molen) van het veldenlandschap te waarborgen. De veldenlandschappen zijn kenmerkend vanwege het open en weids karakter. In de omgevingsvisie sturen we hier op het behoud van deze waarde. Daarnaast zijn de veldenlandschappen bij uitstek geschikt voor vollegrond landbouw (en worden daar ook voor aangewezen. Aan de zuidzijde van Meterik ligt de aanduiding ‘beekdal’. Deze aanduiding is overgenomen vanuit het provinciale beleid. Grootschalige woningbouw in beekdalen is vanuit grote opgaven die we hebben niet wenselijk
Een exact antwoord kunnen wij niet geven op de gestelde vraag, omdat de Omgevingsvisie een document op hoofdlijnen. Voor concretere initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan dienst een procedure te worden doorlopen in het geval aan het initiatief medewerking verleend kan worden. Afhankelijk van de aard en de omvang van het initiatief betreft het een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) of een wijziging Omgevingsplan. U kunt hiervoor een informatieverzoek indienen bij de gemeente. Indien het initiatief voorstelbaar wordt geacht kan het initiatief verder worden uitgewerkt op haalbaarheid, waarna eventueel de ruimtelijke procedure kan worden gestart. Dergelijke zaken worden veelal uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan en/of omgevingsvergunning.
Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
4.43 Zienswijze 43 1.
Samenvatting Indiener maakt bezwaar op alles in de omgevingsvisie die zorgen voor verandering en daarmee een negatief gevolg kan hebben op de bedrijfsvoering en eigendommen van bovengenoemde bedrijven.
Beantwoording Zienswijze indiener maakt niet duidelijk hoe zijn/haar belangen geraakt worden. In de verdere uitwerking van een Omgevingsvisie, al dan niet in programma, Omgevingsplan of omgevingsvergunning dient o.a. rekening gehouden met de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals de Omgevingswet voorschrijft.
Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 91
4.44 Zienswijze 44 1.
Samenvatting Indiener geeft aan hoe het bedrijf een lokale bijdrage levert door o.a. het bedienen van lokale klanten in de directe omgeving, de betrokkenheid van medewerkers die ook uit de directe omgeving komen en de lokale binding van het bedrijf en hoe hier op een toekomstbestendige manier aan gewerkt is en wordt. Echter maakt indiener zich over het volgende hierbij wel zorgen: wordt in de Omgevingsvisie rekening gehouden met een goede ontsluiting van het bedrijf in de toekomst?
Beantwoording De praktische uitvoering van ‘mobiliteit’ en de keuzes van routes wordt in nauwe afstemming met de belanghebbenden uitgewerkt in één of meerdere uitvoeringsprogramma's. In het mobiliteitsprogramma zijn hiervoor een aantal maatregelen opgenomen die hier verdere uitwerking aan geven. Hierbij wordt gekeken hoe de belangen van bewoners, agrariërs en vervoerders in balans kunnen worden gebracht. Hierbij heeft verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers de prioriteit.
Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
4.45 Zienswijze 45 1.
2.
Een deel van het perceel heeft al ruim 100 jaar een woonbestemming binnen het buitengebied en wordt ook als zodanig gebruikt. De aanwijzing van dit gebied als zone voor woningbouw is in strijd met het geldende ruimtelijke beleid en het huidige gebruik. Er is geen sprake van leegstand, functieverlies of herstructureringsnoodzaak die deze herbestemming zou rechtvaardigen. De voorgestelde woningbouwontwikkeling zal leiden tot een onherstelbare aantasting van het open, groene karakter van het buitengebied. De rust, landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit in dit deel van de gemeente zullen hiermee ernstig worden geschaad. Dit tast ook onze woon- en leefkwaliteit direct aan.
De Omgevingsvisie is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Het Omgevingsplan wijzigt niet met de procedure van de Omgevingsvisie. Er is dan ook geen sprake van een herbestemming van uw perceel.
De Omgevingsvisie zegt enkel en alleen dat het logisch is om aansluiting te zoeken bij de bestaande kernen met de nieuwbouw van eventuele woningen. Hoe en waar de woningbouw exact plaatsvindt, dat dient verder uitgewerkt te worden in andere ruimtelijke instrumenten, bijvoorbeeld een programma Wonen of een herziening van het Omgevingsplan. Daar gaat de Omgevingsvisie niet over. Er is dus geen sprake van een voorgestelde woningbouwontwikkeling en daarmee ook geen sprake van een onherstelbare aantasting van het open groene karakter van het buitengebied. Er wordt in de kernrandzone mede gestuurd op een gezonde en veilige leefomgeving op negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu. In deze gebieden wordt gestuurd op groen, ruimte om te bewegen waarbij rekening gehouden wordt met de kenmerken van het kampen en veldenlandschap. Woningbouw is passend in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is een aanduiding ‘zoekgebied uitbreiding’ opgenomen in dit overgangsgebied. De Omgevingsvisie zegt over het ‘zoekgebied uitbreiding’ dat voor nieuwe woningen voorkeur geven aan het verdichten van de bestaande dorpsstructuren. Zodat niet onnodig landschap wordt ‘opgeofferd’ voor ‘rood’. 92
Wanneer verdichten niet zorgt voor voldoende woningen om aan de lokale woningbehoefte te kunnen voldoen, dient gekeken te worden naar uitbreiding van woningbouw tegen de bestaande kernen binnen de gemeente. Uitbreiden van woningbouw in de kernrandzone, in het buitengebied, hangt af van het aanbod dat wordt bepaald door demografische veranderingen en de woningbehoefte per dorp. Daarbij moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van woningen over alle kernen binnen gemeente Horst aan de Maas. Ieder geval is dus maatwerk en volgt daarmee zijn eigen procedure.
3.
Bovendien is het onwenselijk dat Horst aan de Maas in de visie wordt gepositioneerd als forensisch woongebied voor stedelijke regio’s zoals Nijmegen, Eindhoven en Venlo. De zienswijze wordt beargumenteerd met het overbelaste net, CO2-reductiebeleid, strijd duurzame ladder voor verstedelijking, demografische afname bevolkingsgroei.
Het is dus niet zo dat de ‘zoekgebieden uitbreiding’ helemaal volgebouwd worden met woningen. Er wordt maatwerk geleverd daar waar sprake is van een bepaalde woningbehoefte per dorp i.c.m. doelgroep i.c.m. een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (artikel 4.1 Omgevingswet). De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, ook in onze gemeente. In elke dorpskern is er behoefte aan nieuwe woningen. Tegelijkertijd ervaren we dat onze gemeente vanwege de prachtige omgeving en gunstige ligging aantrekkelijk is voor mensen uit de regio. Het aantal inwoners groeit als gevolg van binnenlandse (Woningzoekende uit Venlo, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen) en buitenlandse (denk aan arbeidsmigratie) migratie. Bij het bepalen van de woningbouwopgave houden we hier rekening mee, we willen zorgen dat er genoeg woningen gebouwd worden zodat onze eigen inwoners een plek hebben om te wonen. Om dit te verduidelijken wordt de Omgevingsvisie aangepast. Het stuk hierboven cursief vermeld vervangt de bestaande tekst in paragraaf 3.1.2.