CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.45.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

landschappelijke of cultuurhistorische waarden ten behoeve van grondgebonden landbouw’.

13.

14.

15.

16.

17.

18.

In dat geval worden meteen de landschappelijke of cultuurhistorische waarden aangetast. Het gebied ten Oosten van Sevenum is goed geschikt voor landbouw. Daarom pleiten wij ervoor om tussen de bewoners van bijvoorbeeld de Zeeweg een groot gedeelte landbouw te houden en open te houden. Dit is samen met de groenbuffer een overgangsgebied tussen Greenport en de bewoners. Hierdoor blijft een gedeelte van het landelijke karakter van het gebied behouden De visie op Logistiek 2040 en Glastuinbouw 2040 mist, eveneens als de visie op de snelle ontwikkeling van Artificial Intelligence. Dit is belangrijk, omdat deze thema’s direct de sturing op arbeidsmigranten regelt. Kleinschalig toerisme is een goede toevoeging, maar massatoerisme leidt tot overlast. aximeer de aantallen ‘toerisme’, zorg voor een goede bescherming van de natuur in Park de Peelbergen, eveneens als de compensatie van de boskap die gerealiseerd moet worden. De gemeente heeft jaren geleden het Schone Lucht Akkoord ondertekent, dat aangeeft dat de gemeente de WHO-grenswaarden van luchtvervuiling wil aanhouden. Op dit moment worden deze WHO-grenswaardes in onze gemeente overschreden.

Wij stellen voor om een concreet programma te ontwikkelen waarmee de WHO-grenswaardes als maximum gesteld worden De gemeente dient een plan te ontwikkelen waarbij duidelijk wordt gewaarborgd dat er voldoende voorzieningen (school, leraren) beschikbaar zijn in relatie tot de woningbouw opgave. Ook dient in dit plan aangegeven te worden hoe de tandheelkundige zorg en voldoende ziekenhuiszorg is geregeld. Wij stellen voor om een plan op te stellen op welke manieren er systematisch gewerkt zal gaan worden, door bedrijven, overheid en inwoners, om het energieverbruik terug te dringen. De indiener van de zienswijze is het volstrekt oneens met het feit dat de Omgevingsvisie stuurt op het ‘Het extra bouwen om de woningdruk vanuit de regio Eindhoven en Nijmegen op te vangen, vooral in Horst en evenum’ en ‘Het zijn van bouwkoploper van de provincie Limburg, waarbij we trots zijn op deze positie en deze positie vast willen houden.’ Dit staat haaks op het in balans sturen op (economische) groei met aandacht voor gezondheid, milieu en eigen inwoners’.

deze Omgevingsvisie. In de kaart is aangegeven waar teeltondersteunende voorzieningen onder voorwaarden mogelijk zijn. Een van de belangrijke voorwaarden is, zoals ook vastgelegd in het gemeentelijk beleid, dat teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan ter plaatse van belangrijke landschappen waar sprake is van cultuurhistorische of landschappelijke kenmerken. Dit is momenteel niet opgenomen in de Omgevingsvisie en wordt als nieuw kopje ‘Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen’ na het kopje ‘Ruimte voor boomteelt’ toegevoegd. In regionaal verband zal een economische visie worden ontwikkeld, waarbij aandacht zal zijn voor de genoemde thema's. Dergelijke grootschalige ontwikkelingen beperken zich niet tot de gemeentegrens. Het gemeentelijk economisch programma zal hier ook aandacht voor hebben. Zie 25.3. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan.

Zie 25.3. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Dit geldt ook voor het programma ‘luchtkwaliteit’.

We onderschrijven de noodzaak van de beschikbaarheid van het voorzieningenniveau algemeen, voor onze inwoners. We willen dit waar mogelijk ook zeker terug laten komen in het Volkshuisvestingsprogramma dat momenteel voorbereid wordt. Parallel aan het proces voor de Omgevingsvisie wordt momenteel gewerkt een energieprogramma (nadere beleidsregels zijn dit in feite). Dergelijke zaken worden verder uitgewerkt in deze stukken. Dit is ongelukkig opgeschreven in de Omgevingsvisie. De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, ook in onze gemeente. In elke dorpskern is er behoefte aan nieuwe woningen. Tegelijkertijd ervaren we dat onze gemeente vanwege de prachtige omgeving en gunstige ligging aantrekkelijk is voor mensen uit de regio. Het aantal inwoners groeit als gevolg van binnenlandse (Woningzoekende uit Venlo, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen) en buitenlandse denk aan arbeidsmigratie) (migratie. Bij 57

het bepalen van de woningbouwopgave houden we hier rekening mee, we willen zorgen dat er genoeg woningen gebouwd worden zodat onze eigen inwoners een plek hebben om te wonen. Om dit te verduidelijken wordt de Omgevingsvisie aangepast. Het stuk hierboven cursief vermeld vervangt de bestaande tekst in paragraaf 3.1.2. 19.

De indiener van de zienswijze is verheugd dat er aandacht is voor groen (moet minimaal 10%) bij het ontwikkelen van een projectgebied. Daarnaast wil indiener graag verduidelijking in welk belang prioriteit heeft in een kernrandzone qua functie, cultuurhistorisch landschap of een andere functie. Naar de mening van de indiener van de zienswijze dient dit het cultuurhistorisch landschap te zijn omdat dit maar éénmalig is.

20.

In omgevingsvisie staat dat er een vertakking van een leiding moet komen moet vanuit Greenport. Voor het transporteren van waterstof. Dit zal een gigantische impact hebben op omgeving en natuur. De vraag is sowieso wat is het nut van deze leiding? Wij stellen voor om dit goed te onderzoeken en de impact af te wegen tegen de eventuele voordelen.

Zoals reeds verwerkt in de Omgevingsvisie zien we (cultuurhistorisch) erfgoed als een belangrijk onderdeel van een levend en functionerend landschap. Daarom kijken we goed naar de plek waar het erfgoed staat. Bij nieuwe plannen letten we niet alleen op het gebouw of het object zelf, maar ook op de omgeving waarin het staat. We kijken naar de samenhang tussen het gebouw en het landschap eromheen. Een voorbeeld hiervan zijn de Kasteelse Bossen. Daar gaat het niet alleen om de ruïne van het oude kasteel, maar ook om de kasteelboerderij en het bos dat erbij hoort. Alles samen vertelt het verhaal van die plek. Hiermee wordt rekening gehouden bij nieuwe plannen. In de omgevingsvisie staat dat er een kans is om een verbinding te maken tussen de Delta Rhine Corridor en Greenport Venlo (t.b.v. duurzame mobiliteit). De omgevingsvisie is niet het instrumenten dat iets zegt over de haalbaarheid en realisatiekansen. Wij realiseren ons dat dit een grote impact kan hebben en dat dit uiterst complex is. Als deze kansen zich daadwerkelijk voordoen, zal de nadere uitwerking daarvan via een apart programma (Zie hoofdstuk 6 voor een nadere duiding van de programma's) worden uitgewerkt. De gemeente is niet het bevoegd gezag van de Delta Rhine Corridor.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Paragraaf 3.4.2: Na het kopje ‘Ruimte voor boomteelt’ wordt een nieuw kopje ‘Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen’ toegevoegd om het strategisch standpunt rondom dit thema te verduidelijken. - Paragraaf 3.1.2: De Omgevingsvisie wordt aangepast door het stuk cursief vermeld in de beantwoordingskolom wordt toegevoegd tussen ‘ e bouwen ook een beetje extra om de druk van de regio indhoven en Nijmegen deels op te vangen’ en ‘De meest groei komt in en rondom de kern Horst en evenum’.

4.26 Zienswijze 26 1.

Samenvatting De gemeente geeft aan in het peellandschap te streven naar laagproductief agrarisch grondgebruik. In het gehele Peellandschap is op dit moment niet of nauwelijks sprake van deze teelten. In de toelichting wordt ook aangegeven dat deze vorm van landbouw moet economisch haalbaar zijn voor de ondernemer. Juist de hoogproductieve en efficiënte landbouw is op dit moment economisch gezien

Beantwoording Er is veel onduidelijkheid over de termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw. De definities worden als volgt aangepast in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie: - De term laagproductieve landbouw komt éénmalige voor in de Omgevingsvisie. We concluderen dat de term meer verward, dan helderheid geeft. Daarom hebben we deze term geschrapt uit de Omgevingsvisie. Daar 58

veruit het meest interessant. Laagproductieve landbouw moet het vooral hebben van subsidie om zich enigszins te kunnen redden. Daarmee is geen sprake van een duurzaam verdienmodel en is laagproductieve landbouw niet mogelijk in het Peellandschap. De definitie laagproductieve landbouw is daarmee niet handig gekozen en we willen deze graag verhelderd zien in de Omgevingsvisie, omdat dit de kapstok vormt voor het uitwerken van verder beleid zoals beschreven wordt in de Omgevingsvisie.

-

waar gesproken wordt van natuurinclusieve landbouw, kan laagproductieve landbouw gelezen worden. De term laagproductieve landbouw is daarmee overbodig. Voor de term ‘hoogproductieve landbouw’ geldt hetzelfde, ook deze term zorgt voor verwarring. Ook deze definitie wordt geschrapt.

In feite bedoelen we hiermee het sturen op de verdere verduurzaming van de landbouwsector in de brede zin van het woord. Hierbij kan gedacht worden aan kringlooplandbouw als algeheel systeem. Dit kan ook op maatregel niveau zijn door het stimuleren van driftreducerende spuittechnieken, toepassing van precisielandbouw, het stimuleren van de toepassing van weerbare teeltsystemen, het sturen op emissiearme landbouw. Dit wordt landelijk evenals provinciaal onderschreven wordt en ook verder beleid op gevoerd wordt. De gemeente sluit hier graag op aan. De termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw zijn uit de integrale tekst verwijderd. De termen die resteren (bijvoorbeeld intensieve veehouderij, grondgebonden, niet-grondgebonden) blijven we wel hanteren in de Omgevingsvisie.

2.

In de ontwerp Omgevingsvisie is niets terug te vinden is van dit voorkeursscenario ‘gedeelde peel’ of dat er een voorbehoud wordt gemaakt voor nadere/latere invulling van dit gedeelte van de Omgevingsvisie. De relatie van dit project tussen de Omgevingsvisie dient verduidelijkt te worden.

De Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 is een strategische visie voor de gehele gemeente op hoofdlijnen. De onderzoeken die in de gedeelde Peel worden uitgevoerd zijn een uitwerking van deze Omgevingsvisie De scenario studies en voorkeursvarianten die binnen de gedeelde peel worden uitgevoerd zijn bouwstenen voor de programma’s die onder de visie (gebiedsgericht) worden uitgewerkt. In hoofdstuk 2 en 6 van de omgevingsvisie is de relatie tot de Gebiedsgerichte aanpak Gedeelde Peel opgenomen. De Gedeelde Peel is een Gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 6 is een extra toelichting opgenomen over de status van een gebiedsgerichte uitwerking.

3.

4.

5.

In het geval van het Natura 2000-gebied de Deurnsche Peel, Mariapeel gaat het in beginsel om een zone van 500 meter omdat De Peel als extra belangrijk beschouwd wordt. De Wageningen Universiteit heeft met het begrip hoogproductieve landbouw de melkveehouderij onder omstandigheden ook als intensieve veehouderij aangewezen. Klopt het met het gebruik van het begrip ‘hoogproductieve landbouw’ in de Omgevingsvisie dat de gemeente Horst aan de Maas nu elke melkveehouderij ziet als een intensieve vorm van veehouderij. Het lijkt erop dat het besef ontbreekt dat behoud van grasland alleen kan met behoud

Dat klopt inderdaad gezien de gebiedsgerichte opgaven die hier spelen is gekozen voor een grotere natuurbuffer. Zie 26.1.

Grazers zoals rundvee hebben we nodig om grasland te behouden. Dat is een feit en blijft ook zo. 59

6.

van graasdieren. Dit meest belangrijke aspect wordt hier niet benoemd. Er zijn (landelijk) reeds voldoende signalen dat een belangrijk negatief neveneffect van de diverse opkoopregelingen voor de veehouderij ten vermindering van Stikstofuitstoot een forse afname van het graslandareaal hebben en een intensivering van het grondgebruik. Om grasland te behouden heb je dus graasdieren nodig. Je zult dus in deze gebieden een bepaalde hoeveelheid stikstofuitstoot moeten accepteren om dit graslanddoel te behalen. Er wordt ook een kanttekening gemaakt over de paardenhouderij en dat deze relatief weinig stikstofuitstoot. Deze conclusie is terecht, echter als je een substantiële hoeveelheid grasland wilt behouden heb je een gezonde melkveesector in het gebied nodig. Geef bedrijven die met een gewenste functie op de juist plek zitten dan ook de ruimte om te ontwikkelen.

7.

Ben er je van bewust dat de eerste optie, natuurinclusie met korte kringlopen en lokale producten een nichemarkt is. Het gros van de bedrijven produceert voor de reguliere markt, plat gezegd: "datgene wat de inwoners van ons land iedere week bij de supermarkt kopen."

8.

Drie Kooienweg en de aanliggende bebouwing aangeduid zijn aangeduid als een 'Historisch ensemble'. In de toelichting wordt vervolgens niet of nauwelijks ingegaan op de gevolgen van het aanbrengen van deze aanduiding. Waarom is dit zo, kan dit verduidelijkt worden in de Omgevingsvisie.

9.

De gebieden met de daar bijbehorende functies op pagina 19 van de Omgevingsvisie zijn niet

Minder koeien per hectare, is ook minder bemesting van het gras nodig. Minder dieren kunnen een groter areaal aan grasland begrazen waarbij als bijkomende voordeel een kruidenrijk grasland ontstaat dat beter het water vast kan houden en goed positief werkt op de biodiversiteit. In omgevingsprogramma's (zoals de gebiedsgerichte aanpak Gedeelde Peel) werken we verder uit hoe de gemeente kan sturen op het behoud van dit grasland en daarmee voorkomen dat het veronderstelde negatief effect van de diverse regelingen een forse afname van het graslans tot gevolg heeft. Dit laatste wordt door ons overigens niet ontkent en zien we op dit moment inderdaad gebeuren. Hiervoor zijn echter ook kaders en sturing van de rijks- en provinciale overheid voor nodig. Die ontbreken op dit moment. Zie hoofdstuk 7 van de omgevingsvisie voor de relatie met (uitvoerings)programma's. De Omgevingsvisie geeft veelal de juiste bedrijven op de juiste plek de mogelijkheid de ruimte om zich te ontwikkelingen wanneer zij voldoen aan de wet- en regelgeving. Een uitzondering hiervoor geldt voor de intensieve veehouderij en de glastuinbouw. Voor deze agrarische takken gelden verzwaarde regels. Vollegrondsteeltbedrijven of bijvoorbeeld boomtelers kunnen wanneer zij voldoen aan de eisen voor een gezonde leefomgeving ondernemen in het kernrandgebied.

In het buitengebied blijven de mogelijkheden zoals ze nu gelden min of meer hetzelfde. Echter zaken van buitenaf zoals de jurisprudentie rondom gewasbeschermingszones, maar ook het strikter worden van het gebruik van (kunst)mest zijn zaken die veelal Europees en landelijk geregeld worden waar we in mee moeten in een bepaalde vorm. Hoe hierin meegegaan moet worden, dat wordt onderzocht in het programma en/of de wijziging van het omgevingsplan. Wanneer wordt gesteld dat een niche altijd een niche zal blijven, dan blijft dit ook zo. Wel zien we dat een nichemarkt zich vaak ontpopt en doorontwikkeld richting de reguliere markt. Om de toekomst voor de lange termijn zeker te stellen, zullen er veranderingen plaats moeten vinden richting 2040 en wellicht daarna. Hier sorteert de Omgevingsvisie op voor. De ambities bij de historische ensembles zijn terug te vinden in paragraaf .6 ‘Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed’. De wijze waarop we hier invulling en uitvoering aan geven is terug te vinden in het vastgestelde Programma Erfgoed, kaart ensembles en paragraaf 4.4.2 in dit programma. De betreffende aanduiding is niet nieuw, maar overgenomen uit bestaand beleid. Daarbij is de inhoudelijke afweging voor historische ensembles gedaan in het programma Erfgoed dat recentelijk is vastgesteld.

De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van 60

goed afgebakend en onduidelijk. De begrenzing moet duidelijker.

10.

11.

"Om dit te bereiken, gaan we als gemeente een energievisie opstellen." In paragraaf 3.7.6 wordt vermeld dat de gemeente een energievisie zal opstellen. Wij verzoeken u om hieraan toe te voegen dat tot het moment dat deze is vastgesteld het Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas houdende regels omtrent Kader Opwekking Duurzame Elektriciteit (KODE) van 25-12-2020 geldt en wordt toegepast. Aan oppervlakte die nodig is om de duurzaamheidsambities van 2040 te kunnen voldoen, kunnen dan 2 extra functies worden toegevoegd: 1) water vasthouden door infiltratie om een stabieler hoger grondwaterniveau in de Mariapeel te verkrijgen om de natuurdoelen te halen 2) water vastgehouden door wateropslag waardoor er water beschikbaar komt voor de agrarische sector in de Bufferzone ten tijde van droge periode, waardoor er minder (grond)wateronttrekkingen nodig zijn, wat een bijdrage kan leveren tot een stabieler (hoger) grondwaterniveau in de Mariapeel. Dit zorgt ervoor dat agrariërs in de bufferzone een beter toekomstperspectief krijgen Pagina 86-87: "In eerder beleid hebben we afgesproken dat we in Horst aan de Maas 30% van de totale energievraag duurzaam willen opwekken..." Wij verzoeken u om te verduidelijken dat het hier gaat om 30% van de totale verwachte energievraag in 2030.

een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure. De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken. Het staat buiten kijf dat vigerend beleid (KODE) geldig is tot er nieuw beleid is/wordt vastgesteld. Dit hoeft dus niet toegevoegd te worden. De ambities die genoemd worden met betrekking tot ‘water vasthouden’ landen niet in duurzaamheidsbeleid, maar wordt verder onderzocht en opgepakt met de Gebiedsgerichte Aanpak Gedeelde Peel.

In het kader van de voorbereidingen die voor het Energieprogramma worden gedaan is sprake van voortschrijdend inzicht en wordt deze zin geheel verwijderd en gewijzigd naar: ‘In 2040 willen we 50% minder energie verbruiken dan in referentiejaar 2017 en we willen 60% van de totale energie opwekken als duurzame elektriciteit.’ i.p.v. ‘in Horst aan de aas % in , duurzaam moet worden opgewekt.’

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - In paragraaf 3.4 en hoofdstuk 7 ‘Definities’ zijn de termen hoogproductieve landbouw en laagproductieve landbouw geschrapt. - In paragraaf .7.6 wordt de volgende zin verduidelijkt: ‘In willen we 5 % minder energie verbruiken dan in referentiejaar 2017 en we willen 60% van de totale energie opwekken als duurzame elektriciteit.’ i.p.v. ‘in Horst aan de aas % in , duurzaam moet worden opgewekt.

61

4.27 Zienswijze 27 1.

Samenvatting Kijkend naar de ambities in het rapport over de woningbouw is inbreiden in de kern van Meterik niet tot nauwelijks mogelijk. Uitbreiden in de 250 meter ontwikkelzones is aan de zuidkant van Meterik tot aan het sportpark zeker mogelijk, vanaf de Speulhofsbaan richting Horst, met op termijn misschien zelf de mogelijkheid aan te sluiten bij de huidige nieuwbouw in de Afhang. Hierdoor zou Meterik een buitenwijk van Horst zijn, met alle voorzieningen binnen een korte afstand. Dit vinden wij niet wenselijke en dienen daarom deze zienswijze in.

Beantwoording De Omgevingsvisie zegt enkel en alleen dat het logisch is om aansluiting te zoeken bij de bestaande kernen met de nieuwbouw van eventuele woningen. Hoe en waar de woningbouw exact plaatsvindt, dat dient verder uitgewerkt te worden in andere ruimtelijke instrumenten, bijvoorbeeld een programma Wonen of een herziening van het Omgevingsplan. Daar gaat de Omgevingsvisie niet over. Woningbouw is passend in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is een aanduiding ‘zoekgebied uitbreiding’ opgenomen in dit overgangsgebied. De Omgevingsvisie zegt over het ‘zoekgebied uitbreiding’ dat voor nieuwe woningen voorkeur geven aan het verdichten van de bestaande dorpsstructuren. Zodat niet onnodig landschap wordt ‘opgeofferd’ voor ‘rood’. Wanneer verdichten niet zorgt voor voldoende woningen om aan de lokale woningbehoefte te kunnen voldoen, dient gekeken te worden naar uitbreiding van woningbouw tegen de bestaande kernen binnen de gemeente. Uitbreiden van woningbouw in de kernrandzone, in het buitengebied, hangt af van het aanbod dat wordt bepaald door demografische veranderingen en de woningbehoefte per dorp. Daarbij moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van woningen over alle kernen binnen gemeente Horst aan de Maas. Ieder geval is dus maatwerk en volgt daarmee zijn eigen procedure.

2.

Er is geen onderbouwing van de 250 m-zone in de visie. In de provinciale visie staat een zone van 100 m. Het legt een claim op goede agrarische grond, wij vinden dat ook binnen die zone normaal goed agrarisch gebruik mogelijk moet zijn.

Het is dus niet zo dat de ‘zoekgebieden uitbreiding’ helemaal volgebouwd worden met woningen. Er wordt maatwerk geleverd daar waar sprake is van een bepaalde woningbehoefte per dorp i.c.m. doelgroep i.c.m. een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (artikel 4.1 Omgevingswet). Er is geen sprake van een dermate omvangrijke categorische uitsluiting zoals omschreven wordt in de zienswijze. De gebruiksmogelijkheden worden nu al erg ingeperkt vanuit de landelijke politiek (redactionele toevoeging: evenals Europese richtlijnen), en de bescherming van de aspecten stikstof, geur, water, bodem, gezondheid, alsook de rechtspraak rondom spuitzones.’ Zoals duidelijk wordt uit de Omgevingsvisie blijven bestaande rechten gewoon bestaan voor agrarische bedrijven. Wanneer bijvoorbeeld een intensieve veehouderij in 250 meter van een dorpskern ligt, dan mag deze blijven ondernemen conform de bestaande rechten. Daarnaast is inbreiding binnen deze zone 62

weldegelijk mogelijk voor een intensieve veehouderij. Op deze wijze kan een agrarisch ondernemer toch toekomstbestendig blijven sturen binnen zijn bedrijf. De afstanden die de provincie heeft gebruikt in haar ontwerp POVI wijken af van veel reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies binnen provincie Limburg. Dit komt doordat provincie Limburg de brede afweging maakt provincie breed. Wij kijken op gemeenteniveau. De kernrandzones zijn een zoek- en ontwikkelgebied voor o.a. woningbouw en menging van functies. Een zone van 100 m is te weinig voor een nieuwe woonwijk, indien gewenst, of om meer functies goed ruimtelijk in te passen. Wij vinden de provinciale zonering geen recht doen aan de lokale structuur en behoefte van onze gemeente. Daar waar de provinciale zonering niet overeenkomt met de gemeentelijke zonering, hebben verschillende Limburgse gemeenten dan ook gezamenlijk zienswijze ingediend tegen de POVI. Beide documenten binden alleen de opsteller en daar waar je kan afstemmen op elkaar heeft dat natuurlijk de voorkeur. De POVI niet bindend voor de gemeente, enkel bindend voor de provincie zelf. De POVI wijkt af van bijvoorbeeld landelijk beleid, maar ook van reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies.

3.

Onze zienswijze is dat zwaar verkeer inderdaad zoveel mogelijk uit de dorpskernen wordt geweerd. Ons bezwaar richt zich met name op de tekst “waar het kan”. Daarmee kan de gemeente te gemakkelijk zeggen dat er helaas niets mogelijk is. Het is te vrijblijvend. Waar dat nu niet kan zal dat alsnog mogelijk gemaakt moeten worden door aanpassing van bestaande of aanleg van nieuwe wegen. Probleem is echter dat dan de recreatieve functie van de wegen in het buitengebied in het gedrang komt. Voor wandelaars en fietsers wordt het nog onveiliger dan het nu op sommige plekken al is. Wegen in het buitengebied zijn veelal niet geschikt voor zwaar verkeer.

De GOVI is enkel bindend voor de gemeente, niet de provincie. Dit betekent dat de gemeente een eigen lokale afweging kan maken die beter bij de Horster maat past dan een POVI. Dit resulteert in een verschil van zonering, in het geval van Horst een kernrandgebied van 250 meter, in plaats van 100 meter. Zwaar verkeer, zoals vracht- en agrarisch vervoer, leiden we waar het kan om de kernen heen. Dit is een van de uitgangspunten uit de omgevingsvisie die geldt voor alle kernen. Het verplaatsen van verkeersstromen heeft impact zowel binnen als buiten de kernen. De praktische uitvoering hiervan en de keuzes van routes wordt in nauwe afstemming met de belanghebbenden uitgewerkt in één of meerdere uitvoeringsprogramma's. In het mobiliteitsprogramma zijn hiervoor een aantal maatregelen opgenomen die hier verdere uitwerking aan geven. Hierbij wordt gekeken hoe de belangen van bewoners, agrariërs en vervoerders in balans kunnen worden gebracht. Hierbij heeft verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers de prioriteit.

In is een convenant “ eelruit” opgesteld waarin wegbeheerders, transportsector, en 63

4.

politiemaatregelen voorstellen voor regulering van zwaar verkeer. Hier is volgens ons echter niets mee gedaan. Door de vrijblijvendheid van de visie vrezen we dat er weer niets gedaan wordt aan de reeds jaren bestaande en nog steeds toenemende overlast van zwaar verkeer in onze dorpskern. Bebouwing in het buitengebied is ontstaan als resultaat van kleinschalige landbouw. Er werden her en der boerderijen gebouwd. Een voorbeeld is de lintbebouwing aan de Schaak in Meterik. Omdat de landbouw zich de laatste 25 jaar heel anders heeft ontwikkeld, worden veel voormalige boerderijen op dit moment bewoond door gestopte agrariërs of gewone burgers. Soms hebben die boerderijen al de bestemming wonen gekregen, maar velen nog niet. •

•

• • •

Er wordt in de zienswijzen ingegaan op verschillende soorten woonvormen in combinatie met hun woonrechten. Woonrechten worden niet geregeld in de Omgevingsvisie maar o.a. het Omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan), de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Huisvestingsverordening. De Omgevingsvisie is hiervoor niet de juiste plaats.

Geef in de omgevingsvisie expliciet aan dat alle bewoners in het buitengebied hun huidige woonrechten behouden los van de huidige bestemming van het pand zijnde wonen of agrarisch. En dat er een mogelijkheid is de bestemming van agrarisch te wijzigen naar wonen of voormalige bedrijfswoning (voorheen plattelandswoning). De bewoner in het buitengebied moet, net als andere bewoners, het woonrecht hebben, de woning kunnen splitsen of een mantelzorgwoning kunnen plaatsten. Ons verzoek betreft bewoners van bestaande bebouwing. Deze rechten zouden ook over moeten gaan op nieuwe inwoners bij verkoop of splitsing van gebouwen. Hanteer ook het begrip ‘voormalige bedrijfswoning’ in de visie

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

4.28 Zienswijze 28 1.

Samenvatting Wij zijn van mening dat het door het bijzondere karakter van Griendtsveen, woningbouw op “grote” schaal binnen de huidige woonkern (bebouwde kom) geen recht doet aan dit dorpskarakter. En zouden daarom graag zien dat Griendtsveen zou kunnen uitbreiden naar de randen van het dorp.

Beantwoording De vraag rondom woningbouw in Griendtsveen wordt bemoeilijkt doordat het dorp een beschermd dorpsgezicht is, tegen Natura 2000-gebied, tegen de spoorlijn en op de grens van een andere gemeente en provincie. Dit volgt ook uit de kaart die bij paragraaf 3.2 ‘ oningen en voorzieningen naar behoefte’ hoort.

Temeer we daar ook een nieuw groen woongebied zouden kunnen maken, die recht doet aan de leefomgeving van het dorp.

In feite komt het erop neer dat door al deze (wettelijke) limiteringen enkel inbreiding de enige optie is voor het dorp Griendtsveen. Hoe invulling gegeven kan worden aan de woonopgave voor 64

Daarnaast is het uitbreiden van de woonkern ook uitermate geschikt voor de hoofdstructuren van het dorp, t.w. lintbebouwingen het blijvend historisch karakter van het dorp. De hoofdontsluitingswegen en hoofdentrees van het dorp zullen hierdoor geen aanpassingen behoeven.

Griendtsveen, wordt verder uitgewerkt in onder andere het Volkshuisvestingsprogramma. Inbreiding aan de rand lijkt op uitbreiding maar is nog steeds binnen de contouren

Voor Griendtsveen is het van belang dat woningbouw zowel via inbreiding als uitbreiding mogelijk wordt. Eerdere studies hebben aangetoond dat het vinden van geschikte ontwikkelruimte bijzonder lastig is, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

4.29 Zienswijze 29 1.

2.

Samenvatting In hoofdstuk is de “Visiekaart” opgenomen. Deze is dermate onduidelijk en onoverzichtelijk dat in zijn geheel niet te herleiden is welke visies/aanduidingen op bouwkavels en percelen aangebracht zijn. Het verzoek van indiener is dan ook om een veel eenduidigere visiekaart uit te werken die ten minste digitaal beschikbaar is op een kadastrale ondergrond.

De functies wonen, groen, sport, bedrijvigheid wringen in de kernrandzone met elkaar. Binnen deze gebieden is van oorsprong nu eenmaal sprake van een mix van functies waarbij door de beperkte onderlinge afstand bijna elke ontwikkeling maatwerk is. Indiener vreest dan ook dat het aanbrengen van de kernrandzone zijn bedrijfsvoering op die locatie wel degelijk gaat beperken omdat de nadruk in deze zones meer en meer gaat verschuiven van agrarisch naar andere functies waaronder met name wonen.

Beantwoording De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure. De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken. De gebruiksmogelijkheden worden nu al erg ingeperkt vanuit de landelijke politiek (redactionele toevoeging: evenals Europese richtlijnen), en de bescherming van de aspecten stikstof, geur, water, bodem, gezondheid, alsook de rechtspraak rondom spuitzones.’ Zoals duidelijk wordt uit de Omgevingsvisie blijven bestaande rechten gewoon bestaan voor agrarische bedrijven. Wanneer bijvoorbeeld een intensieve veehouderij in 250 meter van een dorpskern ligt, dan mag deze blijven ondernemen conform de bestaande rechten. Daarnaast is inbreiding binnen deze zone weldegelijk mogelijk voor een intensieve veehouderij.

Op deze wijze kan een agrarisch ondernemer toch toekomstbestendig blijven sturen binnen zijn bedrijf. Door middel van een kernrandzone (een straal van 250 meter rondom dorpen) worden geen nieuwe plannen toegestaan die schadelijk zijn voor de gezondheid. at voor een ‘plannen’ dit zijn moet 65

volgen uit planprocedures die concreet doorlopen worden in relatie tot een wijzigings(besluit) voor een Omgevingsplan of een omgevingsprogramma (thematisch of op gebiedsniveau). Voor een niet-intensieve veehouder of een nietglastuinbouwer, dus bijvoorbeeld een boomkweker of een vollegrondsteeltbedrijf is onder de geldende voorwaarden uitbreiding mogelijk binnen de kernrandzone.

3.

Hoe denkt de gemeente de bedrijfseconomische schade te vergoeden die voortkomt uit de Omgevingsvisie aan de ondernemer.

Gemeente Horst aan de Maas probeert waar mogelijk voor de agrarische bedrijven in het veelzijdig landschap mee te denken onder die voorwaarden, maar daar waar het niet mogelijk is, stellen we dit ook duidelijk. Juist om valse verwachtingen te voorkomen richting agrarische ondernemers in relatie tot de beperkingen die van vele hoeken nu voor de veehouderij worden opgelegd. Onder de Omgevingswet bestaat de term ‘planschade’ niet meer. Dit heet voortaan nadeelcompensatie. De wetgever heeft voorzien in diverse bepalingen m.b.t. nadeelcompensatie bij planologische ontwikkelingen zoals bij een wijziging van het omgevingsplan.

4.

5.

6.

In paragraaf 3.7.3 van de toelichting wordt ingegaan op de overgangszones natuurgebieden. De gemeente kiest ervoor om rondom de zeer kwetsbare natuurgebieden een natuurbuffer aan te leggen. Indiener vreest echter dat binnen deze zone op termijn ook op andere vlakken striktere normen gaan gelden. Niet duidelijk is hoe een ondernemer moet beoordelen wat de aanduidingen voor zijn bedrijf betekenen op de betreffende locatie. Waar de grenzen liggen moeten we maar gokken. Ieder gebiedstype heeft zijn eigen doelen in de Visie. Op deze manier geeft deze visie totaal geen houvast, zowel niet voor de ondernemer als voor de gemeente. Als de ondernemer wil ontwikkelen, aan welk doel moet hij en/of de gemeente dan toetsen

Het overwegende merendeel van de bedrijven binnen de gemeente Horst aan de Maas kan op basis van deze definitie onder hoogproductieve landbouw ondergebracht worden, zo ook het bedrijf van cliënt. Dienen dan alle agrarische bedrijven in Horst aan de Maas richting 2040 te extensiveren? Beseft de gemeente zich dat dat

De omgevingsvisie is niet het middel om schaderegelingen te ontwerpen. Nadeelcompensatie maakt geen onderdeel uit van de Omgevingsvisie. Dit is een voortzetting van de beleidslijn voor de extensiveringsgebieden die reeds zijn vastgelegd in de (nu nog) geldende Structuurvisie 2013, het bestemmingsplan Buitengebied (onherroepelijk per 19 december 2017) in de Omgevingsvisie. Deze beleidslijn schrijft voor dat bestaande rechten worden gerespecteerd, maar uitbreiding niet is toegestaan. Het gebied oude bouwland in dit gebied is van cultuurhistorisch belang. En is er sprake van een beekdal met Langevenscheloop. Het beter vasthouden van water en het natuurvriendelijk inrichten van deze beekdalen in het gebied zijn belangrijke doelen. Het gebied is verder gelegen in een gebied waar het verbinden van dorpen en natuur een van de acties is waar gemeente Horst aan de Maas 2040 mee aan de slag wil. Daarnaast zijn teeltondersteunende voorzieningen mogelijk en loopt er ten oosten van de kaart nog net een klein stukje glastuinbouwconcentratiegebied. De rode cirkel ligt niet in het concentratiegebied. Er is veel onduidelijkheid over de termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw. De definities worden als volgt aangepast in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie: - De term laagproductieve landbouw komt éénmalige voor in de Omgevingsvisie. We concluderen dat de term meer verward, dan 66

in nagenoeg alle gevallen financieel niet haalbaar is?

-

helderheid geeft. Daarom hebben we deze term geschrapt uit de Omgevingsvisie. Daar waar gesproken wordt van natuurinclusieve landbouw, kan laagproductieve landbouw gelezen worden. De term laagproductieve landbouw is daarmee overbodig. Voor de term ‘hoogproductieve landbouw’ geldt hetzelfde, ook deze term zorgt voor verwarring. Ook deze definitie wordt geschrapt.

In feite bedoelen we hiermee het sturen op de verdere verduurzaming van de landbouwsector in de brede zin van het woord. Hierbij kan gedacht worden aan kringlooplandbouw als algeheel systeem. Dit kan ook op maatregel niveau zijn door het stimuleren van driftreducerende spuittechnieken, toepassing van precisielandbouw, het stimuleren van de toepassing van weerbare teeltsystemen, het sturen op emissiearme landbouw. Dit wordt landelijk evenals provinciaal onderschreven wordt en ook verder beleid op gevoerd wordt. De gemeente sluit hier graag op aan.

7.

8.

9.

Uit de Omgevingsvisie valt op te maken dat de gemeente zichzelf wil gaan zien als een “groene” en vrijwel “emissieloze” gemeente. Op het moment dat een bedrijf een ontwikkeling door wil maken, zoals een vergroting van het bouwvlak of het deels wijzigen van het gebruik, zal blijken dat dat in de praktijk niet haalbaar is. Op basis van de “zelfbindendheid” van deze visie voor de gemeente kan de gewenste ontwikkeling van het bedrijf dan niet doorgaan. Dat houdt in dat het bedrijf in de bestaande vorm voortgezet wordt. Vraag is of dit bedrijf dan op termijn nog perspectief heeft om voort te bestaan. Welke mogelijkheden zijn er straks om te reageren op de uitkomsten van deze uitvoeringsprogramma’s? Het zou zomaar kunnen zijn dat hiertegen geen zienswijzen of bezwaar ingediend kunnen worden en dat de ondernemer wel de (negatieve) consequenties gaat ervaren. Recent heeft de Provincie Limburg de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) bekendgemaakt. In hoeverre is er in de gemeentelijke Omgevingsvisie rekening gehouden met de zoneringen uit de POVI? In de gemeentelijke visie worden er overgangsgebieden toegevoegd, die voor beperkingen zullen leiden in de bedrijfsvoering. Hoe kan het dat de Provincie een behoorlijk andere kijk heeft dan de gemeente?

De termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw zijn uit de integrale tekst verwijderd. De termen die resteren (bijvoorbeeld intensieve veehouderij, grondgebonden, niet-grondgebonden) blijven we wel hanteren in de Omgevingsvisie. Zie beantwoording zienswijze 29, punt 2.

In artikel 3.5 is vastgelegd dat het college een programma vaststelt. Daarbij is het college verplicht om gehoor te geven aan artikel 10.8 Omgevingsbesluit wat betreft participatie. In dit proces kunnen ondernemers weldegelijk inbreng hebben bij een programma. De afstanden die de provincie heeft gebruikt in haar ontwerp POVI wijken af van veel reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies binnen provincie Limburg. Dit komt doordat provincie Limburg de brede afweging maakt provincie breed. Wij kijken op gemeenteniveau. De kernrandzones zijn een zoek- en ontwikkelgebied voor o.a. woningbouw en menging van functies. 67

Een zone van 100 m is te weinig voor een nieuwe woonwijk, indien gewenst, of om meer functies goed ruimtelijk in te passen. Wij vinden de provinciale zonering geen recht doen aan de lokale structuur en behoefte van onze gemeente. Daar waar de provinciale zonering niet overeenkomt met de gemeentelijke zonering, hebben verschillende Limburgse gemeenten dan ook gezamenlijk zienswijze ingediend tegen de POVI. Beide documenten binden alleen de opsteller en daar waar je kan afstemmen op elkaar heeft dat natuurlijk de voorkeur. De POVI niet bindend voor de gemeente, enkel bindend voor de provincie zelf. De POVI wijkt af van bijvoorbeeld landelijk beleid, maar ook van reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies. De GOVI is enkel bindend voor de gemeente, niet de provincie. Dit betekent dat de gemeente een eigen lokale afweging kan maken die beter bij de Horster maat past dan een POVI. Dit resulteert in een verschil van zonering, in het geval van Horst een kernrandgebied van 250 meter, in plaats van 100 meter. Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - In paragraaf 3.4 en hoofdstuk 7 ‘Definities’ zijn de termen hoogproductieve landbouw en laagproductieve landbouw geschrapt.

4.30 Zienswijze 30

1.

Samenvatting

Beantwoording

In de visie wordt dit gebied sterk gekoppeld aan functies als natuur, landbouw en recreatie. Dat is begrijpelijk, maar de economische rol van lokale bedrijven zoals het mijne lijkt onderbelicht. Het is voor mij van groot belang dat er voldoende ontwikkelruimte blijft voor uitbreiding en innovatie, ook buiten de grotere bedrijventerreinen voor lichte bedrijvigheid zoals dat van ons. Die juist minimale belasting voor de omgeving meeneemt. Dit dient verduidelijkt te worden in de Omgevingsvisie.

We delen deze mening daarom hebben we een stuk opgenomen over de mogelijkheden voor solitaire bedrijven binnen de gemeente Horst aan de Maas Het volgende stuk is toegevoegd aan paragraaf 3.3.3 het buitengebied en de kernrandzone liggen op di In verse locaties solitaire kleinere bedrijven. Deze bedrijven zijn vaak klein en aan een woonlocatie gekoppeld. Bedrijven zonder veel personeel die een lokale functie hebben door de diensten die ze leveren en de werkgelegenheid die ze geven. Vaak voor mensen in de eigen omgeving. We vinden het belangrijk dat deze bedrijfslocaties kunnen blijven bestaan en zien tegelijkertijd dat door groei van sommige bedrijven de impact groter wordt. Daarom staan we solitaire bedrijfslocaties in de kernrandzone en/of het buitengebied toe mits de impact en omvang binnen bepaalde grenzen blijft. In een omgevingsprogramma of beleid werken we dit de komende tijd verder uit.

68

2.

3.

4.

Zonder voldoende ruimte om te groeien en zonder duidelijke vestigingsmogelijkheden voor kleine en middelgrote installatiebedrijven kan de gemeente haar eigen duurzaamheidsdoelen niet halen. In de visie ligt de nadruk op Greenport en de grotere economische clusters. Het risico bestaat dat het lokale mkb daardoor in de verdrukking komt, omdat kavels en faciliteiten vaak gericht zijn op grotere spelers. Dit bemoeilijkt de doorgroei van kleinere, innovatieve bedrijven die Juist de lokale gemeenschap versterken. Daarnaast moeten de investeringen die (opnieuw) gedaan moeten worden op deze bedrijventerreinen ook nog maar haalbaar zijn

Dit maatschappelijke kapitaal verdient een plek in de afwegingen van de gemeente, omdat het direct bijdraagt aan de vitaliteit van de samenleving. Wanneer bedrijven zoals wij die nauw verbonden zijn met het dorp geacht worden het dorp te verlaten om zich verplicht te vestigen op bedrijventerreinen buiten het dorp zal dit het verenigingsleven en daarmee de leefbaarheid van het dorp ook aantasten op den duur.

Zie beantwoording zienswijze 30, punt 1.

Zie beantwoording zienswijze 30, punt 1 en 2. Zoals vermeld op pagina 58 en 59 willen we in de toekomst verschillende soorten bedrijventerreinen, elk met een eigen profiel. Zo maken we ruimte voor zowel kleine, lichte bedrijvigheid als voor grotere en zwaardere bedrijven. Tegelijk willen we zuinig omgaan met de ruimte die we hebben. Nieuwe uitbreiding van bedrijventerreinen is op ons grondgebied straks afgerond, met de ontwikkeling van Greenport (Klaver 7 en 11). Na deze uitbreiding willen we nieuwe ruimte voor bedrijven op een andere manier vinden, namelijk door: • Bedrijventerreinen op te knappen en beter te benutten (revitalisering). • en werk-, leer- en leefgebied te ontwikkelen rond het OV-knooppunt Horst-Sevenum. • anvullend aanbod bedrijvigheid te realiseren in kernranden en de bebouwde kom Hieraan wordt één punt toegevoegd in de Omgevingsvisie - Het vitaal en toekomstbestendig houden van solitaire bedrijfslocaties die op de juiste plek liggen binnen onze gemeente. Hiervoor heeft de gemeente zeker aandacht. Op pagina 58 onder het kopje ‘Blijvende aandacht voor revitalisering bedrijventerreinen’ wordt uiteengezet hoe bedrijven met een maatschappelijk ‘kapitaal’ de ruimte krijgen. Het is verder ook niet gezegd dat het bedrijf moet verplaatsen. Het is alleen gebonden aan de mogelijkheden zoals die er liggen vanuit het omgevingsplan zijn.

De genoemde binding met het dorp kan daarmee in stand blijven.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Aan paragraaf 3.3.3 is een bullet toegevoegd: Het vitaal en toekomstbestendig houden van solitaire bedrijfslocaties die op de juiste plek zitten. Deze is verder uitgewerkt onder het gelijknamige kopje en toegevoegd als laatste alinea vóór 3.3.4. - In paragraaf 3.4 en hoofdstuk 7 ‘Definities’ zijn de termen hoogproductieve landbouw en laagproductieve landbouw geschrapt.

4.31 Zienswijze 31 1.

Samenvatting De Omgevingsvisie roept bij ons veel vragen en zorgen op, met name over de vele en vaak vage buffer- en overgangszones die worden voorgesteld. De grote hoeveelheid zones leidt

Beantwoording De gebruiksmogelijkheden worden nu al erg ingeperkt vanuit de landelijke politiek (redactionele toevoeging: evenals Europese richtlijnen), en de bescherming van de aspecten stikstof, geur, water, 69

tot onduidelijkheid over de precieze grenzen op onze locatie.

bodem, gezondheid, alsook de rechtspraak rondom spuitzones.’ Op pagina 68 wordt richting gegeven aan het standpunt ‘Gewasbeschermingsmiddelen’. Zoals ook in de Omgevingsvisie vermeld, willen wij als gemeente niet te ver vooruitlopen op uitspraken van rechters en onderzoek dat loopt rondom gewasbeschermingsmiddelen. We sluiten nu aan bij de landelijke beleidslijn en moedigen ondernemers evenals innovaties aan daar waar het mogelijk is. Wanneer de landelijke beleidslijn noopt tot verandering dan zullen wij hier in de uitvoering van plannen rekening houden in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie Zoals duidelijk wordt uit de Omgevingsvisie blijven bestaande rechten gewoon bestaan voor agrarische bedrijven. Wanneer bijvoorbeeld een intensieve veehouderij in 250 meter van een dorpskern ligt, dan mag deze blijven ondernemen conform de bestaande rechten. Daarnaast is inbreiding binnen deze zone weldegelijk mogelijk voor een intensieve veehouderij. Op deze wijze kan een agrarisch ondernemer toch toekomstbestendig blijven sturen binnen zijn bedrijf. Door middel van een kernrandzone (een straal van 250 meter rondom dorpen) worden geen nieuwe plannen toegestaan die schadelijk zijn voor de gezondheid.

at voor een ‘plannen’ dit zijn moet volgen uit planprocedures die concreet doorlopen worden in relatie tot een wijzigings(besluit) voor een Omgevingsplan of een omgevingsprogramma (thematisch of op gebiedsniveau). In de Omgevingsvisie hebben we dit verder verduidelijkt.

2.

Zover ik kan zien staat ons bedrijf niet eens meer op deze kaart.

Gemeente Horst aan de Maas probeert waar mogelijk voor de agrarische bedrijven in het veelzijdig landschap mee te denken onder die voorwaarden, maar daar waar het niet mogelijk is, stellen we dit ook duidelijk. Juist om valse verwachtingen te voorkomen richting agrarische ondernemers in relatie tot de beperkingen die van vele hoeken nu voor de veehouderij worden opgelegd. De Omgevingsvisie is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Het Omgevingsplan wijzigt niet met de procedure van de Omgevingsvisie. Er is dan ook geen sprake van een herbestemming van uw perceel. De kaart van de Omgevingsvisie is niet bedoeld functie (zoals uw bedrijf) toe te bedelen zoals dit gebeurt met een Omgevingsplan.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

70

4.32 Zienswijze 32 1.

2.

3.

Samenvatting In hoofdstuk is de “Visiekaart” opgenomen. Deze is dermate onduidelijk en onoverzichtelijk dat in zijn geheel niet te herleiden is welke visies/aanduidingen op bouwkavels en percelen aangebracht zijn. Het verzoek van indiener is dan ook om een veel eenduidigere visiekaart uit te werken die ten minste digitaal beschikbaar is op een kadastrale ondergrond.

De aanduidingen die op de percelen liggen zijn niet met elkaar te verenigen. Intensieve, hoogwaardige teelten in het gebied gaan niet samen met het koppelen van natuurgebieden en natuurinclusieve landbouw. Indiener vreest dat binnen deze zone op termijn striktere normen gaan gelden zoals op het gebied van bemesting en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Conform het gemeentelijke TOV-beleid is de locatie namelijk gelegen in een zogenaamde “witte vlek”. Dit zijn de gebieden waar juist de ruimte is voor teeltondersteunende voorzieningen. Dit past niet bij een aanduiding als ’overgangszone natuurgebied’. Bedrijven die voorlopig niet meer hoeven te ‘bewegen’ en hun bedrijfsvoering de komende 10 tot 15 jaar ongewijzigd kunnen voortzetten hebben niet of nauwelijks last van de nieuwe regels (althans, vermeld wordt dat bestaande rechten worden gerespecteerd). Een bedrijf dat zich wel door wil ontwikkelen in eenzelfde gebied krijgt daar mogelijk de kans niet meer toe. Als het bedrijf op basis van de visie van de gemeente niet langer meer als passend te beschouwen is binnen dat gebied dan moet een bedrijf zich verplaatsen, zo komt het over.

Beantwoording De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure. De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken. De aanduiding op de visiekaart om hier het dorp te verbinden met de natuurgebieden hoeft geen negatieve effecten op het bedrijf te hebben. De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen aan waar een aantrekkelijke verbinding tussen het dorp en de natuur wenselijk is. Dit heeft geen gevolgen voor bestaande rechten van bedrijven. Hetgeen indiener stelt, klopt niet. Volgens het geldende TOV-beleid ligt locatie van indiener niet in een toekomstbestendige locatie (zogenaamde witte vlek). Deze locatie is aangeduid als een waardevol cultuurlandschap. De Omgevingsvisie is hierdoor in overeenstemming met hetgeen in het gemeentelijk beleid staat.

Er is weldegelijk (duurzame) ontwikkelingsruimte voor agrarische bedrijven. We merken dat veel onduidelijkheid over de termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw (zie ook volgende beantwoording). In feite bedoelen we in onze visie dat we sturen op de verdere verduurzaming van de landbouwsector in de brede zin van het woord. Hierbij kan gedacht worden aan kringlooplandbouw als algeheel systeem. Dit kan ook op maatregelniveau zijn door het stimuleren van driftreducerende spuittechnieken, toepassing van precisielandbouw, het stimuleren van de toepassing van weerbare teeltsystemen, het sturen op emissiearme landbouw. Dit wordt landelijk evenals provinciaal onderschreven wordt en ook verder beleid op gevoerd wordt. De gemeente sluit hier graag op aan. De termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw zijn uit de integrale tekst verwijderd. De termen die resteren (bijvoorbeeld intensieve veehouderij, grondgebonden, niet-grondgebonden) blijven we wel hanteren in de Omgevingsvisie. 71

4.

5.

6.

Het overwegende merendeel van de bedrijven binnen de gemeente Horst aan de Maas kan op basis van deze definitie onder hoogproductieve landbouw ondergebracht worden, zo ook het bedrijf van cliënt. Dienen dan alle agrarische bedrijven in Horst aan de Maas richting 2040 te extensiveren? Beseft de gemeente zich dat dat in nagenoeg alle gevallen financieel niet haalbaar is?

Uit de Omgevingsvisie valt op te maken dat de gemeente zichzelf wil gaan zien als een “groene” en vrijwel “emissieloze” gemeente. Op het moment dat een bedrijf een ontwikkeling door wil maken, zoals een vergroting van het bouwvlak of het deels wijzigen van het gebruik, zal blijken dat dat in de praktijk niet haalbaar is. Op basis van de “zelfbindendheid” van deze visie voor de gemeente kan de gewenste ontwikkeling van het bedrijf dan niet doorgaan. Dat houdt in dat het bedrijf in de bestaande vorm voortgezet wordt. Vraag is of dit bedrijf dan op termijn nog perspectief heeft om voort te bestaan. Recent heeft de Provincie Limburg de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) bekendgemaakt. In hoeverre is er in de gemeentelijke Omgevingsvisie rekening gehouden met de zoneringen uit de POVI? In de gemeentelijke visie worden er overgangsgebieden toegevoegd, die voor beperkingen zullen leiden in de bedrijfsvoering. Hoe kan het dat de Provincie een behoorlijk andere kijk heeft dan de gemeente?

Er is veel onduidelijkheid over de termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw. De definities worden als volgt aangepast in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie: - De term laagproductieve landbouw komt éénmalige voor in de Omgevingsvisie. We concluderen dat de term meer verward, dan helderheid geeft. Daarom hebben we deze term geschrapt uit de Omgevingsvisie. Daar waar gesproken wordt van natuurinclusieve landbouw, kan laagproductieve landbouw gelezen worden. De term laagproductieve landbouw is daarmee overbodig. - Voor de term ‘hoogproductieve landbouw’ geldt hetzelfde, ook deze term zorgt voor verwarring. Ook deze definitie wordt geschrapt. De termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw zijn uit de integrale tekst verwijderd. De termen die resteren (bijvoorbeeld intensieve veehouderij, grondgebonden, niet-grondgebonden) blijven we wel hanteren in de Omgevingsvisie. Zie 32.4.

De afstanden die de provincie heeft gebruikt in haar ontwerp POVI wijken af van veel reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies binnen provincie Limburg. Dit komt doordat provincie Limburg de brede afweging maakt provincie breed. Wij kijken op gemeenteniveau. De kernrandzones zijn een zoek- en ontwikkelgebied voor o.a. woningbouw en menging van functies. Een zone van 100 m is te weinig voor een nieuwe woonwijk, indien gewenst, of om meer functies goed ruimtelijk in te passen. Wij vinden de provinciale zonering geen recht doen aan de lokale structuur en behoefte van onze gemeente. Daar waar de provinciale zonering niet overeenkomt met de gemeentelijke zonering, hebben verschillende Limburgse gemeenten dan ook gezamenlijk zienswijze ingediend tegen de POVI. Beide documenten binden alleen de opsteller en daar waar je kan afstemmen op elkaar heeft dat natuurlijk de voorkeur. De POVI niet bindend voor de 72

gemeente, enkel bindend voor de provincie zelf. De POVI wijkt af van bijvoorbeeld landelijk beleid, maar ook van reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies. De GOVI is enkel bindend voor de gemeente, niet de provincie. Dit betekent dat de gemeente een eigen lokale afweging kan maken die beter bij de Horster maat past dan een POVI. Dit resulteert in een verschil van zonering, in het geval van Horst een kernrandgebied van 250 meter, in plaats van 100 meter. Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - In paragraaf 3.4 en hoofdstuk 7 ‘Definities’ zijn de termen hoogproductieve landbouw en laagproductieve landbouw geschrapt.

4.33 Zienswijze 33 1.

Samenvatting In hoofdstuk is de “Visiekaart” opgenomen. Deze is dermate onduidelijk en onoverzichtelijk dat in zijn geheel niet te herleiden is welke visies/aanduidingen op bouwkavels en percelen aangebracht zijn. Het verzoek van indiener is dan ook om een veel eenduidigere visiekaart uit te werken die ten minste digitaal beschikbaar is op een kadastrale ondergrond.

Beantwoording De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure. De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken.

2.

Gezien de hoogteligging van het perceel is er ter plaatse van de bestaande bebouwing geen sprake van een beekdal. Daarom is het verzoek om de begrenzing van het beekdal te beperken tot maximaal de omvang zoals opgenomen in de POVI. Hiermee komt de locatie meer te liggen in de velden/kampen in de Omgevingsvisie en is in overeenstemming met de POVI.

De aanduiding van het beekdal is correct in zowel in de POVI als de GOVI. gaat over de achterste helft van het perceel. De provincie is bevoegd gezag voor het aanwijzen van begrenzingen van het beekdal/ de groenblauwe mantel en/of groenblauwe landbouwzone. In de gemeentelijke Omgevingsvisie worden deze begrenzingen gevolgd.

3.

De functies wonen, groen, sport, bedrijvigheid wringen in de kernrandzone met elkaar. Binnen deze gebieden is van oorsprong nu eenmaal sprake van een mix van functies waarbij door de beperkte onderlinge afstand bijna elke ontwikkeling maatwerk is. Indiener vreest dan ook dat het aanbrengen van de kernrandzone zijn bedrijfsvoering op die locatie wel degelijk gaat beperken omdat de nadruk in deze zones

De Omgevingsvisie zegt enkel en alleen dat het logisch is om aansluiting te zoeken bij de bestaande kernen met de nieuwbouw van eventuele woningen. Hoe en waar de woningbouw exact plaatsvindt, dat dient verder uitgewerkt te worden in andere ruimtelijke instrumenten, bijvoorbeeld een programma Wonen of een herziening van het Omgevingsplan. Daar gaat de Omgevingsvisie niet over. Er is dus geen sprake van een voorgestelde 73

meer en meer gaat verschuiven van agrarisch naar andere functies waaronder met name wonen.

woningbouwontwikkeling en daarmee ook geen sprake van een onherstelbare aantasting van het open groene karakter van het buitengebied. Er wordt in de kernrandzone mede gestuurd op een gezonde en veilige leefomgeving op negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu. In deze gebieden wordt gestuurd op groen, ruimte om te bewegen waarbij rekening gehouden wordt met de kenmerken van het kampen en veldenlandschap. Woningbouw is passend in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is een aanduiding ‘zoekgebied uitbreiding’ opgenomen in dit overgangsgebied. De Omgevingsvisie zegt over het ‘zoekgebied uitbreiding’ dat voor nieuwe woningen voorkeur geven aan het verdichten van de bestaande dorpsstructuren. Zodat niet onnodig landschap wordt ‘opgeofferd’ voor ‘rood’. Wanneer verdichten niet zorgt voor voldoende woningen om aan de lokale woningbehoefte te kunnen voldoen, dient gekeken te worden naar uitbreiding van woningbouw tegen de bestaande kernen binnen de gemeente. Uitbreiden van woningbouw in de kernrandzone, in het buitengebied, hangt af van het aanbod dat wordt bepaald door demografische veranderingen en de woningbehoefte per dorp. Daarbij moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van woningen over alle kernen binnen gemeente Horst aan de Maas. Ieder geval is dus maatwerk en volgt daarmee zijn eigen procedure.

Het is dus niet zo dat de ‘zoekgebieden uitbreiding’ helemaal volgebouwd worden met woningen. Er wordt maatwerk geleverd daar waar sprake is van een bepaalde woningbehoefte per dorp i.c.m. doelgroep i.c.m. een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (artikel 4.1 Omgevingswet). De Omgevingsvisie geeft veelal de juiste bedrijven op de juiste plek de mogelijkheid de ruimte om zich te ontwikkelingen wanneer zij voldoen aan de wet- en regelgeving. Een uitzondering hiervoor geldt voor de intensieve veehouderij en de glastuinbouw. Voor deze agrarische takken gelden verzwaarde regels. Vollegrondsteeltbedrijven of bijvoorbeeld boomtelers kunnen wanneer zij voldoen aan de eisen voor een gezonde leefomgeving ondernemen in het kernrandgebied. In het buitengebied blijven de mogelijkheden zoals ze nu gelden min of meer hetzelfde. Echter zaken van buitenaf zoals de jurisprudentie rondom gewasbeschermingszones, maar ook het strikter worden van het gebruik van (kunst)mest zijn zaken die veelal Europees en landelijk geregeld worden waar we in mee moeten in een bepaalde vorm. Hoe hierin meegegaan moet 74

worden, dat wordt onderzocht in het programma en/of de wijziging van het omgevingsplan. Het feit dat het gebied in een kernrandzone - waarbij gestuurd wordt op een gezonde leefomgeving - ligt, wil dus niet zeggen dat agrarische bedrijfsvoering onmogelijk is. Het gebied gaat dus niet op slot voor agrarische activiteiten, maar stelt wel verzwaarde eisen aan met name de intensieve veehouderij en glastuinbouw in deze kernrandgebieden. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk. Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

4.34 Zienswijze 34 1.

2.

3.

4.

Samenvatting In deze zone liggen de jonge ontginningsgronden. Grote rechthoekige blokken met goede zandgronden. Op deze gronden kun je alles telen. Daarom ben ik van mening dat we in de Omgevingsvisie anders om moeten gaan met de landbouwers in de bufferzone. Niet van alles afnemen of verplichtingen opleggen, maar de blijvers kansen bieden. De 60 diersoorten, die er in 1976 zaten en zijn waargenomen, zitten er nu in 2025 nog allemaal en doen het erg goed. Het gaat dus goed in de Peel. Wel is het actief hoogveen (van 150 m2) verdwenen in 2018 door klimaatverandering (opwarming van de aarde). Hoogstwaarschijnlijk komt dit ook niet meer terug, omdat de Mariapeel het zuidelijkste hoogveengebied is Zorg in het gebied waar perceel van indiener ligt bijvoorbeeld voor verduurzamingskansen, een zonnepark van 200 hectare, maar wel met dubbelfunctiegebruik. Bouw daaronder een waterbassin met gesloten bodem, dit zorgt voor tegendruk voor het Natura 2000 gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16253536/2