CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.45.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

4.

Wij zijn als direct belanghebbenden op geen enkel moment actief betrokken bij participatie of overleg over de toekomstige ontwikkeling van dit gebied. Dit is in strijd met de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, als mede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De inspraakavonden waren een van de middelen en momenten die we als gemeente in hebben gezet om de afgelopen jaren input op te halen onder inwoners zoals u ook op de video’s geplaatst op https://horstaandemaas2040.nl/ Tijdens de verschillende dorpsavonden die in maart zijn georganiseerd zijn er veel open discussies gevoerd. Op dat moment in het proces was er nog meer ruimte voor participatie. Een belangrijk element in goede participatie is dat na een aantal gespreksrondes toegewerkt wordt naar een eindresultaat en de discussie wordt afgesloten. Dan volgt een afwegende fase, hebben we alles goed begrepen en opgeschreven. De terugkoppelsessie is dan ook bedoeld om toe te lichten welke ideeën en opmerkingen er zijn opgehaald bij inwoners en stakeholders. Wij koppelen graag terug welke afweging en keuzes er zijn gemaakt, en waarom. Ook is hier de gelegenheid om vragen te stellen. 93

Zodat men de een goed beeld heeft over de toekomstige inrichting van Horst aan de Maas. Naast de kwantitatieve toets die we eerder hebben gedaan hebben we deze kwalitatieve gesprekken georganiseerd om een beeld te krijgen van de belangen, behoeftes en wensen die spelen bij burgers, bedrijven en belanghebbenden, om op grond hiervan, vanuit het algemeen belang, te kunnen afwegen en kiezen. Naast de ruim 300 inwoners die we tijdens de avonden hebben gesproken hebben we ook 90 stakeholders gesproken en zijn we naar scholen gegaan. Voor wat betreft de opkomst en wat de representativiteit hiervan is verwijs ik u graag naar de wetenschappelijke onderbouwing hiervan. Waaruit blijkt dat dit voor 95% een betrouwbaar beeld geeft: Aan de raadpleging Omgevingsvisie Horst a/d Maas hebben 1.649 inwoners deelgenomen. Dat lijkt inderdaad weinig als je kijkt naar 42.000 inwoners in de gemeente, maar onderzoekstechnisch gezien is het een fors aantal. Gegeven deze respons en populatiegrootte is de foutmarge 2.4%, bij 95% betrouwbaarheid, dat betekent dat als we vinden dat 60% ergens voór is, dan ligt het werkelijke percentage in de hele gemeente waarschijnlijk tussen de 57.6% en 62.4%.

Er is uitgebreid participatie geweest in het voortraject (uitgangspuntennotitie), naar aanleiding van het concept koers document (met belangenbehartigers van het bedrijfsleven en de agrarische sector, extra bijeenkomt voor bedrijven i.s.m. O2) en bij de toetsing van de concept omgevingsvisie. We hebben 5 avonden (op locatie verspreid over heel Horst) en 1 digitale participatieavond georganiseerd en hieraan ook veel publiciteit aan gegeven. Op de website konden mensen ook vragen en opmerkingen kwijt. Wij zijn dan ook van mening dat we voldoende hebben gedaan om participatie mogelijk te maken. Er is dus voldaan aan de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, alsmede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is sprake van zeer zorgvuldige besluitvorming rondom het proces dat doorlopen is (en wordt) voor de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8. Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen.

Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8. 94

-

Paragraaf 3.1.2: De Omgevingsvisie wordt aangepast door het stuk cursief vermeld in de beantwoordingskolom wordt toegevoegd tussen ‘ e bouwen ook een beetje extra om de druk van de regio indhoven en Nijmegen deels op te vangen’ en ‘De meest groei komt in en rondom de kern Horst en evenum’.

4.46 Zienswijze 46 1.

2.

3.

Samenvatting Voorafgaand aan mijn zienswijze wil ik mijn beklag doen over de manier waarop de zienswijze kan worden ingediend. Dit is niet meer van deze tijd. Om het persoonlijk dan wel per post te moeten overhandigen. De omgevingsvisie benoemd veel over natuur en gezondheid en dan moet een postbode of wijzelf het op papier komen brengen. Dat kan volgens mij natuurvriendelijker. De kaarten bijbehorend aan de gebiedsvisie (hoofdstuk 4) zijn zeer grofmazig. Op perceelsniveau is er geheel niet duidelijk te zien wat er aan regels, beperkingen, ontwikkelingen en mogelijkheden zijn en hoe deze worden gedefinieerd. Digitaal is er niet in te zoemen op locaties. Dit is erg onprofessioneel. Natuurlijk is het maar een visie, die nog verder uitgewerkt dient te worden maar als we als ondernemer nu niet goed in beeld hebben w at er wel en niet kan is een bezwaar of reactie niet goed te formuleren

Beantwoording De omgevingsvisie is conform de daarvoor geldende publicatievereisten gepubliceerd. We nemen deze opmerking ter kennisgeving aan.

Mijn bedrijf is volgens de visie gesitueerd in het Maasgebied voor zover dat op te maken is uit de kaart. Hier is laagproductieve landbouw mogelijk. Echter, mijn bedrijf is hoogproductief op een geringe oppervlakte. Doordat we op een kleine oppervlakte relatief veel planten produceren, gebruiken we veel minder gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen dan een bedrijf wat laagproductief presteert. Ook hebben we een aantal teeltondersteunende voorzieningen nodig om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nog verder te kunnen verminderen. Door hoogproductief te telen zijn deze voorzieningen economisch te verantwoorden terwijl bij laagproductief telen dit niet meer haalbaar is. Laagproductief en hoogproductief zijn dus containerbegrippen die in deze context geheel niet zijn te verantwoorden. Temeer omdat

De locatie van indiener ligt in het algemeen in het Maaslandschap. Uit de integrale visiekaart (hoofdstuk 4) is op te maken dat op de locatie grondgebonden landbouw is voorzien. In het Maasgebied is het mogelijk om als boomteler te kunnen ondernemen wanneer toegewerkt wordt naar een duurzamere boomteelt

De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure. De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken.

Let op: op basis van de Omgevingsvisie worden dus mogelijkheden geboden, maar een dergelijk initiatief moet altijd integraal getoetst worden (landelijke en provinciale wet- en regelgeving in combinatie met bijv. een omgevingsprogramma en het omgevingsplan), waardoor deze conclusie genuanceerd moet worden of verandert. Denk bijvoorbeeld aan het TOV-beleid. Er is veel onduidelijkheid over de termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw. De 95

indiener op deze manier zijn bedrijf niet verder kan verduurzamen door de begrenzing die laagproductieve landbouw oplegt, hoogproductief is ook noodzakelijk. Dit staat haaks op het worden van een emissieloze gemeente in de toekomst.

definities worden als volgt aangepast in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie: - De term laagproductieve landbouw komt éénmalige voor in de Omgevingsvisie. We concluderen dat de term meer verward, dan helderheid geeft. Daarom hebben we deze term geschrapt uit de Omgevingsvisie. Daar waar gesproken wordt van natuurinclusieve landbouw, kan laagproductieve landbouw gelezen worden. De term laagproductieve landbouw is daarmee overbodig. - Voor de term ‘hoogproductieve landbouw’ geldt hetzelfde, ook deze term zorgt voor verwarring. Ook deze definitie wordt geschrapt. In feite bedoelen we hiermee het sturen op de verdere verduurzaming van de landbouwsector in de brede zin van het woord. Hierbij kan gedacht worden aan kringlooplandbouw als algeheel systeem. Dit kan ook op maatregel niveau zijn door het stimuleren van driftreducerende spuittechnieken, toepassing van precisielandbouw, het stimuleren van de toepassing van weerbare teeltsystemen, het sturen op emissiearme landbouw. Dit wordt landelijk evenals provinciaal onderschreven wordt en ook verder beleid op gevoerd wordt. De gemeente sluit hier graag op aan.

4.

Loopt de gemeente niet op de feiten vooruit met deze omgevingsvisie aangezien Provincie Limburg eenzelfde Provinciale versie (POV1) heeft ontwikkeld? En hoe is dit ingepast in deze visie, aangezien beide visies in ongeveer hetzelfde tijdspad zijn opgesteld? Wordt er rekening gehouden met de richtlijnen en maatregelen die in de POVI zijn opgenomen? Of zijn er tegenstrijdige, dan wel niet gelijke maatregelen opgesteld?

De termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw zijn uit de integrale tekst verwijderd. De termen die resteren (bijvoorbeeld intensieve veehouderij, grondgebonden, niet-grondgebonden) blijven we wel hanteren in de Omgevingsvisie. De afstanden die de provincie heeft gebruikt in haar ontwerp POVI wijken af van veel reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies binnen provincie Limburg. Dit komt doordat provincie Limburg de brede afweging maakt provincie breed. Wij kijken op gemeenteniveau. De kernrandzones zijn een zoek- en ontwikkelgebied voor o.a. woningbouw en menging van functies. Een zone van 100 m is te weinig voor een nieuwe woonwijk, indien gewenst, of om meer functies goed ruimtelijk in te passen. Wij vinden de provinciale zonering geen recht doen aan de lokale structuur en behoefte van onze gemeente. Daar waar de provinciale zonering niet overeenkomt met de gemeentelijke zonering, hebben verschillende Limburgse gemeenten dan ook gezamenlijk zienswijze ingediend tegen de POVI. Beide documenten binden alleen de opsteller en daar waar je kan afstemmen op elkaar heeft dat natuurlijk de voorkeur. De POVI niet bindend voor de gemeente, enkel bindend voor de provincie zelf. De POVI wijkt af van bijvoorbeeld landelijk beleid, maar 96

ook van reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies.

5.

In de visie worden voortdurend termen gebruikt die mijns inziens als mooie containerbegrippen kunnen worden bestempeld maar hiermee zijn geen concrete maatregelen, ontwikkelingen of beperkingen benoemd. De visie kan ik helaas niet als beleid opvatten maar meer als een mooi verhaal. In de visie mis ik verder de Landbouw Effect Rapportage. Deze is mijns inziens toch zeker van belang.

De GOVI is enkel bindend voor de gemeente, niet de provincie. Dit betekent dat de gemeente een eigen lokale afweging kan maken die beter bij de Horster maat past dan een POVI. Dit resulteert in een verschil van zonering, in het geval van Horst een kernrandgebied van 250 meter, in plaats van 100 meter. Hoe de visie gericht doorwerkt op de percelen van indiener is al uiteengezet in zienswijze 46, punt 3. De strategische hoofdlijnen zijn daarmee wel degelijk helder. Hoe zaken concreet doorwerken wordt verder uitgewerkt in een programma of het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is een OmgevingsEffectRapportage (OER) opgesteld, welke onderdeel uitmaakt van de Omgevingsvisie. Dit rapport maakt de milieueffecten op strategisch niveau inzichtelijk die de Omgevingsvisie teweegbrengt.

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - In paragraaf 3.4 en hoofdstuk 7 ‘Definities’ zijn de termen hoogproductieve landbouw en laagproductieve landbouw geschrapt.

4.47 Zienswijze 47 1.

Samenvatting De agrarische functie lijkt in deze gebieden namelijk ‘voorrang’ te krijgen op gevoelige functies. Dit terwijl de locatie juist een passende locatie is voor het type kinderopvang (veel buiten spelen, agrarisch gerelateerd, handen mogen ‘vies’ worden) dat indiener exploiteert. indiener vraagt zich af in hoeverre er in de agrarische gebieden nog ruimte geboden wordt voor agrarisch aanverwante (gevoelige) functies zoals een agrarische kinderopvang?

Beantwoording In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat bestaande rechten van bedrijven gerespecteerd worden. Er dient een evenwichtige toedeling van functies aan locaties plaats te vinden. De ene keer is een agrarische functie gewenst op een plek, de andere keer een bepaalde maatschappelijke voorziening op een plek. Dergelijke specifieke zaken worden met name getoetst bij een wijziging van het Omgevingsplan. In de voorbereiding van deze procedure(s) worden dergelijke vragen beantwoord en hieruit volgt de wenselijkheid voor een bepaalde functie op een bepaalde plaats. We hebben de strategische beleidslijn rondom ‘voorzieningen’ verduidelijkt in onze Omgevingsvisie voor wat betreft ‘agrarische kinderopvanglocaties’. Deze locaties zijn namelijk niet (altijd) centraal met een goede bereikbaarheid te realiseren, zoals de Omgevingsvisie wèl voorschrijft. Het volgende wordt toegevoegd bij het kopje ‘Onderwijs, sport en cultuur in dorpsclusters’ in de Omgevingsvisie: Sport en maatschappelijke voorzieningen zijn belangrijk voor het dorpsleven. Toch lukt het niet altijd om alle voorzieningen in elk dorp te houden, Samenwerking tussen dorpen kan dan een betere 97

2.

De locatie van indiener is aangewezen als ‘Recreatieterrein – Bestaand’. Wil dit zeggen dat op deze locatie nu enkel nog recreatieve activiteiten zijn toegestaan in het vervolg? Dat zou toekomstige ontwikkelingen in de huidige functie als kinderopvang namelijk onmogelijk maken. In de integrale visiekaart komt de aanduiding als recreatieterrein, voor zover wij kunnen zien, namelijk niet terug.

oplossing zijn. Een gezamenlijke school, kinderopvang of sportveld zorgt voor kwaliteit én nabijheid. Ten tijde van de concept Omgevingsvisie zijn de ‘Recreatieterrein – Bestaand’ vlakken opgenomen om inzichtelijk te krijgen waar recreatiefuncties zitten binnen de gemeente, als zijnde inventarisatiefunctie. Aangezien er geen bijzondere strategische functies aan gekoppeld zijn in latere fases, wordt deze kaartlaag verwijderd uit de Omgevingsvisie. Op 11 januari 2023 is een omgevingsvergunning verleend om een kinderdagverblijf te exploiteren. Deze vergunning heeft de IMRO-code NL.IMRO.1507.HOWEVERTWEG8-OVV1 en het besluitnummer 2022-040482. Hiermee is een kinderdagverblijf ondergeschikt aan de functie ‘Dagrecreatie’ op locatie toegestaan. De Omgevingsvisie wijzigt hier niets aan. Dit blijft toegestaan. Wèl dient deze omgevingsvergunning nog permanent overgenomen te worden in het Omgevingsplan wanneer dit voorbereid gaat worden voor het buitengebied in gemeente Horst aan de Maas. Wanneer dit deelgebied (buitengebied) voorbereid gaat worden, is nog niet bekend.

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Paragraaf 3.2.6: Het volgende wordt toegevoegd bij het kopje ‘Onderwijs, sport en cultuur in dorpsclusters’ in de Omgevingsvisie: Sport en maatschappelijke voorzieningen zijn belangrijk voor het dorpsleven. Toch lukt het niet altijd om alle voorzieningen in elk dorp te houden, denk bijvoorbeeld aan een agrarische kinderopvang. Samenwerking tussen dorpen kan dan een betere oplossing zijn. Een gezamenlijke school, kinderopvang of sportveld zorgt voor kwaliteit én nabijheid. - De kaartlagen ‘Recreatieterrein – Bestaand’ en ‘Recreatieterrein – in Ontwikkeling’ worden verwijderd uit de kaarten behorende bij de Omgevingsvisie.

4.48 Zienswijze 48 1.

Samenvatting De woonbehoefte in de gemeente is divers. Niet iedereen wil of kan wonen in (gestapelde) nieuwbouw of uitbreidingslocaties bij de kernen. Juist in het buitengebied is vraag naar kleinschalige woonmogelijkheden, bijvoorbeeld voor gezinnen die landelijk willen wonen of voor mensen die in de buurt van hun agrarische werkzaamheden willen blijven. Een absoluut verbod sluit niet aan bij deze behoefte.

Beantwoording Bij vaststelling van de nieuwe omgevingsvisie kunnen oude agrarische bedrijfswoningen onder voorwaarden omgezet worden naar een burgerwoning. Dit is verduidelijkt in paragraaf 3.2.4 behorende bij de omgevingsvisie. Het is overigens niet zo dat we per definitie deze bedrijfswoningen willen omzetten naar burgerwoningen omdat in veel gevallen het wenselijk is om de bedrijfsbestemming te behouden. Dit zal van geval tot geval in individueel gevallen beoordeeld worden. Vanaf 2026 gaan we in omgevingsprogramma’s en meer specifiek in dit geval met het beleid voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) dit verder uitwerken.

98

We willen de karakteristieken van het buitengebied behouden door te sturen op de juiste woning op de plek. Het verleden heeft bewezen dat te gemakkelijk woningen verspreid door het buitengebied toegestaan werden en dit knelde met de bestaande functies die er al aanwezig waren. Bovendien blijkt uit het woningbehoefteonderzoek dat we voldoende duurdere grondgebonden woningen in onze bestaande woningvoorraad hebben om aan de vraag te kunnen voldoen. Om deze reden willen we nu strakker sturen op het toestaan van woonfuncties in ons buitengebied. Voor het kernrandgebied hanteren we inderdaad ander beleid. Enerzijds wanneer grote ruimtelijke knelpunten (dit kunnen bijv. grootschalige saneringen, oplossen milieubelasting omgeving zijn) worden opgelost. Anderzijds door woningsplitsing, (pré)mantelzorgwonen, het omzetten van een bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning in het kader van VAB-beleid kunnen uitzonderingen op de regel betekenen in het buitengebied en daarmee toch voldoen aan deze behoefte.

2.

3.

4.

Het toestaan van incidentele, goed ingepaste solitaire woningen kan bijdragen aan de leefbaarheid van het buitengebied en de vitaliteit van kleine dorpen en buurtschappen. Het voorkomt leegloop en zorgt voor meer sociale samenhang en draagvlak voor voorzieningen in de kleinere kernen.

Het volledig uitsluiten van woningen bij dit hergebruik is echter onlogisch. Juist woningbouw kan bijdragen aan het behoud van ruimtelijke kwaliteit en het tegengaan van leegstand en verpaupering. Een woning op een vrijkomend erf is vaak landschappelijk beter inpasbaar dan een nieuwe bedrijfs- of recreatieve functie die meer druk legt op verkeer, geluid of milieu Het volledig uitsluiten van nieuwe woningen buiten kernranden miskent de mogelijkheid om via maatwerk en kwaliteitseisen wel passende ontwikkelingen toe te staan. Met een zorgvuldig welstands- en landschapskader kunnen solitaire woningen juist bijdragen aan de

Op korte termijn starten we met de actualisatie van ons beleid bij vrijkomende agrarische bebouwing. Bij deze vrijkomende agrarische bebouwing liggen in veel gevallen bedrijfswoningen. In de actualisatie van het beleid vrijkomende agrarische bebouwing (VABbeleid) werken we verder uit hoe we in de toekomst met deze bedrijfswoningen om willen gaan als het gaat om het wenselijke woon, -en leefklimaat voor deze woningen. Zie beantwoording zienswijze 48, punt 1. In de Omgevingsvisie sturen we op de juiste woning op de juiste plek. We zijn van mening dat strakker gestuurd moet worden op het toestaan van woningen in het buitengebied, omdat hierdoor nieuwe geur/geluidsgevoelige objecten gecreëerd kunnen worden in een gebied waar ook veel solitaire buitengebied gebonden bedrijvigheid is toegestaan. Dit knelt met elkaar. Enkel wanneer grote ruimtelijke knelpunten worden opgelost, wordt een uitzondering gemaakt op deze regel. Zie beantwoording zienswijze 48, punt 2.

Zie de beantwoording van zienswijze 48, punt 1 en 2.

99

5.

ruimtelijke kwaliteit, bijvoorbeeld door herinrichting van onfraaie plekken, hergebruik van oude agrarische percelen of het saneren van oude, ontsierende stallen of loodsen. De samenleving verandert, bijvoorbeeld door de groei van mantelzorgsituaties, de behoefte aan kleinschalige woonvormen en het inspelen op demografische krimp of juist regionale woningdruk. Een beleid dat zo strak is dichtgetimmerd, biedt onvoldoende flexibiliteit om hierop in te spelen

Op solitaire woningbouw in het buitengebied wordt strakker gestuurd omdat er voldoende ruimte vrijstaande gezinswoningen in de bestaande woningvoorraad zitten om aan deze vraag te kunnen voldoen. Er is wel behoefte aan extra woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. We bieden daarom wel ruimte voor (pré-) mantelzorgwonen, woningdelen en woningsplitsing in het buitengebied, juist om strak dichttimmeren te voorkomen. We zijn van mening dat dit voldoende flexibiliteit biedt om te kunnen sturen op de gemeentelijke woningbouwopgave.

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Bij vaststelling van de nieuwe omgevingsvisie kunnen oude agrarische bedrijfswoningen onder voorwaarden omgezet worden naar een burgerwoning. Dit is verduidelijkt in paragraaf 3.2.4 behorende bij de omgevingsvisie.

4.49 Zienswijze 49 1.

2.

Samenvatting Het digitaal beschikbare kaartmateriaal is onvoldoende van kwaliteit waardoor, bij het gebruik van de verschillende beschikbare kaartlagen, kleuren vervormen en kleuren ontstaan die helemaal niet in de legenda voorkomen. Namens indiener vraag ik dringend uw aandacht hiervoor en indiener is van mening dat u beter kaartmateriaal beschikbaar zal moeten stellen in een nieuwe ronde en daarbij indiener opnieuw de gelegenheid moet bieden om de positie van zijn bedrijf en de gevolgen van uw visie voor de toekomst van het bedrijf zorgvuldig te kunnen beoordelen.

Beantwoording De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure.

Indiener begrijpt niet waarom op 24 september 2025 een informatieavond informeert vanuit de gemeenteraad op 24 september 2025.

Wij hebben in het voorjaar 2025 een verdere verdiepingsslag aangebracht in het participatieproces. In maart 2025 was er de mogelijkheid om digitaal inzage te hebben en te reageren op de concept omgevingsvisie. Op 3 juli 2025 hebben we een digitale informatieavond gehouden om de aanpassingen die in de ontwerp omgevingsvisie waren opgenomen. Het ontwerp heeft gedurende 10 weken ter inzage gelegen. Er is weldegelijk sprake van een zorgvuldig proces rondom de totstandkoming van de Omgevingsvisie.

Volgens indiener hanteert de gemeente niet de juiste volgorde bij het opstellen van de omgevingsvisie. Het zou bestuurlijk zorgvuldig zijn om eerst de informatieavond te organiseren en daarna een ontwerp ter visie te leggen. Ook om deze reden is indiener van mening dat een nieuw ontwerp ter visie hoort te worden gelegd. Deze gang van zaken is bestuurlijk niet zorgvuldig en in strijd met de algemene

De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16253536/2