CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.45.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

het ontwerp van de provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI).

provincie Limburg. Dit komt doordat provincie Limburg de brede afweging maakt provincie breed. Wij kijken op gemeenteniveau. De kernrandzones zijn een zoek- en ontwikkelgebied voor o.a. woningbouw en menging van functies. Een zone van 100 m is te weinig voor een nieuwe woonwijk, indien gewenst, of om meer functies goed ruimtelijk in te passen. Wij vinden de provinciale zonering geen recht doen aan de lokale structuur en behoefte van onze gemeente. Daar waar de provinciale zonering niet overeenkomt met de gemeentelijke zonering, hebben verschillende Limburgse gemeenten dan ook gezamenlijk zienswijze ingediend tegen de POVI. Beide documenten binden alleen de opsteller en daar waar je kan afstemmen op elkaar heeft dat natuurlijk de voorkeur. De POVI is niet bindend voor de gemeente, enkel bindend voor de provincie zelf. De POVI wijkt af van bijvoorbeeld landelijk beleid, maar ook van reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies.

2.

Uit de Omgevingsvisie wordt niet duidelijk hoe de gemeente om wil gaan met spuitzones.

De GOVI is enkel bindend voor de gemeente, niet de provincie. Dit betekent dat de gemeente een eigen lokale afweging kan maken die beter bij de Horster maat past dan een POVI. Dit resulteert in een verschil van zonering, in het geval van Horst een kernrandgebied van 250 meter, in plaats van 100 meter. Dit staat wel vermeld in de Omgevingsvisie. Op pagina 68 van de Omgevingsvisie staat het volgende geschreven: ‘Rond dit thema (red. gewasbeschermingsmiddelen, ook wel aangeduid als spuitzonering) is veel beweging door nieuwe uitspraken van rechters en onderzoeksresultaten. We volgen deze ontwikkelingen nauw en onderzoeken of de huidige vuistregel van 50 meter aangepast moet worden. Op de lange termijn willen we een betere bescherming van dorpen en andere kwetsbare functies. Samen met de agrarische sector zoeken we naar manieren om dat te realiseren.’

3.

Als de Omgevingsvisie zorgt voor beperkingen in de bedrijfsvoering van reclamant dan dient dit gepaard te gaan met een schadevergoeding vanuit de gemeente.

Onder de Omgevingswet bestaat de term ‘planschade’ niet meer. Dit heet voortaan nadeelcompensatie. De wetgever heeft voorzien in diverse bepalingen m.b.t. nadeelcompensatie bij planologische ontwikkelingen zoals bij een wijziging van het omgevingsplan. De omgevingsvisie is niet het middel om schaderegelingen te ontwerpen. Nadeelcompensatie maakt geen onderdeel uit van de Omgevingsvisie. 37

4.

In de Omgevingsvisie wordt geschreven dat groencompensatie moet plaatsvinden. Vervolgens wordt niet toegelicht hoe dit vorm krijgt. Dit dient verduidelijkt te worden.

Er zijn verschillende ruimtelijke instrumenten. In hoofdlijnen betreffen dit de Omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) en omgevingsvergunningen. In deze ruimtelijke instrumenten worden diverse zaken op diverse manieren geregeld. Afhankelijk van het karakter van het document is de gemeenteraad of het college bevoegd – in antwoord op de vraag ‘wie regelt dit’. De omgevingsvisie betreft de strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Hiervoor is de gemeenteraad bevoegd. In programma’s wordt het beleid uit de Omgevingsvisie concreter gemaakt en vertaald naar de korte en middellange termijn. Zoals volgt uit de Omgevingsvisie wordt een programma voor huisvesting arbeidsmigranten voorbereid. In het omgevingsplan (voorheen bestemminsplan) liggen de juridisch-planologische regels vast voor functies rondom onder andere bouwen, gebruik, milieu van een bepaalde locatie. Hiervoor is de gemeenteraad bevoegd. Omgevingsvergunningen worden op basis van het omgevingsplan wel of niet verleend. Bijvoorbeeld voor de bouw van een dakkapel, de aanplant van een bos. Zeer concrete activiteiten dus, waarvoor het college bevoegd is. Er zit een bepaalde opbouw in de Omgevingswet en de ruimtelijke instrumenten die hieruit voortvloeien.

Hierbij is vastgelegd wie bevoegd is (wie bepaalt dat) en wat er wordt geregeld (strategisch, tactisch, concreet). De Omgevingsvisie bevat de strategische basis die verder in verschillende details uitgewerkt (bijv. concrete doelen) wordt in o.a. programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Dit geldt ook voor zaken als groencompensatie en hoe hier vorm aan gegeven wordt.

5.

6.

Er zijn vijf verschillende definities opgenomen voor natuurinclusieve landbouw. Dit is erg verwarrend. Hoe weet je nu wat er exact bedoeld wordt met natuurinclusieve landbouw. Verduidelijk dit. De Omgevingsvisie beschikt over onduidelijke kaarten. Welke aanduiding geldt waar wel/niet. Dit is onduidelijk voor reclamant.

De eerste definitie van de WUR is leidend. Om verwarring te voorkomen zijn de andere vier definities geschrapt uit de definitielijst in hoofdstuk 7. U heeft de mogelijkheid om per thema een kaart te bekijken wat wel/niet van toepassing is op uw locatie. Tot slot is er ook een integrale visiekaart waar alles bijeen gebracht is. Uw locatie ligt binnen de volgende aanduidingen: - Gebied voor teeltondersteunende voorzieningen - Nader onderzoek landbouw- en vrachtverkeer kernen. - Overgangszone kernrandgebied 38

-

Overgangszone kernrandgebied i.r.t. veehouderijen en gewasbeschermingsmiddelen Stimuleren gezond gedrag: meer ruimte voor wandelaars en fietsers Glastuinbouw concentratiegebied

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. - De eerste definitie van natuurinclusieve landbouw van de WUR is leidend. Om verwarring te voorkomen zijn de andere vier definities geschrapt uit de definitielijst in hoofdstuk 7.

4.18 Zienswijze 18 1.

2.

Samenvatting Indiener is zeer teleurgesteld over de communicatie rondom de Omgevingsvisie 2040. De gemeente stelt dat het de verantwoordelijkheid is van inwoners om zich online te informeren, en noemt papierverspilling als reden om geen fysieke post te versturen. Dat vind ik een zwak argument, zeker gezien het feit dat wijzigingen in de afvalinzameling wèl op papier worden verspreid.

Indiener verwijst in de zienswijze naar verschillende artikelen uit het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EUhandvest) en verschillende internationale verdragen. Uit het EU-handvest en deze internationale verdragen volgt dat mensen met een beperking dezelfde mogelijkheden moeten hebben als mensen zonder beperking. Discriminatie op grond van een bijvoorbeeld een handicap is verboden. Ook verwijst indiener naar de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. In deze wet is vastgesteld dat mensen met een handicap of chronische ziekte behandeld moeten worden net als ieder ander.

Beantwoording Wij vinden het jammer dat u teleurgesteld bent over de communicatie rondom de Omgevingsvisie. We hebben via diverse kanalen gecommuniceerd, online en of-line via bijvoorbeeld de dorpskrantjes. De wijzigingen in afvalinzameling kennen een andere communicatiestrategie en daarmee publicatievereiste in vergelijking met de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie kent haar eigen publicatievereisten die voortkomen uit (o.a.) de Omgevingswet en de Wet elektronische publicaties. De omgevingsvisie wordt officieel gepubliceerd in het elektronische publicatieblad van het betreffende bestuursorgaan (minister, provincie of gemeente) en wordt ontsloten via het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO-LV). Wij zijn van mening dat met het doorlopen participatieproces sowieso geen sprake is van enige vorm van discriminatie en mensen met een beperking/ handicap/ chronische ziekte gelijk zijn behandeld net als ieder ander. Hiermee zijn mensen met een beperking/ handicap/ chronische ziekte net als ieder ander in ruim voldoende mate in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ontwerp Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 en in ruim voldoende mate in de gelegenheid gesteld hierop hun zienswijze in te dienen. Indiener stelt dat het tijdig versturen van een persoonlijke brief volgens haar een noodzakelijke, eenvoudige en haalbare aanpassing was.

Echter, noch het EU-handvest, noch de genoemde internationale verdragen, noch de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, noch enig ander(e) internationaal verdrag of nationale wet verplicht het met een brief persoonlijk op de hoogte stellen. Indiener wijst tenslotte op het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) en het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb) en vraagt zich af of de gemeente hieraan voldoet, gezien de 39

beperkte en ontoegankelijke participatie tot nu toe. Wij zijn van mening dat geen sprake is van beperkte en ontoegankelijke participatie en verwijzen naar de toelichting van het doorlopen participatieproces zoals hiervoor weergegeven. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel of het motiveringsbeginsel is volgens ons dan ook geen sprake, evenals uitstel besluitvorming. De inspraakavonden waren een van de middelen en momenten die we als gemeente in hebben gezet om de afgelopen jaren input op te halen onder inwoners zoals u ook op de video’s geplaatst op https://horstaandemaas2040.nl/ Tijdens de verschillende dorpsavonden die in maart zijn georganiseerd zijn er veel open discussies gevoerd. Op dat moment in het proces was er nog meer ruimte voor participatie. Een belangrijk element in goede participatie is dat na een aantal gespreksrondes toegewerkt wordt naar een eindresultaat en de discussie wordt afgesloten. Dan volgt een afwegende fase, hebben we alles goed begrepen en opgeschreven. De terugkoppelsessie is dan ook bedoeld om toe te lichten welke ideeën en opmerkingen er zijn opgehaald bij inwoners en stakeholders. Wij koppelen graag terug welke afweging en keuzes er zijn gemaakt, en waarom. Ook is hier de gelegenheid om vragen te stellen. Zodat men de een goed beeld heeft over de toekomstige inrichting van Horst aan de Maas.

Naast de kwantitatieve toets die we eerder hebben gedaan hebben we deze kwalitatieve gesprekken georganiseerd om een beeld te krijgen van de belangen, behoeftes en wensen die spelen bij burgers, bedrijven en belanghebbenden, om op grond hiervan, vanuit het algemeen belang, te kunnen afwegen en kiezen. Naast de ruim 300 inwoners die we tijdens de avonden hebben gesproken hebben we ook 90 stakeholders gesproken en zijn we naar scholen gegaan. Voor wat betreft de opkomst en wat de representativiteit hiervan is verwijs ik u graag naar de wetenschappelijke onderbouwing hiervan. Waaruit blijkt dat dit voor 95% een betrouwbaar beeld geeft: Aan de raadpleging Omgevingsvisie Horst a/d Maas hebben 1.649 inwoners deelgenomen. Dat lijkt inderdaad weinig als je kijkt naar 42.000 inwoners in de gemeente, maar onderzoekstechnisch gezien is het een fors aantal. Gegeven deze respons en populatiegrootte is de foutmarge 2.4%, bij 95% betrouwbaarheid, dat betekent dat als we vinden dat 60% ergens voór is, dan ligt het werkelijke percentage in de hele gemeente waarschijnlijk tussen de 57.6% en 62.4%. Er is uitgebreid participatie geweest in het voortraject (uitgangspuntennotitie), naar aanleiding van het concept koers document (met belangenbehartigers 40

van het bedrijfsleven en de agrarische sector, extra bijeenkomt voor bedrijven i.s.m. O2) en bij de toetsing van de concept omgevingsvisie. We hebben 5 avonden (op locatie verspreid over heel Horst) en 1 digitale participatieavond georganiseerd en hieraan ook veel publiciteit aan gegeven. Op de website konden mensen ook vragen en opmerkingen kwijt. Wij zijn dan ook van mening dat we voldoende hebben gedaan om participatie mogelijk te maken. Er is dus voldaan aan de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, alsmede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is sprake van zeer zorgvuldige besluitvorming rondom het proces dat doorlopen is (en wordt) voor de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8.

4.19 Zienswijze 19 1.

Samenvatting De ontwerpvisie stelt dat het buitengebied open en groen moet blijven, en dat woningbouw zich moet concentreren in en rondom bestaande kernen. Toch wordt het gebied tussen Hegelsom en Horst aangeduid als zoeklocatie voor woningbouw. Dit zorgt voor tegenspraak met eigen uitgangspunten, verlies van landschappelijke identiteit, versmelting van dorpen en onlogische locatiekeuze(s).

Beantwoording Er zit een verschil tussen het buitengebied en een kernrandzone. Dit zijn twee verschillende gebieden Eén van de verschillen tussen deze twee gebieden is hoe omgegaan wordt met woningbouwopgaven. Het betreft dus geen tegenspraak, maar een ander uitgangspunt voor een ander gebied. Het is niet mogelijk om enkel in de kernen woningen te bouwen. Daarvoor is de woningbouwopgave simpelweg te groot. In de kern dient ruimte gereserveerd worden voor andere functies (zoals mobiliteit, detailhandel, bedrijvigheid), maar ook groen (gezien de klimaatopgaven). Dit houdt in dat uitbreiding (op nader te definiëren exacte plekken) in de kernrandzones een logische vervolgstap betreft. Dergelijke projecten worden verder uitgewerkt in o.a. bijv. een volkshuisvestingprogramma of een wijziging van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) waarbij sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals de Omgevingswet voorschrijft. Juist om verlies van landschappelijke identiteit, vervaging van scheiding tussen dorpen en daarmee verlies van dorpsidentiteit en onlogische locatiekeuzes tegen te gaan. 41

2.

De visie lijkt STOMP als leidend principe te hanteren, maar zonder concrete investeringen in OV en infrastructuur blijft het voor veel inwoners een onhaalbare ambitie

3.

De visie spreekt over het ondersteunen van regionale centra zoals Eindhoven en Nijmegen. Hoewel samenwerking belangrijk is, roept dit vragen op over de verkeersdruk die dit met zich meebrengt

Voor het onderwerp mobiliteit wordt niet enkel en alleen het STOMP principe gehanteerd in het kader van verduurzaming van mobiliteit. Ook wordt in de Omgevingsvisie gestuurd op een sterkere vervoersknoop Horst-Sevenum, betere bereikbaarheid van bedrijventerreinen en het scheiden van verkeersstromen om de verkeersveiligheid te vergroten. Wanneer bijvoorbeeld gezorgd wordt voor het beter scheiden van verkeerstromen, waardoor het gebruik van een fietspad veiliger wordt, of de oversteek naar een busstation veiliger wordt, moedigt dit mensen aan om de fiets of de bus te pakken. Indirect dragen deze acties ook bij aan de verduurzaming van de mobiliteit. Hetzelfde geldt voor het opwaarderen van het stationsgebied. De opwaardering als een knooppunt in zijn algemeen, zorgt ervoor dat duurzaam vervoer gewaarborgd blijft. Het STOMPprincipe is daarbij een extra hulpmiddel om de genoemde mobiliteitsambities uit onze Omgevingsvisie waar te maken. De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, ook in onze gemeente. In elke dorpskern is er behoefte aan nieuwe woningen. Tegelijkertijd ervaren we dat onze gemeente vanwege de prachtige omgeving en gunstige ligging aantrekkelijk is voor mensen uit de regio. Het aantal inwoners groeit als gevolg van binnenlandse (Woningzoekende uit Venlo, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen) en buitenlandse denk aan arbeidsmigratie) (migratie.

Bij het bepalen van de woningbouwopgave houden we hier rekening mee, we willen zorgen dat er genoeg woningen gebouwd worden zodat onze eigen inwoners een plek hebben om te wonen. Om dit te verduidelijken wordt de Omgevingsvisie aangepast. Het stuk hierboven cursief vermeld vervangt de bestaande tekst in paragraaf 3.1.2.

4.

De sturing op bezoekersstromen in natuurgebieden mag niet leiden tot ontoegankelijk maken van natuurgebieden.

5.

Er is geen scenario uitgewerkt dat HorstSevenum de status als intercitystation verliest. Dit moet wel gebeuren in de Omgevingsvisie

6.

De focus op Horst en Sevenum als centrale woonlocaties draagt het risico in zich dat kleinere kernen verder leeglopen. Juist deze kernen kunnen bijdragen aan het opvangen van druk en het behoud van sociale cohesie

De Omgevingsvisie ziet niet toe op het ontoegankelijk maken van natuurgebieden, maar het beter gelijkmatiger spreiden van de bezoekers over de natuurgebieden. We onderschrijven dat de toegang van natuur juist het draaglak voor natuurontwikkeling kan vergroten. Het station Horst-Sevenum betreft een intercityverbinding, dit is iets anders dan het hebben van een status als intercitystation. Het wel of niet verliezen van een bepaalde status van het treinstation wordt niet geregeld in een Omgevingsvisie. Hiervoor is privaatrechtelijke regelgeving die dit regelt. Provinciaal zijn Horst en Sevenum als groeikern aangeduid. Dat betekent niet automatisch dat alle aandacht gefocust is op deze twee kernen. Dit is een van de redenen dat bij alle kernen binnen de gemeente een kernrandgebied is aangeduid. Zoals toegelicht in zienswijze 19, punt 1, is één van de doelen van deze gebieden verder onderzoeken waar passende woningbouw mogelijk is. 42

7.

De geplande ligging van de Delta Rhine Corridor onder een recreatiegebied met meer dan een miljoen bezoekers per jaar roept vragen op over veiligheid. Ik verzoek de gemeente om transparantie over risicoanalyses en crisisbeheersing.

In de zienswijze worden enkel twee bronnen op rijksniveau genoemd. De gemeente is hier niet het bevoegde gezag. De gemeente is met het bevoegd gezag van de Delta Rhine Corridor hierover in gesprek. Zienswijze indiener maakt niet duidelijk hoe zijn/haar belangen geraakt worden. In de verdere uitwerking van een Omgevingsvisie, al dan niet in programma, Omgevingsplan of omgevingsvergunning dient o.a. rekening gehouden met de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals de Omgevingswet voorschrijft. Omgevingsveiligheid is één van de aspecten die hier deel van uitmaakt.

8.

9.

Gestapelde bouw wordt in de visie genoemd als middel om ruimte-efficiënt en klimaatbestendig te bouwen. In dorpen met een laagbouwtraditie kan dit echter leiden tot: - Schaduwwerking en verlies van privacy - Verminderde sociale interactie en gemeenschapszin - Verlies van menselijke maat

In de ontwerpvisie wordt De Peel genoemd als gebied voor duurzame energieopwekking. Hoewel zonnevelden een optie zijn, pleit ik voor geothermische energie als landschapsvriendelijk alternatief

Schaduwwerking en verlies van privacy zijn schadeverhaalsonderwerpen. De wetgever heeft voorzien in diverse bepalingen m.b.t. nadeelcompensatie bij planologische ontwikkelingen. Dat naast ook privaatrechtelijke schadeverhaalmogelijkheden. Een omgevingsvisie is niet het middel om schaderegelingen te ontwerpen. Zoals in de Omgevingsvisie vermeld staat, kiezen we kiezen bewust voor dorpse ‘hoogbouw’, waarbij de hoogte en vormgeving worden afgestemd op de locatie. Juist om de menselijke maat en sociale interactie en gemeenschapszin te behouden in een kern. In de uitgangspunten voor het energieprogramma worden dergelijke opties verder uitgewerkt. In onze (toekomstige) energievoorziening is er behoefte aan verschillende vormen van energie(dragers) zoals elektriciteit, gassen en warmte. Geothermie is een bron die primair voor warmte wordt benut. De Omgevingsvisie laat de mogelijkheid van geothermie open ondanks dat Horst aan de Maas zich in een gebied bevindt waar zich geologisch complexe breuklijnen bevinden en onder enige mate van ‘tektonische spanning’ staat. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar veilige winning van geothermie om seismische activiteit door winning te voorkomen/beperken.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. - Paragraaf 3.1.2: De Omgevingsvisie wordt aangepast door het stuk cursief vermeld in de beantwoordingskolom wordt toegevoegd tussen ‘ e bouwen ook een beetje extra om de druk van de regio indhoven en Nijmegen deels op te vangen’ en ‘De meest groei komt in en rondom de kern Horst en evenum’.

4.20 Zienswijze 20 1.

Samenvatting Kernrandzones creëren, zonder goed in kaart te hebben wat dit betekent voor de individuele bedrijven en woningen in dit gebied?

Beantwoording Door middel van een kernrandzone (een straal van 250 meter rondom dorpen) worden geen nieuwe plannen toegestaan die schadelijk zijn voor de gezondheid. at voor een ‘plannen’ dit zijn moet volgen uit planprocedures die concreet doorlopen 43

worden in relatie tot een wijzigings(besluit) voor een Omgevingsplan of een omgevingsprogramma (thematisch of op gebiedsniveau). Voor een niet-intensieve veehouder of een nietglastuinbouwer, dus bijvoorbeeld een boomkweker of een vollegrondsteeltbedrijf is onder de geldende voorwaarden uitbreiding mogelijk binnen de kernrandzone. Zoals duidelijk wordt uit de Omgevingsvisie blijven bestaande rechten gewoon bestaan voor agrarische bedrijven. Wanneer bijvoorbeeld een intensieve veehouderij in 250 meter van een dorpskern ligt, dan mag deze blijven ondernemen conform de bestaande rechten. Daarnaast is inbreiding binnen deze zone weldegelijk mogelijk voor een intensieve veehouderij. Op deze wijze kan een agrarisch ondernemer toch toekomstbestendig blijven sturen binnen zijn bedrijf. Echter wanneer een nieuw agrarisch bedrijf zich wil (nieuw)vestigen of een bestaande intensieve veehouderij zich wil uitbreiden, dan zijn hiervoor andere gebieden aangewezen, zoals Witveld. Het is niet gewenst om een nieuw agrarisch bedrijf tegen een kern te (nieuw)vestigen.

2.

Hoe is het beleid ten aanzien van het gebruik van gewasbescherming en bemesting? Wat is de juiste definitie van gewasbescherming?

Er wordt in de kernrandzone mede gestuurd op een gezonde en veilige leefomgeving op negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu. In deze gebieden wordt gestuurd op groen, ruimte om te bewegen waarbij rekening gehouden wordt met de kenmerken van het kampen en veldenlandschap. Een Omgevingsvisie betreft een beleidsdocument dat de ambities en doelen van de gemeenteraad voor de lange termijn op hoofdlijnen integraal vastlegt, zoals vervat in de Omgevingswet. Deze visie dient als kader voor verdere uitwerking in ruimtelijke instrumenten zoals een programma, omgevingsplan en/of omgevingsvergunning. Met name het omgevingsplan en de omgevingsvergunningen betreffen de ruimtelijke instrumenten waarin de strategische beleidslijn ter uitvoering wordt gebracht en dus ook maatregelen in worden vertaald. Op pagina 68 wordt richting gegeven aan het standpunt ‘Gewasbeschermingsmiddelen’. Zoals ook in de Omgevingsvisie vermeld, willen wij als gemeente niet te ver vooruitlopen op uitspraken van rechters en onderzoek dat loopt rondom gewasbeschermingsmiddelen. We sluiten nu aan bij de landelijke beleidslijn en moedigen ondernemers evenals innovaties aan daar waar het mogelijk is. Wanneer de landelijke beleidslijn noopt tot verandering dan zullen wij hier in de uitvoering van plannen rekening houden in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie.

3.

Schuift een kernrandzone op, wanneer er gekozen wordt voor woningbouw binnen dit gebied?

Nee, dit mag niet zomaar. Wanneer een dergelijke zone aangepast moet worden in de kaart, dient de Omgevingsvisie (op onderdelen) gewijzigd te 44

4. 5.

Burgerwoningen buiten de kernen en kernrandzones. Krijgen deze ook bepaalde rechten? Het doorgroeien van bedrijven op de plaats waar ze nu zitten. Kan dit wel of niet meer? Er is een meer individuele benadering nodig

worden, waarbij een nieuwe procedure doorlopen moet worden met een nieuwe ontwerp en vaststellingsfase. Waarbij belanghebbenden opnieuw de mogelijkheid krijgen om hier iets van te vinden. In de zienswijze wordt niet gemotiveerd over welke ‘rechten’ het gaat in relatie toe wat. We kunnen hier dan ook geen reactie op geven. Daar waar de Omgevingsvisie ambities en doelen van de gemeenteraad voor de lange termijn op hoofdlijnen integraal vastlegt, worden concrete ruimtelijke ontwikkelingen met name in programma’s (hier landt sectoraal beleid veelal in), (een wijziging van) het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) en de omgevingsvergunningen concreet uitgewerkt. De Omgevingswet schrijft voor dat zowel in de Omgevingsvisie, maar ook in het Omgevingsplan sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de praktijk komt dit vaak neer op maatwerk (zoals ook in de zienswijze wordt voorgesteld) welk belang wanneer voorrang krijgt. De bouw van een woning in een bestaande woonwijk vraagt een andere afweging van thema’s en belangen, dan de bouw van een woning in een kernrandzone of in een buurtschap in het buitengebied. Hetzelfde geldt voor een vestiging van een bedrijf op een bedrijventerrein, in een winkelstraat of bijvoorbeeld ergens in het buitengebied.

Voor een dergelijk initiatief wordt een nieuw proces met eigen procedure gevoerd waar deze belangen met maatwerk verder worden uitgewerkt.

6.

Bij een wijziging van de bestemming, is er sprake van waardestijging of vermindering. Wordt hierin gecompenseerd?

Onder de Omgevingswet bestaat de term ‘planschade’ niet meer. Dit heet voortaan nadeelcompensatie. De wetgever heeft voorzien in diverse bepalingen m.b.t. nadeelcompensatie bij planologische ontwikkelingen zoals bij een wijziging van het omgevingsplan.

7.

De ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw is beperkt. De beste gronden langs de maas gaan gebruikt worden voor winning van grind. De gebieden rond de peel worden beperkt door de nabijheid van natuur. De druk op het gebruik van grond blijft maar toenemen

De omgevingsvisie is niet het middel om schaderegelingen te ontwerpen. Nadeelcompensatie maakt geen onderdeel uit van de Omgevingsvisie. Horst aan de Maas heeft de ambitie om een innovatieve en florerende agrarische sector te behouden en daarom is het belangrijk dat agrariërs zich kunnen blijven ontwikkelen. Tegelijk willen we daarbij rekening houden met andere belangen in het buitengebied, zoals natuur, landschap, woon, -en leefkwaliteit en andere functies. De druk neemt inderdaad toe. We gaan zuinig om met landbouwgrond. In de omgevingsvisie wordt aangeven dat voor de buitendijkse gebieden langs de Maas hoogwaterveiligheid een belangrijk thema is. 45

Het huidige beleid, dat we geen grind- en zandwinning toestaan, zetten we uitdrukkelijk voort in deze omgevingsvisie. 8.

Glastuinbouw kan alleen maar uitbreiden in de aangewezen gebieden. Deze zitten nagenoeg vol. Waar moeten ze dan naartoe? Hoe zit het met de uitbreiding van solitaire glastuinbouwbedrijven of boomkwekerijen, buiten de concentratiegebieden?

Nieuwvestiging van glastuinbouw kan alleen binnen de glastuinbouwconcentratiegebieden en het projectvestigingsgebied Californië. Solitaire glastuinbouwbedrijven behouden wel hun bestaande rechten. Dit geldt ook voor (beperkte) uitbreidingsmogelijkheden. Daar verander met deze omgevingsvisie niets aan. Als een kernrandzonde een overlap heeft met een glastuinbouwconcentratiegebied, zullen we de voorkeursstrategie opnemen in de omgevingsvisie. Voor de boomkwekerijen zijn geen concentratiegebieden aangewezen, Dit betekent dat boomkwekerijen in het buitengebied zijn toegestaan onder voorwaarden. Met uitzondering van de kernrandzones verandert deze omgevingsvisie daar niets aan. In de kernrandzone komen de kernen en het land in de toekomst nog meer bij elkaar. We willen ook dat in deze zone de woon- en leefomgeving beter wordt. Dat betekent niet dat functies zich niet verder kunnen ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we samen voor een steeds gezondere woon, en leefomgeving. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Voor een glastuinbouwlocatie in de kernrandzone blijft hetgeen dat nu mogelijk is ook mogelijk maar de ontwerpvisie is ingericht om in de toekomst andere functies mogelijk te maken.

Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk.

9.

De intensieve veehouderij kan alleen verplaatsen naar het LOG Witveld. Op dit moment zit het vergunning technisch vol. 15% van 200 ha. Dus is verplaatsen geen optie meer.

10.

Er wordt niet meer gesproken over windenergie. Waarom deze omslag? Uitbreiding van zonnepanelen op daken is een goede zaak. Grootschalige zonneparken op land is geen optie meer vanwege de noodzaak om zoveel mogelijk de landbouwgrond, een agrarische bestemming te laten.

Het voormalige LOG Witveld wordt in deze omgevingsvisie aangeduid als het gebied Witveld. In dit gebied kan een niet grondgebonden veehouderij zich vestigen mits dit nodig is om op een andere locatie een knelpunt op te lossen als gevolg van deze veehouderij. De opmerking dat het gebied vergunning technisch vol zit kunnen we niet onderschrijven. Binnen het gebied Witveld zijn nog mogelijkheden, gekeken naar de milieuruimte, voor het houden van vee waarbij voldaan wordt aan wet en regelgeving. We hebben gekozen om ons te richten op het energiesysteem omdat we met zonnepanelen ons RES-doel halen en dan een uitdaging hebben om gedurende het jaar voldoende duurzame energie op het juiste moment te hebben. Noodzakelijk, en de plek waar is in de toekomst niet meer geschikt voor landbouw en wel voor bijvoorbeeld zonnepanelen.

46

11.

12.

13.

14.

15.

16.

17.

18.

Een sterke agrarische sector en dus de ruimte om te ondernemen voor de agrarische sector moet er blijven, maar wordt door deze omgevingsvisie erg beperkt. Het verbinden van de natuurgebieden geeft wederom een enorme druk op het gebruik van goede landbouwgronden. Waarom is dit nodig? Dit creëert weer de nodige bufferzones met alle beperkingen van dien

Natuur inclusieve Landbouw heeft een te romantische benadering. Agrarische bedrijfsvoering is een economische activiteit. Wie compenseert ervoor deze manier van ondernemen? De boomkwekerij levert een positieve bijdrage aan de omgeving en de biodiversiteit. Echter om te kunnen blijven ondernemen is er ruimte nodig en zijn teelt ondersteunende voorzieningen (TOV) noodzakelijk. Vruchtwisseling en de mogelijkheden om te irrigeren zijn van cruciaal belang. Om de kernen Broekhuizen, Melderslo en Lottum te ontlasten is een verharding van de verbindingsweg tussen de Broekhuizerdijk en de Horsterdijk noodzakelijk. In hoeverre kan het gebied Hoogheide in Lottum, met aansluitend Hanenberg en Witveld behouden blijven voor de boomkwekerij? Hier zijn unieke mogelijkheden om een duurzaam boomteeltgebied te ontwikkelen

Het kostenverhaal is verre van duidelijk. Wie gaat wat betalen? Is een “ fdwingbaar kostenverhaal” ook van toepassing op alle burgers wondende in de kernen? Wie heeft er het meeste nut van deze herstructurering? Welke voorwaarden worden er gesteld aan de teelt ondersteunende voorzieningen? In hoeverre moet er financieel worden bijgedragen aan de compensatie om deze teelt ondersteunende voorzieningen te kunnen realiseren?

Zie beantwoording zienswijze 20, punt 7.

De Omgevingswet schrijft verplicht voor dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de Omgevingsvisie. Dit betekent dat niet enkel en alleen naar de agrarische sector gekeken kan worden, maar ook ruimte voor o.a. natuur, wonen, recreatie een plek dient te krijgen in de Omgevingsvisie. Het verbinden van natuurgebieden is nodig voor het behoud van natuur. Deze verbindingen zijn maatregelen die ervoor zorgen dat dieren en planten van het nee gebied naar het andere gebied kunnen komen. De verbindingen zijn stippellijntjes die de plek aangeven van maatregelen, het zijn geen gebieden of zones. Dit is ook een voortzetting van de beleidslijn voor de extensiveringsgebieden die al zijn vastgelegd in de (nu nog) geldende Structuurvisie 2013, het bestemmingsplan Buitengebied (onherroepelijk per 19 december 2017) in de Omgevingsvisie. Deze beleidslijn schrijft voor dat bestaande rechten worden gerespecteerd, maar uitbreiding niet is toegestaan. Zie 20.6.

Het huidige beleid rondom teeltondersteunende voorzieningen wordt gehandhaafd in de gebieden die aangewezen zijn voor teeltondersteunende voorzieningen in de Omgevingsvisie. Dit biedt voldoende perspectief. Een Omgevingsvisie is een strategisch langetermijnvisie. Dergelijke concrete projecten landen in andere ruimtelijke instrumenten en/of procedures. De boomkwekerij krijgt gemeente breed de ruimte op plekken waar grondgebonden bedrijven in het algemeen de ruimte krijgen, In het genoemde gebied bevinden zich veel boomteeltbedrijven. Dit hebben we in de omgevingsvisie ook zo benoemd en op de kaart aangeduid. Onder het kopje “ruimte voor boomteelt” is dit verder verduidelijkt met de volgende tekst. In de zienswijze wordt niet duidelijk welke ‘herstructurering’ op gedoeld wordt. Voor het overige wordt verwezen naar het antwoord op bij 20.6. Voor compensatie zie antwoord bij 20.8. Het geldende beleid rondom teeltondersteunende voorzieningen ligt vast in ‘Beleidsnotitie teeltondersteunende voorzieningen gemeente Horst aan de Maas vastgesteld’. 47

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Toevoeging stukje onder kopje ‘Ruimte voor de boomteelt’ “De boomteelt krijgt ruimte om te kunnen ontwikkelen in kwalitatieve en op plekken waar dat mogelijk is in kwantitatieve zin, rekening houdend met zaken zoals het TOV-beleid. Dit geldt gemeente breed in gebieden waar de grondgebonden landbouw is toegestaan.

4.21 Zienswijze 21 1.

2.

3.

Samenvatting De locatie van indiener is gelegen binnen de zogeheten ‘Overgangszone natuurgebied’ vanwege de ligging nabij het Schuitwater. De gemeente kiest ervoor om rondom de zeer kwetsbare natuurgebieden een natuurbuffer aan te leggen. Indiener verzoekt dan ook om duidelijker aan te geven dat in deze zone agrarische bedrijven, niet zijnde intensieve veehouderijen, wel bestaansrecht hebben en zich ook kunnen blijven ontwikkelen. Uiteraard passend binnen de wettelijke regels zoals die op dat moment gelden. Bedrijven moeten zich kunnen ontwikkelen om te kunnen blijven bestaan. ‘ tilzitten’ is in de huidige tijd geen optie. Het lijkt erop dat met deze omgevingsvisie uiteindelijk bedrijven min of meer op slot gezet worden, dat kan niet de bedoeling zijn. De visiekaart is onduidelijk, het verzoek is om dit overzichtelijker uit te werken. Tenminste digitaal beschikbaar op een kadastrale ondergrond.

Beantwoording Dit is een voortzetting van de beleidslijn voor de extensiveringsgebieden die reeds zijn vastgelegd in de (nu nog) geldende Structuurvisie 2013, het bestemmingsplan Buitengebied (onherroepelijk per 19 december 2017) in de Omgevingsvisie. Deze beleidslijn schrijft voor dat bestaande rechten worden gerespecteerd, maar uitbreiding niet is toegestaan.

Wij zijn het niet met deze stelling eens. Bedrijven blijven ontwikkelmogelijkheden behouden mits wordt ontwikkeld volgens deze omgevingsvisie. Daar waar de omgevingsvisie niet concreet genoeg is werken we dit de komende tijd uit in een omgevingsprogramma en/of omgevingsplan. De Omgevingsvisie (voorheen structuurvisie) is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Er is géén sprake van een wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan (op perceelsniveau) (voorheen bestemmingsplanwijziging), maar een integrale herziening voor de Omgevingsvisie op strategisch niveau. Dit zijn twee losse ruimtelijke instrumenten met ieder hun eigen proces en procedure. De visiekaart is bedoeld om globaal en algemeen te zijn. De grenzen van gebieden en zones zijn globaal. In het DSO zullen (op termijn) gebieden (let op: gebieden, geen percelen) exact worden gepubliceerd waarbij we in de praktijk, bij grensgevallen, gekeken zal worden wat het meest logisch is om beleidsmatig als basis te gebruiken.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

4.22 Zienswijze 22 1.

Samenvatting Wij begrijpen niet waarom hiervoor buffers rond de dorpen dienen te komen liggen. Als ondernemers willen wij op een duurzame wijze kunnen blijven ondernemen met onze

Beantwoording In de kernrandzone komen de kernen en het land in de toekomst nog meer bij elkaar. We willen ook dat in deze zone de woon- en leefomgeving beter wordt. Dat betekent niet dat functies zich niet verder kunnen 48

intensieve teelten, ook in de voorgenoemde zones. Reclamant wil geen beperkende zones waar op voorhand beperkingen worden opgelegd waarbij e.e.a. nog verder dient te worden uitgewerkt. Deze zones leggen uitsluitend beperkingen op voor het gezamenlijk na te streven doel.

ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we samen voor een steeds gezondere woon, en leefomgeving. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Voor een glastuinbouwlocatie in de kernrandzone blijft hetgeen dat nu mogelijk is ook mogelijk maar de ontwerpvisie is ingericht om in de toekomst andere functies mogelijk te maken. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk.

2.

3.

4.

Reclamant is van mening dat de overheid niet op de stoel van de ondernemer dient te gaan zitten wat betreft het principe ‘bodem- en watermede sturend’ te laten zijn in ontwikkelingen. Ondernemers weten als geen ander wat waar mogelijk is en kunnen hier prima een afweging in maken. Er dient dus geen verbod op ontwikkelingen te zijn in bijvoorbeeld beekdalen daar deze zeer indicatief begrensd zijn en reclamant als geen ander weten wat wel en niet mogelijk is op hun in gebruik zijnde percelen.

Er is in onze ogen geen "goede" of "slechte" landbouwgrond. Elke grond is geschikt voor bepaalde teelten waarbij ondernemers als geen ander hierin een goede afweging kunnen maken. Kortom ga als gemeente niet op de stoel van de ondernemer zitten en schrap deze beperkingen in de bedrijfsvoering.

Er is nauwelijks aandacht besteed aan de glastuinbouwsector in de omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie moet beter vastgelegd worden dat:

De gemeente heeft als wettelijk verplichte taak om een omgevingsvisie vast te stellen waarin zij strategisch het ruimtelijk beleid voor haar gemeentelijk grondgebied vaststelt, waarbij sprake moet zijn van een integrale benadering en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ditzelfde geldt voor het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Ook in dit ruimtelijke instrument legt de gemeente de regels vast over welk gebruik, bouwen en milieu wel of niet is toegestaan binnen haar grondgebied die doorwerken op de grondeigenaar. In de Omgevingsvisie 2040 wordt aan de wettelijke taak gehoor gegeven door het principe bodem- en water mede sturend toe te passen. Zoals eerder aangegeven worden bestaande rechten gerespecteerd. Daar waar nieuwe ontwikkelingen gewenst zijn, dient dit principe onder andere toegepast te worden.. De gemeente heeft als wettelijk verplichte taak om een omgevingsvisie vast te stellen waarin zij strategisch het ruimtelijk beleid voor haar gemeentelijk grondgebied vaststelt, waarbij sprake moet zijn van een integrale benadering en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ditzelfde geldt voor het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Ook in dit ruimtelijke instrument legt de gemeente de regels vast over welk gebruik, bouwen en milieu wel of niet is toegestaan binnen haar grondgebied die doorwerken op de grondeigenaar.

In de Omgevingsvisie 2040 wordt aan de wettelijke taak gehoor gegeven door het principe bodem- en water mede sturend toe te passen. Zoals eerder aangegeven worden bestaande rechten gerespecteerd. Daar waar nieuwe ontwikkelingen gewenst zijn, dient dit principe onder andere toegepast te worden. Genoemde punten worden nu al beschreven in de Omgevingsvisie en zijn daarmee goed onder de aandacht. Deze zienswijze vormt geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 49

-

De glastuinbouwsector regionale koppelkansen biedt in de verduurzaming van het regionale energiesysteem - Er moet meer ontwikkelingsruimte voor glastuinbouwbedrijven geboden worden om toekomstbestendig te kunnen ondernemen. De glastuinbouwsector koploper is in verdere verduurzaming op het gebied van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, energieinnovatie, hightech productiesystemen, robotica. Bied hiervoor de ruimte in de Omgevingsvisie. Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.

4.23 Zienswijze 23 1.

2.

Samenvatting Een deel van het perceel heeft decennialang een woonbestemming binnen het buitengebied en wordt ook als zodanig gebruikt. De aanwijzing van dit gebied als zone voor woningbouw is in strijd met het geldende ruimtelijke beleid en het huidige gebruik. Er is geen sprake van leegstand, functieverlies of herstructureringsnoodzaak die deze herbestemming zou rechtvaardigen. De voorgestelde woningbouwontwikkeling zal leiden tot een onherstelbare aantasting van het open, groene karakter van het buitengebied. De rust, landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit in dit deel van de gemeente zullen hiermee ernstig worden geschaad. Dit tast ook onze woon- en leefkwaliteit direct aan.

Beantwoording De Omgevingsvisie is een ander ruimtelijk instrument dan het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Het Omgevingsplan wijzigt niet met de procedure van de Omgevingsvisie. Er is dan ook geen sprake van een herbestemming van uw perceel.

De Omgevingsvisie zegt enkel en alleen dat het logisch is om aansluiting te zoeken bij de bestaande kernen met de nieuwbouw van eventuele woningen. Hoe en waar de woningbouw exact plaatsvindt, dat dient verder uitgewerkt te worden in andere ruimtelijke instrumenten, bijvoorbeeld een programma Wonen of een herziening van het Omgevingsplan. Daar gaat de Omgevingsvisie niet over. Er is dus geen sprake van een voorgestelde woningbouwontwikkeling en daarmee ook geen sprake van een onherstelbare aantasting van het open groene karakter van het buitengebied. Er wordt in de kernrandzone mede gestuurd op een gezonde en veilige leefomgeving op negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu. In deze gebieden wordt gestuurd op groen, ruimte om te bewegen waarbij rekening gehouden wordt met de kenmerken van het kampen en veldenlandschap. Woningbouw is passend in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is een aanduiding ‘zoekgebied uitbreiding’ opgenomen in dit overgangsgebied. De Omgevingsvisie zegt over het ‘zoekgebied uitbreiding’ dat voor nieuwe woningen voorkeur geven aan het verdichten van de bestaande dorpsstructuren. Zodat niet onnodig landschap wordt ‘opgeofferd’ voor ‘rood’.

50

Wanneer verdichten niet zorgt voor voldoende woningen om aan de lokale woningbehoefte te kunnen voldoen, dient gekeken te worden naar uitbreiding van woningbouw tegen de bestaande kernen binnen de gemeente. Uitbreiden van woningbouw in de kernrandzone, in het buitengebied, hangt af van het aanbod dat wordt bepaald door demografische veranderingen en de woningbehoefte per dorp. Daarbij moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van woningen over alle kernen binnen gemeente Horst aan de Maas. Ieder geval is dus maatwerk en volgt daarmee zijn eigen procedure.

3.

Bovendien is het onwenselijk dat Horst aan de Maas in de visie wordt gepositioneerd als forensisch woongebied voor stedelijke regio’s zoals Nijmegen, Eindhoven en Venlo. De zienswijze wordt beargumenteerd met het overbelaste net, CO2-reductiebeleid, strijd duurzame ladder voor verstedelijking, demografische afname bevolkingsgroei.

Het is dus niet zo dat de ‘zoekgebieden uitbreiding’ helemaal volgebouwd worden met woningen. Er wordt maatwerk geleverd daar waar sprake is van een bepaalde woningbehoefte per dorp i.c.m. doelgroep i.c.m. een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (artikel 4.1 Omgevingswet). De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, ook in onze gemeente. In elke dorpskern is er behoefte aan nieuwe woningen. Tegelijkertijd ervaren we dat onze gemeente vanwege de prachtige omgeving en gunstige ligging aantrekkelijk is voor mensen uit de regio. Het aantal inwoners groeit als gevolg van binnenlandse (Woningzoekende uit Venlo, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen) en buitenlandse denk aan arbeidsmigratie) (migratie. Bij het bepalen van de woningbouwopgave houden we hier rekening mee, we willen zorgen dat er genoeg woningen gebouwd worden zodat onze eigen inwoners een plek hebben om te wonen. Om dit te verduidelijken wordt de Omgevingsvisie aangepast. Het stuk hierboven cursief vermeld vervangt de bestaande tekst in paragraaf 3.1.2.

4.

Wij zijn als direct belanghebbenden op geen enkel moment actief betrokken bij participatie of overleg over de toekomstige ontwikkeling van dit gebied. Dit is in strijd met de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, als mede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De inspraakavonden waren een van de middelen en momenten die we als gemeente in hebben gezet om de afgelopen jaren input op te halen onder inwoners zoals u ook op de video’s geplaatst op https://horstaandemaas2040.nl/ Tijdens de verschillende dorpsavonden die in maart zijn georganiseerd zijn er veel open discussies gevoerd. Op dat moment in het proces was er nog meer ruimte voor participatie. Een belangrijk element in goede participatie is dat na een aantal gespreksrondes toegewerkt wordt naar een eindresultaat en de discussie wordt afgesloten. Dan volgt een afwegende fase, hebben we alles goed begrepen en opgeschreven. De terugkoppelsessie is dan ook bedoeld om toe te lichten welke ideeën en opmerkingen er zijn opgehaald bij inwoners en stakeholders. Wij koppelen graag terug welke afweging en keuzes er zijn gemaakt, en waarom. Ook is hier de gelegenheid om vragen te stellen. 51

Zodat men de een goed beeld heeft over de toekomstige inrichting van Horst aan de Maas. Naast de kwantitatieve toets die we eerder hebben gedaan hebben we deze kwalitatieve gesprekken georganiseerd om een beeld te krijgen van de belangen, behoeftes en wensen die spelen bij burgers, bedrijven en belanghebbenden, om op grond hiervan, vanuit het algemeen belang, te kunnen afwegen en kiezen. Naast de ruim 300 inwoners die we tijdens de avonden hebben gesproken hebben we ook 90 stakeholders gesproken en zijn we naar scholen gegaan. Voor wat betreft de opkomst en wat de representativiteit hiervan is verwijs ik u graag naar de wetenschappelijke onderbouwing hiervan. Waaruit blijkt dat dit voor 95% een betrouwbaar beeld geeft: Aan de raadpleging Omgevingsvisie Horst a/d Maas hebben 1.649 inwoners deelgenomen. Dat lijkt inderdaad weinig als je kijkt naar 42.000 inwoners in de gemeente, maar onderzoekstechnisch gezien is het een fors aantal. Gegeven deze respons en populatiegrootte is de foutmarge 2.4%, bij 95% betrouwbaarheid, dat betekent dat als we vinden dat 60% ergens voór is, dan ligt het werkelijke percentage in de hele gemeente waarschijnlijk tussen de 57.6% en 62.4%.

Er is uitgebreid participatie geweest in het voortraject (uitgangspuntennotitie), naar aanleiding van het concept koers document (met belangenbehartigers van het bedrijfsleven en de agrarische sector, extra bijeenkomt voor bedrijven i.s.m. O2) en bij de toetsing van de concept omgevingsvisie. We hebben 5 avonden (op locatie verspreid over heel Horst) en 1 digitale participatieavond georganiseerd en hieraan ook veel publiciteit aan gegeven. Op de website konden mensen ook vragen en opmerkingen kwijt. Wij zijn dan ook van mening dat we voldoende hebben gedaan om participatie mogelijk te maken. Er is dus voldaan aan de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, alsmede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is sprake van zeer zorgvuldige besluitvorming rondom het proces dat doorlopen is (en wordt) voor de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8.

52

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8. - Paragraaf 3.1.2: De Omgevingsvisie wordt aangepast door het stuk cursief vermeld in de beantwoordingskolom wordt toegevoegd tussen ‘ e bouwen ook een beetje extra om de druk van de regio indhoven en Nijmegen deels op te vangen’ en ‘De meest groei komt in en rondom de kern Horst en evenum’.

4.24 Zienswijze 24 1.

Samenvatting De locatie vindt binnen het zoekgebied voor woningbouw. Hierdoor verdwijnt de rust en de ruimte en krijgen we er drukte, geluid en lawaai voor terug. Dat terwijl er al problemen zijn met wateroverlast en sprake is van verlies van natuur en uitzicht, aantasting van het dorp.

Beantwoording De Omgevingsvisie zegt enkel en alleen dat het logisch is om aansluiting te zoeken bij de bestaande kernen met de nieuwbouw van eventuele woningen. Hoe en waar de woningbouw exact plaatsvindt, dat dient verder uitgewerkt te worden in andere ruimtelijke instrumenten, bijvoorbeeld een programma Wonen of een herziening van het Omgevingsplan. Daar gaat de Omgevingsvisie niet over. Er is dus geen sprake van een voorgestelde woningbouwontwikkeling en daarmee ook geen sprake van een onherstelbare aantasting van het open groene karakter van het buitengebied. Er wordt in de kernrandzone mede gestuurd op een gezonde en veilige leefomgeving op negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu. In deze gebieden wordt gestuurd op groen, ruimte om te bewegen waarbij rekening gehouden wordt met de kenmerken van het kampen en veldenlandschap. Woningbouw is passend in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is een aanduiding ‘zoekgebied uitbreiding’ opgenomen in dit overgangsgebied. De Omgevingsvisie zegt over het ‘zoekgebied uitbreiding’ dat voor nieuwe woningen voorkeur geven aan het verdichten van de bestaande dorpsstructuren. Zodat niet onnodig landschap wordt ‘opgeofferd’ voor ‘rood’.

Wanneer verdichten niet zorgt voor voldoende woningen om aan de lokale woningbehoefte te kunnen voldoen, dient gekeken te worden naar uitbreiding van woningbouw tegen de bestaande kernen binnen de gemeente. Uitbreiden van woningbouw in de kernrandzone, in het buitengebied, hangt af van het aanbod dat wordt bepaald door demografische veranderingen en de woningbehoefte per dorp. Daarbij moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van woningen over alle kernen binnen gemeente Horst aan de Maas. Ieder geval is dus maatwerk en volgt daarmee zijn eigen procedure. Het is dus niet zo dat de ‘zoekgebieden uitbreiding’ helemaal volgebouwd worden met woningen. Er 53

2.

We zijn niet per brief, enquête geïnformeerd. We hebben er digitaal niets van mee kunnen krijgen, omdat wij niet digitaal onderlegd zijn. We zijn definitief buitengesloten. Terwijl de plannen ons serieus raken.

wordt maatwerk geleverd daar waar sprake is van een bepaalde woningbehoefte per dorp i.c.m. doelgroep i.c.m. een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (artikel 4.1 Omgevingswet). De visie voorziet in een strategische visie op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving gemeente breed en ziet niet toe op individuele huishoudens. Dit maakt ook het verschil of dat een burger per brief of via algemenere informatiekanalen betrokken wordt bij de Omgevingsvisie. Voor de Omgevingsvisie geldt dus de laatste variant: communicatie via de grotere informatiekanalen over de omgevingsvisie. Er is zowel een online (digitale) campagne als een offline (analoge/ op papier) campagne opgezet. Wat betreft de offlinecampagne zijn er sandwichborden in alle kernen geplaatst, flyers in o.a. gemeenschapshuizen verspreid en advertenties en publicaties in de lokale dorpsblaadjes geplaatst. Met als doel mensen te informeren, maar ook uit te nodigen voor (analoge) informatie- en participatieavonden. Daarbij moet de gemeente zorgdragen voor inspraak en voorbereiding volgens afdeling 3.4 Awb (art. 16.26 Ow). Zienswijzen over het ontwerp van de omgevingsvisie kunnen door eenieder worden ingediend (art. 16.23 Ow). Ook dit is een vorm van communicatie en participatie die toegepast wordt om te komen tot een Omgevingsvisie die mede door burgers is vormgegeven d.m.v. participatie.

3.

Waarom moeten wij daarbij bouwen voor Eindhoven en Nijmegen en moeten wij wijken voor anderen. We komen op de laatste plaats als bestaande inwoners.

Op diverse manieren is de burger dus offline ook ruim voldoende betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, ook in onze gemeente. In elke dorpskern is er behoefte aan nieuwe woningen. Tegelijkertijd ervaren we dat onze gemeente vanwege de prachtige omgeving en gunstige ligging aantrekkelijk is voor mensen uit de regio. Het aantal inwoners groeit als gevolg van binnenlandse (Woningzoekende uit Venlo, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen) en buitenlandse denk aan arbeidsmigratie) (migratie. Bij het bepalen van de woningbouwopgave houden we hier rekening mee, we willen zorgen dat er genoeg woningen gebouwd worden zodat onze eigen inwoners een plek hebben om te wonen. Om dit te verduidelijken wordt de Omgevingsvisie aangepast. Het stuk hierboven cursief vermeld vervangt de bestaande tekst in paragraaf 3.1.2.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. - Paragraaf 3.1.2: De Omgevingsvisie wordt aangepast door het stuk cursief vermeld in de beantwoordingskolom wordt toegevoegd tussen ‘ e bouwen ook een beetje extra om de druk van de regio indhoven en Nijmegen deels op te vangen’ en ‘De meest groei komt in en rondom de kern Horst en evenum’.

54

4.25 Zienswijze 25 1.

2.

Samenvatting Betrek de gemeenteraad, de inwoners en de maatschappelijke organisaties bij het uitwerken van de plannen, omdat dan pas de echte impact duidelijk wordt en om het wantrouwen te verminderen. Het kan niet zo zijn dat alles wat vastgelegd wordt in deze omgevingsvisie niet meer bij te sturen is. Op basis van voortschrijdend inzicht moet het altijd mogelijk zijn dat de raad bij projecten met impact op de omgeving vooraf kan bijsturen. Verbied bedrijven, die veel water gebruiken, veel energie gebruiken of grote oppervlaktes nodig hebben, bijvoorbeeld logistieke bedrijven en groentewassers

Beantwoording Gemeente Horst aan de Maas zal belanghebbenden betrekken bij de verdere uitwerking van omgevingsprogramma’s.

Hier zijn al afspraken over vastgelegd in de intergemeentelijke Structuurvisie Klavertje 4, welke is vastgesteld is op 11 september 2012. Er is hiermee dus geen sprake van het wijzigen van het Omgevingsplan, maar het bestendigen van een beleidslijn die in 2012 is ingezet op visieniveau en nu doorgezet wordt in de Omgevingsvisie. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Ook wordt er een breed afwegingskader in relatie tot regionale meerwaarde opgesteld dat toegepast gaat worden bij uitgifte van gronden binnen Greenport Venlo. Nieuw te vestigen bedrijven moeten daarbij aan diverse criteria voldoen. Het bestaand gemeentelijk beleid rondom het toelaten van teeltondersteunende voorzieningen wordt in deze Omgevingsvisie gehandhaafd. De kaart behorende bij het beleid is wel aangepast in deze Omgevingsvisie. In de kaart is aangegeven waar teeltondersteunende voorzieningen onder voorwaarden mogelijk zijn. Een van de belangrijke voorwaarden is, zoals ook vastgelegd in het gemeentelijk beleid, dat teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan ter plaatse van belangrijke landschappen waar sprake is van cultuurhistorische of landschappelijke kenmerken. Dit is momenteel niet opgenomen in de Omgevingsvisie en wordt als nieuw kopje ‘Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen’ na het kopje ‘Ruimte voor boomteelt’ toegevoegd.

3.

4.

In eerdere presentaties is duidelijk geworden dat 30 hectare bedrijventerrein voor Klaver 7 voldoende is. Daarbij dient de uitgifte gemaximeerd te worden op 5 hectare zodat voldaan wordt aan het provinciaal beleid. De natuurcompensatie zoals die ten oosten van Sevenum, evenals de Greenport is ingetekend in de plannen is niet gerealiseerd en daarmee worden de afspraken niet nagekomen.

Dergelijke kwantitatieve zaken worden uitgewerkt in een wijzigingsbesluit van het Omgevingsplan (voor in dit geval Klaver 7). De Omgevingsvisie ziet toe op het strategisch beleid voor de lange termijn (2040). Daarmee is het aanduiden van de compensatieopgave voortkomende uit de plannen voor Greenport Venlo voldoende. In de uitvoering (programma’s en het omgevingsplan met name) zal hier op gestuurd moeten worden. 55

5.

6.

7.

8.

9. 10.

De Omgevingsvisie biedt de mogelijkheid om grote logistieke bedrijven met grote aantallen arbeidsmigranten te vestigen. Dit staat haaks op de ambitie innovatie, vakmanschap en duurzaamheid. Er dient gestuurd te worden in de Omgevingsvisie op lokale kleinschalige ondernemers op bedrijventerreinen, evenals meer focus op natuurbeheer en kleinschalige landbouw. Arbeidsmigranten zijn nodig, maar maximeer het aantal om de leefbaarheid van een gebied te garanderen. En stel een visie op hoe om te gaan met arbeidsmigranten.

Voorgesteld wordt om concrete doelen te stellen bij het ontwikkelen van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie dient opgenomen te worden dat alleen lokale ondernemers kleinschalig te laten vestigen op nieuwe kavels. Bij nieuwvestiging van een bedrijf mag een maximaal percentage internationale medewerkers geaccepteerd worden. Geen grote kavels (groter dan 5ha) meer uit te geven, vuurwerk te beperken, en vermindering van vervoersbewegingen als doel te stellen. Voorgesteld wordt om bedrijven te stimuleren om te innoveren en als doel te stellen de hoeveelheid laagwaardige arbeid te verminderen. Ook wordt voorgesteld om te verduidelijken dat meer groei niet betekent meer volbouwen.

11.

Aanvullend aanbod voor bedrijventerreinen mag volgens indiener alleen op lege kavels of vrijkomend binnen bedrijventerrein toegepast worden voor bouw van nieuwe panden.

12.

Uitgesloten dient te worden dat er gebouwen of tunnels gebruikt mogen worden op ‘hoge natuurlijke vruchtbare gronden met hoge

Zie 25.3. Naast dat zaken nog verder uitgewerkt worden in omgevingsprogramma’s erkennen wij in deze Omgevingsvisie dat er ook ruimte gegeven moet worden aan lokale kleinschalige ondernemers, innovatief ondernemer en als het kan in samenhang met natuur. Zoals opgenomen in de Omgevingsvisie is de gemeente momenteel bezig met het uitwerken van een programma huisvesting arbeidsmigranten. Dit is in voorbereiding. In dit document worden nadere regels gesteld hoe ruimtelijk maar ook sociaal omgegaan moet worden met de huisvesting van arbeidsmigranten. In dit beleidsdocument wordt bijvoorbeeld ingegaan op de leefbaarheid van verschillende gebieden en hoe en of de huisvesting van arbeidsmigranten daar in past. Zie 25.3. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Zie 25.3. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. zie 25.3. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. In de Omgevingsvisie is al opgenomen dat bestaande bedrijventerreinen gerevitaliseerd moeten worden. Juist om volbouwen tegen te gaan en groei op andere manieren te genereren. Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan: • bedrijven werk bieden aan mensen uit de regio (lokale binding). • ze betrokken zijn bij het lokale verenigingsleven of andere maatschappelijke initiatieven.

• ze bijdragen aan een duurzamer bedrijventerrein, bijvoorbeeld door circulair te werken of maatregelen te nemen tegen wateroverlast of hittestress. • daarbij wordt slim en dubbel ruimtegebruik gestimuleerd. Denk aan bedrijven die samen energie opwekken of opslaan, of elkaars restwarmte of afvalstromen gebruiken. Dat verbetert de gezamenlijke energiebalans. Op pagina 60 is nader uitgewerkt hoe ‘aanvullend aanbod bedrijventerreinen en in kernranden en bebouwde kom’ vormgegeven dient te worden en dat onder diverse voorwaarden kleinschalige bedrijvigheid op een bestaand erf – mits passend – mogelijk is. Het bestaand gemeentelijk beleid rondom het toelaten van teeltondersteunende voorzieningen wordt in deze Omgevingsvisie gehandhaafd. De kaart behorende bij het beleid is wel aangepast in 56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16253536/2