CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.45.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

7.

In de ontwerp omgevingsvisie 2024 van de gemeente Horst aan de Maas is het zelfs heel nadrukkelijk het volgende opgenomen waaruit blijkt dat het gemeentebestuur haar wettelijke taak willens en wetens verzaakt in relatie tot de thema’s gewasbeschermingsmiddelen en het beter beschermen van dorpen en andere kwetsbare functies.

beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden. Hoe aan deze beginselen voldaan wordt, wordt beschreven in de Omgevingsvisie. Zie beantwoording zienswijze 2, punt 1. In de Omgevingsvisie wordt uiteengezet hoe de gemeente Horst aan de Maas toewerkt naar een leefomgeving die gezond en veilig is op de lange termijn (2040). Het feit dat zaken op termijn worden uitgewerkt onderschrijft de karakteristiek van een Omgevingsvisie, een langetermijnvisie op hoofdlijnen. Door middel van kernrandzone (een straal van 250 meter rondom dorpen) worden geen nieuwe plannen toegestaan die schadelijk zijn voor de gezondheid. at voor een ‘plannen’ dit zijn moet volgen uit planprocedures die concreet doorlopen worden in relatie tot een wijzigings(besluit) voor een Omgevingsplan of een omgevingsprogramma (thematisch of op gebiedsniveau). Op pagina 68 en 69 wordt uitgebreid uiteengezet hoe de gemeente om wil gaan met gewasbeschermingsmiddelen.

8.

Het drinkwatergebied wordt, ondanks de keiharde wettelijke verplichting, niet beschermd.

9.

De gemeente moet concrete maatregelen in haar Omgevingsvisie opnemen om landbouwgif actief uit te faseren in en nabij: woonkernen, grondwaterbeschermingsgebieden en Natura 2000-gebieden.

De wettelijke taak zoals die wordt voorgeschreven in artikel 3.1 Omgevingswet voor het opstellen van een Omgevingsvisie waarbij sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties daar geeft de gemeenteraad van gemeente Horst aan de Maas met positief gevolg gehoor aan. De bescherming van de drinkwatergebieden vindt plaats in de provinciale omgevingsverordening en gedeeltelijk in het gemeentelijk omgevingsplan. In beide plannen (zowel de provinciale Omgevingsverordening als het gemeentelijk bestemmingsplannen) die gelden voor dit gebied zijn de drinkwatergebieden weldegelijk juridisch planologisch beschermd door middel van een gebiedsaanduiding en een set regels als zijnde grondwaterbeschermingsgebied. De opbouw van de Omgevingswet volgt de beleidscyclus (1) beleidsontwikkeling, (2) beleidsdoorwerking, (3) uitvoering en (4) terugkoppeling. Deze cyclus loopt, zoals de naam zegt, rond. Men begint met (1) beleidsontwikkeling. In deze eerste stap zit het opstellen van de Omgevingsvisie vervat. Waarna in stap 2, beleidsdoorwerking, de Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in onder andere het Omgevingsplan, rogramma’s, Instructieregels. Waarna vervolgens men uitkomt op stap 3 Uitvoering. Deze derde stap vertaalt zich in het verlenen van omgevingsvergunningen of het stellen van algemene regels in bijvoorbeeld een verordening.

Waarna de beleidscyclus gesloten wordt met stap 4 Terugkoppeling. In deze stap worden zaken enerzijds gemonitord en geëvalueerd of wordt toezicht en handhaving ingezet, waar nodig. 18

10.

Er dient hierover verplicht tot overleg over te gaan met het Waterschap, de provincie en de GGD over de uitvoering en handhaving hiervan.

Zoals meermaals aangehaald voorziet niet de Omgevingsvisie, maar een Omgevingsplan en/of programma en/of omgevingsvergunning in een concrete set aan maatregelen. Enkel de hoofdlijnen voor deze thema’s zijn vervat in de Omgevingsvisie. In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.20 Algemene wet bestuursrecht jo. Artikel 2.2 Omgevingswet) worden andere bestuursorganen, zoals het Waterschap, provincie Limburg, de GGD in de bovenvermelde stappen altijd meegenomen daar waar belangen van het Waterschap en Provincie Limburg geraakt worden. Zoals duidelijk wordt uit de zienswijzebeantwoording punt 8 heeft zowel de provincie als het waterschap belang bij (onder andere, niet alleen) de grondwaterbeschermingsgebieden en zijn zij dus ook meegenomen in het proces rondom het opstellen van de Omgevingsvisie.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie

4.3 Zienswijze 3 1.

Samenvatting Er wordt bezwaar gemaakt tegen de nieuwe Omgevingswet en de bijbehorende plannen welke de gemeente verder in procedure wil brengen. Het bezwaar richt zich op het feit dat de gemeente vastlegt waar gefietst, gewoond, gewerkt enzovoort mag worden. Waarom bepaalt de gemeente dit en heeft een burger zelf nog iets te zeggen over wat hij wel of niet mag? Het is in strijd met het autonoom kunnen leven als burger in de gemeente Horst aan de Maas.

Beantwoording Op 14 maart 2023 heeft de Eerste Kamer der StatenGeneraal ingestemd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Bij Koninklijk besluit is op 10 juli 2023 bepaalt dat iedere gemeente vóór 1 januari 2027 over een Omgevingsvisie moet beschikken zoals vastgelegd in artikel 3.1 Omgevingswet. Aan deze verplichting wordt door de gemeenteraad van gemeente Horst aan de Maas gehoor gegeven door het opstellen van de Omgevingsvisie 2040 Horst aan de Maas.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie

4.4 Zienswijze 4 1.

Samenvatting Er wordt bezwaar gemaakt tegen de nieuwe Omgevingswet en de bijbehorende plannen welke de gemeente verder in procedure wil brengen. Het bezwaar richt zich op het feit dat de gemeente vastlegt waar gefietst, gewoond, gewerkt enzovoort mag worden. Waarom bepaalt de gemeente dit en heeft een burger zelf nog iets te zeggen over wat hij wel of niet mag? Het is in strijd met het autonoom kunnen leven als burger in de gemeente Horst aan de Maas.

Beantwoording Op 14 maart 2023 heeft de Eerste Kamer der StatenGeneraal ingestemd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Bij Koninklijk besluit is op 10 juli 2023 bepaalt dat iedere gemeente vóór 1 januari 2027 over een Omgevingsvisie moet beschikken zoals vastgelegd in artikel 3.1 Omgevingswet. Aan deze verplichting wordt door de gemeenteraad van gemeente Horst aan de Maas gehoor gegeven door het opstellen van de Omgevingsvisie 2040 Horst aan de Maas.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 19

4.5 Zienswijze 5 1.

2.

Samenvatting De gemeente wordt verzocht om in het definitieve beleid expliciet ruimte te bieden aan zowel extensieve als intensieve vormen van landbouw, mits voldaan wordt aan geldende milieuwet- en regelgeving

Een categorische uitsluiting van bepaalde bedrijfsvormen, zoals intensieve veehouderij binnen een straal van 250 meter van dorpskernen, achten wij disproportioneel en strijdig met het evenredigheidsbeginsel. Verzocht wordt om te kiezen voor een benadering gebaseerd op feitelijke emissies, innovatieve technieken en maatwerkvergunningverlening.

Beantwoording De Omgevingswet schrijft in artikel 3.2 en 3.3 voor dat een integrale wijze thema’s voor de fysieke leefomgeving moeten worden beschreven, waarbij rekening gehouden moet worden met onder andere het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen. Een van de kernbegrippen binnen de Omgevingswet betreft ‘de evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (voorheen: een goede ruimtelijke ordening). Dit betekent dat alle thema’s, belangen evenwichtig moeten worden afgewogen. Concreet komt dit erop neer dat dus ook duidelijk gemaakt moet worden in verdere plan- en beleidsvorming waar wel/niet ruimte geboden wordt voor extensieve en intensieve vormen van landbouw, waarbij voldaan moet worden aan geldende wet- en regelgeving. Er is geen sprake van een dermate omvangrijke categorische uitsluiting zoals omschreven wordt in de zienswijze. De gebruiksmogelijkheden worden nu al erg ingeperkt vanuit de landelijke politiek (redactionele toevoeging: evenals Europese richtlijnen), en de bescherming van de aspecten stikstof, geur, water, bodem, gezondheid, alsook de rechtspraak rondom spuitzones.’ Zoals duidelijk wordt uit de Omgevingsvisie blijven bestaande rechten gewoon bestaan voor agrarische bedrijven. Wanneer bijvoorbeeld een intensieve veehouderij in 250 meter van een dorpskern ligt, dan mag deze blijven ondernemen conform de bestaande rechten.

Daarnaast is inbreiding binnen deze zone weldegelijk mogelijk voor een intensieve veehouderij. Op deze wijze kan een agrarisch ondernemer toch toekomstbestendig blijven sturen binnen zijn bedrijf. Door middel van een kernrandzone (een straal van 250 meter rondom dorpen) worden geen nieuwe plannen toegestaan die schadelijk zijn voor de gezondheid. at voor een ‘plannen’ dit zijn moet volgen uit planprocedures die concreet doorlopen worden in relatie tot een wijzigings(besluit) voor een Omgevingsplan of een omgevingsprogramma (thematisch of op gebiedsniveau). Voor een niet-intensieve veehouder of een nietglastuinbouwer, dus bijvoorbeeld een boomkweker of een vollegrondsteeltbedrijf is onder de geldende voorwaarden uitbreiding mogelijk binnen de kernrandzone. Echter wanneer een nieuw agrarisch bedrijf zich wil (nieuw)vestigen of een bestaande intensieve veehouderij zich wil uitbreiden, dan zijn hiervoor andere gebieden aangewezen, zoals Witveld. Het is 20

niet gewenst om een nieuw agrarisch bedrijf tegen een kern te (nieuw)vestigen.

3.

Verzocht wordt om ruimte te bieden aan precisielandbouw en innovatie, en om samen met de sector te investeren in proefprojecten en kennisdeling met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij dient rekening gehouden worden met het feit dat aanvullend gemeentelijk beleid reeds bestaande wettelijke regels niet mag doorkruisen.

Gemeente Horst aan de Maas probeert waar mogelijk voor de agrarische bedrijven in het veelzijdig landschap mee te denken onder die voorwaarden, maar daar waar het niet mogelijk is, stellen we dit ook duidelijk. Juist om valse verwachtingen te voorkomen richting agrarische ondernemers in relatie tot de beperkingen die van vele hoeken nu voor de veehouderij worden opgelegd. Een Omgevingsvisie betreft een beleidsdocument dat de ambities en doelen van de gemeenteraad voor de lange termijn op hoofdlijnen integraal vastlegt, zoals vervat in de Omgevingswet. Deze visie dient als kader voor verdere uitwerking in ruimtelijke instrumenten zoals een programma, omgevingsplan en/of omgevingsvergunning. Met name het omgevingsplan en de omgevingsvergunningen betreffen de ruimtelijke instrumenten waarin de strategische beleidslijn ter uitvoering wordt gebracht en dus ook maatregelen in worden vertaald. Op pagina 68 wordt richting gegeven aan het standpunt ‘Gewasbeschermingsmiddelen’. Zoals ook in de Omgevingsvisie vermeld, willen wij als gemeente niet te ver vooruitlopen op uitspraken van rechters en onderzoek dat loopt rondom gewasbeschermingsmiddelen. We sluiten nu aan bij de landelijke beleidslijn en moedigen ondernemers evenals innovaties aan daar waar het mogelijk is.

Wanneer de landelijke beleidslijn noopt tot verandering dan zullen wij hier in de uitvoering van plannen rekening houden in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie.

4.

5.

Er is geen sociaaleconomische effectanalyse gedaan, waardoor de beperkingen voor agrarische bedrijven in de Peelbuffer niet goed te onderbouwen zijn. Gevraagd wordt om beleidsruimte voor emissiearme, innovatieve bedrijven die bijdragen aan zowel natuurdoelen als economische vitaliteit. In het veelzijdig zandlandschap en de Greenport dient ruimte behouden te worden voor hoogproductieve landbouw.

In de Omgevingsvisie stellen wij dat we ruimte willen geven aan innovatie en verduurzaming. Voorstellen hiervoor worden individueel beoordeeld. Dergelijke zaken (zoals een sociaaleconomische effectanalyse) worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. De Omgevingsvisie is daarvoor niet het juiste ruimtelijke instrument.

In het deelgebied ‘Greenport Venlo’ en het ontwikkelingsgebied Witveld is ruimte gereserveerd voor hoogproductieve landbouw in de vorm van intensieve veehouderij, zoals volgt uit de Omgevingsvisie. Er is verder veel onduidelijkheid over de termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw. De definities worden als volgt aangepast in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie: - De term laagproductieve landbouw komt éénmalige voor in de Omgevingsvisie. We concluderen dat de term meer verward, dan helderheid geeft. Daarom hebben we deze 21

-

term geschrapt uit de Omgevingsvisie. Daar waar gesproken wordt van natuurinclusieve landbouw, kan laagproductieve landbouw gelezen worden. De term laagproductieve landbouw is daarmee overbodig. Voor de term ‘hoogproductieve landbouw’ geldt hetzelfde, ook deze term zorgt voor verwarring. Ook deze definitie wordt geschrapt.

In feite bedoelen we hiermee het sturen op de verdere verduurzaming van de landbouwsector in de brede zin van het woord. Hierbij kan gedacht worden aan kringlooplandbouw als algeheel systeem. Dit kan ook op maatregel niveau zijn door het stimuleren van driftreducerende spuittechnieken, toepassing van precisielandbouw, het stimuleren van de toepassing van weerbare teeltsystemen, het sturen op emissiearme landbouw. Dit wordt landelijk evenals provinciaal onderschreven wordt en ook verder beleid op gevoerd wordt. De gemeente sluit hier graag op aan.

6.

De indiener van de zienswijze vraagt om structureel betrokken te worden in de uitwerking van omgevingsprogramma’s, zoal het programma Vitaal Platteland.

De termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw zijn uit de integrale tekst verwijderd. De termen die resteren (bijvoorbeeld intensieve veehouderij, grondgebonden, niet-grondgebonden) blijven we wel hanteren in de Omgevingsvisie. Gemeente Horst aan de Maas zal belanghebbenden betrekken bij de verdere uitwerking van omgevingsprogramma’s.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - In paragraaf 3.4 en hoofdstuk 7 ‘Definities’ zijn de termen hoogproductieve landbouw en laagproductieve landbouw geschrapt.

4.6 Zienswijze 6 1.

Samenvatting De percelen van bezwaarmakers bevinden zich in het buitengebied. De gronden hebben bestemming ‘ onen’ in het buitengebied en worden ook als zodanig gebruikt. Het aanwijzen van dit gebied als ‘zone voor woningbouw’ is in strijd met het geldende ruimtelijke beleid of huidige gebruik.

Beantwoording Er zijn verschillende ruimtelijke instrumenten. De Omgevingsvisie is een opzichzelfstaand ruimtelijk instrument. En zo is ook het bestemmingsplan (nu onder de Omgevingswet; het omgevingsplan) een opzichzelfstaand ruimtelijk instrument. Het omgevingsplan ‘Buitengebied Horst aan de aas’ legt de bestaande situatie vast en het klopt inderdaad dat perceel 7 de bestemming ‘ onen’ heeft. Het perceel 2505 heeft de bestemming ‘ grarisch met waarden’. Daaraan wijzigt de Omgevingsvisie niets, omdat deze regels vastliggen in het omgevingsplan. Deze bestemmingen blijven gelden en blijven dus hetzelfde. De Omgevingsvisie staat dus los van het bestemmingsplan, heeft een andere juridischplanologische reikwijdte en volgt dus ook haar eigen 22

procedure. Er is geen sprake van een herbestemming van de genoemde percelen naar woningbouw

2.

De vooropgestelde woningbouwontwikkeling zal leiden tot onherstelbare aantasting van het open, groene karakter van het buitengebied, evenals de woon- en leefkwaliteit van de bezwaarmaker.

Noot: met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 wordt niet meer gesproken van een bestemmingsplan, maar het omgevingsplan. Met de komst van de Omgevingswet is het bestemmingsplan overgegaan van rechtswege in het Omgevingsplan gemeente Horst aan de Maas, waarin dezelfde regels nog steeds gelden voor de betreffende locatie. De Omgevingsvisie zegt enkel en alleen dat het logisch is om aansluiting te zoeken bij de bestaande kernen met de nieuwbouw van eventuele woningen. Hoe en waar de woningbouw exact plaatsvindt, dat dient verder uitgewerkt te worden in andere ruimtelijke instrumenten, bijvoorbeeld een programma Wonen of een herziening van het Omgevingsplan. Daar gaat de Omgevingsvisie niet over. Er is dus geen sprake van een voorgestelde woningbouwontwikkeling en daarmee ook geen sprake van een onherstelbare aantasting van het open groene karakter van het buitengebied. Er wordt in de kernrandzone mede gestuurd op een gezonde en veilige leefomgeving op negatieve gezondheidseffecten op het gebied van milieu. In deze gebieden wordt gestuurd op groen, ruimte om te bewegen waarbij rekening gehouden wordt met de kenmerken van het kampen en veldenlandschap. Woningbouw is passend in een gezonde en veilige leefomgeving. Daarnaast is een aanduiding ‘zoekgebied uitbreiding’ opgenomen in dit overgangsgebied.

De Omgevingsvisie zegt over het ‘zoekgebied uitbreiding’ dat voor nieuwe woningen voorkeur geven aan het verdichten van de bestaande dorpsstructuren. Zodat niet onnodig landschap wordt ‘opgeofferd’ voor ‘rood’. Wanneer verdichten niet zorgt voor voldoende woningen om aan de lokale woningbehoefte te kunnen voldoen, dient gekeken te worden naar uitbreiding van woningbouw tegen de bestaande kernen binnen de gemeente. Uitbreiden van woningbouw in de kernrandzone, in het buitengebied, hangt af van het aanbod dat wordt bepaald door demografische veranderingen en de woningbehoefte per dorp. Daarbij moet sprake zijn van een evenwichtige verdeling van woningen over alle kernen binnen gemeente Horst aan de Maas. Ieder geval is dus maatwerk en volgt daarmee zijn eigen procedure. Het is dus niet zo dat de ‘zoekgebieden uitbreiding’ helemaal volgebouwd worden met woningen. Er wordt maatwerk geleverd daar waar sprake is van een bepaalde woningbehoefte per dorp i.c.m. 23

3.

Het is onwenselijk dat Horst aan de Maas wordt gepositioneerd als forensisch woongebied. Dit is onvoldoende onderbouwd waarom Horst aan de Maas dit zou moeten zijn. Door hierop te sturen wordt een overcapaciteit aan woningen, aantasting van het landschap en een druk op de infrastructuur gegenereerd die onomkeerbare effecten teweegbrengt en dus zeer onwenselijk is.

4.

Door nu al grond te bestemmen voor woningbouw wordt het probleem rondom de huidige netcongestie alleen maar groter

5.

Het bestemmen van grootschalige woningbouwontwikkeling in het buitengebied is in strijd met het nationale CO2-reductiebeleid en de CO2-doelstellingen die hieruit voortkomen. Het bestemmen van grootschalige woningbouwontwikkeling is in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals vastgelegd in het Bkl. Er is geen actieve participatie of consultatie gevoerd over de toekomstige ontwikkeling van het gebied waarbinnen bezwaarmaker woonachtig is.

6.

7.

Dit is in strijd met de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, alsmede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zorgvuldige besluitvorming vereist betrokkenheid van grondeigenaren vanaf het begin van het proces.

doelgroep i.c.m. een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (artikel 4.1 Omgevingswet). Zie beantwoording zienswijze 6, punt 2. Zoals aangegeven wordt op basis van behoefte maatwerk geleverd in relatie tot het woningbouwvraagstuk. Per initiatief dient verder gemotiveerd en onderbouwd te worden dat er behoefte is in verdere planvorming in bijv. een programma ‘ onen’ of een herziening van het Omgevingsplan. Hiermee wordt de realisatie overcapaciteit en onomkeerbare aantasting van het landschap voorkomen en is daarmee dus ook niet aan de orde. Zie beantwoording zienswijze 6, punt 1. Het omgevingsplan wordt niet gewijzigd. Er worden geen gronden bestemd naar woningbouw. De bestemmingen blijven hetzelfde. Er wordt enkel een zoekgebied rondom de diverse kernen aangewezen om met behulp van andere ruimtelijke instrumenten verder te onderzoeken waar woningbouw in de toekomst zou kunnen landen. Zie beantwoording zienswijze 6, punt 4.

Zie beantwoording zienswijze 6, punt 4.

De inspraakavonden waren een van de middelen en momenten die we als gemeente in hebben gezet om de afgelopen jaren input op te halen onder inwoners zoals u ook op de video’s geplaatst op https://horstaandemaas2040.nl/ Tijdens de verschillende dorpsavonden die in maart zijn georganiseerd zijn er veel open discussies gevoerd. Op dat moment in het proces was er nog meer ruimte voor participatie. Een belangrijk element in goede participatie is dat na een aantal gespreksrondes toegewerkt wordt naar een eindresultaat en de discussie wordt afgesloten. Dan volgt een afwegende fase, hebben we alles goed begrepen en opgeschreven. De terugkoppelsessie is dan ook bedoeld om toe te lichten welke ideeën en opmerkingen er zijn opgehaald bij inwoners en stakeholders. Wij koppelen graag terug welke afweging en keuzes er zijn gemaakt, en waarom. Ook is hier de gelegenheid om vragen te stellen. Zodat men de een goed beeld heeft over de toekomstige inrichting van Horst aan de Maas. Naast de kwantitatieve toets die we eerder hebben gedaan hebben we deze kwalitatieve gesprekken georganiseerd om een beeld te krijgen van de belangen, behoeftes en wensen die spelen bij burgers, bedrijven en belanghebbenden, om op grond hiervan, vanuit het algemeen belang, te kunnen afwegen en kiezen. Naast de ruim 300 inwoners die we tijdens de avonden hebben gesproken hebben we ook 90 stakeholders 24

gesproken en zijn we naar scholen gegaan. Voor wat betreft de opkomst en wat de representativiteit hiervan is verwijs ik u graag naar de wetenschappelijke onderbouwing hiervan. Waaruit blijkt dat dit voor 95% een betrouwbaar beeld geeft: Aan de raadpleging Omgevingsvisie Horst a/d Maas hebben 1.649 inwoners deelgenomen. Dat lijkt inderdaad weinig als je kijkt naar 42.000 inwoners in de gemeente, maar onderzoekstechnisch gezien is het een fors aantal. Gegeven deze respons en populatiegrootte is de foutmarge 2.4%, bij 95% betrouwbaarheid, dat betekent dat als we vinden dat 60% ergens voór is, dan ligt het werkelijke percentage in de hele gemeente waarschijnlijk tussen de 57.6% en 62.4%. Er is uitgebreid participatie geweest in het voortraject (uitgangspuntennotitie), naar aanleiding van het concept koers document (met belangenbehartigers van het bedrijfsleven en de agrarische sector, extra bijeenkomt voor bedrijven i.s.m. O2) en bij de toetsing van de concept omgevingsvisie. We hebben 5 avonden (op locatie verspreid over heel Horst) en 1 digitale participatieavond georganiseerd en hieraan ook veel publiciteit aan gegeven. Op de website konden mensen ook vragen en opmerkingen kwijt. Wij zijn dan ook van mening dat we voldoende hebben gedaan om participatie mogelijk te maken.

Er is dus voldaan aan de participatieverplichting zoals bedoeld in artikel 16.55 van de Omgevingswet, alsmede het zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is sprake van zeer zorgvuldige besluitvorming rondom het proces dat doorlopen is (en wordt) voor de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8. Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - In de Omgevingsvisie op pagina 8 wordt verwezen naar een schema hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Dit schema is per abuis weggevallen. Dit schema wordt alsnog teruggeplaatst in de Omgevingsvisie op pagina 8.

4.7 Zienswijze 7 1.

Samenvatting Belanghebbenden zouden graag zien dat in de Omgevingsvisie 2040 de lijn wordt doorgezet zoals die juist altijd is gehanteerd door de gemeente en voor het bedrijf van belanghebbenden - als innovatief en duurzaam bedrijf - een toekomst binnen Horst aan de Maas wordt gegarandeerd.

Beantwoording In de kernrandzone komen de kernen en het land in de toekomst nog meer bij elkaar. We willen ook dat in deze zone de woon- en leefomgeving beter wordt. Dat betekent niet dat functies zich niet verder kunnen ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we 25

Belanghebbenden benadrukken dat de huidige locatie voor het bedrijf zeer geschikt is - hoewel zij graag zelfs wat meer ruimte zouden willen hebben - maar dat zij wel de zekerheid willen hebben dat zij, als lokaal bedrijf, ook hun bedrijf kunnen voortzetten in de toekomst.

2.

Belanghebbenden dringen erop aan dat het gebied waar zij zijn gevestigd ook in de toekomst aangewezen blijft voor glastuinbouw. Nu wordt in de Concept-Omgevingsvisie echter de locatie bestemd voor woningen.

3.

Er is ontwikkelruimte nodig om de verdere verduurzaming van de glastuinbouw waar te maken. Het is van belang dat de resterende gronden ook in de toekomst kunnen worden ingezet voor de agrarische sector en voor de behoefte aan kleinschalige kavels die aanwezig is vanuit lokale bedrijvigheid. Belanghebbenden vragen u, als gemeente, om hen te faciliteren en de voortzetting van de innovatieve glastuinbouw op het bedrijf van belanghebbenden verder te stimuleren. Dit vanuit de overtuiging dat dit kansen biedt voor ondernemers als belanghebbenden Om de economische positie van de regio te kunnen behouden, in combinatie met verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, is een toekomst bestendig voedsel- en landbouwsysteem nodig, zoals belanghebbenden hanteren en willen verbeteren. Belanghebbenden verzoeken u dit te garanderen in de Omgevingsvisie 2040. Er zijn gesprekken gevoerd met indiener zienswijze over de toekomst van de locatie. Uit de Omgevingsvisie wordt niet duidelijk wat nu prevaleert: geeft de Omgevingsvisie ruimte om het glastuinbouwbedrijf toekomstbestendig te kunnen voeren of wordt deze locatie Reysenbeckstraat-Kogelstraat-BemmelstraatHagelkruisweg de meest geschikte locatie voor uitbreiding van de dorpskern

4.

5.

6.

samen voor een steeds gezondere woon, en leefomgeving. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Voor een glastuinbouwlocatie in de kernrandzone blijft hetgeen dat nu mogelijk is ook mogelijk maar de ontwerpvisie is ingericht om in de toekomst andere functies mogelijk te maken. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk. Op 10 september 2024 is het bestemmingsplan ‘Herbegrenzing Glastuinbouwconcentratiegebied Horst aan de aas ’ onherroepelijk geworden. In dit bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding ‘ontwikkelingsgebied glastuinbouw’ verwijderd, waarmee het gebied niet langer meer in een ontwikkelingsgebied glastuinbouw ligt. Zie antwoord zienswijze 7, punt 1.

Zie beantwoording zienswijze 7, punt 1.

In de Omgevingsvisie wordt reeds vermeld dat toekomstbestendige landbouw een van de punten is waarnaartoe gewerkt moet worden in 2040.

Zie beantwoording zienswijze 7, punt 1.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

4.8 Zienswijze 8 1.

Samenvatting Er staat beschreven dat 'economie en gezondheid in balans moet zijn'. Wanneer is dat en wie bepaalt dat? Dit zijn vage kreten, die bovendien door andere uitspraken (bijvoorbeeld

Beantwoording Wie bepaalt wat een balans is wanneer economie en gezondheid in balans zijn is niet primair aan de gemeente Horst aan de Maas en is ook een maatschappelijk vraagstuk. Wij streven er met deze 26

'veel arbeidsmigranten nodig' en 'koploper blijven op bouwgebied') volledig onderuitgehaald worden. 2.

Voorgesteld wordt om concrete doelen te stellen bij het ontwikkelen van de Omgevingsvisie.

3.

In de Omgevingsvisie dient opgenomen te worden dat alleen lokale ondernemers kleinschalig te laten vestigen op nieuwe kavels. Bij nieuwvestiging van een bedrijf mag een maximaal percentage internationale medewerkers geaccepteerd worden.

4.

5.

Geen grote kavels (groter dan 5 hectare) meer uit te geven, vuurwerk te beperken, en vermindering van vervoersbewegingen als doel te stellen. Voorgesteld wordt om bedrijven te stimuleren om te innoveren en als doel te stellen de hoeveelheid laagwaardige arbeid te verminderen. Ook wordt voorgesteld om te verduidelijken dat meer groei niet betekent meer volbouwen.

6.

Aanvullend aanbod voor bedrijventerreinen mag volgens indiener alleen op lege kavels of vrijkomend binnen bedrijventerrein toegepast worden voor bouw van nieuwe panden.

7.

Uitgesloten dient te worden dat er gebouwen of tunnels gebruikt mogen worden op ‘hoge natuurlijke vruchtbare gronden met hoge landschappelijke of cultuurhistorische waarden ten behoeve van grondgebonden landbouw’. In dat geval worden meteen de landschappelijke of cultuurhistorische waarden

omgevingsvisie wel naar een balans te krijgen. Dat er veel arbeidsmigranten nodig blijven en dat we koploper op bouwgebied willen blijven haalt deze ambitie wat ons betreft niet onderuit. Er zit een bepaalde opbouw in de Omgevingswet en de ruimtelijke instrumenten die hieruit voortvloeien. Hierbij is vastgelegd wie bevoegd is (wie bepaalt dat) en wat er wordt geregeld (strategisch, tactisch, concreet). De Omgevingsvisie bevat de strategische basis of hoofdlijnen die verder in verschillende details uitgewerkt (bijv. concrete doelen) wordt in o.a. programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Concrete(re) zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Zie beantwoording zienswijze 8, punt 2. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Ook wordt er een breed afwegingskader in relatie tot regionale meerwaarde opgesteld dat toegepast gaat worden bij uitgifte van gronden binnen Greenport Venlo. Nieuw te vestigen bedrijven moeten daarbij aan diverse criteria voldoen. Zie beantwoording zienswijze 8, punt 1 en 3. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. In de Omgevingsvisie is al opgenomen dat bestaande bedrijventerreinen gerevitaliseerd moeten worden. Juist om volbouwen tegen te gaan en groei op andere manieren te genereren.

Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan: • bedrijven werk bieden aan mensen uit de regio (lokale binding). • ze betrokken zijn bij het lokale verenigingsleven of andere maatschappelijke initiatieven. • ze bijdragen aan een duurzamer bedrijventerrein, bijvoorbeeld door circulair te werken of maatregelen te nemen tegen wateroverlast of hittestress. • daarbij wordt slim en dubbel ruimtegebruik gestimuleerd. Denk aan bedrijven die samen energie opwekken of opslaan, of elkaars restwarmte of afvalstromen gebruiken. Dat verbetert de gezamenlijke energiebalans. Op pagina 60 is nader uitgewerkt hoe ‘aanvullend aanbod bedrijventerreinen en in kernranden en bebouwde kom’ vormgegeven dient te worden en dat onder diverse voorwaarden kleinschalige bedrijvigheid op een bestaand erf – mits passend – mogelijk is. Zie beantwoording zienswijze 8, punt 2. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Het omgevingsplan voor het gebied ten oosten van Sevenum maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van Greenport Venlo. De aandeelhouders zijn in overleg over de ontwikkelstrategie. 27

aangetast. Het gebied ten Oosten van Sevenum is goed geschikt voor landbouw. Daarom pleiten wij ervoor om tussen de bewoners van bijvoorbeeld de Zeesweg een groot gedeelte landbouw te houden en open te houden. Dit is samen met de groenbuffer een overgangsgebied tussen Greenport en de bewoners. Hierdoor blijft een gedeelte van het landelijke karakter van het gebied behouden.

8.

De visie op Logistiek 2040 en Glastuinbouw 2040 mist, eveneens als de visie op de snelle ontwikkeling van Artificial Intelligence. Dit is belangrijk, omdat deze thema’s direct de sturing op arbeidsmigranten regelt.

9.

Kleinschalig toerisme is een goede toevoeging, maar massatoerisme leidt tot overlast. aximeer de aantallen ‘toerisme’, zorg voor een goede bescherming van de natuur in Park de Peelbergen, eveneens als de compensatie van de boskap die gerealiseerd moet worden. De gemeente heeft jaren geleden het Schone Lucht Akkoord ondertekent, dat aangeeft dat de gemeente de WHO-grenswaarden van luchtvervuiling wil aanhouden. Op dit moment worden deze WHO-grenswaardes in onze gemeente overschreden. Wij stellen voor om een concreet programma te ontwikkelen waarmee de WHO-grenswaardes als maximum gesteld worden Er dient een integrale visie ontwikkeld te worden voor het stationsgebied HorstSevenum, waarbij de mogelijke consequentie van een tunnel meegenomen wordt. Indiener wil voorkomen dat de huidige situatie ongecontroleerd drukker wordt. Daarbij dient groen aangeplant te worden in de omgeving tegen hittestress. De gemeente dient een plan te ontwikkelen waarbij duidelijk wordt gewaarborgd dat een huisarts (met ondersteuning) beschikbaar is per 2095 inwoners. Ook dient in dit plan aangegeven te worden hoe de tandheelkundige zorg en voldoende ziekenhuiszorg is geregeld. Wij stellen voor om een plan op te stellen op welke manieren er systematisch gewerkt zal gaan worden, door bedrijven, overheid en inwoners, om het energieverbruik terug te dringen.

10.

11.

12.

13.

Het bestaand gemeentelijk beleid rondom het toelaten van teeltondersteunende voorzieningen wordt in deze Omgevingsvisie gehandhaafd. De kaart behorende bij het beleid is wel aangepast in deze Omgevingsvisie. In de kaart is aangegeven waar teeltondersteunende voorzieningen onder voorwaarden mogelijk zijn. Een van de belangrijke voorwaarden is, zoals ook vastgelegd in het gemeentelijk beleid, dat teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan ter plaatse van belangrijke landschappen waar sprake is van cultuurhistorische of landschappelijke kenmerken. Dit is momenteel niet opgenomen in de Omgevingsvisie en wordt als nieuw kopje ‘Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen’ na het kopje ‘Ruimte voor boomteelt’ toegevoegd. In regionaal verband zal een economische visie worden ontwikkeld, waarbij aandacht zal zijn voor de genoemde thema's. Dergelijke grootschalige ontwikkelingen beperken zich niet tot de gemeentegrens. Het gemeentelijk economisch programma zal hier ook aandacht voor hebben. Zie beantwoording zienswijze 8, punt 2. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan.

Zie beantwoording zienswijze 8, punt 2. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Dit geldt ook voor het programma ‘luchtkwaliteit’.

De zaken die benoemd worden in de zienswijzen zijn grotendeels meegenomen in het ontwerp voor Stationsomgeving Horst-Sevenum in 2023. In dit besluit van 2023 is ook vastgelegd dat de tunnel niet wordt uitgevoerd. In 2025 begint de gemeente met de aanbesteding met als doel in 2026 te beginnen met de werkzaamheden. De planning is dat de nieuwe stationsomgeving eind 2026 klaar is. We onderschrijven de noodzaak van de beschikbaarheid van zorg, alsook het voorzieningenniveau algemeen, voor onze inwoners. We willen dit waar mogelijk ook zeker terug laten komen in het Volkshuisvestingsprogramma dat momenteel voorbereid wordt. Medio 2023 heeft de gemeenteraad het Programma Energiebesparing Horst aan de Maas 2023-2026 vastgesteld. Hierbinnen ligt de focus op woningen (koop en huur), bedrijven, maatschappelijk vastgoed en gemeentelijke accommodaties. Ons doel is om onze inwoners, verenigingen en ondernemers te 28

stimuleren tot het nemen van energiebesparende maatregelen en hen daarbij te ondersteunen en ontzorgen. Ook zetten we in op het tegengaan en beperken van energiearmoede. Parallel aan het proces voor de Omgevingsvisie wordt momenteel gewerkt aan de uitgangspunten voor het Energieprogramma. Het Energieprogramma zal daarna verder uitgewerkt worden. 14.

De indiener van de zienswijze is het volstrekt oneens met het feit dat de Omgevingsvisie stuurt op het ‘Het extra bouwen om de woningdruk vanuit de regio Eindhoven en Nijmegen op te vangen, vooral in Horst en evenum’ en ‘Het zijn van bouwkoploper van de provincie Limburg, waarbij we trots zijn op deze positie en deze positie vast willen houden.’ Dit staat haaks op het in balans sturen op (economische) groei met aandacht voor gezondheid, milieu en eigen inwoners’.

De druk op de Nederlandse woningmarkt is groot, ook in onze gemeente. In elke dorpskern is er behoefte aan nieuwe woningen. Tegelijkertijd ervaren we dat onze gemeente vanwege de prachtige omgeving en gunstige ligging aantrekkelijk is voor mensen uit de regio. Het aantal inwoners groeit als gevolg van binnenlandse (Woningzoekende uit Venlo, Eindhoven, Arnhem-Nijmegen) en buitenlandse denk aan arbeidsmigratie) (migratie. Bij het bepalen van de woningbouwopgave houden we hier rekening mee, we willen zorgen dat er genoeg woningen gebouwd worden zodat onze eigen inwoners een plek hebben om te wonen. Om dit te verduidelijken wordt de Omgevingsvisie aangepast. Het stuk hierboven cursief vermeld vervangt de bestaande tekst in paragraaf 3.1.2.

15.

De indiener van de zienswijze is verheugd dat er aandacht is voor groen (moet minimaal 10%) bij het ontwikkelen van een projectgebied. Daarnaast wil indiener graag verduidelijking in welk belang prioriteit heeft in een kernrandzone qua functie, cultuurhistorisch landschap of een andere functie. Naar de mening van de indiener van de zienswijze dient dit het cultuurhistorisch landschap te zijn omdat dit maar éénmalig is.

Zoals reeds verwerkt in de Omgevingsvisie zien we (cultuurhistorisch) erfgoed als een belangrijk onderdeel van een levend en functionerend landschap. Daarom kijken we goed naar het erfgoed zelf en naar de omgeving. We kijken bij nieuwe plannen naar de samenhang tussen een gebouw en het landschap eromheen. Een voorbeeld hiervan is een veldenlandschap met kruisbeelden en/of kapellen, bakenbomen of een molen. Het totale ensemble is dan belangrijk om de cultuurhistorische waarde te behouden. Hier houden wij serieus rekening mee bij nieuwe plannen. Zie ook paragraaf 3.6 Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed. Hoe we dit doen is uitgewerkt in het programma erfgoed en wordt geborgd in het omgevingsplan.

16.

De bereikbaarheid van de Peelbergen dient anders verbeterd te worden, dan recentelijk door de gemeente is doorgevoerd op de Blaktdijk. De veiligheid van inwoners dient erop vooruit te gaan, niet achteruit.

Zie beantwoording zienswijze 8, punt 2. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan en/of omgevingsvergunning.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - aragraaf . . :”Na het kopje ‘Ruimte voor boomteelt’ wordt een nieuw kopje ‘Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen’ toegevoegd om het strategisch standpunt rondom dit thema te verduidelijken. - Paragraaf 3.1.2: De Omgevingsvisie wordt aangepast door het stuk cursief vermeld in de beantwoordingskolom wordt toegevoegd tussen ‘ e bouwen ook een beetje extra om de druk van de regio indhoven en Nijmegen deels op te vangen’ en ‘De meest groei komt in en rondom de kern Horst en evenum’. 29

4.9 Zienswijze 9 1.

2.

3.

Samenvatting Wij begrijpen echter geenszins waarom hiervoor buffers rond de dorpen dienen te komen liggen. Als ondernemers willen wij op een duurzame wijze kunnen blijven ondernemen met onze intensieve teelten, ook in de voorgenoemde zones. Reclamant wil geen beperkende zones waar op voorhand beperkingen worden opgelegd waarbij e.e.a. nog verder dient te worden uitgewerkt. Deze zones leggen uitsluitend beperkingen op voor het gezamenlijk na te streven doel.

Reclamant is van mening dat de overheid niet op de stoel van de ondernemer dient te gaan zitten wat betreft het principe ‘bodem- en watermede sturend’ te laten zijn in ontwikkelingen. Ondernemers weten als geen ander wat waar mogelijk is en kunnen hier prima een afweging in maken. Er dient dus geen verbod op ontwikkelingen te zijn in bijvoorbeeld beekdalen daar deze zeer indicatief begrensd zijn en reclamant als geen ander weten wat wel en niet mogelijk is op hun in gebruik zijnde percelen.

Er is in onze ogen geen "goede" of "slechte" landbouwgrond. Elke grond is geschikt voor bepaalde teelten waarbij ondernemers als geen ander hierin een goede afweging kunnen maken. Kortom ga als gemeente niet op de stoel van de ondernemer zitten en schrap deze beperkingen in de bedrijfsvoering.

Beantwoording Een kernrandzone is de overgangszone tussen het bebouwde gebied (de kern van een stad of dorp) en het buitengebied, gekenmerkt door relatief veel bebouwing die dichter op elkaar staat dan in het landelijke gebied. Het doel van een kernrandzone is het geleidelijk laten overgaan van stedelijk naar landelijk gebied en het sturen van ontwikkelingen, waarbij specifieke regels kunnen gelden voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld agrarische bedrijven. In de kernrandzone komen de kernen en het land in de toekomst nog meer bij elkaar. We willen ook dat in deze zone de woon- en leefomgeving beter wordt. Dat betekent niet dat functies zich niet verder kunnen ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we samen voor een steeds gezondere woon, en leefomgeving. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Voor een glastuinbouwlocatie in de kernrandzone blijft hetgeen dat nu mogelijk is ook mogelijk maar de ontwerpvisie is ingericht om in de toekomst ook andere functies mogelijk te maken. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk.

De gemeente heeft als wettelijk verplichte taak om een omgevingsvisie vast te stellen waarin zij strategisch het ruimtelijk beleid voor haar gemeentelijk grondgebied vaststelt, waarbij sprake moet zijn van een integrale benadering en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ditzelfde geldt voor het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Ook in dit ruimtelijke instrument legt de gemeente de regels vast over welk gebruik, bouwen en milieu wel of niet is toegestaan binnen haar grondgebied die doorwerken op de grondeigenaar. In de Omgevingsvisie 2040 wordt aan de wettelijke taak gehoor gegeven door het principe bodem- en water mede sturend toe te passen. Zoals eerder aangegeven worden bestaande rechten gerespecteerd. Daar waar nieuwe ontwikkelingen gewenst zijn, dient dit principe onder andere toegepast te worden. Zie beantwoording zienswijze 9, punt 2.

30

4.

Er is nauwelijks aandacht besteed aan de glastuinbouwsector in de omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie moet beter vastgelegd worden dat: - De glastuinbouwsector regionale koppelkansen biedt in de verduurzaming van het regionale energiesysteem - Er moet meer ontwikkelingsruimte voor glastuinbouwbedrijven geboden worden om toekomstbestendig te kunnen ondernemen. - De glastuinbouwsector koploper is in verdere verduurzaming op het gebied van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, energieinnovatie, hightech productiesystemen, robotica. Bied hiervoor de ruimte in de Omgevingsvisie.

Genoemde punten worden nu al beschreven in de Omgevingsvisie en zijn daarmee goed onder de aandacht. Deze zienswijze vormt geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

4.10 Zienswijze 10 1.

2. 3.

Samenvatting Alle verminderde teeltmogelijkheden moeten gecompenseerd worden. Te beginnen met allereerst de teeltmogelijkheden van nu als 0situatie vast te leggen en de verminderde teeltmogelijkheden te kapitaliseren en te compenseren.

Schep duidelijkheid en inventariseer de beperkingen rondom gezonde buffers van 250 m rond dorpskernen. De grond van indiener ligt in de buurt van de Peel en de Peelbuffer. Er wordt gestuurd op o.a. natuur, groen, water en agrarisch (laagproductief). Hoe valt dit te rijmen met de bestaande hoogproductieve tuinbouw.

Beantwoording Onder de Omgevingswet bestaat de term ‘planschade’ niet meer. Dit heet voortaan nadeelcompensatie. De wetgever heeft voorzien in diverse bepalingen m.b.t. nadeelcompensatie bij planologische ontwikkelingen zoals bij een wijziging van het omgevingsplan. De omgevingsvisie is niet het middel om schaderegelingen te ontwerpen. Nadeelcompensatie maakt geen onderdeel uit van de Omgevingsvisie. Deze duidelijkheid wordt geschept in de Omgevingsvisie in onder andere paragraaf 3.1.1, 3.1.6, 3.1.7, 3.2.4, 3.3.3, 3.4.1 en 6.1. Er is veel onduidelijkheid over de termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw. De definities worden als volgt aangepast in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie: - De term laagproductieve landbouw komt éénmalige voor in de Omgevingsvisie. We concluderen dat de term meer verward, dan helderheid geeft. Daarom hebben we deze term geschrapt uit de Omgevingsvisie. Daar waar gesproken wordt van natuurinclusieve landbouw, kan laagproductieve landbouw gelezen worden. De term laagproductieve landbouw is daarmee overbodig. - Voor de term ‘hoogproductieve landbouw’ geldt hetzelfde, ook deze term zorgt voor verwarring. Ook deze definitie wordt geschrapt.

31

In feite bedoelen we hiermee het sturen op de verdere verduurzaming van de landbouwsector in de brede zin van het woord. Hierbij kan gedacht worden aan kringlooplandbouw als algeheel systeem. Dit kan ook op maatregel niveau zijn door het stimuleren van driftreducerende spuittechnieken, toepassing van precisielandbouw, het stimuleren van de toepassing van weerbare teeltsystemen, het sturen op emissiearme landbouw. Dit wordt landelijk evenals provinciaal onderschreven wordt en ook verder beleid op gevoerd wordt. De gemeente sluit hier graag op aan. De termen hoogproductieve en laagproductieve landbouw zijn uit de integrale tekst verwijderd. De termen die resteren (bijvoorbeeld intensieve veehouderij, grondgebonden, niet-grondgebonden) blijven we wel hanteren in de Omgevingsvisie. 4.

In de ontwerp Omgevingsvisie is niets terug te vinden is van dit voorkeursscenario ‘gedeelde peel’ of dat er een voorbehoud wordt gemaakt voor nadere/latere invulling van dit gedeelte van de Omgevingsvisie. De relatie van dit project tussen de Omgevingsvisie dient verduidelijkt te worden. Daarbij laten de uitkomsten van de landbouwrapportage van ABM een heel ander beeld op dan de visie voor dit gebied in de Omgevingsvisie.

De Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 is een strategische visie voor de gehele gemeente op hoofdlijnen. De onderzoeken die in de gedeelde Peel worden uitgevoerd zijn een uitwerking van deze Omgevingsvisie De scenario studies en voorkeursvarianten die binnen de gedeelde peel worden uitgevoerd zijn bouwstenen voor de programma’s die onder de visie (gebiedsgericht) worden uitgewerkt. In hoofdstuk 2 en 6 van de omgevingsvisie is de relatie tot de Gebiedsgerichte aanpak Gedeelde Peel opgenomen. De Gedeelde Peel is een Gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 6 is een extra toelichting opgenomen over de status van een gebiedsgerichte uitwerking.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie - In hoofdstuk 6 wordt toelichting gegeven over de GebiedsGerichte Aanpak (GGA) Gedeelde Peel.

4.11 Zienswijze 11 1.

Samenvatting Wij zijn van mening dat er geen andere aanduidingen over dit gebied gelegd mogen worden die de bedrijfsvoering van onze boomkwekerij belemmeren. Daarom vinden wij dat de overgangszone natuurgebieden geschrapt moet worden evenals de verbindingszone tussen het Schuitwater en 't Ham/Reulsberg te schrappen. Zodat er in de toekomst voor ons bedrijf geen belemmeringen in het agrarische ondernemen kunnen optreden

Beantwoording De betreffende percelen zijn aangeduid als boomteeltgebied, gebieden voor teeltondersteunende voorzieningen en ontwikkelgebied voor intensieve niet grondgebonden agrarische functies om te kunnen ondernemen. Deze aanduidingen zijn leidend m.b.t. agrarisch ondernemen. De aanduidingen waarnaar verwezen wordt zien toe op erfgoed en cultuurhistorie in de vorm van kenmerken van het landschap en zijn veelal overgenomen uit de reeds geldende structuurvisie.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

32

4.12 Zienswijze 12 1.

2.

Samenvatting Indiener maakt zich zorgen over de vele en vaak vage buffer- en overgangszones die worden voorgesteld in de Omgevingsvisie. Dit betreffen onder andere zones zoals: verbindingen tussen natuurgebieden, overgangszones tussen natuurgebieden, groenblauwe dooraderen van dorpen en beekdalen, en andere zogenaamde 'gezonde' overgangszones. De grote hoeveelheid zones leidt tot onduidelijkheid over de precieze grenzen en rol van de bestaande boomteeltbedrijven. Welk belang krijgt wanneer voorrang?

Beantwoording Daar waar de Omgevingsvisie ambities en doelen van de gemeenteraad voor de lange termijn op hoofdlijnen integraal vastlegt, worden concrete ruimtelijke ontwikkelingen met name in programma’s (hier landt sectoraal beleid veelal in), (een wijziging van) het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) en de omgevingsvergunningen concreet uitgewerkt.

We pleiten voor maatwerkbenadering per dorp en gebied.

In de praktijk komt dit vaak neer op maatwerk (zoals ook in de zienswijze wordt voorgesteld) welk belang wanneer voorrang krijgt. De bouw van een woning in een bestaande woonwijk vraagt een andere afweging van thema’s en belangen, dan de bouw van een woning in een kernrandzone of in een buurtschap in het buitengebied. Hetzelfde geldt voor een vestiging van een bedrijf op een bedrijventerrein, in een winkelstraat of bijvoorbeeld ergens in het buitengebied. Voor een dergelijk initiatief wordt een nieuw proces met eigen procedure gevoerd waar deze belangen met maatwerk verder worden uitgewerkt.

Indiener van de zienswijze ziet graag een plan zien voor de boomteeltgebieden binnen de gemeente. Een plan waarin zaken landen als waterbuffering, het versterken van de infrastructuur en het ontwikkelen van een gemeentelijk pachtbeleid dat bijdraagt aan een duurzame toekomst voor de boomteelt. Deze maatregelen zouden de sector in staat stellen om verder te groeien, terwijl ze tegelijkertijd bijdragen aan de ecologische en economische doelstellingen van de gemeente.

Er zit een bepaalde opbouw in de Omgevingswet en de ruimtelijke instrumenten die hieruit voortvloeien. Hierbij is vastgelegd wie bevoegd is (wie bepaalt dat) en wat er wordt geregeld (strategisch, tactisch, concreet). De Omgevingsvisie bevat de strategische basis of hoofdlijnen die verder in verschillende details uitgewerkt (bijv. concrete doelen) wordt in o.a. programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan.

De Omgevingswet schrijft voor dat zowel in de Omgevingsvisie, maar ook in het Omgevingsplan sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

4.13 Zienswijze 13 1.

Samenvatting Vanuit ruimtelijk oogpunt is het begrijpelijk dat de voorkeur ernaar uitgaat om zoveel mogelijk van deze opgave binnenstedelijk te realiseren. Echter, haal je maar een bepaald aantal woningen in bestaand stedelijk gebied. Locaties aanwijzen in dit document is begrijpelijk lastig, maar door deze niet aan te wijzen voorziet indiener dat de woningbouwdoelstellingen niet gehaald worden zoals deze nu geformuleerd worden in de ontwerp Omgevingsvisie 2040.

Beantwoording Om te kunnen sturen op de woningbouwdoelstellingen zijn de kernen HorstHegelsom-Meterik en de kern Sevenum aangewezen als ‘groeikern’. ekstueel is dit al beschreven in de Omgevingsvisie. Dit komt echter niet goed terug in het kaartmateriaal. De twee groeikernen zullen visueel aangewezen worden op de kaart behorende bij paragraaf 3.2 en de integrale omgevingsvisie kaart. Hiermee is de tekst en het kaartmateriaal beter met elkaar in overeenstemming. 33

2.

3.

Aangezien er nu weinig omvangrijke plannen in ontwikkeling zijn, betekent dit dat Groot Horst in de komende periode niet volledig bediend zal kunnen worden in haar woningbehoefte. Ook voor kern Sevenum is de woningmarkt al te lang niet bediend, terwijl daar ook een groot deel van de uitbreiding plaats zal moeten vinden. Dit ondanks dat daar het planvormingsproces al enige tijd loopt. Grubbenvorst is net bediend, maar zou in de beleidsmatige planvorming ook nu een locatieafweging gemaakt moeten worden voor de middellange termijn: Regeren is vooruitzien in dit opzicht. We zijn en blijven altijd bereid om in gesprek te gaan over de woningmarkt in Horst aan de Maas in zijn algemeenheid anderzijds.

Er zit een bepaalde opbouw in de Omgevingswet en de ruimtelijke instrumenten die hieruit voortvloeien. Hierbij is vastgelegd wie bevoegd is (wie bepaalt dat) en wat er wordt geregeld (strategisch, tactisch, concreet). De Omgevingsvisie bevat de strategische basis of hoofdlijnen die verder in verschillende details uitgewerkt (bijv. concrete doelen) wordt in o.a. programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Dergelijke zaken worden uitgewerkt in een programma en/of het omgevingsplan. Zie beantwoording zienswijze 13, punt 1. De kern Grubbenvorst wordt wel aangemerkt om voor eigen behoefte te kunnen bouwen en het op peil houden van haar voorzieningenniveau.

We waarderen dit. Belangrijke partners in het realiseren van de woonopgave worden vanzelfsprekend betrokken bij het opstellen van beleid en planvorming rondom de woningmarkt in Horst.

Conclusie: deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. - In de kaart behorende bij paragraaf 3.2 evenals de integrale visiekaart in hoofdstuk 4 worden de twee groeikernen beter aangeduid, zodat tekst en kaartmateriaal beter met elkaar overeenstemmen.

4.14 Zienswijze 14 1.

Samenvatting De uitbreidingsmogelijkheden voor mijn bedrijf worden door de overgangszone kernrandgebied ontnomen. De overgangszone kernrandgebied dient te komen te vallen.

Beantwoording In de kernrandzone komen de kernen en het land in de toekomst nog meer bij elkaar. We willen ook dat in deze zone de woon- en leefomgeving beter wordt. Dat betekent niet dat functies zich niet verder kunnen ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we samen voor een steeds gezondere woon, en leefomgeving. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Voor een glastuinbouwlocatie in de kernrandzone blijft hetgeen dat nu mogelijk is ook mogelijk maar de ontwerpvisie is ingericht om in de toekomst ook andere functies mogelijk te maken. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 34

4.15 Zienswijze 15 1.

Samenvatting De kern van Horst wordt visueel foutief weergeven, want de gronden van indiener liggen binnen de bebouwde kom volgens het bestemmingsplan Peelkernen.

Beantwoording Het begrip ‘bebouwde kom’ en ‘kern’ betreffen twee verschillende definities waar ook verschillende regels voor gelden. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (o.bv. de Wegenverkeerswet 1994) wordt vastgelegd waar de bebouwde kom begint en eindigt. Het vastleggen van daar waar de kern begint en eindigt in een Omgevingsvisie wijkt vaak af van de bebouwde komgrenzen. De kern wordt op basis van stedenbouwkundige kenmerken veelal strikter vastgelegd, daar waar zich bebouwing veelal concentreert. In de praktijk komt het er daarom vaak op neer dat percelen met een agrarische bestemming in de bebouwde kom kunnen vallen, maar geen onderdeel uitmaken van de stedenbouwkundige ‘kern’. Dit principe geldt ook voor de percelen van indiener.

2.

Toekomstige ontwikkelmogelijkheden worden onterecht uitgesloten met de aanduiding ‘dorp niet uitbreiden vanwege waarden’.

3.

De waarde van de grond wordt onevenredig beperkt. De gemeente moet dit compenseren.

De kern van Horst wordt visueel dus niet fout weergeven op grond van de Omgevingswet in de gemeentelijke Omgevingsvisie. De beleidslijn zoals reeds geldende Structuurvisie 2013, Provinciale Omgevingsverordening Limburg ingezet, wordt in feite doorgezet in de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040. Er wordt sinds 2013 gestuurd op het versterken van de aanwezige beken met aandacht voor natuur. Het ‘niet uitbreiden vanwege waarden van het dorp’ sluit aan op de beleidslijn die sinds 2013 is ingezet. Onder de Omgevingswet bestaat de term ‘planschade’ niet meer. Dit heet voortaan nadeelcompensatie. De wetgever heeft voorzien in diverse bepalingen m.b.t. nadeelcompensatie bij planologische ontwikkelingen zoals bij een wijziging van het omgevingsplan.

4.

De wijziging van de Omgevingsvisie is niet in samenspraak met de grondeigenaren tot stand gekomen, terwijl dit vanuit het participatiebeginsel van de Omgevingswet wel wenselijk en verplicht is.

De omgevingsvisie is niet het middel om schaderegelingen te ontwerpen. Nadeelcompensatie maakt geen onderdeel uit van de Omgevingsvisie. We herkennen ons niet in het ontbreken van een zorgvuldig participatietraject. Participatie was juist een groot en belangrijk onderdeel van de totstandkoming van de omgevingsvisie. Er zijn veel inwoners en organisaties geraadpleegd bij het opstellen van de ambities en de keuzes. Op www.horstaandemaas2040.nl staat uitgebreid beschreven hoe het participatieproces heeft plaatsgevonden. Hier staan ook de onderzoeksrapporten van de twee enquêtes. Het was daarmee een breed participatieproces, gericht op het maken van een visie tot 2040. 35

5.

De bebouwing op gronden is door de provincie als kansrijk beoordeeld.

6.

De betreffende percelen van indiener zijn uitermate geschikt voor woningbouw en komt daarmee tegemoet aan de behoefte om voor eigen woonbehoefte te bouwen. De onderwerpen - ‘Gesprekken met gemeente over gronden’, - ‘Beoordeling Rayonplanoloog en rovincie Limburg n.a.v. Ruimte voor Ruimte aanvraag’. - Vergelijkbare zienswijze reeds eerder ingediend

7.

8.

Indiener is actief betrokken bij ontwikkeling gebied Kasteelpark Ter Horst/Kabroeksebeek

Dit is ruimtelijk niet relevant voor het proces dat doorlopen is en wordt voor de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040. In zienswijze 15, punt 1 en 3, is al toegelicht waarom de aanduiding ‘dorp niet uitbreiden vanwege waarden’ woningbouw niet toelaat. Deze zienswijzen zien toe op de vraag om op locatieniveau Ruimte-voor-Ruimtewoningen te realiseren. Voor dergelijke vragen moet een verzoek tot vooroverleg ingediend worden om te laten afwegen wat en of er mogelijkheden (ja/nee) zijn m.b.t. het concreet ruimtelijk ontwikkelen van de voorliggende vraag. De Omgevingsvisie bepaalt het strategisch ruimtelijk beleid voor de lange termijn. In het kader van de Omgevingsvisie is dit niet ruimtelijk relevant. We nemen deze zienswijze ter kennisname aan. Dit is een separate ontwikkeling dat zijn eigen proces doorloopt. Het proces van de Omgevingsvisie staat hier geheel los van.

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

4.16 Zienswijze 16 1.

Samenvatting Het is niet duidelijk voor indiener in welk ‘gebied’ hij valt met zijn bedrijf. r dient een duidelijke omschrijving te komen waarin gezonde economische en maatschappelijke toekomst geboden wordt richting 2040. Dit volgt nu niet duidelijk uit de Omgevingsvisie.

Beantwoording De locatie ligt voor een gedeelte in de kernrandzone rondom dorpen. Voor milieucategorie 1 en 2 bedrijven blijft het mogelijk om te ondernemen in deze zones. Dat betekent niet dat bedrijfsmatige functies zich niet verder kunnen ontwikkelen. Wel vragen we bedrijven die bijvoorbeeld geur of fijnstof uitstoten om deze uitstoot te verlagen als ze willen uitbreiden. Zo zorgen we samen voor een steeds gezondere lucht. De overgangszones kernrandgebied vormen een gebied van ongeveer 250 meter rond de kernen. Het gaat om gebieden waar een mix aan functies bestaat of waar we dat graag zouden willen. Het is daarbij belangrijk dat bestaande functies niet belemmerd worden door nieuwe activiteiten zoals wonen, zorg of recreatie. Bestaande rechten blijven gerespecteerd en inbreiding of verandering binnen bestaande rechten blijft mogelijk

Conclusie: deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

4.17 Zienswijze 17 1.

Samenvatting Indieners vragen zich af waarom de zone kernrandgebied 250 m bedraagt. Dit wijkt af van de 100 m-zone die onlangs is vastgelegd in

Beantwoording De afstanden die de provincie heeft gebruikt in haar ontwerp POVI wijken af van veel reeds vastgestelde en in ontwerp zijnde omgevingsvisies binnen 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16253536/2