03c.6 Bijlage 6 Passende beoordeling (geanonimiseerd)
Tekst van het document
(BP)
parkeerterreinen , Peelstraat (176%)
en Schrofvenweg , (294%)
Tabel 5. 1 Raming verkeersgeneratie PEC , stallencomplex en hippische evenementen
24
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
Manege D’n Umswing De manege bestaat uit verschillende rijbakken zowel binnen als buiten. Op de manege worden geen paarden gehouden. De leden van de hippische vereniging die gebruik maken van de manege moeten hun eigen paard meenemen. Op de manege vinden paardrijlessen plaats en kan zelfstandig gereden worden. Daarnaast organiseert de manege verschillende evenementen waaronder een (oefen)wedstrijden en feest- en vergaderavonden. Een deel van de evenementen is onderdeel van Grandorse en PEC. Deze zijn opgenomen in de verkeersgeneratie van ‘hippische evenementen’. Evenementen die alleen plaatsvinden op de manege zijn meegenomen in de verkeersgeneratie van de manege. Er is er van uitgegaan dat deze evenementen 3-4 keer per jaar plaatsvinden met maximaal 200 deelnemers per evenement.4 ,
,
,
Parkeernormen en verkeersgeneratie volgens het CROW zijn aangegeven per (bezette) box/paard en daarom niet toepasbaar voor manege D’n Umswing. Uitgaande van onderstaand lesschema met maximaal 10 paarden per les waarbij elke paard eigen vervoer heeft en een instructeur komt dit neer op 154 verkeersbewegingen per week. Voor het zelfstandig rijden is uitgegaan van gemiddeld 5 ,
,
ruiters per dag met eigen vervoer. ,
Er wordt van uitgegaan dat de meeste ruiters naar de manege gaan met een auto met een trailer (lichtverkeer). Voor een deel (30%) zouden de ruiters met (kleine) vrachtwagens naar de manege kunnen komen (zwaar verkeer). Dit aandeel zal bij evenementen groter zijn (80%). De instructeur komt met de auto (licht verkeer). De inschatting van de verkeersgeneratie is weergegeven in onderstaande tabel. Voor de koude start wordt er van uitgegaan dat 50% van de ruiters bij een les (lichtverkeer: 2548 zwaar verkeer: 1092) of zelfstandig rijden (lichtverkeer:1274 zwaar verkeer: 546) langer dan 2 uur aanwezig is en er dus sprake is van een koude start. Bij de evenementen wordt er vanuit gegaan dat dit het geval is voor alle voertuigen (lichtverkeer: 160 zwaar verkeer: 640). Dit resulteert in een totaal aantal koude starts per jaar van 3. 982 voor lichtverkeer en 2. 278 voor zwaar verkeer. ,
,
,
Lesschema:5 Mennen: maandag 19. 00 – 21. 00 Dressuur pony’s: dinsdag 18. 45 – 20. 30 Dressuur paarden: dinsdag 20. 30 – 21. 15 uur Springen pony’s: woensdag 18. 30 – 19. 30 Springen paarden: woensdag 19. 30 – 21. 30 Dressuur paarden: donderdag 19. 30 – 22. 00 Voltige: vrijdag 18. 00 – 20. 30
4 Uitgaande van de evenementen
kalender op de website: https://www. ruitersportsevenum. nl/evenementen/passie-voor-paard-
pony-2022/ 5 Lesschema op de website:
https://www. ruitersportsevenum. nl/over-ons/ledeninfo/
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
25
P217191. 042. R2/ELO
Uitgangspunten
Verkeersgeneratie per week
Lessen
7 lessen per week , maximaal 10 paarden
Verkeersgeneratie per jaar Totaal Licht Zwaar verkeer verkeer
154
8. 008
5. 606
2. 402
70
3. 640
2. 548
1. 092
nvt
1. 600
320
1. 280
13. 248
8. 474
4. 774
per les elk paard eigen vervoer , een instructeur per les. ,
Zelfstandig rijden
Gemiddeld 35 ruiters per week eigen
Evenementen
4 keer per jaar ,
,
vervoer
200 deelnemers en bezoekers , 80%
vrachtverkeer Totaal Tabel 5. 2 Raming verkeersgeneratie manege
Hippische boulevard De verkeersgeneratie normen van het CROW hebben geen specifieke cijfers voor een hippische bedrijven. Op basis van andere type detailhandel is een inschatting gemaakt van de verkeersgeneratie van de hippische bedrijvigheid. Ter plaatse van de bestemming zijn ook bedrijfswoningen toegestaan. Verder mogen er verblijfs-recreatieve voorzieningen worden gerealiseerd. Maximaal 30% van de bestemming mag worden bebouwd. De bestemming heeft een totaal oppervlakte van circa 33. 500 m.2 Dat betekent dat de maximale oppervlakte van de bebouwing ongeveer 1 hectare is. Er kunnen maximaal 2 bouwlagen worden gerealiseerd (maximale bouwhoogte is 11 meter waarvan goothoogte 7 meter). ,
Binnen het bestemmingsvlak is op basis van oppervlakte (rekening houdend met toegangswegen etc. ) ruimte voor circa 7 bedrijven vergelijkbaar met ruiterwinkel Emmers equestrian. Uitgaande van een BVO van circa 10. 050 m 2 en een norm van 20 verkeersbewegingen per 100 m 2 resulteert dit in een verkeersgeneratie van 2. 010 verkeersbewegingen per dag. Het grootste gedeelte van de verkeersberekeningen zal bestaan uit auto’s (licht verkeer). Daarnaast zullen er voor onder andere de levering van producten ook vrachtwagens de hippische boulevard bezoeken (zwaar verkeer). Er wordt uitgegaan van 5% vrachtverkeer. ,
,
Er wordt ervan uitgegaan dat in het algemeen de bezoekers van de hippische boulevard en het vrachtverkeer kort zullen verblijven op de hippische boulevard (minder dan 2 uur) waardoor er geen sprake is van een koude start. Voor een klein deel van de bezoekers en het personeel zal dit wel het geval zijn. Er wordt er van uitgegaan dat bij 30% van het lichtverkeer er sprake is van een koude start ,
(287 per etmaal). Omdat de bedrijfswoningen en recreatieve voorzieningen een lagere verkeersgeneratie hebben dan 20 per 100 m 2 is een volledige invulling van het gebied met hippische bedrijven een worst-case ,
benadering.
26
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
Normen volgens CROW: Buitengebied niet stedelijk Type Onderdeel Hippische bedrijvigheid Outletcentrum Bouwmarkt ,
Maximale verkeersgeneratie 291 per 100 m2 bvo 361 per 100 m2 bvo 180 per 100 m2 bvo 153 per 100 m2 bvo 110 per 100 m2 bvo 23 per 100 m2 bvo , ,
Tuincentrum
,
Groencentrum
Bedrijfswoningen Verblijfsrecreatieve voorzieningen
,
Woonwarenhuis/woonwinkel Woonwarenhuis (zeer groot) Koop huis vrijstaand Bungalowpark (huisjescomplex) 1* hotel 2* hotel 3* hotel 4* hotel 5* hotel ,
,
86, per woning
,
28, per bungalow 127, per 10 kamers 165, per 10 kamers 209, per 10 kamers 276, per 10 kamers 388, per 10 kamers
Tabel 5. 3 Raming verkeersgeneratie hippische boulevard Emmers equestrian – De Peelbergen De ruitersportwinkel Emmers equetrian – De Peelbergen heeft zich ter plaatse van de bestemming hippische boulevard gevestigd (omgevingsvergunning). De winkel verkoopt artikelen en diensten voor de paardensport waaronder rijkleding zadels stalbenodigdheden herstelservice van lederwerk en de verhuur van scheerapparaten en geboortemelders. ,
,
,
,
De winkel staat op een kadastraal perceel met een oppervlakte van 3. 500 m.2 Hierop is een pand 2 gebouwd met een oppervlakte van 1. 011 m(met gebruiksoppervlakte van1. 387 m)2 en circa 2 1. 100 m aan erfverharding aangelegd voor de parkeerplaatsen en de toegangsweg. Buiten het perceel is circa 725 m 2 erfverharding aangelegd om de toegangsweg te verbinden met de
openbare weg.
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
27
P217191. 042. R2/ELO
5. 1. 2
Stikstofdeposities in de gebruiksfase
De stikstofdeposities zijn berekend in AERIUS Calculator versie 2024. 0. 1. De AERIUS berekeningen zijn bijgevoegd als bijlagen. De AERIUS berekeningen zijn als worstcase benadering voor het rekenjaar 2025 uitgevoerd. Het rekenjaar heeft alleen effect op de berekende stikstofdepositie vanuit verkeer en transport omdat AERIUS rekent op basis van de jaarlijks gepubliceerde emissiefactoren voor voertuigen (nietsnelwegen) die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. In de rekenjaren zit een daling van de emissiefactoren voor voertuigen. ,
,
In de gebruiksfase kunnen er stikstofemissies plaatsvinden volgens de raming die is opgenomen voor de hippische bedrijven het stallencomplex en de manege. Daarnaast vinden er stikstofemissies plaats door een toename van verkeer bij evenementen voor de hippische boulevard en door de manege. Een overzicht van de emissies staan in onderstaande tabel. Het dagelijkst aan- en afrijdend verkeer is ingevoerd met meerdere lijnbronnen waarbij de provinciale Midden Peelweg N277 het punt is waar het aan- en afrijdend verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Gezien de korte rijafstand tot de parkeerplaatsen is bij evenementen ‘verkeer in de bebouwde kom’ aangehouden met een aanname van maximaal 40% file. ,
,
,
Als worstcase benadering is voor de evenementen het verkeer meegenomen tot de aansluiting van de N277 op de A67. Aangezien deze rijroute grotendeels bestaat uit de provinciale weg is voor deze lijnbronnen ‘buitenwegen’ aangehouden met een aanname van maximaal 40% file. Samenloop van in- en uitstroom van verkeer vanuit PEC met verkeerspieken door Toverland en reguliere ochtenden avondspits wordt zoveel mogelijk voorkomen door in de programmering van hippische evenementen hiermee rekening te houden. Hierdoor ondervindt het aan- en afrijdend verkeer van en naar het PEC en het stallencomplex weinig stagnatie door file (40% als worstcase). De stagnatie door uitstromend verkeer in combinatie met voornoemde pieken zal vooral optreden vanaf de rotonde Schatberg richting de A67. De uitgevoerde verkeersonderzoeken laten zien dat de aannamen in de Passende Beoordeling t. a. v. stagnatie een wordt-case benadering is (een overschatting van de stikstofeffecten t. g. v. stagnerend verkeer). Stikstofbron Raming in bestemmingsplan (houden van paarden) Verkeer evenementen Verkeer manege Verkeer hippische boulevard Totaal
Emissie NO x (kg/jaar)
Emissie NH 3 (kg / jaar)
-
3.1425,
9208,
286,
728, 3989,
12, 202,
1. 393
3. 192
Tabel 5. 4 Raming stikstofemissies in de gebruiksfase , verkeer en het houden van paarden
De stikstofdeposities zijn weergegeven in onderstaand figuur en tabel. De hoogste toename van depositie (206 mol N/ha/jaar) vindt plaats op Natura 2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel. Op alle Natura 2000 gebieden binnen de rekenafstand van 25 kilometer vindt een toename van depositie plaats. Op de Duitse Natura 2000 gebieden is de toename in depositie beperkt maximaal 017 mol N/ha/jaar. ,
,
,
,
28
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
Natura 2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel
Grootste toename in gebruiksfase (mol N/ha/jr) 206 , 042 , Maasduinen Boschhuizerbergen 038 , Groote Peel 028 , 015 , Leudal Weerter- en Budelerbergen & Ringselven 011 , , Swalmdal 011 009 , Strabrechtse Heide & Beuven Sarsven en De Banen 007 , Tabel 5. 5 Raming stikstofdeposities in de gebruiksfase , verkeer en het houden van paarden , Nederlandse Natura2000-gebieden
Grootste toename in gebruiksfase (mol N/ha/jr) 011 , 015 , 017 , 010 , , Hangmoor Damerbruch 012 Tabel 5. 6 Raming stikstofdeposities in de gebruiksfase , verkeer en het houden van paarden , Duitse Natura2000-gebieden Natura 2000 gebied Duitsland
Rekenpunt
Vogelschutzgebiet ‘SchwalmNettePlatte mit Grenzwald u. Meinweg
1 2 3 4 5
Figuur 5. 1 Raming stikstofdeposities in de gebruiksfase , exclusief saldering , Nederlandse Natura2000-gebieden
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
29
P217191. 042. R2/ELO
5. 2
Realisatiefase
5. 2. 1 Stikstofemissies in de realisatiefase Het bestemmingsplan maakt het mogelijk verschillende ontwikkelingen te realiseren waaronder uitbreiding van PEC hippische bedrijven hippische boulevard en uitbreiding van de manege. Tijdens de realisatie vinden stikstofemissies plaats door de bouw. Deze emissies zijn ingeschat op basis van de maximale mogelijkheden in het bestemmingsplan. De uitwerking hiervan is hieronder weergegeven. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van kengetallen. ,
,
,
Realisatie van gebouwen Met betrekking tot woningbouw is er door het Rijk een handreiking opgesteld waarbij er wordt aangenomen dat de bouwfase van één woning een gemiddelde emissie van 3 kg NO/jaar x genereert.6 Op basis van een gemiddelde omvang van ca. 600 m 3 per woning komt dat neer op ca. 3 Woningbouw is complexer van aard dan de bouw van stallen of rijhallen waar 0005 kg NO/m. x vaak met prefab elementen wordt gewerkt en waar er een groot deel van het bouwvolume loze ruimte is (stal: weinig bebouwd oppervlak per m3 in vergelijking tot een woning). Voor de bouw van stallen en rijhallen wordt daarom aangesloten bij kerngetallen voor de bouw van bedrijven en utiliteitsgebouwen. NOx emissies variëren doorgaans tussen de 10 en 40 gram NOx/m2 gebruiksoppervlak (GO).7 ,
,
,
Erfverharding Bij de aanleg van de erfverharding wordt minder gebruik gemaakt van mobiele werktuigen dan bij de bouw van gebouwen. Werkzaamheden bij de aanleg van erfverharding zijn meestal ligt grondverzet voor het egaliseren van de ondergrond het aantrillen van de grond met een trilplaat de aanvoer van materiaal (stenen of tegels) of het aanleggen van asfalt met een asfalt machine en wals. Omdat de toepassing van mobiele werktuigen en de uitstoot afhankelijk zijn van de type erfverharding die wordt aangelegd is in de berekening voor de realisatiefase voor de stikstofemissies voor de aanleg van erfverharding uitgegaan van een percentage van de totale stikstofemissies voor de bebouwing van 20%. ,
,
,
Bouwverkeer Tijdens de realisatiefase zal er een toename van bouwverkeer zijn in het gebied. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat er 0004 voertuig bewegingen per m2 oppervlak per etmaal 8 nodig zijn voor de bouw (waarbij een jaar 270 werkdagen heeft). Voor de hippische bedrijven het stallencomplex en de hippische boulevard wordt ingeschat dat de bouw minimaal 2 jaar duurt. De uitbreiding van de manege vindt in 1 jaar plaats. Er wordt vanuit gegaan dat het bouwverkeer bestaat uit 75% lichtverkeer en 25% zwaar verkeer. Het zwaar bouwverkeer komt voornamelijk voor de levering van materialen. Er zal daarom voor het zwaar verkeer niet vaak sprake zijn van een koude start (10%). Het licht verkeer bestaat uit het vervoer van de werklieden en installateurs etc. Voor het licht verkeer is er daarom vaker sprake van een koude start. Er wordt van uitgegaan dat in 50% van de gevallen er een koude start plaatsvindt. ,
,
6 Handreiking woningbouw en AERIUS , Rijksoverheid (januari 2020). 7 Open norm ‘stikstofemissie bouw- en sloopwerkzaamheden’ – mogelijkheden
W/E adviseurs. W/E rapport 30809 8 Antea group rapportage (0469825.100 , Antea group , april 2024)
30
bepalingsmethode en grenswaarde (2022). Stichting
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
Realisatieperiode Omdat het bestemmingsplan bestaat uit verschillende onderdelen (hippische bedrijven manege stallencomplex hippische boulevard) waarvan de bouw of de uitbreiding hoogstwaarschijnlijk niet in dezelfde periode zal plaatsvinden is er niet sprake van één ‘realisatiefase’. Dit maakt het beoordelen van de effecten van de realisatie complex. De bouw van een hippische bedrijf kan namelijk in hetzelfde jaar plaatsvinden als de realisatie van een bedrijf op de hippische boulevard. In datzelfde jaar kan een ander hippisch bedrijf al in bedrijf zijn en kunnen er in dat jaar al meerdere grote evenementen worden gehouden. ,
,
,
,
Eerst worden de emissies tijdens de bouw per onderdeel ingeschat. Deze realisatiefase kan dan (individueel) worden vergeleken met de gebruiksfase. Wanneer de emissies van de realisatiefase lager zijn dan tijdens gebruiksfase is de gebruiksfase een ‘worst-case’ benadering. Een rechtstreekse vergelijking van de twee fases is soms complex doordat er in de bouw vooral emissies van NOplaatsvinden terwijl er in de gebruiksfase voornamelijk NH 3 emissies zijn. x Daarom moet voor een vergelijking van verschillende fases de deposities beoordeeld worden en niet alleen de emissies. ,
,
Hippische bedrijven In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen over de invulling van de kavels van de hippische bedrijven. Zo mag er maximaal 1 bedrijfswoning per kavels aanwezig zijn mag de buitenpiste maximaal 5. 000 m 2 groot zijn en moeten bedrijfswoningen en longstay-appartementen op minimaal 25 meter van het naastgelegen hippisch bedrijf te worden gesitueerd. Er zijn maximaal 15 longstayappartementen toegestaan met een maximale oppervlakte van 55 m.2 ,
Daarnaast zijn er eisen gesteld aan de verdeling van bebouwing verharding en groen binnen de kavels. Bij een kavel van 3 hectare en groter mag maximaal 30% van de kavel worden bebouwd of verhard. Als een kavel 3 hectare of kleiner is dan mag maximaal 1 hectare worden bebouwd of verhard. Voor alle kavels geldt dat maximaal 35% van de kavel mag worden ingericht ten behoeve van hippische voorzieningen die niet verhard zijn. Minimaal 35% van kavel moet een groene aankleding krijgen/landschappelijk worden ingepast. ,
,
,
De maximale bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen is 13 m. De maximale dakopbouw is maximaal 40% van het dakoppervlak met een maximale hoogte van 16 m. De bedrijfswoning mag maximaal een inhoud van 1. 000 m 3 hebben (maximale goothoogte van 7 m bouwhoogte van 11 m). ,
Hippisch bedrijf Tavers Horse Facility - Kavel 6 Op kavel 6 van de zone hippische bedrijven is al een hippisch bedrijf gerealiseerd op basis van een verleende omgevingsvergunning. Voor kavel 6 geldt daarom geen realisatiefase. Dit bedrijf geeft een indicatie van de invulling van de andere kavels. Het oppervlak van kavel 6 is circa 4. 1 ha. Op de kavel is een complex gebouwd dat voorziet in zowel langdurig als kort verblijf van ruiters en hun(spring)paarden. Het complex bestaat uit onder andere 46 stallen 28 weiden binnenbak buitenbak gras arena twee longeercirkels twee stapmolens en een hondenspeelplaats. ,
,
,
,
,
,
,
Daarnaast zijn er 14 appartementen aanwezig. Op de kavel is in totaal circa 6. 300 m 2 gebouw (inclusief opslag longeercirkels en stapmolens) aanwezig. Het verhard oppervlak met uitzondering van bebouwing is circa 6. 600 m.2 De overige gronden zijn ingericht als weiden een buitenbak grasland en groenvoorzieningen. ,
,
,
,
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
31
P217191. 042. R2/ELO
Dat betekent dat circa 30% van het oppervlak van de kavel is gebruikt voor bebouwing of verharding. Waarvan de helft is gebruikt voor de bebouwing en de andere helft voor
erfverharding.
Op kavel 6 is al een hippisch bedrijf gerealiseerd middels een omgevingsvergunning. Kavel 7 bestaat uit twee aparte kavels/bestemmingsvlakken die zijn gekoppeld. Zowel de individuele als de totale oppervlakte van de kavels is minder dan 3 hectare. Voor kavel 7 geldt daarom niet een maximaal bebouwd en verhard oppervlak van 30% van de kavel maar van 1 hectare. Op kavel 8 en 9 mag een opleidingsinstituut voor maximaal 60 leerlingen worden gerealiseerd inclusief lesruimten restaurant en ontspanningsruimten. Op kavel 9 ligt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding ,
,
,
uitgesloten - gebouwen’. Per kavel is er onderscheid gemaakt tussen de bouw van de stallen en de rijhallen en de bouw van een bedrijfswoning appartementen kantines etc. Voor de stallen en de rijhallen wordt uitgegaan van een kerngetal voor de bouw van bedrijfshallen. Voor de overige voorzieningen zoals woningen appartementen en kantines wordt uitgegaan van het kengetal voor woningbouw. ,
,
,
In onderstaande tabel is een inschatting gemaakt van de invulling van het oppervlak betreft de type bebouwing met complexere bouw (vergelijkbaar met woningbouw). Voor kavel 8 en 9 is deze oppervlakte groter omdat er op deze kavel een opleidingsinstituut is toegestaan. ,
inschatting te maken van de stikstofemissie van de complexere bebouwing wordt er gewerkt met woning equivalenten. Een woning equivalent staat voor de stikstofemissie van de bouw Om
32
een
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
,
P217191. 043. R2/ELO/HUL
één woning. Voor de bouw van appartementen is er van uitgegaan dat dit resulteert in de helft van de stikstofuitstoot dan van een vrijstaande woning. Voor aanvullende ruimtes zoals kantines en ontmoetingsruimte en voor het opleidingsinstituut is uitgegaan een stikstofemissie die gelijk is aan de bouw van 2 woningen. voor
Kavel 1A , 1 , 2A , 2 , 3A 3 5 7 9 10 , 11 ,
,
,
,
,
89,
1 bedrijfswoning
15 longstay appartementen
Kantine , ontmoetingsruimten
Opleidings-
Totaal
200 m2 9
825 m2
400 m2
0
1. 425 m2
1 WE
8 WE
2 WE
0
11 WE
200 m2
825 m2
400 m2
400 m2
1. 825 m2
1 WE
8 WE
2 WE
2 WE
13 WE
instituut
*WE= woning equivalent Tabel 5. 7 Raming stikstofemissies complexe bebouwing hippische bedrijven in de aanlegfase , uitgedrukt in woning-equivalenten
De totale stikstofemissie per kavel voor de aanlegfase is weergegeven in onderstaande tabel. Daarbij is de stikstofemissie voor de complexere bouw gebaseerd op de woning equivalenten. De emissie van de overige bebouwing is bepaald op basis van de oppervlakte. De oppervlakte is van de overige bebouwing is de maximale oppervlakte van de bebouwing minus de oppervlakte van de complexere bouw. Stikstofemissies worden berekent met het kengetal 40 gram NOx/ m2 GO. Er wordt voor de overige bebouwing van uitgegaan dat het gebruiksoppervlak gelijk is aan de oppervlakte van de
bebouwing. Kavel
Oppervlakte bebouwing (m)2 Opp.
kavel (m2) 1A
56. 347
Complex
Overig
Emissie bebouwing (kg NOx/jr) Com Overig Totaal
Emissie
Emissie totaal
Erfverhar ding
Totaal
Max. toevoeging
Max.
30% kavel
16. 904
1. 425
15. 479
33
619
652
130
783
13. 687
1. 425
12. 262
33
490
523
105
628
12. 123
1. 425
10. 698
33
428
461
92
553
12. 201
1. 425
10. 776
33
431
464
93
557
13. 114
1. 425
11. 689
33
468
501
100
601
14. 500
1. 425
13. 075
33
523
556
111
667
15. 043
1. 425
13. 618
33
545
578
116
693
12. 236
1. 425
10. 811
33
432
465
93
559
1 ha
1. 425
8. 575
33
343
376
75
451
plex
opp.
1
45. 624
30% kavel opp.
2A
40. 411
30% kavel opp.
2
40. 671
30% kavel opp.
3A
43. 713
30% kavel opp.
3
48. 333
30% kavel opp.
5
50. 143
30% kavel opp.
6
40. 788
30% kavel opp.
7
12. 421
1 ha
+
10. 258
9 https://www. cbs. nl/nl-nl/achtergrond/2013/04/twee-derde-van-alle-woningen, eengezinswoning#:~:text=Vloeroppervlakte%20van%20eengezinswoningen%20ruim%20anderhalfkeer%20zo%20groot%20als%20a
ppartementen
Uitgaande van 120 m2 vloeroppervlakte , waarvan de helft op de begaande grond en ruimte voor tuin: totaal oppervlakte van 200 m2 van de kavel.
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
33
P217191. 042. R2/ELO
8& 9
60. 388
30% kavel
18. 116
1. 825
16. 291
39
652
691
138
898
10. 573
1. 425
9. 148
33
366
399
80
479
11. 820
1. 425
10. 395
33
416
449
90
539
opp.
10
35. 244
30% kavel opp.
11
39. 400
30% kavel opp.
Tabel 5. 8 Raming stikstofemissies aanlegfase hippische bedrijven , onderdeel bouwen (exclusief bouwverkeer)
De inschatting van de verkeersbewegingen van het bouwverkeer is aangegeven in onderstaande
tabel. Kavel
Oppervlakte bebouwing (m)2 Max. Realisatie bebouwing bebouwing
Verkeersbewegingen Totaal
Licht verkeer
Zwaar
verkeer
per jaar 1A 16. 904 8. 452 9. 128 6. 846 2. 282 1 13. 687 6. 844 7. 391 5. 543 1. 848 2A 12. 123 6. 062 6. 546 4. 910 1. 637 2 12. 201 6. 101 6. 589 4. 941 1. 647 3A 13. 114 6. 557 7. 082 5. 311 1. 770 3 14. 500 7. 250 7. 830 5. 873 1. 958 5 15. 043 7. 522 8. 123 6. 092 2. 031 6 12. 236 6. 118 6. 607 4. 956 1. 652 7 10. 000 5. 000 5. 400 4. 050 1. 350 8& 9 18. 116 9. 058 9. 783 7. 337 2. 446 10 10. 573 5. 287 5. 709 4. 282 1. 427 11 11. 820 5. 910 6. 383 4. 787 1. 596 Tabel 5. 9 Raming stikstofemissies aanlegfase hippische bedrijven , bouwverkeer
Emissie (kg)
Koude start Licht verkeer
Zwaar
1. 712 1. 386 1. 227 1. 235 1. 328 1. 468 1. 523 1. 239 1. 013 1. 834 1. 071 1. 197
114 92 82 82 89 98 102 83 68 122 71 80
NO x
NH 3
13 131, 119, 133, 161, 192, 113, 168, 163, 104, 295, 172,
, 039 04, , 038 038 , 048 , 059 , 039 , 050 , 0479 , 036 , , 092 057 ,
verkeer
Hippisch sportcomplex PEC Het bestaande bouwvlak van de huidige accommodatie van PEC mag worden uitgebreid en biedt ruimte voor de realisatie van stapmolens en andere permanente voorzieningen om jaarrond als oefen- en trainingsfaciliteiten te kunnen dienen. Het bouwvlak is 72. 953 m 2 groot (geldend bouwvlak is 11. 938 m).2 Er geldt een maximale bouwhoogte van 11 meter en een maximale goothoogte van 7 meter. De oppervlakte van het bestaande gebouw is 11. 765 m.2
Hoewel het bouwvlak aanzienlijk wordt vergroot geeft dit niet direct aanleiding voor de realisatie van grote hoeveelheden bebouwing of verharding. Binnen het bouwvlak liggen de bestaande buitenpistes erfverharding naar het complex en een parkeerterrein dat onder andere wordt gebruikt voor het tijdelijk stallen van paarden in tenten bij grote evenementen. Uitbreidingsmogelijkheden door vergroting van het bouwvlak bevinden zicht alleen in het noordelijke deel van het bouwvlak wat momenteel gebruikt wordt als grasland wadi en opslag. ,
,
,
34
,
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
Stallencomplex Het stallencomplex bestaat uit wedstrijdboxen voor maximaal 485 paarden en bijbehorende voorzieningen. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 51. 426 m.2 De maximale bouwhoogte is 11 meter en de maximale goothoogte is 7 meter. Voor het stallencomplex is een Wnb-aanvraag ingediend. Bij de aanvraag zit een tekening van het stallencomplex en de inrichting van de kavel. Deze is als uitgangspunt gebruikt voor een inschatting van de stikstofemissie van de realisatie. Kavel Stallencomplex
Toevoeging van
Toename
Max.
bebouwing
oppervlak (m2)
bouwhoogte (m)
Bebouwing
Inhoud gebouwen (m)3
Kengetal
Emissie kg
154. 000
0005 , kg
770
14. 000
NOx/jr
NOx/m 3
11 nvt
14. 000 Erfverharding nvt Tabel 5. 10 Raming stikstofemissies aanlegfase stallencomplex , onderdeel bouwen (exclusief bouwverkeer)
154
De inschatting van het bouwverkeer benodigd voor de bouw van het stallencomplex is (14. 000 m2/2 jaar = 7. 000 * 0004 verkeersbewegingen/m2/etmaal*270 dagen = )7. 560 verkeersbewegingen per jaar. Het bouwverkeer bestaat uit 5. 670 lichte vervoerbewegingen (1. 418 koude starts) en 1. 890 ,
zware
verkeersbewegingen (95 koude starts).
Manege D’n Umswing Voor Manege D’n Umswing 10 maakt het bestemmingsplan een uitbreiding mogelijk van onder andere de realisatie van een werkschuur (maximaal 2. 000 m 2 en 11 meter hoog) een uitbreiding van 2 de rijhal van 850 m(maximaal 8 meter hoog) en een uitbreiding van circa 500 m 2 erfverharding. Deze uitbreiding is inmiddels gerealiseerd maar in de raming van de stikstofeffecten zijn deze tijdelijke toenamen wel meegenomen. ,
,
De inschatting van het bouwverkeer benodigd voor de bouw van de uitbreiding van de manege is (2. 850 * 0004 verkeersbewegingen/m2/etmaal*270 dagen = ) 3. 078 verkeersbewegingen per jaar. Er wordt er van uitgegaan dat de uitbreiding binnen een jaar wordt gerealiseerd. Het bouwverkeer bestaat uit 2. 309 lichte vervoerbewegingen (577 koude starts) en 770 zware verkeersbewegingen ,
(38 koude starts). Kavel Manege D’N Umswing
Toevoeging van
Toename
Max.
bebouwing
oppervlak (m2)
bouwhoogt e (m)
Uitbreiding werkschuur/kantine Uitbreiding rijhal
2. 000
Inhoud gebouwen (m)3
Kengetal
22. 000
0005 , kg
110
NOx/m 3 0005 kg NOx/m 3
34
11 850
6. 800 8 Erfverharding 500 nvt nvt Tabel 5. 11 Raming stikstofemissies aanlegfase manege , onderdeel bouwen (exclusief bouwverkeer)
,
Emissie
kg NOx/jr
29
10 https://www. ruimtelijkeplannen. nl/documents/NL. IMRO. 1507. KBSCHORFVENWEG3-
OVV1/t_NL. IMRO. 1507. KBSCHORFVENWEG3-OVV1. pdf
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
35
P217191. 042. R2/ELO
Evenementen terrein De gronden van het evenemententerrein zijn momenteel in gebruik als grasland. Voor het gebruik als evenemententerrein hoeven hier geen bouwwerkzaamheden plaats te vinden. De gronden van het evenementen vallen buiten de aangewezen bouwvlakken en functieaanduidingen voor
bebouwing. Hippische boulevard De gronden aangewezen voor de Hippische boulevard zijn bedoeld voor hippisch gerelateerde bedrijven. Maximaal 30% van het bouwperceel mag worden ingevuld met gebouwen en bouwwerken. Maximaal 35% van het bouwperceel mag worden ingericht ten behoeve van openbare voorzieningen in de vorm van wegen in- en uitritten parkeerplaatsen e. d. Minimaal 35% van de oppervlakte van het bouwperceel is bestemd voor landschappelijke groene inpassing. De maximale bouwhoogte is 11 m de maximale goothoogte is 7 m. De bestemming heeft een oppervlakte van circa 33. 500 m 2 (12. 800 m2 met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - overloop parkeren’ er wordt er van uitgegaan dat dit bebouwd wordt). ,
,
,
,
Op basis van een omgevingsvergunning heeft het bedrijf ‘Emmers Equestrian De Peelbergen’ zich al gevestigd op de hippische boulevard. Het perceel van het bedrijf heeft een oppervlakte van circa 3. 500 m 2 en een bebouwing van circa 1. 000 m.2 Kavel
Toevoeging van
Maximum toename
bebouwing
Max.
bouwhoogt e (m)
oppervlak (m2) Hippische boulevard
Bebouwing
9. 050*
Erfverharding
11 nvt
11. 725
Inhoud gebouwen (m)3
Kengetal
99. 550
, 0005 kg
Emissie
kg NOx/jr 498
NOx/m 3 nvt
100
*30% van 33. 500 m2 (oppervlak bestemmingsvlak) min de oppervlakte van de bebouwing van Emmers Equestrian De Peelbergen ,
Tabel 5. 12 Raming stikstofemissies hippische boulevard , onderdeel bouwen (exclusief bouwverkeer)
De inschatting van het bouwverkeer benodigd voor de bouw van de uitbreiding van de hippische boulevard is (9. 050 m2/2 jaar = 4. 525 m2 * 0004 verkeersbewegingen/m2/etmaal*270 dagen = ) 4. 887 verkeersbewegingen per jaar. = Het bouwverkeer bestaat uit 1. 222 lichte vervoerbewegingen (916 koude starts) en 916 zware verkeersbewegingen (61 koude starts). ,
Overig Er hoeven geen nieuwe wegen te worden aangelegd. De verkeers- en waterbestemmingen geven de huidige wegen en waterwegen aan. Hetzelfde geldt voor de agrarische bestemmingen. Ter plaatse van de gronden bestemd als bos is in de huidige situatie al bos aanwezig. Voor deze werkzaamheden zijn daarom geen stikstoframingen gemaakt. Mocht er bij de realisatie van deze functies toch sprake zijn van tijdelijke stikstoftoenamen dan dienen deze plaats te vinden binnen het stikstofplafond. Uit de vergelijking van de stikstofruimte van de saldogevers en de raming van de tijdelijke stikstofeffecten in de realisatiefase blijkt dat er voldoende stikstofruimte beschikbaar is. ,
,
36
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
5. 2. 2
Stikstofdeposities in de realisatiefase
De stikstofdeposities zijn berekend in AERIUS Calculator versie 2024. 0. 1. De AERIUS berekeningen zijn bijgevoegd als bijlagen. In deze berekeningen is geen rekening gehouden met een gefaseerde ontwikkeling in meerdere jaren. Dat is geen realistische toename. Er is van deze theoretische worstcase aanname uitgegaan om te beoordelen of de tijdelijke stikstofdepositie t. g. v. de realisatiefase in alle gevallen lager is dan de depositieruimte van de saldogevers. Een overzicht van de stikstofemissies tijdens de aanlegfase (waarbij de tijdelijke toenames alle in 1 jaar zouden plaatsvinden) zijn weergegeven in onderstaande tabel. Stikstofemissies tijdens de aanlegfase komen uit de aanleg van de gebouwen en erfverharding en door het bouwverkeer (inclusief koude start). Voor het bouwverkeer is uitgegaan van een ‘buitenweg’ en 10% stagnatie. Het bouwverkeer is opgegaan in het heersende verkeersbeeld op de provinciale Midden Peelweg N277. In de berekening is de volledige aanleg berekend alsof deze
zou
plaatsvinden binnen 1 jaar (2025).
Stikstofbron
Emissie NO x (kg)
Emissie NH 3 (kg)
1A
796
038 ,
1
6411,
040 ,
2A
5649,
038 ,
2
5703,
038 ,
3A
6171,
048 ,
3
6862,
059 ,
5
9353,
039 ,
6
7098,
050 ,
7
5753,
048 ,
8 & 9
4614,
036 ,
10
9275,
092 ,
11
4962,
057 ,
Stallencomplex
5584,
058 ,
Manege
6064,
026 ,
Hippische boulevard Totaal
1764,
011 ,
9322 Tabel 5. 13 Raming stikstofemissies realisatiefase , per onderdeel en totaal , alle emissies in 1 jaar
7
De deposities in de aanlegfase zijn weergegeven in onderstaand figuur en tabel. De deposities zijn aanzienlijk lager dan de deposities in de gebruiksfase. Net als bij de gebruiksfase vindt de grootste tijdelijke toename in depositie plaats op Natura 2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel. Ook op de andere Natura 2000 gebieden vindt een tijdelijke toename van depositie plaats. Op de Duitse Natura 2000 gebieden is de tijdelijke toename beperkt. Ook bij deze berekening is geen rekening gehouden met een gefaseerde ontwikkeling maar zijn alle tijdelijke emissies theoretisch geprojecteerd binnen 1 jaar. ,
,
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
37
P217191. 042. R2/ELO
Figuur 5. 2 Raming stikstofdepositie in de realisatiefase , alle emissies in 1 jaar , Nederlandse Natura2000-gebieden
Grootste toename in aanlegfase (mol N/ha/jaar) 114 , 012 , Maasduinen 012 , Boschhuizerbergen , Groote Peel 010 , Leudal 005 Weerter- en Budelerbergen & Ringselven 004 , 003 , Strabrechtse Heide & Beuven Sarsven en De Banen 003 , Swalmdal 003 , Tabel 5. 14 Raming stikstofdeposities in de aanlegfase , alles in 1 jaar , Nederlandse Natura2000-gebieden Natura 2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel
Natura 2000 gebied Duitsland
Rekenpunt
Grootste toename in aanlegfase (mol N/ha/jr) 1 004 , 2 005 , 3 005 , , 4 004 , Hangmoor Damerbruch 5 004 Tabel 5. 15 Raming stikstofdeposities in de aanlegfase , alles in 1 jaar , Duitse Natura2000-gebieden
Vogelschutzgebiet ‘SchwalmNettePlatte mit Grenzwald u. Meinweg
38
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
5. 3
Saldering is nodig om negatieve effecten met zekerheid te kunnen uitsluiten
In zowel de realisatiefase als de gebruiksfase vinden er toenames van deposities plaats op Natura 2000 gebieden. Deze toenames zijn in de gebruiksfase aanzienlijk hoger zelfs als alle tijdelijke emissies tijdens de aanlegfase worden geprojecteerd in 1 jaar. Daarom is de gebruiksfase bepalend voor de stikstofeffecten. Toenames vinden plaats op negen verschillende Nederlandse Natura 2000 gebieden. Daarnaast zijn er ook toenames op Duitse Natura 2000 gebieden. De toenames in depositie op Duitse natuurgebieden ligt onder de Duitse grenswaarde van 7 mol. De Duitse Natura 2000 gebieden worden daarom verder niet meegenomen in de analyse. ,
Bronmaatregelen: beperken emissie- en depositie Het beperken van de stikstofemissie- en depositie t. g. v. de ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is mogelijk. Bijvoorbeeld door het beperken van de planologische mogelijkheden voor hippische activiteiten het beperken van de mogelijkheden om evenementen te organiseren die gepaard met een toename van vracht- en autoverkeer of het toepassen van emissie-loze of emissiearme mobiele werktuigen bij de realisatie van nieuwe gebouwen. In de toekomst zouden er maatregelen beschikbaar kunnen zijn om emissies t. g. v. het houden van paarden te beperken zoals voer- en managementmaatregelen of technieken in stallen om emissies te beperken. In deze Passende Beoordeling is er van uitgegaan dat de emissie- en depositie effecten zoals geraamd door dit soort maatregelen beperkt kunnen worden t. o. v. de raming maar niet in die mate dat er geen sprake meer zal zijn van een relevante en permanente toename van de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden. ,
,
,
,
In deze Passende Beoordeling is er van uitgegaan dat bronmaatregelen ingezet kunnen worden om binnen de beschikbare en begrensde stikstofruimte (via externe saldering) ontwikkelingen te kunnen realiseren maar onvoldoende effect kunnen hebben om significante effecten op Natura2000gebieden met zekerheid te kunnen uitsluiten. Omdat er ook bij een zekere beperking van de stikstofeffecten sprake zal zijn van een permanente toename in deposities op Nederlandse Natura 2000 gebieden die hoger is dan 0005 mol N/ha/jaar en er ter plaatse van deze natuurgebieden een overschrijding is van de KDW kunnen negatieve effecten niet op voorhand worden uitgesloten. ,
,
,
Ecologische voortoets Het is mogelijk om bij een beperkte toename van de stikstofdepositie zeker als het om een tijdelijke toename gaat in een voortoets ecologisch te beoordelen. Daaruit kan een conclusie worden getrokken dat negatieve effecten t. g. v. het benutten van de planologische mogelijkheden kunnen worden uitgesloten. Maar omdat er sprake is van een (permanente) toename in de gebruiksfase met een gezamenlijke maximale toename van circa 2 mol/ha/jaar op de Deurnsche Peel & Mariapeel en ook toenamen op andere voor stikstofgevoelige en overbelaste Natura2000-gebieden is de stap van een ecologische voortoets in deze Passende Beoordeling niet uitgewerkt. Uitgangspunt voor deze Passende Beoordeling is dat mitigatie via salderen noodzakelijk is om het bestemmingsplan te kunnen vaststellen. ,
,
,
,
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
39
P217191. 042. R2/ELO
Salderen Salderen (intern of extern) wordt toegepast als een mitigerende maatregel om de negatieve stikstofgevolgen van een project te beperken of te compenseren zodat de toestemming voor een Natura 2000-activiteit verleend kan worden. Bij intern salderen in een plan wordt de stikstofemissie ten gevolge van de planologische mogelijkheden verrekend met bestaande en legale emissies in het plangebied. Bij extern salderen wordt stikstofruimte overgenomen van een of meerdere ander activiteiten buiten het plangebied. Intern en extern salderen kunnen als mitigerende maatregelen worden gecombineerd om negatieve effecten uit te kunnen sluiten. ,
Om negatieve effecten t. g. v. een toename van de stikstofdepositie te kunnen uitsluiten is ten behoeve van het bestemmingsplan Grandorse gebruik gemaakt van externe saldering. Via het overnemen van stikstofruimte van veehouderijen in de omgeving van Grandorse. De maximale te benutten stikstofruimte voor het bestemmingsplan is gekoppeld aan de depositieruimte die door de gemeente Horst aan de Maas ter is verworven en beschikbaar is gesteld voor Grandorse. Bij de externe saldering wordt gebruik gemaakt van de depositiebank die is opgericht voor het gebied de Peelbergen waarvan Grandorse een onderdeel is. Op deze manier kan de toename van de emissieen depositie worden gemitigeerd en voorkomen omdat de stikstofruimte van de saldogevers groter is dan de stikstofruimte in het planspoor en de stikstofruimte die in het vergunningenspoor kan worden benut. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 6 en 7 van deze Passende Beoordeling. ,
Daarnaast kan er ook een beroep worden gedaan op interne saldering. Bij interne saldering worden de stikstofdeposities ten gevolge van het planvoornemen geheel of gedeeltelijk weggestreept tegen de stikstofdeposities in de bestaande situatie binnen het plangebied. Intern salderen is in dit kader mogelijk met de stikstofemissies t. g. v. aanwending van mest op agrarische gronden binnen het plangebied (zie kader). De stikstofruimte die via interne saldering beschikbaar kan komen t. g. v. het verdwijnen van stikstofemissies t. g. v. aanwending van mest op agrarische percelen is echter niet meegenomen in de maximale “stikstofruimte” voor het bestemmingsplan zoals dat wel is gedaan met de stikstof van de 7 externe saldogevers. Dit omdat het per kavel/perceel zal verschillen in welke mate en op welke wijze wordt bemest en in welke mate de emissies verdwijnen. Ook worden er niet voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan agrarische gronden uit productie genomen ter plaatse van nieuw te realiseren hippische bedrijven of voorzieningen. De afname van de stikstofemissie en -depositie door het stoppen van aanwending van mest op agrarische percelen ,
,
zal gefaseerd plaatsvinden
,
na
vaststelling van het bestemmingsplan.
Het verdwijnen van emissies t. g. v. intern salderen kan door initiatiefnemers van hippische bedrijven/activiteiten aanvullend worden ingezet. Stel op een kavel van 5 hectare verdwijnt de bemesting op 2 hectare vanwege de invulling als hippische kavel dan is dat op basis van de huidige kencijfers en rekening houdend met een aanscherping van de mestgebruiksnormen goed voor een emissie van circa 30 - 40 kg NH3 per jaar. Vertaald in de jaarlijkse ammoniakemissie van volwassen paarden komt dat overeen met de jaarlijkse emissievracht van 6 tot 8 paarden. ,
,
40
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
Initiatiefnemers kunnen in het projectspoor (de vergunningverlening) een beroep doen op intern salderen als er op de gronden die zij willen benutten sprake is van het wegvallen van de bemesting op agrarische percelen. In de stikstofruimte die is verworven en beschikbaar gesteld door de gemeente Horst aan de Maas t. b. v. het bestemmingsplan Grandorse is dus geen rekening gehouden met het stikstofruimte t. g. v. het wegvallen van de bemesting op agrarische percelen. In deze Passende Beoordeling is er van uitgegaan dat interne saldering binnen het vergunningenspoor onder voorwaarden voor een deel van de activiteiten/locaties ingezet kan worden om binnen de beschikbare en begrensde stikstofruimte (via externe saldering) ontwikkelingen te kunnen realiseren maar onvoldoende stikstofruimte geeft om significante effecten op Natura2000-gebieden op het niveau van het bestemmingsplan als totaal met zekerheid te kunnen uitsluiten. ,
,
,
Interne saldering met wegvallen bemesting op agrarische gronden De emissies die vervallen vanwege het uit productie nemen van agrarische gronden hebben betrekking op het vervallen van emissies ten gevolge van de aanwending van mest (dierlijke mest en kunstmest) op deze gronden. Bij de aanwending van mest vindt vervluchtiging van ammoniak (NH)3 plaats. Het vervluchtigingspercentage hangt af van het type mest en de bemestingstechniek. Voor het bemesten van landbouwgrond gelden conform het Nederlands mestbeleid en de Europese Nitraatrichtlijn maximum hoeveelheden aan te wenden stikstof. De stikstofgebruiksnorm hangt af van de hoeveelheid landbouwgrond de grondsoort en het type gewas. De stikstofgebruiksnormen zijn- en worden aan gescherpt. ,
,
Het stoppen van bemesting op agrarische gronden kan als dat op dit moment of tot voor kort feitelijk en legaal wordt bemest worden ingezet als bron voor (interne) saldering. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: het perceel op de relevante referentiedatum legaal bemest kon worden op grond van de meststoffenregelgeving en het bestemmingsplan; het perceel sinds de referentiedatum (aanwijzing N2000-gebieden) de agrarische bestemming heeft behouden; het aannemelijk is dat het perceel op en sinds de referentiedatum agrarisch in gebruik was (bijvoorbeeld met luchtfoto’s RVO-data MINAS data verklaringen van grondgebruikers of anderszins); de toegestane emissie van bemesting ten opzichte van de referentiedatum niet is toegenomen (dit kan op basis van objectieve algemene gegevens); na het salderen met een bemest perceel niet verder wordt bemest. ,
,
,
,
,
,
Op basis van de Europese Nitraatrichtlijn mag aan landbouwgrond jaarlijks maximaal 170 kg N per hectare uit dierlijke mest worden toegediend. Voor een deel van de landbouwbedrijven was tot voor kort een hogere gift toegestaan (derogatie) tot maximaal 250 kg N per hectare gift van mest van graasdieren. De derogatie geldt niet voor mest van hokdieren zoals varkens pluimvee en vleeskalveren. De derogatie wordt afgebouwd tot 170 kg N per hectare in 2026. In dit onderzoek is uitgegaan van de normale norm voor de gebruiksruimte van 170 kg/N/hectare. ,
,
,
Afhankelijk van het type gewas en de grondsoort mag er nog stikstof uit andere mestsoorten (anders dan dierlijke mest zoals compost of kunstmest) worden toegediend. Voor bijvoorbeeld grasland en diverse akkerbouwgewassen resteert er binnen de landelijke normen (landelijk mestbeleid) nog ruimte voor andere mestsoorten zoals kunstmest. Voor grasland met beweiden bijvoorbeeld is de maximale gebruiksnorm 250 kg/N/ha dus resulteert er een ruimte van 80 kg/N/ha. Voor gewassen op bouwland is de gebruiksruimte voor de totale meststoffen lager. ,
,
,
,
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
41
P217191. 042. R2/ELO
In dit voorbeeld is uitgegaan van een aanvullende kunstmestgift van 10 kg/N/ha dus aanvullend aan de aanwending van dierlijke mest. Uitgaande van bemesten op bouwland (lagere norm dan voor grasland) heeft de dierlijke mest een gemiddeld vervluchtigingspercentage van 12% van de TAN (gemiddelde van onderwerken in 1 werkgang en mestinjectie) (Bron: ‘Ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest in 2011’ werkdocument 330 WUR). Dit leidt tot een emissie van 204 kg/NH/jaar 3 (012 x 170 = 204 kg N/ha/jr. ) Kunstmest heeft een vervluchtigingspercentage van 42%. Een kunstmestgift van 10 kg N/ha geeft een N-emissie van 0042 x 10 = 042 kg N/ha/jr. Dat leidt tot een Nemissie van in totaal 2082 kg N/ha/jr als gevolg van aanwending van dierlijke mest en kunstmest op bouwland. Dit komt overeen met 2082 x 1216 = 253 kg NH/ha/jr. 3 (omrekenfactor van N naar NH 3 = 1216). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
De gewaspercelen binnen het plangebied (uitgaande van het grondgebruik zoals opgenomen in de Basisregistratie Percelen in 2023 (bron: RVO) zijn weergegeven in onderstaande figuur. Dit gaat om circa 100 hectare agrarische percelen. Wanneer er wordt uitgegaan van een ammoniakemissie als gevolg van de aanwending van mest op agrarische gronden van circa 25 kg NH3/ha/jr gaat dit binnen het plangebied om een emissie van 2500 kg NH 3 per jaar t. g. v. de aanwending van mest. De stikstofruimte die op deze wijze benut kan worden via interne saldering neemt de komende jaren af vanwege aanscherping van de mestgebruiksnormen. Deze aanscherping houdt in dat de maximaal toegestane hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest per hectare wordt verlaagd met als doel de stikstofdepositie te verminderen. Het plangebied maakt onderdeel uit van zogenaamde nutriënt verontreinigde gebieden (NV-gebieden). Vanaf 2025 geldt een normverlaging van 20% in deze gebieden wat betekent dat bedrijven daar minder stikstof uit dierlijke mest mogen toedienen. Dat betekent dat daarmee ook de stikstofruimte t. g. v. intern salderen afneemt op basis van deze algemene regels. ,
,
,
Figuur 5. 3 Agrarisch gebruik in 2023 binnen het plangebied (Bron: RVO , Basisregistratie Percelen)
42
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
6 Stikstofruimte 6. 1
voor externe
saldering
Depositiebank de Peelbergen
In de provinciale Beleidsregels depositiebank de Peelbergen (geldend vanaf 16 december 2020) is beschreven op welke wijze de depositiebank wordt gevuld met depositieruimte. Ook is in de beleidsregels beschreven hoe depositieruimte kan worden gereserveerd en toebedeeld aan activiteiten. Van belang daarbij is dat het gaat om een verevening van de depositie (de neerslag of immissie van stikstof) en niet om een verevening van de uitstoot (de emissie) van stikstof. De verevening moet plaatsvinden op alle natuurgebieden waar er sprake is van een relevant effect. De hoogte van de depositie (van een saldogever en saldonemer) is afhankelijk van de hoeveelheid stikstofuitstoot (de emissie) en de afstand en (wind)richting van de stikstofbron tot de natuurgebieden. Hoe dichter bij hoe hoger de depositie van een gegevens emissie van stikstof. In alle windrichtingen het projecteffect voldoende gedekt zijn met de depositie van de verschillende saldogevers. Zo moet er niet alleen voldoende depositieruimte worden verworven voor de Deurnsche Peel & Mariapeel maar ook voor de Maasduinen Boschhuizerbergen De Groote Peel Leudal het Swalmdal en enkele verder weg gelegen Natura2000-gebieden. Daarom zijn stikstofemissies van veehouderijen die dichtbij de projectlocatie liggen geschikter dan van veehouderijen op grote afstand. ,
,
,
,
,
,
Externe saldering ten behoeve van de ontwikkeling van het stallencomplex (een saldo-ontvangende activiteit) kan plaatsvinden met stikstofdeposities (N-deposities) die zijn opgenomen in de depositiebank (depositieruimte). De depositiebank is momenteel gevuld met N-emissies die door de gemeente Horst aan de Maas zijn verworven ten behoeve van de gebiedsontwikkeling hippische zone Grandorse. Externe saldering vindt alleen plaats als de depositiebank voldoende geregistreerde N-emissies bevat om de saldering uit te voeren waarbij geldt dat de N-depositie op geen enkel relevant hexagoon van voor stikstofgevoelige habitats binnen een Natura 2000-gebied na de vestiging wijziging of uitbreiding van de saldo-ontvangende activiteit mag toenemen waarbij rekening wordt gehouden met de saldering (voldoende depositieruimte). Er is geen sprake van een toename als de N-depositie per saldo 000 mol/ha/jaar (afgerond) is. ,
,
,
,
,
Externe saldering vindt uitsluitend plaats als de partij die de N-emissie heeft aangekocht en ingebracht in de depositiebank (i. c. de gemeente Horst aan de Maas) formeel heeft ingestemd met toebedeling aan het betreffende project. Het moet voldoende aannemelijk zijn dat het project waarvoor de natuurvergunning wordt aangevraagd binnen een realisatietermijn van drie jaar na het onherroepelijk worden van de natuurvergunning volledig wordt uitgevoerd.
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
43
P217191. 042. R2/ELO
De stikstofemissie waarmee gesaldeerd wordt (de saldo-gevers) bestaat uit de ammoniakemissie uit stallen van veehouderijen. Er is geen rekening gehouden met andere emissies t. g. v. het houden van landbouwhuisdieren van deze saldo-gevers zoals de opslag- en aanwending van mest buiten de stal (emissie van ammoniak) verkeerbewegingen inzet van werktuigen of de verwarming van gebouwen (vooral emissie van stikstofoxiden). ,
,
,
De stikstofeffecten waarvoor externe saldering wordt toegepast hebben betrekking op de emissie t. g. v. het houden van paarden (emissie van ammoniak) verkeersbewegingen in de aanleg- en gebruiksfase en bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (vooral emissie van stikstofoxiden). ,
Uitwisselbaarheid ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) Ammoniak en stikstofoxiden worden in de lucht gebracht door verschillende bronnen. Een deel van de gassen komt direct terecht op de vegetatie of de bodem (droge depositie) de rest wordt door de wolken en regen opgenomen en komt met neerslag op het aardoppervlak (natte depositie). Door de goede oplosbaarheid in water is de opname van NH 3 aan de oppervlakte verreweg het hoogst; omdat het voornamelijk afkomstig is uit bronnen aan de grond vlakbij natuurgebieden is de concentratie daar ook hoog. Daarom levert ammoniak een grote bijdrage aan de stikstofdepositie. Ondanks die hoge lokale bijdrage is er door de verspreiding en verdunning ook altijd een bijdrage over lange afstand aan de depositie maar die neemt snel af. Voor stikstofoxiden ligt het precies omgekeerd: de depositiesnelheid is vrij laag door de slechte oplosbaarheid waardoor het transport naar verder weg veel groter is. ,
,
,
In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat zowel NO x als NH 3 de groei van planten stimuleren bij lage concentraties en remmen bij hoge. Het blootstellingniveau waarbij stimulering overgaat in remming is veel lager voor NO x dan voor NH3. Dit omslagpunt wordt niet zozeer bepaald door de stikstofbehoefte van planten maar meer door de detoxificatiecapaciteit van de plant. Uit de literatuur blijkt dat NH3 meer schade toebrengt aan de natuur dan NO x als het gaat om de directe bijdrage aan afnemende biodiversiteit de verschuiving naar stikstofminnende ,
,
plantensoorten en bodemverzuring. Beleidsmatig is uitwisselbaarheid van NO x en NH3 toegestaan omdat er geen andere bronnen in de markt zijn. Voor 1 kg NH3 kunnen meerdere kg NO x uitgewisseld worden maar de saldering op emissieniveau wordt verantwoord door de stikstofdepositieberekeningen en stikstofdepositie in mol N/ha/jaar. ,
,
44
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
6. 2
Saldo-gevende veehouderijen
De gemeente Horst aan de Maas heeft tot dusverre stikstofrechten van 7 veehouderijen verworven en ingebracht in de depositiebank de Peelbergen t. b. v. het bestemmingsplan Grandorse en de vergunningverlening binnen Grandorse. Over het gebruik maken van externe saldering t. b. v. Grandorse heeft de gemeente overleg gevoerd met milieu- en natuurorganisaties. Mede op basis van resultaten van dat overleg heeft de gemeente Horst aan de Maas alleen stikstofrechten verworven van saldogevers waarvan de gerealiseerde stallen in gebruik waren of tot voor kort in gebruik waren (niet mee dan 1 jaar leegstand ten tijde van het sluiten van de overeenkomst). Een overzicht van de koopovereenkomsten het aankoopbewijs en de bewijsstukken van de in gebruik zijn van de stallen (of geschiktheid daarvoor) staan in de bijlagen van deze Passende Beoordeling. ,
Saldogevers
Rav. cat.
Dieraantal
Ammoniak emissiefactor [kg NH3/dier/jaar]
Ammoniak emissie
[kg NH3/jaar] H10 stal 1
D3. 2. 7. 1. 1
569
10,
569
H10 stal 2
D3. 2. 7. 1. 1
568
10,
568
M4
A6. 100
384
53,
K9 stal 1
E5. 14
10. 200
0035 ,
357
K9 stal 2
E5. 14
10. 200
0035 ,
357
K9 stal 3
E5. 14
10. 200
0035 ,
357
K9 stal 4
E5. 14
10. 200
0035 ,
Totaal saldogever H10
1. 137 2.0352,
Totaal saldogever M4
2. 035
357
Totaal saldogever K9
1. 428
Z27 stal 1
F4. 100
2. 559
068 ,
1.7401,
Z27 stal 2
F4. 100
2. 937
068 ,
1.9972,
Z27 stal 3
F4. 100
3. 286
068 ,
2.2345,
Z27 stal 4
F4. 100
8. 783
068 ,
5.9724,
G29 stal 2
D2. 2. 6. 2. 1
937
H31
H1. 2
3428
Z18 stal 2
F4. 100
1200
068 ,
816
Z18 stal 3
F4. 100
1853
068 ,
1. 260
Z18 stal 4
F4. 100
2000
068 ,
1. 360
Z18 stal 5
F4. 100
6000
068 ,
4. 080
Z18 stal 7
F4. 100
3200
068 ,
2. 176
Totaal saldogever Z27 16,
11.9442, 1.4992,
Totaal saldogever G29 025 ,
1.4992, 857
Totaal saldogever H31
Totaal saldogever Z18 Totaal voor saldering (afgerond)
857
9. 692 28.5924,
Tabel 6. 1 Emissies uit stallen van de zeven saldogevers
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
45
P217191. 042. R2/ELO
Onzekerheid emissiefactoren Bij de berekening van de emissie van de saldogevers is bij de varkens- en pluimveebedrijven met emissiearme stallen uitgegaan van wettelijke emissiefactoren (zogenaamde RAV-factoren). Uit onderzoek blijkt dat de emissiereductie door het toepassen van emissiearme stallen in de praktijk lager kan zijn. Als in de berekening van de emissie en depositie van de saldogevers zou worden uitgegaan van de praktijkcorrecties zoals die worden toegepast in AERIUS Monitor (i. c. het INITIATOR model van de WUR) dan zou de emissie en depositie van de saldogevers hoger zijn. ,
6. 3
Stikstofdeposities saldogevers
De stikstofdeposities zijn berekend in AERIUS Calculator versie 2024. 0. 1. De AERIUS berekeningen zijn bijgevoegd als bijlagen. Een overzicht van de saldogevers en de stikstofemissies vanuit de saldogevers zijn beschreven in paragraaf 6. 2. De emissies zijn ingevoerd met bijbehorende emissieparameters. Bij de saldogever Z18 is ook de gebouwinvloed meegenomen in de berekening. De stikstofdeposities van de saldogevers zijn weergeven in onderstaande figuren voor 100% van de emissies en wanneer er 50% afroming plaatsvindt. Er is voor een afroompercentage van 50% in plaats van 30% gekozen i. v. m. de toets op additionaliteit en om rekening te houden met mogelijke wijzigingen van de provinciale
beleidsregels salderen. De AERIUS berekeningen zijn als worstcase benadering voor het rekenjaar 2025 uitgevoerd. De deposities van de saldogevers zijn weergegeven in onderstaande tabel en figuur. De saldogevers veroorzaken een stikstofdepositie op 14 verschillende Natura 2000 gebieden. De hoogste depositie vindt plaats op Natura 2000 gebied de Deurnsche Peel & Mariapeel. Grootste depositie-effect saldogevers (mol N/ha/jr) , 2185 Leudal 344 , 271 , Maasduinen Groote Peel 217 , 193 , Swalmdal Boschhuizerbergen 143 , Sarsven en De Banen 132 , Meinweg 124 , Weerter- en Budelerbergen & Ringselven 106 , , Roerdal 077 , Strabrechtse Heide & Beuven 064 Leenderbos , Groote Heide & De Plateaux 004 , 004 , Zeldersche Driessen 002 , Oeffelter Meent Tabel 6. 2 Depositie t. g. v. de emissies uit stallen van de saldogevers , maximale depositie per gebied Natura 2000 gebied Deurnsche Peel & Mariapeel
46
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
P217191. 043. R2/ELO/HUL
Figuur 6. 3 Depositie t. g. v. de emissies uit stallen van de saldogevers (zonder afroming)
6. 4
Samenhang
Een voorwaarde voor het gebruik maken van externe saldering is dat er directe samenhang is tussen het de intrekking van de saldo-gevende activiteit en de verlening van de natuurvergunning van de saldo-ontvangende activiteit is. Die directe samenhang wordt aangenomen als de vergunning voor de saldo-gevende activiteit daadwerkelijk is of zal worden ingetrokken ten behoeve van de uitbreiding van de saldo-ontvangende activiteit. Dit kan worden aangetoond met een intrekkingsbesluit of uit een overeenkomst tussen de saldo-gevende en saldo-ontvangende activiteit over de overname van het stikstofdepositiesaldo van de in te trekken milieuvergunning. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat bij externe saldering met gebruikmaking van een depositiebank wordt voldaan aan het vereiste van directe samenhang (ECLI:NL:RVS:2013:1931). De samenhang is alleen aanwezig bij vergunningen die zijn ingetrokken nadat de depositiebank is ingesteld. Door bij de ontwikkeling van De Peelbergen met een depositiebank te werken kan derhalve aan het vereiste van directe samenhang worden voldaan. De overeenkomsten met de 7 saldo-gevende veehouderijen zijn gesloten nadat de depositiebank is ingesteld. In de overeenkomsten tussen gemeente en de veehouders is opgenomen dat de stikstofruimte van de saldo-gevers wordt opgenomen in de depositiebank.
Ook bij de intrekkingsverzoeken en besluiten van de vergunningen van de saldogevers is dit opgenomen.
Passende beoordeling bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Pouderoyen B. V.
47
P217191. 042. R2/ELO
In de beleidsregel depositiebank de Peelbergen is het project Grandorse opgenomen. Wanneer saldo-gevende partijen worden opgenomen in de depositiebank dan zijn die specifiek bedoeld voor de projecten opgenomen in de bijbehorende beleidsregel. Aan de voorwaarde van directe samenhang is dus daarmee voldaan. ,
6. 5
Externe saldering als mitigerende maatregel
Een van de voorwaarden van het inzetten van externe saldering is dat de stikstofwinst alleen mag worden ingezet als er andere maatregelen worden getroffen om de overbelasting van stikstof te verminderen. De stikstofintrekking van de saldo gevende partij mag niet noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de N2000gebieden niet verslechtert. (Artikel 6 2 e lid Habitatrichtlijn). ,
Ook in de Beleidsregels Salderen Provincie Limburg 2024 is deze voorwaarde opgenomen. In artikel 6 (voorwaarden externe saldering) lid 4 is opgenomen dat Gedeputeerde Staten bij de beoordeling van de aanvraag voor extern salderen uitsluitend de N-emissie van de saldo-gevende activiteit betrekken voor zover intrekking van de daaraan ten grondslag liggende toestemming niet noodzakelijk is in verband met toepassing van artikel 6 tweede lid van de Habitatrichtlijn. In de overeenkomsten tussen gemeente Horst aan de Maas en de saldo-gevers is opgenomen dat de stikstofrechten worden ingebracht in de Depositiebank de Peelbergen. Er is bij deze saldo-gevers geen sprake van inbreng van stikstofrechten via intrekking van een toestemming die zijn grondslag vindt in een zogenaamde passende maatregel die bedoeld is de om achteruitgang van Natura 2000 gebieden en storende factoren die een significant effect zouden kunnen hebben te voorkomen (Artikel 6 2e lid Habitatrichtlijn). ,
,
,
,
,
Het feit dat de Depositiebank de Peelbergen als “provinciale doelenbank” is ingesteld door de provincie Limburg specifiek om gebruik te kunnen maken van externe saldering via het plan- en projectspoor voor de daarin benoemde ontwikkelingen (waaronder Grandorse) maakt duidelijk dat de stikstofruimte die de gemeente Horst aan de Maas is verworven en ingebracht om de Depositiebank niet bedoeld is als maatregel om de stikstofbelasting van Natura2000-gebieden te verminderen. ,
,
,
Voorbeelden van passende maatregelen die wel bedoeld zijn om de stikstofbelasting van Natura2000-gebieden zijn benoemd in artikel 6 van de Beleidsregels Salderen Provincie Limburg 2024. In lid 5 van dit artikel is beschreven dat er niet extern gesaldeerd mag worden met stikstofruimte vanuit de bronmaatregelen die de overheid heeft ingesteld ten behoeve van de daling van de achtergronddepositie zoals stoppersregelingen als de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). De intrekking van de toestemmingen van de saldogevers is valt niet onder een van deze stoppersregeling of andere maatregelen die de overheid heeft ingesteld ten behoeve van de daling van de achtergronddepositie zoals de Regeling provinciale aankoop veehouderijen. ,