CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.4 Bijlage 4 Tweede aanvulling MER BP Grandorse

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bestemmingsplan Grandorse, Kronenberg20.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

,

,

➢

Travers 47; Het bouwen van een opstal ten oosten van de Travers ter hoogte van ECdP;

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

21

P217191. 062. R1

➢

Het kappen van bos in natuurgebied de Heesberg ten behoeve van de aanleg van een ruiterpadenroute (eventingroute) met kunstmatige niveauverschillen. Dit gebied ligt in

het Natuurnetwerk; Aanleg van een ruiterbrug over de Peelstraat; Uitbreiding van d’n Umswing.

➢ ➢

Voornoemde ruimtelijke ontwikkelingen die tussentijds via afzonderlijke procedures zijn geregeld of zijn uitgevoerd tasten de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk aan. Daarvoor is het natuurcompensatieplan (salderingsplan) gewijzigd en voorgelegd aan de provincie ter goedkeuring. De realisatie van de natuurcompensatie is gewaarborgd in een salderingsovereenkomst tussen de provincie Limburg de gemeente en initiatiefnemers. Daarnaast bevat het bestemmingsplan voor vaststelling ruimtelijke randvoorwaarden en een voorwaardelijke verplichting in de planregels voor de ontwikkeling van gronden met de bestemming ‘gemengd,

hippische boulevard’.

6. 3

Maximale planologische mogelijkheden

Bestemming ‘Zone hippische bedrijven’ Onbebouwde agrarische gronden ten noorden van de Peelstraat zijn voorzien van de bestemming 'Zone hippische bedrijven'. Deze gronden zijn bestemd voor de vestiging van maximaal 12 hippische bedrijven. Inmiddels is op de kavel op de hoek van de Travers en de Kulbergweg een eerste hippisch bedrijf gerealiseerd op basis van een verleende omgevingsvergunning.

Zowel productie- als gebruiksgerichte hippische bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Verder kunnen er twee maneges worden gerealiseerd. Daarnaast wordt op de kavel ten oosten van het reeds gerealiseerde hippisch bedrijf ook een hippisch opleidingsinstituut toegestaan. Hier worden aanvullend op de reguliere zoals rijhallen paardenstallen buitenpiste e. d. ook een campus met lesruimten en een appartementencomplex voor uitsluitend studenten gerealiseerd met algemene verblijfsruimten en maximaal 60 appartementen. Studenten mogen hier niet langer dan 24 maanden achtereenvolgens verblijven. ,

,

Via een afwijking kan onder voorwaarden vestiging van maximaal twee hippische hulpbedrijven worden toegestaan. Dit moeten aan de hippische sport verwante bedrijven zijn op het leveren van diensten en goederen aan hippische bedrijven. De vestigingslocaties variëren in omvang. De uit te geven bouwpercelen bedragen 25 tot circa 65 ha. Het terrein mag naar eigen wens ingericht worden binnen de kaders die het bestemmingsplan stelt. De bebouwing en verharding mag verspreid over het perceel gerealiseerd worden. Binnen het uit te geven bouwperceel geldt een maximaal bebouwingspercentage van 30% voor de bebouwing verharding en voorzieningen. Op bouwpercelen kleiner dan 3 ha is een bebouwd en verhard oppervlak van 1 ha toegestaan. Op de kavel van de campus is op het westelijk deel geen bebouwing en dichte afrastering toegestaan vanwege de nabijheid van een dassenburcht. Voorzieningen zoals paddocks onoverdekte stapmolens longeercirkels springweiden etc. hoeven niet te worden ,

,

,

,

,

,

22

,

,

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

meegerekend binnen de 30% bebouwingspercentage. Dit geldt ook voor toegestane buitenpistes (tot maximaal 5. 000 m)2 en een galoppeerbaan (met een maximale breedte van 5 meter). Voor alle kavels geldt dat minimaal 35% van het perceel een groene aankleding moet krijgen. De landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting in de juridische regeling van het bestemmingsplan geborgd. Alle bedrijven mogen bij recht één bedrijfswoning oprichten. Via afwijking kan onder voorwaarden ook een 2 e bedrijfswoning worden toegestaan. Daarnaast mogen per bedrijf bij recht maximaal 15 2 longstay-appartementen worden gerealiseerd met een totale oppervlakte van 55 mper appartement ten behoeve van de huisvesting van grooms stagiaires of buitenlandse ruiters die binnen het betreffende hippisch bedrijf paarden verzorgen en trainen. Ook voor het verblijf van gasten en klanten van het hippische bedrijf mogen verblijfsvoorzieningen worden gerealiseerd. Via afwijking kan eventuele uitbreiding van de oppervlakte en/of het aantal appartementen mogelijk worden gemaakt indien de noodzaak wordt aangetoond door bijvoorbeeld een bedrijfsplan. ,

,

,

Voor de oprichting van verblijfsvoorzieningen gelden planologische kaders (randvoorwaarden) ten aanzien van geluid milieuzonering spuitzones geur en stikstof. ,

,

,

In verband met de stikstofregelgeving geldt er een maximum aantal te houden paarden in het gehele gebied. Dit maximum is direct afhankelijk van de beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte op basis van aanwezige stikstofrechten in de specifieke stikstofdepositiebank. In de gebruiksregels en bouwregels van het bestemmingsplan is een stikstofplafondregeling opgenomen die niet mag worden overschreden en waar ieder bedrijf (project zoals bedoeld in de regelgeving voor Natura2000 gebieden) bij gebruiksactiviteiten sloop- bouw- en aanleg-activiteiten rekening mee dient te houden. ,

In de directe nabijheid van buisleidingen mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht. Dit is in de juridische regeling van het bestemmingsplan opgenomen maar is feitelijk alleen van toepassing op de noordoostelijke hoek van de meest noordwestelijk gelegen kavel. ,

Bestemming ‘Sport-Hippisch sportcomplex’ Voor het gewenste permanente stallencomplex zijn de gronden ten noordwesten van het PEC voorzien van de bestemming 'Sport - Hippisch sportcomplex'. In het stallencomplex komen wedstrijdboxen met bijbehorende voorzieningen. Tot op heden worden de wedstrijdpaarden gestald in tijdelijke tenten op het PEC-terrein. Het stallencomplex gaat ruimte bieden voor maximaal 485 wedstrijdpaarden maar zal niet bij alle wedstrijden volledig bezet zijn. Tussen wedstrijden in zijn er nagenoeg geen paarden aanwezig. Op jaarbasis komt het gemiddelde aantal aanwezige paarden uit op 80 paarden. ,

Voor een mogelijke toekomstige uitbreiding van de huidige accommodatie van het PEC is het bestaande bouwvlak in zuidwestelijke richting uitgebreid. Bovendien worden op het uit te breiden terrein stapmolens en andere permanente voorzieningen gerealiseerd om jaarrond als oefen- en trainingsfaciliteiten te kunnen dienen. Ook wordt uitbreiding van het parkeerterrein en aanleg van erfverharding toegestaan. Voor de juridische regeling is zoveel mogelijk aangesloten bij de geldende regeling voor toegestane activiteiten: hippisch centrum met voorzieningen manege / paardenpension evenemententerrein dagrecreatieve voorzieningen detailhandel en horeca. ,

,

,

,

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

23

P217191. 062. R1

Voor de gerealiseerde renovatie en uitbreiding van bestaande manege D’n Umswing aan de Schorfvenweg is een afzonderlijke ruimtelijke procedure gevolgd. De verleende omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is opgenomen in het bestemmingsplan. Het bestaande bouwvlak van de manege is in noordelijke richting uitgebreid. Het hele manegeterrein is voorzien van de bestemming 'Sport - Hippisch sportcomplex' met de nadere aanduiding 'manege'. Aansluitend heeft aan de westzijde een uitbreiding plaatsgevonden van de bestemming 'Sport - Hippisch sportcomplex' voor een oefenterrein. Ten zuiden van de manege is voorzien in de realisering van een werkschuur (maximaal 2. 000 m 2 voor opslag kantine en sanitaire voorzieningen). Hiervoor is een specifieke aanduiding op de verbeelding opgenomen. In de directe nabijheid van buisleidingen mogen geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten worden opgericht. Dit geldt met name voor de gronden ten zuidoosten van Manege d'n Umswing. ,

Bestemming ‘Gemengd – Hippische boulevard’ Ten behoeve van de realisering van een economische zone zijn de gronden ten oosten van het huidige PEC voorzien van de bestemming 'Gemengd – Hippische boulevard'. Hier zullen binnen een gebied van 45 ha hectare diverse economische bedrijfspercelen worden uitgegeven waarvan maximaal 30% mag worden bebouwd minimaal 35% uitsluitend benut mag worden voor landschappelijke groene inpassing en maximaal 35% mag worden benut voor openbare voorzieningen en verhardingen zoals parkeerplaatsen. ,

,

,

,

Concreet wordt 15 ha bebouwd ten behoeve van hippisch gerelateerde bedrijven commerciële voorzieningen en verblijfsrecreatieve voorzieningen inclusief inpandige bedrijfswoningen. Hierbij geldt wel als voorwaarde dat het bedrijf zich uitsluitend richt op de hippische bedrijven binnen het plangebied en/of op de bezoekers en deelnemers aan de binnen het plangebied uit te oefenen paardensport. Daarnaast is in de juridische regeling als voorwaardelijke verplichting opgenomen dat binnen 2 jaar na afgifte van de omgevingsvergunning voor bouwen de vereiste landschappelijke inpassing dient te zijn gerealiseerd op basis van een door de gemeente goedgekeurd landschapsplan. Het zuidelijk gedeelte van het perceel (ca. 165 ha) fungeert totdat het gehele terrein ontwikkeld is als overloopparkeerterrein en is voorzien van de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – overloop parkeren'. Daarnaast wordt aan de oostzijde ‘van noord naar zuid’ een groene verbinding aangelegd. Inmiddels heeft zich in het gebied een ruitersporthandel gevestigd op basis van een verleende omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan en wordt ook in het ,

,

,

bestemmingsplan overgenomen. Aanduiding ‘Evenemententerrein’ Voor regionale nationale en internationale wedstrijden en overige evenementen is een wedstrijden evenemententerrein aangewezen met de aanduiding 'evenemententerrein'. Dit gebied omvat het hele PEC-terrein en het perceel ten zuiden van de Peelstraat ten oosten van d'n Umswing en heeft een totale omvang van ongeveer 25 ha. Hier zijn uitsluitend hippisch gerelateerde sport- en bedrijfsevenementen toegestaan. Daarnaast mag maximaal 6 x per jaar een publieksgericht evenement plaatsvinden onder de voorwaarde dat het effect van het publieksgericht evenement maximaal gelijk is aan het effect van een bedrijfsgerelateerd evenement. ,

,

24

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

In het zuidelijk gelegen bosgebied aangrenzend aan het evenemententerrein is een eventingroute uitgezet. Hiervoor is de aanduiding 'overige zone – eventingroute' opgenomen in de algemene aanduidingsregels. Hier zijn maximaal 12 eventing-wedstrijden toegestaan. Ook de met een omgevingsvergunning gerealiseerde brug over de Peelstraat is opgenomen in het bestemmingsplan. ,

Het aantal te verwachten bezoekers voor de evenementen wordt op basis van huidige bezoekersaantallen geschat op 110. 000 tot 175. 000 bezoekers per jaar. Dit is inclusief deelnemers aan wedstrijden. Deze schatting is gebaseerd op de volgende aannamen: • Wekelijks wedstrijden met gemiddeld 350 bezoekers en deelnemers per dag en maximaal 20. 000 bezoekers per jaar; • Maximaal 18 internationale meerdaagse wedstrijden per jaar met gemiddeld 1. 000 tot 2. 000 bezoekers per dag en maximaal 90. 000 bezoekers per jaar; • Maximaal 2 grootschalige hippische evenementen met gemiddeld 10. 000 bezoekers per dag en maximaal 40. 000 bezoekers per jaar. In de juridische regeling zijn in aansluiting op het gemeentelijk evenementenbeleid kaders (randvoorwaarden) opgenomen om eventuele overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. Het maximaal bezoekersaantal mag niet meer dan 10. 000 bezoekers per dag bedragen. Daarnaast mag het totale jaarlijkse bezoekersaantal (inclusief deelnemers aan wedstrijden) niet meer bedragen dan 175. 000 per jaar. Voor evenementen met meer dan 1. 000 bezoekers per dag is ook een evenementenvergunning nodig. Voor het kunnen faciliteren van de wedstrijden/ evenementen is uitbreiding van het huidige parkeerterrein noodzakelijk. Voor een evenement met 10. 000 bezoekers per dag zijn conform het uitgevoerde verkeersonderzoek circa 4. 200 parkeerplaatsen nodig.

Hiervoor wordt het bestaande parkeerterrein bij het PEC in westelijke richting uitgebreid. Daarnaast worden extra (overloop) parkeervoorzieningen gerealiseerd voor bezoekers. Dit betreft allereerst een gebied van 15 ha ten zuiden van de hippische boulevard. Daarnaast kunnen na realisering van het permanente stallencomplex de gronden ter plaatse van de huidige tijdelijke tenten (15 ha) benut worden als parkeervoorziening. Tenslotte wordt ook een recent door de gemeente verworven agrarisch perceel (43 ha) ten zuidwesten van de eventingroute ingericht om te kunnen worden benut als overloop ,

,

,

parkeerterrein. Het voornemen om 1 à 2 keer per jaar binnen het plangebied wedstrijden en evenementen te houden met meer dan 10. 000 bezoekers per dag wordt niet mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan; ook niet via een wijzigingsbevoegdheid. Hiervoor moet een 'buitenplanse' omgevingsvergunning aangevraagd worden (een zogenaamde bopa). Via deze weg kunnen door de gemeente conform het lokale evenementenbeleid randvoorwaarden als specifieke vergunningvoorschriften worden opgenomen met betrekking tot onder andere de verkeersregulering en geluid in afstemming met eventuele piekbelastingen van omliggende verkeersaantrekkende activiteiten zoals attractiepark Toverland. ,

Bestemming ‘Agrarisch met Waarden’ Het gebied ten zuiden van de Peelstraat en ten oosten van het evenemententerrein staat lokaal bekend als 'de Mair' en betreft een historisch open agrarisch perceel grenzend aan bospercelen van de Heesberg. Hier worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De gronden zijn voorzien van de ,

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

25

P217191. 062. R1

geldende bestemming 'Agrarisch met waarden' op basis waarvan regulier agrarisch grondgebruik is toegestaan maar geen bebouwing of voorzieningen mogen worden gerealiseerd. Dit geldt ook voor enkele percelen in het noordwesten van het plangebied ten zuiden van de Kulbergweg. ,

Een recent aangekocht agrarisch perceel ten zuidwesten van de eventingroute (ca. 43 ha) is en blijft in gebruik als landbouwgrond maar kan incidenteel ook worden benut als overloopgebied voor parkeervoorzieningen en heeft daarom de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – ,

,

overloop parkeren'. Bestemming ‘Bos’ Dit betreft het bestaande bosgebied de Heesberg. Naast de bescherming van natuurwaarden vormt in dit gebied recreatief medegebruik een belangrijke nevenfunctie en kan ook houtproductie worden toegestaan. Bestemming ‘Natuur’ De bestaande bos- en natuurgebieden zijn bestemd als natuur. Deze gronden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk en de Goudgroene natuurzone en worden overeenkomstig beschermd. Daarnaast betreft dit ook de gronden die worden ingezet voor landschaps- en natuurontwikkeling. Hiervoor worden op basis van het salderingsplan bestaande landschapselementen met elkaar verbonden en versterkt zodat een robuuste groenstructuur ontstaat als ruimtelijke casco voor de overige ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De gronden direct ten oosten van de N277 zijn voorzien van de aanduiding 'waterberging' hier een waterbergingsvoorziening voor het hele gebied zal worden gerealiseerd. ,

Bestemming ‘Verkeer’ Bestaande wegen zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast is voor de verkeersveiligheid een brug over de Peelstraat voor paarden met ruiters en bezoekers gerealiseerd. Deze heeft de aanduiding 'brug'. Dit conform de reeds verleende omgevingsvergunning. Met deze brug kan bij evenementen de doorstroming van bezoekers en ruiters op een veilige manier plaatsvinden. Daarnaast kan de brug bij menwedstrijden als hindernis worden gebruikt. Bestemming ‘Water’ De bestaande hoofdwatergangen de Peelloop de Peel en een deel van de Korhoen zijn voorzien van de bestemming 'Water' waarbij de aangrenzende gronden conform de geldende regeling zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Profiel van vrije ruimte' voor het beheer en onderhoud van de waterloop en de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop door hermeandering en herinrichting van meer natuurvriendelijke oevers. Ter plaatse is oprichting van bouwwerken slechts toegestaan na een positief advies van het waterschap. ,

,

26

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

7 Milieueffecten Verkeer en parkeren

7. 1

7. 1. 1 Verkeer In 2018 is een verkeersonderzoek uitgevoerd voor het plan Grandorse (Onderzoeksrapport verkeer Bestemmingsplan en planMER Grandorse februari 2018 Pouderoyen Tonnaer). Eind 2024 is opnieuw een verkeersonderzoek uitgevoerd (Verkeersonderzoek bestemmingsplan Grandorse 5 december 2024 Royal Haskoning DHV). Kragten heeft eind 2024 een toelichting opgesteld ten aanzien van de cumulatieve verkeerseffecten van plan Grandorse en het uitbreidingsplan van Toverland (Cumulatieve verkeerseffecten ontwikkeling Toverland en Grandorse december 2024 Kragten). ,

,

,

,

,

,

De verkeersonderzoeken zijn bijgevoegd als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan. Op basis van het eerste verkeersonderzoek voor Grandorse van 2018 is geconcludeerd dat: • Reguliere wedstrijden en kleinere evenementen niet leiden tot een noemenswaardige verandering in de doorstroming en verkeersveiligheid op de Midden-Peelweg N277; • Vanaf 10. 000 bezoekers per dag beperkte afwikkelingsproblemen kunnen ontstaan op het zuidelijk deel van de N277 met name rondom de aansluiting A67. Het gedeelte tussen de aansluiting A67 en rotonde Kleefsedijk is vormgegeven als 2 rijstroken per richting echter direct ten noorden van de rotonde wordt de N277 teruggebracht naar 1 rijstrook per richting. Bij overbelasting zal het verkeer vanaf dit punt stagneren waardoor filevorming (langzaam rijdend) en terugslag kan gaan ontstaan. • Daarnaast kunnen bij grotere evenementen (meer dan 15. 000 bezoekers per dag) ook knelpunten ontstaan op het gebied van verkeersveiligheid binnen de kom van Ysselsteyn en als gevolg van sluipverkeer. Op piekmomenten kan dit leiden tot onveilige situaties. ,

,

,

In opdracht van de provincie Limburg is in 2020 door adviesbureau RHDHV een studie verricht naar de verkeersafwikkeling bij de aansluiting A67-N277. Hiervoor is het Verkeersmodel Noord-Limburg verrijkt met gedetailleerde verkeersgegevens van alle relevante attracties (Toverland Grandorse Schatberg 60Seven Hotel Heerlijkheid) in de omgeving van de aansluiting N277-A67 en de verwachte autonome groei van het wegverkeer (laag en hoog scenario prognosekaar 2040 374 miljoen bezoekers van Toverland per jaar). Ook is ingegaan op de effecten van de boogde uitbreiding van attractiepark Toverland inclusief verblijfsrecreatie gekoppeld aan het attractiepark. ,

,

,

,

,

,

,

Op basis van de uitgevoerde berekeningen en simulaties is geconcludeerd worden dat het verkeer gedurende de ochtendspits en instroomperiode van Toverland in alle scenario’s verwerkt kan worden. Ook in het scenario met het grootste verkeersaanbod (hoge autonome groei en maximaal scenario uitbreiding Toverland 2040) kan het verkeer gedurende de ochtendspits goed verwerkt worden en is er geen sprake van oververzadiging bij de kruispunten en/of rotondes. Problemen ontstaan echter met name gedurende de avondspits (deels in combinatie met uitstroom Toverland) met name bij de rotonde N277 – Schatberg. ,

,

Knelpunten in de verkeersafwikkeling door de autonome groei verslechteren bij samenloop van de avondspits met het verkeer afkomstig van Toverland. Gedurende de overige perioden ontstaan er geen knelpunten en kan het verkeer voldoende verwerkt worden.

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

27

P217191. 062. R1

De knelpunten ten aanzien van de verkeersafwikkeling bij de rotonde N277 ontstaan vooral door de combinatie van de (reguliere) avondspits met uitstromend verkeer van Toverland. De bijdrage van het verkeer van Grandorse is beperkt en al meegenomen in de autonome ontwikkeling in de verkeersmodelstudie. Zowel Toverland als Grandorse hebben goed zicht op drukke dagen. Toverland monitort al jaren hun bezoekersaantallen en kan drukke dagen goed voorspellen. Bij Grandorse wordt drukte verwacht tijdens (internationale) hippische evenementen die lang van te voren bekend zijn (jaarkalender paardensport). Door bij de programmering van hippische evenementen samenloop te voorkomen van uitstromend verkeer van Grandorse met de reguliere avondspits (op werkdagen) en met uitstromend verkeer van Toverland (op weekend- en feestdagen) kunnen extra knelpunten worden voorkomen. De gemeente kan dit betrekken bij het beoordelen van aanvragen van Grandorse en Toverland voor evenementenvergunningen. Mede op basis van de conclusies en aanbevelingen uit het verkeersonderzoek van 2018 alsmede ingediende zienswijzen is in het (tweede) ontwerp-bestemmingsplan van 2023 het maximaal aantal bezoekers per wedstrijd/evenement sterk terug gebracht. In 2018 werd nog uitgegaan van maximaal 260. 000 bezoekers per jaar. Het aantal te verwachten bezoekers voor de evenementen wordt nu geraamd op 110. 000 tot 175.

000 bezoekers per jaar (inclusief deelnemers). Deze schatting is gebaseerd op de volgende aannamen: • Wekelijks wedstrijden met gemiddeld 350 bezoekers (inclusief deelnemers) per dag (maximaal 20. 000 bezoekers per jaar); • Maximaal 18 internationale meerdaagse wedstrijden per jaar met gemiddeld 1. 000 tot 2. 000 bezoekers per dag (maximaal 90. 000 bezoekers per jaar); • Maximaal 2 grootschaligere hippische evenementen met gemiddeld 10. 000 bezoekers per dag (maximaal 40. 000 bezoekers per jaar). Het aantal bezoekers inclusief deelnemers dat planologisch wordt toegestaan is gewaarborgd in de juridische regeling van het bestemmingsplan (maximaal 10. 000 bezoekers per dag en maximaal 175. 000 bezoekers per jaar). Voor alle evenementen binnen het plangebied geldt daarbij een

vergunningplicht. Het genoemde maximum van 10. 000 bezoekers per dag is relevant voor enkel de grote wedstrijden en evenementen die gemiddeld 1 x per maand plaatsvinden. Voor de reguliere wedstrijden en middelgrote evenementen liggen de bezoekersaantallen onder de 1. 000 bezoekers per dag. Het (aanvankelijke) voornemen om 1 à 2 keer per jaar binnen het plangebied wedstrijden en evenementen te houden met meer dan 10. 000 bezoekers per dag wordt niet (meer) mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan; ook niet via een wijzigingsbevoegdheid. Hiervoor moet een ‘buitenplanse’ omgevingsvergunning (bopa) aangevraagd worden. Via deze weg kunnen door de gemeente specifieke voorschriften worden voorgeschreven en randvoorwaarden worden opgenomen met betrekking tot onder andere de verkeersregulering openbare veiligheid en geluid. ,

Er is in het gewijzigde planvoornemen nog steeds sprake van een toename van verkeer significant veel minder dan in het ontwerp van 2018.

28

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

maar

P217191. 062. R1

Cumulatieve verkeerseffecten Grandorse en uitbreiding Toverland Naar aanleiding van het advies van de Commissie m. e. r. en in samenspraak met gemeente Horst aan de Maas provincie Limburg en Rijkswaterstaat zijn de cumulatieve verkeerseffecten beschouwd van het plan Grandorse en het uitbreidingsplan van Toverland. Deze notitie is bijgevoegd als bijlage 1 bij het bestemmingsplan. De uitgangspunten komen uit de afzonderlijke verkeersonderzoeken die beiden in december 2024 zijn uitgevoerd voor de bestemmingsplannen Grandorse (door Royal Haskoning DHV) en Toverland (door Kragten). ,

Het wegennet in de omgeving van Toverland/Grandorse heeft over het algemeen voldoende capaciteit om het verkeersaanbod op een goede wijze af te wikkelen. Uit de resultaten blijkt dat met name de A67 erg druk is en dat sprake is van overbelasting met filevorming tot gevolg (met name tijdens de avondspits). Dit is al in de referentiesituatie het geval. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het reguliere woon-werkverkeer. De invloed van verkeer van en naar Toverland of Grandorse is daarop zeer beperkt. ,

Uit de resultaten van de kruispuntberekeningen volgt dat de verkeersafwikkeling van de individuele plannen (Toverland en Grandorse) is geborgd. De restcapaciteit is echter beperkt met name tijdens de avondspits op de kruispunten met verkeerslichten (N277-A67 en N277-N560). ,

Het is niet efficiënt om ten behoeve van eventueel incidenteel voorkomende situaties (cumulatief scenario Toverland en Grandorse) verdere capaciteitsverruimende maatregelen in de vorm van extra infrastructuur (asfalt) te realiseren. Omdat dit over het algemeen van te voren goed kan worden ingeschat kan hier door middel van bijvoorbeeld alternatieve omleidingsroutes de inzet van extra verkeersregelaars en gerichte communicatie naar bezoekers en weggebruikers actief op worden gestuurd. ,

,

,

7. 1. 2 Parkeren Met betrekking tot de parkeervoorzieningen zijn voor de wekelijkse evenementen/wedstrijden ongeveer 500 parkeerplaatsen nodig. Op basis van het maximaal toegestane aantal van 10. 000 bezoekers per dag zijn er maximaal 4. 200 parkeerplaatsen nodig. Het parkeerterrein bij het PEC (45 ha) voorziet in ongeveer 2. 250 parkeerplaatsen. Daarnaast wordt het terrein ten zuiden van de hippische boulevard (15 ha) ingericht als overloop parkeergebied. Hier kunnen 750 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. ,

,

En recent zijn nog twee percelen van 43 ha en 31 ha aan de Schorfvenweg verworven om ingezet te worden als overloop parkeerterrein met op ieder percelen ruimte voor ongeveer 1. 250 tot 1. 500 ,

,

parkeerplaatsen. Het plan voorziet dus in 2. 250 parkeerplaatsen op het terrein van het PEC en 3. 250 tot 3. 750 noodoverloop parkeerplaatsen (totaal 5. 500 tot 6. 000 parkeerplaatsen). Hiermee wordt ruim voorzien in de parkeerbehoefte van maximaal 10. 000 bezoekers per dag. Overlast door parkeren in de omgeving van het plangebied wordt hierdoor voorkomen.

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

29

P217191. 062. R1

7. 1. 3

Effectbeoordeling verkeer en parkeren

Tabel 1: Totale effectscores verkeer en parkeren t. o. v. referentie MER

Criterium

Maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan

Verkeersgeneratie

-

Knelpunten door verkeerspieken (cumulatief)

0/-

Parkeeroverlast

0

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

7. 2

Natuur en landschap

7. 2. 1

Natura2000-gebieden

en

stikstof

Het bestemmingsplan maakt met name extra verkeer en tijdelijke en permanente aanwezigheid van paarden mogelijk en leidt tot uitstoot van ammoniak (door met name paarden) en stikstof(di)oxiden (door met name verkeer). Met name deze activiteiten in de gebruiksfase veroorzaken extra stikstofdepositie in de wijde omgeving van het plangebied. In de omgeving liggen meerdere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. In de omgeving van de projectlocatie liggen verschillende

Natura2000-gebieden. Deurnsche Peel & Mariapeel is het dichtstbijzijnde Natura2000- gebied en ligt op circa 22 km afstand. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer. De actuele stikstofdepositie op Natura2000 gebieden is in deze natuurgebieden hoog en ruim boven de kritische depositiewaarden voor stikstof. ,

In het bestemmingsplan is een stikstofplafondregeling opgenomen. Dit betekent dat er een regeling is opgenomen die de toename van stikstofemissie niet toestaat. In de regels van het bestemmingsplan is een toename van stikstofemissie vanuit de betreffende gronden of bouwwerken strijdig gebruik voor de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ ‘Gemengd – Hippische boulevard’ ‘Sport – Hippisch sportcomplex’ ‘Zone – hippische bedrijven’ ‘Bos’ en ‘Natuur’. Er is sprake van een toename van stikstofemissie wanneer de stikstofemissie hoger is dan de stikstofemissie van het feitelijk bestaande planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken voorafgaand aan de vaststelling van het plan en/of de stikstofemissie een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstofgevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied. ,

,

,

,

,

Er is geen sprake van een toename van stikstofemissie als de toename een depositie veroorzaakt op voor stikstofgevoelige overbelaste habitats in een Natura 2000-gebied kleiner is dan 0005 mol N/ha/jaar er een onherroepelijke natuurvergunning is vastgesteld waarvoor een passende beoordeling is gemaakt en die is opgenomen in de bijlage van het bestemmingsplan of als de veroorzaakte stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige overbelaste habitats in Natura 2000gebieden niet groter is dan de beschikbare depositieruimte die is opgenomen in de stikstofdepositiebank De Peelbergen. ,

,

,

30

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

P217191. 062. R1

Omdat

basis van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan significante nadelige gevolgen voor Natura2000-gebieden optreden en saldering als mitigerende maatregel noodzakelijk is dient een passende beoordeling voor het bestemmingsplan (de zogenaamde plantoets) opgesteld te op

,

worden. Voor

het bestemmingsplan Grandorse is een passende beoordeling met additionaliteitstoets opgesteld. Deze is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan (Passende beoordeling Grandorse Pouderoyen Tonnaer september 2025). ,

,

Het bestemmingsplan voorziet in een inpassing van bestaande activiteiten en verleende omgevingsvergunningen én in de realisatie van nieuwe activiteiten bestaande uit hippische bedrijven een stallencomplex hippische boulevard en de uitbreiding van het hippisch sportcomplex (PEC). In de passende beoordeling zijn de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan in beeld gebracht waarbij zowel de ingepaste activiteiten als de uitbreidingsmogelijkheden in de beoordeling zijn meegenomen. Als mitigerende maatregel wordt intern en extern gesaldeerd. ,

,

In de huidige situatie bestaat het plangebied voor een gedeelte uit agrarische gronden die worden bemest met dierlijke mest en/of kunstmest. De emissies die vervallen vanwege het uit productie nemen van agrarische gronden (het wegvallen van emissies door bemesting) kunnen gebruikt worden voor interne saldering. De stikstofruimte uit interne saldering die door individuele initiatiefnemers mogelijk kan worden ingezet maakt geen deel uit van de stikstofruimte uit de depositiebank de Peelbergen te weten de stikstofruimte van zeven saldogevers die door de gemeente Horst aan de Maas is aangekocht t. b. v. de gebiedsontwikkeling Grandorse. ,

Externe saldering geschiedt met toepassing van de provinciale depositiebank De Peelbergen. In de provinciale Beleidsregels depositiebank de Peelbergen (geldend vanaf 16 december 2020) is beschreven op welke wijze de depositiebank wordt gevuld met depositieruimte. Ook is in de beleidsregels beschreven hoe depositieruimte kan worden gereserveerd en toebedeeld aan activiteiten. Van belang daarbij is dat het gaat om een verevening van de depositie (de neerslag of immissie van stikstof) en niet om een verevening van de uitstoot (de emissie) van stikstof. De verevening moet plaatsvinden op alle natuurgebieden waar er sprake is van een relevant effect. De hoogte van de depositie (van een saldogever en saldonemer) is afhankelijk van de hoeveelheid stikstofuitstoot (de emissie) en de afstand en (wind)richting van de stikstofbron tot de natuurgebieden. Hoe dichter bij hoe hoger de depositie van een gegevens emissie van stikstof. In alle windrichtingen moet het projecteffect afgedekt zijn door de stikstofdepositie afkomstig van de verschillende saldogevers. Er moet niet alleen voldoende depositieruimte worden verworven voor de Deurnsche Peel & Mariapeel maar ook voor de Maasduinen Boschhuizerbergen De Groote Peel Leudal het Swalmdal en enkele verder weg gelegen Natura2000-gebieden.

Daarom zijn saldogevende veehouderijen die dichtbij de projectlocatie liggen geschikter dan veehouderijen op grote afstand. ,

,

,

,

,

,

Externe saldering ten behoeve van de ontwikkeling van het stallencomplex (een saldo-ontvangende activiteit) kan plaatsvinden met stikstofdeposities (N-deposities) die zijn opgenomen in de depositiebank (depositieruimte). De depositiebank is momenteel gevuld met N-emissies die door de

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

31

,

P217191. 062. R1

gemeente Horst aan de Maas zijn verworven ten behoeve van de gebiedsontwikkeling hippische zone Grandorse. Externe saldering vindt alleen plaats als de depositiebank voldoende geregistreerde Nemissies bevat om de saldering uit te voeren waarbij geldt dat de N-depositie op geen enkel relevant hexagoon van voor stikstofgevoelige habitats binnen een Natura 2000-gebied na de vestiging wijziging of uitbreiding van de saldo-ontvangende activiteit mag toenemen waarbij rekening wordt gehouden met de saldering (voldoende depositieruimte). Er is geen sprake van een toename als de N-depositie per saldo 000 mol/ha/jaar (afgerond) is. ,

,

,

,

,

De gemeente Horst aan de Maas heeft stikstofrechten verworven en ingebracht in de depositiebank de Peelbergen. De stikstofemissie voor de externe saldering ten behoeve van deze aanvraag is afkomstig van zeven saldogevende veehouderijen waarvan de ammoniakemissie reeds is opgenomen in de depositiebank de Peelbergen. Een overzicht van de saldogevers is opgenomen in de Passende

Beoordeling. De stikstofdepositie ten gevolge

bestaande activiteiten wordt geacht onderdeel te zijn van de bestaande achtergronddepositie maar ook hiervoor wordt depositieruimte vanuit de depositiebank van

,

ingezet. Uit de passende beoordeling volgt de conclusie dat door gebruik te maken van externe saldering met zekerheid worden gesteld dat de stikstofdepositie op Natura20000-gebieden niet toeneemt. Negatieve effecten ten gevolge van een toename van de stikstofdepositie op voor stikstof overbelasteen kwetsbare Natura2000 gebieden kunnen met behulp van externe saldering met zekerheid worden uitgesloten. Dit omdat er sprake is van een overschot aan depositieruimte (de depositiebank moet immers voorzien in dekking van alle delen van de voor stikstof kwetsbare en overbelaste Natura2000gebieden) en de gezamenlijke emissie en depositie van de saldogevers per saldo veel groter is dan de gezamenlijke emissies en deposities van de beoogde saldonemers. Daarnaast wordt in het vergunningenspoor de emissie van de saldogevers met 50% afgeroomd waardoor per saldo sprake is van een daling van de stikstofdepositie die bijdraagt aan de gewenste vermindering van de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden en andere natuurgebieden.

,

Samenhang met Toverland Er is voor het aspect stikstof een depositiebank opgericht en daarvoor heeft de provincie Limburg de ’Beleidsregels depositiebank De Peelbergen’ vastgesteld die in werking zijn sinds 16 december 2020. Saldo-ontvangende activiteiten moeten onderdeel zijn van één van de volgende projecten: Grandorse De Schatberg Toverland Heerlijkheid Sevenum of 60Seven. De begrenzing van deze projecten staat op kaarten die bij de beleidsregel zijn bijgevoegd. ,

,

,

De partij die stikstofemissie heeft aangekocht en ingebracht in de depositiebank moet hebben ingestemd met toebedeling aan het betreffende project. Tot op heden heeft de gemeente Horst aan de Maas alle stikstofemissie aangekocht en ingebracht allemaal ten behoeve van de Grandorse. Op dit is er voor Grandorse gebiedsontwikkeling moment alleen een natuurvergunningaanvraag in procedure voor het PEC en het naastgelegen nieuw te bouwen permanente stallencomplex. Dit is het eerste project waarvoor stikstofruimte uit de depositiebank De Peelbergen kan worden aangewend. De depositiebank bevat voldoende stikstofemissie voor dit ,

32

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

project en hierbij is sprake van een reservering lopende de procedure van de natuurvergunning. Dat betekent dat de gereserveerde ruimte niet benut kan worden voor andere initiatieven. ,

Het plangebied Grandorse ligt nabij Attractiepark Toverland. Voor Toverland wordt er een nieuw bestemmingsplan voorbereid om uitbreiding van Toverland te realiseren. Met name het extra verkeer t. g. v. die voorgenomen uitbreiding leidt tot een toename van de stikstofemissie en depositie. Die effecten worden gemitigeerd via saldering. Er is t. b. v. het bestemmingsplan Toverland gesaldeerd met de stikstofruimte t. g. v. het beëindigen van de aanwending van mest op agrarische percelen (interne saldering) en de stikstofruimte van een veehouderij (externe saldering). Voor de externe saldering is geen beriep gedaan op stikstofruimte uit de depositiebank De Peelbergen. Toverland heeft zelf stikstofruimte aangekocht om in te zetten als externe saldering. Na saldering leidt de uitbreiding van Toverland niet tot een toename van de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. In onderstaande afbeeldingen zijn de gecombineerde effecten van Grandorse en Toverland voor de stikstofbelasting weergegeven uitgaande van de mogelijkheden die in de vast te stellen bestemmingsplannen. In figuur 3 zijn de gecombineerde effecten weergegeven wanneer er geen rekening wordt gehouden met saldering (dus enkele toenamen t. g. v. het benutten van de mogelijkheden in beide plannen).

In figuur 4 zijn de effecten van saldering wel meegenomen en is uitgegaan van 50% afroming van de stikstofruimte uit externe saldering (de 7 saldovers uit de depositiebank voor Grandorse en de eigen externe saldering voor Toverland) en interne saldering met het vervallen van emissies t. g. v. aanwending van mest op agrarische percelen in het plangebied van Toverland. Het wegvallen van bemesting op agrarische percelen binnen het plangebied Grandorse is hier niet bij betrokken. ,

Zonder rekening te houden met saldering leiden beide bestemmingsplannen samen tot een toename van stikstofdepositie. Als er rekening wordt gehouden met saldering leiden beide plannen tot een afname van de stikstofdepositie die veel groter is dan de toename zonder saldering. De toename die resteert na saldering op het Natura2000-gebied de Maasduinen is geen feitelijke toename maar een toename die te wijten is aan de maximale rekenafstand van 25 kilometer in AERIUS Calculator. Zie voor andere uitleg en onderbouwing de Passende Beoordeling voor het bestemmingsplan Grandorse. ,

In de Passende Beoordeling die is opgesteld voor het bestemmingsplan Grandorse (september 2025) is ook ingegaan op de vergelijking van de stikstofeffecten (benutting planologische mogelijkheden bestemmingsplan) en de stikstofruimte na 50% afroming. Dit als doorkijk naar de

vergunningverlening. De Raad van State stelde o. a. in een uitspraak van 15 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1960) vast dat in een onderzoek naar de gevolgen voor Natura 2000-gebieden de cumulatieve effecten niet hoeven te worden beoordeeld als uit dat onderzoek blijkt dat een bestemmingsplan geen gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Omdat zowel voor het bestemmingsplan Grandorse als voor het bestemmingsplan Toverland geldt dat negatieve effecten t. g. v. stikstofemissie en -depositie zijn uit te sluiten is voor beide bestemmingsplan een beoordeling van de cumulatieve stikstofeffecten niet nodig in het kader van een Passende Beoordeling. ,

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

33

P217191. 062. R1

Figuur 3: Cumulatieve effecten stikstof bestemmingsplannen (versies ter vaststelling) Grandorse en Toverland , zonder rekening te

houden met saldering

34

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

Figuur 4: Cumulatieve effecten stikstof bestemmingsplannen (versies ter vaststelling) Grandorse en Toverland , rekening houdend met externe saldering (Grandorse en Toverland) en interne saldering (Toverland) , zonder afroming stikstofruimte externe

saldogevers Grandorse en Toverland

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

35

P217191. 062. R1

7. 2. 2 Beschermde soorten Binnen het plangebied is leefgebied van beschermde diersoorten aanwezig. Voor geen van de voorkomende beschermde soorten kan een negatief effect door de voorgenomen ontwikkelingen op voorhand uitgesloten worden. In de huidige situatie zijn vooruitlopend op de gebiedsontwikkeling een aantal ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd en infrastructurele aanpassingen uitgevoerd. Aangenomen wordt dat door de al uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied al negatieve effecten zijn opgetreden. ,

,

Navolgend de bevindingen in de update van de beschermde soorten-quickscan van 2022 (deze is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan): • Algemeen voorkomende soorten: bij de al uitgevoerde ontwikkelingen is de zorgplicht niet nagekomen en zijn mogelijk dieren gedood. Bij nieuwe activiteiten moet gewerkt worden op basis van een ecologisch werkprotocol. Er is geen nader onderzoek of ontheffing nodig. • Eekhoorn: Nestbomen zijn niet geïnspecteerd en kunnen gekapt zijn buiten de vrijgestelde periode. Bij nieuwe kapwerkzaamheden is nader onderzoek noodzakelijk. Nestbomen kunnen wel gekapt worden in de vrijgestelde periode indien gewerkt wordt op basis van een ecologisch werkprotocol. Er is geen ontheffing nodig mits mitigerende maatregelen worden getroffen. • Das: Door de al gerealiseerde ontwikkelingen is versnippering en onttrekking van leefgebied/foerageergebied en verstoring opgetreden met als mogelijk gevolg het verlaten van de burcht. Er is een grotere kans op verkeersslachtoffers. Nader dassenonderzoek is uitgevoerd in 2021 en er is een geactualiseerd Dassenplan opgesteld. Er is een ontheffing ,

vereist.

Vleermuizen: Bomen zijn voorafgaand aan de kap niet geïnspecteerd met als gevolg mogelijke vernietiging van verblijfplaatsen. Bij kap van bomen met potentieel geschikte holten en van omliggende bomen moet nader onderzoek plaatsvinden. Bij nieuwe activiteiten moeten dergelijke bomen behouden blijven. Bij onvermijdelijke kap moet een activiteitenplan opgesteld worden met maatregelen. Alleen bij vastgestelde verblijfplaatsen is een ontheffing nodig.

•

Als beschermde soorten worden aangetroffen in het plangebied geldt ten allen tijde geldt de zorgplicht. Bij het aantreffen van beschermde planten- of diersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt moet alsnog contact opgenomen te worden met een ecoloog om benodigde vervolgstappen te bespreken. ,

Er zijn veel maatregelen mogelijk om de natuurkwaliteit in het plangebied te vergroten en bezoekers te stimuleren om ‘in het groen’ te bewegen. Eenvoudige maatregelen zijn onder andere het aanplanten van inheemse bomen en struiken en het behouden van overhoekjes voor insecten en vlinders aanleg van compost- of takkenhopen voor o. a. egels en levendbarende hagedis het ,

,

plaatsen inbouwen vleermuizenverblijfplaatsen bij nieuwe bebouwing (natuur inclusief bouwen). van

nestkasten voor o. a. zwaluwen en mussen en

van

In het MER 2018 zijn specifiek voor Dassen de compensatie- en mitigatiemogelijkheden beschreven maar is onvoldoende in beeld gebracht of de maatregelen voldoen aan de eisen die deze soort stelt

36

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

P217191. 062. R1

de leefomgeving. Daardoor was niet uitgesloten dat de wettelijke verbodsbepalingen worden overtreden. In het voorlopig toetsingsadvies van de commissie voor de MER is daarom ook geadviseerd een aanvulling op te nemen die expliciet ingaat op de betekenis van de agrarische gronden voor de Das en is geadviseerd bij een eventueel compensatieplan voldoende nabijgelegen foerageergebied op te nemen. In 2022 is door ecologisch adviesbureau Meervelt het Dassenplan Grandorse Horst aan de Maas opgesteld. Het Dassenplan heeft tot doel inzicht te geven in de betekenis van het plangebied voor specifiek Dassen en in de mitigerende en compenserende maatregelen die genomen zijn en nog genomen moeten worden. Omdat ontwikkelingen plaatsvinden in het Natuurnetwerk en de Groenblauwe zone is behalve een Dassenplan ook een salderingsplan voor natuurcompensatie en uitbreiding van het areaal natuur opgesteld. Het Dassenplan en het Salderingsplan hangen onlosmakelijk met elkaar samen. Het Dassenplan en Salderingsplan zijn als bijlagen bij het bestemmingsplan opgenomen. aan

,

7. 2. 3 Beschermde houtopstanden Voor bescherming van bomen en houtopstanden is er naast de landelijke natuurwetgeving ook de algemene plaatselijke verordening van de gemeente Horst aan de Maas. In het bestemmingsplangebied is een bosperceel geheel gekapt in het noordelijk deel (locatie Travers 47) en een bosperceel ten zuiden van het Peelbergen Equestrian Centre (PEC). Deze houtopstanden zijn beschermd op grond van zowel de voormalige Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet) en de gemeentelijke APV. Op diverse locaties zijn bosranden gekapt voor de aanleg en verbreding van wegen en er heeft boskap plaatsgevonden in de Heesberg ten behoeve van de aanleg van het eventingparcours. Langs de Peelweg zijn laanbomen gekapt om een inrit te maken en voor de aanleg van het Equiduct. Alle gekapte dan wel niet gekapte houtopstanden liggen buiten de bebouwde kom en vallen daarmee onder de natuurwetgeving. Voorafgaand aan de kap dient op basis van de wet een melding gedaan te worden bij de provincie en er geldt een herplantplicht. Voor de al uitgevoerde kap is een controle nodig van gedane meldingen en het nakomen van de herplantplicht.

7. 2. 4 Natuurcompensatie Natuurnetwerk en Landschap De gemeente wil het gebied landschappelijk aantrekkelijk en toegankelijk maken voor iedereen die het recreatief wil gebruiken. Daarom heeft de gemeente het voornemen een ‘groen/blauw raamwerk’ te ontwikkelen met landschapsmaatregelen maar ook natuurcompensatie en klimaatmaatregelen

zoals waterberging. Het bestemmingsplangebied overlapt met de Goudgroene natuurzone. Door de uitgevoerde of nog uit te voeren ontwikkelingen worden kernkwaliteiten aangetast. De wijze waarop rekening gehouden wordt met of opnieuw invulling gegeven wordt aan de kernkwaliteiten is uitgewerkt in het Salderingsplan Goudgroene natuurzone Grandorse 2022 (Bureau Meervelt 2 februari 2023) dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. Dit salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied Grandorse de saldobenadering invulling krijgt het Natuurnetwerk en de Goudgroene zone per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt. Als een beroep gedaan wordt op de saldobenadering moeten de ontwikkelingen leiden tot een verbetering van de kwantiteit kwaliteit en de samenhang van het natuurnetwerk en de groenblauwe mantel op gebiedsniveau. ,

,

,

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

37

P217191. 062. R1

Het huidige Natuurnetwerk en de Goudgroene zone is gericht op het verbinden van de bossen ten zuiden en oosten van Toverland richting Golfbaan de Golfhorst met de Schadijkse Bossen. In de huidige situatie is er sprake van een versnipperd Natuurnetwerk. Door uitvoering van het salderingsplan wordt de samenhang tussen de Heesberg en de Kronenbergerheide versterkt. Het salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied het Natuurnetwerk per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt. Conform de eerder opgestelde totaalvisie hippische zone de peelbergen wordt een ruimtelijk-landschappelijk casco in het

gebied gerealiseerd. Op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie dient in het plangebied een compensatie van in totaal 4688 ha Goudgroene natuurzone plaats te vinden als gevolg van de aantasting van de bestaande Goudgroene zone alsmede een vereiste toeslag. Uit het salderingsplan blijkt dat de combinatie van voorgestane ingrepen en activiteiten in het gebied in zijn geheel leidt tot aanleg van 3442 ha nieuwe natuurgronden in het plangebied ten behoeve van de verbinding van bestaande bosgebieden waardoor een robuuste groenstructuur in noord-zuidelijke richting ontstaat. Daarnaast wordt nog eens 1246 ha nieuwe natuur aangelegd binnen het gebied van de zogeheten 'Gedeelde Peel'. Dit betreft een gebiedsontwikkelingsproject in het kader van de gebiedsgerichte aanpak van het Peelgebied ten westen van het plangebied tussen het gebied De Peelbergen en de Mariapeel waar het primaat is gelegd bij ontwikkeling van natuur landschap en waterdoelen. ,

,

,

,

,

,

,

,

Met de compensatie gronden kan hier een oost-west verbinding worden versterkt tussen het peelgebied van de Mariapeel en de natuurgebieden in de Peelbergen. De totale nog uit te voeren compensatie dient binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te zijn

gerealiseerd. Ook wordt ter compensatie van het verlies aan circa 8 ha mozaïek landschap (aangewezen als Zilvergroene natuurzone) ten gevolge van het planvoornemen nog 4 ha extra natuur ontwikkeld. Dit betreft een aantal percelen ten noordwesten van de kern Sevenum direct ten noorden van de Blakterbeek. Deze weilanden zullen natuurlijk worden heringericht met kruidenrijk grasland houtwallen en poelen zodat een robuustere groene verbinding ontstaat tussen de natte natuurparel Heesbeemd en het Molenbeekdal. Ten behoeve van de natuurontwikkeling zal de huidige agrarische bestemming ook op deze percelen worden gewijzigd naar een natuurbestemming. ,

,

,

,

In de regels van het bestemmingsplan zijn ter borging de volgende voorwaardelijke verplichtingen voor landschappelijke inpassing en ruimtelijke randvoorwaarden opgenomen: • Bestemming ‘Gemengd-hippische boulevard’: Maximaal 30% mag worden bebouwd maximaal 35% van het bouwperceel mag worden ingericht voor openbare voorzieningen in de vorm van wegen in-/uitritten en parkeerplaatsen e. d. en minimaal 35% van het bouwperceel is bestemd voor landschappelijke groene inpassing. Op basis van de hieraan gekoppelde voorwaardelijke verplichting moet de landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na afgifte van de omgevingsvergunning voor bouwen zijn gerealiseerd op basis van een door de gemeente goedgekeurd landschapsplan en moet vervolgens in stand worden gehouden. • Bestemming ‘Zone hippische bedrijven’: op de hippische kavels mag maximaal 30% van het bestemmingsvlak worden bebouwd met dien verstande dat bij bestemmingsvlakken van 3 ha of kleiner maximaal 1 ha mag worden bebouwd en/of verhard. Maximaal 35% van het bestemmingsvlak mag worden ingericht ten behoeve van hippische voorzieningen mits niet

,

,

,

,

38

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

verhard. En minimaal 35% van het bestemmingsvlak dient een groene aankleding te krijgen/landschappelijk te worden ingepast. Binnen deze bestemming is eveneens een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de vereiste landschappelijke inpassing. Rondom deze bestemmingsvlakken vindt natuurcompensatie plaats (op percelen met bestemming natuur) op basis van het salderingsplan en deze natuurcompensatie moet al gerealiseerd zijn voordat de kavels ontwikkeld gaan worden. Vanuit het optiek vanuit natuur is het uitgeven van kavels buiten of op afstand van het Natuurnetwerk te verkiezen. Kopers geven tot nu juist de voorkeur aan kavels in of nabij het Natuurnetwerk. Er van uitgaande dat de gemeente de vraag die zich voordoet wil faciliteren zal het natuurcompensatieplan voldoende garanties moeten geven op het realiseren van een groenblauw raamwerk ook als alleen de kavels met een natuurcompensatie worden verkocht en er geen inkomsten zijn uit de verkoop van andere kavels. Op basis van de Beleidsregel Natuurcompensatie Limburg is de belangrijkste randvoorwaarde dat de compensatie vóór aanvang van de activiteit gerealiseerd is. Dit wordt gewaarborgd in een overeenkomst tussen de provincie Limburg en de initiatiefnemer (in dit geval is dat de gemeente). Met de aanpak volgens het salderingsplan wordt aan de vereisten van de saldobenadering voor het natuurnetwerk voldaan.

De tegenprestatie in de vorm van natuurcompensatie moet hoe dan ook worden gerealiseerd ook als niet het hele Grandorse plan wordt gerealiseerd. ,

,

,

7. 2. 5

Effectbeoordeling natuur en landschap

Zonder mitigerende maatregelen ontstaan er significant nadelige effecten voor natuur en landschap. Met toepassing van externe saldering vanuit de stikstofdepositiebank in combinatie met een stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan zijn nadelige stikstofeffecten voor Natura20000 gebieden uitgesloten. Hierdoor zal ook de stikstofdepositie op het dichterbij gelegen Natuurnetwerk afnemen (noot: niet alle natuur in het Natuurwerk is stikstofgevoelig). Met toepassing van het salderingsplan voor natuurcompensatie worden nadelige effecten voor het natuurnetwerk en de goudgroene en zilvergroene zone gecompenseerd. Het totale areaal beschermde natuur wordt per saldo uitgebreid. Het areaal houtopstanden neemt per saldo toe. Daarnaast treedt in het gebied een versterking en verbetering op omdat met de inrichting van de nieuwe percelen een meer aaneengesloten natuurnetwerk ontstaat. De ecologische waarde in het gebied neemt toe en dit heeft ook een positief effect voor de beschermde planten- en diersoorten in ,

het gebied. Tabel 2: Totale effectscores natuur t. o. v. de referentie

Criterium

Maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan Excl. mitigatie

Stikstof Natura2000 gebieden Stikstof overige bos en natuur gebieden Houtopstanden Soorten – flora en fauna

Incl. mitigatie

-

+

--

+

--

+

--

+

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

39

P217191. 062. R1

Landschap

+

--

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

7. 3

Energie , klimaatverandering en duurzaamheid

7. 3. 1

Duurzaamheid en circulariteit in de paardenhouderij

De Rijksoverheid heeft als doelstelling om in 2030 vijftig procent minder primaire grondstoffen te gebruiken en wil in 2050 volledig circulair zijn. Circulariteit richt zich op efficiënter gebruik van grondstoffen materialen producten en afval. Circulariteit is geen milieueffect maar een overkoepelend begrip voor het sluiten van kringlopen en ketens waardoor de impact op het milieu vermindert. Voor de paardenhouderij is er nog geen maatlat voor duurzame stalsystemen. Stichting Milieu Keur (SMK) werkt in opdracht van de Rjksoverheid aan een maatlat voor duurzame stalsystemen voor paarden. Diergezondheid en dierenwelzijn vormen de boventoon bij een duurzame paardenhouderij. Ook zijn energie bodembedekking en wormmiddelgebruik belangrijke thema’s. ,

,

,

,

Vooral op de thema’s energie water en afval (met name plastic reststromen paardenmest is geen afval maar is een grondstof voor onder andere de champignonteelt) kunnen paardenbedrijven duurzaam te werk te gaan. Over het algemeen kan worden gesteld dat als aan de wet- & regelgeving wordt voldaan geur- en fijnstofemissies geen relevante thema’s zijn in de verduurzaming van de paardenhouderij. Ammoniakemissies zijn in relatie tot stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurgebieden wel relevant. De totale ammoniakemissie van paardenhouderijen ligt aanzienlijk lager dan van veehouderijen omdat het aantal gehouden dieren veel kleiner is er geen mestputten aanwezig zijn en de paardenmest niet aangewend wordt voor eigen voedselproductie. Buitenrijbakken zijn vaak voorzien van buitenverlichting. Naast het energieverbruik kan de verlichting diersoorten verstoren. Emissie naar bodem en water vinden niet plaats vanuit de mestopslag vanwege de verplichte bodembeschermende maatregelen voor mestopslagen in de Wet Bodembescherming. Uitspoeling vindt wel plaats als mest terecht komt in weide of paddock. Naast stallen zijn er naast de bedrijfsgebouwen vaak meerdere voorzieningen aanwezig. De bodem is belangrijk bij intensief gebruik. Een duurzame bodem bestaat uit gerecycled materiaal vergt weinig onderhoud kan weer afgevoerd en verder gerecycled worden en houdt meer vocht vast.

Gewasbeschermingsmiddelen worden in de paardensportsector uitgebannen hergebruik van materialen is het uitgangspunt en de sportomgeving moet klimaatadaptief ingericht worden. Verder is de Routekaart Verduurzaming Sport opgesteld om de gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan. ,

,

,

,

,

,

,

,

7. 3. 2 Duurzame energie Voor verlichting kan energiezuinige LED-verlichting worden toegepast. Op bedrijfsgebouwen kunnen zonnepanelen op het dak geplaatst worden. Op het bestaande PEC zijn al zonnepanelen aanwezig. De voorgenomen nieuwbouw kan goed worden geïsoleerd. Voor paardensportondernemers zijn er fiscale regelingen voor duurzame energie. In het Activiteitenbesluit is vastgelegd dat alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder toegepast moeten worden. Deze verplichting tot energiebesparing geldt voor inrichtingen die meer dan 50. 000 kWh elektriciteit of 25. 000 m 3 aardgas per jaar verbruiken.

40

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

De gemeente heeft het Kader voor Opwek van Duurzame Elektriciteit (KODE) vastgesteld om invulling te geven aan het nationale klimaatakkoord. Hierbij wordt continu ingezet om waar mogelijk op álle daken zonne-energie op te wekken. In het bestemmingsplan worden ondergeschikte duurzame energievoorzieningen planologisch mogelijk gemaakt. Grootschalige opwek van elektriciteit maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Vanuit samenwerking met alle belangrijke partijen wordt gekeken naar de samenhang van kansen opgaven en oplossingen voor een groter gebied. ,

Integrale maatregelen en koppelkansen zijn niet meegenomen in het bestemmingsplan en kunnen nog nader onderzocht worden. Binnen de bestemmingen waar bebouwing mogelijk wordt gemaakt is energieneutraliteit niet verplicht. Het is wettelijk niet toegestaan in een bestemmingsplan duurzame energiemaatregelen zoals zonnepanelen te verplichten.

7. 3. 3

Klimaatadaptatie: waterberging Afkoppeling van hemelwater en het realiseren van waterbergings- en infiltratievoorzieningen zijn in het gebied planologisch mogelijk. Voor de toename in verhard oppervlak dient compenserende waterberging gerealiseerd te worden. Gelet op de omvang van het totale plangebied in relatie tot de beperkte bestaande bebouwing en verharding en de maximale nieuw te realiseren bebouwing en verharding en de goede bodemdoorlatendheid kan binnen het plangebied ruimschoots worden voldaan aan de waterbergingsopgave. In de regels van het bestemmingsplan is als gebruiksbepaling opgenomen dat infiltratie op eigen terrein gerealiseerd dient te worden met een maximaal bebouwd oppervlak als randvoorwaarde. Daarnaast dient een deel van het perceel te worden ingericht voor groen waarin ook infiltratievoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. ,

,

Aangrenzend wordt

natuurzone ingericht vanwege de natuurcompensatie. Hierin kunnen ook worden infiltratievoorzieningen gerealiseerd. Bij de verdere ontwikkeling van de verschillende deellocaties moet de definitieve uitwerking van de infiltratie-voorzieningen (op eigen terrein) berekend worden op basis van de concrete verharde oppervlakten. De precieze uitwerking van de infiltratievoorzieningen vindt plaats ten tijde van de bouwaanvraag. Als een overloop voor vertraagde afvoer naar een omliggende waterloop wordt gerealiseerd moet een melding worden gedaan bij het Waterschap. Ter plaatse van de nieuw aan te leggen natuurcompensatiestrook ten oosten van de Midden Peelweg en in de groenstrook ten oosten van de hippische boulevard wordt voorzien in een aanvullende waterbergingsvoorziening voor het hele gebied. Met het project ‘Klimaatbestendige inrichting van de Peelloop’ wil de gemeente meer ruimte in het watersysteem creëren zodat er kan worden geanticipeerd op natte en droge perioden een

,

7. 3. 4

Effectbeoordeling duurzaamheid , klimaat en energie

Tabel 3: Totale effectscores duurzaam ontwikkelen , klimaatverandering en duurzame energie t. o. v. referentie MER

Criterium

Maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan

Effecten duurzaam ontwikkelen en circulariteit

0

Effecten klimaatverandering: waterberging

0

Effecten duurzame energie

0

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

41

P217191. 062. R1

7. 4

Overige milieueffecten

7. 4. 1 Verlichting Verstoring door licht wordt in beginsel veroorzaakt door kunstmatige lichtbronnen. Het gevolg van kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving is dat het kan leiden tot lichthinder voor omwonenden maar ook verstoring van dier- en plantensoorten. Binnen de bestemmingen ‘Gemengd – Hippische Boulevard’ ‘Sport – Hippisch sportcomplex’ en ‘Zone hippische bedrijven’ zijn specifieke gebruiksregels opgenomen ten aanzien van de buitenverlichting : • De buitenverlichting moet zo veel mogelijk gericht staan op het te verlichten object; • Het gebruik van lichtmasten is alleen toegestaan tussen 7. 00 uur en 23. 00 uur; • De lichtmasten moeten voorzien zijn van faunavriendelijke LED-verlichting naar beneden gericht en verlichtingssterkte buiten het bestemmingsvlak niet meer dan 1 lux. ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16080504/1