CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.4 Bijlage 4 Tweede aanvulling MER BP Grandorse

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bestemmingsplan Grandorse, Kronenberg20.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

,

,

De stralingshoek van LED is kleiner dan van standaard verlichting en de verspreiding van het licht is bij LED ook een stuk beperkter. LED in combinatie met lichtkappen zorgt voor het zo veel als mogelijk minimaliseren van verspreiding van licht. Lichtkappen zijn niet voorgeschreven maar worden in de praktijk wel toegepast om de verlichting zo veel mogelijk te richten op alleen het te verlichten object. De hoogte van de lichtbron heeft ook invloed op verspreiding van licht. Het bestemmingsplan staat alleen lichtmasten toe tot een maximale hoogte van 12 m. Gebouwgebonden armaturen zullen onder de 7m hoogte geplaatst worden aangezien dit de maximaal toegestane goothoogte is. Verder zijn evenementen die tot grote lichtoverlast kunnen leiden planologisch niet toegestaan. Binnen de bestemming verkeer worden maximaal 18 meter hoge lichtmasten toegestaan zonder verdere ,

,

gebruiksregels. Effectafstanden lichtbronnen De effectafstand kan benaderd worden op basis van de hoogte van een standaard lichtbron een afstand tot waar deze lichtbron onder normale omstandigheden maximaal reikt (bij correcte installatie en waarbij de lichtbron gericht is op het eigen terrein). Zie navolgende tabel. Tabel 4: Effectafstanden verlichting in gangbare situaties (bron: Arcadis , Effectafstanden Natura2000-gebieden , 2014)

Op basis van voorgaande tabel kan worden aangenomen dat in ieder geval de bouwregels in het bestemmingsplan ervoor zorgen ervoor dat lichtmasten op de hippische (bedrijfs)locaties en terreinen een effectafstand kleiner dan 100 meter hebben. Eventuele gebouw gebonden buitenverlichting heeft (uitgaande van verlichting onder de goothoogte) een effectafstand kleiner dan 50 meter. Binnen 100 meter afstand van de hippische bedrijven en terreinen zijn geen woningen aanwezig. Wel grenzen deze percelen aan nieuwe en bestaande natuurzones. De aanvullende gebruiksregels verkleinen de effectafstand en voorkomen nachtelijke lichthinder voor flora en fauna in de natuurzones. Significant nadelige effecten ten gevolge van (een toename) van lichthinder in Natura2000 gebieden kan op voorhand worden uitgesloten gezien de grotere afstand tot deze gebieden.

42

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

Ten aanzien van verlichting zijn de effecten ten opzichte van de aanvulling MER

van 2023

ongewijzigd.

7. 4. 2 Geur In het MER van 2018 is ingegaan op de gewenste aanpassing van de minimale vaste afstand tussen stallen van de hippische bedrijven en geurgevoelige objecten van minimaal 50 meter naar minimaal 25 meter. Dit is intussen geregeld in de nieuwe geurverordening die is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 oktober 2024 en in werking vanaf 7 november 2024. Op de hippische kavels moeten naast bedrijfswoningen ook gebouwen met een logiesfunctie ten dienste van de hippische bedrijven opgericht kunnen worden. Gebouwen met een langdurige logiesfunctie zijn een geurgevoelig gebouw en beschermd tegen geurhinder. In de gebouwen met langdurig logiesfuncties verblijven alleen personen die binding hebben met de hippische activiteiten zoals bijvoorbeeld medewerkers grooms en paardeneigenaren. Deze personen kiezen er juist voor om op hetzelfde terrein te overnachten en ervaren geen geurhinder van de paardenstallen en mestopslagen. Op de hippische kavels in het gebied Grandorse wonen of verblijven/overnachten geen mensen die geen binding hebben met de hippische bedrijven en activiteiten in het gebied. Gelet op de aard van de gebiedsontwikkeling en de gebruikers van het plangebied de binding met de hippische activiteiten en de bestaande lage geurbelasting in het plangebied is een verkleining van de afstand tot 25 meter gerechtvaardigd.

Daarom is door de gemeenteraad besloten om in de geurverordening de vaste afstand voor paardenbedrijven in het gebied Grandorse te verkleinen tot 25 meter. ,

,

,

Gebouwen met een logiesfunctie worden onder de Omgevingswet niet meer automatisch beschermd tegen geurhinder. De gemeente hierin beleidsvrijheid gekregen. In het definitieve omgevingsplan kan de gemeente besluiten om onder andere gebouwen met een verblijfs-/logiesfunctie niet aan te wijzen als te beschermen geurgevoelig gebouw. Ten aanzien van de effectbeoordeling kan geconcludeerd worden dat er nieuwe geurbronnen in het gebied mogelijk worden gemaakt maar dat deze ten opzichte van de referentiesituatie niet zullen leiden tot meer geurhinder gezien de aard van het plangebied en de gebruikers en bezoekers van de hippische zone. De effectscore voor geur is daarom neutraal (0). ,

7. 4. 3

Luchtkwaliteit

De achtergrondconcentratie fijn stof (PM) 10 bedraagt volgens de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) in en rondom het plangebied in 2023 ongeveer 14 µg/m 3 en voldoet aan de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m 3 én aan de gezondheidskundige advieswaarde van 15 µg/m.3

achtergrondconcentratie stikstofdioxide (NO)2 bedraagt volgens de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) in en rondom het plangebied in 2023 ongeveer 9 µg/m 3 en voldoet aan de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m 3 én aan de gezondheidskundige advieswaarde van 10 µg/m.3 De

De bronbijdrage fijnstof

verwaarloosbaar kavel.

en zeer

de paardenhouderijen die planologisch mogelijk worden gemaakt is lokaal van aard gezien de relatief kleine aantallen paarden per hippische

van

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

43

P217191. 062. R1

Voor paarden zijn vanwege de geringe bijdrage aan de fijnstof-concentratie in relatie tot blootstelling aan de mens geen wettelijke emissiefactoren voor fijnstof PM10 vastgesteld en hoeft geen nader onderzoek naar verricht te worden. ,

,

Het plan leidt tot een toename van verkeersbewegingen en daarmee een toename van NO-2 en PM 10 emissies. In 2018 is door Aelmans BV een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd welke als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. In het onderzoek is het effect onderzocht van het extra verkeer ten gevolge van het bestemmingsplan. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat voor fijnstof (PM) 10 en stikstofdioxiden (NO)2 sprake is van een concentratietoename als gevolg van de extra verkeersbewegingen. Deze concentratietoename ontstaat echter alleen nabij de hoofdinfrastructuur waaronder de Midden Peelweg. Op korte afstand hiervan zijn binnen het plangebied geen bestaande kwetsbare objecten gesitueerd. In het bestemmingsplan worden mede in het kader van geluidhinder ook geen gevoelige functies binnen 120 meter van deze weg mogelijk ,

gemaakt. In dit luchtkwaliteitsonderzoek is de NIBM-tool gebruikt. Hiervan is nu een recentere versie beschikbaar (versie 2024) met hierin de actuele achtergrondconcentraties (deze liggen lager dan in 2018). Ook het jaar van realisatie is opgeschoven. Gedurende de jaren is sprake van een daling van de emissiefactoren voor voertuigen en een daling van de achtergrondconcentraties PM10 PM25 en NO2. In combinatie met de forse verkleining van de bezoekersaantallen en verkeersgeneratie ten opzichte van het ontwerp van 2018 kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van luchtkwaliteit uitsluitend sprake is van verbeteringen ten opzichte van het onderzoek in 2018. ,

,

Het bestemmingsplan staat voor evenementen een bezoekersaantal van maximaal 10. 000 bezoekers per dag en maximaal 175. 000 bezoekers per jaar toe. Dit is inclusief deelnemers. Uitgaande van 10% fiets-OV-correctie en een bezettingsgraad per auto van 182 personen komt dit op maximaal 173. 077 verkeersbewegingen per jaar en een weekdaggemiddelde van 474 verkeersbewegingen. In het luchtkwaliteitsonderzoek van 2018 werd voor evenementen uitgegaan van een raming van 279. 128 verkeersbewegingen per jaar en een weekdaggemiddelde van 765 bij een maximale invulling van de planologische mogelijkheden. Het huidige bestemmingsplan maakt ten aanzien van evenementen 291 verkeersbewegingen per weekdaggemiddelde minder mogelijk dan waar in het luchtkwaliteitsonderzoek van 2018 vanuit is gegaan. Als deze correctie wordt doorgevoerd komt de NIBM-tool van de maximale mogelijkheden van het totale plan uit op een weekdaggemiddelde van 2. 032 voertuigbewegingen (conform het onderzoek van 2018) - 291 = maximaal 1. 741 voertuigbewegingen. ,

Om te bepalen of de NO2- en PM10-emissie ten gevolge van de toename in verkeersbewegingen van het bestemmingsplan aan te merken is als ‘Niet In Betekenende Mate’ is de actuele NIBM-tool 2024 van het Ministerie van I&M gebruikt. Hieruit wordt geconcludeerd dat de verkeersbewegingen ten gevolge van het bestemmingsplan niet in betekende mate bijdragen aan de concentraties fijnstof PM10 en NO2. Een project is NIBM als de toename van de concentratie niet hoger is dan 12 µg/m3 voor PM10 en NO2 (3% van de wettelijke grenswaarden). ,

44

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit , GCN2023 Jaar van planrealisatie Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer Maximale bijdrage extra verkeer NO 2 in μg/m 3 PM 10 in μg/m 3 Grens voor " Niet In Betekenende Mate " in μg/m 3

2026 1741 30% , , 117 , 019 12,

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Bron: NIBM-tool 2024

Het bestemmingsplan resulteert niet in gezondheidsrisico’s ten gevolge van fijnstof en stikstofdioxine door paardenstallen en verkeer. Er zijn geen grote wijzigingen ten opzichte van 2018. De gezondheidskundige advieswaarden zijn in september 2021 aangescherpt door de WHO en de achtergrondconcentraties zijn in de loop der jaren gedaald. In combinatie met de aanzienlijke verkleining van de maximaal toegestane bezoekersaantallen en daarmee verkleining van de verkeersgeneratie kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van luchtkwaliteit uitsluitend sprake is van verbeteringen ten opzichte van het MER van 2018 en de aanvulling MER van 2023.

7. 4. 4

Geluid

Bij het aspect geluid in het ruimtelijk spoor gaat het om bescherming van mensen tegen geluidhinder maar ook tegen gezondheidseffecten door geluid. In de ruimtelijke ordening wordt voor functies deels bescherming tegen geluid geboden door de Wet geluidhinder (Wgh) en deels door de Wro/Wabo (in het kader van een goede ruimtelijke ordening).

bestemmingsplan biedt het planologisch kader voor nieuwe geluidsgevoelige objecten (bedrijfswoningen long-stay appartementen en gastenverblijven) en nieuwe bedrijfsmatige activiteiten met geluidsbronnen en een toename van aan- en afrijdend verkeer dat indirecte geluidshinder kan veroorzaken. Voor het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en industrielawaai (Akoestisch onderzoek Aelmans Advies BV M170621.001.001 15 januari 2018). Dit rapport gaat uit van een worstcase-situatie aangezien de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan nadien zijn ingeperkt met name het maximale bezoekersaantal per dag bij evenementen maar ook het aantal paarden dat maximaal gehuisvest mag worden in het nieuwe stallencomplex De Peelbergen is verkleind.

,

Het

,

,

,

,

,

,

,

Ter actualisatie en aanvulling op het akoestisch onderzoek van 2018 is in 2025 is een oplegnotitie gemaakt (Oplegnotitie akoestiek Bestemmingsplan Grandorse Target Advies 27 augustus 2025). Het akoestisch onderzoek uit 2018 en de oplegnotitie uit 2025 zijn bijgevoegd als bijlagen bij de toelichting ,

van

,

het bestemmingsplan.

Door de gemeente Horst aan de Maas is geen gemeentelijk geluidbeleid voor het plangebied vastgesteld. Het plangebied ligt niet op of nabij een gezoneerd industrieterrein of binnen zone voor

railverkeerslawaai.

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

45

P217191. 062. R1

De gemeente heeft wel de beleidsregel ‘Geluidsnormering bij evenementen’ vastgesteld. Deze sluit aan bij de Nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg januari 1996). De nota gaat uit van een maximaal binnengeluidniveau van 50 dB(A) in de dagperiode en 25 dB(A) in de nachtperiode rekening houdend met een gevelisolatie van 20 à 25 dB(A).

,

,

Referentiesituatie In de bestaande situatie zoals beschreven in paragraaf 6. 1 is er sprake van aan- en afrijdend verkeer laden en lossen en gebruik van mobiele werktuigen voor onderhoud van de terreinen.

,

Op dagen zonder evenementen is er geen sprake van relevante geluidsemissies. Tijdens evenementen neemt het aan- en afrijden verkeer toe maar zijn vooral het publiek (stemgeluid en applaudisseren) en het omroepgeluid en (achtergrond)muziekgeluid de maatgevende geluidsbronnen. Bij vergelijkbare situaties blijkt dat in een worst-case benadering op 100 meter van het akoestisch centrum van de inrichting sprake is van een geluidbelasting lager dan 55 dB (A). In de bestaande situatie is deze afstand ruim 600 meter. Gezien deze afstand zal de geluidbelasting minimaal 12 dB lager zal zijn dan de 55 dB(A) bij 100 meter afstand. Muziekgeluid (op achtergrondniveau) zal niet meer als zodanig herkenbaar zijn. De geluidsbelasting blijft in de referentiesituatie onder de grenswaarde van 50 dB (A). ,

Vrijwel de hele verkeersafwikkeling loopt via de Peelstraat in westelijke richting en gaat daarna op in het heersende verkeersbeeld van de Midden Peelweg (N277). Op dit stuk weg worden geen geluidsgevoelige bestemmingen gepasseerd. Ter plaatse van de woning met groepsaccommodatie op Peelstraat 79 hebben voertuigen al minimaal 400 meter afgelegd en de maximaal toegestane snelheid bereikt. Bovendien ligt de dichtstbijzijnde gevel op meer dan 50 meter uit de wegas waardoor er geen sprake kan zijn van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). In de referentiesituatie geen sprake van indirecte hinder. ,

Wegverkeerslawaai in relatie tot nieuwe geluidsgevoelige functies In het plan worden nieuwe bedrijfswoningen rechtstreeks planologisch mogelijk gemaakt. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op 120 meter afstand van de Middenpeelweg kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48dB. Op circa 45 meter kan nog worden voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. In het bestemmingsplan is op de verbeelding tot 120 meter afstand tot de Middenpeelweg de aanduiding 'geluidzone – weg' opgenomen waarbinnen oprichting van geluidsgevoelige objecten niet is toegestaan. Momenteel is de zonebreedte van de Middenpeelweg 120 meter maar deze zone kan groter zijn bij volledige opvulling van het geluidproductieplafond (autonome groei). ,

,

Onder de Omgevingswet kennen ook 30 km/u wegen een aandachtsgebied. Ook moet voor elke woning het gezamenlijk geluid worden vastgelegd of is niet uit te sluiten dat een hogere waarde aan de orde is als oud recht nog van toepassing is (zoals voor provinciale wegen nog het geval is). Ook moeten woningen voldoen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en aan de normen uit de bruidsschat. Omdat je niet overal een bedrijfswoning kunt realiseren en in dit bestemmingsplan niet specifiek alle bouwvlakken voor bedrijfswoningen getoetst worden moeten hier regels voor opgenomen worden. Zonder regels is het niet uit te sluiten dat de bedrijfswoningen na realisatie een ,

,

46

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

hogere geluidbelasting hebben dan wettelijk is toegestaan geluidwering krijgen.

en

mogelijk daardoor

een

te lage

Geluidsnormen in de planregeling Als extra waarborg voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid zijn maximale geluidsnormen opgenomen in de regels zodat ongeachte de locatie van geluidsbronnen er geen geluidhinder kan ontstaan ter plaatse van nieuwe bedrijfswoningen. ,

Industrielawaai Uit het geluidsonderzoek blijkt dat bij grote internationale hippische evenementen met meer dan 10. 000 bezoekers per dag niet voldaan wordt aan de geluidgrenswaarde uit de VNG-publicatie. In het bestemmingsplan is een bezoekersaantal boven de 10. 000 bezoekers per dag niet toegestaan. Hiervoor is een buitenplanse omgevingsplanactiviteit-vergunning nodig (een zogenaamde Bopa) en een gemeentelijke evenementenvergunning. In de evenementenvergunning kunnen afwijkende geluidgrenswaarden worden opgenomen voor incidentele situaties die minder dan 12 maal per jaar voorkomen en waarvoor een ontheffing kan worden aangevraagd bij de gemeente. ,

,

Indirecte hinder De dagen waarop evenementen plaatsvinden blijven maatgevend voor de indirecte hinder. Met maximaal 2. 000 motorvoertuigen per etmaal geen sprake kan zijn van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Een nadere beschermingsregeling in het bestemmingsplan is niet

noodzakelijk. Gezien de aanzienlijke verkleining van de maximaal toegestane bezoekersaantallen en daarmee verkleining van de verkeersgeneratie kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van geluid door verkeer uitsluitend sprake is van verbeteringen ten opzichte van het MER van 2018 en de aanvulling MER van 2023.

Cumulatieve effecten met ontwikkelingen Toverland Voor het bestemmingsplan ten behoeve van de uitbreiding van Toverland is ook een MER uitgevoerd getoetst en aangevuld. Uit de aanvulling op het MER voor Toverland volgt de conclusie dat er ten aanzien van geluid geen cumulatieve effecten zijn met Grandorse. De relevante geluidsgevoelige objecten voor Grandorse liggen hiervoor te ver van de Toverland af.

,

7. 4. 5 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid moet voorkomen dat er te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele personen en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het bestemmingsplan

maakt realisatie van bedrijfswoningen en verblijfsruimten voor mensen planologisch mogelijk. Het plan leidt daarmee tot een toename van de personendichtheid in het gebied. Het bestemmingsplan mag niet leiden tot onaanvaardbare risico’s in het kader van de externe veiligheid en moet voldoen aan de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico moet worden verantwoord. Kort gezegd komt het er op neer dat de gemeente verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken.

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

47

P217191. 062. R1

Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de “Risicokaart Nederland” (samenwerking van het Rijk de provincies en de gemeenten). Hierbij zijn de volgende vier ,

risicobronnen aangetroffen: 1.

Propaantank golfbaan Golfhorst: De veiligheidsafstand tot de propaantank is 25 meter. De afstand tot de dichtstbij gelegen perceelsgrens met een gevoelige bestemming bedraagt circa 295 meter. Deze risicobron is voor het bestemmingsplan niet relevant.

2.

Provinciale weg N277 N270/N277 Ysselstein- N277/A67 (afrit 38 Helden): De N277 wordt in de risicokaart aangegeven als een incident regionale weg. De plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) is nul. Voor het groepsrisico geldt een overschrijdingsfactor van < 01 maal de oriëntatiewaarde. De A67 ligt op meer dan 3 km van het plangebied. Gezien de grote afstand hoeft hier geen rekening mee gehouden te worden in het bestemmingsplan. Over de Midden Peelweg worden LF1 en LF2 stoffen getransporteerd waarvoor een invloedsgebied van maximaal 45 meter geldt. Voor het transport van toxische gassen geldt een invloedsgebied van 4 km. Delen van het plangebied liggen binnen deze invloedsgebieden waardoor een verantwoording van het groepsrisico aan de orde is voor een toxisch scenario. ,

,

In 2023 is door adviesbureau Kragten een ‘Verantwoording hoogte groepsrisico’ opgesteld. Dit rapport van 5 oktober 2023 is opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen bij de beoordeling van het ruimtelijk plan door de gemeente. 3.

Spoor trajectnummer 12BL. 4: Door de gemeente Horst aan de Maas loopt de spoorlijn Eindhoven – Venlo (trajectnummer 12BL. 4). Over de spoorlijn worden brandbare gassen en brandbare vloeistoffen vervoerd. Het plangebied ligt op een afstand van circa 1. 200 meter van de spoorlijn. De afstand van het plangebied tot de spoorweg is dermate groot dat hier geen rekening mee gehouden hoeft te worden in het bestemmingsplan. Er is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6). Vanwege het transport van toxische gassen en vloeistoffen over het spoor geldt een invloedsgebied van 4 km net als bij de provinciale weg en daarvoor is een verantwoording van het groepsrisico aan de orde. Zie de uitwerking onder punt 2.

4.

Buisleidingen A-520 A-578 en A-665: Binnen het plangebied lopen drie hogedrukgasleidingen van de Gasunie. Voor buisleidingen met een druk hoger dan 4000 kPa geldt dat het plaatsgebonden risico op 5 meter aan weerzijden van de leiding niet meer dan 10 -6 mag zijn. Er wordt daarbij gemeten vanaf het hart van de leiding. De exploitant dient hier bij de aanleg rekening mee te houden. Binnen deze belemmeringenstrook zijn nieuwe kwetsbare objecten niet toegestaan. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van hoge druk aardgasleidingen zijn de buisleiding ook betrokken in het rapport ‘Verantwoording hoogte groepsrisico’ van 5 oktober 2023 van

,

,

Kragten.

48

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

Aanvullend heeft Kragten een aanvullend onderzoek naar de externe veiligheidsrisico’s van de buisleidingen uitgevoerd met eveneens rapportdatum 5 oktober 2023. Beide rapporten zijn bijgevoegd in de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingplan. Uit berekeningen volgt dat voor buisleiding A-520-deel-1 sprake is van een PR10-6-risicocontour ter hoogte van het plangebied. Voor de overige buisleidingen wordt ter hoogte van het plangebied geen 106-risicocontour berekend. De gemeente Horst aan de Maas is met de Gasunie overeengekomen maatregelen te treffen waardoor de PR10-6- risicocontour van buisleiding A-520-deel-1 ter hoogte van het beoogde permanente stallencomplex komt te vervallen. Deze maatregelen bestaan uit striktere begeleiding van werkzaamheden en extra diepteligging (door het ophogen van het maaiveld met 20 cm). Na het treffen van deze maatregelen is op deze locatie geen sprake meer van een PR10-6-risicocontour.

Wel is in het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied nog sprake van een PR10-6contour die deels over het plangebied ligt. Voor beide gebieden is in het bestemmingsplan de nadere aanduiding 'Veiligheidszone -Leiding' opgenomen waar in beginsel geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten (waaronder woningen) mogen worden opgericht. ,

In

de

toekomstige situatie zal de personendichtheid in het plangebied toenemen. De personendichtheid neemt het sterkst toe bij evenementen. Daarom is er in de effectbeoordeling in paragraaf 7. 4. 7 een onderscheid gemaakt tussen regulier gebruik en incidenteel gebruik.

7. 4. 6 Spuitzones In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies in de nabijheid van agrarische gronden aandacht gevraagd voor mogelijke spuitzones. Dit betreft met name agrarische gronden waar open teelt en eventueel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegestaan wordt vanwege de risico's voor de volksgezondheid door eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten op gronden buiten het agrarisch perceel terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen zoals jonge kinderen of ouderen kan drift risico's voor de ,

,

,

gezondheid inhouden. Conform de praktijkvuistregel afgeleid uit de jurisprudentie van de Raad van State geldt in beginsel een aan te houden minimale richtafstand van 50 meter tot nieuwe voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies (zoals wonen). Ingeval van eventueel toekomstig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ten behoeve van de teelt van gewassen in de open lucht op aangrenzende agrarische percelen geldt op basis van de inwerking getreden Omgevingswet een specifieke zorgplicht en geldt op grond van paragraaf 4. 64 van het Besluit activiteiten leefomgeving (voorheen opgenomen in paragraaf 3. 5. 3 van het Activiteitenbesluit) dat drift reducerende technieken dienen te worden toegepast.

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

49

P217191. 062. R1

Met de beoogde ontwikkeling worden op enkele locaties nieuwe gevoelige functies (bedrijfswoningen en long stay appartementen met tuinen en bijbehorende voorzieningen) mogelijk gemaakt binnen 50 meter afstand van agrarische gronden waar open teelt met eventueel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan. Ter nadere borging van de bescherming van de gezondheid zijn op deze locaties (nader op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ‘milieuzone – driftzone’) binnen een zone van 50 meter van deze landbouwpercelen geen nieuwe gevoelige functies toegestaan. Hier kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning van afwijken indien aangetoond kan worden dat het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 50 meter is beëindigd en beëindigd blijft. Of dat met een locatie-specifiek onderzoek is aangetoond dat een kleinere afstand geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en kan worden afgeweken van de 50 meter. Aanvullend is op enkele specifieke locaties met de eigenaar / gebruiker van de agrarische gronden overeengekomen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Betreffende locaties zijn op de verbeelding voorzien van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’. ,

7. 4. 7

Effectbeoordeling licht , geur , luchtkwaliteit , geluid , externe veiligheid , spuitzones

Tabel 5: Totale effectscores overige milieueffecten t. o. v. referentie MER

Criterium

Maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan

Verlichting van hippische accommodaties en bedrijven Verlichting van wegen Verlichting van evenementenzone Geur Luchtkwaliteit door hippische accommodaties en bedrijven Luchtkwaliteit door verkeer evenementen Geluid: Wegverkeerslawaai i. r. t. nieuwe geluidsgevoelige functies Industrielawaai Indirecte hinder door aan- en afrijdend verkeer Externe veiligheid: Regulier gebruik Incidenteel gebruik (evenementen) Spuitzones

0

0/0 0 0

0/0

0/0/0/-

0

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

50

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

P217191. 062. R1

8 Totaaloverzicht vergelijking milieueffecten Tabel 6: Totale effectscores t. o. v. referentie MER Criterium

MER en ontwerp 2018

Verkeer Verkeersbewegingen Parkeren Natuur en landschap (met mitigerende maatregelen) Stikstofdepositie op Natura2000 Stikstofdepositie op overige natuur Soortenbescherming – flora en fauna Natuurcompensatie Natuurnetwerk Landschap Geur

Luchtkwaliteit Fijnstof PM10 (door verkeer) Stikstof(di)oxiden NOx/NO2 (door verkeer) Geluid Industrielawaai - directe hinder Verkeersaantrekkende werking - indirecte hinder Wegverkeerslawaai nieuwe gevoelige objecten Klimaatadaptatie en verduurzaming Verduurzaming Klimaatadaptatie Externe veiligheid Regulier gebruik Incidenteel gebruik (evenementen) Spuitzones

Maximale planologische mogelijkheden bestemmingsplan (voor vaststelling 2025)

-

0/-

0/-

0

+

+

-

+

-

+

-

+

-

+

0

0

-

0/0/-

0/0/0/-

0/0/-

0

0

0

0

0/-

0/-

-

-

n. b.

0

0

0 0 Bodem en water 0 0 Cultuurhistorie en archeologie ++ zeer positief + positief 0/+ licht positief 0 neutraal 0/- licht negatief - negatief - - zeer negatief n. b. niet beoordeeld

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

51

P217191. 062. R1

9 Leemten in kennis 9. 1

en

monitoring

Leemten in kennis

Het MER plus aanvullingen bevat voldoende informatie voor een zorgvuldige besluitvorming over het kaderstellende bestemmingsplan. Concretisering om te voldoen aan de kaders en actuele wet- en regelgeving vindt plaats in de vervolgprocedures voor vergunningverlening. Leemten in kennis zien met name toe op de onzekerheden omtrent de ontwikkeling van het stikstofbeleid en met name de

additionaliteitstoets.

9. 2

Monitoring en evaluatie

De wijze van monitoring en evaluatie moet met name gericht zijn op waarborgen dat de berekende milieubelasting en het daaraan gekoppelde aanvaardbare leefklimaat behaald wordt en controleerbaar en handhaafbaar is voor de gemeente. Met een evaluatieprogramma kan worden getoetst in hoeverre de daadwerkelijk optredende effecten overeenkomen met de in het MER voorspelde effecten. Wanneer de daadwerkelijke effecten afwijken van de voorspelde effecten kan het evaluatieprogramma het bevoegd gezag aanleiding geven om effect te reduceren of ongedaan te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het opleggen van extra maatregelen. Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning een monitoringsplicht opnemen. ,

De ondernemer moet

dat voldaan wordt aan de kaders in het bestemmingsplan en dat de vergunningsvoorschriften worden nageleefd. De gemeente heeft voor de omgevingsvergunning een controlerende functie. Voor de natuurvergunning is dit de provincie en voor de watervergunning het waterschap. Controle op naleving van de vergunningen vormt een belangrijke evaluatiemethode. Enkele andere evaluatiemethoden zijn periodieke metingen en toetsing van de werkelijke effecten bijvoorbeeld door emissiemetingen en opstellen van mitigerende maatregelen als blijkt dat de bepaalde milieueffecten groter zijn dan voorspeld. Het bevoegd gezag bepaalt de wijze waarop de milieueffecten worden geëvalueerd.

52

zorgen

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

,

P217191. 062. R1

Tweede aanvulling milieueffectrapportage Bestemmingsplan Grandorse

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16080504/1