CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.0 Toelichting

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bestemmingsplan Grandorse, Kronenberg33.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast zijn enkele gronden ten zuidwesten van het PEC aangeduid als Bronsgroene natuurzone. Ingrepen in deze zones zijn uitsluitend toegestaan, indien de kernkwaliteiten van het gebied niet negatief worden beïnvloed.

bestemmingsplan Grandorse

27

Uitsnede Bronsgroene natuurzone (lichtblauw gemarkeerd) (bron: Omgevingsverordening Limburg) Ter plaatse van de Bronsgroene natuurzone binnen het plangebied wordt in het bestemmingsplan voorzien in natuur- en landschapsontwikkeling, die nader wordt geborgd met een natuur bestemming. Dit leidt derhalve niet tot aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied. Toevoeging woningen Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Het voornemen heeft betrekking op toevoeging van agrarische bedrijfswoningen (maximaal 24) alsmede eventuele inpandige bedrijfswoningen op de hippische boulevard. Dergelijke woningen vallen buiten het gemeentelijk woningbouwprogramma. Verder wordt tijdelijke verblijfsruimte voor grooms gefaciliteerd. Het benutten van deze eenheden is gekoppeld aan het hippisch gebruik van de gronden. Deze eenheden vallen ook niet onder het gemeentelijk woningbouwprogramma.

Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt dient rekening te houden met de

28

bestemmingsplan Grandorse

ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Bro. De uitbreiding van het PEC met een economische zone dient te worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het betreft echter specifieke bedrijvigheid, die hippisch gerelateerd is en waarbij het desbetreffende bedrijf zich uitsluitend richt op de hippische bedrijven binnen het plangebied, en/of op de bezoekers van, en deelnemers aan de - binnen het plangebied uit te oefenen – paardensport, waarmee de vestiging locatie-gebonden is, zie ook paragraaf 4.1.4 van deze toelichting. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie vormt een van de drie hoofdopgaven in de Omgevingsvisie Limburg. Bij de ruimtelijke inrichting dient rekening gehouden te worden met het veranderende weer en bijbehorende momenten van droogte en wateroverlast. In de toelichting van een ruimtelijk plan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt dient ingegaan te worden op de manier waarop hiermee in de inrichting wordt omgegaan en welke mitigerende of adapterende maatregelen en voorzieningen zijn genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. Dit betreft onder meer waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Afkoppeling van hemelwater en het realiseren van een bergings- en infiltratievoorzieningen zijn in het gebied mogelijk.

Afgekoppeld hemelwater van nieuwe bedrijfsgebouwen zal worden opgevangen en gescheiden worden afgevoerd naar de aan te leggen hemelwatervoorzieningen. In de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat infiltratie op eigen terrein gerealiseerd dient te worden. Daarnaast is als randvoorwaarde opgenomen dat maximaal 30% van het perceel van een nieuw te vestigen hippisch bedrijf bebouwd cq verhard mag worden en minimaal 35% van het perceel ingericht dient te worden voor groen (waarin ook infiltratievoorzieningen kunnen worden gerealiseerd). Bovendien wordt ten oosten van de Midden Peelweg alsmede in de groenstrook ten oosten van de hippische boulevard voorzien in realisering van een aanvullende waterbergingsvoorziening voor het hele gebied. Realisering van het voornemen leidt tot een verbetering van de natuurwaarden in en rond het gebied alsmede verbetering van de samenhang op gebiedsniveau. Deze aan te leggen natuurgebieden in het plangebied zorgen voor extra verkoeling bij hitte. Omgevingsverordening Limburg (2021) De provincie heeft inmiddels in december 2021 een nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld, die in werking is getreden na invoering van de Omgevingswet (1 januari 2024).

In deze verordening zijn de termen 'Goudgroene natuurzone' alsmede de termen 'Zilvergroen natuurzone' en 'Bronsgroene landschapszone' gewijzigd in 'Natuurnetwerk Limburg' respectievelijk 'Groenblauwe mantel.' De salderingsbenadering is ook in de nieuwe omgevingsverordening opgenomen. De omgevingsverordening voorziet niet in wijzigingen van beleidsuitgangspunten, waarmee onderhavig voornemen strijdig zal zijn. Gelet op bovenstaande wordt het voornemen passend geacht binnen het provinciaal beleid. 4.2.3 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (nieuw)bouwen in het buitengebied van de provincie Limburg geldt specifiek beleid, te weten de provinciale beleidsregel ‘Limburgs Kwaliteitsmenu’ (LKM). Dit beleid houdt in dat voor iedere ‘rode ontwikkeling’ (bebouwing) in het buitengebied een ‘groene tegenprestatie’ (natuur) dient te worden geleverd. De te leveren tegenprestatie kan op diverse manieren worden geleverd. Bijvoorbeeld door het zelf realiseren van nieuwe landschappelijke beplantingen (natuur), het slopen van opstallen of het storten van een financiële bijdrage in een ‘groenfonds’. Aan het toestaan van een nieuwe ontwikkeling in het buitengebied wordt in dit kwaliteitsmenu, ter compensatie van het verlies, een kwaliteitsverbetering gekoppeld. De kwaliteitsverbetering kan op de locatie van de ontwikkeling zelf worden uitgevoerd.

Bijvoorbeeld wanneer het gaat om een goede inpassing van een agrarische bouwkavel. De kwaliteitsverbetering kan ook door de initiatiefnemer worden uitgevoerd op een

bestemmingsplan Grandorse

29

andere locatie. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een stuk nieuwe natuur elders in de gemeente. In beide gevallen is sprake van een directe koppeling. Dit is echter niet altijd mogelijk of planologisch gewenst. In het Limburgs Kwaliteitsmenu wordt daarom ook in de mogelijkheid voorzien om de kwaliteitsbijdrage in een gemeentelijk of regionaal kwaliteitsfonds te storten. De gemeente kan dit fonds zelf inrichten en in haar kwaliteitsbeleid aangeven wanneer gebruik kan worden gemaakt van het fonds. De gemeente Horst aan de Maas heeft de provinciale beleidsregel 'Limburgs Kwaliteitsmenu' als 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu' doorvertaald in haar gemeentelijke structuurvisie. Hierop wordt in paragraaf 4.4.1 nader ingegaan.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Limburgs water in een veranderend klimaat' Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Limburg. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 8 december 2021 vastgesteld. Het betreft het centrale beleids- en uitvoeringsplan van het waterschap. In dit document wordt de koers voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg uitgezet. Het waterschap beschrijft hierin hoe: inwoners worden beschermd tegen overstromingen vanuit de Maas; de juiste balans kan ontstaan tussen water afvoeren en water vasthouden; het water schoon wordt (gehouden) en wateren natuurlijk worden ingericht; rioolwater wordt gezuiverd en daarbij grondstoffen worden teruggewonnen en gebruikt. Het beleid van het waterschap is nog steeds gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebiedseigen water, gecombineerd met het zoveel mogelijk scheiden van schoon en verontreinigd water. De Speerpunten van het Waterschap Limburg met betrekking tot het waterbeheer zijn onder andere: 1. Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas. 2. Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden. 3. Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zin natuurlijk ingericht. 4. Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken.

Deze indeling is niet scherp, want water kent geen grenzen en is verbonden met andere thema's. Duurzamer grondgebruik in het stroomgebied van de Maas en de beken zorgt voor een gelijkmatiger afvoerdynamiek. Regenwater infiltreren in stedelijk gebied helpt daar ook bij, voorkomt dat riolen overstorten en ontlast de zuiveringen. Een constantere aanvoer in de zomer verlaagt de kans op waterkwaliteitsproblemen door droogte en hitte. Kortom: alle uitdagingen moeten in samenhang met elkaar worden bekeken. Met de maatregelen worden het liefst meerdere problemen tegelijk opgelost: een integrale aanpak. De wateraspecten van de beoogde ontwikkeling zijn uiteengezet in paragraaf 6.3 van deze toelichting.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Horst aan de Maas De 'Structuurvisie Horst aan de Maas' betreft een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas, die op 9 april 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. In 2019 zijn een tweetal partiele herzieningen van de structuurvisie vastgesteld met betrekking tot het beleid voor Teeltondersteunende voorzieningen alsmede het toevoegen van een woning in de kern. Beide herzieningen zijn niet van toepassing op voorliggend voornemen. De structuurvisie geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die de gemeente op haar grondgebied voor ogen staat voor de langere termijn. Verder is de integrale structuurvisie opgesteld om maximaal gebruik te maken van de mogelijkheid tot het plegen van kostenverhaal dat de nieuwe Wro biedt.

30

bestemmingsplan Grandorse

Uitsnede visiekaart

In de gemeentelijke Structuurvisie is beschreven dat het gebied Park De Peelbergen als Recreatieve Zone verder ontwikkeld kan worden. Dit gebied heeft in het provinciale en regionale beleid een bijzondere status. Park De Peelbergen wordt als een majeur economisch project gezien, met een grote strategische betekenis voor andere bedrijven in de regio en voor de regionale werkgelegenheid. Binnen dit landschapspark is ruimte voor ontwikkeling van toeristische en recreatieve functies, waarbij de gemeente tevens aanvullend bos- en natuurgebied wens te realiseren ten behoeve van de gewenste landschappelijke versterking. Daarnaast is er in het verleden geconstateerd dat er een verbeterde verbinding wenselijk is vanuit Evertsoord in oostelijke richting, boven Kronenberg langs naar Berghem (route Horst-Sevenum). Gemeentelijke kwaliteits menu In de gemeentelijke structuurvisie is tevens het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) geïmplementeerd, als zijnde het 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu'. Het grondprincipe van het gemeentelijk (en provinciaal) kwaliteitsmenu (GKM) is, dat bepaalde ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, wat dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Dit geldt zowel binnen als buiten de ‘rode contouren’. De kwaliteitsbijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit en leefbaarheid te versterken.

Het doel is dat per saldo daarmee de kwaliteit toeneemt. Het plangebied is hierin aangeduid als Park De Peelbergen e.o., waarbij de bestaande bosgebieden zijn aangeduid als 'bos- en natuurgebieden' en de overige gronden als 'recreatief –agrarisch gebied'.

bestemmingsplan Grandorse

31

Uitsnede gebiedsindeling gemeentelijk kwaliteitsmenu, globale situering plangebied paars gemarkeerd Nieuwvestiging van intensieve veehouderijbedrijven wordt niet toegestaan, maar binnen het recreatief-agrarisch gebied geldt voor nieuwvestiging van grondgebonden agrarische bedrijven een voorwaardelijke grondhouding ('nee, tenzij'), waarbij voor de nieuwvestiging naast landschappelijke maatregelen ten behoeve van een goede inpassing op basis van een inpassingsplan en realisering van voorzieningen voor de afkoppeling van hemelwater tevens verdergaande kwaliteitsverbeterende maatregelen worden vereist in de vorm van aanleg van natuur of landschap. De landschappelijke inpassing en kwaliteitsbijdrage zijn in hoge mate maatwerk. De aard, grootte en vorm van de ontwikkeling, tezamen met de waarden van de omgeving, zijn hierin leidend. Dit geldt tevens voor uitbreiding van solitaire niet-agrarische bedrijven. Voor overige (gebouwde) functies geldt een meedenkende grondhouding ('ja, mits'), waarbij sprake is van maatwerk, waarbij een kwalitatieve benadering uitgangspunt is. Voor vestiging van commerciële voorzieningen is naast een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing een aanvullende kwaliteitsbijdrage vereist. De hoogte en vorm van de bijdrage betreft maatwerk. Voor gebiedseigen recreatie en toerisme geldt een positieve grondhouding ('ja').

Ten behoeve van de voorgestane gebiedsontwikkeling is een ruimtelijk – landschappelijk kader opgesteld, de 'Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen'. Hierin wordt de realisatie van een landschappelijk casco in het gebied voorgesteld. Dit is nader uitgewerkt in het salderingsplan, dat als Bijlage 7 is opgenomen bij dit bestemmingsplan. De uitvoering is nader geborgd in een salderingsovereenkomst tussen de provincie en de gemeente, die als Bijlage 8 is opgenomen bij dit bestemmingsplan. De gemeente draagt zorg voor de realisatie van de hierin opgenomen nieuwe natuur- en landschapselementen, waarmee een landschappelijk casco in het gebied ontstaat, waarbij de afzonderlijke bedrijfslocaties landschappelijk zijn ingepast. De financiering komt mede voort uit de opbrengsten van de kavelverkoop. Bij vestiging van een bedrijf in het gebied is de vereiste kwaliteitsbijdrage reeds verwerkt in de kavelprijs.

Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 - Koersdocument Momenteel heeft de gemeente een Omgevingsvisie in voorbereiding. Het opstellen van een omgevingsvisie (als

32

bestemmingsplan Grandorse

opvolger van de structuurvisie) is een verplichting voor elke overheid in het kader van de nieuwe Omgevingswet. In 2024 is hiertoe een Koersdocument opgesteld, waarin de gemeentelijke ambities alsmede zes principes voor ruimtelijke richting zijn opgenomen. Dit Koersdocument zal verder worden uitgewerkt tot een concept Omgevingsvisie, die na een terinzagelegging uiteindelijk door de gemeenteraad vastgesteld zal worden. In het Koersdocument van de nieuwe gemeentelijke omgevingsvisie zijn geen specifieke beleidsuitgangspunten voor Grandorse beschreven. Wel is hierin opgenomen dat grote ontwikkelingen ten aanzien van toerisme dienen te worden geclusterd in de recreatieve as De Peelbergen. Van 23 juni tot 31 augustus 2025 heeft de ontwerpvisie ter ter visie gelegen, waarin eveneens geen specifieke beleidsuitgangspunten voor Grandorse zijn beschreven. 4.4.2 Welstandsnota De gemeente Horst aan de Maas heeft op 20 november 2012 een welstandsnota opgesteld om een welstandstoets te kunnen uitvoeren bij aanvragen om omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. De vereenvoudigde welstandsnota bevat de basisvoorwaarden waaraan bouwvragen op welstandsaspecten getoetst zullen worden. De gemeente onderscheidt twee niveaus van welstand: 'normaal' en 'streng'. Voor het buitengebied geldt overwegend het niveau 'normaal'.

Vergunningaanvragen op basis van dit bestemmingsplan moeten voldoen aan de eisen uit de welstandsnota. Voor het recreatiezoekgebied De Peelbergen gelden specifieke welstandscriteria. Deze zijn opgenomen in de tabel op pagina 23 van de Welstandsnota. Specifieke aandachtspunten daarbij zijn: Eenheid in en samenhang tussen stedenbouwkundige opbouwen en bebouwingskarakteristiek Uitstraling van randen van terrein binnen een landschappelijk kader. Uitstraling van de randen: De situering van de gebouwen dient aan de randen afgestemd te worden op de aangrenzende gebieden en/of het landschap. Eenheid in de stedenbouwkundige/ architectonische karakteristiek: Het samenspel van de bouwmassa’s, kapvormen en richtlijnen dient te worden gerespecteerd. De gevelindelingen en geledingen: De gebouwen zijn doelmatig en mogelijk ook representatief ontworpen. In dit gebied is het integreren van de complexen in het landschap de belangrijkste opgaaf. Uitstraling van de randen: Kleurtoon en materiaalkeuze die een relatie vertonen met de in het landschap overheersende elementen kunnen daaraan bijdragen.

bestemmingsplan Grandorse

33

4.4.3 Visie Peelbergen De gemeenteraad van Horst aan de Maas heeft op 14 juni 2016 de Totaalvisie voor de ontwikkeling van Hippische zone De Peelbergen vastgesteld. De gemeente wenst in dit plangebied de volledige hippische keten ontwikkelingsruimte te bieden. Deze bestaat uit de agrarische vormen van paardenhouderijen, de fokkerijen en de vormen die met name waarde toevoegend werken. Tevens wenst de gemeente ruimte te bieden aan gebruiksgerichte vormen van paardenhouderij met in het verlengde daarvan ruimte en faciliteiten voor de topsport en breedtesport. Om de keten te completeren, is er daarnaast een gebiedsontwikkeling gewenst van andere hippische en hippisch gerelateerde bedrijvigheid, op het gebied van paardenzorg en (sport)medische zorg, bedrijfsmatig, toeristisch en recreatief gebruik dat verbonden is aan de paardensport. Ook is het van belang om ontwikkeling op het gebied van hippische advisering, opleiding, educatie, studie en conferentie te kunnen faciliteren en ruimte te bieden aan detailhandel die ondersteunend is aan de hippische keten. Het gebied moet een eenheid vormen waarbinnen het paard centraal staat. De infrastructuur binnen hippische zone De Peelbergen staat ten dienste van het paard. De accommodaties en voorzieningen zijn onderling verbonden.

De Totaalvisie vormde de basis voor de regeling in onderhavig bestemmingsplan. De Totaalvisie is hierin nader uitgewerkt en zoveel mogelijk doorvertaald met inachtneming van recente inzichten.

34

bestemmingsplan Grandorse

Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden en bestemmingsregeling 5.1

Zone hippische bedrijven

Om nieuwvestiging van hippische bedrijven in het gebied mogelijk te maken zijn de onbebouwde agrarische gronden ten noorden van de Peelstraat voorzien van de bestemming 'Zone hippische bedrijven'. De totale omvang van deze bestemming bedraagt ca. 52 ha. Deze momenteel veelal nog onbebouwde agrarische gronden kunnen worden benut voor de vestiging van maximaal 12 hippische bedrijven. Inmiddels is op de kavel op de hoek van de Travers en de Kulbergweg een eerste hippisch bedrijf gerealiseerd op basis van een verleende omgevingsvergunning. Voor de nieuwvestiging wordt geen onderscheid gemaakt in productie- of gebruiksgerichte bedrijfsactiviteiten, beiden zijn toegestaan. Tevens kunnen een 2-tal maneges worden gerealiseerd. Daarnaast wordt op de kavel ten oosten van het reeds gerealiseerde hippisch bedrijf tevens een hippisch opleidingsinstituut toegestaan. Hier worden aanvullend op de reguliere voorzieningen bij een hippisch accommodatie (zoals rijhallen, paardenstallen, buitenpiste en overige voorzieningen) tevens lesruimten alsmede een appartementencomplex met algemene verblijfsruimten (waaronder een keuken met restaurant en diverse ontspanningsruimten) gerealiseerd voor maximaal 60 leerlingen.

De campus is bedoeld om ruiters/paardenmensen uit de hele wereld op academisch niveau zowel praktisch als theoretisch middels een 2 jarige opleiding op te leiden om een paardenhouderij te kunnen leiden. Via een afwijking kan hier tevens onder voorwaarden vestiging van een hippisch hulpbedrijf worden toegestaan (maximaal 2 in het plangebied). Dit betreft een aan de hippische sport verwant bedrijf dat zich richt op het leveren van diensten en goederen aan hippische bedrijven. De vestigingslocaties variëren in omvang, de uit te geven bouwpercelen bedragen 2,5 tot circa 6,5 ha. Het terrein mag in beginsel naar eigen wens ingericht worden, mits passend binnen de gestelde randvoorwaarden in verband met enkele milieu aspecten (bv. spuitzones en een geluidzone). De bebouwing en verharding mag verspreid over het perceel gerealiseerd worden, binnen het uit te geven bouwperceel geldt een maximaal bebouwingspercentage van 30% voor de rode (bebouwing) en grijze (verharding en voorzieningen) functies. Op dit bebouwingspercentage wordt een uitzondering gemaakt voor bouwpercelen, die kleiner zijn dan 3 ha. Ter plaatse wordt een bebouwd en verhard oppervlak van maximaal 1 ha toegestaan. Daarnaast geldt voor de kavel ter plaatse van de campus, dat op het westelijk gedeelte geen bebouwing en dichte afrastering wordt toegestaan, als gevolg van de nabijheid van een dassenburcht.

In Bijlage 1 bij de regels is een overzicht opgenomen van voorzieningen die al dan niet binnen de 30% regeling passen. Voorzieningen zoals, paddocks, onoverdekte stapmolens en longeercirkels, springweiden etc behoeven niet te worden meegerekend binnen de 30% bebouwingspercentage. Dit geldt tevens voor buitenpistes (tot maximaal 5.000 m2 ) alsmede een galoppeerbaan (met een maximale breedte van 5 meter) die eveneens zijn toegestaan, buiten het bebouwd oppervlak. Voor alle locaties geldt tevens dat minimaal 35% van het perceel een groene aankleding dient te krijgen. De landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting in de juridische regeling van dit bestemmingsplan geborgd. Alle bedrijven mogen bij recht 1 bedrijfswoning oprichten. Via afwijking kan onder voorwaarden ook een 2e bedrijfswoning worden toe gestaan. Huisvesting van internationale werknemers is niet toegestaan. Dit geldt echter niet voor eventuele longstay-appartementen en gastenverblijven. Per bedrijf mogen bij recht maximaal 15 longstay- appartementen worden gerealiseerd met een totale oppervlakte van 55 m2 per appartement ten behoeve van de huisvesting van grooms, stagiaires, en/of buitenlandse ruiters die binnen het betreffende

bestemmingsplan Grandorse

35

hippisch bedrijf paarden verzorgen / trainen. Ook voor het verblijf van gasten respectievelijk klanten wiens aanwezigheid noodzakelijk is ten behoeve van de handel in paarden danwel ten behoeve van het bezoeken van een evenement mogen deze verblijfsvoorzieningen worden gerealiseerd en gebruikt. Via afwijking kan eventuele uitbreiding van de oppervlakte en/of het aantal appartementen mogelijk worden gemaakt, indien de noodzaak hiertoe voor een doelmatig agrarisch gebruik van het hippisch bedrijf ter plaatse wordt aangetoond door bv. een bedrijfsplan. Voor de oprichting van bovenstaande verblijfsvoorzieningen (nieuwe bedrijfswoningen, longstayappartementen danwel gastenverblijven) gelden wel enkele randvoorwaarden. Gelet op de nabijheid van de Midden Peelweg mogen in het kader van geluidshinder alleen woningen worden gebouwd indien voor de geluidbelasting vanwege de weg kan worden voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van de Wet geluidhinder (48 dB). Dit is in de regels nader geborgd via een koppeling met de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding 'geluidzone – weg'. Daarnaast is in het kader van de milieuzonering binnen 50 meter van het bestaande loonbedrijf met mestverwerking aan de Kulbergweg 8 realisering van een woning niet toegestaan.

Dit geldt zowel voor permanent wonen (bijvoorbeeld een bedrijfswoning) als voor tijdelijke woonvormen (zoals bv longstayappartementen, gastenverblijven, etc). Dit is in de regels nader geborgd via een koppeling met de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding 'milieuzone – gevoelige functies uitgesloten'. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - driftzone' kunnen, vanwege de situering nabij agrarische gronden waar gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan, uitsluitend na verlening van een omgevingsvergunning nieuwe driftgevoelige functies (waaronder bedrijfswoningen, long stay appartementen, maar ook tuinen) worden toegestaan. Tenslotte dient ter voorkoming van geurhinder een nieuwe bedrijfswoning, longstay-appartement of overige gastenverblijven op minimaal 25 meter afstand van een naburige hippische bedrijf te worden gesitueerd. Dit is als zodanig in de juridische regeling van het bestemmingsplan opgenomen en is daarnaast via een aanpassing van de gemeentelijke geurverordening ( 8 oktober 2024) nader geborgd. In verband met de stikstofregelgeving geldt er een maximum aantal te houden paarden in het gehele gebied. Dit maximum is direct afhankelijk van de beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte op basis van stikstofrechten in de ingestelde depositiebank.

Hiertoe is in het bestemmingsplan een stikstofregeling opgenomen, die middels strijdig gebruiksbepalingen bij ruimtelijke ontwikkelingen geen toename van ammoniakemissie toestaat, die leidt tot een grotere stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden dan beschikbaar is in de ingestelde depositiebank.

In de directe nabijheid van buisleidingen mogen geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (waaronder woningen) worden opgericht. Dit is als zodanig in de juridische regeling van het bestemmingsplan opgenomen via een koppeling met de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding 'veiligheidszone leiding'. Dit is feitelijk alleen van toepassing op de noordoostelijke hoek van de meest noordwestelijk gelegen kavel.

5.2

Sport – Hippisch sportcomplex

5.2.1 Stallencomplex Ten behoeve van de gewenste realisering van een permanent stallencomplex voor maximaal 485 paarden zijn de gronden ten noordwesten van het PEC complex (ca. 9 ha) voorzien van de bestemming 'Sport – Hippisch sportcomplex'. Ter plaatse worden binnen het hiertoe opgenomen bouwvlak wedstrijdboxen alsmede bijbehorende voorzieningen gerealiseerd (zoals longeervoorzieningen en paddocks, maar ook sanitaire voorzieningen en keukenvoorzieningen voor de grooms).

36

bestemmingsplan Grandorse

5.2.2 PEC Ten behoeve van mogelijk toekomstige uitbreiding van de huidige accommodatie van het PEC is het bestaande bouwvlak in zuidwestelijke richting uitgebreid. Bovendien worden op het uit te breiden terrein stapmolens en andere permanente voorzieningen gerealiseerd om jaarrond als oefen- en trainingsfaciliteiten te kunnen dienen. Tenslotte vindt uitbreiding van het parkeerterrein en aanleg van erfverhardingen plaats. Voor de juridische regeling is zoveel mogelijk aangesloten bij de geldende regeling van onderstaande, toegestane activiteiten: Hippisch centrum met rijhallen en paardenstallen; Hippische voorzieningen (paddock, longeercirkels, stapmolens, tredmolens, pistes, buitenbakken); Manege/paardenpension; Evenemententerrein ter plaatse van de specifieke aanduiding; Dagrecreatieve voorzieningen; Detailhandel en horeca. 5.2.3 D’n Umswing Ten behoeve van de gerealiseerde renovatie- en uitbreidingsplannen van de bestaande manege aan de Schorfvenweg is een afzonderlijke ruimtelijke procedure gevolgd. De verleende omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan is doorvertaald in de juridische regeling en op de verbeelding. De inmiddels gerealiseerde uitbreidingsplannen betreffen concreet: renovatie van de bestaande accommodatie en uitbreiding van de bestaande rijhal in noordelijke richting met ca. 25 meter.

In totaal hebben de uitbreidingsplannen geleid tot een bebouwingstoename van ca. 850 m2 en daarnaast een toename van erfverharding van ca. 500 m2 ..

Uitsnede toekomstige situatie manege d'n Umswing (Bron: ruimtelijke onderbouwing d'n Umswing dd. 28 05 2018) Hiertoe is het bestaande bouwvlak van de manege in noordelijke richting uitgebreid. Daarnaast is het gehele

bestemmingsplan Grandorse

37

manege terrein voorzien van de bestemming 'Sport - Hippisch sportcomplex' met de nadere aanduiding 'manege'. Daarnaast heeft aansluitend aan de westzijde eveneens een uitbreiding plaatsgevonden van de bestemming 'Sport - Hippisch sportcomplex'. Ter plaatse is voorzien in realisering van een oefenterrein met diverse hippische hindernisvoorzieningen. Ten zuiden van d'n Umswing is tenslotte voorzien in de realisering van een werkschuur (maximaal 2.000 m2 ) ten behoeve van opslag van materialen, alsmede kantine en sanitaire voorzieningen. Hiertoe is een specifieke aanduiding 'specifieke vorm van sport - werkschuur/kantine' op de verbeelding opgenomen. In de directe nabijheid van buisleidingen mogen geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (waaronder woningen) worden opgericht. Dit geldt met name voor de gronden ten zuidoosten van d'n Umswing.

5.3

Gemengd – Hippische boulevard

Ten behoeve van de realisering van een economische zone zijn de gronden ten oosten van het huidige PEC voorzien van de bestemming 'Gemengd – Hippische boulevard'. Ter plaatse zullen binnen een gebied van in totaal 4,5 ha hectare diverse economische bedrijfspercelen worden uitgegeven, waarvan maximaal 30% mag worden bebouwd, minimaal 35% uitsluitend benut mag worden voor landschappelijke groene inpassing en maximaal 35% mag worden benut voor openbare voorzieningen en verhardingen, zoals parkeerplaatsen. Concreet wordt ca. 1,5 ha bebouwd ten behoeve van paard gerelateerde bedrijven / commerciële voorzieningen en verblijfsrecreatieve voorzieningen gerelateerd aan hippische bedrijvigheid, inclusief eventueel inpandige bedrijfswoningen. Hierbij geldt wel als voorwaarde dat de voorgenomen vestiging hippisch gerelateerd is, waarbij het desbetreffende bedrijf zich uitsluitend richt op de hippische bedrijven binnen het plangebied, en/of op de bezoekers van, en deelnemers aan de - binnen het plangebied uit te oefenen – paardensport, waarmee de vestiging locatie-gebonden is. Daarnaast is in de juridische regeling als voorwaardelijke verplichting opgenomen dat binnen 2 jaar na afgifte van de omgevingsvergunning voor bouwen de vereiste landschappelijke inpassing dient te zijn gerealiseerd op basis van een door de gemeente goedgekeurd landschapsplan.

Het zuidelijk gedeelte van het perceel (ca. 1,65 ha) fungeert totdat het gehele terrein ontwikkeld is tevens als overloopgebied voor parkeervoorzieningen ten behoeve van het hippisch sportcomplex en is derhalve voorzien van de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – overloop parkeren'. Daarnaast wordt aan de oostzijde van noord-naar zuid een groene verbinding aangelegd. Inmiddels heeft zich in het gebied reeds 1 bedrijf (ruitersporthandel) gevestigd, op basis van een verleende omgevingsvergunning, die in onderhavig bestemmingsplan is doorvertaald.

5.4

Wedstrijd- / evenemententerrein

Ten behoeve van het faciliteren van de organisatie van regionale, nationale en internationale wedstrijden en overige evenementen is een wedstrijd- en evenemententerrein aangewezen in het gebied en als zodanig met de aanduiding 'evenemententerrein' ook in het bestemmingsplan opgenomen. Dit gebied bevat het gehele PEC terrein alsmede het perceel ten zuiden van de Peelstraat ten oosten van d'n Umswing en heeft een totale omvang van ca. 25 ha. Ter plaatse zijn uitsluitend hippisch gerelateerde sport- en bedrijfsevenementen toegestaan. Daarnaast mag maximaal 6x per jaar een publieksgericht evenement plaats vinden (zoals een festival, concert of culturele viering, maar dit kan ook een niet-hippisch gerelateerde sportwedstrijd zijn zoals een hardloop-, veldrit- of mountainbike wedstrijd), onder de voorwaarde dat het effect van het dit publieksgericht evenement maximaal gelijk is aan het effect van een bedrijfsgerelateerd evenement. In het zuidelijk gelegen bosgebied, aangrenzend aan het evenemententerrein is een eventingroute uitgezet. Hiertoe is de gebiedsaanduiding 'overige zone – eventingroute' op de verbeelding opgenomen. Ter plaatse zijn de gronden mede bestemd voor routegebonden dagrecreatieve activiteiten ten behoeve van de hippische sport, in de vorm van eventingwedstrijden. Per jaar zijn ter plaatse maximaal 12 eventing-wedstrijden

38

bestemmingsplan Grandorse

toegestaan. Tenslotte is de inmiddels met een omgevingsvergunning reeds gerealiseerde brug over de Peelstraat voorzien van een planologische-juridische regeling binnen onderhavig bestemmingsplan, zie ook paragraaf 5.8 van deze toelichting, Het aantal te verwachten bezoekers voor de evenementen wordt op basis van huidige bezoekersaantallen geschat op 110.000 tot 175.000 bezoekers per jaar (inclusief deelnemers). Deze schatting is gebaseerd op de volgende aannamen: Wekelijks wedstrijden met gemiddeld 350 bezoekers (inclusief deelnemers) per dag (maximaal 20.000 bezoekers per jaar); Maximaal 18 internationale meerdaagse wedstrijden per jaar met gemiddeld 1.000 tot 2.000 bezoekers per dag (maximaal 90.000 bezoekers per jaar); Maximaal 2 grootschaligere hippische evenementen met gemiddeld 10.000 bezoekers per dag (maximaal 40.000 bezoekers per jaar); In de juridische regeling zijn in aansluiting op het gemeentelijk evenementenbeleid nadere randvoorwaarden opgenomen om eventuele overlast voor de omgeving (in het kader van met name eventuele geluidshinder en/of verkeers- en parkeeroverlast) zoveel mogelijk te voorkomen. Zo mag het maximaal bezoekersaantal niet meer dan 10.000 bezoekers per dag bedragen, om onder meer eventuele verkeersoverlast te voorkomen. Daarnaast mag het totale jaarlijkse bezoekersaantal (inclusief deelnemers aan wedstrijden) niet meer bedragen dan 175.000.

Voor evenementen (> 1.000 bezoekers per dag) is overigens tevens een evenementenvergunning noodzakelijk. Voor het kunnen faciliteren van de wedstrijden/ evenementen is tevens uitbreiding van het huidige parkeerterrein noodzakelijk. Voor een evenement met 10.000 bezoekers per dag zijn conform het uitgevoerde verkeersonderzoek, Bijlage 18, circa 4.200 parkeerplaatsen nodig. Hiertoe wordt het bestaande parkeerterrein bij het PEC in westelijke richting uitgebreid. Daarnaast worden extra (overloop) parkeervoorzieningen gerealiseerd voor bezoekers. Dit betreft allereerst (tijdelijk) een gebied van 1,5 ha ten zuiden van de hippische boulevard. Daarnaast kunnen na realisering van het stallencomplex de gronden ter plaatse van de tijdelijke stalvoorzieningen (1,5 ha) benut worden voor overloop parkeervoorzieningen. Tenslotte worden ook twee agrarisch percelen (4,3 ha) respectievelijk (3.1 ha) ten zuidwesten van de eventingroute ingericht om te kunnen worden benut als overloop parkeerterrein met per perceel ruimte voor nog eens 1.250 tot 1.500 parkeerplaatsen. Het voornemen om 1 à 2 keer per jaar binnen het plangebied wedstrijden en evenementen te houden met meer dan 10.000 bezoekers per dag wordt niet mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan; ook niet via een wijzigingsbevoegdheid. Hiervoor moet dus een 'buitenplanse' vergunning aangevraagd worden.

Via deze weg kunnen door de gemeente conform het lokale evenementenbeleid specifieke voorschriften worden voorgeschreven en randvoorwaarden worden opgenomen met betrekking tot onder andere de verkeersregulering, maar ook andere aspecten zoals geluid. Er zal dan onder meer gebruik dienen te worden gemaakt van verkeersregelaars en andere maatregelen op het gebied van verkeers- en parkeermanagement ten behoeven van de verkeersafwikkeling, waarbij zonodig ook nadere afstemming noodzakelijk is eventuele piekbelastingen van omliggende verkeersaantrekkende activiteiten.

5.5

Agrarisch met waarden

Het gebied ten zuiden van de Peelstraat, ten oosten van het evenemententerrein, lokaal bekend als 'de Mair'. betreft een historisch open agrarisch perceel, grenzend aan bospercelen van de Heesberg. Hier worden vooralsnog geen ontwikkelingen voorzien. De gronden zijn derhalve voorzien van de geldende bestemming 'Agrarisch met waarden' alwaar regulier agrarisch grondgebruik is toegestaan, maar verder geen bebouwing of voorzieningen mogen worden gerealiseerd. Dit geldt ook voor enkele percelen in het noordwesten van het plangebied, ten zuiden van de Kulbergweg

bestemmingsplan Grandorse

39

Twee recent aangekochte agrarisch percelen ten zuidwesten van de eventingroute (ca. 4,3 ha respectievelijk 3,1 ha)) zijn en blijven in gebruik als landbouwgrond, maar kunnen incidenteel ook worden benut als overloopgebied voor parkeervoorzieningen en zijn derhalve voorzien van de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – overloop parkeren'. Met de eigenaar / gebruiker van het zuidwestelijk overloopparkeerterrein (grenzend aan het uitbreidingsplan van Toverland) is overeengekomen dat op betreffende gronden het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan, voor zover deze zijn gelegen op minder dan 50 meter afstand van driftgevoelige functies. Betreffende gronden zijn op de verbeelding voorzien van de aanduiding 'milieuzone – spuitvrije zone'.

5.6

Bos

Dit betreft het bestaande bosgebied de Heesberg, waarbinnen de eventingroute is gerealiseerd. Betreffende gronden zijn voorzien zijn van een specifieke aanduiding, zie hiervoor verder paragraaf 5.4. Naast de bescherming van natuurwaarden vormt in dit gebied recreatief medegebruik een belangrijke nevenfunctie en kan tevens houtproductie worden toegestaan.

5.7

Natuur

De bestaande bos- en natuurgebieden zijn conform bestemd als 'Natuur'. Deze gronden maken onderdeel uit van het NNN en de Goudgroene natuurzone en worden overeenkomstig beschermd. Daarnaast betreft dit ook de gronden, die worden ingezet ten behoeve van landschapsontwikkeling en de noodzakelijke natuurontwikkeling. Hiertoe worden op basis van het salderingsplan bestaande landschapselementen met elkaar verbonden en versterkt, zodat een robuuste groenstructuur ontstaat als ruimtelijke casco voor de overige ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Ten behoeve van de bescherming en instandhouding van de ten oosten van de hippische zone aangelegde grondwal is deze wal expliciet op de verbeelding opgenomen met de aanduiding 'overige zone - wal' en voorzien van een instandhoudingsregeling. Tenslotte zijn de gronden direct ten oosten van de N277 tevens voorzien van de aanduiding 'waterberging' aangezien deze gronden tevens zullen worden benut voor realisering van een waterbergingsvoorziening voor het gebied.

5.8

Verkeer

Bestaande wegen zijn conform opgenomen en voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast is ten behoeve van de verkeersveiligheid de realisering van een brug over de Peelstraat mogelijk gemaakt ter plaatse van de aanduiding 'brug', conform de reeds verleende omgevingsvergunning. Met deze inmiddels gerealiseerde brug kan bij evenementen de doorstroming van bezoekers en ruiters op een veilige manier plaats vinden. Daarnaast kan de brug bij menwedstrijden als object/hindernis worden gebruikt.

5.9

Water

De bestaande hoofdwatergangen de Peelloop en de Peel alsmede de Korhoen (gedeeltelijk) zijn voorzien van de bestemming 'Water', waarbij de aangrenzende gronden conform de geldende regeling zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Profiel van vrije ruimte' voor het beheer en onderhoud van de waterloop alsmede de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop door hermeandering en herinrichting van meer natuurvriendelijke oevers. Ter plaatse is oprichting van bouwwerken slechts toegestaan na een positief advies van het waterschap.

40

bestemmingsplan Grandorse

Hoofdstuk 6 6.1

Milieu- en omgevingsaspecten

PlanMER en milieuonderzoeken

Gezien de samenhang van de nieuwe kavels voor paardenhouderijen en uitbreiding van het PEC, de omvang van het plangebied en de mogelijke toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, heeft de gemeente een planMER op laten stellen en een plan-m.e.r.-procedure doorlopen. De m.e.r.-procedure is gestart met een bekendmaking van de m.e.r.-procedure via een openbare kennisgeving door de gemeente (publicatie in de Staatscourant, 9 november 2017). Daaraan gekoppeld heeft de gemeente de wettelijke adviseurs en andere bestuursorganen (zoals de provincie, het waterschap en buurgemeenten) geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER). Ook heeft de gemeente andere betrokkenen de mogelijkheid gegeven tot het geven van een reactie over de inhoud van het op te stellen MER. Ten behoeve van deze consultatie heeft de gemeente een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld en gepubliceerd. Hierop zijn bij de gemeente geen reacties binnengekomen. De aanpak van het milieuonderzoek zoals dat is beschreven in de Notitie reikwijdte en detailniveau is gehanteerd als basis voor het MER. In 2018 is een planMER opgesteld en deze heeft samen met het ontwerp bestemmingsplan van 2018 ter inzage gelegen en is voor toetsing aan de Commissie m.e.r. voorgelegd.

Het planMER van 2018 is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. In dit planMER zijn de mogelijke milieueffecten van de in het bestemmingsplan geboden planologische ruimte in beeld gebracht. Voor de aspecten verkeer, lucht en geluid is een bandbreedte-onderzoek uitgevoerd om de effecten die gekoppeld zijn aan het aantal bezoekers (en de mogelijke variatie daarbinnen) in beeld te brengen. In een voorlopig toetsingsadvies van 3 mei 2018 heeft de Commissie m.e.r. aangegeven dat het MER op een aantal punten nog informatie mist om een besluit te kunnen nemen over het bestemmingsplan waarbij het milieubelang volwaardig kan worden meegewogen. In de periode 2018-2023 hebben vervolgens wijzigingen in het plangebied, in het bestemmingsplan en in weten regelgeving plaatsgevonden. In navolging op het voorlopige toetsingsadvies van 2018 en de wijzigingen in de wet- en regelgeving en het ontwikkelplan is in 2023 een aanvulling op het planMER opgesteld. Deze aanvulling op het MER is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen (in dit rapport is het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. van 2018 opgenomen als bijlage). De aanvulling op het MER van 2023 is ook voor toetsing aan de Commissie m.e.r. voorgelegd. Op 20 februari 2024 heeft de Commissie m.e.r.

een definitief toetsingsadvies uitgebracht over het planMER plus aanvullingen en het nieuwe ontwerp bestemmingsplan. Dit eindadvies van de Commissie m.e.r. is bijgevoegd als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. De Commissie m.e.r. signaleert dat veel onderzoeksinformatie aanwezig is, maar tegelijkertijd nog belangrijke informatie ontbreekt. De passende beoordeling voor stikstof en het verkeersonderzoek moeten geactualiseerd en aangevuld worden en er moet een overzicht van de nog uit te voeren natuurcompensatie bijgevoegd worden. Verder wordt geadviseerd om de samenhang met andere ontwikkelingen binnen het gebied De Peelbergen te beschrijven, met name de voorziene uitbreiding van attractiepark Toverland. De Commissie mist verder een overkoepelend overzicht van de milieueffecten van het plan en een publieksvriendelijke samenvatting. De Commissie adviseert op deze onderdelen de informatie aan te vullen en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan. In 2025 is een tweede aanvulling op het planMER opgesteld, waarin de laatste actualisaties, wijzigingen en aanvullingen integraal zijn verwerkt. Hiermee wordt invulling gegeven aan het toetsingsadvies van de commissie m.e.r. Deze tweede aanvulling op het MER is bijgevoegd als Bijlage 4 bij de toelichting van dit bestemmingsplan.

In 2025 is ook een publieksvriendelijke samenvatting van het totale planMER opgesteld. Deze zelfstandig leesbare samenvatting van het MER is bijgevoegd als Bijlage 5 bij de toelichting van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Grandorse

41

Daarnaast is een nieuwe passende beoordeling opgesteld om te beoordelen of met het bestemmingsplan Grandorse de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. De passende beoordeling is bijgevoegd als Bijlage 6 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. In de overige bijlagen (7 t/m 20) bij de toelichting zijn alle thematische onderzoeksrapporten opgenomen die zijn betrokken in de beoordeling van de milieueffecten voor de thema's natuur, verkeer, geluid, luchtkwaliteit, archeologie, bodem en externe veiligheid.

6.2

Natuur en landschap

6.2.1 Wetgeving De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland, 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden en 3. vereenvoudiging van regels. Op basis van deze Europese richtlijnen is Nederland verplicht om beschermde habitats, soorten en hun leefgebieden in stand te houden of te herstellen. Daarvoor worden gebieden aangewezen waar deze soorten en habitats voorkomen. Voor deze aangewezen gebieden, veelal reeds onderdeel uitmakend van het Natuur Netwerk Limburg, geldt een speciaal beschermingsregime. Bij uitbreiding of verandering van activiteiten of bij nieuwe activiteiten in of in de nabijheid van deze gebieden moet er getoetst worden of er significante gevolgen zijn voor de gebieden. De Wet natuurbescherming vormt tevens het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantsoorten. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient tevens onderzocht te worden of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. De wet is bedoeld om soorten te beschermen, niet individuele planten of dieren. Het gaat erom dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt.

Om in beeld te brengen of de voorgenomen ontwikkelingen in strijd zijn met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden is door Bureau Meervelt in 2017 een quickscan uitgevoerd van de gronden in het plangebied. Dit onderzoek richtte zich zowel op de beschermde gebieden als op de beschermde soorten. Vervolgens is in 2021 een update van de quickscan uitgevoerd. Deze geactualiseeerde onderzoeksrapportage is als Bijlage 9 toegevoegd aan de toelichting van dit bestemmingsplan. 6.2.2 Gebiedsbescherming - Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Mariapeel / Deurnesche Peel, dat is gelegen op circa 1.900 meter. De achtergronddepositie in de Deurnsche Peel & Mariapeel varieert tussen ongeveer 1.400 tot 2.500 mol N/ha/jaar en overschrijdt daarmee ruim de kritische depositiewaarde van 500 mol/ha/jaar. Op grotere afstand zijn ook andere beschermde Natura 2000-gebieden gelegen, zoals de Groote Peel (9,5 km), de Maasduinen (13 km), Boschhuizerbergen (13 km), het Leudal (17 km), het Swalmdal (17 km) en Sarsven en de Banen (19 km), zie ook onderstaande figuur.

42

bestemmingsplan Grandorse

Overzicht Natura 2000-gebieden binnen 25 km van het plangebied (paars gemarkeerd) Deze gebieden maken onderdeel uit van een Europees natuurnetwerk. Om de Europese biodiversiteit te behouden en te herstellen wordt gestreefd naar de ontwikkeling van dit netwerk van beschermde natuurgebieden, Natura 2000. Op basis van Europese richtlijnen is Nederland verplicht om beschermde habitats, soorten en hun leefgebieden in stand te houden of te herstellen. Daarvoor worden gebieden aangewezen waar deze soorten en habitats voorkomen. Voor deze aangewezen gebieden, geldt een speciaal beschermingsregime. Bij uitbreiding of verandering van activiteiten of bij nieuwe activiteiten in of in de nabijheid van deze gebieden moet er getoetst worden of er significante gevolgen zijn voor de gebieden. In het kader van dit plan betreffen dit met name de aspecten verstoring door geluid, verdroging, optische verstoring en stikstofdepositie (verzuring en vermesting). Voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het noodzakelijk dat kan worden uitgesloten dat de geboden planologische mogelijkheden kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze natuurgebieden.

Effecten als verstoring of verdroging op Natura 2000-gebieden kunnen vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de aard en omvang van het voornemen, de ligging van de locatie en situering ten opzichte van de provinciale weg N277 op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Dit geldt niet voor effecten die samenhangen met de stikstofdepositie. Vooral effecten t.g.v. emissie van ammoniak van paarden op Natura 2000-gebieden kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Doordat het voornemen ruimte biedt voor nieuwvestiging (en stalling) van paarden zijn significant (negatieve) effecten op de beschermde, kwetsbare en voor stikstof overbelaste Natura 2000-gebieden vanwege een toename stikstofdepositie als gevolg van emissies van de paarden niet op voorhand en zonder mitigerende maatregelen uit te sluiten. De toename van stikstofdepositie door extra verkeersemissies is slechts beperkt t.o.v. de totale effecten t.g.v. de toename van de ammoniakemissies. Omdat er geen sprake is van bestaande paardenbedrijven zijn er geen mogelijkheden om de effecten van extra

bestemmingsplan Grandorse

43

paarden te mitigeren door aanpassing van stalsystemen van bestaande paardenhouderijen (intern salderen). Om toch te borgen dat realisering van het planvoornemen niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie op de nabij gelegen stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden zal gebruik worden gemaakt van een opgerichte depositiebank op basis van de op 1 december 2020 door Gedeputeerde Staten vastgestelde 'Beleidsregels depositiebank de Peelbergen', in aanvulling op de eerder vastgestelde 'Beleidsregels intern en extern salderen in Limburg, december 2019'. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden om de toename aan stikstofuitstoot te salderen met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning. Met behulp van deze depositiebank kunnen op basis van externe saldering de aangekochte stikstofrechten van recent gestopte veehouderijbedrijven worden benut voor andere activiteiten. Hiermee kan worden gegarandeerd dat de totale stikstofdepositie afneemt. Initiatieven in het kader van de gebiedsontwikkeling Grandorse kunnen bij de vergunningverlening gebruik maken van de in de depositiebank opgenomen stikstofrechten. Inmiddels zijn met zeven veehouderijbedrijven vergaande afspraken gemaakt, waarmee de depositiebank reeds voor een aanzienlijk deel is gevuld.

De ammoniakemissie van deze 7 saldogevers (de depositieruimte voor het bestemmingsplan Grandorse) is in totaal circa 28,6 ton NH3/jaar, de maximale depositie van deze 7 saldogevers (zonder afroming) is 21,85 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel. Zonder externe saldering zijn negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. In de planregels van het bestemmingsplan is daarom een stikstofregeling opgenomen, waarbij een relatie is gelegd met de beschikbare stikstofdepostieruimte voor het bestemmingsplan. De bijbehorende AERIUS-berekening met de emissie- en depositie van deze 7 saldogevers is opgenomen in Bijlage 2 van de regels. Ruimtelijke ontwikkelingen ten behoeve van het houden van paarden, het organiseren van evenementen en bijbehorende verkeersbewegingen, die leiden tot een toename van de ammoniakemissie (m.n. het houden van paarden) ten opzichte van de feitelijke legaal vergunde situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan, zijn uitsluitend toegestaan, indien de ammoniakemissie en stikstofdepositie t.g.v. dit gebruik voldoet aan de hiertoe gestelde regels.

Hiermee wordt geborgd dat een toename van de stikstofdepositie bij nieuwvestiging of uitbreiding van stikstofbronnen (zoals hippische bedrijven) past binnen de beschikbare depositieruimte van de depositie bank en daarmee niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de voor stikstofgevoelige en overbelaste omliggende Natura 2000-gebieden. Voor een nadere beschouwing en de verschillende actuele stikstofberekeningen (Aerius Calculator) en bijbehorende berekende stikstofdeposities en kaarten wordt verder verwezen naar de Passende beoordeling, zoals opgenomen in Bijlage 6 bij de toelichting. Uit de passende beoordeling volgt de conclusie dat door gebruik te maken van externe saldering met zekerheid kan worden gesteld dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Negatieve effecten ten gevolge van een toename van de stikstofdepositie op voor stikstof overbelaste- en kwetsbare Natura 2000-gebieden kunnen met behulp van externe saldering met zekerheid worden uitgesloten. Dit omdat er sprake is van een overschot aan depositieruimte (de depositiebank moet immers voorzien in dekking van alle delen van de voor stikstof kwetsbare en overbelaste Natura 2000-gebieden) en de gezamenlijke emissie en depositie van de saldogevers per saldo veel groter is dan de gezamenlijke emissies en deposities van de beoogde saldonemers.

Daarnaast wordt bij de vergunningverlening de emissie van de saldogevers met 50% afgeroomd, waardoor per saldo sprake is van een daling van de stikstofdepositie die bijdraagt aan de gewenste vermindering van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en andere natuurgebieden.

44

bestemmingsplan Grandorse

6.2.3 Gebiedsbescherming - Natuur netwerk Limburg Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur en wordt beschermd via het planologisch kader. De Goudgroene natuurzone (in de Omgevingsverordening aangeduid als Natuurnetwerk Limburg) vormt het Limburgse deel van het NNN. Binnen de Goudgroene zone streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Bij ingrepen in een Goudgroene zone is de beleidsregel Natuurcompensatie van toepassing.

Uitsnede Goudgroene, Zilvergroene en Bronsgroene natuurzone (bron: Omgevingsverordening Limburg) De bestaande natuur in het gebied betreft een restant van een voormalig droog heideterrein met plaatselijk stuifzandkoppen. Het gebied (Kronenbergerheide) is na 1945 ontgonnen en bestaat uit dennenbos en pas aangelegde landschapselementen met verschillende soorten loofbomen en struiksoorten. Aandachtssoort hier is de Levendbare hagedis. Met het voornemen vinden ingrepen in de Goudgroene en Zilvergroene natuurzone plaats. De voorgenomen plannen leiden tot aantasting van het huidige natuurnetwerk (Goudgroene natuurzone) van in totaal ca 33 ha. Dit betreft de navolgende ontwikkelingen, zie ook navolgende afbeelding: 1. Kap van bos en vestiging hippisch bedrijf (reeds uitgevoerd) 2. Verbreding Travers/Kulbergweg (reeds uitgevoerd) 3. Aanleg rotonde N277 (reeds uitgevoerd)

bestemmingsplan Grandorse

45

4. Uitbreiding wedstrijd-/evenemententerrein Hippisch sportcomplex. Het resterende deel is te smal om te kunnen functioneren als natuurnetwerk (reeds uitgevoerd). 5. Eventingroute door de Heesberg (reeds uitgevoerd).

Uitsnede natuurnetwerk (donkergroen) met situering ruimtelijke ontwikkelingen / aantastingen gearceerd, de nummers verwijzen naar de bovenbeschreven ontwikkelingen (Bron: Salderingsplan, Bureau Meervelt/Heusschen Copier) Met de voorgenomen ingrepen vindt vernietiging van natuurdoeltypen, aantasting van geomorfologische waarden en aantasting van overige waarden (rust, stilte, donkerte en openheid) in de Goudgroene natuurzone plaats. Aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden in het natuurnetwerk is in beginsel niet toegestaan. Activiteiten met een negatief effect op natuurwaarden kunnen op basis van de 'saldobenadering' alsnog worden toegestaan, als de gecombineerde uitvoering van samenhangende activiteiten, inclusief de vereiste compensatie, leidt tot een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de Goudgroene natuurzone op gebiedsniveau.

Hiertoe kan gedacht worden aan uitbreiding van de Goudgroene natuurzone met als doel het opheffen van versnippering, beheermaatregelen in de Goudgroene natuurzone met als doel (gedeeltelijke) omvorming van dennenbos naar gemengd loofbos en vergroten van de biodiversiteit door het creëren van geleidelijke bosranden met struweel en open plekken, aanplant van vruchtdragende bomen en struiken ter verbetering van het leefgebied van de das, inrichting van (delen van) de Zilvergroene natuurzone met natuur of percelen met agrarisch natuurbeheer en/of het natuurlijker inrichten van de waterlopen. Hiertoe is door Heusschen & Copier in samenwerking met Bureau Meervelt een Salderingsplan opgesteld, dat als Bijlage 7 bij dit bestemmingsplan is gevoegd. Op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie dient in het plangebied in totaal 46,88 ha Goudgroene natuurzone gerealiseerd te worden als gevolg van de aantasting van de bestaande Goudgroene zone alsmede

46

bestemmingsplan Grandorse

een vereiste toeslag. In het plangebied zal hiertoe 34,42 ha aan groen worden aangelegd. Het resterende deel van de vereiste natuurontwikkeling (12,46 ha) zal worden gerealiseerd binnen de plangrens van de zogeheten 'Gedeelde Peel'. Hiervan is de exacte locatie nog niet duidelijk. De totale nog te realiseren nieuwe natuur dient binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te zijn aangelegd.

Uitsnede Goudgroene natuurzone in toekomstige situatie (Bron: Salderingsplan, Bureau Meervelt/Heusschen Copier). De bestaande en te behouden Goudgroene natuurzone is lichtgroen weergegeven. De te vernietigen Goudgroene natuurzone is rood aangegeven. De nieuw toe te voegen Goudgroene natuurzone is donkergroen weergegeven. Op basis van een addendum (d.d. 11 november 2024) heeft een wijziging van het salderingsplan plaats gevonden, waarmee niet kadastraal perceel 441, (blauw gemarkeerd op bovenstaande afbeelding), maar 355 als compensatie perceel (paars gemarkeerd) is opgenomen. Naast de verplichte aanleg van nieuwe natuur van het natuurnetwerk vindt er een extra uitbreiding plaats van percelen met de bestemming natuur in het plangebied. Deze percelen worden ingezet als landschappelijke inpassing in de hippische zone, deel van het zogenoemd landschappelijk casco. Op deze percelen worden brede singels aangeplant die voor diverse soorten mogelijkheden bieden tot verblijf en foerageren (vlinders, (broed)vogels, kleine zoogdieren tot mogelijk ook Das en vleermuizen). Door een steviger aansluiting te maken tussen de zuidelijk gelegen bossen en de golfbaan in het noorden kan een betere verbindende functie ontstaan (voor bijvoorbeeld doelsoort Das) tussen de Heesberg en de Kronenbergerheide.

De nieuw voorgestelde structuur vormt een aaneengesloten gebied vanuit de bossen nabij Toverland tot aan Golfbaan de Golfhorst waar de verbinding robuuster wordt. Langs de Midden Peelweg wordt een zone aangelegd die erop gericht is om de Das op een centrale plek onder de Midden Peelweg te geleiden. Middels dwarsverbindingen die van west naar oost lopen, sluiten deze aan de op de structuur van de Goudgroene natuurzone en vormen deze een fijnmazige structuur van groene elementen die de Goudgroene natuurzone en het landschappelijk netwerk versterken. Voor de exacte inrichting van de nieuwe natuurlijke verbindingen is door de gemeente Horst aan

bestemmingsplan Grandorse

47

de Maas in samenwerking met de Bosgroep Zuid-Nederland een inrichtingsplan gemaakt, dat als bijlage bij het Salderingsplan is opgenomen.

Uitsnede maatregelen kaart dd juni 2024 op basis van kaart inrichtingsplan (Bron: Salderingsplan, Bureau Meervelt/Heusschen Copier) Met realisering van het salderingsplan wordt aan de vereisten van de saldobenadering voor het natuurnetwerk voldaan. De daadwerkelijke uitvoering van het salderingsplan is middels een salderingsovereenkomst tussen provincie en gemeente nader geborgd. Hierin is ook vastgelegd dat realisatie van de compensatie binnen 2 jaar na het onherroepelijk van het bestemmingsplan dient te zijn uitgevoerd. Deze ondertekende overeenkomst (december 2023, incl 1e addendum november 2024) is als Bijlage 8 bij het bestemmingsplan gevoegd. Enkele gronden van het plangebied maken conform de omgevingsverordening Limburg 2014 ook onderdeel uit van de Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone. Door het verlies van ca 8 ha mozaïek landschap dat was aangewezen als Zilvergroene natuurzone als gevolg van nieuwvestiging van hippische bedrijven wordt nog eens 4 ha extra natuur ontwikkeld. Dit betreft een aantal percelen ten noordwesten van de kern Sevenum, direct ten noorden van de Blakterbeek zie onderstaande afbeelding.

48

bestemmingsplan Grandorse

Afbeelding situering compensatie percelen Zilvergroene natuurzone Deze huidige weilanden zullen natuurlijk worden heringericht met kruidenrijk grasland, houtwallen en diverse poelen, zodat een robuustere groene verbinding ontstaat tussen de natte natuurparel Heesbeemd en het Molenbeekdal. Ten behoeve van de natuurontwikkeling zal de huidige agrarische bestemming hier tevens worden gewijzigd in een natuurbestemming. 6.2.4 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantsoorten. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en /of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. De wet is bedoeld om soorten te beschermen, niet individuele planten of dieren. Het gaat erom dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. Te allen tijde geldt dat de algemene zorgplicht van toepassing is. Dit houdt in, dat handelingen die niet noodzakelijk zijn met betrekking tot de voorgenomen ingreep en die nadelig zijn voor de in en om het plangebied voorkomende flora en fauna, achterwege moet blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16080505/3