03c.0 Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Grandorse Gemeente Horst aan de Maas
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Grandorse Gemeente Horst aan de Maas
IDN-nummer:
NL.IMRO.1507.KBGRANDORSE-BP02
Status:
ten behoeve van vaststelling
Datum:
november 2025
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 6 8 9
Aanleiding en doelstelling Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1 2.2 2.3 2.4
11 11 11 12
Algemeen Bestaande ruimtelijke structuur Bestaande functionele structuur Historische ontwikkeling en cultuurhistorie
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
13
Hoofdstuk 4 Beleidskader
19
4.1
Rijksbeleid
19
4.2 4.3 4.4
Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
22 30 30
Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden en bestemmingsregeling
35
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
35 36 38 38 39 40 40 40 40
Zone hippische bedrijven Sport – Hippisch sportcomplex Gemengd – Hippische boulevard Wedstrijd- / evenemententerrein Agrarisch met waarden Bos Natuur Verkeer Water
Hoofdstuk 6 Milieu- en omgevingsaspecten
41
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8
41 42 54 58 65 82 84 84
PlanMER en milieuonderzoeken Natuur en landschap Waterhuishouding Archeologie en cultuurhistorie Overige milieuaspecten Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Duurzaamheid
bestemmingsplan Grandorse
3
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid
85
7.1 7.2
85 85
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid
Hoofdstuk 8 Juridische toelichting
87
8.1 8.2
87 88
Algemene opzet De (dubbel) bestemmingen
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
PlanMER 2018
Bijlage 2
Aanvulling planMER 2023
Bijlage 3
Toetsingsadvies Commissie m.e.r. 2024
Bijlage 4
Tweede aanvulling planMER 2025
Bijlage 5
Samenvatting planMER 2025
Bijlage 6
Passende beoordeling
Bijlage 7
Salderingsplan incl inrichtingsplan
Bijlage 8
Salderingsovereenkomst, incl 1e addendum
Bijlage 9
Quickscan flora en fauna
Bijlage 10
Dassenplan
Bijlage 11
Verkennend archeologisch onderzoek
Bijlage 12
Historisch bodemonderzoek
Bijlage 13
Akoestisch onderzoek
Bijlage 14
Oplegnotitie actualisatie akoestisch onderzoek
Bijlage 15
Onderzoek luchtkwaliteit
Bijlage 16
Externe veiligheid: buisleidingen
Bijlage 17
Externe veiligheid verantwoording groepsrisico
Bijlage 18
Verkeersonderzoek
Bijlage 19
Verkeersonderzoek bestemmingsplan Grandorse 2024
Bijlage 20
Toelichting cumulatieve verkeerseffecten Toverland en Grandorse
4
bestemmingsplan Grandorse
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
De gemeente Horst aan de Maas maakt deel uit van de hippische sportzone in Limburg, die denkbeeldig loopt in de lijn van Horst naar Weert tot in Noord-Brabant. Hier werken gemeenten samen met de paardenbranche, ondernemers, provincie en Limburg Paardensport om de paarden(sport)infrastructuur te versterken en de hippische topsport en breedtesport te faciliteren en te ontwikkelen. Mede naar aanleiding hiervan is in het westelijk deel van het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas de hippische zone Grandorse aangewezen. De gemeente staat hier een gebiedsontwikkeling voor waarbij beoefening en beleving van de paardensport enerzijds, en verdergaande economische ontwikkeling op het gebied van paardensport gerelateerde bedrijvigheid anderzijds, de ruimte krijgen en elkaar versterken. Enige jaren geleden is binnen de hippische zone reeds het Peelbergen Equestrian Centre (PEC; voorheen ECdP: Equestrian Centre de Peelbergen) gerealiseerd in het kader van de verplaatsing van de voormalige manege de Leistert in de voormalige gemeente Leudal, waar regionale, nationale en internationale wedstrijden voor paarden worden georganiseerd. Daarnaast vindt er dagelijkse training van paarden en ruiters plaats. De gemeente wenst de hippische zone rondom het PEC nu verder door te ontwikkelen.
Hiertoe wordt in het gebied ontwikkelingsruimte geboden voor de volledige hippische keten, zoals (nieuw)vestiging en uitbreiding van productie- en gebruiksgerichte paardenhouderijen en realisering van hippisch gerelateerde bedrijvigheid en detailhandel alsmede ruimte voor hippische advisering, opleiding en organisatie van conferenties. Daarnaast wordt ruimte geboden aan oprichting van een permanente paardenstalling en realisering van een hippische evenementenzone ten behoeve van (inter)nationale hippische wedstrijden en evenementen, waardoor alle benodigde voorzieningen en faciliteiten van de hippische sport ter plaatse binnen handbereik zijn. Om de voorgestane verdere ontwikkeling van de hippische zone te kunnen faciliteren wenst de gemeente voor het gebied een separaat bestemmingsplan op te stellen met een samenhangende planologisch-juridische regeling. Omdat het bestemmingsplan moet voorzien in een planologische regeling voor initiatieven waarvan de exacte invulling nog niet bekend is, wil de gemeente een bestemmingsplan opstellen met enige flexibiliteit voor de nadere invulling, binnen de te stellen planologische en milieukaders. Voor de plansystematiek is aangesloten bij de planologische regeling van het (gewijzigd) vastgestelde bestemmingsplan buitengebied dd. 19 december 2017. Voor het bestemmingsplan is een plan-m.e..r-procedure doorlopen.
De resultaten van het onderzoek naar de milieueffecten zijn gebruikt als onderbouwing bij het opstellen van het bestemmingsplan. In 2018 heeft het ontwerp bestemmingsplan reeds ter inzage gelegen. Doordat de Raad van State op 29 mei 2019 de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend heeft verklaard vanwege strijdigheid met de europese habitatrichtlijn kon het bestemmingsplan niet als zodanig worden vastgesteld. Op basis van een inmiddels ingestelde specifieke depositiebank is een nieuwe stikstofregeling opgesteld, waardoor het bestemmingsplan alsnog door de gemeenteraad vastgesteld kan worden. De gemeente hadt besloten in het kader van de zorgvuldigheid in 2023 een aangepast ontwerp bestemmingsplan ter visie te leggen. Alhoewel de toenmalige planopzet niet wezenlijk was gewijzigd waren in het nieuwe ontwerp wel enkele nieuwe ontwikkelingen meegenomen en was de regeling op basis van voortschrijdend inzicht op ondergeschikte onderdelen aangepast. Zo was onder meer de aangelegde eventingroute in het zuidelijk gelegen bosgebied aan het plangebied toegevoegd, was mede naar aanleiding daarvan ook de hiervoor vereiste natuurontwikkeling uitgebreid en aangepast en waren de
bestemmingsplan Grandorse
5
ontwikkelingsmogelijkheden in het plan nader begrensd en ingeperkt op basis van de reëel te verwachten bezoekersaantallen. Bovendien was naar aanleiding van de eerder ingediende zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan (2018) en de reactie van de m.e.r. commissie op de eerdere ontwerp planMER een aanvulling op het MER opgesteld. Het aangepaste ontwerp bestemmingsplan heeft samen met de eerdere ontwerp planMER en de Aanvulling MER eind 2023 opnieuw ter inzage gelegen. Omdat het ontwerp bestemmingsplan voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) ter imzage is gelegd blijft op basis van het overgangsrecht het oude recht (Wet ruimtelijke ordening – Wro) van toepassing op de procedure en de vaststelling van dit plan, totdat het plan onherroepelijk is geworden. Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen (in totaal 5) op het aangepast ontwerp bestemmingsplan uit 2023 is vervolgens nog een nader, uitgebreid verkeersonderzoek uitgevoerd om de samenloop met de ontwikkeling van Toverland beter te kunnen analyseren. Daarnaast is het uitgevoerde onderzoek naar eventuele stikstofeffecten geactualiseerd in lijn met recente jurisprudentie en rekenmodellen in de vorm van een passende beoordeling en is een extra aanvulling MER opgesteld naar aanleiding van het definitieve toetsingsadvies van de m.e.r. commissie.
Dit heeft verder niet geleid tot inhoudelijke aanpassingen van het voornemen. Zie voor de toelichting over de m.e.r.-procedure paragraaf 6.1.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied betreft de hippische zone Grandorse en heeft een globale omvang van ca. 250 ha. De hippische zone ligt in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas, ten westen van de kern Kronenberg en ten oosten van de Midden Peelweg N277 en de kern Evertsoord. Ten noorden van het plangebied bevindt zich golfbaan De Golfhorst, ten zuiden van het plangebied bevindt zich het recreatiepark Toverland.
Situering plangebied Het plangebied omvat naast het reeds gerealiseerde PEC alsmede de zuidwestelijk hiervan gelegen manege d'n Umswing hoofdzakelijk agrarische (onbebouwde) gronden ten noorden van de Peelloop en enkele bestaande bospercelen.
6
bestemmingsplan Grandorse
Dit plangebied is grotendeels gelijk aan het gebied waarvoor de “Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen” (2016) is opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas. De detailbegrenzing is nader afgestemd op de feitelijke eigendomssituatie, de gronden zijn allen in eigendom van gemeente of het PEC. Daarnaast is de reeds gerealiseerde eventingroute in het bosgebied (de Heesberg) ten zuiden van Peelstraat aan het plangebied toegevoegd alsmede een zuidwestelijk hiervan gelegen recent verworden agrarisch perceel dat wordt benut als 'overloop' parkeergelegenheid. Bovendien zijn enkele percelen ten noordwesten van de kern Sevenum aan het plangebied (ten noorden van de Blakterbeek) toegevoegd ter nadere borging van de voorgestane natuurversterking en -ontwikkeling ter plaatse.
Uitsnede luchtfoto met planbegrenzing bovenstaand gehele plangebied onderstaand ingezoomd op het ontwikkelingsgebied
bestemmingsplan Grandorse
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
Onderhavig plangebied maakt in zijn geheel onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas', dat op 19 december 2017 door de gemeenteraad gewijzigd is vastgesteld en gedeeltelijk herzien door het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020' die op 8 september 2020 is vastgesteld. Het bestemmingsplan buitengebied betreft een conserverend plan, waarbij voor de planologische regeling is uitgegaan van de bestaande regelingen, zoals opgenomen in onder andere het bestemmingsplan 'Park “de Peelbergen” (2006), het wijzigingsplan Manege de Peelbergen (2012) en de verleende omgevingsvergunningen met afwijking bestemmingsplan (2014). De onbebouwde agrarische gronden van de planlocatie zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden'. De als agrarisch bestemde gronden zijn onder meer bestemd voor agrarisch grondgebruik en grondgebonden agrarische bedrijven. De bestaande bos- en natuurgebieden zijn overeenkomstig bestemd als 'Bos' respectievelijk 'Natuur'. Het bestaande PEC en manege d'n Umswing zijn bestemd als 'Sport' met de nadere aanduidingen 'hippisch centrum' respectievelijk 'manege'. Een gedeelte van de gronden ten westen van het PEC is tevens voorzien van
8
bestemmingsplan Grandorse
de aanduiding 'parkeerterrein' respectievelijk 'evenemententerrein'. Het bestaande evenemententerrein ten zuiden van de Peelstraat is bestemd als 'Recreatie-dagrecreatie'. Daarnaast geldt voor delen van het gebied de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3, 4 respectievelijk 6'. Hier geldt voor meer ingrijpende cq. grootschalige bodemingrepen dat vooraf een nader onderzoek is vereist. Het gehele plangebied, met uitzondering van het noordwestelijk deelgebied is voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone - peelbossen'. Ter plaatse zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden, betreffende besloten bosgebied en hoge natuurwaarden met waardevolle droge en natte delen voor flora, bos- en moerasvogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën. Daarnaast zijn ter bescherming van de natuur- en landschapswaarden voor de gronden die onderdeel uitmaken van de natuurzones overeenkomstig het provinciaal beleid de dubbelbestemmingen 'Waarde – zone goudgroene natuurzone', 'Waarde – zone zilvergroene natuurzone' respectievelijk 'Waarde – zone bronsgroene natuurzone' van toepassing.
De gronden in het zuidoosten zijn middels de aanduiding 'overige zone - uitlooproutes evenemententerrein' mede bestemd voor routegebonden dagrecreatieve activiteiten ten behoeve van de hippische sport. De gronden ten noordwesten van de kern Sevenum zijn middels de aanduiding 'milieuzone - hydrologisch beschermingszone' mede aangewezen voor het hydrologisch beschermen van de naburige verdrogingsgevoelige natuurgebieden. Daarnaast is voor het plangebied het bestemmingsplan 'Parapluplan internationale werknemers Horst aan de Maas 2021' van kracht. Dit bestemmingsplan ziet toe op een planologisch-juridische regeling voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Een dergelijke regeling is niet in onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Sinds 22 april 2025 geldt bovendien een voorbereidingsbesluit, dat vooruitlopend op nieuw gemeentelijk beleid hieromtrent voorlopig de huisvesting van internationale werknemers tegengaat. Dit besluit is via toevoeging van specifieke gebruiksregels in dit bestemmingsplan doorvertaald. Voor de voorgestane ontwikkelingen van de hippische zone Grandorse (waaronder nieuwvestiging van diverse hippische bedrijven, alsmede oprichting van een stallencomplex) is een herziening van de geldende planologische regeling noodzakelijk. Voor een 4 - tal specifieke locaties binnen het plangebied is eerder reeds een omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan verleend.
Dit betreft navolgende locaties: - Travers ong. (vastgesteld 23 augustus 2018; nieuwvestiging hippisch bedrijf aan de Travers, ong); - Schorfvenweg 3 (vastgesteld 30 augustus 2018; uitbreiding bestaande accommodatie d'n Umswing; - Travers 10 (vastgesteld 6 december 2018; nieuwvestiging ruitersportwinkel aan de Travers 10); - Peelstraat ong. (vastgesteld 15 augustus 2019; realisering Equiduct Peelstraat); De verleende omgevingsvergunningen voor de desbetreffende ontwikkelingen zijn in onderhavig bestemmingsplan ook doorvertaald en voorzien van een adequate juridisch-planologische regeling.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. Onderhavig document omvat de toelichting van het bestemmingsplan om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze toelichting is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied opgenomen, voor wat betreft de ruimtelijke en
bestemmingsplan Grandorse
9
functionele structuur. Hoofdstuk 3 bevat de beschrijving van het planvoornemen, inclusief de voorgenomen landschappelijke inpassing en natuurontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het voornemen getoetst aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleidskader. In hoofdstuk 5 wordt de bestemmingsregeling nader toegelicht. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten van de milieueffectrapportage beschreven, waarin de mogelijke effecten van het planvoornemen op de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod komen. Hoofstuk 7 bevat een motivering van de uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 geeft de juridische toelichting op het plan weer. De rapporten en adviezen inzake de milieueffectrapportage zijn bijgevoegd als bijlage 1 t/m 6 bij dit bestemmingsplan. De rapportages van de overige uitgevoerde milieuonderzoeken zijn opgenomen als bijlage 7 t/m 20.
10
bestemmingsplan Grandorse
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Algemeen
De planlocatie bestaat uit een gebied van circa 250 ha omvang met grote agrarische eenheden, afgewisseld met grotere boseenheden, gelegen tussen Evertsoord in het westen en Kronenberg in het oosten. De provinciale weg N277 (de Midden Peelweg) vormt een heldere begrenzing van het plangebied aan de westzijde. De andere begrenzingen zijn minder scherp bepaald. De noordelijke grens bestaat globaal uit het golfterrein de Golfhorst. Zuidelijk van de planlocatie ligt het attractiepark Toverland. Centraal in het gebied ligt het PEC en ten zuiden daarvan manege d'n Umswing aan de Schorfvenweg met het huidige evenemententerrein, waar meerdere verenigingen ten behoeve van de ruitersport gebruik van maken.
2.2
Bestaande ruimtelijke structuur
De ruimtelijke structuur van het plangebied is vrij grootschalig en bestaat uit robuuste landschappelijke eenheden. Karakteristiek voor het zandgrondenlandschap is de rationele gebiedsindeling, met open blokverkavelingen en een robuuste boszone. Hierbij kan in het plangebied een nader onderscheid worden gemaakt in meer besloten agrarische gronden rondom bestaande bos-/natuurgebieden ('Kronenbergerheide') ten zuiden van de Kulbergweg en de overige meer open gesitueerde gronden ten noorden van de Kulbergweg. In het zuiden is het bestaand bosgebied 'de Heesberg' gelegen. Door het midden van het plangebied loopt de (gekanaliseerde) Peelloop. Oostelijk van het plangebied ligt het meer fijnmazige landschap van de oude akkercomplexen, westelijk – rond Evertsoord – het open hoogveenontginningenlandschap.
2.3
Bestaande functionele structuur
Het agrarisch gebruik in het gebied is grondgebonden; akkerbouw en weidebouw geven het gebied een gemengd karakter. Het plangebied is uitgezonderd het PEC en d'n Umswing, nagenoeg onbebouwd. Het Peelbergen Equestrian Centre is een hippische accommodatie voor de regionale, nationale en internationale paardensport. Het centrum voorziet in beginsel in de behoefte aan opleiding van sportpaarden, een ontmoetingscentrum voor handel in sportpaarden en het organiseren van internationale wedstrijden en dagelijkse training van paarden en ruiters. Hiervoor heeft het PEC de beschikking over 3 rijhallen / binnenpistes met centraal gelegen voorzieningen, 4 buitenpistes / buitenbakken, een derbyterrein, stallingsruimte en parkeerplaatsen. Ten zuiden van de Peelstraat bevindt zich aan de Schorfvenweg een bestaande manege (d'n Umswing) van Hippische Vereniging Bucephalus. Deze manege beschikt over een eigen rijhal, twee buitenbakken en een bijbehorend, parkeerterrein. Aansluitend aan de manege bevindt zich een circa 10 ha groot evenementen terrein. Op basis van reeds verleende omgevingsvergunningen vooruitlopend op het bestemmingsplan zijn inmiddels aan de Travers tevens een hippisch bedrijf en ruitersportwinkel gerealiseerd. Direct grenzend aan de planlocatie bevindt zich in het noorden een mestverwerkingsbedrijf (Kulbergweg 8).
Ten zuidwesten bevindt zich een bestaand agrarisch bedrijf (Schorfvenweg 6). Ten oosten bevindt zich aan de Peelstraat een bebouwingscluster met lintbebouwing bestaande uit enkele burgerwoningen, een 3-tal agrarische bedrijven, waaronder 1 intensieve veehouderij (Peelstraat 48) en een loodgieter- en installatiebedrijf (Peelstraat 54). Natuur De natuurwaarden in het gebied zijn met name gerelateerd aan de grotere landschappelijke eenheden. Naast het bestaande bosgebied 'de Heesberg' in het zuiden betreffen het met name enkele bestaande bospercelen in
bestemmingsplan Grandorse
11
het middengedeelte, ten noorden en westen van het PEC alsmede de bos- en natuurgebieden in het zuiden van de planlocatie aansluitend aan de Heesberg en het Aardsbroek. Infrastructuur Het plangebied wordt regionaal ontsloten via de provinciale weg N277. De Peelstraat dient als gebiedsontsluiting en vormt de verbinding tussen Evertsoord, Kronenberg en de provinciale weg. De overige wegen in het gebied hebben een zeer lokale functie en dienen vooral ter ontsluiting van de aanliggende percelen. Het betreft de Kulbergweg en de Travers in het noordelijk deel en de Schorfvenweg en Meerweg in het zuidelijk deel. In het gebied zijn enkele recreatieve routes uitgezet over de wegen en zandbanen.
2.4
Historische ontwikkeling en cultuurhistorie
Het plangebied is gelegen op het oostelijk deel van de Peelhorst en maakt onderdeel uit van het dekzandontginningslandschap. Gedurende de laatste ijstijd is hier een dik pakket zand afgezet. Vervolgens zijn hier in de warmere perioden beken ontstaan, die door erosie lager in het landschap liggen. De beekdalen lopen overwegend van oost naar west. Langs de beken zijn nederzettingen ontstaan. De lage gronden werden gebruikt als weide, de hogere gronden als bouwland. Op plaatsen waar het regenwater niet kon worden afgevoerd, ontstond laagveen dat later overging in hoogveen. Door ontwatering, ontginning en afgraving zijn aanzienlijke delen van dit vroegere veenlandschap grotendeels verdwenen (Peelrestanten), waardoor het onderliggende zwak golvende dekzandlandschap met hier en daar een hogere dekzandrug, weer aan het oppervlak ligt. De gronden van het plangebied betreffen oorspronkelijke heidegronden, die pas in het begin van de 20e eeuw in ontwikkeling zijn genomen. Het betrof armere gronden, die pas met behulp van kunstmest ook in cultuur konden worden gebracht. De schaapsdriften op de heide werden hiertoe rechtgetrokken, waarvoor soms 'dijken' aangelegd moesten worden. Langs deze dijken woonden de eerste ontginners in plaggenhutten, die later zijn omgezet in stenen boerderijen van het Brabantse langgeveltype.
In het kader van werkverschaffingsprojecten uit de jaren '30 zijn de overgebleven heidevelden en stukjes veen ontgonnen. Sommige heidevelden werden door plaggensteken ten behoeve van de bemesting van bouwland zodanig verarmd dat stuifgronden ontstonden. De stuifgronden zijn in de vorige eeuw ingeplant met bos (dit betreft onder andere de Schadijkse bossen, Steegberg en Schatberg). In het kader van de ruilverkaveling is in de jaren '60 de Midden Peelweg vanuit Zeeland en de Rips via IJsselstein verder naar het zuiden doorgetrokken tot aan Kessel. Deze weg vormt de grens tussen de veenontginningen in het westen en heide-ontginningen ten oosten van de weg.
12
bestemmingsplan Grandorse
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
Inleiding Nederland is wereldleider in de hippische topsport en fokkerij, tevens is het opleidings- en trainingsniveau zeer hoog. Dit vormt een ideaal vestigingsklimaat voor de internationale paardenhouderij. Gemeente Horst aan de Maas heeft een centrale ligging in het gebied van Brussel – Eindhoven – Aken, dat wordt beschouwd als het centrum voor hippische topsport en fokkerij binnen Europa. De regio beschikt van oudsher vanuit de burgers en agrarische bedrijven over hippische dna. Nu het huidige PEC-complex is gerealiseerd dient de hippische zone erom heen verder ontwikkeld te worden, waarin gebiedsontwikkeling van de paardensport centraal staat. Ter plaatse dienen alle benodigde voorzieningen en faciliteiten op korte afstand van elkaar aanwezig te zijn, zodat de paardensport tot op het hoogste niveau kan worden beoefend. Hierbij wordt gezocht naar een bepaalde kwaliteit en uitstraling met allure. De beoogde doelgroep van gebruikers van de kavels betreft met name (inter)nationaal opererende hippische ondernemers, verbonden aan de wedstrijdsport, die hoge eisen stellen aan de kwaliteit van gebouwen en voorzieningen. Er wordt gestreefd naar een combinatie van kennis, kwaliteit van de paarden, aanwezigheid van de vele trainers, fokkers en handelaren, goede accommodaties en op korte afstand van verschillende internationale wedstrijdaccommodaties.
Deze combinatie tussen wonen, werken, sport, opleiding, kennis en recreatie, allen gericht op de paardensport, is onderscheidend in de (internationale) markt. De gemeente wenst in dit plangebied de volledige hippische keten ontwikkelingsruimte te bieden. Deze bestaat uit de agrarische vormen van paardenhouderijen, de fokkerijen en de vormen die met name waarde-toevoegend werken, zoals de sport- en handelsstallen. Tevens wenst de gemeente ruimte te bieden aan gebruiksgerichte vormen van paardenhouderij met in het verlengde daarvan ruimte en faciliteiten voor de topsport en breedtesport. Om de keten te completeren, is er daarnaast een gebiedsontwikkeling gewenst van andere hippische en hippisch gerelateerde bedrijvigheid, op het gebied van paardenzorg en (sport-)medische zorg, bedrijfsmatig, toeristisch en recreatief gebruik dat verbonden is aan de paardensport. Ook is het van belang om ontwikkeling op het gebied van hippische advisering, opleiding, educatie, studie en conferentie te kunnen faciliteren en ruimte te bieden aan detailhandel die ondersteunend en faciliterend is aan de hippische keten. Voor de gewenste ontwikkeling van Grandorse is eerder in 2016 reeds een toekomstvisie opgesteld, 'Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen', waarin een koers is uitgezet voor de gewenste ontwikkelingen, zie navolgende afbeelding.
bestemmingsplan Grandorse
13
Uitsnede kaart ontwikkelingsvisie De Peelbergen Op basis van deze Totaalvisie heeft de gemeente een (concept) Nota van Uitgangspunten ten behoeve van dit bestemmingsplan opgesteld. In deze nota is tevens een indicatief programma uitgewerkt: uit welke onderdelen kan de beoogde gebiedsontwikkeling bestaan, wat zou de omvang van deze onderdelen kunnen zijn en wat zijn de verwachtingen met betrekking tot bezoekersaantallen. Dit indicatief programma is nader uitgewerkt in het kader van dit bestemmingsplan en MER. Aangezien zowel de Totaalvisie als de Nota van Uitgangspunten voor dit bestemmingsplan Grandorse uitsluitend een mogelijk beeld schetsen van de gewenste c.q. mogelijke ontwikkeling van het gebied, zonder dat er zekerheid bestaat over de initiatieven die met name ondernemers willen ontplooien dient het bestemmingsplan voor een deel globaal en kaderstellend zijn. In het milieuonderzoek op deze onzekerheden, o.a. door bandbreedten m.b.t. invulling en de milieugevolgen te onderzoeken. Naar aanleiding van de resultaten van de in 2018 opgestelde ontwerp planMER en opvolgende 2 aanvullingen zijn in de juridische regeling van onderhavig bestemmingplan de geboden ontwikkelingsmogelijkheden nader ingeperkt om mogelijk negatieve effecten op de omgeving te beperken.
Hiertoe is onder meer een nadere begrenzing opgenomen van het maximaal aantal bezoekers alsmede het maximaal aantal paarden in gebied. Concreet zijn navolgende ontwikkelingen voorzien binnen het plangebied: 1. Nieuwvestiging en ontwikkeling hippische bedrijven Ten noorden van het PEC wordt voorzien in de nieuwvestiging van maximaal 12 hippische bedrijven. Deze locaties kunnen beschikken over: Bedrijfsbebouwing, trainingsfaciliteiten, erfverhardingen e.d.: Bedrijfswoning met bijgebouw, tennisbaan en/of zwembad en de mogelijkheid voor een tweede bedrijfswoning; Verblijven voor verzorgers/leerlingen/ruiters/gasten; Omliggende weiden met voorzieningen zoals galoppeerbaan,
14
bestemmingsplan Grandorse
buitenpisten, paddocks, stapmolens, longeercirkels en schuilgelegenheden voor paarden. Vooruitlopend op de vaststelling van dit bestemmingsplan is aan de Travers op basis van een verleende omgevingsvergunning reeds een eerste hippisch bedrijf gerealiseerd. Het plan biedt dus nog de mogelijkheid voor vestiging van 11 andere hippische bedrijven. 2. Realisering permanent stallencomplex Bij wedstrijden in het PEC wordt momenteel gebruik gemaakt van tijdelijke stalvoorzieningen. Om de hippische zone uit te kunnen laten groeien tot een wedstrijdpodium met internationale allure, waarbij op het hoogste niveau wedstrijden worden georganiseerd dient een permanente stalling met bijbehorende voorzieningen te worden toegevoegd aan de hippische zone. Dit stallencomplex is voorzien ten noordwesten van het huidige PEC-terrein. Realisering van het stallencomplex vormt een verplichte randvoorwaarde voor het kunnen organiseren van internationale wedstrijden. Hiermee wordt het dus gemakkelijker om grote internationale wedstrijden te organiseren in het gebied met een spin-off naar de breedtesport die tevens jaarrond van een meer permanente inrichting gebruik kunnen maken. Vooruitlopend op de vaststelling en het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan wordt voor de realisering van het permanent stallencomplex een afzonderlijke omgevingsvergunning afwijking omgevingsplan aangevraagd. 3.
Hippische boulevard voor ondersteunende hippische bedrijvigheid en dienstverlening Ten oosten van het huidige PEC wordt een economische zone gerealiseerd. De hier te vestigen economische ondersteunende commerciële voorzieningen hebben een directe relatie met de hippische sector. Doelgroepen betreffen (sport-)medische voorzieningen, sectorgebonden hippische detailhandel, advies/opleiding/educatie/studie/conferentie en beroepshalve danwel recreatief verblijf. De te verkopen kavels worden ruim opgezet en omringd door groen, zodat het een kwaliteitsvolle uitstraling krijgt. Daarnaast wordt aan de oostzijde van noord naar zuid een groene verbinding gerealiseerd. Inmiddels heeft reeds 1 bedrijf (ruitersportwinkel) zich daar (middels een omgevingsvergunning) gevestigd. 4. Wedstrijd- en evenemententerrein Ten behoeve van het faciliteren van de organisatie van regionale, nationale en internationale wedstrijden en overige evenementen dient een wedstrijd- en evenemententerrein te worden aangewezen in het gebied. Met name om de breedtesport te faciliteren en om jaarrond oefen- en trainingsfaciliteiten te bieden, is het hiertoe wenselijk in het gebied permanent ingerichte paardensportterreinen in te richten; e.e.a. in aanvulling op de bestaande terreinen van het PEC en d'n Umswing. Binnen het PEC zijn hiertoe een derbyterrein, 3 binnenpistes en 4 buitenpistes gerealiseerd.
In aanvulling daarop is er behoefte aan verbeterde buitenpistes van voldoende afmeting om ook internationale menwedstrijden te kunnen houden. Hiervoor zijn naar aard en omvang voldoende faciliteiten noodzakelijk in de vorm van springhindernissen, dressuurbakken met allweather-bodems, voldoende gedraineerde terreinen en voldoende begaanbare publieksruimten, om grote evenementen weersonafhankelijk te maken. Een gedeelte van deze voorzieningen is op basis van de huidige bestemmingsregeling inmiddels reeds gerealiseerd. Bovendien is het wenselijk een brugelement over de Peelstraat te realiseren, geschikt voor wel en niet aangespannen paarden. Een brug verhoogt de oversteekbaarheid en de verkeersveiligheid. Tevens behoeft hierdoor de Peelweg niet meer (gedeeltelijk) te worden afgesloten bij evenementen en kunnen de terreinen permanent worden ingezet. Hiermee wordt het derbyterrein en het evenemententerrein jaarrond inzetbaar als één groot sport- en evenemententerrein. Dit brugelement is inmiddels vooruitlopend op het bestemmingsplan met een verleende omgevingsvergunning gerealiseerd.
In aanvulling op de in de bestaande situatie reeds als evenemententerrein aangewezen gronden ten zuiden van de Peelstraat, nabij en ten oosten van manege d'n Umswing zijn in dit bestemmingsplan ook de gronden ten noorden van de Peelstraat rondom en ten zuiden van het PEC aangeduid als evenemententerrein. Daarnaast is de hierop aansluitende, onlangs gerealiseerde eventingroute door het bosgebied ten zuiden van het evenemententerrein aan het plangebied van dit bestemmingsplan toegevoegd.
bestemmingsplan Grandorse
15
5. Natuurontwikkeling en aanleg van landschapselementen Met het voornemen wordt binnen het plangebied ook natuurontwikkeling voorgestaan en vergroting van de aantrekkelijkheid van het gebied. Hiertoe is een salderingsplan voor het gehele gebied opgesteld, dat als Bijlage 7 bij dit bestemmingsplan is gevoegd. Dit salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied het Natuurnetwerk per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt, zie ook paragraaf 6.2 Op basis van het landschappelijk kader zoals opgenomen in de eerder opgestelde 'Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen' wordt in het gebied met de aanleg van landschaps- en natuurelementen een landschappelijk casco gerealiseerd. Hiertoe worden extra en robuuste nieuwe natuur- en landschapselementen aangelegd ter verbinding van de bestaande elementen. Daarnaast worden bestaande watergangen heringericht, zodat deze een natuurlijk verloop krijgen. Op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie dient in het plangebied in totaal 46,88 ha nieuwe natuur gerealiseerd te worden als gevolg van de aantasting van de bestaande Goudgroene zone alsmede een vereiste toeslag. In het plangebied zal hiertoe 34,42 ha aan groen worden aangelegd, ten behoeve van de verbinding van bestaande bosgebieden, waardoor een robuuste groenstructuur in noord-zuidelijke richting ontstaat.
Het resterende deel van de vereiste natuurontwikkeling (12,46 ha) zal worden gerealiseerd binnen de plangrens van de zogeheten 'Gedeelde Peel'. Dit betreft een gebiedsontwikkelingsproject in het kader van de gebiedsgerichte aanpak van het peelgebied ten westen van het plangebied, tussen het gebied De Peelbergen en de Mariapeel, waar het primaat is gelegd bij ontwikkeling van natuur, landschap en waterdoelen. Met de voorgenomen natuurontwikkeling ter plaatse kan een oost-west verbinding worden versterkt tussen het peelgebied van de Mariapeel en de natuurgebieden in De Peelbergen. De totale nog te realiseren aanleg van nieuwe natuur dient binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te zijn gerealiseerd. Deze termijn is in de ondertekende overereenkomst met de provincie nader geborgd, zie ook paragraaf 4.2.2 en 6.2.3.
Uitsnede totaalkaart salderingsplan (waarbij de toe te voegen natuurgronden aan de goudgroene natuurzone in
16
bestemmingsplan Grandorse
groen zijn weergegeven, de, bestaande, te behouden gronden in de goudgroen natuurzone lichtgroen zijn aangegeven en de geschrapte gronden uit de goudgroene natuurzone in rood zijn aangegeven (Bron: Salderingsplan Goudgroene natuurzone Grandorse 2022, februari 2023). Op basis van een addendum (d.d. 11 november 2024) heeft een wijziging van het salderingsplan plaats gevonden, waarmee niet kadastraal perceel 441, (blauw gemarkeerd op bovenstaande afbeelding), maar 355 als compensatie perceel (paars gemarkeerd op bovenstaande afbeelding) is opgenomen. Daarnaast wordt vanwege het verlies aan ca 8 ha mozaïek landschap als gevolg van nieuwvestiging van hippische bedrijven die waren aangewezen als zilvergroene natuurzone nog eens 4 ha extra natuur ontwikkeld. Dit betreft een aantal percelen ten noordwesten van de kern Sevenum, direct ten noorden van de Blakterbeek.
Uitsnede compensatie percelen zilvergroene natuurzone Deze huidige weilanden zullen natuurlijk worden heringericht met kruidenrijk grasland, houtwallen en diverse poelen, zodat een robuustere groene verbinding ontstaat tussen de natte natuurparel Heesbeemd en het Molenbeekdal. Bovendien wordt voor iedere ontwikkeling een goede landschappelijke inpassing vereist, passend binnen het landschappelijk casco. Hiervoor is in de regels van dit bestemmingsplan verankerd dat bij nieuwvestiging van een paardenhouderij maximaal 30% van het perceel mag worden bebouwd/verhard en daarnaast maximaal 35% van het perceel mag worden benut voor overige bouwwerken en (onverharde) voorzieningen. Minimaal 35% van het perceel dient groen te worden ingericht. De gemeente Horst aan de Maas maakt aanvullend met eventuele initiatiefnemers ook nadere privaatrechtelijke afspraken in het kader van financiële verplichtingen, realisatie en beheer. Initiatiefnemer draagt zo bij aan het realiseren en versterken van het landschappelijk casco, waarbij de locatie tevens wordt
bestemmingsplan Grandorse
17
ingepast. Daarnaast wordt de bestaande groenstructuur in het gebied versterkt door aanleg van extra groenelementen.
18
bestemmingsplan Grandorse
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking is getreden. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op de geformuleerde 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven wil het Rijk (net als nu) sturen een richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Bij het maken van beleidskeuzes dient uit te worden gegaan van een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Met het voornemen tot uitbreiding en versterking van de hippische zone in het gebied tezamen met de realisering van het bijbehorend salderingsplan wordt bijgedragen aan een toekomstbestendige inrichting van het landelijk gebied alsmede het versterken van de regionale identiteit. Het onderhavige plan is hiermee passend binnen de in de Omgevingsvisie gestelde doelen.
Doordat het ontwerpbestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage heeft gelegen is voor dit bestemmingsplan nog het rijksbeleid van toepassing dat is vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). 4.1.2 Structuurvisie infrastructuur en ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest
bestemmingsplan Grandorse
19
voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Het planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling. Er zijn daarmee niet direct rijksbelangen in het geding met uitzondering van de bescherming van het nationale Natuurnetwerk. Het plangebied overlapt voor een gedeelte met dit Natuurnetwerk. De bestaande bos- en natuurgebieden binnen het plangebied maken hier namelijk onderdeel van uit, zie navolgende figuur.
Uitsnede Natuurnetwerk Nederland
Met de realisering van het voornemen vinden ook enkele ruimtelijke ontwikkelingen in het Natuurnetwerk plaats. Als gevolg van de verplichte aanleg van nieuwe natuur alsmede aanvullende natuur- en landschapsmaatregelen wordt het Natuurnetwerk echter per saldo uitgebreid en kwalitatief verbeterd, zie verder paragraaf 6.2.3. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor dit bestemmingsplan. Het beleid zoals vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft dan ook geen verdere gevolgen voor de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. De nadere planologische bescherming van de bos- en natuurgebieden binnen het Natuurnetwerk vindt plaats in de provinciale Omgevingsverordening, zie verder paragraaf 4.2.2.
20
bestemmingsplan Grandorse
4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd. Het Besluit en de Regeling bevatten regels ter bescherming van de 13 nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn dertien nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen in gemeentelijke bestemmingsplannen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Van de nationale belangen die in de AMvB Ruimte zijn geregeld, is uitsluitend het Natuur netwerk Nederland (voorheen EHS) van toepassing op het plangebied. Met de realisering van het voornemen vinden ook enkele ruimtelijke ontwikkelingen in het Natuurnetwerk plaats.
Als gevolg van de vereiste aanleg van nieuwe natuur alsmede aanvullende natuur- en landschapsmaatregelen wordt het Natuurnetwerk echter per saldo uitgebreid en kwalitatief verbeterd, zie verder paragraaf 6.2.3. Ten aanzien van het NNN heeft het Rijk in de AMvB Ruimte aangegeven dat provincies in haar verordeningen regels moeten stellen ter bescherming van de natuurwaarden van de NNN. De provincie Limburg heeft deze doorvertaling gemaakt in haar Omgevingsverordening Limburg 2014 en Omgevingsverordening Limburg. Deze verordening komt bij het provinciale beleid aan bod, zie paragraaf 4.2.2. Daarnaast bevindt zich op ca. 150 m ten westen van het plangebied het aangewezen 'Reserveringsgebied voor de buisleidingenstraat Delta Rhine Corridor' ('DRC`). Het plangebied maakt zelf geen onderdeel uit van het in het Rarro aangewezen 'voorkeurstracé'. Aangezien nog niet duidelijk is waar de buisleidingenstraat exact gerealiseerd gaat worden kunnen de veiligheidsaspecten die daarmee samenhangen nog niet beoordeeld worden en kan daar met dit voornemen nog geen rekening mee gehouden worden en is dat wettelijk ook niet noodzakelijk. In de kamerbrief van 5 december 2024 is duidelijk geworden dat vooralsnog geen rekening gehouden hoeft te worden met de komst van ammoniakleidingen in de DRC. Daardoor hoeft er ook geen rekening te worden met het daarbij behorende effectgebied.
Andersom zal bij de verdere uitwerking van de plannen voor de aan te leggen buisleidingenstraat wel rekening gehouden moeten worden met de planologische mogelijkheden binnen Grandorse. Onderhavig plangebied is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een ander specifiek nationaal belang heeft aangewezen, met uitzondering van het Natuurnetwerk. De nadere planologische bescherming van de bos- en natuurgebieden binnen het Natuurnetwerk vindt plaats in de provinciale Omgevingsverordening. Het plangebied is niet gelegen binnen het voorkeurstracé van de buisleidingenstraat Delta Rhine Coridor'. Het Barro heeft derhalve geen consequenties voor voorliggend plan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 zijn de regels van Barro vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl is echter nog niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan, omdat het ontwerpbestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage heeft gelegen.
bestemmingsplan Grandorse
21
4.1.4 Bro; motivering duurzame verstedellijking In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder duurzame verstedelijking' opgenomen. Conform deze ladder dient een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling betreft “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.“ De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen.
In dit bestemmingsplan wordt binnen de bestemming 'Gemengd – Hippische boulevard' ruimte geboden aan de ontwikkeling van in totaal 4,5 ha economische bedrijfspercelen, waarvan 1,5 ha bebouwd mag worden. De hippische boulevard vormt onderdeel van het totaal concept van het hippisch centrum. De gronden zijn specifiek bestemd voor hippisch gerelateerde bedrijven en voorzieningen, in de vorm van detailhandelsbedrijven, handelsbedrijven, dienstverlenende bedrijven en sport-medische bedrijven; educatieve en congresfaciliteiten en horecavoorzieningen. Het betreft derhalve specifieke bedrijvigheid, die hippisch gerelateerd is,en waarbij het desbetreffende bedrijf zich uitsluitend richt op de hippische bedrijven binnen het plangebied, en/of op de bezoekers van, en deelnemers aan de - binnen het plangebied uit te oefenen - paardensport. Dit is als zodanig als gebruiksregel in de juridische regeling opgenomen. De vestiging van de voorzieningen is direct verbonden aan de situering van het PEC, waardoor vestiging elders niet mogelijk is voor deze bedrijven. Niet-hippisch gerelateerde bedrijven zoals grootschalige detailhandel, reguliere sportwinkels, een supermarkt en verkooppunten van levensmiddelen zoals slagers, bakkers, groente- en fruitzaken, zijn niet toegestaan.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is door Provinciale Staten van Limburg de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014). Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema's in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: een thematisch deel en een gebiedsgerichtekijk op deze thema's. Het thematische deel gaat gedetailleerd in op de opgaven en ambities voor de verschillende thema´s en beschrijft zaken die voor heel Limburg gelijk zijn. In het gebiedsgerichte deel worden de thema's op hoofdlijnen verbonden aan en vertaald naar de drie gebieden Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. In de visie wordt voor de periode 2021 tot 2030-2050 beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en daarbij de balans zoekt tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. Er zijn een drietal hoofdopgaven beschreven: 1.
Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving:
22
bestemmingsplan Grandorse
2. 3.
a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw- transitie; Klimaatadaptatie en energietransitie.
Binnen het landelijk gebied worden een drietal zones onderscheiden met uiteenlopende opgaven en ruimte voor de ontwikkeling van natuur, water, landschap en land- en tuinbouw, te weten: Natuurnetwerk Limburg (voorheen de goudgroene natuurzone); Groenblauwe mantel (voorheen de zilvergroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone); Buitengebied. De Limburgse natuurgebieden, waaronder ook de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Limburg beslaat circa 53.000 hectaren. Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op veen- en stuifzandgebieden van de hoger gelegen gebieden. Dit netwerk heeft een belangrijke functie voor de biodiversiteit. Het fungeert daarnaast als belangrijke recreatiezone en als drager van de landschappelijke structuur, samen met het cultureel erfgoed. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en plantensoorten door het voldoende robuust maken van het Natuurnetwerk Limburg en door goede overgangen naar de omliggende gebieden te realiseren. Daarnaast is het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving belangrijk.
Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen vormen samen de circa 36.000 hectaren grote Groenblauwe mantel (voorheen de bronsgroene landschapszone en zilvergroene natuurzone) binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Ze hebben vaak een functie als buffer ronden verbindingszones tussen bestaande natuurgebieden. Het beleid is gericht op het faciliteren en ondersteunen van de verbindings- en bufferfunctie voor aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar goede combinatiemogelijkheden zijn voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. In de Groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. Er worden mogelijkheden geboden voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer die bijdragen aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten. In de groenblauwe mantel staat het klimaatadaptief maken van het watersysteem centraal. Er zijn hier kansen voor natuurwaarden en landschapskwaliteit in combinatie met andere functies zoals landbouw en vrijetijdseconomie.
Het Buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo'n 85.000 hectaren groot. De intensieve veehouderij is vooral aanwezig in de gebieden ten westen van de Maas in Noord- en Midden- Limburg. Hier liggen grote transitieopgaven in verband met de problemen rondom onder andere stikstof en fijnstof. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk, niet alleen van landbouw, maar ook voor andere functies waaronder de vrijetijdseconomie. In het gebiedsgerichte deel zijn navolgende belangrijke uitdagingen en opgave voor Noord-Limburg beschreven: Ondernemen & Innoveren (gezond ondernemen en gezonde arbeidsmarkt); Toerisme & Leisure (gezond leven); Vitale en gezonde bewoners en hun leefomgeving; Mobiliteit & Logistiek (gezond verbinden); Energie & Klimaat (gezond leefklimaat).
bestemmingsplan Grandorse
23
Uitsnede regio kaart Noord-Limburg Voor de regio is beschreven en ook aangeduid in bovenstaande figuur dat zich rondom de Midden Peelweg een krachtig toeristisch cluster met dagrecreatieve voorzieningen. In hetzelfde gebied ligt de hippische zone Grandorse, waar internationale, aan paarden gerelateerde economische activiteiten zich sterk ontwikkelen. De bestaande bos- en natuurgebieden maken onderdeel uit van het 'Natuurnetwerk Limburg'. De planologische bescherming van deze gebieden is nader geborgd in de Omgevingsverordening door een 'nee-tenzij'- bescherming. Activiteiten met een negatief effect kunnen uitsluitend op basis van de 'saldobenadering' worden toegestaan. Dit betekent dat een gecombineerde uitvoering van samenhangende
24
bestemmingsplan Grandorse
activiteiten moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de Goudgroene natuurzone op gebiedsniveau. Enkele aangrenzende agrarische gronden zijn onderdeel van de 'Groenblauwe mantel'. Het beleid is hier gericht op het faciliteren en ondersteunen van de verbindings- en bufferfunctie voor aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar goede combinatiemogelijkheden zijn voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies. Er zijn hier kansen voor natuurwaarden en landschapskwaliteit in combinatie met andere functies zoals landbouw en vrijetijdseconomie. Alle overige agrarische gronden in het landelijk gebied zijn onderdeel van het 'Buitengebied'. Dit betreft gronden met veelal een agrarisch karakter. Hier is rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk, niet alleen van landbouw, maar ook voor andere functies waaronder de vrijetijdseconomie. De voorgestane doorontwikkeling van de hippische bedrijvigheid in het gebied is overeenkomstig het geformuleerde beleid voor De Peelbergen. Met de realisering van het bijbehorend salderingsplan wordt bijgedragen aan het verbinden en versterken van de natuurwaarden, zie Bijlage 7.
Het voornemen wordt passend geacht binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg (2014) Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe de regelgeving op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 van toepassing is. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is (net als het POL2014) op 12 december 2014 door Provinciale Staten van Limburg vastgesteld. Middels een erratum en enkele wijzigingsverordeningen is de Omgevingsverordening op onderdelen gewijzigd om enkele technische en redactionele omissies te herstellen alsmede borging van de regionale bestuursafspraken en implementatie van de nieuwe Wet natuurbescherming. Deze wijzigingen zijn allen verwerkt in de geconsolideerde versie van december 2022. Voorliggende ontwikkeling zal moeten voldoen aan de regels in de (geconsolideerde) Omgevingsverordening. Op basis van de omgevingsverordening wordt nieuwvestiging van een intensieve veehouderij niet toegestaan. Voor grondgebonden veehouderij bedrijven alsmede paardenhouderijen geldt dit verbod echter niet. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een specifiek milieubeschermingsgebied. Natuurnetwerk De bestaande boscomplexen zijn opgenomen in het Nationale Natuurnetwerk (NNN) en aangeduid als goudgroene natuurzone.
Dit betreft met name de gronden in het midden gedeelte, ten noorden en direct ten westen van het PEC alsmede de bos- en natuurgebieden in het zuiden en zuidoosten van de planlocatie (Heesberg en Aardsbroek). Ingrepen in deze gebieden zijn uitsluitend toegestaan, indien de gecombineerde uitwerking van onderling samenhangende activiteiten leidt tot een verbetering van de kwaliteit en samenhang van de goudgroene zone op gebiedsniveau (de zogeheten 'saldobenadering').
bestemmingsplan Grandorse
25
Uitsnede Goudgroene natuurzone (bron: Salderingsplan, Bureau Meervelt/Heusschen Copier). Met donkergroen is in bovenstaande afbeelding de Goudgroene natuurzone aangegeven binnen het plangebied (zwart omlijnd). Betreffende gebieden zijn in dit bestemmingsplan veelal conform de bestaande regeling als 'Natuur' bestemd. De locaties waar delen van de Goudgroene natuurzone verdwijnen door ruimtelijke ontwikkelingen zijn in bovenstaande afbeelding orange gearceerd. Dit betreft een hoekperceel aan de Kulbergweg alwaar nieuwvestiging van een paardenhouderij is gerealiseerd. Daarnaast is de Travers is aan de oostzijde verbreed, om de toekomstige verkeersbewegingen goed te kunnen verwerken. Aan de zuidwestzijde is als gevolg van een verkeerskundige herinrichting (aanpassing van de rotonde bij de N-277) ook een herbegrenzing van het natuurnetwerk noodzakelijk. Tenslotte is door de realisering van een eventingroute in het zuidelijk gelegen bosgebied (de Heesberg) ook aldaar geen sprake meer van een Goudgroene natuurzone. Met het voornemen wordt binnen het plangebied ook natuurontwikkeling en versterking voorgestaan. Hiertoe is een salderingsplan voor het gehele gebied opgesteld, dat als Bijlage 7 bij dit bestemmingsplan is gevoegd.
Dit salderingsplan geeft inzicht in hoe in het plangebied het Natuurnetwerk per saldo uitgebreid wordt en kwalitatief verbeterd wordt, zie ook 6.2 Conform de eerder opgestelde 'Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen' wordt een ruimtelijk-landschappelijk casco in het gebied gerealiseerd. Uit het salderingsplan blijkt dat de combinatie van voorgestane ingrepen en activiteiten in het gebied in zijn geheel leidt tot aanleg van 34,42 ha nieuwe natuurgronden binnen het plangebied alsmede aanleg van 12,46 ha nieuwe natuurgronden binnen het gebied van de Gedeelde Peel. Door uitvoering van dit salderingsplan wordt de samenhang tussen de Heesberg en de Kronenbergerheide versterkt. De nieuw voorgestelde structuur vormt een aaneengesloten gebied vanuit de bossen nabij Toverland tot aan Golfbaan de Golfhorst waar de verbinding robuuster wordt. Daarnaast wordt met het salderingsplan de oost-west verbinding tussen het peelgebied van de Mariapeel en de bosgebieden in De Peelbergen versterkt. Dit leidt tot een verbetering van de natuurwaarden in en rond het gebied alsmede verbetering van de samenhang op gebiedsniveau. De daadwerkelijke uitvoering van het
26
bestemmingsplan Grandorse
salderingsplan is middels een salderingsovereenkomst nader geborgd. Deze ondertekende overeenkomst tussen provincie en gemeente is als Bijlage 8 bij het bestemmingsplan gevoegd. Enkele agrarische gronden ten noorden van het PEC, die direct aansluiten aan de Goudgroene natuurzone zijn aangeduid als Zilvergroene zone. Ingrepen in deze zone zijn uitsluitend toegestaan, indien de kernkwaliteiten van het gebied niet negatief worden beïnvloed.
Uitsnede Zilvergroene natuurzone (licht groen gemarkeerd) (bron: Omgevingsverordening Limburg) Ter plaatse van de Zilvergroene natuurzone wordt in het bestemmingsplan op de gronden ten noorden en direct ten zuiden van de Kulbergweg in dit bestemmingsplan geen ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Op de overige als Zilvergroene natuurzone aangeduide gronden voorziet dit plan in de mogelijkheid tot nieuwvestiging van hippische bedrijven. Dit betreft in totaal 3 locaties, met een gezamenlijke omvang van ca 8 ha. Voor bovenstaande ingrepen dient ter plaatse te worden voorzien in compenserende landschappelijke inpassing, waardoor de kernkwaliteiten van het gebied in zijn totaliteit niet worden aangetast. Ten behoeve van het verlies aan in totaal ca 8 ha mozaïek landschap dat was aangewezen als Zilvergroene natuurzone wordt 4 ha natuur ontwikkeld ten noordwesten van de kern Sevenum. Dit betreft een aantal agrarische percelen direct ten noorden van de Blakterbeek. Deze huidige weilanden zullen natuurlijk worden heringericht met kruidenrijk grasland, houtwallen en diverse poelen, zodat een robuustere groene verbinding ontstaat tussen de natte natuurparel Heesbeemd en het Molenbeekdal. Ten behoeve van de natuurontwikkeling zal de huidige agrarische bestemming worden gewijzigd in een natuurbestemming.