03b Woningbehoefteonderzoek Gemeente HadM
Tekst van het document
-3.000
-2.000
-1.000
0
1.000
2.000
3.000
SH GGB VSH GGB Koop GGB SH APP z. lift VSH APP z. lift Koop APP z. lift SH NULT. VSH NULT. Koop NULT.
Woonvoorkeur (Progneff2023)
Invloed trendscenario
Verhuisgedrag (Progneff2023)
Invloed trendscenario
Bron: Progneff2023, WoOn2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur. *Zie onderstaande bijbehorende tabel voor een juiste interpretatie van de figuur.
Tabel 13: Woningbehoefte op hoofdlijnen in periode 2024-2050 in de gemeente Horst aan de Maas, o.b.v. Progneff2023 en trendscenario Woonvoorkeur Basisscenario
Verhuisgedrag
Trendscenario
Basisscenario
Trendscenario
SH GGB
+560
+905
+550
+875
VSH GGB
-190
-160
+735
+890
Koop GGB
-2.935
-1.525
-905
+690
SH APP z. lift
+275
+405
+70
+170
VSH APP z. lift
+50
+65
+60
+75
Koop APP z. lift
+180
+235
-5
+10
SH NULT
+1.685
+1.875
+415
+525
VSH NULT
+430
+460
+265
+295
Koop NULT
+1.235
+1.425
+105
+140
Totaal
+1.285
+3.680
+1.285
+3.680
Totaal – overschot
-1.075
-645
-160
0
Totaal – tekort
+4.415
+5.365
+2.195
+3.675
Bron: Progneff2023, WoOn2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur.
53
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
7.3 Woningbehoefte naar woningtypen en prijssegmenten De woningbehoefte voor de gemeente Horst aan de Maas hebben we verder uitgewerkt naar prijssegmenten. Deze lichten we hieronder per woningtype (grondgebonden, appartement zonder lift en nultreden) uit. Overschotten in grondgebonden segment afhankelijk van bestaande woningvoorraad en verhuisbewegingen In welke prijssegmenten het overschot aan grondgebonden woningen landt, is voor een groot deel afhankelijk van de woningen die op dit moment al in de gemeente staan en door wie deze nu bewoond worden. Op basis van recente woningprijzen resulteert dit met name in een theoretisch overschot in het goedkope koopsegment tot € 280.000. We zien dat relatief veel ouderen op dit moment in deze goedkopere koopwoningen wonen. Wanneer zij in de toekomst een verhuizing maken naar een nultredenwoning, komt dus juist dit woningtype vrij. Dit levert direct meer aanbod op voor starters. Tegelijkertijd blijft de verdeling van het overschot over de prijssegmenten sterk afhankelijk van verdere prijsontwikkelingen. Op basis van de huidige woningprijzen zijn er immers ook overschotten zichtbaar in andere koopsegmenten. Stijgen de woningprijzen, dan zal het overschot aan grondgebonden koopwoningen zich toenemend ook in de hogere prijssegmenten manifesteren.
Figuur 48: Woningbehoefte reguliere grondgebonden woningen in periode 2024-2041 in de gemeente Horst aan de Maas -1.200 -1.000 -800
-600
-400
-200
0
200
400
600
800
GGB huur tot aftop.grens GGB huur aftop. tot DAEB-huurgrens GGB middenhuur GGB dure huur GGB tot € 280.000 GGB € 280.000 tot € 335.000 GGB € 335.000 tot € 390.000 GGB Meer dan € 390.000 Woonwens
Invloed trendscenario
Verhuisgedrag
Invloed trendscenario
Bron: Progneff2023, WoON2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur.
Appartementen zonder lift enkel gewenst in bestaande voorraad en bij transformatieopgaven We zien dat er aan appartementen zonder lift in veel segmenten relatief kleine tekorten ontstaan. Hierbij ontstaan volgens de woonwensen met name tekorten in het sociale huursegment. Appartementen zonder lift komen namelijk vooral in dit segment voor. Met name jongere huishoudens verhuizen naar dit type woning. Zij kunnen de stap naar een grondgebonden sociale huurwoning of koopwoning (nog) niet maken. Voor de nieuwbouwopgave is dit woningtype minder gewenst. Appartementen zonder lift zijn namelijk zeer moeilijk geschikt te maken voor ouderen en sluiten daardoor slecht aan op de vergrijzing die verwacht wordt. Enkel bij renovaties waar de installatie van een lift niet mogelijk is, biedt het toevoegen van appartementen zonder lift mogelijk uitkomst. Voor sommige doelgroepen zonder mobiliteitsbeperkingen (zoals jongere huishoudens) kunnen dit immers wel passende woningen zijn.
54
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 49: Woningbehoefte appartementen zonder lift in periode 2024-2041 in de gemeente Horst aan de Maas -50
0
50
100
150
200
250
300
350
APP z. lift huur tot aftop.grens APP z. lift huur aftop. tot DAEB-huurgrens APP z. lift middenhuur APP z. lift dure huur APP z. lift tot € 280.000 APP z. lift € 280.000 tot € 335.000 APP z. lift € 335.000 tot € 390.000 APP z. lift Meer dan € 390.000 Woonwens
Invloed trendscenario
Verhuisgedrag
Invloed trendscenario
Bron: Progneff2023, WoON2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur.
Zeer uiteenlopende vraag naar nultredenwoningen, daarom divers nieuwbouwaanbod gewenst Ten slotte zien we dat de vraag naar nultredenwoningen sterk uiteenloopt in eigendomssituatie (huur/koop) en in betaalbaarheid. Er ontstaat volgens ons Stec-Doorstroommodel naar alle typen nultredenwoningen een behoefte. Dit komt door de sterke mate van vergrijzing in de gemeente Horst aan de Maas. Wel valt de relatief grote vraag op naar betaalbare woningtypen. We zien dat veel oudere huishoudens een laag inkomen hebben en daardoor de stap naar een sociale huurwoning kunnen maken. Zowel woonwensen als verhuisgedrag laten zien dat ze dit ook zowel wensen als in het verleden hebben gedaan. Een groot deel van deze ouderen woont nu nog in een koopwoning. Doordat vermogen echter niet meetelt in het wel of niet toegewezen krijgen van een sociale huurwoning, wordt de stap van een koopwoning naar een sociale huurwoning vaak gemaakt. Dat heeft ook gevolgen voor de prijssegmenten waar in nieuwbouw behoefte aan is.
55
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 50: Woningbehoefte nultredenwoningen in periode 2024-2041 in de gemeente Horst aan de Maas 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
NULT huur tot aftop.grens NULT huur aftop. tot DAEB-huurgrens NULT middenhuur NULT dure huur NULT tot € 280.000 NULT € 280.000 tot € 335.000 NULT € 335.000 tot € 390.000 NULT Meer dan € 390.000 Woonwens
Invloed trendscenario
Verhuisgedrag
Invloed trendscenario
Bron: Progneff2023, WoON2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur.
7.4 Woningbehoefte ouderenhuisvesting De behoefte aan ouderenhuisvesting is door het Rijk verder gespecificeerd naar drie typen: regulier nultreden, geclusterd wonen 17 en zorggeschikt wonen. In dit onderzoek splitsen we de behoefte vanuit de 65+-doelgroep naar nultredenwoningen (onderdeel van bovenstaande figuur) verder uit naar regulier nultreden en geclusterd wonen op basis van woonwensen. Deze komt niet volledig overeen met de hiervoor genoemde cijfers. Zo kunnen ook jongere huishoudens behoefte hebben aan een nultredenwoning. Zorggeschikt wonen is bedoeld voor huishoudens/personen met een Wlz-indicatie die zwaardere zorg aan huis nodig hebben. Deze behoefte beredeneren we op basis van de verwachte extramuralisering van ouderenzorg. Deze behoefte is daarmee dan ook geen onderdeel van de hiervoor gepresenteerde reguliere woningbehoefte. Ook maakt deze nog geen onderdeel uit van de huidige Progneff2023. Deze dienen dus ‘opgeplust’ te worden bij de eerder getoonde kwantitatieve woningbehoefte. We zien dat de voorkeur voor regulier nultreden of geclusterd wonen sterk afhankelijk is van de mate van mobiliteitsbeperking (afhankelijk van leeftijd) en de bestedingsmogelijkheden (afhankelijk van inkomen) van huishoudens. Tezamen vormt dit de zelfredzaamheid.
Hoe zelfredzamer huishoudens zijn, des te meer genoegen ze nemen met een ouderenwoning onafhankelijk van verdere voorzieningen (geclusterd wonen). Hierdoor is de vraag naar geclusterd wonen vooral geconcentreerd in het sociale huursegment. Volgens Progneff2023 wordt in dit segment een behoefte van circa 330 woningen verwacht tot en met 2040. Ook reguliere nultredenwoningen worden voornamelijk binnen het sociale huursegment gezocht, met een geschatte vraag van circa 385 woningen. In vergelijking met geclusterde woningen is de vraag naar reguliere nultredenwoningen echter groter in hogere prijsklassen, zowel in de huur- als koopsector.
17
Geclusterd wonen voor senioren bestaat in vele vormen en maten. Hedendaagse moderne hofjes zijn populair (zoals de welbekende Knarrenhof), maar geclusterd wonen kan ook als gemeenschappelijk wonen, serviceflat of wonen met een plusconcept worden vormgegeven. In de praktijk is de verscheidenheid groot. Voor de nieuwbouwopgave hanteert het ministerie van BZK en VWS de definitie van tenminste twaalf woningen en een ontmoetingsruimte, bewoond door overwegend ouderen.
56
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 51: Woningbehoefte 65+ aan ouderenhuisvesting* in de gemeente Horst aan de Maas, 2024-2041 0
100
200
Tot aftoppingsgrens
400
385
Aftop. tot lib.grens
275
Lib.grens tot € 1.100
140
500
600
700
800
330 210
95
Meer dan € 1.100
30 30
Tot € 280.000
95
35
€ 280.000 tot € 335.000
100
40
€ 335.000 tot € 390.000
70
25
Meer dan € 390.000
65
25
Zorggeschikt
300
110
Regulier nultreden
Geclusterd
Zorggeschikt
Bron: Progneff2023, WoOn2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). Afgerond op vijftallen. *Het aantal zorggeschikte woningen is een indicatie en zal nog getoetst worden bij zorgpartijen.
7.5 Confrontatie woningbehoefte met plancapaciteit In deze paragraaf confronteren we de door ons berekende woningbehoefte van de gemeente Horst aan de Maas met de al bestaande plannen voor nieuwbouw. Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van de provinciale planlijst. Dit doen we zowel kwantitatief als kwalitatief. Zo analyseren we hoe de huidige plannen in Horst aan de Maas zich verhouden tot waar behoefte aan is. Dit geeft ook inzicht in waar bijsturing wenselijk is en op welke punten de gemeente al op schema ligt om aan de woonvraag van de toekomst te voldoen. Kwantitatief voldoende plannen, hard maken van plannen heeft prioriteit We zien dat er in de gemeente Horst aan de Maas op dit moment plannen zijn voor het toevoegen van 1.561 woningen (inclusief plannen voor sloop), waarvan 1.450 woningen gepland zijn voor 2031. Dit is vergelijkbaar met de netto woningbehoefte tot en met 2030 van 1.500 reguliere woningen (exclusief zorggeschikt) volgens het trendscenario. Op dit moment zijn 481 van de geplande woningen tot en met 2030 opgenomen in onherroepelijke plannen (harde plancapaciteit). Daarmee ligt er in de periode tot en met 2030 met name prioriteit in het ‘hard’ maken van bestaande woningplannen. Voor de periode daarna zijn er nog onvoldoende plannen om te voorzien in de kwantitatieve woningbehoefte.
Zo bedraagt de netto woningbehoefte tot en met 2040 in totaal 2.905 woningen in het trendscenario.
57
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 52: Kwantitatieve confrontatie plancapaciteit met de netto woningbehoefte o.b.v. het trendscenario in de gemeente Horst aan de Maas, 2024-2041 0
Plancapaciteit
500
481
Netto woningbehoefte
1.000
1.500
969
6
2.000
2.500
3.000
3.500
105
1.500
1.405
Hard (t/m 2030)
Zacht (t/m 2030)
Hard (vanaf 2031)
Zacht (vanaf 2031)
Woningbehoefte t/m 2030
Woningbehoefte 2031 t/m 2040
Bron: Progneff2023, WoOn2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021), Plancapaciteit provincie Limburg (augustus 2024). Bewerking Stec Groep (2025). Afgerond op vijftallen.
Onttrekking aan woningvoorraad weinig geregistreerd, maar wel belangrijk richting waarmaken behoefte In de huidige planlijst zijn ook plannen voor de sloop/onttrekking van woningen opgenomen. In totaal bedraagt het aantal te slopen woningen in plannen op dit moment (peildatum: 31 december 2024) 82 woningen t/m 2030. We schatten in dat dit in ieder geval een onderschatting is van het totaal te slopen woningen tot en met 2040 op basis van het aantal gesloopte woningen in de gemeente in de afgelopen vijf jaar. Op basis van CBS-cijfers zien we dat er in de periode 2020 tot en met 2024 in totaal 151 woningen aan de voorraad zijn onttrokken (dit betreft zowel functiewijzigingen als daadwerkelijke fysieke sloop). Dat zijn ongeveer dertig woningen per jaar. Als deze lijn zich doorzet in de periode 2025 tot en met 2030, zou dit leiden tot een onttrekking van 180 woningen en in de periode 2025 tot en met 2040 tot een onttrekking van 480 woningen. Ook voor toevoegingen aan de voorraad geldt overigens dat deze niet altijd goed in de planvoorraad geregistreerd hoeven te zijn. Het is daarom belangrijk goed te monitoren hoeveel woningen ook daadwerkelijk toegevoegd of onttrokken worden aan de voorraad. Enkel dan kan bijgehouden worden of in de kwantitatieve woningbehoefte wordt voorzien.
Figuur 53: Onttrokken woningen aan woningvoorraad gemeente Horst aan de Maas, 2020 – 2024 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
44 38 28 23 18
2020
2021
2022
Onttrokken aan woningvoorraad Bron: CBS (2024, cijfers 2020-2024). Bewerking Stec Groep (2024).
2023
2024 Gemiddeld
58
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Plancapaciteit sluit qua verdeling goed aan op behoefte, vraag naar sociale huur nog groter De huidige plancapaciteit van de gemeente Horst aan de Maas sluit voor de periode tot en met 2030 qua verdeling redelijk aan op de woningbehoefte. Wel zien we dat met name de behoefte aan sociale huur groter is dan op dit moment in de plannen zit. Dit komt met name doordat de woningvoorraad van Horst aan de Maas op dit moment nog uit relatief weinig sociale huurwoningen bestaat, terwijl dit wel een woningtype is waar relatief veel starters en ouderen behoefte aan hebben.
Figuur 54: Confrontatie plancapaciteit met kwalitatieve woningbehoefte (gemiddelde van woonwensen en verhuisgedrag) 0
200
400
85
Middenhuur 25
1000
1400
1.150
185
275
135
Dure koop
1200
130
Betaalbare koop
Huur - prijs onbekend
800
395
Sociale huur
Dure huur
600
225
85 20
390
Koop - prijs onbekend Eigendom en prijs onbekend
150
Plancapaciteit
Woningbehoefte t/m 2030
Bron: Progneff2023, WoOn2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021), Plancapaciteit provincie Limburg (augustus 2024). Bewerking Stec Groep (2025). Afgerond op vijftallen.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
59
8. Aandachtsgroepen In dit hoofdstuk richten we ons op de aandachtsgroepen in het volkshuisvestingsbeleid. Deze aandachtsgroepen zijn gedefinieerd in het landelijke programma ‘Een thuis voor iedereen’. Deze aandachtsgroepen kunnen vaak moeilijk zelfstandig een woonruimte vinden. Naast dat zij hulp nodig hebben bij het vinden van huisvesting, hebben zij ook vaak behoefte aan zorg en/of ondersteuning. Aandachtsgroepen verdringen elkaar op dit moment op de woningmarkt, gezien het beperkte aanbod aan betaalbare woningen. Ook concurreren zij met reguliere woningzoekenden. Om ervoor te zorgen dat woonruimten voldoende beschikbaar komen voor deze aandachtsgroepen, dient een deel van de aandachtsgroepen met urgentie een woning toegewezen te krijgen. Om te weten of er voldoende passende woningen zijn, is het nodig dat in beeld gebracht wordt hoe deze aandachtsgroepen gedefinieerd kunnen worden, wat de omvang van deze doelgroep is en wat voor kwalitatieve woonbehoeften zij hebben. Hierna staan we hier per aandachtsgroep bij stil. De woonbehoeften zijn nadrukkelijk geen extra opgave voor de gemeente Horst aan de Maas, maar betreffen juist een invulling hiervan. Een deel van de benoemde woningbehoefte (met name sociale huur) dient geschikt te zijn voor de hieronder benoemde aandachtsgroepen.
8.1 Overzicht aandachtsgroepen Verdieping op aandachtsgroepen met specifieke en urgente woonwensen In dit hoofdstuk lopen we alle aandachtsgroepen in volkshuisvestingsbeleid na. We staan stil bij de definitie die voor deze aandachtsgroepen opgenomen is in het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv). Op basis daarvan geven we kwantitatieve inzichten die we op basis van CBS Microdata onderzocht hebben en benoemen we kwalitatieve woonwensen die we onder andere via gesprekken met zorg- en ondersteuningspartijen hebben uitgevraagd. Hieronder geven we een overzicht van alle aandachtsgroepen. We splitsen de aandachtsgroepen uit in ouderen, aandachtsgroepen met primair een woon-zorgvraag en aandachtsgroepen met primair een huisvestingsvraag. De aandachtsgroep ‘ouderen’ hebben we in voorgaande hoofdstukken al behandeld. Hier gaan we in dit hoofdstuk dus niet nader op in. Verder geldt voor een deel van deze aandachtsgroepen (urgentiecategorieën) dat zij verplicht voorrang dient te ontvangen op een sociale huurwoning, wanneer zij op zoek is naar reguliere woonruimte. In het overzicht hieronder benoemen we of de aandachtsgroep daarvoor in aanmerking komt. Daarnaast geven we aan of de aandachtsgroep in dit onderzoek verder onderzocht is.
Indien dit het geval is, geven we (indien mogelijk) ook een indicatie van de omvang van deze aandachtsgroep op de reguliere woningmarkt. Indien een aandachtsgroep zich niet op de reguliere woningmarkt begeeft (bijvoorbeeld instellingsbewoners), nemen we hen in deze cijfers niet mee. Om die reden zijn enkele aandachtsgroepen enkel omschreven als zij uitstromen uit een instelling.
60
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Tabel 14: Overzichtstabel aandachtsgroepen* in de gemeente Horst aan de Maas naar urgentie en omvang Aandachtsgroep Subgroep
Woon-zorgvraag
Huisvestingsvraag
Urgentie Onderzocht Wvrv? in dit onderzoek?
Indicatie omvang aandachtsgroep
Woningzoekende mantelzorgers
Ja
Nee
Onvoldoende data voor indicatie omvang
Woningzoekende mantelzorgontvangers
Ja
Nee
Onvoldoende data voor indicatie omvang
Uitstroom GGZ
Ja
Ja
45 p/j
Uitstroom Wmo
Ja
Ja
**
Uitstroom jeugdzorg
Ja
Ja
< 10 p/j
Uitstroom forensische zorg
Ja
Nee
(Dreigend) daklozen
Ja
Nee
Huiselijk geweld
Ja
Nee
Slachtoffers mensenhandel
Ja
Nee
Uitstroom (jeugd)detentie
Ja
Ja
Stoppende sekswerkers
Ja
Nee
Statushouders
Nee
Ja
75
Oekraïense vluchtelingen
Nee
Ja
245
Arbeidsmigranten
Nee
Ja
510 (1.905***)
Studenten
Nee
Ja
55
Woonwagenbewoners
Nee
Nee, eigen inventarisatie
Eigen inventarisatie noodzakelijk
< 10 p/j
Bron: Stec Groep (2025). *Enkel referentiepersonen van huishoudens meegerekend, aangezien dit aantal het meest aansluit op de woonbehoefte die de aandachtsgroep oplevert. **Cijfers via CBS Microdata/Monitor huisvesting aandachtsgroepen en de regionale cijfers komen tot ver uiteenlopende aantallen. ***Ingeschat aantal woonachtige arbeidsmigranten volgens onderzoek Decisio (2024), verschil in definitie tussen CBS en Decisio leidt tot aanzienlijke verschillen. Dit is verder toegelicht in 8.5.
8.2 Urgentiecategorieën Een deel van de aandachtsgroepen die een woning zoekt, dient verplicht als urgentiecategorie opgenomen te worden in de urgentieverordening die in elke gemeente moet gelden. Hierboven hebben we al weergeven welke aandachtsgroepen daartoe behoren. Personen die tot een urgentiecategorie behoren, krijgen deze urgente status vanwege hun kwetsbare positie op de woningmarkt. Vaak zijn zij woningzoekend, omdat ze uit willen stromen uit een instelling waar zij zorg en/of ondersteuning ontvangen hebben, of bijvoorbeeld om juridische redenen moesten verblijven. Een uitzondering daarop vormen woningzoekende mantelzorgontvangers en -verleners. Zij zijn urgent woningzoekend om de nodige mantelzorg te kunnen blijven ontvangen/verlenen. Definiëring urgent woningzoekende vastgelegd in urgentieverordening Om goed te kunnen toetsen of een woningzoekende aan de criteria van een van deze urgentiecategorieën voldoet, is een scherpe definitie per urgentiecategorie noodzakelijk. Dit is vastgelegd in de
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
61
urgentieverordening en gebaseerd op de definities die in het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting worden gesteld. Dit betreft bijvoorbeeld eisen aan waar de woningzoekende op het moment van zoeken woont. Zo dient er vaak sprake te zijn van uitstroom uit een instelling of opvanglocatie. Ook andere eisen kunnen gesteld worden; uitstromers uit detentie gelden bijvoorbeeld enkel als urgent woningzoekende wanneer zij minimaal drie maanden in een instelling hebben verbleven en mantelzorgverleners moeten minimaal al drie voorafgaande maanden acht uur per week mantelzorg verleend hebben. De precieze definities per urgentiecategorie hebben we opgenomen in bijlage B. Regionale afspraken noodzakelijk voor evenwichtige verdeling aandachtsgroepen In dit onderzoek is gebruik gemaakt van bestaande data over aandachtsgroepen via CBS Microdata en een uitvraag bij de gemeente. Voor de huisvesting van urgentiecategorieën (waaronder die nu via bestaande data nog niet in beeld zijn) zijn echter ook regionale afspraken noodzakelijk om te komen tot een evenwichtige verdeling. Ook is het gewenst dat op regionaal niveau voor bijvoorbeeld Beschermd wonen en (Maatschappelijke) opvang nog beter inzicht wordt verkregen in de huidige verdeling van woonzorglocaties en uitstroommogelijkheden.
Onvoldoende data bekend om gegronde inschatting te kunnen maken van omvang woningzoekende mantelzorgontvangers- en verleners, maar wel toename verwacht door vergrijzing en extramuralisering Voor woningzoekende mantelzorgontvangers en -verleners (zie bijlage zijn onvoldoende data beschikbaar. Dit komt doordat dit vaak ongeregistreerde zorg betreft. Via de landelijke gezondheidsenquête is wel uitgevraagd aan respondenten of zij mantelzorg verlenen. Daarbij zijn ook de verwachte intensiteit en duur van de mantelzorg bevraagd. Daarmee valt echter geen uitsluitsel te geven over de urgente woningvraag van de mantelzorgontvanger en -verlener. Niet iedereen die mantelzorg ontvangt of verleent voldoet aan de urgentie-eisen die gesteld worden aan woningzoekende mantelzorgontvangers of -verleners. Zo moet er sprake te zijn van langdurige en hoge intensiteit van mantelzorg. In de conceptregeling voor de Wet versterking regie volkshuisvesting staat onder meer dat: • De mantelzorg in de drie maanden voorafgaande aan het moment van de aanvraag ten minste acht uur per week is verleend of ontvangen. • De mantelzorgsituatie naar verwachting nog minstens één jaar zal voortduren. • De relatie tussen de mantelzorgverlener en ontvanger gebaseerd zijn op familiebanden of langdurige sociale omgang.
• Het betrekken van een woonruimte in de woningmarktregio de meest passende manier is om ervoor te zorgen dan de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen, • De mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger op minimaal vijf kilometer afstand van elkaar wonen of een gemiddelde reistijd heeft van een half uur. • De mantelzorgverlener of -ontvanger (afhankelijk van wie verhuist) op basis van zijn of haar inkomen in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. We verwachten wel dat de omvang van deze urgentiecategorie de komende jaren zal toenemen door de vergrijzing in de gemeente Horst aan de Maas en de daarmee gepaard gaande toename van de zorgvraag. Ook de extramuralisering van bijvoorbeeld Beschermd wonen (naar Beschermd Thuis) of Wlz zal hierbij een rol spelen. Uitstroom uit intramurale GGZ, Wmo, Jeugdzorg en detentie wel via CBS Microdata bekend, stromen zijn klein Data over vier van de urgentiecategorieën zijn wel via CBS Microdata bekend. Dit betreft uitstromers uit GGZ-instellingen, intramurale WMO, jeugdzorginstelling of justitiële inrichtingen. Uitstromers uit intramurale GGZ betreffen personen die zijn uitgestroomd uit een instelling, uitsluitend bekostigd vanuit de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). In 2022 stroomden er in totaal zeventig personen vanuit een dergelijke instelling naar een reguliere woning in Horst aan de Maas.
Van hen waren 45 personen na uitstroom ook de referentiepersoon van het huishouden. Van hen nemen we aan dat zij dus een woonbehoefte hebben opgeleverd.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
62
Uitstromers uit intramurale Wmo betreffen personen die zijn uitgestroomd uit een instelling, uitsluitend bekostigd vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Dit betreft zowel uitstroom vanuit instellingsplekken voor Beschermd wonen als Maatschappelijke omvang. Via CBS Microdata is te zien dat de uitstroom in 2022 vanuit deze locaties zeer beperkt is geweest (minder dan tien). Opvallend genoeg zijn via het Sociaal Domein Noord-Limburg ook cijfers bekend over de uitstroom van personen vanuit BW en MO. Voor de periode november 2023 tot en met oktober 2024 betreft dit in totaal 33 uitstromers uit BW en veertien uitstromers uit MO gezamenlijk in de gemeenten Horst aan de Maas en Venray. Van hen is niet bekend of zij na uitstroom een zelfstandig huishouden zijn gaan vormen en dus een woonbehoefte opgeleverd hebben. Om deze sterke verschillen tussen cijfers op basis van verschillende bronnen kunnen we op dit moment lastig inschatten hoe groot de omvang van deze groep specifiek is. We verwachten dat met name de urgentieregeling die vanaf 1 januari regionaal in werking treedt meer duidelijkheid hierover moet geven. Vanaf dan wordt namelijk per gemeente bij elke aangevraagde urgentie bijgehouden voor welke urgentie/aandachtsgroep deze urgentie wordt aangevraagd.
Uitstromers uit jeugdzorg betreffen personen die zijn uitgestroomd uit een instelling, uitsluitend bekostigd vanuit de Jeugdwet. In 2022 stroomden er vijftien personen vanuit een dergelijke instelling naar een woning in Horst aan de Maas. Meer dan tien van hen waren hierna echter geen hoofd van een huishouden, bijvoorbeeld omdat ze hierna inwonend waren bij ouders/verzorgers. Deze uitstroom levert daarmee een zeer beperkte woonbehoefte op. Uitstromers uit detentie betreffen personen die zijn uitgestroomd uit een justitiële inrichting volgens de registraties van de Dienst Justitiële Inrichtingen naar een reguliere woning. In 2022 stroomden er vanuit een dergelijke instelling in totaal tien personen uit naar een reguliere woning in Horst aan de Maas. Minder dan tien van hen waren ook de referentiepersoon van het huishouden na deze verhuizing. Daarnaast is het de vraag of zij moesten verhuizen naar een andere woning dan waar zij woonden voor hun detentie en bovendien kunnen zij vervolgens ook enkel urgentie krijgen als zij minimaal drie maanden in detentie hebben verbleven. Ook voor dat laatste geldt dat dit minder dan tien personen betreft.
Kleinere en goedkopere sociale huurwoningen meest geschikt voor doelgroep De groep urgente woningzoekenden is divers, maar over het algemeen geldt dat zorgaanbieders zien dat relatief goedkopere en kleinere sociale huurwoningen zeer geschikt kunnen zijn voor veel huishoudens die binnen deze doelgroep vallen. Dit betreft dan woningen die worden aangeboden onder de aftoppingsgrens en met een woninggrootte van circa vijftig tot zestig m2. Deze woningen hoeven vaak niet ingericht te zijn op het gebruik van een rollator of rolstoel. Wel kan het voor een deel van deze doelgroep prettig zijn om geclusterd ambulant te kunnen wonen, mogelijk gekoppeld aan een laagdrempelig inloop steunpunt waar zorg op afgesproken tijden aanwezig kan zijn. Andere mogelijkheden zijn er in het gespikkeld uitstromen (tussen reguliere woningen) uit Beschermd wonen of andere vormen van zorgwoningen. In dat geval wonen regulier wonende huishoudens samen met ontvangers van Beschermd Thuis (vaak uitstromers uit Beschermd wonen) en/ of andere aandachtsgroepen zoals ouderen. Dit zijn zogenaamde doorstroomwoningen, waar personen uit Beschermd wonen tijdelijk, of uiteindelijk permanent, wonen om de uitstroom naar reguliere bewoning te versoepelen. De reguliere bewoners hoeven hier geen begeleiding te bieden, want de zorgbehoevende bewoners hebben deze begeleiding al.
Wel is het fijn als zij als goede buur acteren, die een praatje maken en hen helpen bij alledaagse activiteiten. Wat voor type locatie hierbij past, verschilt sterk per persoon. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de nabijheid van specifieke voorzieningen, familie en vrienden of verblijf in een prikkelarme omgeving. Wonen eerst-principe zorgt voor geschikte huisvesting Op dit moment wordt in de regio Noord- en Midden-Limburg het ‘Wonen eerst’-principe al toegepast. Dit beleid is erop gericht dat daklozen eerst huisvesting wordt aangeboden, waarna vervolgens wordt bepaald of dit geschikt is of dat de stap naar een zorg- of opvanglocatie gemaakt moet worden. Op deze manier wordt de opvanglocatie als tussenstap naar reguliere bewoning vermeden. Ook het aantal daklozen dat
63
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
terecht komt in Beschermd wonen, forensische zorg of op straat slaapt neemt hierdoor af, maar voor een kleine groep is doorstroming naar een Wlz-instelling of Beschermd Wonen nog steeds de beste optie.
8.3 Statushouders In het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting zijn statushouders niet opgenomen als urgentiecategorie. Er geldt op dit moment (al staat deze ter discussie) nog wel een wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Om daaraan te kunnen voldoen biedt voorrang verlenen aan deze aandachtsgroep, door deze op te nemen als categorie in de urgentieregeling, wel uitkomst. Huisvestingsopgave statushouders via taakstelling gemeenten De huisvestingsopgave van statushouders wordt halfjaarlijks per gemeente bepaald. Hiermee is het goed in beeld hoeveel statushouders door een gemeente een woning toebedeeld moeten krijgen. Deze taakstelling is afhankelijk van het aantal personen dat landelijk een verblijfsvergunning ontvangen heeft. Op basis daarvan wordt naar inwoneraantal een verdeling gemaakt over de gemeenten. Het COA helpt om vergunninghouders te verbinden aan de gemeente waar deze een goede inburgeringskans hebben. Hierna hebben gemeenten tien weken de tijd om woonruimte te vinden. Door woningschaarste kan dit echter langer duren. Daarbij bepalen gemeenten zelf welke woning ze aanbieden. Ze doen daarvoor vaak een beroep op corporaties. Op dit moment liggen er plannen om de taakstelling voor de huisvesting van statushouders te laten vervallen voor gemeenten.
Hoe dit precies vorm krijgt en wat dit betekent voor de huisvestingsopgave van deze aandachtsgroep is nu nog niet bekend. Taakstelling statushouders in 2023 en 2024 zeer hoog, in 2025 weer lichte afname Uit de taakstelling in de periode 2022 tot en met de eerste helft van 2025 valt op dat de taakstelling in 2023 bijna verdubbeld was ten opzichte van 2022. Dit heeft zich in 2024 doorgezet. De opgave voor 2025 is echter weer duidelijk lager dan in de twee jaar daarvoor.
Figuur 55: Taakstelling per jaar in de gemeente Horst aan de Maas, 2022 – 2025 95
100 90
88
80 70 60
68 59
50 40 30 20 10 0 2022
2023
2024
2025
Bron: Taakstelling vergunninghouders (2022-2025). Bewerking Stec Groep (2025).
Achterstand in 2025 omgezet in voorsprong op taakstelling De realisatie van het huisvesten van statushouders wordt bijgehouden per gemeente. Hierdoor is per gemeente aan het begin van elk jaar een voor- of achterstand ten opzichte van de taakstelling bekend. We hebben deze voor- of achterstand in beeld gebracht voor de periode 1 januari 2022 tot 1 januari 2025. Hieruit blijkt dat per 1 januari 2025 sprake was van een voorsprong ten opzichte van de taakstelling. Dit is anders dan in de jaren daarvoor, toen er telkens sprake was van een achterstand. Dit komt doordat er in 2024 in Horst aan de Maas een doorstroomvoorziening is geopend. Ondanks deze doorstroomvoorziening
64
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
blijft de druk echter onverminderd groot, doordat statushouders moeten uitstromen naar een reguliere (sociale)huurwoning.
Figuur 56: Gehuisveste statushouders ten opzichte van taakstelling in Horst aan de Maas, 1 jan 2022 – 1 jan 2025 20 10 0 -10 -20 -30 -40 2022
2023
2024
2025
Bron: Taakstelling vergunninghouders (1 jan 2022 – 1 jan 2025). Bewerking Stec Groep (2025).
Eind 2022 75 huishoudens met statushouder als referentiepersoon We kijken in dit onderzoek niet alleen naar de taakstelling van statushouders; ook hun verdere verblijf in de gemeente is relevant. Hiervoor gebruiken we gegevens van CBS Microdata met de peildatum 31 december 2022. Dit geeft ons inzicht in de verblijfsstatus van personen die in Horst aan de Maas wonen. Daaruit blijkt dat er in totaal 245 personen in Horst aan de Maas met een verblijfsstatus wonen en dat 75 van hen de referentiepersoon van een huishouden zijn. Grootte van huishouden verschilt sterk, ook relevant voor huisvestingsopgave We hebben de huishoudens met een statushouder als referentiepersoon ook opgedeeld naar het huishoudenstype en huishoudensgrootte. Daaruit blijk dat dit zeer divers is. In totaal betreft 25% van deze huishoudens een alleenstaande, 13% een tweepersoonshuishouden en 62% een drie- of meerpersoonshuishouden. Ook naar huishoudenstype zien we dit terug. 73% van alle huishoudens met een statushouder als referentiepersoon is een gezin. Zij zullen dus voor een groot deel ook de wens hebben naar een woning met meerdere slaapkamers om alle gezinsleden goed te kunnen laten verblijven. Kleine flexwoningen zijn daarmee niet voor de gehele aandachtsgroep geschikt. Mogelijk dat deze wel vaker ingezet kunnen worden voor de alleenstaande statushouders.
Deze opgave landt op dit moment bijna uitsluitend bij corporaties. Bijna alle huishoudens met een statushouder als referentiepersoon wonen in een corporatiewoning.
8.4 Oekraïense vluchtelingen Eind 2022 290 Oekraïners gevlucht naar de gemeente Horst aan de Maas Via CBS Microdata zien we dat er in 2022 totaal 290 Oekraïners gevlucht zijn naar de gemeente Horst aan de Maas. Zij zijn immers aan het eind van dit jaar geregistreerd als ‘tijdelijk beschermd’. Zij vormen eind 2022 in totaal 245 huishoudens. Dit betekent dat het merendeel van deze huishoudens als alleenstaande geregistreerd staat. Verder is de helft van de referentiepersonen van deze huishoudens jonger dan 35 jaar. Inmiddels weten we dat het aantal Oekraïners is toegenomen tot 567 personen op 1 januari 2025. Huidige woonsituatie Oekraïense vluchtelingen nog vaak niet regulier, opgaven richting toekomst Oekraïense vluchtelingen wonen pas kort in Nederland vanwege de recent gestarte/verergerde oorlog in hun thuisland. Het idee is dat zij na het eindigen van de oorlog terugkeren. Naar waarschijnlijkheid zal een deel er echter voor kiezen in Nederland te blijven. In dat geval zal meer reguliere huisvesting voor deze
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
65
doelgroep nodig zijn. We zien namelijk dat een groot deel van hen op dit moment nog woont in tijdelijke huisvesting, soms ook in panden zonder woonfunctie (49%). Een ander groot deel woont in woningen verhuurd door andere partijen dan woningcorporaties (41%).
8.5 Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten gedefinieerd op basis van migratiereden en inkomen In dit onderzoek kijken we naar aandachtsgroepen. Dat zijn personen/huishoudens die ondersteuning nodig hebben bij hun huisvesting. Dit geldt ook voor een deel van de personen dat naar Nederland komt om hier te werken. We onderscheiden daarbij twee groepen: arbeidsmigranten en kenniswerkers. Deze verschillen van elkaar op basis van hun inkomen. We nemen aan dat enkel arbeidsmigranten een aandachtsgroep zijn. Zij zullen namelijk minder goed zelfstandig aan woonruimte kunnen komen, doordat ze hier minder financiële middelen voor hebben. We hebben arbeidsmigratie op basis van twee kenmerken gedefinieerd: de migratiereden moet arbeid zijn (zowel van binnen- als buiten-EU) en de referentiepersoon van het huishouden moet maximaal een bruto jaarinkomen verdienen die lager is dan de minimale salariseisen van een kenniswerker. 18 Hiermee houden we vast aan de officiële definitie die het CBS ook hanteert. Kanttekeningen die daarbij te maken zijn, zijn dat het CBS dus iemand die ooit vanwege arbeid naar Nederland is gekomen altijd als arbeidsmigrant/kenniswerker meetelt. Ook als ze al veel langer dan vijf jaar in Nederland zijn. Daarnaast zijn er mogelijk ook migranten die werken in Nederland, maar officieel een andere migratiereden hadden, zoals ‘gezin’.
Arbeidsmigranten die zich officieel inschrijven in de gemeente zijn meegenomen in zowel Progneff2023-cijfers als cijfers voor het trendscenario. Dit betekent dat mogelijk een deel van de woonbehoefte ingevuld kan worden met specifieke huisvesting voor arbeidsmigranten. Wel zien we dat arbeidsmigranten die zich inschrijven in de BRP (op termijn) vaker behoefte hebben aan reguliere woonruimten. Op basis van combinatie van in BRP-ingeschrevenen en Registratie Niet-ingezetenen naar schatting We gebruiken cijfers van de Monitor huisvesting aandachtsgroepen om een inschatting te kunnen maken voor het aantal arbeidsmigranten in de gemeente Horst aan de Maas. Zij hanteren hiervoor bovenstaande definities. Hieruit blijkt dat er eind 2022 in de gemeente Horst aan de Maas 670 EU-arbeidsmigranten ingeschreven zijn in de BRP. Zij hadden dus het migratiedoel ‘arbeid’ bij migratie. 19 We weten dat dit aantal op 1-1-2025 is opgelopen tot 978 arbeidsmigranten (volgens definitie Horst aan de Maas). Zij zijn ingeschreven op vergunde huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Daarnaast zijn er veel arbeidsmigranten niet ingeschreven in de BRP, wanneer zij zich in Nederland vestigen. Met name wanneer zij dit doen in shortstay-locaties. Officieel moet dat namelijk pas bij een verblijf van 4 maanden of meer.
We zien dat er in 2022 in totaal 3.210 arbeidsmigranten via de Registratie Niet-Ingezetenen in beeld zijn waarvan de ingeschatte werkgemeente Horst aan de Maas is. Van hen is wel de vraag of zij werkelijk in Horst aan de Maas werken (uitzendbureaus kunnen dit beeld vertroebelen) en of zij er ook wonen. Overigens werkt een groot deel van deze groep arbeidsmigranten al langer dan 4 maanden in Nederland (83%). Zij zouden zich dus officieel wel moeten inschrijven in de BRP. Op basis van CBS-definitie 510 arbeidsmigranten als hoofd van huishouden, 360 regulier wonend We gebruiken de CBS-definitie om zelf in CBS Microdata kenmerken van huishoudens met arbeidsmigranten na te gaan. Daaruit blijkt dat er officieel 510 huishoudens een arbeidsmigrant als referentiepersoon van het huishouden hebben. 360 huishoudens wonen in reguliere woningen en 170 arbeidsmigranten in panden met een andere functie (voornamelijk logiesfunctie). Als we andere migratiemotieven ook meerekenen dan zijn er 910 huishoudens waarvan de referentiepersoon van het 18
Het minimum jaarinkomen van een kenniswerker was in 2022 voor een werkende jonger dan 30 jaar € 42.588 en voor een werkende ouder dan 30 jaar € 58.080. De gemeente Horst aan de Maas hanteert inmiddels een strengere definitie op basis van een lagere inkomensgrens. Zij rekenen daartoe enkel werkenden met een maximaal bruto jaarinkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon. 19 Deze definitie wijkt af van de definitie die Decisio hanteert. Zij houden geen rekening met het migratiedoel. Wij houden voor dit onderzoek echter vast aan de landelijk door het CBS gebruikte definities.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
66
huishouden uit een ander EU-land komt. Daarvan wonen er 215 in panden met een andere functie dan wonen. Analyse met huisvestingsadressen toont 895 ingeschreven personen eind 2023 Op basis van een aanvullende analyse voor de gemeente Horst aan de Maas blijkt dat eind 2023 895 personen en 690 huishoudens ingeschreven waren op huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Dit betreft hoofdzakelijk locaties zonder woonfunctie, maar met logiesfunctie. Deze locaties zijn dus voornamelijk gericht op het voor korte duur huisvesten van arbeidsmigranten. 86% van deze personen is pas sinds 2023 geregistreerd in de gemeente op deze locaties. Ter vergelijking hebben we ook de persoonsaantallen van 2022 geanalyseerd. Daaruit blijkt dat op dezelfde locaties eind 2022 665 personen ingeschreven waren. Dit is overigens vergelijkbaar met het officiële aantal ingeschreven arbeidsmigranten in de gemeente volgens de definitie van het CBS en de landelijke monitor huisvesting aandachtsgroepen. Dat betekent dat waarschijnlijk ook een deel van de op deze locaties wonenden officieel niet als EUarbeidsmigrant geregistreerd staan. Bijvoorbeeld omdat zij een ander migratiedoel hadden bij migratie.
Arbeidsmigranten werken veelal korter dan een jaar in Horst aan de Maas Arbeidsmigranten (volgens CBS-definitie 510 huishoudens) in Horst aan de Maas werken veelal korter dan een één jaar (shortstay) of drie jaar (midstay). In de gehele regio Noord-Limburg verblijft 36% van de arbeidsmigranten korter dan een jaar in de regio en 34% tussen de een en drie jaar. Er wordt ingeschat dat shortstay en midstay een vergelijkbare huisvestingsvraag opleveren, namelijk tijdelijke woonvoorzieningen. Arbeidsmigranten die langer dan drie jaar blijven, zullen (op termijn) zoeken naar een woning op de reguliere woningmarkt. We zien dan ook weinig arbeidsmigranten op de vergunde locaties wonen die al langer dan drie jaar in Horst aan de Maas wonen. Na vijf jaar ziet de gemeente Horst aan de Maas volgens haar definitie dit huishouden ook niet langer als long-stay arbeidsmigrant, maar als reguliere inwoner. Dat onderscheidt maakt het CBS in haar definitie overigens niet. Arbeidsmigranten zijn jong en zijn op termijn ook zoekend naar koopwoning of corporatiewoning Eerder in dit onderzoek (paragraaf 4.3) hebben we al buitenlandse verhuizingen in beeld gebracht. Daarmee tonen we echter enkel de eerste verhuizing richting Horst aan de Maas. In dat geval betreffen arbeidsmigranten vaak jonge alleenstaanden of stellen die een particuliere huurwoning bewonen.
We hebben echter via CBS Microdata ook zicht op de arbeidsmigranten (CBS-definitief) die al voor langere tijd in Nederland en/of Horst aan de Maas wonen. Daaruit blijkt dat 31% van de huishoudens met een arbeidsmigrant als referentiepersoon in een koopwoning woont, 28% in een corporatiewoning en 41% in een particuliere huurwoning. Met name een- en tweepersoonshuishoudens, ook alleenstaanden kunnen samenwonen in woning We hebben de huishoudens met een arbeidsmigrant als referentiepersoon (CBS-definitie) ook opgedeeld naar het huishoudenstype. In totaal betreft 74% van de huishoudens een alleenstaande, 12% een stel en 15% een gezin. Gezinnen zullen voor een groter deel ook voor langere tijd in Nederland blijven en zullen ook vaker op zoek zijn naar permanente bewoning. Een deel van de arbeidsmigranten woont wel samen zonder dat ze een partnerschap delen met iemand anders. Zij zijn officieel dus alleenstaand, maar wonen wel met meerderen in een woning. We zien dat in totaal 130 arbeidsmigranten (met arbeid als migratiedoel) samenwonen op adressen met een woonfunctie. Daarvan wonen er 63 met 4 of meer personen in een woning. Toename arbeidsmigranten verwacht om vergrijzing op te vangen We zien dat het aantal arbeidsmigranten de laatste jaren sterk is toegenomen in de gemeente Horst aan de Maas.
De verwachte verdere vergrijzing van de gemeente en regio geeft ons reden om aan te nemen dat dit aantal nog verder zal doorstijgen. Met deze reden hebben we dan ook een trendscenario uitgewerkt voor de gemeente Horst aan de Maas. Er zijn immers steeds meer nieuwe werknemers nodig om het aantal vrijkomende arbeidsplaatsen op te vullen van werkenden die met pensioen gaan. We verwachten wel dat de piek hiervan met name in de aankomende tien jaar zal liggen. Daarna zal er immers met name een verdere vergrijzing zijn van reeds gepensioneerden. Of er extra werknemers noodzakelijk zijn, is echter ook afhankelijk van de verdere economische ontwikkeling van de gemeente. Verder is het ook de vraag of
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
67
arbeidsmigranten deze arbeidsplaatsen dan invullen. Zo kan de gemeente eventueel ook werknemers van elders uit Nederland aantrekken of zich vanwege een eventuele toename van banen voor theoretisch opgeleiden juist meer kenniswerkers naar Nederland trekken. In het onderzoek van Decisio uit 2024 wordt uitgegaan van een toename van 5.575 in de BRPgeregistreerde arbeidsmigranten en een toename van 21.640 werkende arbeidsmigranten in de regio Noord-Limburg volgens het trendscenario. Op basis van de huidige onderverdeling in de regio zou dit een toename betekenen van 930 in de BRP geregistreerde arbeidsmigranten en 3.560 werkende arbeidsmigranten.
8.6 Studenten We hebben ook het aantal in Horst aan de Maas wonende studenten in beeld gebracht. Dat zijn personen die zijn ingeschreven bij een instelling voor middelbaar beroeps- of universitair onderwijs. Ook zij zijn immers als aandachtsgroep gecategoriseerd, omdat zij ondersteuning nodig hebben bij het vinden van passend woningaanbod. Veel woningen zijn voor hen immers niet betaalbaar. 55 uitwonende studenten als referentiepersoon van een huishouden We richten ons in dit onderzoek met name op de uitwonende student en dan wel met name op het aantal woningen dat zij bezetten. Dit geeft immers inzicht in de woningvraag die zij op dit moment teweeg brengen. Hieruit blijkt dat er op de peildatum 31 december 2022 55 uitwonende studenten in Horst aan de Maas de referentiepersoon van een huishouden waren. Zij hebben ook allemaal een laag inkomen. Verder zien we dat 105 studenten in totaal niet-thuiswonend waren. Wanneer we wel thuiswonenden meetellen, zien we dat er in Horst aan de Maas in totaal 2.120 studenten wonen. Veruit het merendeel van hen woont dus nog bij ouders of verzorgers. Degenen die wel uitwonend zijn wonen verdeeld over koop (36%), particuliere huur (36%) en corporatiehuur (27%).
8.7 Woningmarktdruk vanuit aandachtsgroepen Voor de aandachtsgroepen statushouders, Oekraïense vluchtelingen, arbeidsmigranten en studenten hebben we in de vorige paragrafen in beeld gebracht hoeveel huishoudens, waarvan de referentiepersoon tot een van deze aandachtsgroepen behoort, in de gemeente Horst aan de Maas woonden op 31 december 2022. Aan de hand daarvan kunnen we in beeld brengen in welke mate deze aandachtsgroepen ‘drukken’ op de woningmarkt in de buurten en wijken van Horst aan de Maas. We hebben in beeld gebracht hoeveel huishoudens, waarvan de referentiepersoon tot een aandachtsgroep behoort, er per buurt of wijk wonen ten opzichte van het totaal aantal huishoudens in deze buurt of wijk. Hiermee brengen we de verhouding tussen aandachtsgroepen en regulier wonende huishoudens in beeld. Uit deze analyse blijkt dat met name in enkele buitengebieden relatief veel aandachtsgroepen wonen. Dit komt waarschijnlijk door opvanglocaties voor arbeidsmigranten of Oekraïense vluchtelingen. Hieronder geven we de verdeling naar wijken. Op kaart hebben we echter ook de woningmarktdruk per buurt weergegeven. In totaal bedragen de vier genoemde aandachtsgroepen 5% van alle huishoudens in Horst aan de Maas.
68
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 57: Woningmarktdruk* vanuit aandachtsgroepen in de gemeente Horst aan de Maas per wijk**, 31 december 2022 12% 10%
10% 10%
9% 8%
8%
6%
6% 4%
9%
3%
4%
4%
3%
4%
5%
2%
2% 0%
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 31 december 2022). Bewerking Stec Groep (2025). *Verhouding huishoudens met referentiepersoon behorend tot aandachtsgroep tot totaal aantal huishoudens. **Enkel wijken met minimaal tien huishoudens die behoren tot de aandachtsgroepen statushouders, Oekraïense vluchtelingen, arbeidsmigranten volgens CBS-definitie en studenten zijn opgenomen in de figuur.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
69
9. Grip op de toekomstige voorraad In dit hoofdstuk lichten we de Toekomstbestendige wijkenscan toe die we voor de gemeente Horst aan de Maas hebben ontwikkeld. Met behulp van deze scan is inzichtelijk gemaakt waar in de gemeente naar de toekomst toe mogelijk kwetsbaarheden ontstaan. Door het in kaart brengen van deze kwetsbaarheden kan gestuurd worden op de verschillende aspecten waarbinnen deze ontstaan. De scan is daarmee dus bedoeld om bijvoorbeeld als input te gebruiken in gebiedsgerichte aanpakken van wijken, of ander beleid dat op een laag schaalniveau impact maakt. We bespreken hoe we de scan hebben opgebouwd en geven enkele uitkomsten op hoofdlijnen. Deze scan is echter vooral goed te gebruiken in de vorm van een kaartlaag, welke via het dashboard geraadpleegd kan worden. Op deze manier is het goed mogelijk om in te zoomen op specifieke gebieden waar ingrepen gewenst zijn of al plaatsvinden.
9.1 Toekomstbestendige wijkenscan Met behulp van onze Toekomstbestendige wijkenscan geven we inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven in de bestaande voorraad van de gemeente Horst aan de Maas. Deze geven inzicht in de mate van toekomstbestendigheid van woningen en gebieden. De monitor zet objectieve woninggegevens om naar een prestatiescore. Daarvoor kijken we naar woningkenmerken en omgevingskenmerken (minstens net zo belangrijk voor de aantrekkelijkheid en waarde van een woning). De Toekomstbestendige wijkenscan bestaat uit acht pijlers, elk van deze pijlers gebaseerd op bestaande databestanden (zie hiervoor bijlage C). De gecombineerde woningscore en buurtscore resulteren in een relatieve prestatiescore op een schaal van 1 (sterk onder gemiddeld) tot 5 (sterk boven gemiddeld). De woningen met een beneden gemiddelde score (1 of 2 op een schaal tot 5) zijn niet per definitie incourante woningen die direct leeg komen te staan of onttrokken moeten worden. Het zijn woningen die relatief beneden gemiddeld scoren (ten opzichte van het gemeentelijk gemiddelde) en dus naar verwachting als eerste aandacht vereisen binnen de totale bestaande voorraad. Indicatoren en meetwaarde in de benchmark De scan werkt als een benchmark: waarden zijn op woningniveau per indicator gescoord ten opzichte van de waarden van alle andere woningen in het gebied waarbinnen gescoord wordt.
Uit de benchmark volgt een relatieve score (schaal 1 tot 5). De relatieve scores op de drie indicatoren onder woningkenmerken worden bij elkaar opgeteld en de optelsom wordt wederom relatief gewaardeerd ten opzichte van de optelsom van alle woningen. Hieruit volgt een relatieve woningscore. Woningen worden op een vergelijkbare wijze (relatief) op omgevingskenmerken gescoord. De relatieve scores op de vijf indicatoren onder omgevingskenmerken worden dus ook bij elkaar opgeteld. Uit de relatieve omgevingsscore en de relatieve woningscore samen wordt de relatieve kwetsbaarheidsscore berekend. De opbouw is schematisch in bijlage C weergegeven via een figuur en een tabel met de scoringsmethodiek per indicator.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
70
Vertaling naar score per postcode-6-gebied en buurt De relatieve scores op woningniveau zijn zowel vertaald naar een score per postcode-6 gebied 20 als naar een score per buurt, die via de kaartlagen weergegeven worden. Daarbij hanteren we een minimum van vijf woningen, voordat we een gebied weergeven. Hiermee voorkomen we dat privacygevoelige informatie openbaar wordt. In deze kaartlagen is het mogelijk te schakelen tussen de uitkomsten van verschillende scores (woningscore, omgevingsscore en totaalscore). Ook is het in deze kaartlagen mogelijk om in te zien welke indicatoren bijdragen aan de weergegeven scores. Voorbeeldweergave voor illustratie van kaartlagen Hieronder staan de uitkomsten van de toekomstbestendige wijkenscan weergegeven in drie afzonderlijke kaarten. De eerste kaart is de totaalscore en de twee volgende kaarten bevatten de subscores van de woningkenmerken (‘staat van de woning’) en van de omgevingskenmerken (‘leefbare wijk’). De scores staan weergegeven op zowel buurtniveau als op postcode-6 gebied, waarbij de lege gebieden minder dan vijf woningen bevatten of onvoldoende data beschikbaar hebben. Deze scores zijn beter in te zien via het bijbehorende dashboard. Broekhuizen en Weisterbeek sterk onder gemiddelde relatieve totaalscore De buurten Broekhuizen en Weisterbeek scoren relatief sterk onder gemiddeld.
Dit zijn de laagste scores binnen de Toekomstbestendige wijkenscan. Daarentegen scoren de Risselt, de Afhang, Hegelsom en de verspreide huizen bij Griendtsveen juist relatief sterk boven gemiddeld.
Figuur 58: Totaalscore toekomstbestendige wijkenscan, buurtniveau*
Bron: BAG (2024). Leefbaarometer (2022). CBS Microdata (2024). Bewerking Stec Groep (2025). *Zie in het dashboard deze kaartlaag op Postcode-6 niveau 20
Een postcode-6 gebied verwijst naar een specifieke indeling van postcodes in Nederland. De vier cijfers en de twee letters, vormen de volledige postcode, het zogenaamde postcode-6 gebied.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
71
Buurten rondom kernen scoren relatief onder gemiddeld op ‘staat van woning’ Een aantal buurten scoren op basis van de staat van de woning relatief onder gemiddeld. Dit betreft met name de buurten rondom kernen, namelijk de verspreide huizen rondom Evertsoort, Kronenberg, Sevenum, Grubbenvorst, Lottum, Broekenhuizenvorst, Swolgen, Tienray en Meerlo. De Afhang en HorstCentrum scoren juist boven gemiddeld. Onder de score ‘staat van woning’ vallen de subscores aanpasbaarheid, energietransitie en aantrekkelijke woningvoorraad. De score ‘staat van woning’ laat in geen enkele buurt een sterk onder gemiddelde score zien. Deze subscore is eerst op pandniveau berekend en daarna omgerekend naar een gemiddelde score per buurt. Deze rekenmethode beïnvloedt vooral de extremen in de data: met name de sterk onder gemiddelde en sterk boven gemiddelde scores verdwijnen hierdoor grotendeels. Daardoor zijn deze uitschieters ook niet zichtbaar op de kaart. Het is daarom raadzaam om deze kaart ook op postcode-6 niveau te raadplegen, welke in het bijbehorende dashboard te zien is.
Figuur 59: Subscore ‘staat van woning’ toekomstbestendige wijkenscan, buurtniveau*
Bron: BAG (2024). Leefbaarometer (2022). CBS Microdata (2024). Bewerking Stec Groep (2025). *Zie in het dashboard deze kaartlaag op Postcode-6 niveau
Vooral buurten in kernen scoren onder gemiddeld op leefbaarheid Op het vlak van de score ‘leefbare wijk’ zien we dat de buurten Horst-Centrum, Weisterbeek, De Riet, Molenveld, Broekhuizen en Grubbenvorst-Centrum relatief sterk onder het gemiddelde scoren. Deze totaalscore is opgebouwd uit de subscores sociaaleconomische vitaliteit, klimaatadaptatie, aantrekkelijkheid van de buurt, (on)veiligheid en beschikbaarheid van voorzieningen. Tegelijkertijd valt op dat relatief veel andere buurten juist sterk bovengemiddelde scoren.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 60: Subscore ‘leefbare wijk’ toekomstbestendige wijkenscan, buurtniveau*
Bron: BAG (2024). Leefbaarometer (2022). CBS Microdata (2024). Bewerking Stec Groep (2025).*Zie in het dashboard deze kaartlaag op Postcode-6 niveau
72
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
73
Bijlage A: Methodiek bepaling woningbehoefte In dit onderzoek staat het in beeld brengen van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente Horst aan de Maas centraal. Alle hoofdstukken hebben hier immers een invloed op. Voor het bepalen van deze woningbehoefte maken we gebruik van ons eigen Stec-Doorstroommodel en verschillende parameters. Dit maakt het soms lastig de uitkomsten van ons model goed te volgen. In deze bijlage staan we uitgebreider stil bij onze methodiek en nemen we u in vier stappen mee. Deze stappen zijn ook geïllustreerd in figuur A1 aan het eind van deze bijlage. Stap 1: huidige woonsituatie van huishoudens in Horst aan de Maas in beeld We brengen allereerst in beeld hoe de huidige huishoudens in Horst aan de Maas wonen. We maken daarvoor een indeling naar onze Stec-Doelgroepen op basis van leeftijd, huishoudenssamenstelling, inkomen en woonmilieu. Voor deze Stec-Doelgroepen brengen we ook in beeld in welke woning ze nu wonen. Daarvoor maken we onderscheid naar het woningtype (grondgebonden, appartement zonder lift en appartement met lift/nultreden). Deze indeling hebben we precies in beeld gebracht op basis van CBS Microdata. Zo is tot op CBS-wijkniveau in beeld welke doelgroepen in welke woning wonen.
Stap 2: verwachte doelgroepenontwikkeling op basis van basis- en trendprognose De huidige woonsituatie van huishoudens in Horst aan de Maas vormt de basis. Voor de woonbehoefte is het vervolgens relevant welke doelgroepen in omvang toenemen en welke doelgroepen juist afnemen in de periode tot 2050. Hiervoor maken we in Horst aan de Maas gebruik van de meest recente Limburgse huishoudensprognose, genaamd Progneff2023. Deze prognose maakt op basis van huidige migratietrends (2008-2022) en verwachte demografische ontwikkelingen een inschatting van de toekomstige huishoudens. Daarnaast rekenen we ook een trendprognose door. Deze houdt extra rekening met de meest recente migratiestromen (2019-2023). Ook deze toekomstige huishoudens delen we opnieuw in naar onze Stecdoelgroepen. Zo weten we per Stec-doelgroep of er hier naar verwachting meer of minder van zijn in de toekomst. De totale huishoudensontwikkeling vormt eveneens de kwantitatieve woningbehoefte. Stap 3: kwalitatieve woonbehoefte naar woonwensen en verhuisgedrag De huidige bezetting van woningen door doelgroepen en de verwachte ontwikkeling van deze doelgroepen zijn twee belangrijke bouwstenen voor de berekening van de kwalitatieve woningbehoefte. Wat echter ook van belang is, is hoe deze doelgroepen in de toekomst zullen/willen verhuizen.
We beredeneren dat via twee routes: op basis van de woonwensen van doelgroepen (WoON2021) en op basis van het daadwerkelijk verhuisgedrag van doelgroepen (CBS Microdata). Deze twee routes geven ons de mogelijkheid om zowel een vraaggerichte behoefte te schetsen (wat willen doelgroepen) als een aanbodgerichte behoefte (welke mogelijkheden hebben huishoudens nu). Naast het woningtype waar men heen verhuist, is ook de verhuisgeneigdheid van belang. Deze is bepaald op basis van het aandeel huishoudens per doelgroep dat jaarlijks verhuist. Zo verhuizen jongeren jaarlijks veel vaker dan oudere doelgroepen. Al het voorgaande is de input voor ons Stec-Doorstroommodel. We bootsen op basis van deze informatie namelijk de jaarlijkse doorstroming na. We bepalen jaarlijks welke huidige doelgroepen verhuizen binnen Horst aan de Maas, welke doelgroepen instromen in Horst aan de Maas en welke doelgroepen uitstromen uit Horst aan de Maas. Doelgroepen die verhuizen in Horst aan de Maas of uitstromen laten een woning achter. Welke woning dat is, bepalen we aan de hand van hoe deze doelgroep nu woont (stap 1). Huishoudens die instromen bezetten een woning die zij wensen (op basis van woonwensen) of waar zij daadwerkelijk in het verleden ook heen verhuisden (op basis van verhuisgedrag). Hoeveel huishoudens uit
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
74
een bepaalde doelgroep in- of uitstromen bepalen we aan de hand van de verwachte huishoudensontwikkeling (stap 2). Door deze nabootsing van de jaarlijkse doorstroming ontstaat een opgave. De bestaande woningvoorraad sluit immers niet precies aan op deze veranderende samenstelling van doelgroepen, bijvoorbeeld door vergrijzing. We zien dat hierdoor naar bepaalde woningtypen een behoefte bestaat, omdat deze nog onvoldoende in de voorraad aanwezig zijn. Denk daarbij aan nultredenwoningen voor het toenemende aantal ouderen. Tegelijkertijd kan er ook een overschot ontstaan. Zo laten ouderen die verhuizen naar een nultredenwoning vaak een reguliere grondgebonden woning achter. Indien er volgens de huishoudensprognose onvoldoende doelgroepen instromen die in die woningen willen wonen, kan mogelijk een overschot aan dit woningtype ontstaan. Stap 4: Mogelijkheden om kwalitatieve woonbehoeften in te vullen Wanneer we voorgaande voor meerdere jaren herhalen, ontstaat de kwalitatieve woningbehoefte voor de verschillende perioden tot 2031, 2041 en 2050. Deze behoefte kan op verschillende manieren ingevuld worden. Zo kan een behoefte ingevuld worden door het nieuw bouwen van deze woningen of door het transformeren van bestaande woningen. Dat kan bijvoorbeeld door een reguliere grondgebonden woningen te voorzien van een traplift, zodat deze als een nultredenwoning bewoond kan worden.
Tegelijkertijd zijn er ook verschillende mogelijkheden om een mogelijk overschot aan woningen aan te pakken. Inzet hierop is noodzakelijk om leegstand van woningen en daarmee gepaard gaande verloedering van wijken te voorkomen. Zo kan transformatie van woningen ook het overschot verkleinen en kan gekozen worden voor herstructurering van wijken door middel van sloop-nieuwbouw. Ten slotte kan een overschot ook verkleind worden door het aantrekken van extra huishoudens naar de gemeente, die deze woningen willen bewonen. Dit betekent dan wel dat extra instroom noodzakelijk is bovenop de instroom waarmee is gerekend in de prognose. Een dergelijk verschijnsel zien we al ontstaan als we de basis- en trendprognose met elkaar vergelijken. Een extra plus op de prognose vereist een investering in de aantrekkingskracht van de gemeente voor buitenstaanders, bijvoorbeeld door middel van economische impulsen.