03b Woningbehoefteonderzoek Gemeente HadM
Tekst van het document
8
De transactieprijs van een huis is de uiteindelijke prijs die betaald wordt wanneer een huis verkocht wordt. De transactieprijs kan hoger of lager zijn dan de WOZ-waarde, onder andere afhankelijk van de marktomstandigheden. 9 De inschrijfduur is de tijd van het moment van inschrijving bij de woningcorporatie tot het toegewezen krijgen van een woning. 10 De zoekduur is de tijd van het moment van de eerste reactie op een woning tot het toegewezen krijgen van een woning.
26
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
huurwoning is in deze periode ongeveer gelijk gebleven; de gemiddelde inschrijftijd ligt de afgelopen jaren rond de 78 maanden (met uitzondering van 2021, toen lag deze iets lager).
Figuur 19: Gemiddelde inschrijfduur en zoekduur bij woningcorporaties in de gemeente Horst aan de Maas, 2020-2024 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
79
29
2020
79
78
73
40
33
2021
78
2022 Inschrijfduur
37
2023
42
2024
Zoekduur
Bron: Gegevens Thuis in Limburg (2024, cijfers 2020-2024). Bewerking Stec Groep (2025).
Aantal reacties per vrijgekomen woning met 85% toegenomen sinds 2020 We beschikken hiernaast ook over het aantal reacties dat op woningen wordt gegeven. We zien hierin een stijgende lijn terug sinds 2020. In 2024 zijn er per aangeboden huurwoning gemiddeld 170 reacties bijgekomen ten opzichte van 2020. Vooral tussen 2022 en 2023 steeg het aantal reacties op vrijgekomen woningen hard.
Figuur 20: Gemiddeld aantal reacties per vrijgekomen woning in bezit van woningcorporaties in de gemeente Horst aan de Maas, 2020-2024 400
371 332
350 300 250 200
235
235
2021
2022
201
150 100 50 0 2020
2023
2024
Bron: Gegevens Thuis in Limburg (2024, cijfers 2020-2023). Bewerking Stec Groep (2025).
Sterkste procentuele stijging in aantal reacties boven de DAEB-huurgrens Als we kijken naar het aantal reacties per prijssegment tussen 2020 en 2024, valt op dat in alle segmenten een toename van het gemiddelde aantal reacties zichtbaar is. De sterkste relatieve stijging is zichtbaar in het segment boven de DAEB-huurgrens. In 2020 waren er gemiddeld 95 reacties per woning binnen dit segment, terwijl dat aantal in 2024 is gestegen naar gemiddeld 318 (+235%). Dat betrof echter wel een zeer beperkt aantal aangeboden woningen. In 2024 krijgen woningen in het segment aftoppingsgrens tot DAEBhuurgrens gemiddeld genomen de meeste reacties.
27
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 21: Aantal reacties per prijssegment in de gemeente Horst aan de Maas, 2020-2024 500 400 300 200 100 0 Goedkoop
2020 Betaalbaar 1phh
2021 Betaalbaar 2phh
2022 2023 Aftop tot DAEB-huurgrens
2024 Boven DAEB-huurgrens
Bron: Gegevens Thuis in Limburg (2024, cijfers 2020-2024). Bewerking Stec Groep (2025).
Afname zichtbaar van de mutatiegraad met 1,1% sinds 2019 Daarnaast hebben we de mutatiegraad inzichtelijk gemaakt. De mutatiegraad verwijst naar het percentage huurwoningen dat per jaar van bewoner wisselt. Het geeft aan hoe vaak bewoners verhuizen en hoe dynamisch de woningvoorraad is. Op basis van de gegevens van woningcorporatie Wonen Limburg, de grootste woningcorporatie in de gemeente Horst aan de Maas, kan geconcludeerd worden dat de mutatiegraad van de corporatie sinds 2019 is afgenomen met 1,1 procentpunt. Het geeft aan dat huurders langer blijven huren dan voorheen, mogelijk door de krappe woningmarkt. De afname van verhuisbewegingen zorgt voor minder doorstroming en langere wachtlijsten voor een corporatiewoning.
Figuur 22: Mutatiegraad woningcorporatie Wonen Limburg 2019-2023 9,0% 8,0%
7,8%
8,0% 7,3%
7,0%
6,8%
6,7%
2022
2023
6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% 2019
2020
2021
Bron: Wonen Limburg (2019-2023). Bewerking Stec Groep (2025).
4.4 Woonsituatie huishoudens Bepaling inkomensgrenzen op basis van toewijzingsregels sociale huurwoningen De inkomensgrenzen in dit woningbehoefteonderzoek zijn gekozen op basis van de toewijzingsregels voor sociale huurwoningen. Deze regels zijn per 1 januari 2022 aangepast en vervolgens geïndexeerd. In onderstaand overzicht zijn de inkomensgrenzen per 1 januari 2025 gegeven. Wanneer we werken met historische gegevens indexeren we dit terug naar de situatie van toen, maar wel op basis van hoe nu de grenzen bepaald worden.
28
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
•
•
• •
Lage inkomens met passend toewijzen (primaire doelgroep corporaties): in principe moeten corporaties vanaf 2022 92,5% van de woningen passend toewijzen aan de doelgroep lage inkomens. Passend toewijzen voorkomt dat huishoudens een te dure woning krijgen toegewezen die ze niet kunnen betalen. Deze huishoudens hebben recht op huurtoeslag. Bij 95% van de woningen die corporaties toewijzen aan huishoudens met een inkomen onder de grens voor huurtoeslag (passend toewijzen) moet de kale huur onder de zogenoemde aftoppingsgrens liggen. Voor eenpersoonshuishoudens geldt een inkomensgrens van € 28.375 en voor meerpersoonshuishoudens een inkomensgrens van € 38.500. De inkomensgrens voor ouderen ligt iets lager (€ 27.775 / € 37.350). Voor passend toewijzen geldt 5% vrije toewijzingsruimte. Lage inkomens zonder passend toewijzen (secundaire doelgroep corporaties): in totaal mag een corporatie dus 7,5% vrij toewijzen aan haar secundaire doelgroep. Indien hierover afspraken zijn gemaakt met de gemeente en de huurdersorganisatie mogen corporaties tot maximaal 15% vrij toewijzen. In dit geval wordt dus 85% van de woningen toegewezen aan de primaire doelgroep. Eenpersoonshuishoudens in deze secundaire doelgroep van sociale huur mogen maximaal een inkomen van € 49.669 hebben en meerpersoonshuishoudens een inkomen van maximaal € 54.847.
Voor deze secundaire doelgroep geldt dat ze op basis van hun inkomen in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar geen recht hebben op huurtoeslag. Middeninkomens: we hanteren voor middeninkomens een grens van 1,5 keer een modaal inkomen. Dit is in 2025 een bruto huishoudensinkomen van € 69.750. Hoge inkomens: alle huishoudens met een bruto huishoudensinkomen dat hoger is dan € 69.750.
Relatief veel huishoudens met een midden- of hoog inkomen In de gemeente Horst aan de Maas heeft 43% van de huishoudens een laag inkomen. Dit is minder dan het landelijk gemiddelde van 52%. Opvallend is dat er met name weinig huishoudens wonen die tot de primaire doelgroep van woningcorporaties behoren (lage inkomens met passend toewijzen). Waar in heel Nederland 37% van de huishoudens tot deze doelgroep behoort, is dit in de gemeente Horst aan de Maas 23%. Daarentegen zien we dat er juist relatief veel huishoudens (20%) tot de secundaire doelgroep behoren (lage inkomens zonder passend toewijzen) ten opzichte van het aandeel in Nederland (15%). Verder wonen ook relatief veel huishoudens met een middeninkomen in de gemeente Horst aan de Maas. Zij kunnen in Horst aan de Maas nog relatief vaak een koopwoning kopen. In veel andere delen van Nederland is dit voor starters en doorstromers met een middeninkomen zeer lastig. Ook in Horst aan de Maas neemt de koopwoningvoorraad voor middeninkomens echter af.
Tabel 5: Huishoudens naar inkomensgroep in de gemeente Horst aan de Maas, 2023 Inkomensgroep
Horst aan de Maas
Lage inkomens met passend toewijzen (tot € 28.375 / € 38.500)
4.165 (23%)
Lage inkomens zonder passend toewijzen
3.615 (20%)
Provincie Limburg
Nederland
162.985
2.940.575
(31%)
(37%)
111.345
1.191.460
(21%)
(15%)
78.855
908.820
(15%)
(11%)
167.910
2.895.275
(32%)
(36%)
521.095 (100%)
7.936.130 (100%)
(€ 28.375 / € 38.500 tot € 49.669 / € 54.847) Middeninkomens (€ 49.669 / € 54.847 tot € 69.750)
3.110 (17%)
Hoge inkomens
7.290 (40%)
(> € 69.750 Totaal
18.175 (100%)
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022). Bewerking Stec Groep (2025).
29
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Te weinig passende woningen voor huishoudens met een laag inkomen We zien dat er op dit moment onvoldoende passende woningen zijn voor huishoudens met een laag inkomen. Dit komt doordat er op het moment nog zeer weinig koopwoningen zijn die wat betreft hypotheek betaalbaar zijn voor deze doelgroep. Dit terwijl het huursegment juist relatief klein is in de gemeente Horst aan de Maas. Met name starters en doorstromers vanuit de huurwoningmarkt zullen last hebben van deze krappere betaalbare woningmarkt. Zij hebben immers niet geprofiteerd van koopprijsstijgingen en concurreren nu met veel huishoudens op een relatief klein deel van de woningmarkt. Ook huishoudens met een laag inkomen die wel geprofiteerd hebben van koopprijsstijgingen kunnen immers met hen concurreren. Zo zien we dat veel ouderen op late leeftijd de keuze maken om hun huis met meerwaarde te verkopen en te verhuizen naar een huurwoning.
Tabel 6: Betaalbaarheidsgrenzen en omvang woningvoorraad naar prijsklasse, gemeente Horst aan de Maas 11 Inkomensgroep
Betaalbare klasse huur en koop*
Aantal huish.
Passende huurwoningen
Passende koopwoningen
Aandeel passend
Lage inkomens met passend toewijzen (tot € 28.375 / € 38.500)
Koop: < € 155.000 Huur: < aftoppingsgrens
4.165
2.365
80
59%
Lage inkomens zonder passend toewijzen
Koop: € 155.000 € 220.000 Huur: aftoppings- tot DAEB-huurgrens
3.615
905
280
33%
Koop: € 220.000 € 300.000
3.110
415
3.195
116%
7.290
255
10.260
144%
18.175
3.945
13.815
98%
(€ 28.375 / € 38.500 tot € 49.669 / € 54.847) Middeninkomens (€ 49.669 / € 54.847 tot € 69.750)
Hoge inkomens (> € 69.750)
Huur: DAEBhuurgrens tot middenhuurgrens Koop: > € 300.000 Huur: > middenhuurgrens
Totaal
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022). Bewerking Stec Groep (2025). *Van een deel van de huishoudens is het inkomen onbekend, daarnaast staat een deel van de woningen leeg.
4.5 Zorggebruik huishoudens Een belangrijk aspect van huishoudens, zeker met het oog op de toekomst, is hun zorggebruik. We verwachten immers dat door een toenemende vergrijzing van Nederland de vraag naar zorg door regulier wonende huishoudens zal toenemen. In deze paragraaf staan we stil bij de verschillende zorgstelsels waar regulier wonende huishoudens zorg uit kunnen ontvangen en door welke doelgroepen deze zorg gebruikt wordt. Later in dit onderzoek staan we stil bij hoe de verwachte huishoudensontwikkeling van invloed is op het verwachte zorggebruik in de toekomst. Dit vormt ook een van de factoren in de door ons berekende woningbehoefte.
11
Deze grenzen worden gehanteerd omdat we rekenen met WOZ-waarden met peildatum 1 januari 2023. Inmiddels zijn de woningprijzen gestegen en kunnen huishoudens door inkomensgroei meer betalen.
30
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
875 huishoudens hebben gebruik gemaakt van een vorm van jeugdhulp Via de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor hulp die aan jeugdigen (tot achttien jaar met uitloop tot 23 jaar) geleverd wordt. Deze hulp bestaat uit ondersteuning en zorg aan jeugdigen en/of hun ouders/verzorgers. Ook het bevorderen van zelfstandig maatschappelijk functioneren valt hieronder. Jeugdhulp kan onderverdeeld worden in jeugdhulp zonder en met verblijf. Bij jeugdhulp met verblijf woont de jeugdige niet meer bij de ouders, maar bijvoorbeeld in een pleeggezin, gezinshuis of instelling. In deze paragraaf richten we ons met name op regulier wonende huishoudens waarbij de jeugdige jeugdhulp zonder verblijf ontvangt (ambulante zorg). Op basis van CBS Microdata zien we dat dit bij in totaal 875 huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas het geval is. Logischerwijs waren dat op dat moment enkel gezinnen. Aangezien we de huishoudenssamenstelling aan het eind van het kalenderjaar als uitgangspunt nemen (31 december 2023), komt het voor dat het huishouden aan het eind van het jaar geen gezin meer is (bijvoorbeeld doordat kind uit huis is gegaan). 2.145 huishoudens maakten gebruik van een voorziening via de Wet maatschappelijke ondersteuning De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een gedecentraliseerde wet.
Dat houdt in dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de aanspraak die op deze wet gemaakt wordt. Deze wet moet het mogelijk maken dat personen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Hiervoor worden verschillende voorzieningen aangeboden, waarbij onderscheid wordt gemaakt in algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De maatwerkvoorzieningen (denk aan hulp bij het huishouden of een rolstoel) worden via een indicatie aan personen afgegeven door de gemeente. Regulier wonende huishoudens maken vaak gebruik van dit type zorg, aangezien deze ook met name gericht is voor thuiswonende zorgbehoevenden. In totaal zijn er 2.145 huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas die in 2023 zorg vanuit de Wmo2015 hebben ontvangen. Dit kunnen meerdere personen per huishouden zijn geweest. Met name 75-plussers maken vaak gebruik van de Wmo. In totaal behoort 55% van de huishoudens die gebruik maakt van dit type zorg tot deze doelgroep.
Figuur 23: Gebruik Wmo2015 naar huishoudenstype, 2023 0%
4%
10%
20%
14%
6%
A&S tot 35 jaar
30%
40%
50%
21%
Gezinnen
60%
70%
80%
90%
100%
55%
A&S 35 tot 55 jaar
A&S 55 tot 75 jaar
A&S >75 jaar
Bron: CBS Microdata (2025, cijfers 2023). Bewerking Stec Groep (2025). A&S = Alleenstaanden en stellen
1.160 huishoudens maakten gebruik van wijkverpleging via de Zorgverzerkeringswet De Zorgverzekeringswet (Zvw) stelt een ziektekostenverzekering (basispakket) verplicht voor alle Nederlandse ingezetenen en mensen die in het buitenland wonen maar uit Nederland inkomsten uit arbeid ontvangen. De zorg die via de Zvw geleverd wordt kan bestaan uit een behandeling, dienst of product. In het Besluit zorgverzekering (Bzv) staan de vormen van zorg opgesomd die in het basispakket van de zorgverzekering vallen. Dit zijn onder meer sommige eerstelijnszorg zoals een huisarts, maar ook wijkverpleging. Andere eerstelijnszorg, zoals de kosten van een bezoek aan een tandarts of fysiotherapeut, vallen (gedeeltelijk) buiten dit basispakket. In dit onderzoek richten we ons met name op personen en/of huishoudens voor wie hun zorggebruik invloed heeft op hun woningbehoefte. Het gebruik van wijkverpleging is daarbij een cruciale factor. Dit betekent immers dat deze personen ondersteuning nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen. Deze
31
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
personen hebben vaak echter geen 24-uurszorg nodig, omdat ze een groot deel van de tijd wel zelfredzaam zijn. In totaal zijn er 1.160 huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas die in 2023 gebruik hebben gemaakt van wijkverpleging. Dit kan ook van tijdelijke aard zijn geweest. Net zoals voor voorzieningen via de Wmo2015 geldt dat de wijkverpleging met name is gebruikt door alleenstaanden en stellen ouder dan 75 jaar (64%).
Figuur 24: Gebruik wijkverpleging naar huishoudenstype, 2023 0%
10%
12%
20%
2%
30%
40%
50%
60%
22%
A&S tot 35 jaar
70%
80%
90%
100%
64%
Gezinnen
A&S 35 tot 55 jaar
A&S 55 tot 75 jaar
A&S >75 jaar
Bron: CBS Microdata (2025, cijfers 2023). Bewerking Stec Groep (2025). A&S = Alleenstaanden en stellen
455 huishoudens maakten gebruik van Wlz-thuis, maar aandeel thuiswonenden neemt toe De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor zorg uit de Wlz. Dit is het geval wanneer iemand intensieve zorg of toezicht nodig heeft. Deze persoon kan vervolgens een keuze maken over de leveringsvorm van de zorg, bijvoorbeeld thuis in de eigen (zorggeschikte/geclusterde) woning of in een instelling. In 2023 was er bij 455 huishoudens in Horst aan de Maas sprake van het gebruik van Wlz-thuis 12. Dit type zorggebruik komt meer verdeeld over doelgroepen voor dan wijkverpleging. Naar de toekomst toe verwachten we wel dat het aantal mensen dat gebruik zal maken van zorg uit de WIz sterk zal toenemen. Door de vergrijzing, net als bij ander zorggebruik, maar ook door de extramuralisering van ouderenzorg. Het aantal verpleeghuisplekken mag namelijk nog maar beperkt toenemen, wat ervoor zorgt dat in de toekomst meer ouderen zorg ‘thuis’ moeten ontvangen. Dit kan in de vorm zijn van zorggeschikte woningen. Met name het aantal 75-plussers dat thuis zorgt ontvangt, zal daardoor toenemen.
Figuur 25: Gebruik Wlz-thuis naar huishoudenstype, 2023 0%
10%
5%
20%
22%
A&S tot 35 jaar
30%
40%
5%
15%
Gezinnen
50%
A&S 35 tot 55 jaar
60%
70%
80%
90%
100%
54%
A&S 55 tot 75 jaar
A&S >75 jaar
Bron: CBS Microdata (2025, cijfers 2023). Bewerking Stec Groep (2025). A&S = Alleenstaanden en stellen
12 WLZ-thuis verwijst naar zorg die wordt geboden aan mensen die recht hebben op zorg vanuit de Wet langdurige zorg (WLZ), maar deze zorg niet in een instelling willen of kunnen ontvangen. In plaats daarvan krijgen ze de zorg thuis, in hun eigen woonomgeving.
32
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
18% van huishoudens maakt gebruik van een vorm van zorg, met name ouderen Wanneer we vervolgens onderscheid maken in wel of geen zorggebruik door huishoudens (ongeacht het type zorggebruik), zien we dat 3.475 huishoudens in 2023 zorg gebruikten in de gemeente Horst aan de Maas. Dat is 18% van alle huishoudens. Er zijn wel duidelijke verschillen tussen doelgroepen. Zo zien we dat het zorggebruik met name onder alleenstaanden en stellen ouder dan 75 jaar groot is (49%). Dat aandeel is ook veel groter dan in de jongere doelgroep daarvoor: de 55- tot 75-jarigen (11%).
Figuur 26: Zorggebruik* naar huishoudenstypen, 2023 0% A&S tot 35 jaar
10%
20%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
81%
19%
A&S 35 tot 55 jaar
7%
A&S 55 tot 75 jaar
11%
93% 89%
A&S >75 jaar Totaal
40%
96%
4%
Gezinnen
30%
51%
49% 82%
18% Ja
Nee
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021). Bewerking Stec Groep (2025). A&S = Alleenstaanden en stellen. *Zorggebruik via Wmo2015, Wlz, Jeugdwet en/of wijkverpleging. Een huishouden kan meerdere typen zorg afnemen.
33
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
5. Demografie en verhuizingen Demografische ontwikkelingen hebben een grote invloed op de woonwensen en dus opgaven van de toekomst. In dit hoofdstuk brengen we daarom op gemeenteniveau, met uitsplitsingen naar kernniveau, de ontwikkeling van het aantal personen en huishoudens in beeld. Dit doen we inclusief onderliggende ontwikkelingen zoals vergrijzing, huishoudensverdunning en (binnenlandse en buitenlandse) migratiestromen. Dit vormt de basis voor de doorkijk naar de toekomst.
5.1 Demografische ontwikkeling Vanaf 2015 toename van 2.256 inwoners en toename van 2.389 huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas Sinds 2015 is het aantal inwoners van de gemeente Horst aan de Maas in totaal met 2.256 personen toegenomen (+5%) en het aantal huishoudens met 2.389 toegenomen (+14%). Hieruit blijkt dat het aantal huishoudens naar verhouding sneller toeneemt dan het aantal inwoners doordat de gemiddelde huishoudensgrootte daalt. Dit komt bijvoorbeeld doordat een deel van de ouderen overlijdt en zij nog wel een partner achterlaten. Tegelijkertijd neemt het aantal huishoudens dan toe door bijvoorbeeld starters op de woningmarkt. Verder zien we dat zowel het aantal inwoners als huishoudens vanaf 2021 sterker is toegenomen.
Figuur 27: Inwonersontwikkeling (linker as) en huishoudensontwikkeling (rechter as) 44.500
20.000
44.000
19.500
43.500
19.000 18.500
43.000
18.000
42.500
17.500
42.000
17.000
41.500
16.500
41.000
16.000
40.500
15.500 2015
2016
2017
2018
2019
Inwoners Bron: CBS (2024, cijfers 2015-2024). Bewerking Stec Groep (2025).
2020
2021
2022 Huishoudens
2023
2024
34
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Vergrijzing en huishoudensverdunning belangrijkste demografische trends Sinds 2015 zien we dat met name het aantal 55-plussers is toegenomen in de gemeente Horst aan de Maas. Dit komt grotendeels doordat jongere doelgroepen simpelweg ouder zijn geworden. Daarentegen is het aantal 35- tot 55-jarigen fors afgenomen in deze periode. Zij zijn voor een groot deel doorgestroomd naar een oudere leeftijdsklasse. De vergrijzing van de gemeente Horst aan de Maas is daarmee dus al duidelijk zichtbaar in de inwonersontwikkeling. Als we kijken naar de huishoudensontwikkeling, valt het op dat de huishoudensgroei grotendeels veroorzaakt wordt door een toename van het aantal alleenstaanden in de gemeente Horst aan de Maas (+40%). Waar het aantal stellen ook toenam (+16%), daalde het aantal gezinnen (-5%), met een huishoudensverdunning als gevolg.
Figuur 28: Inwoners naar leeftijdsklassen (links) en huishoudens naar samenstelling (rechts) op gemeenteniveau, periode 2015-2024 14.000
8.000
12.000
7.000 6.000
10.000
5.000
8.000
4.000
6.000
3.000
4.000
2.000
2.000
1.000
0
0
< 15 jaar
15 - 35 jaar
55 - 75 jaar
> 75 jaar
35 - 55 jaar
Alleenstaanden
Stellen
Gezinnen
Bron: CBS (2024, cijfers 2015-2024). Bewerking Stec Groep (2025).
Weinig verschil in leeftijden, maar meer in huishoudenssamenstelling tussen COROP-regio’s In Horst aan de Maas wonen, vergeleken met het landelijk gemiddelde, relatief veel 55-plussers en juist weinig mensen van 35 jaar of jonger. Wanneer we de huidige bevolking van Horst aan de Maas met de regio Noord-Limburg en de provincie vergelijken, valt op dat deze op basis van leeftijdsklassen echter weinig van elkaar verschillen. In alle drie de gebieden is de leeftijdsgroep 55 tot 75 jaar de grootste. Zij zullen in de nabije toekomst een toename van de 75+-doelgroep veroorzaken. Wat betreft huishoudenssamenstelling zien we echter subtiele verschillen; zo wonen er iets meer gezinnen in Horst aan de Maas in vergelijking met Noord-Limburg en de rest van de provincie.
35
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 29: Verdeling van inwoners naar leeftijdsklassen, 2024 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Horst aan de Maas
13%
23%
24%
29%
11%
Noord-Limburg
14%
23%
24%
29%
11%
Provincie Limburg
13%
23%
23%
29%
12%
Nederland
15%
<15 jaar
15-35 jaar
10%
25%
25%
26% 35-55 jaar
55-75 jaar
>75 jaar
Bron: CBS (2024, cijfers 2024). Bewerking Stec Groep (2025).
Figuur 30: Verdeling van inwoners naar samenstelling, 2024 0%
20%
Horst aan de Maas
32%
Noord-Limburg
36%
Provincie Limburg
40%
Nederland
40% Alleenstaanden
40%
60%
100%
32%
35% 33% 32% 28% Stellen
80%
31% 28% 32% Gezinnen
Bron: CBS (2024, cijfers 2023). Bewerking Stec Groep (2025).
Positieve bevolkingsontwikkeling veroorzaakt door migratie, daartegenover staat natuurlijke krimp De stijgende bevolkingsontwikkeling in Horst aan de Maas komt door een hoge instoom van binnenlandse en buitenlandse migranten. Binnenlands speelt mogelijk de coronacrisis en het hierop volgende thuiswerken een rol. Daardoor kunnen meer huishoudens verder van hun werk wonen. Vanuit het buitenland zien we dat er veel instroom is geweest van Oekraïense vluchtelingen en dat arbeidsmigranten naar Horst aan de Maas blijven verhuizen. Statushouders komen zowel vanuit binnen- als buitenland naar Horst aan de Maas. Dat hangt af van of ze eerder elders in Nederland geregistreerd stonden. Sinds 2018 is er wel elk jaar sprake geweest van een natuurlijke krimp. Dit betekent dat er jaarlijks meer mensen overlijden in Horst aan de Maas dan dat er geboren worden. Migratie (zowel binnenlands als buitenlands) houdt dus het huidige inwonersaantal in de gemeente op peil.
36
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 31: Bevolkingsontwikkeling per jaar, gemeente Horst aan de Maas, periode 20152024 800 600 400 200 0 -200 2015
2016 2017 2018 Natuurlijke ontwikkeling Buitenlands migratiesaldo
2019
2020
2021 2022 2023 2024 Binnenlands migratiesaldo Totale bevolkignsontwikkeling
Bron: CBS (2024, cijfers 2015-2024). Bewerking Stec Groep (2025).
5.2 Verhuizingen op hoofdlijnen In deze paragraaf kijken we naar alle verhuizingen van en naar de gemeente Horst aan de Maas. Hierbij maken we onderscheid naar inkomende verhuizingen die binnen de kern, binnengemeentelijk, binnenregionaal en vanuit het buitenland plaatsvinden. Ook onderscheiden we terugkeerders naar de gemeente. Verhuizingen van huishoudens worden ingedeeld aan de hand van de referentiepersoon 13. 53% van de verhuizingen vindt binnengemeentelijk plaats Van alle verhuizingen vindt 53% binnengemeentelijk plaats. Dit betekent dat ongeveer de helft van de vrijkomende woningen wordt bezet door een huishouden dat voor de verhuizing ook in Horst aan de Maas woonde. Dit duidt op lokale binding met de gemeente. Bovendien betreft 16% van de verhuizingen mensen die vanuit een andere gemeente terugkeren naar Horst aan de Maas. In totaal wordt dus 69% van de vrijkomende woningen ingevuld door huishoudens die al eerder in Horst aan de Maas woonden. Verder valt op dat het aandeel binnengemeentelijke verhuizingen in de loop der jaren is afgenomen van 60% in 2018 naar 53% in 2023. Tegelijkertijd is het aandeel verhuizingen vanuit het buitenland juist gestegen van 9% in 2018 naar 22% in 2023. Dit zijn met name arbeidsmigranten die zich in de gemeente hebben ingeschreven in de BRP. Dat zien we ook terug in figuur 41 (herkomstland).
Deze doelgroep hoeft overigens niet rechtstreeks uit het buitenland te komen. Wanneer zij eerst zonder inschrijving in de gemeente hebben gewoond, worden zij bij inschrijving nog steeds als een buitenlandse verhuizer gezien. Alleen bij inschrijving in de BRP zijn buitenlandse verhuizers namelijk pas goed in beeld.
13
De referentiepersoon is het lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van andere leden in het huishouden worden bepaald door het CBS en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend.
37
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 32: Inkomende verhuizingen* per jaar in de gemeente Horst aan de Maas, 2018-2023 0%
10%
20%
2018
37%
2019
34%
2020
35%
30%
40%
50%
60%
23%
70%
80%
17%
7%
21%
21%
17%
23%
2021
29%
22%
15%
11%
2022
29%
19%
16%
9%
2023 Gemiddelde Binnen kern
Binnen gemeente
Terugkeerder naar gemeente
7%
8%
10%
7%
8%
10% 13%
12%
15%
12%
22% 13%
9%
9%
16%
22%
31%
100% 9%
7%
10%
10%
14%
23%
21%
90%
Binnnen regio
Binnenlands
Buitenlands
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025). *Exclusief de instroom van Oekraïners.
Met name 75-plussers en gezinnen verhuizen vaker binnen Horst aan de Maas Onderscheid makend naar huishoudenstypen valt op dat alleenstaanden en stellen van 75 jaar of ouder relatief vaak binnen de eigen kern of gemeente verhuizen (76%). Ook gezinnen doen dit vaak (65%). Dit terwijl alleenstaanden en stellen van 35 tot 55 jaar dit veel minder vaak doen (37%). Van deze groep komt een relatief groot aandeel (63%) van buiten de gemeente. Doordat ouderen zo vaak binnen de eigen gemeente verhuizen, zal een nieuwbouwwoning voor ouderen dus ook relatief vaak bewoond worden voor een oudere uit de eigen gemeente. Daarmee komt er dan dus ook een andere bestaande woning vrij in de bestaande voorraad die door een ander huishouden bewoond kan worden, zoals door een gezin. Houd er wel rekening mee dat jongeren en gezinnen wel vaker verhuizen dan oudere huishoudens.
Figuur 33: Inkomende verhuizingen* per doelgroep in de gemeente Horst aan de Maas, 2018-2023 0%
20%
A&S tot 35 jaar (3.880)
29%
Gezinnen (2.090) A&S 35 tot 55 jaar (1.935) A&S 55 tot 75 jaar (1.290)
60%
22%
17%
41%
18%
33%
Binnen gemeente
80%
24%
19%
A&S 75 jaar of ouder (450)
Binnen kern
40%
24%
22%
52%
Terugkeerder naar gemeente
9%
7%
17%
12%
8%
10%
8%
12%
100%
10%
10%
24%
Binnen regio
5%
21%
15%
8%
Binnenlands
8%
9%
6%
Buitenlands
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025). *Exclusief de instroom van Oekraïners.
Hoge inkomens vaker afkomstig uit gemeente Onderscheid makend naar inkomen zien we dat huishoudens met een hoog inkomen relatief vaak afkomstig zijn uit de eigen kern of gemeente. Daarnaast valt op dat lage en middeninkomens vaker terugkeren naar Horst aan de Maas in vergelijking met de huishoudens met een hoog inkomen. Zij zoeken
38
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
waarschijnlijk een ruimere woning op die ze in bijvoorbeeld Eindhoven, Arnhem of Nijmegen niet kunnen krijgen.
Figuur 34: Inkomende verhuizingen* per inkomensgroep in de gemeente Horst aan de Maas, 2018-2021 0%
20%
Laag inkomen
10%
Terugkeerder naar gemeente
Binnen regio
10%
15%
7%
7%
27%
100% 8%
8%
22%
38%
Binnen gemeente
80% 17%
21%
28%
Hoog inkomen
60% 22%
34%
Midden inkomen
Binnen kern
40%
9%
10%
Binnenlands
5%
Buitenlands
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025). *Exclusief de instroom van Oekraïners.
Meeste middelbaar en theoretisch opgeleiden verhuizen binnen de gemeente Wanneer we onderscheid maken op basis van opleidingsniveau, valt op dat huishoudens met een middelbaar en theoretisch opleidingsniveau het vaakst binnen de gemeente Horst aan de Maas verhuizen (respectievelijk 62% en 64%). Bij huishoudens met een praktisch opleidingsniveau ligt dit percentage lager, namelijk 51%. Bij deze groep is het aandeel terugkeerders naar Horst aan de Maas juist weer hoger (19%). Daarnaast is bij deze groep het aandeel verhuizers afkomstig vanuit de regio (16%) en het buiteland (7%) relatief groter dan bij middelbaar en theoretisch opgeleiden.
Figuur 35: Inkomende verhuizingen* naar opleidingsniveau in de gemeente Horst aan de Maas, 2018-2021 0%
Praktisch
Middelbaar
Theoretisch Binnen kern
10%
20%
23%
30%
40%
50%
28%
37%
41% Binnen gemeente
60%
70%
19%
26%
24% Terugkeerder gemeente
80%
16%
90%
100%
9%
7%
12%
13%
12%
10%
11%
15%
Binnen regionaal
Binnenlands
1%
Buitenlands
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025). *Exclusief de instroom van Oekraïners.
Woningtype na verhuizing hangt sterk af van levensfase We hebben vervolgens ook in beeld gebracht naar welk type woning doelgroepen met name verhuizen. Dit verhuisgedrag is een belangrijke indicator voor woonwensen in de toekomst. Het verhuisgedrag hangt namelijk sterk samen met de levensfase van doelgroepen. Zo zien we dat gezinnen relatief vaak verhuisd zijn naar reguliere grondgebonden koopwoningen (78%). Bij alleenstaanden en stellen van 75 jaar of ouder is dit aandeel een stuk kleiner (41%). Deze doelgroep verhuist in vergelijking met andere doelgroepen vaker
39
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
naar een appartement in het koop- of (sociale) huursegment. Dit zijn zowel reguliere appartementen als nultredenwoningen. 75-plussers onderscheiden zich daarmee ook nog sterk van de 55- tot 75-jarigen, die net als gezinnen vaker naar grondgebonden koopwoningen verhuizen.
Figuur 36: Woningtype na verhuizing per doelgroep in de gemeente Horst aan de Maas, 2018-2021 0% A&S tot 35 jaar
10%
20%
30%
4%
40%
70%
80%
12%
14%
9%
41%
Koop GGB
22%
SH APP
SH GGB
11% 1% 5%
16%
70%
100%
7% 3% 4%
4%
61%
A&S 55 tot 75 jaar 4%
90%
15%
78%
A&S 35 tot 55 jaar 4%
Koop APP
60%
66%
Gezinnen 1%
A&S 75 jaar of ouder
50%
2% 6%
9% 1% 5%
10%
VSH APP
9%
5%
VSH GGB
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). GGB = Grondgebonden, APP / NULT = Appartement / Nultredenwoning. SH = sociale huur, VSH = Vrijesectorhuur. Huurprijzen zijn enkel bekend voor de periode tot en met 2021.
Met name koopwoningen in trek bij binnengemeentelijke verhuizer Wanneer we de verhuizingen opdelen op basis van het eigendom van de woning waar men zich vestigt, valt op dat 62% van de verhuizingen naar koopwoningen afkomstig is van binnengemeentelijke verhuizingen. Bij particuliere huurwoningen ligt dit percentage lager, namelijk 48%. Het aandeel verhuizingen door terugkeerders (22%) en buitenlanders (16%) is hier daarentegen hoger. Van alle verhuizingen naar sociale huurwoningen komt iets meer dan de helft (51%) van binnengemeentelijke verhuizingen. 39% van de verhuizingen naar sociale huurwoningen komt van verhuizers uit een andere gemeente, en de overige 10% betreft verhuizingen vanuit het buitenland. Dit betreft dan enkel de verhuizingen richting geregistreerde woonruimten. Daar vallen shortstay-locaties (met logiesfunctie) niet onder.
Figuur 37: Verdeling inkomende verhuizingen* naar eigendom bewoonde woning in Horst aan de Maas, 2018-2023 0%
10%
20%
Koopwoning
30%
40%
50%
60%
80%
10%
11%
22%
40%
70%
Particuliere verhuurder
26%
22%
22%
7%
Woningcorporatie
26%
25%
16%
12%
Binnen kern
Binnen gemeente
Terugkeerder gemeente
Binnen regionaal
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). *Exclusief de instroom van Oekraïners.
90%
100%
12%
6%
7%
11%
Binnenlands
16%
10% Buitenlands
40
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Duurste koopsegment relatief vaak bewoond voor verhuizer van buiten de regio Wanneer we de verhuizingen naar koopwoningen opdelen naar WOZ-waarde, valt op dat binnengemeentelijke verhuizers naar koopwoningen in alle prijssegmenten verhuizen, waarbij zij in elk segment meer dan 50% van het aandeel uitmaken. Verder blijkt dat het aandeel huishoudens van buiten de eigen regio het vaakst naar koopwoningen in het duurste segment van meer dan € 390.000 verhuist. Zo is 16% van de verhuizers in dit segment afkomstig uit een regio buiten Noord-Limburg, en komt 10% uit het buitenland.
Figuur 38: Verdeling inkomende verhuizingen naar koopwoningen in Horst aan de Maas naar prijssegment, 2022-2023* 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
Tot €280.000
33%
21%
12%
12%
€280.000 tot €335.000
31%
22%
12%
13%
15%
12%
12%
8%
16%
€335.000 tot €390.000
40%
Meer dan €390.000 Binnen kern
19%
35%
Binnen gemeente
20%
Terugkeerder gemeente
9% 12%
Binnen regionaal
10%
100%
10% 7% 7% 10%
Binnenlands
Buitenlands
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022-2023). Exclusief de instroom van Oekraïners.
Dure huurwoningen relatief vaak bewoond door verhuizer van buiten de gemeente Onderscheid makend naar de prijssegmenten van verhuizingen naar huurwoningen, valt op dat dure huurwoningen relatief vaak bewoond worden door verhuizers van buiten de gemeente (54%). Het grootste aandeel hiervan bestaat uit huishoudens die vanuit het buitenland verhuizen (21%). Vooral in het huurprijssegment tussen de aftoppingsgrens en de DAEB-huurgrens verhuizen relatief veel mensen vanuit de gemeente zelf (69%). Ook in de segmenten tot de aftoppingsgrens (54%) en de middenhuur (62%) is dit in meer dan de helft van de verhuizingen het geval.
Figuur 39: Verdeling inkomende verhuizingen naar huurwoningen in Horst aan de Maas naar prijssegment, 2018-2021* 0% Tot aftoppingsgrens
20%
41%
Middenhuur
39%
Binnen kern
Binnen gemeente
21%
60%
26%
28%
Aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens
Dure huur
40%
18%
28%
Terugkeerder gemeente
10%
10%
Binnen regionaal
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Exclusief de instroom van Oekraïners.
11%
9%
23%
25%
80%
100% 9%
9%
10%
9% 3%
18%
7% 7% 7%
13%
21%
Binnenlands
Buitenlands
41
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Woningen tussen de 75 en 150 m₂ voor 58% binnengemeentelijke verhuizingen Als we ten slotte onderscheid maken naar woninggrootte, valt op dat naarmate de woninggrootte toeneemt, het aandeel verhuizers uit de gemeente toeneemt en het aandeel buitenlandse verhuizers afneemt. Dit geldt voor woningen tot 100 m². Bij woningen tussen de 75 en 100 m2 geldt de meeste lokale binding. Vanaf 100 m² is er echter een tegenovergesteld effect zichtbaar; naarmate de woning vanaf dit aantal vierkante meters groter wordt, neemt het aandeel verhuizers uit de gemeente af en neemt het aandeel buitenlandse verhuizers juist toe. De mate waarin huishoudens behoefte hebben aan een kleine of grote woning hangt waarschijnlijk voor een groot deel samen met de betaalbaarheid van dit aanbod. Tegelijkertijd kan een toename van een- en tweepersoonshuishoudens ook daadwerkelijk wel leiden tot een toenemende vraag naar relatief klein wonen (los van de betaalbaarheidskwestie).
Figuur 40: Verdeling inkomende verhuizingen in Horst aan de Maas naar woninggrootte, 2018-2023* 0% < 50 m₂
10%
20%
17%
50-75 m₂
30%
40%
25% 28%
50%
60%
70%
16%
8%
6%
21%
15%
75-100 m₂
33%
26%
100-150 m₂
36%
21%
150-250 m₂ >250 m₂ Binnen kern
32% 18% Binnen gemeente
18% 19%
9%
Terugkeerder gemeente
20%
9% 8% 8%
Binnen regionaal
100%
29%
9%
14% 17%
90%
7%
14%
27%
80%
8%
8%
10%
10%
10% 10%
14% 18%
Binnenlands
Buitenlands
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Exclusief de instroom van Oekraïners.
5.3 Verhuizingen naar herkomst Buitenlandse instroom met name door Polen, Oekraïense vluchtelingen en arbeidsmigranten Van de buitenlandse inkomende verhuizers is een groot deel afkomstig uit Polen (38%). In vergelijking met andere buitenlanders verhuizen zij relatief veel naar Horst aan de Maas. Daarop volgen huishoudens die afkomstig zijn uit Oekraïne (19%). Dit betreft met name vluchtelingen die naar Nederland zijn gekomen na de Russische invasie van Oekraïne in 2022. Daarvoor was er weinig instroom vanuit dit land. Daarna volgen met name veel landen waaruit arbeidsmigranten afkomstig zijn zoals Bulgarije, Roemenië en Spanje. Ook vanuit Duitsland, België en Portugal zien we instroom. De overige herkomstlanden vormen samen 17% van het totaal, waarbij geen enkel individueel land meer dan 1% bijdraagt. Met name arbeidsmigranten die voor langere tijd in Nederland blijven en zich in een reguliere woning vestigen, doen dat.
42
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 41: Buitenlandse verhuizingen naar land van herkomst in de gemeente Horst aan de Maas, periode 2018-2023
38%
19%
0% 10% 20% 30% Polen Oekraine Bulgarije
40% Duitsland
10%
6%
50% 60% 70% Roemenië Spanje
6% 2%1%1%
80% Belgie
17%
90% Portugal
100% Overig
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025). Overig bestaat uit herkomstlanden vanwaar minder vaak verhuizingen plaatsvinden dan de in de figuur genoemde landen.
Binnenlandse instroom voor 40% vanuit gemeente Venlo en gemeente Venray Wanneer we kijken naar verhuizingen vanuit andere Nederlandse gemeenten, valt op dat vooral veel mensen vanuit Venlo (23%) en Venray (17%) naar Horst aan de Maas verhuizen. Daarnaast zijn er relatief veel verhuizingen vanuit Peel en Maas, Deurne, Eindhoven, Nijmegen, Leudal en Bergen (L.). Dit patroon hangt samen met de geografische ligging en de nabijheid van deze gemeenten. De overige herkomstgemeenten vormen samen 40% van het totaal, waarbij geen enkele individuele gemeente 14 meer dan 2% bijdraagt. We hebben deze gemeenten ook naar COROP-regio’s ingedeeld. Daaruit blijkt dat van de binnenlandse verhuizingen (exclusief de binnengemeentelijke verhuizingen) 50% afkomstig was uit de regio Noord-Limburg, 12% uit Zuidoost-Noord-Brabant (regio Eindhoven), 6% uit Midden-Limburg en 4% uit Arnhem/Nijmegen. We zien daarvoor ook geen duidelijke trendontwikkelingen gedurende de periode 2018-2023.
Figuur 42: Binnenlandse verhuizingen naar gemeente van herkomst in de gemeente Horst aan de Maas, 2018-2023
23%
0% Venlo
10% Venray
17%
20% 30% Peel en Maas
8%
40% Deurne
3% 3%2%2%2%
40%
50% 60% 70% 80% 90% Eindhoven Nijmegen Leudal Bergen (L.)
100% Overig
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025).
Figuur 43: Binnenlandse verhuizingen naar regio van herkomst in de gemeente Horst aan de Maas, 2018-2023 0%
10%
20%
30%
40%
50%
Noord-Limburg
Zuidoost-Noord-Brabant
50%
60%
12%
70%
6% 4%
Midden-Limburg
80%
90%
100%
28%
Arnhem/Nijmegen
Overig
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025). 14
Helmond, Roermond en Land van Cuijk dragen ieder 2% bij aan het totaal. De volgende gemeenten dragen ieder 1% bij aan het totaal: Maasticht, ’s-Hertogenbosch, Tilburg, Beesel, Amsterdam, Heerlen, ’s-Gravenhage, Sittard-Geleen, Utrecht (gemeente), Weert, Arnhem, Asten, Echt-Susteren, Gemert-Bakel, Maasgouw, Meierijstad, Oss, Roerdalen en Rotterdam.
43
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Binnengemeentelijke verhuizingen met name richting de kern Horst In onderstaande tabel hebben we per kern in de gemeente Horst aan de Maas weergegeven naar welke kern binnen de gemeente zij het meest verhuisd zijn. Daaruit valt op dat van de zestien kernen in totaal twaalf kernen de sterkste binding hebben met de kern Horst. Dit komt waarschijnlijk door de centrale ligging van deze kern in Horst aan de Maas en de aanwezigheid van een ruim aanbod aan woningen en voorzieningen. Vanuit de kern Horst vinden relatief veel verhuizingen plaats naar Hegelsom en Meterik; de naastgelegen kernen.
Tabel 7: Binnengemeentelijke verhuizingen naar kern voor verhuizing (links) en top-3 van woongemeenten na verhuizing*, 2019-2023 1.
2.
3.
America
Horst (44%)
Hegelsom (11%)
Meterik (11%)
Meterik
Horst (66%)
Sevenum (9%)
Hegelsom
Horst (56%)
Sevenum (12%)
Meterik (6%)
Horst
Hegelsom (18%)
Meterik (18%)
Sevenum (15%)
Melderslo
Horst (56%)
Meterik (9%)
Hegelsom (9%)
Broekhuizen
Horst (29%)
Broekhuizenvorst (24%)
Lottum
Horst (57%)
Grubbenvorst (13%)
Grubbenvorst
Horst (42%)
Lottum (12%)
Broekhuizen
Horst (33%)
Broekhuizen (22%)
Sevenum
Horst (45%)
Hegelsom (13%)
Kronenberg
Sevenum (46%)
Horst (23%)
Griendtsveen
Sevenum (12%)
America (8%)
Evertsoord Meerlo
Horst (55%)
Tienray
Horst (50%)
Swolgen
Horst (54%)
Meerlo (13%)
Swolgen (13%)
Bron: CBS Microdata (2019-2023). Bewerking Stec Groep (2025). Lege cellen bevatten onvoldoende data.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
44
6. Kwantitatieve woningbehoefte Voor het bepalen van de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Horst aan de Maas vormt de verwachte huishoudensontwikkeling het uitgangspunt 15. We brengen deze in beeld voor de periode 2024 tot 2050. Daarbinnen maken we onderscheid naar de perioden 2024 tot en met 2030 (aansluitend op de periode van de Woondeal), 2024 tot en met 2040 en 2024 tot 2050. In dit hoofdstuk tonen we telkens de verwachte huishoudensontwikkeling naar doelgroepen op gemeenteniveau. De uitwerking naar doelgroepen per kern is in te zien in het dashboard in PowerBI. De huishoudensontwikkeling in de gemeente Horst aan de Maas is afhankelijk van natuurlijke bevolkingsontwikkelingen, maar ook van migratiestromen. Met name dit tweede is lastiger voorspelbaar. Zo kunnen ook geopolitieke ontwikkelingen de oorzaak zijn van immigratie. De instroom van Oekraïners is hier een recent voorbeeld van. Om deze reden werken we in ons onderzoek met twee scenario’s als uitgangspunt 16: • Progneff2023-scenario: in de provincie Limburg wordt om het jaar een huishoudensprognose op gemeenteniveau opgeleverd; de zogenoemde Progneff. De meest recente versie is de Progneff2023. Deze prognose maakt gebruik van het migratiesaldo in Horst aan de Maas over een zeer lange periode, namelijk 2008-2022. Daarbij geldt wel dat de laatste jaren zwaarder meewegen.
• Trendscenario: er is in de afgelopen jaren sprake geweest van een migratieomslag in de provincie Limburg, zo ook in de gemeente Horst aan de Maas. Zowel het aantal verhuizingen vanuit het binnenland als vanuit het buitenland (permanente huisvesting) neemt toe. We zien mogelijkheden dat de provincie dit hoge migratiesaldo de komende jaren kan vasthouden. Dit betekent dat het basisscenario een onderschatting kan zijn van de daadwerkelijke huishoudensontwikkeling. Om die reden kiezen we ervoor een tweede huishoudensprognose uit te werken waarbij we werken met een recente kortere periode, namelijk 2019-2023. Deze trekken we door voor de gehele periode tot 2050. Het uitwerken van twee mogelijke ontwikkelingen laat de onzekerheid zien die huishoudensprognoses geven. Om die reden is het dus ook van belang met voorzichtigheid om te gaan met de uitkomsten en te monitoren welk van deze ontwikkelingen zich dichterbij de gerealiseerde huishoudensontwikkeling bevindt.
6.1 Progneff2023: +1.305 huishoudens tot 2050 We beredeneren de verwachte huishoudensgroei in eerste instantie vanuit de Progneff2023huishoudensprognose. Hierin heeft het onderzoeksbureau Etil research group de verwachte groei van huishoudenstypen naar leeftijd en samenstelling per gebied (buurt, wijk of gemeente) geschat. Deze prognose vormt een doorrekening van migratiestromen en natuurlijke ontwikkelingen uit het verleden en neemt deze als basis voor toekomstverwachtingen. Zoals in bovenstaand tekstkader is genoemd, rekent deze prognose met de gerealiseerde migratie over de periode 2008 tot en met 2022.
15
De berekende kwantitatieve woningbehoefte is in dit hoofdstuk berekend zonder de verwachte extramuralisering van wlzzorg. Deze opgave is apart benoemd in paragraaf 7.4. 16 In onderzoek voor de provincie Limburg zijn dezelfde scenario’s als uitgangspunt gehanteerd.
45
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Progneff2023: +1.045 huishoudens t/m 2030, stagnerende toename na 2040 In de periode 2024 tot 2050 verwacht de Progneff2023-prognose een toename van het aantal huishoudens in de gemeente Horst aan de Maas. In totaal betreft dit 1.420 huishoudens tot en met 2040 (+7%) en 1.305 huishoudens tot 2050 (+7%). Met name het aantal alleenstaanden en stellen tot 35 jaar (-22%) en het aantal alleenstaanden en stellen tussen de 55 en 75 jaar (-20%) neemt volgens deze prognose fors af. Daartegenover staat een sterke toename van de doelgroep alleenstaanden en stellen van 75 jaar en ouder (+82%). Dit komt door de grote groep inwoners van de gemeente die op dit moment nog tot de doelgroep 55 tot 75 behoort, maar ouder wordt en dus tot de oudste doelgroep gaat behoren. Verder gaat het Progneff2023-scenario tot en met 2040 uit van een forse aanwas van alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 55 jaar (+14%). Na 2040 zien we deze doelgroep juist weer afnemen.
Tabel 8: Verwachte huishoudensontwikkeling gemeente Horst aan de Maas naar doelgroepen volgens Progneff2023, 2024-2050 Stand 2024
2024-2031
2024-2041
2024-2050
A&S tot 35 jaar
2.060
+35 (+2%)
-505 (-24%)
-445 (-22%)
Gezinnen
6.450
+50 (+1%)
+340 (+5%)
+315 (+5%)
A&S 35 tot 55 jaar
2.020
+40 (+2%)
+280 (+14%)
+85 (+4%)
A&S 55 tot 75 jaar
5.525
+165 (+3%)
-665 (-12%)
-1.110 (-20%)
A&S >75 jaar
3.000
+750 (+25%)
+1.955 (+65%)
+2.445 (+82%)
Overig
60
+5 (+10%)
+10 (+15%)
+15 (+24%)
Totaal
19.115
+1.045 (+5%)
+1.420 (+7%)
+1.305 (+7%)
Doelgroepen
Bron: Progneff2023. Bewerking Stec Groep (2025). A&S = alleenstaanden en stellen. Afgerond op vijftallen.
6.2 Trendscenario: +3.700 huishoudens tot 2050 In het tweede scenario dat we doorrekenen voor de gemeente Horst aan de Maas hebben we de Progneffhuishoudensprognose opnieuw als basis gebruikt, maar nu met de doorrekening van de actuele migratietrend inclusief permanente huisvesting van arbeidsmigranten (huishoudensontwikkeling tussen 2019 en 2023). Deze migratietrend is positiever dan de migratietrend van de periode 2008-2022. Het doorrekenen van deze migratietrend richting de toekomst zorgt dan ook voor een positievere huishoudensontwikkeling. Er is immers meer aanwas van huishoudens van buitenaf. Voor het doorrekenen van deze migratietrend hebben we gebruik gemaakt van CBS Microdata. Daarin zien we namelijk de instroom naar doelgroepen, gemeenten en regio’s terug. Naar deze verhoudingen in het verhuisgedrag is ook de verwachte instroom uit binnen- en buitenland tot 2050 doorgerekend. Trendscenario: +1.690 huishoudens t/m 2030, met huishoudenstoename over langere termijn Wanneer we de huidige migratietrend doorrekenen in de verwachte huishoudensontwikkeling van de gemeente Horst aan de Maas, kan een huishoudenstoename van +3.700 huishoudens verwacht worden tot 2050. Dat is dan inclusief permanente huisvesting voor arbeidsmigranten.
Ook in dit scenario vindt in de periode tot 2050 een afname plaats van het aantal alleenstaanden en stellen tot 35 jaar (-9%) en het aantal alleenstaanden en stellen tussen de 55 en 75 jaar (-12%). Dit komt doordat de huidige migratietrend niet opweegt tegen de verwachte natuurlijke krimp. Het trendscenario verwacht met name een sterke stijging van de doelgroep alleenstaanden en stellen boven de 75 jaar, namelijk met 86%. Ook het aantal alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 55 jaar (+31%) en gezinnen (+20%) zal toenemen. Ten opzichte van het Progneff2023-scenario zien we bij het trendscenario de grootste positieve verandering bij de doelgroep alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 55 jaar. Voor deze doelgroep verwachten we op basis van de huidige migratietrend een huishoudenstoename van +31% tot 2050. Dit is 27 procentpunten meer dan bij Profneff2023.
46
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Tabel 9: Verwachte huishoudensontwikkeling gemeente Horst aan de Maas naar doelgroepen volgens trendscenario, 2024-2050 Doelgroepen
Stand 2024
2024-2031
2024-2041
2024-2050
A&S tot 35 jaar
2.060
+245 (+12%)
-235 (-11%)
-190 (-9%)
Gezinnen
6.450
+210 (+3%)
+890 (+14%)
+1.300 (+20%)
A&S 35 tot 55 jaar
2.020
+205 (+10%)
+680 (+34%)
+630 (+31%)
A&S 55 tot 75 jaar
5.525
+260 (+5%)
-385 (-7%)
-650 (-12%)
A&S >75 jaar
3.000
+765 (+26%)
+2.025 (+67%)
+2.590 (+86%)
Overig
60
+5 (+10%)
+10 (+15%)
+15 (+24%)
Totaal
19.115
+1.690 (+9%)
+2.985 (+16%)
+3.700 (+19%)
Bron: Progneff2023. Bewerking Stec Groep (2025). A&S = alleenstaanden en stellen. Afgerond op vijftallen.
6.3 Ruime bandbreedte scenario’s, met name voor jongeren en gezinnen We maken ten slotte een vergelijking tussen de twee scenario’s die we hiervoor hebben geschetst. Deze geven namelijk een bandbreedte weer waarin de onzekerheid rond migratie en daaraan samenhangende economische ontwikkelingen wordt weergegeven. Hieronder tonen we deze bandbreedte voor de totale huishoudensontwikkeling in de periode 2024 tot 2050. Uiteraard is het ook mogelijk dat de huishoudensontwikkeling nog buiten deze bandbreedte plaatsvindt, bijvoorbeeld in het geval van afwijkende economische ontwikkelingen.
Figuur 44: Verwachte huishoudensontwikkeling op basis van twee scenario’s 24.000 23.000 22.000 21.000 20.000 19.000 18.000 17.000
Progneff2023
Trendscenario
Bron: Progneff2023, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2023). Bewerking Stec Groep (2025).
Omvang alleenstaanden en stellen tussen 35 en 55 jaar meest volatiel, sterk afhankelijk van ontwikkelingen op de arbeids- en woningmarkt In onderstaande tabel hebben we de ontwikkeling van de doelgroepen in een bandbreedte weergegeven. Daarmee tonen we de mate waarin de toekomstige omvang van een doelgroep onzeker is. Hierin valt op dat de bandbreedte van met name alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 55 jaar zeer breed is. Daartegenover zien we dat het aantal ouderen van 75 of ouder juist relatief goed te voorspellen lijkt. Dit
47
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
komt doordat 75-plussers sowieso niet vaak verhuizen en wanneer ze dit wel doen, dan doen ze dit hoofdzakelijk binnen de eigen gemeente.
Tabel 10: Verwachte huishoudensontwikkeling 2024-2050 in bandbreedte naar doelgroepen Doelgroepen
Bandbreedte 2024-2041
Bandbreedte 2024-2050
A&S tot 35 jaar
-505 (-24%) tot -235 (-11%)
-445 (-22%) tot -190 (-9%)
Gezinnen
+340 (+5%) tot +890 (+14%)
+315 (+5%) tot +1.300 (+20%)
A&S 35 tot 55 jaar
+280 (+14%) tot +680 (+34%)
+85 (+4%) tot +630 (+31%)
A&S 55 tot 75 jaar
-665 (-12%) tot -385 (-7%)
-1.110 (-20%) tot -650 (-12%)
+1.955 (+65%) tot +2.025 (+67%)
+2.445 (+82%) tot +2.590 (+86%)
Overig
+10 (+15%) tot +10 (+15%)
+15 (+24%) tot +15 (+24%)
Totaal
+1.420 (+7%) tot +2.985 (+16%)
+1.305 (+7%) tot +3.700 (+19%)
A&S >75 jaar
Bron: Progneff2023, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022). Bewerking Stec Groep (2025). A&S = alleenstaanden en stellen. Afgerond op vijftallen.
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
48
7. Kwalitatieve woningbehoefte In dit hoofdstuk is de toekomstige kwalitatieve woonbehoefte in beeld gebracht. We doen dit naar woningtypen en prijssegmenten. Zowel op basis van woonwensen (WoON2021) als verhuisgedrag (CBS Microdata) is gewerkt met twee scenario’s die we vaker hebben uitgewerkt: Progneff2023 en het trendscenario. Hiermee brengen we in beeld binnen op welke segmenten de meeste marge en onzekerheden zitten op basis van de migratiestromen naast de behoefte die vanuit de huidige eigen inwoners ontstaat.
7.1 Kwalitatieve woonbehoefte op basis van StecDoorstroommodel De verwachte huishoudensontwikkeling naar doelgroepen en de bestaande woningvoorraad in Horst aan de Maas vormt de basis om de kwalitatieve woningbehoefte te kunnen bepalen. We zetten hiervoor ons Stec-Doorstroommodel in. Hiermee berekenen we op basis van de kenmerken van de demografie en woningmarkt aan welke type woningen de komende jaren behoefte dan wel overschot bestaat. We houden hierbij rekening met de verhuisgeneigdheid, woonwensen en het verhuisgedrag van de doelgroepen die nu en in de toekomst naar verwachting in de gemeente Horst aan de Maas zullen wonen. Dit doorstromingsprincipe houdt er rekening mee dat een deel van de woningzoekenden ook goed kan landen in de bestaande woningvoorraad. We gebruiken daarvoor de landelijke WoON-enquête (woonwensen) en CBS Microdata (verhuisgedrag). In onderstaand tekstkader lichten we het Stec-Doorstroommodel verder toe.
Uitleg Stec-Doorstroommodel Behoefte aan woningen op basis van doorstroommodel en verschillende doelgroepen Het doorstroommodel is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch en vraaggestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. We onderscheiden hiervoor 31 doelgroepen op basis van huishoudenssamenstelling, leeftijd, inkomen en woonmilieu. Vervolgens bepalen we de jaarlijkse opgave, waarbij het model rekening houdt met de bestaande voorraad, de gewenste woonsituatie, het verhuisgedrag en demografische ontwikkelingen van de doelgroepen in de gemeente Horst aan de Maas. Door confrontatie huidige woonsituatie met woonwensen én verhuisgedrag ontstaat opgave Door de ontwikkeling van deze doelgroepen te combineren met hun huidige woonsituatie (wat komt er aan woningen vrij bij huishoudensdaling/doorstroming?), verhuisgeneigdheid en kwalitatieve woonvoorkeuren (waar is behoefte aan bij huishoudensgroei/doorstroming?) simuleren we in het model de jaarlijkse inkomende en uitgaande verhuizingen. Zo ontstaat op basis van verhuis- en woonwensen en de samenstelling van de woningvoorraad een vraagaanbodconfrontatie die per saldo een jaarlijkse kwantitatieve en kwalitatieve opgave op de woningmarkt oplevert.
Verhuisgedrag van doelgroepen verfijnd met daadwerkelijke verhuizingen in de gemeente Horst aan de Maas Op basis van CBS Microdata hebben we ons Stec-Doorstroommodel verder kunnen verfijnen voor de woningmarktsituatie in de gemeente Horst aan de Maas. Dit zorgt ervoor dat de
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
49
woningbehoefte op basis van daadwerkelijk verhuisgedrag voor een groot deel gebaseerd is op de verhuizingen zoals ze daadwerkelijk in de gemeente hebben plaatsgevonden in de periode 2019 tot en met 2021. In bepaling van de behoefte houden we rekening met betaalbaarheid van de voorraad Daarnaast houden we in het woonbehoefteonderzoek rekening met de betaalbaarheid van de (koop)woningvoorraad, zodat we (vanuit het inkomen) onhaalbare wensen corrigeren. Zo dempen we de vraag naar koopwoningen vanuit lage en middeninkomens naargelang de woningvoorraad in een gemeente duurder is. Dit resulteert erin dat huishoudens vaker aangewezen zijn op een huurwoning, omdat niet iedereen koopwensen kan realiseren. Andersom kunnen huishoudens met een hoog inkomen geen woonwens waarmaken naar een sociale huurwoning.
7.2 Woningbehoefte op hoofdlijnen Progneff2023: vergrijzing en stagnatie van huishoudensgroei leiden tot overschotten in grondgebonden segment Volgens de Progneff2023 zal de groei van het aantal huishoudens in de periode na 2030 stagneren, waarbij sprake is van een vergrijzing van de bevolking in de gemeente Horst aan de Maas. Dit heeft een verandering van de woningbehoefte als gevolg. Oudere huishoudens hebben vaker behoefte aan een woning die is aangepast aan een verminderde mobiliteit, denk hierbij aan nultredenwoningen. Deze woningen kunnen zowel grondgebonden als in de vorm van appartementen (met lift) gerealiseerd worden. De vergrijzing is daarmee terug te zien in de woningbehoefte. Naar nultredenwoningen in alle prijssegmenten wordt een toenemende vraag verwacht. Hierdoor is er voor dit type een bouwopgave ondanks de stagnerende huishoudenstoename. In het basisscenario valt verder vooral het grote overschot aan grondgebonden koopwoningen op. Dit woningtype is nu nog veelvoorkomend in de gemeente, maar is meer in trek bij huishoudenstypen waarvan we volgens de Profneff2023 een afname kunnen verwachten. Dit betreft bijvoorbeeld alleenstaanden en stellen tot 35 jaar en alleenstaanden en stellen tussen de 55 en 75 jaar. Daarnaast komt dit woningtype vrij als ouderen weten te verhuizen naar een nultredenwoning.
Om overschotten te beperken, kan er daarom ook voor gekozen worden een deel van behoefte aan nultredenwoningen in te vullen door de bestaande reguliere grondgebonden woningvoorraad aan te passen naar hun wensen, bijvoorbeeld door een traplift te installeren of de woning drempelvrij te maken. Ook dat vraagt echter om (gemeentelijke) investeringen en maakt de woning niet toekomstbestendig voor ouderen. Het toevoegen van extra nultredenwoningen via nieuwbouw of transformatie bestaande bouw zou daarom leidend moeten zijn. Trendscenario: inkomende verhuizingen kunnen overschotten beperken, maar opgave blijft Wanneer we de extra instroom van binnenlandse en buitenlandse migranten uit de afgelopen jaren doortrekken naar de toekomst, zien we een invloed op de woningbehoefte terug. Dit is het gearceerde deel in de figuren hierna. We zien dat deze migratie met name een invloed heeft op grondgebonden koopwoningen. Zo is in onderstaand figuur bijvoorbeeld te zien dat het overschot in dit segment tot 2031 afneemt van -1.015 woningen op basis van Progneff2023 naar -600 woningen op basis van het trendscenario. Dit komt doordat nieuwe huishoudens die vanuit een andere gemeente in Nederland verhuizen relatief jong zijn. Deze huishoudens hebben vaker de voorkeur om in een grondgebonden koopwoning te wonen.
Deze verjonging zorgt er dus voor dat het verwachte overschot aan grondgebonden koopwoningen kleiner is. Het trendscenario leidt tevens tot een grotere vraag in de overige segmenten. In het nultredensegment is dit echter wel van beperkte omvang. Dit komt doordat deze behoefte met name voortkomt vanuit de huishoudens die al in de gemeente Horst aan de Maas wonen. Ouderen verhuizen immers minder vaak buitenregionaal.
50
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 45: Woningbehoefte op hoofdlijnen in periode 2024-2031 in de gemeente Horst aan de Maas, o.b.v. Progneff2023 (niet-gearceerd) en invloed trendscenario (gearceerd) -1.200
-1.000
-800
-600
-400
-200
0
200
400
600
800
SH GGB VSH GGB Koop GGB SH APP z. lift VSH APP z. lift Koop APP z. lift SH NULT. VSH NULT. Koop NULT.
Woonvoorkeur (Progneff2023)
Invloed trendscenario
Verhuisgedrag (Progneff2023)
Invloed trendscenario
Bron: Progneff2023, WoON2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur. *Zie onderstaande bijbehorende tabel voor een juiste interpretatie van de figuur.
Tabel 11: Woningbehoefte op hoofdlijnen in periode 2024-2031 in de gemeente Horst aan de Maas, o.b.v. Progneff2023 en trendscenario Woonvoorkeur Basisscenario
Verhuisgedrag
Trendscenario
Basisscenario
Trendscenario
SH GGB
+555
+645
+375
+450
VSH GGB
-85
-70
+375
+410
Koop GGB
-1.015
-600
-160
+270
SH APP z. lift
+160
+200
+65
+100
VSH APP z. lift
+15
+15
+35
+40
Koop APP z. lift
+120
+135
0
+5
SH NULT
+620
+655
+215
+250
VSH NULT
+120
+125
+100
+105
Koop NULT
+560
+580
+40
+50
Totaal
+1.040
+1.685
+1.040
+1.685
Totaal – overschot*
-1.075
-645
-160
0
Totaal – tekort**
+2.145
+2.355
+1.200
+1.685
Bron: Progneff2023, WoON2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur. *Overschot is de som van het aantal woningen waarvoor een overschot bestaat. ** Tekort is de som van het aantal woningen waarvoor behoefte is.
51
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 46: Woningbehoefte op hoofdlijnen in periode 2024-2041 in de gemeente Horst aan de Maas, o.b.v. Progneff2023 (niet-gearceerd) en invloed trendscenario (gearceerd)* -2.500
-2.000
-1.500
-1.000
-500
0
500
1.000
1.500
2.000
SH GGB VSH GGB Koop GGB SH APP z. lift VSH APP z. lift Koop APP z. lift SH NULT. VSH NULT. Koop NULT. Woonvoorkeur (Progneff2023)
Invloed trendscenario
Verhuisgedrag (Progneff2023)
Invloed trendscenario
Bron: Progneff2023, WoON2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur. *Zie onderstaande bijbehorende tabel voor een juiste interpretatie van de figuur.
Tabel 12: Woningbehoefte op hoofdlijnen in periode 2024-2041 in de gemeente Horst aan de Maas, o.b.v. Progneff2023 en trendscenario Woonvoorkeur Basisscenario
Verhuisgedrag
Trendscenario
Basisscenario
Trendscenario
SH GGB
+705
+940
+605
+815
VSH GGB
-160
-135
+625
+725
Koop GGB
-2.230
-1.280
-590
+455
SH APP z. lift
+265
+355
+55
+125
VSH APP z. lift
+35
+45
+55
+65
Koop APP z. lift
+170
+205
-5
+10
SH NULT
+1.300
+1.405
+370
+445
VSH NULT
+300
+315
+195
+215
Koop NULT
+1.025
+1.120
+90
+115
Totaal
+1.410
+2.975
+1.410
+2.975
Totaal – overschot
-1.075
-645
-160
0
Totaal – tekort
+3.805
+4.390
+2.000
+2.970
Bron: Progneff2023, WoON2021, CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2021). Bewerking Stec Groep (2025). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur.
52
Woningbehoefte-onderzoek gemeente Horst aan de Maas
Figuur 47: Woningbehoefte op hoofdlijnen in periode 2024-2050 in de gemeente Horst aan de Maas, o.b.v. Progneff2023 (niet-gearceerd) en invloed trendscenario (gearceerd) -4.000