CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02c Toelichting

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN21.563 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er wordt gestreefd naar het verbeteren van de omgevingskwaliteit. ,

,

,

,

,

Initiatief Bij onderhavige ontwikkeling is sprake van de beëindiging van een glastuinbouwbedrijf (kas) aan de Most 7 te Sevenum waarvoor in de plaats aan de Over de Beek 8 te Tienray een grondgebonden agrarische bedrijf mag terugkomen. Door deze ontwikkeling komt het agrarisch bouwvlak voor glastuinbouw met een aanzienlijk oppervlak van 9. 000 m2 te vervallen en wordt de kas met werkruimte gesloopt. Hierdoor kan een groot gebied natuur teruggegeven worden wat de natuurontwikkeling in het beekdal Groote Molenbeek ten goede komt. ,

,

Het beoogde agrarisch bouwvlak (totale omvang circa 5. 000 m2) aan Over de Beek 8 is kleiner dan het agrarisch bouwvlak (9. 000 m2) aan de Most 7. Ook is de loods (864 m)2 aan Over de Beek 8 geringer in omvang dan de kas met werkruimte (4. 460 m)2 aan de Most 7. Hiermee wordt netto dus meer ingeleverd. Gezien het agrarische karakter van het plangebied en de omliggende percelen is het grondgebonden agrarische bedrijf met deze geringe omvang op deze plek een juiste locatie. Zeker gezien

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

28

het feit dat voorheen hier ook al een varkenshouderijbedrijf was gevestigd. De loods en verdere bebouwing wordt landschappelijk ingepast door de veelheid aan gebiedseigen bomen in het gebied. 3. 2. 3 Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu provinciale wegen (grond-)water grond landbouw natuur wonen en ruimte. Deze Omgevingsverordening geldt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. ,

,

,

,

,

,

Binnen de Omgevingsverordening is de locatie gelegen in het buitengebied. Relevante thema’s in de Omgevingsverordening voor onderhavige ontwikkeling zijn: Landelijk gebied Beschermingszones natuur en landschap

• •

Voor het landelijk gebied voor de regio Noord-Limburg is in de bestuursafspraak regionale uitwerking POL2014 vastgelegd dat de ontwikkelruimte voor de landbouw nog nader uitgewerkt zal worden aan de hand van een nog op te stellen regionaal ruimtelijk kwaliteitskader. De punten aangehaald in de omgevingsvisie van de provincie Limburg zijn hierbij leidend. Verder is het plangebied niet gelegen binnen een beschermingszone natuur en landschap. Er worden dan ook ten aanzien van onderhavige ontwikkeling verder geen nadere eisen vanuit de provinciale verordening gesteld. 3. 3

GEMEENTELIJK BELEID 3. 3. 1 Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 Op 16 december 2025 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de omgevingsvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De gemeente heeft de ambitie om in 2040 een groene gezonde woongemeente te zijn met een duurzame schone en innovatieve economie en agrarische sector een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Gezondheid veiligheid groen economie en wonen zijn belangrijk voor de toekomst van de gemeente. ,

,

,

,

,

,

Aan de hand van 8 thema’s wil de gemeente de ambitie tot een succes maken deze worden hieronder kort toegelicht. ,

1. De leefomgeving is gezond en veilig De gemeente wil inzetten op een gezond en veilig gemeente waar iedereen kan wonen werken ondernemen sporten bewegen spelen en recreëren in een prettige en veilige omgeving. ,

,

,

,

,

,

2. Woningen en voorzieningen naar behoefte De gemeente wil voldoende woningen bouwen en bestaande woningen aanpassen om op de demografische veranderingen aan te sluiten.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

29

3. De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving De gemeente wil inzetten op werk en groei voor ondernemers. Hierbij is het van belang om bedrijventerreinen te realiseren die circulair groen en duurzaam zijn. De gemeente focust zich voornamelijk op lokale mkb bedrijven en agribusiness keten. Echter blijft vrijetijdseconomie en de zorg belangrijke sectoren in de lokale economie en wil de gemeente deze sectoren ruimte geven in dorpen en het buitengebied. Zo wil de gemeente flexibele bedrijventerreinen inrichten waar groei en ontwikkeling centraal staat. Daarnaast wordt er gezorgd voor ‘schuifruimte’. Op deze wijze kunnen bedrijven bij groei verhuizen. Als laatst is er aandacht voor revitalisering van bedrijventerreinen waar de gemeente zich richt op de indeling van een vrijgekomen om ruimte te creëren voor startende en groeiende lokale bedrijven. Slim en dubbel ruimtegebruik wordt hierbij gestimuleerd. ,

,

,

4. Toekomstbestendige agrarische sector De gemeente wil zich inzetten op toekomstgerichte duurzame en innovatieve landbouwgebieden. Hier is een goede balans nodig tussen landbouw natuur water bodem en een gezonde leefomgeving. Ze willen hun goede balans van hun agrarische sector vasthouden en verder versterken. Daarnaast is het van belang om een diverse agrarische sector te creëren voor een sterkere en minder kwetsbare economie. ,

,

,

,

5. Een sterk toeristisch-recreatief profiel voor rust- en plezierzoekers De gemeente wil goed ingericht zijn voor recreatie en toerisme. De gemeente wil dit behalen door zich in te zetten op een mooie rustige omgeving waar genoeg recreatiemogelijkheden zijn. De ontwikkelingen richten zich op het aantrekken van meer bezoekers maar houdt rekening met de capaciteit van de wegen natuur en dorpen. ,

,

,

6. Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed De gemeente wil zich inzetten op het behouden en versterken van de eigenheid en kwaliteit van dorpen en linten. Daarnaast worden cultuurhistorische gebouwen gebieden en landschappen behouden. Erfgoed moet beleefbaar en toegankelijk gemaakt worden voor iedereen. De gemeente kijkt naar de omgeving waarin het erfgoed ligt waarbij kennis en maatwerk is hier van groot belang is. Als laatst is het van belang om herkenbare en aantrekkelijke landschappen te realiseren. ,

,

7. Horst aan de Maas is groen en duurzaam De gemeente Horst aan de Maas wil in 2040 zoveel als mogelijk klimaatneutraal klimaatbestendig en natuurinclusief zijn. Dit doen ze door zelf duurzame energie op te wekken en willen een slim energiesysteem dat opwekking gebruik opslag en omslag met elkaar verbindt. Het reizen moet hierbij ook groener worden. De natuurgebieden zijn met elkaar verbonden en kwetsbare natuur wordt extra goed beschermd door middel van natuurbuffers. Het bodem -en watersysteem moet hierbij goed gebalanceerd zijn. ,

,

,

8. Onze mobiliteit is op orde De gemeente streeft naar goed en veilig bereikbare gebieden. Er zijn minder verkeersslachtoffers en mensen voelen zich veiliger in het verkeer. Zowel in als buiten de dorpen zoeken ze steeds een goede balans tussen bereikbaarheid en leefbaar-

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

30

heid voor alle vormen van vervoer. Daarnaast richten ze zich op duurzamere mobiliteit sterkere vervoersknoop Horst-Sevenum en een betere bereikbaarheid van bedrijventerreinen. ,

,

In navolgende figuur staat de visiekaart van de gemeente Horst aan de Maas afgebeeld. Op grond van deze visiekaart is het plangebied gelegen binnen het rivierdallandschap waarbij de loods zich bevindt binnen een gebied dat is aangewezen als ‘Bos in Mozaïeklandschap’. Ook is de planlocatie gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Verder ligt en grenst de planlocatie aan gebieden welke aangemerkt zijn als ‘Kampen en Velden’ waarbij gronden zijn aangewezen voor grondgebonden teelten en grenst de planlocatie aan een gebied voor teeltondersteunende voorzieningen. ,

Figuur 14 Uitsnede kaart Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.

U

i t s n e

d e p

l a n g e

b i e

d T o p o

k

De

a a r gemeente

Horst aan de Maas acht landbouw als één van de belangrijkste sectot ren binnen hun plattelandsgemeente , waarbij zij ook in de toekomst ruimte willen n biedene voor verdere ontwikkeling van de landbouw. De gemeente wenst in de toekomst d een toekomstbestendige landbouw-sector door kringlopen te sluiten (nae tuurinclusieve landbouw en verduurzaming van de landbouw) en de milieudruk te r verlagen ruimte te bieden voor verdere ontwikkeling van de landbouw door ruimte l te bieden voor grondgebonden landbouw stimuleren van grasland ruimte te bieden a n glastuinbouw ruimte voor boomteelt ruimte voor teeltondersteunende voor de d de intensieve veehouderijtak gezond te houden en hiermee een gevoorzieningen zonde n economische sector te behouden. ,

,

,

,

,

,

.

l

De gebieden die zijn aangewezen als kampen velden en de kleigronden op de rivierterrassen wenst de gemeente vooral te gebruiken voor grondgebonden landbouw ,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

31

,

zoals akkerbouw vollegrondstuinbouw grondgebonden melkveehouderij en boomteelt. ,

,

Doorwerking plangebied Met het plan wordt een agrarisch bouwvlak van de locatie aan de Most 7 te Sevenum verplaatst naar de locatie aan de Over de Beek 8 te Tienray zodat het grondgebonden agrarisch bedrijf aldaar zijn agrarische activiteiten kan voortzetten bestaande uit werkzaamheden in de akkerbouw waaronder grasteelt met daarbij nevenactiviteiten als fouragehandel agrarisch loonwerk en rundveehouderij. Deze activiteiten zijn passend binnen dit gebied waar ontwikkelruimte voor grondgebonden landbouw voorgestaan wordt. ,

,

,

Het plan past hiermee binnen de visie van de gemeente ten aanzien van de ontwikkeling van de landbouw. In navolgende hoofdstuk 4 van deze motivering is onderbouwd dat het initiatief beperkte impact heeft op de omgeving. Het betreft namelijk het onder meer in overeenstemming brengen van de planologisch-juridische situatie met de feitelijke situatie van de agrarische activiteiten te bewerkstelligen. Daarnaast is het met onderhavig plan mogelijk om door de verplaatsing van het agrarisch bouwvlak in combinatie met de sloop van de kas met werkruimte aan de Most 7 te Sevenum de gronden aldaar aan de natuur terug te gegeven. Hiermee draagt het plan positief bij aan de gebiedsontwikkeling van een doorstroommoeras door het waterschap Limburg binnen de Groote Molenbeek. ,

,

Het initiatief is daarmee passend binnen de omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040. 3. 3. 2 Omgevingsplan Buitengebied Horst aan de Maas Het plangebied is in het tijdelijk deel omgevingsplan ‘Bestemmingsplan buitengebied Horst aan de Maas’ vastgesteld op 19-12-2017 aangewezen voor de volgende functievlakken voor de locaties aan de Over de Beek 8 te Tienray en Most 7 Sevenum. ,

,

Over de Beek 8 Tienray Op de locatie ligt de functie ‘Agrarisch met waarden’ de dubbelfunctie ‘Waarde – Archeologie 3’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ en ‘overige zone-kampen’ en deels de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Bos’. ,

De functiewijziging van het perceel van ‘Wonen’ en ‘Bos’ en ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Natuur’ met de nadere aanduidingen ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ en ‘Bossingel’ en ‘Agrarisch met waarden’ met een agrarisch bouwvlak ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf met bedrijfswoning wordt met een wijziging van het omgevingsplan (TAM-IMRO omgevingsplan) mogelijk gemaakt. Voor hetgeen hier toegestaan wordt wordt verwezen naar de regels en de bijlagen voor het beheeradvies van ‘Kruiden- en faunarijk grasland’. Voor de ‘Bossingel’ geldt: ,

• •

Een bossingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken. Een bossingel heeft een breedte van minimaal 2 en maximaal 20 meter en een minimale oppervlakte van 10 are. ,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

32

Most 7 Sevenum Op de locatie ligt de functie ‘Agrarisch met waarden’ de dubbelfuncties ‘Waarde – Archeologie 3’ ‘Waarde – Zone bronsgroene landschapszone’ en ‘Waarde – Zone zilvergroene natuurzone’ een bouwvlak met de functieaanduiding ‘glastuinbouw’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – hydrologische beschermingszone’ ‘overige zone – beekdal’ en ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’. ,

,

,

,

Aan de Most 7 te Sevenum zal het bouwvlak met de functieaanduiding ‘Glastuinbouw’ binnen de functie ‘Agrarisch met waarden’ komen te vervallen door middel van een wijziging van het omgevingsplan (TAM-IMRO omgevingsplan).

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

33

4 4. 1

OMGEVINGSASPECTEN

MILIEUASPECTEN 4. 1. 1 Bedrijven en Milieuzonering Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2024). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: ,

,

1. door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen ; 2. door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1. 500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar. Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend. ,

,

Initiatief Over de Beek 8 Tienray Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf met akkerbouwactiviteiten met als nevenactiviteiten fouragehandel en agrarisch loonwerk. Het agrarisch bedrijf kan geschaard worden onder ‘Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)’ en daarvoor geldt voor geur een richtafstand van 10 meter voor geluid een afstand van 30 meter voor stof een afstand van 10 meter en voor gevaar een afstand van 10 meter. Agrarisch loonwerk kan worden geschaard onder ‘Aannemersbedrijf met werkplaats met b. o. > 1.000 m 2 en daarvoor geldt voor geur een richtafstand van 10 meter voor geluid een afstand van 50 meter voor stof een afstand van 30 meter en voor gevaar een afstand van 10 meter. De fouragehandel kan geschaard worden onder ‘Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders’ en daarvoor ,

,

,

,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

34

,

geldt voor geur een richtafstand van 30 meter voor geluid een afstand van 50 meter voor stof een afstand van 30 meter en voor gevaar een afstand van 30 meter. ,

,

De dichtstbijzijnde (bedrijfs)woning ligt op circa 987 meter gemeten vanaf de bedrijfswoning tot het bouwvlak van onderhavige planlocatie. Dit betreft een gevoelig object behorende tot een veehouderij. Aangezien voldaan wordt aan de vereiste afstanden is ter plaatse geen sprake van een beïnvloeding van het woon- en leefkli,

,

,

maat.

De ontwikkeling van het bedrijf mag geen belemmering geven voor de in de omgeving aanwezig (agrarische) bedrijven. De bedrijvigheid welke in de omgeving voorkomen betreffen twee intensieve veehouderijen (vleesvarkens/vleeskuikens en vleespluimvee) en een tuinbouwbedrijf. Voor beide type intensieve veehouderijen gelden dezelfde richtafstanden. Deze zijn 200 meter voor geur 30 meter voor stof 50 meter voor geluid en 0 meter voor gevaar. ,

Gezien het gegeven dat met het plan geen sprake is van de oprichting van een geurgevoelig object (woning) en de loods bedoeld is voor de opslag van werktuigen/machines en hooi/stro en hier dus geen mensen structureel in zullen verblijven behoeven de richtafstanden geen toetsing. ,

Er kan gesteld worden dat ten aanzien van het aspect milieuzonering de omliggende woningen geen beperkingen opleveren voor de vestiging van het grondgebonden agrarisch bedrijf. Het woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied wordt niet beïnvloed. Anderzijds worden door deze vestiging andere bedrijven in de omgeving niet in hun bedrijfsvoeringen c. q. activiteiten beperkt. Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggebracht. Er zullen op deze gronden geen activiteiten plaatsvinden. Voor onderhavige planontwikkeling geldt dat er geen belemmeringen ten aanzien van het aspect bedrijven en milieuzoneringen zijn. 4. 1. 2 Milieueffectrapportage Op grond van wettelijke procedureregels dienen burgemeesters en wethouders een beoordelingsbesluit te nemen dat voor dit plan geen milieueffectrapportage (MER) hoeft te worden opgesteld. In het besluit m. e. r. is opgenomen voor welke voorgenomen activiteit een m. e. r. -plicht of m. e. r. beoordelingsplicht geldt om te toetsen of sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Met onderhavig plan wordt een grondgebonden agrarisch bedrijf gevestigd en een loods gelegaliseerd. Gezien het feit dat in onderhavige geval slechts sprake is van een loods voor het droog kunnen wegzetten van alle tractoren en machines en de opslag van stro en hooi van de grasteelt en fouragehandel en geen uitbreiding in stalruimte en/of dieren plaatsvindt is een m. e. r. beoordelingsplicht niet van toepassing.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

35

4. 1. 3 Geur De regels met betrekking geur staan in paragraaf 5. 1. 4. 6 van het BKL. Deze regels zijn tezamen met het tijdelijk deel van het omgevingsplan en de regels van de bruidsschat het toetsings- en beoordelingskader voor geur bij omgevingsplanactiviteiten en wijzigingen van het omgevingsplan. ,

,

Geur door activiteiten Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: als er geen hinder is zijn maatregelen niet nodig ; ,

als er wel hinder is worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe ; ,

de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De bruidsschat maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. Initiatief Over de Beek 8 Tienray De omliggende geurgevoelige objecten ondervinden geen hinder van de voorgenomen activiteiten aangezien dit beperkt geuremitterende activiteiten betreffen (akkerbouw waaronder grasteelt fouragehandel agrarisch loonwerk). Op de planlocatie wordt tevens compost opgeslagen en vervolgens uitgereden op de eigen akkerbouwgronden. Voor een compostopslag geldt een richtafstand van 50 meter tot de dichtstbijzijnde (bedrijfs)woning. De dichtstbijzijnde woning ligt op meer dan 75 meter afstand van de rand van het bouwvlak. Hiermee wordt ruim voldoende voldaan aan de aan te houden afstand. ,

,

Ook is geen sprake van de oprichting van een geurgevoelig object. De loods (opslag werktuigen en machines en hooi/stro) is niet bedoeld voor mensen om structureel in te verblijven. Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen (geurgevoelige) activiteiten plaatsvinden.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

36

Het vestigen van het grondgebonden agrarisch bedrijf levert geen belemmeringen op voor omliggende agrarische bedrijven en geurgevoelige objecten. Ook is geur geen belemmering voor de ontwikkeling zelf. 4. 1. 4 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit zoals omgevingsplannen dienen getoetst te worden aan de Omgevingswet. De wet bevat grenswaarden voor de stoffen zoals zwaveldioxide stikstofdioxide stikstofoxiden fijn stof lood benzeen in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM5) voor toetsing of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. ,

,

,

,

,

,

,

NIBM projecten De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit ‘niet in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). Het gaat dan over woningen kantoren combinatie hiervan telen van gewassen het aanleggen van een spoorwegemplacement. ,

,

,

,

,

Het Bkl geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een rekenmodel. Initiatief Over de Beek 8 Tienray Voorliggend plan ziet toe op het vestigen van een grondgebonden agrarisch bedrijf. In de loods zullen werktuigen/machines en hooi/stro worden opgeslagen. Ten aanzien van de achtergrondconcentratie fijnstof kan het volgende gesteld worden. Ter hoogte van het plangebied gelden de volgende waarden: − − −

771 µg/m 3 PM25 (grenswaarde 20 µg/m 3 jaargemiddelde) 142 µg/m 3 PM10 (grenswaarde 20 µg/m 3 jaargemiddelde) 113 µg/m 3 NO2 (grenswaarde 40 µg/m 3 jaargemiddelde) ,

,

, ,

Gekeken naar de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaart voor het jaar 2025 is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Het thema 'luchtkwaliteit' leidt niet tot belemmeringen. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting zal met het plan licht toenemen ten opzichte van de huidige situatie. De werktuigen en machines worden op de locatie gestald. De verkeersbewegingen zullen alleen bestaan uit het op en af rijden van de tractoren ten behoeve van de akkerbouwactiviteiten en voor het agrarisch loonwerk en vrachtwagenbewegingen voor de fouragehandel (zie onderbouwing verkeer en parkeren in navolgende paragraaf 4. 4). ,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

37

De bestaande inrit blijft onveranderd aanwezig. De loods heeft dus geen invloed op de bedrijfsontsluiting van het erf naar de openbare weg. De situatie verandert dus niet voor het verkeer van en naar de locatie. Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen geluidsgevoelige activiteiten plaatsvinden. Met betrekking tot het aspect lucht zijn er geen bezwaren voor de ontwikkeling. 4. 1. 5 Geluid Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en specifieke activiteiten (windturbines etc. ). ,

In de Omgevingswet vormt geluid vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen wegen en spoorwegen zijn regels via het Aanvullingsspoor geluid geïntegreerd in de Omgevingswet en het Bkl. ,

De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties ; het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen ; het bevorderen van bronmaatregelen ; het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels: het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Geluidproductieplafonds Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt het referentiepunt op korte afstand van de geluidsbron. Daarnaast voorziet afdeling 3. 5 Bkl in het wettelijk kader omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen spoorwegen en industrieterreinen. In Bijlage XXII Bkl zijn activiteiten aangewezen die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als ,

,

,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

38

omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. ,

Geluidsgevoelige gebouwen Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van bronnen afkomstig van wegen spoorwegen en industrieterreinen bij geluidsgevoelige gebouwen (artikel 3. 20 Bkl). ,

De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3. 20 Bkl. Het betreft gebouwen waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel zijgevel en achtergevel. ,

,

,

Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5. 1. 4. 2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In een omgevingsplan is in de bruidsschat het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22. 3. 4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22. 57 Bruidsschat waar waarden gelden). Initiatief Over de Beek 8 Tienray Onderliggend plan heeft betrekking op de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf gericht op akkerbouw waaronder grasteelt fouragehandel en agrarisch loonwerk. Op het perceel bevindt zich een burgerwoning die ten behoeve van de ontwikkeling omgezet zal worden naar een bedrijfswoning. Er wordt met het plan geen nieuw geluidsgevoelig object toegevoegd waarvoor de geluidproductie van omliggende bedrijven moet worden gewaarborgd. ,

,

Wel dient te worden beoordeeld in welke mate de geluidproductie van het eigen bedrijf mogelijk belemmerend kan zijn voor nabijgelegen gevoelige objecten. Het dichtstbijzijnde gevoelige object van derden betreft de bedrijfswoning van het naastgelegen intensieve veehouderijbedrijf (kippenhouderij). Deze woning is gelegen op een afstand van 987 meter van het beoogde bedrijf. ,

Voor het bepalen van de minimale afstand voor geluid zijn bedrijven in de akkerbouw en fruitteelt als referentiepunt genomen. Voor dergelijke bedrijven geldt een minimale afstand van 30 meter voor geluid. De bedrijfswoning op de buurlocatie is verder weg gelegen dan deze 30 meter waardoor kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat ter plaatse voldoende kan worden gewaarborgd ondanks de nieuwe bedrijfsactiviteiten op de planlocatie. ,

,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

39

Figuur 16 Uitsnede geldende afstanden voor omgevingsaspecten bij type bedrijfsvoering.

Verder zal met het plan het aantal verkeersbewegingen slechts in geringe mate toenemen (zie onderbouwing verkeer en parkeren in navolgende paragraaf 4.4) waardoor omwonenden geen hinder zullen ondervinden van geluid. ,

Conclusie Er worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten opgericht binnen het plangebied. Ook neemt geluid vanuit de inrichting in geringe mate toe en zijn omliggende gevoelige objecten op ruim voldoende afstand gelegen. Concluderend kan worden gesteld dat het aspect geluid geen belemmering is voor het voorgenomen initiatief. Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen activiteiten meer plaatsvinden. Dit leidt tot een afname van de geluidproductie op deze locatie. Voor beide locaties geldt dat er geen belemmeringen ten aanzien geluid zijn voor onderhavige planontwikkeling.

van

het aspect

4. 1. 6 Externe veiligheid Externe Veiligheid heeft betrekking op de veiligheid rondom opslag gebruik productie en transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's dienen aanvaardbaar te blijven. ,

,

Het externe veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. In de wet is geregeld wanneer de verantwoordingsplicht van toepassing is. Omdat de wettelijke basis per risicobron verschilt verschillen per risicobron ook de voorwaarden die verantwoording wel of niet verplicht stellen. ,

Over de Beek 8 Tienray Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Uit de risicokaart ,

,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

40

(zie navolgende figuur) blijkt dat het plangebied in geen enkele plaatsgebonden risicocontour van inrichtingen buisleidingen en transportroutes. is gelegen. Er worden derhalve geen grenswaarden overschreden. ,

Er ligt wel op een afstand van circa 190 meter een spoorlijnverbinding echter vormt deze route geen transportroute voor gevaarlijke stoffen. Er zijn derhalve dan ook een belemmeringen. ,

Figuur 17 Uitsnede risicokaart externe veiligheid. Locatie blauw omcirkeld.

Groepsrisico Ten aanzien van het groepsrisico kan gesteld worden dat met het project het aantal personen dat binnen het plangebied verblijft niet toeneemt. Deze personen die kortdurend verblijven op de locatie zijn zelfredzaam. Daarbij is de locatie niet gelegen in een invloedsgebied van inrichtingen of transportroutes. Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen activiteiten plaatsvinden. Voor onderhavige planontwikkeling geldt dat er ten aanzien van het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn. 4. 1. 7 Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5. 1. 4. 5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

41

Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.

,

De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem door in onderlinge samenhang ; ,

beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen ; evenwichtig toedeling van functies aan locaties rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem ; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. ,

De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5. 89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5. 89K Bkl art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). ,

Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving het omgevingsplan een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa paragraaf 2.3.6a.2) ; Regels over graven in de bodem (paragraaf 3. 2. 21 en 3.2.22Bal) ; Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2. 3. 6a. 4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen (paragraaf 2. 3. 6a. 5). ,

,

,

,

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodemgrondwaterkwaliteit.

en

Initiatief Over de Beek 8 Tienray De functie van de planlocatie was voorheen agrarisch met waarden doordat hier destijds een varkenshouderij was gevestigd. De agrarische bedrijfswoning is destijds omgezet naar een burgerwoning waarbij de stallen zijn gesaneerd waar als compensatie bomen zijn aangeplant. Deze gronden zijn nu mede bestemd als ‘Bos’ welke zal transformeren naar ‘Natuur’ voor extensieve begrazing waarbij in dit deel een ,

,

,

,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

42

loods is gerealiseerd. Een verkennend bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht gezien de bestaande functie en het gebruik van de bestaande schuur en opslagloods. Er hebben zich geen calamiteiten of activiteiten voorgedaan waardoor de bodem mogelijk verontreinigd is. De locatie kan derhalve als onverdacht aangemerkt worden. Er worden momenteel dan ook geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het milieuhygiënische bodemgebruik en het beoogde gebruik ter plaatse. Er worden verder geen bouwwerken opgericht voor menselijk verblijf. In de bestaande situatie zijn eveneens geen bouwwerken aanwezig die bedoeld zijn voor een menselijk verblijf langer dan twee uur (buiten de woning). Middels preventie instructies en ‘good housekeeping’ zijn er voldoende maatregelen genomen om bodemverontreiniging te voorkomen. Daarnaast betreft het een (opslag)loods waar minder dan 2 uur per dag mensen in aanwezig zijn. ,

Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen bodem verstorende activiteiten plaatsvinden. Na de sanering van de kas zal een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Voor beide locaties geldt dat er geen belemmeringen ten aanzien bodem zijn voor onderhavige planontwikkeling.

4. 2

van

het aspect

NATUUR Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele ecologische waarden in of nabij het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten zoals aangewezen in de Omgevingswet. Indien hiervan sprake is moet een omgevingsvergunning (artikel 5. 7 Omgevingswet) worden aangevraagd. Tevens mogen de ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op aangewezen gebieden zoals Natura 2000-gebieden. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. 4. 2. 1 Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming waarin alle gebiedsbeschermende internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van Natura 2000-gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing verlies van oppervlakte verdroging of vernatting vermesting en verzuring verstoring door licht geluid trilling ed. ,

,

,

,

,

,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

,

43

,

Initiatief Over de Beek 8 Tienray Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming waarin alle gebiedsbeschermende internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van Natura 2000-gebieden van belang.

,

Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing verlies van oppervlakte verdroging of vernatting vermesting en verzuring verstoring door licht geluid trilling en dergelijke. De afstand tot de omliggende zeer kwetsbare gebieden is dusdanig dat gevolgen buiten de depositie van stikstof zijn uit te sluiten. Ten aanzien van stikstof is de beoogde situatie berekend in AERIUS. Hierbij zijn alle vervoersbewegingen meegenomen inclusief koude start. De runderen betreffen een hobbymatig aantal en worden ingezet voor extensieve begrazing ter behoud en ontwikkeling van de natuurwaarden. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

De beoogde situatie met een emissie van 13 kilogram ammoniak en 616 kilogram stikstof heeft geen significant effect op een natura 2000-gebied. Zie de bijlagen voor een toelichting en de berekening. ,

,

,

,

4. 2. 2 Soortenbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. ,

Initiatief Voor onderhavige ontwikkeling is een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Hieronder worden de conclusies en aanbevelingen weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Conclusies en aanbevelingen Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: ,

1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied schermde soorten en de staat van instandhouding?

op

de be-

3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten en welke vervolgstappen zijn nodig? ,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

44

Het voornemen zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. 4. 2. 3 Natuurnetwerk Nederland Een vorm van gebiedsbescherming komt voort uit de aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (NNN) voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen.

Op plekken waar gaten in het netwerk zitten leggen de provincies nieuwe natuur aan. De provincies zijn verantwoordelijk voor begrenzing en ontwikkeling van het NNN en stellen hier zelf beleid voor op. ,

,

Het NNN is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor planten en dieren. Robuuste leefgebieden voor flora en fauna zijn nodig om het uitsterven van soorten te voorkomen. Het netwerk is er daarnaast ook voor rust en recreatie voor mensen die willen genieten van de schoonheid van de natuur. Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting of beperking van de natuurdoelen. De status als NNN is niet verankerd in de natuurwetgeving maar het belang dient in de planologische afweging een rol te spelen. ,

Initiatief Natuurnetwerk Nederland In Limburg is het NNN vastgelegd in de Goudgroene natuurzone.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

45

,

In onderstaand figuur de ligging van het plangebied ten opzichte van de goudgroene natuurzone weergegeven. Het plangebied ligt ook na uitbreiding niet in de NNN. In onderhavige situatie is er sprake van een grondgebonden agrarische bedrijfslocatie. ,

,

Figuur 18 Uitsnede kaart NNN (bron: Atlasleefomgeving. nl).

f f

k k

Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Het plan draagt positief bij aan de gebiedsontwikkeling van een doorstroommoeras door het waterschap Limburg binnen de Groote Molenbeek. Voor onderhavige planontwikkeling geldt dat er ten aanzien van het aspect natuur geen belemmeringen zijn. Het plan heeft geen gevolgen voor de gronden die met een gebiedsaanduiding ‘Zone bronsgroene landschapszone’ en ‘Zone zilvergroene natuurzone’ nader zijn aangeduid. De genoemde gebiedsaanduidingen en de dubbelfunctie ‘Milieuzone hydrologische beschermingszone’ zullen in onderliggend tijdelijk deel omgevingsplan gehandhaafd blijven.

4. 3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE 4. 3. 1

Programma Erfgoed In 2025 is het Programma Erfgoed vastgesteld voor de gemeente Horst aan de Maas. Het programma geeft uitwerking aan en organiseert de uitvoering van de ambities in de omgevingsvisie en de zorgplicht voor erfgoed zoals vastgelegd in de Omgevingswet.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

46

In de Omgevingsvisie is opgenomen dat erfgoed een van de dragers van de omgevingskwaliteit en identiteit van Horst aan de Maas is. Met het programma beoogt de gemeente een zorgvuldige omgang met de fysieke resten van het verleden van Horst aan de Maas en werkt de gemeente aan het beleefbaar en toegankelijk maken van dit erfgoed. Het doel is daarbij niet om een stolp over de waarden in de omgeving te leggen maar om zorg te dragen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij wordt de koppeling gelegd met andere gemeentelijke ambities zoals die op het vlak van toerisme economie milieu en natuur. Door nieuwe functies bijvoorbeeld bij herbestemming van gebouwen mogelijk te maken kan tegelijk geïnvesteerd worden in behoud en beleving van het erfgoed zelf. Daarbij is het behoud van het ensemble waar het erfgoed deel van uitmaakt net zo belangrijk als het erfgoed zelf. ,

,

,

,

,

,

,

Het Programma Erfgoed sluit aan bij de begripsbepaling van erfgoed uit de Omgevingswet: archeologische monumenten (archeologie – te verwachten en bekende waarden in het bodemarchief) cultuurlandschappen (cultuurlandschap – de structuur en elementen in het bovengrondse landelijk gebied) en monumenten en stadsen dorpsgezichten (hierna te noemen gebouwd erfgoed waaronder zowel bouwkunst als stedenbouwkundige ensembles). ,

,

,

Afweging bij initiatieven: De gemeente beschikt over beleidskaarten per erfgoedthema. Deze vormen de basis voor het afwegingskader in de omgang met erfgoed in geval van initiatieven. Het beleid wordt hierna per erfgoedthema samengevat. Archeologie: De waarden en verwachtingen zijn vertaald naar beleidscategorieën waaraan vrijstellingsgrenzen zijn gekoppeld. Indien de oppervlakte van het plangebied en de diepte van voorgenomen ingrepen de vrijstellingsgrenzen overschrijden is onderzoek noodzakelijk. In de kaart zijn bovendien aanduidingen opgenomen: in het onderzoek dient rekening gehouden te worden met de betreffende aanduiding. Cultuurlandschap: De gemeente hanteert op basis van de waardering en onderliggende kenmerken drie beleidszones. In gebieden met een zeer hoge waarde heeft het cultuurlandschap een zeer hoge prioriteit ten opzichte van andere belangen. Aan een initiatief kan alleen worden meegewerkt als de cultuurhistorische waarden op de betreffende locatie niet onevenredig worden aangetast en bij voorkeur nog verder versterkt. -

In gebieden met een hoge waarde heeft het erfgoedbelang een hoge prioriteit ten opzichte van andere belangen waarbij ontwikkelingen de cultuurhistorische betekenis versterken. Een beperkte aantasting van cultuurhistorische waarden op ondergeschikte aspecten is toelaatbaar mits een compensatie van gelijkwaardige aard kan worden gevonden. Is een impact van een ontwikkeling groot dan is de mogelijkheid tot compensatie elders niet mogelijk. -

,

,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

47

In gebieden met een positieve en basiswaarde geldt dat het cultuurhistorisch belang als één van de deelbelangen in de afweging meedoet. Hierbij letten we op kansen in het ontwerp om de kwaliteit van het landschap te verbeteren via herstel van landschapselementen of kenmerken. -

De afweging richt zich in alle gevallen zowel op gebiedskenmerken als op het behoud van aanwezige en/of herstel van herkenbare of verdwenen cultuurhistorische landschapselementen. Initiatiefnemers dienen op beide aspecten te verantwoorden hoe zij hiermee in hun plan omgaan. Historisch stedenbouwkundige ensembles: dit betreft de gebieden waar het gebouwde erfgoed relatief gaaf bewaard gebleven is en er sprake is van een duidelijke ruimtelijke samenhang. De gemeente hanteert hier twee beleidszones: In ensembles met een zeer hoge cultuurhistorische waarde krijgt het erfgoedbelang hoge prioriteit bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij getoetst wordt aan de kernwaarden van het ensemble. -

een zeer

,

Beleidszone 5: In ensembles met een hoge cultuurhistorische waarde krijgt het erfgoedbelang een hoge prioriteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt getoetst aan de hoofdlijn van kernwaarden in het gebied. -

De gemeente beschikt tot slot over een register van gemeentelijke monumenten karakteristieke panden.

en

Toetsing en rolverdeling initiatiefnemer en bevoegde overheid Een initiatiefnemer dient aan te tonen dat de aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast zoals hiervoor per beleidszone is aangegeven. Afhankelijk van de aard van de ingreep kan verdiepend onderzoek in opdracht van de initiatiefnemer nodig zijn. ,

Erfgoedverordening Vanwege de implementatie van de Omgevingswet is de Erfgoedverordening in 2023 geactualiseerd. Deze verordening bevat een vangnetbepaling voor archeologie. De verordening bevat daarnaast met name bepalingen ten aanzien van de aanwijzing en bescherming van gemeentelijk erfgoed.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

48

Analyse initiatief Over de Beek 8 Tienray Archeologie Figuur 19 Uitsnede archeologische beleidskaart Horst aan de Maas , plangebied rood omcirkeld.

f f

k k Ter plaatse vigeert de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Op basis van deze dubbelbestemming geldt dat er een onderzoeksverplichting voor archeologie is bij bouwwerkzaamheden groter dan 500 m 2 en graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm. In het kader van het nieuwe Programma Erfgoed geldt dat het bouwvlak in de beleidscategorie 3 is gelegen. In het totale plangebied waar geen andere werkzaamheden plaats vinden gelden ook de beleidscategorieën 2 en 5. Aangezien op de gehele locatie reeds archeologisch vooronderzoek is uitgevoerd heeft dit geen gevolgen voor het plan. ,

De fundering van de loods reikt met onderhavig plan niet dieper dan de gestelde norm waarbij de ondergrond ook eerst is opgehoogd. Verder wordt uitsluitend verharding aangebracht waarbij de bodem slechts minimaal wordt verstoord. Om te voorkomen dat eventuele toekomstige grondwerkzaamheden alsnog invloed hebben op de bodem blijft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ van het perceel behouden binnen dit tijdelijke deel omgevingsplan. ,

,

,

Verder is altijd de wettelijke meldingsplicht toevalsvondsten van toepassing. Als er tijdens werkzaamheden archeologisch relevante waarnemingen of vondsten worden gedaan dienen die volgens artikel 5. 10 en 5. 11 van de Erfgoedwet (melden toevalsvondsten) gemeld te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (info @cultureelerfgoed. nl of 033-4217456) en de gemeente Horst aan de Maas. ,

Cultuurlandschap Conform de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart bevinden er zich in de directe omgeving rondom het plangebied geen cultuurhistorische elementen. In het programma Erfgoed is de locatie op de beleidskaart cultuurlandschap gelegen in beleidszone 2 – hoge waarde en beleidszone 3 – positieve of basiswaarde en op de beleidskaart stedenbouw in gebied met geen waarden.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

49

Het plangebied aan de Over de Beek 8 te Tienray is in het vigerend tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) aangeduid met de gebiedsaanduiding ‘overige zone - kampen’. De loods en verdere bebouwing zal landschappelijk ingepast worden in het gebied de ‘Kampen’ waarbij het plangebied omgeven wordt door een veelheid aan gebiedseigen bomen passend in dit gebied. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de waarde van het gebied. ,

Tot slot kan vermeld worden dat het perceel niet behoord tot een beschermd stadsof dorpsgezicht zoals opgenomen in de Erfgoedwet. Tevens kan vermeld worden dat geen van de tot de inrichting behorende gebouwen valt onder de wettelijke monumentale bescherming. Most 7 Sevenum Archeologie Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen bodemverstorende activiteiten plaatsvinden. Voor de planontwikkeling gelden er dan ook geen belemmeringen ten aanzien van het aspect archeologie. De dubbelfunctie ‘Waarde Archeologie – 3’ zal in dit tijdelijk deel omgevingsplan gehandhaafd blijven. Ook in het kader van het nieuwe Programma Erfgoed geldt dat het gehele plangebied in de beleidscategorie 3 is gelegen. Verder is altijd de wettelijke meldingsplicht toevalsvondsten van toepassing. Als er tijdens werkzaamheden archeologisch relevante waarnemingen of vondsten worden gedaan dienen die volgens artikel 5. 10 en 5. 11 van de Erfgoedwet (melden toevalsvondsten) gemeld te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (info @cultureelerfgoed. nl of 033-4217456) en de gemeente Horst aan de Maas. ,

Cultuurlandschap Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen activiteiten plaatsvinden die cultuurhistorische landschappelijke en natuurwaarden binnen het beekdal zullen belemmeren. ,

Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er dan ook geen bezwaren. De dubbelfunctie ‘overige zone - beekdal’ zal in dit tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) gehandhaafd blijven. In het programma Erfgoed is de locatie op de beleidskaart cultuurlandschap gelegen in beleidszone 3 – positieve of basiswaarde en op de beleidskaart stedenbouw in gebied met geen waarden. Met de sloop van de kas en de natuurontwikkeling in het beekdal Groote Molenbeek door het waterschap wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het cultuurlandschap ter plaatse. Conclusie Concluderend vormt zowel het aspect archeologie als het aspect cultuurlandschap en erfgoed geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

50

4. 4

VERKEER EN PARKEREN Verkeer maakt onderdeel uit van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Naast de verkeersgeneratie moet aandacht besteed worden aan parkeren auto fiets en ov-bereikbaarheid. ,

,

Ontsluiting en verkeer Over de Beek 8 Tienray Verkeersbewegingen Het plan wordt ontsloten via een zijweg van de Over de Beek (de Reijakker) en is hiermee goed bereikbaar. De weg Over de Beek vormt een landweg die overgaat in de Burgemeester van de Berghlaan welke de kern Tienray verbindt. Op de weg Over de Beek geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. De (bedrijfs) woning de bestaande schuur en de loods worden via één inrit ontsloten. Voor de bereikbaarheid van de loods is erfverharding aangelegd. ,

In de nieuwe situatie zal het aantal verkeersbewegingen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering op het perceel toenemen. De eigenaar voert alle werkzaamheden zelf uit en heeft geen extra personeel in dienst. De verkeersbewegingen zijn op te delen in: 1) licht verkeer (personenauto’s bestelauto’s motoren) ; ,

,

2) middelzwaar verkeer (vrachtauto’s < 20 ton) ; 3) zwaar verkeer (vrachtauto’s > 20 ton GVW

en

trekkers).

Ad 1) Voor bewegingen van en naar de woning zijn 86 verkeersbewegingen per dag aangehouden. Deze verkeersbewegingen zijn afgeleid uit het CROW daar de Nota Parkeernormen van Horst aan de Maas geen cijfers over de verkeersgeneratie om,

,

vat.

Bovengenoemde verkeersbewegingen blijven met dit plan onveranderd. Verder zijn er nog andere bewegingen van licht verkeer ten behoeve van het bedrijf. Dit zijn gemiddeld 2 auto’s per dag (1. 460 bewegingen per jaar). Het totaal aantal licht verkeer is 2. 482 bewegingen per jaar. Ad 2) Er zijn geen bewegingen voor middelzwaar verkeer op de locatie. Ad 3) Voor zwaar verkeer zijn 14 bewegingen per dag geteld (3. 780 /jaar uitgaande van 6 werkdagen per week en 45 werkweken per jaar). Hierbij is uitgegaan van een daggemiddelde van 2 vrachtwagenbewegingen en 12 tractorbewegingen. De tractoren worden op de locatie gestald waarmee de bewegingen beperkt blijven tot het op en af rijden van de tractoren ten behoeve van de akkerbouwactiviteiten en het agrarisch loonwerk. De vrachtwagenbewegingen zijn ten behoeve van de fouragehandel. ,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

51

De toename van het aantal zware vrachtvoertuigen op de Over de Beek is gelet op het bovenstaande niet significant. In de directe omgeving van het plangebied is immers al sprake van zwaar vrachtverkeer onder andere ten behoeve van het naastgelegen kippenbedrijf. De beperkte toename van het vrachtverkeer heeft dan ook geen negatieve invloed op de verkeersveiligheid. Er is vanaf de inrit ruim zicht in beide richtingen voor en naar opkomend verkeer. Het aandeel vrachtverkeer dat daadwerkelijk op de Over de Beek plaatsvindt blijft beperkt tot twee vrachtbewegingen op deze weg zelf. ,

,

,

,

Concluderend kan worden gesteld dat het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie aan de Over de Beek 8 licht zal toenemen. De weg Over de Beek is geschikt en heeft voldoende capaciteit om deze geringe toename aan verkeersbewegingen te verwerken. Parkeren Voor de bedrijfswoning is de Nota Parkeernormen van de gemeente Horst aan de Maas gehanteerd. Hiervoor geldt bij een woonhuis buiten de bebouwde kom een parkeernorm van 20 per eenheid. Deze parkeerplaatsen zijn bij de bestaande woning aanwezig. Ook is er een dubbele carport. ,

Figuur 20 Situatieschets met luchtfoto verharding.

k k

Voor het agrarisch bedrijf geldt dat dit een eigen eenmansbedrijf is zonder personeel. Ook komen er geen bezoekers. Voor de vrachtwagen en de eigen tractoren is er voldoende parkeerruimte voor de loods. De erfverharding hier heeft een oppervlak van circa 14 x 36 meter. Daarbij geldt dat de tractoren na gebruik worden gestald in de loods. Met voornoemde erfverharding is er ook voldoende ruimte binnen het agrarisch bouwvlak om met de werktuigen en machines te manoeuvreren op het perceel. Parkeren laden en lossen geschiedt daarmee volledig op eigen terrein. ,

Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’

52

Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen activiteiten meer plaatsvinden. Dit betekent dat op deze locatie de verkeersbewegingen van en naar het glastuinbouwbedrijf volledig komen te vervallen. Tevens zijn hier geen parkeergelegenheden meer benodigd. Dit komt de verkeersituatie in de omgeving ten goede.

4. 5

WATERASPECTEN In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied is opgebouwd en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Horst aan de Maas als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Beleid Waterschap Limburg In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is de strategie van het waterschap de genoemde periode vastgelegd. De doelen op hoofdlijnen zijn:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933176/1