02c Toelichting
Tekst van het document
Motivering TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r “Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum”
Maart 2026
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING Achtergrond 1. 1 Plangebied 1. 2 Vigerend tijdelijk deel Omgevingsplan 1. 3 1. 4 Leeswijzer
4 4 5 6 8
2 PLANBESCHRIJVING Huidige situatie 2. 1 Ruimtelijke structuur 2. 1. 1 2. 1. 2 Functionele structuur 2. 1. 3 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie 2. 2 Toekomstige situatie Stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten 2. 2. 1 Landschappelijke inpassing 2. 2. 2
9 9 10 12 12 13 15 16
3 BELEIDSKADERS 3. 1 Rijksbeleid 3. 1. 1 Omgevingswet Omgevingsbesluit 3. 1. 2 Nationale omgevingsvisie 3. 1. 3 3. 1. 4 Instructieregels (AMvB’s) 3. 1. 4. 1 Ladder voor duurzame verstedelijking 3. 1. 4. 2 Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving 3. 1. 4. 3 Omgevingsregeling 3. 1. 4. 4 3. 1. 5 Conclusie rijksbeleid 3. 2 Provinciaal beleid 3. 2. 1 Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) 3. 2. 2 Omgevingsvisie Limburg 3. 2. 3 Omgevingsverordening Limburg 3. 3 Gemeentelijk beleid 3. 3. 1 Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 Omgevingsplan Buitengebied Horst aan de Maas 3. 3. 2
19 19 19 20 20 21 22 22 23 23 23 23 23 27 29 29 29 32
4 OMGEVINGSASPECTEN 4. 1 Milieuaspecten 4. 1. 1 Bedrijven en Milieuzonering 4. 1. 2 Milieueffectrapportage 4. 1. 3 Geur 4. 1. 4 Luchtkwaliteit Geluid 4. 1. 5 4. 1. 6 Externe veiligheid 4. 1. 7 Bodem 4. 2 Natuur Gebiedsbescherming 4. 2. 1 Soortenbescherming 4. 2. 2 Natuurnetwerk Nederland 4. 2. 3 4. 3 Archeologie en cultuurhistorie
34 34 34 35 36 37 38 40 41 43 43 44 45 46
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
2
4. 3. 1 4. 4 4. 5 4. 6 4. 7 4. 8 4. 9 4. 10 4. 11
Programma Erfgoed Verkeer en parkeren Wateraspecten Klimaatadaptatie Duurzaamheid Trillingen Kabels en leidingen Hoogspanningsleidingen Volksgezondheid
46 51 53 56 57 57 58 58 59
5 JURIDISCHE TOELICHTING 5. 1 Algemeen 5. 2 Verbeelding Regels 5. 3
60 60 60 60
6 UITVOERBAARHEID 6. 1 Economische uitvoerbaarheid 6. 1. 1 Financieel economische haalbaarheid 6. 1. 2 Kostenverhaal Nadeelcompensatie 6. 1. 3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6. 2 6. 2. 1 Participatie & omgevingsdialoog 6. 2. 2 Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners Vaststellingsprocedure 6. 2. 3
62 62 62 62 62 62 62 63 63
7 BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE 7. 1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
64 64
Bijlagen B1 Situatieschets B2 Landschappelijke inpassing B3 Gebiedskaart project Doorstroommoeras B4 Aeriusberekeningen met toelichting B5 Quickscan Flora en Fauna B6 Verkennend bodemonderzoek B7 Waterberging B8 Beheeradvies-N12. 02-kruidenenfaunarijk-grasland
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
3
1 1. 1
INLEIDING
ACHTERGROND De initiatiefnemer is momenteel woonachtig aan de Over de Beek 8 te Tienray en voert agrarische akkerbouwactiviteiten uit waaronder grasteelt en de activiteiten fouragehandel agrarisch loonwerk en het houden van een hobbymatig aantal runderen. Naast de vestiging aan de Over de Beek 8 te Tienray beschikt initiatiefnemer over een vestiging aan de Most 7 te Sevenum. Laatstgenoemde locatie bestaat uit een agrarisch bouwvlak van circa 9. 000 m 2 waarop een kas met werkruimte van circa 4. 460 m 2 is gevestigd. Het waterschap Limburg heeft aangegeven geïnteresseerd te zijn in dit perceel en aangrenzende gronden in bezit van initiatiefnemer voor natuurontwikkeling in relatie tot de aanwezige waterloop. In ruil voor het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak van circa 9. 000 m 2 en daarmee de sloop van de kas waarmee de gewenste natuurontwikkeling door het waterschap ter plaatse waaronder de realisatie van 2. 800 m 2 bos mogelijk wordt wordt de burgerwoning van initiatiefnemer aan de Over de Beek 8 met de functie Wonen van circa 2. 000 m 2 omgezet naar een agrarische functie met een bouwvlak voor zijn agrarisch bedrijf van circa 5. 000 m.2 Deze uitbreiding met 3. 000 m 2 is mede om de aanwezige bebouwing als een loods voor de stalling van het materieel positief te bestemmen. ,
,
,
Voorheen was aan de Over de Beek 8 ook een agrarisch bouwvlak aanwezig wat na de sloop van varkensstallen is omgezet naar een burgerwoning. Bij de woning is nadien een schuur annex stal gerealiseerd waarin runderen worden gehouden. Deze runderen grazen in twee aangrenzende als bos bestemde percelen waarin deels geen bomen meer staan. Om deze extensieve begrazing door runderen mogelijk te maken in dit ‘bos’ wordt dit her bestemd tot Natuur. Ter compensatie van de loods die is gerealiseerd in de functie Bos en verharding wordt een gelijke oppervlakte agrarische grond her bestemd van Agrarisch naar Natuur. Ter compensatie van deze omzetting worden verder houtwallen gerealiseerd in deze functie Natuur. Tezamen met de realisatie van genoemde 2. 800 m 2 bos aan de Most 7 wordt er daarmee meer groen gecompenseerd dan er verdwijnt. ,
,
Voor de agrarische werkzaamheden beschikt initiatiefnemer over diverse werktuigen en tractoren. Deze staan nu buiten gestald en elders op andere locaties. Dit is niet wenselijk en bovendien wenst hij dit materieel bij huis voorhanden te hebben in verband met het toezicht en het beperken van het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie aan de Over de Beek 8 waar ook nabij de gronden gelegen zijn. Hiertoe is een loods gerealiseerd op het perceel bij de woning welke opgenomen dient te worden in het agrarisch bouwvlak. Deze loods zal naast de opslag van machines en tractoren dienen als opslag van hooi en stro van de grasteelt en de fouragehandel. Voor en langszij de loods zal erfverharding worden gerealiseerd mede voor kuilpakken hooi en stro. ,
,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
4
De gemeente Horst aan de Maas heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de ontwikkeling onder voorwaarde dat de functie bos/natuur per saldo tenminste gelijk blijft en sprake is van een substantiële ruimtelijke kwaliteitsverbetering voor natuur en landschap van de beekzone en de groenblauwe mantel ter hoogte van Most 7. Met de compensatie van de functie Natuur en de houtwallen ter plaatse van de locatie Over de Beek 8 blijft het oppervlak groen per saldo minstens gelijk. Aan de Most 7 zal met het verdwijnen van het agrarisch bouwvlak en de kas en de door het waterschap te realiseren natuurontwikkeling met de realisatie van bos en een natuurlijke beekdalzone sprake zijn van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. ,
In de huidige situatie is in het vigerende tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) geen agrarisch bouwvlak opgenomen ter plaatse van Over de Beek 8 en is de woning bestemd als burgerwoning met een functie Wonen. De gewenste omzetting van de functie Wonen naar een agrarisch bouwvlak past niet in het geldende tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). Voor de ontwikkeling is een wijziging van het omgevingsplan benodigd. Hierin wordt tegelijk een deel van de agrarische grond en bos aan de Over de Beek 8 omgezet naar de functie Natuur en wordt het agrarisch bouwvlak aan de Most 7 wegbestemd. Middels een wijziging van het omgevingsplan (TAM-IMRO omgevingsplan) wordt de gewenste nieuwe situatie juridisch-planologisch vastgelegd. Onderhavig document betreft de motivering bij het TAM-IMRO omgevingsplan. 1. 2
PLANGEBIED Het plangebied van onderhavig tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) bestaat uit de locaties gelegen aan de Over de Beek 8 te Tienray en de Most 7 te Sevenum. Over de Beek 8 Tienray De planlocatie aan de Over de Beek 8 te Tienray is gelegen in het buitengebied de gemeente Horst aan de Maas. Figuur 1 Ligging van het plangebied aan de Over de Beek 8 te Tienray.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
5
van
Het plangebied op deze locatie omvat de percelen kadastraal bekend als gemeente Meerlo sectie K nummers 521 522 524 525 (gedeeltelijk) 624 625 en sectie H nummer 590. Het plangebied wordt aan de oost- en zuidzijde omgeven door agrarische gronden aan de zuid- en westzijde liggen bossages en aan de noordzijde van het plangebied zijn enkele intensieve veehouderijbedrijven gelegen. Over de Beek vormt een weg door het buitengebied welke in de Burgemeester van de Berghlaan overgaat en uiteindelijk in verbinding staat met de kern Tienray. ,
,
,
,
,
,
,
,
Most 7 Sevenum De planlocatie aan de Most 7 te Sevenum is gelegen in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas kadastraal bekend als gemeente Sevenum sectie V nummer 240 en 241 (gedeeltelijk). Het plangebied ligt binnen het beekdal van de Groote Molenbeek en wordt aan de oost- en westzijde omgeven door agrarische percelen aan de zuidzijde bevindt zich het natuurreservaat Molenbeekdal en aan de noordwestzijde van het plangebied ligt een burgerwoning en een agrarisch bedrijf. ,
,
,
,
Figuur 2 Ligging van Most 7 te Sevenum.
1. 3
VIGEREND TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN Over de Beek 8 Tienray Voor de locatie vigeert als tijdelijk deel omgevingsplan het ‘Bestemmingsplan buitengebied Horst aan de Maas’ vastgesteld op 19 december 2017 en onherroepelijk in werking getreden. Hierin heeft de locatie de functie ‘Agrarisch met waarden’ de dubbelfunctie ‘Waarde – Archeologie 3’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ en ‘overige zone-kampen’ en deels de functies ‘Wonen’ en ‘Bos’. ,
,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
6
De functiewijziging van het perceel van ‘Wonen’ en ‘Bos’ en ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Natuur’ met de compensatie met houtwallen en ‘Agrarisch met waarden’ met een agrarisch bouwvlak ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf met de activiteiten fouragehandel agrarisch loonwerk en rundveehouderij en een bedrijfswoning wordt in onderhavig TAM-IMRO omgevingsplan vastgelegd. ,
,
Figuur 3 Uitsnede verbeelding tijdelijk deel omgevingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’.
Most 7 Sevenum Voor de locatie vigeert als tijdelijk deel omgevingsplan het ‘Bestemmingsplan buitengebied Horst aan de Maas’ vastgesteld op 19 december 2017 en onherroepelijk in werking getreden. Hierin heeft de locatie de functie ‘Agrarisch met waarden’ de dubbelfuncties ‘Waarde – Archeologie 3’ ‘Waarde – Zone bronsgroene landschapszone’ en ‘Waarde – Zone zilvergroene natuurzone’ een bouwvlak met de functieaanduiding ‘glastuinbouw’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – hydrologische beschermingszone’ ‘overige zone – beekdal’ en ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’. ,
,
,
,
,
Aan de Most 7 te Sevenum zal het bouwvlak met de functieaanduiding ‘Glastuinbouw’ binnen de functie ‘Agrarisch met waarden’ komen te vervallen. Deze wijziging wordt in onderhavig TAM-omgevingsplan vastgelegd.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
7
Figuur 4 Uitsnede verbeelding tijdelijk deel omgevingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’.
1. 4
LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van onderhavige motivering is een omschrijving van de huidige en gewenste situatie opgenomen. Hoofdstuk 3 gaat in op de vigerende beleidskaders en wordt het plan hieraan getoetst. Hoofdstuk 4 omvat een toetsing van het plan aan de milieutechnische aspecten. Hoofdstuk 5 beschrijft de wijze van bestemmen. De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan is opgenomen in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven of dat met onderhavig plan sprake is van een Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL).
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
8
2 2. 1
PLANBESCHRIJVING
HUIDIGE SITUATIE In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving en komt de historische ontwikkeling aan bod. Over de Beek 8 Tienray Het plangebied is gelegen ten westen van de kern Tienray. Tienray maakt onderdeel uit van de gemeente Horst aan de Maas. Het plangebied is gelegen aan de landweg Over de Beek 8. Vanuit hier loopt de weg aan de oostzijde van het plangebied door tot een kruising met een afsplitsing van wegen waarbij de weg enerzijds overgaat in een doodlopende weg en anderzijds een weg welke overgaat in de Burgemeester van de Berghlaan en vervolgens doorloopt tot de kern Tienray. Deze wegen worden beide omgeven door woonpercelen. Aan de noordwestzijde van het plangebied bevinden zich drie intensieve veehouderijen met een bedrijfswoning. Aan de oost- en zuidzijde liggen agrarische gronden aan de zuid- en westzijde bestaat het gebied uit bossages. ,
Figuur 5 Uitsnede plangebied Topokaartnederland. nl.
U
i t s n e
d e p
l a n g e
b i e
d T o p o
k a a r
t 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’ Motivering Hoofdstuk n e
d e r
9
,
Op het perceel aan de Over de Beek 8 was voorheen (vóór 1995) een varkenshouderij gevestigd. In 1995 is de varkenshouderij komen te vervallen en hiervoor in de plaats is de toenmalige bedrijfswoning bestemd als burgerwoning. Most 7 Sevenum Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Sevenum. Sevenum maakt onderdeel uit van de gemeente Horst aan de Maas. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 9. 000 m.2 Het plangebied ligt binnen het beekdal van de Groote Molenbeek en wordt aan de oost- en westzijde omgeven door agrarische percelen aan de zuidzijde bevindt zich het natuurreservaat Molenbeekdal en aan de noordwestzijde van het plangebied ligt een burgerwoning en een agrarisch bedrijf. De locatie ligt binnen een extensiveringsgebied en binnen de Zone bronsgroene landschapszone. De bronsgroene landschapszone maakt onderdeel uit van de groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. ,
Figuur 6 Uitsnede plangebied Topokaartnederland. nl. U
i t s n e
d e p
l a n g e
b i e
d T o p o
2. 1. 1
k
RUIMTELIJKE a STRUCTUUR a r
Het t landschap in de gemeente Horst aan de Maas is op te delen in 3 hoofdgebieden n te weten het hoogveen ontginningenlandschap het zandgrondenlandschap en het e rivierdallandschap. d
,
,
e
Over de Beek 8 Tienray l
a de structuurvisie Horst aan de Maas is het plangebied gelegen binnen het Binnen n rivierdallandschap. Het rivierdallandschap staat sterk onder invloed van de rivier de d Maas. Het landschap bestaat uit een kleinschalige mix van oude akkercomplexen .
n
l Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
10
,
jonge ontginningen en bos- en natuurgebieden. Dit zijn zowel de natte oude maasarmen als de hoger en droger gelegen bossen op de rivierduinen. Ook steilranden en glooiingen in het landschap komen hiervoor. Dit landschapstype is het meest intact gebleven en deze zone heeft dan ook de meest cultuurhistorische waarde. De meeste bebouwing is gesitueerd aan de Maas. Onder andere door de langgerekte bos- en natuurgebiedenzone tussen het rivierdallandschap en de zandgronden is het rivierdallandschap relatief rustig en natuurlijk van karakter. De invloed van het water vertaalt zich onder meer in een afwisselend patroon van bebouwing en beplanting afgewisseld met meer open gebieden. ,
,
,
Binnen het rivierdallandschap is de planlocatie gelegen in het agrarisch gebied. Het agrarisch gebied kenmerkt zich als een oud kleinschalig agrarisch landschap met een dicht net van bebouwde wegen en veel historische bebouwing (kastelen boerderijen dorpskernen). Het gebied is ecologisch van belang voor vogels zoogdieren en flora. Qua gebruik is sprake van een mix van wonen kleine bedrijven land- en tuinbouw boomkwekerijen en recreatieve voorzieningen. ,
,
,
,
,
,
,
,
Onderhavige planlocatie is qua aard en gebruik passend binnen het agrarisch landschap in het rivierdallandschap ook door haar kleinschalige karakter. De bebouwing blijft geconcentreerd nabij de woning en tussen de bestaande eigen schuur en de stallen op het buurperceel. Achter op het perceel wordt agrarische grond herbestemd tot de functie Natuur en houtwallen die doorgetrokken worden langs de spoorlijn. Juist hier natuur met houtwallen bestemmen is belangrijk voor behoud van het kampenlandschap maar ook als verbindingszone voor dieren naar aangrenzende bos-/natuurgebieden. De bebouwing komt voor op het perceel met minder waarde voor flora en fauna. In delen van de natuur met minder bomen wordt extensieve begrazing door runderen toegestaan. ,
,
Most 7 Sevenum Binnen de structuurvisie Horst aan de Maas is het plangebied gelegen binnen het zandgrondenlandschap. Het zandgrondenlandschap ligt tussen het hoogveenlandschap en het rivierdallandschap. Het landschap is opgebouwd uit beekdalen waaraan in het verleden de dorpen en akkercomplexen zijn ontstaan. Daarnaast zijn er jonge heideontginningen en bosgebieden aanwezig. In dit gebied is de meeste bebouwing geconcentreerd en het gebied wordt het meest intensief gebruikt. Ook ligt hier de snelweg A67. Het zandgrondenlandschap heeft kortom een sterke menging van landschapselementen functies en gebruikers. ,
,
Binnen het zandgrondenlandschap is de planlocatie gelegen binnen het beekdal. In het beekdal Groote Molenbeek beperkt de huidige ecologische waarde zich tot de karakteristieke delen en is met name waardevol voor flora amfibieën en vogels. Het gebied wordt recreatief benut en heeft een ondergeschikte landbouwkundige functie. Het gebied de Groote Molenbeek heeft een specifieke ecologische functie. Verder zijn beekdalen: ,
−
−
− −
Belangrijke structuurdragers van het landschap met (al dan niet rechtlijnige) beeklopen. Doorgaans natte structuur waardoor de beekdalen functioneren als ecologische verbindingszones. Hoge natuurwaarde voor zone Groote Molenbeek. Specifieke functie voor (strategische) waterberging. ,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
11
Met onderhavige ontwikkeling wordt naast het beëindigen en saneren van een agrarisch bedrijf met kassen mogelijk gemaakt dat door het waterschap natuur op het perceel aan de Most 7 te Sevenum wordt teruggebracht wat de ecologische functie binnen het gebied de Groote Molenbeek ten goede komt. Ook worden tegelijk de aanliggende gronden door het waterschap verkregen voor natuurontwikkeling waaronder de realisatie van bos aan de oostzijde van het perceel. ,
,
2. 1. 2
FUNCTIONELE STRUCTUUR Over de Beek 8 Tienray De initiatiefnemer is woonachtig aan de Over de Beek 8 te Tienray. De woning is momenteel bestemd als burgerwoning met woonfunctie. Het woonperceel wordt omringd door agrarische gronden welke bestemd zijn als Agrarisch met waarden. Naast de burgerwoning is op het perceel een bestaande schuur aanwezig met een oppervlakte van 420 m.2 Deze is reeds landschappelijk ingepast door bomen. De schuur dient voor het opslaan van hooi en stro en enkele werktuigen en machines. De Most 7 Sevenum De initiatiefnemer beschikt tevens over het perceel aan de Most 7 te Sevenum. Op het agrarisch bouwvlak van circa 9. 000 m 2 is een kas en werkruimte met een omvang van 4. 460 m 2 gelegen. De kas en aangrenzende gronden worden momenteel door de initiatiefnemer verhuurt aan derden voor de teelt van asperge zowel binnen als op de gronden buiten de kas. De locatie is gelegen in het beekdal van de Groote Molenbeek. ,
2. 1. 3
,
HISTORISCHE ONTWIKKELING EN CULTUURHISTORIE Over de Beek 8 Tienray Tienray is een dorp in de gemeente Horst aan de Maas. Het plangebied is gelegen aan de Over de Beek 8 en is gelegen in een Kampenlandschap. In het kampenlandschap is sprake van open kleinschalige en besloten gebieden. Vanwege de geslotenheid is uitbreiding van bebouwing relatief goed inpasbaar. Extra bebouwing in het kampenlandschap kan ten koste gaan van oude akkercomplexen met karakteristieke ,
Figuur 7 Topografische kaarten , 1850 en 1950.
U
i t s n e
d e p
l a n g e
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’ b i e
d T o
12
bolle vorm. Ook kan realisatie van bebouwing zichtlijnen over oude akkercomplexen aantasten.
In een Kampenlandschap wordt gestreefd naar het behoud de bescherming de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische landschappelijke en natuurlijke waarden zoals: ,
,
,
,
• • • • • • • • • •
Structuur- en gradiëntrijk landschap. Afwisseling van open kleinschalige en besloten gebieden. Grillige verkaveling tot blokvormige verkavelingen. Bochtige wegen (onder invloed van het reliëf) en rechte wegen (blokvormige verkaveling). Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm die gehandhaafd moeten blijven en openheid ten zuidoosten van Melderslo. Cultuurhistorische waardevolle bebouwing met name aan de randen van oude akkercomplexen. Zichtlijnen over oude akkercomplexen. Grote variatie in landschapselementen zoals boscomplexen bomenrijen houtwallen- en singels en bomengroepen. Houtwallen inzetten als raamwerk waarbinnen grondgebonden ontwikkelingen mogelijk zijn. Door het structuur- en gradiëntrijke landschapstype herbergt het diverse natuurwaarden. Geprojecteerde verbindingszone tussen Peel Schadijksche Bosschen en Zuringspeel/Kronenbergerheide. ,
,
,
,
,
,
Binnen het plangebied is reeds een bestaande woning met bijgebouwen en een schuur met een omvang van 420 m 2 gelegen. Op het perceel is verder een loods van 864 m 2 gerealiseerd met aansluitend erfverharding. Ter plaatse gaat een gelijk deel bos verloren hetgeen wordt gecompenseerd door een hoek van het perceel te bestemmen als natuur met houtwallen. In een aansluitend deel natuur wordt extensieve begrazing door runderen toegestaan. Hiermee is het plan in lijn met het ontwikkelen van natuurwaarden in het kampenlandschap doordat houtwallen/bossages worden ingezet als raamwerk waarbinnen grondgebonden ontwikkelingen mogelijk zijn. ,
,
De loods is opzij van de bestaande schuur gesitueerd tussen de bestaande bebouwing op het eigen perceel en een kippenstal op het naastgelegen perceel in. Dit betekent dat zichtlijnen naar oude akkercomplexen behouden blijven. Hierdoor en doordat het plangebied reeds uit bebouwing bestaat welke is ingepast door bomen en op de naastgelegen gronden ook bedrijfsbebouwing aanwezig is kan gesteld worden dat de loods geen zichtlijnen naar oude akkercomplexen aantast. ,
,
,
2. 2
TOEKOMSTIGE SITUATIE Over de Beek 8 Tienray In de nieuwe situatie wenst de initiatiefnemer het agrarisch bouwvlak aan de Most 7 te Sevenum te verplaatsen naar de locatie aan de Over de Beek 8 te Tienray om zijn agrarische activiteiten aldaar te kunnen voortzetten. Hiermee zal in de nieuwe
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
13
situatie een agrarisch bouwvlak op deze locatie gevestigd worden staande burgerwoning worden omgezet in een bedrijfswoning.
en
zal de be-
Het bedrijf vormt een grondgebonden agrarisch bedrijf bestaande uit werkzaamheden in de akkerbouw waaronder grasteelt met daarbij de activiteiten fouragehandel agrarisch loonwerk en rundveehouderij. Deze fourage is mede afkomstig van eigen land. Het loonwerk is beperkt en ook is sprake van een beperkt hobbymatig aantal runderen dat in hoofdzaak buiten beweid wordt. Het is de bedoeling dat de akkerbouwactiviteiten waaronder grasteelt op 12 hectare uitgebreid gaat worden tot een oppervlakte van circa 30 hectare. Hiervoor is benodigd de loods van 24 x 36 meter met een goothoogte van minimaal 45 meter. Deze hoogte is nodig in verband met de omvang van de machines. De loods is bedoeld voor het droog kunnen wegzetten van alle tractoren en machines en de opslag van stro en hooi van de grasteelt en de fouragehandel. Voor en langszij de loods wordt erfverharding gerealiseerd mede voor kuilpakken hooi en stro.
,
,
,
Het agrarisch bouwvlak verkrijgt een totale oppervlakte van circa 5. 000 m.2 Figuur 8 Huidige bouwvlak Wonen 2. 000 m 2 (links) en gewenst Agrarisch bouwvlak circa 5. 000 m 2 (rechts).
U
i t s n e
d e p
l a n g e
b i e
d T o p o
k a a r
Het huidige perceel met functie Wonen is in bovenstaande figuur links weergegeven. De vestiging van het nieuwe agrarisch bouwvlak is weergegeven in de rechter figuur. De vestiging van het agrarisch bouwvlak is ten behoeve van de opname van de bestaande schuur en bedrijfswoning alsmede de te legaliseren loods met erfverharding en langszij voor de opslag van kuilpakken. Het huidige bouwvlak wordt in westelijke richting uitgebreid. Hierdoor blijft er sprake van een compact bouwvlak en beperkte verharding om de gebouwen te kunnen bereiken. Wel is een minimale afstand benodigd tussen de gebouwen en voor voldoende manoeuvreerruimte om de werktuigen in de loods te kunnen zetten. Met de uitbreiding van het bouwvlak met circa 3. 000 m 2 van circa 2. 000 m 2 Wonen naar circa 5. 000 m 2 agrarisch bouwvlak wordt de gewenste bedrijfsvoering en stalling van het materieel mogelijk. Hierbij ontstaat de functie Natuur nieuw op het perceel in de plaats van de huidige functie Bos waarover meer in navolgende paragraaf. Binnen de functie Natuur zullen verder de gebiedsaanduidingen Kruiden- en faunarijk grasland en Bossingel worden opgenomen. ,
,
,
t n e
d e r
l a n
d .
n
l
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
14
De Most 7 Sevenum Het agrarisch bouwvlak aan de Most 7 te Sevenum met daarop een kas/werkruimte komt met onderhavig plan te vervallen. Ook het recht van bouwen van een bedrijfswoning komt daarmee te vervallen. De kas/werkruimte zal worden gesaneerd. Deze gronden alsmede de aangrenzende gronden met een totaal oppervlak van circa 27 hectare worden geruild met het waterschap voor gronden nabij de locatie Over de Beek 8. Er wordt hier door het waterschap in een latere fase 2. 800 m 2 bos gerealiseerd en natuur in de vorm van een natuurlijk beekdal langs de beek ten zuiden die weer de kans krijgt om te meanderen. ,
Figuur 9 Huidig bouwvlak (links) en enkel agrarische functie (rechts).
U
i t s n e
d e p
l
2. 2. 1
a n g e
b i e
d T o p o
k a a r
t n e
d e r
l a n
STEDENBOUWKUNDIGE
EN RUIMTELIJKE ASPECTEN
Over de Beek 8 Tienray De huidige woning de bestaande schuur en de loods hebben een passende uitstraling. Dit is stedenbouwkundig gezien in lijn met elkaar en de in de directe nabijheid gelegen bedrijfsbebouwing ten behoeve van de intensieve veehouderijen aan de Over de Beek 1 en 2. ,
,
De loods wordt ontsloten door middel van de bestaande inrit aan de Over de Beek en is achter de bestaande schuur op het aangrenzende perceel tussen de bomen gerealiseerd. Hiermee wordt de loods ingepast door de reeds bestaande bomen. Functioneel gezien is de situering van de loods op het aangrenzende perceel dan ook logisch en passend te noemen. Ook doordat hiermee clustering van bebouwing op het perceel mogelijk is maar ook breder gezien clustering van bebouwing met de bedrijfsbebouwing van de naastgelegen intensieve veehouderijen. ,
d .
n
l
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
15
Figuur 10 Indicatief schetsplan loods.
U
i t s n e
d e p
l a n g e
b i e
d T o p o
l
Achteraan het perceel wordt agrarische grond her bestemd tot Natuur. Met de compensatie van de functie Natuur en de houtwallen wordt rekening gehouden met het belang voor behoud van het landschap maar ook als verbindingszone voor dieren naar aangrenzende bos-/natuurgebieden. In een deel van de natuur met minder bomen wordt extensieve begrazing door runderen toegestaan. De bebouwing komt voor op het perceel met minder waarde voor flora en fauna omdat hier reeds activiteiten plaats vinden en dit gebied ligt tussen bestaande bebouwing. De loods en verdere bebouwing wordt op een goede manier landschappelijk ingepast (paragraaf 4. 3). De ontwikkeling zal met de compensatie van natuur en verdere inpassing zowel op de korte als op langere termijn geen negatieve ruimtelijke stedenbouwkundige of landschappelijke effecten op de omgeving hebben.
a n
De Most 7 Sevenum
k a a r
t n e
d e r
d .
n
l
2. 2. 2
,
,
,
,
Het agrarisch bouwvlak met de bestaande kas met werkruimte komt met onderhavige ontwikkeling op het perceel te vervallen. De gronden binnen het plangebied zijn momenteel bestemd als agrarisch met waarden en zullen na de planvorming bestemd blijven als agrarisch met waarden. Door het wegvallen van de kas en het agrarisch gebruik van de omliggende gronden wordt de ontwikkeling van natuur op de locatie mogelijk gemaakt. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Over de Beek 8 Tienray Met het plan wordt de vestiging een grondgebonden agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt op het perceel aan de Over de Beek 8 te Tienray. Op het perceel wordt de loods en verdere bebouwing landschappelijk ingepast door de reeds aanwezige bomen.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
16
Voor de genoemde ontwikkeling is een kwaliteitsverbetering van het landschap nodig. Deze wordt verwezenlijkt doordat op het perceel aan de Most 7 te Sevenum het 2 agrarisch bouwvlak van 9. 000 mmet daarop een kas met werkruimte van 4. 460 m 2 vervallen. Het beoogde agrarisch bouwvlak (totale omvang circa 5. 000 m)2 aan de Over de Beek 8 in de plaats van de functie/bouwvlak Wonen (2. 000 m)2 is kleiner dan het agrarisch bouwvlak (9. 000 m)2 en de kas met werkruimte aan de Most 7. Hiermee wordt meer ingeleverd. Het perceel aan De Most 7 wordt overgedragen aan het waterschap voor de realisatie van 2. 800 m 2 bos en natuurontwikkeling in het beekdal Groote Molenbeek. Daarnaast zit de kwaliteitsverbetering in het terugbrengen van natuur in de zuidwestelijke punt van het bestaande bos. In onderstaande afbeelding 12 is deze hoek rood gemarkeerd. Hiermee kan gegarandeerd worden dat de veranderingen die plaatsvinden binnen het plangebied op een passende wijze onderdeel uit zullen maken van Figuur 11 Uitsnede verbeelding en functie ‘Bos’.
U
i t s n e
d e p
l a n g e
b i e
d T o p o
k
Most 7 Sevenum Zoals eerder aangegeven is het met onderhavige ontwikkeling mogelijk om op de locatie aan de Most 7 natuur terug te geven. Het waterschap Limburg neemt de gronden van initiatiefnemer over om de lager gelegen gronden te gebruiken voor versterking van de natuur rond de Molenbeek. De hoger gelegen delen van de locatie worden dan gebruikt om de lager gelegen delen grond van de buren te ruilen. Het waterschap zal op deze gronden circa 2. 800 m 2 bos aanplanten. Het plan van het waterschap is om het hele gebied om te vormen tot een doorstroommoeras. Zie onderstaande figuur 12 en de bijlagen voor de gebiedskaart van het doorstroommoeras waarop is te zien dat de planlocatie aan de Most 7 te Sevenum de overgang van beek naar moeras zal vormen. ,
a a r
t n e
d e r
l a n
d .
n
l
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
17
Figuur 12 Gebiedskaart van het doorstroommoeras (planlocatie aan de Most 7 te Sevenum is rood omcirkeld).
U
i t s n e
d e p
l a n g e
b i e
d T o p o
k a a r
t n e
d e r
l a n
d .
n
l
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
18
3 3. 1
BELEIDSKADERS
RIJKSBELEID 3. 1. 1 Omgevingswet De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet moet leiden tot meer ruimte voor duurzame ontwikkelingen meer rekening houden met regionale verschillen meer ruimte bieden voor maatwerkoplossingen en belanghebbenden vroegtijdig betrekken in de besluitvorming. Daarnaast is het doel van de Omgevingswet om de tientallen vormen van wet- en regelgeving onder het oude omgevingsrecht van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) te bundelen in één wet die toeziet op het omgevingsrecht en daarmee te voorkomen dat initiatiefnemers rekening moeten houden met veel verschillende wetten met elk hun eigen procedures planvormen en regels. Met de Omgevingswet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving streeft de regering vier verbeterdoelen na: ,
,
,
,
-
-
het vergroten van de inzichtelijkheid de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht ; ,
het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid besluitvorming en regelgeving ; ,
-
-
het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving ; het versnellen en verbeteren leefomgeving.
van
besluitvorming
over
projecten in de fysieke
De wet bundelt wetgeving en regels voor ruimte wonen infrastructuur milieu natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Om de Omgevingswet uit te voeren hebben overheden de beschikking over 6 'kerninstrumenten': ,
,
,
,
,
-
de omgevingsvisie: op nationaal provinciaal en gemeentelijk niveau kan een omgevingsvisie worden opgesteld ; een samenhangend strategisch plan dat rekening houdt met alle ontwikkelingen in de leefomgeving. het programma: maatregelen om de leefomgeving te beschermen te beheren te gebruiken en te ontwikkelen. Het programma richt zich op een onderwerp een bepaalde bedrijfssector of een gebied. Verschillende overheden kunnen ook samen een programma opstellen. decentrale regels: decentrale overheden hebben ieder 1 regeling voor de fysieke leefomgeving voor hun hele grondgebied. Dit zijn het gemeentelijk omgevingsplan de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. ,
,
-
-
,
,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
19
, ,
-
-
-
Hierin staan verschillende soorten regels. Bijvoorbeeld decentrale regels voor activiteiten van burgers en bedrijven. En kaders om vergunningen te toetsen. Ook worden er gebieden in aangewezen die een bepaalde functie hebben. algemene rijksregels: dit zijn het Bkl Bal Bbl en de Omgevingsregeling. Deze ‘Algemene Maatregelen van Bestuur’ (AMvB’s) worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. de omgevingsvergunning: veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Voor de meeste daarvan gelden algemene regels. Soms is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het verbouwen van een rijksmonument. De overheid toetst vooraf of dat mag. het projectbesluit. Het projectbesluit is een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten van het Rijk een provincie of een waterschap. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg windmolenpark of natuurgebied. Een projectbesluit regelt in dezelfde procedure de afwijking van het omgevingsplan. Het projectbesluit kan ook gelden als een omgevingsvergunning. ,
,
,
,
In dit geval is er gekozen om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een TAMIMRO procedure. Daarmee maakt het onderdeel uit van het kerninstrument decentrale regels specifiek het gemeentelijk omgevingsplan. ,
3. 1. 2 Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen zoals de milieueffectrapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen: ,
,
,
-
Bevoegdheden handhaving en beheer Procedurele regels Projectprocedure Milieueffectrapportage Financiële bepalingen Digitale voorzieningen ,
In dit geval gaat het om het toepassen van een wijziging van het omgevingsplan door middel van een TAM-IMRO omgevingsplan. Er is sprake van een concreet initiatief. Hiervoor is de uitgebreide procedure van toepassing. 3. 1. 3 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden ;
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
20
De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen ; De overgang naar een circulaire economie waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied ; ,
De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden ; ,
Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies ; ,
Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Met dit plan is sprake van de beëindiging van een glastuinbouwbedrijf (kas) aan de Most 7 te Sevenum waarvoor in de plaats aan de Over de Beek 8 te Tienray een grondgebonden agrarische bedrijf mag terugkomen. Door deze ontwikkeling komt het agrarisch bouwvlak voor glastuinbouw met een aanzienlijk oppervlak van 9. 000 m 2 te vervallen en wordt de kas met werkruimte gesloopt. Hierdoor kan een groot gebied natuur teruggegeven worden wat de natuurontwikkeling in het beekdal Groote Molenbeek ten goede komt. ,
,
Dit sluit aan bij het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Door beëindiging van het glastuinbouwbedrijf wordt een groot gebied natuur teruggegeven. Ook is het beoogde agrarisch bouwvlak (totale omvang circa 5. 000 m)2 aan Over de Beek 8 aanzienlijk kleiner dan het agrarisch bouwvlak (9. 000 m)2 aan de Most 7. Ook de loods (864 m)2 aan Over de Beek 8 is aanzienlijk kleiner dan de kas met werkruimte (4. 460 m)2 aan de Most 7. Hiermee wordt netto dus meer ingeleverd. Gezien het agrarische karakter van het plangebied en de omliggende percelen is het grondgebonden agrarische bedrijf op deze plek een juiste locatie. Zeker gezien het feit dat voorheen hier ook al een varkenshouderijbedrijf was gevestigd. Verder wordt de loods en verdere bebouwing landschappelijk ingepast door de veelheid aan gebiedseigen natuur in het gebied en de nieuw te realiseren houtwallen. 3. 1. 4 Instructieregels (AMvB’s) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten provincies waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl is opgebouwd uit de volgende onderwerpen: ,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
21
,
In de instructieregels staan onder andere de normen en regels die gelden voor omgevingsplannen omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen. In de omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl zoals luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater grondwater en zwemwater. Het Bkl bevat de regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning. En regels over monitoring en gegevensverzameling. Deze regels hebben betrekking op de onderdelen waterkwaliteit externe veiligheid luchtkwaliteit en het behoud van cultureel erfgoed. ,
,
,
,
,
3. 1. 4. 1 Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De toelichting bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan die ontwikkeling en indien het omgevingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. ,
,
,
,
Artikel 5. 129 g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. In artikel 5. 129 g Bkl is geen ondergrens vastgelegd. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m 2 (per functie). ,
Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein kantoren detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen zoals maatschappelijke functies cultuur leisure of recreatie. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die een nieuw of groter planologisch beslag op de ruimte leggen dan het geldende omgevingsplan toestaat. Of als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten hebben. Het is niet relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. ,
,
,
,
,
,
,
Met onderhavige ontwikkeling is sprake van het mogelijk maken van een agrarisch bedrijf op een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Dit betreft geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5. 129 g Bkl. De bestaande burgerwoning op het perceel wordt omgezet naar bedrijfswoning. Uit jurisprudentie blijkt dat woningbouwplannen met minder dan 12 woningen niet hoeven te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. In die zin kan worden gesteld dat de uitvoering van de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op dit plan. Besluit activiteiten leefomgeving 3. 1. 4. 2 In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels meldingsplichten vergunningplichten maatwerkmogelijkheden en ,
,
,
,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
22
specifieke zorgplichten om het milieu waterstaatwerken cultureel erfgoed te beschermen. ,
,
,
wegen en spoorwegen en
Wanneer het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een activiteit voorafgaand beoordeelt voorschriften daarvoor opstelt en expliciet instemt met de uitvoering daarvan is een omgevingsvergunning vereist. Doorgaans gaat het om complexere activiteiten met potentieel grote gevolgen. ,
,
Met de ontwikkeling worden geen specifieke nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt welke onder het Bal vallen. Indien op de locaties nieuwe activiteiten verricht worden mogen deze niet in strijd zijn met het Omgevingsplan en dient getoetst te worden aan de algemene regels meldingsplichten vergunningplichten maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten. ,
,
,
,
Besluit bouwwerken leefomgeving 3. 1. 4. 3 In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het bouwen in stand houden gebruiken of slopen van bouwwerken. De regels gaan over onderwerpen als veiligheid gezondheid duurzaamheid en bruikbaarheid. Het Bbl bevat: algemene regels meldingsplichten vergunningplichten maatwerkmogelijkheden specifieke zorgplichten. ,
,
,
,
,
,
,
,
Bij de ontwikkeling is sprake van de legalisatie van een loods. Na vaststelling van het omgevingsplan zullen voor de loods omgevingsvergunningen worden aangevraagd waarbij getoetst wordt aan het Bbl. 3. 1. 4. 4 Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling heeft het Rijk alle technische details van de andere regelgeving uitgewerkt. Denk aan aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen en rekenregels voor geluid. 3. 1. 5 Conclusie rijksbeleid Op het plangebied als zodanig wordt in het Rijksbeleid niet specifiek ingegaan. Het rijksbeleid heeft geen specifieke gevolgen voor het plangebied en biedt mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen waarbij wel geldt dat een watertoets uitgevoerd dient te worden. Geen van de nationale belangen wordt met onderhavig project aangetast of beïnvloed. Het plan is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het initiatief als zodanig past binnen de uitgangspunten van het ruimtelijke beleid van de nationale overheid. ,
3. 2
PROVINCIAAL BELEID 3. 2. 1 Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) Op 12 december 2014 zijn door Provinciale Staten het POL2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoers-programma 2014 vastgesteld. Deze documenten zijn op 16 januari 2015 in werking getreden. ,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
23
In het POL2014 komen alleen die zaken aan bod die er op provinciaal niveau echt toe doen en die vragen om regionale oplossingen. Dat sluit aan bij de basisfilosofie en ook bij aanpak de van de rijksoverheid die zich beperkt tot een 13-tal nationale ruimtelijke belangen. Zo veel mogelijk ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en andere partners die met hun lokale kennis prima maatwerk kunnen leveren. ,
In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten het versnellen van de energietransitie de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. ,
,
,
,
De belangrijke principes in het Limburgs omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit staat centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad meer land' het bieden van ruimte voor verweving van functies in kwaliteitsbewustzijn en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. ,
,
,
,
,
2. Uitnodigen staat centraal. Dat gaat meer over de manier waarop we samen met onze partners dat voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen. Het landelijk gebied in Limburg is heel aantrekkelijk. Dat wil de provincie graag zo houden. Niet voor niets is een leidend principe in dit POL ‘meer stad meer land’. Reden om bijzonder terughoudend te zijn met nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. Het landelijk gebied wordt geconfronteerd met een aantal stevige opgaven en vraagstukken die in het POL om antwoord vragen zoals de klimaatopgave (die zich vertaalt in vraagstukken op het gebied van hoogwaterveiligheid en regionale wateroverlast én van watertekorten en droogte) biodiversiteitsopgave waterkwaliteitsopgave en opgaven in de watervoorziening. Belangrijk is ook om ruimte te bieden aan de economische sectoren die nauw met dat landelijk gebied verbonden zijn. De land- en tuinbouw deels intensief en grootschalig deels juist kleinschalig met een tendens naar verbreding met niet-agrarische nevenfuncties. En daarnaast ook onderdelen van de vrijetijdseconomie.
Ook het leegstandsvraagstuk speelt nadrukkelijk in het landelijk gebied vooral in Noord- en Midden-Limburg. Daar wordt de komende jaren een hausse aan vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing verwacht. ,
,
,
,
,
,
De kwaliteit van (de activiteiten in) het landelijk gebied draagt bij aan een aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de steden en dorpen. Het aantrekkelijker en toegankelijker maken van het landelijk gebied voor toerisme en recreatie betekent overigens niet alleen dat agrariërs rekening houden met toeristen / burgers maar zeker ook dat burgers worden aangesproken op begrip voor de bedrijfsvoering van agrari,
ers.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
24
De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen is in het POL2014 het provinciale grondgebied onderverdeeld in zeven soorten gebieden elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor elk gebied liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. ,
,
Zone Stedelijk Centrum
Bebouwd gebied
Essentie De grotere binnensteden gekenmerkt door een mix aan functies die deze gebieden een vitaal stedelijk karakter geeft. Deze gebieden zijn cruciaal voor de aantrekkingskracht en uitstraling van Limburg. Gemengde woon/werkgebieden met een duidelijke binding met het omliggende landelijk gebied met lokale of regionale voorzieningen. Specifiek ingerichte gebieden voor grotere bedrijvigheid. Gebieden waar natuur en natuurontwikkeling het primaat hebben vanwege de voorkomende waardevolle flora en fauna vaak van (inter)nationale betekenis. Landbouwgebieden waar grote kansen liggen voor ontwikkeling van natuurwaarden. Beekdalen en gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap. Omvat ook het winterbed van de Maas. Alle andere gronden in het landelijk gebied vaak met een agrarisch karakter. Met ruimte voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven. ,
,
Overig bebouwd gebied Bedrijventerreinen Goudgroene na-
Landelijk gebied
tuurzone
Zilvergroene
,
na-
tuurzone
Bronsgroene schapszone
Buitengebied
,
land-
,
,
ln het POL 2014 is de locatie gelegen in de zone ‘Buitengebied’. Dit betreft alle andere gronden in het landelijk gebied vaak met een agrarisch karakter. Met ruimte voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven. ,
Figuur 13 Uitsnede kaart POL 2014.
U
i t s n e
d e p
l a n g e
voor deze zone betreffen: Accenten b i • Ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw e • d Terugdringen milieubelasting vanuit landbouw T o p o
k 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’ Motivering Hoofdstuk a a r
t n e
25
Kwaliteit en functioneren ondergrond
•
De ontwikkeling in de veehouderij manifesteert zich voor het overgrote deel in de vorm van doorgroei van bestaande bedrijven. De doorgaande schaalvergroting de milieueisen de combinaties met energieopwekking of mestverwerking maken dat er bij veel bedrijven een behoefte bestaat om uit te breiden. Regelgeving voor nitraat/ ammoniak fijn stof en geur en de Beleidslijn grote rivieren zijn in hoge mate bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij evenals de maatschappelijke inbedding van de veehouderij in zijn omgeving. Er wordt ontwikkelruimte geboden op basis van een integrale kwaliteitsverbetering in de omgeving. Duurzame grondgebonden land- en tuinbouw kan zich verder ontwikkelen onder de voorwaarde dat de ontwikkeling in balans is met de milieu- en landschapskwaliteiten. Deze doorontwikkeling van intensieve veehouderijbedrijven is mogelijk buiten extensiveringsgebieden. ,
,
,
,
,
,
De provincie streeft naar een ‘nul-emissie’ vanuit stallen waarmee de provincie een emissieniveau bedoelen dat geen of slechts verwaarloosbare hinder/risico voor de omgeving oplevert. Kortom: schone stallen. ,
Dat doen de provincie via een integrale aanpak waarbij ze samen optrekt met gemeenten sector en milieufederatie (Manifest evenwichtige veehouderij ontwikkeling Limburg). Er wordt niet gestuurd op dieraantallen. Integrale kwaliteit is de maatstaf maar dan wel kwaliteit ruim boven de wettelijke basis. Anders kan de provincie haar ambities niet waarmaken. Belangrijk is daarbij om te zoeken naar optimum situaties. In de toelichting wordt uitgelegd dat dit niet altijd hetzelfde is als de optelsom van de maximaal haalbare emissiereductie voor elke individuele component. ,
,
,
De technische mogelijkheden om de emissie van ammoniak geur en fijn stof te reduceren zijn groot vooral bij nieuwe stallen maar zeker ook bij bestaande. De provincie kiest voor een gecombineerde inzet van stimulerende en regulerende instrumenten om te zorgen dat die mogelijkheden ook daadwerkelijk worden opgezocht en benut. Dit aansluitend bij het investeringsritme van de bedrijven. ,
,
In voorliggend plan is sprake van de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf op een voormalige agrarische bedrijfslocatie aan de Over de Beek 8 te Tienray. Het betreft een agrarisch bedrijf met werkzaamheden in de akkerbouw waaronder grasteelt fouragehandel en agrarisch loonwerk. Om dit mogelijk te maken wordt het bestaande glastuinbouwbedrijf met een oppervlakte van 4. 460 m 2 aan kas/werkruimte op de locatie aan de Most 7 te Sevenum gesloopt en het bouwvlak verwijderd. Deze locatie wordt overgedragen aan het waterschap evenals aangrenzende percelen ter realisatie natuur waaronder 2. 800 m 2 bos. Verder wordt op de locatie Over de Beek 8 ruim 1. 400 m 2 agrarische grond mede bestemd tot natuur en bossingel. Dit levert een versterking van de natuur op beide locaties op. ,
Op het perceel aan de Over de Beek 8 gaat het om een gerealiseerde loods voor de stalling van tractoren en machines en de opslag van hooi en stro. De initiatiefnemer wenst de loods graag bij zijn woning te hebben in verband met toezicht op onder andere het machineareaal. Een bijkomstig voordeel is dat er minder transportbewegingen over de weg hoeven plaats te vinden. Ook wordt de bestaande burgerwoning omgezet in een bedrijfswoning. Het perceel is in z’n geheel reeds landschappelijk ingepast door de aanwezigheid van vele bomen en toe te voegen houtwallen. Het plan past in de visie van het provinciaal omgevingsplan waarbij doorontwikkeling ,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
26
agrarische bedrijven in het buitengebied wordt nagestreefd. Het ruimtelijke beleid van de provincie Limburg is nader uitgewerkt in de Omgevingsverordening Limburg 2014. van
3. 2. 2 Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen infrastructuur milieu water natuur landschap bodem ruimtelijke economie luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten. De Omgevingsvisie bevat daarmee belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt de basis voor verdere uitwerkingen en plannen en programma’s. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Limburgse principes en algemene zonering De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven wonen werken leren en onze vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen nog keuzes worden gemaakt. Daarbij wordt gekozen voor maatwerk en wordt rekening gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Dat gebeurt op basis van de volgende principes: a. We streven naar een inclusieve gezonde en veilige samenleving b. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal c. Meer stad meer land d. We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden ; boven- én ondergronds ,
,
,
,
,
Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond ; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. De locatie is gelegen binnen het landelijk gebied en dan specifiek het buitengebied. Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg samen zo’n 85. 000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. ,
,
,
Wonen en leefomgeving Op het gebied van wonen en leefomgeving liggen regionaal bepaalde uitdagingen en kansen. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarnaast zien we dat de woonvraag verandert waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Ook de betaalbaarheid van woningen blijft
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
27
belangrijk aandachtspunt. Invulling van de woningmarkt is onlosmakelijk verbonden met de sociaal-economische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kan een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen worden voorkomen. Daarnaast heeft dit een positief effect op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen. een
Woningbouwontwikkelingen worden benaderd vanuit een brede maatschappelijke context. Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming in centra buurten wijken dorpen en het buitengebied. Bij de te maken keuzes speelt mee dat leegstand moet worden tegengegaan en dat ontwikkelingen altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid plaatsvinden. Met het stimuleren van natuurinclusief en circulair bouwen de verduurzamingsopgave en het levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen vragen we om gebruik te maken van meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en adaptieve woonomgeving. ,
,
,
,
,
Land- en tuinbouw Meer dan de helft van het Limburgse grondgebied is landbouwgrond. Daarmee is de land- en tuinbouwsector de belangrijkste functiedrager van Limburg en bepaalt de agrarische bedrijfsvoering in zeer belangrijke mate het beeld van Limburg. Agrariërs staan echter voor de uitdaging hun bedrijf en de internationale concurrentiekracht toekomstbestendig te houden. Het landelijk gebied is steeds minder een productieruimte en steeds meer een consumptieruimte waar gewoond gewerkt en gerecreeerd wordt. Deze verwevenheid vraagt maatregelen om de omgevingskwaliteit te verbeteren en ruimtelijke keuzes over vestiging uitbreiding herbestemming en sanering van leegstaand agrarisch vastgoed. Een groot gedeelte van de agrarisch ondernemers zal stoppen. Daardoor is sprake van een toename aan vrijkomende agrarische bebouwing. Een passende herbestemming vinden voor de locaties is wenselijk anders ontstaat meer risico op criminele activiteiten en verval waardoor de landschappelijke kwaliteit en leefbaarheid van het gebied achteruitgaan. Als ambities worden daarnaast gegeven dat wordt gestreefd naar het terugdringen van emissies en het verbeteren van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid rondom intensieve veehouderijen. In sommige situaties kan geur tot overlast in de omgeving leiden en een aandachtspunt vormen en breder ook gezondheid van bewoners.