02c Toelichting
Tekst van het document
voor
•
Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas.
•
Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden.
•
Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zijn natuurlijk ingericht.
•
Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken.
De ambitie van het Waterschap is om het afkoppelen van regenwater te stimuleren. Regenwater van nieuwe daken en verharding wordt zo veel mogelijk opgevangen op eigen terrein. Daarnaast beschikt het Waterschap Limburg over een Waterschapsverordening. De Waterschapsverordening is een aanvulling op regels uit de Omgevingsweg en is van toepassing op de rivieren beken sloten grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap. Maar ook op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen zoals agrariërs. Werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan verordening. ,
,
,
Over de Beek 8 Tienray De waterkundige waarden zijn in het POL2014 / Omgevingsverordening Limburg 2014 weergegeven op de kaarten ‘Regionaal Water’ en ‘Ondergrond’. Conform de kaart ‘Regionaal Watersysteem’ gelden er voor het plangebied geen waterkundige
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
53
waarden. Conform de kaart ‘Ondergrond’ ligt het plangebied in een “waterwingebied” “boringsvrije zone” en “archeologisch aandachtsgebied. Deze waarden zijn allen juridisch-planologisch overgenomen en vastgelegd in het vigerende tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). ,
Kenmerken van het watersysteem (huidige situatie) Bodemgesteldheid en grondwater Ter plaatse van de infiltratievoorziening geldt grondwatertrap VI. Dit komt overeen met een grondwaterregime waarbij de hoogste grondwaterstand zich bevindt op meer dan 04 meter onder maaiveld. ,
,
Volgens de bodemkaart Nederland bestaat de bodem in het plangebied uit hoge zwarte enkeergronden ; lemig fijn zand. De maaiveldhoogtes in het plangebied varieren tussen de circa 2655 m +NAP (woning) circa 2768 m +NAP (bestaande schuur) en circa 2355 m +NAP (loods) welke ondergrond dan ook is opgehoogd. Conform de algemene gegevens van het Waterschap Limburg blijkt dat de bodemdoorlatendheid van de bodem gemiddeld ; 045-075 m/dag (k-waarde) is. ,
,
,
,
,
,
Ter plaatse van de infiltratievoorziening geldt grondwatertrap VIII. Dit komt overeen met een grondwaterregime waarbij de hoogste grondwaterstand zich bevindt op meer dan 14 meter onder maaiveld. ,
,
Ten zuiden van de planlocatie (circa 185 meter vanaf de woning) ligt een hoogwatergeul-‘Tienray Zuid’/Groote Molenbeek. Rondom ligt de meanderzone. Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Afvalwater/ riolering Het vuilwater is aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem. Grondwaterbescherming Het plangebied is gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied Venloschol. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. Ter plaatse van de Venloschol is sprake van een grondwatervoorraad die wordt afgedekt door een slecht doorlatende kleilaag waardoor deze grondwatervoorraad van nature wordt beschermd tegen verontreinigingen. Om die reden geldt hier een boringsvrije zone vanaf een bepaalde diepte om te voorkomen dat de kleilaag wordt doorboord en de grondwatervoorraad verontreinigd kan raken. ,
,
Binnen het grondwaterbeschermingsgebied Venloschol mag worden gebouwd mits de voorwaarden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg in acht worden genomen. Op basis van provinciaal beleid geldt hier een boringsvrije zone ter bescherming van de diepe grondwatervoorraad. Het doorboren of roeren van bedoelde kleilaag anders dan voor de uitzonderingen aangeduid in de omgevingsverordening is verboden voor zover dit plaatsvindt beneden 5 m boven NAP. Het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden kunnen vergunningplichtig wordt gesteld. Hierbij kan worden gedacht aan het roeren van de grond of het hebben van een boorput. ,
,
,
,
Hier is geen sprake van met onderhavige ontwikkeling.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
54
Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) Dit plan heeft tot doel de toevoeging van een agrarisch bouwperceel op de locatie aan de Over de Beek 8 te Tienray ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Hiermee vindt een vergroting van het functievlak/bouwvlak plaats. Door de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak in de vorm van daken en erfverhardingen toe. Iedere toename van verhard oppervlak dient zoveel mogelijk ‘hydrologisch neutraal’ te geschieden. Het waterschap hanteert hiervoor vuistregels waarmee op basis van de toename van verharding een wateropgave kan worden bepaald. Op 1 april 2019 is de nieuwe Keur van het Waterschap in werking getreden. In onderhavig plan is hiermee rekening gehouden. Het hemelwater afkomstig van de daken en verhardingen wordt op het perceel opgevangen deels hergebruikt en deels geïnfiltreerd. ,
In de Keur van het Waterschap Limburg is vastgelegd dat een bui van T=100 op eigen terrein opgevangen moet worden. Voor T=100 geldt een bergingsnorm van 63 mm per extra vierkante meter aan verharding. De toename aan verharding bedraagt circa 1. 000 m 2 (loods + erfverharding). De capaciteit van de berging moet hiermee 63 m 3 (1.000*0063) bedragen. Er wordt een voorziening met deze capaciteit aangelegd in de vorm van een infiltratiegreppel. Zie onderstaande afbeelding. ,
Figuur 21 Ligging waterberging in plangebied
k k
Om ook na een bui van T=100 nog over voldoende buffercapaciteit te beschikken is het bassin voorzien van een dynamische buffer. Volgens de normen van het Waterschap Limburg wordt er 2 liter /sec/hectare vanuit de dynamische buffer geloosd op het oppervlaktewater. Er kan daarom voldaan worden aan de normen van het Waterschap Limburg. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de voorwaarden van het Waterschap Limburg.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
55
Most 7 Sevenum Voor wat betreft de locatie aan de Most 7 te Sevenum geldt dat Waterschap Limburg de gronden na sanering van de bestaande kas zal overnemen groot 27. 756 m.2 Deze hoger gelegen gronden worden geruild met de lager gelegen gronden van de buren. De lager gelegen gronden zullen worden gebruikt voor de versterking van de natuur rond de Molenbeek door hier onder meer 2. 800 m 2 aan bos te realiseren. ,
Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Het plan draagt positief bij aan de gebiedsontwikkeling van een doorstroommoeras door het waterschap Limburg. Voor onderhavige planontwikkeling geldt dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn. 4. 6
KLIMAATADAPTATIE Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie houdt in dat de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat en de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken. Het veranderde klimaat is al enige tijd zichtbaar door hittegolven hoosbuien en droogte. Om schadelijke gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan zijn bij ontwikkelingen klimaatadaptatiemaatregelen nodig. ,
,
Met onderhavig plan wordt invulling gegeven aan klimaatadaptatie. Op de locatie aan Over de Beek 8 is geen sprake van wateroverlast. Dit komt mede doordat het water goed kan afvloeien in het omliggende groen/weiland. De hoeveelheid bebouwing neemt in de nieuwe situatie ten opzichte van de huidige situatie toe. Het hemelwater dat valt op de daken van de loods wordt opgevangen in een nieuw aan te leggen infiltratiegreppel en zal langzaam infiltreren in de bodem. Gezien de gronden binnen het plangebied bestaan uit hoge zwarte enkeergronden ; lemig fijn zand is de bodem geschikt voor infiltratie. Het hemelwater dat valt op de erfverharding zal afstromen naar het omliggende grasland. ,
Verder wordt gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing met veel groen. Gezien de waterbergingsvoorziening (infiltratiegreppel) het goede infiltratie vermogen van de bodem en de landschappelijk inpassing met veel groen is het risico op wateroverlast bij piekbuien dan ook gering. Dit laatste wordt versterkt doordat de infiltratiegreppel wordt voorzien van een dynamische buffer om ook na piekbuien nog over voldoende buffercapaciteit te beschikken. Vanuit de dynamische buffer wordt er geloosd op het oppervlaktewater. ,
,
,
Ten aanzien van hittestress kan gesteld worden dat de nieuwe beplanting zorgt voor meer schaduwwerking bij de loods. Ook zorgt de verdamping van water uit te planten voor verkoeling. Dit helpt hittestress voorkomen. Op basis van voorgaande kan gesteld wordt dat in voldoende mate ingespeeld wordt op klimaatadaptatie.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
56
4. 7
DUURZAAMHEID De loods op het perceel heeft een duurzaam karakter. De loods zal worden voorzien van zonnepanelen. Daarnaast zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame materialen en wordt natuur inclusief gebouwd door zoveel mogelijk hergebruik van materialen toe te passen en wordt een nestkast geplaatst voor de biodiversiteit. Verder wordt het hemelwater dat valt op de nieuwe verharding in de omgeving opgevangen en geïnfiltreerd. Daarmee wordt voorkomen dat op de laagste delen wateroverlast ontstaat. Ook wordt voorkomen dat het water snel het gebied uitstroomt wat uiteindelijk verdroging helpt voorkomen.
4. 8
TRILLINGEN Onder de Omgevingswet is het onderdeel ‘trillingen’ geregeld in paragraaf 22. 3. 5 van de Bruidsschat in het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (Opa). Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22. 88 en 5. 87a van de Bruidsschat in het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. ,
Initiatief Over de Beek 8 Tienray Onderliggend plan heeft betrekking op vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf met werkzaamheden in de akkerbouw fouragehandel en agrarisch loonwerk. Op het perceel bevindt zich een burgerwoning die ten behoeve van de ontwikkeling omgezet zal worden in een bedrijfswoning. Er wordt dus geen trilling gevoelig object toegevoegd. ,
In de directe nabijheid van de planlocatie ligt een intensieve veehouderij in de vorm van een kippenbedrijf. De invloed van het eigen bedrijf zal groter zijn dan de invloed van het kippenbedrijf. Een kippenbedrijf veroorzaakt echter geen trillingen. Verder bevinden zich er in de nabije omgeving geen bedrijven of andere activiteiten welke in grote mate trillingen veroorzaken. Hiermee vormt het onderdeel ‘trillingen’ geen belemmering voor onderhavig initiatief. Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen activiteiten meer plaatsvinden. Het onderdeel ‘trillingen’ vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
57
Voor beide locaties geldt dat er geen belemmeringen ten aanzien geluid zijn voor onderhavige planontwikkeling.
4. 9
van
het aspect
KABELS EN LEIDINGEN Over de Beek 8 Tienray Op basis van het vigerende tijdelijke deel omgevingsplan is er geen sprake van een dergelijke dubbelfuncties. Voorafgaand aan eventuele grondwerkzaamheden zal een Klic-melding worden gedaan. Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen bodemverstorende activiteiten plaatsvinden.
4. 10
HOOGSPANNINGSLEIDINGEN Over de Beek 8 Tienray Ten westen van de locatie is een bovengrondse hoogspanningsleiding gelegen. De te hanteren afstand voor de bovengrondse leiding is volgens de kaart atlas van de leefomgeving 2x95 meter gemeten vanaf de buitenste draad. De planlocatie is gelegen op een afstand van 270 km vanaf het punt waar de leiding bovengronds komt. Daarmee is het plangebied in zijn geheel ruimschoots gelegen buiten het gebied waarbij het Rijk adviseert het magneetveld te berekenen. ,
Figuur 22 Ligging hoogspanningsleidingen.
k k
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
58
Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen (nieuwbouw)activiteiten plaatsvinden. Ten aanzien van het aspect Hoogspanningslijnen zijn er dan ook geen bezwaren.
4. 11
VOLKSGEZONDHEID Over de Beek 8 Tienray Onderhavig bedrijf betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf. Er is geen sprake van een intensieve veehouderij waar dieren met een risico voor de omgeving gehouden worden. ,
Op het agrarisch bedrijf wordt wel compost opgeslagen om over eigen land uit te kunnen rijden. Voor een compostopslag geldt een richtafstand van 50 meter tot de dichtstbijzijnde (bedrijfs)woning. De dichtstbijzijnde woning ligt op meer dan 90 meter afstand. Hiermee wordt ruim voldoende voldaan aan de aan te houden afstand. Bovendien hoeft in dit geval geen gebruik gemaakt te worden van kunstmest voor het bemesten van gronden omdat hiervoor de compost wordt gebruikt. Gesteld kan worden dat de compostopslag dan ook geen invloed heeft op de volksgezondheid van omwonenden. ,
Most 7 Sevenum Met onderhavige ontwikkeling zal het agrarisch bouwvlak met de kas met werkruimte op het perceel aan de Most 7 te Sevenum komen te vervallen. De gronden binnen het plangebied worden aan de natuur teruggegeven. Er zullen op deze gronden geen activiteiten plaatsvinden. Dit betekent dat op deze locatie de verkeersbewegingen van en naar het glastuinbouwbedrijf komen te vervallen. Dit komt de natuur en de volksgezondheid in de omgeving ten goede.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
59
5 5. 1
JURIDISCHE TOELICHTING
ALGEMEEN Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. De omschakeling op deze locatie is in strijd met tijdelijke deel omgevingsplan waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de planregels van onderhavig TAM-omgevingsplan een preambule opgenomen waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22r van het omgevingsplan. De preambule is opgenomen vóór de inleidende regels. ,
,
,
5. 2
VERBEELDING De verbeelding is opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'bestemmingen' zijn te zien en dat specifieke functies als zijnde 'functieaanduidingen' worden benoemd. ,
5. 3
REGELS Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen. Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling (tenzij ze daarmee strijdig zijn). Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling. Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan nauwelijks wordt afgeweken van de bruidsschat. Op de onderdelen waar dit wel gebeurt (bijvoorbeeld reken- en meetbepalingen) zijn specifieke voorrangsbepalingen ,
opgenomen.
Hoofdstuk 2 - functies en activiteiten. Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen' staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op de (nog tijdelijke) landelijke voorziening www. ruimtelijkeplannen. nl. Voor onderhavig TAM-omgevingsplan is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vin,
,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
60
den bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het tijdelijk deel omgevingsplan Horst aan de Maas (bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas”). Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Hoofdstuk 3: Algemene regels. Voor dit hoofdstuk zijn er algemene bepalingen opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouw- en functie-regels in die gelden voor het gehele grondgebied van de ontwikkellocatie. Hoofdstuk 4: Overgangsrecht. In dit hoofdstuk is het overgangsrecht voor bouwwerken en het overgangsrecht voor functioneel gebruik opgenomen.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
61
6 6. 1
UITVOERBAARHEID
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In deze paragraaf wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. De kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een omgevingsplanwijziging komen voor rekening van de initiatiefnemer. 6. 1. 1 Financieel economische haalbaarheid De omgevingsplanwijziging voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. Artikel 12. 1 Ow ‘Verhaal van kosten verbonden aan grondexploitatie’ is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld namelijk via een anterieure overeenkomst of via exploitatieregels / exploitatievoorschriften. De gemeente Horst aan de Maas heeft de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen. ,
,
Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele nadeelcompensatie voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6. 1. 2 Kostenverhaal Daar waar nodig zal op basis van artikel 12. 8 Ow het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking. Tevens worden voor het in behandeling nemen van de omgevingsplanwijziging leges in rekening gebracht. 6. 1. 3 Nadeelcompensatie Voor iedere omgevingsplanwijziging wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten op basis van art. 4. 5 Awb. In dit geval komen de kosten voor nadeelcompensatie volledig voor rekening van de initiatiefnemer. 6. 2
MAATSCHAPPELIJKE
UITVOERBAARHEID
6. 2. 1
Participatie & omgevingsdialoog Het aangeven hoe er geparticipeerd is bij een gebiedsontwikkeling (motiveringsplicht) met een TAM-omgevingsplan is een vereiste onder de Omgevingswet. Dit dient gedaan te worden conform de eisen uit artikel 10. 2 uit het Omgevingsbesluit
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
62
(motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan). In dit hoofdstuk wordt dit traject en de uitkomst ervan te worden beschreven. Initiatiefnemer heeft vroegtijdig bij uitwerking van het plan de direct omwonenden benaderd om te horen of er op- of aanmerkingen zijn. Er kon dan worden gekeken of deze verwerkt konden worden in het plan. Voor de omgevingsdialoog wordt verwezen naar de bijlage. 6. 2. 2
Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners De gemeente Horst aan de Maas betreft het bevoegd gezag voor wijziging van het omgevingsplan. Ter vooroverleg is het ontwerp-omgevingsplan voorgelegd aan de provincie Limburg en het waterschap Limburg. 6. 2. 3 Vaststellingsprocedure De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevings-plan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3. 4 van de Awb. Het ontwerp-omgevingsplan zal voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Tegelijkertijd wordt het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website. Iedereen kan zijn zienswijze over het ontwerp omgevingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. ,
Gedurende de periode van terinzagelegging van het ontwerp omgevingsplan zijn er geen zienswijzen ingediend.
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
63
7 7. 1
BELANGENAFWEGING
EN CONCLUSIE
IS SPRAKE
EVENWICHTIGE
VAN
EEN
TOEDELING
VAN
FUNCTIES
AAN LOCATIES? De ontwikkeling voorziet in de beëindiging van een glastuinbouwbedrijf (kas) aan de Most 7 te Sevenum waarvoor in de plaats aan de Over de Beek 8 te Tienray een grondgebonden agrarische bedrijf mag terugkomen. Door deze ontwikkeling komt een fors agrarisch bouwvlak voor glastuinbouw te vervallen en wordt ter plaatse alle agrarische bedrijfsbebouwing (kas met werkruimte) verwijderd. Dit komt de natuurontwikkeling in het beekdal Groote Molenbeek ten goede omdat hiermee een groot gebied natuur teruggegeven kan worden. ,
,
Verder wordt in de nieuwe situatie het verhard oppervlak aanzienlijk kleiner doordat het beoogde agrarisch bouwvlak aan Over de Beek 8 kleiner is dan het agrarisch bouwvlak aan de Most. Ditzelfde geldt voor de loods aan Over de Beek 8 welke aanzienlijk kleiner is dan de bedrijfsbebouwing (kas met werkruimte) aan de Most 7. Hierbij wordt het groen in onderhavige locatie als de functie ‘Bos’ omgezet naar ‘Natuur’ voor extensieve begrazing door runderen met omliggende houtwallen. ,
,
Gezien het agrarische karakter van het plangebied en de omliggende percelen is het grondgebonden agrarische bedrijf op deze plek een juiste locatie. Verder wordt de loods landschappelijk ingepast door de veelheid aan gebiedseigen bomen in het gebied. Dit komt de landschappelijke kwaliteit in de omgeving ten goede. Met inachtneming van hetgeen omschreven in hoofdstuk 4 en de bijbehorende onderzoek rapportages en resultaten uit eventuele vervolgonderzoeken is er met uitvoering van voorliggend plan sprake van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en een forse verbetering van de landschappelijke kwaliteit en natuurwaarden op beide locaties en daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. ,
,
Motivering Hoofdstuk 22r TAM-omgevingsplan ‘Over de Beek 8 Tienray en Most 7 Sevenum’
64