CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02c BBV Jaarstukken 2023 - Versie Accountant

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Jaarstukken 2023.29.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat hebben we gedaan? Samen voor een veilig Horst aan de Maas Samen met inwoners, organisaties, ondernemers en regiogemeenten zorgen we dat inwoners en ondernemers zich veilig voelen én veilig zijn in hun woon- en leefomgeving. Uitgangspunt was (en is) dat we vooral gingen (gaan) doén. • In 2023 is het Integraal Veiligheidsplan 2020-2023 geëvalueerd. De uitkomsten gebruikten we voor de voorbereiding van het Integraal Veiligheidsplan 2024-2027. • Het Damoclesbeleid is geactualiseerd en toegepast. In 2023 zijn drie panden gesloten, is er één waarschuwing uitgedeeld en zijn er in twee gevallen lasten onder dwangsom opgelegd. We hebben bibobinstrument vaker ingezet dan in 2022. Dat komt door de toename van aanvragen voor exploitatievergunningen huisvesting arbeidsmigranten en omgevingsvergunningen bouw. Het hogere aantal bibob-zaken bij exploitatievergunningen huisvesting arbeidsmigranten is grotendeels te verklaren door meer controles van toezicht en handhaving bij arbeidsmigrantenlocaties. • Op het gebied van kwetsbare groepen is de documentaire ‘Hoe deal jij met drugs’ gelanceerd. Er zijn succesvolle vertoningen geweest in het Gasthoes. Onder voorwaarden kunnen kernen, verenigingen en organisaties de documentaire ook vertonen.

• Om de overlast van jeugdgroepen terug te dringen, was het centrum van Horst tijdelijk aangewezen als veiligheidsrisico gebied en zijn er meerder gebiedsverboden uitgedeeld. Door deze inzet, samen met onze ketenpartners, hebben we een beter beeld van en grip op de groep. • Team veiligheid voerde integrale controles uit op arbeidsmigrantenlocaties. De resultaten werden teruggekoppeld in de taskforce arbeidsmigranten. • In het najaar 2023 is de taskforce Doorstroomvoorziening statushouders Kasteel Ooijen opgericht. Team veiligheid is verantwoordelijk voor de inrichting, het beheer en de beveiliging op locatie. De inzet heeft grote impact op de reguliere taken en werkzaamheden. • Samen met de hulpdiensten stuurden we in 2023 meer op de naleving van het evenementenproces zoals vastgesteld in de Handreiking Evenementenveiligheid en Gezondheid Limburg. Dit betekent o.a. het tijdig en volledig indienen van aanvragen door evenementenorganisatoren, zodat alle betrokken partijen genoeg tijd en informatie hebben voor advisering en besluitvorming. Dit alles met het uiteindelijke doel zodat alle evenementen op een vooral leuke maar ook een veilige en verantwoorde manier kunnen plaatsvinden. 6.2 Toezicht en handhaving

Wat hebben we gedaan? Zacht waar het kan, hard waar het moet Om een veilige, gezonde en duurzame omgeving te realiseren voor inwoners, ondernemers en bezoekers hebben we in Nederland en Horst aan de Maas afspraken met elkaar gemaakt in de vorm van wet- en regelgeving en beleid. De inzet van toezicht en handhaving draagt bij aan het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag: zacht waar het kan, hard waar het moet. We verduidelijkten in 2023 de beleidskaders voor toezicht en handhaving. De gemeenschappelijke regeling met Venray hebben we verder afgebouwd. Tegelijkertijd is er een sterk eigen team opgebouwd, dat aan alle eisen voldoet. Hierdoor worden meldingen beter en sneller opgevolgd.

55

Beleidsindicatoren programma Openb.orde/veiligheid, toezicht/handhav. Omschrijving

2021

2022

2023

Verwijzingen Halt per 10.000 jongeren

50

80

N.n.b.

Winkeldiefstallen per 1.000 inwoners

0,9

0,9

0,9

Geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners

2,4

3,3

2,6

Diefstallen uit woning per 1.000 inwoners

1,3

1,0

1,0

Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) per 1.000 inwoners

3,3

3,9

3,7

Wat heeft het gekost? .

.

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023

Lasten

6.1

Openbare orde en veiligheid

-3.982

-5.292

-4.367

6.2

Toezicht en handhaving

-4.254

-4.308

-4.052

Totaal

Lasten

-8.236

-9.600

-8.419

Baten

6.1

Openbare orde en veiligheid

397

1.390

491

6.2

Toezicht en handhaving

792

1.272

1.234

Totaal

Baten

1.190

2.662

1.725

.

.

Storting in de reserves Onttrekking van de reserves Resultaat

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023 0 0 0 0

25

25

-7.047

-6.914

-6.669

Analyse Verschillen Verschillen 2023 begroting na wijziging versus 2023 realisatie (incl. reservemutaties) .

6.1 6.2

Begroting na wijziging 2023

Realisatie 2023

Verschil

Onderverdeling beleidsvelden: Openbare orde en veiligheid Toezicht en handhaving

-3.902 -3.012

-3.876 -2.793

26 219

Resultaat

-6.914

-6.669

245

een positief bedrag is een voordeel een negatief bedrag is een nadeel

Verschillen groter dan € 50.000 op beleidsveldniveau worden toegelicht.

56

6.2 Toezicht en handhaving € 219.000 voordeel Explosievenopruiming € 90.000 voordeel Bij de voorbereidingen van diverse projecten is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. De zogeheten "Bommenregeling' maakt het mogelijk om 68% van de daadwerkelijk gemaakte kosten in de afgelopen jaar vergoed te krijgen. Deze vergoeding vanuit het Rijk is gebaseerd op de gemaakte kosten in het voorgaande jaar die wordt afgezet tegen de gerealiseerde kosten in het lopende jaar. Hierdoor zit er (standaard) een verschil tussen budget en realisatie. Handhaving € 71.000 voordeel In 2023 was een bedrag van € 60.000 begroot voor de aanschaf van twee extra (elektrische) auto's voor de toezichthouders en BOA's. Deze uitgaven zullen pas in 2024 plaatsvinden. Ook zijn er in 2023 voor € 23.000 hogere baten ontvangen aan dwangsommen. Woningontruiming € 32.000 voordeel De rol van de gemeente bij woningontruiming is nog redelijk recent (april 2021). Destijds is een inschatting gemaakt van het bedrag dat jaarlijks nodig is voor het betalen van de kosten voor woningontruiming. In 2023 is gebleken dat we dit budget niet nodig hebben. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten

57

7. Bestuur, organisatie en samenwerking

7.1 Bestuur

Wat hebben we gedaan? We zijn volop in beweging We zijn trots op onze gemeente en gemeenschap, we stralen dit uit. We staan midden in de gemeenschap en maken volop onderdeel uit van belangrijke netwerken. Gemeente Horst aan de Maas was volop in beweging, zowel bestuurlijk als ambtelijk. In 2023 hebben we verder gewerkt aan de ontwikkeling van de organisatie. We maakten een start met het opgavegericht werken, waarbij maatschappelijk opgaven het uitgangspunt vormen voor het beleid van de toekomst. 7.2 Overhead

Wat hebben we gedaan? De overheadkosten in onze organisatie fluctueren al jaren tussen de 11% en 14% van onze totale lasten. In 2023 bedroeg het percentage 12,5%. In absolute zin zijn de apparaatskosten wel gestegen de laatste jaren. Gelet op de inflatie en de toename van de taken die naar de gemeente toegekomen, is deze stijging begrijpelijk. In 2023 is 20% van onze totale loonsom besteed aan externe inhuur. Dit is een stijging t.o.v. 2022 toen dit nog 16,7% was. Deze stijging wordt veroorzaakt door een krapte op de arbeidsmarkt waardoor het moeilijker is openstaande functies met vast personeel in te vullen. Door deze krapte is er ook sprake van sterk stijgende uurtarieven voor inhuur. Daarnaast wordt er in het traject van de organisatieontwikkeling uit oogpunt van gewenste flexibiliteit vaker bewust gekozen voor inhuur van tijdelijk noodzakelijke specialistische kennis. 20% inhuur is een acceptabel percentage en niet veel hoger dan in het verleden gebruikelijk was. In de jaren 2018/2019 zaten we bijvoorbeeld rond de 18 á 19%. 7.3 Samenwerking

Wat hebben we gedaan? Samenwerking bedrijfsvoering In 2023 is, conform bestuurlijke afspraken, de samenwerking tussen gemeente Venray en Horst aan de Maas geëvalueerd. Hieruit bleek o.a. dat er veel is bereikt in de harmonisatie van diverse processen en dat het gezamenlijke team Informatievoorziening beide gemeenten adequaat ondersteunt. Dit maakt beide gemeenten robuuster. Dat is nodig om diverse ontwikkelingen zoals de digitale transformatie en krapte op de arbeidsmarkt te adresseren. Uit de evaluatie bleek ook dat de governance-vorm vereenvoudigd en verbeterd moet worden om slagkracht te behouden. Dit is meegenomen in de doorontwikkeling van de samenwerking. De komende periode staat in het teken van verdere harmonisatie op het gebied van informatievoorziening, personeelszaken en financiën.

59

Beleidsindicatoren programma Bestuur, organisatie en samenwerking Omschrijving

2021

2022

2023

Fte per 1.000 inwoners (formatie)

7,46

8,02

8,49

Fte per 1.000 inwoners (bezetting)

7,46

7,60

7,99

Apparaatskosten per inwoner

684

731

771

Externe inhuur als % (van loonsom + totale kosten inhuur externen) Overhead % van totale lasten

14,4%

16,7%

20,0%

11,9%

11,2%

12,5%

Wat heeft het gekost? .

.

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023

Lasten

7.1

Bestuur

-2.840

-2.964

-2.903

7.2

Overhead

-18.937

-24.751

-24.541

Totaal

Lasten

-21.777

-27.715

-27.444

7.1

Bestuur

4

504

428

7.2

Overhead

1.993

2.997

3.610

Totaal

Baten

1.997

3.501

4.038

.

.

Baten

Storting in de reserves Onttrekking van de reserves Resultaat

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023 -350 -472 -410 439

2.559

2.488

-19.691

-22.126

-21.329

Analyse Verschillen Verschillen 2023 begroting na wijziging versus 2023 realisatie (incl. reservemutaties) .

7.1 7.2

Begroting na wijziging 2023

Realisatie 2023

Verschil

Onderverdeling beleidsvelden: Bestuur Overhead

-2.459 -19.666

-2.475 -18.854

-16 812

Resultaat

-22.125

-21.329

796

een positief bedrag is een voordeel een negatief bedrag is een nadeel

Verschillen groter dan € 50.000 op beleidsveldniveau worden toegelicht.

60

7.2 Overhead € 812.000 voordeel Personeelsbudget € 102.000 voordeel In 2023 hebben we extra financiële middelen ontvangen van de rijksoverheid voor taken op het gebied van de opvang van Oekraïners en asielzoekers. De uitvoering van deze taken heeft veelal plaatsgevonden binnen de huidige formatie. Ook de begrote inhuur is niet volledig ingevuld. Bidbookmiddelen € 147.000 voordeel In 2023 heeft de organisatieontwikkeling verder vorm gekregen. Onderdeel van deze organisatieontwikkeling is de dienstverlening structureel op orde te krijgen. Het aantrekken van het personeel hiervoor is in 2023 net als in 2022 enigszins langzamer verlopen dan in eerst instantie gedacht was. Hierdoor zijn er minder uitgaven gedaan dan begroot. In het raadsvoorstel bij de jaarrekening wordt voorgesteld de in 2023 niet benutte middelen ad. € 147.000 wel in 2024 en volgende jaren beschikbaar te houden voor de organisatieontwikkeling. Dit doen we door ze in de reserve ‘bidbook organisatieontwikkeling’ te storten. Aanpassing gemeentehuis € 643.000 voordeel Door uitstel van de verbouwplannen van het gemeentehuis zijn deze kosten in 2023 nog niet gemaakt. Voorgesteld wordt om een bedrag van € 500.000 over te hevelen naar 2024. Deze incidentele middelen maken onderdeel uit van de businesscase verbouwing gemeentehuis en dienen ter dekking van de kapitaallasten.

Archiefbeheer € 55.000 voordeel Het project Overbrenging Archief is opgestart voor het verwerken van de achterstand op het gebied van archiefoverbrenging, een wettelijke verplichting. In de afgelopen tientallen jaren is een grote achterstand opgebouwd voor wat betreft de overbrenging, wat heeft gezorgd voor verminderde toegankelijkheid van het oud-archief. Het project is zover gevorderd dat de achterstand voor een groot deel is afgerond. het oud archief van de gemeente is kwetsbaar cultureel erfgoed. Delen van dit oud archief zijn eeuwen oud. Sommige archiefstukken hebben door de jaren, en zelfs eeuwen, heen schade opgelopen waardoor de bruikbaarheid en de leesbaarheid van deze stukken wordt bedreigd. Zonder restauratie van deze stukken zal dit culturele erfgoed op den duur verloren gaan. Om deze reden stelt de organisatie periodiek budget beschikbaar voor restauratiewerkzaamheden aan het oudarchief. De daadwerkelijke werkzaamheden rondom het restaureren van deze stukken zijn niet in 2023 voltooid. Voor het oplossen van de achterstand overbrenging archief en afronding restauratiewerkzaamheden stellen we voor dit bedrag over te hevelen naar 2024. Externe advieskosten college € 114.000 nadeel Dit nadeel komt omdat in 2023 er voor een aantal omvangrijke dossiers o.a.

op het gebied van huisvesting arbeidsmigranten, windmolens, integriteit, Geurverordening en Woo externe deskundigheid is ingeschakeld. Het gaat dan om specifieke specialistische kennis welke niet in huis is of om dossiers waar een second opinion gevraagd wordt. Gegevensmanagement € 58.000 nadeel Extra kosten voor de afhandeling van de vele bezwaarschriften tegen de WOZ-waarde. Vaak ingediend door no-cure no pay bureaus. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten.

61

8. Financiën

8.1 Algemene lasten en baten

Wat hebben we gedaan? Het afgelopen jaar gaven we invulling aan onze eigen uitgangspunt voor gezond financieel evenwicht. Met als hoofdregel structureel evenwicht, waarin structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Hierbij hoort logischerwijs ook, dat we de financiële weerbaarheid niet verlagen. We spreken het eigen vermogen alleen aan als dat echt nodig is. Een hoge inflatie en stijgende (grondstof- en energie)kosten vormen een bedreiging voor onze meerjarenbegroting. Ondanks deze extra kosten streven we ernaar onze reservepositie en ons weerstandsvermogen verder te verstevigen. Zo bouwen we een buffer om toekomstige tegenvallers op te vangen, schuiven we geen onnodige kosten door naar de toekomst en zijn we continue op zoek naar een gezond evenwicht tussen ambitie (wat willen we bereiken?) en lastendruk (wat vragen we van onze inwoners en bedrijven?). 8.2 Algemene dekkingsmiddelen

Wat hebben we gedaan? Na jaren van discussie en onduidelijkheid weten we nu dat de zogenaamde herijking van het Gemeentefonds voor onze gemeente positief uitpakt. Door de zogenaamde trap op / trap af systematiek krijgen gemeenten er een paar jaren relatief veel geld bij. Het rijk kondigt echter ook aan om vanaf 2026 te willen stoppen met deze methodiek. Afgelopen jaar zijn we dan ook zonder problemen in staat gebleken om aan onze verplichtingen te voldoen en de gevolgen van loon- en prijsinflatie op te vangen. We bereiden ons zo goed mogelijk voor op de veranderende financieringssystematiek door de mogelijke scenario's, effecten en oplossingsrichtingen in beeld te brengen voor de jaren 2026 en verder. 8.3 Vennootschapsbelasting (VpB)

Wat hebben we gedaan? Er zijn nog voldoende verliezen uit het verleden die we kunnen verrekenen met eventuele toekomstige winsten in de aangiftes van 2021 en verder. In 2023 hebben we dan ook geen Vennootschapsbelasting (Vpb) hoeven betalen. 8.4 Onvoorzien

Wat hebben we gedaan? Eventuele onvoorziene uitgaven die onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn, komen ten laste van ons weerstandsvermogen en worden in de paragraaf 'weerstandsvermogen en risicobeheersing' uiteengezet en toegelicht.

63

Beleidsindicatoren programma Financiën Omschrijving

2021

2022

2023

Gemiddelde WOZ-waarde in duizend euro

279

295

324

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden in euro's Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in euro's

785

856

877

846

924

947

Wat heeft het gekost? .

.

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023

Lasten

8.1

Algemene lasten en baten

126

-213

-73

8.2

Algemene dekkingsmiddelen

-1.893

-2.163

-2.951

8.3

Vennootschapsbelasting (VpB)

0

0

0

8.4

Onvoorzien

0

0

0

Totaal

Lasten

-1.767

-2.376

-3.024

0

0

4

Baten

8.1

Algemene lasten en baten

8.2

Algemene dekkingsmiddelen

89.449

96.264

98.087

Totaal

Baten

89.449

96.264

98.091

.

.

Storting in de reserves Onttrekking van de reserves Resultaat

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023 -70 -6.530 -6.535 504

3.753

3.753

88.115

91.111

92.285

64

Analyse Verschillen Verschillen 2023 begroting na wijziging versus 2023 realisatie (incl. reservemutaties) .

8.1 8.2 8.3 8.4

Begroting na wijziging 2023

Realisatie 2023

Verschil

Onderverdeling beleidsvelden: Algemene lasten en baten Algemene dekkingsmiddelen

-2.990 94.102

-2.851 95.136

139 1.034

Vennootschapsbelasting (VpB) Onvoorzien Resultaat

0 0 91.112

0 0 92.285

0 0 1.173

een positief bedrag is een voordeel een negatief bedrag is een nadeel

Verschillen groter dan € 50.000 op beleidsveldniveau worden toegelicht. 8.1 Algemene baten en lasten € 139.000 voordeel Stimuleringsfonds € 47.000 voordeel Het stimuleringsfonds voor innovatieve projecten voor het MKB, agribusiness, toerisme en gezondste regio kent een aantal lopende toekenningen die niet in 2023 zijn afgerond. Daarnaast loopt er nog een projectenvelop Ondernemen & innoveren waarbij nog afstemming plaats vindt met de provincie voor cofinanciering. Er werd verwacht dat deze uitgaven in 2023 gedaan zouden worden. Maar door het langere proces om te komen tot overeenstemming heeft dit niet plaatsgevonden. We stellen voor dit budget over te hevelen. Werkbudget accommodaties € 92.000 voordeel Dit betreft een verrekening van voorgeschoten kosten. Deze zijn nu geboekt op de daarvoor inmiddels beschikbaar gestelde kredieten. 8.2 Algemene dekkingsmiddelen € 1.034.000 voordeel Uit te keren vergoedingen OZB-woningen € 81.000 voordeel De inschatting van de uit te keren vergoedingen is aan de hoge kant geweest. Dit ligt met name aan het feit dat het hogere aantal beroepszaken nauwelijks heeft geleid tot uitbetaling van meer proceskosten. Deze zaken zijn nog in behandeling bij de rechtbank en zullen naar verwachting pas in 2024 in de realisatie tot uitdrukking komen.

Baten OZB eigenaar woningen € 175.000 nadeel De lagere opbrengsten zijn marginaal (2,2%) en het gevolg van diverse ontwikkelingen zoals een lagere areaalontwikkeling dan verwacht, bezwaar- en beroepsprocedures, afrondingen en overige omstandigheden die van invloed zijn op de heffing. Baten OZB gebruikers niet woningen € 57.000 voordeel De hogere opbrengsten zijn marginaal (2,1%) en het gevolg van een aantal positieve ontwikkelingen zoals areaaluitbreiding, afrondingen en overige omstandigheden die van invloed zijn op de heffing. Algemene uitkering gemeentefonds € 421.000 voordeel Zoals vermeld in de RIB van 20-2-2024 is dit het positieve effect van de december circulaire. Het voordeel is o.a. het gevolg van verschuivingen in hoeveelheden en maatstaven bij de berekening van het gemeentefonds. Toeristenbelasting € 486.000 voordeel In de gehele linie zijn in 2023 meer overnachtingen geweest dan verwacht. Verwachting was noodzakelijkerwijs mede gebaseerd op basis van informatie uit de coronajaren. En er zijn ook nieuwe uitbaters bijgekomen.

65

Baten vermakelijkheden retributie € 75.000 voordeel Er zijn meer bezoekers dan verwacht. Dit geldt in het bijzonder voor Toverland. Verwachting was daarnaast mede gebaseerd op een voorzichtige schatting i.v.m. corona en weinig ervaringscijfers uit het verleden gezien de recente invoering van de vermakelijkheden retributie. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten.

66

Algemene Dekkingsmiddelen

Primaire Begroting na Begroting wijziging 2023 2023

Werkelijk 2023

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

16.383

18.302

18.721

Algemene uitkering

71.837

75.791

76.211

Dividend

643

1.129

1.198

Saldo van de financieringsfunctie

585

1.042

1.956

89.449

96.264

98.087

Totaal algemene dekkingsmiddelen

67

Overhead

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023 Lasten

-18.937

-24.751

-24.541

Baten

1.993

2.997

3.610

Saldo lasten en baten

-16.944

-21.754

-20.932

Storting in de reserves

-350

-472

-410

Aanwending van de reserves

439

2.559

2.488

-16.855

-19.666

-18.854

Resultaat

69

Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 is de wet vennootschapsbelastingplicht (Vpb) voor lagere overheden (overheidsondernemingen) van kracht. Overheden die winst of structureel overschotten behalen met activiteiten die concurreren met de markt, moeten vanaf die datum vennootschapsbelasting betalen. Een externe partij ondersteunt ons bij de Vpb-aangiften. De Belastingdienst heeft voor alle gemeenten een gelijke vaststellingsovereenkomst (VSO) opgesteld. In december 2021 hebben we de door de Belastingdienst ondertekende VSO ontvangen. De aangiften voor de jaren 2016 tot en met 2021 zijn door de Belastingdienst definitief vastgesteld. Voor 2022 en 2023 dienen we tijdig een (voorlopige) aangifte in. Vanaf 2022 zijn de regels voor het verrekenen van de verliezen gewijzigd. Verliezen zijn vanaf die datum onbeperkt houdbaar. Daar staat tegenover dat verliezen boven € 1 miljoen maar voor 50% mogen worden verrekend. Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023 Lasten

0

0

0

Baten

0

0

0

Saldo lasten en baten

0

0

0

Storting in de reserves

0

0

0

Aanwending van de reserves

0

0

0

Resultaat

0

0

0

71

Onvoorzien Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2023 2023 2023 Lasten

0

0

0

Baten

0

0

0

Saldo lasten en baten

0

0

0

Storting in de reserves

0

0

0

Aanwending van de reserves

0

0

0

Resultaat

0

0

0

De post onvoorzien is niet aangesproken in 2023.

73

Paragrafen

74

A. Lokale heffingen Algemeen De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2023 ongeveer 22% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht worden de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd.

Overzicht inkomsten uit heffingen 2023 Rekening Begroot na 2022 wijziging 2023

Rekening 2023

Procentuele afwijking Rek.-Begr.

Onroerende zaakbelasting (OZB)

13.137

14.569

14.441

-0,9%

Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht

4.237

4.427

4.382

-1,0%

Rioolheffing

4.266

4.672

4.637

-0,8%

Toeristenbelasting

2.867

3.487

3.930

12,7%

Baten baatbelasting

2

3

2

-18,8%

Baten marktgelden

19

20

19

-7,2%

Baten begraafplaatsrechten

15

15

13

-13,3%

Baten reclamebelasting

93

87

92

5,3%

Baten precariobelasting

29

25

30

19,3%

Overige heffingen

2.933

1.813

1.944

7,2%

Totaal inkomsten uit heffingen

27.599

29.118

29.489

Totaal inkomsten begroting/rekening

137.980

151.194

148.026

Nb. de procentuele afwijking rekening/begroting zijn berekend op niet afgeronde bedragen. In de tabel zijn de bedragen wel afgerond op duizendtallen. Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de inkomsten uit gemeentelijke heffingen in 2023 ongeveer € 371.000 hoger zijn dan begroot. De hogere opbrengsten zijn met name veroorzaakt door de hogere opbrengsten uit de toeristenbelasting (€ 443.000). Beleid gemeentelijke heffingen De gemeentelijke heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. In het collegeprogramma 2022-2026 is bepaald dat we de gemeentelijke lastendruk voor inwoners en bedrijven zo verantwoord mogelijk in balans houden. Eventuele aanpassing van tarieven bekijken we in samenhang met onze ambities. Voor 2023 is voor de tarieven een inflatiecorrectie van 2,4% gehanteerd. Bij de rioolheffing, de vermakelijkhedenretributie en de toeristenbelasting is hiervan afgeweken. Nadere uitleg over de tarieven van deze heffingen volgt later in deze paragraaf. Kostendekkendheid Vanaf de begroting 2017 is iedere gemeente verplicht in de paragraaf lokale heffingen de kostendekkendheid van de tarieven die op basis van de Gemeentewet maximaal kostendekkend mogen zijn, inzichtelijk te maken.

Per heffing wordt in deze paragraaf dan ook op hoofdlijnen inzicht gegeven hoe bij de berekening van de tarieven van heffingen de werkelijke baten de werkelijke lasten niet overschrijden. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om: • de afvalstoffenheffing, • reinigingsrechten, • rioolheffing, • rioolaansluitrecht,

75

• • •

marktgelden, lijkbezorgingsrechten en de leges.

Per heffing worden de directe kosten, overhead, btw en opbrengsten weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing kunnen worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing en kapitaallasten). • De overhead is op basis van de hierboven vermelde directe personeelslasten aan de heffing toegerekend. • De inkoop-btw is als last meegenomen. • De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2023 zoals die in de paragraaf genoemd worden. Voor de toerekening van de overhead heeft iedere gemeente een eigen beleidsvrijheid. De kostentoerekening van de overhead heeft net als bij de begroting 2023 plaatsgevonden op basis van de personeelslasten. Deze methode sluit het meest aan op de kostentoerekeningen zoals we die in het verleden ook hebben gehanteerd. In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid per heffing op basis van deze toerekening van de overhead inzichtelijk gemaakt. De systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten betekent dat een relatief groter bedrag toegerekend wordt aan arbeidsintensieve taken. De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de aansturing voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.

Onroerende Zaak Belasting (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. OZB bedragen in hele euro's

2022

2023

Stijging 2023 t.o.v. 2022

Tarief Ozb-eigenaar woningen

0,1391%

0,1288%

-7,4%

Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen

0,2650%

0,2707%

2,2%

Tarief Ozb gebruiker niet-woningen

0,2118%

0,2163%

2,1%

€ 404,78

€ 414,54

2,4%

€ 1.892,90

€ 1.938,22

2,4%

Gemiddelde aanslag woning (woz-waarde 2022 € 291.000,--) Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker (woz-waarde 2022 € 397.000,--)

De tarieven voor de OZB zijn geïndexeerd met 2,4% waarbij tevens de waardeontwikkeling in de tarieven is verdisconteerd. Reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing wordt geheven van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke. Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk.

76

Conform de begroting 2023 en het Raadsvoorstel tot vaststellen van de diverse belasting- en legesverordeningen 2023 van december 2022 zijn de tarieven met 2,4% inflatiecorrectie geïndexeerd. Dit heeft in 2023 voor de tarieven en de afval gerelateerde lastendruk het volgende betekend. Reinigingsheffingen bedragen in hele euro's

2022

2023

Stijging 2023 t.o.v. 2022

Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden

€ 232,24

€ 237,84

2,4%

Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden

€ 171,42

€ 175,56

2,4%

€ 1,70

€ 1,70

0,0%

Gemiddelde lasten (1)

€ 237,78

€ 243,27

2,3%

Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1)

€ 255,10

€ 261,00

2,3%

Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) (inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.)

€ 182,42

€ 186,63

2,3%

Restafvalzak

De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2023 € 261,00. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 298,56 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). De gemiddelde lastendruk voor een meerpersoonshuishouden ligt is in Horst aan de Maas dus 12,5% (€ 37,25) lager dan het gemiddelde. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht is ten opzichte van de begroting 2023 (99% resp. 100%) hoger uitgevallen omdat de verwachte kosten van de afvalinzameling lager zijn uitgevallen dan begroot. Dit heeft 2 redenen. In 2023 is er (over alle afvalstromen berekend) circa 10% minder afval aangeboden dan oorspronkelijk was begroot. Verder zijn de jaarlijkse indexeringen in 2023 over de gehele linie (inzameling, verwerking en overige inkoop) aanzienlijk lager uitgevallen dan medio 2022 nog werd ingeschat.

77

Rioolheffing De (verbrede) rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Hiermee worden kosten verhaald van collectieve maatregelen, die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering. Ook de kosten voor de maatregelen die nodig zijn ten aanzien van hemelwater en grondwater worden hiermee verhaald. Uitgangspunt voor de rioolheffing zijn kostendekkende tarieven. Het tarief voor de rioolheffing 2023 is echter niet kostendekkend en hierbij is de egalisatievoorziening ingezet om de stijging in de heffing te beperken. In de begroting 2023 en de Gemeentelijk Rioleringsplan Horst aan de Maas 2022 -2026 (GRP) was hierbij voor 2023 (t/m 2026) een heffing opgenomen van € 237 per aansluiting. Conform het raadsvoorstel in december 2022 is het tarief per aansluiting voor 2023 vastgesteld op € 230 in plaats van € 237. In het onderstaande overzicht staat de ontwikkeling van de rioolheffing aangegeven. Rioolheffing bedragen in hele euro's

Vast tarief per eigendom

2022

Stijging 2023 2023 t.o.v. 2022

€ 217

€ 230

6%

78

Rioolaansluitrecht Het rioolaansluitrecht is een éénmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten. Rioolaansluitrecht bedragen in hele euro's 2022 Type riolering Drukriolering buitengebied Vrijverval-riolering

€ 4.623 € 242 + € 176 per m¹ perceelaansluitleiding

Stijging 2023 2023 t.ov 2022 € 4.734

2,4%

€ 248 + € 180 per m¹ perceelaansluitleiding

2,4%

Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting wordt geheven voor alle overnachtingen van personen die niet in de 79

gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit kunnen zowel toeristen als arbeidsmigranten zijn. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s wordt (water)toeristenbelasting geheven. Het verblijf op vaartuigen wordt geheven op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen. Conform de begroting zal het hoge tarief voor de toeristenbelasting 2023 niet worden gewijzigd t.o.v. 2022. Het lage tarief voor de toeristenbelasting 2023 is verhoogd van € 1,45 naar € 1,55 per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen zijn in lijn hiermee aangepast De tarieven van de toeristenbelasting 2023 zijn bepaald op de onderstaande tarieven: Toeristenbelasting bedragen in hele euro's

2022

2023

Stijging 2023 t.o.v. 2022

Laag tarief per persoon per overnachting (1)

€ 1,45

€ 1,55

6,9%

Vaste plaats, vast bedrag per jaar (1)*

€ 226,20

€ 241,80

6,9%

Seizoensplaats / arrangement per week (1)*

€ 5,80

€ 6,20

6,9%

Hoog tarief per persoon per overnachting (2)

€ 1,55

€ 1,55

0,0%

Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (3) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (3) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (3)

€ 1,55 € 241,80 € 6,20

€ 1,55 € 241,80 € 6,20

0,0% 0,0% 0,0%

(1) mobiele kampeeronderkomens, stacaravans, groepsaccommodaties. (2) Hotel, pensions, vakantiewoningen. (3) Vaartuigen, watervilla's.

* De forfaits voor landtoerisme zijn per 2021 aangepast in vaste tarieven

Vermakelijkheden De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer is voor 2023 niet gewijzigd. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) worden niet in de heffing betrokken. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. Op basis van de begroting 2023 is het tarief voor de vermakelijkhedenretributie 2023 als volgt:

80

Vermakelijkhedenretributie bedragen in hele euro's

2022

Vast bedrag per betalende bezoeker c.q deelnemer van de vermakelijkheid

€ 0,10

2023

€ 0,10

Stijging 2023 t.o.v. 2022

0,0%

Baatbelasting Baatbelasting wordt geheven om de kosten van door de gemeente aangelegde voorzieningen in de openbare ruimte te dekken. De particuliere eigendommen die gebaat zijn, worden in de heffing van de baatbelasting meegenomen. Er is in 2023 nog één baatbelasting geheven. Dat is de baatbelasting voor de riolering aan de Kreuzelweg. Deze liep tot en met 2023 en is daarmee afgerond. Bij het vaststellen van de verordening Baatbelasting Kreuzelweg heeft de gemeenteraad bepaald dat deze niet jaarlijks met een inflatiecorrectie geïndexeerd wordt. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4% zijn voor 2023 de volgende tarieven vastgesteld: Precariobelasting terrassen bedragen in hele euro's 2022

Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst of Sevenum per m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar

Stijging 2023 2023 t.o.v. 2022

€ 10,00

€ 10,25

2,5%

€ 6,65

€ 6,80

2,3%

Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die door de marktlieden in het centrum van Horst worden betaald, zijn vanaf 2011 in de heffing van de marktgelden meegenomen. De promotiegelden worden doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt.

81

Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4% zijn voor 2023 de volgende tarieven vastgesteld: Marktgelden bedragen in hele euro's

2022

2023

Stijging 2023 t.o.v. 2022

€ 11,75

€ 12,05

2,6%

- per strekkende meter

€ 19,00

€ 19,45

2,4%

- vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst)

€ 23,75

€ 24,30

2,3%

Voor het innemen van een standplaats per dag Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal

Door afrondingen stijgen de bedragen tussen 2,3% en 2,6%.

Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst ingevoerd. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, onder inhouding van € 5.000, doorbetaald aan de Stichting centrummanagement Horst aan de Maas, die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt. De hoogte van het tarief is sinds 2015 afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde van de vestiging en niet meer van de grootte van de reclameborden zoals dat in 2014 en voorgaande jaren gold.

82

Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4% zijn voor 2023 de volgende tarieven vastgesteld: Reclamebelasting centrum Horst bedragen in hele euro's

2022

2023 Stijging 2023 t.o.v. 2022

Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000) Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m € 291.000)

€ 552

€ 565

€ 552+ € 3,31 per € 1.000 woz-waarde 2021 boven de € 150.000

€ 565+ € 3,39 per € 1.000 woz-waarde 2022 boven de € 150.000

€ 1.021

€ 1.045

2,4%

€ 552

€ 565

2,4%

Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan € 292.000) Zone B

2,4%

* Voor de Reclamebelasting 2023 wordt de woz-waarde 2022 (waardepeildatum 1-1-2021) gehanteerd * Voor de Reclamebelasting 2022 wordt de woz-waarde 2021 (waardepeildatum 1-1-2020) gehanteerd * Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten wordt in overleg met het kerkbestuur vastgesteld.

Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten die de gemeente maakt voor het leveren van bepaalde diensten. De tarieven zijn gebaseerd op maximale kostendekkendheid.

83

De kostendekkendheid van de leges 2023 wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt: Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen; Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang. De kostendekkendheid van de leges Titel 2 is t.o.v. de begroting 2023 (97%) lager uitgevallen. Dit is met name veroorzaakt doordat de werkelijke opbrengsten veel lager zijn dan was begroot. De reden hiervoor is dat vanwege langere benodigde voorbereidingstijd de daadwerkelijke bouw van een aantal woningbouwprojecten zijn verschoven van 2023 naar 2024. Bij de 2e bijstelling was hier reeds rekening mee gehouden.

84

Kwijtschelding Voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordeelt de gemeente of iemand voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt. Als basis gebruiken we hiervoor wetgeving, de door de gemeenteraad vastgestelde verordening kwijtschelding en de door het college vastgestelde Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen gemeente Horst aan de Maas. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: • OZB • Rioolheffing • Afvalstoffenheffing De gemeente biedt de mogelijkheid een verkort aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen (inlog via DigiD).Twee keer per maand worden de ontvangen kwijtscheldingsverzoeken bij Stichting Inlichtingenbureau getoetst. Als deze toetsing een afwijzing oplevert is het nog altijd mogelijk een volledig aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen dat door de gemeente zelf wordt beoordeeld. Het is daardoor mogelijk dat een inwoner zowel een verkorte aanvraag als een volledig aanvraagformulier invult. Er zijn in 2023 meer kwijtscheldingsaanvragen, een stijging van 2,9 %, ontvangen dan in 2022. Het aantal toekenningen is met 51 toegenomen. De drempel om een verkort verzoek in te dienen is laag.

In 2023 hebben we wat meer verkorte aanvragen ontvangen. Eind 2023 waren er geen aanvragen in behandeling. Het verleende kwijtscheldingsbedrag is ten opzichte van 2022 met ongeveer € 10.000 gestegen. Dit is o.a. het gevolg van het aantal aanvragen en de stijging van de belastingtarieven gemeentelijke heffingen. Ondernemers kunnen ook voor kwijtschelding in aanmerking komen als ze aan de overige voorwaarden voor kwijtschelding voldoen. In 2023 is er geen enkele aanvraag ontvangen.

85

Kwijtschelding 2021

2022

2023

Stijging 2023 t.o.v. 2022

bedragen in hele euro's Verzoeken om kwijtschelding

512

479

493

2,9%

* Waarvan automatisch en via verkorte aanvraag

403

390

447

14,6%

0

0

0

Kwijtschelding excl.ondernemers

315

304

355

16,8%

* Kwijtschelding toekenning n.a.v. beoordeling Inlichtingenbureau

271

271

338

24,7%

Geen kwijtschelding

197

175

138

-21,1%

0

5

0

-100,0%

€ 55.610

€ 60.141

€ 70.413

8,1%

Kwijtschelding ondernemers

In behandeling

Verleende kwijtschelding

Invordering In 2023 zijn er 11 invorderingsrondes geweest. Ten opzichte van 2022 (12) is dit afgenomen. In 2023 zijn er ten opzichte van 2022 ongeveer 120 aanmaningen minder verzonden. Het aantal betekende dwangbevelen is ongeveer 75 met gestegen. Het oninbaar afgeboekte bedrag is afgenomen.

Kengetallen invordering 2021

2022

2023

bedragen in hele euro's

Stijging 2023 t.o.v. 2022

Aantal aanslagen (excl. verminderingen)

21.806

21.890

22.305

1,9%

Geïncasseerd via automatische incasso

60,0%

58,1%

54,3%

-6,5%

Betaling en incasso binnen de betalingstermijn

93,0%

92,2%

92,9%

0,7%

Aantal aanmaningen

1.531

1.714

1.593

-7,1%

Aantal kennisgeving dwangbevelen

748

794

802

1,0%

Aantal dwangbevelen

399

395

472

19,5%

0,12%

0,08%

0,06%

-25,0%

€ 30.591

€ 22.541

€ 18.045

-19,9%

Percentage oninbaar Horst aan de Maas Bedrag oninbaar Horst aan de Maas

86

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV. Risico-inventarisatie algemene risico's Voor de Jaarrekening 2023 zijn de risico’s geactualiseerd. Daarbij is beoordeeld • in hoeverre eerder geïnventariseerde risico’s actueel zijn voor wat betreft de kans en maximaal financieel gevolg en • of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen. Uit de inventarisatie blijkt dat er 133 algemene risico’s zijn. De geïnventariseerde risico’s zijn aan de hand van kans en maximaal financieel gevolg verdeeld over onderstaande matrix. Algemene risico toegelicht: We zien dat de prijzen nog steeds stijgen. Door de hoge inflatie ontstaat druk op de loonontwikkeling. Dit heeft ook gevolgen voor de (geplande) investeringen en onderhoud van gebouwen en dergelijke. Het is nu nog niet duidelijk of deze forse prijsstijgingen van korte of lange duur zijn. De prijsstijgingen zijn zoveel mogelijk meegenomen in de begroting en daarom niet als apart risico meegenomen.

Financiële klasse 6) x > € 1.000.000

2

2

5) € 500.000 < x < € 1.000.000

7

6

1

4) € 100.000 < x < € 500.000

21

8

6

3) € 25.000 < x < € 100.000

16

13

12

1

2) x < € 25.000

15

12

5

2

1) Geen financiële gevolgen

1

1 10%

30%

1

1 50%

70%

90%

Toelichting matrix Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2023. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000.

87

Hieronder zijn de belangrijkste risico's, met de grootste kans en hoogste financiële klasse, toegelicht. Deze corresponderen met de risico's die in de risicomatrix onderstreept en vetgedrukt zijn. De in de tabel genoemde kans-percentages en financiële klassen verwijzen naar bovenstaande matrix. Andere risico’s zijn in omvang of kans-percentage afgenomen, waardoor deze niet meer in de rode, donkerrode of donker oranje cellen voorkomen. Omschrijving risico 1 Langere wachttijden voor een eerste vraagverhelderingsgesprek (Jeugd en WMO) dan gewenst. De wachttijden voor een eerste vraagverhelderingsgesprek zijn grotendeels opgelost. We ervaren wel nog langere wachttijden bij de doorverwijzing van zorg. Dit wordt onder andere veroorzaakt door personeelsgebrek bij de zorgaanbieders en het feit dat zowel WMO- als Jeugdcasussen zwaarder van aard zijn. De verwachting is niet dat het aantal of de zwaarte van de aanvragen voor zorg en ondersteuning zal afnemen.

2 BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo Dit is een langdurig project, waardoor er onzekerheid is. Er is langere tijd sprake geweest van grote verkopen van grond, maar er is nu nog beperkte planvoorraad. Daarnaast lopen we risico's bij opbrengsten deelexploitaties en op vertraging als gevolg van de stikstofproblematiek en de problematiek m.b.t energie- en stroomvoorzieningen. De realisatie van de 30 ha. werklandschap op grondgebied gemeente Venray is voorlopig stopgezet en geneutraliseerd in de grex. In onze gemeente zijn voorwaarden gesteld voor de invulling van klaver 7, waarbij geen sprake meer kan zijn van grootschalige logistiek. Een kleinschalige verkaveling zal een langere looptijd en minder opbrengsten betekenen. De grondexploitatie van het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo kent een verwacht eindsaldo van € 82,7 miljoen eind 2037 indien er in klaver 7 naast kleinschalige verkaveling voor lokale en regionale bedrijven, ook enkele grootschalige kavels kunnen worden uitgegeven voor bedrijven met regionale meerwaarde. De genoemde eindwaarde is een indicatie, maar door de genoemde problematiek is het onzeker of deze uitkomst realistisch is. Het eindresultaat van de totale bedrijfsexploitatie zal nog in belangrijke mate verminderd worden vanwege o.a.

andere exploitaties, deelnemingen, organisatiekosten, de vennootschapsbelasting en het reeds uitgekeerd dividend en wordt nu begroot op € 50,3 miljoen. Wij zijn met ons aandeel van 8,3% een relatief kleine risicodrager. Wij zien vooralsnog geen redenen om voorzieningen te treffen, zeker gebaseerd op de risicoanalyse zoals deze op basis van de montecarlo-simulatie is toegepast. Resultaat van de jaarrekening 2022 uit de gewone bedrijfsvoering is € 13,8 miljoen en na belastingen € 11,6 miljoen.

Kans Financiële percentage klasse 90% 4

50%

5

Risico's grondexploitaties Conform de huidige Nota Grondbeleid (vastgesteld op 20 september 2016, vaststelling van de geactualiseerde nota is voorzien in 2024) hebben we de Algemene reserve grondexploitatie (ARGE) vastgesteld met een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentageof-completion) heeft de raad bij de behandeling van de Herzieningsrapportage 2018 (raad oktober 2018) ingestemd met het instellen van de reserve POC-winst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst. Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project 88

meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project fluctueert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het voorkomen dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Mocht in een dergelijk project op een andere manier gebouwd worden dan voorheen is doorgegeven of besproken, dan kan dit ook een risico op stikstof zijn. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen. In de betreffende specifieke grondexploitaties wordt dit meegenomen. Bij de voortgangsrapportage van de projecten wordt een en ander kort toegelicht. Benodigde weerstandscapaciteit voor algemene risico's Naast de hoogte van de ARGE is het noodzakelijk de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen voor de algemene risico’s. De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s is € 49,7 miljoen. Dit betekent dat als alle risico’s zich in volle omvang tegelijk voordoen, dit naar verwachting € 49,7 miljoen kost. Hierbij is geen rekening gehouden met de waarschijnlijkheid (kans) dat het risico zich voordoet.

We bepalen de benodigde weerstandscapaciteit met behulp van een risicosimulatie, de zogenaamde Monte Carlo simulatie (statistische simulatie). Uitgangspunt hierbij is dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen en ook niet met een maximale omvang zullen optreden. Daarnaast heeft de gemeenteraad met de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 het uitgangspunt vastgesteld dat we 90% zekerheid willen hebben dat het beschikbare weerstandsvermogen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit wordt het zekerheidspercentage genoemd. Uitgaande van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90% is er een weerstandscapaciteit nodig voor de algemene risico’s van minimaal € 7,7 miljoen. Dit wil concreet zeggen dat we met een zekerheid van 90% kunnen stellen dat een weerstandsvermogen van € 7,7 miljoen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit betekent dat de algemene reserve basis, die een stand heeft van € 9,1 miljoen heeft, voldoende groot is om de risico’s op te vangen. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene reserve basis Een organisatie loopt altijd risico’s. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, geven we weer door de 'weerstandscapaciteit'.

Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve basis. Conform de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen bestemmen we deze reserve niet voor andere zaken. Naast deze Algemene Reserve basis zijn er ook nog overige middelen die we ook gebruiken om mogelijke niet begrote kosten - die onverwacht en substantieel zijn - te dekken. Daarvoor komen de volgende onderdelen in aanmerking: • Vrij besteedbare reserves: de ‘Algemene reserve vrij aanwendbaar’. • Stille reserves: de gebouwen en gronden die de gemeente in bezit heeft, vertegenwoordigen een zekere waarde. Wanneer de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde, is er sprake van stille reserves. Daarbij houden we er rekening mee dat we niet ieder eigendom (op korte termijn) kunnen verkopen. De omvang van de stille reserves is in 2022 opnieuw in beeld gebracht en bedraagt circa € 48,6 miljoen (inclusief pachtgronden). Deze gelden zijn niet op korte termijn beschikbaar. Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we dan ook geen rekening met (eventuele) stille reserves.

Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen in hoeverre het weerstandsvermogen toereikend is, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekeningswijze hiervan is als volgt: 89

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit De Provincie Limburg bepaalt op basis van de ratio weerstandsvermogen of de beschikbare weerstandscapaciteit van een gemeente toereikend is. In onderstaande tabel staat opgenomen hoe de Provincie de weerstandsnorm classificeert.

Waardering A B C D E F

Weerstandsnorm ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 <0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bij de jaarrekening 2022 is voorgesteld om de benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene reserve basis te verhogen naar € 9.117.998. De ratio is, uitgaande van de stand van de algemene reserve basis voor de jaarrekening, € 9.117.998 / € 7.714.211 = 1,18. Dit valt binnen de gestelde norm van 1,0 – 1,4. Het bedrag van de algemene reserve basis hoeft hiermee niet te worden aangepast. Kengetallen , , Kengetallen

Verloop van de kengetallen Jaarr. Begr. Jaarr. Gestelde 2022

2023

2023 norm*)

1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten

35%

80%

33%

68%

2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden m.u.v. kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen

29%

73%

27%

61%

3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva

35%

28%

37%

33%

4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten

-1%

0%

0%

5%

5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten

13%

2%

10%

2%

6. Belastingcapaciteit = (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen - eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen

97%

98%

94%

97%

*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 21-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Normering van de kengetallen opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies (GTK 2020 gemeenten).

90

Via het gemeenschappelijk toezichtkader van de provincies zijn de onderstaande normeringen voor de kengetallen vastgesteld. Hierbij zijn 3 categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C is het meest risicovol. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belasting capaciteit

Categorie A < 90%

Categorie B 90% - 130%

Categorie C > 130%

< 90% > 50% < 20% >0% <95%

90% - 130% 20% - 50% 20% - 35% 0% 95% - 105%

> 130% < 20% > 35% < 0% > 105%

Conclusie kengetallen • Ratio 1 en 2: Netto Schuldquote Deze ratio’s geven de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen aan. Hoe lager de schuldquote, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we in de laagste risicoklasse A van de provincie. Voor de netto schuldquote en de gecorrigeerde netto schuldquote voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm. In 2023 stijgt het saldo van de baten exclusief mutaties reserves flink ten opzichte van de jaarrekening 2022 en ten opzichte van de primaire begroting 2023 waardoor deze ratio's nog positiever zijn dan bij de jaarrekening 2022. •

Ratio 3. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio, is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de gemeente. Het geeft een beeld in welke mate wij aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe beter. De solvabiliteitsratio stijgt ten opzichte van de jaarrekening 2022 van 35% naar 37%. Daarmee vallen we nog steeds in risicoklasse B van de provincie. We voldoen daarmee aan de door ons zelf gestelde norm van 33%. De verbetering van de solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door een toename in het eigen vermogen en daarnaast is er een kleinere toename van het totaal van de passiva ten opzichte van de jaarrekening 2022. Per saldo is er hierdoor een verbetering te zien van dit ratio.

•

Ratio 4. Grondexploitatie Deze ratio geeft aan in hoeverre een gemeente afhankelijk is van de inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties vormen een risico en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Dus hoe lager deze ratio, hoe minder afhankelijk een gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties en hoe beter dat is. De grondexploitatie ratio is in de jaarrekening 2023 0% dit komt door een hele kleine negatieve boekwaarde van de grondexploitaties. Hiermee vallen we in de laagste risicoklasse A en blijven we onder onze eigen norm van 5%. Dit is vanuit het risicoperspectief een positieve ontwikkeling.

•

Ratio 5. Structurele exploitatieruimte Deze ratio geeft aan in hoeverre de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage, hoe beter. In 2023 is de ratio 10% dit is een daling ten opzichte van de jaarrekening 2022, maar een stijging ten opzichte van de begroting 2023 van respectievelijk 3% en 8%. Hiermee ligt de ratio in de laagste risicoklasse A van de provincie. Ook voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm van 2%. De afname ten opzichte van de jaarrekening 2022 wordt vooral veroorzaakt doordat in de jaarrekening 2022 de structurele toevoeging aan de reserves negatief was. Dit alles heeft dus een klein negatief effect waardoor een daling van de ratio van 13% naar 10%.

•

Ratio 6. Belastingcapaciteit: Deze percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van

91

belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. Een ratio van 100% betekent dat de belastingcapaciteit in Horst aan de Maas gelijk is aan het landelijke gemiddelde . De belastingcapaciteit neemt ten opzichte van de jaarrekening 2022 af van 97% naar 94%. Op basis hiervan vallen we in de laagste risicoklasse A van de provincie en voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm van 97% Hierbij geldt dat de OZB en afvalstoffenheffing in Horst aan de Maas lager en onze rioolheffing hoger is dan het landelijke gemiddelde. Klimaatadaptatie heeft een verhogend effect voor rioolheffing en de stijgende kosten voor het ophalen van afval is een landelijke trend. Samenvattende conclusie Samenvattend kunnen we concluderen dat het financiële weerstandsvermogen van gemeente Horst aan de Maas verbeterd is t.o.v. de jaarrekening 2022 dit geldt voor alle ratio’s, met uitzondering van de structurele exploitatieruimte. Met name de stappen die we gemaakt hebben m.b.t. het versterken van ons eigen vermogen en de verbetering van de solvabiliteit, bevestigen dat. We zijn daarmee in control op het gebied van risicobeheersing. We hebben een systeem dat tijdig anticipeert op een toename van risico’s van buitenaf en hebben voldoende financiële ruimte in onze begroting en ons eigen vermogen om financiële tegenvallers op te vangen.

De volgende aandachtspunten blijven hierbij echter van belang: Eigen vermogenspositie Deze is sterk verbeterd en voldoende om risico’s op te vangen. Daarbij voldoen we aan onze eigen normen en zitten in de middelste risicoklasse van de provincie. Het is van belang in de toekomst niet in te teren op ons eigen vermogen en waar het kan eventueel te versterken. Lastendruk We zitten qua lastendruk voor huishoudens onder het landelijke gemiddelde en onder de door ons gestelde norm. Het blijft belangrijk bij het maken van keuzes te blijven zoeken naar de balans tussen ambities en lastendruk. Schuldenpositie We hebben onze schuldenpositie verbeterd door het aflossen van langlopende geldleningen. Binnen de regels hebben we in 2023 juist kasgeldleningen verstrekt aan andere gemeenten/provincie waardoor we rente hebben ontvangen.

92

C. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Het gaat hierbij om wegen, riolering, groen en gemeentelijke gebouwen. De kapitaalgoederen leveren een bijdrage aan de realisatie van gemeentelijke doelen op het gebied van wegen, milieu en duurzaamheid, openbaar groen, onderwijs en dienstverlening. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de onderhoud en beheerprogramma’s de keuze uit kwaliteitsniveaus. Daarmee heeft zij een afwegingskader voor de inzet van financiële middelen, voor zover deze passend zijn binnen de financiële positie van de gemeente. In de tabellen van deze paragraaf is geen rekening gehouden met de directe kosten. In deze paragraaf hebben we ook de doelstellingen en maatregelen voor de (gemeentelijk)gebouwen weergegeven. Ook hebben we doelstellingen en maatregelen van wegen, riolering en openbaar groen in de betreffende programma's opgenomen. Wegen

De hoofddoelstelling is een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en goed toegankelijk is. Om invulling aan deze doelstelling te geven zorgen wij voor een adequaat beheerplan wegen. Dit betekent dat ook de hierin aanwezige civiele kunstwerken en openbare verlichting efficiënt en doelmatig beheerd worden. Het Wegbeheerplan 2024-2027 geeft inzicht in de huidige kwaliteit en de situatie van de verhardingen die bij de gemeente Horst aan de Maas in beheer zijn. Daarnaast geeft het Wegbeheerplan inzicht in de benodigde budgetten voor het onderhouden van de wegen op een veilig en functioneel niveau en brengt het de financiële gevolgen op korte en middellange termijn (tot en met 2027) in beeld. We onderhouden de wegen op kwaliteitsniveau ‘basis, welke de ondergrens vormt voor rationeel wegbeheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het onderhoud is 2023 volgens, de planning uitgevoerd. Het beheerplan wegen, bermen en sloten buitengebied is gecombineerd uitgevoerd met het onderhoud wegen. De budgetten voor het onderhoud van de wegen zijn opgenomen onder de kostenplaatsen algemeen wegbeheer, wegen en trottoirs, bermen en bermsloten en straatreiniging. Daarnaast vindt er een jaarlijkse storting plaats in de voorziening onderhoud wegen.

Voor het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken is het noodzakelijke onderhoud vastgelegd in een meerjarige onderhoudsplanning voor de periode 2020-2029. Hierin wordt een overzicht gegeven van de huidige staat en noodzakelijke budgetten/ investeringen voor een verantwoord onderhoud en beheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en in 2023 is onderhoud, in overeenstemming met de planning uitgevoerd. We onderhouden de civieltechnische kunstwerken op een veilig en heel niveau. De budgetten voor het beheer en onderhoud zijn opgenomen onder de kostenplaatsen bruggen/viaducten/kades en kunstwerken. De budgetten zijn gekoppeld aan het vastgestelde beleidsplan. Hetzelfde geldt ook voor het onderhoud en vervangingen van de openbare verlichting. De middelen volgend uit het beheer- en beleidsplan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en het onderhoud en vervangingen zijn in 2023 in overeenstemming met de planning uitgevoerd. Er wordt ingezet op het verduurzamen van het areaal, door het vervangen van oude verlichtingsarmaturen voor LEDarmaturen. Grote vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14266007/3