CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02c BBV Jaarstukken 2023 - Versie Accountant

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Jaarstukken 2023.29.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

93

Beheerplannen

Kwaliteitsniveau

Wegbeheerplan 2024-2027

Basis

Ecologisch bermbeheerplan 2021-2025

Ecologisch

Meerjaren onderhoudsplan Civiele kunstwerken 2020-2029

Veilig en heel

Beleidsplan openbare verlichting 2016-2025

Basis

Begroting Begroting na wijziging 2023 2023 Wegen en trottoirs Exploitatie Storting in de voorziening Kapitaallasten Totaal Wegen en trottoirs Straatreiniging Exploitatie Totaal Straatreiniging Bermen en bermsloten Exploitatie Kapitaallasten Totaal Bermen en bermsloten Bruggen / viaducten / kades Exploitatie Totaal Bruggen / viaducten / kades Openbare verlichting Exploitatie Kapitaallasten Totaal Openbare verlichting

Realisatie 2023

0 -1.479 -699 -2.177

-61 -1.509 -667 -2.236

-129 -1.509 -581 -2.218

-125 -125

-125 -125

-124 -124

-142 -271 -414

-142 -272 -414

-154 -248 -402

-53 -53

-53 -53

-85 -85

-750 -90 -840

-750 -83 -833

-862 -74 -936

Riolering

De hoofddoelstelling is de zorg voor het rioolbeheer. Dit doen we op basis van een jaarlijks op te stellen operationeel plan, dat invulling geeft aan het vastgestelde gemeentelijk rioleringsplan (GRP). We kennen voor ons rioolsysteem (vrijverval en drukriolering) inclusief de bijbehorende voorzieningen, een inspectie- en onderhoudsschema. In 2021 is een nieuw GRP vastgesteld voor de periode 2022-2026. Hierin is het beleid voor de komende jaren vastgelegd inclusief de bijbehorende onderhoudsbudgetten en investeringsbudgetten op het gebied van riool, water en klimaat. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-12024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog

94

waterverbruik. In 2023 heeft er een herijking van de kostendekkingsparagraaf van het GRP plaats gevonden voor de resterende looptijd. De werkzaamheden die volgen uit het GRP worden volgens planning uitgevoerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Jaarlijks inspecteren we 10% van het vrijvervalrioolsysteem. Uit deze inspecties wordt duidelijk of anders dan gepland - onderhoud of reparaties noodzakelijk zijn. De hiervoor benodigde middelen hebben we structureel opgenomen in het GRP 2022-2026, waarbij – gebaseerd op ervaring - de geraamde middelen normaal gesproken toereikend zijn voor beheer en onderhoud. Begroting Begroting na wijziging 2023 2023

Realisatie 2023

Riolering Exploitatie

-2.370

-2.508

-2.379

Kapitaallasten Storting voorziening Totaal lasten riolering Rioolheffing Rioolaansluitrecht Storting voorziening Totaal baten riolering

-1.098 1.060 -2.407 4.650 58 -1.081 3.628

-1.020 2.836 -692 4.594 58 -1.045 3.608

-841 561 -2.659 4.581 57 0 4.637

Groen De hoofddoelstelling is onder andere de zorg voor het openbare groen. Groen draagt bij aan de 'quality of life' en het welzijn van mensen. Ook levert groen een bijdrage aan een goede woon- en leefomgeving en een verfraaiing van de kernen. We hanteren een gedifferentieerd onderhoudsniveau: A: voor de hoofdgroenstructuren en groene parels, B: voor woonwijken, C: voor bedrijventerreinen. De gemeenteraad heeft middelen beschikbaar gesteld om het onderhoudsniveau van het openbaar groen nog verder te verhogen door onder andere een uitbreiding van de arealen die vallen onder hoofdgroenstructuren en groene parels vast te stellen. De voorgestelde financiële middelen zijn toereikend om het onderhoud van het openbaar groen (gazon en beplanting) op de gevraagde onderhoudsniveaus uit te voeren. Daarnaast heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor de vergroening in de openbare ruimte, in het tegengaan van hittestress en het leveren van een positieve bijdrage aan biodiversiteit. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden die uitgesteld waren ingekaderd bij de renovatie / herinrichting van openbaar groen, zijn weg. Met de huidige financiële middelen en de bijstelling in de meerjarenbegroting die voornamelijk bestaat uit hogere aanbestedingskosten en contractuele prijsindexeringen is er een solide basis voor de komende jaren.

We voeren bij alle (laan)bomen binnen de bebouwde kom en doorgaande wegen in het buitengebied minimaal 1x per 3 jaar een boomveiligheidscontrole uit. Dit geldt ook voor de monumentale bomen die in eigendom van de gemeente zijn. Deze controle voeren we bij de bomen langs de overige wegen in het buitengebied 1x per 6 jaar uit. Alle daaruit volgende maatregelen nemen we op in de navolgende onderhoudscyclus De jaarlijkse beschikbare financiële middelen zijn toereikend om het juiste boombeheer uit te voeren. Omvormingen en vervangingen worden gefaseerd en toekomstbestendig en biodivers uitgevoerd. We 95

geven hierin voorrang aan bomen langs de openbare wegen, mede om belangrijke groenstructuren intact te houden. Door klimaatverandering, en dan met name de droge zomers, constateren we in de praktijk dat de algehele conditie van de bomen achteruitgaat (meer dood-hout-vorming, verminderende vitaliteit en conditie). Daarlangs zijn er extra klimaatgelden beschikbaar voor het planten van bomen in onze dorpskernen. De klimaat ambities zorgen dat er meer aandacht is voor hittestres- en waterknelpunten. Hier spelen we op in door het planten van bomen/vergroenen in ‘stedelijke’ omgeving in de dorpskernen van de gemeente Horst aan de Maas. Het boomareaal wordt groter, de werkvoorraad loopt hierdoor verder op, uitdaging om deze consequenties juist te verwerken. Het onderhoud van de speelvoorzieningen voeren we zodanig uit dat het voldoet aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen uit 2023. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het beschikbare onderhoudsbudget is toereikend. We vervangen speeltoestellen op basis van technische levensduur. Bij vervanging wegen we af of het noodzakelijk is om een nieuw toestel te plaatsen. Bij noodzakelijkheid maken we mede gebruik van de reserve Speelvoorzieningen. Ook brengen we bij speeltoestellen met een lagere valhoogte dan 1,50 m1 geen valondergronden meer aan.

Dit laatste is overigens conform het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. De beschikbare middelen voor het onderhoud van openbaar groen, bomen en speelvoorzieningen hebben we meerjarig opgenomen in de begroting en hebben we als zodanig opgenomen in onderhoudsbestekken of in de bedrijfsvoering van de eigen buitendienst. We plaatsen, onder voorwaarden, natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien en boomstammen in de openbare ruimte. We wijken hiermee af van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Begroting Begroting na wijziging 2023 2023 Landschapselementen Exploitatie Bomenbeheer Exploitatie Openbaar groen/plantsoenen/parken Exploitatie Totaal beheerplan openbaar groen

Realisatie 2023

-122

-118

-117

-403

-423

-371

-1.155 -1.679

-1.379 -1.920

-1.335 -1.823

Gebouwen

De gemeente Horst aan de Maas heeft divers vastgoed in haar bezit. Dit vastgoed wordt ingezet voor bepaalde doeleinden. Daarbij gaat het om: 1.

Eigen gebruik

2.

Verhuur aan verenigingen / organisaties voor hun activiteiten

3.

Overige eigendommen (rest)

Het streven blijft om een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement te halen met een zo beperkt mogelijk bezit. Inmiddels werken we al weer enige jaren met de RgdBOEI (Rijksgebouwendienst Brand, Onderhoud, Energie en duurzaamheid, Informatie wet- en regelgeving) methodiek. Daarmee kunnen we beter sturen op veiligheid, duurzaamheid en inzicht in het voldoen aan wet- en regelgeving. In november 2021 heeft de gemeenteraad het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en meerjarig investeringsplan (MIP) vastgesteld. Het MJOP en het MIP worden voldoende gevoed met benodigde 96

financiële middelen, meerjarig laten resp. de voorziening onderhoud gebouwen en de reserve kapitaallasten MIP cumulatief een positief beeld zien. Beheerplannen

Kwaliteitsniveau

MJOP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)

Basis (RgdBOEI conditie 3)

MIP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)

Functionele en Duurzame gebouwen (via een A-label naar een Bijna EnergieNeutraal Gebouw (B)ENG

Alle gemeentelijke gebouwen bezitten minimaal het gewenste kwaliteitsniveau Basis. Het vastgoed van de gemeente is op orde en er is geen achterstallig onderhoud. Wel maken de forse prijsstijgingen in onderhoud het soms spannend. Omdat het vastgoed op orde is kunnen we met zorgvuldig sturen het onderhoud nog binnen budget houden. Diverse MIP verduurzamingsprojecten zijn nog in uitvoering en zullen in 2024/2025 gereed zijn. In 2023 is o.a.. De Smetenhof in Lottum aangepakt. We zetten nu vooral in op besparen van energie door isoleren en duurzame ventilatie. Duurzame opwek is met beperkingen op het stroomnetwerk lastiger en aan kaders gebonden, vooral omdat we geen stroom meer mogen terug leveren.

97

D. Financiering Inleiding In het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten 2004' (BBV) is de paragraaf 'financiering' voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. In deze paragraaf worden de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: • het treasurystatuut, • de financieringsparagraaf. Het treasurystatuut heeft als doel bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden te formaliseren en expliciet vast te stellen. De gemeenteraad kan dan beter invulling geven aan zijn verordenende en controlerende bevoegdheid. De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor treasury en bevat informatie op het gebied van risicobeheer, de financieringspositie en de leningen- en uitzettingenportefeuille. Voor het verslagjaar 2023 is het vastgestelde "treasurystatuut 2023-2026" leidend.

In de financiële verordening 2023, artikel 20 van onze gemeente is bepaald dat het college een treasurystatuut vast stelt waarin de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie zijn opgenomen. Deze financiële verordening is door de raad vastgesteld in de vergadering van 21 november 2023. In de collegevergadering van 18 oktober 2022 is het treasurystatuut 2023-2026 vastgesteld. In het treasurystatuut worden de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie opgenomen. In het treasurystatuut zijn de volgende onderdelen geregeld: • de organisatie voor het opstellen van het treasurybeleid • de planning en controlcyclus • de organisatie van de uitvoering van de treasury-activiteiten en • de interne en externe controle In overeenstemming met de financiële verordening is het "Treasurystatuut 2023-2026" ter kennisgeving aangeboden aan de raad en de auditcommissie. Steeds vaker melden partijen zich bij de gemeente met het verzoek voor gemeentelijke garanties of geldleningen om hun doelen op gebied van sport, onderwijs / educatie, cultuur en welzijn te kunnen verwezenlijken. Het verstrekken van garanties en geldleningen is een belangrijk instrument om initiatieven met een publiek doel in de gemeente Horst aan de Maas te kunnen verwezenlijken.

Als subsidiëring om welke reden dan ook niet aan de orde is, zou zonder deze facilitering dit doel niet bereikt kunnen worden. Om alle aanvragen op een uniforme wijze te beoordelen is in 2021 de "Regeling garantstelling en verstrekking van geldleningen voor een publieke taak" opgesteld. Met deze regeling wordt beoogd het creëren van transparantie en eenduidigheid van beleid met betrekking tot het verstrekken van gemeentelijke garantstellingen en/of geldleningen. En tegelijkertijd wordt daarmee een ongewilde willekeurige beoordeling van inkomende aanvragen voorkomen. Daarnaast heeft deze regeling tot doel het transparant maken en beperken van de risico’s die de gemeente loopt bij verstrekking van garantstellingen en geldleningen. Deze regeling is een verdiepingsslag op het huidige treasurystatuut. In de raadsvergadering van 21 september 2021 is de regeling door de raad unaniem aangenomen. In Europees verband zijn afspraken gemaakt om de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar te laten blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving. Zoals de invoering van het verplicht schatkistbankieren (Wet Fido) en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof).

Schatkistbankieren (Wet Fido) Gemeenten (maar ook provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen) zijn sinds 2013 verplicht om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het rijk. Ze mogen 99

alleen positieve banksaldi voor het betalingsverkeer op eigen bankrekeningen aanhouden. Voor de omvang daarvan was een drempelbedrag ingesteld. Dat drempelbedrag was in eerste instantie gesteld op 0,75 procent van het begrotingstotaal. Als in over een periode van 3 maanden de positieve saldi van de bankrekeningen dat drempelbedrag dreigen te overschrijden, dan moet een gemeente het meerdere storten op de rekening bij de schatkist van het rijk. Uit een evaluatie van het schatkistbankieren is echter gebleken dat de drempel voor het schatkistbankieren te krap was vastgesteld. In plaats dat alleen overtollige liquide middelen in de schatkist belanden, moesten gemeenten bij de drempel met grote regelmaat ook geld voor het normale betalingsverkeer bij de schatkist stallen. Dat veroorzaakte onnodige administratieve lasten. Met de verhoging van de drempel per 1 juli 2021 behoren die onnodige administratieve lasten tot het verleden. De drempel voor het schatkistbankieren is aangepast van 0,75 naar 2 procent van het begrotingstotaal – met een minimum van 1 miljoen euro. Doel van het schatkistbankieren een lagere EMU-schuld van Nederland. Die EMU-schuld hoort volgens het Verdrag van de Europese Unie lager te zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Voor het berekenen van deze EMU-schuld mogen onderlinge schulden en tegoeden van de centrale overheid en de gemeenten (provincies en waterschappen) worden verrekend. Een andere reden voor de invoering van het schatkistbankieren was het voorkomen van onveilige beleggingen door decentrale overheden. Door de overtollige liquide middelen bij de schatkist aan te houden, lopen ze geen risico dat dit geld door bijvoorbeeld een faillissement van een financiële instelling in rook op gaat. Nadeel is wel dat decentrale overheden minder rendement halen. Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) / EMU saldo Om hun financieringstekort te beheersen en terug te brengen, hebben de landen van de Eurozone (Europese Commissie) in het Verdrag van Maastricht een norm afgesproken. Het nationale financieringstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), waarbij de overheidsschuld / staatsschuld niet hoger dan 60% van het BBP mag zijn. Per 1 januari 2014 is de Wet Houdbare overheidsfinanciën ingevoerd. Daarin worden Europese afspraken over de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstekort vertaald naar nationale wetgeving om te waarborgen dat het begrotingstekort binnen de perken blijft. Het aandeel van de landelijke decentrale overheden in de berekening van het begrotingstekort van 3% bedraagt omstreeks 0,5%.

Alle gemeenten samen nemen daarvan circa 0,38% voor hun rekening. In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort. De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is voor jaren 2024 tot en met 2026 vastgesteld op -0,5% van het bruto binnenlands product per jaar. Deze ruimte is vervolgens onderverdeeld tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Het aandeel voor de gemeenten is vastgesteld op -0,34% procent van het bruto binnenlands product. Er wordt aan de gemeenten geen sancties opgelegd als er toch sprake is van overschrijdingen. Daarnaast gelden de regels voor het maximale begrotingstekort niet voor elke gemeente apart, maar voor alle gemeenten samen. Dat betekent dat een gemeente of provincie die in een jaar fors investeert dat gewoon kan doen als alle gemeenten samen maar binnen de norm blijven. De vier grote gemeenten samen hebben een aandeel van 85% op de grootte van het tekort. Het aandeel van onze gemeente is uitermate gering. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 20) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.

Met ingang van 2017 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De individuele overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) verstrekken onderstaande gegevens jaarlijks aan het CBS. Indien hieruit blijkt dat op macroniveau het EMU-saldo overschreden wordt, zullen de gemeenten, provincies en waterschappen hierover worden geïnformeerd. Zoals al eerder beschreven worden gemeenten (nog) niet afgerekend op een eventueel hoger EMU-tekort.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14266007/3