02c.6b AAA - T Bijlage 6b Natuurbeschermingswetvergunning 1998
Tekst van het document
van
de
is
Tevens is in die uitspraak geoordeeld dat hierop een uitzondering bestaat, gelet op artikel 7 van de Habitatrichtlijn gelezen in samenhang met artikel 4 van de Vogelrichtlijn, indien het betrokken gebied is aangewezen als speciale
beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn. Voor speciale beschermingszones in de zin van de Vogelrichtlijn, die zijn aangewezen voor afloop van de omzettingstermijn van de Habitatrichtlijn gelden de bepalingen van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn vanaf 10 juni 1994. Voor speciale beschermingszones in de zin van de Vogelrichtlijn, die zijn aangewezen na afloop van de omzettingstermijn van de Habitatrichtlijn gelden de bepalingen van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn vanaf het van kracht worden van de aanwijzing. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de referentiedatum van 7 december 2004 als bedoeld in artikel 19kd, derde lid, onder a, van de Nbw 1998 of de referentiedatum zoveel later als bedoeld onder b, niet in strijd is met artikel 6, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op Vogelrichtlijngebieden die op of na deze referentiedatum zijn aangewezen en op Habitatrichtlijngebieden. Bij de beoordeling of sprake is van significante gevolgen door stikstofdepositie in het kader van de vergunningverlening mag bij deze Natura 2000-gebieden worden uitgegaan van de situatie waarvoor reeds toestemming is verleend op de referentiedatum als bedoeld in artikel 19kd, derde lid, van de Nbw 1998.
Onder het verlenen van toestemming als hiervoor bedoeld, moet naar het oordeel van de Afdeling in gevallen als deze de vergunning, dan wel de melding, krachtens de Wet milieubeheer of de daaraan voorafgaande Hinderwet worden 2.8.2.
verstaan. onder 2.8.1 is overwogen volgt tevens dat de referentiedatum als bedoeld in artikel 19kd, derde lid, onder a en onder b, van de Nbw 1998 in strijd is met artikel 7 van de Habitatrichtlijn, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op Vogelrichtlijngebieden die reeds vóór 7 december 2004 zijn aangewezen. Bij de beoordeling of sprake is van significante gevolgen door stikstofdepositie in het kader zou voor dergelijke Vogelrichtlijngebieden de situatie van de vergunningverlening reeds toestemming is verleend op de datum waarop de aanwijzing van het waarvoor desbetreffende gebied van kracht is geworden, doch geen datum die is gelegen vóór 10 juni 1994, de datum waarop de omzettingstermijn van de Habitatrichtlijn is Uit het
hetgeen
afgelopen,
als referentiedatum
moeten
gelden.
voorgaande volgt uit de Vogel- en Habitatrichtlijn niet dat voor Vogelrichtlijngebieden het moment waarop uitvoering had moeten zijn gegeven Gezien
het
de op grond van de worden gehanteerd.
Vogelrichtlijn geldende verplichtingen
als referentiedatum
aan
dient
te
ter opheffing van voornoemde een ruimte voor uitleg overeenkomstig hetgeen hiervoor onder strijdigheid geen 2.8.2 is weergegeven. Een dergelijke uitleg is niet verenigbaar met de tekst van deze 2.8.3.
Artikel
19kd,
derde
lid,
van
de
Nbw
1998
biedt
-
-
Ei
12-12-2012 Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 20
bepaling. Dit artikellid biedt dan ook geen aanknopingspunt voor richtlijnconforme interpretatie. Uit het arrest van het Hof van de Europese Gemeenschappen van 13 november 1990, C-106/89, Marleasing, (www.eur-lex.europa.eu) volgt dat een richtlijnconforme interpretatie immers alleen mogelijk is binnen het kader van de wet. Aldus
vormt
in
zoverre
19kd, derde lid, van de Nbw 1998 in zoverre geen correcte verplichtingen ingevolge de Vogel- en Habitatrichtlijn en wordt deze bepaling niet het met deze richtlijnen beoogde resultaat bereikt.
artikel
implementatie met
van
de
bij het nieuw te nemen besluit op bezwaar artikel 19kd van de Nbw deze bepaling ziet op het gebied "Gelderse Poort” dat vóór 7 1998, december 2004 reeds is aangewezen als Vogelrichtlijngebied, volledig buiten toepassing worden gelaten. Uitsluitend artikel 19kd, derde lid, van de Nbw 1998 is gelet buiten toepassing laten met als gevolg dat een referentiedatum ontbreekt van artikel 19kd van de Nbw 1998 niet de mogelijk. systematiek op Gelet
hierop voor
moet
zover
-
-
2.9. In dit geval zal, gelet op de reikwijdte van de in artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 opgenomen vergunningplicht, een vergunningaanvraag bij de wijziging of waarvoor nog niet eerder een uitbreiding van de onderhavige intensieve veehouderij verleend alleen dienen te van de Nbw 1998 is niet betrekking op grond vergunning hebben op de wijziging of uitbreiding van het desbetreffende bedrijf, maar op de exploitatie van het gehele bedrijf na uitbreiding of wijziging. Daarbij dient het college -
-
te beoordelen
de
vergunningaanvraag 19h, van de Nbw 1998.
op
grond
van
de artikelen
19e, 19f, 19g
en
Het voorgaande betekent in dit geval dat voor de toepassing van artikel 19f van de Nbw 1998 bij een vergunningaanvraag die ziet op de exploitatie van de gehele intensieve veehouderij zoals die zal plaatsvinden na wijziging of uitbreiding daarvan, dient te worden bezien of op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten of de wijziging of uitbreiding afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen heeft voor het betrokken gebied. Dergelijke gevolgen kunnen worden uitgesloten, voor zover het gaat om de ammoniakdepositie op de betrokken gebieden, als de wijziging of uitbreiding van de intensieve veehouderij niet leidt tot een verhoging van de ammoniakdepositie ten opzichte van de vergunde situatie voordat het gebied op de lijst van gebieden van communautair belang werd geplaatst, dan wel voordat een aanwijzing als speciale beschermingszone in de zin Die vergunde situatie kan worden ontleend aan van de Vogelrichtlijn van kracht werd. de milieubeheer of is vergund krachtens de is krachtens Wet hetgeen vergund daaraan voorafgaande Hinderwet. In deze gevallen verplicht 1998 niet tot het maken van een passende beoordeling.
artikel
19f
van
de
Nbw
In het geval dat het nieuw te nemen besluit op bezwaar mede wordt gebaseerd op de methode van de zogenoemde ‘externe saldering' wijst de Afdeling erop dat in de uitspraak van 29 juni 2011 in zaak nr. 200908730/1/R2 is overwogen dat het intrekken van een milieuvergunning van een agrarisch bedrijf ten behoeve van een onder indien sprake is van een directe samenhang ander agrarisch bedrijf omstandigheden als een mitigerende maatregel kan worden aangemerkt. Hierbij hecht de Afdeling eraan op te merken dat uit de uitspraak van 7 mei 2008 in zaak nr. 200604924/1 volgt dat mitigerende maatregelen niet bij de beoordeling of sprake kan -
-
|
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg
23 5975 MS Sevenum 21
zijn van significante gevolgen mogen worden betrokken, maar wel bij een passende beoordeling ingevolge artikel 19f van de Nbw 1998. 2.10. Het college dient worden veroordeeld.
wijze
tot
de
Raad
van
verklaart het beroep niet-ontvankelijk een besluit op bezwaar;
voor
zover
op
na
te melden
3.
Beslissing
De
Afdeling bestuursrechtspraak
Recht L
doende
in
der
naam
van
vergoeding
van
de
het maken
van
proceskosten
te
State
Koningin: dat is
gericht tegen
het
uitblijven
van
IL. verklaart het beroep kenmerk 2008-006310,
voor
zover
dat
is
besluit
van
21
mei
2010,
van
gedeputeerde
staten
van
Gelderland
van
college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij [appellanten] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 895,98 (zegge: achthonderdvijfennegentig euro en achtennegentig cent); waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; IV.
veroordeelt
het
gegrond;
het besluit van het college kenmerk 2008-006310;
III. vernietigt 21 mei 2010,
gericht tegen
het
V. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen. Aldus vastgesteld door (geanonimiseerd) an (geanonimiseerd) voorzitter, en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Sloten en (geanonimiseerd) mm in tegenwoordigheid van (geanonimiseerd) an leden, (geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd) ambtenaar van staat.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) voorzitter
ambtenaar
Uitgesproken
12-12-2012
in het
Aanvraag
van
staat
openbaar
op
7
september
Natuurbeschermingswetvergunning
2011
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 22
Ze.
GEEN
PA
DE
RD N
P
GRO
STATE
uitspraak van 7 september 2011 van de Afdeling volgens paragraaf 5 kunnen significante gevolgen worden uitgesloten, voor zover het gaat om de ammoniakdepositie op de betrokken gebieden, als de wijziging of uitbreiding van de intensieve veehouderij niet leidt tot een verhoging van de ammoniakdepositie ten opzicht van de vergunde situatie voordat het gebied op de lijst van gebieden van communautair belagen werd geplaatst, dan wel voor aanwijzing als speciale beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn van kracht werd. De vergunde situatie kan worden ontleend aan hetgeen is vergund krachtens de Wet milieubeheer of is vergund krachtens de daaraan voorafgaande Hinderwet. In deze gevallen verplicht artikel 19f van de Nbw 1998 niet tot het maken van een passende beoordeling. Op grond
van
de
Bestuursrecht
u
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 23
ERSLEC
CQ
RI
V
ORIN
Algemeen Ingeval de uitbreiding- c.q. wijziging van de intensieve veehouderij ten opzichte van de voor een Vogelrichtlijngebied geldende referentiedatum geen sprake is van een zodanige verhoging van de stikstofdepositie, is geen verplichting tot het maken van een passende beoordeling. Voor de onderhavige aanvraag kan volstaan worden met het bijvoegen van een verslechterings- of verstoringstoets. Voor de Groote Peel, Deurnsche Peel en Mariapeel, Sarsven en de Banen, Leudal, Weerter- en Budelerbergen, Swalmdal is de effectenindicator van het Ministerie van EL&I geraadpleegd. 139 De
Deurnsche Deurnsche
Kritische 1. 2. 3.
Peel
en
en
Mariapeel
Mariapeel is op 21 september 1976 aangewezen.
depositiewaarden
H4030 H7110 H91DO
12-12-2012
Peel
van
de
habitattypen:
Droge Heiden Actieve hoogvenen Hoogveenbossen
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
1.100 400 1.800
mol mol
N/ha/jaar N/ha/jaar mol N/ha/jaar
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 24
Oppervlakte
verlies
activiteit aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum, waarvoor de Nb wetvergunning wordt aangevraagd is geen oppervlakteverlies aan de natura 2000 gebieden. De Deurnsche Peel & Mariapeel is gelegen op 4.526 meter van de inrichting aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum gelegen. Van oppervlakteverlies kan daarom geen sprake zijn. Geen significant effect. Door
de
Versnippering 23 te Sevenum, waarvoor de Nb is geen versnippering aan de Natura 2000 aangevraagd gebieden. De gebieden zij op ruime afstand van de inrichting aan de Helenanveenseweg 23 te Sevenum gelegen, waardoor geen versnippering kan activiteit aan wetvergunning wordt Door
de
de
Helenaveenseweg
optreden. Geen significant effect. Verzuring De verschillende habitattypen zijn gevoelig voor verzuring. Door de Aagro-stacks berekening wordt duidelijk gemaakt dat de stikstofdepositie niet hoger wordt dan op moment van aanwijzing van de geibieden. De stikstofdepositie is berekend over de gehele inrichting aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum. Doordat de depositie niet hoger wordt, is er
geen
significant effect.
Vermesting extra
groei
vooral
voor
vermesting
heeft
van een aantal planten in de stikstof en fosfaat. De lucht, maar ook via oppervlaktewater en produceert stikstof in de vorm van mest. Vooral bij voor
beschermen gebieden. Dit geldt vermesting kan plaatsvinden door
De te
gevolgen
grondwater. De inrichting het uitrijden van de mest op het land kan stikstof en fosfaat naar het oppervlaktewater- en grondwater uitspoelen. Door de landelijke overheid zijn regels aan het uitrijden verbonden om de concentraties in het grondwater te beperken, met het oog op de instandhoudingsdoelstellingen. Ook afspoelen wordt door deze maatregelen van mest naar de oppervlaktewateren tegengegaan. Op grond van de uitrijregels van dierlijke mest worden de gebieden in zjn algemeen beschermd tegen extra groei. De mest van de Helenaveenseweg 23 te Sevenum wordt deels in de omgeving afgezet en deels op langere afstand afgezet. Daardoor is geen rechtstreeks effect van de mest vanuit de inrichting aan de Helenaveenseweg 23
El
te Sevenum.
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 25
Verontreiniging
Op grond van
de
van
ISL 3a
berekeningen is geen
gebieden.
Van emissies organische werkende stoffen is geen kan verslechtering
toename
van
fijnstof bij aanwijzing
verbindingen, zware metalen, straling of endocrien sprake vanuit de inrichting. Van significante rom
geen
sprake
zijn
r
anvraag.
Verdroging De inrichting is op grote afstand van de Natura 2000 gebieden gelegen. Binnen de inrichting zijn reeds gebouwen gelegen. Nieuwe gebouwen kunnen alleen worden opgericht als het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. Vanwege deze redenen is geen verwachting van een significante aanvraa verdroging van de Natura 2000 beïnvl ing van
gebieden. Verstoring Door geen
door
geluid
grote afstand tussen de inrichting en de Natura 2000 gebieden is significante beïnvloeding van de Natura 2000 gebieden aan te
de
nemen.
Verstoring
door licht
grote afstand tussen de inrichting en de Natura 2000 gebieden is geen significante beïnvloeding van de Natura 2000 gebieden aan te Door
de
nemen.
samenstelling
Bewust
veranderen
van
Hiervan
is geen
sprake.
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 26
Effecten
indicator Deurnsche Peel &
Deurnsche
Peel
&
Mariapeel
Mariapeel
Met behulp van de effectenindicator kan een verkenning worden uitgevoerd naar kansen op mogelijke significante effecten. De effectenindicator geeft u informatie voor de meest voorkomende over de gevoeligheid van soorten en habitattypen storende factoren, gebaseerd op absolute getallen voor biotische randvoorwaarden en kennis van ruimtelijke randvoorwaarden. Deze informatie is indicatief, want theoretisch en generiek. Voor daadwerkelijke informatie over schadelijke effecten en de significantie hiervan is maatwerk vereist. Informatie over daadwerkelijke reële en
toekomstige bedreigingen
vindt
u
in de
Ch
profielen
We
MO
en
de
MS IS
Habitatrichtlijnrapportage.
ME
OWM
EM
ME
OM
NS
IN
SECRETS BSESDESSnSSSEsERdSE EREN zaaaSsSSssSsSsaea MBE! sredtsSees520rsssse zege ee © ö
gn)8
200555300003 s Keek reden eas ess se 55
El ë
a
daag
3
S3e@Es338e djkEanSEg 8Eg are
a
8
Ei
-00e as
4
5
@
8d
zes Ge 2
5
o 38
ek®
223 3 >
2
=@
RT]
ie
@ 5 @
Storingsfactor
123456
7
8
9
10111213141516171819
AAAOAOTOEENE
Droge heiden
BENNEN EERENS
Herstellende hoogvenen Blauwborst (broedvogel)
EENES UENR
*Actieve hoogvenen
Dodaars (broedvogel) Kolgans (niet-broedvogel) Kraanvogel (niet-broedvogel) Nachtzwaluw (broedvogel)
Roodborsttapuit (broedvogel)
Toendrari zeer
iet-br
UAE
NAN
EENES.
ENEN en EERENS...
EENS. BINEERSNEIN
n
Nn
EEN
n
EERENS. EENES. KXENEEENEON
AN
NEN.
on
gevoelig
Egevoelig
Mniet gevoelig Ein.v.t. „onbekend
va ee
12-12-2012 Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
mn
nn
nme
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 27
Let op! De effectenindicator geeft u géén informatie over de daadwerkelijke schadelijke effecten van een activiteit noch over de significantie hiervan. Hiervoor is maatwerk vereist. De effectenindicator geeft alleen generieke informatie over mogelijke effecten worden afgeleid of van de activiteit. Uit de effectenindicator kan dus niet op voorhand een activiteit schadelijk is.
Toelichting op de storingsfactoren 1
Oppervlakteverlies
afname beschikbaar oppervlak leefgebied soorten en/of habitattypen. andere factoren: verlies van oppervlakte leidt tot verkleining en in ook tot versnippering van het leefgebied (zie aldaar). Een kleiner gevallen sommige gebied heeft bovendien meer te leiden van randinvloeden: vaak is de kwaliteit van het leefmilieu aan de rand minder goed dan in het centrum van het gebied. Op deze manier leidt verlies oppervlakte mogelijk ook tot een grotere gevoeligheid voor bijvoorbeeld verdroging, verzuring of vermesting. Werking: door afname van het beschikbare oppervlak neemt ook het aantal individuen van een soort af. Om duurzaam te kunnen voortbestaan moet elke soort uit een minimum aantal individuen bestaan; bij diersoorten wordt meestal van een minimum aantal paartjes (reproductieve eenheden) gesproken. Wanneer een populatie te klein wordt neemt de kans op uitsterven toe, zeker als deze populatie
Kenmerk:
Interactie
geen
onderdeel
uitmaakt
van
een
netwerk
samenhangend
van
leefgebieden. Bij
een
populatie weinig individuen bestaat, neemt ook de kans op inteelt toe en dus de genetische variatie af. Hierdoor wordt een populatie kwetsbaar voor veranderingen tengevolge van bijvoorbeeld predatie, extreme seizoensinvloeden of ziekten. Ook habitattypen kennen een ondergrens voor een duurzame oppervlakte. die uit te
2
Versnippering
Kenmerk: soorten. Interactie
van
versnippering
is
sprake bij
het
uiteenvallen
van
het
leefgebied
van
andere factoren: treedt op ten gevolge van verlies leefgebied of verandering in abiotische condities van het leefgebied, Kan leiden tot verandering
in
populatiedynamiek. Gevolg: als het leefgebied niet meer voldoende groot is voor een populatie, of individuen van één populatie kunnen de verschillende leefgebieden niet meer bereiken, neemt de duurzaamheid van de populatie af. Een gevolg kan zijn een verandering op in de soortensamenstelling en het ecosysteem. Soorten zijn in verschillende mate gevoelig voor de versnippering van hun leefgebied. Het meest gevoelig zijn soorten met een gering verspreidingsvermogen, soorten die zich over de grond bewegen en soorten met een grote oppervlaktebehoefte. Versnippering door barrières zoals wegen en spoorlijnen leidt mogelijk ook tot sterfte van individuen en kan zo effect hebben op de populatiesamenstelling. Bij versnippering moet men altijd goed rekening houden met het schaalniveau van het populatienetwerk. 3
Verzuring
Kenmerk:
Verzuring
vervuilende gassen
van
door
bodem
of water
is
een
bijvoorbeeld fabrieken
gevolg en
van
en en
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
de uitstoot (emissie) van De uitstoot bevat
(vracht)auto's.
annen nnen
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 28
onder andere
zwaveldioxide (SO2), stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn de landbouw, het verkeer en de industrie. Interactie andere factoren: De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof). Gevolg: Verzuring leidt tot een directe of indirecte afname van de buffercapaciteit (het neutralisatievermogen) van bodem of water. Op termijn resulteert dit proces in een daling van de zuurgraad. Hierdoor zullen voor verzuring gevoelige soorten verdwijnen, wat kan resulteren in een verandering van het habitattype en daarmee
mogelijk 4
het
verdwijnen
van
typische (dier)soorten.
Vermesting
ecosystemen met name stikstof en fosfaat. Het kan gaan om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden) of nitraat- en fosfaataanvoer door het oppervlaktewater. Interactie andere factoren: stoffen die leiden tot vermesting kunnen ook leiden tot verzuring. Vermesting (en verzuring) kunnen op hun beurt leiden tot verontreiniging van het oppervlakteen grondwater. Gevolg: De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals bossen, vennen en heidevelden worden gelimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstof depositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Als de stikstofdepositie boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere. Kenmerk:
Vermesting
Hierdoor
de
5
neemt
is de
‘verrijking’
biodiversiteit
van
af.
Verzoeting
Verzoeting treedt op als het chloridegehalte in het water afneemt, en niet geschikt is voor de beoogde zoute of brakke natuurtypen. Interactie andere factoren: verzoeting treedt meestal op tengevolge van vernatting of, zoals in het Delta-gebied, door het afsluiten van zee-armen. In (voormalig) brakke of zoute wateren leidt verzoeting tot vermesting. Gevolg: Het steeds zoeter worden van bijv. het Oostvoornse meer heeft gevolgen voor de flora en fauna in het meer. Bepaalde soorten zullen verdwijnen terwijl nieuwe soorten zich zullen vestigen. Door de verzoeting zal de brakwatervegetatie verdwijnen. Dit heeft tot gevolg dat door het afsterven van algen en wieren een verslechtering van de waterkwaliteit kan optreden. Verder kan door verzoeting de gevoeligheid voor eutrofiëring sterk toenemen. Naast verandering van vegetatie zal bij een verdere verzoeting ook de macrofauna- en visstandsamenstelling veranderen. Kenmerk: meer
6
Verzilting
Kenmerk:
Verzilting betreft de ophoping van oplosbare zouten (kalium, natrium, magnesium, calcium) in bodems en wateren. In wateren komt verzilting over het gehele spectrum tussen zoet (<200 mg CI/I) en zeer zout (> 30.000 mg CI/I) voor is dus niet beperkt tot zoet en brak water. 12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
en
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 29
Interactie
andere
factoren:
Verzilting
van
bodems
treedt vaak
op
tengevolge
van
verdroging. Gevolg: Als gevolg van verzilting verandert de zoet-zout gradiënt en dit heeft gevolgen voor de grondwaterkwaliteit en dus de bodemvruchtbaarheid. Dit werk weer door in randvoorwaarden voor aanwezige plant- en diersoorten en leidt uiteindelijk tot een verandering in de soortensamenstelling. 7
Verontreiniging
Kenmerk: Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen: organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of
productieprocessen, straling (radioactief
en niet radioactief), geneesmiddelen, stoffen werken in op de bodem, grondwater,
endocrien werkende stoffen etc. Deze lucht. Interactie andere factoren: geen directe interactie met andere factoren. Wel kan verontreiniging als gevolg van andere facoren optreden. Gevolg: Vrijwel alle soorten en habitattypen reageren op verontreiniging. De ecologische effecten uiten zich in het verdwijnen van soorten en/of het beïnvloeden van gevoelige ecologische processen. Deze beïnvloeding kan direct plaatsvinden maar ook indirect via een opeenvolging van ecologische interacties. Bovendien kan verontreiniging zich pas vele jaren/decennia later manifesteren. De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex. In het algemeen kan gesteld worden dat aquatische habitattypen en soorten gevoeliger zijn dan terrestrische systemen. Ook
geldt dat soorten in de top van de voedselpiramide, als gevolg van accumulatie, van verontreinigingen gevoeliger zijn. Echter, afhankelijk van de concentratie en duur van de verontreiniging zijn alle habitattypen en soorten gevoelig en kan verontreiniging leiden tot verandering van de soortensamenstelling. 8
Verdroging
Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel. grondwaterstand is zo lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand. Interactie andere factoren: verdroging kan tevens leiden tot verzilting. Door verdroging neemt ook de doorluchting van de bodem toe waardoor meer organisch materiaal wordt afgebroken. Op deze wijze leidt verdroging tevens tot vermesting. Er zijn ook gebieden waar verdroging kan optreden zonder dat de grondwaterstand in de ondiepe bodem daalt. Het gaat daarbij om gebieden waar van oudsher grondwater omhoogkomt. Dit water heet kwelwater. Kwelwater is water dat elders in de bodem is geïnfiltreerd en dat naar het laagste punt in het landschap stroomt. Kwelwater heeft dikwijls een bijzondere samenstelling: het is rijk aan ijzer en calcium, arm aan voedingsstoffen en niet zuur, maar gebufferd. Schade aan de natuur die veroorzaakt wordt door een afname of het verdwijnen van kwelwater en het vervangen van dit type water met gebiedsvreemd water, noemen we ook verdroging. Gevolg: de verandering in grondwaterstand en soms ook kwaliteit van het grondwater leidt tot een verandering in de soortensamenstelling en op lange termijn van het habitattype. Kenmerk: De actuele
9
Vernatting
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 30
manifesteert zich in hogere grondwaterstanden en/of kwel veroorzaakt door menselijk handelen. Interactie andere factoren: vernatting kan leiden tot verzoeting en verandering inlaat van gebiedsvreemd water. van de waterkwaliteit, bijvoorbeeld als gevolg van voor is een storende factor Gevolg: Vernatting vegetatietypen en soorten die van onder voorkomen. nature drogere omstandigheden Vernatting grijpt in op de bodemof watercondities. Bij verdergaande vernatting kan een gebied ongeschikt worden voor planten en dieren en zo leiden tot een verandering in de soortensamenstelling Kenmerk:
Vernatting
toenemende
en
uiteindelijk
het
10
Verandering
habitattype. stroomsnelheid
Verandering van stroomsnelheid van beken en rivieren kan optreden door menselijke ingrepen zoals plaatsen van stuwen, kanaliseren of weer laten meanderen. Interactie andere factoren: geen? Gevolg: Verschillen in stroomsnelheid (langzaam of snel) en dimensies (van bovenloop tot riviertje) leiden tot duidelijke verschillen in levensgemeenschappen en kenmerkende soorten hiervan. Door verandering in stroomsnelheid verdwijnen kenmerkende soorten en levensgemeenschappen. Kenmerk:
11
Verandering overstromingsfrequentie
Kenmerk: De duur en/of frequentie van de overstroming van beken en rivieren verandert door menselijke activiteiten. Interactie met andere factoren: overstromingen zijn van invloed op de vochttoestand, de zuurgraad, de voedselrijkdom en het zoutgehalte van een gebied. Gevolg: Voor een voedselarme vegetatie bijvoorbeeld leidt een toenemende overstroming met voedselrijk water tot vermesting: verrijking van de bodem en daardoor verruiging van de vegetatie. Bij boezemlanden die regelmatig worden overstroomd
leidt een afname van de overstromingsfrequentie tot verzuring van de basenminnende plantensoorten kunnen verdwijnen. Langdurige waardoor bodem, leiden tot zuurstofgebrek in de wortels van planten waardoor kan overstroming kunnen afsterven. Uiteindelijk grijpt een verandering in de planten zo in op de soortensamenstelling. overstromingsdynamiek 12
Verandering dynamiek
substraat
Kenmerk: er treedt een verandering op in de bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen, bijvoorbeeld door aanslibbing of
verstuiving. Interactie andere factoren: mechanische effecten
verandering overstromingsdynamiek, verandering
Gevolg: Verandering
van dynamiek van het substraat kan leiden tot verandering de abiotische randvoorwaarden waardoor levensgemeenschappen kunnen veranderen. Dynamiek van het substraat is bijvoorbeeld van belang voor droge pioniervegetaties in de duinen en stuifzanden, of voor mosselbanken in de Waddenzee.
13
Verstoring
12-12-2012
door
van
geluid
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 31
Kenmerk: verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer danwel tijdelijk zoals geluidsbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie. Interactie andere factoren: Treedt vaak samen met visuele verstoring op door bijv. vlieg- en autoverkeer, manifestaties etc. Gevolg: Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor direct effecten van geluid. Geluid sec is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens weer leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid. Voor zeezoogdieren en vogels is in bepaalde gevallen deze dosis-effect relatie goed gekwantificeerd. 14
Verstoring
door
licht
verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Interactie andere factoren: geen? Gevolg: Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico's. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Kenmerk:
15
Verstoring
door
trilling
Kenmerk:
Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc. Interactie andere factoren: kan vooral samen optreden met verstoring door geluid Gevolg: Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. Over het daadwerkelijke effect van trilling is nog zeer weinig bekend. Naar het effect op zeezoogdieren is wel onderzoek verricht.
menselijke
16
Optische verstoring
Kenmerk:
beweging systeem.
optische verstoring van
mensen
dan
wel
betreft
verstoring
voorwerpen
die
door de aanwezigheid en/of niet thuishoren in het natuurlijke
treedt vaak samen op met verstoring door geluid (in licht (in geval van voertuigen, schepen). geval leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort Gevolg: optische verstoring reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soortspecifiek en hangen van de schuwheid van de soort en de mate waarin Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode gewenning optreedt. Interactie van
12-12-2012
andere
factoren: recreatie) of trilling
en
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg
23 5975 MS Sevenum 32
de levenscyclus van de soort: in de broedtijd zijn soorten schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. van
17
Verstoring
door
mechanische
over
het
algemeen
effecten
Kenmerk:
Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolgen zijn bij deze storende factor zeer divers. Interactie andere factoren: verstoring kan samenvallen met verstoring door geluid, licht en trilling. Gevolg: deze storende factor kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring of het doden van fauna-individuen. Bij habitattypen treedt de verstoring/verandering vaak op ten gevolge van recreatie of bijvoorbeeld militaire activiteiten. Het effect is zeer afhankelijk van de kwetsbaarheid (gevoeligheid) van het habitattype. Waterrecreatie en scheepvaart leiden tot golfslag, hetgeen effect kan hebben op de oeverbegroeiing en waterfauna. Luchtwervelingen van bijvoorbeeld windmolens kunnen leiden tot vogelsterfte. 18
Verandering
in
populatiedynamiek
Kenmerk: De storende factor verandering in populatiedynamiek treedt op indien er direct effect is van een activiteit op de populatie-opbouw en/of populatiegrootte. wordt hier vooral gedoeld of de situatie waneer er sprake van sterfte van Er individuen door wegverkeer, windmolens, of door jacht of visserij. dus Interactie andere factoren: veel storende factoren leiden op hun beurt storende factor indirect tot een verandering in populatiedynamiek. Deze zit namelijk
een
-
-
aan
het einde
van
de
effectketen
Gevolg: bewuste, menselijke ingrepen op populatieniveau kunnen leiden tot directe problemen en problemen in de toekomst. Een verandering in populatieomvang is een direct effect. Een verandering in populatie-opbouw (verandering van de verhouding sterfte-reproductie) leidt in de toekomst tot effecten. Zowel minder organismen (een kleinere populatie) en zeker een verandering in samenstelling van de populatie (bijv. meer oude dieren) kunnen leiden tot een verandering in de geboorte/sterfte ratio. En daarmee kan er iets veranderen in de populatiedynamiek (het gedrag in de tijd). Dit kan uiteindelijk leiden tot het (tijdelijk) verdwijnen van soorten, waardoor het evenwicht van het ecosysteem verschuift. De gevoeligheid is sterk afhankelijk van diverse populatiekenmerken zoals de generatietijd van een soort en de huidige grootte van populaties. Vooralsnog zijn alle soorten als ‘gevoelig’ gescoord.
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 33
19
Bewuste
verandering soortensamenstelling
Kenmerk: Er is sprake van bewust ingrijpen in de natuur door herintroductie soorten, introductie van exoten, uitzetten van vis, inzaaien van genetisch
gemodificeerde organismen Interactie
andere
van
etc.
factoren:
heeft
met
name
direct
invloed
op
de
factor
‘verandering in populatiedynamiek’. Gevolg: Er treedt concurrentie op in voedselbeschikbaarheid, nestgelegenheid etc. Deze concurrentie kan leiden tot het verdringen (opvullen van de niche) van de oorspronkelijke soorten. Ook kunnen soorten verdwijnen door predatie van de geïntroduceerde soort. Hierdoor kunnen relaties binnen het ecosysteem worden verstoord.
ï
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 34
9.
VERGUNDE
12-12-2012 Sevenum
ATIE
1994
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
ARVALIS
Helenaveenseweg
23
5975 35
MS
ea
Wet
Burgemeester
gezien
het
en
wethouders
verzoek
Milieubeheer
van
Sevenum;
GN (geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) Helenaveenseweg
van
5975
23,
MS
8.4 nieuwe vergunning juni 1993 en landbouwbevan de Wet Milieubeheer, gehele inrichting (varkensfokkerij drijf) omvattende op de percelen Helenaveenseweg 20 en 23 te Sevenum, kadastraal bekend gemeente Sevenum, sectie F nr.'s 2759, 2735, 2028, 2681, 2682,
ingekomen
SEVENUM,
d.d.
4
om
een
artikel
ex
de
2452;
en
overwegende, de
van
Wet
procedure overeenkomstig is uitgevoerd; Milieubeheer
overwegingen
Ó
nr. 10201
Beschikkin
2649
BE
SEVENUM
GEMEENTE
de
ten
aanzien
van
de
bepaalde
het
onderhavige
in
13
hoofdstuk
aanvrage:
onderhavige aanvrage is de overname van het bedrijf, gelegen Helenaveenseweg nr. 20, alhier en de integratie daarvan in het be-
de
reden
aan
de
drijf
dat
van
de
van
de
aanvrager,
aan
de
Helenaveenseweg
23.
nr.
voornoemde
Door
over-
daarop rustende hinderwetrechten te gebruiken voor het opleggen van gespeende biggen, die afkomstig zijn van het bedrijf van de aanvrager, ontstaat die kan worden ammoniakruimte, opgevuld door een uitbreiding van het aantal en het aantal zeugen opfokzeugen. Bovendien staan op de tekening vermeld. 5 paardestallen + 2 berenhokken name
De
en
de
vergunningssituatie.
Helenaveenseweg tingsvergunning
20:
voor
ingevolge
dit de
bedrijf
werd
d.d.
27
verleend
Hinderwet
januari
1982
oprich-
een
voor
210
mestvarkens
voor
dit
bedrijf
en
14
melkkoeien;
Helenaveenseweg ning ex artikel met
half
23:
d.d. der
6a
roostervloer
17
en
1990
september
Hinderwet
verleend.
stankafsluiter,
werd
Daarin of
met
is
een
opgenomen, andere
ten
een
dat
vergunstal
een
aanzien
van
gelijkwaardige voorziening uitgevoerd moet worden. Hier960 gespeende biggen, door is de vergunde situatie als volgt: 246 zeugen, en en 224 opfokzeugen 526 opfokzeugen rooster op volledig op halfrooster de
ammoniakreductie
stankafsluiter. Brochure
Veehouderij
Ter
beoordeling
het
totaal
van
aantal
Hinderwet.
en
de
voorliggende
aanvrage,
mestvarkenseenheden 20
Ammoniak-
en
Het
aantal
en
dient na
de
eerst
te
worden
integratie
mestvarkenseenheden
van
bezien het
be-
basis
van drijf Helenaveenseweg de vigerende vergunningen, bedraagt voor het bedrijf aan de Helenaveenseweg nr. zodat er nr. 914 en voor het bedrijf aan de Helenaveenseweg 20, 200, 23, in totaal sprake is van 1114 mestvarkenseenheden. zodat de toDe voorliggende aanvrage gaat uit van 1027 mestvarkenseenheden, zal tale stankhinder minder zijn; en
23.
voor
op
Veehouderij.
dichtstbijzijnde voor verzuring gevoelige gebied ligt op 70 meter afstand ten opzichte van het middelpunt van het bedrijf aan de Helenaveenseweg is meer dan 30 mol. nr. 23. De depositie Uitbreiding is derhalve niet toegestaan. De voorliggende aanvrage beoogt geen uitbreiding ten opzichte van de vigerende vergunningssituatie. Het
Om
deze
reden is er geen reden dit gedeelte van de vergunning te weigeren. opzichte van het bedrijf gelegen aan de Helenaveenseweg nr. 20 ligt het dichtstbijzijnde voor verzuring gevoelige gebied op 25 meter afstand ten opzichte van De het middelpunt van dit bedrijf. depositie is meer dan 30 mol. ís derhalve niet De Uitbreiding mogelijk. voorliggende aanvrage beoogt hier een ten van de uitbreiding opzichte vigerende vergunning. Gelet op de uitkomst van de zgn. drie-jaars toets, dient een gedeelte van het gevraagde aantal geweigerd te 38 kg amworden, te weten 752,4 714,4 moniak, hetgeen correspondeert met een aantal van 35 gespeende biggen. inachtname Met van de weigering voor het voornoemde aantal kan voor de overi aantallen voor het bedrijf nr. aan de Helenaveenseweg 20 vergunning verge Ten
=
—
leend
worden.
Gemeentelijk De
voorliggende
beleid. de
is ook getoetst aan het gemeentelijk aanvrage van dit beleid mag in de ammoniakemissie op basis toenemen niet en moet voor zover het 35 gespeende
Ook
situatie
treft,
het
op
overwegende, 5 MN (geanonimiseerd) bezwaren dat 1.
beleid.
bedrijf dat
de
Stichting
(geanonimiseerd)
heeft
Helenaveenseweg
de
aan
"Werkgroep
d.d.
15
20
geweigerd
Behoud
september
de
1993,
Peel", tegen
verzuringsde voorliggenbiggen be-
worden;
p/a het
(geanonimiseerd) ontwerp dezer,
aangetekend;
deze bezwaren als volgt kunnen worden samengevat: Volgens de Wet milieubeheer dienen bij de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 8.8, eerste lid sub e bij de beslissing op deze aande mogelijkheden tot vraag bescherming van het milieu betrokken te worden. Vastgesteld door de Stichting, voornoemd, is het feit dat er thans voor de huisvesting van gespeende biggen een keurmerksysteem (Groen later die de bel) beschikking is. Hiermee zal de schade, inrichting aan het milieu zal toebrengen, bestreden kunnen worden volgens het zgn. Alara beginsel (as low as reasonably achievable). De ammoniakemissie van het onderhavige bedrijf levert volgens de Stichting een bijdrage aan de depositie De
van
eutrofiërende
Stichting,
en
voornoemd
verzurende acht
elke
stoffen
op
verhoging
de
voor
Peelrestanten. die
depositie
onaanvaard-
baar. 2.
dat
De
voorgenomen
23
geeft
kg
Pz05/jaar.
de
Stichting,
gedeeld,
dat
beschouwd,
de
bezwaren
worden
gesteld:
onderhavige situatie gespeende biggen. voorzien
(Groen
de
aan de Helenaveenseweg fosfaatproductie van ca.
20
en
3000
schrijven d.d. 22 september 1993 heeft medegenoemd onder 2, als niet gedaan kan worden overige onder 1 genoemde van kracht blijft;
voor
stallen, systeem
van
bij
van
kan
bedrijven
hiervoor
aanzien
volgende
de
toename
het
ten
de
voornoemd
bezwaar,
van
een
dat
het
len
tot
maar
dat
In
samenvoeging
aanleiding
van
een
is
van
de
Stichting
"Werkgroep
sprake van uitbreiding en de huisvesting van deze
Voor
mestschuif
met
nieuwbouw
de
Peel"
van
stal-
diercategorie
keldervloer
is
een
in
keurmerk-
EEN dergelijk stalsysteem is door (geanonimiseerd) met de kostenaspecten, die een dergeInvesteren in Groen lijk systeem extra met zich meebrengt. label-stalsystemen gebeurt op dit moment nog vrijwillig. Er is thans nog geen rijks-, provinciaal of gemeentelijk beleid voorhanden, waarin is opgenomen laom Groen bel-stallen te verplichten. EN (geanonimiseerd)
niet
label) beschikbaar. Een aangevraagd in verband
gecoate
Behoud
gesteld dat de doelstelling van de Ecologische richtlijn, milieuvergunning-aanvrage voor uitbreiding van de veestapel (i.v.m. vermindering van het aantal kg ammoniak door realisering van de Groen zgn. label-stal) moet worden getoetst; van de veestapel, het binnen aanvaardbare niet het verminderen maar grenzen houden van ammoniak-emissie. krijgen en Bij de samenvoeging van deze bedrijven is geen sprake van uitbreiding van de
Verder
kan
waaraan
worden
een
nieuwe
ammoniakemissie. Naar
de
mening
hun
van
dient
college,
bij
de
beoordeling
van
deze
in
de:.
tak,
waartoe
worden
te
de
momenteel
malaise
aanvrage
bedrijfsonderhavige ook behoort, waarbij dan ook de negatieve bedrijfseconomische aspecten als investeringsbeslissingen en afschrijvingstermijnen moeten worden meegenomen. In de onderhavige situatie zullen dan ook onverantwoorde hoge kosten moeten worden gemaakt in het geval het voorschrijven van toepassing van de best beschikbare technieken; betrokken
tevens
heersende
de
college na ampele overwegingen dan ook -mede gelet op het ter zake gemeentelijk verzuringsbeleid, alsmede hun tot op heden gevoerde bevan leid met betrekking tot de beoordeling soortgelijke aanvragen als de onderhavige, tot de overtuiging is gekomen dat in alle redelijkheid positief waarde vergunning verbonden voorschriften, beschikt kan worden onder de aan hun in voldoende mate worden belicht; bij de milieu-aspecten naar mening dat
hun
gevoerde
dat,
gelet
het
vorenstaande,
het
houd
de
dan
ook
wordt
op Peel"
overwegende, de omgeving de
overwegende maximale
verder,
waarden
wijzigingen
c.q. dat
in
verband
gunning
de
dat
dat
zijn in
met
Stichting
"Werkgroep
Be-
als niet
van
in
aanvraag,
het
van
verlenen
singscriteria
dat
in
voorschriften
de deze
toekomst
ook
niet
als
toegekende geluidsniveau's gevolg van eventuele uitbreidingen
overschreden
mogen
worden;
het
gevolgen
uitmaken
de
en
de
voorschriften
veroorzaken
deel
de
toekomstige ontwikkelingen zowel van het bedrijf bedrijf, het verlenen van de vergunning derhalve
de het
van
van
verklaard;
staan;
weg
dat
dat
ongegrond
bezwaar
belang van de bescherming van het milieu aan de verzijn verbonden, waardoor door de inrichting mogelijk te voor het milieu voldoende worden ondervangen;
tekeningen en andere deze vergunning; van
bedoeld
de in
gevraagde de
bij
de
vergunning
artikelen
8.8,
ingediende
aanvraag
niet 8.9
en
in
strijd
8.10
van
is de
bescheiden
met Wet
de
Toet-
Milieube-
heer; dat
de bedrijfsintegratie op het vorenstaande, dieren ammoniak-neutraal geschiedt;
gelet
aantal
c.q.
omzetting
dat
van
een
vergunning derhalve dient te worden verleend voor 225 guste en dragende 827 opfokzeugen 75 kraamzeugen met op volbiggen tot aan het speen, 1098 gespeende ledig roostervloer, 1 dekbeer, biggen, 5 paarden van 3 jr. of ouder met grasland en vergunning te weigeren voor 35 stuks gespeende biggen; zeugen,
gelet
op
de
desbetreffende
artikelen
van
de
Wet
milieubeheer;
besluíitens:
nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN
vergunning ex kensfokbedrijf 20
en
2735,
23
te
2028,
artikel en
8.4
Helenaveenseweg van
de
Wet
landbouwbedrijf)
kadastraal Sevenum, 2649 en 2681, 2682,
5975 MS een nieuwe 23, SEVENUM, de gehele Milieubeheer, inrichting (var-
omvattende
bekend
2452,
de
op
gemeente
percelen
Sevenum,
Helenaveenseweg
sectie
F
nrs.
2759,
75 guste en dragende zeugen, met tot aan het 827 kraamzeugen biggen speen, opfokzeugen op volledig roos1 dekbeer, 1098 5 paarden van 3 jr. of ouder met tervloer, gespeende biggen, grasland en vergunning te weigeren voor 35 stuks gespeende biggen, overeenkomstig de bij het verzoek om vergunning overgelegde plattegrondtekeningen en beschrijvingen en onder de voorschriften, zoals vermeld op de bij dit besluit aangehechte gewaarmerkte bijlage. voor
225
Sevenum,
10
januari
BURGEMEESTER
de
(geanonimiseerd)
gecretaris,
EN
1994,
WETHOUDERS de
VAN
SEVENUM,
burgemee
a
RN
"qa6: weg
playjeus
a3bo y
n
rn wen mn
gE
wnuaAs SW
SL6G EZ
BamsurejH
nn SITVAY za
Ss
“PJ0 2-A
v98 968 858 €88 TEG6 vv6 TO 646 84E 8LE 8LE 8LE 8LE 8LE 6LE 8LE
Bren utnbsozmrwIyagieN en
en
TE6 vE6 8E6 196 0EO TEO Tz0 650 461 L6T L6T L6T 86T 861 861 86T
AA SN
TT
T
(lezsuopd )
€
qIuo g Ies Teis Ies AS IES IPIS IPIS [es “JUbIoA En T
€
p
S
9
S
9
‚d
8
|
‘OT
T
€
4
me
BesAuey
ZTO- ZT
11.
TEKENING
12-12-2012 Sevenum
VERGUNDE
SITUATIE
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
1994
ARVALIS
Helenaveenseweg
23
5975 37
MS
12.
KS
RO-
10 JUNI
1994
Naam van de berekening: Gemaakt op: 13-11-2012
Zwaartepunt Cluster
naam:
Berekende
Emissie
198,000
X:
BEREKENING
VER
DE
SI
Willemssen_Sevenum_1994_2004 15:03:47 Y: 378,900
(geanonimiseerd)
ruwheid:
0,20
m
Punten:
Fl ee U a hoogte
a
197 931
197 934 197 938 197 961
198 030 198032
[379 021
198 059
| 378 979
193 469
Details Details
van
192
142
379
872
191
689
379
163
191 950
376 379
951
382 382
830 587
192
703
190
539
o UR
PD
359
596
Punt: StarelA. Aantal |Emlssie | rotaal |
Punt:
Stal
1_1
(380
[EDER
| Dragende zeugen
D
1.3.101
D
2.100
Beren
D
3.1.2
Opfokzeugen
van
[Volgnr. [Code D
Details
emladie
234
379 378
277
193
880
U
| 378 896 | 378 858 | 378 883 | 378 932 | 378 944
198 021
189
snelheid
| 378 864
Emissie
Punt:
Stal
Punt:
Stal
[Type
13.101
van
Emissie
1_2
Ee À
4.2
5,5 4
(381
[Aantal [Emissie |Totaal | 1_3
(382
volgnr. [Code [Type _ [Aantal [Emissie [Totaal |
12-12-2012 Sevenum
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
ARVALIS
Helenaveenseweg 23 5975 38
MS
Details
van
2 3
Uvo U
Details
van
Emissie
Punt:
Stal
2
(383
Volgnr. [Code [Type ____ [Aantal [Emissie [Totaal | 622.5 1 1.2.100 75 8.3 Kraamzeugen
1.1.100.1 1.1.100.1
| Gespeende biggen | 274 | Gespeende biggen
Emissie
Punt:
| Volgnr. [Code [Type Details
van
Emissie
Stal 3
| 18
Punt:
Stal
4
(385
2
D
| Gespeende biggen | 140
Details
van
[Volgnr. Details
10.8
[Aantal [Emissie |Totaal |
Volgnr. [Code 1 D 3.1.1
Opfokzeugen
Emissie
164.4
0.6
(384
[Type __|Aantal [Type
1.1.100.1
0.6
Punt:
Stal
332
5
| [Emissie | Totaal | 3 0.6
84
(386
__[Aantal [Code [Type [Emissie [Totaal D 1.1.100.1 [399,6 |Gespeende biggen |666 [0.6 van
Emissie
Punt:
Stal
6
(paardenstal)
volgnr. [Code [Type _ [Aantal [Emissie |Totaal |
|
(387)
il
376324 375819 375314 374809 374304 |
1930 0 12-12-2012 Aanvraag Sevenum
Natuurbeschermingswetvergunning
ARVALIS
Helenaveenseweg
23
5975 MS da
13.
VERGUNDE
SITUATIE
7 DECEMBER
Deze zijn gelijk aan de vergunde situatie 16 verwijzen wij u naar de hoofdstukken
12-12-2012 Sevenum
van
9 tot
1994. en
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
2004
Voor hoofdstukken 12.
13 tot
en
met
ARVALIS
Helenaveenseweg
23
5975 40
MS
Ip
ap
Je u n
(im
uaz[IMJen
wWNuaA.S SW
9T
Ue
GL6G
303
EZ
ET
BamsureIH
UAINSPJOU 4
ä
SITVAY
JO A
"p6 T UEA
anzegis
apunbIar Jow ‘TT
op US d
ve 303
x(Ij96 a
ulIz
‘pT
azaq
6
UIPNJSOY
BurnbojmswIaygieN BesAuey
ZTOE-
15.
TEKENING
VERGUNDE
Deze zijn gelijk aan de vergunde situatie 15 verwijzen wij u naar de hoofdstukken
venen
SITUATIE
CEMBER
2004
van
1994. en
Voor hoofdstukken 16.
13 tot
9 tot
ne
mn
en
12-12-2012 Sevenum
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
en
met
ARVALIS
Helenaveenseweg
23
nn 5975 42
MS
16.
AA 7
-STA
DECEMBER
BEREKENINGN
VERGUNDE
SITUATIE
2004
Deze
zijn gelijk aan de vergunde situatie van 1994. Voor hoofdstukken 16 verwijzen wij u naar de hoofdstukken 9 tot en met 12.
12-12-2012 Aanvraag Sevenum
Natuurbeschermingswetvergunning
ARVALIS
13 tot
en
Helenaveenseweg 23 5975 MS 43
17.
AANGEVRAAGDE
12-12-2012 Sevenum
SITUATIE
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
ARVALIS
Helenaveenseweg
23 5975 44
MS
«
5
WET
MILIEUBEHEER
Beschikking
Aanvrager Aard
van
en (geanonimiseerd) de
Locatie Datum
inrichting
:
Varkenshouderij
:
Helenaveenseweg
ontvangst aanvraag: aanvullingen op: : beschikking
13
augustus
2010
20 december
2010
£.
Kenmerk
:
(geanonimiseerd)
23 te Sevenum
met Datum
en
M(OPR)-2010.000112.
INHOUDSOPGAVE 1
2
AANVRAAG
…..
Ll
VERZOEK
12
AARD VAN
13
AANLEIDING
DE INRICHTING
IPROCEOURE 2.l
EN
2.2
COÖRDINATIE
2.3
ADVIEZEN...
VERGUNNINGVERLENING
4
TERINZAGE
WETTELIJK 4.1
….
zes
HET INRICHTINGEN-
EN VERGUNNINGENBESLUIT
EN
EN
BELEIDSKADER
ALGEMENE MAATREGELEN
44
OVERIGE
VAN
…
sdendaendiee
…
DE BESCHERMING
VAN
HET
fn)
tnsscthensvearendeen
makend
zinssemantiek
4,3
wadioaidaesennadanieene
tbe
MILIEU”
6 6
6 <6 6 7
(AMVB)
BESTUUR
7
WETGEVING
OVERWEGINGEN BESTE
VAN
nente
LEGGING
KADER
…
TOETSINGSKADER “HET BELANG VAN ACTIVITEITENBESLUIT
sl s.2
OP GROND
4
mute
0000 sieesserneersenrnmernsannsneeen nt
(MAER)
4.2
5
ne
E
MILIEU-EFFECTRAPPORTAGE
ONTWERPBESCHIKKING 3.1
VERGUNNINGSSITUATIE
BEDRIJFSSITUATIE
(IVB)…
MILIEUBEHEER
3
RECHTSGELDIGE
AANGEVRAAGDE
tementen
BEVOEGDHEID TOT
24
EN HUIDIGE
BESCHRIJVING
BIJ
BESCHIKBARE
DE
MILIEUASPECTEN
TECHNIEKEN
5.3 s.4
BODEM
5.5
BEEINDIGING
5.6
LucHr
5.7
GELUID
5.8
EXTERNE VEILIGHEID MILIEUGEVAARLIJKE
5.9
MILIEUZORG / VERRUIMDE
TOEKOMSTIGE
T
IGONGEUSIE
veisnindaë
weest
st
LOZINGE
/
6
….
(BBT).
AMMONIAK GEUR. ONTHEFFING
…
STOFFEN
REIKWIJDTE
ONTWIKKELINGEN
…
santen
enne
on
0
î
gemeente
HORST A/D
MAAS
®
1
AANVRAAG
11
Verzoek
Op 13 augustus 2010 is bij de gemeente
Horst aan de Maas ingekomen een aanvraag, en E. en (geanonimiseerd) 31 maart van GN (geanonimiseerd) ON Helenaveenseweg 23, gedateerd 2010, 5975 MS Sevenum om een revisievergunning, ingevolge artikel 8.4, eerste lid van de Wet milieubeheer voor een varkenshouderij, gelegen op het perceel Helenaveenseweg 23 te Sevenum, kadastraal bekend als Sevenum, sectie W, nrs. 36 (ged.) en 263 (ged.) en sectie N, nr. 178 (ged.). De aanvraag is geregistreerd onder nummer M(OPR)-2010.000112.
Bij de beoordeling van de aanvraag zijn de volgende stukken betrokken, die deel uitmaken van de vergunning: het aanvraagformulier d.d. 31 maart 2010, ingekomen d.d. 13 augustus 2010; bijlagen bij de aanvraag: Bijlage 1: Plattegrond (tek.nr. 0999-M, d.d. 30 maart 2010). Bijlage 2: Omschrijving toegepaste emissiearme stalsystemen (BWL 2006.07 en BWL 2008.09.V1). Bijlage 3: Bijlagen behorende bij de chemische luchtwasser. Bijlage 4: Dimensioneringsplannen stal 1, 3, 5 en 9. Bijlage 5: Vragenlijst Veehouderij W11 van Infomil (Energie). -
-
-
-
-
-
Ke
-
-
-
-
-
-
-
4.2
|
zwavelzuur t.b.v. luchtwassers. 7: Informatie dubbelwandige zuurtank t.b.v. opslag zwavelzuur voor luchtwasser. 8: TNO-rapport dubbelwandige zuurtank. 9: Bedrijfsontwikkelingsplan gedoogbeleid actieplan ammoniak veehouderij. 10: Berekeningen fijn stofuitstoot huidige en nieuwe situatie. 11: Berekeningen V-stacks vergunning met bijlagen.
Bijlage 6: Veiligheidsinformatie over het toe te passen Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage
Aard
van
Nummering
van
de
inrichting en huidige rechtsgeldige vergunningssituatie Voor het bedrijf is bij besluit van 6 maart 2007 een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend. Dit besluit is op 27 april 2007 onherroepelijk geworden. In deze vergunning is de termijn, waarna de vergunning wegens het niet kunnen voltooien of in werking brengen ervan, van rechtswege zal vervallen, overeenkomstig artikel 8.18, lid 2, Wet milieubeheer, verlengd tot 1 januari 2011. Milieuvergunning is verleend voor enkele uitbreidingen van de inrichting, die tevens zijn aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet. Het gaat daarbij om de volgende uitbreidingen van de inrichting, waarvoor tevens een bouwvergunning vereist is’: de stallen
overeenkomstig
de verleende
milieuvergunning
van
6 maart 2007.
aop
de bouw de bouw de bouw
nieuwe emissiearme biggenstal (nr. 1); nieuwe emissiearme stal voor de guste en dragende zeugen (nr. 7); van 4 afdelingen voor 201 vleesvarkens aan de westzijde van stal 4; de realisering van centrale luchtkanalen met chemische luchtwassers aan de zijgevel van de stallen 3 en 4. van een van
een
@
Voor enkele onderdelen van de milieuvergunning zijn niet de noodzakelijke bouwvergunningen aangevraagd/verleend. Geen bouwvergunning is verleend voor de realisering van de onder c en d genoemde bouwwerken. Door het ontbreken van de vereiste bouwvergunning(en), is de milieuvergunning van 6 maart 2007, op grond van artikel 20.8 Wet milieubeheer, voor de onder c en d genoemde onderdelen nog niét in werking getreden. Voor de onder a en b genoemde realisering van de biggenstal (nr. 1) en zeugenstal (nr. 7) is op 12 februari 2008 wél bouwvergunning verleend (d.d. 12 februari 2008), zodat de milieuvergunning voor deze onderdelen wél in werking is getreden.
Aangezien sprake is van een in de vergunning opgenomen verlengde realiseringtermijn tot 1 januari 2011 kan in deze procedure ten aanzien van de in stand gebleven vergunningrechten nog steeds worden uitgegaan van de rechten op grond van de onderliggende revisievergunning van 6 maart 2007. Milieuvergunning is daarbij verleend voor de volgende veebezetting: 345 guste en dragende zeugen (D1.3.11), 2 beren (D2.3), 4 opfokzeugen (D3.2.14.2), 97 kraamzeugen (D1.2.100, traditioneel), 1588 gespeende biggen (D1.1.3.2), 1536 vleesvarkens (D3.2.14.1), 201 vleesvarkens (D3.2.14.2) en 5 volwassen paarden (K1). Vastgesteld is dat het bedrijf in de nog niet volledig gerealiseerde vergunningsituatie, ook met toepassing van intern salderen, nog niet voldoet aan de eisen van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (verder: Besluit huisvesting). Het bedrijf valt in de vergunde situatie niet onder de reikwijdte van de IPPC-richtlijn. Op grond van het Actieplan ammoniak veehouderij is op 31 maart 2010 een bedrijfsontwikkelingsplan (BOP) ontvangen. Hierin heeft vergunninghouder aangegeven mee te doen aan het gedoogbeleid volgend uit het Actieplan ammoniak veehouderij. Gelet op het bovenstaande en het feit dat nog niet voldaan wordt aan de eisen voor dierwelzijn, valt het bedrijf onder categorie B.2 van het Actieplan ammoniak veehouderij.
(“Milieuvergunning niet conform het Besluit huisvesting; wel samenloop met eisen welzijn”). Dit houdt in dat voor de bestaande stallen vóór 1 januari 2011 een nieuwe milieuvergunning én de eventueel noodzakelijke bouwvergunning(en) moet(en) worden aangevraagd. De bestaande stallen moeten uiterlijk op 1 juli 2012 aan de eisen van het Besluit huisvesting zijn aangepast. 1.3
Aanleiding
en
In de aanvraag
beschrijving aangevraagde bedrijfssituatie
een revisievergunning wordt met toepassing van interne saldering, andere gekozen bedrijfsopzet, dan eerder vergund. Daarmee wordt voldaan aan de vereisten van het Besluit huisvesting en het Actieplan ammoniak veehouderij. Een verandering binnen de vergunde realiseringstermijn (tot 1 januari 2011) is, indien aan de criteria van de huidige regelgeving wordt voldaan, toegestaan. Vergunning wordt gevraagd voor de volgende veebezetting/huisvestingsystemen: 345 guste en dragende zeugen (D1.3.11), 2 beren (D2.3), 4 opfokzeugen (D3.2.14.2), 97 kraamzeugen (D1.2.100, traditioneel), voor
voor
een
-
-
-
-
-
-
-
-
=
1602 gespeende biggen (D1.1.3.2), 728 vleesvarkens (D3.2.14.1), 240 vleesvarkens (D3.2.14.2), 616 vleesvarkens (D3.2.1.1) en 7 volwassen paarden (K1).
Ten
®
cab
de vigerende vergunningsituatie heeft de nu ingediende aanvraag betrekking veranderingen: volgende Uitbreiding van het aantal gespeende biggen in stal 1 van 1588 naar 1602 stuks; Verandering van de eerder vergunde uitbreiding van stal 5°. In plaats van 4 afdelingen
opzichte de -_
voor
van
201
vleesvarkens worden
nu
2
afdelingen en een technische ruimte
(luchtwasser/drukkamer) gerealiseerd. In totaal zullen in stal 5 niet 897 vleesvarkens (emissiearm) maar 728 vleesvarkens (emissiearm) worden gehuisvest.
-_In stal 6 zullen eveneens minder dieren worden gehouden. In totaal zullen in deze stal niet 840 vleesvarkens (emissiearm) maar 616 vleesvarkens (traditioneel) worden
gehuisvest. stal 9 zullen in plaats van de eerder vergunde functie (opslagruimte) wederom dieren worden gehouden. Het feitelijke gebruik van deze stal blijft gelijk (varkensstal). De stal is ten opzichte van de laatst vergunde situatie niet ongebouwd tot opslagruimte. De stal wordt nu voorzien van een centraal luchtkanaal met een chemisch luchtwassysteem. In
-_In
-_
2
Kal
totaal zullen in deze stal 240 Uitbreiding met 2 volwassen
vleesvarkens emissiearm worden 5 naar 7 stuks)’.
gehuisvest;
paarden (van
PROCEDURE In de Wet milieubeheer (Wm) is bepaald dat een vergunning volgens de procedure van afdeling 3.4, Algemene wet bestuursrecht tot stand moet komen. Daarnaast stelt hoofdstuk 13 van de Wet milieubeheer nog een aantal aanvullende procedurele voorwaarden voor het verlenen van een
4
vergunning.
1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met een bijbehorend stelsel van wet- en regelgeving in werking getreden. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is een geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De Wabo regelt de procedures voor onder andere de Wm-vergunningverlening. Op aanvragen Wet milieubeheer die vóór 1 oktober 2010 zijn ingediend, zoals hier het geval is, blijft het oude recht
Op
4
van
4
2.1
&
toepassing.
vergunningverlening op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (lvb) In de bijlagen van het Ivb worden bedrijfsactiviteiten genoemd die het milieu kunnen belasten. en daardoor vallen onder de werking van de Wet milieubeheer. De in paragraaf 1.3 genoemde activiteiten worden hierin genoemd. Inrichtingen voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren en het bewerken, verwerken, opslaan en overslaan van dierlijke of overige organische meststoffen kunnen, op grond van de aanwijzing onder respectievelijk categorie 8.1, onder a en categorie 7.1, onder a, van bijlage | van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (lvb), nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Bevoegdheid
tot
college van burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd gezag om een besluit te nemen over de aanvraag. Het
?
de
Horst aan de Maas
is het
Nummering stallen overeenkomstig de aanvraag. Vanwege een en te korte afstand van paardenstal (nr.8) tot de woning Helenaveenseweg 20 is in de onderliggende milieuvergunning van 6 maart 2007 een uitbreiding van 2 volwassen paarden (van 5 naar 7 stuks) geweigerd. 3
2.2
Coördinatie
®
2.2.1 Waterwet
Vanuit de inrichting vinden geen (rechtstreekse) lozingen van afvalwater op oppervlaktewater plaats, zodat voor zover als wij dat overigens kunnen beoordelen de Waterwet niet van toepassing is. Hierom zijn derhalve ook de wettelijke coördinatiebepalingen niet van toepassing. -
2.2.2
Wet
-
bodembescherming
Het binnen de inrichting vrijkomende agrarische bedrijfsafvalwater wordt geloosd op de mestkelders. Deze afvalwaterstroom dient volgens de bepalingen van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen (BGDM; Staatscourant 1998, 26) te worden behandeld. Bij het uitrijden op akker- of weidegronden is deze regelgeving (gebaseerd op de Wet bodembescherming) hierop
2.2.3
van
toepassing.
Wet
ruimtelijke ordening
Voor de
uitbreiding
stal 5 met
een
van
een
luchtkanaal, twee afdelingen
en een technische ruimte chemische luchtwasser (luchtwasser) plaatsing (met bijbehorende installaties) stal 9 is geen vergroting van het bouwblok noodzakelijk, zodat een ruimtelijke procedure daarvoor ook niet aan de orde is. Gelet op de milieuhygiënische implicaties van de aangevraagde activiteiten, zijn er geen redenen, om de gevraagde Wm-vergunning op grond van artikel 8.10, derde lid, van de Wet milieubeheer te weigeren. en
2.2.4
van
de
bij
®
Woningwet (Ww) Op basis van de Woningwet
vindt de behandeling van de aanvraag voor de milieuvergunning de aanvraag voor de bouwvergunning gecoördineerd plaats. Voor de aangevraagde uitbreidingen is tevens bouwvergunning vereist. Voor de voorgenomen en
uitbreidingen is nog geen aanvraag
om
bouwvergunning ingediend.
Deze milieuvergunning treedt op grond van artikel 20.8 Wet milieubeheer niet eerder in werking, dan nadat de vereiste bouwvergunning(en) is (zijn) verleend. 2.3
Adviezen
2.3.1
Wettelijke adviseurs Voor de aangevraagde aangewezen
2.4
activiteiten zijn op grond van artikel 8.7 Wm als adviseur of betrokken bestuursorgaan.
geen instanties of organen
&
Milieu-effectrapportage (M.e.r) milieu-effectrapportage zijn drempelwaarden vastgesteld wanneer bij de oprichting, uitbreiding of wijziging van een veehouderij een milieu-effectrapport (M.e.r.) opgesteld moet worden en wanneer het bevoegd gezag moet beoordelen of vanwege In het Besluit
bijzondere omstandigheden een M.e.r. noodzakelijk drempelwaarden weergegeven: Tabel 1: Drem
aarden
is. In onderstaande tabel
zijn de
M.e.r.-plicht en m.er.-beoordelingsplicht
M.e.r.-beoordelingsplicht
Géén M.e.r.-
M.e.r.-plicht (onderdeel C)
Diercategorie
Mesthoenders Hennen Mestvarkens Zeugen
Vastgesteld
>
85.000
>
60.000 3.000
>
__>800_— is dat de door aanvrager voorgenomen activiteit, i.c. de wijziging van een inrichting het houden van varkens, niet voorkomt in onderdeel C of D van het Besluit
(installatie) voor
milieu-effectrapportage. Dit betekent dat voorafgaande vergunningsbesluit op grond wel
een
aan
de Wet milieubeheer geen m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. van
het
nemen
van
een
M.e.r. moet worden
opgesteld,
da®
zijn wij van mening dat deze vergunningaanvraag geen zodanige milieueffecten tot gevolg heeft, dat het verlangen van een milieu-effectrapportage voorafgaande aan deze aanvraag te rechtvaardigen is. Verder