CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

02c.6b AAA - T Bijlage 6b Natuurbeschermingswetvergunning 1998

Gemeenteraad 21 mei 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Helenaveenseweg 23 en ongenummerd, Sevenum.29.611 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

van

de

is

Tevens is in die uitspraak geoordeeld dat hierop een uitzondering bestaat, gelet op artikel 7 van de Habitatrichtlijn gelezen in samenhang met artikel 4 van de Vogelrichtlijn, indien het betrokken gebied is aangewezen als speciale

beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn. Voor speciale beschermingszones in de zin van de Vogelrichtlijn, die zijn aangewezen voor afloop van de omzettingstermijn van de Habitatrichtlijn gelden de bepalingen van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn vanaf 10 juni 1994. Voor speciale beschermingszones in de zin van de Vogelrichtlijn, die zijn aangewezen na afloop van de omzettingstermijn van de Habitatrichtlijn gelden de bepalingen van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn vanaf het van kracht worden van de aanwijzing. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de referentiedatum van 7 december 2004 als bedoeld in artikel 19kd, derde lid, onder a, van de Nbw 1998 of de referentiedatum zoveel later als bedoeld onder b, niet in strijd is met artikel 6, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op Vogelrichtlijngebieden die op of na deze referentiedatum zijn aangewezen en op Habitatrichtlijngebieden. Bij de beoordeling of sprake is van significante gevolgen door stikstofdepositie in het kader van de vergunningverlening mag bij deze Natura 2000-gebieden worden uitgegaan van de situatie waarvoor reeds toestemming is verleend op de referentiedatum als bedoeld in artikel 19kd, derde lid, van de Nbw 1998.

Onder het verlenen van toestemming als hiervoor bedoeld, moet naar het oordeel van de Afdeling in gevallen als deze de vergunning, dan wel de melding, krachtens de Wet milieubeheer of de daaraan voorafgaande Hinderwet worden 2.8.2.

verstaan. onder 2.8.1 is overwogen volgt tevens dat de referentiedatum als bedoeld in artikel 19kd, derde lid, onder a en onder b, van de Nbw 1998 in strijd is met artikel 7 van de Habitatrichtlijn, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op Vogelrichtlijngebieden die reeds vóór 7 december 2004 zijn aangewezen. Bij de beoordeling of sprake is van significante gevolgen door stikstofdepositie in het kader zou voor dergelijke Vogelrichtlijngebieden de situatie van de vergunningverlening reeds toestemming is verleend op de datum waarop de aanwijzing van het waarvoor desbetreffende gebied van kracht is geworden, doch geen datum die is gelegen vóór 10 juni 1994, de datum waarop de omzettingstermijn van de Habitatrichtlijn is Uit het

hetgeen

afgelopen,

als referentiedatum

moeten

gelden.

voorgaande volgt uit de Vogel- en Habitatrichtlijn niet dat voor Vogelrichtlijngebieden het moment waarop uitvoering had moeten zijn gegeven Gezien

het

de op grond van de worden gehanteerd.

Vogelrichtlijn geldende verplichtingen

als referentiedatum

aan

dient

te

ter opheffing van voornoemde een ruimte voor uitleg overeenkomstig hetgeen hiervoor onder strijdigheid geen 2.8.2 is weergegeven. Een dergelijke uitleg is niet verenigbaar met de tekst van deze 2.8.3.

Artikel

19kd,

derde

lid,

van

de

Nbw

1998

biedt

-

-

Ei

12-12-2012 Aanvraag

Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 20

bepaling. Dit artikellid biedt dan ook geen aanknopingspunt voor richtlijnconforme interpretatie. Uit het arrest van het Hof van de Europese Gemeenschappen van 13 november 1990, C-106/89, Marleasing, (www.eur-lex.europa.eu) volgt dat een richtlijnconforme interpretatie immers alleen mogelijk is binnen het kader van de wet. Aldus

vormt

in

zoverre

19kd, derde lid, van de Nbw 1998 in zoverre geen correcte verplichtingen ingevolge de Vogel- en Habitatrichtlijn en wordt deze bepaling niet het met deze richtlijnen beoogde resultaat bereikt.

artikel

implementatie met

van

de

bij het nieuw te nemen besluit op bezwaar artikel 19kd van de Nbw deze bepaling ziet op het gebied "Gelderse Poort” dat vóór 7 1998, december 2004 reeds is aangewezen als Vogelrichtlijngebied, volledig buiten toepassing worden gelaten. Uitsluitend artikel 19kd, derde lid, van de Nbw 1998 is gelet buiten toepassing laten met als gevolg dat een referentiedatum ontbreekt van artikel 19kd van de Nbw 1998 niet de mogelijk. systematiek op Gelet

hierop voor

moet

zover

-

-

2.9. In dit geval zal, gelet op de reikwijdte van de in artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 opgenomen vergunningplicht, een vergunningaanvraag bij de wijziging of waarvoor nog niet eerder een uitbreiding van de onderhavige intensieve veehouderij verleend alleen dienen te van de Nbw 1998 is niet betrekking op grond vergunning hebben op de wijziging of uitbreiding van het desbetreffende bedrijf, maar op de exploitatie van het gehele bedrijf na uitbreiding of wijziging. Daarbij dient het college -

-

te beoordelen

de

vergunningaanvraag 19h, van de Nbw 1998.

op

grond

van

de artikelen

19e, 19f, 19g

en

Het voorgaande betekent in dit geval dat voor de toepassing van artikel 19f van de Nbw 1998 bij een vergunningaanvraag die ziet op de exploitatie van de gehele intensieve veehouderij zoals die zal plaatsvinden na wijziging of uitbreiding daarvan, dient te worden bezien of op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten of de wijziging of uitbreiding afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen heeft voor het betrokken gebied. Dergelijke gevolgen kunnen worden uitgesloten, voor zover het gaat om de ammoniakdepositie op de betrokken gebieden, als de wijziging of uitbreiding van de intensieve veehouderij niet leidt tot een verhoging van de ammoniakdepositie ten opzichte van de vergunde situatie voordat het gebied op de lijst van gebieden van communautair belang werd geplaatst, dan wel voordat een aanwijzing als speciale beschermingszone in de zin Die vergunde situatie kan worden ontleend aan van de Vogelrichtlijn van kracht werd. de milieubeheer of is vergund krachtens de is krachtens Wet hetgeen vergund daaraan voorafgaande Hinderwet. In deze gevallen verplicht 1998 niet tot het maken van een passende beoordeling.

artikel

19f

van

de

Nbw

In het geval dat het nieuw te nemen besluit op bezwaar mede wordt gebaseerd op de methode van de zogenoemde ‘externe saldering' wijst de Afdeling erop dat in de uitspraak van 29 juni 2011 in zaak nr. 200908730/1/R2 is overwogen dat het intrekken van een milieuvergunning van een agrarisch bedrijf ten behoeve van een onder indien sprake is van een directe samenhang ander agrarisch bedrijf omstandigheden als een mitigerende maatregel kan worden aangemerkt. Hierbij hecht de Afdeling eraan op te merken dat uit de uitspraak van 7 mei 2008 in zaak nr. 200604924/1 volgt dat mitigerende maatregelen niet bij de beoordeling of sprake kan -

-

|

12-12-2012

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg

23 5975 MS Sevenum 21

zijn van significante gevolgen mogen worden betrokken, maar wel bij een passende beoordeling ingevolge artikel 19f van de Nbw 1998. 2.10. Het college dient worden veroordeeld.

wijze

tot

de

Raad

van

verklaart het beroep niet-ontvankelijk een besluit op bezwaar;

voor

zover

op

na

te melden

3.

Beslissing

De

Afdeling bestuursrechtspraak

Recht L

doende

in

der

naam

van

vergoeding

van

de

het maken

van

proceskosten

te

State

Koningin: dat is

gericht tegen

het

uitblijven

van

IL. verklaart het beroep kenmerk 2008-006310,

voor

zover

dat

is

besluit

van

21

mei

2010,

van

gedeputeerde

staten

van

Gelderland

van

college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij [appellanten] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 895,98 (zegge: achthonderdvijfennegentig euro en achtennegentig cent); waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; IV.

veroordeelt

het

gegrond;

het besluit van het college kenmerk 2008-006310;

III. vernietigt 21 mei 2010,

gericht tegen

het

V. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen. Aldus vastgesteld door (geanonimiseerd) an (geanonimiseerd) voorzitter, en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Sloten en (geanonimiseerd) mm in tegenwoordigheid van (geanonimiseerd) an leden, (geanonimiseerd) EN (geanonimiseerd) ambtenaar van staat.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) voorzitter

ambtenaar

Uitgesproken

12-12-2012

in het

Aanvraag

van

staat

openbaar

op

7

september

Natuurbeschermingswetvergunning

2011

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 22

Ze.

GEEN

PA

DE

RD N

P

GRO

STATE

uitspraak van 7 september 2011 van de Afdeling volgens paragraaf 5 kunnen significante gevolgen worden uitgesloten, voor zover het gaat om de ammoniakdepositie op de betrokken gebieden, als de wijziging of uitbreiding van de intensieve veehouderij niet leidt tot een verhoging van de ammoniakdepositie ten opzicht van de vergunde situatie voordat het gebied op de lijst van gebieden van communautair belagen werd geplaatst, dan wel voor aanwijzing als speciale beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn van kracht werd. De vergunde situatie kan worden ontleend aan hetgeen is vergund krachtens de Wet milieubeheer of is vergund krachtens de daaraan voorafgaande Hinderwet. In deze gevallen verplicht artikel 19f van de Nbw 1998 niet tot het maken van een passende beoordeling. Op grond

van

de

Bestuursrecht

u

12-12-2012

Aanvraag

Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 23

ERSLEC

CQ

RI

V

ORIN

Algemeen Ingeval de uitbreiding- c.q. wijziging van de intensieve veehouderij ten opzichte van de voor een Vogelrichtlijngebied geldende referentiedatum geen sprake is van een zodanige verhoging van de stikstofdepositie, is geen verplichting tot het maken van een passende beoordeling. Voor de onderhavige aanvraag kan volstaan worden met het bijvoegen van een verslechterings- of verstoringstoets. Voor de Groote Peel, Deurnsche Peel en Mariapeel, Sarsven en de Banen, Leudal, Weerter- en Budelerbergen, Swalmdal is de effectenindicator van het Ministerie van EL&I geraadpleegd. 139 De

Deurnsche Deurnsche

Kritische 1. 2. 3.

Peel

en

en

Mariapeel

Mariapeel is op 21 september 1976 aangewezen.

depositiewaarden

H4030 H7110 H91DO

12-12-2012

Peel

van

de

habitattypen:

Droge Heiden Actieve hoogvenen Hoogveenbossen

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

1.100 400 1.800

mol mol

N/ha/jaar N/ha/jaar mol N/ha/jaar

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 24

Oppervlakte

verlies

activiteit aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum, waarvoor de Nb wetvergunning wordt aangevraagd is geen oppervlakteverlies aan de natura 2000 gebieden. De Deurnsche Peel & Mariapeel is gelegen op 4.526 meter van de inrichting aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum gelegen. Van oppervlakteverlies kan daarom geen sprake zijn. Geen significant effect. Door

de

Versnippering 23 te Sevenum, waarvoor de Nb is geen versnippering aan de Natura 2000 aangevraagd gebieden. De gebieden zij op ruime afstand van de inrichting aan de Helenanveenseweg 23 te Sevenum gelegen, waardoor geen versnippering kan activiteit aan wetvergunning wordt Door

de

de

Helenaveenseweg

optreden. Geen significant effect. Verzuring De verschillende habitattypen zijn gevoelig voor verzuring. Door de Aagro-stacks berekening wordt duidelijk gemaakt dat de stikstofdepositie niet hoger wordt dan op moment van aanwijzing van de geibieden. De stikstofdepositie is berekend over de gehele inrichting aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum. Doordat de depositie niet hoger wordt, is er

geen

significant effect.

Vermesting extra

groei

vooral

voor

vermesting

heeft

van een aantal planten in de stikstof en fosfaat. De lucht, maar ook via oppervlaktewater en produceert stikstof in de vorm van mest. Vooral bij voor

beschermen gebieden. Dit geldt vermesting kan plaatsvinden door

De te

gevolgen

grondwater. De inrichting het uitrijden van de mest op het land kan stikstof en fosfaat naar het oppervlaktewater- en grondwater uitspoelen. Door de landelijke overheid zijn regels aan het uitrijden verbonden om de concentraties in het grondwater te beperken, met het oog op de instandhoudingsdoelstellingen. Ook afspoelen wordt door deze maatregelen van mest naar de oppervlaktewateren tegengegaan. Op grond van de uitrijregels van dierlijke mest worden de gebieden in zjn algemeen beschermd tegen extra groei. De mest van de Helenaveenseweg 23 te Sevenum wordt deels in de omgeving afgezet en deels op langere afstand afgezet. Daardoor is geen rechtstreeks effect van de mest vanuit de inrichting aan de Helenaveenseweg 23

El

te Sevenum.

12-12-2012

Aanvraag

Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 25

Verontreiniging

Op grond van

de

van

ISL 3a

berekeningen is geen

gebieden.

Van emissies organische werkende stoffen is geen kan verslechtering

toename

van

fijnstof bij aanwijzing

verbindingen, zware metalen, straling of endocrien sprake vanuit de inrichting. Van significante rom

geen

sprake

zijn

r

anvraag.

Verdroging De inrichting is op grote afstand van de Natura 2000 gebieden gelegen. Binnen de inrichting zijn reeds gebouwen gelegen. Nieuwe gebouwen kunnen alleen worden opgericht als het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. Vanwege deze redenen is geen verwachting van een significante aanvraa verdroging van de Natura 2000 beïnvl ing van

gebieden. Verstoring Door geen

door

geluid

grote afstand tussen de inrichting en de Natura 2000 gebieden is significante beïnvloeding van de Natura 2000 gebieden aan te

de

nemen.

Verstoring

door licht

grote afstand tussen de inrichting en de Natura 2000 gebieden is geen significante beïnvloeding van de Natura 2000 gebieden aan te Door

de

nemen.

samenstelling

Bewust

veranderen

van

Hiervan

is geen

sprake.

12-12-2012

Aanvraag

Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 26

Effecten

indicator Deurnsche Peel &

Deurnsche

Peel

&

Mariapeel

Mariapeel

Met behulp van de effectenindicator kan een verkenning worden uitgevoerd naar kansen op mogelijke significante effecten. De effectenindicator geeft u informatie voor de meest voorkomende over de gevoeligheid van soorten en habitattypen storende factoren, gebaseerd op absolute getallen voor biotische randvoorwaarden en kennis van ruimtelijke randvoorwaarden. Deze informatie is indicatief, want theoretisch en generiek. Voor daadwerkelijke informatie over schadelijke effecten en de significantie hiervan is maatwerk vereist. Informatie over daadwerkelijke reële en

toekomstige bedreigingen

vindt

u

in de

Ch

profielen

We

MO

en

de

MS IS

Habitatrichtlijnrapportage.

ME

OWM

EM

ME

OM

NS

IN

SECRETS BSESDESSnSSSEsERdSE EREN zaaaSsSSssSsSsaea MBE! sredtsSees520rsssse zege ee © ö

gn)8

200555300003 s Keek reden eas ess se 55

El ë

a

daag

3

S3e@Es338e djkEanSEg 8Eg are

a

8

Ei

-00e as

4

5

@

8d

zes Ge 2

5

o 38

ek®

223 3 >

2

=@

RT]

ie

@ 5 @

Storingsfactor

123456

7

8

9

10111213141516171819

AAAOAOTOEENE

Droge heiden

BENNEN EERENS

Herstellende hoogvenen Blauwborst (broedvogel)

EENES UENR

*Actieve hoogvenen

Dodaars (broedvogel) Kolgans (niet-broedvogel) Kraanvogel (niet-broedvogel) Nachtzwaluw (broedvogel)

Roodborsttapuit (broedvogel)

Toendrari zeer

iet-br

UAE

NAN

EENES.

ENEN en EERENS...

EENS. BINEERSNEIN

n

Nn

EEN

n

EERENS. EENES. KXENEEENEON

AN

NEN.

on

gevoelig

Egevoelig

Mniet gevoelig Ein.v.t. „onbekend

va ee

12-12-2012 Aanvraag

Natuurbeschermingswetvergunning

mn

nn

nme

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 27

Let op! De effectenindicator geeft u géén informatie over de daadwerkelijke schadelijke effecten van een activiteit noch over de significantie hiervan. Hiervoor is maatwerk vereist. De effectenindicator geeft alleen generieke informatie over mogelijke effecten worden afgeleid of van de activiteit. Uit de effectenindicator kan dus niet op voorhand een activiteit schadelijk is.

Toelichting op de storingsfactoren 1

Oppervlakteverlies

afname beschikbaar oppervlak leefgebied soorten en/of habitattypen. andere factoren: verlies van oppervlakte leidt tot verkleining en in ook tot versnippering van het leefgebied (zie aldaar). Een kleiner gevallen sommige gebied heeft bovendien meer te leiden van randinvloeden: vaak is de kwaliteit van het leefmilieu aan de rand minder goed dan in het centrum van het gebied. Op deze manier leidt verlies oppervlakte mogelijk ook tot een grotere gevoeligheid voor bijvoorbeeld verdroging, verzuring of vermesting. Werking: door afname van het beschikbare oppervlak neemt ook het aantal individuen van een soort af. Om duurzaam te kunnen voortbestaan moet elke soort uit een minimum aantal individuen bestaan; bij diersoorten wordt meestal van een minimum aantal paartjes (reproductieve eenheden) gesproken. Wanneer een populatie te klein wordt neemt de kans op uitsterven toe, zeker als deze populatie

Kenmerk:

Interactie

geen

onderdeel

uitmaakt

van

een

netwerk

samenhangend

van

leefgebieden. Bij

een

populatie weinig individuen bestaat, neemt ook de kans op inteelt toe en dus de genetische variatie af. Hierdoor wordt een populatie kwetsbaar voor veranderingen tengevolge van bijvoorbeeld predatie, extreme seizoensinvloeden of ziekten. Ook habitattypen kennen een ondergrens voor een duurzame oppervlakte. die uit te

2

Versnippering

Kenmerk: soorten. Interactie

van

versnippering

is

sprake bij

het

uiteenvallen

van

het

leefgebied

van

andere factoren: treedt op ten gevolge van verlies leefgebied of verandering in abiotische condities van het leefgebied, Kan leiden tot verandering

in

populatiedynamiek. Gevolg: als het leefgebied niet meer voldoende groot is voor een populatie, of individuen van één populatie kunnen de verschillende leefgebieden niet meer bereiken, neemt de duurzaamheid van de populatie af. Een gevolg kan zijn een verandering op in de soortensamenstelling en het ecosysteem. Soorten zijn in verschillende mate gevoelig voor de versnippering van hun leefgebied. Het meest gevoelig zijn soorten met een gering verspreidingsvermogen, soorten die zich over de grond bewegen en soorten met een grote oppervlaktebehoefte. Versnippering door barrières zoals wegen en spoorlijnen leidt mogelijk ook tot sterfte van individuen en kan zo effect hebben op de populatiesamenstelling. Bij versnippering moet men altijd goed rekening houden met het schaalniveau van het populatienetwerk. 3

Verzuring

Kenmerk:

Verzuring

vervuilende gassen

van

door

bodem

of water

is

een

bijvoorbeeld fabrieken

gevolg en

van

en en

12-12-2012

Aanvraag

Natuurbeschermingswetvergunning

de uitstoot (emissie) van De uitstoot bevat

(vracht)auto's.

annen nnen

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 28

onder andere

zwaveldioxide (SO2), stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn de landbouw, het verkeer en de industrie. Interactie andere factoren: De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof). Gevolg: Verzuring leidt tot een directe of indirecte afname van de buffercapaciteit (het neutralisatievermogen) van bodem of water. Op termijn resulteert dit proces in een daling van de zuurgraad. Hierdoor zullen voor verzuring gevoelige soorten verdwijnen, wat kan resulteren in een verandering van het habitattype en daarmee

mogelijk 4

het

verdwijnen

van

typische (dier)soorten.

Vermesting

ecosystemen met name stikstof en fosfaat. Het kan gaan om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden) of nitraat- en fosfaataanvoer door het oppervlaktewater. Interactie andere factoren: stoffen die leiden tot vermesting kunnen ook leiden tot verzuring. Vermesting (en verzuring) kunnen op hun beurt leiden tot verontreiniging van het oppervlakteen grondwater. Gevolg: De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals bossen, vennen en heidevelden worden gelimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstof depositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Als de stikstofdepositie boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere. Kenmerk:

Vermesting

Hierdoor

de

5

neemt

is de

‘verrijking’

biodiversiteit

van

af.

Verzoeting

Verzoeting treedt op als het chloridegehalte in het water afneemt, en niet geschikt is voor de beoogde zoute of brakke natuurtypen. Interactie andere factoren: verzoeting treedt meestal op tengevolge van vernatting of, zoals in het Delta-gebied, door het afsluiten van zee-armen. In (voormalig) brakke of zoute wateren leidt verzoeting tot vermesting. Gevolg: Het steeds zoeter worden van bijv. het Oostvoornse meer heeft gevolgen voor de flora en fauna in het meer. Bepaalde soorten zullen verdwijnen terwijl nieuwe soorten zich zullen vestigen. Door de verzoeting zal de brakwatervegetatie verdwijnen. Dit heeft tot gevolg dat door het afsterven van algen en wieren een verslechtering van de waterkwaliteit kan optreden. Verder kan door verzoeting de gevoeligheid voor eutrofiëring sterk toenemen. Naast verandering van vegetatie zal bij een verdere verzoeting ook de macrofauna- en visstandsamenstelling veranderen. Kenmerk: meer

6

Verzilting

Kenmerk:

Verzilting betreft de ophoping van oplosbare zouten (kalium, natrium, magnesium, calcium) in bodems en wateren. In wateren komt verzilting over het gehele spectrum tussen zoet (<200 mg CI/I) en zeer zout (> 30.000 mg CI/I) voor is dus niet beperkt tot zoet en brak water. 12-12-2012

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

en

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 29

Interactie

andere

factoren:

Verzilting

van

bodems

treedt vaak

op

tengevolge

van

verdroging. Gevolg: Als gevolg van verzilting verandert de zoet-zout gradiënt en dit heeft gevolgen voor de grondwaterkwaliteit en dus de bodemvruchtbaarheid. Dit werk weer door in randvoorwaarden voor aanwezige plant- en diersoorten en leidt uiteindelijk tot een verandering in de soortensamenstelling. 7

Verontreiniging

Kenmerk: Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen: organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of

productieprocessen, straling (radioactief

en niet radioactief), geneesmiddelen, stoffen werken in op de bodem, grondwater,

endocrien werkende stoffen etc. Deze lucht. Interactie andere factoren: geen directe interactie met andere factoren. Wel kan verontreiniging als gevolg van andere facoren optreden. Gevolg: Vrijwel alle soorten en habitattypen reageren op verontreiniging. De ecologische effecten uiten zich in het verdwijnen van soorten en/of het beïnvloeden van gevoelige ecologische processen. Deze beïnvloeding kan direct plaatsvinden maar ook indirect via een opeenvolging van ecologische interacties. Bovendien kan verontreiniging zich pas vele jaren/decennia later manifesteren. De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex. In het algemeen kan gesteld worden dat aquatische habitattypen en soorten gevoeliger zijn dan terrestrische systemen. Ook

geldt dat soorten in de top van de voedselpiramide, als gevolg van accumulatie, van verontreinigingen gevoeliger zijn. Echter, afhankelijk van de concentratie en duur van de verontreiniging zijn alle habitattypen en soorten gevoelig en kan verontreiniging leiden tot verandering van de soortensamenstelling. 8

Verdroging

Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel. grondwaterstand is zo lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand. Interactie andere factoren: verdroging kan tevens leiden tot verzilting. Door verdroging neemt ook de doorluchting van de bodem toe waardoor meer organisch materiaal wordt afgebroken. Op deze wijze leidt verdroging tevens tot vermesting. Er zijn ook gebieden waar verdroging kan optreden zonder dat de grondwaterstand in de ondiepe bodem daalt. Het gaat daarbij om gebieden waar van oudsher grondwater omhoogkomt. Dit water heet kwelwater. Kwelwater is water dat elders in de bodem is geïnfiltreerd en dat naar het laagste punt in het landschap stroomt. Kwelwater heeft dikwijls een bijzondere samenstelling: het is rijk aan ijzer en calcium, arm aan voedingsstoffen en niet zuur, maar gebufferd. Schade aan de natuur die veroorzaakt wordt door een afname of het verdwijnen van kwelwater en het vervangen van dit type water met gebiedsvreemd water, noemen we ook verdroging. Gevolg: de verandering in grondwaterstand en soms ook kwaliteit van het grondwater leidt tot een verandering in de soortensamenstelling en op lange termijn van het habitattype. Kenmerk: De actuele

9

Vernatting

12-12-2012

Aanvraag

Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 30

manifesteert zich in hogere grondwaterstanden en/of kwel veroorzaakt door menselijk handelen. Interactie andere factoren: vernatting kan leiden tot verzoeting en verandering inlaat van gebiedsvreemd water. van de waterkwaliteit, bijvoorbeeld als gevolg van voor is een storende factor Gevolg: Vernatting vegetatietypen en soorten die van onder voorkomen. nature drogere omstandigheden Vernatting grijpt in op de bodemof watercondities. Bij verdergaande vernatting kan een gebied ongeschikt worden voor planten en dieren en zo leiden tot een verandering in de soortensamenstelling Kenmerk:

Vernatting

toenemende

en

uiteindelijk

het

10

Verandering

habitattype. stroomsnelheid

Verandering van stroomsnelheid van beken en rivieren kan optreden door menselijke ingrepen zoals plaatsen van stuwen, kanaliseren of weer laten meanderen. Interactie andere factoren: geen? Gevolg: Verschillen in stroomsnelheid (langzaam of snel) en dimensies (van bovenloop tot riviertje) leiden tot duidelijke verschillen in levensgemeenschappen en kenmerkende soorten hiervan. Door verandering in stroomsnelheid verdwijnen kenmerkende soorten en levensgemeenschappen. Kenmerk:

11

Verandering overstromingsfrequentie

Kenmerk: De duur en/of frequentie van de overstroming van beken en rivieren verandert door menselijke activiteiten. Interactie met andere factoren: overstromingen zijn van invloed op de vochttoestand, de zuurgraad, de voedselrijkdom en het zoutgehalte van een gebied. Gevolg: Voor een voedselarme vegetatie bijvoorbeeld leidt een toenemende overstroming met voedselrijk water tot vermesting: verrijking van de bodem en daardoor verruiging van de vegetatie. Bij boezemlanden die regelmatig worden overstroomd

leidt een afname van de overstromingsfrequentie tot verzuring van de basenminnende plantensoorten kunnen verdwijnen. Langdurige waardoor bodem, leiden tot zuurstofgebrek in de wortels van planten waardoor kan overstroming kunnen afsterven. Uiteindelijk grijpt een verandering in de planten zo in op de soortensamenstelling. overstromingsdynamiek 12

Verandering dynamiek

substraat

Kenmerk: er treedt een verandering op in de bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen, bijvoorbeeld door aanslibbing of

verstuiving. Interactie andere factoren: mechanische effecten

verandering overstromingsdynamiek, verandering

Gevolg: Verandering

van dynamiek van het substraat kan leiden tot verandering de abiotische randvoorwaarden waardoor levensgemeenschappen kunnen veranderen. Dynamiek van het substraat is bijvoorbeeld van belang voor droge pioniervegetaties in de duinen en stuifzanden, of voor mosselbanken in de Waddenzee.

13

Verstoring

12-12-2012

door

van

geluid

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 31

Kenmerk: verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer danwel tijdelijk zoals geluidsbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie. Interactie andere factoren: Treedt vaak samen met visuele verstoring op door bijv. vlieg- en autoverkeer, manifestaties etc. Gevolg: Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor direct effecten van geluid. Geluid sec is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens weer leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid. Voor zeezoogdieren en vogels is in bepaalde gevallen deze dosis-effect relatie goed gekwantificeerd. 14

Verstoring

door

licht

verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Interactie andere factoren: geen? Gevolg: Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico's. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Kenmerk:

15

Verstoring

door

trilling

Kenmerk:

Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc. Interactie andere factoren: kan vooral samen optreden met verstoring door geluid Gevolg: Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. Over het daadwerkelijke effect van trilling is nog zeer weinig bekend. Naar het effect op zeezoogdieren is wel onderzoek verricht.

menselijke

16

Optische verstoring

Kenmerk:

beweging systeem.

optische verstoring van

mensen

dan

wel

betreft

verstoring

voorwerpen

die

door de aanwezigheid en/of niet thuishoren in het natuurlijke

treedt vaak samen op met verstoring door geluid (in licht (in geval van voertuigen, schepen). geval leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort Gevolg: optische verstoring reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soortspecifiek en hangen van de schuwheid van de soort en de mate waarin Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode gewenning optreedt. Interactie van

12-12-2012

andere

factoren: recreatie) of trilling

en

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg

23 5975 MS Sevenum 32

de levenscyclus van de soort: in de broedtijd zijn soorten schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. van

17

Verstoring

door

mechanische

over

het

algemeen

effecten

Kenmerk:

Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolgen zijn bij deze storende factor zeer divers. Interactie andere factoren: verstoring kan samenvallen met verstoring door geluid, licht en trilling. Gevolg: deze storende factor kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring of het doden van fauna-individuen. Bij habitattypen treedt de verstoring/verandering vaak op ten gevolge van recreatie of bijvoorbeeld militaire activiteiten. Het effect is zeer afhankelijk van de kwetsbaarheid (gevoeligheid) van het habitattype. Waterrecreatie en scheepvaart leiden tot golfslag, hetgeen effect kan hebben op de oeverbegroeiing en waterfauna. Luchtwervelingen van bijvoorbeeld windmolens kunnen leiden tot vogelsterfte. 18

Verandering

in

populatiedynamiek

Kenmerk: De storende factor verandering in populatiedynamiek treedt op indien er direct effect is van een activiteit op de populatie-opbouw en/of populatiegrootte. wordt hier vooral gedoeld of de situatie waneer er sprake van sterfte van Er individuen door wegverkeer, windmolens, of door jacht of visserij. dus Interactie andere factoren: veel storende factoren leiden op hun beurt storende factor indirect tot een verandering in populatiedynamiek. Deze zit namelijk

een

-

-

aan

het einde

van

de

effectketen

Gevolg: bewuste, menselijke ingrepen op populatieniveau kunnen leiden tot directe problemen en problemen in de toekomst. Een verandering in populatieomvang is een direct effect. Een verandering in populatie-opbouw (verandering van de verhouding sterfte-reproductie) leidt in de toekomst tot effecten. Zowel minder organismen (een kleinere populatie) en zeker een verandering in samenstelling van de populatie (bijv. meer oude dieren) kunnen leiden tot een verandering in de geboorte/sterfte ratio. En daarmee kan er iets veranderen in de populatiedynamiek (het gedrag in de tijd). Dit kan uiteindelijk leiden tot het (tijdelijk) verdwijnen van soorten, waardoor het evenwicht van het ecosysteem verschuift. De gevoeligheid is sterk afhankelijk van diverse populatiekenmerken zoals de generatietijd van een soort en de huidige grootte van populaties. Vooralsnog zijn alle soorten als ‘gevoelig’ gescoord.

12-12-2012

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 33

19

Bewuste

verandering soortensamenstelling

Kenmerk: Er is sprake van bewust ingrijpen in de natuur door herintroductie soorten, introductie van exoten, uitzetten van vis, inzaaien van genetisch

gemodificeerde organismen Interactie

andere

van

etc.

factoren:

heeft

met

name

direct

invloed

op

de

factor

‘verandering in populatiedynamiek’. Gevolg: Er treedt concurrentie op in voedselbeschikbaarheid, nestgelegenheid etc. Deze concurrentie kan leiden tot het verdringen (opvullen van de niche) van de oorspronkelijke soorten. Ook kunnen soorten verdwijnen door predatie van de geïntroduceerde soort. Hierdoor kunnen relaties binnen het ecosysteem worden verstoord.

ï

12-12-2012

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 34

9.

VERGUNDE

12-12-2012 Sevenum

ATIE

1994

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

ARVALIS

Helenaveenseweg

23

5975 35

MS

ea

Wet

Burgemeester

gezien

het

en

wethouders

verzoek

Milieubeheer

van

Sevenum;

GN (geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) Helenaveenseweg

van

5975

23,

MS

8.4 nieuwe vergunning juni 1993 en landbouwbevan de Wet Milieubeheer, gehele inrichting (varkensfokkerij drijf) omvattende op de percelen Helenaveenseweg 20 en 23 te Sevenum, kadastraal bekend gemeente Sevenum, sectie F nr.'s 2759, 2735, 2028, 2681, 2682,

ingekomen

SEVENUM,

d.d.

4

om

een

artikel

ex

de

2452;

en

overwegende, de

van

Wet

procedure overeenkomstig is uitgevoerd; Milieubeheer

overwegingen

Ó

nr. 10201

Beschikkin

2649

BE

SEVENUM

GEMEENTE

de

ten

aanzien

van

de

bepaalde

het

onderhavige

in

13

hoofdstuk

aanvrage:

onderhavige aanvrage is de overname van het bedrijf, gelegen Helenaveenseweg nr. 20, alhier en de integratie daarvan in het be-

de

reden

aan

de

drijf

dat

van

de

van

de

aanvrager,

aan

de

Helenaveenseweg

23.

nr.

voornoemde

Door

over-

daarop rustende hinderwetrechten te gebruiken voor het opleggen van gespeende biggen, die afkomstig zijn van het bedrijf van de aanvrager, ontstaat die kan worden ammoniakruimte, opgevuld door een uitbreiding van het aantal en het aantal zeugen opfokzeugen. Bovendien staan op de tekening vermeld. 5 paardestallen + 2 berenhokken name

De

en

de

vergunningssituatie.

Helenaveenseweg tingsvergunning

20:

voor

ingevolge

dit de

bedrijf

werd

d.d.

27

verleend

Hinderwet

januari

1982

oprich-

een

voor

210

mestvarkens

voor

dit

bedrijf

en

14

melkkoeien;

Helenaveenseweg ning ex artikel met

half

23:

d.d. der

6a

roostervloer

17

en

1990

september

Hinderwet

verleend.

stankafsluiter,

werd

Daarin of

met

is

een

opgenomen, andere

ten

een

dat

vergunstal

een

aanzien

van

gelijkwaardige voorziening uitgevoerd moet worden. Hier960 gespeende biggen, door is de vergunde situatie als volgt: 246 zeugen, en en 224 opfokzeugen 526 opfokzeugen rooster op volledig op halfrooster de

ammoniakreductie

stankafsluiter. Brochure

Veehouderij

Ter

beoordeling

het

totaal

van

aantal

Hinderwet.

en

de

voorliggende

aanvrage,

mestvarkenseenheden 20

Ammoniak-

en

Het

aantal

en

dient na

de

eerst

te

worden

integratie

mestvarkenseenheden

van

bezien het

be-

basis

van drijf Helenaveenseweg de vigerende vergunningen, bedraagt voor het bedrijf aan de Helenaveenseweg nr. zodat er nr. 914 en voor het bedrijf aan de Helenaveenseweg 20, 200, 23, in totaal sprake is van 1114 mestvarkenseenheden. zodat de toDe voorliggende aanvrage gaat uit van 1027 mestvarkenseenheden, zal tale stankhinder minder zijn; en

23.

voor

op

Veehouderij.

dichtstbijzijnde voor verzuring gevoelige gebied ligt op 70 meter afstand ten opzichte van het middelpunt van het bedrijf aan de Helenaveenseweg is meer dan 30 mol. nr. 23. De depositie Uitbreiding is derhalve niet toegestaan. De voorliggende aanvrage beoogt geen uitbreiding ten opzichte van de vigerende vergunningssituatie. Het

Om

deze

reden is er geen reden dit gedeelte van de vergunning te weigeren. opzichte van het bedrijf gelegen aan de Helenaveenseweg nr. 20 ligt het dichtstbijzijnde voor verzuring gevoelige gebied op 25 meter afstand ten opzichte van De het middelpunt van dit bedrijf. depositie is meer dan 30 mol. ís derhalve niet De Uitbreiding mogelijk. voorliggende aanvrage beoogt hier een ten van de uitbreiding opzichte vigerende vergunning. Gelet op de uitkomst van de zgn. drie-jaars toets, dient een gedeelte van het gevraagde aantal geweigerd te 38 kg amworden, te weten 752,4 714,4 moniak, hetgeen correspondeert met een aantal van 35 gespeende biggen. inachtname Met van de weigering voor het voornoemde aantal kan voor de overi aantallen voor het bedrijf nr. aan de Helenaveenseweg 20 vergunning verge Ten

=

—

leend

worden.

Gemeentelijk De

voorliggende

beleid. de

is ook getoetst aan het gemeentelijk aanvrage van dit beleid mag in de ammoniakemissie op basis toenemen niet en moet voor zover het 35 gespeende

Ook

situatie

treft,

het

op

overwegende, 5 MN (geanonimiseerd) bezwaren dat 1.

beleid.

bedrijf dat

de

Stichting

(geanonimiseerd)

heeft

Helenaveenseweg

de

aan

"Werkgroep

d.d.

15

20

geweigerd

Behoud

september

de

1993,

Peel", tegen

verzuringsde voorliggenbiggen be-

worden;

p/a het

(geanonimiseerd) ontwerp dezer,

aangetekend;

deze bezwaren als volgt kunnen worden samengevat: Volgens de Wet milieubeheer dienen bij de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 8.8, eerste lid sub e bij de beslissing op deze aande mogelijkheden tot vraag bescherming van het milieu betrokken te worden. Vastgesteld door de Stichting, voornoemd, is het feit dat er thans voor de huisvesting van gespeende biggen een keurmerksysteem (Groen later die de bel) beschikking is. Hiermee zal de schade, inrichting aan het milieu zal toebrengen, bestreden kunnen worden volgens het zgn. Alara beginsel (as low as reasonably achievable). De ammoniakemissie van het onderhavige bedrijf levert volgens de Stichting een bijdrage aan de depositie De

van

eutrofiërende

Stichting,

en

voornoemd

verzurende acht

elke

stoffen

op

verhoging

de

voor

Peelrestanten. die

depositie

onaanvaard-

baar. 2.

dat

De

voorgenomen

23

geeft

kg

Pz05/jaar.

de

Stichting,

gedeeld,

dat

beschouwd,

de

bezwaren

worden

gesteld:

onderhavige situatie gespeende biggen. voorzien

(Groen

de

aan de Helenaveenseweg fosfaatproductie van ca.

20

en

3000

schrijven d.d. 22 september 1993 heeft medegenoemd onder 2, als niet gedaan kan worden overige onder 1 genoemde van kracht blijft;

voor

stallen, systeem

van

bij

van

kan

bedrijven

hiervoor

aanzien

volgende

de

toename

het

ten

de

voornoemd

bezwaar,

van

een

dat

het

len

tot

maar

dat

In

samenvoeging

aanleiding

van

een

is

van

de

Stichting

"Werkgroep

sprake van uitbreiding en de huisvesting van deze

Voor

mestschuif

met

nieuwbouw

de

Peel"

van

stal-

diercategorie

keldervloer

is

een

in

keurmerk-

EEN dergelijk stalsysteem is door (geanonimiseerd) met de kostenaspecten, die een dergeInvesteren in Groen lijk systeem extra met zich meebrengt. label-stalsystemen gebeurt op dit moment nog vrijwillig. Er is thans nog geen rijks-, provinciaal of gemeentelijk beleid voorhanden, waarin is opgenomen laom Groen bel-stallen te verplichten. EN (geanonimiseerd)

niet

label) beschikbaar. Een aangevraagd in verband

gecoate

Behoud

gesteld dat de doelstelling van de Ecologische richtlijn, milieuvergunning-aanvrage voor uitbreiding van de veestapel (i.v.m. vermindering van het aantal kg ammoniak door realisering van de Groen zgn. label-stal) moet worden getoetst; van de veestapel, het binnen aanvaardbare niet het verminderen maar grenzen houden van ammoniak-emissie. krijgen en Bij de samenvoeging van deze bedrijven is geen sprake van uitbreiding van de

Verder

kan

waaraan

worden

een

nieuwe

ammoniakemissie. Naar

de

mening

hun

van

dient

college,

bij

de

beoordeling

van

deze

in

de:.

tak,

waartoe

worden

te

de

momenteel

malaise

aanvrage

bedrijfsonderhavige ook behoort, waarbij dan ook de negatieve bedrijfseconomische aspecten als investeringsbeslissingen en afschrijvingstermijnen moeten worden meegenomen. In de onderhavige situatie zullen dan ook onverantwoorde hoge kosten moeten worden gemaakt in het geval het voorschrijven van toepassing van de best beschikbare technieken; betrokken

tevens

heersende

de

college na ampele overwegingen dan ook -mede gelet op het ter zake gemeentelijk verzuringsbeleid, alsmede hun tot op heden gevoerde bevan leid met betrekking tot de beoordeling soortgelijke aanvragen als de onderhavige, tot de overtuiging is gekomen dat in alle redelijkheid positief waarde vergunning verbonden voorschriften, beschikt kan worden onder de aan hun in voldoende mate worden belicht; bij de milieu-aspecten naar mening dat

hun

gevoerde

dat,

gelet

het

vorenstaande,

het

houd

de

dan

ook

wordt

op Peel"

overwegende, de omgeving de

overwegende maximale

verder,

waarden

wijzigingen

c.q. dat

in

verband

gunning

de

dat

dat

zijn in

met

Stichting

"Werkgroep

Be-

als niet

van

in

aanvraag,

het

van

verlenen

singscriteria

dat

in

voorschriften

de deze

toekomst

ook

niet

als

toegekende geluidsniveau's gevolg van eventuele uitbreidingen

overschreden

mogen

worden;

het

gevolgen

uitmaken

de

en

de

voorschriften

veroorzaken

deel

de

toekomstige ontwikkelingen zowel van het bedrijf bedrijf, het verlenen van de vergunning derhalve

de het

van

van

verklaard;

staan;

weg

dat

dat

ongegrond

bezwaar

belang van de bescherming van het milieu aan de verzijn verbonden, waardoor door de inrichting mogelijk te voor het milieu voldoende worden ondervangen;

tekeningen en andere deze vergunning; van

bedoeld

de in

gevraagde de

bij

de

vergunning

artikelen

8.8,

ingediende

aanvraag

niet 8.9

en

in

strijd

8.10

van

is de

bescheiden

met Wet

de

Toet-

Milieube-

heer; dat

de bedrijfsintegratie op het vorenstaande, dieren ammoniak-neutraal geschiedt;

gelet

aantal

c.q.

omzetting

dat

van

een

vergunning derhalve dient te worden verleend voor 225 guste en dragende 827 opfokzeugen 75 kraamzeugen met op volbiggen tot aan het speen, 1098 gespeende ledig roostervloer, 1 dekbeer, biggen, 5 paarden van 3 jr. of ouder met grasland en vergunning te weigeren voor 35 stuks gespeende biggen; zeugen,

gelet

op

de

desbetreffende

artikelen

van

de

Wet

milieubeheer;

besluíitens:

nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN

vergunning ex kensfokbedrijf 20

en

2735,

23

te

2028,

artikel en

8.4

Helenaveenseweg van

de

Wet

landbouwbedrijf)

kadastraal Sevenum, 2649 en 2681, 2682,

5975 MS een nieuwe 23, SEVENUM, de gehele Milieubeheer, inrichting (var-

omvattende

bekend

2452,

de

op

gemeente

percelen

Sevenum,

Helenaveenseweg

sectie

F

nrs.

2759,

75 guste en dragende zeugen, met tot aan het 827 kraamzeugen biggen speen, opfokzeugen op volledig roos1 dekbeer, 1098 5 paarden van 3 jr. of ouder met tervloer, gespeende biggen, grasland en vergunning te weigeren voor 35 stuks gespeende biggen, overeenkomstig de bij het verzoek om vergunning overgelegde plattegrondtekeningen en beschrijvingen en onder de voorschriften, zoals vermeld op de bij dit besluit aangehechte gewaarmerkte bijlage. voor

225

Sevenum,

10

januari

BURGEMEESTER

de

(geanonimiseerd)

gecretaris,

EN

1994,

WETHOUDERS de

VAN

SEVENUM,

burgemee

a

RN

"qa6: weg

playjeus

a3bo y

n

rn wen mn

gE

wnuaAs SW

SL6G EZ

BamsurejH

nn SITVAY za

Ss

“PJ0 2-A

v98 968 858 €88 TEG6 vv6 TO 646 84E 8LE 8LE 8LE 8LE 8LE 6LE 8LE

Bren utnbsozmrwIyagieN en

en

TE6 vE6 8E6 196 0EO TEO Tz0 650 461 L6T L6T L6T 86T 861 861 86T

AA SN

TT

T

(lezsuopd )

€

qIuo g Ies Teis Ies AS IES IPIS IPIS [es “JUbIoA En T

€

p

S

9

S

9

‚d

8

|

‘OT

T

€

4

me

BesAuey

ZTO- ZT

11.

TEKENING

12-12-2012 Sevenum

VERGUNDE

SITUATIE

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

1994

ARVALIS

Helenaveenseweg

23

5975 37

MS

12.

KS

RO-

10 JUNI

1994

Naam van de berekening: Gemaakt op: 13-11-2012

Zwaartepunt Cluster

naam:

Berekende

Emissie

198,000

X:

BEREKENING

VER

DE

SI

Willemssen_Sevenum_1994_2004 15:03:47 Y: 378,900

(geanonimiseerd)

ruwheid:

0,20

m

Punten:

Fl ee U a hoogte

a

197 931

197 934 197 938 197 961

198 030 198032

[379 021

198 059

| 378 979

193 469

Details Details

van

192

142

379

872

191

689

379

163

191 950

376 379

951

382 382

830 587

192

703

190

539

o UR

PD

359

596

Punt: StarelA. Aantal |Emlssie | rotaal |

Punt:

Stal

1_1

(380

[EDER

| Dragende zeugen

D

1.3.101

D

2.100

Beren

D

3.1.2

Opfokzeugen

van

[Volgnr. [Code D

Details

emladie

234

379 378

277

193

880

U

| 378 896 | 378 858 | 378 883 | 378 932 | 378 944

198 021

189

snelheid

| 378 864

Emissie

Punt:

Stal

Punt:

Stal

[Type

13.101

van

Emissie

1_2

Ee À

4.2

5,5 4

(381

[Aantal [Emissie |Totaal | 1_3

(382

volgnr. [Code [Type _ [Aantal [Emissie [Totaal |

12-12-2012 Sevenum

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

ARVALIS

Helenaveenseweg 23 5975 38

MS

Details

van

2 3

Uvo U

Details

van

Emissie

Punt:

Stal

2

(383

Volgnr. [Code [Type ____ [Aantal [Emissie [Totaal | 622.5 1 1.2.100 75 8.3 Kraamzeugen

1.1.100.1 1.1.100.1

| Gespeende biggen | 274 | Gespeende biggen

Emissie

Punt:

| Volgnr. [Code [Type Details

van

Emissie

Stal 3

| 18

Punt:

Stal

4

(385

2

D

| Gespeende biggen | 140

Details

van

[Volgnr. Details

10.8

[Aantal [Emissie |Totaal |

Volgnr. [Code 1 D 3.1.1

Opfokzeugen

Emissie

164.4

0.6

(384

[Type __|Aantal [Type

1.1.100.1

0.6

Punt:

Stal

332

5

| [Emissie | Totaal | 3 0.6

84

(386

__[Aantal [Code [Type [Emissie [Totaal D 1.1.100.1 [399,6 |Gespeende biggen |666 [0.6 van

Emissie

Punt:

Stal

6

(paardenstal)

volgnr. [Code [Type _ [Aantal [Emissie |Totaal |

|

(387)

il

376324 375819 375314 374809 374304 |

1930 0 12-12-2012 Aanvraag Sevenum

Natuurbeschermingswetvergunning

ARVALIS

Helenaveenseweg

23

5975 MS da

13.

VERGUNDE

SITUATIE

7 DECEMBER

Deze zijn gelijk aan de vergunde situatie 16 verwijzen wij u naar de hoofdstukken

12-12-2012 Sevenum

van

9 tot

1994. en

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

2004

Voor hoofdstukken 12.

13 tot

en

met

ARVALIS

Helenaveenseweg

23

5975 40

MS

Ip

ap

Je u n

(im

uaz[IMJen

wWNuaA.S SW

9T

Ue

GL6G

303

EZ

ET

BamsureIH

UAINSPJOU 4

ä

SITVAY

JO A

"p6 T UEA

anzegis

apunbIar Jow ‘TT

op US d

ve 303

x(Ij96 a

ulIz

‘pT

azaq

6

UIPNJSOY

BurnbojmswIaygieN BesAuey

ZTOE-

15.

TEKENING

VERGUNDE

Deze zijn gelijk aan de vergunde situatie 15 verwijzen wij u naar de hoofdstukken

venen

SITUATIE

CEMBER

2004

van

1994. en

Voor hoofdstukken 16.

13 tot

9 tot

ne

mn

en

12-12-2012 Sevenum

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

en

met

ARVALIS

Helenaveenseweg

23

nn 5975 42

MS

16.

AA 7

-STA

DECEMBER

BEREKENINGN

VERGUNDE

SITUATIE

2004

Deze

zijn gelijk aan de vergunde situatie van 1994. Voor hoofdstukken 16 verwijzen wij u naar de hoofdstukken 9 tot en met 12.

12-12-2012 Aanvraag Sevenum

Natuurbeschermingswetvergunning

ARVALIS

13 tot

en

Helenaveenseweg 23 5975 MS 43

17.

AANGEVRAAGDE

12-12-2012 Sevenum

SITUATIE

Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning

ARVALIS

Helenaveenseweg

23 5975 44

MS

«

5

WET

MILIEUBEHEER

Beschikking

Aanvrager Aard

van

en (geanonimiseerd) de

Locatie Datum

inrichting

:

Varkenshouderij

:

Helenaveenseweg

ontvangst aanvraag: aanvullingen op: : beschikking

13

augustus

2010

20 december

2010

£.

Kenmerk

:

(geanonimiseerd)

23 te Sevenum

met Datum

en

M(OPR)-2010.000112.

INHOUDSOPGAVE 1

2

AANVRAAG

…..

Ll

VERZOEK

12

AARD VAN

13

AANLEIDING

DE INRICHTING

IPROCEOURE 2.l

EN

2.2

COÖRDINATIE

2.3

ADVIEZEN...

VERGUNNINGVERLENING

4

TERINZAGE

WETTELIJK 4.1

….

zes

HET INRICHTINGEN-

EN VERGUNNINGENBESLUIT

EN

EN

BELEIDSKADER

ALGEMENE MAATREGELEN

44

OVERIGE

VAN

…

sdendaendiee

…

DE BESCHERMING

VAN

HET

fn)

tnsscthensvearendeen

makend

zinssemantiek

4,3

wadioaidaesennadanieene

tbe

MILIEU”

6 6

6 <6 6 7

(AMVB)

BESTUUR

7

WETGEVING

OVERWEGINGEN BESTE

VAN

nente

LEGGING

KADER

…

TOETSINGSKADER “HET BELANG VAN ACTIVITEITENBESLUIT

sl s.2

OP GROND

4

mute

0000 sieesserneersenrnmernsannsneeen nt

(MAER)

4.2

5

ne

E

MILIEU-EFFECTRAPPORTAGE

ONTWERPBESCHIKKING 3.1

VERGUNNINGSSITUATIE

BEDRIJFSSITUATIE

(IVB)…

MILIEUBEHEER

3

RECHTSGELDIGE

AANGEVRAAGDE

tementen

BEVOEGDHEID TOT

24

EN HUIDIGE

BESCHRIJVING

BIJ

BESCHIKBARE

DE

MILIEUASPECTEN

TECHNIEKEN

5.3 s.4

BODEM

5.5

BEEINDIGING

5.6

LucHr

5.7

GELUID

5.8

EXTERNE VEILIGHEID MILIEUGEVAARLIJKE

5.9

MILIEUZORG / VERRUIMDE

TOEKOMSTIGE

T

IGONGEUSIE

veisnindaë

weest

st

LOZINGE

/

6

….

(BBT).

AMMONIAK GEUR. ONTHEFFING

…

STOFFEN

REIKWIJDTE

ONTWIKKELINGEN

…

santen

enne

on

0

î

gemeente

HORST A/D

MAAS

®

1

AANVRAAG

11

Verzoek

Op 13 augustus 2010 is bij de gemeente

Horst aan de Maas ingekomen een aanvraag, en E. en (geanonimiseerd) 31 maart van GN (geanonimiseerd) ON Helenaveenseweg 23, gedateerd 2010, 5975 MS Sevenum om een revisievergunning, ingevolge artikel 8.4, eerste lid van de Wet milieubeheer voor een varkenshouderij, gelegen op het perceel Helenaveenseweg 23 te Sevenum, kadastraal bekend als Sevenum, sectie W, nrs. 36 (ged.) en 263 (ged.) en sectie N, nr. 178 (ged.). De aanvraag is geregistreerd onder nummer M(OPR)-2010.000112.

Bij de beoordeling van de aanvraag zijn de volgende stukken betrokken, die deel uitmaken van de vergunning: het aanvraagformulier d.d. 31 maart 2010, ingekomen d.d. 13 augustus 2010; bijlagen bij de aanvraag: Bijlage 1: Plattegrond (tek.nr. 0999-M, d.d. 30 maart 2010). Bijlage 2: Omschrijving toegepaste emissiearme stalsystemen (BWL 2006.07 en BWL 2008.09.V1). Bijlage 3: Bijlagen behorende bij de chemische luchtwasser. Bijlage 4: Dimensioneringsplannen stal 1, 3, 5 en 9. Bijlage 5: Vragenlijst Veehouderij W11 van Infomil (Energie). -

-

-

-

-

-

Ke

-

-

-

-

-

-

-

4.2

|

zwavelzuur t.b.v. luchtwassers. 7: Informatie dubbelwandige zuurtank t.b.v. opslag zwavelzuur voor luchtwasser. 8: TNO-rapport dubbelwandige zuurtank. 9: Bedrijfsontwikkelingsplan gedoogbeleid actieplan ammoniak veehouderij. 10: Berekeningen fijn stofuitstoot huidige en nieuwe situatie. 11: Berekeningen V-stacks vergunning met bijlagen.

Bijlage 6: Veiligheidsinformatie over het toe te passen Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage

Aard

van

Nummering

van

de

inrichting en huidige rechtsgeldige vergunningssituatie Voor het bedrijf is bij besluit van 6 maart 2007 een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend. Dit besluit is op 27 april 2007 onherroepelijk geworden. In deze vergunning is de termijn, waarna de vergunning wegens het niet kunnen voltooien of in werking brengen ervan, van rechtswege zal vervallen, overeenkomstig artikel 8.18, lid 2, Wet milieubeheer, verlengd tot 1 januari 2011. Milieuvergunning is verleend voor enkele uitbreidingen van de inrichting, die tevens zijn aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet. Het gaat daarbij om de volgende uitbreidingen van de inrichting, waarvoor tevens een bouwvergunning vereist is’: de stallen

overeenkomstig

de verleende

milieuvergunning

van

6 maart 2007.

aop

de bouw de bouw de bouw

nieuwe emissiearme biggenstal (nr. 1); nieuwe emissiearme stal voor de guste en dragende zeugen (nr. 7); van 4 afdelingen voor 201 vleesvarkens aan de westzijde van stal 4; de realisering van centrale luchtkanalen met chemische luchtwassers aan de zijgevel van de stallen 3 en 4. van een van

een

@

Voor enkele onderdelen van de milieuvergunning zijn niet de noodzakelijke bouwvergunningen aangevraagd/verleend. Geen bouwvergunning is verleend voor de realisering van de onder c en d genoemde bouwwerken. Door het ontbreken van de vereiste bouwvergunning(en), is de milieuvergunning van 6 maart 2007, op grond van artikel 20.8 Wet milieubeheer, voor de onder c en d genoemde onderdelen nog niét in werking getreden. Voor de onder a en b genoemde realisering van de biggenstal (nr. 1) en zeugenstal (nr. 7) is op 12 februari 2008 wél bouwvergunning verleend (d.d. 12 februari 2008), zodat de milieuvergunning voor deze onderdelen wél in werking is getreden.

Aangezien sprake is van een in de vergunning opgenomen verlengde realiseringtermijn tot 1 januari 2011 kan in deze procedure ten aanzien van de in stand gebleven vergunningrechten nog steeds worden uitgegaan van de rechten op grond van de onderliggende revisievergunning van 6 maart 2007. Milieuvergunning is daarbij verleend voor de volgende veebezetting: 345 guste en dragende zeugen (D1.3.11), 2 beren (D2.3), 4 opfokzeugen (D3.2.14.2), 97 kraamzeugen (D1.2.100, traditioneel), 1588 gespeende biggen (D1.1.3.2), 1536 vleesvarkens (D3.2.14.1), 201 vleesvarkens (D3.2.14.2) en 5 volwassen paarden (K1). Vastgesteld is dat het bedrijf in de nog niet volledig gerealiseerde vergunningsituatie, ook met toepassing van intern salderen, nog niet voldoet aan de eisen van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (verder: Besluit huisvesting). Het bedrijf valt in de vergunde situatie niet onder de reikwijdte van de IPPC-richtlijn. Op grond van het Actieplan ammoniak veehouderij is op 31 maart 2010 een bedrijfsontwikkelingsplan (BOP) ontvangen. Hierin heeft vergunninghouder aangegeven mee te doen aan het gedoogbeleid volgend uit het Actieplan ammoniak veehouderij. Gelet op het bovenstaande en het feit dat nog niet voldaan wordt aan de eisen voor dierwelzijn, valt het bedrijf onder categorie B.2 van het Actieplan ammoniak veehouderij.

(“Milieuvergunning niet conform het Besluit huisvesting; wel samenloop met eisen welzijn”). Dit houdt in dat voor de bestaande stallen vóór 1 januari 2011 een nieuwe milieuvergunning én de eventueel noodzakelijke bouwvergunning(en) moet(en) worden aangevraagd. De bestaande stallen moeten uiterlijk op 1 juli 2012 aan de eisen van het Besluit huisvesting zijn aangepast. 1.3

Aanleiding

en

In de aanvraag

beschrijving aangevraagde bedrijfssituatie

een revisievergunning wordt met toepassing van interne saldering, andere gekozen bedrijfsopzet, dan eerder vergund. Daarmee wordt voldaan aan de vereisten van het Besluit huisvesting en het Actieplan ammoniak veehouderij. Een verandering binnen de vergunde realiseringstermijn (tot 1 januari 2011) is, indien aan de criteria van de huidige regelgeving wordt voldaan, toegestaan. Vergunning wordt gevraagd voor de volgende veebezetting/huisvestingsystemen: 345 guste en dragende zeugen (D1.3.11), 2 beren (D2.3), 4 opfokzeugen (D3.2.14.2), 97 kraamzeugen (D1.2.100, traditioneel), voor

voor

een

-

-

-

-

-

-

-

-

=

1602 gespeende biggen (D1.1.3.2), 728 vleesvarkens (D3.2.14.1), 240 vleesvarkens (D3.2.14.2), 616 vleesvarkens (D3.2.1.1) en 7 volwassen paarden (K1).

Ten

®

cab

de vigerende vergunningsituatie heeft de nu ingediende aanvraag betrekking veranderingen: volgende Uitbreiding van het aantal gespeende biggen in stal 1 van 1588 naar 1602 stuks; Verandering van de eerder vergunde uitbreiding van stal 5°. In plaats van 4 afdelingen

opzichte de -_

voor

van

201

vleesvarkens worden

nu

2

afdelingen en een technische ruimte

(luchtwasser/drukkamer) gerealiseerd. In totaal zullen in stal 5 niet 897 vleesvarkens (emissiearm) maar 728 vleesvarkens (emissiearm) worden gehuisvest.

-_In stal 6 zullen eveneens minder dieren worden gehouden. In totaal zullen in deze stal niet 840 vleesvarkens (emissiearm) maar 616 vleesvarkens (traditioneel) worden

gehuisvest. stal 9 zullen in plaats van de eerder vergunde functie (opslagruimte) wederom dieren worden gehouden. Het feitelijke gebruik van deze stal blijft gelijk (varkensstal). De stal is ten opzichte van de laatst vergunde situatie niet ongebouwd tot opslagruimte. De stal wordt nu voorzien van een centraal luchtkanaal met een chemisch luchtwassysteem. In

-_In

-_

2

Kal

totaal zullen in deze stal 240 Uitbreiding met 2 volwassen

vleesvarkens emissiearm worden 5 naar 7 stuks)’.

gehuisvest;

paarden (van

PROCEDURE In de Wet milieubeheer (Wm) is bepaald dat een vergunning volgens de procedure van afdeling 3.4, Algemene wet bestuursrecht tot stand moet komen. Daarnaast stelt hoofdstuk 13 van de Wet milieubeheer nog een aantal aanvullende procedurele voorwaarden voor het verlenen van een

4

vergunning.

1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met een bijbehorend stelsel van wet- en regelgeving in werking getreden. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is een geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De Wabo regelt de procedures voor onder andere de Wm-vergunningverlening. Op aanvragen Wet milieubeheer die vóór 1 oktober 2010 zijn ingediend, zoals hier het geval is, blijft het oude recht

Op

4

van

4

2.1

&

toepassing.

vergunningverlening op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (lvb) In de bijlagen van het Ivb worden bedrijfsactiviteiten genoemd die het milieu kunnen belasten. en daardoor vallen onder de werking van de Wet milieubeheer. De in paragraaf 1.3 genoemde activiteiten worden hierin genoemd. Inrichtingen voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren en het bewerken, verwerken, opslaan en overslaan van dierlijke of overige organische meststoffen kunnen, op grond van de aanwijzing onder respectievelijk categorie 8.1, onder a en categorie 7.1, onder a, van bijlage | van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (lvb), nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Bevoegdheid

tot

college van burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd gezag om een besluit te nemen over de aanvraag. Het

?

de

Horst aan de Maas

is het

Nummering stallen overeenkomstig de aanvraag. Vanwege een en te korte afstand van paardenstal (nr.8) tot de woning Helenaveenseweg 20 is in de onderliggende milieuvergunning van 6 maart 2007 een uitbreiding van 2 volwassen paarden (van 5 naar 7 stuks) geweigerd. 3

2.2

Coördinatie

®

2.2.1 Waterwet

Vanuit de inrichting vinden geen (rechtstreekse) lozingen van afvalwater op oppervlaktewater plaats, zodat voor zover als wij dat overigens kunnen beoordelen de Waterwet niet van toepassing is. Hierom zijn derhalve ook de wettelijke coördinatiebepalingen niet van toepassing. -

2.2.2

Wet

-

bodembescherming

Het binnen de inrichting vrijkomende agrarische bedrijfsafvalwater wordt geloosd op de mestkelders. Deze afvalwaterstroom dient volgens de bepalingen van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen (BGDM; Staatscourant 1998, 26) te worden behandeld. Bij het uitrijden op akker- of weidegronden is deze regelgeving (gebaseerd op de Wet bodembescherming) hierop

2.2.3

van

toepassing.

Wet

ruimtelijke ordening

Voor de

uitbreiding

stal 5 met

een

van

een

luchtkanaal, twee afdelingen

en een technische ruimte chemische luchtwasser (luchtwasser) plaatsing (met bijbehorende installaties) stal 9 is geen vergroting van het bouwblok noodzakelijk, zodat een ruimtelijke procedure daarvoor ook niet aan de orde is. Gelet op de milieuhygiënische implicaties van de aangevraagde activiteiten, zijn er geen redenen, om de gevraagde Wm-vergunning op grond van artikel 8.10, derde lid, van de Wet milieubeheer te weigeren. en

2.2.4

van

de

bij

®

Woningwet (Ww) Op basis van de Woningwet

vindt de behandeling van de aanvraag voor de milieuvergunning de aanvraag voor de bouwvergunning gecoördineerd plaats. Voor de aangevraagde uitbreidingen is tevens bouwvergunning vereist. Voor de voorgenomen en

uitbreidingen is nog geen aanvraag

om

bouwvergunning ingediend.

Deze milieuvergunning treedt op grond van artikel 20.8 Wet milieubeheer niet eerder in werking, dan nadat de vereiste bouwvergunning(en) is (zijn) verleend. 2.3

Adviezen

2.3.1

Wettelijke adviseurs Voor de aangevraagde aangewezen

2.4

activiteiten zijn op grond van artikel 8.7 Wm als adviseur of betrokken bestuursorgaan.

geen instanties of organen

&

Milieu-effectrapportage (M.e.r) milieu-effectrapportage zijn drempelwaarden vastgesteld wanneer bij de oprichting, uitbreiding of wijziging van een veehouderij een milieu-effectrapport (M.e.r.) opgesteld moet worden en wanneer het bevoegd gezag moet beoordelen of vanwege In het Besluit

bijzondere omstandigheden een M.e.r. noodzakelijk drempelwaarden weergegeven: Tabel 1: Drem

aarden

is. In onderstaande tabel

zijn de

M.e.r.-plicht en m.er.-beoordelingsplicht

M.e.r.-beoordelingsplicht

Géén M.e.r.-

M.e.r.-plicht (onderdeel C)

Diercategorie

Mesthoenders Hennen Mestvarkens Zeugen

Vastgesteld

>

85.000

>

60.000 3.000

>

__>800_— is dat de door aanvrager voorgenomen activiteit, i.c. de wijziging van een inrichting het houden van varkens, niet voorkomt in onderdeel C of D van het Besluit

(installatie) voor

milieu-effectrapportage. Dit betekent dat voorafgaande vergunningsbesluit op grond wel

een

aan

de Wet milieubeheer geen m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. van

het

nemen

van

een

M.e.r. moet worden

opgesteld,

da®

zijn wij van mening dat deze vergunningaanvraag geen zodanige milieueffecten tot gevolg heeft, dat het verlangen van een milieu-effectrapportage voorafgaande aan deze aanvraag te rechtvaardigen is. Verder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14047565/1