02c.6b AAA - T Bijlage 6b Natuurbeschermingswetvergunning 1998
Tekst van het document
provincie limburg ge
Besluit van
van
Gedeputeerde Staten
Limburg
Vergunning Artikel 16/19d
Natuurbeschermingswet
te (geanonimiseerd) Zaaknummer:
Kenmerk:
Verzonden:
Sevenum
2012-0909
2015/38115
d.d.
11
15 JUNI 2015
juni 2015
1998
HE
1.
Aanvraag
Bij brief van
12 december
2012, ontvangen op 13 december 2012, heeft Arvalis Adviseurs B.V.
namens
vergunning ex artikel 16/19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) aangevraagd wijzigen, uitbreiden en exploiteren van een varkenshouderij, aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum. De inrichting is gelegen nabij het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel en Mariapeel”. De aanvraag is geregistreerd onder nummer 2012-0909. BN (geanonimiseerd) e
Sevenum voor
Op
3 juli 2013
en
2 mei 2014
2.
Procedure
2.1.
Procedure
een
het
zijn aanvullende gegevens ontvangen.
en
zienswijze
De aanvraag wordt afdeling 3.4 van de
afgehandeld met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van Algemene wet bestuursrecht. De aanvraag om vergunning en een ontwerp van dit besluit hebben van 8 april 2015 tot en met 19 mei 2015 voor een ieder ter inzage gelegen in het gouvernement te Maastricht (bibliotheek) en het gemeentehuis van de gemeente Horst aan de Maas. Gedurende deze termijn kon een ieder bij het bestuursorgaan schriftelijk dan wel mondeling zienswijzen inbrengen. Het ontwerpbesluit en de kennisgeving konden in genoemde periode tevens worden geraadpleegd via de internetsite van de Provincie Limburg (www.limburg.nl). Binnen de termijn waarin de aanvraag en het ontwerpbesluit ter inzage hebben gelegen zijn geen zienswijzen ingediend Op grond van artikel 2, vijfde lid van de Nbwet 1998 hebben wij het college van Gedeputeerde de provincie Noord-Brabant gevraagd om instemming met het op 2 april 2015 vastgestelde ontwerpbesluit. Er is overeenstemming met betrekking tot het ontwerpbesluit.
Staten
van
2.2.
Zienswijzen ten aanzien van de aanvraag Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 44, tweede en derde lid, van de Nbw 1998 hebben wij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Horst aan de Maas in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen over de aanvraag. De gemeente naar
voren
2015/38115
te
Horst
aan
brengen
de Maas heeft geen gebruik gemaakt betrekking tot deze aanvraag.
van
de
gelegenheid
om
een
zienswijze
met
2
3.
Beoordelingskader
3.1.
Natuurbeschermingswet
en
de beschermde
artikel 6, derde
gebieden
lid, Habitatrichtlijn
betrekking op de vergunningplicht in verband met Natura 2000gebieden (Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden). Op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 is een vergunning van Gedeputeerde Staten vereist voor de uitvoering van projecten of andere handelingen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Het gaat dan in ieder geval om projecten en handelingen die de natuurlijke kenmerken van het gebied kunnen aantasten. Artikel 19d
van
de Nbw
1998
en
1998 heeft
Bij het beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 moet rekening worden gehouden met de gevolgen die een project of andere handeling kan hebben gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied (artikel 19e Nbw 1998). Tevens kan rekening worden gehouden met vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede met regionale en lokale bijzonderheden. Op grond worden Nbw
van
onder
artikel 19kd, eerste lid,
significante gevolgen gevolgen
1998 niet verstaan de
activiteiten, door het veroorzaken
2000-gebied
de Nbw
1998, zoals in werking getreden op 25 april 2013, en 19j, tweede lid, van de
handeling, onderscheidenlijk de in een plan voorziene stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura
van
een
in de
volgende gevallen: handeling is gebruik dat op de referentiedatum werd verricht, onderscheidenlijk het plan was van toepassing op de referentiedatum en is sedertdien niet of niet in betekenende mate gewijzigd, en heeft sedertdien per saldo geen toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied veroorzaakt; de handeling is een activiteit die na de referentiedatum is begonnen, of een gebruik dat na de referentiedatum in betekenende mate is gewijzigd, onderscheidenlijk het plan is van toepassing geworden na de referentiedatum, of is nadien in betekenende mate gewijzigd, waarbij is verzekerd dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied als gevolg van die activiteit of dat gebruik of dat plan, per saldo niet is toegenomen of zal toenemen. de
a.
b.
De
van
van
als bedoeld in de artikelen 19d, eerste lid,
Limburgse Habitatrichtlijngebieden is krachtens artikel 19kd, derde lid, van de Met inachtneming van de huidige jurisprudentie, betekent dit concreet dat voor zover een aanvraag om vergunning als bedoeld in de artikelen 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 strekt tot het veroorzaken van stikstofdepositie op één of meer stikstofgevoelige Limburgse Habitatrichtlijngebieden, de vergunning in zoverre met toepassing van artikel 19kd, eerste lid, onder a, van de Nbw 1998 in principe kan worden verleend indien de aanvraag per saldo niet voorziet in een toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats ten opzichte van de situatie waarvoor op 7 december 2004 toestemming bestond op grond van de Wet milieubeheer of de Hinderwet. Nbw
referentiedatum 1998
2015/38115
voor
de
7 december 2004.
3
Dit laatste
lijdt blijkens uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 en (zaaknummers 201211640/1/R2 en 201303938/1/R2) uitzondering in gevallen waarin voor de exploitatie van de inrichting niet eerder een vergunning op grond van de Nbw 1998 of de Natuurbeschermingswet (oud) is verleend en na 7 december 2004 in het kader van de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht minder ammoniak/NOx-emissie is toegestaan. In voorkomend geval kan met toepassing van artikel 19kd, eerste lid, onder a, van de Nbw 1998 uitsluitend een vergunning krachtens artikel 19d van de Nbw 1998 worden verleend, indien de aanvraag per saldo niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000gebied ten opzichte van de na 7 december 2004 laagst toegestane ammoniak/NOx-emissie op grond van de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 27 november 2013
Is
sprake van een geval als bedoeld in 19kd, eerste lid, onder b, van de Nbw 1998, dan dient er mede gezien de jurisprudentie vanuit te worden gegaan dat de betreffende vergunningaanvraag in zoverre kan worden gehonoreerd indien deze per saldo niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer stikstofgevoelige Limburgse Habitatrichtlijngebieden ten opzichte van de situatie waarvoor toestemming bestaat op grond van de Wet milieubeheer of de Hinderwet. Voor de
Limburgse Vogelrichtlijngebieden geldt als referentiedatum, afhankelijk van de datum waarop het gebied ter uitvoering van de Vogelrichtlijn is aangewezen, 24 maart 2000 of 10 juni 1994. Daarbij is voor wat betreft het hanteren van de referentiedatum 10 juni 1994 aansluiting gezocht bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 september 2011 (zaaknummer 201003301/1/R2). In deze uitspraak is onder meer geoordeeld dat in voorkomend geval dat een Vogelrichtlijngebied is aangewezen vóór 10 juni 1994 (de datum waarop de omzettingstermijn van de Habitatrichtlijn is afgelopen), voor het betreffende Vogelrichtlijngebied 10 juni 1994 als referentiedatum moet worden aangehouden. Met inachtneming van de juiste referentiedatum (24 maart 2000 of 10 juni 1994), is hetgeen hiervoor in relatie tot de Limburgse Habitatrichtlijngebieden werd gesteld ten aanzien van artikel 19kd van de Nbw 1998, van overeenkomstige toepassing op de Limburgse Vogelrichtlijngebieden. desbetreffende
Overigens
bij de beoordeling van vergunningaanvragen als bedoeld in de artikelen 19d, eerste lid, (mede) voorzien in het veroorzaken van stikstofdepositie op één of meer Limburgse Vogelrichtlijngebieden en waarbij is vastgesteld dat geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 19kd van de Nbw 1998, de door ons college bij besluit van 27 november 2012 vastgestelde Beleidslijn “Toetsing stikstofdepositie bij Limburgse Vogelrichtlijngebieden” (verder: de beleidslijn) in aanmerking worden genomen, zoals deze heeft te gelden na de inwerkingtreding van het gewijzigde artikel 19kd van de Nbw 1998 per 25 april 2013. Wordt deze beleidslijn in aanmerking genomen dan dient, anders dan bij toepassing van artikel 19kd van de Nbw 1998, in principe aan de hand van een passende beoordeling te worden aangetoond dat voor zover de vergunningaanvraag strekt tot een (tijdelijke) toename van stikstofdepositie op één of meer Limburgse Vogelrichtlijngebieden bedoelde toename in de vorm van een saldering of anderszins wordt gemitigeerd. Volgens de beleidslijn geldt daarbij in de regel als toetsmoment 7 december 2004, hetgeen tevens veronderstelt dat in voorkomend geval dat wordt gesaldeerd, dit dient plaats te vinden met ammoniak/NOx-rechten die op deze datum bij de saldogevende locatie(s) aanwezig waren op grond van de Hinderwet of de Wet milieubeheer. van
de Nbw
2015/38115
kán
1998 die
4
Wordt
vergunningaanvraag (mede) beoordeeld op grond van de artikelen 19e t/m 19h van de Nbw 1998, dan dient er verder op grond van huidige jurisprudentie vanuit te worden gegaan dat bij wijziging of waarvoor nog niet eerder een vergunning krachtens de Nbw uitbreiding van een bestaande inrichting 1998 is verleend de aanvraag betrekking dient te hebben op de exploitatie van de gehele inrichting na of uitbreiding wijziging. een
—
—
Ingevolge artikel 15a, Beschermd
tweede lid,
Natuurmonument
voor
Natuurmonument deel uitmaakt
de Nbw
van
van
zover een
Indien met
en
1998 vervalt met
ingang
aangewezen
een
van
Natura
besluit houdende de
aanwijzing
van
een
het tijdstip waarop dat Beschermd
2000-gebied (Vogelrichtlijngebied
Overigens
vallen buitenlandse Natura
In voorkomend of
meer
geval
buitenlandse
artikel 15a, tweede lid,
2000-gebieden
niet onder de
van
de Nbw
reikwijdte van
1998
of
besluit Habitatrichtlijngebied). toepassing houdende de aanwijzing van een natuurmonument als Beschermd Natuurmonument geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft de instandhoudingsdoelstelling voor het op grond van artikel 10a, eerste lid, aangewezen Natura 2000-gebied mede betrekking op de doelstellingen ten aanzien van het behoud, herstel en ontwikkeling van het natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis van het gebied zoals bepaald in het vervallen besluit (zie artikel 15a, derde lid, van de Nbw 1998). van
een
artikel 19d Nbw
1998.
dat een
project op Nederlands grondgebied negatieve effecten kan hebben op één Natura 2000-gebieden, dient evenwel te worden beoordeeld of vergunningverlening
in
overeenstemming is met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 24 augustus 2011 inzake de Kolencentrale Eemshaven, zaaknummer 200902744/1/R2). Artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn bepaalt dat voor elk plan of project dat significante effecten kan hebben voor een Natura 2000-gebied een passende beoordeling moet worden gemaakt en slechts toestemming voor het plan of project wordt gegeven wanneer de zekerheid is verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Is bij een project op Nederlands grondgebied mogelijk sprake van significante negatieve effecten op een buitenlands Natura 2000-gebied, maar is geen passende beoordeling gemaakt en/of bestaat op grond daarvan niet de vereiste zekerheid, dan volgt uit artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn dat daarvoor geen toestemming kan worden gegeven en de daartoe aangevraagde vergunning krachtens de Nbw 1998 of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient te worden geweigerd. Het
beoordelingskader op grond van primair artikel 6 van de Habitatrichtlijn is in de praktijk met name van belang voor aanvragen voor projecten op Nederlands grondgebied die (mede) voorzien in stikstofdepositie op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Resulteert een zodanige aanvraag niet in een toename van stikstofdepositie op één of meer buitenlandse Natura 2000-gebieden ten opzichte van de laagst toegestane ammoniak/NOx-emissie op grond van de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op of na de daarvoor geldende referentiedatum/referentiedata, dan dient er mede gezien de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vanuit te worden gegaan dat significante effecten in zoverre zijn uitgesloten. Alsdan verplicht artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn niet tot het maken van een passende beoordeling en verzet deze bepaling zich niet tegen vergunningverlening voor het betreffende project.
2015/38115
5
In voorkomend
geval
dat een
vergunningaanvraag
project (wel) voorziet in een toename van stikstofdepositie op één of meer buitenlandse Natura 2000-gebieden ten opzichte van de op of na de daarvoor geldende referentiedatum/referentiedata laagst toegestane ammoniak/NOx-emissieop grond van de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan dient er mede vanwege het vooralsnog overschrijden van de Kritische Depositie Waarden (KDW) vanuit te worden gegaan dat de aanvraag significante effecten op deze gebieden kán hebben. Dat laatste impliceert dat op grond van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn een passende beoordeling moet worden gemaakt. In een zodanige situatie kan de aangevraagde vergunning uitsluitend worden verleend indien door middel van een rechtsgeldige saldering, andere mitigerende (beheer)maatregelen of een adequate ecologische onderbouwing uit deze passende beoordeling blijkt dat significante effecten op de buitenlandse Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten casu quo de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de buitenlandse Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast. voor
een
-
-
3.2.
De kenmerken
3.2.1.
Deurnsche
Natura 2000 Status
Gemeenten Oppervlakte
Peel
van
Landschap
en
het beschermd
gebied
Mariapeel :Hoogvenen ‘Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn ‘Deurne, Horst
aan
de Maas,
Sevenum,
Venray
circa 2.736 ha.
Gebiedsbeschrijving Bij brief van 19 mei 2003 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het natuurgebied Deurnsche Peel en Mariapeel aangemeld bij de Europese Commissie als Speciale beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn, richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206). Bij besluit van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 12 mei 1992, kenmerk J. 927234 is natuurgebied ‘Deurnese Peelgebieden' aangewezen als Speciale beschermingszone als bedoeld in de Vogelrichtlijn, richtlijn 79/409/EEG. Bij besluit van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 29 oktober 1986, kenmerk J. 4755 is natuurgebied ‘Mariapeel’ aangewezen als Speciale beschermingszone als bedoeld in de Vogelrichtlijn, richtlijn 79/409/EEG. Het besluit Natura 2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel, inhoudende de aanwijzing als speciale beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn 92/43/EEG en Vogelrichtlijn 79/409/EEG, is per 10 september 2009 definitief geworden. Het
gebied bestaat uit de drie deelgebieden Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen. Tezamen met de nabijgelegen Groote Peel zijn het restanten van wat eens een uitgestrekt oerlandschap was van levend hoogveen. Deze peelhoogvenen werden grotendeels afgegraven tot op de zandondergrond. Deze gebieden zijn de zuidelijkste representanten van de vlakke subatlantische hoogvenen, die elders en ook in de Peelregio door afgraving, ontginning en verveningen grotendeels zijn verdwenen. Door de verschillende verveningsgeschiedenis van de onderdelen van het gebied is er een grote en fijnschalige variatie in vegetatie en landschap, met gradiënten naar iets mineraalrijker milieu. In de oudste veenputten is al lange tijd sprake van hoogveengroei op miniatuurschaal.
2015/38115
8
Op de grote
restveeneenheden
inmiddels ook op verschillende
is nog
relatief grote veendikte
een
plaatsen ontwikkeling
van
aanwezig, waarop door herstelbeheer hoogveenbegroeiingen plaats vindt.
liggen de deelgebieden de ‘eigenlijke’ Deurnese Peel, Liesselse Peel (westelijk van Deurne) en Helenapeel, en los daarvan een drietal kleinere deelgebieden de Bult in het
In Noord-Brabant Kanaal
van
noordwesten, de Heitrakse Peel
en
het
Het Zinkske in het zuiden.
In de Deurnsche Peel is tot in de
jaren zeventig turf gewonnen, de sporen hiervan zijn nog duidelijk zichtbaar. In sommige oude turfputten zijn goed ontwikkelde hoogveenvegetaties te vinden. Het gebied bestaat uit een complex van fragmenten levend hoogveen, beginstadia van regenererend hoogveen, natte heide op rustend hoogveen en droge heide op minerale gronden, opgaand loof- en naaldbos, grasen bouwlanden en open water (sloten, kanalen en plassen). Het
gebied aan de Limburgse kant wordt ook de Mariapeel genoemd en bestaat uit vier complexen (Grauwveen, Driehonderd Bunders, Horster Driehoek, Mariaveen). Het landschap kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere hogere, droge en lage, vochtige heideterreinen en moerasachtige gedeelten, open en gesloten bossen, veenputten, wijken, vennen en open water. Het Mariaveen is een open heidegebied met enkele zandruggen. Na herstelmaatregelen in de jaren negentig herstelt het hoogveen zich weer. Grauwveen bestaat uit een complex van fragmenten levend hoogveen, beginstadia van regenererend hoogveen, droge en vochtige heide, moeras en opgaand loofbos. Er zijn turfgaten aanwezig. Het Mariaveen is een open heidegebied met enkele zandruggen. Na herstelmaatregelen in de jaren negentig herstelt het hoogveen zich weer. Aangewezen habitattypen en -soorten en bijbehorende instandhoudingsdoelen De Deurnsche Peel en Mariapeel is aangewezen voor de volgende natuurlijke habitattypen zoals opgenomen in bijlage | van Richtlijn 92/43/EEG; prioritaire habitattypen zijn aangeduid met en sterretje (): _H4030 Droge heiden: behoud oppervlakte en kwaliteit. *_H7110A “Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap): uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit. __H7120 Herstellende hoogvenen: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit.
Enige achteruitgang in oppervlakte ten gunste van habitattype actieve hoogvenen, hoogveenlandschap (H7110A), is toegestaan. «
»
De Deurnsche beschermd *
_A127
=__A224
Peel
en
op grond Kraanvogel:
Mariapeel
is aangewezen artikel 4, eerste lid, van
van
*
Het
gebied
artikel 4, tweede
lid,
«
_A004 Dodaars:
behoud
is aangewezen
welke worden
79/409/EEG:
met een
draagkracht
voor
een
populatie
en
kwaliteit leefgebied
met
een
draagkracht voor
een
populatie
volgende trekkende vogelsoorten, welke worden beschermd op grond Richtlijn 79/409/EEG: omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van
voor
van
ten minste 35 paren. _A039 Toendrarietgans:
2015/38115
Richtlijn
volgende vogelsoorten,
ten
van
«
de
behoud omvang en kwaliteit leefgebied. Nachtzwaluw: behoud omvang en kwaliteit leefgebied
minste 3 paren. _A272 Blauwborst: behoud omvang van ten minste 350 paren. van
voor
de
behoud omvang
en
kwaliteit
leefgebied.
Á
=___A041
Kolgans: behoud omvang en kwaliteit leefgebied. »_A276 Roodborsttapuit: behoud omvang en kwaliteit leefgebied populatie van ten minste 120 paren. Beschermde
met
een
draagkracht voor een
Natuurmonumenten
voormalige Beschermde Natuurmonumenten en Staatsnatuurmonumenten Deurnse Peel, Grauwveen en Mariapeel vallen geheel binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Ingevolge artikel 15a, tweede en derde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 vervalt van rechtswege de status van de genoemde natuurmonumenten. Het Beschermd Natuurmonument Deurnse Peel is aangewezen op 11 december 1980 (NLB/N-43947; Stcrt. 1981, nr. 21). Het Beschermd Natuurmonument Grauwveen is aangewezen op 26 maart 1984 (NLB/GS/GA-586; Stcrt. 1984, nr. 65). Het Staatsnatuurmonument Deurnse Peel is aangewezen op 8 mei 1981 (NLB/BB/GA-41654; Stcrt. 1981, nr. 103). Het Staatsnatuurmonument Mariapeel is aangewezen op 21 september 1976 (NLB/N22663; Stort. 1976, nr. 188). De
2015/38115
8
4.
Overwegingen
41.
Aanvraag
De aanvraag heeft
betrekking op het wijzigen, uitbreiden en exploiteren EN (geanonimiseerd) gelegen aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum. de situatie als weergegeven
voor
van
een
Er wordt
varkenshouderij van vergunning gevraagd
in tabel 1.
Emissie
(kg NHs/dier/
Totaal (kg NH3/
Type
Code Stal
Aantal dieren
jaar)
jaar)
Gespeende biggen
D1.1.3.2
1.602
0,16
256,3
Kraamzeugen
D 1.2.100
97
8,3
805,1
D1.3.11
345
0,21
72,5
D2.3
2
0,28
0,56
D 3.2.14.2
244
0,18
43,9
D3.2.14.1
728
0,13
94,6
D32.1.1
616
3
1.848
ij
25
Guste en
dragende
zeugen
Beren
Opfokzeugen
en vleesvarkens
Vleesvarkens Vleesvarkens
Tabel 1
aangevraagde situatie,
situatie met de
De ‘Code
situatie
laagst toegestane
Stal’ in tabel 1
met de
laagst toegestane
ammoniakemissie
na
ammoniakemissie
na
7 december 2004,
10 juni 1994.
volgende betreft de code zoals opgenomen in de bijlage behorende bij de Regeling veehouderij, Staatscourant 2013, nr. 35932 (31 december 2013) en de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2014, nr. 25403 (10 september 2014). ammoniak
en
en
4.2.
Habitatrichtlijngebied Habitatrichtlijngebied “Deurnsche Peel en Mariapeel" is op 7 december 2004 aangewezen speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn en tevens op de lijst van gebieden van communautair belang geplaatst. Op grond van artikel 19kd, derde lid, van de Nbw 1998 is de referentiedatum met betrekking tot stikstofdepositie op voornoemd gebied 7 december 2004. Het
4.2.1.
als
_Uitgangssituatie Habitatrichtlijngebied Peel en Mariapeel”
“Deurnsche
Op
7 december 2004
vigeerde voor de inrichting van de aanvrager de vergunning verleend onder de Wet milieubeheer bij besluit van 10 januari 1994. Sinds 7 december 2004 is voor de inrichting van de aanvrager bij of krachtens de Wet milieubeheer en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een vervangende vergunning verleend in verband met een activiteit die minder ammoniakemissie tot gevolg heeft.
2015/38115
9
De situatie met de
laagst toegestane
ammoniakemissie vloeit voort uit de
2010 onder de Wet milieubeheer verleende
vergunning.
Deze
bij besluit van
situatie, als weergegeven
20 december in tabel 1, geldt
als referentiesituatie.
4.3.
Vogelrichtlijngebied Vogelrichtlijngebied ‘Deurnsche peel en Mariapeel' is op 29 oktober 1986 (Mariapeel) en op 12 mei 1992 (Deurnsche Peelgebieden) (voorlopig) aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn. Op grond van artikel 19kd, derde lid, van de Nbw 1998 alsmede de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 september 2011 (zaaknummer 201003301/1/R2), geldt als referentiedatum met betrekking tot stikstofdepositie op voornoemd gebied 10 juni 1994, Het
4.3.1.
_Uitgangssituatie Vogelrichtlijngebied peel en Mariapeel’
‘Deurnsche
Op
10 juni 1994
inrichting van de aanvrager de vergunning verleend onder de Wet januari 1994. Sinds 10 juni 1994 is voor de inrichting van de aanvrager bij of krachtens de Wet milieubeheer en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een vervangende vergunning verleend in verband met een activiteit die minder ammoniakemissie tot gevolg heeft. De situatie met de laagst toegestane ammoniakemissie vloeit voort uit de bij besluit van 20 december 2010 onder de Wet milieubeheer verleende vergunning. Deze situatie, als weergegeven in tabel 1, geldt als milieubeheer
vigeerde
bij besluit
voor
van
de
10
referentiesituatie.
44. De
Effecten op het beschermd natuurgebied inrichting ligt nabij onderstaand beschermd gebied: ‘Deurnsche
peel en Mariapeel’ Habitatrichtlijngebied, Vogelrichtlijngebied
"
ca.4,5 kilometer
Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt getoetst of het project/handeling, gelet op de instandhoudingsdoelstelling(en), de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zure depositie leidt in voedselarme milieus, zoals die aanwezig zijn in het nabij gelegen natuurgebied, tot verrijking van het milieu (vermesting). Tevens neemt de zuurgraad toe (verzuring). Deze processen hebben een negatieve invloed op de natuurwaarden. Het
verspreidingsmodel AAgro-Stacks behorend bij het door ons gehanteerde vergunningenbeleid, de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden kan worden berekend, houdt rekening met de feitelijke omstandigheden van de veehouderij bedrijven en de windrichting. Door de invoer van de feitelijke gegevens van de gebouwen (stallen), zoals onder andere staltype, gebouwhoogte, uittreedsnelheid en het aantal dieren, kan het rekenmodel een (relatief) nauwkeurige weergave maken van de stikstofdepositie op de nabij gelegen natuur. Dit rekenmodel achten wij wetenschappelijk gezien op dit moment het beste en meest nauwkeurig. waarmee
Om
goed beeld te krijgen van de depositie op het Natura 2000-gebied is, gebruikmakend computermodel AAgro-Stacks, de depositie berekend op verschillende punten. een
2015/38115
van
het
10
Het is de
dichtstbijzijnde punt per gebied hebben wij overgenomen depositie in de bestaande en aangevraagde situatie.
in tabel 2 (zie ook
bijlage 1). Weergegeven
Depositie uitgangssituatie
Depositie aangevraagde situatie
X-coördinaat
Y-coördinaat
(mol N/ha/jaar)
(mol N/ha/ jaar)
en
193 469
379 277
0,9
0,9
depositie
op het beschermde
Naam Deurnsche
peel
Afname
0,0
Mariapeel Tabel 2
gebied
Uit de
berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie als gevolg Nederlandse beschermd gebied niet toeneemt.
van
de
aangevraagde
situatie in voornoemd
blijkt verder dat er geen andere niet aan stikstofdepositie gerelateerde negatieve effecten (zoals geluid, trillingen, licht, grondwaterstand-/grondwaterkwaliteitveranderingen etc.) te verwachten zijn die de natuurlijke kenmerken van voornoemd beschermd gebied kunnen aantasten. Uit de aanvraag
4.5.
-
-
Conclusie
Op grond van bovenstaande beoordeling concluderen wij dat gelet op de instandhoudingdoelstellingen NN ‘e Sevenum aangevraagde activiteiten geen (significante) onderhavige door (geanonimiseerd) effecten zullen veroorzaken negatieve op het betrokken Nederlandse Natura 2000-gebied. Het natuurschoon en de natuurwetenschappelijke betekenis zullen geen negatieve gevolgen ondervinden, mits deze vergunning en de daaraan verbonden voorschriften worden nageleefd. Tegen
achtergrond is vergunningverlening voor de aangevraagde met het bepaalde in de Natuurbeschermingswet 1998. deze
2015/38115
activiteiten in
overeenstemming
1
5.
Besluit
Gelet op het 1
2.
bepaalde
Natuurbeschermingswet 1998, en voorgaande overwegingen, besluiten wij: aan (geanonimiseerd) BEN een vergunning krachtens artikel 19d van de Nbw 1998 te verlenen voor het in de nabijheid van het Natura 2000-gebied “Deurnsche Peel & Mariapeel” wijzigen, uitbreiden en exploiteren van een varkenshouderij zoals aangevraagd d.d. 12 december 2012 met kenmerk 2012-0909 aan de Helenaveenseweg 23 te Sevenum; aan de vergunning de beperkingen te stellen en voorschriften te verbinden, zoals opgenomen onder
3.
in de
hoofdstuk 7;
dat de aanvraag en de bijbehorende stukken ontvangen op 13 december 2012, aangevuld op 3 juli 2013 en 2 mei 2014, deel uitmaken van deze vergunning, behoudens en voor zover daarvan
bij dit besluit niet wordt afgeweken.
6.
_Rechtsbescherming
Als dit besluit
belang rechtstreeks raakt en u het met de inhoud van dit besluit niet eens bent, kunt u, de verschuldigde griffierechten, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak tegen betaling van de Raad van State. U moet dan binnen zes weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd een beroepschrift indienen. Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het beroepschrift moet worden ondertekend en ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de datum; een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht alsmede de redenen van het beroep (motivering). Het beroepschrift moet worden gericht aan: Raad van State; Afdeling bestuursrechtspraak; Postbus 20019; 2500 EA Den Haag. Als u een beroepschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de internetpagina van de Raad van State, www.raadvanstate.nl. Klik op ‘ONZE WERKWIJZE’. Klik op ‘Bestuursrechtspraak’. uw
van
Gedeputeerde
2015/38115
State
Van
Limburg
ä
7.
Voorschriften
Aan deze
vergunning
.
De
worden de
volgende
voorschriften
verbonden:
vergunning heeft betrekking op het houden van de dieraantallen op het stalsysteem Helenaveenseweg 23 te Sevenum zoals weergegeven in onderstaande tabel: Type
Code
Gespeende biggen
D1,1.3.2
1.602
Kraamzeugen
D 1.2.100
97
D1.3.11
345
D2.3
2
D32.14.2
244
Vleesvarkens
D 32.141
728
Vleesvarkens
D3.2.1.1
616
Paarden
K1
5
Guste
dragende
en
zeugen
Beren
Opfokzeugen
en
vleesvarkens
De ‘Code Stal’ in tabel 1
bij de
Regeling wijziging van september 2014). en
de
Aantal dieren
volgende betreft de code zoals opgenomen in de bijlage behorende veehouderij, Staatscourant 2013, nr. 35932 (31 december 2013) de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2014, nr. 25403 (10
ammoniak
de
stal
aan
en
en
De
vergunning heeft betrekking op de emissie van 3.146 kg NH3 / jaar, resulterend in een stikstofdepositie op het beschermde natuurgebied zoals weergegeven in onderstaande tabel:
"
Depositie Naam Deurnsche
2015/38115
peel
en
Mariapeel
X-coördinaat
Y-coördinaat
(mol N/ha
193 469
379 277
0,9
/ jaar)
13
8.
Afschriften
Een afschrift
"
van
dit besluit hebben
wij verzonden
EN (geanonimiseerd) Helenaveenseweg
aan:
23, 5975 MS
te
Sevenum, als beschikking op de
aanvraag;
.
Arvalis, Postbus
.
Burgemeester en Wethouders
1257, 6040 KG te Roermond, ter kennisname; van
de gemeente
Horst
aan
de Maas,
Postbus 6005, 5960
AA
Horst ter kennisname;
.
Ministerie Postbus
.
van
Economische Zaken,
20401, 2500
Gedeputeerde
Staten
ta.v. Groene Wetten
2015/38115
EK te Den
Haag,
Natuur
en
Regio,
Directie PD Natura
2000,
ter kennisname;
provincie Noord-Brabant, p.a. Omgevingsdienst Brabant-Noord, Vergunningverlening, Postbus 88, 5430 AB te Cuiijk, ter kennisname. van
de
DG
EB @® _
—
Berit Rand natuurgebied Rijksgrens
Provindegrens
Beschermd natuurmonument DE vegerichtijngebied CC JHabitatrichttijngebied Vogel-
en
habitatrichtljngebied
Habitatrichtlijngebied
en
EObeschermd natuurmonument Vogel-
Een
en
habitatrichtlijngebied
beschermd natuurmonument
[Buitenlands Natura 2000-ge bied
IN
1:160.108 Datum: 13.03 2015 Geotndamate Umiarg atieirg Top. orderpt ond a he Diens! en var @ yoed schaalt.
SPrcercn
OTepop
anda: Bsoserse Dede
:
ni
provincie
limburg
*
ee
ä 5
2015/38115
15
inn Horsten Germeentt
oh haas
-
|
Í |
15
DEL
ZUIL ee
DN
Af
i
er
pn
an
DSE
Natuurbeschermingswet
ON HOLHLOOCL
Vergunningsaanvraag Helenaveenseweg 23 5975
MS
Staaterhuis Nederweert
Staat 40 EM
6031
Nederweert
12/0273546
Sevenum
Adviseurs Nederweert, 12 december
Arvalis Adviseurs
Tfoon 0495-752674 Fax 0495-752671
Arvalis
2012
www.arvalis.nl
(geanonimiseerd)
INHOUDSOPGAVE 3
1.
MACHTIGINGS
2.
AANVRAAGFORMULIERNBW _______ AANVRAAGFORMULIER BIJLAGE 2
3.
FORMULIER
AMMONIAKEMISSIE 4.
VER
5,
B
4
7
NNINGSP
D
TE
NATUURBESCHERMINGSWET 1998 _11 RGUNNING
DEL
KRACHTENS ARTIKEL 19 ET/M 19 HNBW _12 6. UITSP _13
VAN
RAAD
Za
STATE
N
SSENDE ITSP
8.
7
SEPTEMBER
P
ND
2
VAN
pr À
ATE
K RAA
VERSLECHTERINGS
CO VERSTORINGSTOETS
Deurnsche
Effecten
Peel
indicator
en
24
Mariapeel
Deurnsche
Peel
&
Mariapeel
27
28
Toelichting op de storingsfactoren
ú
12-12-2012
24 24
Algemeen 139
DE
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg
23 5975 MS Sevenum 1
9.
VERGUNDE
SITUATIE
1994
35
VERGUNDE SITUATIE 1994 _3637 1994
10.
BRONGEGEVENS
11.
TEKENING VERGUNDE
12.
SITUATIE
AAGRO-STACKS BEREKENING VERGUNDE 10 JUNI 1994
SITUATIE 13.
VERGUNDE
14.
BRO
A5.
K
SITUATIE NS
7 DECEMBER
7
MBER
2004
2004
ITUATIE
40 1
7 42
2004
16. AAGRO-STACKS BEREKENINGN SITUATIE 7 DECEMBER 2004 17. AANGEVRAAGDE SITUATIE
VERGUNDE
AANGEVRAAGDE
43 44
SITUATIE
45
18.
BRONGEGEVENS
19.
AANGEVRAAGDE TEKENING SITUATIE __ 46
20.
AAGRO-STACKS AANGEVRAAGDE SITUATIE __ 47 VERZICHT.
3
38
ART
RDINATEN
GEVOELIGE
GEBIEDEN
12-12-2012
Natuurbeschermingswetvergunning
Aanvraag
BRONNE
49
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 2
1.
MACHTIGINGS
FORMULIER
VOLMACHT
Ondergetekende:
|
| (geanonimiseerd)
Naam: Adres
Woonplaats:
en
Verklaart
hierbij
Helenaveenseweg
volmacht
ven
23
5975
MS
Sevenum
aan:
Arvalis, gevestigd en kantoorhoudende te 6041 CH Roermond, aan de Wilhelminasingel 25, die door hem ten deze als gemachtigde wordt gesteld voor de werkzaamheden welke betrekking hebben medewerker EN (geanonimiseerd)
op de
aanvraag
en
van
werkzaamheden
voor
de
omgevingsvergunning
en
natuurbeschermingswet.
Opgemaakt
in
getekend
te Sevenum
op
11 december
2012
(geanonimise rd) (geanonimiseerd)
4
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 3
NBW
AANVRAAGFORMULIER
2.
Aanvraagformulier vergunning Natuurbeschermingswet *
=
Beschermde
natuurmonumenten,
2000-gebieden,
Natura
art. 19d
Natuurbeschermingswet 1998 Natuurbeschermingswet 1998
art.
e.v.
16
Om tot een ontvankelijke aanvraag te komen is het gewenst dat met de provincie vooroverleg wordt gevoerd. Door de concept aanvraag af te stemmen wordt voorkomen dat de definitief ingediende aanvraag onvolledig is en derhalve buiten behandeling moet worden gelaten.
Aanvrager 1 Bedrijf 14128034
KvK-
vestigingsnummer Statutaire
2
Eventueel
el (geanonimiseerd)
naam
persoonsgegevens
Contactpersoon
nn (geanonimiseerd)
Telefoon
06
12 41
O1
77
Correspondentieadres
Postbus / Straat
en
Helenaveenseweg
23
nr.
Postcode
5975
Plaats
Sevenum
Locatie voorgenomen
Straat
en
MS
activiteit(en)
nr.
Helenaveenseweg
Postcode
5975
Plaats
Sevenum
Gemeente
Horst
X
en
Y coördinaten
[minimaal
zes
X:
Y:
23
MS
aan
de
Maas
197.983 378.956
cijfers]
á
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum
4
Eventueel
gemachtigde
Naam
/ adviesbureau
Arvalis
gemachtigde
BV
Contactpersoon
nn (geanonimiseerd)
Telefoon
0475
Postbus
/ Straat
355753
Postbus
en
/ (geanonimiseerd)
1257
nr.
Postcode
6040
Plaats
Roermond
Beschermde
gebieden
KG
waarop de activiteit
Beschermd
heeft c.q.
gevolgen
van
invloed
is / zijn
N.v.t.
natuurmonument(en) Natura
Deurnsche
2000-
Peel
en
Mariapeel
zie
bijlage
zie
bijlage
zie
bijlage
gebied(en)
Bedrijfsactiviteit voorgenomen activiteit(en) El Grondwateronttrekking(en) E
Drainage Ammoniak-
en/of NO,-
emissie
bij argraische
M__
activiteiten
Overig
Mm
Beschrijving
voorgenomen
Het fokken
en
activiteit(en)
houden
van
varkens.
Periode waarin de activiteiten/werken worden
uitgevoerd
Startdatum Einddatum
Onbepaald
Tijdstip
Continu
[indien van toepassing] Wijziging of verlenging Datum
4
bestaande
vergunning
vergunning Natuurbeschermingswet N.v.t.
Kenmerk
vergunning
N.v.t.
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 5
Nawoord
en
Ondertekening
Bijlagen Aantal Korte
bijlagen
omschrijving
de
van
bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage
4
Bijlage 5 Persoonsgegevens Geeft u om de
toestemming
Ja
persoonsgegevens openbaar te maken.
Hierbij verklaar
ik dat de aanvraag
EN
ee
naar
waarheid is
ingevuld
Handtekening aanvrager Datum
Handtekening
Eventueel
Handtekening gemachtigde 12-12-2012
Datum
(geanonimiseerd) bijlagen dient Staten van Limburg Gedeputeerde Subsidies en Afdeling Vergunningen De
aanvraag
inclusief
in
5-voud
te worden
ingediend bij:
Postbus 5700 6202 MA MAASTRICHT Informatie
Vergunningenloket:
É
12-12-2012
Aanvraag
tel.
(043)
—
389
76 49
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum
6
3.
BIJLAGE
2
AANVRAAGFORMULIER E
AMMONIAKEMI
Ammoniakemissie en/of NO, emissie bij argrarische activiteiten Alleen van toepassing als de voorgenomen activiteit(en) invloed heeft/hebben op de instandhoudingswaarden van beschermde gebieden als gevolg van ammoniakemissie BIJLAGE:
/ NO, emissie
[indien van toepassing] Argrarische activiteiten Aantal dieren
en
soort
1994
2004
en
225
Dragende zeugen
dt.
Beer
827 75 1.098
Opfokzeugen Kraamzeugen Gespeende biggen
5
Paarden
Vigerende vergunning
Stalsysteem
1.602
Gespeende biggen
97 345
Kraamzeugen Dragende zeugen
2 4 1.584
Beren
Opfokzeugen
5
Vleesvarkens Paarden
1994
en
2004
D1,3.101 D
2.100 Dal.2 D 1.2.100 D'1-1.100:1 D'344. K 1
Vigerende vergunning
de)
e k Ne w NE
‚2
ie 00 ee 1
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum
D 3.2.14.2 D 3.2.14.1 D3,21d K 1
Mestopslag/-
Mestkelders
verwerking
Emissiepunten stal(len)
1994
en
2004
=l
OND
UN a
1 2 3 4 5 6 P‚) 8 Evt.
#
opmerkingen
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 8
[indien van toepassing] Overige activiteiten Omvang NH3-emissie
1994
2004
en
4.752,8 kg NH3
Vigerende vergunning 3.145,99 kg NH3
Omvang
NO‚-emissie
Overige emissies
Tabel I: Afstand
van
Emissiepunt
de emissiepunt(en) tot de beschermde Beschermd
gebied(en) Afstand
gebied
(m)
Middelpunt bedrijf X:
197.983
rs
378.956
Deurnsche
Peel
en
Mariapeel
4.526
Mitigerende maatregelen Uitbreiding van
en/of NO, emissie (met
met NHs-emissie
de referentiedatum kan alleen
plaatsvinden
saldering plaatsgevonden? Hoe
heeft
Datum
van
een
eventueel
een toename
van
stikstofdepositie tot gevolg)
ten
opzichte
als elders in voldoende mate wordt gesaldeerd.
N.v.t.
N.v.t.
intrekkingsbesluit omgevings/milieuvergunning
Bijvoegen: kopie intrekkingsbesluit Evt.
á
opmerkingen
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum
9
Depositie op
de beschermde
gebieden
Depositie vergund Ref. datum
Beschermd gebied
Depositie aangevraagd
(indien van toepassing incl. saldering)
Peel
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,93
1,35
Deurnsche Peel Mariapeel 2
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,95
1,36
Deurnsche Peel Mariapeel 3
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,62
0,95
Deurnsche Peel
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,54
0,83
Peel
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,74
1,12
Deurnsche Peel Mariapeel 6
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,41
0,62
Deurnsche Peel Mariapeel 7
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,81
1,24
Deurnsche Peel Mariapeel 8
en
10-6-1994
en
7-12-2004
0,53
0,81
Deurnsche
Mariapeel
Mariapeel
1
4
Deurnsche
Mariapeel
5
Mitigerende maatregelen (aanvullend) De
volgende mitigerende maatregelen worden uitgevoerd om
de toename aan ammoniakemissie en/of NO,
emissie te verminderen.
Toepassing
1
van
emissie-arme
stalsystemen
ND WW B
a Evt.
opmerkingen
‘mmm
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 10
4.
NN
LICHT
NATUURBESCHERMINGSWET
HTENS
ARTIKE
1998
Op grond van de uitspraak uit zaaknummer 201003301/1/R1 d.d. woensdag 7 september 2011 van de Afdeling Bestuursrechtspraak te Den Haag vormt artikel 19 kd derde lid van Nbw 1998 geen correcte implementatie van de verplichten ingevolgde de Vogel- en Habitatrichtlijn. In dat geval dient, gelet op de reikwijdte van de in artikel 19 d eerste lid, van de Nbw 1998 opgenomen vergunningplicht, een vergunningsaanvraag bij de waarvoor of van de intensieve veehouderij, wijziging uitbreiding onderhavige nog niet eerde een vergunning op grond van de Nbw 1998 is verleend, niet alleen betrekking te hebben op de wijziging of uitbreiding van het bedrijf, op de exploitatie van het gehele bedrijf na uitbreiding c.q. wijziging. Daarbij dient het college de aanvraag te beoordelen op grond van de artikelen 19 e t/m h van de Nbw 1998. maar
&
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 11
5.
BEOORDELIN
RGU
RA
KE
N E T/M
19
H
NBW
artikel 19 f van de Nbw 1998 impliceert dat de aanvraag beoordeeld dient te worden op grond van objectieve gegevens waaruit is vast te stellen in hoeverre de wijziging of uitbrieding van de intensieve veehouderij afzonderlijk of in combinatie met andere projecten
Beoordeling op grond
van
plannen significante gevolgen
É
12-12-2012
heeft
voor
de
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
betrokken
of
gebieden.
Helenaveenseweg
23
5975 MS Sevenum ser
6.
T
K
TE
D
7 SEPTEMBER
2
Uitspraken 201003301/1/R2
ZAAKNUMMER
DATUM TEGEN
VAN
woensdag 7 september 2011 het college van gedeputeerde staten van Gelderland Eerste aanleg meervoudig Natuurbescherming Ruimtelijkeordeningskamer
UITSPRAAK
PROCEDURESOORT
-
RECHTSGEBIED
—
201003301/1/R2. Datum uitspraak:
7
september
2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak
in het
[appellanten],
geding
tussen:
allen wonend
te
[woonplaats],
en
het college van verweerder. 1.
gedeputeerde
staten
van
Gelderland,
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2010, hebben [appellanten] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op hun bezwaarschrift van 8 mei 2009, gericht tegen het besluit van het college van 6 april 2009, kenmerk 2008-006310, waarbij een vergunning is verleend ingevolge artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) aan [vergunninghouder] voor de uitbreiding van een varkenshouderij aan de [locatie] (ongenummerd) te [plaats]. besluit van 21 mei 2010, kenmerk 2008-006310, heeft het college het besluit van 6 april 2009 herroepen en op grond van artikel 19d in samenhang met artikel 19kd van de Nbw 1998 alsnog de aanvraag voor een Nbw-vergunning geweigerd en het door [appellanten] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 6 april 2009 ongegrond verklaard.
Bij
[appellanten] hebben de gronden van State ingekomen op 29 juni 2010.
El
12-12-2012
het
beroep aangevuld
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
bij brief, bij
de
Raad
van
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 13
verweerschrift ingediend.
Het
college
heeft
een
Het
college
heeft
nadere stukken
ingediend
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 april 2011, waar [appellanten], en het college, vertegenwoordigd door NN vertegenwoordigd door ir. (geanonimiseerd) mn (geanonimiseerd) en ir. (geanonimiseerd) beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. ON (geanonimiseerd) BEN als partij Voorts is ter zitting [vergunninghouder], bijgestaan door ing. (geanonimiseerd) MN gehoord. 2.
Overwegingen
Ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het beroep tegen het uitblijven van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. 2.1.
beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede op het alsnog genomen besluit op het bezwaarschrift van het college van 21 mei 2010 en dit besluit niet geheel tegemoet komt aan het ingestelde beroep, is de Afdeling van oordeel dat [appellanten] bij een uitspraak op het beroep, voor van een besluit, geen zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen belang meer zover dat is gericht hebben. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het beroep voor tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk verklaard moet worden. Aangezien betrekking heeft
het
2.1.2.
Voor
2010
overweegt
het beroep is gericht de Afdeling als volgt.
2.1.1.
zover
tegen
het
besluit
van
het
college
van
21
mei
2.2. [appellanten] voeren aan dat ten onrechte een hoorzitting achterwege is gelaten, omdat voorafgaand aan het bestreden besluit van 21 mei 2010 een nieuw feit zich heeft voorgedaan. In afwijking van het besluit van 6 april 2009 is de beslissing op bezwaar gebaseerd op het feit dat onder andere de milieuvergunning van de veehouderij aan de [locatie a] wordt ingetrokken in plaats van de milieuvergunning van de veehouderij aan de [locatie b]. Dit gewijzigde feit is voor het bestreden besluit
aanmerkelijk
van
belang,
aldus
[appellanten].
2.2.1. [appellanten] zijn door het college in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan het nemen van het besluit van 21 mei 2010 te worden gehoord, maar zij hebben verklaard daarvan geen gebruik te willen maken. In zoverre is geen sprake van schending van de in artikel 7:2 van de Awb opgenomen hoorplicht. besluit is evenmin in strijd met artikel 7:9 van de Awb genomen. belang dat in het geheel geen hoorzitting heeft plaatsgevonden Hierbij het bestreden besluit. Als gevolg hiervan kan geen sprake zijn van aan voorafgaand nieuwe feiten of omstandigheden die bekend zijn geworden na het horen en derhalve is artikel 7:9 van de Awb niet van toepassing in dit geval. Het
bestreden is
2.3.
[appellanten] betogen
dat
het advies
van
afgeweken
El
van
12-12-2012
van
het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is dat strekte tot de commissie voor bezwaarschriften
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
-
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 14
het gegrond verklaren van het bezwaar bezwarencommissie ten onrechte niet is
-
dat
het advies meegezonden met en
de bestreden
van
het
besluit.
de commissie voor bezwaarschriften van 13 januari 2010 is wettelijk kader zoals dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding en herstelwet van de Crisis(hierna: Chw) op 31 maart 2010. De motivering van het advies van de commissie voor bezwaarschriften is achterhaald door college dat het inwerkingtreding van de Chw, omdat het uitsluitend is gebaseerd op het ammoniak en Natura 2000", is naar het oordeel van de Afdeling Het advies gebaseerd op het 2.3.1.
van
"Toetsingskader
dit advies niet meer strookte met het geldende wettelijke toetsingskader ten tijde van het nemen van het bestreden besluit. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:13, zevende lid, van de Awb.
afdoende
Anders
nu
dan
behoefde het advies van de commissie voor niet met het bestreden besluit te worden meegezonden, aangezien bij brief van 8 april 2010 aan [appellanten] is toegezonden.
[appellanten] betogen
bezwaarschriften
dit advies reeds Bovendien heeft deze beroepsgrond betrekking op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit en kan reeds om die reden de van het besluit niet aantasten. Deze mogelijke onregelmatigheid kan rechtmatigheid vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit. geen grond
vergunningaanvraag ziet op de uitbreiding van een bestaande varkenshouderij in de buurt van het Natura 2000-gebied "Gelderse poort”. Bij het bestreden besluit heeft het college de aangevraagde vergunning alsnog geweigerd, omdat het college zich op het standpunt stelt dat als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 19kd van de Nbw 1998 geen vergunningplicht meer geldt ingevolge artikel van de Nbw eerste 19d, lid, 1998, nu de stikstofdepositie van de desbetreffende het "Gelderse Poort” per saldo niet is toegenomen of zal gebied veehouderij op 2.4.
De
toenemen.
gebied "Gelderse Poort” is op 24 maart 2000 aangewezen ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG (hierna: Vogelrichtlijn) en is daarnaast bij beschikking van de Europese Commissie van 7 december 2004 ingevolge richtlijn 92/43/EEG (hierna: Habitatrichtlijn) geplaatst op de lijst van gebieden van communautair belang. De instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied hebben onder meer betrekking op voor verzuring gevoelige habitats en soorten die van die habitats afhankelijk zijn. Het
2.5. Ingevolge verstaan: 1°.
gebied
dat
artikel
1, onder
is aangewezen
gebied dat voorkomt op de in artikel 4, tweede lid, van de 3°,
8
12-12-2012
Aanvraag
Nbw
de
n,
van
op
grond
van
1998
artikel
lijst van gebieden Habitatrichtlijn.
Natuurbeschermingswetvergunning
wordt
onder
10a, eerste
van
Natura
2000-gebied
lid,
communautair
belang,
bedoeld
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 15
2.5.1. Ingevolge artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998, voor zover hier van belang, is het verboden zonder vergunning van het college van gedeputeerde staten projecten of andere handelingen te realiseren onderscheidenlijk te verrichten die gelet
op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten.
Ingevolge artikel 19e, aanhef en onder a, van de Nbw 1998, voor zover hier belang, houden gedeputeerde staten bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, rekening met de gevolgen die een project of andere handeling, waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen bedoeld in het derde lid van artikel 10a, kan hebben voor een Natura 2000-gebied. 2.5.2. van
lid, van de Nbw 1998, voor zover hier van belang, de initiatiefnemer voor projecten waarover gedeputeerde staten een besluit op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, nemen, en die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar die afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of handelingen significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied waarbij rekening wordt de instandhoudingsdoelstelling van dat gebied. met gehouden 2.5.3. maakt
Ingevolge
artikel
19f,
eerste
Ingevolge artikel 19g, eerste lid, van de Nbw 1998 kan, indien een passende beoordeling is voorgeschreven op grond van het eerste lid van artikel 19f, een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 19d slechts worden verleend indien gedeputeerde staten zich op grond van de passende beoordeling ervan hebben verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast. 2.5.4.
2.5.5. Ingevolge artikel 19kd, eerste lid, van de Nbw 1998 betrekt het bevoegd gezag bij besluiten over het toepassen van artikel 19c en het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, niet de gevolgen die een handeling kan hebben door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied in de vol[plaats]e gevallen: a.
de
handeling
is
gebruik
dat
referentiedatum werd verricht en is sedertdien gewijzigd, en heeft sedertdien per saldo geen op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura
op mate
niet of niet in betekenende toename van stikstofdepositie
de
2000-gebied veroorzaakt; handeling is een activiteit die na de referentiedatum is begonnen, of een gebruik dat na de referentiedatum in betekenende mate is gewijzigd, waarbij is verzekerd dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied als gevolg van die activiteit of dat gebruik per saldo niet is toegenomen of zal toenemen. b. de
B
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 16
Ingevolge
het derde
artikellid wordt
onder "referentiedatum"
als bedoeld
in het
eerste
lid verstaan:
a.
7 december
2004, of
waarop het desbetreffende gebied is aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn dan wel, ingeval dit eerder is, de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Habitatrichtlijn, voor zover die aanwijzing, onderscheidenlijk verklaring plaatsvindt na 7 december 2004. b. de datum
het vierde artikellid wordt, voor zover hier van belang, onder “voor stikstof habitats in een Natura 2000-gebied" voor de toepassing van dit artikel verstaan: voor stikstof gevoelige natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000-gebied ten aanzien waarvan op grond van artikel 6, eerste lid, van de Habitatrichtlijn een verplichting geldt tot het treffen van instandhoudingsmaatregelen.
Ingevolge gevoelige
lid, van de Habitatrichtlijn treffen de lidstaten te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de voorzover die factoren, zones zijn aangewezen gelet op de doelstellingen van deze effect zouden kunnen hebben. een richtlijn significant 2.5.6.
Ingevolge artikel 6, passende maatregelen om
tweede ervoor
derde lid, van de Habitatrichtlijn wordt voor elk plan of direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, niet project met andere plannen of projecten significante maar afzonderlijk of in combinatie hebben voor een kan dergelijk gebied, een passende beoordeling gemaakt gevolgen van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of 2.5.7.
Ingevolge artikel 6, dat
4, project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden.
2.5.8. Ingevolge artikel 7 van de Habitatrichtlijn komen de uit artikel 6, tweede, derde en vierde lid, voortvloeiende verplichtingen in de plaats van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 4, vierde lid, eerste zin, van de Vogelrichtlijn wat betreft de speciale beschermingszones die overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van die richtlijn zijn aangewezen of bij analogie overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van die richtlijn zijn erkend, zulks vanaf de datum van toepassing van de onderhavige richtlijn, dan wel vanaf de datum van de aanwijzing of erkenning door een lidstaat overeenkomstig de Vogelrichtlijn, indien deze datum later valt. 2.5.9. Ingevolge artikel 4, vijfde lid, van de artikel 6, tweede, derde en vierde lid, zodra communautair belang is geplaatst.
id
12-12-2012
Habitatrichtlijn gelden de bepalingen van een gebied op de lijst van gebieden van
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 17
2.6.
dat het college artikel 19kd van de Nbw 1998 onjuist heeft door zich op het standpunt te stellen dat geen vergunningplicht meer geldt artikel 19d indien aan de bepalingen van artikel 19kd van de Nbw 1998 is
[appellanten] betogen
toegepast ingevolge
indien ervan wordt uitgegaan dat per saldo een afname is van dan betekent dit volgens [appellanten] wat zij bestrijden stikstofdepositie daarmee de vergunningplicht ingevolge artikel 19d is komen te vervallen.
voldaan.
Zelfs
de niet dat
-
-
Daarnaast is volgens [appellanten] artikel 19kd, derde lid, van de Nbw 1998 in strijd met artikel 6, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn, omdat de daarin opgenomen referentiedatum is gelegen na de datum waarop de Gelderse Poort is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Bovendien staat een peildatum van 7 december 2004 of later volgens hen op gespannen voet met de veel eerder gelegen datum van 7
april
1981
waarop
de
Vogelrichtlijn geïmplementeerd
moest
zijn.
Voorts voeren zij aan dat bij de beoordeling van de toename van de stikstofdepositie ten onrechte de bestaande bedrijfsvoering buiten beschouwing is gelaten. Ook is volgens [appellanten] niet verzekerd dat de stikstofdepositie niet zal toenemen, aangezien in het bestreden besluit niet is vastgelegd dat de vigerende milieuvergunningen van de agrarische bedrijven aan de [locatie c] en de [locatie b] moeten worden ingetrokken ten behoeve van de uitbreiding van de bewuste
veehouderij. 2.6.1. In het bestreden besluit is vermeld dat de uitbreiding van de veehouderij aan de [locatie] (ongenummerd) leidt tot een toename van de stikstofdepositie met 3,14 mol/ha/jaar en dat de intrekking van de milieuvergunningen van de bedrijven aan de [locatie c] en de [locatie a] leidt tot een afname van de stikstofdepositie met 13,33 mol/ha/jaar. Per saldo is volgens het college derhalve sprake van een afname van de Omdat na de referentiedatum het gebruik in betekenende mate is is in dit geval artikel 19kd, eerste lid, onder b, van de Nbw 1998 van gewijzigd, en is volgens het college een inhoudelijke beoordeling van de toepassing stikstofdepositie niet toegestaan. Het college stelt zich op het standpunt dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat met de inwerkingtreding van artikel 19kd is beoogd om de vergunningplicht ingevolge artikel 19d te laten vervallen en dat toepassing van artikel 19kd in dit geval inhoudt dat sprake is van geen enkel negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied "Gelderse Poort”, zodat de
stikstofdepositie.
grond
voor
een
2.6.2.
Gelet
op
vergunningplicht de
redactie
van
is komen artikel
19kd
vervallen.
te
van
de
Nbw
1998,
in het
bijzonder
de
aanhef van het eerste lid, volgt hieruit niet dat de uit artikel 19d van de Nbw 1998 voortvloeiende vergunningplicht voor de nader in het eerste lid van artikel 19kd omschreven gevallen niet geldt. Veeleer moet uit de tekst worden opgemaakt dat in
gevallen bij de besluitvorming over de te verlenen vergunning de gevolgen handeling kan hebben door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied niet worden betrokken. die
die
een
Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 19kd van de Nbw 1998 kan weliswaar worden afgeleid dat is beoogd om de vergunningplicht ingevolge artikel 19d niet van toepassing te laten zijn op gevallen waarin ten opzichte van de
ä
12-12-2012
Aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 18
referentiedatum per saldo geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige natuurlijke habitats en habitats voor soorten in een Natura 2000gebied (Kamerstukken I, 2009/10, 32 127, C, blz. 40 en 42), maar dit kennelijk beoogde rechtsgevolg van de toepassing van artikel 19kd van de Nbw 1998 heeft zijn weerslag niet gevonden in de tekst van deze bepaling. De Afdeling is van oordeel dat
moet worden toegekend aan de tekst van de bepaling. belang dat het aannemen van een uitzondering op de deze voortvloeit uit artikel 19d tot rechtsonzekerheid kan zoals vergunningplicht, nu niet zonder voorafgaand onderzoek objectief kan worden vastgesteld of leiden, aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 19kd van de Nbw 1998 is voldaan en derhalve geen Nbw-vergunning zou behoeven te worden aangevraagd.
doorslaggevende
betekenis
dit verband
van
is ook
In
Het college stelt zich dan ook ten onrechte op het standpunt dat artikel 19kd van de Nbw 1998 een uitzondering maakt op de vergunningplicht ingevolge artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998. Zelfs indien een van de genoemde gevallen onder a of onder b van het eerste lid van artikel 19kd zich voordoet moet alsnog een vergunning worden verleend, al dan niet met beperkingen of voorschriften. het vorenstaande heeft het college het besluit van 6 april 2009 inhoudende de verlening van een vergunning ingevolge artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 aan de varkenshouderij aan de [locatie] (ongenummerd) te [plaats] op onjuiste gronden herroepen. Het beroep gericht tegen het besluit van 21 mei 2010 van het college is gegrond. Het besluit van 21 mei 2010 dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998. 2.7. Gezien
2.8. Ten behoeve van het nieuw te nemen besluit op bezwaar wijst de Afdeling nog op het vol[plaatsje. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 31 maart 2010 in zaak nr. 200903784/1/R2) is zowel de oprichting van een intensieve veehouderij als de wijziging of uitbreiding van een bestaande intensieve veehouderij in artikel 6, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn. een project als bedoeld 2.8.1. Bij de vergunningverlening ingevolge artikel 19d van de Nbw 1998 dient zich de vraag aan of de referentiedatum die is opgenomen in artikel 19kd, derde lid, onder a en onder b, van de Nbw 1998 in strijd is met artikel 6, derde en vierde lid, van de zoals door Habitatrichtlijn, [appellanten] is gesteld.
gevolg van de inwerkingtreding van artikel 19kd dient bij de vergunningverlening ingevolge artikel 19d bij de voorafgaande beoordeling of een project significante gevolgen als bedoeld in artikel 19f van de Nbw 1998 kan hebben, wat betreft de beoordeling van de effecten van stikstofdepositie uitgegaan te worden van de Als
referentiedatum referentiedatum
als omschreven in het derde artikellid van artikel is niet eerder gelegen dan 7 december 2004.
19kd.
Die
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de hiervoor genoemde uitspraak van 31 maart 2010 is de procedure voor voorafgaande beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn niet van toepassing als voor het project toestemming is verleend voor de datum van vaststelling van de lijst van gebieden van communautair belang, te weten 7 december 2004. Daarbij is in aanmerking genomen
12-12-2012
Aanvraag
Natuurbeschermingswetvergunning
Helenaveenseweg 23 5975 MS Sevenum 19
dat de
procedure voor voorafgaande Habitatrichtlijn eerst van toepassing
beoordeling, gelet op artikel 4, vijfde lid, na de vaststelling van die lijst.