01d Bijlage 2 BBV (meerjaren)begroting 2025-2027
Tekst van het document
2024
2025
2026
2027
Lasten
0
0
0
0
Baten
-141
-37
-37
-37
Dividend aandelen BNG / Enexis
De provincie adviseert in de begroting 2024-2027 rekening te houden met een dividend van € 2,50 per aandeel BNG voor de jaren 2024 tot en met 2027 op basis van de jaarcijfers 2022. Het advies van de Provincie m.b.t. de Enexis aandelen is rekening te houden met een dividend van € 0,23 per aandeel voor het begrotingsjaar 2024 en voor de jaren 2025-2027 € 0,40 per aandeel op basis van de laatste Lange termijn Financiële doorrekening (LTFD). We volgen het advies van de provincie. Hogere opbrengst toeristenbelasting
2024
2025
2026
2027
Lasten
0
0
0
0
Baten
830
921
892
892
Op basis van het werkelijke aantal overnachtingen in 2022 en de voorlopige cijfers 2023 verwachten we vanaf 2024 meer overnachtingen. Aanvullend hieraan zijn de tarieven met een inflatiecorrectie van 3,1% verhoogd. Programma Manager en communicatie voor samenwerking met Venray
2024
2025
2026
2027
Lasten
-75
-75
0
0
Baten
0
0
0
0
Samenwerken betekent samen de schouders onder grote vraagstukken zoals de digitale transformatie van de organisatie en de samenleving of de uitvoering van de Wet Open Overheid. Samen kom je verder. Om samenwerking optimaal te laten renderen moet je er ook bewust effort, tijd en middelen insteken. Daar waar we in 2022 en 2023 middelen beschikbaar hadden (beschikbaar gesteld bij de instelling van de GR) is voor 2024 en 2025 aanvullend een bedrag nodig voor communicatie en programmamanagement. Reisdocumenten en rijbewijzen
2024
2025
2026
2027
Lasten
-40
-35
-105
-151
Baten
28
21
161
248
De te verwachten aanvragen reisdocumenten en rijbewijzen zijn berekend op basis van het huidige inwonersbestand en de nieuwe berekening van RDW voor rijbewijzen. Bij de berekening van de verwachte inkomsten hebben we rekening gehouden met de prijsverhoging als gevolg van de inwerkingtreding van de wet Digitale Overheid. Rijbewijzen kunnen vanaf dan worden gebruikt om online in te loggen. Vervanging hardware/servers en verhoging huur en onderhoud IV
2024
2025
2026
2027
Lasten
-679
-664
-664
-664
Baten
0
0
0
0
Onze computersystemen (servers/hardware) zijn aan vervanging toe. Ze zijn afgeschreven en geven beperkingen in gebruik en veiligheid. De leasekosten van de nieuwe servers zijn hoger door hogere materiaal- en beveiligingskosten (€ 314.000). Daarnaast is aanvullende software om de beveiliging tegen Cyberaanvallen up to date te houden, noodzakelijk (€ 265.000). Het budget huur en onderhoud is ten opzichte van 2023 te laag geraamd (€ 100.000). Hierdoor is bijraming onvermijdelijk.
.
60
Overige ontwikkelingen
379
636
1283
1142
Borgen continuiteit ICT (Beveiliging, digitale transformatie, telefoniecentrale en projecten I&A)
2024
2025
2026
2027
Lasten
-740
-790
-790
-790
Baten
0
0
0
0
Digitale dienstverlening en de inzet van digitale middelen is al voor veel inwoners en bedrijven gemeengoed in het dagelijks leven. Dit zal de komende jaren verder toenemen door onder andere technologische ontwikkelingen (denk bijvoorbeeld aan Artificial Intelligence). Ook voor gemeenten wordt deze moderne en actuele dienstverlening gestimuleerd door o.a. de Digitale Agenda (VNG) en diverse wet- en regelgeving als de Wet Open Overheid, de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer en de Nieuwe Archiefwet. Hierbij staan altijd de inwoners en bedrijven centraal. Inwoners moeten eenvoudig en plaats- en tijdsonafhankelijk een aanvraag of gegevens kunnen indienen, waarbij ze het hele proces van aanvraag tot en met besluit en archivering daarvan kunnen volgen via bijvoorbeeld een inwonersportaal. Dit vraagt om eenduidige en efficiënte inrichting van de dienstverlening en onderliggende zaakgerichte ketenprocessen met inzet van digitale middelen, zoals een nieuwe applicatie voor het Sociaal Domein en Financiën, een zaaksysteem voor de generieke dienstverlening als bezwaar en beroep en klachtafhandeling en een digitaal archief (e-depot) waarmee we ook onze afgehandelde aanvragen proactief digitaal kunnen publiceren.
Hiermee voldoen we dan tevens aan onder ander de Wet Open Overheid en Wet Digitale Overheid.Naast de noodzaak voor de verdere ontwikkeling van onze (digitale) dienstverlening en bedrijfsprocessen voor onze inwoners, zorgen we er ook voor dat onze processen effectiever en ‘leaner’ worden ingericht, en we efficiëntie-voordelen bereiken. Hiervoor zetten we proces-consulenten in en we starten nieuwe ontwikkelingen op basis van een business-case die ook gemonitord wordt. De bereikte efficiëntievoordelen investeren we direct weer in de organisatie. De verdere ontwikkeling en digitalisering van onze dienstverlening beslaat meerdere jaren, waarbij continue rekening wordt gehouden met de dan spelende omstandigheden en ontwikkelingen. Om hier goed op in te kunnen spelen gaan we ook een ‘innovatie-platform’ inrichten, waarbij laagdrempelig nieuwe ontwikkelingen als bijvoorbeeld artificial intelligence ontwikkeld en geïntegreerd wordt in onze interne en externe dienstverlening. Denk hierbij aan chatbots voor beantwoorden van veelvoorkomende vragen van inwoners en medewerkers. De mede door digitalisering gedreven verandering van onze dienstverlening, processen en organisatie, ofwel de Digitale Transformatie, gaat de hele organisatie aan en is een belangrijk onderdeel van programma 7 (Een gezonde , duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie).
De noodzaak om nu al actief in te zetten op de digitale transformatie is ook mede gedreven vanuit de wet- en regelgeving. De gevraagde middelen zetten we in voor de aanschaf van de nodige software alsmede de bijbehorende capaciteit. Gedeeltelijk terugdraaien geraamde stortingen in de algemene reserve
2024
2025
2026
2027
Lasten
1.500
1.000
0
0
Baten
0
0
0
0
Er staan stortingen in de algemene reserve vrij aanwendbaar van € 3,5 mln. in 2024 en € 5 mln. in 2025 geraamd in onze begroting. De storting van 2024 draaien we terug met € 1,5 mln. en 2025 met € 1,0 mln. Dit leidt ertoe dat de jaren 2024 en 2025 sluitend zijn." Inburgeringsvoorzieningen
2024
2025
2026
2027
Lasten
23
18
18
18
Baten
0
0
0
0
Naar verwachting moeten we in 2024 ongeveer 120 statushouders huisvesten. Gemiddeld genomen zijn hiervan 60% volwassenen, die zijn inburgeringsplichtig. In dat geval zijn dit 70 inburgeraars. Per inburgeringstraject, bestaande uit o.a. een leerroute en maatschappelijke begeleiding, ontvangen we een rijksbijdrage van ongeveer € 13.000. We verwachten een rijksbijdrage in 2024 en 2025 van € 910.000 voor de bekostiging van de inburgeringstrajecten. In 2024 was € 79.700 geraamd, dit bedrag wordt opgehoogd naar € 910.000. Voor 2026 en verder is nog geen bedrag opgenomen i.v.m. grote onzekerheid. Verder is als gevolg van het toegenomen aantal inburgeraars door de hoge instroom van statushouders, de locatie Onze Loods ontoereikend voor het inburgeringsaanbod. Daarom wordt noodgedwongen op een andere locatie lesruimte ingekocht (extra kosten € 39.500). De stelpost Algemene Uitkering Inburgering en Leefbaarheidstoets van € 23.000 in 2024 en € 18.000 in volgende jaren kan voor deze ontwikkelingen worden ingezet.
61
Onttrekking Reserve bidbook 2024 en 2025
2024
2025
2026
2027
Lasten
-350
-292
0
0
Baten
350
292
0
0
De middelen die in 2022 voor de organisatieontwikkeling beschikbaar waren zijn niet volledig ingezet en bij de jaarrekening 2022 gestort in de bestemmingsreserve bidbook-organisatieontwikkelingIn 2024 verwachten we € 350.000 uit de reserve voor de organisatieontwikkeling te halen. In 2025 € 292.169 waarna we de reserve per 31-12-2025 leeg is. Om slagvaardig te kunnen zijn ligt het mandaat over de inzet van de middelen bij de gemeentesecretaris, die op haar beurt verantwoording aflegt in de bijstellingen gedurende het jaar en in de jaarrekening na afloop van het jaar. Opbouw zero based begroting 2025 - 2028
2024
2025
2026
2027
Lasten
-120
0
0
0
Baten
0
0
0
0
De begroting 2025 gaan we geheel vanaf 0 opnieuw opbouwen. Per programma nemen we de budgetten door en bepalen we of deze noodzakelijk en/of toereikend zijn. We kunnen dit niet uitvoeren binnen de bestaande capaciteit omdat we in 2024 ook een nieuw financieel pakket implementeren. Om dit mogelijk te maken hebben we dan ook externe ondersteuning nodig. De kosten hiervoor worden geschat op € 120.000. Programmatisch werken
2024
2025
2026
2027
Lasten
-200
0
0
0
Baten
0
0
0
0
In de organisatie gaan we starten met programmatisch werken. Een nieuwe werkwijze voor complexe, urgente en grote veranderopgaves. De veranderprogramma’s vitale kernen en Duurzaam Horst aan de Maas fungeren als pilot voor deze nieuwe aanpak. De pilot is met name gericht om de veranderopgaves in beeld te brengen en om te bekijken op welke manier we deze nieuwe manier van werken in onze organisatie kunnen vervlechten. Voor de pilots, de inrichting en governance van het programmatisch werken, hebben we in de begroting 2024 voor het jaar 2024 een werkbudget van € 200.000 opgenomen. De volledige programmaplannen van de veranderprogramma’s met bijbehorende financiële consequenties gaan we in de begroting van 2025 verwerken. Realisatie financiële dekkingsopgave collegeprogramma/extra verhoging ozb niet woningen
2024
2025
2026
2027
Lasten
0
0
0
0
Baten
-197
-244
109
250
In de kaderbrief 2024 is aangegeven dat als het noodzakelijke is om de "financiële dekkingsopgave van het collegeprogramma" in de huidige begroting te realiseren, het verhogen van het ozb-niet woningen tarief naar het provinciale gemiddelde, acceptabel is. Wij stellen voor langzaam middels de volgende tariefsverhogingen toe te groeien naar het provinciaal gemiddelde tarief: 2024 5%, 2025 5%, 2026 5%, 2027 2%. Deze verhogingen komen bovenop de voorgestelde reguliere indexatie van 3,1%. Let op de actualisatie van het kostendekkingsplan van de riolering (raad november) gaat uit van een flink verhoging van de rioolheffing m.i.v. 2024 incl. invoering gebruikersheffing op basis van waterverbruik rioolheffing waterverbruik < 500 m³ van € 230 naar € 280, verhoging 20%. Rioolheffing waterverbruik > 500 m³ < 1.000 m³ van € 230 naar € 560, verhoging 140%. € 230 is het gemiddelde in Limburg in 2023. Gebruikers met een hoog waterverbruik (over het algemeen bedrijven) krijgen hierdoor dus te maken met een flinke lastendrukstijging. Reservering accommodatiebeleid
2024
2025
2026
2027
Lasten
-40
-40
-40
-40
Baten
0
0
0
0
Vooruitlopend op een nieuw te ontwikkelen accommodatiebeleid is het noodzakelijk om voor een aantal accommodatie-gerelateerde zaken reeds budget in de begroting op te nemen. Dit om reeds genomen besluiten te kunnen verwerken (het schrappen van een ombuiging op accommodaties in 2024), maar ook om in te kunnen spelen op onvoorziene/dringende knelpunten bij accommodaties voordat het accommodatiebeleid gereed is (o.a. de Wingerd, gymzaal America). Bij de herijking van het accommodatiebeleid (Q1-2024) wordt vervolgens integraal bekeken in hoeverre bijdrages structureel gemaakt moeten/kunnen worden.
62
Revolverend fonds dat de revitalisatie van bedrijventerreinen mogelijk maakt.
2024
2025
2026
2027
Lasten
-25
0
0
0
Baten
0
0
0
0
In de kaderbrief 2024 is aangegeven dat hier budget voor in de begroting moet worden opgenomen. In 2024 hebben we € 25.000 als onderzoeksbudget hiervoor opgenomen. Uit dit onderzoek moet blijken of er in de toekomst verder investeringen gedaan worden. Vooralsnog zijn deze op p.m. gezet. Versterken team VTH
2024
2025
2026
2027
Lasten
-500
-500
-500
-500
Baten
0
0
0
0
In 2021 is gestart met de herorganisatie toezicht en handhaving binnen onze gemeente met als doel, toezicht en handhaving dichter bij de organisatie en het bestuur te organiseren voor meer directe en snelle sturing. Landelijk worden we ingehaald door diverse ontwikkelingen; ten behoeve van het klimaat zijn de regels toegenomen, is de onderlinge tolerantie afgenomen en trekt de politie zich door capaciteitsproblemen steeds vaker terug, waardoor een groter beroep wordt gedaan op het gemeentelijke toezicht en bestuurlijke handhaving. Met de uitdagingen zoals benoemd is de behoefte zoals deze in 2021 is neergelegd niet meer de behoefte en bijbehorende capaciteit die aansluit op de huidige maatschappij en de omstandigheden. Sterker nog, in reactie op voornoemde ontwikkelingen heeft het college inmiddels ook extra projecten opgenomen in haar programma. De huidige personele capaciteit kan hier niet in voorzien, waardoor extra capaciteit is benodigd. Om de bestuurlijke ambities te realiseren, aan te sluiten op de maatschappelijke ontwikkelingen en in te spelen op o.a. het financiële construct van de RUD waar onze gemeente onderdeel van is, is een aanvullend budget van structureel € 500.000 nodig. Versterking team WIZ
2024
2025
2026
2027
Lasten
-80
-80
-80
-80
Baten
0
0
0
0
Bij het opstellen van het verbeterplan WIZ en bidbook organisatieontwikkeling is de formatie bij het RIT (reintegratie, particpatiewet) niet meegenomen. De aandacht ging met name uit naar de knelpunten bij de gebiedsteams omdat daar sprake was van een hoog percentage uitval en hoge wachtlijsten. Door bepaalde RIT gerelateerde werkprocessen niet op te pakken is het formatietekort enige tijd opgevangen. Maar ook bij WIZ streven we naar de Basis op Orde m.b.t. de formatie. De werkdruk is momenteel onaanvaardbaar hoog door o.a. de verhoogde instroom statushouders en de daarmee gepaard gaande stijging van verstrekte uitkeringen. Ook het extra werk door achterstanden van controle en handhaving leidt tot een te hoge werkdruk. De verwachting is dat het transformatieplan Sociaal Domein, de organisatieontwikkeling en de uitkomsten van het kernteam voor de tweede helft van 2024 antwoord geven op de benodigde structurele formatie bij RIT. Dat neemt niet weg dat nu al zichtbaar is dat de huidige formatie niet toereikend is voor de werkzaamheden en 1 fte uitbreiding noodzakelijk is.
Overzicht investeringen
Nieuwe investeringen in 2024 tot en met 2027 die de raad al heeft goedgekeurd Bruto Bijdr. Netto investering derden investering
2024
2025
Tractie zuigaanhanger 2024
42
42
42
Tractie veegwagen 2024
152
152
152
Tractie vrachtauto Volvo 2025
168
168
168
Tractie heftruck Shangli 2025
23
23
23
Tractie tractor Fendt 2026
126
126
2026
2027
126
63
Algemene dekkingmiddelen Begroting Begroting Begroting Begroting 2024
2025
2026
2027
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is
19.769
20.122
20.475
20.616
Algemene uitkering
78.939
80.877
74.945
74.414
Dividend
502
606
606
606
Saldo van de financieringsfunctie
628
547
511
475
Totaal algemene dekkingsmiddelen
99.838
102.152
96.537
96.111
Vennootschapsbelasting
Er zijn nog voldoende verliezen uit het verleden die we kunnen verrekenen met eventuele toekomstige winsten in de aangiftes van 2022 en verder. We verwachten in de komende jaren nog geen Vennootschapsbelasting (Vpb) te hoeven betalen. Onvoorzien
Vanaf de begroting 2023 hebben we geen afzonderlijke post onvoorzien meer. Eventuele onvoorziene uitgaven die onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn komen ten laste van ons weerstandsvermogen en worden in de paragraaf 'weerstandsvermogen en risicobeheersing' uiteengezet en toegelicht.
64
Paragrafen
65
A. Lokale heffingen 1. Algemeen De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2024 ongeveer 21% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht zijn de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd.
Overzicht inkomsten uit heffingen 2024 Rekening 2022
Begroot na wijziging 2023
Begroting Procentuele 2024 afwijking begroting 2024-2023 15.510 6,5%
Onroerende zaakbelasting (OZB)
13.137
14.569
Afvalstoffenheffingen en reinigingsrecht
4.237
4.427
4.595
3,8%
Rioolheffing
4.184
4.650
4.701
1,1%
Toeristenbelasting
2.867
3.183
4.013
26,1%
Baatbelasting
2
3
3
0,0%
Reclamebelasting
93
87
87
0,0%
Precariobelasting
29
25
25
0,0%
Marktgelden
19
20
20
0,0%
Begraafplaatsrechten
15
15
15
0,0%
Overige heffingen
2.933
2.356
2.617
11,0%
Totaal inkomsten uit heffingen
27.516
29.335
31.585
.
Totaal inkomsten begroting/rekening
137.980
142.679
144.920
.
In de hogere opbrengsten van de OZB is rekening gehouden met de reguliere indexatie van 3,1% en een verhoging voor de OZB niet-woningen van 5%. Met betrekking tot de rioolheffing gaat de begroting uit van een stijging van het tarief van 22%. Deze stijging is nog niet in de hierboven genoemde opbrengst rioolheffing verwerkt. De overige heffingen zijn geïndexeerd met een inflatie met 3,1% tenzij anders aangegeven. 2. Kostendekkendheid In deze paragraaf brengen we per heffing waarbij de baten de lasten niet mogen overschrijden, de kostendekkendheid in beeld. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om de volgende heffingen: • • • • • • •
afvalstoffenheffing; reinigingsrecht; rioolheffing; rioolaansluitrecht; marktgelden; lijkbezorgingsrechten; leges.
Per heffing brengen we de directe kosten, overhead, BTW en opbrengsten in beeld. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • •
Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing, kapitaallasten). De overhead rekenen we met een opslagpercentage van 89% op de directe personeelslasten toe aan de heffing. 67
• •
De inkoop-BTW is als last meegenomen. De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2024 zoals die in de paragraaf genoemd worden.
3. Onroerende zaak belasting (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. In de kaderbrief 2024 is aangegeven dat als het noodzakelijke is om de "financiële dekkingsopgave van het collegeprogramma" in de huidige begroting te realiseren, het verhogen van het ozb-niet woningen tarief naar het provinciale gemiddelde, acceptabel is. Om genoemde dekkingsopgave te realiseren wordt in 4 jaren toegegroeid naar het provinciaal gemiddelde tarief middels de volgende tariefsverhogingen: 2024 5%, 2025 5%, 2026 5% en 2027 2%. Deze verhogingen komen bovenop de reguliere indexatie van 3,1% voor 2024. In de begroting van 2024 is rekening gehouden met een indexering van 3,1%. Het tarief voor nietwoningen is met 5% extra verhoogd. Dit is de 1e stap waarmee we in 4 jaar tijd toegroeien naar het provinciaal gemiddelde. Dit levert voor 2024 de volgende tarieven op: Onroerende zaak belasting bedragen in hele euro's
2023
2024
Stijging 2024 t.o.v. 2023
Tarief Ozb-eigenaar woningen
0,1288%
0,1328%
3,1%
Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen
0,2707%
0,2926%
8,1%
Tarief Ozb gebruiker niet-woningen
0,2163%
0,2338%
8,1%
Gemiddelde aanslag woning (woz-waarde 2023 € 326.000)
€ 420,24
€ 433,29
3,1%
€ 1.972,06
€ 2.131,60
8,1%
Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker (woz-waarde 2023 € 405,000)
Het tarief Ozb-eigenaar woningen in onze gemeente ligt in 2023 6,7% boven het gemiddelde tarief van alle Limburgse gemeenten (0,1206%). Het tarief Ozb-eigenaar niet-woningen ligt 14,6% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,3170%). En het tarief Ozb-gebruiker niet-woningen ligt 15,6% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,2562%). De genoemde tarieven voor 2024 corrigeren we nog met de gemiddelde daling / stijging van de WOZwaarden. Dit doen we bij het vaststellen van de verordening Onroerende zaakbelasting 2024 in december 2023 als de woz-waardeontwikkeling bekend is. 4. Reinigingsheffingen (Afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. We heffen een afvalstoffenheffing van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke. Reinigingsrechten heffen we van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De basisheffing stijgt met 3,1% (inflatiecorrectie) in 2024.
Omdat de overige tarieven voor restafvalzakken en dergelijke gelijk blijven, stijgt de gemiddelde lastendruk voor de reinigingsheffingen met 1,6% De indexatie van de basistarieven met 3,1% leidt in 2024 tot de onderstaande tarieven:
68
Reinigingsheffingen bedragen in hele euro's
2022
2023
2024
Stijging 2024 t.o.v. 2023
Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden Restafvalzak
€ 232,24 € 171,42 € 1,70
€ 237,84 € 175,56 € 1,70
€ 245,16 € 180,96 € 1,70
3,1% 3,1% 0,0%
Gemiddelde lasten (1) Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1) Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) (inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.)
€ 237,78 € 255,10 € 182,42
€ 243,27 € 261,00 € 186,63
€ 247,13 € 265,19 € 189,64
1,6% 1,6% 1,6%
De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2023 € 261,00. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 298,56 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). Dit is 12,6% (€ 37,56) lager dan het gemiddelde. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de verordening Reinigingsheffingen 2024, die in december 2023 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2024. Kostendekkendheid afvalstoffenheffing
100%
afval
stoffenheffing, baten bedragen € 4.536.317, lasten bedragen € 4.544.526
69
Kostendekkendheid reinigingsrechten
100%
reinigingsrechten, baten bedragen € 56.545 , lasten bedragen € 56.272 5. Rioolheffing Gemeenten bekostigen maatregelen (voorzieningen) voor de verwerking van afval-, hemel- en overtollig grondwater uit de rioolheffing. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Daarmee kunnen kosten worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen voor een doelmatig werkende riolering en maatregelen ten aanzien van afval- hemelwater en grondwater. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven.Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-12024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. Hierbij rekening houdend met een geactualiseerd kostendekkingsplan. Het kostendekkingsplan, de onderlegger van het gemeentelijk rioleringsplan, is geactualiseerd. De tarieven zijn gebaseerd op het geactualiseerde kostendekkingsplan waarbij de financiële cijfers verwerkt worden bij de 1e bijstelling 2024. Uit het geactualiseerde kostendekkingsplan van het GRP 2022-2026 volgt een noodzakelijke verhoging van het tarief voor de rioolheffing van € 230 in 2023 naar € 280 in 2024.
Voor een verdere toelichting op onze ambities verwijzen wij u naar het raadsbesluit inzake de Actualisatie Kostendekkingsplan van het Gemeentelijk Rioleringsplan van 24 oktober 2023. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de Verordening rioolheffing 2024, dat in december 2023 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2024.
70
Dit levert voor 2024 de volgende tarieven op: Rioolheffing bedragen in hele euro's
Vast tarief per eigendom Variabel tarief gebruik waterverbruik > 500m³ Waterverbruik van < 500 m³ Waterverbruik van 500 m³ t/m 999 m³ Waterverbruik van 1.000 m³ t/m 1.999 m³ Waterverbruik van 2.000 m³ t/m 2.999 m³ Waterverbruik van 3.000 m³ t/m 3.999 m³ Waterverbruik van 4.000 m³ t/m 4.999 m³ Waterverbruik van 5.000 m³ t/m 9.999 m³ Waterverbruik van 10.000 m³ t/m 49.999 m³ Waterverbruik > 50.000 m³
2023
2024
Stijging 2024 t.o.v. 2023
€ 230
€ 280
22%
€€€€€€€€€-
0 € 280 € 560 € 840 € 1.120 € 1.400 € 2.800 € 8.400 € 16.800
Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2023 ligt in Horst aan de Maas ca. 0,5% lager (€ 1,19) dan in de provincie. Het tarief na verhoging loopt in de pas met vergelijkbare gemeenten en het gemiddelde in Limburg. Naar verwachting zullen ook in deze gemeenten nog stijgingen voor 2024 en verder plaatsvinden. Kostendekkendheid rioolheffing
90%
rioolheffing, baten bedragen € 6.204.040, lasten bedragen € 6.930.682 6. Rioolaansluitrecht Iedere gemeente is vrij in de manier waarop ze de kosten voor het realiseren van een aansluiting op de riolering verhaalt. In onze gemeente verhalen we de kosten via een rioolaansluitrecht. Het rioolaansluitrecht is een eenmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten.
71
Indexatie leidt in 2024 tot de volgende tarieven: Rioolaansluitrecht Type riolering 2023
Stijging 2024 t.ov 2023
2024
bedragen in hele euro's Druk riolering buitengebied Vrijverval-riolering
€ 4.734
€ 4.881
3,1%
€ 248 + € 180 per m¹ perceelaansluitleiding
€ 256 + € 185 per m¹ perceelaansluitleiding
3,0%
Kostendekkendheid rioolaansluitrecht
83%
rioolaansluitrecht, baten bedragen € 58.316, lasten bedragen € 70.155 7. Toeristenbelasting/ watertoeristenbelasting We heffen toeristenbelasting van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting heffen we voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit zijn zowel toeristen als arbeidsmigranten (ca. 15%). De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Dat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s heffen we (water)toeristenbelasting. Het verblijf op vaartuigen bepalen we op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen zoals bij de reguliere toeristenbelasting. Conform de kaderbrief 2024 verhogen we de tarieven voor de toeristenbelasting m.i.v. 2024 van € 1,55 naar € 1,60 (3,1% inflatiecorrectie) per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen passen we in lijn hiermee aan.
72
Toeristenbelasting bedragen in hele euro's
2023
2024
Stijging 2024 t.o.v. 2023
Tarief per persoon per overnachting
€ 1,55
€ 1,60
3,2%
Vaste plaats, vast bedrag per jaar
€ 241,80
€ 249,60
3,2%
Seizoensplaats / arrangement per week
€ 6,20
€ 6,40
3,2%
Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (1) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (1) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (1)
€ 1,55
€ 1,60
3,2%
€ 241,80 € 6,20
€ 249,60 € 6,40
3,2% 3,2%
(1) Vaartuigen, watervilla's. * M.i.v. 2023 geen onderscheid in hoog en laag tarief
8. Vermakelijkhedenretributie De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer wijzigen we voor 2024 niet. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) betrekken we niet in de heffing. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. 9. Precariobelasting We heffen precariobelasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 3,1% geeft dit voor 2024 de volgende tarieven: Precariobelasting terrassen bedragen in hele euro's 2023
Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst of Sevenum per m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar
Stijging 2024 2024 t.o.v. 2023
€ 10,25
€ 10,55
2,9%
€ 6,80
€ 7,00
2,9%
10. Marktgelden We heffen marktgelden voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die de marktlieden in het centrum van Horst betalen, nemen we in de heffing van de marktgelden mee. De promotiegelden betalen we door aan de stichting Centrummanagement Horst
73
aan de Maas. Het Centrummanagement betaalt hiermee collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 3,1% geeft dit voor 2024 de volgende tarieven: Marktgelden bedragen in hele euro's
2023
2024
Stijging 2024 t.o.v. 2023
Voor het innemen van een standplaats per dag
€ 12,05
€ 12,40
2,9%
Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal - per strekkende meter
€ 19,45
€ 20,05
3,1%
- vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst)
€ 24,30
€ 25,05
3,1%
Kostendekkendheid marktgelden
34%
marktgelden, baten bedragen € 20.200, lasten bedragen € 58.909 11. Reclamebelasting We heffen reclamebelasting voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 ingevoerd op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst. De opbrengst van de reclamebelasting betalen we onder inhouding van € 5.000, door aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Die betaalt hiermee collectieve activiteiten voor het promoten van het centrum van Horst. De hoogte van het tarief is sinds 2015 afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde van de vestiging en niet meer van de grootte van de reclameborden zoals dat in 2014 en voorgaande jaren gold.
74
Met toepassing van een inflatiecorrectie van 3,1% geeft dit voor 2024 de volgende tarieven: Reclamebelasting centrum Horst bedragen in hele euro's
2023
2024
Stijging 2024 t.o.v. 2023
Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000) Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m € 291.000)
€ 565
€ 582
3,0%
€ 565+ € 3,39 per € 1.000 woz-waarde 2022 boven de € 150.000
€ 582+ € 3,50 per € 1.000 woz-waarde 2023 boven de € 150.000
€ 1.045
€ 1.077
3,1%
€ 565
€ 582
3,0%
Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan € 292.000) Zone B
* Voor de Reclamebelasting 2024 wordt de woz-waarde 2023 (waardepeildatum 1-1-2022) gehanteerd * Voor de Reclamebelasting 2023 wordt de woz-waarde 2022 (waardepeildatum 1-1-2021) gehanteerd * Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen
12. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten stellen we in overleg met het kerkbestuur vast. Eventuele wijzigingen komen in december 2023 bij het vaststellen van de belastingtarieven 2024 aan de orde. Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten
18%
lijkbezorgingsrechten, baten bedragen € 15.200, lasten bedragen € 81.850 13. Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten voor het leveren van bepaalde diensten. We brengen de kostendekkendheid van de leges 2024 per titel van de legesverordening in beeld. Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen;
75
Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang. In verband met de invoering van de omgevingswet en veranderende wet- en regelgeving passen we de legesverordening op het gebied van de leges omgevingsvergunning m.i.v. 2024 aan. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van diverse belastingverordeningen 2024, dat in december 2023 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2024. Toelichting leges omgevingsvergunningen Kostendekkendheid leges titel 1
48%
leges titel 1, baten bedragen € 718.400, lasten bedragen € 1.497.100 Kostendekkendheid leges titel 2
100%
le
ges titel 2, baten bedragen € 1.866.281, lasten bedragen € 1.872.800
76
Kostendekkendheid leges titel 3
21%
leges titel 3, baten bedragen € 15.089, lasten bedragen € 70.420 14. Kwijtschelding Een inwoner kan voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen een verzoek tot kwijtschelding indienen. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordelen we of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt. Hiervoor gebruiken we de door de gemeente Horst aan de Maas vastgestelde Leidraad Invordering Gemeentelijke belastingen als basis. Twee keer per maand leveren we de ontvangen verkorte kwijtscheldingsaanvragen aan bij Stichting Inlichtingenbureau en deze worden door hen getoetst. Alleen in complexe gevallen, bij uitval of bij afwijkingen van het inkomen of vermogen (o.a. eigen woning) beoordeelt een medewerker van de gemeente de aanvraag. De verwachting is dat we in 2024 ongeveer 85% van de aanvragen automatisch afhandelen. Het is mogelijk dat zelfstandige ondernemers (eenmanszaak) die een inkomen rond het bestaansminimum hebben voor kwijtschelding van hun privé-belastingen in aanmerking komen. Deze zelfstandige ondernemers worden, buiten de toets op het ondernemingsvermogen, op dezelfde wijze (voor dezelfde vermogensbestanddelen) getoetst als particulieren. Afgelopen jaren is gebleken dat maar enkele of geen ondernemers een beroep doen op de kwijtscheldingsregeling.
Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: • • •
OZB Rioolheffing Afvalstoffenheffing
77
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Inleiding In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV. 2. Risico-inventarisatie algemene risico's Voor de begroting 2024 zijn de risico’s geactualiseerd. Daarbij is beoordeeld • in hoeverre eerder geïnventariseerde risico’s actueel zijn voor wat betreft de kans en maximaal financieel gevolg en • of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen. Uit de inventarisatie blijkt dat er 135 algemene risico’s zijn. De geïnventariseerde risico’s zijn aan de hand van kans en maximaal financieel gevolg verdeeld over onderstaande matrix. Algemene risico toegelicht: •
We zien dat de prijzen nog steeds stijgen. Door de inflatie mede veroorzaakt door hogere lonen en energielasten stijgen de prijzen. Dit heeft ook gevolgen voor de (geplande) investeringen en onderhoud van gebouwen en dergelijke. De prijsstijgingen zijn zoveel mogelijk meegenomen in de begroting en daarom niet als apart risico meegenomen.
•
Daarnaast is er op vele gebieden krapte op de arbeidsmarkt met als gevolg dat niet alleen interne functies moeilijk opgevuld worden, maar ook dat leveranciers moeite hebben werkzaamheden binnen bepaalde tijd uit te voeren. Dit betekent dat projecten later uitgevoerd worden.
Financiële klasse 6) x > € 1.000.000
2
1
5) € 500.000 < x < € 1.000.000
7
5
1
4) € 100.000 < x < € 500.000
17
10
6
3) € 25.000 < x < € 100.000
12
18
11
1
2) x < € 25.000
19
13
4
2
1) Geen financiële gevolgen
1
1
1 10%
30%
2
1 50%
70%
90%
Toelichting matrix Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2019. (Volgens 79
planning zal in november 2023 een nieuwe nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen worden vastgesteld, hierin wijzigen de financiële en kansklassen echter niet.) Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000. Hieronder zijn de belangrijkste risico's, met de grootste kans en hoogste financiële klasse, toegelicht. Deze corresponderen met de risico's die in de risicomatrix onderstreept en vetgedrukt zijn. De in de tabel genoemde kans-percentages en financiële klassen verwijzen naar bovenstaande matrix. Andere risico’s zijn in omvang of kans-percentage afgenomen, waardoor deze niet meer in de rode, donkerrode of donker oranje cellen voorkomen. Omschrijving risico 1 Langere wachttijden bij doorverwijzing naar zorgaanbieders (Jeugd en WMO). De wachttijden voor een eerste vraagverhelderingsgesprek zijn grotendeels opgelost wel ervaren we nog langere wachttijden bij de doorverwijzing van de zorg.
Dit wordt onder andere veroorzaakt door personeelsgebrek bij de zorgaanbieders en het feit dat zowel Wmo- als Jeugdcasussen zwaarder van aard zijn. De verwachting is niet dat het aantal of de zwaarte van aanvragen voor zorg en ondersteuning zal afnemen. Wel zijn we over gegaan naar nieuwe inkoopafspraken.
Kans Financiële percentage klasse 75% 4
2 De invloed van economische en maatschappelijke ontwikkelingen op de begrote lasten/investeringen in de diverse beheerplannen voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Bouwkostenstijging en krapte op de arbeidsmarkt spelen ook nog steeds een rol, waardoor de investeringsbedragen en exploitatielasten in de beheerplannen verder onder druk komen te staan. Denk hierbij aan het Meerjaren onderhoudsplan (MJOP), het meerjareninvesteringsplan (MIP) en het wegbeheerplan.
70%
5
3 BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo Dit is een langdurig project, waardoor er onzekerheid is. Er is langere tijd sprake geweest van grote verkopen van grond, maar er is nu nog beperkte planvoorraad. Daarnaast lopen we risico's bij opbrengsten deelexploitaties en op vertraging als gevolg van de stikstofproblematiek en de problematiek m.b.t energie- en stroomvoorzieningen. De realisatie van de 30 ha. werklandschap op grondgebied gemeente Venray is voorlopig stopgezet en geneutraliseerd in de grex. In onze gemeente zijn voorwaarden gesteld voor de invulling van klaver 7, waarbij geen sprake meer kan zijn van grootschalige logistiek. Een kleinschalige verkaveling zal een langere looptijd en minder opbrengsten betekenen. De grondexploitatie van het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo kent een verwacht eindsaldo van € 94 miljoen eind 2030. Het eindresultaat van de totale bedrijfsexploitatie eind 2034 zal nog in belangrijke mate verminderd worden vanwege o.a. andere exploitaties, deelnemingen, organisatiekosten, de vennootschapsbelasting en het reeds uitgekeerd dividend en wordt nu begroot op € 48,7 miljoen. Wij zijn met ons aandeel van 8,3% een relatief kleine risicodrager. Wij zien vooralsnog geen redenen om voorzieningen te treffen, zeker gebaseerd op de risicoanalyse zoals deze op basis van de montecarlosimulatie is toegepast.
Resultaat van de jaarrekening 2022 uit de gewone bedrijfsvoering is € 13,8 miljoen en na belastingen € 11,6 miljoen.
50%
5
80
3. Risico's en grondexploitaties Conform de huidige Nota Grondbeleid (vastgesteld op 20 september 2016) hebben we de Algemene reserve grondexploitatie (ARGE) vastgesteld met een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad bij de behandeling van de Herzieningsrapportage 2018 (raad oktober 2018) ingestemd met het instellen van de reserve POCwinst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften die vervolgens gestort wordt in de Reserve POC-winst. We hevelen bedragen uit de Reserve POC-winst over naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project fluctueert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het voorkomen dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. In die specifieke grondexploitatie wordt dat verder meegenomen. 4.
Benodigde weerstandscapaciteit Naast de hoogte van de ARGE is het noodzakelijk de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen voor de algemene risico’s. De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s is € 49,7 miljoen. Dit betekent dat als alle risico’s zich in volle omvang tegelijk voordoen, dit naar verwachting € 49,7 miljoen kost. Hierbij is geen rekening gehouden met de waarschijnlijkheid (kans) dat het risico zich voordoet. We bepalen de benodigde weerstandscapaciteit met behulp van een risicosimulatie, de zogenaamde Monte Carlo simulatie (statistische simulatie). Uitgangspunt hierbij is dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen en ook niet met een maximale omvang zullen optreden. Daarnaast heeft de gemeenteraad met de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2019 het uitgangspunt vastgesteld dat we 90% zekerheid willen hebben dat het beschikbare weerstandsvermogen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit wordt het zekerheidspercentage genoemd. Ook deze normen wijzigen niet in de nieuwe nota Risicomanagement en weerstandsvermogen die in november 2023 in de raad wordt vastgesteld. Uitgaande van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90% is er een weerstandscapaciteit nodig voor de algemene risico’s van minimaal € 7,7 miljoen.
Dit wil concreet zeggen dat we met een zekerheid van 90% kunnen stellen dat een weerstandsvermogen van € 7,7 miljoen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit betekent dat de algemene reserve basis, die een stand heeft van € 9,12 miljoen heeft voldoende groot is om de risico’s op te vangen. 5. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene Reserve basis Een organisatie loopt altijd risico’s. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, geven we weer door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve basis. Conform de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen bestemmen we deze reserve niet voor andere zaken. Naast deze Algemene Reserve basis zijn er ook nog overige middelen die we ook gebruiken om mogelijke niet begrote kosten - die onverwacht en substantieel zijn - te dekken. Daarvoor komen de volgende onderdelen in aanmerking: • Vrij besteedbare reserves: de ‘Algemene reserve vrij aanwendbaar’. • Stille reserves: de gebouwen en gronden die de gemeente in bezit heeft, vertegenwoordigen een zekere waarde. Wanneer de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde, is er sprake van stille reserves.
Daarbij houden we er rekening mee dat we niet ieder eigendom (op korte termijn) kunnen verkopen. De omvang van de stille reserves is in 2022 opnieuw in beeld gebracht en bedraagt circa € 48,6 miljoen (inclusief pachtgronden). Deze gelden zijn niet op korte termijn beschikbaar. Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we dan ook geen rekening met (eventuele) stille reserves. 81
6. Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit. Om te bepalen in hoeverre het weerstandsvermogen toereikend is, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekeningswijze hiervan is als volgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit De Provincie Limburg bepaalt op basis van de ratio weerstandsvermogen of de beschikbare weerstandscapaciteit van een gemeente toereikend is. In onderstaande tabel staat opgenomen hoe de Provincie de weerstandsnorm classificeert.
Waardering A B C D E F
Weerstandsnorm ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 <0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bij de jaarrekening 2022 is voorgesteld om de benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene reserve basis te verhogen naar € 9.117.998. De ratio is, uitgaande van de stand van de algemene reserve basis voor de jaarrekening, € 9.117.998 / € 7.680.687 = 1,19. Dit valt binnen de gestelde norm van 1,0 – 1,4. We stellen voor om de Algemene reserve basis niet aan te passen en te handhaven op € 9.117.998.
82
7. Kengetallen Kengetallen
Jaarrek. Begr. 2022 2023
1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden muv kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen 3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva 4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten 5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten
6. Belastingcapaciteit woningen = (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Begr. 2027
Gestelde Risico norm*) cat. prov.
35%
51%
66%
69%
76%
73%
81%
A
29%
45%
61%
64%
70%
67%
72%
A
35%
33%
34%
34%
33%
35%
28%
B
-1%
1%
1%
-2%
0%
0%
5%
A
13%
1,4%
1,8%
2,5%
-1,7%
-2,7%
-1,0%
A
97%
101%
102%
102%
102%
102%
100%
B
*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 26-11-2019 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. In november 2023 komt de nieuwe nota Risicomanagement en weerstandsvermogen in de raad en leggen we een actualisatie van de normen voor. Normering van de kengetallen opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies (GTK 2020 gemeenten). Via het gemeenschappelijk toezichtkader van de provincies zijn de onderstaande normeringen voor de kengetallen vastgesteld. Hierbij zijn 3 categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C is het meest risicovol. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belasting capaciteit
Categorie A < 90%
Categorie B 90% - 130%
Categorie C > 130%
< 90% > 50% < 20% >0% <95%
90% - 130% 20% - 50% 20% - 35% 0% 95% - 105%
> 130% < 20% > 35% < 0% > 105%
83
8. Conclusie kengetallen • Ratio 1 en 2: Netto Schuldquote Deze ratio’s geven de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen aan. Hoe lager de schuldquote, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we meerjarig in de laagste risicoklasse A van de provincie en voldoen we aan de door ons zelf gestelde normen. De quotes blijven in de periode 2024 - 2027 ongeveer hetzelfde. De incidenteel lage quotes in 2022 worden veroorzaakt doordat we in 2022 anticiperend op de stijgende rente-ontwikkeling, langlopende geldleningen hebben afgesloten. Een gedeelte hiervan is ook door uitgestelde investeringen tijdelijk bij het rijk middels schatkistbankieren uitgezet. •
Ratio 3. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio, is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de gemeente. Het geeft een beeld in welke mate wij aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe beter. De solvabiliteitsratio blijft in de periode 2024 -2027 nagenoeg gelijk ten opzichte van de jaarrekening 2022 (35%). Hiermee vallen we nog steeds in risicoklasse B van de Provincie en voldoen we ruim aan de door ons zelf gestelde norm van minimaal 28%.
•
Ratio 4. Grondexploitatie Deze ratio geeft aan in hoeverre een gemeente afhankelijk is van de inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties vormen een risico en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Dus hoe lager deze ratio, hoe minder afhankelijk een gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties en hoe beter dat is. De grondexploitatie ratio schommelt in de periode 2024 - 2027 rond de 0%. Hiermee vallen we in de laagste risicoklasse(< 20%) en blijven we onder onze eigen norm van 5%. Dit is vanuit het risicoperspectief een positief.
•
Ratio 5. Structurele exploitatieruimte Deze ratio geeft aan in hoeverre de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage, hoe beter. Om in de laagste risicoklasse te vallen is een percentage van > 0% nodig. In 2022 was de ratio hoog met 13% veroorzaakt door het positieve saldo van de jaarrekening. In 2024 en 2025 is de structurele exploitatieruimte positief en hiermee vallen we dan ook in de laagste risicoklasse. In 2026 en 2027 is de ratio negatief en vallen we dan ook in de hoogste risicoklasse. Een niet structureel sluitende begroting voor de jaren 2026 en 2027 is een bewuste keuze omdat op landelijk niveau de komende periode nog veelvuldig gesprekken plaatsvinden over de financiering van gemeenten door het Rijk vanaf 2026. Gelet op deze financiële onzekerheid heeft de raad bij de Kaderbrief 2023 reeds aangegeven dat we vooruitlopend hierop niet nu al onze ambities naar beneden gaan bijstellen of forse ombuigingen in de begroting gaan verwerken. Het besluit bij de Kaderbrief is ook in lijn met het advies van de VNG.
•
Ratio 6. Belastingcapaciteit: Dit percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. Een ratio van 100% betekent dat de belastingcapaciteit in Horst aan de Maas gelijk is aan het landelijke gemiddelde . De belastingcapaciteit neemt voornamelijk door de verhoging van de rioolheffing in 2024 ten opzichte van de jaarrekening 2022 toe van 97% naar 102% in 2024 en volgende jaren. Op basis hiervan vallen we in de middelste risicoklasse B van de provincie. We voldoen hiermee niet aan de door ons zelf gestelde norm van maximaal 100%. De OZB en rioolheffing in Horst aan de Maas is hoger dan het landelijke gemiddelde en onze afvalstoffenheffing lager. De verhoging van de rioolheffing is nodig voor de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater (KRW), investeringen t.b.v. klimaatadaptatie en prijsstijgingen.
84
9. Samenvattende conclusie Samenvattend kunnen we concluderen dat het financiële weerstandsvermogen van gemeente Horst aan de Maas er goed uitziet. 4 van de 6 ratio's vallen in 2024 de laagste risicoklasse en 2 in de middelste. Wel zijn de ratio's in 2024 iets minder positief dan bij de jaarrekening 2022. De volgende aandachtspunten zijn hierbij echter van belang: Eigen vermogenspositie en exploitatie Ondanks dat we onze eigen vermogenspositie de afgelopen jaren versterkt hebben en deze in de periode 2024 - 2027 naar verwachting stabiel in de laagste risicoklasse rond de 34% blijft schommelen, is het wenselijk hier aandacht voor te blijven houden. Zeker gelet op het niet sluitend zijn van de begrotingsjaren 2026 en 2027 en de nog uit te werken programmaplannen en ambities uit het collegeprogramma. Lastendruk We zitten qua lastendruk voor huishoudens boven het landelijke gemiddelde en boven de door ons gestelde norm. Het blijft belangrijk bij het maken van keuzes te blijven zoeken naar de balans tussen ambities en lastendruk. Nuancering hierbij is wel dat we met de 2024 verhoging van de rioolheffing van € 230 naar € 280, de komende jaren een fors pakket aan klimaat- en kwaliteitsmaatregelen bekostigen en andere gemeenten deze stap in de toekomst ook nog moeten zetten.
Schuldenpositie Onze schuldenpositie verslechterd weliswaar iets in de periode 2024 - 2027 maar we blijven ruim in de laagste risicoklasse zitten.
85
C. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Het gaat hierbij om wegen, riolering, groen en gemeentelijke gebouwen. De kapitaalgoederen leveren een bijdrage aan de realisatie van gemeentelijke doelen op het gebied van wegen, milieu en duurzaamheid, openbaar groen, onderwijs en dienstverlening. De raad heeft bij het vaststellen van de onderhoud en beheerprogramma’s de keuze uit kwaliteitsniveaus. Daarmee heeft zij een afwegingskader voor de inzet van financiële middelen, voor zover deze passend zijn binnen de financiële positie van de gemeente. In de tabellen van deze paragraaf is geen rekening gehouden met de directe kosten. Wegen
De hoofddoelstelling is een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en goed toegankelijk is. Om invulling aan deze doelstelling te geven zorgen wij voor een adequaat beheerplan wegen. Dit betekent dat ook de hierin aanwezige civiele kunstwerken en openbare verlichting efficiënt en doelmatig beheerd worden. Het Wegbeheerplan 2024-2027 geeft inzicht in de benodigde budgetten voor het onderhouden van de wegen op veilig en functioneel niveau en het in beeld brengen van de financiële gevolgen op korte en middellange termijn. We onderhouden de wegen op een niveau, volgens de landelijke standaarden. Het vastgestelde niveau is ‘basis’ en vormt de ondergrens voor rationeel wegbeheer. Eind 2023 wordt een nieuw Wegbeheerplan opgesteld. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het onderhoud wordt in 2023 volgens, de planning uitgevoerd. Het beheerplan wegen, bermen en sloten buitengebied is gecombineerd uitgevoerd met het onderhoud wegen. De budgetten voor het onderhoud van de wegen zijn opgenomen onder de kostenplaatsen algemeen wegbeheer, wegen en trottoirs, bermen en bermsloten en straatreiniging. Daarnaast vindt er een jaarlijkse storting plaats in de voorziening onderhoud wegen. Voor het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken is het noodzakelijke onderhoud vastgelegd in een meerjarige onderhoudsplanning voor de periode 2020-2029.
Hierin wordt een overzicht gegeven van de huidige staat en noodzakelijke budgetten/ investeringen voor een verantwoord onderhoud en beheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en in 2023 is onderhoud, in overeenstemming met de planning uitgevoerd. We onderhouden de civieltechnische kunstwerken op een veilig en heel niveau. De budgetten voor het beheer en onderhoud zijn opgenomen onder de kostenplaatsen bruggen/viaducten/kades en kunstwerken. De budgetten zijn gekoppeld aan het vastgestelde beleidsplan. Hetzelfde geldt ook voor het onderhoud en vervangingen van de openbare verlichting. De middelen volgend uit het beleids- en beheerplan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en het onderhoud en vervangingen worden in 2023 in overeenstemming met de planning uitgevoerd. Er wordt ingezet op het verduurzamen van het areaal, door het vervangen van oude verlichtingsarmaturen voor LEDarmaturen. Grote vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven.
87
Beheerplannen
Kwaliteitsniveau
Wegbeheerplan 2024-2027
Basis
Ecologisch bermbeheerplan 20212025
Ecologisch
Meerjaren onderhoudsplan Civiele kunstwerken 2020-2029
Veilig en heel
Beleidsplan openbare verlichting 2016-2025
Basis
Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2024 2025 2026 2027 2023 Wegen en trottoirs Exploitatie
-2.195
-2.249
-2.422
-2.520
-2.603
Totaal Wegen en trottoirs Bruggen / viaducten / kades
-2.195
-2.249
-2.422
-2.520
-2.603
Exploitatie
-53
-53
-73
-53
-53
Totaal Bruggen / viaducten / kades Bermen en bermsloten
-53
-53
-73
-53
-53
Exploitatie
-414
-416
-417
-418
-420
Totaal Bermen en bermsloten Straatreiniging
-414
-416
-417
-418
-420
Exploitatie
-125
-125
-125
-125
-125
Totaal Straatreiniging Openbare verlichting
-125
-125
-125
-125
-125
Exploitatie
-843
-767
-734
-702
-711
Totaal Openbare verlichting
-843
-767
-734
-702
-711
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
743
701
931
1.127
1.324
Voorziening wegen
Riolering
De hoofddoelstelling is de zorg voor het rioolbeheer. Dit doen we op basis van een jaarlijks op te stellen operationeel plan, dat invulling geeft aan het vastgestelde gemeentelijk rioleringsplan (GRP). We kennen voor ons rioolsysteem (vrijverval en drukriolering) inclusief de bijbehorende voorzieningen, een inspectie- en onderhoudsschema. In 2021 is een nieuw GRP vastgesteld voor de periode 2022-2026. Hierin is het beleid voor de komende jaren vastgelegd inclusief de bijbehorende onderhoudsbudgetten en investeringsbudgetten op het gebied van riool, water en klimaat. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven.Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-1-
88
2024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. In 2023 heeft er een herijking van de kostendekkingsparagraaf van het GRP plaats gevonden voor de resterende looptijd. De werkzaamheden die volgen uit het GRP worden conform planning uitgevoerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Jaarlijks inspecteren we 10% van het vrijvervalrioolsysteem. Uit deze inspecties wordt duidelijk of anders dan gepland - onderhoud of reparaties noodzakelijk zijn. De hiervoor benodigde middelen hebben we structureel opgenomen in het GRP 2022-2026, waarbij – gebaseerd op ervaring - de geraamde middelen normaal gesproken toereikend zijn voor beheer en onderhoud.
Baten rioolheffing
Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2024 2025 2026 2027 2023 3.569 3.569 3.569 3.569 3.569
Exploitatie
-1.359
-1.188
-1.770
-1.708
-2.317
Rioolaansluitrecht
58 2.269
58 2.440
58 1.858
58 1.919
58 1.310
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
5.830
4.076
2.658
1.135
148
Voorziening riolering
Groen
De hoofddoelstelling is onder andere de zorg voor het openbare groen. Groen draagt bij aan de 'quality of life' en het welzijn van mensen. Ook levert groen een bijdrage aan een goede woon- en leefomgeving en een verfraaiing van de kernen. We hanteren een gedifferentieerd onderhoudsniveau: A: voor de hoofdgroenstructuren en groene parels, B: voor woonwijken, C: voor bedrijventerreinen. De gemeenteraad heeft middelen beschikbaar gesteld om het onderhoudsniveau van het openbaar groen nog verder te verhogen door onder andere een uitbreiding van de arealen die vallen onder hoofdgroenstructuren en groene parels vast te stellen. De voorgestelde financiële middelen zijn toereikend om het onderhoud van het openbaar groen (gazon en beplanting) op de gevraagde onderhoudsniveaus uit te voeren. Daarnaast heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor de vergroening in de openbare ruimte, in het tegengaan van hittestress en het leveren van een positieve bijdrage aan biodiversiteit. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden die uitgesteld waren ingekaderd bij de renovatie / herinrichting van openbaar groen, zijn weg. Met de huidige financiële middelen en de bijstelling in de meerjarenbegroting die voornamelijk bestaat uit hogere aanbestedingskosten en contractuele prijsindexeringen is er een solide basis voor de komende jaren.
We voeren bij alle (laan)bomen binnen de bebouwde kom en doorgaande wegen in het buitengebied minimaal 1x per 3 jaar een boomveiligheidscontrole uit. Dit geldt ook voor de monumentale bomen die in eigendom van de gemeente zijn. Deze controle voeren we bij de bomen langs de overige wegen in het buitengebied 1x per 6 jaar uit. Alle daaruit volgende maatregelen nemen we op in de navolgende onderhoudscyclus. 89
De jaarlijkse beschikbare financiële middelen zijn toereikend om het juiste boombeheer uit te voeren. Omvormingen en vervangingen worden gefaseerd en toekomstbestendig en biodivers uitgevoerd. We geven hierin voorrang aan bomen langs de openbare wegen, mede om belangrijke groenstructuren intact te houden. Door klimaatverandering, en dan met name de droge zomers, constateren we in de praktijk dat de algehele conditie van de bomen achteruitgaat (meer dood-hout-vorming, verminderende vitaliteit en conditie). Daarlangs zijn er extra klimaatgelden beschikbaar voor het planten van bomen in onze dorpskernen. De klimaat ambities zorgen dat er meer aandacht is voor hittestres- en waterknelpunten. Hier spelen we op in door het planten van bomen/vergroenen in ‘stedelijke’ omgeving in de dorpskernen van de gemeente Horst aan de Maas. Het boomareaal wordt groter, de werkvoorraad loopt hierdoor verder op, uitdaging om deze consequenties juist te verwerken. Het onderhoud van de speelvoorzieningen voeren we zodanig uit dat het voldoet aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen uit 2023. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het beschikbare onderhoudsbudget is toereikend. We vervangen speeltoestellen op basis van technische levensduur. Bij vervanging wegen we af of het noodzakelijk is om een nieuw toestel te plaatsen.