CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

01d Bijlage 2 BBV (meerjaren)begroting 2025-2027

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Meerjarenbegroting 2024-2027, inclusief bijlagen.32.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Bij noodzakelijkheid maken we mede gebruik van de reserve Speelvoorzieningen. Ook brengen we bij speeltoestellen met een lagere valhoogte dan 1,50 m1 geen valondergronden meer aan. Dit laatste is overigens conform het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. De beschikbare middelen voor het onderhoud van openbaar groen, bomen en speelvoorzieningen hebben we meerjarig opgenomen in de begroting en hebben we als zodanig opgenomen in onderhoudsbestekken of in de bedrijfsvoering van de eigen buitendienst. We plaatsen, onder voorwaarden, natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien en boomstammen in de openbare ruimte. We wijken hiermee af van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen.

Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2024 2025 2026 2027 2023 Landschapselementen Exploitatie

-122

-167

-117

-117

-117

Totaal Landschapselementen Bomenbeheer

-122

-167

-117

-117

-117

Exploitatie

-423

-403

-392

-392

-392

Totaal Bomenbeheer Openbaar groen/plantsoenen/parken

-423

-403

-392

-392

-392

-1.379

-1.305

-1.305

-1.305

-1.305

-1.379

-1.305

-1.305

-1.305

-1.305

Exploitatie Totaal Openbaar groen/plantsoenen/parken

Gebouwen

De gemeente Horst aan de Maas heeft divers vastgoed in haar bezit. Dit vastgoed wordt ingezet voor bepaalde doeleinden. Daarbij gaat het om: 1. 2. 3. 4.

Eigen gebruik Verhuur aan verenigingen / organisaties voor hun activiteiten Realiseren van toekomstige strategische doeleinden Overige eigendommen (rest)

90

Het streven blijft om een zo groot mogelijk rendement (zowel inhoudelijk als financieel) te halen met een zo beperkt mogelijk bezit. Inmiddels werken we al weer enige jaren met de RgdBOEI (Rijksgebouwendienst Brand, Onderhoud, Energie en duurzaamheid, Informatie wet- en regelgeving) methodiek. Daarmee kunnen we beter sturen op veiligheid, duurzaamheid en inzicht in het voldoen aan wet- en regelgeving. In november 2021 heeft de gemeenteraad het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en meerjarig investeringsplan (MIP) vastgesteld. De bezuinigingstaakstelling is daarmee ingevuld. Het MJOP en het MIP worden voldoende gevoed met benodigde financiële middelen, meerjarig laten resp. de voorziening onderhoud gebouwen en de reserve kapitaallasten MIP cumulatief een positief beeld zien. Beheerplannen

Kwaliteitsniveau

MJOP gebouwen 2022-2031 (herijking in 2025) MIP gebouwen 2022-2031 (herijking in 2025)

Basis (RgdBOEI conditie 3) Functionele en Duurzame gebouwen (via een A-label naar een Bijna EnergieNeutraal Gebouw (B)ENG

Alle gemeentelijke gebouwen bezitten minimaal het gewenste kwaliteitsniveau Basis. Het vastgoed van de gemeente is op orde en er is geen achterstallig onderhoud. Wel maken de forse prijsstijgingen het soms spannend. Omdat het vastgoed op orde is kunnen we met zorgvuldig sturen het onderhoud nog binnen budget houden. De Raad heeft het MJOP en MIP geïndexeerd. Divers MIP verduurzamingsprojecten zijn nog in uitvoering en zullen in 2024 gereed zijn. We zetten nu vooral in op besparen van energie door isoleren en duurzame ventilatie. Duurzame opwek is met beperkingen op het stroomnetwerk lastiger en aan kaders gebonden, vooral omdat we geen stroom meer mogen terug leveren.

91

D. Financiering Inleiding In het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten 2004' (BBV) is de paragraaf 'financiering' voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. In deze paragraaf worden de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: • het treasurystatuut, • de financieringsparagraaf. Het treasurystatuut heeft als doel bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden te formaliseren en expliciet vast te stellen. De gemeenteraad kan dan beter invulling geven aan zijn verordenende en controlerende bevoegdheid. De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor treasury en bevat informatie op het gebied van risicobeheer, de financieringspositie en de leningen- en uitzettingenportefeuille. In de financiële verordening 2019, artikel 14 van onze gemeente is bepaald dat het college een treasurystatuut vast stelt waarin de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie zijn opgenomen.

Deze financiële verordening is door de raad vastgesteld in de vergadering van 10 december 2019. In de collegevergadering van 18 oktober 2022 is het treasurystatuut 2023-2026 vastgesteld.. In het treasurystatuut worden de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie opgenomen. In het treasurystatuut zijn de volgende onderdelen geregeld: • de organisatie voor het opstellen van het treasurybeleid • de planning en controlcyclus • de organisatie van de uitvoering van de treasury-activiteiten en • de interne en externe controle In overeenstemming met de financiële verordening artikel 14 is het "Treasurystatuut 2023-2026" ter kennisgeving aangeboden aan de raad en de auditcommissie. Steeds vaker melden partijen zich bij de gemeente met het verzoek voor gemeentelijke garanties of geldleningen om hun doelen op gebied van sport, onderwijs / educatie, cultuur en welzijn te kunnen verwezenlijken. Het verstrekken van garanties en geldleningen is een belangrijk instrument om initiatieven met een publiek doel in de gemeente Horst aan de Maas te kunnen verwezenlijken. Als subsidiëring om welke reden dan ook niet aan de orde is, zou zonder deze facilitering dit doel niet bereikt kunnen worden. Om alle aanvragen op een uniforme wijze te beoordelen is in 2021 de "Regeling garantstelling en verstrekking van geldleningen voor een publieke taak" opgesteld.

Met deze regeling wordt beoogd het creëren van transparantie en eenduidigheid van beleid met betrekking tot het verstrekken van gemeentelijke garantstellingen en/of geldleningen. En tegelijkertijd wordt daarmee een ongewilde willekeurige beoordeling van inkomende aanvragen voorkomen. Daarnaast heeft deze regeling tot doel het transparant maken en beperken van de risico’s die de gemeente loopt bij verstrekking van garantstellingen en geldleningen. Deze regeling is een verdiepingsslag op het huidige treasurystatuut. In de raadsvergadering van 21 september 2021 is de regeling door de raad unaniem aangenomen. In Europees verband zijn afspraken gemaakt om de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar te laten blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving. Zoals de invoering van het verplicht schatkistbankieren (Wet Fido) en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof).

93

Schatkistbankieren (Wet Fido) Gemeenten (maar ook provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen) zijn sinds 2013 verplicht om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het rijk. Ze mogen alleen positieve banksaldi voor het betalingsverkeer op eigen bankrekeningen aanhouden. Voor de omvang daarvan was een drempelbedrag ingesteld. Dat drempelbedrag was gesteld op 0,75 procent van het begrotingstotaal. Als in over een periode van 3 maanden de positieve saldi van de bankrekeningen dat drempelbedrag dreigen te overschrijden, dan moet een gemeente het meerdere storten op de rekening bij de schatkist van het rijk. Uit een evaluatie van het schatkistbankieren is echter gebleken dat de huidige drempel voor het schatkistbankieren te krap was vastgesteld. In plaats dat alleen overtollige liquide middelen in de schatkist belanden, moeten gemeenten bij de huidige drempel met grote regelmaat ook geld voor het normale betalingsverkeer bij de schatkist stallen. Dat veroorzaakt onnodige administratieve lasten. Met de verhoging van de drempel per 1 juli 2021 behoren die onnodige administratieve lasten tot het verleden. De drempel voor het schatkistbankieren is aangepast van 0,75 naar 2 procent van het begrotingstotaal - met een minimum van 1 miljoen euro. Doel van het schatkistbankieren een lagere EMU-schuld van Nederland.

Die EMU-schuld hoort volgens het Verdrag van de Europese Unie lager te zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Voor het berekenen van deze EMU-schuld mogen onderlinge schulden en tegoeden van de centrale overheid en de gemeenten (provincies en waterschappen) worden verrekend. Een andere reden voor de invoering van het schatkistbankieren was het voorkomen van onveilige beleggingen door decentrale overheden. Door de overtollige liquide middelen bij de schatkist aan te houden, lopen ze geen risico dat dit geld door bijvoorbeeld een faillissement van een financiële instelling in rook op gaat. Nadeel is wel dat decentrale overheden minder rendement halen. Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) / EMU saldo Om hun financieringstekort te beheersen en terug te brengen, hebben de landen van de Eurozone (Europese Commissie) in het Verdrag van Maastricht een norm afgesproken. Het nationale financieringstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), waarbij de overheidsschuld niet hoger dan 60% van het BBP mag zijn. Per 1 januari 2014 is de Wet Houdbare overheidsfinanciën ingevoerd. Daarin worden Europese afspraken over de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstekort vertaald naar nationale wetgeving om te waarborgen dat het begrotingstekort binnen de perken blijft.

Het aandeel van de landelijke decentrale overheden in de berekening van het begrotingstekort van 3% bedraagt omstreeks 0,5%. Alle gemeenten samen nemen daarvan circa 0,27% voor hun rekening. In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort. De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is voor jaren 2019 tot en met 2022 vastgesteld op 0,4% van het bruto binnenlands product per jaar. Deze ruimte zal worden onderverdeeld tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Er wordt aan de gemeenten geen sancties opgelegd als er toch sprake is van overschrijdingen. Daarnaast gelden de regels voor het maximale begrotingstekort niet voor elke gemeente apart, maar voor alle gemeenten samen. Dat betekent dat een gemeente of provincie die in een jaar fors investeert dat gewoon kan doen als alle gemeenten samen maar binnen de norm blijven. De vier grote gemeenten samen hebben een aandeel van 85% op de grootte van het tekort. Het aandeel van onze gemeente is uitermate gering. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.

Met ingang van 2017 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De individuele overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) verstrekken onderstaande gegevens jaarlijks aan het CBS. Indien hieruit blijkt dat op macroniveau het EMU-saldo overschreden wordt, zullen de gemeenten, provincies en waterschappen hierover worden geïnformeerd. Zoals al eerder beschreven worden gemeenten (nog) niet afgerekend op een eventueel hoger EMU-tekort. Financieringspositie Voor een duidelijk beeld van de mogelijke risico's bij de financiering geven we aan welke omvang de financiering binnen onze gemeente heeft. In onderstaande tabel staat de positie ultimo 2021. Daarbij wordt de verhouding weergegeven tussen het Eigen en Vreemd Vermogen. 94

Financieringspositie Vaste activa Grondexploitatie Totaal vaste activa Eigen vermogen Voorzieningen Vreemd vermogen Totaal vermogen Financieringstekort Verhouding: Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieringstekort

2024 159.362 1.321 160.683 62.205 13.182 89.396 164.783 4.100

2025 178.017 1.217 179.234 61.378 10.887 84.753 157.018 -22.216

2026 184.639 -2.242 182.397 64.558 9.659 72.419 146.636 -35.761

2027 181.312 327 181.639 64.067 7.452 68.006 139.525 -42.114

37,75% 62,25% 2,49%

39,09% 60,91% -14,15%

44,03% 55,97% -24,39%

45,92% 54,08% -30,18%

Een tekort aan financieringsmiddelen wordt met externe financieringsmiddelen “kort of lang” gefinancierd. Het keuzemoment voor het aantrekken van een vaste geldlening (‘lang-geld”) wordt naast het inzicht in de geldstromen bepaald door: • de marktverwachtingen • de wettelijke bepalingen en • de toetsingscriteria van de provincie m.b.t. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (wet FIDO). Het is niet toegestaan alles met “kort geld” - een kasgeldlening - te financieren. Er zijn criteria opgesteld voor de lokale overheden om te voorkomen dat in de toekomst men bij herfinanciering met financiële tegenvallers wordt geconfronteerd. Risicobeheer: kasgeldlimiet en rente-risiconorm De gemeente verstrekt enkel leningen of garanties aan derden uit hoofde van haar publieke taak. Hiervoor is een besluit van de raad noodzakelijk. Om de budgettaire risico's te beperken, zijn twee normen op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden van belang: de kasgeldlimiet en de rente-risiconorm. Kasgeldlimiet Deze limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar (max. 8,5% van het bedrag van de begroting). Het gaat hierbij om renterisico’s van de vlottende schuld. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet op rekening-courant.

Met het in werking treden van het schatkistbankieren moeten overtollige gelden boven de normgrens van schatkistbankieren in de schatkist gestort worden. Bij het aantrekken van financieringen voor langer dan een jaar zijn uitsluitend geldleningen toegestaan. De vlotte schuld wordt afgezet tegen de norm van de kasgeldlimiet. De kwartaalrapportages zijn belangrijk voor het signaleren van mogelijke overschrijdingen. Als dit structureel is en er sprake is van een overschrijding van drie opeenvolgende kwartalen, moet de gemeente met de provincie in overleg over een beëindiging van de overschrijding. De gemeente wordt dan verplicht een vaste geldlening af te sluiten (consolideren). Uit onderstaand overzicht blijkt dat we de afgelopen kwartalen de kasgeldlimiet niet hebben overschreden. De hoogte van de vlottende schuld is sterk afhankelijk van de mate en het tempo van uitvoering van geraamde investeringen en grondverkopen.

95

Kasgeldlimiet

3e kw

4e kw

1e kw

2e kw

Omschrijving Vlottende korte schulden Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schulden Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Totaal netto vlottende schuld (1-2) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal (oorspronkelijke begroting) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Kasgeldlimiet: (4 X 5 / 100) Ruimte onder kasgeldlimiet (4-3) Overschrijding van de kasgeldlimiet (3-4)

2022

2022

2023

2023

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

6 34.688 0 34.694 -34.694

6 18.377 11.400 29.783 -29.783

11 27.337 11.200 38.548 -38.548

117.655

117.655

126.542

126.542

8,5% 10.001 52.333 0

8,5% 10.001 44.695 0

8,5% 10.756 40.539 0

8,5% 10.756 49.304 0

.

. 0 0 0 0 0

.

. 7 42.325 0 42.332 -42.332

.

.

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft betrekking op financieringen met een rentetypische looptijd van langer dan 1 jaar. De gemeente loopt renterisico over • dat deel van de leningenportefeuille dat in een jaar in aanmerking komt voor herfinanciering of renteherziening en • nieuw aan te trekken langlopende leningen. Aansluitend op de geactualiseerde Wet Fido is per 1 januari 2010 de nieuwe Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden in werking getreden. Vanaf dat moment wordt de risiconorm berekend op basis van een percentage (20%) van het begrotingstotaal. Doel is het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Jaarlijks mogen de verplichte aflossingen en de renteherziening niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het schema hieronder laat zien dat we ruim onder de renterisiconorm zijn gebleven. De provincie toetst de kasgeldlimiet en renterisiconorm uit hoofde van haar financiële toezicht.

96

,

Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld , Omschrijving 1a Renteherziening op vaste schuld opgenomen gelden (o/g) 1b Renteherziening op vaste schuld uitgeleende gelden u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3 Betaalde aflossingen 4 Renterisico op vaste schuld (2+3) . Renterisiconorm 5 Begrotingstotaal 6 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 7 Renterisiconorm . Toets renterisiconorm 8 Renterisiconorm (7) 9 Renterisico op vaste schuld (4) 10 Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

,

,

,

,

2024

2025

2026

2027

0

0

0

0

0 0 4.644 4.644

0 0 12.334 12.334

0 0 4.412 4.412

0 0 4.275 4.275

,

,

,

,

145.325

141.894

140.834

140.464

20% 29.065

20% 28.379

20% 28.167

20% 28.093

.

. 29.065 4.644 24.421

. 28.379 12.334 16.045

. 28.167 4.412 23.755

28.093 4.275 23.818

BBV richtlijnen Rente Om ervoor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in de BBV voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in • de rentelasten, • het renteresultaat, • de financieringsbehoefte en • de manier waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. De commissie BBV adviseert hiervoor een renteschema op te nemen in de paragraaf financiering. Onderstaande schema voldoet aan het genoemde advies.

97

Renteschema Begroting 2023 . a.

Omschrijving

Realisatie 2022

Begroot 2023

Begroot 2024

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

1.724.366 -872.311 852.055

1.929.180 -937.204 991.976

1.797.729 -523.246 1.274.483

-11.199

24.388

-16.976

betreffende taakveld moet worden toegerekend

-216.275

-208.910

-192.693

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend .,

441.368 213.895

434.004 249.482

399.029 189.360

1.065.950 0

1.241.458 0

1.463.843 0

0

0

0

1.065.950

1.241.458

1.463.843

1.281.544 -215.595

1.347.869 -106.411

1.463.858 -15

b. . c.1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c.2. De rente van projectfinanciering die aan het

c.3.

., .

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over het eigen vermogen d2. Rente over de voorzieningen (die tegen CW gewaardeerd zijn) . Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury

De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente wordt vervolgens op consistente en eenduidige wijze toegerekend aan de individuele activa. Daarbij is differentiatie per investering of taakveld niet toegestaan. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,50% worden afgerond. Wijken de werkelijke rentelasten die (over een jaar) aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast meer dan 25% af van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden is toegerekend, dan is een correctie verplicht. Dit is gerelateerd aan de fluctuaties van de rentetarieven op de geldmarkt.

98

E. Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Externe grote economische, maatschappelijke en technologisch-digitale ontwikkelingen zijn van invloed op onze gemeentelijke organisatie. In april 2022 bood het college met de organisatie het “bidbook organisatieontwikkeling Horst aan de Maas; “van buiten naar binnen werken” aan. In de begroting 2022 en 2023 koppelde de raad concrete middelen aan het bidbook waarmee het college samen met de organisatie en de raad aan de slag kon. In 2024 gaan we verder met de doorontwikkeling. De wereld om ons heen verandert immers steeds. Dat vraagt iets van onze gemeente: van de manier waarop we intern en met partners samenwerken; van hoe we ons opstellen richting inwoners en met hen in gesprek gaan en blijven; van taken en rollen van medewerkers en leidinggevenden; van college- en raadsleden, van de manier waarop onze organisatie en afdelingen zijn ingericht. In het bidbook en tijdens de sessies over het Hooflijnenakkoord en het collegeakkoord formuleerden we samen onze opgaven (lange termijn), maakten we een aanzet tot het opgavengericht werken binnen programma’s via pilots en maakten we afspraken over directe procesoptimalisaties als het gaat om dienstverlening.

We werkten door aan diverse trajecten om in het hier en nu de kwaliteit van onze dienstverlening beter te maken, de formatie op orde te krijgen en te werken aan vaardigheden die passen bij de ambities, ook wel ‘de basis op orde’. In 2024 zal het accent meer en meer komen te liggen op het concreet invulling geven aan het Programmatisch Werken, bijbehorende houding en gedrag, een nieuwe besturingsfilosofie en de wijziging van de organisatiestructuur. Ook gaan we verder met het op orde brengen van onze processen, het verwerven van sturing- en resultaat informatie zodoende de dienstverlening te verbeteren. Financiële middelen organisatieontwikkeling In de begroting 2022 en 2023 verstrekte de raad concrete financiële middelen t.b.v. de uitvoering van het bidbook. Uw raad besloot bij de vaststelling van de jaarrekening 2022 de niet benutte middelen in 2023 en volgende jaren beschikbaar te houden voor de doelen die nog niet bereikt zijn (o.a. alle vacatures invullen). Werkgever Als organisatie blijven we een ‘aantrekkelijke werkgever’. De arbeidsmarkt is bijzonder krap. We zullen als werkgever alles uit de kast moeten trekken om te blijven opvallen. We laten onze visie en onze bijdrage aan de samenleving zien. In 2022 werkte we aan een campagne om de werving een eigen smoel te geven (employerbranding) In 2023 gaat deze campagne live.

En in 2024 plukken we daar hopelijk de vruchten van. In 2023 zijn we gestart en in 2024 gaan we verder met het aanbieden van een Talent Management Analyse voor alle collega’s. Een laagdrempelige manier om talenten in de organisatie te ontdekken en daarna in te kunnen zetten. In combinatie met het instrument Strategische Personeels Planning houden we zo samen zicht op onze personeelsbestand en spelen we in op kansen voor de medewerkers en voor de organisatie. De organisatie is gegroeid o.a. als gevolg van decentralisaties sociaal domein, klimaat- en energievraagstukken, complexere ICT vraagstukken, Toezicht en Handhaving etc. Dit betekent dat niet alleen de salariskosten maar ook de zogenaamde “overige organisatiekosten” stijgen. Deze lasten zijn de afgelopen ca. 13 jaar niet geïndexeerd in verhouding met de groei van de organisatie. De begrote onderdelen zijn nog gebaseerd op ca. 100 minder medewerkers. Gepoogd wordt dit binnen het bestaande budget op te vangen en dan bij de zerobased begroting 2025 opnieuw te bekijken. ‘Covid-19’ heeft aangetoond dat gedeeltelijk thuiswerken werkt. De combinatie van thuiswerken en op kantoor werken houden we vast. In 2022 en 2023 zou hierop de inrichting van het gemeentehuis en de werkwijzen van de medewerkers verder worden aangepast.

Op 2-11-21 nam de raad echter een motie aan waarmee de aanpassingen aan het gemeentehuis on hold werden gezet. In 2022 en 2023 zijn derhalve slechts minimale aanpassingen verricht (schermen en meubilair verplaatst). In mei 2023 heeft de raad via een geamendeerd raadsvoorstel besloten dat het college een businesscase voor 99

een verbouwing van het gemeentehuis mag voorleggen nu aan de eerdere motie (gericht op de verbetering van de dienstverlening) is voldaan. Mocht de raad de businesscase omarmen dan zal de verbouwing starten in 2024. Hiervoor zijn middelen beschikbaar. Samenwerking bedrijfsvoering Horst aan de Maas en Venray De samenwerking op de onderdelen Informatievoorziening (IV), KCC/Burgerzaken, Financiën en HRM is begin 2021 daadwerkelijk gestart en er zijn concrete uitvoeringsplannen per onderdeel opgestart die in uitvoering zijn. In 2022 is verder uitvoering aan de samenwerking gegeven en in de tweede helft van 2022/begin 2023 zijn de eerste behaalde en beoogde resultaten gerapporteerd en geëvalueerd. In 2023 informeerde we de raad over de evaluatie die door BMC is uitgevoerd. De conclusie dat we verder gaan met de samenwerking delen we breed. Hiermee zorgen we ook in 2024 dat de samenwerking vruchten blijft afwerpen op het gebied van Kosten (minder-meerkosten), Kwaliteit, Kwetsbaarheid en Innovatie. Wet Open Overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) ingegaan. Het doel van de Woo is de betrouwbaarheid van de overheid te versterken door meer transparantie aan te brengen. Dit gebeurt onder andere door actieve openbaarmaking van de informatie. De implementatie van de Woo pakken we in gezamenlijkheid met Horst aan de Maas / Venray op.

Dit doen we in samenhang met andere wetswijzigingen zoals de Wet modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (Wmebv), de nieuwe Archiefwet en andere (Europese) wetgeving. De gefaseerde invoering van informatie categorieën voor actieve openbaarmaking is vertraagd en uitgesteld. Dit komt doordat de koppeling met de landelijke verwijsindex (PLOOI) nog niet is gerealiseerd. Hierdoor ontstaat in 2024 tijd om de processen en de informatiehuishouding verder aan te passen. Dit maakt onderdeel uit van het proces Digitale Transformatie. Werken aan de toekomst – service- en datagericht werken: Digitale Transformatie Servicegericht werken waarbij gebruiksgemak, snelheid en kwaliteit van onze dienstverlening voorop staat is leidend bij bedrijfsvoering en in de dienstverlening. De afgelopen jaren is al gebleken dat het werken vanuit data-analyses (Business Intelligence) zijn toegevoegde waarde heeft. Directe stuur- en beleidsinformatie waarmee werkprocessen en besluiten telkens geoptimaliseerd en onderbouwd worden. Behalve dat ‘datagericht werken’ zijn waarde al heeft bewezen voor de werkprocessen en besluitvorming, biedt het ook inwoners en bedrijven de mogelijkheid om sneller en makkelijker informatie van de gemeente te vinden. Meer en meer ontsluiten we informatie bijvoorbeeld via geografische kaarten.

Een ontwikkeling waar we verder op inzetten in 2024 is het gebruik van data om voorspellende modellen beschikbaar te stellen op de diverse beleidsterreinen, zodat binnen die beleidsterreinen proactief ingespeeld kan worden op aankomende ontwikkelingen. Verder zien we dat de toepassing van Artificial Intelligence, robotisering en ChatGPT (een prototype van een chatbot met kunstmatige intelligentie gespecialiseerd in het voeren van dialogen met een (menselijke) gebruiker) meer en meer gemeengoed aan het worden is. Ontwikkelingen die we als gemeente nauwgezet volgen en in samenwerking met onder andere de VNG ook stapsgewijs gaan toepassen binnen onze gemeente. We zijn gestart met het opstellen van een datastrategie om elementen als focus, uitgangspunten, leidende principes en ethische vraagstukken gestructureerd af te kunnen wegen. Als gemeente hebben we veel informatie die we kunnen, mogen en veelal ook moeten ontsluiten. De komende jaren zal grote focus liggen op de programmatische implementatie van veel nieuwe wetgeving op dit onderwerp (openbaarheid en transparantie). Processen, systemen en werkwijzen richten we opnieuw in. Dit proces, de Digitale Transformatie, maakt onderdeel uit van programma 7 “een gezonde, duurzame en ondernemende organisatie”.

De digitale transformatie is een door digitalisering gedreven verandering waarbij de inwoners, bedrijven en verenigingen centraal staan. Digitalisering is een vast onderdeel in het dagelijkse leven van inwoners en bedrijven. Diverse huidige en nieuwe wet- en regelgevingen stimuleren deze digitalisering van onze maatschappij en onze organisatie. We blijven daarbij onze manier van werken afstemmen op de behoefte van onze inwoners, bedrijven en verenigingen. Digitale transformatie gaat naast het toepassen van nieuwe technologie in ons werk, ook vooral om mensen en een nieuwe manier van denken en (samen)werken. Het is dus een organisatieontwikkeling op zichzelf, waarin ook de digitale vaardigheid van medewerkers een belangrijke plek heeft.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13243884/4