CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

01d Bijlage 2 BBV Begroting 2026 incl. Meerjarenbegroting 2027 tm 2029

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Begroting 2026 inclusief Meerjarenbegroting 2027-2029.31.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2026 2027 2028 2029 Begroting Begroting Begroting Begroting Baten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2025-2028

41

20

20

20

Raadsbesluiten t/m 9 juli

0

100

100

57

Baten Actuele begroting

41

120

120

77

Diverse kleine mutaties < € 50.000

4

25

25

0

Totaal baten Meerjarenbegroting 2026-2029

45

145

145

77

-165

-65

-65

-65

58

7 Een gezonde, duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie De gemeente Horst aan de Maas werkt aan een toekomstbestendige organisatie die betrouwbaar, mensgericht en professioneel is. We verbeteren onze dienstverlening, investeren in vitale medewerkers en versterken de samenwerking tussen bestuur en ambtelijke organisatie. Tegelijkertijd spelen we flexibel in op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals digitalisering, veiligheid en toezicht. Met een gezonde bedrijfsvoering en scherpe keuzes zorgen we voor een duurzame organisatie die klaar is voor de toekomst. Goede dienstverlening en tevreden inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners Wat willen we bereiken? De inwoners en ondernemers van Horst aan de Maas kunnen rekenen op goede dienstverlening. Dat betekent dat onze dienstverlening aansluit bij hun behoeften en leefwereld. Zij voelen zich oprecht geholpen door een betrouwbare gemeente. Dit klinkt logisch en simpel. Toch lukt het niet altijd. Mensen raken verstrikt in systemen, in wet- en regelgeving en hebben het gevoel dat de overheid hen niet begrijpt. De komende jaren verbeteren we onze dienstverlening. We werken aan onszelf ondersteund door bijpassende systemen en processen. Goede en mensgerichte dienstverlening is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Ook van collega's die niet dagelijks in contact staan met inwoners en ondernemers.

Zij zijn ook een onmisbare schakel in de keten van dienstverlening. Alles wat we doen in het kader van dienstverlening draagt bij aan de volgende uitgangspunten: 1. We werken aan het juiste op basis van vertrouwen en de bedoeling. 2. We hebben de focus op de inwoner: deze wordt snel en in één keer geholpen. 3. We zijn bereikbaar, toegankelijk en transparant. 4. We stimuleren inwoners om de digitale weg te gebruiken. Wat gaan we er voor doen? • We richten processen slimmer in, waardoor de doorlooptijden voor inwoners korter worden. •

We gaan proces- en zaakgericht werken. We implementeren een zaaksysteem voor de inrichting van generieke processen en een nieuwe applicatie voor de teams WMO & Jeugd. Dit zorgt ervoor dat we inwoners sneller en beter van dienst kunnen zijn.

•

We starten met het introduceren van track and trace voor aanvragen van inwoners zodat zij digitaal kunnen zien hoe het staat met hun aanvraag.

•

We gaan aan de slag met klachtenmanagement gericht op dienstverlening.

•

We starten een nieuw team Dienstverlening en participatie, zodat dienstverlening duurzaam belegd is in de organisatie.

•

We passen het gemeentehuis aan om de dienstverlening te optimaliseren.

•

We geven uitvoering aan verschillende vormen van participatie.

ENDVBEND

Vitale en professionele medewerkers Wat willen we bereiken? Bij de gemeente Horst aan de Maas werken vitale en professionele medewerkers met plezier en passie en dat willen we behouden en verder doorontwikkelen. Wat gaan we er voor doen? • We investeren continu in bewustwording, leren en ontwikkelen, nieuwe manieren van werken. 59

•

We scheppen duidelijkheid in rollen en processen binnen de organisatie.

•

We zetten in op het aantrekken, ontwikkelen en behouden van medewerkers, door te werken aan arbeidsmarktbenadering (aantrekkelijk werkgever), (persoonlijk) leiderschap, alsook de basis op orde.

•

We introduceren HR21, het leidende functiewaarderingssyteem voor gemeenten en passen ons loongebouw hierop aan.

•

Voor de jaren 2025 en 2026 zijn er budgetten om invulling te geven aan bovenstaande thema's. In 2026 in aanloop op de kaderbrief/ begroting 2027 evalueren we de doeltreffendheid en toereikendheid van de middelen.

ENDVBEND

Bestuurlijk-ambtelijke samenwerking Wat willen we bereiken? Ons doel is het samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie verder te verbeteren. Hierbij besteden we in 2026 extra aandacht voor de start van de nieuwe raadsperiode. Wat gaan we er voor doen? • We ondersteunen de nieuwe raad bij het maken van een nieuw raads- of coalitieakkoord. De raad gaat over de keuzes (kaders, ambities en koers). De ambtelijke organisatie ondersteunt met informatie, scenario’s en financiële doorrekeningen. De keuzes die de raad maakt, vertalen wij naar het collegeprogramma en werken we verder uit in de Planning & Controlcyclus. Daarin wordt vastgelegd wat er gedaan wordt, wanneer en, indien van toepassing, met welke middelen. Zo sluiten ambities, middelen en uitvoering beter op elkaar aan. •

We investeren in de directe interactie en contact tussen raad en college en organisatie.

•

We investeren in de verdere doorontwikkeling van de fractievragenapp en bezien welke mogelijkheden Artificial Intelligence (AI) biedt om het samenspel te verbeteren.

•

We evalueren het besluitvormingsproces en evalueren en bekrachtigen onze afspraken met de griffie hierover. De overgang naar een nieuw besluitvormingssysteem maakt hier ook onderdeel van uit.

•

We investeren extra in bijeenkomsten voor medewerkers om de kwaliteit van raadsvoorstellen te verbeteren.

•

Bij de start van een nieuwe collegeperiode is het van belang dat het college slagvaardig van start kan gaan. We nemen hiervoor in 2026 en in 2027 een bedrag van € 500.000 op in de begroting. Dit budget stelt het college in staat om snel te kunnen inspelen op urgente vraagstukken, het opstarten van verkenningen of het inschakelen van externe expertise.

ENDVBEND

Burgerzaken/ verkiezingen Wat willen we bereiken? We willen dat onze dienstverlening bij Burgerzaken klantvriendelijk, toegankelijk en betrouwbaar is. Alles moet voldoen aan de wet en aan hoge kwaliteitsnormen. Omdat regels en technologie veranderen, passen we onze systemen, kennis en werkwijze steeds aan. Door op tijd te investeren in medewerkers en digitale middelen zorgen we dat onze dienstverlening betrouwbaar is, voldoet aan de wet, nu en in de toekomst. Wat gaan we er voor doen? • De snelheid en complexiteit van de ontwikkelingen vragen om een flexibele organisatie en goed toegeruste medewerkers. Dit betekent dat we extra investeren in scholing en certificering. Medewerkers volgen in 2026 de verplichte opleidingen om te voldoen aan de 60

landelijke certificeringsplicht tegen woon- en identiteitsfraude. We doen hiervoor een beroep op het reguliere opleidingsbudget en vragen geen extra middelen mee. •

Vanaf 2026 wordt het huidige decentrale Reisdocumenten Aanvraag- en Archiefstation (RAAS) vervangen door het centrale Reisdocumenten Informatiesysteem (ReIS). ReIS bundelt meerdere informatiediensten en vormt daarmee het landelijke, nieuwe hart van het reisdocumentenstelsel. Dit vraagt van ons een zorgvuldige voorbereiding, zodat de dienstverlening aan inwoners ongestoord doorgaat. Voor de overgang zijn investeringen nodig in nieuwe systemen. Deze worden bekostigd door het rijk. Dat geldt ook voor de investeringen van de implementatie van de EUDI-wallet. De invoering van de Europese Digitale Identiteitswallet (EUDI-wallet) betekent dat wij onze processen en systemen moeten aanpassen, zodat inwoners deze wallet veilig en eenvoudig kunnen gebruiken. We voeren dit uit met de huidige capaciteit.

•

We zien een toename van agressie richting medewerkers in de publieksbalie. Om onze medewerkers hiertegen te beschermen investeren we in training in weerbaarheid. Dit bekostigen we uit het regulier opleidingsbudget.

•

We evalueren onze openingstijden om beter aan te sluiten bij de behoeften van inwoners. Dit kan leiden tot verruimde of anders ingerichte openingstijden, wat gevolgen kan hebben voor personele inzet en roosterplanning.

•

Het werk bij Burgerzaken wordt steeds complexer. Daarom wordt het belangrijker om goede controles en adresonderzoeken te doen. Voor de inschrijving van arbeidsmigranten doen we mee aan een landelijk experiment. Zo krijgen we beter zicht op hun registratie en huisvesting in onze gemeente. We onderzoeken ook of een digitaal nachtregister hierbij kan helpen. We voeren dit alles uit binnen de bestaande capaciteit.

•

In maart 2026 organiseren we de gemeenteraadsverkiezingen.

ENDVBEND

Openbare orde en veiligheid Wat willen we bereiken? De beleving van veiligheid verschuift. De zorgen van inwoners gaan steeds minder over traditionele criminaliteit en steeds meer over maatschappelijke ontwrichting: een verharde samenleving, angst voor oorlogen en rampen, cybercrime en het gevoel buitengesloten te raken in een complexe en grenzeloze wereld. Geopolitieke spanningen (problemen tussen landen) versterken deze gevoelens van onzekerheid. Vooral jongeren ervaren mentale druk en sociale spanningen, mede door de invloed van sociale media. Digitale ontwikkelingen vergroten de kwetsbaarheid van systemen en mensen, maar bieden ook kansen voor een slimme en gerichte veiligheidsaanpak. Tegelijkertijd wordt het versterken van sociale cohesie, maatschappelijke weerbaarheid en de inrichting van de openbare ruimte steeds belangrijker om sociale veiligheid te waarborgen. Ons doel is dat inwoners en ondernemers van Horst aan de Maas zich veilig in hun leef- en woonomgeving voelen. We bouwen voort op de strategische en operationele doelstellingen uit het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2024–2027 en zetten deze door in de periode 2026–2029. Onze doelen zijn: • • • •

Sociale veiligheid blijft op peil (criminaliteit, overlast, veiligheidsbeleving); Ondermijning pakken we structureel aan en dringen we terug; Kwetsbare groepen brengen we beter in beeld en ondersteunen we; Onze crisisbeheersing is professioneel en toekomstbestendig.

Wat gaan we er voor doen? Om deze doelen te bereiken voeren we de volgende acties uit: •

We ontwikkelen het Dashboard Veiligheid door als data gedreven hulpmiddel. Door de monitoring van trends en risico’s, kunnen we problemen sneller signaleren en gerichte interventies buiten uitvoeren.

61

•

We bouwen verder aan de samenwerking binnen het Zorg- en Veiligheidshuis en de triagetafel zorg & veiligheid. Het doel is om problemen vroeg te signaleren en aan te pakken. Zo willen we escalatie voorkomen, herhaling van criminaliteit verminderen en huishoudens ondersteunen die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties.

•

De (regionale) aanpak van ondermijning bedden we structureel in en dragen hiermee bij aan een veilige, leefbare en weerbare samenleving voor alle inwoners.

•

We implementeren het regionale beleid tegen mensenhandel en zorgfraude. Zo kunnen we mensenhandel beter voorkomen en aanpakken. Door zorgfraude tegen te gaan, beschermen we kwetsbare mensen en zorgen we voor eerlijke en rechtvaardige zorg.

•

We blijven het lokale team bevolkingszorg trainen; Een goed getraind bevolkingszorgteam zorgt voor snelle crisisrespons en meer veiligheid.

•

We dragen bij aan de versterking van de weerbaarheid van de samenleving. Een weerbare samenleving vergroot de veiligheid en verkleint de kans op ontwrichting.

•

We zorgen voor een beleidsmatige scheiding tussen flits- en systeemcrises en pakken de knelpunten in de crisisbeheersing aan. Dit zorgt voor een gerichte inzet en snellere respons, wat de impact op veiligheid en veiligheidsgevoel beperkt.

ENDVBEND

Sterker toezicht en snellere vergunningprocessen Wat willen we bereiken? De afgelopen jaren hebben we stappen gezet om toezicht en handhaving beter te organiseren. We doen dit nu volledig zelf, in plaats van het uit te besteden en zijn hiermee slagvaardiger. In 2026 gaan we hiermee door. Daarnaast verbeteren en vereenvoudigen we waar mogelijk de vergunningprocessen. Zo zorgen we voor duidelijke verwachtingen tussen gemeente, inwoners, ondernemers en organisatoren, en streven we naar korte en efficiënte procedures. Wat gaan we er voor doen? • Er is een coördinator gestart op het gebied van kermissen, de weekmarkt en evenementen. Deze coördinator vormt de schakel van de vergunningverleners naar de exploitanten buiten en andersom. Dit schept duidelijkheid voor alle partijen; zij kunnen terecht bij één aanspreekpunt. •

We hebben de aanvraagformulieren ten behoeve van een evenementenvergunning, samen met een aantal organisatoren van evenementen, bekeken en vereenvoudigd. Het nieuwe evenementenaanvraagformulier is in 2025 getest door een aantal organisatoren en is inmiddels op de website van de gemeente geplaatst. In 2026 blijven we monitoren of het formulier volstaat of dat een eventuele aanpassing nodig is.

•

We onderzoeken de mogelijkheid van meerjarige vergunningen, dan wel het versimpelen van de aanvraag van jaarlijks terugkerende evenementen. Dit bespaart zowel de aanvrager als ons, tijd en energie. De resultaten van dit onderzoek nemen we in 2026 in uitvoeringsregels c.q. het (evenementen)beleid op.

•

We implementeren en verbeteren het hanteren van een uniforme werkwijze (UWW). Dit houdt in dat we steeds op dezelfde wijze procesmatig werken en dit registreren in een nieuw zaaksysteem.

ENDVBEND

Benchmark formatie en kosten Wat willen we bereiken? In het voorjaar van 2025 heeft de gemeente Horst aan de Maas laten onderzoeken hoe haar personeelsinzet en apparaatskosten zich verhouden tot andere, vergelijkbare gemeenten. Uit de benchmark blijkt dat we relatief veel taken met eigen personeel uitvoeren. Daardoor zijn onze personeelskosten hoger, maar daar staat tegenover dat we minder uitbesteden. Per saldo liggen onze 62

apparaatskosten ongeveer 11% boven het gemiddelde. Dit verschil komt deels door bewuste keuzes: we hebben een hoger ambitieniveau, een specifieke inrichting van onze organisatie en een actieve rol in de regio. De uitkomsten van het onderzoek zijn meegenomen in het traject van zerobased begroten en vormen samen met andere inzichten de basis voor de meerjarenbegroting 2026–2029. Zo zorgen we ervoor dat onze inzet en middelen passen bij onze ambities én bij wat inwoners van ons mogen verwachten. Wat gaan we er voor doen? • Over de hele organisatie de formatie verlagen. Oplopend van € 250.000 in 2026 tot € 1.000.000 in 2029. Waar mogelijk vullen we vacatures niet meer in en boeken we niet ingevulde restformatie af. Wij doen dit zonder dat dit ten koste gaat van de dienstverlening. •

Als oplossingsrichting voor de naderende ravijnjaren (2028 en verder) onderzoeken we de dienstverlening en kijken we kritisch naar de bestedingen aan o.a. economische ontwikkeling, maatschappelijke voorzieningen, openbare orde en veiligheid, subsidies en het zwembad.

•

Door processen te verbeteren, kunnen we met minder personeel werken. Grote ondersteunende projecten pakken we voortaan aan met een duidelijke businesscase, zodat we vooraf goed weten wat ze opleveren. Wat het oplevert verwerken we direct in de begroting en hier monitoren we op.

ENDVBEND

Stelselwijziging pensioenvoorziening politieke ambtsdragers (APPA) Wat willen we bereiken? Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers, zoals wethouders, over naar het nieuwe pensioenstelsel. Alle opgebouwde pensioenen worden dan in één keer overgedragen aan het ABP. We willen ervoor zorgen dat onze huidige voorziening voldoende is om deze overgang soepel te laten verlopen, zonder extra kosten. Wat gaan we er voor doen? • We onderzoeken samen met het ministerie van BZK en de VNG wat de financiële gevolgen zijn van deze overgang. Het onderzoek kijkt naar de totale opgebouwde APPA-rechten, de toekomstige premie en de beschikbare middelen. Zo krijgen we duidelijkheid over de financiële impact in 2027, het jaar waarin de overdracht plaatsvindt. ENDVBEND

Financiële ontwikkelingen Wat willen we bereiken? De gemeente Horst aan de Maas staat voor grote maatschappelijke opgaven, zoals zorg, jeugdhulp en opvang van vluchtelingen. Tegelijkertijd zijn er financiële onzekerheden, bijvoorbeeld over de algemene uitkering vanuit het Rijk. Daarom kiezen we voor een voorzichtig en koersvast financieel beleid. We willen onze ambities waarmaken zonder meer uit te geven dan er binnenkomt. Dat vraagt om scherpe keuzes en een structureel sluitende meerjarenbegroting. Hoewel we er financieel niet slecht voor staan, verwachten we vanaf 2028 hogere kosten en lagere inkomsten. Het zogeheten ‘ravijnjaar’ lijkt op te schuiven, maar blijft een reële dreiging. We blijven kritisch kijken naar onze uitgaven en stellen ons steeds de vraag: wat willen we voor onze inwoners bereiken, en wat mag dat kosten? Daarbij wegen we kosten af tegen de verwachte maatschappelijke waarde. Zo zorgen we voor een gezonde financiële basis, nu en in de toekomst. Wat gaan we er voor doen? • In 2026 en 2027 is de begroting van de gemeente Horst aan de Maas in balans: we hebben genoeg inkomsten om alle uitgaven te betalen. Voor 2028 en 2029 verwachten we nog een tekort. De gemeenteraad heeft afgesproken dat dit tekort in die jaren niet groter mag zijn dan 2% van de totale uitgaven, wat neerkomt op ongeveer € 3,4 miljoen. Hier voldoen we aan. •

Het ravijnjaar is opgeschoven van 2026 naar 2028. We weten dat er vanaf 2028 minder geld vanuit het Rijk komt, maar het is nog onduidelijk of er een oplossing komt. Daarom nemen we nu geen overhaaste maatregelen. We volgen de gesprekken tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het kabinet hierover nauwgezet.

63

•

Om voorbereid te zijn op financiële tegenvallers, hebben we reserves achter de hand. De Algemene Reserve Basis is groot genoeg om risico’s op te vangen. Als we geld uit de reserves willen gebruiken, maken we dat inzichtelijk via de daarvoor bestemde ‘Algemene Reserves Onderhanden’. We proberen het aantal aparte potjes (bestemmingsreserves) zo beperkt mogelijk te houden.

•

In 2026 en 2027 storten we een bedrag van respectievelijk € 0,85 mln. en € 0,5 mln. in de algemene reserve ter versterking van ons eigen vermogen. In 2028 onttrekken we € 0,5 mln. aan de algemene reserve om aan de afspraak van de raad te voldoen dat het begrote tekort maximaal 2% mag zijn.

ENDVBEND

Beleidsindicatoren programma Gezonde, duurzame en ondernemende organ. Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Overhead % van totale lasten

13,7%

11,6%

12,5%

12,4%

Fte per 1.000 inwoners (formatie)

8,49

9,00

9,39

9.64

Fte per 1.000 inwoners (bezetting)

7,99

8,28

8,82

8.98

Apparaatskosten per inwoner

771

949

1071

1098

Externe inhuur als % (van loonsom + totale kosten inhuur externen) Verwijzingen Halt per 10.000 jongeren

20,0%

22,2%

18,8%

18,8%

70

20

N.n.b.

N.n.b.

Winkeldiefstallen per 1.000 inwoners

0,8

1,0

N.n.b.

N.n.b.

Geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners

2,6

2,4

N.n.b.

N.n.b.

Diefstallen uit woning per 1.000 inwoners

1,0

1,8

N.n.b.

N.n.b.

Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) per 1.000 inwoners Gemiddelde WOZ-waarde in duizend euro

3,8

4,4

N.n.b.

N.n.b.

324

339

368

N.n.b.

877

956

981

1.002

947

1027

1.054

1.081

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden in euro's Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in euro's Wat gaat dat kosten?

2025 Begroting 2024 na 2026 2027 2028 2029 Werkelijk wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting Totaal Lasten

-49.115

-43.886

-44.551

-43.806

-41.902

-40.361

Totaal Baten

116.898

116.770

119.966

120.581

118.075

117.954

Saldo van baten en lasten

67.783

72.884

75.415

76.775

76.173

77.593

Storting in de reserves

-2.917

-3.522

-1.703

-1.072

-572

-572

Aanwending van de reserves

1.882

1.270

598

1.098

1.098

598

Resultaat

66.748

70.633

74.310

76.802

76.699

77.619

64

Onderstaande tabel geeft het verloop van de begroting sinds de vastgestelde meerjarenbegroting 2025-2028 weer.

2026 2027 2028 2029 Begroting Begroting Begroting Begroting

Bedragen x €1.000 Lasten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2025-2028

-40.521

-39.934

-39.542

-39.692

Raadsbesluiten t/m 8 juli

-5.070

-3.844

-3.067

-2.874

Lasten Actuele begroting

-45.591

-43.778

-42.608

-42.565

189

180

143

-120

Rente, afschrijving en financiering

1.048

117

64

210

Loon- en prijscompensatie

1.655

1.684

1.444

1.386

Autonome ontwikkelingen

-2.979

-2.667

-1.948

-676

Diverse kleine mutaties < € 50.000

-74

-20

-24

27

Intensivering huidige beleid

-657

-601

-101

-101

Ombuigingen

474

842

1.192

1.542

Overige technische mutaties

-319

-635

-635

-635

-46.254

-44.877

-42.474

-40.933

Gemeentefonds

Totaal lasten Meerjarenbegroting 2026-2029

2026 2027 2028 2029 Begroting Begroting Begroting Begroting Baten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2025-2028

106.632

108.063

107.710

107.710

Raadsbesluiten t/m 9 juli

12.285

11.730

8.977

9.936

Baten Actuele begroting

118.918

119.793

116.687

117.646

9

9

9

-33

1.441

1.710

2.310

853

Diverse kleine mutaties < € 50.000

41

13

13

-69

Ombuigingen

100

100

100

100

Overige technische mutaties

54

54

54

54

120.563

121.679

119.173

118.552

74.310

76.802

76.699

77.619

Rente, afschrijving en financiering Autonome ontwikkelingen

Totaal baten Meerjarenbegroting 2026-2029

Onderstaande tabel bevat de toelichting op de financiële mutaties uit deze meerjarenbegroting. . Gemeentefonds Reservering/doorbetaling bijdrage WSW

2026

2027

2028

2029

Lasten

189

180

143

-120

Baten

0

0

0

0

65

Naast de impulsgelden via de gemeente Peel en Maas, ontvangen we rechtstreeks rijksmiddelen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Namelijk de WSW-bijdrage en de rijksbijdrage sociale infrastructuur ontwikkelbedrijven. Beiden reserveren we en zetten we in voor WSW doeleinden. In het laatste jaar is er sprake van een voordeel (programma 2), c.q. nadeel (programma 7), omdat er sprake is van een aflopende reeks. De rijksbijdrage daalt in de loop van de jaren en daarmee ook de reservering. . Autonome ontwikkelingen Aanpassing functiewaarderingssysteem

2026

2027

2028

2029

Lasten

-500

-700

-700

-700

Baten

0

0

0

0

Door aanpassingen in het functiewaarderingssysteem is aanvullend budget nodig in 2026 van € 500.000 en vanaf 2027 € 700.000 structureel. Met de introductie van HR21, het meest gebruikte functiewaarderingssysteem door gemeenten, passen we ook de opbouw van ons loongebouw aan. Hiermee realiseren we een meer marktconforme beloning voor onze functies. Dit met het doel om specialistische- en lastig vervulbare vacatures beter in te kunnen vullen en de uitstroom te voorkomen. Aanvullen weerstandsvermogen

2026

2027

2028

2029

Lasten

-281

0

0

0

Baten

0

0

0

0

We vullen de Algemene Reserve Basis aan met € 281.000 zodat deze voldoet aan de door de raad minimaal gestelde norm van 1,0 voor de ratio van het weerstandsvermogen. Hiermee kunnen de berekende risico's voldoende worden afgedekt. Een verdere toelichting voor de berekening vindt u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. APPA-uitkering (wachtgeld)

2026

2027

2028

2029

Lasten

-230

-290

-120

-40

Baten

0

0

0

0

Na het beëindigen van de wethouderfunctie ontstaat het recht op een APPA uitkering. In het verleden is deze uitkering op basis van de werkelijke kosten verantwoord in de jaarrekening. Op grond van het feit om zo realistisch mogelijk te begroten is besloten om de kosten van deze uitkeringen in de begroting op te nemen. Continueren dekking formatie woningenplan

2026

2027

2028

2029

Lasten

-400

-400

-400

-400

Baten

0

0

0

0

Om het 1.000 woningenplan uit te voeren was er tijdelijk dekking en formatie (t/m 2025) geregeld. Om vervolg te geven aan het woningenplan is het belangrijk dat de dekking voor deze formatie (5 FTE) meerjarig op orde is. Gemeentelijke bijdrage veiligheidsregio

2026

2027

2028

2029

Lasten

-75

-74

-74

-74

Baten

0

0

0

0

De basis voor deze raming is de Begroting 2026 van de Veiligheidsregio die door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio is aangenomen. In deze begroting vindt er een kleine bijstelling plaats op prijs- en loonindex en is het versterkingsplan GGD verwerkt. Het Dagelijks Bestuur heeft besloten om de financiële consequenties op te nemen. De Raad is via een Raadsinformatiebrief geïnformeerd. Gemeenteraadsverkiezingen

2026

2027

2028

2029

Lasten

-50

0

0

0

Baten

0

0

0

0

Op 18 maart 2026 vinden de verkiezingen plaats voor de gemeenteraad. In de begroting zijn uitsluitend gelden opgenomen voor de feitelijke organisatie van de verkiezingen. Overige kosten werden in het verleden op

66

verschillende posten geboekt. Het is wenselijk om in de begroting eenmaal per vier jaar een budget op te nemen van € 50.000 voor te maken kosten in verband met de start van een nieuw college van B&W. I-Pads raad

2026

2027

2028

2029

Lasten

-50

0

0

0

Baten

0

0

0

0

Budget van € 50.000 voor de aanschaf van nieuwe I-pads bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode in maart 2026 voor alle (burger)raadsleden. Dit is noodzakelijk omdat hierop alle relevante raadsinformatie, waaronder de agenda’s en bijbehorende stukken, voor de (burger)raadsleden beschikbaar zijn. Maatwerkvoorzieningen Wmo

2026

2027

2028

2029

Lasten

156

309

457

600

Baten

0

0

0

0

Op basis van de realisatie in 2025 tot en met peildatum 23 mei 2025, passen we de begroting 2026 tot en met 2029 aan. We verwachten in eerste instantie een daling van de kosten in 2026 met € 99.000 met een verloop naar stijgende kosten in 2029 met € 368.000 (programma 2). De stijging is een gevolg ervan dat we rekening houden met een vergrijzingspercentage van 4%. Vervolgens staat daar dekking tegenover vanuit de septembercirculaire 2024, waarin we een extra bijdrage hebben ontvangen voor indexatie Wmo demografie oplopend van € 156.000 in 2025 naar € 600.000 in 2029 (programma 7). Daarmee is het netto-effect van deze bijstelling een voordeel in 2026 tot en met 2029 van respectievelijk € 255.000, € 324.000, € 401.000 en € 232.000. Het voordeel is in 2029 kleiner door het doortrekken van het vergrijzingspercentage van 4% naar de nieuwe jaarschijf 2029. Onroerendezaakbelasting (OZB)

2026

2027

2028

2029

Lasten

0

0

0

0

Baten

914

924

924

924

Door indexatie en areaalontwikkeling zijn de OZB woning opbrengsten hoger dan verwacht. Regiodeal II Veiligheid 5e Tranche

2026

2027

2028

2029

Lasten

-598

-857

-956

0

Baten

598

857

956

0

In 2026 komt er circa € 2,4 miljoen beschikbaar voor de Regiodeal II Veiligheid, 5e Tranche. Deze middelen dekken de kosten van het voorzetten van bestaande projecten en/of starten van nieuwe projecten met als doel om een veiliger leefomgeving te bewerkstelligen. Tijdelijke voortzetting inzet Woo-adviseur (Wet open overheid)

2026

2027

2028

2029

Lasten

-40

-93

-93

0

Baten

0

0

0

0

In 2024 zijn we gestart met het Woo-bureau, waarin centrale behandeling plaats vindt van alle Woo-verzoeken. Om de kwaliteit en continuïteit te kunnen blijven borgen wordt voorgesteld om de inzet van een Woo -adviseur in de periode 2026 tot en met 2028 op flexibele basis (inhuur) te continueren. In 2026 dekken we de kosten deels uit het Woo budget. Toeristenbelasting

2026

2027

2028

2029

Lasten

0

0

0

0

Baten

-71

-71

-71

-71

Verschillende factoren zorgen voor een lagere opbrengstverwachting (lagere aantal overnachtingen op basis van werkelijkheid 2024), waardoor de vaste jaarlijkse indexatie niet tot uiting komt.

67

Verstevigen vermogenspositie

2026

2027

2028

2029

Lasten

-850

-500

0

0

Baten

0

0

500

0

Omdat de begrotingssaldi het toelaten, storten we in 2026 € 850.000 en in 2027 € 500.000 in de algemene reserve vrij aanwendbaar. Hiermee versterken we ons eigen vermogen. Deze verbetering van onze vermogenspositie leidt tot een grotere financiële weerbaarheid waarmee in de toekomst eventuele incidentele tegenvallers makkelijker kunnen worden opgevangen. In 2028 onttrekken we € 500.000 uit de reserve, zodat het tekort van het begrotingssaldo onder de norm van 2% van de totale lasten (exclusief reserves) blijft. Voortzetten inzet ervaringswerker jeugd buitenruimte

2026

2027

2028

2029

Lasten

-62

-62

-62

-62

Baten

0

0

0

0

Benodigd budget structureel € 62.000. Door inzet van bestaande middelen als dekking was het effect voor het saldo van onze begroting in 2024 en 2025 budgettair neutraal. Met ingang van 2026 is sprake van een vraag om budget ad € 62.000 ten laste van het begrotingssaldo. Omdat de eerste ervaringen positief zijn, zetten we de inzet van een ervaringswerker voort. Doel is jongeren weer perspectief te bieden en mee te laten doen in de gemeente. De ervaringswerker zet zijn ervaringskennis in om aan te sluiten bij de leefwereld van deze jongeren, die nu vaak overlast veroorzaken. Deze jongeren zijn weer bezig met hun ontwikkeling en de overlast is verminderd. . Intensivering huidige beleid Budget voor nieuw college

2026

2027

2028

2029

Lasten

-500

-500

0

0

Baten

0

0

0

0

Bij de start van een nieuwe collegeperiode is het van belang dat het college slagvaardig van start kan gaan. We ramen hiervoor in 2026 en in 2027 € 500.000. Dit budget stelt het college in staat om snel te kunnen inspelen op urgente vraagstukken, het opstarten van verkenningen of het inschakelen van externe expertise. Dienstverlening en participatie

2026

2027

2028

2029

Lasten

-157

-101

-101

-101

Baten

0

0

0

0

In 2026 starten we met een nieuw team Dienstverlening en participatie, zodat beide belangrijke onderdelen geborgd zijn in de organisatie. We willen hiervoor een adviseur dienstverlening aanstellen die de coördinatie van dienstverlening op zich neemt en de "harde" en "zachte’ kant" van dienstverlening onder zijn of haar hoede neemt. Daarnaast lopen er al veel projecten om onze dienstverlening te verbeteren en dat wordt gecontinueerd. Wat nieuw is hebben we opgenomen in de begroting. Met de middelen werven we een adviseur dienstverlening, starten we met de introductie van een track en trace systeem en zijn we ingericht om te voldoen aan de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV). . Ombuigingen Duurzaam deelvervoer en dienstreizen

2026

2027

2028

2029

Lasten

50

50

50

50

Baten

0

0

0

0

In 2025 zijn er nieuwe afspraken gemaakt met de leverancier van duurzaam deelvervoer. De gemaakte afspraken leiden tot lagere uitgaven. Daarnaast vinden afspraken vaker digitaal plaats. Gevolg is dat er minder dienstreizen plaatsvinden.

68

Meedoen en geldzaken (MGZ)

2026

2027

2028

2029

Lasten

74

92

92

92

Baten

0

0

0

0

Vanuit MGZ leveren we 0,8 fte in 2026 en vervolgens 1 fte structureel in voor de taakstelling van het sociaal domein. In 2023 heeft team MGZ structurele formatie gekregen om de visie Meedoen en Geldzaken uit te dragen. Deze is tot en met maart 2025 ingevuld met inhuur. Inmiddels zijn de benodigde vaste medewerkers aangenomen en vullen we 1 fte structureel niet in. Het budget dat hierdoor vrijvalt draagt de afdeling WIZ bij aan de te realiseren taakstelling sociaal domein. Procesverbetering en automatisering

2026

2027

2028

2029

Lasten

100

200

300

400

Baten

0

0

0

0

Het optimaliseren (lees: 'leaner' maken) van processen en het verder automatiseren en toepassen van AI (artificiële intelligentie) van die processen bereiken we naast kwaliteitsvoordelen ook efficiëntievoordelen. Deze voordelen leiden tot verlaging van personeelskosten, welke we ook daadwerkelijk gaan effectueren. We sturen actief op het daadwerkelijk realiseren van kwaliteits- en efficiëntievoordelen op basis van vooraf opgestelde businesscases. Regionalisering

2026

2027

2028

2029

Lasten

0

0

0

0

Baten

100

100

100

100

We gaan kosten eerlijker verdelen en minder de regierol en ondersteuning bij samenwerking pakken. Taakstelling beschikbare formatie

2026

2027

2028

2029

Lasten

250

500

750

1.000

Baten

0

0

0

0

De uitkomsten van de benchmark personele organisatie worden vanaf 2026 omgezet in een taakstelling op het personeelsbudget.

Overzicht investeringen

Nieuwe investeringen in 2026 tot en met 2029 die de raad al heeft goedgekeurd , Tractie

Bruto Bijdr. Netto inv. derden inv.

2026

2027

2028

2029

1.376

187

801

268

120

1.376

69

Algemene dekkingmiddelen Begroting Begroting Begroting Begroting 2026

2027

2028

2029

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

22.364

23.198

23.198

23.198

Algemene uitkering

89.517

90.306

88.076

89.035

Dividend

606

606

606

606

Saldo van de financieringsfunctie

564

486

444

403

113.057

114.601

112.330

113.247

Totaal algemene dekkingsmiddelen

Vennootschapsbelasting

Er zijn nog voldoende verliezen uit het verleden die we kunnen verrekenen met eventuele toekomstige winsten in de aangiftes van 2024 en verder. We verwachten in de komende jaren nog geen Vennootschapsbelasting (Vpb) te hoeven betalen. Onvoorzien

Vanaf de begroting 2023 hebben we geen afzonderlijke post onvoorzien meer. Eventuele onvoorziene uitgaven die onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn komen ten laste van ons weerstandsvermogen en worden in de paragraaf 'weerstandsvermogen en risicobeheersing' uiteengezet en toegelicht.

70

Paragrafen

71

A. Lokale heffingen 1. Algemeen De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2026 ongeveer 21% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht zijn de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd.

Overzicht inkomsten uit heffingen 2026 Rekening Begroot na 2024 wijziging 2025

Begroting 2026

Procentuele afwijking begroting 2026-2025

Onroerende zaakbelasting (OZB)

16.154

16.817

18.145

7,9%

Afvalstoffenheffingen en reinigingsrecht

4.559

4.766

4.935

3,6%

Rioolheffing

6.051

6.333

6.375

0,7%

Toeristenbelasting

4.412

4.136

4.065

-1,7%

Reclamebelasting

98

87

87

0,0%

Precariobelasting

33

25

25

0,0%

Marktgelden

12

27

27

0,0%

Begraafplaatsrechten

16

15

15

0,0%

Overige heffingen

2.996

2.340

2.506

7,0%

Totaal inkomsten uit heffingen

34.331

34.545

36.180

.

Totaal inkomsten begroting/rekening

172.077

170.431

177.847

.

In de hogere opbrengsten van de OZB is rekening gehouden met de reguliere indexatie van 2,6% en voor de OZB niet-woningen een extra verhoging 5%. De meeropbrengsten van de overige heffingen wordt veroorzaakt door de meeropbrengsten van de leges reisdocumenten en rijbewijzen (ca. € 159.000). Hier staan wel hogere rijksleges die aan het Rijk worden afgedragen tegenover. De overige heffingen zijn geïndexeerd met een inflatie met 2,6% tenzij anders aangegeven. 2. Kostendekkendheid In deze paragraaf brengen we per heffing waarbij de baten de lasten niet mogen overschrijden, de kostendekkendheid in beeld. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om de volgende heffingen: • afvalstoffenheffing; • reinigingsrecht; • rioolheffing; • rioolaansluitrecht; • marktgelden; • lijkbezorgingsrechten; • leges. Per heffing brengen we de directe kosten, overhead, BTW en opbrengsten in beeld. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • • • •

Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing, kapitaallasten). De overhead rekenen we met een opslagpercentage van 85% op de directe personeelslasten toe aan de heffing. De inkoop-BTW is als last meegenomen. De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2026 zoals die in de paragraaf genoemd worden. 73

3. Onroerende zaak belasting (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. In de kaderbrief 2026 is aangegeven dat we in 2026 de OZB-tarieven voor niet-woningen met 5% extra verhogen naast de inflatiecorrectie (2,6%). Dit omdat de raad bij de vaststelling van de (meerjaren)begroting 2024 – 2027 besloten heeft in de periode 2024 t/m 2027 langzaam toe te groeien naar het gemiddelde tarief in provincie Limburg. In de begroting van 2026 is hiermee rekening gehouden Dit levert voor 2026 de volgende tarieven op: Onroerende zaak belasting bedragen in hele euro's

2025

2026

Stijging 2026 t.o.v. 2025

Tarief Ozb-eigenaar woningen

0,1326%

0,1360%

2,6%

Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen

0,3142%

0,3381%

7,6%

Tarief Ozb gebruiker niet-woningen

0,2512%

0,2703%

7,6%

€ 487,97

€ 500,48

2,6%

€ 2.295,52

€ 2.470,10

7,6%

Gemiddelde aanslag woning (woz-waarde 2025 € 368.000) Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker (woz-waarde 2025 € 406.000)

Het tarief OZB-eigenaar woningen in onze gemeente ligt in 2025 1,9% boven het gemiddelde tarief van alle Limburgse gemeenten (0,1211%). Het tarief OZB-eigenaar niet-woningen ligt 2,3% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,3195%). En het tarief OZB-gebruiker niet-woningen ligt 3,2% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,2575%). De genoemde tarieven voor 2026 corrigeren we nog met de gemiddelde daling / stijging van de WOZwaarden. Dit doen we bij het vaststellen van de verordening Onroerende zaakbelasting 2026 in december 2025 als de woz-waardeontwikkeling bekend is. 4. Reinigingsheffingen (Afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. We heffen een afvalstoffenheffing van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke. Reinigingsrechten heffen we van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De basisheffing stijgt met 2,6% in 2026.

De gemiddelde lastendruk voor de reinigingsheffingen komt daarmee uit op 3,0%. De restafvalzakken stijgen met € 0,10. De indexatie van de basistarieven met 2,6% leidt in 2026 tot de onderstaande tarieven:

74

Reinigingsheffingen bedragen in hele euro's

2025

2026

Stijging 2026 t.o.v. 2025

Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden Restafvalzak

€ 252,72 € 186,60 € 1,70

€ 259,32 € 191,40 € 1,80

2,6% 2,6% 5,9%

Gemiddelde lasten (1) Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1) Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) (inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.)

€ 254,15 € 272,62 € 194,95

€ 261,82 € 280,79 € 200,79

3,0% 3,0% 3,0%

De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2025 € 272,62. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 326,92 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). Dit is 16,6% (€ 54,30) lager dan het gemiddelde. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de verordening Reinigingsheffingen 2026, die in december 2025 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2026.

75

Het tekort aan baten in 2026 wordt gedekt uit de voorziening tariefegalisatie afval. 5. Rioolheffing Gemeenten bekostigen maatregelen (voorzieningen) voor de verwerking van afval-, hemel- en overtollig grondwater uit de rioolheffing. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Daarmee kunnen kosten worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen voor een doelmatig werkende riolering en maatregelen ten aanzien van afval- hemelwater en grondwater. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas alleen als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-1-2024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. De tarieven zijn gebaseerd op het in oktober 2023 geactualiseerde kostendekkingsplan. Hieruit volgt een tarief voor de rioolheffing van € 287 in 2026. De rioolheffing is geïndexeerd met het inflatiecijfer van 2,6%. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de Verordening rioolheffing 2026, dat in december 2025 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2026.

76

Dit levert voor 2026 de volgende tarieven op: Rioolheffing bedragen in hele euro's

Vast tarief per eigendom Variabel tarief gebruik waterverbruik > 500m³ Waterverbruik van < 500 m³ Waterverbruik van 500 m³ t/m 999 m³ Waterverbruik van 1.000 m³ t/m 1.999 m³ Waterverbruik van 2.000 m³ t/m 2.999 m³ Waterverbruik van 3.000 m³ t/m 3.999 m³ Waterverbruik van 4.000 m³ t/m 4.999 m³ Waterverbruik van 5.000 m³ t/m 9.999 m³ Waterverbruik van 10.000 m³ t/m 49.999 m³ Waterverbruik > 50.000 m³

2025

2026

Stijging 2026 t.o.v. 2025

€ 280

€ 287

2,5%

€€ 280 € 560 € 840 € 1.120 € 1.400 € 2.800 € 8.400 € 16.800

€€ 287 € 574 € 861 € 1.148 € 1.435 € 2.870 € 8.610 € 17.220

n.v.t. 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5% 2,5%

Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2025 ligt in Horst aan de Maas ca. 16,9% hoger (€ 40,44) dan in de provincie. In 2026 wordt het kostendekkingsplan herzien voor 2027 en verder. Het tarief in Horst aan de Maas zal de komende jaren meer in de pas lopen met vergelijkbare gemeenten en het gemiddelde in Limburg. Naar verwachting zullen in deze gemeenten nog stijgingen voor 2026 en verder plaatsvinden.

Het tekort aan baten wordt in 2026 gedekt uit de voorziening riolering. 6. Rioolaansluitrecht Het rioolaansluitrecht is een eenmalige vergoeding die we van de eigenaar van een pand vragen ter dekking van de kosten voor het aansluiten van een pand op de riolering.

77

Indexatie leidt in 2026 tot de volgende tarieven: Rioolaansluitrecht bedragen in hele euro's

2025

Type riolering Drukriolering buitengebied Vrijverval-riolering

Stijging 2026 2026 t.ov 2025

€ 5.018

€ 5.148

2,6%

€ 263 + € 190 per m¹ perceelaansluitleiding

€ 270 + € 195 per m¹ perceelaansluitleiding

2,6%

7. Toeristenbelasting/ watertoeristenbelasting We heffen toeristenbelasting van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting heffen we voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit zijn zowel toeristen als arbeidsmigranten (ca. 15%). De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Dat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s heffen we (water)toeristenbelasting. Het verblijf op vaartuigen bepalen we op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen zoals bij de reguliere toeristenbelasting. Conform de kaderbrief 2026 verhogen we de tarieven voor de toeristenbelasting m.i.v. 2026 van € 1,65 (naar afgerond) € 1,70 (2,6% inflatiecorrectie) per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen passen we in lijn hiermee aan.

78

Toeristenbelasting bedragen in hele euro's

2025

2026

Stijging 2026 t.o.v. 2025

Tarief per persoon per overnachting

€ 1,65

€ 1,70

3,0%

Vaste plaats, vast bedrag per jaar

€ 257,40

€ 265,20

3,0%

€ 6,60

€ 6,80

3,0%

€ 1,65 € 257,40 € 6,60

€ 1,70 € 265,20 € 6,80

3,0% 3,0% 3,0%

Seizoensplaats / arrangement per week Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (1) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (1) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (1) (1) Vaartuigen, watervilla's. * M.i.v. 2023 geen onderscheid in hoog en laag tarief

8. Vermakelijkhedenretributie De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer wijzigen we voor 2026 niet. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) betrekken we niet in de heffing. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. Vermakelijkhedenretributie bedragen in hele euro's

Vast bedrag per betalende bezoeker c.q deelnemer van de vermakelijkheid

2025

€ 0,10

2026

Stijging 2026 t.o.v. 2025

€ 0,10

0,0%

9. Precariobelasting We heffen precariobelasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,6% (afgerond op € 0,05) geeft dit voor 2026 de volgende tarieven:

79

Precariobelasting terrassen bedragen in hele euro's 2025

Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst, Sevenum of Grubbenvorst per m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar

Stijging 2026 2026 t.o.v. 2025

€ 10,85

€ 11,15

2,8%

€ 7,20

€ 7,40

2,8%

10. Marktgelden We heffen marktgelden voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die de marktlieden in het centrum van Horst betalen, nemen we in de heffing van de marktgelden mee. De promotiegelden betalen we door aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Het Centrummanagement betaalt hiermee collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,6% geeft dit voor 2026 de volgende tarieven: Marktgelden bedragen in hele euro's

2025

2026

Stijging 2026 t.o.v. 2025

€ 12,80

n.v.t.

-

€-

€ 6,60

n.v.t.

- vast bedrag

€ 25,85

€ 26,50

2,5%

- per strekkende meter

€ 20,65

€ 21,20

2,7%

- voor het innemen van een standplaats per dag * - promotieplaats per dag Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal

* Het tarief voor de dagstandplaatsen is vervallen. In de nieuwe marktverordening is het niet mogelijk om een dagstandplaats in te nemen.

80

11. Reclamebelasting We heffen reclamebelasting voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 ingevoerd op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst. De opbrengst van de reclamebelasting betalen we onder inhouding van € 5.000, door aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Die betaalt hiermee collectieve activiteiten voor het promoten van het centrum van Horst. De hoogte van het tarief is afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,6% geeft dit voor 2026 de volgende tarieven: Reclamebelasting centrum Horst bedragen in hele euro's

2025

2026

Stijging 2026 t.o.v. 2025

Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000)

€ 598

€ 614

2,7%

€ 598+ € 3,60 per € 1.000 woz-waarde 2024 boven de € 150.000

€ 614+ € 3,70 per € 1.000 woz-waarde 2025 boven de € 150.000

€ 1.107

€ 1.136

2,6%

€ 598

€ 614

2,7%

Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m € 291.000)

Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan € 292.000) Zone B

* Voor de Reclamebelasting 2026 wordt de woz-waarde 2025 (waardepeildatum 1-1-2024) gehanteerd * Voor de Reclamebelasting 2025 wordt de woz-waarde 2024 (waardepeildatum 1-1-2023) gehanteerd * Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen

12. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten stellen we in overleg met het

81

kerkbestuur vast. Eventuele wijzigingen komen in december 2025 bij het vaststellen van de belastingtarieven 2026 aan de orde.

13. Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten voor het leveren van bepaalde diensten. We brengen de kostendekkendheid van de leges 2026 per titel van de legesverordening in beeld. Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen; Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang.

82

14. Kwijtschelding Voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie wordt beoordeeld of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt. Hiervoor wordt de door de gemeente Horst aan de Maas vastgestelde Leidraad Invordering Gemeentelijke belastingen als basis gebruikt. De aanvragen worden twee keer per maand aangeleverd en getoetst bij Stichting Inlichtingenbureau. Alleen in complexere gevallen, bij uitval of bij afwijkingen van inkomen of vermogen (o.a. eigen woning) worden de aanvragen door medewerkers van de gemeente beoordeeld. De verwachting is dat in 2026 ongeveer 86% van het totaal aantal aanvragen automatisch kan worden afgehandeld. Het is mogelijk dat zelfstandige ondernemers (eenmanszaak) die een inkomen rond het bestaansminimum hebben ook voor kwijtschelding van hun privé-belastingen in aanmerking komen. Deze zelfstandige ondernemers worden, buiten de toets op hun ondernemingsvermogen, op dezelfde wijze (voor dezelfde vermogensbestanddelen) getoetst als particulieren.

83

Afgelopen jaren is gebleken dat maar enkele of geen ondernemers een beroep doen op de kwijtscheldingsregeling. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: •

OZB

•

Rioolheffing

•

Afvalstoffenheffing

84

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Inleiding In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV. 2. Risico-inventarisatie algemene risico's Voor de begroting 2026 hebben we de risico’s opnieuw in kaart gebracht. Daarbij hebben we gekeken naar twee punten: • Zijn de eerder vastgestelde risico’s nog steeds actueel? We hebben opnieuw beoordeeld hoe groot de kans is dat deze risico’s zich voordoen en wat het maximale financiële gevolg is. •

Zijn er nieuwe risico’s bijgekomen die we moeten meenemen?

De actualisatie van de risico's leidt tot de hieronderstaande risicomatrix. Financiële klasse 6) x > € 1.000.000

2

2

1

5) € 500.000 < x < € 1.000.000

6

8

1

1

4) € 100.000 < x < € 500.000

16

14

8

2

3) € 25.000 < x < € 100.000

15

15

12

1

2) x < € 25.000

17

13

5

2

1) Geen financiële gevolgen

2 30%

50%

70%

10%

1

90%

In de bovenstaande risicomatrix zijn 143 risico's opgenomen. Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000. In de bovenstaande risicomatrix zijn enkele risico's vetgedrukt en onderstreept. Dit zijn de risico's met de hoogste kans en de grootste financiële gevolgen. In de tabel hieronder lichten we deze toe.

85

Omschrijving risico

Kans Financiële percentage klasse 1 Vanaf 2028 gaan gemeenten via de algemene uitkering minder geld ontvangen 50% 6 van de rijksoverheid. Onduidelijk is of hier nog een oplossing voor gaat komen. Dit leidt ertoe dat de jaarschijven 2028 en 2029 in de voorgestelde meerjarenbegroting ongeveer een tekort van 3 mln. laten zien. Deze tekorten zullen t.z.t. opgelost moeten worden. Oftewel met extra inkomsten van de rijksoverheid of door beleidsombuigingen. 2 Hogere kosten en vertragingen vastgoedprojecten De kosten voor vastgoedprojecten stijgen voortdurend. Dit komt vooral door hogere bouwkosten, rentelasten en krapte op de arbeidsmarkt. Aannemers vragen daarom vaker hogere prijzen en het lukt ze vaak niet werkzaamheden op tijd uit te voeren. We lopen het risico is dat we deze extra kosten vanaf 2027 niet langer kunnen opvangen met reguliere inflatie-indexeringen vanuit de algemene uitkering.

70%

5

3 Implementatie van een nieuwe applicatie voor Werk en inkomen en Schuldhulpverlening. De gemeente werkt aan de invoering van een nieuwe applicatie voor Werk en Inkomen en Schuldhulpverlening. Deze overgang brengt een aantal risico's met zich mee:

75%

4

4 Beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet. De capaciteit op het elektriciteitsnet is onvoldoende. Door netcongestie kunnen nieuwe plannen niet doorgaan of lopen ze flinke vertraging op. Een concreet voorbeeld is de nieuwbouw van een school in Horst waar € 450.000 extra kosten als gevolg hiervan in de begroting hebben opgenomen. Het risico bestaat dat ook andere projecten met hogere kosten door netcongestie te maken krijgen.

50%

5

5 Veranderende wet- en regelgeving op het gebied van milieu en, verduurzaming voor gebouwen. De wet- en regelgeving rondom milieu en verduurzaming van gebouwen verandert voortdurend. Voor gebouwen gelden steeds strengere eisen, zoals hogere normen voor energiezuinig bouwen (bijvoorbeeld strengere EPC-eisen) en circulair bouwen. Hierdoor kunnen de kosten voor nieuwbouw en verbouwingen hoger uitvallen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Daarnaast veranderen ook de regels voor toegankelijkheid. Gebouwen moeten

70%

4

-

Extra inzet en kosten: Het aanpassen van processen en het invoeren van een nieuw systeem kost tijd en geld. We houden hier rekening mee door extra capaciteit in te plannen. Toch bestaat het risico dat dit meer capaciteit vraagt dan waarmee we rekening gehouden hebben en dit tot hogere kosten leidt. Ook kunnen de wachttijden voor inwoners tijdelijk iets oplopen.

-

Risico op dataverlies: Bij de overgang van de oude naar het nieuwe systeem bestaat de kans dat er gegevens verloren gaan. In dat geval moeten we herstelwerkzaamheden uitvoeren, wat extra kosten met zich meebrengt.

-

Onzekerheid over levering software: De leverancier kan op dit moment niet garanderen dat het volledige softwarepakket op tijd beschikbaar is. Vooral voor Schuldhulpverlening is er nog onduidelijkheid. Mogelijk moeten we tijdelijk een tussenoplossing gebruiken, waarbij bestaande onderdelen worden aangepast totdat het volledige pakket beschikbaar is.

86

Omschrijving risico

Kans Financiële percentage klasse

beter toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Ook dit leidt tot extra kosten bij nieuwe projecten en aanpassingen van bestaande gebouwen.

3. Risico's en grondexploitaties Op 11 maart 2025 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Het uitgangspunt van die nota is dat de gemeente streeft naar een situationeel grondbeleid met een actieve basishouding. De gemeente kiest er daarmee voor om zelf actief gronden te verwerven en te ontwikkelen op vlakken waar ze dat belangrijk vindt en/of waar het niet door marktpartijen wordt opgepakt. Aan een actief grondbeleid hangen altijd risico’s. Risico’s houden we zo klein mogelijk en in elk geval beheersbaar door zorgvuldige overweging voorafgaand aan en goede sturing voor en tijdens de uitwerking en uitvoering. Financiële buffers De gemeente heeft voor de grondexploitaties een eigen reserve ingesteld, namelijk de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARGE). Die reserve kent een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad in oktober 2018 ingestemd met het instellen van de reserve POC-winst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst.

Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project verandert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het gebeuren dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. Risico's bij stikstof. In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Ook het op een andere manier bouwen dan vooraf is gecommuniceerd, kan leiden tot een risico op stikstof. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen. 4. Benodigde weerstandscapaciteit De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s bedraagt € 52,5 miljoen. Dit is het bedrag dat nodig zou zijn als alle risico’s die we als gemeente lopen zich tegelijkertijd en volledig voordoen. In de praktijk gebeurt dit zelden. Daarom gebruiken we een Monte Carlo-simulatie om te bepalen hoeveel financiële ruimte we écht nodig hebben.

Deze methode houdt rekening met de kans dat risico’s zich voordoen en met hun maximale omvang. De gemeenteraad heeft in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 vastgesteld dat we 90% zekerheid willen dat ons weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Op basis van de Monte Carlo-simulatie is berekend dat hiervoor minimaal € 9,40 miljoen nodig is. Dit noemen we de benodigde weerstandscapaciteit. 5. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene Reserve basis Onder de beschikbare weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onvoorziene, niet-begrote kosten te kunnen betalen. We hebben hier de volgende middelen voor beschikbaar: •

Algemene reserve basis;

•

Algemene reserve vrij aanwendbaar: flexibel inzetbaar;

•

Stille reserves: bezittingen zoals gebouwen en gronden die meer waard zijn dan in de boekhouding staat.

87

Voor de berekening van de beschikbare weerstandcapaciteit nemen we op basis van de door de raad vastgestelde Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 alleen de algemene reserve basis mee. Bij de jaarrekening 2024 is de algemene reserve basis op € 9,12 mln. gebracht. Omdat dit niet voldoende is om aan de benodigde weerstandscapaciteit van € 9,4 mln. te voldoen hebben we in deze begroting +/- € 280.000 toegevoegd aan de algemene reserve basis. Na de aanvulling bedraagt de reserve € 9,40 mln.. 6. Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit. Om te beoordelen of de gemeente voldoende financiële ruimte heeft, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekening is alsvolgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Ook de Provincie Limburg gebruikt deze ratio om te beoordelen of een gemeente financieel weerbaar is. In onderstaande tabel staat hoe de provincie de ratio weerstandsvermogen classificeert. Waardering A B C D E F

Weerstandsnorm ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 <0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Na de aanvulling op de Algemene Reserve basis komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,0 (€ 9,4 mln. / 9,4 mln.) Hiermee voldoet de gemeente aan de minimale norm en is er voldoende financiële ruimte om de risico’s op te vangen. 7. Kengetallen Kengetallen

1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten

2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden muv kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen

3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva

Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Gestelde 2024 2025 2026 2027 2028 2029 norm*

Risico cat. prov.

23%

44%

67%

77%

78%

72%

68%

A

18%

39%

63%

73%

74%

68%

61%

A

37%

43%

35%

31%

29%

31%

33%

B

88

4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten 5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten 6. Belastingcapaciteit woningen= (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen - eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen

-3%

-2%

-1%

0%

0%

-1%

7%

A

2%

3%

1%

1%

-2%

-2%

2%

A-C

97%

98%

100%

100%

100%

100%

97%

B

*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 19-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Normering van financiële kengetallen (GTK 2020 gemeenten). De provincies gebruiken het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK2020) om te beoordelen hoe financieel gezond een gemeente is. In dit kader zijn normen vastgesteld voor de belangrijkste financiële kengetallen. Voor elk kengetal zijn er 3 categorieën: •

Categorie A: weinig risico (goede financiële positie)

•

Categorie B: gemiddeld risico

•

Categorie C: veel risico (zwakke financiële positie)

Deze indeling helpt om snel te zien of een gemeente financieel sterk genoeg is om tegenvallers op te vangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16069902/1