01d Bijlage 2 BBV Begroting 2026 incl. Meerjarenbegroting 2027 tm 2029
Tekst van het document
89
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belasting capaciteit
Categorie A < 90%
Categorie B 90% - 130%
Categorie C > 130%
< 90% > 50% < 20% >0% <95%
90% - 130% 20% - 50% 20% - 35% 0% 95% - 105%
> 130% < 20% > 35% < 0% > 105%
8. Conclusie kengetallen • Ratio 1 en 2. Netto Schuldquote Deze ratio’s laten zien hoeveel schulden de gemeente heeft in verhouding tot haar eigen vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we meerjarig in de laagste risicoklasse A van de provincie maar voldoen we vanaf 2026 niet meer aan de door ons zelf gestelde norm. Van 2025 t/m 2028 stijgen de schuldquotes omdat we meer vaste schulden aangaan om investeringen in de komende jaren te kunnen financieren. De netto schuldquote stijgt van 44% (2025) naar 78% in 2028. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen stijgt van 39% (2025) naar 74% in 2028. Beide quotes laten in 2029 weer een lichte daling zien. •
Ratio 3. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio laat zien hoeveel eigen vermogen de gemeente heeft in verhouding tot vreemd vermogen. Dit geeft aan hoe goed we onze financiële verplichtingen kunnen nakomen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Tussen 2025 en 2029 daalt de solvabiliteitsratio van 43% naar 31%. We vallen hiermee net als voorgaande jaren in risicoklasse B van de Provincie. Wel voldoen we vanaf 2027 niet meer aan onze eigen gestelde norm van minimaal 33%. De daling van de ratio wordt enerzijds veroorzaakt door een daling van het eigen vermogen vanaf 2026 door ontrekkingen uit het eigen vermogen tbv van bijvoorbeeld onze loods/ontvlechting NLW. Maar ook de door de raad geaccepteerde begrote tekorten voor 2028 en 2029 van 2%. Het eigen vermogen daalt in de periode 2025 -2029 van € 83 mln. maar € 72 mln.. Anderzijds komt de verslechtering ook door een forse toename van het lang vreemd vermogen veroorzaakt door leningen die noodzakelijk zijn om de investeringen de komende jaren te kunnen financieren.
•
Ratio 4. Grondexploitatie Deze ratio laat zien hoe afhankelijk de gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties brengen risico's met zich mee en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Daarom is het beter als deze ratio laag is. Tussen 2025 - 2029 ligt de ratio tussen de -/- 2% en -/- 1%. Dat betekent dat we weinig afhankelijk zijn van inkomsten uit de grondexploitaties. We vallen hiermee in de laagste risicoklasse(< 20%). Ook blijven we onder onze eigen norm van 2%. Dit is vanuit het risico-oogpunt positief.
•
Ratio 5. Structurele exploitatieruimte Deze ratio laat zien of onze vaste inkomsten voldoende zijn om onze vaste uitgaven te betalen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. In de jaren 2025 t/m 2027 is dit percentage positief. Dat betekent dat we in die jaren genoeg structurele inkomsten hebben en dus in de laagste risicoklasse (klasse A) volgens de norm van de Provincie vallen. In 2028 en 2029 is de ratio negatief. Dit sluit aan bij de door de raad in de kaderbrief 2026 gestelde kaders dat de begroting in 2026 en 2027 sluitend moeten zijn en voor 2028 en 2029 een tekort van maximaal 2% acceptabel is.
•
Ratio 6. Belastingcapaciteit woningen: Dit percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. 90
Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. T/m 2029 zit de belastingcapaciteit van HADM op 100%. Een ratio van 100% betekent dat de belastingcapaciteit in Horst aan de Maas gelijk is aan het landelijke gemiddelde. We vallen hiermee in middelste risicocategorie (B) van de provincie. We zitten hiermee iets boven onze eigen gestelde norm van maximaal 97%. De OZB en rioolheffing in Horst aan de Maas zijn hoger dan het landelijke gemiddelde en onze afvalstoffenheffing een stuk lager. •
Kanttekening bovenstaande ratio's Bij de bovenstaande ratio's maken we de kanttekening dat deze berekend zijn op basis van een geprognoticeerde balans waarin voor de periode 2026 -2029 € 63,4 mln. aan nieuwe door de raad reeds geaccordeerde investeringen zijn opgenomen. In deze balans zitten echter niet de € 73,3 mln. aan investeringen waarvoor financiële ruimte in de periode 2026 - 2029 is opgenomen maar waarvoor de raad nog geen apart krediet verstrekt heeft. Als we deze investeringen wel in de geprognosticeerde balans hadden meegenomen dan zouden de schulquote's boven de 100% uitkomen. We zouden dan voor de provincie van de minst risicovolle categorie naar de gemiddelde categorie zakken. Onze solvabiliteitsratio zou dan in 2029 rond de 24% i.p.v. 31% uitkomen waarmee we nog steeds in de gemiddelde risicocategorie zouden vallen maar wel aanzienlijk verder onder onze eigen norm van 33%.
9. Samenvattende conclusie De gemeente Horst aan de Maas heeft op dit moment een goed financieel weerstandsvermogen. In 2026 vallen vier van de zes financiële ratio’s in de laagste risicoklasse van de Provincie. Twee ratio’s vallen in de middelste risicoklasse. Vanaf 2027 verwachten we een lichte verslechtering van het weerstandsvermogen. De solvabiliteitsratio en de schuldquotes blijven, met inacht neming van de hierboven vermelde kanttekening, weliswaar in de minst risicovolle categorie van de provincie maar leveren wel aan kracht in. Om ook in de toekomst een sterke financiële positie te behouden, is het belangrijk het volgende in acht te nemen: Eigen vermogen op peil houden De solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het eigen en vreemd vermogen van de gemeente. Zoals hierboven beschreven verslechtert deze vanaf 2027 door een flinke toename van het vreemd vermogen als gevolg van leningen die noodzakelijk zijn om de investeringen de komende jaren te kunnen uitvoeren. Deze leningen zorgen ook voor een stijging van de schuldratio. Meer leningen betekent meer renterisico en dus is het noodzaak dat we zeker niet verder gaan interen op ons eigen vermogen. De afgelopen jaren is ons eigen vermogen met name mede door de positieve rekeningresultaten versterkt. Het is belangrijk dat we ons eigen vermogen in de toekomst op peil houden en niet laten dalen.
Daarom vullen we in deze begroting de algemene reserve vrij aanwendbaar aan en is het belangrijk dat we in de toekomst voorzichtig omgaan met een eventuele inzet van de algemene reserve voor nieuw beleid. Daarnaast is het belangrijk dat we een investeringsniveau nastreven dat past bij de omvang van onze begroting. Toe gaan werken naar een sluitende begroting voor de jaren 2028 en 2029 In 2028 en 2029 is er conform afspraak met de gemeenteraad een begrotingstekort van ongeveer 2%. In opmaat naar deze begrotingen gaan we kijken hoe we dit oplossen. Balans tussen ambities en belastingdruk De belastingdruk voor huishoudens ligt op het landelijke gemiddelde, maar net iets boven onze eigen norm. Wij blijven goed kijken naar de balans tussen wat we willen bereiken en wat dat kost voor inwoners. Dat vinden we belangrijk.
91
C. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Het gaat hierbij om wegen, riolering, groen en gemeentelijke gebouwen. De kapitaalgoederen leveren een bijdrage aan de realisatie van gemeentelijke doelen op het gebied van wegen, milieu en duurzaamheid, openbaar groen, onderwijs en dienstverlening. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de onderhoud en beheerprogramma’s de keuze uit kwaliteitsniveaus. Daarmee heeft zij een afwegingskader voor de inzet van financiële middelen, voor zover deze passend zijn binnen de financiële positie van de gemeente. In deze paragraaf hebben we ook de doelstellingen en maatregelen voor de (gemeentelijk)gebouwen weergegeven. Ook hebben we doelstellingen en maatregelen van wegen, riolering en openbaar groen in de betreffende programma's opgenomen. Wegen
De hoofddoelstelling is een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en goed toegankelijk is. Hier geven we invulling aan door te zorgen voor een adequaat beheerplan wegen. Ook de hierin aanwezige civiele kunstwerken en openbare verlichting beheren we efficiënt en doelmatig. Het Wegbeheerplan 2024-2027 geeft inzicht in de huidige kwaliteit en de situatie van de verhardingen die bij de gemeente Horst aan de Maas in beheer zijn. Daarnaast geeft het Wegbeheerplan inzicht in de benodigde budgetten voor het onderhouden van de wegen op een veilig en functioneel niveau en brengt het de financiële gevolgen op korte en middellange termijn (tot en met 2027) in beeld. We onderhouden de wegen op kwaliteitsniveau ‘basis, welke de ondergrens vormt voor rationeel wegbeheer. Het mobiliteitsprogramma 2025-2035 versterkt de samenwerking met wegbeheer en haakt daarmee aan op de meerjaren onderhoudsplanning van wegen. Door deze samenwerking pakken we het wegenonderhoud nóg integraler aan. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het beheerplan wegen, bermen en sloten buitengebied voeren we gecombineerd uit met het onderhoud wegen. De budgetten voor het onderhoud van de wegen zijn opgenomen onder de kostenplaatsen algemeen wegbeheer, wegen en trottoirs, bermen en bermsloten en straatreiniging. Daarnaast storten we jaarlijks een bedrag in de voorziening onderhoud wegen.
Voor het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken is het noodzakelijke onderhoud vastgelegd in een meerjarige onderhoudsplanning voor de periode 2020-2029. Hierin staat de huidige staat en noodzakelijke budgetten/ investeringen voor een verantwoord onderhoud en beheer. We onderhouden de civieltechnische kunstwerken op een veilig en heel niveau. De budgetten voor het beheer en onderhoud zijn opgenomen onder de kostenplaatsen bruggen/viaducten/kades en kunstwerken. De budgetten zijn gekoppeld aan het vastgestelde beleidsplan. Hetzelfde geldt ook voor het onderhoud en vervangingen van de openbare verlichting. In 2025 stellen we een nieuw beleidsplan op dat vanaf 2026 zal ingaan. We zetten in op het verduurzamen van het areaal, door het vervangen van oude verlichtingsarmaturen voor LED-armaturen. Grote vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven.
93
Beheerplannen
Datum vaststelling
Kwaliteitsniveau
Wegbeheerplan 2024-2027
06-02-2024
Basis
Ecologisch bermbeheerplan 20212025
26-07-2021
Ecologisch
Meerjaren onderhoudsplan Civiele Kunstwerken 2020-2029 Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2025
15-12-2020
Veilig en heel
15-12-2015
Basis
Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2026 2027 2028 2029 2025 Wegen en trottoirs Exploitatie
-2.689
-2.621
-2.732
-3.183
-3.299
Totaal Wegen en trottoirs Bruggen / viaducten / kades
-2.689
-2.621
-2.732
-3.183
-3.299
Exploitatie
-73
-53
-53
-53
-53
Totaal Bruggen / viaducten / kades Bermen en bermsloten
-73
-53
-53
-53
-53
Exploitatie
-397
-402
-404
-407
-411
Totaal Bermen en bermsloten Straatreiniging
-397
-402
-404
-407
-411
Exploitatie
-125
-125
-125
-125
-125
Totaal Straatreiniging Openbare verlichting
-125
-125
-125
-125
-125
Exploitatie
-844
-768
-778
-789
-798
Totaal Openbare verlichting
-844
-768
-778
-789
-798
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
1.096
1.096
996
896
896
Voorziening wegen
De cijfers in de bovenstaande tabel zijn het saldo van baten en lasten van de bijbehorende exploitatierekeningen van wegen. Riolering
Klimaatadaptatie en Kaderrichtlijn water Gemeentelijk rioleringsplan & Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Horst aan de Maas Eind 2021 heeft de gemeenteraad het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) met bijbehorend kostendekkingsplan (KDP) voor de periode 2022 tot en met 2026 vastgesteld. Samen met de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is hiermee het beleid voor deze periode op het gebied van water en klimaatadaptatie vastgelegd. In 2023 hebben we het kostendekkendheidsplan herijkt. Uitdagingen 2026-2029 Met inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt er geen nieuw Gemeentelijk rioleringsplan meer gemaakt maar worden beleidsmatige aspecten en ambities in het Programma Groen, Blauw en
94
Klimaatadaptatie opgenomen. Dit programma geeft begin 2026 input voor een nieuw kostendekkingsplan. Riolering Één van de hoofddoelstellingen is de zorg voor een goed werkend rioolstelsel en een doelmatig rioolbeheer. Om dit te bereiken stellen we jaarlijks inspectie- en onderhoudsschema’s op. De afgelopen jaren hebben we vooral ingezet op het relinen van riolen. De ervaring hiermee leert dat het echter soms beter is om een riool te vervangen ipv te relinen. Vooral als een straat er toch uit moet. Vervang van de riolering geeft ook meer kansen voor het afkoppelen van hemelwater. In het nieuw kostendekkingsplan gaan we hier rekening mee houden. Grondwater Het jaar 2024 werd gekenmerkt door veel en langdurige neerslag. Terwijl andere jaren weer droog verlopen. We onderzoeken de gevolgen daarvan voor de grondwaterstanden en brengen in beeld wat dit betekent voor beleidsmatige en operationele zaken. KaderRichtlijn Water (KRW) Het terugdringen van riooloverstorten is op basis van de KRW een wettelijke verplichting waar we in 2027 aan moeten voldoen. Sinds 2017 stimuleren we inwoners met een subsidieregeling om regenwater van de riolering af te koppelen en geven we zelf het goede voorbeeld door bij reconstructies in de openbare ruimte door regenwater standaard af te koppelen. We verwachten tot 2028 nog 8 tot 9 hectare aan verhard oppervlak af te koppelen.
Daarnaast maken we een tiental Groene Bergingen achter riooloverstorten. Ondanks alle inspanningen verwachten we eind 2027 niet geheel aan de KRW-opgave te voldoen. Met het Waterschap Limburg zijn hierover intensieve overleggen geweest en afspraken gemaakt. Ook na 2027 blijft het dan ook noodzakelijk om aan de KRW opgave te werken en de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Klimaatadaptatie In 2021 hebben we een aantal (urgente) knelpunten wateroverlast gedefinieerd. Projecten hiervoor zijn in voorbereiding of in uitvoering. Voor de komende jaren brengen we nieuwe knelpunten in beeld en pakken we deze aan. Het onderzoek hiervoor loopt. Om hittestress te voorkomen hebben we de afgelopen jaren ruim 300 bomen in stedelijk gebied aangeplant. Voor de komende jaren voorzien we een toename in het aantal te planten bomen. Met het programma Groen, Blauw en Klimaatadaptatie zorgen we voor een beleidsmatige en structurele aanpak. Ons streven is de werkzaamheden die volgen uit het GRP zoveel mogelijk volgens planning uit te voeren. De praktijk is dat dit door divers omstandigheden waaronder, capaciteitsgebrek bij adviesbureaus, moeilijke verwervingen van gronden, niet altijd lukt. De uitvoering van het jaarlijkse onderhoud verloopt volgens planning. Beheerplannen
Datum Vaststelling
Kwaliteitsniveau
GRP 2022-2026
23-11-2021
n.v.t.
GRP 2022-2026
24-10-2023 herijking
n.v.t.
Omschrijving Investeringen (excl. BTW)
2026 16.314
2027 10.092
2028 1.092
2029 1.671
Omschrijving Begrote lasten riolering Begrote baten riolering Verschil (is mutatie voorziening)
2026 -8.789 6.375 -2.414
2027 -7.569 6.417 -1.152
2028 -6.173 6.417 244
2029 -6.314 6.417 103
95
Voorziening riolering
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
Saldo 31-12
3.831
2.678
2.922
3.026
Groen
De zorg voor het openbare groen vinden wij belangrijk. Groen draagt bij aan de 'quality of life' en het welzijn van mensen. Groen zorgt voor een goede woon- en leefomgeving, verfraaiing van de kernen, hittestressreductie, een verhoging van het waterbergend vermogen en een grotere biodiversiteit. Onderhoudsniveaus Niet al het groen in onze gemeente onderhouden we even intensief. De verschillende onderhoudsniveaus voor het openbaar groen liggen vast in de groenstructuurvisie. De onderhoudsniveaus zijn gebaseerd op landelijke richtlijnen van CROW: •
Niveau A: Hoog onderhoudsniveau. Groen is strak en verzorgd, met weinig tot geen onkruid.
•
Niveau B: Basisniveau. Groen is netjes maar niet perfect. Er mag beperkt onkruid voorkomen en het onderhoud is regelmatig maar niet intensief.
•
Niveau C: Sober onderhoud. Er is meer onkruid toegestaan en het groen oogt minder verzorgd.
Voor de hoofdgroenstructuren en groene parels hanteren we onderhoudsniveau A, voor woonwijken, onderhoudsniveau B en voor bedrijventerreinen, onderhoudsniveau C. In de huidige begroting zijn middelen opgenomen om het kwaliteits- en onderhoudsniveau van het openbaar groen verder te verhogen door: • •
een uitbreiding van gebieden die vallen onder hoofdgroenstructuur en groene parels. Het aanpassen van bestaand en nieuw groen om de biodiversiteit te vergroten en hittestress tegen te gaan.
Beheerplannen groen: Voor het beheer en onderhoud van ons groen hebben we 4 beheerplannen. 1. Beheerplan openbaar groen. Het Beheerplan openbaar groen 2020 - 2023 heeft als doel de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren en te zorgen voor een gezonde, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving. Belangrijke speerpunten zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Versterking van biodiversiteit en ecologisch beheer van bermen en plantvakken. Klimaatadaptatie, zoals vergroening van stedelijke gebieden en wateropvang. Samenhang met andere disciplines, zoals riolering en wegenonderhoud. Verduurzaming, o.a. circulaire economie zoals compost uit eigen afvalstroom groen. Participatie van inwoners en integratie van maatschappelijke meerwaarde.
Eind 2025/begin 2026 leggen we een nieuw beheerplan openbaar groen voor aan de Raad. 2. Bomenbeheerplan 2025 "Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving". Het bomenbeheerplan 2025 vormt de leidraad voor het beheer van gemeentelijke bomen. Het biedt duidelijke kaders en richtlijnen die richting geven aan de communicatie en samenwerking tussen bestuurders, beheerders, uitvoerders en inwoners.Het plan is opgebouwd rond drie centrale ambities:
96
1. Betere bomen: gericht op kwaliteit en vitaliteit. 2. Meer en beter beschermde bomen: voor behoud en versterking van het bomenbestand. 3. Betere samenwerking rondom bomen: om kennis, betrokkenheid en draagvlak te vergroten. Deze ambities sluiten aan bij bredere maatschappelijke thema’s zoals biodiversiteit, identiteit & cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid & welzijn. Sinds juli 2025 werken we met een vernieuwd boombeleidsplan en een monumentale bomenlegger. Hierin is aandacht voor groenstructuren, biodiversiteit, klimaat en cultuurhistorie. Het plan is een bouwsteen voor het programma “Groen, Blauw en Klimaat” binnen de omgevingswet. Jaarlijks planten we meer dan 1000 erf-, park- en laanbomen. Bij het omvormen en vervangen van bomen geven we prioriteit aan bomen langs openbare wegen om belangrijke hoofdgroenstructuren te behouden. Om hittestress en waterproblemen aan te pakken planten we eerst bomen in de drie grootste kernen van de gemeente Horst aan de Maas. Het boomareaal groeit hierdoor aanzienlijk, wat zorgt voor meer werk en uitdagingen bij het beheer. Door klimaatverandering, met name droge zomers, gaat de gemiddelde conditie van onze volwassen bomen achteruit. 3. Bos- en natuurwerkbeheerplan 2023-2033 Het Bos- en natuurwerkbeheerplan 2023-203 is thematisch ingedeeld.
Belangrijke sturingsmechanismen hierin zijn houtoogst, bosverjonging en beheer van kleine landschapselementen. We bevorderen biodiversiteit door het behouden en versterken van natuurwaarden, het inrichten van begrazingsgebieden, het aaneensluiten van beheerclusters en het ecologische aanpakken van exoten in natuurgebieden. Bossen en natuurterreinen maken we toegankelijk voor recreatie waarbij veiligheid een belangrijk item is. Bijvoorbeeld door veiligheidsinspecties langs wandelroutes. Binnen het bos- en natuurbeheer verlagen we de risico’s op natuurbranden door integratie van landelijke richtlijnen zoals de Risico Index Natuurbranden. Daarnaast zoeken we samenwerking met de Veiligheidsregio Noord-Limburg. De financiële middelen voor bos- en natuurbeheer in de huidige begroting zijn. Aandachtspunt is el dat door klimaatverandering, monotonie van de bossen en extreme weersomstandigheden, de conditie van onze bossen achteruit gaat. We kijken naar middelen en manieren om de bossen nog klimaatbestendiger in te richten en te zorgen voor robuuste groene verbindingen, waarin kansen met ‘blauw’ gezocht worden. 4. Speelbeheerplan. Het Speelbeheerplan 2020 -2024 heeft als doel om een veilige, inclusieve en uitdagende speelomgeving te creëren die aansluit bij de behoeften van kinderen in verschillende leeftijdsgroepen. Belangrijke speerpunten zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Actualisatie van speellocaties: inventarisatie van bestaande speelplekken en afstemming op de demografische samenstelling van de buurt. Leeftijdsgerichte inrichting: speelaanleidingen worden aangepast aan de leeftijdsgroepen in de omgeving. Klimaatadaptief en natuurlijk spelen: meer aandacht voor groen, water en natuurlijke elementen in speelplekken. Burgerparticipatie: bewoners en kinderen worden actief betrokken bij het ontwerp en beheer van speelruimte. Integratie met gezondheid en leefbaarheid: spelen wordt gezien als essentieel voor fysieke en sociale ontwikkeling van kinderen.
Het onderhoud van de speelvoorzieningen voeren we zodanig uit dat het voldoet aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen uit 2023. Het beschikbare onderhoudsbudget is meerjarig toereikend en er is geen sprake van achterstallig onderhoud. We vervangen speeltoestellen op basis van technische levensduur. Bij vervanging wegen we af of het noodzakelijk is om een nieuw toestel te plaatsen. Bij noodzakelijkheid maken we mede gebruik van de reserve Speelvoorzieningen. We plaatsen, onder voorwaarden, natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien en boomstammen in de openbare ruimte. We wijken hiermee af van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen.
97
Eind 2025/begin 2026 leggen we een nieuw Speelbeheerplan voor de periode 2025-2028 voor aan de Raad. Overzicht beheerplannen Groen Beheerplannen
Datum vaststelling
Kwaliteitsniveau
Beheerplan Openbaar Groen 2020-2023
11-02-2020
A, B en C
Bomenbeheerplan 2025 "Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving"
08-07-2025
N.v.t.
Bos- en natuurwerkbeheerplan 2023-2033
20-03-2023
N.v.t.
Speelbeheerplan 2020 -2024
23-03-2021
N.v.t.
Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2026 2027 2028 2029 2025 Landschapselementen Exploitatie
-117
-147
-147
-147
-147
Totaal Landschapselementen Bomenbeheer
-117
-147
-147
-147
-147
Exploitatie
-417
-551
-551
-551
-551
Totaal Bomenbeheer Openbaar groen/plantsoenen/parken
-417
-551
-551
-551
-551
-1.522
-1.437
-1.487
-1.487
-1.487
-1.522
-1.437
-1.487
-1.487
-1.487
Exploitatie Totaal Openbaar groen/plantsoenen/parken
De cijfers in de bovenstaande tabel zijn het saldo van baten en lasten van de bijbehorende exploitatierekeningen van Groen. Gebouwen
De gemeente Horst aan de Maas heeft divers vastgoed in haar bezit. Dit vastgoed zetten we in voor de volgende doelen: 1. 2. 3. 4.
Eigen gebruik; Verhuur aan verenigingen / organisaties voor hun activiteiten; Realiseren van toekomstige strategische doeleinden; Overige eigendommen (rest).
We streven erna om kwalitatief voldoende en kwantitatief goed vastgoed te bezitten wat aansluit bij de maatschappelijke vraag. De kwaliteit bewaken we met de met de BOEI (Brand, Onderhoud, Energie en duurzaamheid, Informatie wet- en regelgeving) methodiek. Daarmee sturen we op veiligheid en duurzaamheid en hebben we inzicht of we voldoen aan wet- en regelgeving.
98
In november 2021 heeft de gemeenteraad het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en meerjarig investeringsplan (MIP) vastgesteld. Eind 2025 bieden we het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en meerjarig investeringsplan (MIP) voor de komende jaren aan de gemeenteraad aan. Beheerplannen
Datum vaststelling
Kwaliteitsniveau
MJOP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)
Raad november 2021
Basis (Boei conditie 3)
MIP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)
Raad november 2021
Functionele en Duurzame gebouwen (via een A-label naar een Bijna Energieneutraal Gebouw (B)ENG
Alle gemeentelijke gebouwen bezitten minimaal het gewenste kwaliteitsniveau Basis.
99