01d Bijlage 2 BBV begroting 2025 inclusief Meerjarenraming 2026-2028
Tekst van het document
• Medewerkertevredenheid is een belangrijke indicator om te meten of we ook daadwerkelijk bovengenoemde doelen halen. We starten in 2025 met het periodiek meten van medewerkertevredenheid. ENDVBEND
Iedereen een veilig gevoel Wij willen dat iedereen in onze gemeente hier met een veilig gevoel kan wonen, verblijven en ondernemen. Het thema veiligheid staat niet op zich en loopt als een rode draad door alle programma’s. We kennen een aantal grote veiligheidsuitdagingen die onze aandacht en inzet blijven vragen. Denk aan georganiseerde en ondermijnende criminaliteit (waaronder mensenhandel en handel in drugs), maar ook maatschappelijke onrust en polarisatie of aan overlast door kwetsbare groepen. We werken hiervoor samen met onder andere politie, justitie en andere partners. 56
Dit gaan we doen • We gaan criminaliteit en ondermijning tegen. Dit doen we door: de uitvoering van de werkzaamheden volgens het Integraal Veiligheidsplan 20242027. We informeren de raad jaarlijks over de voortgang; het regionale beleid Mensenhandel te implementeren; de uitvoering van projecten als ACT!, Keurmerk Veilig Ondernemen Buitengebied en Meld Misdaad Anoniem. Deze projecten worden gefinancierd vanuit de Regio Deal. vaker de Bibob-toets uit te voeren. Hiermee onderzoeken we op een aanvrager én zijn zakelijke relaties integer zijn. Zo voorkomen we crimineel misbruik van bijvoorbeeld vergunningen, subsidies en vastgoedtransacties. • Onrust en polarisatie in onze samenleving willen we – zoveel als mogelijk - voorkomen. Dit doen we door gesprekken tussen mensen uit verschillende groepen te faciliteren én door de toegang tot sociale diensten te versterken. • De samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis zetten we voort. Wat komt er nog op ons af? We moeten én willen goed zijn voorbereid op rampen en crises. De coronacrisis en de opvang van ontheemden laten ons zien dat crisisbeheersing vraagt om een gezamenlijke, integrale aanpak. Als gemeente maken we deel uit van Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN).
Binnen dit verband vindt nu een kerntakendiscussie plaats: waar staat de VRLN (wel en niet) voor aan de lat? De uitkomst hiervan bepaalt ook de gemeentelijke bijdrage. Dit kan gevolgen hebben voor onze meerjarenbegroting. ENDVBEND
Meer Toezicht en Handhaving Slagvaardiger zijn in toezicht en handhaving: met die ambitie hebben we de afgelopen jaren stappen gezet om deze dienstverlening weer zelf te organiseren (en dus niet meer uit te besteden). Die koers zetten we door. Dit gaan we doen • We breiden het team van Toezicht & Handhaving verder uit. Hierdoor zijn we in staat om toezicht te verlenen en te handhaven op de prioriteiten die in het VTH-beleid zijn vastgesteld. Ook investeren we in een verbetering van onze processen en daarmee de kwaliteit van onze dienstverlening. • Schone lucht, schoon water en een schone bodem: voor toezicht en handhaving op de Milieuwet werken we samen met andere Noord- en Midden-Limburgse gemeente in de RUDNL. Dat deden we al en dat blijven we doen. Door veranderingen in landelijke eisen, wordt regionaal gewerkt aan een nieuwe opzet van de RUDNL. We nemen deel aan verschillende RUDLN-werkgroepen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst. ENDVBEND
Financiën nu en in de toekomst op orde Om onze ambities nu en in de toekomst waar te kunnen maken, is het belangrijk dat ons ‘huishoudboekje’ in balans is. Net als een huishouden of bedrijf willen we dat we niet meer uitgeven dan dat er binnen komt. In vaktaal: we willen een koersvast financieel beleid met een structureel sluitende meerjarenbegroting. We staan er financieel niet slecht voor. Maar we blijven kritisch op kosten. Want de komende jaren verwachten we hogere kosten en lagere inkomsten, vooral vanuit het Rijk. 2026 wordt daarom ook wel het ravijnjaar genoemd. Steeds vaker moeten we ons de vraag stellen: wat willen we voor inwoners bereiken en wat mag het kosten? In hoeverre wegen de kosten op tegen de (verwachte) resultaten? In 2025 hebben we een structureel sluitende, reële begroting: we hebben genoeg inkomsten om alle uitgaven te bekostigen. Voor de jaren 2026 tot 2028 hebben we nog een tekort. Hierover hebben we in de Kaderbrief al afspraken gemaakt: het tekort vinden we acceptabel. Hoewel de impact van het Ravijnjaar op onze begroting helder is, is nog niet duidelijk of het Rijk oplossingen biedt voor de terugval in inkomsten. Dit maakt dat we nu geen overhaaste beslissingen willen maken om het tekort in 2026 tot en 2028 te dichten. We volgen de gesprekken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het nieuwe kabinet hierover op de voet.
Natuurlijk willen we goed voorbereid zijn op financiële tegenvallers. Daarom hebben we ‘reserves’. We houden ‘Algemene Reserve Basis’ aan. We zorgen ervoor dat onze solvabiliteit (dat is de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen) niet onder de 33% komt. Dit percentage heeft de gemeenteraad vastgesteld. Wanneer er een vraag komt om reserves te gebruiken, maken 57
we dit inzichtelijk. Dit doen we in de daarvoor bestemde ‘Algemene Reserves Onderhanden’. We beperken het vormen van afzonderlijke bestemmingsreserves zoveel mogelijk. ENDVBEND
Beleidsindicatoren programma Gezonde, duurzame en ondernemende organ. Omschrijving
2022
2023
2024
2025
Overhead % van totale lasten
11,2%
12,5%
13,5%
13,1%
Fte per 1.000 inwoners (formatie)
8,02
8,49
8,89
9,39
Fte per 1.000 inwoners (bezetting)
7,60
7,99
8,18
8,82
Apparaatskosten per inwoner
731
771
878
1088
Externe inhuur als % (van loonsom + totale kosten inhuur externen) Verwijzingen Halt per 10.000 jongeren
16,7%
20,0%
16,6%
18,8%
80
70
N.n.b.
N.n.b.
Winkeldiefstallen per 1.000 inwoners
0,9
0,9
N.n.b.
N.n.b.
Geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners
3,3
2,6
N.n.b.
N.n.b.
Diefstallen uit woning per 1.000 inwoners
1,0
1,0
N.n.b.
N.n.b.
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) per 1.000 inwoners Gemiddelde WOZ-waarde in duizend euro
3,9
3,7
N.n.b.
N.n.b.
295
324
N.n.b.
N.n.b.
856
877
907
924
873
905
983
1.002
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden in euro's Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in euro's
Wat gaat dat kosten?
2024 Begroting 2023 na 2025 2026 2027 2028 Werkelijk wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting Totaal Lasten
-40.358
-42.081
-40.189
-39.955
-39.368
-38.975
Totaal Baten
104.361
108.156
110.791
106.040
106.970
107.117
Saldo van baten en lasten
64.002
66.075
70.602
66.085
67.602
68.142
Storting in de reserves
-6.941
-2.816
-3.572
-572
-572
-572
Aanwending van de reserves
6.297
2.279
890
598
1.098
598
Resultaat
63.359
65.538
67.920
66.111
68.129
68.168
58
Onderstaande tabel geeft het verloop van de begroting sinds de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2027 weer.
2025 2026 2027 2028 Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x €1.000 Lasten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2024-2027
-41.916
-37.114
-36.562
-36.353
Raadsbesluiten t/m 9 juli
-6.361
-5.785
-6.425
-5.525
Lasten Actuele begroting
-48.277
-42.900
-42.987
-41.879
Gemeentefonds
1.474
415
421
451
Loon- en prijscompensatie
1.099
1.473
1.632
1.485
Rente, afschrijving en financiering
-297
-816
-1.504
-2.158
Onontkoombaar knelpunt
-100
-63
-63
-63
Autonome ontwikkelingen
-1.003
-1.943
-1.074
-1.017
Diverse kleine mutaties < € 50.000
-143
-148
-146
-146
Nieuw beleid
-24
-24
-24
-24
3.510
3.480
3.805
3.804
-43.761
-40.527
-39.939
-39.547
2025 raming
2026 raming
2027 raming
2028 raming
106.615
100.869
99.920
100.027
Raadsbesluiten t/m 9 juli
3.402
4.718
6.310
5.927
Baten Actuele begroting
110.017
105.587
106.230
105.955
0
0
0
74
Rente, afschrijving en financiering
691
-104
-1
-43
Autonome ontwikkelingen
941
1.121
1.807
1.697
Diverse kleine mutaties < € 50.000
33
33
33
33
Totaal baten Meerjarenbegroting 2025-2028
111.681
106.638
108.068
107.715
Gezonde, duurzame en ondernemende organ.
67.920
66.111
68.129
68.168
Overige technische mutaties Totaal lasten Meerjarenbegroting 2025-2028
Baten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2024-2027
Gemeentefonds
Onderstaande tabel bevat de toelichting op de financiële mutaties uit deze meerjarenbegroting. . Gemeentefonds Doorbetaling bijdrage WSW aan de NLW
2025
2026
2027
2028
Lasten
91
70
81
109
Baten
0
0
0
0
De rijksmiddelen die we ontvangen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds betalen we door aan de NLW. We passen de budgetten in programma 2 Een sterke sociale basis meerjarig aan conform de bedragen zoals opgenomen in de meicirculaire 2024. Voor 2025 naar € 3.853.000, 2026 naar € 3.704.000, 2027 naar
59
€ 3.642.000 en 2028 € 3.371.000. In 2028 is voor reservering van de stelpost vanuit de meicirculaire 2024 uitgegaan van het basisbedrag van 2027 in plaats van 2028. Daarbij is abusievelijk (in programma 7 Een gezonde, duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie) in plaats van een voordeel voor de jaarschijf 2028 een nadeel opgenomen van € 109.000. Terwijl feitelijk sprake is van een voordeel van € 190.000. Hervormingsagenda jeugd
2025
2026
2027
2028
Lasten
0
0
0
0
Baten
0
0
0
74
In de meicirculaire 2024 is een actualisatie van de hervormingsagenda jeugd opgenomen. Hierin zijn de ontwikkelingen van VWS op de uitvoeringsagenda geactualiseerd. Dit leidt tot een voordeel in 2028 van € 74.000 Inzet POK-middelen
2025
2026
2027
2028
Lasten
28
30
30
30
Baten
0
0
0
0
Als tegenhanger/dekking voor meedoen en geldzaken stellen we voor om de resterende POK-middelen voor versterking van de dienstverlening hiervoor in te zetten. POK staat voor Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. In het rapport van deze commissie is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering bij gemeenten moeten leiden en daarvoor zijn extra rijksmiddelen beschikbaar gesteld. Inzet Rijksmiddelen dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden
2025
2026
2027
2028
Lasten
55
53
54
55
Baten
0
0
0
0
Als tegenhanger/dekking voor meedoen en geldzaken stellen we voor om de rijksmiddelen Dienstverlening aanpak armoede en schulden hiervoor in te zetten. Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet met ingang van 2024 via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze zijn beschikbaar gesteld om gemeenten in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden. De middelen zijn toegevoegd aan het cluster Participatie. Inzet rijksmiddelen door Integraal Zorgakkoord WMO abonnementstarief
2025
2026
2027
2028
Lasten
211
200
194
194
Baten
0
0
0
0
Het kabinet heeft met ingang van 2025 structureel extra middelen (€ 110 miljoen) beschikbaar gesteld aan gemeenten samenhangend met het Integraal Zorgakkoord, ter compensatie van gestegen zorgkosten door de invoering van het abonnementstarief Wmo. Inzet vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+
2025
2026
2027
2028
Lasten
66
62
62
63
Baten
0
0
0
0
In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+overgeheveld naar de algemene uitkering. Daarbij is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 miljoen) is in de meicirculaire 2024 voor 2025 en volgende jaren overgeheveld naar de algemene uitkering en toegevoegd aan het cluster individuele voorzieningen jeugd. Vervallen extra besparing van het Rijk voor jeugdzorg
2025
2026
2027
2028
Lasten
1.023
0
0
0
Baten
0
0
0
0
In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Hoewel
60
het uitgangspunt is dat het vervallen van de extra korting geen budgettair effect heeft is het dat niet. De vervallen extra korting vanuit de algemene uitkering uit het gemeentefonds in programma 7 Een gezonde, duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie bedraagt € 1.123.000. Terwijl voor ons de te realiseren besparing ad € 900.000 (in programma 2 Een sterke sociale basis) komt te vervallen. . Onontkoombaar knelpunt Uitbreiding formatie KCC/Receptie
2025
2026
2027
2028
Lasten
-100
-63
-63
-63
Baten
0
0
0
0
De uitbreiding van formatie stelt ons in staat de huidige Dienstverlening uit te voeren en geeft de noodzakelijke ruimte aan onze medewerkers KCC om te investeren in ontwikkeling op persoonlijk, afdeling en organisatievlak. . Autonome ontwikkelingen Dividend Enexis
2025
2026
2027
2028
Lasten
0
0
0
0
Baten
-97
0
0
0
De dividenduitkering van Enexis wordt incidenteel voor 2025 € 97.000 neerwaarts aangepast omdat de verwachting is dat Enexis een lager dividend zal uitkeren. Externe advieskosten College
2025
2026
2027
2028
Lasten
-150
-75
-75
-75
Baten
0
0
0
0
De afgelopen jaren is het budget externe advieskosten college telkens overschreden. Oorzaak van de overschrijding is terug te herleiden tot het niet meenemen van de jaarlijkse indexering van de huisadvocaat en de stijging van het aantal dossiers dat wordt voorgelegd aan de huisadvocaat. Het is een algemene tendens dat burgers, bedrijven en belangengroeperingen veeleisender en mondiger worden. In 2025 is er behoefte aan incidentele capaciteit (inhuur) om de werkzaamheden uit te voeren. Flexibele schil BOA's in 2027 en 2028
2025
2026
2027
2028
Lasten
0
0
150
150
Baten
0
0
0
0
In de jaarschijf 2027 en 2028 wordt er € 150.000 minder budget beschikbaar gesteld voor de flexibele schil van de BOA's. De inzet van de BOA's wordt ingevuld door vast personeel in plaats van inhuur. Gedeeltelijk terugdraaien storting algemene reserve
2025
2026
2027
2028
Lasten
1.000
0
0
0
Baten
0
0
0
0
De beoogde storting in de reserve vrij aanwendbaar van € 4 mln. in 2025 draaien we voor 25% terug in 2025. We storten € 3 mln. in de algemene reserve. Gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio
2025
2026
2027
2028
Lasten
200
187
183
183
Baten
0
0
0
0
De basis voor deze raming is de Begroting 2025 van de Veiligheidsregio die door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio is aangenomen. In de begroting is de loon- en prijsindex bijgesteld op de actuele CEP cijfers. In de raadsvergadering van 28 mei 2024 is de Raad hierover via een raadsinformatiebrief geïnformeerd.
61
Leges Burgerzaken
2025
2026
2027
2028
Lasten
6
4
3
60
Baten
53
75
78
-32
De ramingen worden geactualiseerd voor 2025 en verdere jaren op basis van verwachte aanvragen. Meedoen en geldzaken - Op weg naar stabiliteit en bestaanszekerheid
2025
2026
2027
2028
Lasten
-842
-842
-842
-842
Baten
0
0
0
0
De jaarlijkse bruto lasten worden ingeschat op € 972.000. Daarvan maakt € 80.000 onderdeel uit van programma 1 Vitale kernen, € 50.000 in programma 2 Een sterke sociale basis en € 842.000 van programma 7 Een gezonde, duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie. Hiervan kan € 382.000 bekostigd worden uit al in de begroting opgenomen budgetten (binnen programma 2 Een sterke sociale basis). In 2024 zijn we een traject gestart om onze dienstverlening te optimaliseren, zodat we inwoners met uitdagingen op het gebied van bestaanszekerheid zo passend mogelijk kunnen ondersteunen. Om deze werkwijze in 2025 en volgende jaren voort te zetten zijn aanvullende middelen nodig. OZB
2025
2026
2027
2028
Lasten
0
0
0
0
Baten
954
1.015
1.046
1.046
Door indexatie en areaalontwikkeling zijn de OZB woning opbrengsten hoger dan verwacht. De OZB nietwoningen stijgen extra door de verhoging van de tarieven naar het provinciaal gemiddelde. Personeelsbeleid
2025
2026
2027
2028
Lasten
-500
-600
-400
-400
Baten
0
0
0
0
We willen structureel uitvoering kunnen geven aan het personeelsbeleid. Hier gaat het om budgetten op het gebied van opleidingen, Arbo, werving en selectie, reiskosten, garantiebanen, personele activiteiten, etc. De beschikbare budgetten zijn sinds zeer geruime tijd niet bijgesteld en gebaseerd op 300 FTE. We zijn ondertussen doorgegroeid naar meer dan 400 FTE. Door een stijging van kosten en groei van de ambtelijke organisatie zijn de huidige budgetten dan ook niet meer toereikend. In de afgelopen jaren zijn er incidenteel budgetten beschikbaar gesteld vanuit het Bidbook organisatieontwikkeling en overige beleidsbudgetten binnen de organisatie. Vanaf 2025 zijn deze budgetten niet meer beschikbaar waardoor er aanvullend budget noodzakelijk is om uitvoering te gegeven aan de basisbehoeften op genoemde gebieden van het personeelsbeleid. Strategische organisatie ontwikkeling
2025
2026
2027
2028
Lasten
-725
-625
-100
-100
Baten
0
0
0
0
Strategische ontwikkelingen vragen om een wendbare organisatie die kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Voor deze ingezette organisatieontwikkeling waren in de begroting 2022 t/m 2024 jaarlijks incidentele middelen opgenomen, de zogenaamde bidbookmiddelen. Omdat het ingezette traject van de organisatieontwikkeling niet stopt in 2024, vragen we een aanvullend budget voor de jaren 2025 en 2026 en een structureel budget van € 100.000 vanaf 2027. Deze budgetten worden o.a. ingezet voor leiderschap- en medewerker ontwikkeling, talentenmotivatienalayse, het opstellen van een nieuw functieboek, een strategische HRM-adviseur en het leer en het beheer van het ontwikkelplatform WIES. Terugdraaien storting naar algemene reserve
2025
2026
2027
2028
Lasten
145
145
145
145
Baten
0
0
0
0
Er vindt jaarlijks een storting plaats vanwege huur Librije. Deze draaien we in 2025 terug.
62
Toeristenbelasting
2025
2026
2027
2028
Lasten
0
0
0
0
Baten
6
6
493
493
Het tarief toeristenbelasting voor zowel hotels, vakantieparken als campings bedraagt in 2024 € 1,60 per overnachting. Het Limburgse gemiddelde voor campings bedraagt € 1,54 en voor hotels € 2,00.Naast de reguliere indexaties en aanpassingen op basis van het werkelijk aantal verwachte overnachtingen verhogen we in 2027 de toeristenbelasting met € 0,20. Uit te keren vergoedingen OZB-woningen
2025
2026
2027
2028
Lasten
75
75
75
75
Baten
0
0
0
0
De in 2023 verwachte verdubbeling van het aantal bezwaarschriften en de hiermee samenhangende beroepschriften zijn meegevallen. Vermakelijkhedenretributie
2025
2026
2027
2028
Lasten
0
0
0
0
Baten
25
25
190
190
Er worden structureel meer opbrengsten verwacht door meer bezoekers. Vanaf 2027 wordt het tarief met € 0,20 verhoogd zonder reguliere indexering. Wijziging functiewaardering in kader van organisatieontwikkeling
2025
2026
2027
2028
Lasten
-213
-213
-213
-213
Baten
0
0
0
0
Op 9 januari 2024 heeft het college het besluit genomen tot aanpassing van de organisatiestructuur en het aanbrengen van wijzigingen in bevoegdheden tussen directie en teamhoofden alsook het positioneren van programmamanagers en concern strategen. In dit proces is ook de teamhoofdenfunctie van het Zorg- en Veiligheidshuis meegenomen. Dit heeft geleid tot het herschrijven van de functieprofielen. Conform de Procedureregeling functie-waarderen gemeente Horst aan de Maas heeft vervolgens een toetsingscommissie de waarderingen beoordeeld. Het advies leidt tot een structurele bijstelling van de loonkosten met € 212.500. . Nieuw beleid Nieuwe werkwijze aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties
2025
2026
2027
2028
Lasten
-24
-24
-24
-24
Baten
0
0
0
0
We gaan werken met een apart team voor de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties (huiselijk geweld en kindermishandeling). Door nauwe samenwerking met o.a. politie en Veilig Thuis wordt de onveiligheid goed en snel in kaart gebracht. Met intensieve casusregie zetten we in op het realiseren van duurzame veiligheid. Kosten voor dit team van 3 fte én inzet Veilig Thuis en politie worden geschat op € 400.000. Daarvan is € 376.000 opgenomen binnen programma 2 Een sterke sociale basis en € 24.000 in programma 7 Een gezonde, duurzame en ondernemende gemeentelijke organisatie.
63
Overzicht investeringen
Nieuwe investeringen in 2025 tot en met 2028 die de raad al heeft goedgekeurd , Tractie
Bruto Bijdr. Netto inv. derden inv.
2025
2026
2027
2028
2.078
870
180
770
258
2.078
Algemene dekkingmiddelen Begroting Begroting Begroting Begroting 2025
2026
2027
2028
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is
21.107
21.521
22.345
22.345
Algemene uitkering
83.215
78.602
79.165
79.647
509
606
606
606
Saldo van de financieringsfunctie
1.253
566
487
445
Totaal algemene dekkingsmiddelen
106.084
101.295
102.603
103.043
Dividend
Vennootschapsbelasting
Er zijn nog voldoende verliezen uit het verleden die we kunnen verrekenen met eventuele toekomstige winsten in de aangiftes van 2023 en verder. We verwachten in de komende jaren nog geen Vennootschapsbelasting (Vpb) te hoeven betalen.
Onvoorzien
Vanaf de begroting 2023 hebben we geen afzonderlijke post onvoorzien meer. Eventuele onvoorziene uitgaven die onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn komen ten laste van ons weerstandsvermogen en worden in de paragraaf 'weerstandsvermogen en risicobeheersing' uiteengezet en toegelicht.
64
Paragrafen
65
A. Lokale heffingen 1. Algemeen De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2025 ongeveer 21% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht zijn de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd.
Overzicht inkomsten uit heffingen 2025 Rekening 2023
Begroot na wijziging 2024
Begroting Procentuele 2025 afwijking begroting 2025-2024 16.817 8,4%
Onroerende zaakbelasting (OZB)
14.441
15.510
Afvalstoffenheffingen en reinigingsrecht
4.382
4.595
4.766
3,7%
Rioolheffing
4.581
6.207
6.333
2,0%
Toeristenbelasting
4.095
4.103
4.136
0,8%
Reclamebelasting
92
87
87
0,0%
Precariobelasting
30
25
25
0,0%
Marktgelden
19
20
20
0,0%
Begraafplaatsrechten
13
15
15
0,0%
Overige heffingen
1.944
2.617
2.340
-10,6%
Totaal inkomsten uit heffingen
29.595
33.178
34.538
.
Totaal inkomsten begroting/rekening
148.026
157.564
162.637
.
In de hogere opbrengsten van de OZB is rekening gehouden met de reguliere indexatie van 2,8% en voor de OZB niet-woningen een extra verhoging 5%. De minderopbrengsten van de overige heffingen wordt veroorzaakt door de minderopbrengsten van de leges omgevingsvergunningen (€ 352.000). De overige heffingen zijn geïndexeerd met een inflatie met 2,8% tenzij anders aangegeven. 2. Kostendekkendheid In deze paragraaf brengen we per heffing waarbij de baten de lasten niet mogen overschrijden, de kostendekkendheid in beeld. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om de volgende heffingen: · · · · · · ·
afvalstoffenheffing; reinigingsrecht; rioolheffing; rioolaansluitrecht; marktgelden; lijkbezorgingsrechten; leges.
Per heffing brengen we de directe kosten, overhead, BTW en opbrengsten in beeld. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: ·
· · ·
Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing, kapitaallasten). De overhead rekenen we met een opslagpercentage van 89% op de directe personeelslasten toe aan de heffing. De inkoop-BTW is als last meegenomen. De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2025 zoals die in de paragraaf genoemd worden. 67
3. Onroerende zaak belasting (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. In de kaderbrief 2024 is aangegeven dat als het noodzakelijke is om de "financiële dekkingsopgave van het collegeprogramma" in de huidige begroting te realiseren, het verhogen van het ozb-niet woningen tarief naar het provinciale gemiddelde, acceptabel is. Om genoemde dekkingsopgave te realiseren wordt in 4 jaren toegegroeid naar het provinciaal gemiddelde tarief middels de volgende tariefsverhogingen: 2024 5%, 2025 5%, 2026 5% en 2027 2%. Deze verhogingen komen bovenop de reguliere indexatie van 2,8% voor 2025. In de begroting van 2025 is rekening gehouden met een indexering van 2,8%. Het tarief voor nietwoningen is met 5% extra verhoogd. Dit is de 2e stap waarmee we in 4 jaar tijd toegroeien naar het provinciaal gemiddelde. Dit levert voor 2025 de volgende tarieven op: bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Tarief Ozb-eigenaar woningen
0,1290%
0,1326%
2,8%
Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen
0,2915%
0,3142%
7,8%
Tarief Ozb gebruiker niet-woningen
0,2330%
0,2512%
7,8%
Gemiddelde aanslag woning (woz-waarde 2024 € 339.000)
€ 437,31
€ 449,51
2,8%
€ 2.092,76
€ 2.255,95
7,8%
Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker (woz-waarde 2024 € 399.000)
Het tarief Ozb-eigenaar woningen in onze gemeente ligt in 2024 3,3% boven het gemiddelde tarief van alle Limburgse gemeenten (0,1248%). Het tarief Ozb-eigenaar niet-woningen ligt 9,6% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,3226%). En het tarief Ozb-gebruiker niet-woningen ligt 10,3% onder het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten (0,2598%). De genoemde tarieven voor 2025 corrigeren we nog met de gemiddelde daling / stijging van de WOZwaarden. Dit doen we bij het vaststellen van de verordening Onroerende zaakbelasting 2025 in december 2024 als de woz-waardeontwikkeling bekend is. 4. Reinigingsheffingen (Afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. We heffen een afvalstoffenheffing van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke. Reinigingsrechten heffen we van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De basisheffing stijgt met 3,1% in 2025.
De gemiddelde lastendruk voor de reinigingsheffingen komt daarmee uit op de inflatiecorrectie van 2,8%. De overige tarieven voor restafvalzakken en dergelijke blijven gelijk of dalen iets.
68
De indexatie van de basistarieven met 2,8% leidt in 2025 tot de onderstaande tarieven: Reinigingsheffingen bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden Restafvalzak
€ 245,16 € 180,96 € 1,70
€ 252,72 € 186,60 € 1,70
3,1% 3,1% 0,0%
Gemiddelde lasten (1) Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1) Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) (inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.)
€ 247,13 € 265,19 € 189,64
€ 254,15 € 272,62 € 194,95
2,8% 2,8% 2,8%
De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2024 € 272,62. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 311,80 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). Dit is 12,6% (€ 39,18) lager dan het gemiddelde. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de verordening Reinigingsheffingen 2025, die in december 2024 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2025. Kostendekkendheid afvalstoffenheffing 100%
69
Kostendekkendheid reinigingsrechten 100%
5. Rioolheffing Gemeenten bekostigen maatregelen (voorzieningen) voor de verwerking van afval-, hemel- en overtollig grondwater uit de rioolheffing. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Daarmee kunnen kosten worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen voor een doelmatig werkende riolering en maatregelen ten aanzien van afval- hemelwater en grondwater. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-12024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. Hierbij rekening houdend met een geactualiseerd kostendekkingsplan. Het kostendekkingsplan, de onderlegger van het gemeentelijk rioleringsplan, is geactualiseerd. De tarieven zijn gebaseerd op het geactualiseerde kostendekkingsplan. Uit het geactualiseerde kostendekkingsplan van het GRP 2022-2026 volgt een tarief voor de rioolheffing van € 280 in 2025. Dit is gelijk aan het bedrag van 2024. Voor een verdere toelichting op onze ambities verwijzen wij u naar het raadsbesluit inzake de Actualisatie Kostendekkingsplan van het Gemeentelijk Rioleringsplan van 24 oktober 2023.
Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de Verordening rioolheffing 2025, dat in december 2024 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2025.
70
Dit levert voor 2025 de volgende tarieven op: Rioolheffing bedragen in hele euro's
Vast tarief per eigendom Variabel tarief gebruik waterverbruik > 500m³ Waterverbruik van < 500 m³ Waterverbruik van 500 m³ t/m 999 m³ Waterverbruik van 1.000 m³ t/m 1.999 m³ Waterverbruik van 2.000 m³ t/m 2.999 m³ Waterverbruik van 3.000 m³ t/m 3.999 m³ Waterverbruik van 4.000 m³ t/m 4.999 m³ Waterverbruik van 5.000 m³ t/m 9.999 m³ Waterverbruik van 10.000 m³ t/m 49.999 m³ Waterverbruik > 50.000 m³
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
€ 280
€ 280
0%
€€ 280 € 560 € 840 € 1.120 € 1.400 € 2.800 € 8.400 € 16.800
€€ 280 € 560 € 840 € 1.120 € 1.400 € 2.800 € 8.400 € 16.800
n.v.t. 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2024 ligt in Horst aan de Maas ca. 14,8% hoger (€ 36,05) dan in de provincie. In het eerder genoemde kostendekkingsplan is de komende h=jaren geen verhoging opgenomen. Het tarief in Horst aan de Maas zal de komende jaren meer in de pas lopen met vergelijkbare gemeenten en het gemiddelde in Limburg. Naar verwachting zullen in deze gemeenten nog stijgingen voor 2025 en verder plaatsvinden. Kostendekkendheid rioolheffing 80%
6. Rioolaansluitrecht Iedere gemeente is vrij in de manier waarop ze de kosten voor het realiseren van een aansluiting op de riolering verhaalt. In onze gemeente verhalen we de kosten via een rioolaansluitrecht. Het rioolaansluitrecht is een eenmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten.
71
Indexatie leidt in 2025 tot de volgende tarieven: Rioolaansluitrecht bedragen in hele euro's 2024 Type riolering Drukriolering buitengebied Vrijverval-riolering
Stijging 2025 2025 t.ov 2024
€ 4.881
€ 5.018
2,8%
€ 256 + € 185 per m¹ perceelaansluitleiding
€ 263 + € 190 per m¹ perceelaansluitleiding
2,7%
Kostendekkendheid rioolaansluitrecht 84%
7. Toeristenbelasting/ watertoeristenbelasting We heffen toeristenbelasting van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting heffen we voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit zijn zowel toeristen als arbeidsmigranten (ca. 15%). De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Dat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s heffen we (water)toeristenbelasting. Het verblijf op vaartuigen bepalen we op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen zoals bij de reguliere toeristenbelasting. Conform de kaderbrief 2025 verhogen we de tarieven voor de toeristenbelasting m.i.v. 2025 van € 1,60 (naar afgerond) € 1,65 (2,8% inflatiecorrectie) per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen passen we in lijn hiermee aan.
72
Toeristenbelasting bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Tarief per persoon per overnachting
€ 1,60
€ 1,65
3,1%
Vaste plaats, vast bedrag per jaar
€ 249,60
€ 257,40
3,1%
€ 6,40
€ 6,60
3,1%
€ 1,60 € 249,60 € 6,40
€ 1,65 € 257,40 € 6,60
3,1% 3,1% 3,1%
Seizoensplaats / arrangement per week Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (1) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (1) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (1) (1) Vaartuigen, watervilla's. * M.i.v. 2023 geen onderscheid in hoog en laag tarief
8. Vermakelijkhedenretributie De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer wijzigen we voor 2025 niet. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) betrekken we niet in de heffing. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. Vermakelijkhedenretributie bedragen in hele euro's
Vast bedrag per betalende bezoeker c.q deelnemer van de vermakelijkheid
2024
€ 0,10
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
€ 0,10
0,0%
9. Precariobelasting We heffen precariobelasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
73
Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8% geeft dit voor 2025 de volgende tarieven: Precariobelasting terrassen bedragen in hele euro's 2024
Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst of Sevenum per m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar
Stijging 2025 2025 t.o.v. 2024
€ 10,55
€ 10,85
2,8%
€ 7,00
€ 7,20
2,9%
10. Marktgelden We heffen marktgelden voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die de marktlieden in het centrum van Horst betalen, nemen we in de heffing van de marktgelden mee. De promotiegelden betalen we door aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Het Centrummanagement betaalt hiermee collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8% geeft dit voor 2025 de volgende tarieven: Marktgelden bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
€ 12,40
€ 12,80
3,2%
- per strekkende meter
€ 20,05
€ 20,65
3,0%
- vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst)
€ 25,05
€ 25,85
3,2%
Voor het innemen van een standplaats per dag Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal
Kostendekkendheid marktgelden 39%
74
11. Reclamebelasting We heffen reclamebelasting voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 ingevoerd op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst. De opbrengst van de reclamebelasting betalen we onder inhouding van € 5.000, door aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Die betaalt hiermee collectieve activiteiten voor het promoten van het centrum van Horst. De hoogte van het tarief is sinds 2015 afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde van de vestiging en niet meer van de grootte van de reclameborden zoals dat in 2014 en voorgaande jaren gold. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8% geeft dit voor 2025 de volgende tarieven: Reclamebelasting centrum Horst bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000) Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m € 291.000)
€ 582
€ 598
2,7%
€ 582+ € 3,50 per € 1.000 woz-waarde 2023 boven de € 150.000
€ 598+ € 3,60 per € 1.000 woz-waarde 2024 boven de € 150.000
€ 1.077
€ 1.107
2,8%
€ 582
€ 598
2,7%
Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan € 292.000) Zone B
* Voor de Reclamebelasting 2025 wordt de woz-waarde 2024 (waardepeildatum 1-1-2023) gehanteerd * Voor de Reclamebelasting 2024 wordt de woz-waarde 2023 (waardepeildatum 1-1-2022) gehanteerd * Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen
12. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten stellen we in overleg met het kerkbestuur vast. Eventuele wijzigingen komen in december 2024 bij het vaststellen van de belastingtarieven 2025 aan de orde.
75
Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten 19%
13. Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten voor het leveren van bepaalde diensten. We brengen de kostendekkendheid van de leges 2025 per titel van de legesverordening in beeld. Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen; Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang. In verband met de invoering van de omgevingswet en veranderende wet- en regelgeving passen we de legesverordening op het gebied van de leges omgevingsvergunning m.i.v. 2025 aan. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van diverse belastingverordeningen 2025, dat in december 2024 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2025. Kostendekkendheid leges titel 1 52%
76
Kostendekkendheid leges titel 2 88%
Kostendekkendheid leges titel 3 24%
14. Kwijtschelding Een inwoner kan voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen een verzoek tot kwijtschelding indienen. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordelen we of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt. Hiervoor gebruiken we de door de gemeente Horst aan de Maas vastgestelde Leidraad Invordering Gemeentelijke belastingen als basis. Twee keer per maand leveren we de ontvangen verkorte kwijtscheldingsaanvragen aan bij Stichting Inlichtingenbureau en deze worden door hen getoetst. Alleen in complexe gevallen, bij uitval of bij afwijkingen van het inkomen of vermogen (o.a. eigen woning) beoordeelt een medewerker van de gemeente de aanvraag. De verwachting is dat we in 2025 ongeveer 85% van de aanvragen automatisch afhandelen. Het is mogelijk dat zelfstandige ondernemers (eenmanszaak) die een inkomen rond het bestaansminimum hebben voor kwijtschelding van hun privé-belastingen in aanmerking komen. Deze zelfstandige ondernemers worden, buiten de toets op het ondernemingsvermogen, op dezelfde wijze (voor dezelfde vermogensbestanddelen) getoetst als particulieren. Afgelopen jaren is gebleken dat maar enkele of geen ondernemers een beroep doen op de kwijtscheldingsregeling.
77
Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: • • •
OZB Rioolheffing Afvalstoffenheffing
78
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Inleiding In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV.
2. Risico-inventarisatie algemene risico's Voor de begroting 2025 zijn de risico’s geactualiseerd. Daarbij is beoordeeld • in hoeverre eerder geïnventariseerde risico’s actueel zijn voor wat betreft de kans en maximaal financieel gevolg en • of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen. Uit de inventarisatie blijkt dat er 138 algemene risico’s zijn. De geïnventariseerde risico’s zijn aan de hand van kans en maximaal financieel gevolg verdeeld over onderstaande matrix. Algemene risico toegelicht: •
We zien dat de prijzen nog steeds stijgen. Door de inflatie mede veroorzaakt door hogere lonen en energielasten stijgen de prijzen. Dit heeft ook gevolgen voor de (geplande) investeringen en onderhoud van gebouwen en dergelijke. De prijsstijgingen zijn zoveel mogelijk meegenomen in de begroting en daarom niet als apart risico meegenomen.
•
Daarnaast is er op vele gebieden krapte op de arbeidsmarkt met als gevolg dat niet alleen interne functies moeilijk opgevuld worden, maar ook dat leveranciers moeite hebben werkzaamheden binnen bepaalde tijd uit te voeren. Dit betekent dat projecten later uitgevoerd worden.
Financiële klasse 6) x > € 1.000.000
2
2
5) € 500.000 < x < € 1.000.000
6
7
4) € 100.000 < x < € 500.000
17
12
6
3) € 25.000 < x < € 100.000
16
13
13
1
2) x < € 25.000
17
15
5
2
2
1) Geen financiële gevolgen
1
1 10%
30%
50%
70%
90%
79
Toelichting matrix Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000. Hieronder zijn de belangrijkste risico's, met de grootste kans en hoogste financiële klasse, toegelicht. Deze corresponderen met de risico's die in de risicomatrix onderstreept en vetgedrukt zijn. De in de tabel genoemde kans-percentages en financiële klassen verwijzen naar bovenstaande matrix. Andere risico’s zijn in omvang of kans-percentage afgenomen, waardoor deze niet meer in de rode, donkerrode of donker oranje cellen voorkomen. Omschrijving risico 1 Langere wachttijden bij doorverwijzing naar zorgaanbieders (Jeugd en WMO).
De wachttijden voor een eerste vraagverhelderingsgesprek zijn grotendeels opgelost wel ervaren we nog langere wachttijden bij de doorverwijzing van de zorg. Dit wordt onder andere veroorzaakt door personeelsgebrek bij de zorgaanbieders en het feit dat zowel Wmo- als Jeugdcasussen zwaarder van aard zijn. De verwachting is niet dat het aantal of de zwaarte van aanvragen voor zorg en ondersteuning zal afnemen. Wel zijn we over gegaan naar nieuwe inkoopafspraken. 2 Implementatie van een nieuwe applicaties voor WIZ breed. Er worden een nieuwe applicaties aangeschaft en geïmplementeerd voor zowel de participatiewet, de WMO en de jeugdwet. De risico's hierbij zijn: -
Het wijzigen van processen en de implementatie van een nieuw systeem kost capaciteit en geld. Hier houden we rekening mee door extra capaciteit in te plannen. Maar het risico bestaat dat het meer capaciteit kost dan verwacht waardoor bij de dienstverlening de wachttijden voor inwoners tijdelijk iets toenemen.
-
Indien het wenselijk is om de nieuwe applicaties niet bij één maar meerdere verschillende leveranciers af te nemen, leidt dit tot hogere implementatie- en beheerkosten dan waarmee rekening gehouden is.
-
Bij de overgang van de oude naar de nieuwe applicatie lopen we het risico dat er gegevens verloren gaan en er tegen extra kosten herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
Kans Financiële percentage klasse 75% 4
70%
5
3. Risico's en grondexploitaties Conform de huidige Nota Grondbeleid (vastgesteld op 20 september 2016, vaststelling van de geactualiseerde nota is voorzien in 2024) hebben we de Algemene reserve grondexploitatie (ARGE) vastgesteld met een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentageof-completion) heeft de raad bij de behandeling van de Herzieningsrapportage 2018 (raad oktober 2018) ingestemd met het instellen van de reserve POC-winst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst. Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project 80
meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project fluctueert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het voorkomen dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Mocht in een dergelijk project op een andere manier gebouwd worden dan voorheen is doorgegeven of besproken, dan kan dit ook een risico op stikstof zijn. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen. In de betreffende specifieke grondexploitaties wordt dit meegenomen. Bij de voortgangsrapportage van de projecten wordt een en ander kort toegelicht. 4. Benodigde weerstandscapaciteit Naast de hoogte van de ARGE is het noodzakelijk de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen voor de algemene risico’s. De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s is € 51,8 miljoen. Dit betekent dat als alle risico’s zich in volle omvang tegelijk voordoen, dit naar verwachting € 51,8 miljoen kost. Hierbij is geen rekening gehouden met de waarschijnlijkheid (kans) dat het risico zich voordoet.
We bepalen de benodigde weerstandscapaciteit met behulp van een risicosimulatie, de zogenaamde Monte Carlo simulatie (statistische simulatie). Uitgangspunt hierbij is dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen en ook niet met een maximale omvang zullen optreden. Daarnaast heeft de gemeenteraad met de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2019 het uitgangspunt vastgesteld dat we 90% zekerheid willen hebben dat het beschikbare weerstandsvermogen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit wordt het zekerheidspercentage genoemd. Uitgaande van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90% is er een weerstandscapaciteit nodig voor de algemene risico’s van minimaal € 7,97 miljoen. Dit wil concreet zeggen dat we met een zekerheid van 90% kunnen stellen dat een weerstandsvermogen van € 7,97 miljoen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit betekent dat de algemene reserve basis, die een stand heeft van € 9,12 miljoen heeft voldoende groot is om de risico’s op te vangen. 5. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene Reserve basis Een organisatie loopt altijd risico’s. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, geven we weer door de 'weerstandscapaciteit'.
Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve basis. Conform de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen bestemmen we deze reserve niet voor andere zaken. Naast deze Algemene Reserve basis zijn er ook nog overige middelen die we ook gebruiken om mogelijke niet begrote kosten - die onverwacht en substantieel zijn - te dekken. Daarvoor komen de volgende onderdelen in aanmerking: • Vrij besteedbare reserves: de ‘Algemene reserve vrij aanwendbaar’. • Stille reserves: de gebouwen en gronden die de gemeente in bezit heeft, vertegenwoordigen een zekere waarde. Wanneer de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde, is er sprake van stille reserves. Daarbij houden we er rekening mee dat we niet ieder eigendom (op korte termijn) kunnen verkopen. De omvang van de stille reserves is in 2022 opnieuw in beeld gebracht en bedraagt circa € 48,6 miljoen (inclusief pachtgronden). Deze gelden zijn niet op korte termijn beschikbaar. Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we dan ook geen rekening met (eventuele) stille reserves. 6. Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit. Om te bepalen in hoeverre het weerstandsvermogen toereikend is, berekenen we de ratio weerstandsvermogen.
De berekeningswijze hiervan is als volgt:
81
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit De Provincie Limburg bepaalt op basis van de ratio weerstandsvermogen of de beschikbare weerstandscapaciteit van een gemeente toereikend is. In onderstaande tabel staat opgenomen hoe de Provincie de weerstandsnorm classificeert.
Waardering A B C D E F
Weerstandsnorm ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 <0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bij de jaarrekening 2022 is voorgesteld om de benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene reserve basis te verhogen naar € 9.117.998. De ratio is, uitgaande van de stand van de algemene reserve basis voor de begroting 2025, € 9.117.998 / € 7.971.306 = 1,14. Dit valt binnen de gestelde norm van 1,0 – 1,4. We stellen voor om de Algemene reserve basis niet aan te passen en te handhaven op € 9.117.998. 7. Kengetallen Kengetallen
1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten
Jaarrek. Begr. Begr. 2023 2024 2025
Begr. 2026
Begr. Begr. Gestelde Risico 2027 2028 norm*) cat. prov.
33%
42%
62%
80%
88%
87%
68%
A
27%
36%
57%
75%
84%
82%
61%
A
3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva
37%
39%
37%
34%
32%
33%
33%
B
4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten
0%
1%
1%
-1%
0%
0%
7%
A
10%
1%
3%
-1%
-1%
-3%
2%
A-C
94%
99%
97%
97%
97%
97%
97%
B
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden muv kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen
5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten 6. Belastingcapaciteit woningen = (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen - eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen
*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 19-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Normering van de kengetallen opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies (GTK 2020 gemeenten). 82
Via het gemeenschappelijk toezichtkader van de provincies zijn de onderstaande normeringen voor de kengetallen vastgesteld. Hierbij zijn 3 categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C is het meest risicovol. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belasting capaciteit
Categorie A < 90%
Categorie B 90% - 130%
Categorie C > 130%
< 90% > 50% < 20% >0% <95%
90% - 130% 20% - 50% 20% - 35% 0% 95% - 105%
> 130% < 20% > 35% < 0% > 105%
8. Conclusie kengetallen • Ratio 1 en 2: Netto Schuldquote Deze ratio’s geven de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen aan. Hoe lager de schuldquote, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we meerjarig in de laagste risicoklasse A van de provincie maar voldoen we niet aan de door ons zelf gestelde normen. De quotes laten in de periode 2024 - 2028 een stijgende, dus ongunstigere, lijn zien. De netto schuldquote stijgt van 42% naar maximaal 88% in 2027 en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen van 36% naar 84%. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door hogere vaste schulden die nodig zijn voor de financiering van de investeringen komende jaren. •
Ratio 3. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio, is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de gemeente. Het geeft een beeld in welke mate wij aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe beter. De solvabiliteitsratio neemt in de periode 2024 -2028 af van 39% naar 33%. Hiermee vallen we nog steeds in risicoklasse B van de Provincie en voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm van minimaal 33%.
•
Ratio 4. Grondexploitatie Deze ratio geeft aan in hoeverre een gemeente afhankelijk is van de inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties vormen een risico en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Dus hoe lager deze ratio, hoe minder afhankelijk een gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties en hoe beter dat is. De grondexploitatie ratio schommelt in de periode 2024 - 2028 tussen de -/- 1% en + 1%. Hiermee vallen we in de laagste risicoklasse(< 20%) en blijven we onder onze eigen norm van 2%. Dit is vanuit het risicoperspectief een positief.
•
Ratio 5. Structurele exploitatieruimte Deze ratio geeft aan in hoeverre de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage, hoe beter. Om in de laagste risicoklasse te vallen is een percentage van > 0% nodig. In 2023 was de ratio hoog met 9,9% veroorzaakt door het positieve saldo van de jaarrekening. In 2024 en 2025 is de structurele exploitatieruimte positief en hiermee vallen we dan ook in de laagste risicoklasse. In 2026 t/m 2028 is de ratio negatief en vallen we dan ook in de hoogste risicoklasse C. Een niet structureel sluitende begroting voor de jaren 2026 t/m 2028 is echter een bewuste keuze omdat op landelijk niveau de komende periode nog veelvuldig gesprekken plaatsvinden over de financiering van gemeenten door het Rijk vanaf 2026. Gelet op deze financiële onzekerheid heeft de raad bij de Kaderbrief 2025 reeds aangegeven dat we vooruitlopend hierop niet nu al onze ambities naar beneden gaan bijstellen maar streven naar een tekort van maximaal 2% van de totale begrotingslasten (exclusief mutatie reserves). Dit betekent een maximaal tekort van ongeveer € 3 miljoen. Hoewel er nu niet wordt ingezet op ombuigingen gaan we aan de slag met zerobased begroting waarbij kritisch wordt gekeken naar bestaande budgetten.
83
•
Ratio 6. Belastingcapaciteit: Dit percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. Een ratio van 100% betekent dat de belastingcapaciteit in Horst aan de Maas gelijk is aan het landelijke gemiddelde . De belastingcapaciteit neemt voornamelijk door de verhoging van de rioolheffing in 2024 ten opzichte van de jaarrekening 2023 toe van 94% naar 99% daarna daalt dit ratio weer naar 97% in 2025 en volgende jaren. Op basis hiervan vallen we in de middelste risicoklasse B van de provincie. We voldoen hiermee aan de door ons zelf gestelde norm van maximaal 97%. De OZB en rioolheffing in Horst aan de Maas is hoger dan het landelijke gemiddelde en onze afvalstoffenheffing een stuk lager.
9. Samenvattende conclusie Samenvattend kunnen we concluderen dat het financiële weerstandsvermogen van gemeente Horst aan de Maas nog steeds goed is maar naar verwachting in de periode 2025 tot 2028 lichtelijk verslechterd. 4 van de 6 ratio's vallen in 2025 in de laagste risicoklasse van de provincie en 2 in de middelste. Om in de toekomst ook te beschikken over voldoende financieel weerstandsvermogen is het volgende van belang: Het op peil houden van het eigen vermogen Afgelopen jaren is onze eigen vermogenspositie versterkt. Dit heeft geleid tot een stijging van de solvabiliteit tot een ratio van 39% in 2024. In de periode 2025 t/m 2028 verzwakt onze vermogenspositie zoals het er nu uitziet enigszins door geplande investeringen die met vreemd vermogen worden gefinancierd. De solvabiliteitsratio daalt tot de door de raad gestelde ondergrens van 33%. De financiering van investeringen met vreemd vermogen is ook de reden dat de schuldquoteratio's in 2028 de grens tussen de laagste en middelste risicoklasse van de provincie naderen. Het is dan ook wenselijk te bewaken dat we komende jaren niet verder interen op ons eigen vermogen en dit op peil weten te houden. Toewerken naar sluitende begrotingen voor de jaren 2026 t/m 2028 De ratio voor structurele exploitatieruimte is in de jaren 2026 t/m 2028 negatief. Dit is zoals hierboven toegelicht een bewuste keuze.
Met de zerobasedbegroting 2026 en later de begrotingen voor de jaren 2027 en 2028 is het belangrijk dat we toewerken naar sluitende begrotingen. Lastendruk en ambities in balans We zitten qua lastendruk voor huishoudens iets onder het landelijke gemiddelde en onder de door ons gestelde norm. Het blijft belangrijk bij het maken van keuzes te blijven zoeken naar de balans tussen ambities en lastendruk.
84
C. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Het gaat hierbij om wegen, riolering, groen en gemeentelijke gebouwen. De kapitaalgoederen leveren een bijdrage aan de realisatie van gemeentelijke doelen op het gebied van wegen, milieu en duurzaamheid, openbaar groen, onderwijs en dienstverlening. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de onderhoud en beheerprogramma’s de keuze uit kwaliteitsniveaus. Daarmee heeft zij een afwegingskader voor de inzet van financiële middelen, voor zover deze passend zijn binnen de financiële positie van de gemeente. In de tabellen van deze paragraaf is geen rekening gehouden met de directe kosten. In deze paragraaf hebben we ook de doelstellingen en maatregelen voor de (gemeentelijk)gebouwen weergegeven. Ook hebben we doelstellingen en maatregelen van wegen, riolering en openbaar groen in de betreffende programma's opgenomen. Wegen
De hoofddoelstelling is een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en goed toegankelijk is. Om invulling aan deze doelstelling te geven zorgen wij voor een adequaat beheerplan wegen. Dit betekent dat ook de hierin aanwezige civiele kunstwerken en openbare verlichting efficiënt en doelmatig beheerd worden. Het Wegbeheerplan 2024-2027 geeft inzicht in de huidige kwaliteit en de situatie van de verhardingen die bij de gemeente Horst aan de Maas in beheer zijn. Daarnaast geeft het Wegbeheerplan inzicht in de benodigde budgetten voor het onderhouden van de wegen op een veilig en functioneel niveau en brengt het de financiële gevolgen op korte en middellange termijn (tot en met 2027) in beeld. We onderhouden de wegen op kwaliteitsniveau ‘basis, welke de ondergrens vormt voor rationeel wegbeheer. Het mobiliteitsprogramma 2025-2035 versterkt de samenwerking met wegbeheer en haakt daarmee aan op de meerjaren onderhoudsplanning van wegen. Het opzoeken van deze samenwerking zorgt ervoor dat wegen nóg integraler worden aangepakt. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De budgetten voor het onderhoud van de wegen zijn opgenomen onder de kostenplaatsen algemeen wegbeheer, wegen en trottoirs, bermen en bermsloten en straatreiniging. Daarnaast vindt er een jaarlijkse storting plaats in de voorziening onderhoud wegen.
Voor het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken is het noodzakelijke onderhoud vastgelegd in een meerjarige onderhoudsplanning voor de periode 2020-2029. Hierin wordt een overzicht gegeven van de huidige staat en noodzakelijke budgetten/ investeringen voor een verantwoord onderhoud en beheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en we onderhouden de civieltechnische kunstwerken op een veilig en heel niveau. De budgetten voor het beheer en onderhoud zijn opgenomen onder de kostenplaatsen bruggen/viaducten/kades en kunstwerken. De budgetten zijn gekoppeld aan het vastgestelde beleidsplan. Hetzelfde geldt ook voor het onderhoud en vervangingen van de openbare verlichting. De middelen volgend uit het beheer- en beleidsplan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. Er wordt ingezet op het verduurzamen van het areaal, door het vervangen van oude verlichtingsarmaturen voor LEDarmaturen. Grote vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven.
85
Beheerplannen
Kwaliteitsniveau
Wegbeheerplan 2024-2027 Ecologisch bermbeheerplan 2021-2025 Meerjaren onderhoudsplan Civiele kunstwerken 20202029 Beleidsplan openbare verlichting 2016-2025
Basis Ecologisch Veilig en heel
Basis
Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2025 2026 2027 2028 2024 Wegen en trottoirs Exploitatie
-2.731
-2.711
-2.806
-2.775
-3.227
Totaal Wegen en trottoirs Bruggen / viaducten / kades
-2.731
-2.711
-2.806
-2.775
-3.227
Exploitatie
-53
-73
-53
-53
-53
Totaal Bruggen / viaducten / kades Bermen en bermsloten
-53
-73
-53
-53
-53
Exploitatie
-416
-397
-400
-403
-405
Totaal Bermen en bermsloten Straatreiniging
-416
-397
-400
-403
-405
Exploitatie
-125
-125
-125
-125
-125
Totaal Straatreiniging Openbare verlichting
-125
-125
-125