CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

01d Bijlage 2 BBV begroting 2025 inclusief Meerjarenraming 2026-2028

Gemeenteraad 12 november 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Meerjarenbegroting 2025-2028, inclusief de bijlagen.33.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

-125

-125

Exploitatie

-853

-844

-863

-873

-883

Totaal Openbare verlichting

-853

-844

-863

-873

-883

Saldo 31-12

Saldo 31-12

Saldo 31-12

Saldo 31-12

Saldo 31-12

626

626

626

526

426

Voorziening wegen

Riolering

De hoofddoelstelling is de zorg voor het rioolbeheer. Dit doen we op basis van een jaarlijks op te stellen operationeel plan, dat invulling geeft aan het vastgestelde gemeentelijk rioleringsplan (GRP). We kennen voor ons rioolsysteem (vrijverval en drukriolering) inclusief de bijbehorende voorzieningen, een inspectie- en onderhoudsschema. In 2021 is een nieuw GRP vastgesteld voor de periode 2022-2026. Hierin is het beleid voor de komende jaren vastgelegd inclusief de bijbehorende onderhoudsbudgetten en investeringsbudgetten op het gebied van riool, water en klimaat. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-12024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. In 2023 heeft er een herijking van de kostendekkingsparagraaf van het GRP plaats gevonden voor de resterende looptijd. 86

De werkzaamheden die volgen uit het GRP worden volgens planning uitgevoerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Jaarlijks inspecteren we 10% van het vrijvervalrioolsysteem. Uit deze inspecties wordt duidelijk of anders dan gepland - onderhoud of reparaties noodzakelijk zijn. De hiervoor benodigde middelen hebben we structureel opgenomen in het GRP 2022-2026, waarbij – gebaseerd op ervaring - de geraamde middelen normaal gesproken toereikend zijn voor beheer en onderhoud.

Exploitatie Rioolaansluitrecht Rioolheffing

Voorziening riolering

Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2025 2026 2027 2028 2024 -791 570 536 -662 -2.342 58

58

58

58

58

3.569 2.836

3.569 4.197

3.569 4.164

3.569 2.965

3.569 1.285

Saldo 31-12

Saldo 31-12

Saldo 31-12

Saldo 31-12

Saldo 31-12

6.474

4.421

2.178

967

1.193

Groen

De hoofddoelstelling is onder andere de zorg voor het openbare groen. Groen draagt bij aan de 'quality of life' en het welzijn van mensen. Ook levert groen een bijdrage aan een goede woon- en leefomgeving en een verfraaiing van de kernen. Het draagt tevens bij aan hittestressreductie, verhoging waterbergend vermogen en grotere biodiversiteit. We hanteren een gedifferentieerd onderhoudsniveau: A: voor de hoofdgroenstructuren en groene parels, B: voor woonwijken, C: voor bedrijventerreinen. De gemeenteraad heeft middelen beschikbaar gesteld om het kwaliteits- en onderhoudsniveau van het openbaar groen nog verder te verhogen door onder andere - een uitbreiding van de arealen die vallen onder hoofdgroenstructuren en groene parels vast te stellen. - omvorming/aanpassing van bestaand en nieuw groen naar meer biodiversiteit. De voorgestelde financiële middelen zijn toereikend om het onderhoud van het bestaande openbaar groen (gazon en beplanting) op de gevraagde onderhoudsniveaus uit te voeren. Daarnaast heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor de vergroening in de openbare ruimte, in het tegengaan van hittestress en het leveren van een positieve bijdrage aan biodiversiteit. Onderhoudswerkzaamheden die uitgesteld waren ingekaderd bij de renovatie / herinrichting van openbaar groen, zijn weg.

Met de huidige financiële middelen en de bijstelling in de meerjarenbegroting die voornamelijk bestaat uit hogere aanbestedingskosten en contractuele prijsindexeringen is er een solide basis voor de komende jaren. Bij alle (laan)bomen binnen de bebouwde kom en op doorgaande wegen in het buitengebied, voeren we minimaal eens in de drie jaar een boomveiligheidscontrole uit. Dit geldt ook voor de monumentale bomen van de gemeente en een selectie monumentale bomen van particulieren. Voor de bomen langs de overige wegen in het buitengebied voeren we deze controle eens in de zes jaar uit. Eventuele maatregelen die hieruit voortkomen worden opgenomen in het daaropvolgende onderhoudsplan. We zorgen ervoor dat al onze bomen voldoen aan de zorgplicht voor bomen. 87

De financiële middelen die jaarlijks beschikbaar zijn, zijn voldoende om het juiste boombeheer uit te voeren. Elk jaar planten we meer dan 1000 erf-, park, en laanbomen. Bij het omvormen en vervangen van bomen geven we prioriteit aan bomen langs openbare wegen, mede om belangrijke hoofdgroenstructuren te behouden. Door klimaatverandering, met name droge zomers, merken we dat de algehele conditie van de bomen verslechtert. Er zijn klimaatgelden beschikbaar voor het planten van bomen in de meest versteende dorpskernen om hittestress en waterproblemen aan te pakken. We richten ons op het vergroenen van de 'stedelijke' omgeving in de drie grootste kernen van de gemeente Horst aan de Maas. Het boomareaal groeit hierdoor, wat zorgt voor meer werk en uitdagingen bij het beheer. We werken aan een herziening van ons huidige boombeleidsplan met aandacht voor thema's zoals biodiversiteit, klimaat en cultuurhistorie. Dit beleidsplan vormt een bouwsteen voor het programma “Groen-Bauw-Klimaat” dat onder de omgevingswet wordt ontwikkeld. Naar verwachting gaat het beleidsplan begin 2025 van kracht. Het bosbeheer en natuurbeheer van de gemeente Horst aan de Maas is thematisch ingedeeld en sluit aan bij de doelen en doelstellingen van het Bos- en natuur werkbeheerplan met visie 2023-2033. Belangrijke sturingsmechanismen zijn houtoogst, bosverjonging en beheer van landschapselementen.

Biodiversiteit wordt o.a. bevorderd door het behouden en versterken van natuurwaarden, inrichten van begrazingsgebieden en het ecologisch aanpakken van aanwezige exoten. Bossen en natuurterreinen worden toegankelijk gemaakt voor recreatie en veiligheid wordt gewaarborgd, bijvoorbeeld door inspecties langs wandelroutes. Binnen het bos- en natuurbeheer worden de risico’s op natuurbranden verlaagd door integratie van landelijke richtlijnen zoals de Risico Index Natuurbranden. Financiële middelen voor bos- en natuurbeheer zijn momenteel toereikend. Door klimaatverandering en andere factoren zoals monotonie van onze bossen en extreme weersomstandigheden, zien we dat de conditie van onze bossen snel achteruitgaat. Er wordt gekeken naar manieren om de bossen nog klimaatbestendiger in te richten. Het onderhoud van de speelvoorzieningen voeren we zodanig uit dat het voldoet aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen uit 2023. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het beschikbare onderhoudsbudget is toereikend. We vervangen speeltoestellen op basis van technische levensduur. Bij vervanging wegen we af of het noodzakelijk is om een nieuw toestel te plaatsen. Bij noodzakelijkheid maken we mede gebruik van de reserve Speelvoorzieningen. Ook brengen we bij speeltoestellen met een lagere valhoogte dan 1,50 m1 geen valondergronden meer aan.

Dit laatste is overigens conform het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Het Speelbeheerplan wordt in 2024 herzien en zal voor de periode 2025-2028 geldend zijn. De beschikbare middelen voor het onderhoud van openbaar groen, bomen en speelvoorzieningen hebben we meerjarig opgenomen in de begroting en hebben we als zodanig opgenomen in onderhoudsbestekken of in de bedrijfsvoering van de eigen buitendienst. We plaatsen, onder voorwaarden, natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien en boomstammen in de openbare ruimte. We wijken hiermee af van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen.

88

Begroot Begroting Begroting Begroting Begroting na wijz. 2025 2026 2027 2028 2024 Landschapselementen Exploitatie

-167

-117

-117

-117

-117

Totaal Landschapselementen Bomenbeheer

-167

-117

-117

-117

-117

Exploitatie

-403

-442

-442

-442

-442

Totaal Bomenbeheer Openbaar groen/plantsoenen/parken

-403

-442

-442

-442

-442

-1.557

-1.507

-1.507

-1.507

-1.507

-1.557

-1.507

-1.507

-1.507

-1.507

Exploitatie Totaal Openbaar groen/plantsoenen/parken

Gebouwen

De gemeente Horst aan de Maas heeft divers vastgoed in haar bezit. Dit vastgoed wordt ingezet voor bepaalde doeleinden. Daarbij gaat het om: 1. Eigen gebruik 2. Verhuur aan verenigingen / organisaties voor hun activiteiten 3. Overige eigendommen (rest) Het streven blijft om een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement te halen met een zo beperkt mogelijk bezit. Inmiddels werken we al weer enige jaren met de BOEI (Brand, Onderhoud, Energie en duurzaamheid, Informatie wet- en regelgeving) methodiek. Daarmee kunnen we beter sturen op veiligheid, duurzaamheid en inzicht in het voldoen aan wet- en regelgeving. In november 2021 heeft de gemeenteraad het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en meerjarig investeringsplan (MIP) vastgesteld. Het MJOP en het MIP worden voldoende gevoed met benodigde financiële middelen, meerjarig laten resp. de voorziening onderhoud gebouwen en de reserve kapitaallasten MIP cumulatief een positief beeld zien. Beheerplannen

Kwaliteitsniveau

MJOP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)

Basis (RgdBOEI conditie 3)

MIP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)

Functionele en Duurzame gebouwen (via een A-label naar een Bijna EnergieNeutraal Gebouw (B)ENG

Alle gemeentelijke gebouwen bezitten minimaal het gewenste kwaliteitsniveau Basis. Het vastgoed van de gemeente is op orde en er is geen achterstallig onderhoud. Wel maken de forse prijsstijgingen in onderhoud het soms spannend. Omdat het vastgoed op orde is kunnen we met zorgvuldig sturen het onderhoud nog binnen budget houden. Diverse MIP verduurzamingsprojecten zijn nog in uitvoering. In 2025 vindt ook de schouw plaats en wordt de MJOP en MIP geactualiseerd.

89

90

D. Financiering

Inleiding In het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten 2004' (BBV) is de paragraaf 'financiering' voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. In deze paragraaf worden de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: • het treasurystatuut, • de financieringsparagraaf. Het treasurystatuut heeft als doel bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden te formaliseren en expliciet vast te stellen. De gemeenteraad kan dan beter invulling geven aan zijn verordenende en controlerende bevoegdheid. De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor treasury en bevat informatie op het gebied van risicobeheer, de financieringspositie en de leningen- en uitzettingenportefeuille. In de financiële verordening 2023, artikel 20 van onze gemeente is bepaald dat het college een treasurystatuut vast stelt waarin de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie zijn opgenomen.

Deze financiële verordening is door de raad vastgesteld in de vergadering van 21 november 2023. In de collegevergadering van 18 oktober 2022 is het treasurystatuut 2023-2026 vastgesteld. In het treasurystatuut worden de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie opgenomen. In het treasurystatuut zijn de volgende onderdelen geregeld: • de organisatie voor het opstellen van het treasurybeleid • de planning en controlcyclus • de organisatie van de uitvoering van de treasury-activiteiten en • de interne en externe controle In overeenstemming met de financiële verordening is het "Treasurystatuut 2023-2026" ter kennisgeving aangeboden aan de raad en de auditcommissie. Steeds vaker melden partijen zich bij de gemeente met het verzoek voor gemeentelijke garanties of geldleningen om hun doelen op gebied van sport, onderwijs / educatie, cultuur en welzijn te kunnen verwezenlijken. Het verstrekken van garanties en geldleningen is een belangrijk instrument om initiatieven met een publiek doel in de gemeente Horst aan de Maas te kunnen verwezenlijken. Als subsidiëring om welke reden dan ook niet aan de orde is, zou zonder deze facilitering dit doel niet bereikt kunnen worden. Om alle aanvragen op een uniforme wijze te beoordelen is in 2021 de "Regeling garantstelling en verstrekking van geldleningen voor een publieke taak" opgesteld.

Met deze regeling wordt beoogd het creëren van transparantie en eenduidigheid van beleid met betrekking tot het verstrekken van gemeentelijke garantstellingen en/of geldleningen. En tegelijkertijd wordt daarmee een ongewilde willekeurige beoordeling van inkomende aanvragen voorkomen. Daarnaast heeft deze regeling tot doel het transparant maken en beperken van de risico’s die de gemeente loopt bij verstrekking van garantstellingen en geldleningen. Deze regeling is een verdiepingsslag op het huidige treasurystatuut. In de raadsvergadering van 21 september 2021 is de regeling door de raad unaniem aangenomen. In Europees verband zijn afspraken gemaakt om de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar te laten blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving. Zoals de invoering van het verplicht schatkistbankieren (Wet Fido) en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof).

91

Schatkistbankieren (Wet Fido) Gemeenten (maar ook provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen) zijn sinds 2013 verplicht om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het rijk. Ze mogen alleen positieve banksaldi voor het betalingsverkeer op eigen bankrekeningen aanhouden. Voor de omvang daarvan was een drempelbedrag ingesteld. Dat drempelbedrag was in eerste instantie gesteld op 0,75 procent van het begrotingstotaal. Als in over een periode van 3 maanden de positieve saldi van de bankrekeningen dat drempelbedrag dreigen te overschrijden, dan moet een gemeente het meerdere storten op de rekening bij de schatkist van het rijk. Uit een evaluatie van het schatkistbankieren is echter gebleken dat de drempel voor het schatkistbankieren te krap was vastgesteld. In plaats dat alleen overtollige liquide middelen in de schatkist belanden, moesten gemeenten bij de drempel met grote regelmaat ook geld voor het normale betalingsverkeer bij de schatkist stallen. Dat veroorzaakte onnodige administratieve lasten. Met de verhoging van de drempel per 1 juli 2021 behoren die onnodige administratieve lasten tot het verleden. De drempel voor het schatkistbankieren is aangepast van 0,75 naar 2 procent van het begrotingstotaal – met een minimum van 1 miljoen euro. Doel van het schatkistbankieren een lagere EMU-schuld van Nederland.

Die EMU-schuld hoort volgens het Verdrag van de Europese Unie lager te zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Voor het berekenen van deze EMU-schuld mogen onderlinge schulden en tegoeden van de centrale overheid en de gemeenten (provincies en waterschappen) worden verrekend. Een andere reden voor de invoering van het schatkistbankieren was het voorkomen van onveilige beleggingen door decentrale overheden. Door de overtollige liquide middelen bij de schatkist aan te houden, lopen ze geen risico dat dit geld door bijvoorbeeld een faillissement van een financiële instelling in rook op gaat. Nadeel is wel dat decentrale overheden minder rendement halen. Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) / EMU saldo Om hun financieringstekort te beheersen en terug te brengen, hebben de landen van de Eurozone (Europese Commissie) in het Verdrag van Maastricht een norm afgesproken. Het nationale financieringstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), waarbij de overheidsschuld / staatsschuld niet hoger dan 60% van het BBP mag zijn. Per 1 januari 2014 is de Wet Houdbare overheidsfinanciën ingevoerd. Daarin worden Europese afspraken over de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstekort vertaald naar nationale wetgeving om te waarborgen dat het begrotingstekort binnen de perken blijft.

Het aandeel van de landelijke decentrale overheden in de berekening van het begrotingstekort van 3% bedraagt omstreeks 0,5%. Alle gemeenten samen nemen daarvan circa 0,38% voor hun rekening. In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort. De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is voor jaren 2024 tot en met 2026 vastgesteld op -0,5% van het bruto binnenlands product per jaar. Deze ruimte is vervolgens onderverdeeld tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Het aandeel voor de gemeenten is vastgesteld op -0,34% procent van het bruto binnenlands product. Er wordt aan de gemeenten geen sancties opgelegd als er toch sprake is van overschrijdingen. Daarnaast gelden de regels voor het maximale begrotingstekort niet voor elke gemeente apart, maar voor alle gemeenten samen. Dat betekent dat een gemeente of provincie die in een jaar fors investeert dat gewoon kan doen als alle gemeenten samen maar binnen de norm blijven. De vier grote gemeenten samen hebben een aandeel van 85% op de grootte van het tekort. Het aandeel van onze gemeente is uitermate gering. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 20) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.

Met ingang van 2017 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De individuele overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) verstrekken onderstaande gegevens jaarlijks aan het CBS. Indien hieruit blijkt dat op macroniveau het EMU-saldo overschreden wordt, zullen de gemeenten, provincies en waterschappen hierover worden geïnformeerd. Zoals al eerder beschreven worden gemeenten (nog) niet afgerekend op een eventueel hoger EMU-tekort.

92

Omschrijving 1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserve (zie BBV, artikel 17c)

2023 9.211

2024 -2.587

2025 1.712

2026 -2.626

2027 -2.242

2028 -3.431

+2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

4.477

4.688

5.605

5.878

6.578

6.599

+3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

4.709

8.928

9.299

9.330

9.800

9.475

-4

Uitgaven aan investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-23.267

-22.774

-44.304

-32.543

-14.718

-4.206

+5

De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bijdragen van het Rijk, de Provincies, De Europese Unie en overigen

8.627

3.385

3.873

1.775

-

-

+6a Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa

-

2.250

-

-

-

-

-6b Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa -7 Uitgaven aan aankoop van grond en de uitgaven van bouw, woonrijp maken e.d.

-

-

-

-

-

-

-4.927

-5.370

-4.176

-4.784

-3.617

-2.160

+8a Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)

3.283

3.341

5.632

8.214

3.412

2.572

-8b Boekwinst op grondverkopen -9 Betalingen ten laste van de voorzieningen

-753

-

-

-

-

-

-4.123

-10.529

-11.609

-12.411

-11.385

-9.636

-10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de andere genoemde posten

-

-

-

-

-

-

-11 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen

-

-

-

-

-

-

-2.763

-18.668

-33.968

-27.167

-12.172

-787

Berekend EMU saldo

Financieringspositie Voor een duidelijk beeld van de mogelijke risico's bij de financiering geven we aan welke omvang de financiering binnen onze gemeente heeft. Daarbij wordt de verhouding weergegeven tussen het Eigen en Vreemd Vermogen. Financieringspositie 2025 2026 2027 2028 Vaste activa 166.616 198.590 220.260 224.922 Grondexploitatie 1.996 1.241 -1.474 124 Totaal vaste activa 168.612 199.831 218.786 225.046 Eigen vermogen 76.949 78.176 76.704 75.468 Voorzieningen 13.822 11.511 8.429 6.844 Vreemd vermogen 84.753 72.419 102.006 123.531 Totaal vermogen 175.524 162.106 187.139 205.843 Financieringstekort 6.912 -37.725 -31.647 -19.203 Verhouding: Eigen vermogen 43,84% 48,23% 40,99% 36,66% Vreemd vermogen 56,16% 51,77% 59,01% 63,34% Financieringstekort 3,94% -23,27% -16,91% -9,33%

93

Een tekort aan financieringsmiddelen wordt met externe financieringsmiddelen “kort of lang” gefinancierd. Het keuzemoment voor het aantrekken van een vaste geldlening (‘lang-geld”) wordt naast het inzicht in de geldstromen bepaald door: • de marktverwachtingen • de wettelijke bepalingen en • de toetsingscriteria van de provincie m.b.t. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (wet FIDO). In 2022 is er vroegtijdig geanticipeerd, door het aantrekken van een tweetal langlopende leningen voor een totaalbedrag van € 35 miljoen, rekening houdende met de verwachtte forse investeringsbedragen en de stijgende rente. Het is niet toegestaan alles met “kort geld” - een kasgeldlening - te financieren. Er zijn criteria opgesteld voor de lokale overheden om te voorkomen dat in de toekomst men bij herfinanciering met financiële tegenvallers wordt geconfronteerd. De kasgeldlening is een instrument waar door de lokale overheden veel gebruik van wordt gemaakt omdat er in de markt een lagere rente op wordt gegeven door de verstrekkers van de lening. Risicobeheer: kasgeldlimiet en rente-risiconorm De gemeente verstrekt enkel leningen of garanties aan derden uit hoofde van haar publieke taak. Hiervoor is een besluit van de raad noodzakelijk.

Om de budgettaire risico's te beperken, zijn twee normen op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden van belang: de kasgeldlimiet en de rente-risiconorm. Kasgeldlimiet Deze limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar (max. 8,5% van het bedrag van de begroting). Het gaat hierbij om renterisico’s van de vlottende schuld. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet op rekening-courant. Met het in werking treden van het schatkistbankieren moeten overtollige gelden boven de normgrens van schatkistbankieren in de schatkist gestort worden. Van andere uitzettingen was in 2023 geen sprake. Bij het aantrekken van financieringen voor langer dan een jaar zijn uitsluitend geldleningen toegestaan. De vlotte schuld wordt afgezet tegen de norm van de kasgeldlimiet. De kwartaalrapportages zijn belangrijk voor het signaleren van mogelijke overschrijdingen. Als dit structureel is en er sprake is van een overschrijding van drie opeenvolgende kwartalen, moet de gemeente met de provincie in overleg over een beëindiging van de overschrijding. De gemeente wordt dan verplicht een vaste geldlening af te sluiten (consolideren). Uit onderstaand overzicht blijkt dat we de afgelopen kwartalen de kasgeldlimiet niet hebben overschreden.

De hoogte van de vlottende schuld is sterk afhankelijk van de mate en het tempo van uitvoering van geraamde investeringen en grondverkopen.

94

Kasgeldlimiet

3e kw

4e kw

1e kw

2e kw

Omschrijving Vlottende korte schulden Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schulden Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Totaal netto vlottende schuld (1-2) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal (oorspronkelijke begroting) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Kasgeldlimiet: (4 X 5 / 100) Ruimte onder kasgeldlimiet (4-3) Overschrijding van de kasgeldlimiet (3-4)

2023

2023

2024

2024

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

14 35.030 0 35.044 -35.044

9 28.867 0 28.876 -28.876

11 27.554 0 27.565 -27.565

126.542

126.542

145.325

145.325

8,5% 10.756 48.866 0

8,5% 10.756 45.800 0

8,5% 12.353 41.229 0

8,5% 12.353 39.918 0

.

. 0 0 0 0 0

.

. 19 27.291 10.800 38.110 -38.110

.

.

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft betrekking op financieringen met een rentetypische looptijd van langer dan 1 jaar. De gemeente loopt renterisico over • dat deel van de leningenportefeuille dat in een jaar in aanmerking komt voor herfinanciering of renteherziening en • nieuw aan te trekken langlopende leningen. Aansluitend op de geactualiseerde Wet Fido is per 1 januari 2010 de nieuwe Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden in werking getreden. Vanaf dat moment wordt de risiconorm berekend op basis van een percentage (20%) van het begrotingstotaal. Doel is het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Jaarlijks mogen de verplichte aflossingen en de renteherziening niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het schema hieronder laat zien dat we ruim onder de renterisiconorm zijn gebleven. De provincie toetst de kasgeldlimiet en renterisiconorm uit hoofde van haar financiële toezicht.

95

,

Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld , Omschrijving 1a Renteherziening op vaste schuld opgenomen gelden (o/g) 1b Renteherziening op vaste schuld uitgeleende gelden u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3 Betaalde aflossingen 4 Renterisico op vaste schuld (2+3) . Renterisiconorm 5 Begrotingstotaal 6 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 7 Renterisiconorm . Toets renterisiconorm 8 Renterisiconorm (7) 9 Renterisico op vaste schuld (4) 10 Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

,

,

,

,

2025

2026

2027

2028

0

0

0

0

0 0 12.334 12.334

0 0 4.412 4.412

0 0 4.275 4.275

0 0 3.844 3.844

,

,

,

,

160.925

158.554

157.449

155.527

20% 32.185

20% 31.711

20% 31.490

20% 31.105

.

. 32.185 12.334 19.851

. 31.711 4.412 27.299

. 31.490 4.275 27.215

31.105 3.844 27.261

Richtlijnen Rente BBV algemeen Om ervoor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in de BBV voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in • de rentelasten, • het renteresultaat, • de financieringsbehoefte en • de manier waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend.

96

De commissie BBV adviseert hiervoor een renteschema op te nemen in de paragraaf financiering. Onderstaande schema voldoet aan het genoemde advies. Renteschema Begroting 2025 . Omschrijving a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten (idem) . Saldo rentelasten en rentebaten c.1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c.2. De rente van projectfinanciering die aan het

c.3.

. .

Realisatie 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

1.916.657 -1.853.897 62.760

1.785.341 -1.887.633 -102.292

1.602.727 -1.148.211 454.516

25.781

463

-33.163

betreffende taakveld moet worden toegerekend

-208.911

-201.322

-193.500

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend .

434.004 250.875

426.416 225.557

385.729 159.066

313.634 0

123.265 0

613.582 0

0

0

0

313.634

123.265

613.582

336.967 -23.333

428.722 -305.457

457.800 155.782

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over het eigen vermogen d2. Rente over de voorzieningen (die tegen CW gewaardeerd zijn) . Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury

De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente wordt vervolgens op consistente en eenduidige wijze toegerekend aan de individuele activa. Daarbij is differentiatie per investering of taakveld niet toegestaan. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,50% worden afgerond. Wijken de werkelijke rentelasten die (over een jaar) aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast meer dan 25% af van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden is toegerekend, dan is een correctie verplicht. Dit is gerelateerd aan de fluctuaties van de rentetarieven op de geldmarkt. Richtlijnen Rente BBV 2023 In 2023 is er een nieuwe BBV notitie rente in werking getreden. In deze notitie wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en - baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door de gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie).

De belangrijkste wijziging betreft de toerekening aan de grondexploitaties. Vanaf 2016 was in verband met de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor grondexploitaties de rentetoerekening gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. In de praktijk hanteert de Belastingdienst een andere toerekening van rente aan de grondexploitaties. Hiermee is de noodzaak voor een afwijkend rentepercentage voor grondexploitaties vervallen en ligt het voor de hand de renteomslag ook te gebruiken voor de rente aan de grondexploitaties. In het publiekrechtelijke 97

kostenverhaal bij faciliterende grondexploitaties moet overeenkomstig de Omgevingswet voor de rentetoerekening wel een ander rentepercentage worden gehanteerd. Bij kostenverhaal op basis van een overeenkomst kunnen uiteraard ook afspraken worden gemaakt over het verrekenen van rente. De hoogte van het rentepercentage is dan onderdeel van de afspraken in de overeenkomst en kan afwijken van de omslagrente. De bepalingen en richtlijnen van deze notitie treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2025.

98

E. Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Inwoners van Horst aan de Maas moeten kunnen rekenen op steengoede dienstverlening: dienstverlening die aansluit bij hun behoeften en hun leefwereld; hun dromen, wensen, ambities en verlangens. Dat vraagt iets van ons als organisatie: van de manier waarop we werken, van hoe we zijn georganiseerd, van de vaardigheden van medewerkers, van onze systemen, van onze huisvesting en bedrijfsvoering. In Programma 7 van deze begroting lichten wij uitgebreid toe hoe we dit willen bereiken. In dit programma komen de volgende bedrijfsvoeringsaspecten aan de orde: -

De transformatie naar een professionele koersvast organisatie.

-

De inrichting van onze informatiesystemen, de digitale transformatie, het datagedreven werken en de informatiebeveiliging

-

Het verkrijgen van gezonde, ondernemende en duurzaam inzetbare medewerkers.

-

Het verbeteren van het samenspel tussen raad, college en bestuur.

Voor een toelichting op de bedrijfsvoering verwijzen wij u dan ook naar programma 7. Verbonden partijen Deze zijn opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. Samenwerking bedrijfsvoering Horst aan de Maas en Venray De samenwerking op de onderdelen Informatievoorziening (IV), KCC/Burgerzaken, Financiën en HRM is begin 2021 daadwerkelijk gestart en er zijn concrete uitvoeringsplannen per onderdeel opgestart die in uitvoering zijn. In 2022 hebben we verder uitvoering gegeven aan de samenwerking en in de tweede helft van 2022/begin 2023 zijn de eerste behaalde en beoogde resultaten gerapporteerd en geëvalueerd. In 2023 informeerde we de raad over de evaluatie die door BMC is uitgevoerd. De conclusie dat we verder gaan met de samenwerking delen we breed. In 2025 gaan we verder met de samenwerking op het gebied van Informatievoorziening (IV), Financiën en HRM. De samenwerking op het gebied van KCC/Burgerzaken is on hold gezet. Wet Open Overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) ingegaan. Met deze wet is een belangrijke stap gezet naar een transparantere overheid. De Woo kent kort gezegd drie plichten: •

Actieve openbaarmakingsplicht: het uit eigen beweging openbaar maken van bepaalde overheidsinformatie;

•

Passieve openbaarmakingsplicht: het op verzoek openbaar maken van gevraagde overheidsinformatie;

•

Informatiehuishoudingsplicht: het duurzaam toegankelijk maken van overheidsinformatie.

De implementatie van de Woo pakken we zoveel als mogelijk in gezamenlijkheid met Horst aan de Maas / Venray op. Dit doen we in samenhang met andere wetswijzigingen zoals de Wet modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (Wmebv), de nieuwe Archiefwet en andere (Europese) wetgeving. De onderdelen die vallen onder de actieve openbaarmaking treden gefaseerd in werking. Per 1-11-2024 zijn wij als gemeente verplicht informatie die valt onder de volgende vier informatiecategorieën van de Woo, uit eigen beweging, openbaar maken: •

wetten en algemeen verbindende voorschriften;

•

overige besluiten van algemene strekking;

99

•

informatie over organisatie en werkwijze;

•

bereikbaarheidsgegevens.

De inwerkingtreding van overige categorieën volgt op een later nog vast te stellen moment. In voorbereiding daarop wordt 2025 gebruikt om de processen en de informatiehuishouding verder aan te passen. Dit maakt onderdeel uit van het proces Digitale Transformatie

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14627018/1