CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

01d BBV Jaarstukken 2024

Gemeenteraad 1 juli 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de jaarstukken 2024.31.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hiermee hebben we een belangrijke stap gezet in het ondersteunen van deze groep in onze samenleving.

Toezicht en handhaving Slagvaardiger zijn in toezicht en handhaving: met die ambitie hebben we de afgelopen jaren stappen gezet om toezicht en handhaving zelf weer te organiseren, dichter bij de organisatie en bestuur. 53

In 2024 hebben we uitvoering gegeven aan ons VTH-beleid (Vergunningen, Toezicht en Handhaving). De belangrijkste thema’s betreffen: actualisatie IPPC-vergunningen en toezicht en handhaving op het gebied van ondermijning en de huisvesting van arbeidsmigranten. Gerealiseerd in 2024: • De gemeenschappelijke regeling op het gebied van toezicht en handhaving met Venray is ontbonden; 2024 was het laatste jaar van deze samenwerking; • We hebben het team APV-vergunningen, toezicht en handhaving verder uitgebreid met een aantal medewerkers, onder andere twee toezichthouders en twee BOA’s; • We hebben fors geïnvesteerd in de verbetering van onze processen en daarmee onze kwaliteit van dienstverlening. Zowel het proces van vergunningverlening als dat van toezicht en handhaving is middels het OPEXpro traject herzien.

Dit heeft geresulteerd in uniforme werkprocessen, verbetering van de aanvraagformulieren inclusief digitale omgeving en daarmee een snellere doorlooptijd voor de aanvragers; • Er is (praktijk)ervaring opgedaan met het uitvoeren van onder andere werken met de Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en Wet goed verhuurderschap; • De uitvoering van de VTH beleidscyclus is geborgd binnen onze organisatie; • Als netwerkpartner waren en zijn we nauw betrokken bij de ontwikkelingen om in 2026 te kunnen komen tot een robuuste (nieuwe) Omgevingsdienst die voldoet aan de vereisten die het ministerie hieraan stelt. Overhead Onder de overhead vallen op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (‘BBV’) alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces’. Dit zijn de volgende kosten: • • • • • • • •

Directie/management Financiën HRM Organisatieondersteuning Juridische zaken Informatisering & automatisering Facilitaire zaken en huisvesting Communicatie

De overheadkosten in onze organisatie fluctueren al jaren tussen de 11% en 14% van onze totale lasten. In 2024 bedroeg het overheadpercentage 13,5%. Dit is een lichte daling t.o.v. de 13,7% in 2023. In absolute zin zijn de apparaatskosten (overhead en loonkosten) wel gestegen de laatste jaren. Gelet op de inflatie en de toename van de taken die naar de gemeente toe zijn gekomen, is deze stijging begrijpelijk. In 2024 betaalden we 22,2% van onze totale loonsom aan externe inhuur. Dit is een stijging t.o.v. 2023 toen dit nog 20,0% was. Deze stijging komt door een krapte op de arbeidsmarkt waardoor het moeilijker is openstaande functies met vast personeel in te vullen. Door deze krapte is er ook sprake van sterk stijgende uurtarieven voor inhuur. Daarnaast kiezen we in het traject van de organisatieontwikkeling uit oogpunt van gewenste flexibiliteit vaker bewust voor inhuur van tijdelijk noodzakelijke specialistische kennis. Voor een uitgebreide inhoudelijke toelichting op de bedrijfsvoeringsonderdelen die onder de overhead vallen, verwijzen we u naar de paragraaf Bedrijfsvoering van deze jaarstukken. Organisatieontwikkeling In 2024 hebben we de basis op orde gebracht in onze organisatie. De aansturing is veranderd door het aantreden van een tweehoofdige directie. Daarnaast is ervoor gekozen met één managementlaag minder te gaan werken.

Hierdoor is verantwoordelijkheid lager in de organisatie komen te liggen en zijn de lijnen korter. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over de aansturing en de monitoring van onze werkzaamheden, waardoor we meer overzicht hebben en beter kunnen sturen. We zijn in 2024 gestart met drie verbetersporen:

54

1. Dienstverlening; In 2024 is een (concept) visie op dienstverlening opgesteld die de kaders geeft voor de digitale transformatie. We hebben de basis gelegd voor het vernieuwen van de telefooncentrale en het realiseren van een betere bereikbaarheid. We zijn gestart met de implementatie van een nieuw zaaksysteem dat waarmee we straks aanvragen van klanten (bv subsidies of informatieverzoeken) efficiënter kunnen afhandelen. In het sociaal domein hebben we het mogelijk gemaakt dat inwoners veel uitkeringszaken zelf en digitaal kunnen regelen. We zijn aan de slag gegaan met de verbetering van de dienstverlening op het gebied van de vergunningverlening. Dit door de basis op orde te brengen (personeel, processen, werkwijze), de communicatie te verbeteren en de doorlooptijden te verkorten. Het jaar 2024 was ook het eerste jaar waarin MOOI Overheidsbemiddeling (de voormalige regionale mediatorpool) volledig operationeel was. Dit is een meerwaarde voor onze dienstverlening en stimuleert het voeren van de goede gesprekken met onze inwoners. 2. Vitale en professionele medewerkers; M.b.t. dit spoor hebben we ons in 2024 o.a. gefocust op de arbeidsmarktbenadering (aantrekkelijke werkgever). We hebben een arbeidsmarktstrategie ontwikkeld, het werving en selectieproces vereenvoudigd en het platform banenplein 2024 doorontwikkeld.

Ook hebben we ingezet op het behoud van medewerkers door al het personeel de mogelijkheid te geven een Talenten Motivatie Analyse te doen (TMA). 60% heeft daar al gebruik van gemaakt. We hebben een LeerManagementSysteem (LMS) gelanceerd onder de noemer ‘Wies met hierin een divers leeraanbod. Er is een leiderschapsprogramma gemaakt voor leidinggevenden gericht op collectief leiderschap, en de persoonlijke ontwikkeling van de individuele leidinggevenden. Ook nemen we in de afdelingsplannen de ontwikkelopgave van een team op. 3. Bestuur-Ambtelijk samenspel. In 2024 zijn diverse inspanningen geleverd om het samenspel tussen raad, college en de organisatie te verbeteren. Zo is er gewerkt aan het versterken van het (bestuurlijk en ambtelijk) opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, en is er continu aandacht voor de politieke sensitiviteit van medewerkers. Ook heeft de gemeenteraad in mei 2024 de nieuwe nota planning en control 2024 “een integrale en koersvaste blik op de toekomst” vastgesteld. In de deze nota hebben we de basis gelegd voor hoe we ons gaan ontwikkelen tot een koersvaste en lerende organisatie met effectieve besluitvorming. Dit met o.a. een nieuwe P&C cyclus die afgestemd is op het programmatisch/opgave gericht werken waarbij de afdelings- en opgaveplannen een prominente rol krijgen.

Daarnaast is het reglement van de orde van de raadsvergaderingen aangepast om een betere balans tussen de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van de raad te realiseren. Ook is het werkproces voor het stellen van vragen aangepast, waardoor de organisatie zorgvuldiger kan werken aan de beantwoording en zijn er verbeteringen doorgevoerd in het proces van raadsplanning en de bijbehorende dialoog

Algemene baten en lasten Het afgelopen jaar hebben we invulling gegeven aan ons eigen uitgangspunt voor gezond financieel evenwicht. Met als hoofdregel structureel evenwicht, waarin structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Hierbij hoort logischerwijs ook, dat we de financiële weerbaarheid niet verlagen en ons eigen vermogen alleen aanspreken als dat echt nodig is. Ondanks het risico van een hoge inflatie en stijgende (grondstof- en energie)kosten zijn we er het afgelopen jaar in geslaagd om onze structurele lasten met structurele middelen te dekken en het eigen vermogen verder te verstevigen. Zo bouwen we een buffer om toekomstige tegenvallers op te vangen, schuiven we géén onnodige kosten door naar de toekomst en zijn we continue op zoek naar een gezond evenwicht tussen ambitie (wat willen we bereiken?), lastendruk (wat vragen we van onze inwoners en bedrijven?) en het vormen van een financiële buffer voor de toekomst. Algemene dekkingsmiddelen Na jaren van discussie en onduidelijkheid weten we nu dat de zogenaamde herijking van het Gemeentefonds voor onze gemeente positief uitpakt. Door de zogenaamde trap op/ trap af systematiek krijgen gemeenten er een paar jaren relatief veel geld bij. Het rijk heeft ook aangegeven om vanaf 2026 te stoppen met deze methodiek.

Afgelopen jaar zijn we dan ook zonder problemen in staat gebleken om aan onze verplichtingen te voldoen en de gevolgen van loon- en prijsinflatie op te vangen. Maar bereiden ons ondertussen wel voor op de veranderende financieringssystematiek door

55

de mogelijke scenario's, effecten en oplossingsrichtingen in beeld te brengen voor de jaren 2026 en verder. Beleidsindicatoren programma Gezonde, duurzame en ondernemende organ. Omschrijving

2022

2023

2024

Overhead % van totale lasten

11,2%

13,7%

13,5%

Fte per 1.000 inwoners (formatie)

8,02

8,49

9,00

Fte per 1.000 inwoners (bezetting)

7,60

7,99

8,28

Apparaatskosten per inwoner

731

771

949

Externe inhuur als % (van loonsom + totale kosten inhuur externen) Verwijzingen Halt per 10.000 jongeren

16,7%

20,0%

22,2%

80

70

20

Winkeldiefstallen per 1.000 inwoners

0,9

0,8

1,0

Geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners

3,3

2,6

2,4

Diefstallen uit woning per 1.000 inwoners

1,0

1,0

1,8

Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) per 1.000 inwoners Gemiddelde WOZ-waarde in duizend euro

3,9

3,8

4,4

295

324

339

856

877

956

924

947

1027

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden in euro's Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in euro's

56

Wat heeft het gekost? .

.

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2024 2024 2024

Lasten

7-1

Burgerzaken

-1.753

-1.983

-1.979

7-2

Bestuur

-3.167

-3.155

-4.049

7-3

Openbare orde en veiligheid

-8.263

-9.169

-8.389

7-4

Toezicht en handhaving

-1.908

-1.116

-1.206

7-5

Overhead

-21.980

-26.091

-30.472

7-6

Algemene baten en lasten

424

221

0

7-7

Algemene dekkingsmiddelen

-1.776

-2.781

-3.021

7-8

Vennootschapsbelasting (VPB)

0

0

0

7-9

Onvoorzien

0

0

0

Totaal

Lasten

-38.422

-44.075

-49.115

739

941

1.087

4

4

33

1.939

2.807

2.125

0

128

128

1.334

3.150

7.213

0

0

0

Baten

7-1

Burgerzaken

7-2

Bestuur

7-3

Openbare orde en veiligheid

7-4

Toezicht en handhaving

7-5

Overhead

7-6

Algemene baten en lasten

7-7

Algemene dekkingsmiddelen

99.838

104.737

106.313

Totaal

Baten

103.853

111.768

116.898

.

.

Storting in de reserves

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2024 2024 2024 -2.695 -2.916 -2.917

Onttrekking van de reserves

1.847

1.960

1.882

Resultaat

64.584

66.737

66.748

57

Analyse Verschillen Verschillen 2024 begroting na wijziging versus 2024 realisatie (incl. reservemutaties) .

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Verschil

-994 -3.151

-843 -4.015

151 -864

7-1 7-2

Onderverdeling beleidsvelden: Burgerzaken Bestuur

7-3 7-4 7-5 7-6 7-7

Openbare orde en veiligheid Toezicht en handhaving Overhead Algemene baten en lasten Algemene dekkingsmiddelen

-6.362 -988 -22.054 -1.670 101.955

-6.264 -1.078 -22.452 -1.891 103.292

98 -90 -398 -221 1.337

7-8 7-9

Vennootschapsbelasting (VPB) Onvoorzien Resultaat

0 0 66.736

0 0 66.749

0 0 13

een positief bedrag is een voordeel een negatief bedrag is een nadeel

Verschillen groter dan € 50.000 op beleidsveldniveau worden toegelicht. 7.1 Burgerzaken € 151.000 voordeel Leges reisdocumenten en rijbewijzen € 130.000 voordeel In 2024 zijn meer reisdocumenten en rijbewijzen aangevraagd dan verwacht. Bij de verwachte aantallen gaan we uit van het aantal documenten dat gedurende dat jaar verloopt. Vermissingen of aanvraag van extra documenten worden hier niet in meegenomen. Ook documenten die in voorgaande jaren zijn verlopen en niet vernieuwd zijn, zijn niet meegenomen. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten. 7.2 Bestuur € 864.000 nadeel Accountantskosten € 28.000 nadeel De accountant kosten zijn in 2024 € 28.000 hoger uitgevallen dan begroot omdat de accountant in het kader van de diverse SISA regelingen meer controles heeft moeten verrichten dan waar we in eerste instantie bij de begroting rekening mee hebben gehouden. Pensioenvoorziening college van B&W/ Voormalige wethouders € 646.000 nadeel Vanwege de dalende rente was een aanvullende storting in de pensioenvoorziening (voormalig) bestuur noodzakelijk. Bij de bijstelling van de begroting 2024 was de verwachting dat het nadeel op de pensioenvoorziening een vergelijkbare omvang zou hebben met het voordeel op het personeelsbudget. Het voordeel op het personeelsbudget is uitgekomen op € 328.000. Zie toelichting onder 7.5 overhead.

Griffie € 52.000 nadeel Het formatiebudget is in 2024 niet bijgesteld en terwijl de loonkosten verder zijn gestegen. (Advies)kosten Raad € 50.000 nadeel Het nadeel wordt enerzijds veroorzaakt door een eenmalig ingesteld evaluatieonderzoek en anderzijds door gestegen presentie- en reiskosten. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten.

58

7.3 Openbare orde en veiligheid € 98.000 voordeel Woningontruiming € 33.000 voordeel De rol van de gemeente bij woningontruiming is nog redelijk recent (april 2021). Destijds is een inschatting gemaakt van het bedrag dat jaarlijks nodig is voor het betalen van de kosten voor woningontruiming. In 2024 is gebleken dat we dit budget niet nodig hebben. Overige verschillen € 65.000 voordeel Het overige verschil van ongeveer € 65.000 wordt veroorzaakt door diverse kleinere afwijkingen op budgetten binnen openbare orde en veiligheid. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten. 7.4 Toezicht en handhaving € 90.000 nadeel De overschrijding van het budget is gelegen in het gegeven dat we vanwege onderbezetting op het gebied van toezicht meer gebruik hebben gemaakt van externe inhuur. Onder meer in de vorm van een toezichthouder milieu en (een flexibele schil) BOA’s. 7.5 Overhead € 398.000 nadeel Personeelsbudget € 328.000 voordeel Er is een voordeel gerealiseerd op het totale personeelsbudget van ca 1%. Overige organisatiekosten € 660.000 nadeel Bij de (meerjaren)begroting 2025-2028 hebben we toegelicht dat de budgetten op het gebied van opleidingen, arbo, werving en selectie, reiskosten, garantiebanen en personele activiteiten al jaren gebaseerd zijn op een organisatie met 300 FTE. We zijn ondertussen doorgegroeid naar meer dan 400 FTE.

Vanaf 2025 heeft de raad hier extra middelen voor beschikbaar gesteld. In 2024 waren deze extra middelen er niet waardoor de overige organisatiekosten hoger zijn uitgevallen dan begroot. Dienstgebouwen € 155.000 nadeel Dit nadeel wordt vooral veroorzaakt doordat energiekosten hoger zijn uitgevallen dan begroot. Externe advieskosten college € 129.000 nadeel Dit nadeel komt omdat in 2024 voor een aantal omvangrijke dossiers o.a. op het gebied van huisvesting arbeidsmigranten, verbonden partijen, handhaving en Woo, externe deskundigheid is ingeschakeld. Het gaat dan om specifieke specialistische kennis welke niet in huis is of om dossiers waar een second opinion gevraagd wordt. Lease € 172.000 voordeel In 2024 zijn door gezamenlijke aanbesteding met gemeente Venray (schaalvoordeel) de leasekosten van hardware lager uitgevallen dan we verwacht hadden. Digitale transformatie € 88.000 voordeel Niet alle begrote uitgaven voor de digitale transformatie zijn al in 2024 gedaan en worden doorgeschoven naar 2025. In verband met lopende verplichtingen is het voorstel om het voordeel over te hevelen naar 2025. Consultancy en advieskosten € 124.000 voordeel De kosten voor het opstellen van een zerobased begroting worden niet zoals begroot in 2024 gemaakt maar in 2025. We stellen voor dit budget over te hevelen naar 2025.

Het overige verschil van ongeveer € 160.000 wordt door diverse afwijkingen op verschillende overheadposten veroorzaakt. Denk hierbij o.a. aan communicatie, portokosten en archiefbeheer. 7.6 Algemene baten en lasten € 221.000 nadeel Onderuitputting € 500.000 nadeel Onderuitputting is de inschatting dat we minder kosten of hogere opbrengsten hebben dan waarmee in eerste instantie rekening is gehouden in de begroting. De voordelen worden in de verschillende programma’s van de jaarrekening verantwoord en niet specifiek op deze post. Deze post is daarmee een nadeel en valt weg tegen de voordelen die elders in de jaarrekening worden verantwoord. Per saldo heeft dit een positief effect voor de jaarrekening 2024.

59

Algemene Uitkering Gemeentefonds € 233.000 voordeel Diverse ontvangen bijdragen zijn in beginsel als stelpost gereserveerd voor het betreffende specifieke doel in 2024. Nu duidelijk is dat er in 2024 géén beleid komt en deze middelen niet voor het betreffende specifieke doel ingezet worden, vallen deze vrij ten gunste van het jaarrekeningsaldo. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten. 7.7 Algemene dekkingsmiddelen € 1.337.000 voordeel Toegerekende rente € 357.000 nadeel Door een lager rente-omslagpercentage kunnen we minder rente toerekenen aan de taakvelden. Dus minder opbrengsten dan waarmee rekening is gehouden in de begroting. Het voordeel komt tot uitdrukking op alle andere beleidsvelden. Proceskosten € 118.000 voordeel Voordeel is met name veroorzaakt door minder beroepszaken en minder veroordelingen in de proceskosten. Tevens worden een aantal zaken nog in 2025 behandeld door de rechter. Een andere oorzaak die bijdraagt aan dit voordeel is dat de hoogte van de wettelijke proceskostenvergoedingen is verlaagd. OZB Niet-Woningen (eigenaar + gebruiker) € 240.000 voordeel De hogere opbrengsten zijn veroorzaakt door een combinatie van een hogere areaalontwikkeling dan verwacht en een hogere stijging van de WOZ-Waarde ontwikkeling dan verwacht. Algemene Uitkering € 965.000 voordeel Een voordeel van € 698.000 is het gevolg van de Decembercirculaire 2024.

Het late tijdstip waarop deze middelen beschikbaar komen maakt dat deze veelal niet meer ingezet kunnen worden in het lopende jaar. Vandaar ook het voorstel bij de jaarrekening 2024 om een bedrag van € 224.000 over te hevelen naar 2025 middels resultaatbestemming. Aan de besteding van deze middelen in 2025 liggen vooralsnog géén concrete plannen. We zijn wel voornemens hiervoor plannen op te stellen en de middelen, voor deze specifieke doelen, in te zetten in 2025. Verrekeningen uit voorgaande jaren (2021 t/m 2023) is een twee effect dat een voordeel oplevert van € 212.000. Het resterende deel is het gevolg van kleine verschuivingen in hoeveelheden en maatstaven bij de berekening van de Algemene Uitkering. Toeristenbelasting € 152.000 voordeel De hogere opbrengsten zijn veroorzaakt door meer toeristische overnachtingen in 2024, dan waarmee rekening is gehouden bij de begroting. Het restantverschil bestaat uit een aantal kleinere posten.

60

Algemene Dekkingsmiddelen

Primaire Begroting na Begroting wijziging 2024 2024

Werkelijk 2024

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

19.769

20.246

20.765

Algemene uitkering

78.939

82.046

83.025

Dividend

502

452

471

Saldo van de financieringsfunctie

628

1.993

2.052

99.838

104.737

106.313

Totaal algemene dekkingsmiddelen

61

Overhead Onder de overhead vallen op basis van het Besluit begroting en verantwoording (‘BBV’) alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces’ dit zijn de volgende kosten: • Directie/management • Financiën; • HRM; • Organisatieondersteuning • Juridische zaken; • Informatisering & automatisering; • Facilitaire zaken en huisvesting; • Communicatie; Naast het programma Overhead is de paragraaf Bedrijfsvoering in het jaarverslag opgenomen. De paragraaf bedrijfsvoering wordt gebruikt voor het beschrijven van beleidsmatige ontwikkelingen op het terrein van bedrijfsvoering.

Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2024 2024 2024 Lasten

-21.980

-26.091

-30.472

Baten

1.334

3.150

7.213

Saldo lasten en baten

-20.646

-22.941

-23.259

Storting in de reserves

-695

-916

-917

Aanwending van de reserves

1.719

1.803

1.724

-19.622

-22.054

-22.452

Resultaat

63

Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 is de wet vennootschapsbelastingplicht (Vpb) voor lagere overheden (overheidsondernemingen) van kracht. Overheden die winst of structureel overschotten behalen met activiteiten die concurreren met de markt, moeten vanaf die datum vennootschapsbelasting betalen. Een externe partij ondersteunt ons bij de Vpb-aangiften. De Belastingdienst heeft voor alle gemeenten een gelijke vaststellingsovereenkomst (VSO) opgesteld. In december 2021 hebben we de door de Belastingdienst ondertekende VSO ontvangen. De aangiften voor de jaren 2016 tot en met 2022 zijn door de Belastingdienst definitief vastgesteld. Voor 2023 en 2024 dienen we tijdig een (voorlopige) aangifte in. Vanaf 2022 zijn de regels voor het verrekenen van de verliezen gewijzigd. Verliezen zijn vanaf die datum onbeperkt houdbaar. Daar staat tegenover dat verliezen boven € 1 miljoen maar voor 50% mogen worden verrekend. Primaire Begroting na Wat heeft het Begroting wijziging gekost in 2024 2024 2024 Lasten

0

0

0

Baten

0

0

0

Saldo lasten en baten

0

0

0

Storting in de reserves

0

0

0

Aanwending van de reserves

0

0

0

Resultaat

0

0

0

65

Onvoorzien Vanaf begroting 2023 is de post onvoorzien op € 0 gezet. Eventuele onvoorziene uitgaven die onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn komen ten laste van ons weerstandsvermogen en worden in de paragraaf 'weerstandsvermogen en risicobeheersing' uiteengezet en toegelicht.

67

Paragrafen

68

A. Lokale heffingen Algemeen De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2024 ongeveer 22% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht worden de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd.

Overzicht inkomsten uit heffingen 2024 Rekening Begroot na 2023 wijziging 2024

Rekening 2024

Procentuele afwijking Rek.-Begr.

Onroerende zaakbelasting (OZB)

14.441

15.887

16.154

1,7%

Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht

4.382

4.595

4.559

-0,8%

Rioolheffing

4.637

6.265

6.106

-2,5%

Toeristenbelasting

3.930

4.113

4.285

4,2%

Baten reclamebelasting

92

87

98

12,1%

Baten precariobelasting

30

25

33

34,2%

Baten begraafplaatsrechten

13

15

16

5,1%

Baten marktgelden

19

20

18

-12,4%

Overige heffingen

1.944

2.265

2.988

31,9%

Totaal inkomsten uit heffingen

29.487

33.272

34.257

Totaal inkomsten begroting/rekening

148.026

171.234

172.174

Nb. de procentuele afwijking rekening/begroting zijn berekend op niet afgeronde bedragen. In de tabel zijn de bedragen wel afgerond op duizendtallen. Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de inkomsten uit gemeentelijke heffingen in 2024 ongeveer € 985.000 hoger zijn dan begroot. De hogere opbrengsten zijn met name veroorzaakt door de hogere opbrengsten uit de legesheffingen (m.n. omgevingsvergunningen, € 439.000), OZB (€ 267.000) en de toeristenbelasting (€ 159.000). Beleid gemeentelijke heffingen De gemeentelijke heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. In het collegeprogramma 2022-2026 is bepaald dat we de gemeentelijke lastendruk voor inwoners en bedrijven zo verantwoord mogelijk in balans houden. Eventuele aanpassing van tarieven bekijken we in samenhang met onze ambities. Voor 2024 is voor de tarieven een inflatiecorrectie van 3,1% gehanteerd. Bij de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en de vermakelijkhedenretributie is hiervan afgeweken. Nadere uitleg over de tarieven van deze heffingen volgt later in deze paragraaf. Kostendekkendheid Vanaf de begroting 2017 is iedere gemeente verplicht in de paragraaf lokale heffingen de kostendekkendheid van de tarieven die op basis van de Gemeentewet maximaal kostendekkend mogen zijn, inzichtelijk te maken.

Per heffing wordt in deze paragraaf dan ook op hoofdlijnen inzicht gegeven hoe bij de berekening van de tarieven van heffingen de werkelijke baten de werkelijke lasten niet overschrijden. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om: • de afvalstoffenheffing, • reinigingsrechten, • rioolheffing, • rioolaansluitrecht, 69

• • •

marktgelden, lijkbezorgingsrechten en de leges.

Per heffing worden de directe kosten, overhead, btw en opbrengsten weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing kunnen worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing en kapitaallasten). • De overhead is op basis van de hierboven vermelde directe personeelslasten aan de heffing toegerekend. • De inkoop-btw is als last meegenomen. • De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2024 zoals die in de paragraaf genoemd worden. Voor de toerekening van de overhead heeft iedere gemeente een eigen beleidsvrijheid. De kostentoerekening van de overhead heeft net als bij de begroting 2024 plaatsgevonden op basis van de personeelslasten. Deze methode sluit het meest aan op de kostentoerekeningen zoals we die in het verleden ook hebben gehanteerd. In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid per heffing op basis van deze toerekening van de overhead inzichtelijk gemaakt. De systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten betekent dat een relatief groter bedrag toegerekend wordt aan arbeidsintensieve taken. De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de aansturing voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.

Onroerende Zaak Belasting (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. OZB bedragen in hele euro's

2023

2024

Stijging 2024 t.o.v. 2023

Tarief Ozb-eigenaar woningen

0,1288%

0,1290%

0,2%

Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen

0,2707%

0,2915%

7,7%

Tarief Ozb gebruiker niet-woningen

0,2163%

0,2330%

7,7%

€ 417,31

€ 430,50

3,2%

€ 1.938,26

€ 2.095,86

8,1%

Gemiddelde aanslag woning (woz-waarde 2023 € 324.000,--) Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker (woz-waarde 2023 € 398.000,--)

De tarieven voor de OZB zijn geïndexeerd met 3,1% waarbij tevens de waardeontwikkeling in de tarieven is verdisconteerd. Hierbij zijn de tarieven voor niet-woningen met 5% extra verhoogd conform de Begroting 2024. Reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing wordt geheven van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke.

70

Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De basisheffing stijgt met 3,1% (inflatiecorrectie) in 2024. Omdat de overige tarieven voor restafvalzakken en dergelijke gelijk blijven, stijgt de gemiddelde lastendruk voor de reinigingsheffingen met 1,6%. Dit heeft in 2024 voor de tarieven en de afval gerelateerde lastendruk het volgende betekend: Reinigingsheffingen bedragen in hele euro's

2023

2024

Stijging 2024 t.o.v. 2023

Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden

€ 237,84

€ 245,16

3,1%

Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden

€ 175,56

€ 180,96

3,1%

€ 1,70

€ 1,70

0,0%

Gemiddelde lasten (1)

€ 243,27

€ 247,15

1,6%

Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1)

€ 261,00

€ 265,18

1,6%

Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) (inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.)

€ 186,63

€ 189,63

1,6%

Restafvalzak

De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2024 € 265,18. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 311,80 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). De gemiddelde lastendruk voor een meerpersoonshuishouden ligt is in Horst aan de Maas dus 15% (€ 46,62) lager dan het provinciale gemiddelde. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht is ten opzichte van de begroting 2024 hoger uitgevallen omdat de verwachte kosten van de afvalinzameling lager zijn uitgevallen dan begroot. Enkele redenen hiervoor: De jaarlijkse indexeringen zijn in 2024 over de gehele linie (inzameling, verwerking en overige inkoop) aanzienlijk lager uitgevallen dan medio 2023 nog werd ingeschat. Daarnaast is er op de (her)aanbesteding van de grote verwerkingscontracten - via de Afvalsamenwerking Limburg - een gunstig resultaat behaald. Ook de opbrengsten uit het Afvalfonds Verpakkingen en het oud papier waren hoger dan begroot. Omdat de marktprijzen voor oud papier maandelijks fluctueren, worden deze telkens conservatief begroot. De inzamelkosten voor oud papier zijn echter al jaren een stuk hoger dan de werkelijke opbrengsten.

71

Rioolheffing De (verbrede) rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Hiermee worden kosten verhaald van collectieve maatregelen, die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering. Ook de kosten voor de maatregelen die nodig zijn ten aanzien van hemelwater en grondwater worden hiermee verhaald. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-12024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. Hierbij rekening houdend met een geactualiseerd kostendekkingsplan. Het kostendekkingsplan, de onderlegger van het gemeentelijk rioleringsplan, is geactualiseerd. Uitgangspunt voor de rioolheffing zijn kostendekkende tarieven. Het tarief voor de rioolheffing 2024 is echter niet kostendekkend en hierbij is de egalisatievoorziening ingezet om de stijging in de heffing te beperken. De tarieven zijn gebaseerd op het geactualiseerde kostendekkingsplan. In het onderstaande overzicht staat de ontwikkeling van de rioolheffing aangegeven.

72

Rioolheffing bedragen in hele euro's

Vast tarief per eigendom Variabel tarief gebruik waterverbruik > 500m³ Waterverbruik van < 500 m³ Waterverbruik van 500 m³ t/m 999 m³ Waterverbruik van 1.000 m³ t/m 1.999 m³ Waterverbruik van 2.000 m³ t/m 2.999 m³ Waterverbruik van 3.000 m³ t/m 3.999 m³ Waterverbruik van 4.000 m³ t/m 4.999 m³ Waterverbruik van 5.000 m³ t/m 9.999 m³ Waterverbruik van 10.000 m³ t/m 49.999 m³ Waterverbruik > 50.000 m³

2023

2024

Stijging 2024 t.o.v. 2023

€ 230

€ 280

22%

€€€€€€€€€-

€€ 280 € 560 € 840 € 1.120 € 1.400 € 2.800 € 8.400 € 16.800

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2024 ligt in Horst aan de Maas ca. 14,8% hoger (€ 36,05) dan in de provincie. Het tarief loopt in de pas met vergelijkbare gemeenten, Peel en Maas € 288,62 en Venray € 253,81.

Rioolaansluitrecht Het rioolaansluitrecht is een éénmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten.

73

Rioolaansluitrecht bedragen in hele euro's 2023 Type riolering Drukriolering buitengebied Vrijverval-riolering

Stijging 2024 t.ov 2024 2023

€ 4.734

€ 4.881

3,1%

€ 248 + € 180 per m¹ perceelaansluitleiding

€ 256 + € 185 per m¹ perceelaansluitleiding

3,0%

Door afrondingen stijgen de bedragen tussen 3,0 en 3,1%.

Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting wordt geheven voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit kunnen zowel toeristen als arbeidsmigranten zijn. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s wordt (water)toeristenbelasting geheven. Het verblijf op vaartuigen wordt geheven op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen. Conform de begroting 2024 is het tarief voor de toeristenbelasting 2024 verhoogd van € 1,55 naar € 1,60 per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen zijn in lijn hiermee aangepast De tarieven van de toeristenbelasting 2024 zijn bepaald op de onderstaande tarieven:

74

Toeristenbelasting bedragen in hele euro's

2023

2024

Stijging 2024 t.o.v. 2023

Tarief per persoon per overnachting

€ 1,55

€ 1,60

3,2%

Vaste plaats, vast bedrag per jaar

€ 241,80

€ 249,60

3,2%

€ 6,20

€ 6,40

3,2%

€ 1,55 € 241,80 € 6,20

€ 1,60 € 249,60 € 6,40

3,2% 3,2% 3,2%

Seizoensplaats / arrangement per week Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (1) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (1) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (1) (1) Vaartuigen, watervilla's. * M.i.v. 2023 geen onderscheid in hoog en laag tarief

Door afrondingen stijgen de bedragen ca. 3.2%. Vermakelijkheden De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer is niet gewijzigd. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) worden niet in de heffing betrokken. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. Op basis van de begroting 2024 is het tarief voor de vermakelijkhedenretributie 2024 als volgt: Vermakelijkhedenretributie bedragen in hele euro's

Vast bedrag per betalende bezoeker c.q. deelnemer van de vermakelijkheid

2023

€ 0,10

2024

€ 0,10

Stijging 2024 t.o.v. 2023

0,0%

Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 3,1 zijn voor 2024 de volgende tarieven vastgesteld:

75

Precariobelasting terrassen bedragen in hele euro's 2023

Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst of Sevenum per m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar

Stijging 2024 2024 t.o.v. 2023

€ 10,25

€ 10,55

2,9%

€ 6,80

€ 7,00

2,9%

Door afrondingen is de stijging 2,9% Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die door de marktlieden in het centrum van Horst worden betaald, zijn vanaf 2011 in de heffing van de marktgelden meegenomen. De promotiegelden worden doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 3,1% zijn voor 2024 de volgende tarieven vastgesteld: Marktgelden bedragen in hele euro's

2023

2024

Stijging 2023 t.o.v. 2022

€ 12,05

€ 12,40

2,9%

- per strekkende meter

€ 19,45

€ 20,05

3,1%

- vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst)

€ 24,30

€ 25,05

3,1%

Voor het innemen van een standplaats per dag Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal

Door afrondingen stijgen de bedragen tussen de 2,9% en 3,1%.

76

Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst ingevoerd. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, onder inhouding van € 5.000, doorbetaald aan de Stichting centrummanagement Horst aan de Maas, die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt. De hoogte van het tarief is sinds 2015 afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde van de vestiging en niet meer van de grootte van de reclameborden zoals dat in 2014 en voorgaande jaren gold. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 3,1% zijn voor 2024 de volgende tarieven vastgesteld: Reclamebelasting centrum Horst bedragen in hele euro's

2023

2024 Stijging 2024 t.o.v. 2023

Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000) Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m € 291.000)

€ 565

€ 582

€ 565+ € 3,39 per € 1.000 woz-waarde 2022 boven de € 150.000

€ 582+ € 3,50 per € 1.000 woz-waarde 2023 boven de € 150.000

€ 1.045

€ 1.077

3,1%

€ 565

€ 582

3,0%

Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan € 292.000) Zone B

3,0%

* Voor de Reclamebelasting 2024 wordt de woz-waarde 2023 (waardepeildatum 1-1-2022) gehanteerd * Voor de Reclamebelasting 2023 wordt de woz-waarde 2022 (waardepeildatum 1-1-2021) gehanteerd * Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen

Door afrondingen stijgen de bedragen tussen de 3,0% en 3,1%.

77

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten wordt in overleg met het kerkbestuur vastgesteld.

Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten die de gemeente maakt voor het leveren van bepaalde diensten. De tarieven zijn gebaseerd op maximale kostendekkendheid. De kostendekkendheid van de leges 2024 wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt: Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen; Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang.

78

79

Kwijtschelding Voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordeelt de gemeente of iemand voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt. Als basis gebruiken we hiervoor wetgeving, de door de gemeenteraad vastgestelde verordening kwijtschelding en de door het college vastgestelde Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen gemeente Horst aan de Maas. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: • OZB • Rioolheffing • Afvalstoffenheffing De gemeente biedt de mogelijkheid een verkort aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen (inlog via DigiD).Twee keer per maand worden de ontvangen kwijtscheldingsverzoeken bij Stichting Inlichtingenbureau getoetst. Als deze toetsing een afwijzing oplevert is het nog altijd mogelijk een volledig aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen dat door de gemeente zelf wordt beoordeeld. Het is daardoor mogelijk dat een inwoner zowel een verkorte aanvraag als een volledig aanvraagformulier invult. Er zijn in 2024 minder kwijtscheldingsaanvragen, een daling van 5,7 %, ontvangen dan in 2023. Het aantal toekenningen is met 3 afgenomen. Eind 2024 waren er nog 2 aanvragen in behandeling.

Het verleende kwijtscheldingsbedrag is ten opzichte van 2023 met ongeveer € 2.000 gestegen. Dit is o.a. het gevolg van de stijging van de belastingtarieven gemeentelijke heffingen. Ondernemers kunnen ook voor kwijtschelding in aanmerking komen als ze aan de overige voorwaarden voor kwijtschelding voldoen. In 2024 is er geen enkele aanvraag ontvangen.

80

Kwijtschelding 2022

2023

2024

Stijging 2024 t.o.v. 2023

bedragen in hele euro's Verzoeken om kwijtschelding

479

Kwijtschelding ondernemers

493

465

-5,7%

0

0

0

Kwijtschelding excl.ondernemers

304

355

352

-0,8%

Geen kwijtschelding

175

138

111

-19,6%

5

0

2

€ 60.141

€ 70.413

€ 72.442

In behandeling

Verleende kwijtschelding

2,9%

Invordering In 2024 zijn er 11 invorderingsrondes geweest. Dit aantal is gelijk aan 2023. In 2024 zijn er ten opzichte van 2023 ongeveer 40 aanmaningen minder verzonden. Het aantal betekende dwangbevelen is gedaald met 21. Het oninbaar afgeboekte bedrag is in 2024 ruim € 10.000 hoger dan in 2023.

Kengetallen invordering 2022

2023

2024

bedragen in hele euro's

Stijging 2024 t.o.v. 2023

Aantal aanslagen (excl. verminderingen)

21.890

22.305

21.806

-2,2%

Geïncasseerd via automatische incasso

58,1%

54,3%

53,0%

-2,4%

Betaling en incasso binnen de betalingstermijn

92,2%

92,9%

92,1%

-0,8%

Aantal aanmaningen

1.714

1.593

1.724

8,2%

Aantal kennisgeving dwangbevelen

794

802

830

3,5%

Aantal dwangbevelen

395

472

498

5,5%

0,08%

0,06%

0,09%

50,0%

€ 22.541

€ 18.045

€ 28.612

58,6%

Percentage oninbaar Horst aan de Maas Bedrag oninbaar Horst aan de Maas

81

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV. Risico-inventarisatie algemene risico's Voor de Jaarrekening 2024 zijn de risico’s geactualiseerd. Daarbij is beoordeeld • in hoeverre eerder geïnventariseerde risico’s actueel zijn voor wat betreft de kans en maximaal financieel gevolg en • of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen. Uit de inventarisatie blijkt dat er 142 algemene risico’s zijn. De geïnventariseerde risico’s zijn aan de hand van kans en maximaal financieel gevolg verdeeld over onderstaande matrix. Algemene risico toegelicht: •

Er is op vele gebieden krapte op de arbeidsmarkt met als gevolg dat niet alleen interne functies moeilijk opgevuld worden, maar ook dat leveranciers moeite hebben werkzaamheden binnen bepaalde tijd uit te voeren. Dit betekent dat projecten later uitgevoerd worden en prijzen stijgen.

Financiële klasse 6) x > € 1.000.000

2

2

5) € 500.000 < x < € 1.000.000

6

7

1

1

4) € 100.000 < x < € 500.000

18

13

6

2

2

3) € 25.000 < x < € 100.000

14

14

12

1

1

2) x < € 25.000

16

15

5

2

1) Geen financiële gevolgen

2 30%

50%

70%

10%

90%

Toelichting matrix Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2023. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000. 83

Hieronder zijn de belangrijkste risico's, met de grootste kans en hoogste financiële klasse, toegelicht. Deze corresponderen met de risico's die in de risicomatrix onderstreept en vetgedrukt zijn. De in de tabel genoemde kans-percentages en financiële klassen verwijzen naar bovenstaande matrix. Andere risico’s zijn in omvang of kans-percentage afgenomen, waardoor deze niet meer in de rode, donkerrode of donker oranje cellen voorkomen. Omschrijving risico 1 Langere wachttijden voor een eerste vraagverhelderingsgesprek (Jeugd en WMO) dan gewenst. We ervaren wel nog langere wachttijden bij de doorverwijzing van zorg. Dit wordt onder andere veroorzaakt door personeelsgebrek bij de zorgaanbieders en het feit dat zowel WMO- als Jeugdcasussen zwaarder van aard zijn. De verwachting is niet dat het aantal of de zwaarte van de aanvragen voor zorg en ondersteuning zal afnemen. 2 Nieuwe applicaties voor Participatiewet en Zorg.

Kans Financiële percentage klasse 90% 4

90%

4

70%

5

4 Exploitaties van gemeentelijke accommodaties zijn niet sluitend. Als gemeentelijke accommodaties hun exploitaties niet sluitend krijgen wordt de gemeente gevraagd om extra bijdrages te doen, die niet begroot zijn.

70%

4

5 Veranderende wet- en regelgeving op gebied van milieueisen, verduurzaming en dergelijke. Aanscherping van milieueisen, verduurzamingseisen, wijzigingen op gebied van toegankelijkheid van gebouwen leidt tot hogere kosten. Gemeentelijke gebouwen moeten voldoen aan de wet- en regelgeving en dus kans op verbouwingen die niet geraamd zijn.

70%

4

Er worden twee nieuwe applicaties aanbesteed voor WIZ breed. Éen voor WMO en Jeugdwet en één voor Werk en inkomen. Dit zou in eerste instantie één softwaresysteem worden maar is nu gesplitst in twee systemen. Dat betekent meer tijdinvestering en dus mogelijk daardoor meer financiële middelen en capaciteit nodig is. 3 Vastgoedbeheer waarbij inflatie en krapte arbeidsmarkt een rol spelen. Stijgende bouwkosten en rentelasten hebben impact op geplande vastgoedprojecten. Daarnaast is er krapte op de arbeidsmarkt bij aannemers, waardoor investeringen duurder worden en projecten vertraging kunnen oplopen.

Risico's grondexploitaties Op 11 maart 2025 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Het uitgangspunt van die nota is dat de gemeente streeft naar een situationeel grondbeleid met een actieve basishouding. De gemeente kiest er daarmee voor om zelf actief gronden te verwerven en te ontwikkelen op vlakken waar ze dat belangrijk vindt en/of waar het niet door marktpartijen wordt opgepakt. Aan een actief grondbeleid hangen altijd risico’s. Risico’s die door zorgvuldige overweging voorafgaand en goede sturing voor en tijdens de uitwerking en uitvoering zo klein mogelijk en in elk geval beheersbaar worden gehouden. De gemeente heeft voor de grondexploitaties een eigen reserve ingesteld, namelijk de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARGE). Die reserve kent een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad bij de behandeling van 84

de Herzieningsrapportage 2018 (raad oktober 2018) ingestemd met het instellen van de reserve POCwinst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst. Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project fluctueert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het gebeuren dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Ook het op een andere manier bouwen dan vooraf is gecommuniceerd, kan leiden tot een risico op stikstof. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen. In de projectenrapportage wordt een en ander kort toegelicht bij de betreffende specifieke grondexploitaties.

Benodigde weerstandscapaciteit voor algemene risico's Naast de hoogte van de ARGE is het noodzakelijk de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen voor de algemene risico’s. De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s is € 49,0 miljoen. Dit betekent dat als alle risico’s zich in volle omvang tegelijk voordoen, dit naar verwachting € 49,0 miljoen kost. Hierbij is geen rekening gehouden met de waarschijnlijkheid (kans) dat het risico zich voordoet. We bepalen de benodigde weerstandscapaciteit met behulp van een risicosimulatie, de zogenaamde Monte Carlo simulatie (statistische simulatie). Uitgangspunt hierbij is dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen en ook niet met een maximale omvang zullen optreden. Daarnaast heeft de gemeenteraad met de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 het uitgangspunt vastgesteld dat we 90% zekerheid willen hebben dat het beschikbare weerstandsvermogen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit wordt het zekerheidspercentage genoemd. Uitgaande van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90% is er een weerstandscapaciteit nodig voor de algemene risico’s van minimaal € 7,93 miljoen. Dit wil concreet zeggen dat we met een zekerheid van 90% kunnen stellen dat een weerstandsvermogen van € 7,93 miljoen toereikend is om de risico’s af te dekken.

Dit betekent dat de algemene reserve basis, die een stand heeft van € 9,12 miljoen heeft voldoende groot is om de risico’s op te vangen. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene reserve basis Een organisatie loopt altijd risico’s. Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, geven we weer door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve basis. Conform de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen bestemmen we deze reserve niet voor andere zaken. Naast deze Algemene Reserve basis zijn er ook nog overige middelen die we ook gebruiken om mogelijke niet begrote kosten - die onverwacht en substantieel zijn - te dekken. Daarvoor komen de volgende onderdelen in aanmerking: • Vrij besteedbare reserves: de ‘Algemene reserve vrij aanwendbaar’. • Stille reserves: de gebouwen en gronden die de gemeente in bezit heeft, vertegenwoordigen een zekere waarde. Wanneer de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde, is er sprake van stille reserves. Daarbij houden we er rekening mee dat we niet ieder eigendom (op korte termijn) kunnen verkopen.

De omvang van de stille reserves is in 2022 opnieuw in beeld gebracht en bedraagt circa € 48,6 miljoen (inclusief pachtgronden). Deze gelden zijn niet op korte termijn beschikbaar. Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we dan ook geen rekening met (eventuele) stille reserves.

85

Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen in hoeverre het weerstandsvermogen toereikend is, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekeningswijze hiervan is als volgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit De Provincie Limburg bepaalt op basis van de ratio weerstandsvermogen of de beschikbare weerstandscapaciteit van een gemeente toereikend is. In onderstaande tabel staat opgenomen hoe de Provincie de weerstandsnorm classificeert.

Waardering A B C D E F

Weerstandsnorm ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 <0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bij de jaarrekening 2022 is voorgesteld om de benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene reserve basis te verhogen naar € 9.117.998. De ratio is, uitgaande van de stand van de algemene reserve basis voor de jaarrekening 2024, € 9.117.998 / € 7.934.698 = 1,15. Dit valt binnen de gestelde norm van 1,0 – 1,4. We stellen voor om de Algemene reserve basis niet aan te passen en te handhaven op € 9.117.998. Kengetallen , , Kengetallen

Verloop van de kengetallen Jaarr. Begr. Jaarr. Gestelde 2023

2024

2024 norm*)

1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten

33%

38%

23%

68%

2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden m.u.v. kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen

27%

34%

18%

61%

3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva

37%

39%

37%

33%

4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten

0%

1%

-3%

7%

5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten

10%

-2%

2%

2%

6. Belastingcapaciteit = (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen - eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen

94%

99%

97%

97%

86

*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 21-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Normering van de kengetallen opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies (GTK 2020 gemeenten). Via het gemeenschappelijk toezichtkader van de provincies zijn de onderstaande normeringen voor de kengetallen vastgesteld. Hierbij zijn 3 categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C is het meest risicovol.

Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belasting capaciteit

Categorie A < 90%

Categorie B 90% - 130%

Categorie C > 130%

< 90% > 50% < 20% >0% <95%

90% - 130% 20% - 50% 20% - 35% 0% 95% - 105%

> 130% < 20% > 35% < 0% > 105%

Conclusie kengetallen • Ratio 1 en 2: Netto Schuldquote Deze ratio’s geven de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen aan. Hoe lager de schuldquote, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we in de laagste risicoklasse A van de provincie. Voor de netto schuldquote en de gecorrigeerde netto schuldquote voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm. In 2024 stijgt het saldo van de baten exclusief mutaties reserves flink ten opzichte van de jaarrekening 2023 en ten opzichte van de primaire begroting 2023 waardoor deze ratio's nog positiever zijn dan bij de jaarrekening 2023. •

Ratio 3. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio, is de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de gemeente. Het geeft een beeld in welke mate wij aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Hoe hoger het percentage, hoe beter. De solvabiliteitsratio blijft gelijk ten opzichte van de jaarrekening 2023 met 37%. Daarmee vallen we nog steeds in risicoklasse B van de provincie. We voldoen daarmee aan de door ons zelf gestelde norm van 33%. De toename van het eigen vermogen en de toename van het totaal van de passiva ten opzichte van de jaarrekening 2023 zorgen er voor dat dit procentueel voor de jaarrekening 2024 gelijk is.

•

Ratio 4. Grondexploitatie Deze ratio geeft aan in hoeverre een gemeente afhankelijk is van de inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties vormen een risico en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Dus hoe lager deze ratio, hoe minder afhankelijk een gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties en hoe beter dat is. De grondexploitatie ratio is in de jaarrekening 2024 -/-3% dit komt door een negatieve boekwaarde van de grondexploitaties. Hiermee vallen we in de laagste risicoklasse A en blijven we onder onze eigen norm van 5%. Dit is vanuit het risicoperspectief een positieve ontwikkeling.

•

Ratio 5. Structurele exploitatieruimte Deze ratio geeft aan in hoeverre de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage, hoe beter. In 2024 is de ratio 2% dit is een daling ten opzichte van de jaarrekening 2023, maar een stijging ten opzichte van de begroting 2024 van respectievelijk 10% en-/-2%. Hiermee ligt de ratio in de laagste risicoklasse A van de provincie. Ook voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm van 2%. De afname ten opzichte van de jaarrekening 2023 wordt vooral veroorzaakt doordat in de jaarrekening 2023 de structurele lasten lager zijn dan in 2024. Dit alles heeft dus een negatief effect waardoor een daling van de ratio van 10% naar 2%. Wel 87

geldt dat er bij de begroting 2024 sprake was van een negatief ratio. De oorzaak hiervan was dat de structurele lasten hoger begroot waren dan de structurele baten. Bij de jaarrekening is dit rechtgetrokken. Daarmee is vanuit de begroting de exploitatieruimte de risicoklasse van C omgekeerd naar een risicoklasse A, wat dus een grote verbetering is. •

Ratio 6. Belastingcapaciteit: Deze ratio bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. Een ratio van 100% betekent dat de belastingcapaciteit in Horst aan de Maas gelijk is aan het landelijke gemiddelde. De belastingcapaciteit neemt ten opzichte van de jaarrekening 2023 toe van 94% naar 97%. Op basis hiervan vallen we in de middelste risicoklasse B van de provincie en voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm van 97%. Hierbij geldt dat de OZB en afvalstoffenheffing in Horst aan de Maas lager en onze rioolheffing hoger is dan het landelijke gemiddelde. Klimaatadaptatie heeft een verhogend effect voor rioolheffing en de stijgende kosten voor het ophalen van afval is een landelijke trend.

Samenvattende conclusie Samenvattend kunnen we concluderen dat het financiële weerstandsvermogen van gemeente Horst aan de Maas deels verbeterd of gelijk gebleven t.o.v. de jaarrekening 2023 dit geldt voor de schuldquote en de solvabiliteit. Voor structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit is er een verslechtering te zien ten opzichte van de jaarrekening 2023. Vanuit de begroting 2024 bezien zijn echter alle ratio’s, met uitzondering van de solvabiliteit, verbetert. Met name de stappen die we gemaakt hebben m.b.t. het versterken van ons eigen vermogen en de verbetering van de solvabiliteit, bevestigen dat. We zijn daarmee in control op het gebied van risicobeheersing. We hebben een systeem dat tijdig anticipeert op een toename van risico’s van buitenaf en hebben voldoende financiële ruimte in onze begroting en ons eigen vermogen om financiële tegenvallers op te vangen. De volgende aandachtspunten blijven hierbij echter van belang: Eigen vermogenspositie Deze is verbeterd en voldoende om risico’s op te vangen. Daarbij voldoen we aan onze eigen normen en zitten in de middelste risicoklasse van de provincie. Het is van belang in de toekomst niet in te teren op ons eigen vermogen en waar het kan eventueel te versterken. Lastendruk We zitten qua lastendruk voor huishoudens onder het landelijke gemiddelde en op de door ons gestelde norm.

Het blijft belangrijk bij het maken van keuzes te blijven zoeken naar de balans tussen ambities en lastendruk. Schuldenpositie We hebben onze schuldenpositie verbeterd door het aflossen van langlopende geldleningen.

88

C. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Het gaat hierbij om wegen, riolering, groen en gemeentelijke gebouwen. De kapitaalgoederen leveren een bijdrage aan de realisatie van gemeentelijke doelen op het gebied van wegen, milieu en duurzaamheid, openbaar groen, onderwijs en dienstverlening. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de onderhoud en beheerprogramma’s de keuze uit kwaliteitsniveaus. Daarmee heeft zij een afwegingskader voor de inzet van financiële middelen, voor zover deze passend zijn binnen de financiële positie van de gemeente. In de tabellen van deze paragraaf is geen rekening gehouden met de directe kosten. In deze paragraaf hebben we ook de doelstellingen en maatregelen voor de (gemeentelijk)gebouwen weergegeven. Ook hebben we doelstellingen en maatregelen van wegen, riolering en openbaar groen in de betreffende programma's opgenomen. Wegen

De hoofddoelstelling is een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en goed toegankelijk is. Om invulling aan deze doelstelling te geven zorgen wij voor een adequaat beheerplan wegen. Dit betekent dat ook de hierin aanwezige civiele kunstwerken en openbare verlichting efficiënt en doelmatig beheerd worden. Het Wegbeheerplan 2024-2027 geeft inzicht in de huidige kwaliteit en de situatie van de verhardingen die bij de gemeente Horst aan de Maas in beheer zijn. Daarnaast geeft het Wegbeheerplan inzicht in de benodigde budgetten voor het onderhouden van de wegen op een veilig en functioneel niveau en brengt het de financiële gevolgen op korte en middellange termijn (tot en met 2027) in beeld. We onderhouden de wegen op kwaliteitsniveau ‘basis, welke de ondergrens vormt voor rationeel wegbeheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het onderhoud is in 2024 volgens de planning uitgevoerd. Het beheerplan wegen, bermen en sloten buitengebied is gecombineerd uitgevoerd met het onderhoud wegen. De budgetten voor het onderhoud van de wegen zijn opgenomen onder de kostenplaatsen algemeen wegbeheer, wegen en trottoirs, bermen en bermsloten en straatreiniging. Daarnaast vindt er een jaarlijkse storting plaats in de voorziening onderhoud wegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15611762/1