CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

01d BBV Jaarstukken 2024

Gemeenteraad 1 juli 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de jaarstukken 2024.31.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Voor het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken is het noodzakelijke onderhoud vastgelegd in een meerjarige onderhoudsplanning voor de periode 2020-2029. Hierin wordt een overzicht gegeven van de huidige staat en noodzakelijke budgetten / investeringen voor een verantwoord onderhoud en beheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en in 2024 is onderhoud, in overeenstemming met de planning uitgevoerd. We onderhouden de civieltechnische kunstwerken op een veilig en heel niveau. De budgetten voor het beheer en onderhoud zijn opgenomen onder de kostenplaatsen bruggen/viaducten/kades en kunstwerken. De budgetten zijn gekoppeld aan het vastgestelde beleidsplan. Hetzelfde geldt ook voor het onderhoud en vervangingen van de openbare verlichting. De middelen volgend uit het beheer- en beleidsplan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en het onderhoud en vervangingen zijn in 2024 in overeenstemming met de planning uitgevoerd. Er wordt ingezet op het verduurzamen van het areaal, door het vervangen van oude verlichtingsarmaturen voor LEDarmaturen. Grote vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven.

89

Beheerplannen

Kwaliteitsniveau

Wegbeheerplan 2024-2027

Basis

Ecololgisch bermbeheerplan 2021-2025

Ecologisch

Meerjaren onderhoudsplan Civiele kunstwerken 2022029

Veilig en heel

Beleidsplan openbare verlichting 2016-2025

Basis

Begroting Begroting na wijziging 2024 2024 Wegen en trottoirs Exploitatie Storting in de voorziening Kapitaallasten Totaal Wegen en trottoirs Straatreiniging Exploitatie Totaal Straatreiniging Bermen en bermsloten Exploitatie Kapitaallasten Totaal Bermen en bermsloten Bruggen / viaducten / kades Exploitatie Totaal Bruggen / viaducten / kades Openbare verlichting Exploitatie Kapitaallasten Totaal Openbare verlichting

Realisatie 2024

0 -1.479 -771 -2.249

-9 -1.935 -648 -2.592

344 -2.317 -645 -2.618

-125 -125

-125 -125

-115 -115

-142 -274 -416

-142 -246 -388

-148 -245 -392

-53 -53

-53 -53

-25 -25

-664 -103 -767

-750 -82 -831

-716 -81 -797

Riolering

De hoofddoelstelling is de zorg voor het rioolbeheer. Dit doen we op basis van een jaarlijks op te stellen operationeel plan, dat invulling geeft aan het vastgestelde gemeentelijk rioleringsplan (GRP). We kennen voor ons rioolsysteem (vrijverval en drukriolering) inclusief de bijbehorende voorzieningen, een inspectie- en onderhoudsschema. In 2021 is een nieuw GRP vastgesteld voor de periode 2022-2026. Hierin is het beleid voor de komende jaren vastgelegd inclusief de bijbehorende onderhoudsbudgetten en investeringsbudgetten op het gebied van riool, water en klimaat. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing per 1-1-

90

2024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. In 2023 heeft er een herijking van de kostendekkingsparagraaf van het GRP plaats gevonden voor de resterende looptijd. De werkzaamheden die volgen uit het GRP worden uitgevoerd. De geplande uitgaven blijven achter bij de daadwerkelijke uitgaven. Voor een toelichting zie de onderliggende projectenrapportage bij de jaarrekening 2024. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Jaarlijks inspecteren we 10% van het vrijvervalrioolsysteem. Uit deze inspecties wordt duidelijk of anders dan gepland - onderhoud of reparaties noodzakelijk zijn. De hiervoor benodigde middelen hebben we structureel opgenomen in het GRP 2022-2026, waarbij – gebaseerd op ervaring - de geraamde middelen normaal gesproken toereikend zijn voor beheer en onderhoud.

Begroting Begroting na wijziging 2024 2024

Realisatie 2024

Riolering Exploitatie

-2.210

-2.433

-2.332

Kapitaallasten Storting voorziening Totaal lasten riolering Rioolheffing Rioolaansluitrecht Storting voorziening Totaal baten riolering

-1.149 2.885 -474 4.701 58 -1.132 3.628

-804 1.716 -1.521 6.207 58 -2.638 3.628

-792 -978 -4.102 6.051 55 0 6.105

Groen

De hoofddoelstelling is onder andere de zorg voor het openbare groen. Groen draagt bij aan de 'quality of life' en het welzijn van mensen. Ook levert groen een bijdrage aan een goede woon- en leefomgeving en een verfraaiing van de kernen. Het draagt tevens bij aan hittestressreductie, verhoging waterbergend vermogen en grotere biodiversiteit. We hanteren een gedifferentieerd onderhoudsniveau: A: voor de hoofdgroenstructuren en groene parels, B: voor woonwijken, C: voor bedrijventerreinen. De gemeenteraad heeft middelen beschikbaar gesteld om het kwaliteits- en onderhoudsniveau van het openbaar groen nog verder te verhogen door onder andere: -

een uitbreiding van de arealen die vallen onder hoofdgroenstructuren en groene parels vast te stellen. omvorming/aanpassing van bestaand en nieuw groen naar meer biodiversiteit.

De huidige financiële middelen zijn toereikend om het onderhoud van het bestaande openbaar groen (gazon en beplanting) op de gevraagde onderhoudsniveaus uit te voeren. Daarnaast heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor de vergroening in de openbare ruimte, in het tegengaan van hittestress en het leveren van een positieve bijdrage aan biodiversiteit.

91

Onderhoudswerkzaamheden die uitgesteld waren ingekaderd bij de renovatie / herinrichting van openbaar groen, zijn weg. Met de huidige financiële middelen en de bijstelling in de meerjarenbegroting die voornamelijk bestaat uit hogere aanbestedingskosten en contractuele prijsindexeringen is er een solide basis voor de komende jaren. Bij (laan)bomen binnen de bebouwde kom en op doorgaande wegen in het buitengebied, voeren we boomveiligheidscontroles uit. Dit geldt ook voor een selectie monumentale bomen van particulier eigendom. Eventuele maatregelen worden opgenomen in de daaropvolgende onderhoudscyclus. We zorgen ervoor dat onze bomen voldoen aan de zorgplicht voor bomen. De financiële middelen die jaarlijks beschikbaar zijn, zijn tot op heden voldoende om het juiste boombeheer uit te voeren. Jaarlijks planten we meer dan 1000 erf-, park- en laanbomen. Bij het omvormen en vervangen van bomen geven we prioriteit aan bomen langs openbare wegen om belangrijke hoofdgroenstructuren te behouden. Om hittestress en waterproblemen aan te pakken planten we eerst bomen in de drie grootste kernen van de gemeente Horst aan de Maas. Het boomareaal groeit hierdoor aanzienlijk, wat zorgt voor meer werk en uitdagingen bij het beheer. Door klimaatverandering, met name droge zomers, gaat de gemiddelde conditie van onze volwassen bomen achteruit.

We werken aan een herziening van ons huidige boombeleidsplan en monumentale bomenlegger met aandacht voor thema's zoals groenstructuren, biodiversiteit, klimaat en cultuurhistorie. Dit beleidsplan vormt een bouwsteen voor het programma “Groen-Bauw-Klimaat” dat onder de omgevingswet wordt ontwikkeld. Naar verwachting gaat het beleidsplan nog in 2025 van kracht. Het bos- en natuurbeheer van de gemeente Horst aan de Maas is thematisch ingedeeld en sluit aan bij de visie, doelen en doelstellingen van het Bos- en natuurwerkbeheerplan 2023-2033. Belangrijke sturingsmechanismen zijn houtoogst, bosverjonging en beheer van kleine landschapselementen. Biodiversiteit wordt bevorderd door het behouden en versterken van natuurwaarden, inrichten van begrazingsgebieden, zorgen voor aaneensluiting van beheerclusters en de ecologische aanpak van exoten in natuurgebieden. Bossen en natuurterreinen worden toegankelijk gemaakt voor recreatie waarbij op veiligheid wordt gelet. Bijvoorbeeld door veiligheidsinspecties langs wandelroutes. Binnen het bos- en natuurbeheer worden de risico’s op natuurbranden verlaagd door integratie van landelijke richtlijnen zoals de Risico Index Natuurbranden. En zoeken we samenwerking met de Veiligheidsregio Noord-Limburg Financiële middelen voor bos- en natuurbeheer zijn momenteel toereikend.

Door klimaatverandering en andere factoren zoals monotonie van onze bossen en extreme weersomstandigheden, gaat de conditie van onze bossen achteruit. Er wordt gekeken naar middelen en manieren om de bossen nog klimaatbestendiger in te richten en te zorgen voor robuuste groene verbindingen, waarin kansen met ‘blauw’ gezocht worden. Het onderhoud van de speelvoorzieningen voeren we zodanig uit dat het voldoet aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen uit 2023. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het beschikbare onderhoudsbudget is toereikend. We vervangen speeltoestellen op basis van technische levensduur. Bij vervanging wegen we af of het noodzakelijk is om een nieuw toestel te plaatsen. Bij noodzakelijkheid maken we mede gebruik van de reserve Speelvoorzieningen. Ook brengen we bij speeltoestellen met een lagere valhoogte dan 1,50 m1 geen valondergronden meer aan. Dit laatste is overigens conform het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Het Speelbeheerplan wordt in 2024 herzien en zal voor de periode 2025-2028 geldend zijn. De beschikbare middelen voor het onderhoud van openbaar groen, bomen en speelvoorzieningen hebben we meerjarig opgenomen in de begroting en hebben we als zodanig opgenomen in onderhoudsbestekken of in de bedrijfsvoering van de eigen buitendienst.

We plaatsen, onder voorwaarden, natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien en boomstammen in de openbare ruimte. We wijken hiermee af van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen.

92

Begroting Begroting na wijziging 2024 2024 Landschapselementen Exploitatie Bomenbeheer Exploitatie Openbaar groen/plantsoenen/parken Exploitatie Totaal beheerplan openbaar groen

Realisatie 2024

-167

-168

-173

-403

-390

-395

-1.305 -1.875

-1.557 -2.115

-1.418 -1.986

Gebouwen De gemeente Horst aan de Maas heeft divers vastgoed in haar bezit. Dit vastgoed wordt ingezet voor bepaalde doeleinden. Daarbij gaat het om: 1.

Eigen gebruik

2.

Verhuur aan verenigingen / organisaties voor hun activiteiten

3.

Overige eigendommen (rest)

In november 2021 heeft de gemeenteraad het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) en meerjarig investeringsplan (MIP) vastgesteld. Het MJOP en het MIP worden voldoende gevoed met benodigde financiële middelen. Beheerplannen

Kwaliteitsniveau

MJOP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)

Basis (RgdBOEI conditie 3)

MIP gebouwen 2022-2031 (nieuwe schouw in 2025)

Functionele en Duurzame gebouwen (via een A-label naar een Bijna EnergieNeutraal Gebouw (B)ENG

Alle gemeentelijke gebouwen bezitten minimaal het gewenste kwaliteitsniveau Basis. Het vastgoed van de gemeente is op orde en er is geen achterstallig onderhoud. Wel maken de forse prijsstijgingen in onderhoud het soms spannend. Omdat het vastgoed op orde is kunnen we met zorgvuldig sturen het onderhoud binnen budget houden. Diverse MIP verduurzamingsprojecten zijn nog in uitvoering. In 2025 vindt ook de schouw plaats en wordt de MJOP en MIP geactualiseerd.

93

D. Financiering Inleiding In het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten 2004' (BBV) is de paragraaf 'financiering' voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. In deze paragraaf worden de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: • het treasurystatuut, • de financieringsparagraaf. Het treasurystatuut heeft als doel bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden te formaliseren en expliciet vast te stellen. De gemeenteraad kan dan beter invulling geven aan zijn verordenende en controlerende bevoegdheid. De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor treasury en bevat informatie op het gebied van risicobeheer, de financieringspositie en de leningen- en uitzettingenportefeuille. Voor het verslagjaar 2024 is het vastgestelde "treasurystatuut 2023-2026" leidend.

In de financiële verordening 2023, artikel 20 van onze gemeente is bepaald dat het college een treasurystatuut vast stelt waarin de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie zijn opgenomen. Deze financiële verordening is door de raad vastgesteld in de vergadering van 21 november 2023. In de collegevergadering van 18 oktober 2022 is het treasurystatuut 2023-2026 vastgesteld. In het treasurystatuut worden de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie opgenomen. In het treasurystatuut zijn de volgende onderdelen geregeld: • de organisatie voor het opstellen van het treasurybeleid • de planning en controlcyclus • de organisatie van de uitvoering van de treasury-activiteiten en • de interne en externe controle In overeenstemming met de financiële verordening is het "Treasurystatuut 2023-2026" ter kennisgeving aangeboden aan de raad en de auditcommissie. Steeds vaker melden partijen zich bij de gemeente met het verzoek voor gemeentelijke garanties of geldleningen om hun doelen op gebied van sport, onderwijs / educatie, cultuur en welzijn te kunnen verwezenlijken. Het verstrekken van garanties en geldleningen is een belangrijk instrument om initiatieven met een publiek doel in de gemeente Horst aan de Maas te kunnen verwezenlijken.

Als subsidiëring om welke reden dan ook niet aan de orde is, zou zonder deze facilitering dit doel niet bereikt kunnen worden. Om alle aanvragen op een uniforme wijze te beoordelen is in 2021 de "Regeling garantstelling en verstrekking van geldleningen voor een publieke taak" opgesteld. Met deze regeling wordt beoogd het creëren van transparantie en eenduidigheid van beleid met betrekking tot het verstrekken van gemeentelijke garantstellingen en/of geldleningen. En tegelijkertijd wordt daarmee een ongewilde willekeurige beoordeling van inkomende aanvragen voorkomen. Daarnaast heeft deze regeling tot doel het transparant maken en beperken van de risico’s die de gemeente loopt bij verstrekking van garantstellingen en geldleningen. Deze regeling is een verdiepingsslag op het huidige treasurystatuut. In de raadsvergadering van 21 september 2021 is de regeling door de raad unaniem aangenomen. In Europees verband zijn afspraken gemaakt om de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar te laten blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving. Zoals de invoering van het verplicht schatkistbankieren (Wet Fido) en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof).

95

Schatkistbankieren (Wet Fido) Gemeenten (maar ook provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen) zijn sinds 2013 verplicht om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het rijk. Ze mogen alleen positieve banksaldi voor het betalingsverkeer op eigen bankrekeningen aanhouden. Voor de omvang daarvan was een drempelbedrag ingesteld. Dat drempelbedrag was in eerste instantie gesteld op 0,75 procent van het begrotingstotaal. Als in over een periode van 3 maanden de positieve saldi van de bankrekeningen dat drempelbedrag dreigen te overschrijden, dan moet een gemeente het meerdere storten op de rekening bij de schatkist van het rijk. Uit een evaluatie van het schatkistbankieren is echter gebleken dat de drempel voor het schatkistbankieren te krap was vastgesteld. In plaats dat alleen overtollige liquide middelen in de schatkist belanden, moesten gemeenten bij de drempel met grote regelmaat ook geld voor het normale betalingsverkeer bij de schatkist stallen. Dat veroorzaakte onnodige administratieve lasten. Met de verhoging van de drempel per 1 juli 2021 behoren die onnodige administratieve lasten tot het verleden. De drempel voor het schatkistbankieren is aangepast van 0,75 naar 2 procent van het begrotingstotaal – met een minimum van 1 miljoen euro. Doel van het schatkistbankieren een lagere EMU-schuld van Nederland.

Die EMU-schuld hoort volgens het Verdrag van de Europese Unie lager te zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Voor het berekenen van deze EMU-schuld mogen onderlinge schulden en tegoeden van de centrale overheid en de gemeenten (provincies en waterschappen) worden verrekend. Een andere reden voor de invoering van het schatkistbankieren was het voorkomen van onveilige beleggingen door decentrale overheden. Door de overtollige liquide middelen bij de schatkist aan te houden, lopen ze geen risico dat dit geld door bijvoorbeeld een faillissement van een financiële instelling in rook op gaat. Nadeel is wel dat decentrale overheden minder rendement halen. Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) / EMU saldo Om hun financieringstekort te beheersen en terug te brengen, hebben de landen van de Eurozone (Europese Commissie) in het Verdrag van Maastricht een norm afgesproken. Het nationale financieringstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), waarbij de overheidsschuld / staatsschuld niet hoger dan 60% van het BBP mag zijn. Per 1 januari 2014 is de Wet Houdbare overheidsfinanciën ingevoerd. Daarin worden Europese afspraken over de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstekort vertaald naar nationale wetgeving om te waarborgen dat het begrotingstekort binnen de perken blijft.

Het aandeel van de landelijke decentrale overheden in de berekening van het begrotingstekort van 3% bedraagt omstreeks 0,5%. Alle gemeenten samen nemen daarvan circa 0,38% voor hun rekening. In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort. De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is voor jaren 2024 tot en met 2026 vastgesteld op -0,5% van het bruto binnenlands product per jaar. Deze ruimte is vervolgens onderverdeeld tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Het aandeel voor de gemeenten is vastgesteld op -0,34% procent van het bruto binnenlands product. Er wordt aan de gemeenten geen sancties opgelegd als er toch sprake is van overschrijdingen. Daarnaast gelden de regels voor het maximale begrotingstekort niet voor elke gemeente apart, maar voor alle gemeenten samen. Dat betekent dat een gemeente of provincie die in een jaar fors investeert dat gewoon kan doen als alle gemeenten samen maar binnen de norm blijven. De vier grote gemeenten samen hebben een aandeel van 85% op de grootte van het tekort. Het aandeel van onze gemeente is uitermate gering. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 20) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.

Met ingang van 2017 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De individuele overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) verstrekken onderstaande gegevens jaarlijks aan het CBS. Indien hieruit blijkt dat op macroniveau het EMU-saldo overschreden wordt, zullen de gemeenten, provincies en waterschappen hierover worden geïnformeerd. Zoals al eerder beschreven worden gemeenten (nog) niet afgerekend op een eventueel hoger EMU-tekort.

96

EMU-Saldo 2024 Omschrijving 1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserve (zie BBV, artikel 17c)

2.918

+2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

4.804

+3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

7.732

-4

Uitgaven aan investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-11.287

+5

De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bijdragen van het Rijk, de Provincies, De Europese Unie en overigen

2.486

+6a Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa

-

-6b Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa -7 Uitgaven aan aankoop van grond en de uitgaven van bouw, woonrijp maken e.d.

-5.432

+8a Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)

7.965

-8b Boekwinst op grondverkopen -9 Betalingen ten laste van de voorzieningen

-1.504 -5.627

-10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de andere genoemde posten

-

-11 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen

-4

Berekend saldo

2.051

Financieringspositie Voor een duidelijk beeld van de mogelijke risico's bij de financiering geven we aan welke omvang de financiering binnen onze gemeente heeft. In onderstaande tabel staat de positie ultimo 2024. Daarbij wordt de verhouding weergegeven tussen het Eigen en Vreemd Vermogen. Financieringspositie Vaste activa 157.546 Grondexploitatie -5.679 Totaal vaste activa 151.867 Eigen vermogen 83.079 Voorzieningen 17.528 Vreemd vermogen 84.752 Totaal vermogen 185.359 Financieringspositie 33.492 Verhouding: Eigen vermogen 44,82% Vreemd vermogen 55,18% Financieringstekort 18,07% Een tekort aan financieringsmiddelen wordt met externe financieringsmiddelen “kort of lang” gefinancierd. Het keuzemoment voor het aantrekken van een vaste geldlening (‘lang-geld”) wordt naast het inzicht in de geldstromen bepaald door: • de marktverwachtingen • de wettelijke bepalingen en • de toetsingscriteria van de provincie m.b.t. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (wet FIDO). 97

In 2022 is er vroegtijdig geanticipeerd, door het aantrekken van een tweetal langlopende leningen voor een totaalbedrag van € 35 miljoen, rekening houdende met de verwachtte forse investeringsbedragen en de stijgende rente. In onderstaande grafieken ziet u de ontwikkeling van de langlopende schulden in de afgelopen jaren.

Ontwikkeling langlopende leningen per balansdatum (bedragen x € 1.000) 100.000 90.000 80.000 70.000

60.000 50.000

40.000 30.000

20.000 10.000 0 2020

2021

2022

2023

2024

Het is niet toegestaan alles met “kort geld” - een kasgeldlening - te financieren. Er zijn criteria opgesteld voor de lokale overheden om te voorkomen dat in de toekomst men bij herfinanciering met financiële tegenvallers wordt geconfronteerd. De kasgeldlening is een instrument waar door de lokale overheden veel gebruik van wordt gemaakt omdat er in de markt een lagere rente op wordt gegeven door de verstrekkers van de lening. Risicobeheer: kasgeldlimiet en rente-risiconorm De gemeente verstrekt enkel leningen of garanties aan derden uit hoofde van haar publieke taak. Hiervoor is een besluit van de raad noodzakelijk. Om de budgettaire risico's te beperken, zijn twee normen op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden van belang: de kasgeldlimiet en de rente-risiconorm. Kasgeldlimiet Deze limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar (max. 8,5% van het bedrag van de begroting). Het gaat hierbij om renterisico’s van de vlottende schuld. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet op rekening-courant. Met het in werking treden van het schatkistbankieren moeten overtollige gelden boven de normgrens van schatkistbankieren in de schatkist gestort worden. Van andere uitzettingen was in 2024 geen sprake.

Bij het aantrekken van financieringen voor langer dan een jaar zijn uitsluitend geldleningen toegestaan. De vlotte schuld wordt afgezet tegen de norm van de kasgeldlimiet. De kwartaalrapportages zijn belangrijk voor het signaleren van mogelijke overschrijdingen. Als dit structureel is en er sprake is van een overschrijding van drie opeenvolgende kwartalen, moet de gemeente met de provincie in overleg over een beëindiging van de overschrijding. De gemeente wordt dan verplicht een vaste geldlening af te sluiten (consolideren). Uit onderstaand overzicht blijkt dat we in 2024 de kasgeldlimiet niet hebben overschreden. De hoogte van de vlottende schuld is sterk afhankelijk van de mate en het tempo van uitvoering van geraamde investeringen en grondverkopen

98

Kasgeldlimiet

1e kw

2e kw

3e kw

4e kw

Omschrijving Vlottende korte schulden Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende korte schulden Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Totaal netto vlottende schuld (1-2) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal (oorspronkelijke begroting) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Kasgeldlimiet: (4 X 5 / 100) Ruimte onder kasgeldlimiet (4-3) Overschrijding van de kasgeldlimiet (3-4)

2024

2024

2024

2024

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

10 41.985 0 41.995 -41.995

18 41.639 0 41.657 -41.657

6 41.678 0 41.684 -41.684

145.325

145.325

145.325

145.325

8,5% 12.353 41.229 0

8,5% 12.353 54.348 0

8,5% 12.353 54.010 0

8,5% 12.353 54.037 0

.

. 0 0 0 0 0

.

. 9 28.867 0 28.876 -28.876

.

.

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft betrekking op financieringen met een rentetypische looptijd van langer dan 1 jaar. De gemeente loopt renterisico over: • dat deel van de leningenportefeuille dat in een jaar in aanmerking komt voor herfinanciering of renteherziening en; • nieuw aan te trekken langlopende leningen. Aansluitend op de geactualiseerde Wet Fido is per 1 januari 2010 de nieuwe Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden in werking getreden. Vanaf dat moment wordt de risiconorm berekend op basis van een percentage (20%) van het begrotingstotaal. Doel is het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Jaarlijks mogen de verplichte aflossingen en de renteherziening niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het schema hieronder laat zien dat we ruim onder de renterisiconorm zijn gebleven. De provincie toetst de kasgeldlimiet en renterisiconorm uit hoofde van haar financiële toezicht ,

Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld , Omschrijving 1a Renteherziening op vaste schuld opgenomen gelden (o/g) 1b Renteherziening op vaste schuld uitgeleende gelden u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3 Betaalde aflossingen 4 Renterisico op vaste schuld (2+3) . Renterisiconorm 5 Begrotingstotaal 6 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 7 Renterisiconorm . Toets renterisiconorm 8 Renterisiconorm (7) 9 Renterisico op vaste schuld (4) 10 Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

, 0 0 0 4.644 4.644 , 145.325 20% 29.065 . 29.065 4.644 24.421 99

Richtlijnen Rente BBV algemeen Om ervoor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in de BBV voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in • de rentelasten; • het renteresultaat; • de financieringsbehoefte; • en de manier waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. De commissie BBV adviseert hiervoor een renteschema op te nemen in de paragraaf financiering. Onderstaande schema voldoet aan het genoemde advies Renteschema: Jaarrekening 2024 a. b. , c.1. c.2. c.3.

, d.1. d.2. , e. f.

Omschrijving De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend , Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over het eigen vermogen Rente over de voorzieningen (die tegen CW gewaardeerd zijn) Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury

1.779 -1.941 -161 0 -201

426 225 64 64 71 7

De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente wordt vervolgens op consistente en eenduidige wijze toegerekend aan de individuele activa. Daarbij is differentiatie per investering of taakveld niet toegestaan. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,50% worden afgerond. Wijken de werkelijke rentelasten die (over een jaar) aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast meer dan 25% af van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden is toegerekend, dan is een correctie verplicht. Dit is gerelateerd aan de fluctuaties van de rentetarieven op de geldmarkt. Richtlijnen Rente BBV 2023 In 2023 is er een nieuwe BBV notitie rente in werking getreden. In deze notitie wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en - baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door de gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie).

De belangrijkste wijziging betreft de toerekening aan de grondexploitaties. Vanaf 2016 was in verband met de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor grondexploitaties de rentetoerekening gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. In de praktijk hanteert de Belastingdienst een andere toerekening van rente aan de grondexploitaties. Hiermee is de noodzaak voor een afwijkend rentepercentage voor grondexploitaties vervallen en ligt het voor de hand de renteomslag ook te gebruiken voor de rente aan de grondexploitaties. In het publiekrechtelijke kostenverhaal bij faciliterende grondexploitaties moet overeenkomstig de Omgevingswet voor de 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15611762/1