CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

01c Begroting 2022 incl Meerjarenraming 2023 tm 2025

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen met de Begroting 2022 inclusief de Meerjarenraming 2023-2025.29.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De Wet open overheid (ingangsdatum naar verwachting 1 januari 2022) stelt als eis dat alle openbare informatie van overheidsorganisaties digitaal toegankelijk moet zijn. De pdf-bestanden op onze website zijn daarbij nog een uitdaging. In 2020 is een forse bezuiniging op het KCC doorgevoerd. Deze bezuiniging gaat vanaf 2022 effect hebben op de dienstverlening. We zullen met 30% minder capaciteit de telefonische dienstverlening moeten leveren en de ontvangstfunctie in het gemeentehuis inrichten. De servicenormen voor wachten doorlooptijden, openingstijden en telefonische beschikbaar- en bereikbaarheid worden in lijn gebracht met de capaciteit die beschikbaar is. We zullen naar verwachting genoodzaakt zijn om ingrijpende maatregelen te nemen. Denk daarbij aan het volledig schrappen van de ontvangstfunctie aan de receptie of het flink beperken van onze openingstijden. Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? Al onze dienstverleningskanalen worden klantgericht aangeboden volgens de geldende/kwaliteitseisen. 67

Kritieke Prestatie Indicator (KPI)

Norm

•

Het aantal taakpagina’s op onze website is maximaal 200.

•

Onze website is toegankelijk op laptop, desktop, tablet en mobiele devices

•

We richten de website zo in dat de bezoeker gemiddeld binnen drie klikken vindt wat hij zoekt.

3

•

We zorgen ervoor dat de bezoeker onze website gemiddeld een 7,5 geeft voor gemak.

7,5

•

De toegankelijkheidsstatus van onze website is minimaal niveau B (voldoet gedeeltelijk en we hebben een verbeterplan)

B

•

Via de website regelen mensen zaken direct digitaal (transactie). Het totaal aantal digitale transacties stijgt jaarlijks met 5%.

5%

•

De teksten op de website zijn voor 80% op B1 niveau geschreven.

80%

Maatregelen

200

Gereed

•

We voeren onze dienstverlening uit binnen de uitgangspunten van de visie op dienstverlening en onze servicenormen.

Continu

•

We beheren een kwalitatief goede website.

Continu

•

We laten het klantcontact doorlopend waarderen door onze klanten.

Continu

•

We monitoren het halen van klanteisen, sturen daarop en rapporteren dit aan de gemeenteraad.

Continu

•

We sturen op onze dienstverlening op basis van feitelijke gegevens.

Continu

•

We maken een beheerplan voor de online communicatiemiddelen.

Continu

De organisatie stuurt op het bereiken van haar beleidsdoelstellingen. Kritieke Prestatie Indicator (KPI)

Norm

•

De gemeenteraad is tevreden over de P&C-documenten (Planning & Control) en geeft bij het tevredenheidsonderzoek over de begroting van 2021 gemiddeld een 7 of hoger.

7

•

Bij 100% van de beleidsdoelstellingen (doelstellingen, KPI's en maatregelen) wordt de voortgang 3 x per jaar gemonitord.

100%

Maatregelen

Gereed

•

De unit planning & control adviseert en ondersteunt de organisatie en het bestuur bij het inrichten van haar strategie en beleid.

Continu

•

We maken de beleidsdoelstellingen inzichtelijk en monitoren de voortgang.

Continu

68

Gemeente en samenleving staan met elkaar in verbinding. Kritieke Prestatie Indicator (KPI) •

In 2022 vindt 90% van de inwoners dat ze goed of zeer goed geïnformeerd worden over de onderwerpen van de gemeente waar ze in geïnteresseerd zijn.

Maatregelen

Norm 90%

Gereed

•

We veranderen en verbeteren we de gemeentelijke communicatie waar nodig en we zijn gericht op innoveren/ leren, zodat de gemeentelijke communicatie effectief bijdraagt aan de organisatiedoelen. (Organisatie van de communicatie)

Continu

•

We zorgen voor een consistente en herkenbare presentatie van de gemeente en geven relevante algemene informatie. (Corporate communicatie)

Continu

•

We informeren de samenleving over ons beleid en onze projecten. Waar mogelijk betrekken we de samenleving bij de voorbereiding en evaluatie hiervan. (Beleids- en projectcommunicatie)

Continu

•

We faciliteren en stimuleren het beschikbaar maken, doorgeven en ontvangen van informatie van de medewerkers van de organisatie. (Interne communicatie)

2022

We beschikken over een adequaat en efficiënt systeem voor de afhandeling van klachten en bezwaren. Kritieke Prestatie Indicator (KPI)

Norm

•

We passen de methodiek ‘In gesprek met’ toe, bij 100% van de ontvangen bezwaar- en klaagschriften, die door de commissie van advies voor de behandeling van bezwaarschriften en klachten behandeld moeten worden.

100%

•

In 2022 is minimaal 67% van de klagers / bezwaarmakers in hun zaak tevreden over de toepassing van de methode “In gesprek met”.

67%

•

Van de in een kalenderjaar behandelde klachten wordt minder dan 10% voorgelegd voor advies aan de Nationale ombudsman.

10%

Maatregelen

Gereed

•

Bezwaren worden behandeld door de bezwarencommissie (WIZ en heffings/invorderings bezwaren uitgezonderd)

Continu

•

De bezwarencommissie brengt jaarlijks een jaarverslag uit.

2022

•

We participeren in de regionale mediatorpool.

Continu

•

We maken gebruik van klantenservice aan de voorkant van het klachtenproces.

2022

•

'In gesprek met Horst aan de Maas' vormt de basis voor ons contact met inwoners en ondernemers; we maken verbinding, gaan op zoek naar de vraag achter de vraag en verplaatsen ons in onze klant.

Continu

69

We gaan zorgvuldig en veilig om met (persoons)gegevens. Kritieke Prestatie Indicator (KPI) •

Ieder jaar scoren we "voldoende" op ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit = audit van de informatieveiligheid bij gemeenten, de score is "voldoende" of "onvoldoende").

Maatregelen

Norm Voldoende

Gereed

•

We verantwoorden privacy en informatiebeveiliging via ENSIA.

Continu

•

We zorgen ervoor dat er steeds aandacht wordt besteed aan bewustwording van privacy en informatiebeveiliging.

Continu

•

We zorgen ervoor dat privacy en informatiebeveiliging onderdeel uitmaken van onze processen en manier van werken.

Continu

We hebben een strategische visie die in een open en interactieve dialoog samen met de gemeenschap is gemaakt. Maatregelen

Gereed

•

We hebben in 2022 hebben organisatievisie gebaseerd op de strategische visie.

2022

•

We realiseren in nauwe verbinding met de gemeenschap de strategische visie.

Continu

7.2 OVERHEAD Wat is onze uitdaging? We proberen passend bij de gewenste dienstverlening, de overheadkosten zo laag mogelijk te houden. Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? De totale organisatiekosten zijn passend bij de taken die we als gemeente op professionele basis uitvoeren. Kritieke Prestatie Indicator (KPI)

Norm

•

De salarissom van de overhead afgezet tegen de totale salarissom blijft in verhouding gelijk of neemt af.

ja

•

In 2022 passen we bij minimaal 4 processen Lean optimalisaties toe.

4

70

Maatregelen

Gereed

•

De unit planning & control ondersteunt de organisatie.

Continu

•

We stellen jaarlijks een capaciteitsraming op.

Continu

•

De unit planning & control definieert wat er onder overhead valt en berekent de verhouding tot het totale budget.

Continu

7.3 SAMENWERKING Wat is onze uitdaging? Er is nog geen uitdaging geformuleerd voor dit beleidsveld. Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? De (bestuurlijke) samenwerking in de regio verloopt volgens een heldere koers en met focus. Kritieke Prestatie Indicator (KPI)

Norm

•

Er is een visie die door de samenwerkende gemeenten worden gedragen.

•

De activiteiten op het gebied van (bestuurlijke) samenwerkingen worden conform de visie uitgevoerd.

Maatregelen

Gereed

•

We herijken het Regio Venlo-overleg.

2022

•

We nemen deel aan het Euregio overleg.

2022

•

We onderzoeken en formaliseren waar nodig de samenwerking met de gemeente Venray.

2022

Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma 7

2019

2020

2021

2022

Demografische druk (1)

55,4%

56,2%

56,2%

56,6%

Fte per 1.000 inwoners (formatie)

7,19

8,00

7,46

7,70

Fte per 1.000 inwoners (bezetting)

6,74

7,37

6,93

7,54

Apparaatskosten per inwoner

659

665

697

722

Externe inhuur als % (van loonsom + totale kosten inhuur externen)

8%

13%

9%

5,7%

Overhead % van totale lasten

12,3%

9,5%

11,6%

11,5%

(1) De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar 71

WAT GAAT DAT KOSTEN? 2021 raming 2020 na werkelijk wijziging

2022 raming

2023 raming

2024 raming

2025 raming

Lasten 7.1 Bestuur

-4.214

-2.817

-2.829

-2.794

-2.754

-2.754

7.2 Overhead

-15.898

-17.620

-14.669

-14.137

-14.062

-14.063

Totaal Lasten

-20.112

-20.437

-17.497

-16.931

-16.816

-16.817

7.1 Bestuur

280

4

4

4

4

4

7.2 Overhead

3.059

1.314

1.147

682

825

823

Totaal Baten

3.339

1.318

1.152

686

829

828

-16.773

-19.119

-16.346

-16.245

-15.987

-15.989

Storting in de reserves

-350

-227

-350

-350

-350

-350

Aanwending van de reserves

1.274

2.104

439

439

439

439

-15.849

-17.242

-16.257

-16.156

-15.898

-15.901

Baten

Saldo van baten en lasten

Resultaat

Onderstaande tabel geeft het verloop van de begroting sinds de vastgestelde meerjarenbegroting 2021-2024 weer.

2022 raming

2023 raming

2024 raming

2025 raming

-18.879

-18.804

-18.649

-18.649

0

50

250

250

Raadsbesluiten t/m 13 juli

1.170

1.155

900

904

Lasten - Actuele begroting

-17.709

-17.599

-17.500

-17.496

Kadernota 2022

-1.092

-1.142

-1.187

-1.192

Autonome ontwikkelingen

-170

-190

-259

-254

Niet te realiseren ombuigingen

-114

-94

-25

-30

Overige technische mutaties

1.746

2.210

2.210

2.210

Rente, afschrijving en financiering

97

48

108

108

Diverse kleine mutaties < € 50.000

-144

-88

-88

-88

Loon- en prijscompensatie

-461

-427

-427

-427

-17.847

-17.281

-17.166

-17.167

Lasten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2021-2024 Amendement op de begroting 2021-2024

Totaal lasten Meerjarenbegroting 2022-2025

72

2022 raming

2023 raming

2024 raming

2025 raming

1.007

1.005

1.004

1.004

Amendement op de begroting 2021-2024

0

0

0

0

Raadsbesluiten t/m 13 juli

33

33

177

177

1.039

1.038

1.180

1.180

Kadernota 2022

92

92

92

92

Overige technische mutaties

470

6

6

6

Rente, afschrijving en financiering

-11

-11

-10

-11

1.590

1.125

1.268

1.267

-16.257

-16.156

-15.898

-15.901

Baten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2021-2024

Baten - Actuele begroting

Totaal baten Meerjarenbegroting 2022-2025 Bestuur, organisatie en samenwerking

Onderstaande tabel bevat de toelichting op de financiële mutaties uit deze meerjarenbegroting. Kadernota 2022 Aanpak ondermijning verankeren in de organisatie Lasten

-150

-200

-200

-200

Baten

0

0

0

0

Om de aanpak van ondermijning in onze organisatie te verankeren is het nodig de tijdelijke aanstellingen op het gebied van sociale veiligheid om te zetten in vaste aanstellingen en de formatie voor de wet BIBOB(Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) en juridische opvolging uit te breiden. De totale vraag is 2,5 fte, oftewel € 240.000, waarvan € 40.000 al structureel in de begroting is opgenomen. Structureel wordt € 200.000 extra financiële ruimte gereserveerd voor de aanpak van ondermijning. Voor het jaar 2022 verwachten we dat € 50.000 van deze lasten bij de Regiodeal kunnen worden ingebracht. Ontwikkelplan Cluster Ruimte Lasten

-767

-767

-767

-767

Baten

92

92

92

92

In de afgelopen maanden hebben zich bij het cluster Ruimte diverse ontwikkelingen voorgedaan die tot knelpunten hebben geleid. Het gaat daarbij om een combinatie van werkvoorraad die we niet kunnen sturen (verhoogd aantal aanvragen), (nieuw) werk waar in principe wel op te sturen is (aanvullende ambities van het bestuur, initiatieven van derden) en het niet (tijdig) kunnen invullen van vacatures in combinatie met uitval van medewerkers. De druk is het hoogst binnen het team Omgeving en, in mindere mate, bij het team Openbare Werken. Deze signalen geven aanleiding tot actie en er is een ontwikkelplan opgesteld. Hieruit blijkt dat er aanvullende middelen nodig zijn om de kwaliteit en bezetting op peil te brengen. Naast de formatie voor het masterplan wonen is er aanvullend budget nodig. De totale lasten hiervoor bedragen € 767.000 (programma 7). Er is dekking aanwezig van € 513.000 uit de met het werk samenhangende opbrengsten (leges/grondexploitaties/riolering/bijdragen ontwikkelaars; programma 2) en € 92.000 uit de projecten van openbare werken (programma 7). Per saldo is er vanaf 2022 jaarlijks € 162.000 aanvullende financiële ruimte noodzakelijk. Piekperiode reisdocumenten Lasten

0

0

-55

-55

Baten

0

0

0

0

In 2024 en 2025 verwachten we een piek in de aanvraag van reisdocumenten. We vragen € 55.000 extra budget (programma 7) voor de opvang van deze piek. De extra te ontvangen leges tijdens deze piek zijn al in de begroting verwerkt. Los van deze piek zitten in 2025 de inkomsten van de reisdocumenten en rijbewijzen € 92.000 te hoog in de begroting (programma 4).

73

Stimuleren inschrijving arbeidsmigranten in BRP Lasten

-175

-175

-165

-170

Baten

0

0

0

0

Het stimuleren van de inschrijving van arbeidsmigranten in het BRP leidt tot lagere inkomsten van de toeristenbelasting en tot hogere uitvoeringskosten, omdat er meer capaciteit nodig is bij het team Burgerzaken. Registratie in het BRP heeft echter een positief financieel effect op de algemene uitkering vanuit het gemeentefonds. Samen met de extra kosten voor de inzet van een programmamanager Arbeidsmigranten en het organiseren van de werkgeversdienstverlening heeft het stimuleren van de inschrijving van arbeidsmigranten per saldo een structureel nadelig effect van ca. € 230.000 over alle programma's (4, 7 en 8) in de begroting. Autonome ontwikkelingen Sociale verplichtingen (WW en WGA) Lasten

-150

-150

-150

-150

Baten

0

0

0

0

We hebben helaas steeds meer te maken met langdurig zieken. Medewerkers die tijdelijk niet of minder kunnen werken door langdurige ziekte hebben recht op een WGA(Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) uitkering. De kosten hiervan voor de gemeente als werkgever stijgen. Afgelopen jaren werden de WW-uitkering (Werkloosheidsuitkering) verplichtingen en de WGA verplichtingen ten laste van het P budget gebracht. Het ziet ernaar uit dat deze kosten de komende jaren aanzienlijk stijgen, waardoor we deze niet meer ten laste van het P budget willen brengen. Het creëren van een budget hiervoor past in de lijn die we ook hanteren met het budget voor pensioen wethouders en het budget arbeidsongeschiktheid, dit zijn ook budgetten die geen invloed hebben op het P budget. Strategische koers NLW 2021-2030 Lasten

-20

-40

-108

-104

Baten

0

0

0

0

Dit betreft de financiële vertaling van de door de gemeenteraad op 2 november 2020 vastgestelde Strategische koers NLW-2021-2030. Daarbij is ingestemd met het beleggen van de uitvoering van spoor 1 Wsw bij de NLW, voor spoor 2 is gekozen voor een cafetaria model en spoor 3 in te richten conform voorwaarden van de Wet Markt en Overheid. De gevolgen voor het budget sociale werkvoorziening zijn zichtbaar binnen programma 4. In programma 7 is het deel welk is ingezet voor taakstelling verlaging bijdrage gemeenschappelijke regelingen opgenomen. Niet te realiseren ombuigingen Verlagen bijdrage gemeenschappelijke regelingen Lasten

-114

-94

-25

-30

Baten

0

0

0

0

De in onze meerjarenbegroting opgenomen ombuiging voor het verlagen van de bijdrage aan de gemeenschappelijke regelingen zijn voor dit gedeelte niet realiseerbaar. Zie toelichting in de paragraaf ombuigingen.

Meerjarige investeringen op basis van al genomen besluiten Bruto Bijdragen investering derden

Netto investering

2022

2023

2024

2025

Tractie zoutoplosser 2022

25

25

Tractie zuigaanhager 2024

40

40

40

Tractie veegwagen 2024

145

145

145

Tractie vrachtauto Volvo 2025

160

160

160

Tractie heftruck Shangli 2025

22

22

22

25

74

8

Financiën

8.1 ALGEMENE LASTEN EN BATEN Wat is onze uitdaging? Een robuuste en gezonde financiële positie. •

Waar structurele lasten gedekt worden met structurele inkomsten.

•

Waar bestaande risico's worden afgedekt met een afzonderlijke algemene reserve.

•

Waar lasten niet worden doorgeschoven naar de toekomst.

•

En waar er evenwicht is tussen ambitie (wat we willen bereiken) en lastendruk (wat vragen we van onze inwoners en bedrijven).

Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? We hebben een gezonde duurzame financiële positie. Maatregelen

Gereed

•

We monitoren en rapporteren periodiek over de ombuigingen.

Continu

•

We geven actueel inzicht in de ontwikkeling van budgetten in meerjarig perspectief.

Continu

•

In overeenstemming met het coalitieakkoord vermijden we dekking uit de reserves zoveel mogelijk.

Continu

•

We behouden de huidige vermogenspositie of versterken die waar mogelijk.

Continu

•

Iedere portefeuillehouder lost in beginsel financiële uitdagingen binnen zijn eigen portefeuille op.

Continu

8.2 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? We hebben grip op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Maatregelen •

We rekenen de circulaires Algemene Uitkering door en vertalen deze naar onze eigen begroting.

Gereed Continu

We voeren de Wet WOZ en heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen op een voor de klant zo efficiënt en effectief mogelijke manier uit.

75

Maatregelen

Gereed

•

Bij de kadernota bepalen we de tarieven toeristenbelasting voor het komend jaar.

Continu

•

We geven op een adequate wijze uitvoering aan de invordering van de gemeentelijke belastingen.

Continu

•

Jaarlijks actualiseren we de legesverordening en de belastingverordeningen inclusief de tarieven.

Continu

•

We geven op een adequate wijze uitvoering aan de Wet WOZ.

Continu

•

We hanteren een streng, rechtvaardig, efficiënt en effectief invorderingsbeleid met een sociaal karakter. En onderzoeken de mogelijkheden van invordering op maat.

Continu

•

We zetten de mogelijkheden die de berichtenbox van MijnOverheid biedt optimaal in.

Continu

•

We gaan in gesprek met belanghebbenden en voorkomen zo formele trajecten van bezwaar en beroep.

Continu

•

We geven op een adequate wijze uitvoering aan de heffing van de gemeentelijke belastingen.

Continu

Algemene dekkingmiddelen Begroting Begroting Begroting Begroting

tableCell4

2022

2023

2024

2025

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

15.997

16.468

16.389

16.377

Algemene uitkering

63.486

62.946

62.366

61.730

590

590

590

590

Saldo van de financieringsfunctie

1.125

855

609

582

Totaal algemene dekkingsmiddelen

81.198

80.859

79.954

79.279

tableCell12

Dividend

8.3 VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB) Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? We beschikken over een efficiënte en effectieve registratie voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Maatregelen

Gereed

•

We vertalen de gevolgen van de invoering vennootschapsbelasting in onze meerjarenbegroting.

Continu

•

We dienen de aangifte Vennootschapsbelasting (Vpb) jaarlijks bij de Belastingdienst in.

Continu

76

8.4 ONVOORZIEN Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? De post onvoorzien is toereikend voor dringende uitgaven die niet uitstelbaar, onvoorzienbaar en onontkoombaar zijn. Maatregelen •

Gereed Continu

We nemen jaarlijks bij de begroting een adequate post onvoorzien op.

Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma 8

2019

2020

2021

2022

Gemiddelde WOZ-waarde in duizend euro

251

263

N.n.b

N.n.b

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden in euro's

696

757

785

N.n.b

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in 741 euro's

813

846

N.n.b

77

WAT GAAT DAT KOSTEN? 2021 raming 2020 na werkelijk wijziging

2022 raming

2023 raming

2024 raming

2025 raming

Lasten 8.1 Algemene lasten en baten

-121

-693

1.107

1.159

1.148

1.136

8.2 Algemene dekkingsmiddelen

-2.640

-2.253

-1.790

-1.865

-1.826

-1.666

8.3 Vennootschapsbelasting (VpB)

0

0

0

0

0

0

8.4 Onvoorzien

0

-50

-50

-50

-50

-50

Totaal Lasten

-2.760

-2.996

-732

-756

-728

-580

8.1 Algemene lasten en baten

124

25

0

0

0

0

8.2 Algemene dekkingsmiddelen

77.344

80.818

81.198

80.859

79.954

79.279

Totaal Baten

77.468

80.843

81.198

80.859

79.954

79.279

Saldo van baten en lasten

74.708

77.847

80.465

80.103

79.226

78.699

Storting in de reserves

-3.006

-50

-70

-70

-370

-70

Aanwending van de reserves

3.403

-136

154

194

194

194

Resultaat

75.105

77.661

80.549

80.227

79.050

78.823

Baten

Onderstaande tabel geeft het verloop van de begroting sinds de vastgestelde meerjarenbegroting 2021-2024 weer.

2022 raming

2023 raming

2024 raming

2025 raming

-2.291

-2.519

-2.378

-2.371

0

0

0

0

Raadsbesluiten t/m 13 juli

-385

-307

-260

-283

Lasten - Actuele begroting

Lasten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2021-2024 Amendement op de begroting 2021-2024

-2.676

-2.826

-2.638

-2.653

Kadernota 2022

0

1

3

3

Autonome ontwikkelingen

0

0

-300

0

150

150

150

150

-2

-2

-2

-2

Rente, afschrijving en financiering

431

556

394

558

Diverse kleine mutaties < € 50.000

-2

-2

-2

-2

Loon- en prijscompensatie

1.296

1.296

1.296

1.296

Totaal lasten Meerjarenbegroting 2022-2025

-803

-826

-1.099

-651

Gemeentefonds Overige technische mutaties

78

2022 raming

2023 raming

2024 raming

2025 raming

78.424

78.067

77.279

77.029

Amendement op de begroting 2021-2024

-341

-341

-341

-341

Raadsbesluiten t/m 13 juli

665

252

-85

-222

Baten - Actuele begroting

78.749

77.978

76.853

76.466

Kadernota 2022

454

1.771

2.262

2.104

Autonome ontwikkelingen

300

0

0

0

1.680

1.372

1.339

1.236

169

-69

-306

-333

Totaal baten Meerjarenbegroting 2022-2025

81.352

81.053

80.148

79.473

Financiën

80.549

80.227

79.050

78.823

Baten inclusief mutatie reserves Meerjarenbegroting 2021-2024

Gemeentefonds Rente, afschrijving en financiering

Onderstaande tabel bevat de toelichting op de financiële mutaties uit deze meerjarenbegroting. Kadernota 2022 Herijking gemeentefonds Lasten

0

0

0

0

Baten

500

1.815

2.306

2.156

Op basis van de nieuwe publicaties over de herijking van het gemeentefonds blijkt dat het voorlopige voorstel een positief herverdeeleffect heeft voor Horst aan de Maas. Omdat de uitkomsten nog globaal en onzeker zijn, adviseert onze adviseur gemeentefonds om de herverdeeleffecten niet mee te nemen. We hebben daarom het financiële effect van de ombuigingen en stelposten van de herijking die nog in de huidige meerjarenbegroting zitten laten vervallen. Daarnaast hebben we 50% van het verwachte positieve herverdeeleffect meegenomen. Stimuleren inschrijving arbeidsmigranten in BRP Lasten

0

0

0

0

Baten

-46

-44

-44

-52

Het stimuleren van de inschrijving van arbeidsmigranten in het BRP leidt tot lagere inkomsten van de toeristenbelasting en tot hogere uitvoeringskosten, omdat er meer capaciteit nodig is bij het team Burgerzaken. Registratie in het BRP heeft echter een positief financieel effect op de algemene uitkering vanuit het gemeentefonds. Samen met de extra kosten voor de inzet van een programmamanager Arbeidsmigranten en het organiseren van de werkgeversdienstverlening heeft het stimuleren van de inschrijving van arbeidsmigranten per saldo een structureel nadelig effect van ca. € 230.000 over alle programma's (4, 7 en 8) in de begroting. Uitvoeren woonwagenbeleid Lasten

0

1

3

3

Baten

0

0

0

0

Voor het optimaliseren van het beleid van de woonwagens in Horst aan de Maas en de uitvoering hiervan zijn budget en investering nodig. We voorzien dat er nieuwe standplaatsen en nieuwe woonwagenkampen gerealiseerd moeten worden in onze gemeente. Afhankelijk van het onderzoek en het beleid blijkt om hoeveel standplaatsen het gaat. Naar aanleiding van een eerste behoeftescan, komen we uit op uitbreiding van twee bestaande woonwagenkampen en het realiseren van één à twee nieuwe woonwagenkampen. Uiteindelijk moet blijken of voor het realiseren van de nieuwe woonwagenkampen grond aangekocht moet worden of niet. Investering (inclusief werkbudget): € 275.000 in 2022 en 2023.

79

Autonome ontwikkelingen Eénmalig en tijdelijk onttrekken aan de Algemene Reserve Lasten

0

0

-300

0

Baten

300

0

0

0

Jaarschijf 2022 is structureel sluitend en met een eenmalige (tijdelijke) onttrekking aan de Algemene Reserve ook incidenteel sluitend. In 2024 storten we dit bedrag weer terug in de Algemene Reserve. Gemeentefonds Actualisatie herijking van het gemeentefonds Lasten

0

0

0

0

Baten

0

0

80

80

In augustus zijn er nieuwe gegevens aangaande de herijking van het gemeentefonds naar buiten gebracht. In de brief van juli was deze actualisatie van de verdeling naar een recenter peiljaar (2019) al aangekondigd. Het doel van de actualisatie was om te bekijken of de resultaten enigszins consequent zijn. Op grond van de door CEBEON (Centrum beleidsadviserend onderzoek BV) uitgevoerde analyse zijn de fondsbeheerders van mening dat het eerder ingediende voorstel ook bij actualisatie goed aan sluit op de netto-lasten van de gemeenten. De fondsbeheerders blijven er echter op hameren dat ook na de actualisatie de gepresenteerde herverdeeleffecten slechts een indicatie zijn en dat er hoogstwaarschijnlijk nog enkele aanpassingen en actualisaties zullen plaatsvinden.Voor Horst aan de Maas is er sprake van een toename van het voordeel als gevolg van de herijking. Vijftig procent van dit voordeel wordt nu als voordeel meegenomen in de begroting. Doorbetaling WSW bijdrage aan de NLW Lasten

0

0

0

0

Baten

54

53

50

79

Via de algemene uitkering, ontvangen we een bijdrage WSW die een op een wordt doorbetaald aan de NLW. In de meicirculaire 2021 is de rijksbijdrage WSW aangepast en in de financiële vertaling is een stelpost opgenomen voor de hogere doorbetaling. Omdat de stelpost afwijkt van de hogere doorbetaling ontstaat er een klein voordeel. Stelpost Jeugdzorg Lasten

0

0

0

0

Baten

1.626

1.319

1.209

1.077

Rijk, IPO en VNG hebben afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming voor de jaarschijven 2023 tot en met 2025 rekening mogen houden met 75% van de bedragen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Er is rekening mee gehouden dat tegenover deze extra inkomsten ook nog wel een deel extra lasten zal komen staan. Ook is er al rekening gehouden met een extra inkomst voor jeugdzorg (€ 480.000). Deze post is met deze extra ontvangst verrekend. Het kabinet heeft maatregelen in de jeugdzorg aangekondigd om de kostenstijgingen tegen te gaan. We verwachten in 2022 wetswijzigingen gericht op het verminderen van de kostenstijgingen en het versterken van samenwerking tussen de verschillende partners rondom jeugdigen. Door de verstrekte extra middelen aan gemeentes voor de bekostiging van ondersteuning van jeugd, ontstaat er budget om te innoveren en meer te investeren in preventie. Eerst is er behoefte om de werkdruk van de gebiedsteams te verlagen, waardoor de kwaliteit van dienstverlening verhoogd en de wachtlijsten kunnen afnemen. 7 jaar na inwerkingtreding van het nieuwe stelsel in het sociaal domein, zullen we de visie op de werkwijze en taken van de uitvoering in het sociaal domein herzien. Daarin zullen we de positieve effecten van het actieplan SD en de nieuwe werkwijze met zorgaanbieders in regio NoordLimburg meenemen.

Dit geeft ons de unieke kans om vanuit een nieuwe visie te bouwen aan een nieuwe werkwijze per 1 januari 2023. Het rijk heeft tijdelijk extra middelen vanuit het nationaal Programma Onderwijs (NPO) geoormerkt voor preventie en samenwerking met het onderwijs om de gevolgen van Corona te verzachten. Deze NPO-middelen zijn nog niet verwerkt in deze begroting. We zullen dit meenemen in de 2e bijstelling 2021. Vrijval stelpost loon- en prijspeil sociaal domein 2021 Lasten

150

150

150

150

Baten

0

0

0

0

De indexering van de maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugdzorg heeft in de begroting 2021 plaatsgevonden op basis van de voorlopige OVA indexcijfers van 2%. De in september 2021 gepubliceerde definitieve cijfers leiden niet tot een verdere bijstelling van de budgetten door een geringe afwijking (nl. 2,01%en 2,29%). Daarom kan de hele resterende buffer uit 2021 vrijvallen.

80

2.2

Paragrafen

81

A.

Lokale heffingen

Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? Een gelijkblijvende lastendruk voor inwoners en bedrijven, uitgezonderd de inflatiecorrectie. Maatregelen

Gereed

•

We corrigeren de tarieven van alle overige belastingen en heffingen jaarlijks voor de inflatie.

Continu

•

We brengen jaarlijks de kostendekkendheid van onze tarieven in beeld.

Continu

•

We monitoren de gemeentelijke lastendrukontwikkeling van huishoudens en bedrijven in Horst aan de Maas in relatie tot de regio.

Continu

De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering de grootste inkomstenbron van de gemeente. Met de heffingen genereren we in 2022 ongeveer 22% van de gemeentelijke inkomsten. In het onderstaande overzicht worden de inkomsten van de diverse gemeentelijke heffingen nader gespecificeerd.

Overzicht inkomsten uit heffingen 2022 Rekening 2020

Begroot na wijziging 2021

Begroting 2022

Onroerende zaakbelasting (OZB)

11.652

12.103

Procentuele afwijking begroting 2022-2021 12.565 3,8%

Afvalstoffenheffingen en reinigingsrecht

3.661

3.844

3.948

2,7%

Rioolheffing

4.164

4.164

4.164

0,0%

Toeristenbelasting

2.405

2.639

3.276

24,1%

Baatbelasting

2

3

3

0,0%

Reclamebelasting

90

87

87

0,0%

Precariobelasting

18

25

25

0,0%

Marktgelden

17

16

20

24,7%

Begraafplaatsrechten

15

18

15

-14,3%

Overige heffingen

2.390

2.738

2.595

-5,2%

Totaal inkomsten uit heffingen

24.413

25.636

26.698

Totaal inkomsten begroting/rekening

116.328

116.392

116.794

In de hogere opbrengsten van de OZB is rekening gehouden met een vaste indexering en de verwachte areaalontwikkeling. Met betrekking tot de afvalstoffenheffing en reinigingsrecht gaat de begroting vooralsnog uit van een stijging van de basisheffing met 1,5% (inflatiecorrectie) en is een toename van het aantal aansluitingen meegenomen in de cijfers. Ten aanzien van de verhoging van de opbrengsten uit de toeristenbelasting treft u een nadere toelichting aan in het hoofdstuk inzake de Toeristenbelasting.

83

Kostendekkendheid Vanaf de begroting 2017 is iedere gemeente verplicht in de paragraaf lokale heffingen de kostendekkendheid van de tarieven die op basis van de Gemeentewet maximaal kostendekkend mogen zijn, inzichtelijk te maken. Per heffing wordt in deze paragraaf dan ook op hoofdlijnen inzicht gegeven hoe bij de berekening van de tarieven van heffingen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om: • afvalstoffenheffing; • reinigingsrecht; • rioolheffing; • rioolaansluitrecht; • marktgelden; • lijkbezorgingsrechten; • leges. Per heffing worden de directe kosten, overhead, BTW en opbrengsten weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing kunnen worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing, kapitaallasten). • De overhead is op basis van de hierboven vermelde directe personeelslasten aan de heffing toegerekend. • De inkoop-BTW is als last meegenomen. • De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2022 zoals die in de paragraaf genoemd worden. In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid per heffing op basis van deze toerekening van de overhead inzichtelijk gemaakt.

De systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten betekent dat een relatief groter bedrag toegerekend wordt aan arbeidsintensieve taken. De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de aansturing voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.

Onroerende Zaak Belastingen (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een vaste indexering zoals deze reeds in de begroting is opgenomen. Dit levert voor 2022 de volgende tarieven op: OZB 2021

2022

Stijging 2022 t.o.v. 2021

0,1455% 0,2568% 0,2052%

0,1490% 0,2630% 0,2101%

2,4% 2,4% 2,4%

bedragen in hele euro's Tarief Ozb-eigenaar woningen Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen Tarief Ozb gebruiker niet-woningen Gemiddelde aanslag w oning (w oz-w aarde 2021 € 240,000,--) Gemiddelde aanslag niet w oning / eigenaar en gebruiker (w oz-w aarde 2021 € 400,000,--)

€

349,20 €

357,60

2,4%

€

1.848,00 €

1.892,40

2,4%

De genoemde tarieven voor 2022 worden nog gecorrigeerd met de gemiddelde daling / stijging van de WOZ-waarden. Dit gebeurt bij het vaststellen van de verordening Onroerende zaakbelasting 2022 in december 2021. De waardeontwikkeling is dan bekend.

84

Reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. De afvalstoffenheffing wordt geheven van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke. Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. Vooralsnog gaat de begroting uit van een stijging van de basisheffing met 1,5% (inflatiecorrectie) in 2022 en is een toename van het aantal aansluitingen meegenomen in de cijfers. De afval- en recyclingmarkt is volop in beweging. Effecten daarvan voor ons beleid met betrekking tot inzameling en verwerking en nog ophanden zijnde aanbestedingen kunnen ook voor 2022 nog een doorwerking hebben. Deze effecten kunnen mogelijk opgevangen worden door de voorziening afval. Zoals gebruikelijk verwerken wij e.e.a. in december 2021 in de verordening op heffing en invordering reinigingsheffingen inclusief de bijbehorende tarieventabel. De verhoging van 1,5% geeft voor 2022 de onderstaande tarieven:

Reinigingsheffingen 2021

2022

bedragen in hele euro's

Stijging 2022 t.o.v. 2021

Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden Restafvalzak

€ € €

209,79 € 154,85 € 1,70 €

212,94 157,17 1,70

1,5% 1,5% 0,0%

Gemiddelde lasten (1) Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1) Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) (inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.)

€ € €

217,68 € 233,55 € 167,01 €

220,95 237,05 169,52

1,5% 1,5% 1,5%

De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2021 € 233,55. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 271,48 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). Dit is 14,0% (€ 37,93) lager dan het gemiddelde. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de verordening Reinigingsheffingen 2022, die in december 2021 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2022.

85

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing:

95%

€ 4.500.000 € 4.000.000

toeslag containers

€ 3.500.000 € 3.000.000

afvalstoffenheffing basisbedrag

€ 2.500.000

Overhead

€ 2.000.000 € 1.500.000

BTW

€ 1.000.000 € 500.000

Lasten taakveld afval

€Lasten

Baten

Kostendekkendheid reinigingsrechten:

99%

€ 70.000 € 60.000

toeslag containers

€ 50.000

Reinigingsrechten basisbedrag

€ 40.000

Overhead € 30.000 € 20.000

BTW

€ 10.000

Lasten taakveld afval

€Lasten

Baten

Rioolheffing Sinds 1 januari 2008 is de wet Gemeentelijke Watertaken van kracht. Gemeenten kunnen maatregelen (voorzieningen) voor de verwerking van regenwater en overtollig grondwater bekostigen uit een zogenaamde verbrede rioolheffing. In Horst aan de Maas is de verbrede rioolheffing met ingang van 1 januari 2010 ingevoerd. Er wordt een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. De (verbrede) rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Daarmee kunnen kosten worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen voor een doelmatig werkende riolering en maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. Het huidige gemeentelijke rioleringsplan (VGRP) is op 8 november 2016 vastgesteld door de gemeenteraad en heeft een looptijd van 2017-2021. Op basis van de actualisering van het kostendekkingsplan riolering (Actualisatie kostendekkingsplan Horst aan de Maas 2019, vastgesteld op 26 november 2019) is voor 2022 geen verhoging van de rioolheffing opgenomen.

86

Dit levert voor 2022 het volgende tarief op: Rioolheffing 2021

2022

bedragen in hele euro's €

Vast tarief per eigendom

217

€

Stijging 2022 t.o.v. 2021

217

0%

Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2021 ligt in Horst aan de Maas ca. 0,7% hoger (€ 1,45) dan in de provincie. Het nieuwe Gemeentelijk rioleringsplan komt op 23 november 2021 in de raad. Hierin is geen stijging van de rioolheffing voor 2022 opgenomen. De verwachting is dat vanaf 2023 een verhoging van de rioolheffing nodig is om de grote gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden. Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van de verordening Rioolheffing 2022, dat in december 2021 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2022.

Kostendekkendheid rioolheffing:

87%

€ 6.000.000 € 5.000.000

Baten rioolheffing

€ 4.000.000

Overhead € 3.000.000

BTW

€ 2.000.000 € 1.000.000

Lasten rioolheffing

€Lasten

Baten

Rioolaansluitrecht Iedere gemeente is vrij in de manier waarop de kosten voor het realiseren van een aansluiting op de riolering worden verhaald. In onze gemeente worden de kosten verhaald via een rioolaansluitrecht. Het rioolaansluitrecht is een eenmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten. Indexatie van de tarieven levert voor 2022 het volgende tarieven op: Rioolaansluitrecht Type riolering 2021

Stijging 2022 t.ov 2021

2022

bedragen in hele euro's Druk riolering buitengebied

€

4.555

Vrijverval-riolering

€ 238 + € 174 per m¹ perceelaansluitleiding

€

4.623

€ 242 + € 176 per m¹ perceelaansluitleiding

1,5% 1,5%

87

Kostendekkendheid rioolaansluitrecht:

82%

€ 80.000 € 70.000 Rioolaansluitrecht

€ 60.000 € 50.000

Overhead

€ 40.000 € 30.000

BTW

€ 20.000 € 10.000

Lasten rioolaansluitrecht

€Lasten

Baten

Toeristenbelasting/watertoeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting wordt geheven voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit kunnen zowel toeristen als arbeidsmigranten zijn. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Dat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s wordt (water)toeristenbelasting geheven. Het verblijf op vaartuigen wordt geheven op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen. Conform de kadernota zal het hoge tarief voor de toeristenbelasting 2022 niet worden gewijzigd t.o.v. 2021. Het lage tarief voor de toeristenbelasting 2022 wordt verhoogd van € 1,20 naar € 1,45 per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen worden in lijn hiermee aangepast. Toeristenbelasting 2021

2022

bedragen in hele euro's

Stijging 2022 t.o.v. 2021

Laag tarief per persoon per overnachting (1) Vaste plaats, vast bedrag per jaar (1)* Seizoensplaats / arrangement per week (1)*

€ € €

1,20 € 187,20 € 4,80 €

1,45 226,20 5,80

20,8% 20,8% 20,8%

Hoog tarief per persoon per overnachting (2)

€

1,55

€

1,55

0,0%

Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (3) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (3) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (3)

€

1,55

€

1,55

0,0%

€ €

241,80 € 6,20 €

241,80 6,20

0,0% 0,0%

(1) mobiele kampeeronderkomens, stacaravans, groepsaccommodaties. (2) Hotel, pensions, vakantiew oningen. (3) Vaartuigen, w atervilla's. * De forfaits voor landtoerisme zijn per 2021 aangepast in vaste tarieven

88

Regionaal (Noord-Limburg) gezien is de toeristenbelasting in 2021 gemiddeld € 1,38 per overnachting. Het hoge tarief in Horst aan de Maas ligt 2% (€ 0,04) boven het regionale gemiddelde en het lage tarief 4% (€ 0,05) onder het regionale gemiddelde. Uit rondvraag is op te maken dat ook andere gemeenten de tarieven verhogen als gevolg van de inzet om het regionale actieprogramma vrijetijdseconomie mogelijk te maken of worden de (extra) opbrengsten ingezet als algemeen dekkingsmiddel. Vermakelijkhedenretributie De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer wordt voor 2022 niet gewijzigd. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) worden niet in de heffing betrokken. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt.

De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. Baatbelasting Baatbelasting wordt geheven om de kosten van door de gemeente aangelegde voorzieningen in de openbare ruimte te dekken. De particuliere eigendommen die gebaat zijn, worden in de heffing van de baatbelasting meegenomen. Er wordt in 2022 nog één baatbelasting geheven. Dat is de baatbelasting voor de riolering aan de Kreuzelweg. Deze loopt nog tot 2023. Bij het vaststellen van de verordening Baatbelasting Kreuzelweg heeft de gemeenteraad bepaald dat deze niet jaarlijks met een inflatiecorrectie geïndexeerd wordt. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 1,5% geeft dit voor 2022 de volgende tarieven: Precariobelasting terrassen 2021

2022

Stijging 2022 t.o.v. 2021

bedragen in hele euro's Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst of Sevenum per € m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar €

9,85

€

10,00

1,5%

6,55

€

6,65

1,5%

Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die door de marktlieden in het centrum van Horst worden betaald, zijn vanaf 2011 in de heffing van de marktgelden meegenomen. De promotiegelden worden doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Die betaalt hiermee collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 1,5% geeft dit voor 2022 de volgende tarieven:

89

Marktgelden

bedragen in hele euro's Voor het innemen van een standplaats per dag

€

11,60

€

11,75

Stijging 2022 t.o.v. 2021 1,3%

Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal - per strekkende meter - vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst)

€ €

18,70 23,40

€ €

19,00 23,75

1,6% 1,5%

2021

2022

Door afrondingen stijgen de bedragen tussen 1,3% en 1,6%.

Kostendekkendheid marktgelden:

37%

€ 50.000 € 45.000 Baten marktgelden

€ 40.000 € 35.000

€ 30.000

Overhead

€ 25.000 € 20.000

BTW

€ 15.000 € 10.000 Lasten taakveld bedrijfsloket en regelingen

€ 5.000 €Lasten

Baten

Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 ingevoerd op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, onder inhouding van € 5.000, doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas. Die betaalt hiermee collectieve activiteiten voor het promoten van het centrum van Horst. De hoogte van het tarief is sinds 2015 afhankelijk van de ligging en de WOZ-waarde van de vestiging en niet meer van de grootte van de reclameborden zoals dat in 2014 en voorgaande jaren gold. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 1,5% geeft dit voor 2022 de volgende tarieven:

90

Reclamebelasting centrum Horst 2021

2022

Stijging 2022 t.o.v. 2021

Zone A (w oz-w aarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000)

€ 544

€ 552

1,5%

Zone A (w oz-w aarde range € 151.000 t/m € 291.000)

€ 544+ € 3,26 per € 1.000 € 552+ € 3,31 per € 1.000 w oz-w aarde 2020 w oz-w aarde 2021 boven de € 150.000 boven de € 150.000

bedragen in hele euro's

Zone A (w oz-w aarde groter dan of gelijk aan € 292.000)

€ 1.006

€ 1.021

1,5%

Zone B

€ 544

€ 552

1,5%

* Voor de Reclamebelasting 2022 w ordt de w oz-w aarde 2021 (w aardepeildatum 1-1-2020) gehanteerd * Voor de Reclamebelasting 2021 w ordt de w oz-w aarde 2020 (w aardepeildatum 1-1-2019) gehanteerd * Bij w oon-/bedrijfspanden w ordt alleen de w oz-w aarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten wordt in overleg met het kerkbestuur vastgesteld. Eventuele wijzigingen komen in december 2021 bij het vaststellen van de belastingtarieven 2022 aan de orde.

Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten:

21%

€ 90.000 € 80.000 Baten begraafplaats

€ 70.000 € 60.000

Overhead

€ 50.000

€ 40.000 BTW

€ 30.000 € 20.000

€ 10.000

Lasten taakveld begraafplaatsen

€Lasten

Baten

Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten voor het leveren van bepaalde diensten. De tarieven zijn gebaseerd op maximale kostendekkendheid. De te indexeren tarieven 2022 worden met andere wijzigingen in december 2021 aan de gemeenteraad voorgelegd. De kostendekkendheid van de leges 2022 wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt: • Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen; • Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; • Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang. 91

Bij het raadsvoorstel tot vaststellen van diverse belastingverordeningen 2022, dat in december 2021 in de gemeenteraad aan de orde komt, doen wij een definitief voorstel voor de tarieven 2022. Leges omgevingsvergunningen In deze meerjarenbegroting is voor de komende jaarschijven voor ruim € 2 miljoen aan leges omgevingsvergunningen opgenomen. Deze geraamde bedragen kunnen in de komende planperiode onder druk komen te staan vanwege de invoering van de omgevingswet en veranderende wet- en regelgeving. Er zal nader onderzoek uitgevoerd worden naar de financiële gevolgen en hierop zal tijdig geanticipeerd worden.

Kostendekkendheid leges titel 1:

29%

€ 1.600.000

€ 1.400.000 Inkomsten leges titel 1 € 1.200.000 € 1.000.000

Overhead

€ 800.000 € 600.000

BTW

€ 400.000 € 200.000

Lasten diverse taakvelden

€Lasten

Baten

Kostendekkendheid leges titel 2:

98%

€ 2.500.000

€ 2.000.000

Inkomsten leges titel 2

€ 1.500.000

Overhead

€ 1.000.000 BTW € 500.000

Lasten diverse taakvelden €Lasten

Baten

92

Kostendekkendheid leges titel 3:

23%

€ 70.000 € 60.000 Inkomsten leges titel 3 € 50.000 € 40.000

Overhead

€ 30.000 BTW € 20.000

€ 10.000

Lasten diverse taakvelden

€Lasten

Baten

Kwijtschelding Inwoners kunnen voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen een verzoek tot kwijtschelding indienen. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt, hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordelen we of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt. Hiervoor gebruiken we de vastgestelde Leidraad Invordering Gemeentelijke belastingen als basis. Stichting Inlichtingenbureau toetst maandelijks de verkorte kwijtscheldingsaanvragen. Alleen in complexere gevallen, bij uitval of bij afwijkingen omtrent inkomen of vermogen (onder andere eigen woning) beoordelen medewerkers van de gemeente de aanvragen. De verwachting is dat in 2022 ongeveer 85% van het totaal aantal aanvragen automatisch kan worden afgehandeld. Het is mogelijk dat zelfstandige ondernemers (eenmanszaak) die een inkomen rond het bestaansminimum hebben ook voor kwijtschelding van hun privé-belastingen in aanmerking komen. Deze zelfstandige ondernemers toetsen we buiten de toets op hun ondernemingsvermogen, op dezelfde wijze (voor dezelfde vermogensbestanddelen) als particulieren. Afgelopen jaren is gebleken dat maar enkele of geen ondernemers een beroep doen op de kwijtscheldingsregeling. Hier hebben we bij de berekening van het benodigde bedrag wel rekening mee gehouden.

De verwachting is echter dat dit in de toekomst niet zal wijzigen en het totaal benodigd kwijtscheldingsbudget hoeft daarom niet te worden aangepast. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: •

OZB

•

Rioolheffing

•

Afvalstoffenheffing

93

B.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen? De risico's die onze organisatie loopt zijn beheersbaar. Kritieke Prestatie Indicator (KPI)

Norm

•

We hebben een goedkeurende controleverklaring van de accountant wat betreft getrouwheid.

Goed

•

Het college geeft een rechtmatigheidsverklaring af, waarbij het aantal fouten binnen de vastgestelde marge blijft. Dit betreft nieuwe wetgeving die vanaf boekjaar 2022 geldt.

Marge moet nog vastgesteld worden.

•

We hebben bij een zekerheid van 90% een ratio weerstandsvermogen die ligt tussen de 1,0 en 1,4.

1,0-1,4

•

In de jaarlijkse rapportage Interbestuurlijk Toezicht van de provincie behalen we op alle vier de domeinen de kwalificatie "goede taakbehartiging".

Goed

Maatregelen

Gereed

•

We bepalen 2 keer per jaar het weerstandsvermogen.

Continu

•

We geven uitvoering aan de wet Revitalisering generiek toezicht.

Continu

•

We voeren de Interne Controle ten behoeve van de rechtmatigheid en doelmatigheid uit volgens het interne controleplan.

Continu

•

We hebben aandacht voor juridische kwaliteit.

Continu

1. Inleiding In de paragraaf “weerstandsvermogen en risicobeheersing” staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico’s. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV. 2. Risico-inventarisatie algemene risico’s Voor de Begroting 2022 zijn de risico’s geactualiseerd. Daarbij is beoordeeld • in hoeverre eerder geïnventariseerde risico’s actueel zijn voor wat betreft de kans en maximaal financieel gevolg en • of er nieuwe risico’s zijn bijgekomen. Uit de inventarisatie blijkt dat er 127 algemene risico’s zijn. De geïnventariseerde risico’s zijn aan de hand van kans en maximaal financieel gevolg verdeeld over onderstaande matrix.

Algemene risico toegelicht: -

Gevolgen (meerjarig) van de coronacrisis: De (meerjarige) impact van de coronacrisis is moeilijk te voorspellen. Deze heeft direct grote invloed op onze maatschappij en economie. Hoewel we de volle omvang nog niet kennen, heeft dit grote financiële gevolgen en brengt dit financiële risico’s voor gemeenten met zich 95

mee. Denk aan hogere kosten voor bijstandsuitkeringen, schuldhulpverlening, jeugdzorg en kwijtschelding van belastingen. En in mindere mate de opbrengstenkant. Bijvoorbeeld lagere opbrengsten uit toeristenbelasting, leges en lagere opbrengsten uit de verkoop van grond. Bij diverse begrotingsposten zijn de gevolgen van de coronacrisis al financieel vertaald. Voor zover dat nog niet gebeurd is, is er bij het bepalen van de risico’s rekening mee gehouden. Het Rijk heeft toegezegd gemeenten voor de coronakosten grotendeels te compenseren. Met deze compensatie vanuit het Rijk hebben we in de begroting dan ook rekening gehouden maar ook hier geldt dat deze compensatie niet zeker is en er risico's aan zitten.

Financiële klasse 6) x > € 1.000.000

4

2

5) € 500.000 < x < € 1.000.000

5

5

1

4) € 100.000 < x < € 500.000

14

9

4

3) € 25.000 < x < € 100.000

9

17

15

1

2) x < € 25.000

18

12

4

2

1) Geen financiële gevolgen

1 10%

2

1

1 30%

50%

70%

90%

Toelichting matrix Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2019. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000. Hieronder zijn de belangrijkste risico's, met de grootste kans en hoogste financiële klasse, toegelicht. Deze corresponderen met de risico's die in de risicomatrix onderstreept en vetgedrukt zijn. De in de tabel genoemde kans-percentages en financiële klassen verwijzen naar bovenstaande matrix. Andere risico’s zijn in omvang of kans-percentage afgenomen, waardoor deze niet meer in de rode, donkerrode of donker oranje cellen voorkomen.

96

Omschrijving risico

Kans percentage 90%

Financiële klasse 4

2. De invloed van economische en maatschappelijke ontwikkelingen op de begrote lasten/investeringen in de diverse beheerplannen voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Ondanks dat we in de beheerplannen (MJOP, MIP, wegen, riolering en groen) van een zo realistisch mogelijke inschatting van de benodigde uitgaven/investeringen uitgaan en we de beheerplannen periodiek bijstellen, lopen we het risico dat door onder andere economische of maatschappelijke ontwikkelingen de bedragen niet toereikend zijn. Omdat het geld dat in de beheerplannen omgaat een substantieel deel van onze begroting vormt, is het financiële risico dat ook. Denk hierbij aan hogere aanbestedingskosten door conjuncturele ontwikkelingen, nieuwe duurzaamheidseisen of veranderende wetgeving.

50%

5

3 Bodemverontreiniging door drugslab op een perceel dat van de gemeente is en verhuurd wordt. Kosten moeten verhaald worden op de huurder. De kans dat dit lukt, is klein. We ontvangen af en toe kleine bedragen van € 100. In oktober 2021 bepalen we in overleg met de deurwaarder hoe we verder gaan.

90%

4

1 Oplopende wachttijden voor een eerste vraagverhelderingsgesprek (Jeugd en WMO) We zien een stijging van de wachttijden voor het eerste vraagverhelderingsgesprek, door een toename in het aantal en de zwaarte van de aanvragen. De verwachting is niet dat het aantal aanvragen voor zorg en ondersteuning zal afnemen, nu spanningen in thuissituaties bij veel gezinnen waar al problematieken spelen toenemen onder invloed van de lange lockdown. We zien door de crisis en de maatregelen juist een gestage toename in de aanvragen voor bijstandsuitkeringen, aanvragen voor hulp bij eenzaamheid en depressies en hulp bij recalcitrante jeugd/jongeren. De wachttijden zelf leiden ook weer tot extra werk omdat inwoners dit niet snappen of daar boos over zijn en vaker contact zoeken met de gemeente. Dit risico is gekwantificeerd als de tijdelijk extra benodigde inzet in de Toegang en Gebiedsteams

3. Risico’s grondexploitaties Conform de huidige Nota Grondbeleid (vastgesteld op 20 september 2016) hebben we de Algemene reserve grondexploitatie (ARGE) vastgesteld met een ondergrens van € 1,7 miljoen en de bovengrens op € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de implementatie van de POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad bij de behandeling van de Herzieningsrapportage 2018 (raad oktober 2018) ingestemd met het instellen van de reserve POCwinst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. In de Reserve POC-winst storten we de POC-winsten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBVvoorschriften. We hevelen de Reserve POC winst naar de ARGE over op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde in het project worden meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project fluctueert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het voorkomen dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. 4. Benodigde weerstandscapaciteit voor algemene risico’s Naast de hoogte van de ARGE is het noodzakelijk de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen voor de algemene risico’s.

97

De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s is € 51.109.788. Dit betekent dat als alle risico’s zich in volle omvang tegelijk voordoen, dit naar verwachting € 51.109.788 kost. Hierbij is geen rekening gehouden met de waarschijnlijkheid (kans) dat het risico zich voordoet. We bepalen de benodigde weerstandscapaciteit met behulp van een risicosimulatie, de zogenaamde Monte Carlo simulatie (statistische simulatie). Uitgangspunt hierbij is dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen en ook niet met een maximale omvang zullen optreden. Daarnaast heeft de gemeenteraad met de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2019 het uitgangspunt vastgesteld dat we 90% zekerheid willen hebben dat het beschikbare weerstandsvermogen toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit wordt het zekerheidspercentage genoemd. Uitgaande van het vastgestelde zekerheidspercentage van 90% is er een weerstandscapaciteit nodig voor de algemene risico’s van minimaal € 7.849.603. Dit wil concreet zeggen dat we met een zekerheid van 90% kunnen stellen dat een weerstandsvermogen van € 7.849.603 toereikend is om de risico’s af te dekken. Dit betekent dat de algemene reserve basis, die een stand heeft van € 9.322.914 heeft, voldoende groot is om de risico’s op te vangen. 5. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene Reserve basis Een organisatie loopt altijd risico’s.

Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, geven we weer door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve basis. Conform de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen bestemmen we deze reserve niet voor andere zaken. Naast deze Algemene Reserve basis zijn er ook nog overige middelen die we ook gebruiken om mogelijke niet begrote kosten - die onverwacht en substantieel zijn - te dekken. Daarvoor komen de volgende onderdelen in aanmerking: • Vrij besteedbare reserves: de ‘Algemene reserve vrij aanwendbaar’. • Post Onvoorzien: vanaf 2014 hebben we hiervoor in de begroting een bedrag van € 50.000 structureel opgenomen. • Stille reserves: de gebouwen en gronden die de gemeente in bezit heeft, vertegenwoordigen een zekere waarde. Wanneer de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde, is er sprake van stille reserves. Daarbij houden we er rekening mee dat we niet ieder eigendom (op korte termijn) kunnen verkopen. De omvang van de stille reserves is in 2017/2018 in beeld gebracht en bedroeg toen circa € 50 miljoen (inclusief pachtgronden). Deze gelden zijn niet op korte termijn beschikbaar.

Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen houden we dan ook geen rekening met (eventuele) stille reserves. 6. Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen in hoeverre het weerstandsvermogen toereikend is, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekeningswijze hiervan is als volgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit De Provincie Limburg bepaalt op basis van de ratio weerstandsvermogen of de beschikbare weerstandscapaciteit van een gemeente toereikend is. In onderstaande tabel staat opgenomen hoe de Provincie de weerstandsnorm classificeert

Waardering A B C D E F

Weerstandsnorm Ratio Betekenis > 2,0 Uitstekend 1,4 - 2,0 Ruim voldoende 1,0 - 1,4 Voldoende 0,8 - 1,0 Matig 0,6 - 0,8 Onvoldoende < 0,6 Ruim onvoldoende

98

Bij de tweede bijstelling begroting 2020 hebben wede benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene reserve basis verhoogd naar € 9.322.914. De ratio is, uitgaande van de stand van de algemene reserve basis voor de begroting 2022, € 9.322.914/ € 7.849.603 = 1,19. Dit zit tussen de gestelde norm van 1,0 – 1,4 en is daarmee conform ons beleid van voldoende hoog niveau. 7. Kengetallen Kengetallen

1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden muv kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen 3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva

Jaarrek. 2020

46%

90%

89%

85%

77%

73%

81%

A

39%

82%

82%

77%

71%

66%

72%

A

24%

16%

16%

17%

17%

18%

28%

C

1%

2%

0%

-4%

-6%

-6%

5%

A

3,4%

1,3%

0,5%

0,4%

1,0%

0,4%

-1,0%

A

105%

104%

104%

104%

102%

100%

100%

B

4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten 5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten 6. Belastingcapaciteit = (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen - eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Gestelde Risico 2021 2022 2023 2024 2025 norm*) categorie provincie

*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 26-11-2019 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen. Normering van de kengetallen opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincies (GTK 2020 gemeenten). Via het vernieuwde gemeenschappelijk toezichtkader van de provincies zijn de onderstaande normeringen voor de kengetallen vastgesteld. Hierbij zijn 3 categorieën onderscheiden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C is het meest risicovol. Kengetallen Categorie A Netto schuldquote < 90% Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte < 90% geldleningen Solvabiliteitsratio > 50% Grondexploitatie < 20% Structurele exploitatieruimte > 0% Belastingcapaciteit < 95%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10607085/3