CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Evaluatie Beleidsvisie Rondkomen 2021-2025

Algemene Raadscommissie - Raadzaal 25 maart 2025, gemeente HoornBij agendapunt: Meningvormende bespreking beleid Rondkomen 2026-2030 (portefeuillehouder Hakhoff)22.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 23 van 61

Inwoners proactief benaderen Inzet op vroegsignalering zorgt ervoor dat er steeds meer inwoners met (beginnende) schulden in beeld komen bij de gemeente. Soms wordt een inwoner niet direct bereikt, maar wordt er later door de inwoner alsnog contact opgenomen voor hulp. Alle binnengekomen signalen in RIS worden gefilterd en omgezet naar meldingen. Onjuiste signalen8 worden er uitgefilterd en niet opgepakt. De juiste signalen worden omgezet in een dossier op persoonsniveau; dit is een melding. Alle meldingen worden opgepakt. Het aantal meldingen is vanaf 2021 toegenomen tot 2.551 meldingen in 2023. Het type melding bepaalt de opvolging, dit kan een sms, e-mail, kaart, telefonisch contact of een huisbezoek zijn. Hiervoor is een afwegingskader opgesteld. Bij een huurachterstand of meerdere betalingsachterstanden tegelijkertijd volgt altijd een huisbezoek. Na 2021 is meer ingezet op huisbezoeken en minder op telefonisch contact. Dit is terug te zien in de verdeling van de acties (zie figuur 7). Ten opzichte van 2021 zijn in 2023 180 extra huisbezoeken afgelegd (2021: 313 huisbezoeken; 2023: 493 huisbezoeken). In de jaren 2021, 2022 en 2023 zijn in totaal ruim 7.000 meldingen opgepakt en hiervan zijn bijna 700 inwoners daadwerkelijk bereikt9 (zie figuur 8).

Ondanks alle ondernomen acties ligt het uiteindelijke bereik van de vroegsignalering laag ten opzichte van het landelijk gemiddelde. In 2023 reageerde 9% van de benaderde inwoners in Hoorn met een betalingsachterstand op een actie van de gemeente. In Nederland werd in 2023 bij gemiddeld 20,5% van de meldingen succesvol contact gelegd. Hoorn blijft daarachter. Van alle gemeenten had 22% een bereik dat lager lag dan 10%.10 In vergelijking met de grotere gemeenten met een stedelijke problematiek zijn de verschillen tussen Hoorn en die gemeenten wel een stuk kleiner. Vanwege het beperkte zicht op aantallen is hier niet eerder op gemonitord; er wordt gewerkt aan een betere rapportage. Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken, moet gestuurd worden op een zo effectief mogelijk afwegingskader.

Figuur 7. Verdeling meldingen naar type actie. Bron: Xxllnc Vroegsignalering, bewerking gemeente Hoorn.

Figuur 8. Bereik van vroegsignalering. Bron: Xxllnc Vroegsignalering, bewerking gemeente Hoorn.

8 Bijvoorbeeld omdat de inwoner al wordt geholpen door de gemeente of omdat de persoon geen inwoner meer is van de

gemeente. 9 Dit betekent dat een inwoner heeft gereageerd op een contactpoging van de gemeente. Het resultaat hiervan is dat een inwoner hulp of geen hulp wil. 10 Bron: Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden, Jaarrapportage 2023. Pagina 24 van 61

Naast het benaderen van inwoners via RIS zijn er nog andere manieren om inwoners proactief te bereiken. Bijvoorbeeld door de inzet van communicatie (zie hoofdstuk 5). Ook vrijwilligersorganisaties dragen bij aan dit bereik. Er is nog weinig zicht op de daadwerkelijke effecten en resultaten hiervan. Er wordt gewerkt aan het maken van betere werkafspraken hierover, dit blijft een aandachtspunt in de volgende beleidsperiode. Deelconclusie Ondanks de daadwerkelijk uitgevoerde inzet op vroegsignalering vanuit het RIS-systeem is, vergeleken met andere gemeenten, het bereik relatief laag. Terwijl tegelijkertijd blijkt dat de schuldenproblemen in Hoorn toenemen. Dat is een belangrijk aandachtspunt voor de volgende beleidsperiode. Ook de vrijwilligersorganisaties dragen bij aan het bereik van inwoners, zij zijn belangrijke partners in het vergroten van het bereik van armoederegelingen en doorverwijzing bij schulden. Het versterken van de rol van vrijwilligersorganisaties is een belangrijk aandachtspunt.

Opvolging van de meldingen De opvolging van de meldingen vanuit Intermaris en de informatie-uitwisseling tussen de gemeente en Intermaris lopen nog niet goed. Dit kwam naar voren in het gesprek over deze evaluatie dat is gevoerd met Intermaris, zie ook paragraaf 4.3 voor de feedback vanuit de verschillende gemeentelijke partners. Intermaris geeft aan te investeren om wanbetaling vroeg te ondervangen en escalatie van betalingsproblemen te voorkomen door ook zelf veel huisbezoeken uit te voeren. Signalen van Intermaris zijn voor de gemeente vervolgens aanleiding om inwoners te benaderen. Dat kan gebeuren op verschillende manieren, telefonisch, per app of met een huisbezoek. Het probleem in het samenspel rond de vroegsignalering is dat Intermaris nauwelijks inzicht krijgt in wat de gemeente doet met meldingen vanuit Intermaris. Buiten een vinkje in RIS dat iemand wordt afgemeld. De reden die de gemeente aanvoert om zich terughoudend op te stellen ten aanzien van informatieuitwisseling, heeft te maken met het zorgvuldig om willen (en moeten) gaan met cliëntgegevens, in lijn met privacyregelgeving. Maar de gemeente heeft de eigen handelswijze in dit geval niet goed toegelicht en heeft in 2023 ook het lopende casusoverleg abrupt stopgezet. Er is volgens Intermaris, juist vanuit het belang van de cliënt, wettelijk ook wel degelijk ruimte om informatie uit te wissen.

Er zijn ook andere gemeenten, zo ervaart ook Intermaris, die wel de ruimte zoeken om elkaar goed te informeren. Als er geen terugkoppeling is vanuit gemeente over de opvolging van RIS-meldingen, dan gaat het proces aan corporatiezijde door. Het gaat dan richting deurwaarder en uiteindelijk richting vonnis en uithuiszetting. Dan komt het probleem dus weer terug bij de gemeente. In de fase dat uithuiszetting dreigt, probeert de gemeente Hoorn alsnog om dat te voorkomen. Het pleidooi van Intermaris is: gemeente, kom eerder in actie en werk daarin samen. Daar ligt immers de essentie en de meerwaarde van vroegsignalering. En waar het gaat om informatie-uitwisseling is het, zo geeft Intermaris aan, de gemeente zelf die in gebreke blijft bij het inzicht bieden in cijfers. Vanuit Over Rood en vanuit Zuidweg & Partners (schuldhulpverlening voor ondernemers) is er richting Intermaris nog geen terugkoppeling of verantwoording, terwijl het ook bij ondernemers kan gaan om huurders van Intermaris. Schuldhulpverlening door Over Rood is overigens pas heel recent gestart.

Pagina 25 van 61

Deelconclusie Intermaris lijkt met goede redenen de vinger op een zere plek te leggen. Er is te weinig wederkerigheid in de informatie-uitwisseling (dat punt komt ook bij de andere partners terug, zie paragraaf 4.2) en als de gemeente niet bereid is de ruimte te benutten die er, ook binnen de privacywetgeving, wel te creëren is, gaat dat ten koste van de mogelijke meerwaarde die vroegsignalering voor beide partijen kan hebben. Dit is, zeker gezien het matige bereik van inwoners met problemen, een belangrijk aandachtspunt voor de volgende beleidsperiode.

Hulp bij creëren overzicht Inwoners met een hulpvraag worden geholpen bij het creëren van overzicht. Medewerkers hebben een training budgetcoaching gevolgd, om hier meer hulp bij te kunnen bieden. Er wordt gebruikgemaakt van kasboeken van het NIBUD. De tools hiervoor kunnen worden uitgebreid. Indien nodig is een vrijwilliger ingezet. Er zijn hierover geen data beschikbaar. Deelconclusie Medewerkers hebben meer tools nodig om budgetcoaching zo goed mogelijk in te kunnen zetten, dit is een aandachtspunt voor de volgende beleidsperiode.

Rondkomen checks Bij het creëren van overzicht wordt gekeken of een inwoner gebruikmaakt van alle beschikbare voorzieningen. Ook vrijwilligersorganisaties zijn op de hoogte van de landelijke en lokale regelingen en brengen dit ook onder de aandacht bij inwoners en nemen dit mee in gesprekken. Over lokale ontwikkelingen en regelingen worden ze geïnformeerd via gemeentelijke communicatiekanalen. Er zijn geen data over aantallen beschikbaar. Deelconclusie Rondkomen checks kunnen op dezelfde manier worden voortgezet. Dataverzameling over de inspanningen en resultaten vormt een aandachtspunt voor de komende beleidsperiode.

Bereken uw recht De tool ‘Bereken uw recht’ geeft informatie over de toeslagen waar een inwoner recht op heeft. De link naar deze tool staat op de website van de gemeente Hoorn, maar deze is wel moeilijk te vinden. Er kon voor het eerst gebruikgemaakt worden van ‘Bereken uw recht’ in augustus 2021. Het nadeel van deze tool is dat dit alleen over landelijke toeslagen gaat. Het geeft dus niet een compleet beeld voor de inwoner. Over de effecten van de beschikbaarheid van deze tool is geen informatie beschikbaar. In augustus 2021 is de link pas op de website geplaatst. Dit verklaart het relatief lage aantal in 2021, namelijk 157. In 2022 is er veel gebruikgemaakt van de tool, namelijk 1.121 keer. In dat jaar is er ook een campagne geweest. Het aantal gebruikers is echter in 2023 weer afgenomen, naar 481. Deelconclusie De tool ‘Bereken uw recht’ is wel gebruikt, maar het gebruik fluctueert sterk. Er moet onderzocht worden of deze tool in de volgende beleidsperiode nog ingezet moet gaan worden.

Pagina 26 van 61

VoorzieningenWijzer De implementatie van de VoorzieningenWijzer is op het moment van evaluatie nog bezig. Er was eerder vanuit de organisatie geen capaciteit beschikbaar. Recent hebben de vrijwilligersorganisaties Humanitas en SchuldHulpMaatje aangegeven een rol te willen spelen in de uitvoering van de VoorzieningenWijzer. Hier wordt momenteel vervolg aangegeven met hulp van een projectleider. Als voorloper van de VoorzieningenWijzer is SchuldHulpMaatje West-Friesland in 2024 gestart met de inzet van de ‘potjescheck’ op locatie. Dit geeft inwoners inzicht of zij nog recht hebben op regelingen of toeslagen om hun inkomen aan te vullen. Deelconclusie Humanitas en SchuldHulpMaatje West-Friesland willen een rol vervullen in het gebruik van de VoorzieningenWijzer door inwoners. Het lijkt raadzaam om te starten met adviesgesprekken met huurders van Intermaris.

3.3.3 Financiën Begroot

Werkelijk

30.000

27.751

25.000 20.000

16.800

15.000

13.000 9.928

13.000 10.716

10.000 5.000 2021 Figuur 9. Vroegsignalering.

2022

2023

In de begroting is rekening gehouden met € 13.000 structureel (en met incidentele kosten van € 3.680 in 2021) voor het RIS-systeem. In 2022 is ook de licentie Schuldhulpverlening op dit budget verwerkt. De fluctuatie in de uitgaven lijkt voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de gevolgen van de coronapandemie.

Pagina 27 van 61

3.4 Inkomensondersteuning Ambitie uit de Beleidsvisie Rondkomen Inwoners die dat willen, worden geholpen naar een zo onafhankelijk en zelfstandig mogelijk bestaan, zonder financiële zorgen.

3.4.1 Interventies

Figuur 10.

3.4.2 Toelichting op de interventies Bij de Beleidsvisie Rondkomen is in maart 2021 ook de Verordening inkomensondersteuning van de gemeente Hoorn vastgesteld. Het aantal inwoners dat een of meerdere inkomensondersteunende voorzieningen van de gemeente ontving, steeg tussen 2021 en 2023 van 2.500 naar 2.900 inwoners. Dit is een procentuele toename van 16%. Het gaat hierbij om de regelingen uit de bijzondere bijstand, uitgekeerd door de gemeente, waarbij de energietoeslag, de TONK, leefgeld voor Oekraïense ontheemden en de collectieve ziektekostenverzekering buiten beschouwing zijn gelaten. Om een beeld te krijgen van de

Pagina 28 van 61

zogenaamde ‘dekkingsgraad’11, die een indicatie geeft van het gebruik van de regelingen, is het aantal huishoudens met inkomensondersteunende voorzieningen verstrekt door de gemeente (exclusief de eerdergenoemde categorieën) afgezet tegen het aantal huishoudens. Tussen 2021 en 2023 is dekkingsgraad gestegen met 5% (van 57% naar 62%). Zoals ook in het rekenkameronderzoek werd benoemd, is het de vraag of nog meer inwoners kunnen worden bereikt met nog beter op de doelgroepen afgestemde informatie en communicatie. Dit geldt vooral voor die inwoners die financieel zwak staan en zonder ondersteuning in de schulden dreigen te raken. Bijzondere bijstand Bij bijzondere bijstand gaat het om bijstand voor uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan die iemand niet vanuit het eigen inkomen of vermogen kan voldoen. De achterstanden die er bij aanvang van de beleidsperiode nog waren, zijn weggewerkt door het team Inkomensondersteuning met behulp van tijdelijke inhuur van extra menskracht. Nu wordt door sturing op de werkvoorraad voorkomen dat er opnieuw achterstanden of lange wachttijden ontstaan en er wordt voor gezorgd dat beschikkingen binnen de wettelijke termijn worden verstrekt. Als inwoners een brief of beschikking ontvangen, worden zij gewezen op de bestaande mogelijkheden voor inkomensnondersteuning.

Het proces Bijzondere Bijstand is opnieuw ingericht voor regie-applicatie MensCentraal, waardoor de stappen beter zijn vastgelegd en betrouwbare informatie uit het systeem kan worden gehaald. Het aantal inwoners dat een vorm van bijzondere bijstand ontvangt, blijft jaarlijks stabiel. Mogelijk kan er meer automatisch worden verstrekt, dat is nu niet doorontwikkeld. Het aandeel in de bijzondere bijstand van bewindvoering is tussen 2022 en 2023 licht gedaald. Met het oog op deze evaluatie is ook gekeken naar bezwaar en beroep. Daarbij valt op dat er jaarlijks minder bezwaren tegen beslissingen over de bijzondere bijstand binnenkomen; het aantal is gedaald van 41 in 2020 naar 27 in 2024. Een constatering uit de jaarverslagen Bezwaarschriften Sociaal Domein is dat er soms te weinig tijd wordt besteed aan het van de hulpvraag onderzoek, waardoor er in de bezwaarfase uiteindelijk een andere beslissing wordt genomen. Verder blijkt dat het bij de energietoeslag niet mogelijk is om op het aanvraagformulier bijzonderheden aan te geven, die bijvoorbeeld aanleiding zouden kunnen geven tot toepassing van de hardheidsclausule in de beleidsregels.

Deelconclusie Aandachtspunt is om te onderzoeken of er meer automatisch kan worden verstrekt en of de toegang laagdrempeliger kan worden gemaakt. In paragraaf 4.3 komt de inzet van civiele beschermingsmaatregelen aan bod. Collectieve aanvullende zorgverzekering Een gemeente kan kiezen om een collectieve zorgverzekering aan te bieden aan haar inwoners, dit is categoriaal bijzondere bijstand. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen en hoge zorgkosten. In de gemeente Hoorn kunnen inwoners gebruikmaken van een collectieve zorgverzekering. Er worden twee pakketten van Univé aangeboden, ‘Compleet’12 (premiebijdrage van €20 per maand) en ‘Compleet

11 Dit is het aantal huishoudens dat inkomensondersteunende voorzieningen gebruikt, afgezet tegen het totaal aantal huishoudens

met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. 12 Dit bestaat uit een basisverzekering en een aanvullende verzekering met een extra uitgebreide tanddekking. Pagina 29 van 61

plus’13 (premiebijdrage van €30 per maand). Van de inwoners die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering kiest 67% voor het uitgebreide pakket waarin ook het eigen risico is meeverzekerd. In Hoorn heeft in 2023 ongeveer 44% van de doelgroep een collectieve zorgverzekering. Landelijk was dit in 2020 rond de 36%.14 Door de verlaging van de inkomensnorm van 130% naar 120% per 2021 is het aantal deelnemers in Hoorn afgenomen van 3.318 in 2021 naar 3.068 in 2023. In 2023 is een heronderzoek uitgevoerd naar alle deelnemers om te beoordelen of er rechtmatig gebruik werd gemaakt van de collectieve zorgverzekering. Uit de toets bleek dat 5% ten onrechte een verzekering had. Het proces is daarom aangepast en vanaf 2024 wordt er standaard vooraf getoetst of iemand recht heeft op de collectieve verzekering. De gemeente is niet verplicht om een collectieve zorgverzekering aan te bieden en ook de gemeentelijke bijdrage staat niet vast. Voor de volgende beleidsperiode zou onderzocht moeten worden of dit in deze vorm ingezet blijft worden en of de aangeboden pakketten aansluiten bij de zorgvraag van de inwoners. De collectieve ziektekostenverzekering is niet altijd gunstig voor de inwoners.

Deelconclusie Het aanbod rond de collectieve zorgverzekering moet in de volgende beleidsperiode opnieuw worden onderzocht om vast te stellen wat de meerwaarde ervan is ten opzichte van andere inkomensregelingen. Individuele inkomenstoeslag Iemand heeft recht op de individuele inkomenstoeslag als diegene al ten minste minimaal drie jaar aaneengesloten moet rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. Verder mag het vermogen niet boven de vermogensgrens uitkomen en de persoon in kwestie moet 21 jaar of ouder zijn en nog niet pensioengerechtigd. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is voor een alleenstaande € 400, voor een alleenstaande ouder € 500 en voor gehuwden/samenwonenden € 550. Figuur 11 laat zien dat er meer individuele inkomenstoeslagen zijn verstrekt. Dit komt vooral omdat het aantal statushouders met recht op deze toeslag is gestegen. Daarnaast zorgt de verhoging van de pensioenleeftijd ervoor dat inwoners langer gebruik kunnen maken van deze regeling. Ook zijn er meer toeslagen verstrekt aan zorgklanten. Het gros van deze groep bijstandsgerechtigden heeft recht op deze toeslag. De participatiecoaches informeren zorgklanten actief op deze toeslag tijdens gesprekken en ondersteunen bij het krijgen van de toeslag. Zij krijgen deze toeslag dus niet automatisch.

Bekeken kan worden in hoeverre dit gerealiseerd kan worden voor deze groep.

Figuur 11. Aantal inwoners met individuele inkomenstoeslag. Bron: gemeente Hoorn.

13 Dit is het pakket ‘Compleet’, met daarbij het eigen risico meeverzekerd. 14 Bron: BS&F-input van Minimascan Stimulansz. Vanaf 2020 is er geen update meer beschikbaar.

Pagina 30 van 61

Deelconclusie De regeling voor individuele inkomenstoeslag moet nog meer onder de aandacht worden gebracht bij de zorgklanten en er moet worden gekeken in hoeverre automatische verstrekking geregeld kan worden.

Studietoeslag Hierbij gaat het om hulp voor een inwoner die studeert en als gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te verwerven. Met ingang van 1 april 2022 is de wetswijziging Studietoeslag ingegaan. Het kabinet heeft van de studietoeslag een minimumbedrag gemaakt, dat alle gemeenten moeten uitkeren aan deze doelgroep. De gemeente Hoorn voert deze wettelijke regeling uit en hanteert daarbij de landelijk voorgeschreven bedragen. Het gebruik is de afgelopen jaren gestegen van negen inwoners naar 24 inwoners. Deelconclusie De studietoeslag moet worden voortgezet. Meedoenbudget Het meedoenbudget is bedoeld als stimulans voor weinig draagkrachtige inwoners om mee te kunnen doen aan de samenleving. De focus van het meedoenbudget ligt op sport-, culturele en educatieve activiteiten of een vergoeding van de kosten die deze activiteiten mogelijk (kunnen) maken. Maatwerk is hier in individuele gevallen mogelijk. De hoogte van het meedoenbudget is zowel voor volwassenen als voor kinderen in de afgelopen beleidsperiode hetzelfde gebleven. Het meedoenbudget voor volwassen is € 100,- en voor kinderen € 200,-. Het meedoenbudget is een doorontwikkeling van de sport- en cultuurstrippenkaart zoals die al voor de Beleidsvisie Rondkomen bestond, wat per 1 januari 2024 volledig gedigitaliseerd is. Het meedoenbudget wordt geladen op de HoornPas.

Hiermee is een efficiëntieslag gemaakt in de administratie en uitgifte van het Meedoenbudget. Wanneer de inwoner het meedoenbudget bij de organisaties gebruikt, wordt dit automatisch van de HoornPas afgeschreven en verrekend met de aanbieder. Dat voorkomt tijdrovende administratieve handelingen bij de aanbieder en tegelijk voorkomt het ook stigmatisering van de aanvrager. De aanvraagformulieren voor de regelingen vanuit inkomensondersteuning zijn in begrijpelijke taal, oftewel Helder Hoorns, omgezet. De werklast voor het beheren van het oude systeem lag primair bij de uitvoering, maar is met de digitalisering verplaatst naar informatievoorziening en wordt uitgevoerd door functioneel beheerders en data-analisten. Tot en met juli 2024 zijn aan 3.572 inwoners passen verstrekt. Voor een derde deel ging het om kinderen (1.229 kinderen van 3 tot en met 17 jaar). Dit is vanwege een nieuwe manier van registreren niet vergelijkbaar met de voorgaande jaren. Het gebruik van het meedoenbudget is gestegen van 2.173 gebruikers in 2021 naar 2.719 in 2023. De cliënten van WerkSaam met een bijstandsuitkering krijgen automatisch een meedoenbudget en datzelfde geldt inmiddels voor de inwoners die in beeld zijn vanuit de toeslagenaffaire.

Deelconclusie Met de wijziging van de eerdere sport- en cultuurstrippenkaart naar het meedoenbudget is beoogd om de eigenwaarde en het zelfbeschikkingsrecht van de inwoners te versterken en een efficientieslag te maken. Dit doel lijkt behaald. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat dit alsnog in de toebedeelde formatie voor het team Informatievoorziening wordt meegenomen (dat is nog niet gebeurd). Een doorontwikkel- en aandachtspunt voor de volgende beleidsperiode is de verdere uitbreiding van aanbieders. Pagina 31 van 61

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kan voor de onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Op de overige belastingsoorten wordt geen kwijtschelding verleend. Het aantal kwijtscheldingen is de afgelopen jaren licht toegenomen naar 1.580 in 2023. Via de digitale belastingbalie komen er jaarlijks meer aanvragen binnen. In 2021 waren dit er 498, in 2022 588 en in 2023 840. De kwijtschelding kan digitaal en fysiek, via een aanvraagformulier, door de inwoner aangevraagd worden. De samenwerking met het Hoogheemraadschap is zodanig dat de inwoner de belastingsoorten die daaronder vallen via de gemeente kan aanvragen; het team Belastingen voert dit uit. Na verstrekking van kwijtschelding in het ene jaar, wordt die voor het volgende jaar automatisch getoetst. NB Inwoners die via WerkSaam een bijstandsuitkering krijgen, kunnen niet aangemeld worden voor kwijtschelding. Dit loopt via het Inlichtingenbureau (SUWI-net). WerkSaam levert gegevens aan de Belastingdienst aan. Het Inlichtingenbureau brengt alle gegevens samen (ook van werkenden). De gemeente gebruikt het Inlichtingenbureau om te checken of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Het gaat bij kwijtschelding namelijk niet alleen om het inkomen, maar ook om vermogen.

Deelconclusie De regeling voor het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen moet worden voortgezet. Kindpakket Het kindpakket is een aparte voorziening gericht op kinderen van ouders/verzorgers met een laag inkomen. Het doel is om deze kinderen in staat te stellen mee te doen aan de samenleving. Bijvoorbeeld door deelname aan sport-, culturele en educatieve activiteiten, het behalen van een zwemdiploma, het beschikken over een computer of toegang tot de Hoornse kermis. Het gebruik is gestegen van 669 gezinnen in 2021 tot 766 gezinnen in 2023. In de afgelopen beleidsperiode zijn er een aantal wijzigingen in het kindpakket doorgevoerd om het voor de inwoner toegankelijker en laagdrempeliger te maken, bijvoorbeeld ten aanzien van het behalen van zwemdiploma’s. Enkele fracties van de gemeenteraad hebben in de afgelopen beleidsperiode de wens geuit om het bedrag van het kindpakket te verhogen. In hoofdstuk 6 wordt hier verder op ingegaan. Deelconclusie Toegang en registratie moeten verder worden vergemakkelijkt. Daarnaast is de wens om berdrag van het kindpakket te verhogen.

Maatwerkondersteuning Via aparte maatwerkondersteuning worden inwoners met financiële problemen/belemmeringen preventief geholpen. Of worden incidentele initiatieven, die de uitvoering van de beleidsvisie aanvullen of versterken, incidenteel gestimuleerd. In hoeverre maatwerk wordt ingezet is niet duidelijk, hierover zijn geen cijfers beschikbaar. Deelconclusie We hebben nog niet goed in beeld hoe vaak en in welke mate aan inwoners maatwerk wordt aangeboden en hoe de inwoners dit ervaren. Vertaling van de geleerde lessen naar een bredere inzet is een aandachtspunt voor de volgende beleidsperiode.

Pagina 32 van 61

Doorbraakmethode De Doorbraakmethode van Instituut Publieke Waarde is erop gericht is om knellende situaties waar inwoners in terecht kunnen komen door de toepassing van allerlei regels, te doorbreken. Het is een nieuwe standaard voor maatwerk. In de Kersenboogerd is de Doorbraakmethode in een pilot uitgevoerd. De conclusie na deze pilot is dat het niet wenselijk is om de methode te kopiëren. Het is beter om de aanknopingspunten die de deze tool biedt, te gebruiken om te komen tot een Hoornse methode. Erop gericht om situaties waarin mensen door regelgeving vast komen te zitten op te lossen. Deelconclusie De inzet is beperkt geweest tot een wijk. Het is aannemelijk dat, ook in Hoorn, een aantal inwoners ‘vastzitten’ in het systeem. Aanbeveling is om in de komende beleidsperiode de inzet, met gebruikmaking van de ingrediënten van de landelijke methode en de ervaringen in Kersenboogerd, in Hoorn breder door te zetten. Het is belangrijk hier dan ook de partners goed in mee te nemen.

3.4.3 Financiën In figuur 12 zijn de begroting en de werkelijke kosten van de inkomensondersteuning op hoofdlijnen weergegeven. Dit is het onderdeel binnen Rondkomen waarin verreweg het meeste geld omgaat. Voor bijzondere bijstand is niet voldoende budget. Dit komt voor een groot deel door het inboeken van de bestuursopdracht om de kosten van beschermingsbewind terug te dringen met structureel € 400.000 (in 2021 € 100.000, in 2022 € 200.000, in 2023 € 300.000 en structureel € 400.000 vanaf 2024). Hierdoor lopen de ramingen en de werkelijke uitgaven steeds verder uit de pas. Hierop is een nieuwe analyse noodzakelijk. Het aantal inwoners dat een vorm van inkomensvoorziening ontvangt, is stabiel. Dit geldt ook voor de uitgaven. De grootste kostenposten zijn de bewindvoeringskosten, de individuele inkomenstoeslag en de collectieve ziektekostenverzekering. Ondanks het voornemen om de kosten voor bewindvoering terug te dringen, is dit (nog) niet gelukt (zie paragraaf 4.3). Ook de aanvullende bijzondere bijstand voor jongeren onder de 21 jaar is een grote post. Deze wordt uitgevoerd door WerkSaam. In het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt deze vorm van bijstand opgenomen in de wet en valt het niet meer onder bijzondere bijstand.

Begroot 4.000.000 3.500.000

€3.398.666

Werkelijk

€3.598.036 €3.463.267 €3.260.488

€3.770.710

€3.000.310

3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0 2021

2022

2023

Figuur 12. Inkomensondersteuning.

Pagina 33 van 61

3.5 Hulp bij schulden Ambitie uit de Beleidsvisie Rondkomen Alle inwoners die dat nodig hebben, krijgen hulp bij schulden. De hulp is zo toegankelijk (laagdrempelig) mogelijk en voorziet inwoners (waaronder ondernemers/zzp’ers) met (problematische) schulden van perspectief op de kortste weg naar een schuldvrij bestaan.

3.5.1 Interventies

Figuur 13.

3.5.2 Toelichting op de interventies Algemeen Onderdeel van de Beleidsvisie Rondkomen is hulp bij schulden. De Beleidsvisie Integrale Schuldhulpverlening was specifiek hierop gericht. Pagina 34 van 61

Binnen 1.Hoorn is de keuze gemaakt dat medewerkers van schuldhulpverlening stedelijk opereren. Ook nemen ze niet zelf deel aan de spreekuren in de wijk. Dat vereist wel dat de medewerkers van 1.Hoorn die de spreekuren zelf doen, goed zijn toegerust om problematische schulden te herkennen en een passend traject aan de bieden. En dat vereist vervolgens ook een goed samenspel en goede informatie-uitwisseling tussen de medewerkers van 1.Hoorn onderling. In paragraaf 4.2 komt de feedback van enkele partners aan bod waarin zij aangeven dat in hun waarneming informatie binnen 1.Hoorn nog niet altijd goed wordt uitgewisseld. Het percentage huishoudens met problematische schulden is in Hoorn toegenomen van 8,3% in 2021 tot 9,5% in 2023 (zie figuur 14). Deze ontwikkeling is in lijn met de trend in Nederland. Gemiddeld liggen in Nederland de percentages wel iets lager, maar vergeleken met de sterk stedelijke gemeenten komen de cijfers in Hoorn meer overeen. Het aantal inwoners met een lopende zaak (alle vormen van schuldhulpverlening, ook preventief, bij elkaar opgesteld) is in Hoorn in de beleidsperiode daarentegen gedaald, van 1.145 in 2021 tot 977 in 2023 (zie figuur 15). Het aantal huishoudens dat per jaar een verzoek tot hulp heeft gedaan, is in 2022 (587) en 2023 (558) redelijk stabiel gebleven.

Gezien het feit dat de schuldenproblematiek in Hoorn groeit, blijft inzet op bereik een belangrijk aandachtspunt voor de volgende beleidsperiode.

1.400 1.200

1.145

1.049

1.000

977

800 600 400 200 2021 Figuur 14. Percentage huishoudens met problematische schulden in vergelijking met Nederland en sterk stedelijke gemeenten. Bron: CBS via Waarstaatjegemeente.nl.

2022

2023

Figuur 15. Aantal inwoners met schuldhulpverlening. Bron: gemeente Hoorn.

Het huidige registratiesysteem is verre van ideaal voor schuldhulpverlening. Dit komt de datakwaliteit niet ten goede. De manier waarop het registratiesysteem is ingericht, maakt het op dit moment erg lastig om betrouwbare conclusies te trekken. De cijfers zijn daarom indicatief van aard. Ook het proces is onvoldoende ingericht op de praktijk en op monitoring van resultaten, waardoor de cijfers geen valide beeld geven. Er valt dus op dit moment weinig te zeggen over de effecten en resultaten van de inzet op dit onderwerp. Dat is gedurende de beleidsperiode gesignaleerd en ook meermaals onderwerp van gesprek geweest, omdat het beschikken over sturingsinformatie nodig is om bij te kunnen sturen. Deelconclusie Informatie-uitwisseling binnen 1.Hoorn is, zeker omdat de medewerkers van team Rondkomen niet zelf aan de wijkspreekuren deelnemen, van vitaal belang. In die informatie-uitwisseling is volgens de partners verbetering nodig. Verder is het feit dat de schuldenproblematiek in Hoorn is gegroeid in de beleidsperiode, terwijl het aantal hulptrajecten is gedaald, een belangrijk aandachtspunt voor de volgende beleidsperiode.

Pagina 35 van 61

Passend hulpaanbod Alle inwoners die zich melden bij de gemeente (en in de wijken) en hulp vragen bij schulden, worden geholpen. De schuldhulpverlening is bereikbaar via (wijk)spreekuren, de website en telefonisch contact. Na de hulpvraag wordt de inwoner zo snel mogelijk geholpen. Doorlooptijden zijn nu nog niet uit de registratie te halen. Een hulpvraag van een inwoner die zich meldt bij de gemeente wordt altijd breed bekeken. Er wordt verder gekeken dan de gestelde hulpvraag en er wordt doorgevraagd op verschillende leefgebieden. Dit is onderdeel van de ‘basishouding’. Medewerkers hebben bij het aanbieden van een hulptraject de mogelijkheid om maatwerk toe te passen. Gedurende een schuldhulpverleningstraject werkt de gemeente Hoorn met een praatplaat, zodat de inwoners weten waar zij staan in het traject, wat de volgende stappen zijn en hoelang dat duurt. Het aanbod van schuldhulpverlening is niet vrijblijvend of oneindig en inwoners moeten zich houden aan de inlichtingen- en medewerkingsplicht. Als dit niet lukt, wordt de inwoner hierbij geholpen. Een deel van de medewerkers van 1. Hoorn hebben een training psychosociale problematiek herkennen gevolgd. Ook is er aandacht voor laaggeletterdheid. De website en brieven zijn en worden op B1-niveau geschreven en gesproken teksten, illustraties en communicatie worden aangeboden in verschillende talen.

Ook worden er animaties van de NVVK ingezet. Deelconclusie De gemeente heeft de voorgenomen stappen om toegankelijk en laagdrempelig hulp te bieden aan inwoners met schuldenproblemen gezet. 1.Hoorn is als toegangsafdeling ook aanwezig in de wijken met spreekuren. In die spreekuren is aandacht voor het signaleren van schuldenproblematiek en het doen van een passend aanbod, maar de medewerkers van team Rondkomen nemen niet zelf deel aan de spreekuren. De gemaakte organisatorische keuze is dat zij in een stedelijk team opereren en van daaruit hun collega’s van 1. Hoorn voeden met informatie. Daarom blijft een goede collegiale uitwisseling binnen 1.Hoorn in de komende beleidsperiode extra belangrijk.

Inzet schuldhulpverlening De schuldhulpverlening die de gemeente Hoorn inzet, voldoet volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de uitvoering aan de kwaliteitseisen van de NVVK. Sinds 2023 is de gemeente Hoorn als gecertificeerd lid toegelaten door de NVVK. De NVVK blijft in driejaarlijkse audits de uitvoeringskwaliteit toetsen. Het aanbod van schuldhulp kent, in navolging van de NVVK-richtlijnen, een volledige mix van verschillende schuldhulpverleningsproducten: stabilisatie (eerst zorgen dat er rust en overzicht komt), budgetbeheer, schuldbemiddeling, schuldsanering en nazorg. De gemeente zelf regelt, samen met de samenwerkingspartners de toegang tot de schuldhulp en bepaalt welke hulp passend is. De inzet van specifieke schuldhulpverleningsproducten wordt in opdracht van de gemeente uitgevoerd door Kredietbank Nederland en Zuidweg & Partners (voor specifieke schuldhulp aan ondernemers en zzp’ers). Figuur 16 geeft inzicht in de inzet van de verschillende schuldhulpverleningsproducten in de afgelopen beleidsperiode, ingezet door de Kredietbank Nederland.

Pagina 36 van 61

Figuur 16. Aantal inwoners met lopend product bij de Kredietbank. Bron: Kredietbank Nederland, bewerking gemeente Hoorn.

Hierbij valt het volgende op: • De totale inzet van de producten fluctueert: in 2021 waren het er 450, in 2022 472 en in 2023 405. • De meest ingezette producten over de drie jaar zijn: o Budgetbeheer, waarbij inwoners ondersteund worden om financieel verstandig en in lijn met hun inkomsten te handelen; o Budgetcoaching, waarin inwoners begeleid worden bij hun financiële gedrag en het maken van goede afwegingen daarbij. • Schuldbemiddeling en saneringskrediet zijn instrumenten om te werken aan een schuldenvrije toekomst. Het is een belangrijke doelstelling van schuldhulp om te zorgen dat mensen met een schone lei verder kunnen, zonder de zware last van onoplosbare schulden, die vaak een enorme impact hebben op het handelen van mensen, op hun maatschappelijke participatie en op hun welbevinden. Voor beide instrumenten geldt overigens dat het succesvol afronden van het traject veel vraagt van de inwoner in kwestie. Voor schuldbemiddeling geldt dat een inwoner zoveel mogelijk van de schulden aflost en anderhalf jaar moet rondkomen met minder geld. Voor schuldsanering geldt dat de inwoner nog maar te maken heeft met één schuldeiser (de Kredietbank). o De som van de inzet van beide instrumenten is gedaald (in 2021 was dat 223, in 2022 207 en in 2023 186. Dat betekent dus dat jaarlijks het aantal mensen dat met een schone lei verder kan, ook daalt.

o Het aantal schuldbemiddelingen is gestegen, terwijl het verstrekken van saneringskredieten is afgenomen. Landelijk wordt de inzet van saneringskredieten bepleit omdat dit voor de inwoner de snelste en eenvoudigste manier is om tot een schone lei te komen. Er wordt gekozen voor de meest passende schuldregeling. In Hoorn lijkt in de keuze voor de meest passende vorm van schuldregeling, een schuldbemiddeling vaak passender. Hoorn wijkt daarmee af van de landelijke trend. Dit is een aandachtspunt, ook in het overleg met de Kredietbank Nederland. NB De keuze voor de inzet van het product wordt gemaakt door de gemeente. De Kredietbank voert enkel uit. Een belangrijke overweging bij de inzet van schuldhulp is het maatschappelijk rendement van die hulp. Dat rendement is in meerdere landelijke onderzoeken aangetoond.15 Daarbij is het belangrijk om de volgende ‘trechter’ in het achterhoofd te hebben (zie figuur 17).

15 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening: een nieuw perspectief (NVVK 2022)

Pagina 37 van 61

Figuur 17

Slechts een heel beperkt deel (ongeveer 10%) van de mensen met betalingsachterstanden en schulden of risico daarop, wordt bereikt. Slechts een deel daarvan (ongeveer de helft) krijgt schuldhulp aangeboden. En van die mensen die schuldhulp krijgen, slaagt ook weer slechts een deel erin om met die hulp (schuldbemiddeling of schuldsanering) ook van die schulden af te komen, zodat ze met een schone lei verder kunnen. Het maatschappelijke rendement van de schuldhulp is juist dan hoog, wanneer mensen schuldenvrij verder komen. Uiteraard staan hier ook de kosten voor die hulp tegenover, die hoger worden naarmate het traject langer duurt en intensiever wordt. We komen hier in het hoofdstuk 6 op terug. Deelconclusie De gemeente Hoorn zet ten behoeve van schuldhulp een volwaardig pakket aan instrumenten in, dat voldoet aan de NVVK-kwaliteitseisen. Terwijl de schuldenproblematiek is toegenomen, is het aantal inwoners met een schuldhulpverleningstraject vanaf 2021 desondanks gedaald. Dat is een belangrijk aandachtspunt voor de komende periode. Opvallend is verder dat de inzet van saneringskrediet daalt, terwijl schuldbemiddeling stijgt. En dit terwijl sanering landelijk wel wordt gezien als de kortste en meest efficiënte weg naar een schuldenvrije toekomst. Ook dit een aandachtspunt voor de komende beleidsperiode.

Voor de NVVK-certificering geldt dat het belangrijk is die certificering ook voor de toekomst te borgen. Daarvoor moet Hoorn de komende jaren aantonen nog aan een aantal eisen te voldoen. Het memo dat het team Kwaliteit in overleg met de landelijke door NVVK ingehuurde auditor heeft opgesteld, kan daarvoor als leidraad dienen.

Stress-sensitieve hulpverlening Stress-sensitieve hulpverlening richt zich op het verminderen van stress bij de inwoner. Stress-sensitief werken is bekend bij de medewerkers en wordt ook al door medewerkers toegepast, als onderdeel van de basishouding, maar die toepassing gebeurt nog niet structureel. De inzet ervan wordt niet afzonderlijk geregistreerd. Dat moet onderdeel worden van de basishouding. Deelconclusie Stress-sensitief werken dient in de volgende beleidsperiode structureel te worden toegepast, als onderdeel van de basishouding. Daarbij is dan wel ook verdere training van medewerkers noodzakelijk.

Pagina 38 van 61

Voorkomen van vroegtijdige beëindiging en recidive Er wordt na het beëindigen van een schuldhulptraject op verschillende manieren geprobeerd contact te leggen met de inwoner. Er wordt per inwoner bekeken wat er nodig is. Nazorg is een belangrijk product. De inzet ervan kan recidive voorkomen. Een belangrijk gegeven uit landelijk onderzoek is dat mensen pas na het wegnemen van de enorme druk die problematische schulden met zich meebrengen, aanspreekbaar zijn op gedragsverandering. Na een schuldregeling of schuldsanering is de inwoner die erin slaagt het traject vol te houden en af te ronden, schuldenvrij en kan worden gestart met nazorg. De gemeente Hoorn biedt standaard wel enige nazorg aan, minimaal een gesprek in het jaar na afsluiten van het traject. De nazorg is erop gericht de inwoner voor te bereiden op zelfstandig financieel beheer en de financiële zelfraadzaamheid te versterken. Het onderdeel nazorg behoeft aandacht. Vrijwilligersorganisaties kunnen hier een rol in spelen. De vraag is of, gezien de kans op recidive, nazorg in de volgende beleidsperiode meer aandacht en nadruk zou moeten krijgen. Deelconclusie Het in beeld krijgen van recidive, het verbeteren van de registratie(mogelijkheden) op dat punt en het bieden van voldoende nazorg om zoveel mogelijk recidive te voorkomen, blijven belangrijke aandachtspunten voor de komende beleidsperiode.

Daarnaast liggen er kansen om op dit punt beter en nauwer samen te werken met vrijwilligersorganisaties.

3.5.3 Financiën Begroot

Werkelijk

800.000 €700.928 700.000 600.000 500.000

€510.000 €455.000

400.000 €304.101

€332.217

€358.079

300.000 200.000 100.000 -

2021 Figuur 18. Hulp bij schulden.

2022

2023

In de begroting is rekening gehouden met jaarlijks stijgende kosten voor hulp bij schulden. Voor de uitvoering van het beleid op schuldhulpverlening is € 425.000 in 2021 geraamd, € 450.000 in 2022 en € 480.000 in 2023. Dit is exclusief preventie en vroegsignalering. Wel is rekening gehouden met kosten voor ontwikkeling en innovatie voor hulp bij schulden, onder de naam ‘Schuldenlab Hoorn!’. Dit is € 30.000 in 2021 en structureel € 60.000 vanaf 2022. In 2023 zijn ook door het Rijk extra incidentele middelen van € 161.000 verstrekt voor de aanpak van armoede en schulden. De werkelijke uitgaven blijven achter bij de verwachte kosten. Dit sluit aan op het aantal inwoners met een schuldhulpverleningstraject dat vanaf 2021 is gedaald. Daarnaast zijn er tot en met 2023 nog geen kosten gemaakt voor het ‘Schuldenlab Hoorn!’. In 2024 worden uit deze kostenpost de VoorzieningenWijzer en Plinkr gefinancierd.

Pagina 39 van 61

4. Integrale samenwerking Ambitie uit de Beleidsvisie Rondkomen Een integrale aanpak zorgt ervoor dat inwoners beter geholpen kunnen worden. Dat gebeurt integraal vanuit 1.Hoorn. Tussen team Rondkomen van de gemeente Hoorn, de andere teams en de samenwerkingspartners van de gemeente wordt zoveel mogelijk verbinding gelegd.

4.1 Integrale samenwerking algemeen 4.1.1 Realisatie voorwaarden integraal werken Het vertrekpunt vier jaar geleden bij het opstellen van de Beleidsvisie Rondkomen was dat het team Rondkomen op dat moment al in de gemeentelijke organisatie was gepositioneerd. De manier waarop het team Rondkomen het best ingebed kan worden in de gemeentelijke organisaties, is de afgelopen jaren echter nog flink in beweging geweest. In de personele bezetting, de teamindeling en het teammanagement is veel veranderd en zijn meerdere keren aanpassingen doorgevoerd. In de beleidsvisie is voor wat betreft de sturing in de eigen organisatie en de samenwerking met maatschappelijke partners en opdrachtnemers expliciet de keuze gemaakt voor integraliteit in de aanpak, zowel intern als extern. In de realisatie daarvan zijn wel stappen gezet om intern en extern de voorwaarden te realiseren voor die integraliteit in de aanpak. Zowel intern als extern is dat maar gedeeltelijk gelukt. Terugkijkend is het realiseren van interne integraliteit in de aanpak een zoekend proces geweest. Een proces dat niet altijd soepel en coherent verliep en een proces waarin, om die integraliteit te realiseren, de komende beleidsperiode nog stappen gezet moeten worden.

4.1.2 Beleidstheorie ontbrak bij opstellen van de beleidsvisie Terugkijkend valt op dat er bij het opstellen van de beleidsvisie ambities zijn opgesteld die vervolgens onvoldoende zijn doordacht en onvoldoende concreet zijn uitgewerkt in het implementatieplan (dat gepaard ging met de beleidsvisie). Een beleidstheorie heeft als functie om inzichtelijk te maken waarom bepaalde inspanningen en maatregelen noodzakelijk zijn voor het realiseren van een maatschappelijk doel. Het opstellen van een beleidstheorie is daarom in het algemeen een goed hulpmiddel bij het formuleren van ambities en het stellen van doelen, door vooraf met elkaar goed te doordenken welke verwachte (positieve of ongewenste) effecten activiteiten en maatregelen kunnen hebben. En door vast te stellen van welke aannames de beleidsmaker uitgaat. Met het opstellen van een beleidstheorie wordt ook vooraf bedacht hoe er tijdens de beleidsperiode kan worden gemeten of beleid en uitvoering succesvol zijn. En op basis daarvan is dan vervolgens eventueel bijsturing mogelijk. Bij het opstellen van de beleidsvisie is destijds geen expliciete beleidstheorie opgesteld. Het achterwege laten van deze stap in het proces heeft er ook aan bijgedragen dat het onduidelijk was waarop gestuurd moest en kon worden. In de beleidsvisie was wel het voornemen opgenomen om jaarlijks te rapporteren.

Maar gaande de beleidsperiode moest nog bedacht moest worden welke prestatie-indicatoren daarbij gebruikt dienden te worden. En vervolgens bleek het uitermate moeilijk om die alsnog te formuleren op Pagina 40 van 61

basis van de gestelde ambities en doelen. En dus lukt het ook niet die te operationaliseren in het dashboard Rondkomen.

4.2 Integrale samenwerking intern Er is een stadsbreed volwaardig team Rondkomen binnen 1.Hoorn gerealiseerd. Tussen team Rondkomen en de andere teams vindt langs verschillende lijnen afstemming plaats. Rondkomen is een vast onderdeel in alle perspectiefplannen die 1.Hoorn opstelt voor hulpvragers. De andere teams van 1.Hoorn zijn geïnformeerd over de hulpverlening van team Rondkomen; hierdoor kan er snel worden doorverwezen. Ook wordt complexe casuïstiek besproken met zowel interne als externe collega’s, om zo een oplossing te vinden. Tussen team Rondkomen en de andere teams wordt periodiek afgestemd, evenals met WerkSaam. Ook is er afstemming met team Belastingen, team Wijkzaken, met de collega’s van Onderwijs, Sport, Cultuur en Economische zaken, Burgerzaken, KCC en met HR. Daar speelt ook beleid een actieve rol in. Bij het doorvoeren van organisatieaanpassingen leek in de eerste jaren van de afgelopen beleidsperiode de integraliteit eerder geen hoge prioriteit te krijgen. Bij het aanpassen van bijvoorbeeld de teamindeling en de positionering van team Rondkomen in 1.Hoorn leken toen vooral overwegingen vanuit bedrijfsvoering mee te tellen. In het afgelopen jaar zijn de teamindeling en de teamaansturing van het team Rondkomen nogmaals bijgesteld.

Hierdoor is er dus organisatorisch op papier inmiddels een betere uitgangspositie voor integraal werken binnen de gemeente gecreëerd, zoals een logischere teamindeling en een meer behapbare span of control voor de teammanagers. Het is echter te kort geleden om te zien of deze wijziging in teamindeling een betere uitgangspositie voor het integraal werken binnen de gemeente creëert. De doelen uit de Beleidsvisie Rondomen waren ambitieus. Om die te realiseren was een goed samenspel tussen de afdelingen dan ook een vereiste. We kunnen constateren dat er wel op meerdere manieren en meerdere malen vanuit de verschillende teams is geprobeerd tot dat benodigde goede samenspel te komen. Maar ook dat dat samenspel op veel punten niet goed genoeg was om tot de beoogde resultaten te komen. En ook dat er, mede door alle druk op beleid en uitvoering in de afgelopen jaren, nogal wat wrijvingen en knelpunten zijn ontstaan in dat samenspel. En een aantal van die knelpunten zijn hardnekkig en lijken ook te wijzen op onderliggende problemen.

4.2.1 Beleid en uitvoering De onderlinge samenwerking tussen beleid en uitvoering op het beleidsterrein Rondkomen en de samenwerking tussen het team Rondkomen en de teams Informatievoorziening en Kwaliteit waren in de beleidsperiode vaak nog verre van vloeiend. Er was in de afgelopen beleidsperiode regelmatig sprake van rolonduidelijkheid tussen beleid en uitvoering, waarbij verwachtingen over elkaars rol en inzet onduidelijk waren. Hierdoor verliep het samenspel niet optimaal, werd elkaars expertise onvoldoende benut en ontstonden ook wrijvingen en onderlinge verwijten. Deze knelpunten zijn gedurende de beleidsperiode al wel gesignaleerd en ook in gesprekken met medewerkers en teammanagers besproken, maar ze zijn niet opgelost. Er is dus de komende beleidsperiode meer nodig om dit samenspel structureel te verbeteren.

Pagina 41 van 61

4.2.2 Team Rondkomen en de ondersteunende afdelingen Het vooraf onvoldoende doordenken van beleidsvoornemens en beleidsdoelen had tot gevolg dat gedurende de beleidsperiode pogingen in het werk gesteld werden om alsnog tot monitoring en tot een goede kwaliteitsbewaking te komen. Daarin waren de teams Rondkomen (beleid en uitvoering), Informatievoorziening en Kwaliteit op elkaar aangewezen en van elkaar afhankelijk. Vanuit de verschillende teams is er dan ook geprobeerd om de beloofde monitoring voor elkaar te krijgen en ook om te komen tot een gerichte kwaliteitsbewaking, die beleid en uitvoering zou helpen om de kwaliteit te waarborgen. Achteraf kunnen we constateren dat dit niet goed gelukt is. Zo zijn er wel bouwstenen voor een dashboard ontwikkeld en heeft ook de reguliere kwaliteitsbewaking met de beschikbare middelen wel plaatsgevonden. Maar het dashboard Rondkomen is nog onvoldoende geoperationaliseerd om daarmee goed inzicht te houden in resultaten en maatschappelijke effecten van de dienstverlening. Het uitvoeren van een goede en gerichte kwaliteitsbewaking was uitermate moeilijk, omdat de basisvoorwaarden daarvoor grotendeels ontbraken. Goed ingerichte systemen, waarin rekening wordt gehouden met kwaliteitsbewaking, was een van die voorwaarden. En daar was niet aan voldaan. En over hele linie gekeken is daar op veel punten nog steeds niet aan voldaan.

Dat vergt namelijk het bouwen van een nieuw systeem. Tot nu toe is daar geen prioriteit aan gegeven of kon daar geen prioriteit aan worden gegeven. Daardoor ontbrak een helder inzicht in de kwaliteit van de dienstverlening en ontbrak voor de uitvoerende teams vervolgens gerichte informatie over de punten die verbetering behoeven. Het is voor medewerkers in alle betrokken teams frustrerend dat deze situatie al zo lang duurt. Wel is er bijvoorbeeld voor het systeem voor inkomensregelingen een grote stap vooruit gezet, door bij de nieuwe inrichting van dit systeem alle benodigde collega’s te betrekken. In dit hele proces speelden systemen registratie een belangrijke rol. In de afgelopen jaren zijn regelmatig knelpunten in de organisatie en knelpunten rond registratiesystemen ervaren en ook gesignaleerd. Daarbij ging het onder meer om gebruiksonvriendelijkheid van systemen, onduidelijkheid in registratieverplichtingen en beperkingen in registratiemogelijkheden. Je kan niet uit een systeem halen wat er niet in zit. Deels konden die knelpunten in onderling overleg worden opgelost. Voor een belangrijk deel lukte dat echter niet en moesten er voortdurend noodoplossingen worden bedacht. Ook werd vanuit het team Kwaliteit aangegeven dat de basis voor goede kwaliteitszorg nog steeds niet op orde is.

Vanuit het team wordt ook geconstateerd dat de structuur en coherente sturing die nodig zijn om de basis wel op orde te krijgen, nog te vaak ontbreken. Voor het realiseren van structurele oplossingen geldt dat alles valt of staat met een heldere projectopdracht en met het meegeven van de benodigde mandaten en faciliteiten aan die opdracht. Als structuur, coherente sturing en heldere projectopdrachten uitblijven, overheerst de waan van de dag. Dan kiest iedere medewerker – ook vanuit betrokkenheid – zijn eigen pad. Een ander belangrijk punt dat werd meegegeven, was ook dat het op onderdelen kan helpen als er externe expertise wordt ingebracht, zoals de KEY-groep, maar dat het uiteindelijk belangrijker is om als organisatie zelf te leren. De kennis en competenties zijn immers in huis.

Pagina 42 van 61

Waar de knelpunten niet in onderling overleg door de teams opgelost konden worden, zijn die ook geëscaleerd naar het managementniveau. Maar ook dat heeft, mede door capaciteitsgebrek, lang niet altijd geleid tot de gewenste verbeteringen en oplossingen. Beslissingen, heldere keuzes en prioriteitstelling bleven regelmatig te lang uit. Ten aanzien van de verbetering van registratiesystemen zijn de meeste knelpunten nog steeds niet opgelost, al zijn er wel eerste stappen gezet. Inmiddels zijn rond het thema inkomensondersteuning in samenwerking met een externe partij (KEY-groep) werkprocessen in kaart gebracht en handreikingen voor medewerkers opgesteld. Deze handreikingen zijn opgeleverd in het vierde kwartaal van 2024. Daarmee kan dan vervolgens ook een verbeterslag gemaakt worden in het dashboard Rondkomen. Daarmee is er in de beleidsperiode een vicieuze cirkel ontstaan. De gebrekkige registratiemogelijkheden en de onduidelijkheid in de registratieverplichting leidde tot gebrekkige registratie en matige registratiediscipline en dat alles leidde tot een prangend gebrek aan goede sturingsinformatie. Voor de kwaliteitsmonitors die er wel zijn, geldt dat een helder totaalbeeld over kwaliteit ontbreekt en dat de kwaliteitsbewaking weinig impact heeft op de borging en verbetering van kwaliteit.

Tot slot waren er problemen met overvolle agenda’s/werkvoorraad en/of capaciteitsproblemen bij verschillende teams in de beleidsperiode. Dit zorgde voor een ‘domino-effect’, in de zin dat tijdgebrek bij de ene afdeling leidde tot knelpunten bij andere afdelingen. Deelconclusies Er lijkt in de beleidscyclus sprake van een aantal gedragspatronen in de gemeentelijke organisatie die het gebrek aan reflectie in stand houden. Het verbeteren van het samenspel binnen het team Rondkomen tussen beleid en uitvoering en het samenspel intern met de teams Bedrijfsvoering, Informatievoorziening en Kwaliteit blijft dan ook een belangrijke uitdaging voor de komende beleidsperiode. Daarom is de aanbeveling om in de organisatie ook goed te kijken naar mogelijke onderliggende oorzaken (gerelateerd aan werkcultuur, sturing, heldere opdrachtverlening, scheppen van noodzakelijke voorwaarden) waardoor de beschreven fricties ontstaan zijn of in stand gehouden worden. Er lijkt een samenhang te zijn met de sterke uitvoeringsgerichtheid die de gemeente Hoorn kenmerkt, waardoor zaken vooraf onvoldoende doordacht worden en organisatorische voorwaarden onvoldoende aandacht krijgen. Dat wreekt zich vervolgens in de uitvoering van de beleidsvoornemens en daarmee ook in de samenwerking.

Ook kan het gebrek aan helderheid over rollen en taken en het gebrek aan coherente sturing in de hand werken dat ieder voor zich oplossingen zoekt en dat er onvoldoende gezamenlijkheid is in het werken aan structurele verbeteringen. Dat kan op termijn ten koste gaan van motivatie en werkplezier. Er kan en moet in de komende beleidsperiode vooraf beter worden nagedacht over de organisatorische voorwaarden die nodig zijn om de ambities te realiseren. In het ambtelijk en bestuurlijk samenspel is het een aandachtspunt dat bestuurders goed geïnformeerd worden over de uitvoering en dat er goed ambtelijk tegenspel is als bestuurders te ad hoc willen interveniëren in beleid en uitvoering.

Pagina 43 van 61

4.3 Externe samenwerking Maatschappelijke partners leveren in Hoorn een onmiskenbaar belangrijke bijdrage aan de doelstellingen van de beleidsvisie en zijn helpend bij het vergroten van het bereik. In het kader van deze evaluatie hebben we een aantal van de maatschappelijke partners gesproken over deze evaluatie en gevraagd naar hun duiding van de resultaten van de uitvoering van de beleidsvisie en hun commentaar en tips voor de samenwerking. Deze selectie van maatschappelijke partners is weergegeven in figuur 19.

Figuur 19. Partners gemeente Hoorn.

NB Naast deze partners zijn er meer maatschappelijke partners actief in de gemeente Hoorn, zoals de Voedselbank en de Kinderkledingbank. Het was echter niet haalbaar om alle partners te spreken voor deze evaluatie. Er zijn verschillen in de wijze waarop de gesproken organisaties zich verhouden tot de gemeente Hoorn: • Vrijwilligersorganisaties, zoals de Formulierenbrigade, de Voedselbank, de Kinderkledingbank, Stichting Leergeld, SchuldHulpMaatje en Humanitas, hebben een eigen missie en maatschappelijke agenda en vormen voor de gemeente een autonome samenwerkingspartner. Zij krijgen van de gemeente subsidie voor kosten die deze organisaties zelf niet kunnen dragen en/of de gemeente stelt noodzakelijke faciliteiten aan hen ter beschikking. • Intermaris is als woningcorporatie een eigenstandige partner en ook een natuurlijke samenwerkingspartner van de gemeente in het ruimtelijk domein en in sociaal domein (dus ook waar het gaat om aanpak van armoede en schulden). Intermaris is de belangrijkste partner voor de gemeente op het gebied van vroegsignalering.

• Partners die in opdracht van de gemeente een deel van de uitvoering op zich nemen, verhouden zich ook op eigen wijze tot de gemeente: o Stichting Netwerk is onderdeel van een professionele welzijnsorganisatie die een spilfunctie vervult in het sociaal domein op het terrein van welzijn en is op basis van een vaste subsidierelatie

Pagina 44 van 61

opdrachtnemer van de gemeente Hoorn. Stichting Netwerk, geeft ook uitvoering aan Stand-by en aan de Wijkinfopunten (met thuisadministratie, maatjes, hulp bij invullen formulieren). o Kredietbank Nederland voert in opdracht van de gemeente Hoorn (en voor veel andere gemeenten) de meer specialistische schuldhulptrajecten uit. • Beschermingsbewindvoerders opereren zelfstandig. De gemeente heeft geen directe zeggenschap over de instroom in beschermingsmaatregelen en over de uitstroom, maar kan daar met het zogenaamde adviesrecht wel enige invloed op uitoefenen. De gemeente Hoorn heeft, net als een aantal andere Nederlandse gemeenten, de keuze gemaakt om met behulp van een convenant goede samenwerkingsafspraken te maken met de voor de inwoners van Hoorn belangrijkste bewindvoerders. • WerkSaam voert als gemeenschappelijke regeling voor Hoorn en de andere West-Friese gemeenten de Participatiewet uit. WerkSaam is daarmee een onderdeel van de gemeentelijke organisatie. De inzet van al deze partners draagt in belangrijke mate bij aan de doelstellingen van de Beleidsvisie Rondkomen. Daartoe worden bovenstaande partners ook ondersteund door de gemeente in de vorm van subsidie en met het bieden van informatie en faciliteiten. Met al deze partners worden met regelmaat door de gemeente zogenaamde ‘accountgesprekken’ gevoerd, om de samenwerking te bespreken en om signalen op te halen.

Ook bestuurlijk is er contact. Het belang van de bijdrage die de bovenstaande organisaties leveren aan de uitvoering van de Beleidsvisie Rondkomen is deels af te lezen uit het aantal inwoners dat zij bereiken en aan de manier waarop ze dat doen (bijvoorbeeld door huisbezoeken). De grafieken daarover die zijn opgenomen in bijlage 1 bieden een inkijk in de bijdrage van de partners. Kanttekening is dat het op basis van de beschikbare informatie niet goed mogelijk is om een compleet beeld te geven van hun inspanningen en de resultaten daarvan. Hierna gaan we, op basis van de gesprekken die zijn gevoerd voor deze evaluatie, in op de aandachts- en verbeterpunten in de samenwerking. De beschermingsbewindvoerders nemen als gevolg van het feit dat de rechter gaat over in- en uitstroom een aparte plek in. In paragraaf 4.3 wordt de samenwerking met de bewindvoerders beschreven.

4.3.1 Reflectie op de samenwerking met de maatschappelijke partners Gedurende de beleidsperiode heeft tussen de gemeente en al deze partners regelmatig overleg plaatsgevonden in de vorm van het zogenaamde accountoverleg. Daarin kwamen ook taak- en rolverdeling aan de orde. Interne reflecties op de samenwerking Benutten van inzet vrijwilligers Uit de interne evaluatie blijkt dat er, kijkend naar een effectieve inzet van vrijwilligers, in de beleidsperiode aan de kant van de uitvoering sprake was van een zekere terughoudendheid in het samenwerken met vrijwilligers. Dat had te maken met onduidelijkheden of strubbelingen in de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen professionals en vrijwilligers. Kanttekening daarbij is dat een goede en complementaire taak- en verantwoordelijkheidsverdeling ook in andere gemeenten vaak een uitdaging is.

Pagina 45 van 61

Inmiddels heeft de gemeente voor het onderwerp Rondkomen een stap gezet om te komen tot een visie op het beter benutten van vrijwilligers. Daarvoor wil de gemeente ook de aanknopingspunten benutten die te vinden zijn in de gids ‘effectief samenwerken’ die halverwege 2024 is uitgebracht door de landelijk opererende Alliantie Vrijwillige Schuldhulpverlening (in samenspraak met de VNG). WerkSaam Kijkend naar uitvoering van armoedebeleid en schuldhulpverlening, vormt de eigenstandigheid van WerkSaam en de afstand die deze eigenstandigheid met zich meebrengt tussen gemeente Hoorn en WerkSaam, een extra uitdaging voor een goed samenspel op het beleidsterrein Rondkomen. Die knip in de uitvoeringsorganisatie stelt immers extra hoge eisen aan de informatie-uitwisseling en het samenspel. En die zijn nodig om te zorgen dat WerkSaam in zijn uitvoeringstaken richting bijstandsgerechtigden (waarin armoede en schulden belangrijke problemen zijn) de doelstellingen vanuit de Beleidsvisie Rondkomen goed uitvoert. De samenwerking met WerkSaam is wel structureel geborgd en er werd ook samengewerkt met het team Rondkomen in de afgelopen beleidsperiode.

Maar op het gebied van goede informatieuitwisseling over de schuldenaanpak en het meenemen van methodische ingrediënten in de dienstverlening aan de groep uitkeringsgerechtigden zijn betere afspraken nodig en is meer inzicht in de door WerkSaam bereikte resultaten nodig. Rol van accountmanager De rol van accountmanager, die als een verbindingsofficier met de partners zou fungeren, is tijdens de beleidsperiode gestopt. De functie van de accountmanager Rondkomen was bedoeld voor verbinding, samenhang en bevordering van de samenwerking tussen gemeente, organisaties, netwerken en (groepen) inwoners. De accountmanager gaf signalen af en focuste op het vergroten van het bereik. Ook zette de accountmanager zich actief in op het bereiken van de doelgroepen. De functie van de accountmanager speelde daarmee een centrale rol in de verbinding tussen de interne organisatie en de externe organisaties. De accountmanager was het aanspreekpunt voor externen met vragen en de aangewezen persoon om de juiste hulp/inzet effectief te organiseren. Verder speelde de accountmanager een cruciale rol in het verbinden van de beleidsvisie via een nauwe samenwerking in de implementatie met de stad. In de praktijk is de uitvoering van deze functie vastgelopen. De afspraken waren niet helder en de accountmanager had in de praktijk onvoldoende mandaat op inzet van capaciteit van de uitvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=fa4382bd-2827-4049-bba5-1b18e23b1e97