CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- Bestemmingsplan Stadsstrand bijlagen bij de toelichting

Algemene Raadscommissie - Raadzaal 13 september 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stadsstrand (Wethouder Helling)18.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zo min mogelijke beschadiging Er zijn verschillende manieren waarop de bruggen op het dijklichaam kunnen worden aangesloten. De voorgestane verticale staalplaat is de technisch haalbare oplossing die het provinciaal monument zo min mogelijk beschadigt. De enige oplossing die minder op het dijklichaam ingrijpt is een uitkraging (figuur 4), deze bleek echter technisch niet haalbaar. De doorbuiging van de brug wordt bij deze oplossingsrichting te groot waardoor er geen sprake is van een stabiel ontwerp. Toepassing van een uitkraging is om die reden technisch niet haalbaar gebleken.

3 Structuurvisie Hoorn: Ondernemende stad aan het blauwe hart (2012), p. 73.

Documentnummer

Pagina

AMMD-0017335

7 van 7

Figuur 4 Principe oplossing aansluiting brug d.m.v. een uitkraging (technisch niet haalbaar)

Overige oplossingen (zoals een oplegging) grijpen verder in op de dijk. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorgestelde verticale staalplaat de oplossing is die het provinciale monument zo min mogelijk beschadigd.

4.

Conclusie

Als onderdeel van het project stadsstrand Hoorn worden tussen de bestaande waterkering en de nieuwe waterkering (oeverdijk) drie bruggen gebouwd. De bruggen overspannen het water tussen de bestaande en de nieuwe dijk (tussenwater). Voor de bouw van deze drie bruggen is een omgevingsvergunning – monument benodigd, omdat ter hoogte van de bestaande dijk op het provinciaal monument wordt ingegrepen. In de voorliggende notitie is beschouwd in hoeverre voldaan wordt aan de criteria die in de Omgevingsverordening NH2020 zijn opgenomen. Met de bouw van de drie bruggen geeft de gemeente Hoorn invulling aan een belangrijk beleidsdoel om de kustzone van de stad te versterken en het recreatieve aanbod in de stad te verbreden/verruimen. In zoverre is er sprake van een openbaar belang (criterium 1). Specifiek voor de verkeersbrug geldt bovendien het veiligheidsbelang, omdat hulpdiensten bij een noodgeval via de brug snel op locatie aanwezig kunnen zijn. Verder zijn er voor de bruggen geen reële alternatieven die tot een mindere aantasting van het provinciale monument leiden (criterium 2). De verticale staalplaat, waarmee de brug op het dijklichaam wordt aangesloten, is de technisch haalbare ontwerpoplossing die het provinciaal monument zo min mogelijk aantast (criterium 3).

De aantasting van het provinciale monument wordt vanwege de kleinschaligheid (alleen ter hoogte van de drie bruggen) en tijdelijkheid (dijklichaam wordt grotendeels hersteld na uitvoering werkzaamheden) acceptabel geacht, omdat met het stadsstrand een belangrijk beleidsdoel van de gemeente Hoorn wordt verwezenlijkt. Gecombineerd met de dijkversterking wordt in de eindsituatie (oeverdijk, inclusief bruggen) de aantasting van het monument zo beperkt mogelijk gehouden. Er is sprake van een vergunbaar initiatief.

bestemmingsplan Stadsstrand

66

bestemmingsplan Stadsstrand

Bijlage 5 Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

67

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Projectomschrijving

Versterking Markermeerdijken

Documentnummer

AMMD-0016550

Bedrijfsonderdeel

Markt- en Productontwikkeling

Werkpakket

WP-01484 - PO wijziging inrichting stadsstrand Hoorn (fase 2, verkenningsfase)

Status

Definitief

Revisie

1.0

Revisiedatum

21-11-2021

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

2 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Beoordeeld (gereviewd) door (zie beoordelingsmatrix AMMD-002365): Naam

Functie

Patrick Bakelaar

Ecoloog AMMD

Melanie Ursem

Teamleider PPV

Vrijgegeven door (zie Vrijgavematrix AMMD-002365): Functie

Naam

Paraaf

Opsteller Valerie Kalle

Ecoloog

Controleur Senior Ecoloog

Wouter Roosen Controleur

TM MPO

Ben Castricum Vrijgever

Manager MPO

Celine IJsseldijk

Documenthistorie Revisie

Revisiedatum

Omschrijving

0.1

1/10/2021

Eerste concept

0.2

15/10/2021

Tweede concept

0.3

18/11/2021

Derde concept met informatie over ontheffingen

1.0

21/11/2021

Definitief

Bij afwezigheid van Celine IJsseldijk ondertekend Anita Willig-Kos

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

3 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Doel

6

1.3

Leeswijzer

6

2.

Analyse voorgaande onderzoeken

7

2.1

Voorgaande natuuronderzoeken

7

2.2

Uitgangspunten bij eerdere toetsing

10

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5

10 10 11 12 12

Technisch ontwerp Werkzaamheden Materieel Effecten bij de aanleg en beheerfase Conclusie uitgangspunten

3.

Plangebied actualisatie

14

3.1

Locatie en impressie plangebied

14

3.2

Beschrijving plangebied en werkzaamheden

15

4.

Gebiedsbescherming

18

4.1

Natura 2000 (Wet natuurbescherming)

18

4.1.1

18 18 18 19 19 20

4.1.2

4.2

Gegevens Markermeer & IJmeer Effecten en conclusie Fysieke effecten Stikstofdepositie Indirecte effecten

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

20

4.2.1 4.2.2

20 21

Gegevens Effecten & conclusie

5.

Soortenbescherming

22

5.1

Methode

22

5.2

Beschrijving per soortgroep

22

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

4 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

5.2.1

5.2.2

5.2.3

5.2.4

5.2.5

5.2.6

5.2.7

5.2.8

Planten Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie Grondgebonden zoogdieren Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie Vleermuizen Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie Vogels Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie Amfibieën Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie Reptielen Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie Vis 39 Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie Vlinders Bureaustudie Veldbezoek Effecten en conclusie

22 22 23 24 24 24 26 26 26 26 28 29 31 31 33 34 35 35 36 36 37 37 38 38 39 39 39 39 40 40 40

6.

Samenvatting

42

6.1

Gebiedsbescherming

42

6.1.1 6.1.2

42 42

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland

6.2

Soortenbescherming

42

7.

Literatuur

45

Bijlage 1 Toetsingskader

47

Bijlage 2 N2000 instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s)

51

Bijlage 3 Resultaten passende beoordeling

53

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

5 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Bijlage 4 Overzicht mitigatie- en compensatiemaatregelen (soortenbescherming)

54

Bijlage 5 Overzicht mitigerende maatregelen (gebiedsbescherming)

55

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

6 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

1. 1.1

Inleiding Aanleiding

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is verantwoordelijk voor het ruim 33 km lange dijkversterkingsproject van de Markermeerdijken. De uitvoering hiervan is gestart in 2019. Hiervoor zijn in 2018 de benodigde natuuronderzoeken afgerond in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) [lit. 1 t/m 9]. De houdbaarheid van deze onderzoeken is doorgaans drie tot vier jaar. Vandaar dat de reeds uitgevoerde onderzoeken tegen het einde van de houdbaarheid lopen. Daarbij zijn in de tussentijd enkele wijzigingen in het ontwerp opgenomen ter hoogte van Stadsstrand Hoorn. Zo is inmiddels voor Module 2 ‘Strand Hoorn’ een nieuwe gedetailleerd ontwerp voor het realiseren van diverse recreatievoorzieningen op de oeverdijk (de nieuwe primaire waterkering) gereed. In dit ontwerp zijn parkeerplaatsen, een zwemsteiger, paviljoen, kiosk, uitkijkpunt, speelterrein, fiets- en wandelpaden, toegangsweg en verlichting opgenomen, die in eerdere ontwerpen nog niet waren voorzien. Zodoende zijn de aanleg en gebruik van deze voorzieningen (het voornemen) nog niet getoetst aan de Wnb. Bij het realiseren van deze recreatievoorzieningen op Stadsstrand Hoorn kan er sprake zijn van ongewenst extra geluid, trillingen en verlichting gedurende de werkzaamheden. Door dit voornemen zal de recreatiedruk vermoedelijk toenemen met mogelijk verstoring van de huidige beschermde natuurwaarden als gevolg.

In de onderliggende actualisatie quickscan worden de effecten van het voornemen op de nabijgelegen beschermde natuurgebieden (N2000 en NNN) en op de soorten van de Wnb beschreven. Tevens zijn de juridische consequenties in beeld gebracht en wordt geadviseerd over de (mogelijk) benodigde vervolgstappen (ontheffingsaanvraag/mitigatie/compensatie).

1.2

Doel

Het doel van deze quickscan is om te toetsen: - welke effecten de werkzaamheden voor de realisatie en het gebruik van de recreatievoorzieningen op de oeverdijk hebben op: · beschermde gebieden (Natura 2000) in het kader van de Wet natuurbescherming; · het Natuurnetwerk Nederland (NNN); · beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming; - wat de consequenties van deze mogelijke effecten zijn in het kader van de natuurwetgeving en het natuurbeleid (ontheffings- en/of vergunningaanvraag in combinatie met mitigerende/compenserende maatregelen).

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 is de analyse over de voorgaande natuurtoetsen inclusief uitgangspunten. Hoofdstuk 3 beschrijft het plangebied en de geplande werkzaamheden. In hoofdstuk 4 wordt verkend of er effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden die vallen binnen de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland. Hoofdstuk 5 beschrijft per soortgroep of er in of nabij het plangebied beschermde soorten aanwezig zijn en wat de effecten van het voornemen op deze beschermde soorten Wnb zijn. In hoofdstuk 6 zijn de belangrijkste conclusies samengevat en in hoofdstuk 7 is de geraadpleegde literatuur weergegeven. In bijlage 1 is het toetsingskader in relatie tot de natuurwet- en regelgeving beschreven. Bijlage 2 t/m 5 beschrijven de belangrijkste resultaten van de voorgaande natuuronderzoeken uit 2018.

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

7 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

2.

Analyse voorgaande onderzoeken

In dit hoofdstuk is een analyse uitgevoerd van de voorgaande natuuronderzoeken- en toetsen voor het gehele project Versterking van de Markermeerdijken. De resultaten van deze natuurtoetsen worden hierin kort benoemd. Vervolgens is bepaald welke uitgangspunten in de natuurtoetsen van toepassing waren. De getoetste uitgangspunten zijn beschreven aan de hand van het technisch ontwerp, werkzaamheden en beoordeelde effecten bij de aanleg- en beheerfase.

2.1

Voorgaande natuuronderzoeken

Tabel 2.1 geeft een overzicht van de uitgevoerde natuuronderzoeken voor het voornemen van de 33 kilometer aan dijkversterking van de Markermeerdijken. Deze tabel geeft informatie over de geldigheid en de inhoud van de onderzoeken. Tabel 2.1 Overzicht van voorgaande natuuronderzoeken. Natuuronderzoek

Geldigheid (start-eind)

Toelichting

12/201512/2018

Doel van het onderzoek naar de verspreiding van beschermde en bedreigde soorten op en langs de Markermeerdijk, dat liep van 2009 t/m 2015, was om actuele verspreidingsgegevens te verzamelen die gebruikt zouden kunnen worden voor de onderbouwing van een ontheffingsaanvraag [lit. 4].

Soortonderzoeken Flora- en faunaonderzoek

Relevante resultaten: • Nabij het plangebied (Module 2- Strand Hoorn) zijn geen verspreidingsgegevens vastgesteld voor de diverse Wnb-soorten. Nader onderzoek kleine marterachtigen

07/201807/2021

Nader onderzoek naar de aanwezigheid van bunzing, hermelijn en wezel in de periode 2009-2016 om inzicht te krijgen in de verspreiding van deze soorten op en langs de Markermeerdijken voor een eventuele ontheffingsaanvraag [lit. 5]. Relevante resultaten: • De verblijfplaatsen zijn te verwachten op de dijktrajecten Durgerdam-Uitdam en SchardamWarder. Voor de bunzing is enkel beperkt foerageergebied te verwachten ter hoogte van Warder. Deze gebieden liggen niet in de omgeving van het huidige plangebied (Module 2Strand Hoorn).

Telgegevens nietbroedvogels

07/2017n.v.t.

Methode die gebruikt wordt voor het bepalen van aantallen watervogels inclusief ruimtegebruik in het Markermeer [lit. 10]. De resultaten waren niet specifiek (en relevant) voor het plangebied.

Analyse broedende vogels langs dijktraject

02/2017n.v.t.

NDFF analyse van broedende vogels langs het dijktraject van 2015 t/m 2016 [lit. 11]. De resultaten waren niet specifiek (en relevant) voor het plangebied.

07/201807/2021

Dit is een begeleidend document op de ontheffing die is aangevraagd en verleend door de Provincie Noord-Holland voor de soorten hermelijn, waterspitsmuis, noorde woelmuis, wezel en ringslang (kenmerk: 1073018/1134870). Door de werkzaamheden voor het realiseren van de Markermeerdijken wordt het leefgebied van deze beschermde soorten aangetast en/of verstoord. [lit. 1 & 9].

Soortenbescherming Soortbeschermingstoets

Relevante resultaten: • Het is nodig om mitigerende maatregelen te nemen om deze effecten te beperken;

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

8 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Natuuronderzoek

Geldigheid (start-eind)

Toelichting •

Versterking Markermeerdijken Activiteitenplan

Voor de ringslang zijn compenserende maatregelen nodig (zie Bijlage 4).

19-12-2019 - n.v.t.

Dit is een aanvulling op de ontheffing (kenmerk: 1073018/1134870) die beschreven staat in de soortbeschermingstoets [lit. 1] door nieuw voortschrijdend inzicht. Deze aanvullende ontheffingsaanvraag behandeld de volgende punten [lit. 8 & 7]: • RAVON heeft in 2019 onderzoek uitgevoerd op het traject van Katwoude naar Hoorn. Binnen dit werkgebied liggen twee overwinteringslocaties van de ringslang die door de werkzaamheden mogelijk worden aangetast. In kader van de Wnb geldt hiervoor een ontheffingsplicht. • In de eerdere verleende ontheffing [lit. 9] is geen ontheffing aangevraagd voor het aantasten van verblijfplaatsen van de rugstreeppad. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen van de rugstreeppad direct naast het werkterrein voorkomen. Het risico op betreden van het werkterrein door deze soort is daarom groter dan voorheen is ingeschat. Daarom is de rugstreeppad meegenomen in deze ontheffingsaanvraag. • In de oorspronkelijke ontheffing is aangegeven dat maatregelen getroffen kunnen worden om broedende vogels te voorkomen. De uitvoeringsmethode is gewijzigd (sproeien i.p.v. met kraan) waardoor de ondergrond veelal drijfzand betreft en dus slecht te betreden is. Het risico is groot dat broedende vogels niet voorkomen kunnen worden.

Voor enkele soorten is daarom ontheffing aangevraagd om de nestlocaties te verplaatsen of te verwijderen wanneer mitigerende maatregelen niet effectief zijn of niet uitgevoerd kunnen worden vanwege de ondergrond.

Definitief besluit Wnb aanvraag ontheffing ruimtelijke ingrepen

2/03/2020 tm 31/12/2027

Zaaknummer: OD.300247 • Ontheffing verleend voor [lit. 7]: Opzettelijk verstoren van de rugstreeppad (Wnb art 3.5, lid 2); • Opzettelijk vernielen of rapen van eieren van de rugstreeppad (Wnb artikel 3.5, lid 3); • Beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad (Wnb artikel 3.5, lid 4); • Opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de ringslang (Wnb artikel 3.10t, lid 1b).

Ontheffing Wet natuurbescherming soorten; project versterking Markermeerdijken

1/01/2019 tm 31/12/2027

Kenmerk: 1073018/1134870 • Ontheffing verleend voor [lit. 9]: Opzettelijk verstoren van de noordse woelmuis • Opzettelijk vernielen of rapen van eieren van de rugstreeppad (Wnb artikel 3.5, lid 3); • Beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad (Wnb artikel 3.5, lid 4); Opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de ringslang

07/201807/2021

Toetsing met betrekking tot het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer [lit. 2].

OntheffingenSoortbescherming

Gebiedsbescherming Voortoets & Passende beoordeling

Relevante resultaten: • Rekening houdend met de mitigerende maatregelen leidt het voorgenomen initiatief niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van dit Natura 2000 gebied (zie Bijlage 3)

Monitorings- mitigatie- en compensatieplan

07/201807/2021

Beschrijving van de maatregelen die worden genomen om aantasting op de huidige staat van instandhouding van de beschermde natuurwaarden te voorkomen en te beperken [lit. 6]. Relevante resultaten:

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

9 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Natuuronderzoek

Geldigheid (start-eind)

Toelichting •

Toetsing Natuurnetwerk Nederland & Weidevogelleefgebieden

07/201807/2021

Een overzicht van de genomen maatregelen in het plangebied zijn weergegeven in bijlage (zie Bijlage 5)

Onderzoek naar de effecten van het voornemen op NNN en Weidevogelleefgebieden. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Natuurverbindingen en Weidevogelleefgebieden is beschermd onder art. 25 van de provinciale ruimtelijke verordening [lit. 3]. Relevante resultaten: • Er wordt voldaan aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening (art.19, lid 3, onderdeel a) voor het NNN-netwerk. Er is sprake van groot openbaar belang, geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en voor de resterende effecten compensatie plaatsvindt. Tegenover het verlies van 15,9 ha van het NNN staat het realiseren van 42,2- 77,5 ha NNN. • Er wordt voldaan aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening (art. 25, lid 4) voor Weidevogelleefgebieden, mits er compensatie plaatsvindt. Voor 61,7 ha aan graslanden wordt de kruidenrijkdom, waterhuishouding, openheid verbeterd en verantwoord predatiebeheer toegepast.

Plan aanpak compensatie weidevogels

2018-n.v.t.

Er is berekend dat een totale omvang van 73,3 ha gerealiseerd moet worden voor de weidevogelcompensatie ten behoeve van het voornemen Versterking van de Markermeerdijken [lit. 12, 14, 13 & 15]. Relevante resultaten: • Hiervoor zijn 9 maatregelen opgenomen (bv. verflauwen 10 km talud, aanleg 14 ha plas dras, etc.).

Stikstofbeoordelingen Tijdelijke verandering stikstofdepositie (AERIUS berekening)

05/2018n.v.t.

Deze MEMO bevat een begeleidend schrijven en onderbouwing van de uitgangspunten welke gebruikt zijn voor de benodigde berekeningen voor de optimalisatie PAS (Programma Aanpak Stikstof) [lit. 17].

MEMO Permanente verandering stikstofdepositie

07/2018n.v.t.

AERIUS berekening voor permanente stikstof verandering door aanleg parkeerplaats met 500 plaatsen. De worst case uitgangspunten zijn hierbij gehanteerd (nieuw verkeer, 1000 verkeersbewegingen per etmaal, 50% file en ruime aanrijroute) [lit. 16]. Relevante resultaten: • Er zijn geen natuurgebieden met rekenresultaten die hoger dan de drempelwaarde zijn [lit. 16].

Ecologische effectenbeoordeling stikstofdepositie

07/2018n.v.t.

Ecologische beoordeling van de tijdelijke stikstof verandering als gevolg van de werkzaamheden voor het project Versterking van de Markermeerdijken. De volgende aspecten zijn hierin meegenomen: tijdelijke bijdrage van stikstofdepositie, bijdrage in ecologische context, ecologische effect van de bijdrage en effecten per N2000-gebied [lit. 18]. Relevante resultaten: • De bijdrage van de werkzaamheden is maximaal minder dan 0,05 mol N/ha/jr. • Van de beperkte hoeveelheid stikstof in de permanente situatie is bij voorbaat een ecologisch merkbaar en meetbaar effect uitgesloten. • Uit laatste berekeningen (02/2018) volgt dat de maximale stikstofdepositie gedurende de werkzaamheden (4 jaar) tussen de 0,05 en 0,12 mol N/ha/jr ligt. • Het ecologisch effect is als dusdanig beperkt beoordeeld vanwege de beperkte duur van de werkzaamheden (eenmalige depositie).

Overig

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

10 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Natuuronderzoek

Geldigheid (start-eind)

Toelichting

Effecten pluimverspreiding Markermeerdijken

2017- n.v.t.

Onderzoek naar de negatieve ecologische effecten (bv. vertroebeling) van de aanleg van geulen en tijdelijke depots voor het sediment transport [lit. 19]. Relevante resultaten: De ecologische effecten zijn het kleinst bij lozingen in de wintermaanden en het grootst in het voorjaar.

2.2 2.2.1

Uitgangspunten bij eerdere toetsing Technisch ontwerp

Het project Stadsstrand Hoorn omvat de gedetailleerde invulling van diverse recreatiedoelen op het meest noordelijke deel van de oeverdijk. De volledige oeverdijk behoort tot het grotere project Versterking van de Markermeerdijken. Een oeverdijk is een innovatieve manier van dijkversterking waarbij een zandlichaam voor de bestaande gronddijk wordt aangebracht met daartussen een watergang (tussenwater) [lit. 2] (Afbeelding 2.1). De oeverdijk vormt dan de primaire (versterkte) waterkering. Afbeelding 2.1 Schematische weergave van een oeverdijk [lit. 2].

2.2.2

Werkzaamheden

In de uitgevoerde natuurtoetsen is bij de beoordeling rekening gehouden met de volgende werkzaamheden en redeneerlijnen. In de aanlegfase geldt een instelperiode van 5 jaar na oplevering. Bij de uitvoering van een dijkversterking spelen globaal de volgende bijzonderheden [lit. 2]: - Er is rusttijd nodig voor het gefaseerd ophogen van het grondlichaam; - Er wordt extra compensatiegrond aangebracht voor de zetting. Ook wordt de zetting snelheid versneld door het toepassen van een tijdelijke verticale drainage; - De werkzaamheden vinden plaats in werkstroken met een breedte van 5 meter op het land en 50 meter op het water. De werkzaamheden aan de dijk bestaan in hoofdlijnen uit het volgende [lit 9]: • Verwijderen bestaande dijk, inclusief eventuele verharding, bebording, etc.; • Verwijderen van gras, bovengrond en klei, daar waar ophoging gaat plaatsvinden;

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

11 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

• • • • •

Aanbrengen van laagsgewijze grondlichamen; eventueel dempen van sloten en graven van nieuwe sloten; Zetting van de grondlichamen gedurende een half jaar tot een jaar; Verwijderen tijdelijke beschermingen en afgraven eventuele overhoogte; Herprofileren van de dijk en voorzien van kleibekleding; het buitentalud wordt voorzien vna harde steenbekleding; Aanbrengen, profileren en inzaaien van een laag bovengrond en daarna van verharding en van overige inrichtingselementen.

De volgende werkzaamheden zijn beoordeeld voor het realiseren van de oeverdijk [lit. 2]: - Transporteren van zand naar de verwerkingslocatie. · De aanvoer vindt plaats vanaf het water met beunschepen; · Transport van na lossen zand met hydraulische kranen op een grondpers naar verwerkingslocatie. Dit kan op twee manieren. Bij de eerste manier valt het geluid binnen de verstoring van overige werkzaamheden en bij de tweede manier valt het geluid binnen de verstoring van de transporten door schepen; · In sommige gevallen wordt de grondpers op max. 3 km uit de kust gesitueerd, waarna het zand door een zinkerleiding naar de verwerkingslocatie wordt getransporteerd. - Aanbrengen van zand onder de waterlijn met een sproeiponton; - Aanbrengen van zand boven water met behulp van hydraulische graafmachines en bulldozers; - Mogelijk aanbrengen van een kleilaag op de binnen berm; - Aanleggen van strekdammen, gedeeltelijk vanaf het water en gedeeltelijk vanaf het land. Eerst wordt zand aangelegd, na bepaalde zettingstijd wordt de strekdam geherprofileerd en afgedekt met een zink-of kraagstuk. Tot slot wordt steenbekleding aangebracht; - Aanbrengen vegetatie en overige inrichtingselementen, zoals een fietspad en een parkeerplaats voor auto’s

2.2.3

Materieel

Er wordt met divers grof materieel gewerkt: dumpers, graafmachines, bulldozers en asfalteermachines. Voor de aanvoer en opslag van materialen zullen tijdelijke faciliteiten worden gerealiseerd (Afbeelding 2.2). De werkzaamheden zijn gestart in 2019 met een werkvenster van 6:00 tot 23:00 uur. In de toetsing is rekening gehouden met de mogelijkheid om 24 uur per dag aan de oeverdijk te werken. De toetsing gaat ervan uit dat de werkzaamheden tegelijkertijd plaats kunnen vinden. In werkelijkheid worden de werkzaamheden als volgt gefaseerd: - Modules met langste uitvoeringstijd (inclusief zettingstijd) worden eerst uitgevoerd; - De uitvoering vindt plaats in ‘treintjes’ langs de dijk, waarbij de verschillende werkzaamheden kort achter elkaar door verschillende machines worden uitgevoerd; - De uitvoering vindt gelijktijdig in meerdere modules (of delen daarvan) plaats.

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

12 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Afbeelding 2.2 Overzicht van tijdelijke faciliteiten voor de aanvoer en opslag van materialen [lit. 2].

2.2.4

Effecten bij de aanleg en beheerfase

In Tabel 2.2 staan de beoordeelde effecten bij de aanleg- en beheerfase beschreven met aangenomen reikwijdte [lit. 2]. Tabel 2.2 Overzicht reeds getoetste relevante effecten [lit. 2]. Effect

Reikwijdte

Bij aanlegfase Ruimtebeslag

Ruimtebeslag nieuwe dijk en werkgebied (voorbelasting, toegangsgeul, loswal en depots)

Verstoring boven land door geluid en beweging

45 dB(A)-contour van de werkzaamheden

Verstoring onder water door geluid en beweging

Werkgebied en aangrenzende wateren

Verlichting (tijdelijk)

Werkgebied en aangrenzende wateren

Connectiviteit/versnippering

Afhankelijk van optredende effecten

Bij beheerfase Ruimtebeslag

Ruimtebeslag nieuwe dijk

Hydrologische effecten

Voorlanden tussen huidige en nieuwe dijk

Verstoring boven land door geluid en beweging

100- 500 meter van nieuwe recreatievoorzieningen: - 13% meer fietsers op delen met minimale aanpassing - 30% meer fietsers op delen met grote aanpassing [lit. 21]. - Recreatiestrand bij Hoorn - Parkeerplaats bij Hoorn (500 plekken)

Connectiviteit/versnippering

Afhankelijk van optredende effecten

2.2.5

Conclusie uitgangspunten

Onder Module 2 van het project Versterking van de Markermeerdijken staat een algemene omschrijving over de inrichting van het deel van de oeverdijk dat in het huidige plangebied ligt (zie hoofdstuk 3). Naast het Stadsstrand, dat komt te liggen tussen de Schouwburg en de Galgenbocht,

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

13 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

zullen er strekdammen (in totaal 6 stuks op de oeverdijk) en fiets- en wandelverbindingen aangelegd worden. Enkele strekdammen zullen beloopbaar gemaakt worden. De fiets- en wandelverbindingen zullen op de brede kruin van de oeverdijk gerealiseerd worden. Op het binnentalud van de oeverdijk wordt een parkeerterrein (500 plekken) aangelegd en er zullen twee bruggen tussen de bestaande dijk en de oeverdijk komen. Er wordt verder één kunstwerk gerealiseerd, genaamd ‘Inlaat Noord’, ter hoogte van dijkpaal 13 die het noordelijke tussenwater met het Markermeer verbindt [lit. 2]. Bij de uitgevoerde natuuronderzoeken zijn samengevat reeds de volgende onderdelen getoetst van Module 2 ‘Strand Hoorn’: - Aanleg en beheer van de oeverdijk; - Aanleg en beheer van strekdammen op de oeverdijk; - Aanleg van twee bruggen tussen de oeverdijk en oude dijk; - Aanleg en beheer van recreatievoorzieningen op de oeverdijk: · Recreatiestrand · Parkeerplaatsen (500 plekken) · Fiets- en wandelverbindingen In de volgende hoofdstukken worden de nog niet getoetste werkzaamheden beschreven en beoordeeld.

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

14 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

3.

Plangebied actualisatie

3.1

Locatie en impressie plangebied

Het plangebied is het noordelijke recreatie deel van de oeverdijk, onder project Versterking van de Markermeerdijken bekend als Module 2 (Afbeelding 3.1 & Afbeelding 3.2). Afbeelding 3.1 Locatie plangebied.

Afbeelding 3.2 Locatie plangebied gedetailleerd.

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

15 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

3.2

Beschrijving plangebied en werkzaamheden

Stadsstrand Hoorn ligt op de oeverdijk dat momenteel nog in de aanlegfase ligt van het project Versterking van de Markermeerdijken. In 2019 zijn de werkzaamheden aan de oeverdijk begonnen. Inmiddels is de oeverdijk zichtbaar en wordt er nog gewerkt aan de strekdammen. Het zand voor op de oeverdijk wordt in fases aangebracht in verband met de benodigde zettingstijd voor het garanderen van een sterke primaire waterkering. De verwachting is dat dit proces ten minste één jaar duurt [lit. 2]. De ecologische effecten van deze tijdelijke en permanente werkzaamheden zijn beoordeeld middels eerdere natuurtoetsen in 2018 (zie Hoofdstuk 2). Voor meerdere soorten zijn mitigerende maatregelen voorgeschreven, en voor de ringslang ook compenserende maatregelen. Het leefgebied van de ringslang valt echter buiten dit plangebied. Het gehele project vindt plaats onder ecologische begeleiding van deskundige ecologen. Binnendijks van de Westerdijk (oude dijk) ligt een woonwijk op ongeveer 50 meter afstand met sloten, een vijver naast de kinderboerderij en veel groenelementen (bv. laan van knotwilgen). De dijk heeft een grasbekleding die gedomineerd wordt door Engels raaigras. Het buitentalud van de dijk bestaat uit stortstenen waar ook diverse plantensoorten doorheen groeien zoals braam, wilgenroosje, riet, kattenstaart, Koninginnekruid en tongvaren.

Een impressie van het plangebied is weergegeven in Afbeelding 3.3 Afbeelding 3.3 Impressie plangebied.

Het voornemen voor het deelproject ‘Stadsstrand Hoorn’ waaraan getoetst wordt in deze quickscan betreft de aanleg van de volgende recreatievoorzieningen (Afbeelding 3.4):

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

16 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

-

Permanente verlichting (bv. rondom de parkeerplaatsen en andere recreatievoorzieningen) Een zwemsteiger Een uitkijkheuvel Een kiosk/ opstelplaats voor foodtruck Een toiletgroep te hoogte van de kiosk Een horecapaviljoen Sport- en speelterrein Toegangsweg Landschappelijke invulling in de vorm van een glooiend (duin)landschap

Voor de aanlegfase worden de werkzaamheden beoordeeld voor het realiseren van deze recreatievoorzieningen. Deze toetsing gaat er vanuit dat er geen heiwerkzaamheden nodig zijn voor het realiseren van deze recreatievoorzieningen. In de gebruiksfase is de verwachting dat de permanente verstoring zich zal beperken tot permanente lichtverstoring en recreatiedruk. De recreatiedruk is deels al beoordeeld voor Module 2 ‘Strand Hoorn’ in 2018 (zie paragraaf 2.2.). Daarin is voor de stikstofbeoordeling de worst-case benadering toegepast voor de 500 parkeerplaatsen. De recreatievoorzieningen zoals ze hierboven benoemd zijn, behoorden toen nog niet tot het projectplan en zijn daarom niet in deze beoordeling meegenomen. Het ontwerp voor de permanente verlichting is nog niet bekend. Dit maakt het inschatten van de effecten op de aanwezige vleermuizen (beschermd volgens de Wnb) lastig. Er wordt daarom in de beoordeling aangenomen dat het advies voor vleermuisvriendelijke verlichting (zie paragraaf 5.2.3) verwerkt wordt in het ontwerp. Zodra het ontwerp van de verlichting bekend is dient er getoetst te worden of deze voldoet aan de voorwaarden en niet leidt tot significante lichtverstoring van vleermuizen. Belangrijk is dat dit verlichtingsplan getoetst wordt door een ecoloog

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

17 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Afbeelding 3.4 Het voorlopige ontwerp van Stadsstrand Hoorn [lit. 22].

Paviljo Kiosk

Zwemsteige Uitkijkheuvel

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

18 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

4. 4.1 4.1.1

Gebiedsbescherming Natura 2000 (Wet natuurbescherming) Gegevens

Het plangebied valt deels binnen het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’ (zie Afbeelding 4.1). Het heeft de status van Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn [lit. 23]. Afbeelding 4.1 Dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bij het plangebied [lit. 24].

Hieronder wordt voor het Natura 2000-gebied een korte beschrijving gegeven van het gebied en van relevante aandachtspunten met betrekking tot het gebied. Markermeer & IJmeer In 1976 is het Markermeer ontstaan door voltooiing van de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad. In de luwere en ondiepere delen zijn kranswiervelden te vinden. De Gouwzee omvat momenteel de grootste oppervlaktes aan kranswiervegetatie met sterkranswier van Nederland. Het Markermeer & IJmeer is van belang voor visetende- (bv. fuut, nonnetje, zwarte stern), mosseletende- (bv. kuifeend, topper) en waterplantetende (bv. krooneend, meerkoet) watervogels. In de jaren ’90 zijn de aantallen driehoeksmosselen en spiering sterk gedaald en dit heeft gevolgen gehad voor de vis- en mosseletende watervogels. Toch blijft het gebied van nationaal en internationaal belang, vooral voor waterplantetende en ruiende watervogels. Het Natura 2000gebied is aangewezen voor habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten [lit. 23]. Een overzicht van deze habitattypen en soorten, en hun landelijke staat van instandhouding en doelstelling staat in Bijlage 1.

4.1.2

Effecten en conclusie

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

19 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Fysieke effecten Het plangebied valt deels binnen het N200 gebied ‘Markermeer en IJmeer’. Het plangebied betreft de oeverdijk en is momenteel nog in de aanlegfase. Voor de aanleg van de oeverdijk is in 2018 een voortoets inclusief passende beoordeling uitgevoerd [lit 2]. In deze toetsing zijn geen significant negatieve effecten geïdentificeerd op de instandhoudingdoelstellingen van de habitat- en vogelrichtlijnsoorten. Het voornemen dat hier getoetst wordt betreft de inrichting van deze oeverdijk en heeft geen bijkomend effect ten aanzien van het ruimtebeslag van de aanwezige beschermde N2000 habitattypen ‘Kranswierwateren’ en ‘Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden’ [lit. 2]. Het voornemen kan zorgen voor tijdelijke verstoring bij de werkzaamheden en permanente verstoring door een toegenomen recreatiedruk. Momenteel is de oeverdijk in pioniersfase en kent weinig tot geen natuurwaarden. De habitat- en vogelrichtlijnsoorten maken gedurende de aanlegfase geen gebruik van de oeverdijk als gevolg van de hoge mate van verstoring door de werkzaamheden, en zullen tevens tijdens de gebruiksfase slechts zeer beperkt gebruik maken van de oeverdijk als gevolg van de aanwezigheid van recreanten. Directe negatieve effecten van het voornemen worden zodoende uitgesloten.

Daarbij zijn de werkzaamheden voor de aanleg van de oeverdijk niet beoordeeld als van significante invloed op de instandhoudingdoelstellingen voor deze soorten [lit. 2], de slechts beperkte/ kleinschalige aanvullingen als gevolg van het voornemen, wijzigen deze conclusie niet. Stikstofdepositie In 2018 is er voor het initiatief ‘Versterking Markermeerdijken’ voor de stikstofdepositie een AERIUS berekening voor de tijdelijke- en permanente verandering uitgevoerd en hiervan is een ecologische effectenbeoordeling opgesteld (zie hoofdstuk 2) [lit. 16 & 18]. Daarin zijn (voornamelijk de stikstofoxiden emissies (NOx) berekend voor de aanleg van 500 parkeerplaatsen tijdens de aanleg- en beheerfase. In deze eerdere berekening is uitgegaan van een worst-case benadering wat betreft de verkeerseffecten. De aanname is dat de (zeer beperkte) toevoeging van functies geen zelfstandig verkeer aantrekkende werking heeft en als zodanig past binnen de scope van dit eerdere vergunde voornemen (500 parkeerplaatsen). Gezien de aard en schaal van de werkzaamheden van het huidige voornemen ten opzichte van het vergunde voornemen uit 2018, is het depositie effect op de omliggende Natura 2000-gebieden naar alle verwachting nihil en zijn vervolgstappen in het kader van de Wnb niet nodig voor de beperkte NOx uitstoot tijdens de gebruiksfase.

Voor tijdelijke stikstofdepositie in de aanlegfase geldt momenteel een partiële vrijstelling op de vergunningsplicht (artikel 2.9a Wnb) (zie onderstaande kader). Dit betekent dat er geen nadere vervolgstappen nodig zijn. Indien deze vrijstelling vervalt, zal er op dat moment nog een AERIUS berekening uitgevoerd moeten worden voor de tijdelijke NOx uitstoot als de werkzaamheden nog niet gestart zijn [lit. 26]. Als uit deze berekening volgt dat er geen sprake is van een meetbare projectbijdrage (>0,005 mol/ha/jr.), is de nodige juridische zekerheid verschaft dat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden zonder Wnb-vergunning. In het geval er toch een hogere projectbijdrage optreedt zijn nadere vervolgstappen nodig (Voortoets en/of Passende Beoordeling en vergunning). Partiële vrijstelling Per 1 juli 2021 is de partiële vrijstelling in werking getreden. Op basis van deze vrijstelling worden de gevolgen van stikstofdepositie door ‘activiteiten van de bouwsector’ uitgezonderd van de vergunningplicht op grond van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming (artikel 2.9a Wet natuurbescherming). Als dergelijke

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

20 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

activiteiten worden aangemerkt het verrichten van een bouw- of sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft en het aanleggen, wijzigen of opruimen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen (artikel 2.5 Besluit natuurbescherming). Voor de gevolgen van stikstofdepositie door deze activiteiten hoeft dus in beginsel geen natuurvergunning te worden aangevraagd. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Andere effecten dan stikstofeffecten in de aanlegfase en stikstofeffecten in de gebruiksfase blijven dus wel vergunningplichtig op grond van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming. Jurisprudentie omtrent deze regeling moet nog tot stand komen. Niet kan worden uitgesloten dat, op basis van jurisprudentie, de vrijstelling voor de aanleg/ bouwfase mogelijk vervalt.

Indirecte effecten Indirecte effecten kunnen een zeer grote reikwijdte hebben. Voorbeelden van mogelijke indirecte effecten zijn ‘verzuring’, ‘verzoeting’, ‘verzilting’, ‘verontreiniging’, ‘verdroging’ of ‘vernatting’. Het voornemen voor de aanleg van diverse recreatievoorzieningen nabij- en in het Natura-2000 gebied heeft geen van deze effecten als gevolg.

4.2 4.2.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gegevens

In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende gebieden behorende tot het NNN-netwerk van de provincie Noord-Holland (< 5 km) (Afbeelding 4.2). Op minder dan 2 km afstand worden de wezenlijke kenmerken en waarden gevormd door de natuurbeheertypen N04.02 (Kranswierwater), N05.03 (Veenmoeras), N13.01 (Vochtig weidevogelgrasland), N16.04 (Vochtig pos met productie) [lit. 25]. Afbeelding 4.2 NNN-gebieden rondom het plangebied [lit. 27].

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

21 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

4.2.2

Effecten & conclusie

Voor de aanleg van de oeverdijk is in 2018 een NNN ‘Nee, tenzij toets’ uitgevoerd met de juridische beoordeling dat er voldaan wordt aan de voorwaarden van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (artikel 19, lid 13, onderdeel a) [lit. 3]. Wel moet er extra gecompenseerd worden, bijvoorbeeld compensatie van 61,7 ha weidevogelleefgebieden (+3,5 ha binnen NNN). Bij deze beoordeling is ook rekening gehouden met de groei aan recreatie en toerisme langs de Markermeerdijken [lit. 3]. Het huidige voornemen betreft enkel een gedetailleerd ontwerp voor recreatie en toerisme op de oeverdijk. De tijdelijke werkzaamheden voor de realisatie van dit voornemen zijn kleiner in omvang dan de aanleg van de oeverdijk. De bijkomende negatieve effecten op het ecologisch functioneren (i.e. verlies van de wezenlijke kenmerken en waarden) van deze NNN-gebieden zijn daarom naar verwachting nihil. Een nadere procedure in de vorm van een ‘Nee, tenzij-toets’ is niet noodzakelijk waardoor belemmeringen vanuit provinciaal natuurbeleid niet aan de orde zijn.

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

22 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

5. 5.1

Soortenbescherming Methode

Om de aanwezigheid van beschermde flora en fauna in of rondom het plangebied vast te kunnen stellen is een bureaustudie en een verkennend veldbezoek uitgevoerd. De bureaustudie bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) [lit. 28]. Aanvullend hierop zijn, als daar aanleiding voor is, verspreidingsatlassen, internetbronnen en de op internet vrij verkrijgbare verspreidingsgegevens geraadpleegd. Ter verificatie van- en als aanvulling op de bureaustudie is een veldbezoek vanaf de Westerdijk uitgevoerd op 8 september 2021 door twee ecologen van Witteveen+Bos. Soortgerichte inventarisaties en tellingen van afzonderlijke dier- en plantensoorten waren geen onderdeel van het veldbezoek; wel zijn toevallige waarnemingen van soorten of verblijfplaatsen genoteerd. Daarnaast is een habitatscan uitgevoerd. De inventarisatie is niet vlakdekkend en slechts indicatief, maar is voor deze fase voldoende gedetailleerd. Op basis van de biotoopeisen van beschermde soorten, het veldbezoek en de resultaten van de bureaustudie is bepaald of beschermde soorten leefgebied kunnen vinden in en nabij het plangebied en of daar nader onderzoek naar nodig is. Aan de hand van de geplande werkzaamheden en de verstoringgevoeligheid van soorten is vervolgens bepaald of negatieve effecten kunnen optreden, en of er sprake is van een overtreding van de Wnb (zie Bijlage 1).

5.2 5.2.1

Beschrijving per soortgroep Planten

Bureaustudie In de afgelopen vijf jaar is in de wijde omgeving van het plangebied (circa 3 km) volgens NDFF databank [lit. 28] enkel in 2019 één waarneming bekend van een beschermde plantensoort, namelijk het kluwelenklokje (Afbeelding 5.1).

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

23 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Afbeelding 5.1 Waarnemingen van beschermde planten in de ruime omgeving rond het plangebied (rode contour) [lit. 28]1.

De biotoopeisen van deze soort staat beschreven in het kader hieronder. Kluwelenklokje Het kluwelenklokje komt oorspronkelijk voor langs rivieren en is vooral bekend in Zuid-Limburg. Deze soort is te vinden op zonnige, matig vochtige locaties op kalk of humushoudende zand, klei of leemgronden. Deze soort groeit dan meestal in bermen, (kalk)graslanden, rivierdijken of bosranden. In Nederland is deze soort sinds 1950 zeer sterk achteruitgegaan en heeft momenteel de rode lijst status ‘Ernstig bedreigd’ en is zeer zeldzaam in Nederland [lit. 29].

Veldbezoek Het plangebied is momenteel in de pioniersfase met vooral veel kale zandbodem met sporadische begroeiingen van pioniervegetatie. Dit komt omdat de oeverdijk nog in de aanlegfase is waardoor er regelmatig (12 keer per groeiseizoen) gemaaid wordt [lit. 6]. De oude dijk bestaat uit een kruidenrijke grasbekleding van Engels raaigras en meer richting de oeverzone zijn soorten aangetroffen als brandnetel, riet, braam en Koninginnekruid. Het tussenwater kent enige begroeiing met waterplanten (Afbeelding 5.2). Ook werd, overeenkomstig met het flora- en faunaonderzoek uit 2015, de voormalige beschermde tongvaren aangetroffen [lit 4]. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde florasoorten waargenomen.

1 Deze informatie is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of

op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

24 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Afbeelding 5.2 Impressie van de aangetroffen vegetatie in het plangebied.

Effecten en conclusie De oeverdijk is onbegroeid en de kans op vestiging van beschermde soorten wordt beperkt door het frequent maaien tijdens de aanlegfase van de oeverdijk (ten minste 12 keer per groeiseizoen). Vanwege de afwezigheid van beschermde plantensoorten zijn er geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van het voornemen. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn daarom niet nodig.

5.2.2

Grondgebonden zoogdieren

Bureaustudie In de afgelopen vijf jaar zijn er in de omgeving van het plangebied (circa 3 km) op basis van de NDFF databank [lit. 28] waarnemingen bekend van de volgende vrijgestelde ‘Andere soorten’ bosmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, veldmuis en vos. Van de beschermde en nietvrijgestelde soorten zijn in de wijde omgeving van het plangebied (circa 3 km) NDFF [lit. 28] enkele waarnemingen bekend van wezel en hermelijn. Dit gaat om drie losse waarnemingen van wezel op ruime afstand (van 0,6 tot ruim 3 km afstand) rondom het plangebied en één waarneming van de hermelijn ten zuiden van het plangebied (Afbeelding 5.3).

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

25 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

In de periode 2009-2015 is er een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd voor het gehele Markermeerdijken traject waarbij de aanwezigheid van waterspitsmuis en noordse woelmuis nader zijn onderzocht. Deze soorten zijn niet aangetroffen in de nabije omgeving van het plangebied [lit 4]. De dichtstbijzijnde locaties van voorkomen was bij Schardam en Koogbraak op meer dan 5 kilometer afstand. In het soortgerichte onderzoek van 2018 zijn de Noordse woelmuis, waterspitsmuis, bunzing, hermelijn en wezel enkel in andere modules aangetroffen en dus niet in Module 2 waar het voornemen plaatsvindt [lit 4]. Voor de gehele Markermeerdijken is een ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren van exemplaren van de noordse woelmuis en het beschadigen van voortplantings-en rustplaatsen (art. 5, lid 2 & 4). Ook voor het opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantings- en rustplaatsen van de nationaal beschermde soorten hermelijn, waterspitsmuis, wezel en ringslang (art. 10, lid 1, onderdeel A) is ontheffing verleend. Voor het opzettelijk doden van deze beschermde soorten is geen ontheffing verleend [lit. 9]. Afbeelding 5.3 Waarnemingen van beschermde zoogdieren in de omgeving van het plangebied (rode contour) [lit. 28] 2.

De biotoopeisen van deze soorten worden in de onderstaand kader beschreven. Hermelijn De hermelijn leeft in habitats met voldoende bedekking (bv. houtwallen, duinen en akkers). Ze gebruiken meestal een oude mollennest of konijnenhol en verplaatsen zich via lijnvormige elementen (bv. heggen, muurtjes en oeverlijnen). Het is een fanatieke jager die zowel overdag als ’s nachts actief is. Daarbij wordt vooral gejaagd op woelmuizen, ratten en konijnen [lit. 32]. Wezel Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap, maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland). Meestal in droger gebied dan de hermelijn. Echter 2 Deze informatie is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of

op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

26 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

overal waar woelmuizen ontbreken, ontbreekt ook de wezel. Ze zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt [lit. 32].

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van Wnb beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. De aanwezigheid van algemeen voorkomende Wnb-vrijgestelde muissoorten is aannemelijk, zelfs in pioniersfase. Voor de twee niet-vrijgestelde soorten (hermelijn en wezel) vormt het plangebied (oeverwal) in pionierfase geen geschikt leefgebied wegens het ontbreken van schuilgelegenheid. Wel kan de oude dijk als verblijfplaats en foerageergebied fungeren. Soorten als hermelijn verplaatsen zich namelijk gemakkelijk langs oeverlijnen. Effecten en conclusie Het voorkomen en vestigen van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdierensoorten (bv. veldmuis, konijn, vos) is in het plangebied niet uit te sluiten. Voor het verstoren van deze soorten geldt binnen de provincie Noord-Holland een algemene vrijstelling. Wel geldt de algemene zorgplicht (zie paragraaf 4.1.2). Er zijn voldoende alternatieve leefgebieden en uitwijkmogelijkheden voor deze soorten aanwezig. Het plangebied heeft in de huidige pionierstoestand geen potentie als leef- en foerageergebied voor de niet-vrijgestelde Wnb soorten hermelijn en wezel. Uit eerdere toetsing van 2018 (inventarisaties uitgevoerd van 2009 t/m 2015) blijkt het voorkomen van deze soorten zich te beperken tot andere trajecten van de Markermeerdijken [lit. 1].

De negatieve effecten van het voornemen op deze soorten kan daarmee worden uitgesloten en daarom zijn vervolgstappen in het kader van de Wnb niet nodig.

5.2.3

Vleermuizen

Bureaustudie Alle soorten vleermuizen zijn in Nederland beschermd onder de Wnb en vallen onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn (HR). Volgens de NDFF databank [lit. 28] komen er tenminste zes soorten vleermuizen voor in de wijdere omgeving (circa 3 km) van het plangebied. Het betreft meerdere waarnemingen van baltsende, overvliegende en/ of foeragerende individuen van gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Verder zijn er enkele waarnemingen bekend van de meervleermuis, tweekleurige vleermuis en watervleermuis volgens de NDFF databank [lit. 28]. Zie Afbeelding 5.4 voor de waarnemingen van vleermuizen uit het NDFF. In het flora- en faunaonderzoek uit 2015 is er specifiek gekeken naar de meervleermuis. In dit onderzoek is de conclusie getrokken dat het Markermeer geen onmisbaar onderdeel van het foerageergebied van de meervleermuis is [lit. 4]. Op twee locaties is een vliegroute van de verblijfplaatsen naar foerageergebieden langs het Markermeer ontdekt, maar deze liggen niet nabij het plangebied. Ook voor overige vleermuissoorten wordt het Markermeer niet als onmisbaar foerageergebied gezien vanwege de dikwijls slechte weersomstandigheden voor vleermuizen (hoge windsnelheden zonder enige beschutting). In het soortgerichte onderzoek van 2018 zijn ook geen

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

27 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

waarnemingen gedaan van de meervleermuis nabij dit plangebied. Enkel van de gewone dwergvleermuis. Wel maakt het Markermeer onderdeel uit van de jaarlijkse migratieroute tussen de zomer- en winterverblijfplaatsen van de meervleermuis. Dit vindt plaats tussen 15 maart en 1 april en tussen 1 augustus en 1 oktober, daar ligt de gevoelige periode voor verstoring van deze soort [lit. 35]. Afbeelding 5.4 Waarnemingen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied (rode contour) [lit. 28].

De biotoopeisen van de soorten staan in onderstaand kader beschreven. Gewone dwergvleermuis (Kraam)kolonies zijn in Nederland vooral in gebouwen, in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, of onder dakpannen gevonden. Gewone dwergvleermuizen zijn plaatstrouw, maar gebruiken meerdere verblijfplaatsen en verhuizen relatief vaak. Gebouwen worden ook als winterverblijf gebruikt, waarbij vergelijkbare plaatsen als in de zomer benut worden. Overwinterende gewone dwergvleermuizen worden vooral bij toeval gevonden in spouwmuren, onder dakpannen, achter betimmering en daklijsten. Daarnaast zijn ze ook in spleten in de muur van kerktorens, en in spleten in grotten, groeves, betonnen bruggen en parkeergarages en dergelijke gevonden. Ze kiezen temperatuurgevoelige winterslaapplaatsen. Bij vorst zoeken ze vaak verwarmde huizen op [lit. 34]. Laatvlieger Kraamkolonies komen voor zover bekend alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter de betimmering, onder daklijsten en dakpannen of onder het lood rondom de schoorsteen. Soms worden ze ook op zolders aangetroffen. Laatvliegers bewonen een netwerk van verschillende huizen die op een afstand van hooguit enkele honderden meters van elkaar liggen. Ze verhuizen soms wel, maar zijn in principe erg plaats- en gebiedstrouw.

In de winter zoeken laatvliegers nauwe en relatief droge plaatsen op zoals spouwmuren, spleten en scheuren in zolders, oude kelders en soms ook kieren dicht bij de ingang van grotten [lit. 34]. Ruige dwergvleermuis

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

28 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Uit het buitenland zijn verblijfplaatsen vooral aangetroffen in spleten en gaten in bomen, in nest- en vleermuiskasten, in gebouwen achter betimmeringen, achter daklijsten, onder dakbedekking en op zolders. Twee Nederlandse kolonies bewoonden spouwmuren. Vele solitaire mannetjes of kleine groepen zijn gevonden in spleten en gaten in bomen, achter loshangend schors en in kasten. Als winterverblijf zijn gebouwen (spouwmuur, dakpannen, betimmering), houtstapels, maar ook boomholtes en nest- en vleermuiskasten bekend [lit. 34]. Tweekleurige vleermuis De tweekleurige vleermuis jaagt in rechtlijne vlucht of in grote cirkels op vijf tot 40 meter hoogte. Het is een zeldzame verschijning in Nederland. De enige bekende kraamkolonie in Nederland ligt de wijk Maarssenbroek in Utrecht. In de zomer is de tweekleurige vleermuis een bewoner van kieren en spleten in rotsen in bosachtig berglandschap en steppegebieden. In het najaar en winter zijn dieren die op waarschijnlijk doortrek zijn sporadisch in steden in de kustgebieden van Nederland te vinden [lit. 34]. Meervleermuis De meervleermuis jaagt in een snelle rechtlijnige vlucht in lange trajecten vlak boven groot open water en langs oevers van plassen, meren, kanalen, rivieren en vaarten. Ook worden regelmatig meervleermuizen waargenomen boven vochtige weilanden en bosranden, binnen een straal van 500 meter van water.

De meervleermuis is een soort die zich in de zomer vooral thuis voelt in waterrijke gebieden met moerassen, weiden en bossen. Kolonies van meervleermuizen bevinden zich vrijwel altijd in gebouwen zoals op kerkzolders, in spouwmuren en onder dakpannen. De meervleermuis jaagt in een snelle rechtlijnige vlucht in lange trajecten vlak boven groot open water en langs oevers van plassen, meren, kanalen, rivieren en vaarten. Ook worden regelmatig meervleermuizen waargenomen boven vochtige weilanden en bosranden, binnen een straal van 500 meter van water [lit. 34]. Watervleermuis De watervleermuis jaagt vlak boven het wateroppervlak van beschutte waterpartijen, of aan de beschutte kant van vijvers in landgoederen en parken, kasteel en visvijvers, smalle vaarten, langzaam stromende rivieren en beken. De watervleermuis kan ook boven land jagen, relatief laag boven bospaden of beschutte open plekken in het bos, of hoger tussen de boomkronen. De (kraam)groepen in de zomer zijn vooral bekend van spleten en gaten in holle bomen, maar worden soms ook op kerkzolders, in vleermuiskasten, bunkers en oude forten gevonden. Een verwante groep vrouwtjes bewoont een netwerk van bomen waarbinnen individuen en groepen veel verhuizen. De paring vindt zover bekend in de winterverblijven en tijdens het najaarszwermen plaats.

In de herfst (vanaf half augustus) en in het voorjaar (half maart) worden winterverblijven gebruikt als „zwermlocatie‟. Als winterverblijf gebruiken ze voornamelijk ondergrondse objecten, zoals grotten, kalksteengroeven, oude steenfabrieken, bunkers, forten, vestingwerken, ijskelders en (kasteel)kelders [lit. 34].

Veldbezoek Het plangebied bevat geen verblijfplaatsen voor vleermuizen door de afwezigheid van bomen en gebouwen. De oevers langs de Markermeerdijken kunnen fungeren als vliegroute tussen verblijfen foerageergebied van de meervleermuis en overige vleermuissoorten of als migratieroute voor de meervleermuis (Afbeelding 5.5).

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

29 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

Afbeelding 5.5 Het tussenwater mogelijk geschikt als vliegroute voor de meervleermuis.

Effecten en conclusie Door kunstmatige verlichting kunnen vleermuizen ontwijkend gedrag laten zien door extra vliegbewegingen te maken waardoor ze meer energie gebruiken en bij langdurige verstoring heeft dit gevolgen op de overlevingskansen van deze dieren. Het verstoren en (daarmee tevens indirect aantasten van het leefgebied) van vleermuizen is onder de Wnb verboden. Het huidige voornemen resulteert mogelijk in tijdelijke en permanente lichtverstoring. De ontwerpdetails van de permanente verlichting ontbreken nog, waardoor de effecten op deze lokale vleermuispopulaties nog moeilijk in te schatten zijn. Aan het einde van deze paragraaf wordt een advies gegeven om in het ontwerp vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. In de wijdere omgeving van het plangebied zijn verschillende waarnemingen bekend van vleermuizen. Het betreft (enkele) waarnemingen van de gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, watervleermuis, tweekleurige vleermuis en watervleermuis. Foerageergebied en vliegroutes De effecten worden onderstaand apart besproken voor de meervleermuis en overige vleermuissoorten. Meervleermuis Een speciale nadruk ligt op de meervleermuis omdat deze soort dagelijks grote afstanden aflegt tussen verblijf- en foerageergebied en een voorkeur heeft om dit te doen langs watergangen. In

DocuSign Envelope ID: A7D3BF09-6E97-4A49-B322-4BE9C0E58D8E

Alliantie Markermeerdijken Actualisatie quickscan natuur Stadsstrand Hoorn

Pagina

Revisiedatum

Documentnummer

30 van 42

21-11-2021

AMMD-0016550

eerder soortenonderzoek uit 2018 zijn de vliegroutes langs de Markermeerdijken vastgesteld op ruime afstand van het plangebied (bij Edam, Durgerdam en Schardam) [lit.1]. Daarmee zijn mogelijke effecten van het huidige voornemen op de vliegroutes voor de meervleermuis uitgesloten. De meervleermuis gebruikt de oevers van het Markermeer om te migreren tussen zomer- en winterverblijfplaats. Dit speelt zich af tussen 15 maart en 1 april en tussen 1 augustus en 1 oktober [lit. 36]. In de soortbeschermingstoets uit 2018 [lit.1] zijn de tijdelijke effecten op de meervleermuis uitgesloten in dit plangebied. Er is momenteel namelijk al enige lichtverstoring vanuit Hoorn en dit heeft niet geleid tot onderbreking van de migratieroute. De verwachting is dat de effecten op de migratieroute van de meervleermuis in de aanlegfase van het huidige voornemen beperkt zijn. Het effect kan volledig uitgesloten worden, indien er: Niet gewerkt wordt tussen zonsondergang en zonsopkomst (één uur ervoor en erna) in de gevoelige migratieperiode van 15 maart en 1 april en tussen 1 augustus en 1 oktober [lit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=abe44e67-776a-42a3-9581-22e7f685830a