CConstaterende datHoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente HoornBij agendapunt: Af te wijken van de inspraakverordening en het ontwerpbestemmingsplan Keern 39 Hoorn in procedure te brengen23.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

profiel een basis voor het bewaren van de samenhang van het lint. Bouwen in de tweede lijn achter het Keern is niet toegestaan. Afweging Herontwikkeling van de locatie versterkt de lintbebouwing langs het Keern en past daarmee binnen het beeldkwaliteitsplan De Linten.

3.5.7 Meekomen, rondkomen en vooruitkomen

Het meerjarenbeleidsplan Sociaal Domein Meekomen, rondomen en vooruitkomen 2019-2023, vastgesteld in 2019, heeft betrekking op het brede sociale domein: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), jeugdbeleid, gezondheidsbeleid, werk en inkomen (inclusief armoedebeleid), asielbeleid en onderwijs. Hij sluit ook aan op aanpalend beleid, omdat we hebben gezien dat oplossingen voor problematieken binnen het sociaal domein vaak buiten het sociaal domein liggen. Denk bijvoorbeeld aan wonen, ruimtelijke en economische ontwikkeling of veiligheid. Bij het onderdeel vooruitkomen geldt het volgende: Wonen; iedereen heeft een passende plek om te wonen en woont zoveel en zo lang mogelijk zelfstandig. Afweging: Onderhavig woningbouwplan richt zich op kleine woningen met zorgondersteuning, zodat er voor deze doelgroep geschikte woningen zijn. Betekenis van het gemeentelijk beleid voor dit project: Herontwikkeling van de locatie van de leegstaande garage past binnen de ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit in de historische linten en wonen voor iedereen uit de Omgevingsvisie Hoorn en de Visie Hoornse Hoogte. Het plan sluit aan op de gemeentelijke woonvisie en het gemeentelijke ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De planlocatie ligt in welstandsintensief gebied en dient getoetst te worden door de Commissie Monumenten en welstand.

Ook toetsing van concrete bouwplannen aan het gemeentelijk parkeerbeleid is aan de orde.

3.6

Conclusie beleidskader

Op basis van het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleidskader is de voorgestelde bestemmingswijziging van de locatie niet bezwaarlijk: • Op basis van het nationaal beleid (Nationale Omgevingsvisie) zijn er geen bezwaren tegen het ontwikkelen van de locatie. De herontwikkeling van de binnenstedelijke bedrijfslocatie naar woningbouw binnen het nationaal beleid. • De planlocatie ligt op basis van de regels uit de Omgevingsverordening NH2020 binnen het bestaand stedelijk gebied. De provincie zet in op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en in het bijzonder binnen de stedelijke gebieden. • De woningbouw sluit aan op de ambities uit het regionaal Woonakkoord. De planlocatie is meegenomen in de berekening van de regionale (zachte) plancapaciteit. • Voor de gemeente Hoorn gaat het om herstructureringop een zichtlocatie, binnen een bestaande lintbebouwing. Dit past binnen de ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit in de historische linten en wonen voor iedereen uit de Omgevingsvisie Hoorn en de Visie Hoornse Hoogte. Dit plan maakt de uitstroom uit de intramurale voorzieningen naar eigen kleine en betaalbare woningen mogelijk en draagt daarmee bij aan de doelen van Woonvisie.

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

27

4.

RUIMTELIJKE KADER

4.1

Algemeen

4.2

Historische bebouwingsstructuur

De locatie Keern 39, waarbij sprake is van sloop nieuwbouw, vormt een ingrijpende wijziging van de bestaande ruimtelijke situatie. In voorliggend hoofdstuk wordt onderbouwd op welke wijze het plan zich voegt in de bestaande stedenbouwkundige structuur van Hoorn.

Het Keern was van oudsher een toegangsweg naar de stad Hoorn. Het Keern leidde naar de Noorderpoort, een van de stadspoorten van Hoorn. De route volgt de oude binnendijk tussen de Ooster- en de Westerpolder. Vanaf de 13de eeuw is geleidelijk langs het Keern bebouwing ontstaan, aanvankelijk dicht bij de stad (ten zuiden van de huidige Provincialeweg). Deze bebouwing heeft zich geleidelijk uitgebreid richting het noorden. De bebouwing aan de westzijde van het Keern wordt aan de achterzijde (westzijde) begrensd door een brede sloot. Afhankelijk in de periode van de geschiedenis staat de bebouwing hier dicht opeen (bloeiperiode historische Hoorn) of is de bebouwing verdwenen (economische neergang Hoorn in de 18de en 19de eeuw). De planlocatie aan het Keern is reeds in de 15de eeuw bebouwd. Op de locatie is kleinschalige woningbouw uitgegroeid tot een volwaardige bedrijfslocatie. De locatie is nu vrijgekomen voor ontwikkeling (zie ook hoofdstuk 5.5). Grootschalige uitbreiding van Hoorn vindt pas plaats vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw. Dit leidde tot verdichting aan de oostzijde van het Keern. Aan de westzijde is achter het Keern in de jaren ’70 een recreatiegebied ontstaan, de Blauwe Berg.

Kenmerkend voor het Blauwe Berg gebied is de parkachtige opzet, de aanwezige waterloop (de Wijzend) en de duidelijke randen van het gebied (woonlint aan het Keern, Bobeldijkerweg, rijksweg A7 en de Provincialeweg). Eind vorige eeuw is hier de ijsbaan gebouwd, met een nieuwe aansluiting op de Bobeldijk. Langs de snelweg staat een groot hotel. Tussen recreatie en Keern is een nieuwbouwwijk gerealiseerd. Recent is het terrein rond het Missiehuis herontwikkelt met woningbouw.

afb.14 Topografische kaart 1925 (bron: Topotijdreis.nl)

28

afb.15 Topografische kaart 1950 (bron: Topotijdreis.nl)

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

afb.16 Topografische kaart 1995 (bron: Topotijdreis.nl)

4.3

afb.17 Topografische kaart 2020 (bron: Topotijdreis.nl)

Ruimtelijke kwaliteit

Beeldbepalende locatie De planlocatie maakt onderdeel uit van het Keern, een kleinschalig cultuurhistorisch lint. Belangrijk daarbij is ook de aan de westzijde gelegen watergang. Deze is van cultuurhistorisch groot belang als een van de verbindingssloten van het buitengebied en het centrum. De watergang is in beeld bij de ontwikkeling van het vaarroutenetwerk door Hoorn. De locatie ligt tevens op de hoek van de Provincialeweg en het Keern en grenst aan het ontwikkelingsgebied Poort van Hoorn. Doelstelling van de Provincialeweg is deze meer te ontwikkelen als stadsstraat waar de begeleidende bebouwing zich naar richt. Een recent voorbeeld daarvan is de “Toren”, een ontwikkeling van een woongebouw langs deze weg bij de entree naar het stationsgebied. De locatie van Keern 39 is belangrijk in het beeld van de Provincialeweg bij de entree naar de (binnen)stad. Tenslotte kan de locatie een belangrijke bijdrage leveren aan de entree en het beeld naar het achterliggende Blauwe Berggebied, een groen leisurepark. Het betreft een bijzondere en opvallende locatie op de hoek van park De Blauwe Berg aan de oostzijde, de Provincialeweg aan de zuidzijde en het Keern, een belangrijk cultuurhistorisch lint aan de westzijde. De ontwikkeling kan een bijdrage leveren aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van deze bijzondere locatie.

De ontwikkeling van een langwerpige bebouwing aan de zuidzijde van het plangebied accentueert de hoek van de Blauwe Berg, de Provincialeweg en het Keern. Op die manier wordt de Provincialeweg ruimtelijk begeleid met een bebouwingswand. Beide ‘koppen’ van de bebouwing richten zich naar het park aan de ene zijde en naar het Keern aan de andere zijde. In deze ruimtelijke opzet ontstaat voldoende ruimte tussen de nieuwe bebouwing en de bestaande bebouwing aan het lint. Bovendien ontstaat op die manier een binnenterrein waar het parkeren uit het zicht kan worden opgelost. Gezien de bijzondere en opvallende plek in Hoorn is het van belang dat het gebouw alzijdig is ontworpen met voldoende transparantie en levendigheid aan alle zijden. In die zin is het van belang galerijontsluitingen zoveel mogelijk ‘uit het zicht’ op te lossen. In de visie Hoornse Hoogte is de verdichting van de planlocatie meegenomen, met respect voor de bestaande karakteristiek van het historische lint. Dit stelt o.a. randvoorwaarden aan de hoogte van de bebouwing. Stedenbouwkundige randvoorwaarden Voor de ontwikkeling van de planlocatie zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden vastgesteld. Door het college is, na advies van de raadscommissie bepaald dat het plangebied een woonfunctie kan verkrijgen. Daarnaast is het ruimtelijk uitgangspunt een gebouw met maximaal 3 bouwlagen en een maximale bouwhoogte van 9 meter.

Op 26 april 2020 heeft het college aanvullend bepaald waar wel of geen bebouwing mag plaatsvinden.

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

29

Gebied A: bestaande (toegestane) bedrijfsbebouwing tot 8 meter hoog, wordt een bebouwingsgebied voor woningbouw van maximaal 3 bouwlagen en 9 meter hoog; Gebied B: bestaande (toegestane) bedrijfsbebouwing tot 8 meter hoog, krijgt een woonbestemming waarop geen bebouwing mogelijk is; Gebied C: gronden met een bedrijfsbestemming zonder bouwmogelijkheid, wordt een bebouwingsgebied voor woningbouw van maximaal 3 bouwlagen en 9 meter hoog.

afb.15 Kaartbeeld van de gebieden A, B en C. Het Keern ligt aan de zuidkant van deze kaart. Van de maximale bouwhoogte van 9 meter kan op 2 ondergeschikte onderdelen worden afgeweken. Het betreft hierbij: - De dakrandhoogte, indien dit technische noodzakelijk is mag deze maximaal 20 centimeter meer bedragen en daarmee een hoogte krijgen van 9,2 meter; - De hoogte van de liftschacht, deze mag circa 1 meter hoger zijn dan de afgesproken bouwhoogte van 9 meter. Deze gegevens zijn afgestemd met de direct omwonenden

De bebouwing staat op ruime afstand van de Provincialeweg. Het voorterrein krijgt een inrichting van laag groen, waarmee het gebouw prominent zichtbaar wordt vanaf de Provincialeweg. Door de inrichting van de groenstrook en de richting van het gebouw “opent” het gebouw zich naar het achterliggend parkgebied. Het gebouw maakt als het ware onderdeel uit van het parkgebied. De kop aan de zijde van de Blauwe Berg heeft een markante en levendige uitstraling naar het park maar markeert daarmee tevens de entree naar de stad. De watergang kan aanleiding zijn voor een verbijzondering. In hoogte en verschijningsvorm sluit het gebouw aan bij de kleinschaligheid van het lint. Parcelering van de bebouwingswanden is daarbij uitgangspunt. Het gebouw volgt de richting van het lint, als onderdeel van deze cultuurhistorische lijn. Het gebouw heeft een levendige uitstraling aan de zijde van het Keern maar ook naar de Provincialeweg. Gedacht kan worden aan terrassen met transparante afsluitbare delen in verband met de geluidsbelasting van de weg. Aan deze zijde heeft de bebouwing een grotere maat en schaal, parcelering en opbouw van de bebouwingswanden is aan deze grootschaliger dan aan het lint De uitrit moet een gewenste minimale breedte van 5 meter moet zodat twee auto’s elkaar kunnen passeren (bij in en uitrijden).

30

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

Hoewel de bestaande stoep voor een smalle strook op privé terrein ligt moet deze stoep de bestaande breedte behouden. Het parkeerterrein zijn door middel van een ‘groene schutting’ worden afgebakend ten opzichte van de openbare stoep. Het ontwerp voor het gebouw sluit in hoofdlijnen aan op de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de locatie. In goed overleg met omwonenden is op een aantal punten afgeweken van de randvoorwaarden (zie ook bijlage 12 en 13). Het betreft de volgende aspecten: • de hoogte van het gebouw: de dakrand heeft een hoogte van 9,35 meter; accent/gevelverhoging op de hoek Provincialeweg en Keern: de verhoogde gevel heeft een • hoogte van 10,5 meter. Ruimtelijk is dit niet van invloed op de bestaande woningen aan het Keern; bebouwing op de parkeerplaats: op de erfgrens tussen de planlocatie en Keern 43 wordt een • fietsen stalling en berging containers gerealiseerd die ruimtelijk een nieuwe erfafscheiding vormt en goed aansluit op de bestaande garage van Keern 43. De berging krijgt een lessenaarsdak met een hoogte van maximaal 1,80 meter aan de zijde van de woning Keern 43 en een hoogte van maximaal 2,70 meter aan de zijde van de parkeerplaats. Beeldkwaliteit Aansluiting op de lintbebouwing In architectuur sluit het gebouw aan op de ingetogen sfeer en het materiaalgebruik van de lintbebouwing.

Ruimtelijk heeft het de voorkeur het gebouw aan de zijde van de Provincialeweg te ontwerpen als gebouw in het groen. Het gebouw maakt daarmee onderdeel uit van de achterliggende parkgebied en vormt daarmee de entree naar het park. Wandelpaden vanuit het park lopen door langs het gebouw tot aan het Keern. Kleur en materiaalkeuze Op de vier hoeken van de kruising Provinciale weg en Keern zijn vier zeer verschillende bouwmassa’s aanwezig: een rijtje woningen, het Abovo Media gebouw, een voormalig klooster en het voormalig bedrijfsgebouw de Egel. In maat en schaal wordt enerzijds aansluiting gezocht bij de grove schaal van de Provinciale weg, en anderzijds de kleinschalige bebouwing aan het Keern. De nieuwe bebouwing is aan de Provinciale weg circa 50m lang en aan het Keern 13m. Het bouwvolume kent drie duidelijke oriëntaties; naar de west-, zuid- en oostzijde. Het gebouw is verticaal geleed middels kleine gevelsprongen waarbij de individuele woningen leesbaar zijn in de gevelritmiek. Deze verticale geleding sluit aan bij de schaal van de woningen aan het Keern. In de plint aan het Keern is gekozen voor een afwijkende ritmiek om de functie van entree duidelijk zichtbaar te maken. Aan de westzijde is gekozen voor een aantal balkons om de oriëntatie op het groen te versterken. Het gebouw staat met de plint in het water, met een goed bruikbare gemeenschappelijke buitenruimte.

Ten aanzien van de kleurstelling is gezocht naar aansluiting bij de bebouwing aan het Keern. De naastgelegen woningen hebben rood/bruine metselwerk gevels. Het voorstel is de toepassing van metselwerk in twee kleuren hetgeen goed aansluit bij de verschillende schaalniveau’s aan de provinciale weg en het Keern. De kozijnen zijn van aluminium Welstandstoetsing De planontwikkeling vindt plaats binnen het deelgebied ‘linten’. Voor een verdere beschrijving en gebiedscriteria voor het gebied verwezen naar de Welstandsnota gemeente Hoorn 2020. De toetsing op deze aspecten vindt plaats op een concreet plan door de Commissie voor Monumenten en Welstand.

4.4 •

•

Conclusie ruimtelijke inpassing in de omgeving

De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van een versterking van de aanwezige ruimtelijke structuur. Dit sluit aan op het DNA van het gebied en ondersteunt enerzijds de historische lintstructuur langs het Keern en anderzijds de situering van beeldbepalende bebouwing langs de Provincialeweg. Het initiatief past binnen de eisen zoals opgenomen in de Welstandsnota Hoorn.

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

31

5.

OMGEVINGSASPECTEN

5.1

Algemeen

5.2

Duurzaam ruimtegebruik

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven of het bestemmingsplan daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij dient aandacht besteed te worden aan milieuaspecten zoals geluid, bodem en externe veiligheid, de gevolgen voor de waterhuishouding en archeologie en de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. In dit hoofdstuk komen de milieu-, water en archeologieaspecten aan bod.

5.2.1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling

Op basis van recente jurisprudentie geldt dat voor woningbouwplannen van 12 of meer woningen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Alleen nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Aangezien het aantal nieuwe woningen 32 bedraagt, is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om deze reden is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking aan de orde. Er is sprake van duurzaam ruimtegebruik als: 1. de nieuwe stedelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de regels die het Barro stelt over het aantonen van nut en noodzaak en het onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden, en 2. de nieuwe stedelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Ad 1. Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten voorzien in een actuele regionale behoefte. De ruimte voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied worden gevonden (artikel 3.1.6 Bro). Het initiatief voldoet aan deze twee voorwaarden. Het perceel is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en de bouw van 32 kleine appartementen voorziet in de actuele regionale behoefte.

Dit is als volgt onderbouwt: Onderbouwing woningbehoefte: Hoorn heeft als centrumkern een opgave om een deel van de regionale behoefte op te vangen. Het totale woningbouwprogramma voor deze regio is de komende 10 jaar, zowel kwantitatief als kwalitatief, niet voldoende om aan de vraag te voldoen2 . Zeker op de korte termijn is er in de regio een beperkt beschikbare aanbod aan harde plannen. Kwantitatieve woningbehoefte Het ruimtelijke verzorgingsgebied voor dit plan is de regio West-Friesland. Dit is het gebiedsniveau waarop regio’s de kwantitatieve behoefte bepalen. Het plan ligt binnen Bestaand Stedelijk Gebied. Dit plan voorziet in 32 woningen. In de regio is sprake van een kwantitatieve additionele behoefte van 6.300 woningen voor de periode 20202030 3. Dit blijkt uit een confrontatie van de provinciale woningbehoefteprognose met het harde planaanbod: • de additionele woningvraag in het verzorgingsgebied bedraagt 6.300 woningen; • het harde planaanbod in het verzorgingsgebied bedraagt circa 4.000 woningen; • de resterende behoefte die hieruit voortvloeit is circa 2.300 woningen; • bovenstaande bouwplan telt met 32 woningen minder woningen dan de resterende behoefte,namelijk 2.300 woningen. Kortom, bovenstaand bouwplan voorziet in een kwantitatieve behoefte.

3Op basis van de provinciale behoefteprognose 2020-2030 (bron: Provinciale woningbouwmonitor 2020)

32

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

Kwalitatieve woningbehoefte Binnen de regio Westfriesland, en specifiek in Hoorn zijn er tekorten in vrijwel alle marktsegmenten. Er is met name een tekort aan betaalbare huurwoningen en koopwoningen in het middeldure en betaalbare segment. De voorgenomen ontwikkeling aan het Keern is passend op basis van de kwalitatieve woningbehoefte: de woningen worden in een stedelijk-suburbaan woonmilieu gerealiseerd, in de goedkope en middeldure huursector. Afweging bestaand stedelijk gebied: Het gebied waarop de bestemmingsplanprocedure van toepassing is, ligt binnen het stedelijk gebied van Hoorn. Het is een herstructureringslocatie. Met de voorgenomen herontwikkeling wordt optimaal gebruik gemaakt van het gebied en wordt geen extra beslag gelegd op gronden in het landelijk gebied. Door het optimaal inrichten van het plangebied wordt voldaan aan het uitgangspunt om eerst bestaande stedelijke locaties te benutten voor stedelijke ontwikkeling. Daarbij is het gebied goed ontsloten vanwege de ligging nabij het station. Ad 2. Regionale woningbouwafspraken Voorliggend plan maakt 32 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied mogelijk ter vervanging van een bestaand bedrijf. Er is sprake van een binnenstedelijke herontwikkelingslocatie en derhalve een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

In het kader van de geactualiseerde Woonvisie en de nieuwe RAP heeft de regio Westfriesland een Afwegingskader vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen (kunnen) worden beoordeeld. Getoetst aan dit Afwegingskader voldoet het plan aan de gestelde eisen. In het regionaal ’Afwegingskader wonen Westfriesland 2019’ is vastgelegd dat nieuwe plannen worden getoetst aan het afwegingskader. Het afwegingskader bestaat uit twee onderdelen: De Westfriese basis en het Westfries vooruitdenken. Hieronder zijn de onderdelen van het afwegingskader benoemd en is aangegeven in hoeverre met het plan aan de voorwaarden wordt voldaan. De Westfriese Basis 1. Het plan past binnen de indicatieve regionale woningbehoefte (incl.de buffer) en blijft in principe binnen de gemeentelijke behoefte 2. Het plan voldoet aan de voorwaarde dat 70% van de woningbouwplannen in Westfriesland worden gerealiseerd in de krachtige kernen 3. Er is getoetst of het plan voldoet aan de regionale behoefte:a.kwantitatief (past binnen de regionale prognose) b.kwalitatief (woningtype, woonmilieu, kwaliteit etc.) 4. Het plan kan gerealiseerd worden binnen BSG. Wanneer het plan buiten BSG gelegen is, is getoetst of realisatie binnen BSG mogelijk is. 5.

Als realisatie past binnen de regionale behoefte, maar realisatie binnen BSG niet mogelijk is, is getoetst of het plan zich binnen een provinciaal beschermingsregime bevindt en multimodaal ontsloten is. Het programma past binnen de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte (zie figuur 2.5) en wordt binnen een krachtige kern, binnen bestaand stedelijk gerealiseerd. Het plan voorziet in betaalbaar wonen en woningen voor middeninkomens. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de voorwaarden van de Westfriese basis uit het afwegingskader. Het Westfries vooruitdenken Met het Westfries vooruitdenken geeft de regio invulling aan de gezamenlijke ambities uit de regionale woonvisie en het Pact van Westfriesland. Het doel is om een kwaliteitsimpuls te geven en een inspanningsverplichting af te spreken waarbij de ontwikkeling aan minimaal 5 van de 10 ambities moet voldoen. 1. Het plan levert een positieve bijdrage aan de betaalbaarheid van het wonen -Huur onder liberaliseringsgrens -Goedkope koop onder € 200.000 2. Langer zelfstandig wonen 3. Het plan levert een bijdrage aan onze duurzaamheidsdoelstellingen 4. Het plan voorziet in woningen in vrije huursector voor middeninkomens 5. Nieuwe woningenbouw zoveel mogelijk in nabijheid OV knooppunt

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

33

6. Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht op woningzoekenden van buiten de regio door het bieden van een onderscheidende woonomgeving 7. Het plan draagt duurzaam bij aan de versnelling van woningbouwproductie in Westfriesland en past binnen de woningbehoefte 8. Het plan vormt een toevoeging vanwege het type woningen waarin het voorziet 9. Het plan vormt een toevoeging vanwege de doelgroep woningzoekenden 10. Het plan vormt een toevoeging vanwege de onderscheidenheid in samenhang met woonmilieu en programma waarin het voorziet Het plan voorziet in betaalbaar wonen, nultredenwoningen, ligt nabij voorzieningen, is energieneutraal, voegt woningen toe in segmenten die er nu nog niet zoveel zijn en ligt binnen de invloedssfeer van een OV-knooppunt (10 minuten fietsafstand).Het plan zorgt voor een versnelling van de woningbouwproductie en past binnen de behoefte. Het plan geeft daarmee invulling aan ambitie 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9. Afweging Het ontwikkelen van woningen op deze locatie sluit aan bij de huidige markt, waarin de behoefte naar betaalbare woningen in de goedkope en middeldure sector groot is. Ook voldoet de ontwikkeling van woningen aan het gewenste beeld met voldoende levendigheid aan de Provincialeweg als stadsstraat. Het plan is getoetst aan de afwegingskader binnen de regio Westfriesland.

Gezien het eerste voorstel om sociale huurwoningen (bedoeld voor starters) en woningen in het middensegment te realiseren, dat aansluit op de gemeentelijke Woonvisie, is het resultaat positief. Met de regionale afstemming wordt voldaan aan de Omgevingsverordening Noord-Holland.

5.2.2 Duurzaamheid en energiebesparing

Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. De eisen aan de particuliere woningbouw staan beschreven in het Bouwbesluit. Het is van belang om al in een vroeg stadium duurzaamheid te zien als integraal onderdeel van de nieuwbouw en de duurzaamheidsambities vanuit het gemeentelijk beleid over te brengen aan de initiatiefnemer. Voor vragen op het gebied van duurzaam (verbouwen, energiebesparing of energie opwekken) kunnen inwoners en ondernemers tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Hoorn participeert hierin. Van de zijde van de opdrachtgever is aangegeven dat op de volgende wijze energiezuinig en duurzaam wordt gebouwd: • er wordt gebouwd met gebruikmaking van duurzame bouwmaterialen; • in 2020 mogen alleen nog energieneutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd (EPC 0).

•

aardgasloos bouwen is vereist. De gebouwen worden voorzien een warmtepomp systeem-en fotovoltaïsche zonnepanelen.

Per 1 april 2021 zijn in het bouwbesluit nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco’s die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. De bepalingsmethode van het geluidsniveau is vastgelegd in de aangepaste Regeling Bouwbesluit 2012 (nieuw artikel 3.11).

34

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

Betekenis voor dit project: Op basis van de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking betreft het een verantwoorde ontwikkeling. Het project past binnen de regionale afwegingskaders woningbouw. Duurzaamheid vormt een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en is daarmee een belangrijk aandachtspunt in het beleid van de gemeente Hoorn. Het bestemmingsplan staat duurzaamheid niet in de weg, en andersom ook niet. Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

5.3

Watertoets

De planlocatie valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Keur en Uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden.

De Keur geeft vorm aan de inhoud van de Waterwet met concrete doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met (a) bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en (b) vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. In de Keur 2016 van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van het hoogheemraadschap te vinden zijn (https://www.hhnk.nl/keur).

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

35

afb.16 Waterlopen en kunstwerken in omgeving Keern 39 (bron: legger HHNK)

Watertoets Via de Digitale Watertoets is aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) op 31 mei gevraagd een reactie te geven op het plan(zie bijlage 2). Er kan een ‘korte procedure’ worden gevolgd. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan op de waterhuishouding kan worden ondervangen met standaard maatregelen. Deze maatregelen zijn in voorliggend hoofdstuk verwerkt. Er worden in het plan géén waterschapsbelangen geraakt. Verharding en compenserende maatregelen Met de beoogde ontwikkeling zal de hoeveelheid verharding in het gebied niet toenemen. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Beheer en onderhoud waterlopen Alle werkzaamheden binnen een zone van 5 meter van de insteek van waterlopen zijn vergunningplichtig, omdat deze invloed kunnen hebben op de water aan- en afvoer, waterberging of het onderhoud. Voorkomen dient te worden dat waterlopen niet meer goed bereikbaar zijn voor zowel regulier als periodiek onderhoud (maaien en baggeren), omdat deze worden ingesloten door de nieuwe ontwikkeling/bebouwing. Dit geldt met name in het stedelijk gebied, waar het hoogheemraadschap de ambitie heeft om het onderhoud van gemeenten over te nemen.

Indien er ter plaatse geen varend onderhoud wordt uitgevoerd, dient een obstakelvrije zone van tenminste 5 meter aangehouden te worden. In het plan is voorzien in een collectieve buitenruimte aan het water, aan de westzijde van het terrein. Het niveau verschil tussen maaiveld en water bedraagt circa 3m1. Het collectieve terras aan het water ligt lager dan maaiveld. Vanaf het terras is het onderhoud van het water mogelijk. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage.

36

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

De waterkwaliteit wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater in de omgeving. De ontwikkeling heeft geen verslechtering van de waterkwaliteit tot gevolg. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt bij alle bouwplannen een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK'shoudende bouwmaterialen. Betekenis voor dit project Ten aanzien van het aspect water zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling. Werkzaamheden binnen 5 meter vanaf de waterlijn zijn vergunningplichtig.

5.4

Bodemsituatie

In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart gebracht te worden. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daarbij is wettelijk bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers en het milieu. Ten behoeve van de bestemmingswijziging is door Grondslag de kwaliteit van de bodem onderzocht (zie bijlage 3).Behalve de chemische kwaliteit van de bodem is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Het bodemonderzoek is verricht volgens de vigerende richtlijnen uit de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De hypothese voor het onderzoek is dat er op basis van de resultaten van het voorgaand onderzoek verdachte deellocaties kunnen worden verwacht, en matige verhogingen aan zware metalen en PAK. Ook kunnen er op de locatie puinhoudende bodemlagen worden verwacht, alsmede lagen volledig puin.

Onderzoeksresultaten Bodemkwaliteit De onderzoeksresultaten van de chemische kwaliteit van de bodem zijn als volgt: • De gestelde hypothese dat ter plaatse van de ondergrondse opslagtanks verhogingen aan minerale olie kunnen worden verwacht, is bevestigd. Er is in de grond een lichte verhoging gemeten aan minerale olie. Visueel is er geen olie waargenomen. • Ter plaatse van boring 115 (vml. boring 03) werden op basis van het voorgaand onderzoek sterke verhogingen aan lood en zink verwacht. Deze hypothese is niet bevestigd. Er zijn namelijk aan lood en/of zink geen verhogingen gemeten boven de achtergrondwaarden. • De gestelde hypothese dat onder de asfaltverharding ter plaatse van boring 109 (vml. boring 06) sterke verhogingen aan PAK worden verwacht, is niet bevestigd. Er is in de ondergrond van boring 109 geen verhoging gemeten aan PAK boven de achtergrondwaarden. • De gestelde hypothese dat de bodem onder aanwezige slakkenlagen verdacht is op het voorkomen van verhogingen aan vanadium, is niet bevestigd. In de meest verdachte bodemlaag (bovengrond boring 106) is geen overschrijding van de achtergrondwaarde van vanadium gemeten. • De gestelde hypothese dat op het overig terreindeel in de bodem matige verhogingen aan zware metalen en PAK worden verwacht, is bevestigd. In de ondergrond van boring 108 is een matige verhoging gemeten aan koper.

Verder zijn maximaal lichte verhogingen gemeten aan zware metalen en/of PAK. Ter plaatse van boring 101 is in de bovengrond olie waargenomen en is analytisch aan matige verhoging aan minerale olie gemeten. De matige verontreiniging is visueel afgeperkt middels boringen 125 t/m 127. In de ondergrond van boring 122 is eveneens visueel olie waargenomen. In de grond is een lichte verhoging aangetoond aan minerale olie en in het grondwater zijn geen verhogingen gemeten. Visueel is deze verontreiniging afgeperkt middels boringen 123 en 124. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek.

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

37

Aanwezigheid asbest De gestelde hypothese dat in puinhoudende lagen asbest kan worden verwacht, is bevestigd. In de puinlaag ter plaatse van boring 109, gelegen onder de asfaltverharding, is een stukje asbest aangetroffen. In de fijne fractie van het puin onder het pand en onder de asfaltverharding is echter geen asbest gemeten. Op basis van het onderzoek kon geen totaalgehalte aan asbest worden bepaald, aangezien de puinverharding indicatief op asbest is onderzocht. Het graven van inspectiegaten was niet mogelijk. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan verspreid over de onderzoekslocatie in de puinlagen asbest worden verwacht. Met de beoogde werkzaamheden dient hier rekening mee gehouden te worden. Afhankelijk van de acceptant van het puin kan wellicht aanvullend asbestonderzoek worden verlangd na de sloop. Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat het bodemonderzoek conform de NEN 5740 is uitgevoerd. Een (verkennend) asbest in grond onderzoek overeenkomstig de NEN 5707 is niet noodzakelijk gebleken. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geen belemmering is voor het bestemmingsplan en ook geen belemmering vormt voor het in werking treden van de omgevingsvergunning bouwen. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek te laten doen ter plaatse van de kelder en om de oliespot voorafgaand aan de bouw te laten verwijderen.

Betekenis voor dit project • Op basis van het verkennendbodemonderzoek en het verkennend asbestonderzoek blijkt dat er met betrekking tot het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen functiewijziging. • Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. • Indien de kelder wordt ingericht als verblijfsruimte is het noodzakelijk om bij de omgevingsvergunningaanvraag een afdoend aanvullend bodemonderzoek aan te leveren. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging.

5.5

Cultureel erfgoed

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Er staat geen monumentale bebouwing of beplanting op de planlocatie.

5.5.1 Cultuurhistorie Historische ontwikkeling van de locatie Het Keern was van oudsher een toegangsweg naar de stad Hoorn. Deze weg leidde naar de Noorderpoort, een van de stadspoorten van Hoorn. De oorsprong van het Keern gaat terug tot in ieder geval de 13de eeuw en mogelijk de 12de eeuw. Het is een binnenwaterkerende dijk tussen de Ooster- en de Westerpolder. Waarschijnlijk heeft aan beide zijden van de (lage) dijk een dijksloot gelegen. Langs het gehele Keern is in 1675, na de grote dijkdoorbraak bij Scharwoude, een nieuw dijkje aangelegd: het Kaas en Broodsdijkje. Aan welke zijde van het Keern deze lag, hoe hoog en hoe breed deze was, is niet bekend.

38

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

Ten zuiden van het plangebied ligt de huidige provinciale weg. Vroeger lag hier de Houterweg, één van de middeleeuwse toegangswegen naar Hoorn. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal 4. Geleidelijk is langs het Keern bebouwing ontstaan. De oudste bebouwing moet waarschijnlijk aan het zuidelijke deel van het Keern worden gezocht (ten zuiden van de huidige Provincialeweg), vermoedelijk vanaf de 15de eeuw. De bebouwing aan het Keern heeft zich geleidelijk uitgebreid richting het noorden. Op de oudste kaart van Jacob van Deventer (ca. 1559) is op de locatie van het plangebied al bebouwing zichtbaar. Op de kaart van Johannes Dou uit 1651-1654 is de situatie praktisch onveranderd. Uit beide kaarten blijkt dat de westzijde van het Keern aardig dichtbebouwd was in de 16de en 17de eeuw. De bebouwing is aan de achterzijde (westzijde) begrensd door een brede sloot. De oostzijde van de percelen ligt direct langs de weg. Op de kadastrale kaart van 1823 is er nog sprake van kleinschalige bebouwing in het zuidelijke deel van het plangebied , maar verscheidene omliggende woningen zijn verdwenen. Dit zal samenhangen met de economische neergang in de 18de en 19de eeuw. Het huis op perceel C213 was in het bezit van Jacob Jansz Brakeboer.

Een eeuw later is dit deel van het terrein nog steeds met kleine huizen bebouwd. In 1963 is voor het bestaande pand op het Keern 39 een vergunning aangevraagd voor de verbouw van een garage tot werkplaats. In 1969 werd deze werkplaats naar achteren (in westelijke richting) uitgebreid. Daarbij is langs de randen met houten heipalen en gewapend beton gefundeerd. Mogelijk is het bodemarchief in het centrale deel van de werkplaats nog intact. In 1987 is een vergunning verleend voor de bouw van Garage de Egel, voorheen bekend als De Egel Banden. Het bestaande pand werd toen met een extra onderkelderde vleugel richting het noorden uitgebreid. De diepte van de kelder van deze nieuwe werkplaats is minstens 2,6 m onder het maaiveld. In 1995 is het pand tenslotte nogmaals verbouwd. Cultuurhistorische verantwoording Met het bouwplan worden de cultuurhistorische waarden niet onevenredig aangetast. De nieuwe woningen aan het Kern komen in de lijn van de andere woningen aan het Keern te liggen, met een entree aan het Keern en een hoofdmassa haaks op het Keern. De massa is passend bij de functie, op het kruispunt van historische routes is de stad. De historische sloot achter het perceel wordt weer herkenbaar, hetgeen een positieve ontwikkeling is.

afb.19Planlocatie ligt nabij knooppunt van historische routes en is reeds lang bebouwd

4Zie ook Bijlage 4.Archeologische quickscan, Team Erfgoed – Archeologie gemeente Hoorn, 4 april 2019

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

39

5.5.2 Archeologie

Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zo nodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Hoorn heeft gebieden van archeologische waarde vastgelegd middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. In deze dubbelbestemming worden nadere eisen gesteld aan het verrichten van bodemingrepen.

Voor de overige gebieden geldt dat er, vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde, geen sprake is van een onderzoeksplicht. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, waardoor er een onderzoeksplicht geldt voor ontwikkelingen die betrekking hebben een oppervlakte van meer dan 100 m² en dieper dan 30 cm. De geplande ingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrens. Team Erfgoed – Archeologie van de gemeente Hoorn (Archeologie West-Friesland) heeft in april 2019 een archeologische quickscan geactualiseerd opgemaakt voor de planlocatie aan het Keern(zie bijlage 4)De aanleiding van het onderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bestaat de verplichting om bij bestemmingsplanwijzigingen ook rekening te houden met archeologie. Met deze rapportage wordt aan die verplichting voldaan. Onderzoeksresultaten Op basis van de archeologische quickscan kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Het Keern heeft een hoge archeologische waarde. De binnenwaterkerende dijk dateert uit de 12de of 13de eeuw. Langs de dijk is waarschijnlijk vanaf de 15de eeuw en zeker vanaf de 16de eeuw gewoond. Op de oudste historische kaart uit 1559 van Van Deventer is al bebouwing zichtbaar binnen de contouren van het plangebied. Dit blijft vrijwel ongewijzigd tot in de 20ste eeuw.

Binnen het plangebied geldt een hoge archeologische waarde voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. • De huidige bebouwing van Garage de Egel beslaat ongeveer de helft van onderhavig plangebied. Met de aanleg van de kelder van Garage de Egel eind jaren tachtig, zijn de archeologische waarden in het noordwestelijk deel van het plangebied waarschijnlijk aangrijpend aangetast. Het overige deel van de bestaande garage (daterend uit de jaren ’50 en ’60) lijkt alleen langs de randen te zijn gefundeerd. In het centrale deel is het bodemarchief mogelijk nog intact. Afgezien van de locatie van de kelder van Garage de Egel, zijn de archeologische waarden binnen het plangebied dus vermoedelijk nog grotendeels intact. Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een niet archeologie-vriendelijk bouwplan houdt in dat de huidige situatie van de bodem zal worden verstoord tijdens het bouwproces (een overzicht hiervan is opgenomen in bijlage 4).

Ligt het in de planning om één of meerdere bodemverstorende werkzaamheden tijdens het project uit te voeren, dan wordt het bouwproject als niet archeologie-vriendelijk geclassificeerd en dient nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd: • Indien de geplande ingrepen benodigd voor de nieuwbouw een oppervlakte groter dan 100 m2 bestrijken en niet archeologie-vriendelijk worden uitgevoerd, is op basis van de geplande nieuwbouw en de hoge archeologische waarde een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist. Dit archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een archeologische opgraving voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. Hierbij dient de

40

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

•

oostelijke helft van de nieuwbouwcontour vlakdekkend te worden onderzocht (zie afb.20). In deze zone heeft de historische bebouwing gestaan en de bodem is hier naar verwachting niet of nauwelijks verstoord. Ook de bodemopbouw, met een deel van een dijkprofiel en ophogingslagen hier tegenaan, is op deze locatie het meest interessant. Bij de westelijke helft van de nieuwbouwcontour kan worden volstaan met een brede sleuf tot aan de brede sloot die het perceel aan de westzijde begrensde. Doel van deze sleuf is het onderzoeken van de bodemopbouw en vaststellen of hier gedempte sloten aanwezig zijn. Als delen van het terrein worden gesaneerd, is aanvullend archeologisch onderzoek mogelijk noodzakelijk.

afb.20Begrenzing archeologische verwachtingen Keern 39 (zie bijlage 4)

Betekenis voor dit project: Het aspect erfgoed staat de ontwikkeling vooralsnog niet in de weg: • Er staat geen monumentale bebouwing of beplanting op de planlocatie. • De beoogde herontwikkeling past binnen de cultuurhistorische identiteit van het Keern als historische route en drager van ontwikkelingen. • Geadviseerd is om een vlakdekkende archeologische opgraving uit te laten voeren binnen de oostelijke helft van de nieuwbouwcontour. Als leidraad voor de opgraving dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. Na het opgraven van de archeologische waarden kan de voorgenomen ingreep worden vrijgegeven met betrekking tot het aspect archeologie. • Indien bij bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.

5.6

Natuurtoets

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming).

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

41

5.6.1 Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming

Ecologisch onderzoeks- en adviesbureauGroot Eco Advies heeft in oktober 2020, ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie tot kleinschalige woningbouwlocatie, een quickscan opgemaakt van de aanwezige natuurwaarden op de planlocatie. De op de planlocatie aanwezige natuurwaarden zijn tijdens de quickscan als volgt beoordeeld (zie bijlage 5): Soortenbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de locatie potenties heeft voor beschermde soorten als Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de locatie geen potenties heeft voor andere beschermde soorten, behoudens krachtens de PRV vrijgestelde amfibieënsoorten. Gebiedsbescherming De locatie ligt op afstand van Natura 2000-gebied(en) en NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Externe effecten op de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten gezien de aard van de werkzaamheden en de grote afstand tot het Natura 2000-gebied.Het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Gebiedsbescherming is met betrekking tot de voorgenomen ruimtelijke ingreep m.b.t. bovengenoemde aspecten niet aan de orde.

5.6.2 Aanvullend onderzoek beschermde soorten

Op basis van de quickscan heeft op de locatie in het voorjaar en de zomer van 2021 nader onderzoek plaatsgevonden naar de beschermde soorten Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen(zie bijlage 6). Op basis van de onderzoeksgegeven is bepaald of er een conflict is met de Wet natuurbescherming en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Onderzoeksresultaten Tijdens de inventarisatie zijn geen verblijfplaatsen van Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen aangetroffen. Er werd slechts zeer beperkt gefoerageerd door Gewone dwergvleermuizen. Er was voornamelijk sprake van enkele overvliegende Gewone dwergvleermuizen. Van binding met de te onderzoeken panden was geen sprake. Afweging Sloop van de panden en nieuwbouw heeft geen negatief effect op Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

5.6.3 Aanvullend onderzoek stikstofdepositie

In de quickscan worden effecten op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten. Desalniettemin dient de stikstofdepositie van het project op omliggend Natura 2000-gebied beoordeeld te worden. Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof is een stikstofberekening gemaakt met behulp van het rekenprogramma AERIUS 2020. AERIUS 2020 berekent de stikstofdepositie als gevolg van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden. Op basis van verkeersaantrekkende werking en activiteiten, bouwfase en gebruiksfase van het initiatief is de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura2000-gebieden beoordeeld (zie bijlage 7). De AERIUS-berekening is uitgevoerd met de vorige release van de AERIUS-Calculator. Ambtshalve is de berekening van de toekomstige gebruiksfase daarom geactualiseerd naar de nieuwste versie. Aangezien het aantal geplande appartementen is uitgebreid van 28 naar 32 is de berekening ook aangepast door de adviseur natuur van de OD NHN. Uit de geactualiseerde berekening met 32 appartementen komen geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Deze berekening is bijgevoegd en is onderdeel van het dossier (zie bijlage 14). De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Een vergunning Wnb is niet nodig.

42

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

Hieruit volgend kan geconcludeerd worden dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan. Betekenis voor dit project • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. • Het beoogde bouwplan veroorzaakt geen conflict met de Wet natuurbescherming.Uit aanvullend onderzoek blijkt dat de beschermde soorten Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen ter plekke niet zijn aangetroffen. Het voorkomen van beschermde soorten is redelijkerwijs niet te verwachten bij de werkzaamheden. • Een ontheffing of vergunning Wnb is niet nodig. • Daarnaast is een belangrijk aspect van de flora- en faunawet de algemene zorgplicht. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft. • Aangezien het plangebied ook aan een parkje ligt is het een goede locatie om natuurinclusief te bouwen. Zo kunnen soorten in het parkje mogelijk een rust- of verblijfplaats vinden in het nieuw te bouwen pand.

5.7

Geluidhinder

Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het realiseren van geluidsgevoelige objecten onderzocht worden of aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan.

5.7.1 Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai Het akoestisch onderzoek uitgevoerd door abtWassenaar omvat het inzichtelijk maken vande geluidsbelasting op de diverse gebouwen op het perceel ten gevolge van de relevantewegen in de omgeving(zie bijlage 8).De Provincialeweg en het Keern zijn voor de Wet geluidhinder gezoneerde wegen en de geluidsbelasting van deze weg moet daarom worden getoetst. De geluidsbelasting van deze weg is bepaald en beoordeeld aan de voorwaarden voor een acceptabel woon- en leefklimaat. Het onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op de relevante omliggende wegen in het onderzoeksgebied voor het geplande, nieuw te bouwen, appartementengebouw leidt tot de volgende conclusies: Provincialeweg De geluidbelasting voor alle bouwlagen en voor alle gevels inclusief aftrek art. 3.4 Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012 (kortweg: RMG 2012) bedraagt meer dan de voorkeurswaarde van 48 dB Lden. en ter plaatse van de voorgevel en de zijgevels meer dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Dit betekent dat zonder ingrijpende maatregelen, woningbouw niet mogelijk is. Mogelijke maatregelen zijn dove gevels, vliesgevels, afsluitbare loggia’s/balkons (zoals aan de achtergevel is beoogd) of metaglas voorzetramen. Keern De geluidbelasting inclusief aftrek art.

3.4 Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012 (kortweg: RMG 2012) voor alle bouwlagen en ter plaatse van de zijgevel links en de voor- en achtergevel bedraagt meer dan de voorkeurswaarde van de Wet geluidhinder (Wgh) van 48 dB Lden en minder dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB.

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

43

In een nader onderzoek naar te treffen maatregelen, kan worden nagegaan of de gekozen oplossingsrichtingen in de omgevingsvergunning aanvaardbaar zijn. Spoorweglawaai Er is geen sprake van nieuwbouw in de nabijheid van spoorwegen. Een onderzoek in het kader van de Wet Geluid is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai Het plangebied is niet in een geluidszone van een industrieterrein gelegen. Een onderzoek in het kader van de Wet Geluid is dan ook niet noodzakelijk.

5.7.2 Geluidswering gevels

Op grond van het Bouwbesluit 2012 moet de gevel van een gevoelige bestemming voldoende geluidwerend zijn. Het vereiste binnenniveau bedraagt volgens het Bouwbesluit 2012 voor het industrielawaai 35 dB(A). Om hieraan te kunnen voldoen dient de geluidwering van de gevels dusdanig te zijn dat wordt voldaan aan het vereiste binnenniveau voor het gecumuleerde industrielawaai. De geluidwering dient te worden bepaald volgens de NEN 5077, ‘Geluidwering in gebouwen’. De vereiste geluidwering dient voor de geluidgevoelige ruimten tenminste 20 dB(A) te bedragen om te kunnen voldoen aan het vereiste binnenniveau van 35 dB(A) voor industrielawaai. De geluidbelasting ter plaatse van de voorgevel en de zijgevels bedraagt meer dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Voor de Provincialeweg is een minimale geluidwering noodzakelijk van 29 dB. De initiatiefnemer dient bij de omgevingsvergunningaanvraag een akoestisch onderzoek geluidswering gevel te voegen waaruit blijkt hoe de benodigde geluidswering in het bouwplan gerealiseerd wordt (bijv. standaardmaatregelen, mechanische ventilatie e.d.).. Vooralsnog wordt specifiek voor dit project gedacht aan de volgende maatregelen: • de situering van de slaapkamers aan achterzijde; • het gebruik van metaglas; • het gebruik van akoestische panelen in de zuidgevel.

afb.21 Overzicht mogelijke maatregelen aan de gevels

44

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

5.7.3 Besluit hogere grenswaarden Op basis van het akoestisch onderzoek van abtWassenaar dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning Keern 39) te nemen vanwege het wegverkeer op de Provincialeweg tot aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Het betreft de volgende waarden: Woning 1 Woning 11 Woning 22 Woning 3 Woning 4 Woning 5 Woning 6 Woning 7 Woning 8 Woning 9 Woning 10 Woning 13 Woning 14 Woning 15 Woning 16 Woning 17 Woning 18 Woning 19 Woning 20 Woning 24 Woning 25 Woning 26 Woning 27 Woning 28 Woning 29 Woning 30 Woning 31

ten behoeve van de Provincialeweg:

61 dB (aan zijde Blauwe Berg) 61 dB (aan zijde Blauwe Berg) 62 dB (aan zijde Blauwe Berg) 50 dB (aan zijde galerij) 50 dB (aan zijde galerij) 50 dB (aan zijde galerij) 50 dB (aan zijde galerij) 50 dB (aan zijde galerij) 50 dB (aan zijde galerij) 50 dB (aan zijde galerij) 50 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 51 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij) 53 dB (aan zijde galerij)

Woning 2 Woning 3 Woning 4 Woning 5 Woning 6 Woning 7 Woning 8 Woning 9 Woning 10 Woning 12 Woning 13 Woning 14 Woning 15 Woning 16 Woning 17 Woning 18 Woning 19 Woning 20 Woning 21 Woning 21 Woning 23 Woning 24 Woning 25 Woning 26

ten behoeve van het Keern:

49 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Keern) 51 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg)

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

45

Woning 27 Woning 28 Woning 29 Woning 30 Woning 31 Woning 32 Woning 32

52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Provincialeweg) 53 dB (aan zijde Provincialeweg) 53 dB (aan zijde Provincialeweg) 52 dB (aan zijde Keern)

Verder moet voor de volgende woningen nog met maatregelen aangetoond worden dat deze onder een maximale ontheffingswaarde van 63 dB gerealiseerd kunnen worden: Woning 2 Woning 3 Woning 4 Woning 5 Woning 6 Woning 7 Woning 8 Woning 9 Woning 10 Woning 12 Woning 13 Woning 14 Woning 15 Woning 16 Woning 17 Woning 18 Woning 19 Woning 20 Woning 21 Woning 23 Woning 24 Woning 25 Woning 26 Woning 27 Woning 28 Woning 29 Woning 30 Woning 31 Woning 32

ten behoeve van de Provincialeweg, zonder maatregelend is

67 dB berekend 68 dB 68 dB 68 dB 68 dB 68 dB 68 dB 68 dB 68 dB 68 dB 68 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 68 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB 69 dB

Dit betreft de gevels in de op de plankaart aangegeven ‘gevellijn’. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een voorwaarde opgenomen voor het bouwen van gebouwen langs de Provincialeweg. Het bouwen van gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige objecten langs de Provincialeweg is uitsluitend toegestaan wanneer een goed woon- en/of leefklimaat voldoende is verzekerd door de realisatie van aaneengesloten dove gevels ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’, waardoor is voldaan aan de verkregen hogere grenswaarde als gevolg van de geluidsbelasting vanwege de Provincialeweg van 63 dB.

46

Toelichting bestemmingsplan Keern 39 Hoorn

Betekenis voor dit project • Bij de uitvoering van dit project is wegverkeerslawaai een aandachtspunt.Gezien de gevelbelasting moeten maatregelen toegepast worden om realisatie van het gebouw mogelijk te maken. Gemeente Hoorn heeft geen apart geluidbeleid, gehandeld moet worden volgens de Wet geluidhinder. • Ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning dient een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel uitgevoerd te worden op grond van het Bouwbesluit 2012. Hierbij moeten ook afdeling 3.2, afdeling 3.3 en afdeling 3.4 van het Bouwbesluit 2012 te worden meegenomen. • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn dient een besluit hogere waarden Wet geluidshinder (ten behoeve van de Omgevingsvergunning Keern 39) te nemen vanwege het wegverkeer op de Provincialeweg en het Keern tot aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. • In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een voorwaarde opgenomen voor het bouwen van gebouwen langs de Provincialeweg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hoorn&id=0c4e183e-3c22-4dca-ac1f-32661e4d21e9