CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 23 maart 2023

Raadsavond 23 maart 2023, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Plenaire besluitvormende vergadering (Raadzaal)43.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De voorzitter: Dan de heer Meesters, wat is uw reactie hierop? De heer Meesters: Ja, ik begrijp heel goed wat mevrouw Bisschop zegt maar desondanks, we hebben en landelijke normen, dat hoorde ik de wethouder net ook zeggen waar we aan moeten voldoen dus dat zal een belangrijk punt zijn. En ja, het blijft de vraag, laten we dan inderdaad alles afhangen van wat mogelijk is? Ik begrijp trouwens heel goed het punt hoor met de stijgende bouwkosten want ik zie ook dat het moeilijk is om bepaalde woningen betaalbaar te houden. Dus daar voel ik echt met u mee. Maar het gaat mij er wel om, welke gemeente willen we zijn. En volgens mij is dat waar een Woonvisie over gaat. We weten niet hoe de

markt er over vijf jaar voor staat maar we willen wel een bepaalde type gemeente zijn en daarvoor heb je een visie nodig. De voorzitter: Ik heb nog niet D66 en GroenLinks gehoord en daarna mag u reageren, mijnheer Klok. Dus ik wil nog even luisteren naar de reactie van D66. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij sluiten ons voor nu aan bij de woorden van de ChristenUnie over dit amendement. Maar ook deels bij de woorden van Gemeentebelangen want ook wij moeten het eerst nog intern bespreken voor we hier een definitief standpunt over innemen. De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, daar kan ik ook kort over zijn, daar sluiten we bij aan. We hebben verder geen nieuwe argumenten die genoemd hoeven te worden vanavond. De voorzitter: Mijnheer Klok, u hebt gehoord wat de reacties nu zijn. En mijnheer Van Rijn ook nog, oké. Sorry maar eerst mijnheer Klok en dan mijnheer Van Rijn. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor nu twee keer de vraag, wat voor gemeente wil je zijn? Nou, wij willen een gemeente zijn waar inwoners kunnen wonen, zeg maar waar gezinnen kinderen mogen krijgen en dat die daar ook weer kunnen wonen. En we moeten oppassen als gemeente dat we gemeenten niet op slot zetten.

We moeten niet zulke … We moeten niet vastlopen in bureaucratie dus we moeten het college, de ambtenaren zeker met de huidige woningnood, de ruimte geven om soms keuzes te maken waardoor de woningbouw versnelt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik heb de heer Van Rijn nog niet gehoord en vanuit de SGP en ik denk als het echt nog een aanvullende reactie is dan hoor ik dat graag maar dan luister ik eerst even naar de SGP. De heer Van Rijn: Nou, voorzitter, mijnheer Klok die zei het zo precies wat ik eigenlijk ook had willen zeggen dus hij was net mij voor. Dank u wel. De voorzitter: Dan wil ik langzamerhand naar de afsluiting van dit debatpunt. Mijnheer Meesters kan nog één keer reageren en dan mag het college nog reageren maar daar komen we zo nog wel even. Gaat uw gang. De heer Meesters: Ja, ik hoor de heer Klok zeggen dat anders de bouw niet op gang komt en dat is vind ik gewoon een aanname want waar baseert u dat op? Er is wat mij betreft geen basis om dat aan te nemen. Daarnaast hebben we een college wat ook in mijn optiek aan het roer staat. En op het moment dat we het constateren dat het bouwen niet van de grond komt, dat het niet goed gaat, kunnen we altijd zeggen, oké, dan moeten we toch andere keuzes gaan maken. En ik denk ook dat het college zo gaat werken.

Maar om nu op voorhand op basis van aannames al te zeggen, we gaan die kaders flexibel maken en loslaten, vind ik te vroeg. Als het … Ik ben het met u eens, we moeten door, maar op het moment dat het klem loopt dan moeten we dit gesprek voeren en niet nu al. De voorzitter: Wilt u nog kort reageren, mijnheer Klok? En dan wil ik echt dit punt afronden met een reactie van het college. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben niet gezegd dat wij de aanname doen dat de hele woningbouw stokt. Maar wat wij wel willen doen is in ieder geval als dat gebeurt, dan die punten wegnemen

die dat juist wel kan veroorzaken. Dus oftewel, wij willen dat voor zijn totdat dat straks een keer gebeurt. En wat de heer Meesters zegt, o, dan moeten we maar een keer bij elkaar komen dan moeten we het erover hebben en dan zijn we weer een jaar verder, enzovoort, enzovoort. We zetten hier een Woonvisie vast of de woningopgave vast tot 2030. En 2030 dat gaat nog twee colleges verder. Dus ja, het is zeer wezenlijk om hier ook in deze Woonvisie die vrije hand toch ergens wat te geven om de woningbouw te versnellen of in de toekomst enige vertraging te voorkomen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan luisteren we nu als slot van dit punt naar Jan Zwiers, wethouder. De heer Zwiers: Dank u wel, voorzitter. Ja, kijk, het is heel prettig om alle scenario's voorbij te horen komen hè, wat dit aangaat, wat dit punt aangaat. En u bent ook van het college gewend dat als er een amendement voorligt, dat we daar ook alvast een advies op geven ook richting de besluitvorming over een week of twee. Voor het college is dit amendement in principe uitvoerbaar maar wij vinden het, en dat zal u niet verbazen gezien het gesprek wat net al heeft plaatsgevonden, het debat wat net heeft plaatsgevonden, wij laten het aan u als raad. De voorzitter: Dank u wel.

Dan stel ik voor dat we naar een volgend debatpunt gaan en dan kijk ik naar de VVD en volgens mij sloot het CDA zich daar ook bij dat debatpunt aan. Maar kunt u nog kort toelichten, mijnheer Klok? De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. U noemt het debatpunt niet maar de toegankelijkheid van sociale huur van 90 procent bedoelt u toch? De voorzitter: Correct. Dank u wel. De heer Klok: Ja, dank u wel. Ja, in de sociale … Sorry. In de Woonzorgvisie staat dat wij van alle sociale huurwoningen die gebouwd moeten worden, dat 90 procent aan de definitie moet voldoen, toegankelijk. Wij ons nu afvragen eigenlijk met hetzelfde, met dezelfde gedachtegang van het vorige debatpunt, moeten wij die 90 procent zo hoog neerzetten? Moeten wij dat niet lager neerzetten want het is wel een hele vraag van corporaties om 90 procent van elke woning toegankelijk te bouwen. Moeten wij niet zeggen om juist die woningbouw te versnellen, juist om sociale huur bouw te versnellen, moeten we dat percentage niet laag zetten? Dank u wel. De voorzitter: Dus u stelt voor om dat te verlagen. En het CDA zie ik ook knikken. De heer Klok: Nee, nou, dat is niet een vraag, dat wil ik als debatpunt inbrengen. De voorzitter: Ja, ja, daarom. Dan gaan we daarnaar luisteren hoe anderen daarop reageren. Wie kan ik het woord geven? Niemand? Is iedereen het mee eens? Dat is de vraag. Dan gaan we luisteren naar de SP.

De heer Pomper: Nee, want het gaat natuurlijk dat het toegankelijk is voor mensen met lagere inkomens. En als we dat … We hebben de laatste jaren al heel veel sociale woningbouw weggegooid dus dan gaan we zeker niet dat percentage omlaag brengen. Mevrouw Bisschop-Hiemstra: Voorzitter, misschien mag ik dit even corrigeren? De voorzitter: Ja, gaat u gang, mevrouw Hiemstra want u reageert heel snel op de conclusie van SP.

Mevrouw Bisschop-Hiemstra: Ja, want dit begrip toegankelijkheid wordt niet bedoeld. Het gaat hier om de interne en externe toegankelijkheid op bladzijde 37. Dus dat wil zeggen dat alle woonvoorzieningen, de belangrijke woonvoorzieningen op de begane vloer zijn dus daar gaat de discussie nou over. Willen we inderdaad aan de woningcorporaties vragen om 90 procent van de nieuwe sociale huurwoningen, dus alles eigenlijk gelijkvloers aan te brengen? Dat is de discussie. De voorzitter: Dank u wel voor uw definitie. En ik zie de hand van mijnheer Meesters en dan mijnheer Bauer. De heer Meesters: Ja, voorzitter, ja, of dat getal van 90 procent precies juist is, dat kan ik moeilijk stellen. Ik weet niet wat de gevolgen zijn als we dat wel of niet doen. Wat ik wel weet is dat er op dit moment heel veel sociale huurwoningen zijn die niet per definitie zorggeschikt zijn. En met het langer thuis wonen, met de kans die wij opgaan in deze Woonzorgvisie, is het nodig dat er woningen zijn waar mensen makkelijk thuis kunnen wonen. Zonder drempels, zonder trappen, zodat je ook niet allemaal dure aanpassingen hoeft te doen in bestaande woningen. Want volgens mij is dat het argument om hiervoor te kiezen, dat je anders bestaande woningen voor veel meer geld moet gaan aanpassen terwijl je ook kan zorgen dat je juist het aanbod opnieuw creëert.

De voorzitter: Wat is de mening van de Partij van de Arbeid? Waarop wilt u ... De heer Zwiers. De heer Zwiers: Nou, ik denk dat het goed is dat we even de begripsverwarring toch zeg maar om zeep helpen in dit geval. Want het gaat erom dat een woning ook al toegankelijk is of gemaakt kan worden als er bijvoorbeeld een traplift in kan. Dan hoeft die er nog niet eens in te zitten. Dus het gaat er om, kun je, heb je de mogelijkheid om een woning toegankelijk te maken, met een kleine aanpassing bijvoorbeeld? De voorzitter: Goed, dan ga ik nu naar de Partij van de Arbeid. Gaat uw gang, wat is uw mening over dit standpunt? De heer Bauer: Ja, dank u wel. Ja, 90 procent toegankelijk klinkt als een droom die uitkomt. Woningen na de tijd nog weer moeten aanpassen omdat het allemaal net niet wil is natuurlijk niet levensbestendig, waar we het juist altijd over hebben. Dus laten we dat gewoon mooi zo aanhouden. De voorzitter: Dus u wilt, begrijp ik, dit zo laten. Dan anderen want ik zag nog meer handen. D66. Mevrouw Rutgers: Ja, ik sluit me daarbij aan en ik wil tegelijkertijd gezien de tijd en ook dat we nog een debat moeten voeren, er wel op wijzen, laten we echt in debat gaan over punten die we nodig hebben om te kunnen besluiten of je voor of tegen dit raadsvoorstel bent en niet over percentages nog uitgebreid debat te voeren.

De voorzitter: Ik heb proberen recht te doen aan het inbrengen van de VVD qua debatpunten. Kijk ik even naar de VVD, is dit voldoende nu wat we besproken hebben om over te gaan tot besluitvorming wat betreft de VVD? De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb de meningen gehoord en wij gaan ons beraden. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan stel ik voor dat we naar een ander punt gaan van D66, even kijken, mijn volgorde. GroenLinks hadden we geconstateerd dat u geen debatpunten meer had. Dan kijk ik naar D66, mevrouw Rutgers, u hebt gehoord dat de wethouder zei dat het een wettelijke plicht was om de Woonzorgvisie wel met de term zorg te blijven benoemen. Blijft u bij dit debatpunten of zegt u …

Mevrouw Rutgers: Nee, als dat wettelijk verplicht is dan hoeven we daar niet over in debat. De voorzitter: Prima, dan vervalt dat debatpunt. En dan had u nog een debatpunt over hoe hard zijn de eisen ten aanzien van duurzaamheid en daar sloot ChristenUnie zich bij aan. Wilt u daarover nu debatteren met betrekken tot de Woonzorgvisie? Mevrouw Rutgers: Nou, ik kijk ook even eigenlijk naar de ChristenUnie en volgens mij naar GroenLinks want die hadden ook dat punt. Dus is dat iets waar we ons op moeten beraden om met een amendement te komen of willen we er nu over in debat gehoord hebbende de andere meningen al? De voorzitter: Ik kijk naar de ChristenUnie en naar GroenLinks. De heer Meesters: Ja, voorzitter, ik heb ook de beantwoording van de wethouder net gehoord op de vragen en die gaf aan dat als het gaat om de kaders wat betreft klimaatadaptief en dat soort zaken, dat het in het uitvoeringsprogramma terecht hoort. En volgens mij is dat dan het geëigende moment dat we echt de kaders daarover gaan vaststellen. En hier is het dan ruim omschreven maar ik verwacht dan in het uitvoeringsprogramma daarop verder dus wat mij betreft kan dit debatpunt vervallen. De voorzitter: GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, daar sluit ik wel bij aan.

Ik wil dat dan ook wel afwachten in het uitvoeringsplan en of het dan nodig is om eventueel daarop te amenderen of aan te vullen of een motie op in te verdienen. De voorzitter: Mag ik dan concluderen, mevrouw Rutgers, dat u dan verder geen debatpunten hebt meer voor nu, voor de Woonzorgvisie? Mevrouw Rutgers: Ja, dat klopt. De voorzitter: Ja. Dan zie ik nog een hand van mijnheer Zwiers, die zwaait elke keer maar het is ook terecht. De heer Zwiers: Ja, ik hoop toch dat we zo spoedig mogelijk tot een eind van dit debat komen natuurlijk, maar het moet wel zorgvuldig. Dat heeft u ook met elkaar besloten. We hebben op bladzijde 35 van de Woonzorgvisie hebben we een toetsingskader staan, toetsingskader woningbouw. En ik denk dat dat in ieder geval steeds meegenomen wordt en bij de beoordeling van de individuele projecten zullen we daar uiteraard ook naar kijken. Ja, en staat dat er dan hard genoeg in? Ja, dat is een beetje ook aan u maar we hebben in ieder geval wel dat toetsingskader opgenomen, juist om die duurzaamheid een plek te geven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwiers. Ik kijk dan nu verder ten aanzien van het verzamelen van de debatpunten. Mijnheer Bauer van de Partij van de Arbeid, ik had nog staan inbreiding ofwel uitbreiding, wat willen we als raad.

Wilt u dat debat nu bespreken? De heer Bauer: Nou, er wordt net terecht geopperd, laten we het hebben over punten die echt nodig zijn voor het besluit en dat is dit nou inderdaad net niet eigenlijk dus wat ons betreft schrap maar. De voorzitter: Geen debatpunten van de Partij van de Arbeid. En dan zie ik de, ik ga even het rondje af, de ChristenUnie, zijn de debatpunten voor u voldoende beantwoord al?

De heer Meesters: Ja, want wij hadden die duurzaamheid als punt en dat is zojuist besproken dat we dat nu niet inbrengen. De voorzitter: Als laatste misschien nog een reactie van de VVD en de SP, die wil ik ook nog luisteren. Gaat uw gang. De heer Klok: Ja, dank u wel. Het is jammer dat de heer Bauer het debatpunt inbreiding of uitbreiding niet wil behandelen want wij zeggen juist inbreiding en uitbreiding. Dank u wel. De voorzitter: Ongevraagd gaat u toch al reageren op het debatpunt. Dat was niet de bedoeling maar ik geef dan volgens mij de laatste kans aan de SP als debat … Zijn alle debatpunten voor u ook verdwenen als sneeuw voor de zon of nog niet? De heer Pomper: Nou, de SP had nog een debatpunt maar daar kunnen we ook wel een andere keer over debatteren tijdens een ander onderwerp dus. 4.4 Schorsing debatronde 5.

Pauze De voorzitter: Dat lijkt me dan denk ik heel goed. Ik kan vaststellen dat er een amendement waarschijnlijk komt van de VVD bij de … Die is er al maar die wordt dan, nou ja, u kunt ook nog gehoord de beraadslagingen besluiten om het niet in te brengen, dat kan natuurlijk altijd nog. En dan denk ik dat we kunnen vaststellen dat in ieder geval dit onderwerp naar besluiten kan naar de volgende keer en dat we dan daarmee de Woonzorgvisie in deze fase uitgebreid besproken hebben in het debat. Dan sluit ik deze ronde en dan nemen we even twee minuten wisselpauze en dan neemt de heer Van der Heide de Nota grondbeleid over als debatleider. Dank u wel.

6. Debatronde (Raadzaal) 6.1 Heropening debatronde De voorzitter: Een oproep aan de fractie van Forum voor Democratie om aan te schuiven bij de debattafel. Zo, we zijn weer compleet. Welkom nog voor de kijkers en luisteraars die de moeite hebben genomen nog steeds aanwezig te zijn bij deze raadsavond. Welkom ook debaters aan tafel. Aan de orde is de Nota grondbeleid en in het raadsvoorstel wat voorligt wordt door het college van B&W aan de raad gevraagd de Nota grondbeleid 2023-2027 en tevens de beleidsregels grondbeleid 2023-2027 vast te stellen en te publiceren. En daarnaast tevens een reserve grondexploitatie te vormen en de reserve sociale woningbouw in te stellen. Vanavond gaan we met elkaar in debat om dat raadsvoorstel te bespreken en om het standpunt van de partijen te kunnen bepalen. De Nota grondbeleid is toegevoegd en ook het raadsbesluit beleidsregels Nota grondbeleid 2023-2027 zijn stukken die bij het raadsvoorstel zaten. 6.2 Spreekrecht De voorzitter: Er zijn geen insprekers.

6.3 Nota grondbeleid 2023-2027 De voorzitter: En we hebben 45 minuten gepland maar ik moet officieel om vijf voor twaalf vragen of we het afmaken of niet. Dus wat mij betreft kan het ook misschien nog wel binnen die tijd. En zoals gebruikelijk, u kent het allemaal, drie minuten per fractie om uw voorlopig standpunt kenbaar te maken met de argumentaties en eventuele debatpunten. En daarna gaan we naar de tweede ronde. Wie mag ik het woord geven? De heer Kramer, VVD. De heer Kramer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het iets korter doen als drie minuten want anders komen we al op een half uur. De nota beschrijft de wijze waarop de gemeente haar grondbeleid voert en geeft de spelregels en voorwaarden aan waaronder de gemeente overgaat tot aan- en verkoop van de gronden. Daarmee wordt transparantie geboden voor de wijze waarop de gemeente Hoogeveen de grondmarkt opereert en deze transparantie juichen wij als VVD toe. De grootste verandering ten opzichte van de vorige nota is de overweging op een actief grondbeleid te gaan naar facilitair, ook wel passief grondbeleid te gaan, passend in de trend van de liberalisering. Ook vanuit de VVD zien we de verschuiving van rol van overheid naar markt en de maatschappij. De markt en maatschappij hebben hun eigen wensen en vragen om ruimte en vrijheid bij de ontwikkeling van hun bouwinitiatieven.

Het uitgangpunt wat wij als VVD nastreven is dat de partijen of individuen die willen ondernemen of wonen in een gebied daarvoor ook de gelegenheid krijgen. Flexibiliteit en snelheid zonder al te veel beperkingen, regels en eisen. We zijn dan ook voorstander van meer facilitair grondbeleid en wel met inachtneming dat de gemeentes mee gaan werken om iets op gronden te realiseren. En waarom meer facilitair en niet alleen maar? Is dat wij ook zien dat bepaalde projecten vragen om actief grondbeleid. Als de markt het niet oppakt kunnen we overstappen op actief grondbeleid, per project een maatwerktraject. Als laatste punt waarom we voorstander zijn van facilitair grondbeleid is ons financieel huishoudboekje. De financiën in Hoogeveen kunnen niet de risico's van actief grondbeleid opvangen. Dan vraagt het raadsvoorstel ook om een reserve grondexploitatie vorm te geven en een reserve sociale woningbouw in te stellen. Ook hier zijn wij vanuit VVD positief over gestemd, meer financieel inzicht in ons huishoudboekje. Waar we wel rekening mee moeten houden is dat de algemene reserve hieronder kan leiden maar dat is waar we als raad bewust voor kiezen en hebben we in ons achterhoofd bij keuzes die we maken in de toekomst, bijvoorbeeld de Hoofdstraat-Zuid in Hoogeveen.

VVD is dus voornemens om in zijn algeheel voor te stemmen voor dit voorliggende raadsvoorstel en we hebben geen debatpunten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Kramer. Als iedereen zo vlot praat als u vanavond dan zijn we op tijd klaar. Dan gaan we verder met de heer Pomper. De heer Pomper: Dank u. De heer Pomper is vast nog sneller klaar met mijn woorden hier. Ja, ook wat de Nota grondbeleid betreft spreekt de SP waardering uit voor ambtenaren die een mooie nota uit de grond hebben gestampt. Wel een keer even mooie woordspeling. Ha ha ha, zo laat op de avond. De SP ziet dat we van actief naar faciliterend grondbeleid gaan en op zich lijkt het in de huidige tijd een verstandige keuze maar zoals ook al in het raadsvoorstel staat, we geven de regie wel uit handen en dat brengt risico's met zich mee. Ja, en je weet het hè, de SP is altijd wel wat huiverig geweest voor marktwerking zoals u weet. Maar goed, ons voorlopig standpunt is dat we hiermee in kunnen stemmen. We hebben nog een suggestie en een vraag aan de wethouder. En eerst maar even met de suggestie. Bij artikel 8 van het grondbeleid staat dat we de juridische en de financiële waarden toetsen.

En de SP zou er eigenlijk aan toe willen voegen dat ook de meerwaarde getoetst moet worden in de zin van, heeft het beleid ook een meerwaarde? Gaan we bijvoorbeeld weer een kantoorpand bouwen terwijl er heel veel leegstaan. Wellicht dat de SP dan nog met een amendement komt. En de vraag is eigenlijk ook in lijn met wat de woningbouwcorporaties in een brief

hebben gestuurd, die hebben hun zorgen geuit. Die zeggen van, nou, sociale … Ze missen een inzicht van hoe de doelen de sociale woningbouw dus in context met passief grondbeleid behaald kunnen worden. SP vraagt de wethouder dan om een inhoudelijke reactie en dat mag eventueel ook schriftelijk als het maar wel voor de stemming over twee weken is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Otten, CDA. De heer Otten: Dank u wel, voorzitter. Er ligt eigenlijk één vraag voor en de vraag is, gaan we actief grondbeleid voeren of passief grondbeleid? En ik ben er toch wel een beetje van geschrokken dat faciliterend grondbeleid bepalend is. We gaan een anterieure overeenkomst sluiten, de Wet voorkeursrecht gemeenten gaan we toepassen voor een andere partij, eventueel tot onteigening toe. Wij hebben in Hoogeveen natuurlijk goede ervaring met samenwerking maar wij hebben ook een hele slechte ervaring met grote particuliere partijen die failliet gaan en wij kunnen later de straat aanleggen. Er zijn nogal wat lastige zaken onderweg en ik weet niet wanneer altijd de beste oplossing is om dat eventueel ook in gezamenlijkheid te doen met marktpartijen zeg maar. Dan hou je er toch wat grip op en dan hou je de winst ook nog gedeeltelijk in Hoogeveen. En dan zullen we zeggen, het verlies ook. Maar ja, dat is een risico.

Als de ontwikkelaar gelden ziet, mogen wij als gemeenschap hier ook wel wat in meesmikkelen zeg maar. Dus wij zijn toch eigenlijk wel een beetje, er staat wel in, nou ja, als het dan niks wordt dan willen wij zelf nog wel wat doen. Maar ja, dat staat hier allemaal wel een beetje beknopt beschreven. Maar je moet die reserves vullen uit de winst van de exploitaties van het grondbedrijf zoals ik begrepen heb. En als je dat niet meer hebt kun je die reserves ook niet meer vullen dus dan moet het allemaal uit de algemene reserve komen of heb ik dat nou helemaal mis? Misschien kan daar de wethouder even op reageren? Maar wij zien toch wel veel in een actievere rol, zeker ook in samenwerking met. En niet altijd alles uit handen geven en faciliteren. Natuurlijk moet je ook faciliteren maar je hoeft, je moet ook zorgen dat je je eigen positie houdt en ik denk dat dat gewoon ook heel belangrijk kan zijn voor de gemeente maar ook voor het woningbouwprogramma wat je allemaal hebt. En misschien komt er dan geen mens deze kant op en dan schiet je ook niet veel verder op. Dat was mijn eerste bijdrage. Dus de vraag is dus, hoe passief moet passief grondbeleid zijn? Dat is eigenlijk de vraag, dat vind ik wat te passief beschreven.

De voorzitter: Is dat een debatpunt voor wat u verder wilt bespreken zo meteen of is dat ook een vraag aan de wethouder? De heer Otten: Eerst naar de wethouder en die kan natuurlijk zich heel actief opstellen, dan kan het nog even meevallen zeg maar. De voorzitter: Oké. De heer Van Dijk. ChristenUnie. De heer Van Dijk: Ja, dank, voorzitter. Er is al het een en ander gezegd hè, deze nota gaat in eerste instantie over zo'n verschuiving van actief naar facilitair grondbeleid. De belangrijkste aanleiding die wij daarin zien zijn in eerste instantie de gemeentefinanciën die toch wat beperkt zijn en ook moeilijkheden rondom verkoop van grond. Voor de liefhebber, Didam-arrest. Ja, overall ligt hier wat ons betreft een evenwichtig verhaal. De zware instrumenten van de gemeente, zoals het voorkeursrecht, het onteigeningsrecht zijn duidelijk toegelicht en worden nadrukkelijk niet als voorkeursoptie toegelicht. Dat doet ons goed. Het instrument blijft aanwezig voor als het nodig is maar ligt wel echt op de bodem van de gereedschapskist. Wij zijn positief over het instellen van een reserve grondexploitaties en een reserve sociale woningbouw. Dit brengt stabiliteit in de gemeentefinanciën en ook een beter inzicht in de gemeentelijke bijdrage voor sociale woningbouw. Dus dat is wat ons betreft goed. Maar in faciliterend grondbeleid is zo’n publiek-private samenwerking de manier om

ontwikkelingen tot stand te brengen en hier zien we wel een belangentegenstelling tussen de beide partijen. Dus aan de ene kant het algemene belang van de gemeente en aan de andere kant uiteindelijk onderaan de streep winstmaximalisatie bij de private partij. Het college ziet, zoals wij het opvatten, voldoende mogelijkheden om toch ontwikkelingen tot stand te brengen bij een faciliterend grondbeleid. Maar we kregen gisteren ook een brief van een aantal woningcorporaties uit Hoogeveen die daar wel wat vragen bij hadden en die ons eigenlijk ook vragen om de nota aan te houden tot er een wat meer praktische uitwerking is. Dus mijn eerste vraag aan de wethouder is dan ook, hoe kijkt de wethouder aan tegen het bezwaar van de woningcorporaties? Een tweede vraag die ik heb is dat er in de nota wordt gesproken over een onderzoek naar de mogelijkheden voor het instellen van een fonds voor, met een mooi woord, bovenwijkse voorzieningen waarbij een bijdrage aan de ruimtelijke ordening, ruimtelijke ontwikkeling kan worden verplicht. Die vind ik wel heel relevant voor deze nota. Mijn vraag aan de wethouder is dan ook, wanneer is dit onderzoek klaar? We hebben geen debatpunten en ons voorlopig standpunt is dat we willen instemmen maar we zijn nog wel even benieuwd naar de beantwoording van de vragen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van Dijk. Gaan we verder met de heer Sieders.

De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Hiervoor hebben we de Woonzorgvisie behandeld en nu zitten we hier voor Nota grondbeleid en het raadsvoorstel bij ons vier punten. Ik pak eerst voor ons de makkelijkste punten eruit. Een reserve grondexploratie te vormen en een reserve sociale woningbouw in te stellen. Nou, Gemeentebelangen is in het algemeen tegen het vormen van potjes maar wij kunnen ons wel vinden in de onderbouwing die hier voorligt en we kunnen ons dan ook vinden in deze punten. Maar daarnaast hebben we ook wel natuurlijk de Nota grondbeleid doorgelezen en de beleidsregels doorgenomen en dan komen er toch wel een aantal punten naar voren waar wij toch wel even het gesprek over willen voeren binnen de raad. En nou, bijvoorbeeld een daarvan is het stukje van actief naar faciliterend grondbeleid. Een van de teksten in het stuk is, landelijk is de discussie over nut en noodzaak van een actief grondbeleid en de financiële risico's die hiermee gepaard gaan uitvoerig gevoerd. Ja, dat vinden wij natuurlijk hartstikke mooi dat het landelijk is gedaan maar volgens ons hoort dat gesprek hier in de raad plaats te vinden. Want wij gaan over ons eigen grondbeleid dat wij in onze gemeente doen en op welke manier we dat willen doen en volgens mij moet die discussie hier plaatsvinden.

Daarop staat verderop ook in de tekst dat er dus hiervoor een lichte koerswijziging noodzakelijk is en dat we dus naar minder ruimte voor actief grondbeleid is dan voorheen. Nou ja, dat is natuurlijk ook aan de raad hoe je de boel instelt en ja, hoe je het wil indelen. En dat is volgens ons ook gewoon echt wel aan de raad hoe je dat, ja, welke parameters je daarop toepast. En dan komen we ook op het stukje uit wat het CDA ook al heeft benoemd over het feit over de potjes, over de vulling van de potjes. De potjes worden gevuld vanuit de grondexploitaties dus voor nu voorzien we geen problemen maar op het moment dat wij eigenlijk niet meer actief grondbeleid gaan voeren zullen die potjes uiteindelijk ook niet meer gevuld worden. En ja, wat doen we dan? Dat vinden wij ook daarin een lastige want het is, zoals je hem hier leest lijkt het een kortetermijnoplossing. En ja, we willen wel vooruitkijken want dit is wel een plan voor de komende tien jaar. En ook staat in de tekst, om te zorgen voor een goede ruimtelijke ordening is het niet noodzakelijk om als gemeente op te treden als marktpartij. En daar wringt voor ons ook de schoen. We zijn wel benieuwd wat de rest ervan vindt. Want dingen die niet noodzakelijk zijn kunnen wel wenselijk zijn.

En de vraag is ook, vinden wij iets niet noodzakelijk of is het bijvoorbeeld wel wenselijk? En dan komen we nog bij dit stukje, even kijken, nou ja, het stukje van het actief en passief. En dan even teruggaan naar de Woonzorg visie waar er net al heel veel is benoemd dat we moeten bouwen, bouwen, bouwen. Naar ons idee is er dan ook ruimte om faciliterend grondbeleid te voeren in die mate dat we ook hebben aangegeven hè. Volgens ons moeten we ook beter faciliteren als gemeente in ons grondbeleid.

De voorzitter: Mijnheer Sieders, wilt u afronden? De heer Sieders: Zeker. De voorzitter: Ik denk dat dit uw inleiding is voor het debat, wat u nou vertelt. De heer Sieders: Nou, ik wil tot dat debatpunt komen inderdaad en volgens mij, volgens ons kunnen deze twee dingen prima naast elkaar. Dus faciliterend, meer dan wat we nu doen, en ook een actiever grondbeleid dan wat hier wordt voorgespiegeld en wat vindt de rest daarvan? Dus hybride. Dat waren de punten. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het een stuk korter houden dan de voorganger. We hebben de brief van de woningcorporaties gelezen en begrijpen hun standpunt. Maar helaas is de financiële positie van de gemeente Hoogeveen op dit moment nog niet op een dusdanig niveau waarop een meer actief grondbeleid verantwoord is. De voorgenomen reserves vinden wij verstandig. De angst voor de toekomst, zoals onder andere GB aangeeft, delen wij niet want het grondbeleid wordt voor vier jaar vastgesteld en niet voor tien. Wij staan dan ook achter het raadsvoorstel en hebben geen punten voor debat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor deze pakkende bijdrage. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Wellicht dat ik nog korter kan want ik sluit een bij een aantal vragen die al gesteld zijn ten aanzien van de brief van de woningcorporaties.

Daar heb ik toch wel graag een reactie op van het college want ze benoemen echt wel een wezenlijk risico volgens mij. En ten aanzien van de exploitatiereserve heb ik ook nog wel een vraag want, en die sluit ook aan bij wat al gezegd is in de zin van, ja, wat gebeurt er nou als je stopt met het actieve grondbeleid en wordt dan zo'n potje nog gevuld of moet die dan vanuit de algemene reserve komen? En als die uit de algemene reserve komt dan hebben we net vorige maand een gesprek gevoerd met elkaar waarin gevraagd is om de solvabiliteitsratio en het weerstandsvermogen te verhogen en wat is dan de consequentie daarvan? Dus in die zin twee vragen aan het college, geen punten voor debat. Dank u wel. De voorzitter: En uw voorlopig standpunt? De heer Van der Meer: Voorlopig standpunt is dat we in kunnen stemmen maar ik wil wel graag antwoord op de vragen die ik gesteld heb en dan volgende week hebben we definitief een standpunt of over twee weken. De voorzitter: Dank u wel, heer Van der Meer. Dan gaan wij even naar de heer Kleine en daarna komen we nog bij mijnheer Bauer. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. Ja, voor ons ligt de Nota grondbeleid en het stuk begon eigenlijk vrij kabbelend over passief en actief en over faciliterend of niet. En toen lazen we het stuk en daar kwamen we uit bij punt paragraaf 4.4, onteigening. Ik zal het stukje wel even voorlezen.

U wordt dus gevraagd om in te stemmen met paragraaf 4 onder andere. Als minnelijke verwerving niet succesvol is, kan het onteigeningsinstrument als ultiem middel ingezet worden. Uitgangspunt is dat dit instrument wordt ingezet om te voorkomen dat de realisatie van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wordt gefrustreerd. Om de onteigening rechtmatig in te kunnen zetten, moet aangetoond worden dat onteigening geschiedt in het algemeen belang. Het is jullie kennelijk allemaal duidelijk wat het algemeen belang is. Dat is mijn eerste

debatpunt, of vraag of debatpunt. En ten tweede, kunnen jullie allemaal expliciet uitspreken dat jullie voor verplichte onteigening zijn? Dat was het. De voorzitter: Dank u wel, heer Kleine. Gaan we naar de heer Bauer. De heer Bauer: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik kan het ook vrij kort houden eigenlijk. Er is al zoveel gezegd, er valt eigenlijk vrij weinig aan toe te voegen. Heel specifiek kunnen wij ons nog aansluiten bij de woorden van GroenLinks en ChristenUnie. Voorlopig standpunt, we stemmen in. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, heer Bauer. En dan komen we bij mijnheer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, dit raadsvoorstel dat gaf ons wel wat bedenkingen, wat vragen. Die vraag voor die voorgestelde reserves, daar kunnen wij mee instemmen. Maar dat overlaten aan de marktwerking, ja, daar hebben wij echt heel veel moeite mee. Dat is, het is hier al vaker genoemd, het CDA had het ook net over, zouden we het aan de marktwerking overlaten en het college gaat anterieure overeenkomsten aan, dan is daar eigenlijk later al niks meer door de raad iets in te wijzigen want dat is leidend, zo’n overeenkomst. Dus ik zou zeggen, als we dan toch die kant van de marktwerking opgaan zou ik toch voorstellen, college, kom voordat je die anterieure overeenkomst gaat tekenen daarmee even naar de raad want dat is wel heel belangrijk.

Er staat op pagina 2, als er dus de marktwerking niet gaat lukken. Dan staat er, wat als de markt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet oppakt. Nou, dan staat er een heel verhaal maar dit vond ik wel een beetje zorgwekkend. Dit kan voorkomen als de markt het plan bijvoorbeeld financieel niet rond krijgt. Nou, als dat hier al staat, ja, dan zullen er weinig plannen zijn die er wel financieel rondkomen want de gewenste ruimtelijke ontwikkeling blijft dan achterwege. En om te proberen om dat te voorkomen, kan samen met de markt gezocht worden naar andere aanvullende financieringsmogelijkheden zoals subsidies van het Rijk of de provincie. Nou, als ik marktpartij zou zijn en ik zit dit te lezen, dan was het altijd mijn prijs te duur want dan kan ik gewoon met de ambtelijke organisatie kan ik gewoon even subsidieregelingen erbij zodat in ieder mijn winsten goed zijn van zo’n project. Dus ik vind dit echt een zorgelijke ontwikkeling wat hier staat. Het is gewoon uitnodigen tot, nou, laten wij gewoon maar hoog inzetten, wij kunnen het financieel niet rondkrijgen en dan wordt de subsidie om dat alsnog rond te krijgen, wordt dan geregeld. Dus ik zou graag daar toch echt een goede reactie van ons college op willen hebben.

En ik sluit me dus ook aan bij die debatpunten die gaan over, willen we dit aan de marktwerking overlaten? En ik kan me voorstellen dat er één project is dat je zegt van, hé, daar is een investeerder die wil dat gewoon zo regelen. Dat je zegt van, nou, daar kunnen we in meegaan. Maar om dan alles meteen zo, daar zou ik niet voor zijn. Tot zover, voorzitter. En ja, we laten het even afhangen ook aan de beantwoordingen wat ons uiteindelijke standpunt zal zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Van Rijn. Dan verzamelen we even de vragen richting college. Dat gaat onder andere over de uiterste vorm van onteigening, hoe ziet het college dat voor zich? Dat was een vraag van Forum voor Democratie. Als de exploitatiereserve niet gevuld kan worden vanuit de opbrengsten van de exploitatie, wat gebeurt er dan mee? Dat is een volgende vraag van volgens mij door de heer Van der Meer gesteld. De bovenwijkse voorzieningen, wanneer is dat onderzoek gereed? Die kwam van de ChristenUnie, de heer Van Dijk. Dan kwam de vraag, de toetsen van de meerwaarde van artikel 8 van de heer Pomper. O, dat was geen vraag. Oké. Maar wel een inhoudelijke reactie op de brief van de woningcorporaties, dat was wel een vraag hè? En dan komt nog weer de exploitatie, is de heer Otten. Volgens mij is die al gesteld.

En de vraag van de heer Van Rijn was, als er een anterieure overeenkomst aan de orde is, is het college bereid om dat eerst aan de raad voor te leggen voordat dat ondertekend wordt? En dan komt mevrouw Rutgers van D66 ook

het standpunt van het college naar aanleiding van de brief van de woningcorporaties? Heb ik dat goed gehoord? Niet goed gehoord. Mevrouw Rutgers: Nee hoor, ik hoefde daar geen standpunt van het college over te horen. De voorzitter: Oké. Nou, dan geef ik het woord aan … De heer Van Rijn: En ik had nog een vraag, voorzitter. Dat gaat over die marktwerking, als de marktwerking zegt van, we kunnen het financieel niet rondkrijgen, dat het dan via de gemeente hulp geboden wordt om subsidieregelingen daar voor projecten aan te vragen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Voor de beantwoording geef ik het woord aan de heer Reneman. De heer Reneman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook een eigen lijstje van vragen gemaakt dus die zal ik ook afhandelen en dan kunnen we even kijken of die goed op elkaar aansluiten. Maar het lijkt me goed om eigenlijk eerst even op de hele kwestie van het actief en het faciliterende grondbeleid in te gaan want dat dreigt wel een beetje een semantische kwestie te worden. Het college stelt geen passief grondbeleid voor, het stelt een faciliterend grondbeleid voor en een actief grondbeleid als de markt faalt. Dus dat is een eigenlijk een hele actieve rol is, dat is niet passief, dat is faciliterend en actief. Sterker nog, het college doet een voorstel om geld vrij te maken vooruitlopend op de integrale afweging via de reserve grondexploitatie.

Dat geld kan worden ingezet om gronden te kopen. Dat is een hele actieve houding van de gemeenteraad die daar mee zou instemmen. Want dat betekent ook dat je ook heel snel kan handelen met elkaar op het moment dat er zich iets voordoet en je moet gronden kopen. Waarom zeggen we nou zo heel expliciet dat we een breuk willen hebben met het verleden? Wij willen dat eerst de andere instrumenten in het instrumentenpalletje, zoals de heer Van Dijk ook al zei, worden ingezet voordat we overgaan tot grondverkoop of grondaankopen. En dat komt in het verleden zijn heel veel gronden aangekocht die de gemeente heel lang op zijn balans met zich meebrengt, meedraagt, waar geen druk op zit om die ook gewoon in ontwikkeling te brengen. En dan heb je een plannetje en dan denk je, o, we kopen de grond en dan, nou, kunnen we lekker wachten want kunnen we met het plannetje kunnen we lekker wachten. En als je het een beetje overlaat aan je publiek instrumentarium en aan de markt komt er ook druk op de ketel om dat ook gewoon snel en vlot te doen. En je dwingt ook onze ambtelijke organisatie om heel erg goed na te denken over het publieke instrumentarium en dat ook gewoon goed in te zetten, met hele heldere bestemmingsplannen, met hele heldere procedures. En anterieure overeenkomsten sluiten we nu ook al de hele tijd.

En we werken nu ook al in de ruimtelijke ordening met gronden die van anderen zijn. En die anterieure overeenkomsten sturen we nu ook niet naar de gemeenteraad toe omdat we werken in de kaders die u met ons heeft afgesproken. En waarom is het zo handig als andere partijen die gronden hebben? Een corporatie die grond koopt, moet die binnen vijf jaar in productie nemen. Wij kunnen daar langer over doen. Als wij die gronden kopen voor een corporatie, dan kan de corporatie er ook weer langer over doen. Dus als de grondaankopen bij de corporaties ligt dan gaat het sneller, dan moeten ze zelf ook harder werken en moeten ze ook snellere plannen maken. Dus ik ben een groot voorstander van om eerst alle mogelijkheden die er zijn dat gronden door derden worden verworven of in handen zijn van derden, om op die manier de zaken die wij willen maken en willen realiseren, om die ook zo op die manier te realiseren. Ik ga nu even de verschillende raadsleden af, voorzitter. Toch een reactie op artikel 8 over die meerwaarde van de heer Pomper. Uiteraard gaat het erom dat de maatschappelijke kosten-baten positief uitvallen. Zo staat het ook in de nota. En dat u zich, wat u overweegt om toe te voegen aan artikel 8 is daarmee echt niet nodig. De heer Otten vraagt naar het voorkeursrecht en de onteigening. Nou, het voorkeursrecht zeggen wij, dat gaan we terughoudend inzetten.

Dat is iets wat we inzetten bij, dat staat in de Nota grondbeleid. Dat heeft er ook mee te maken dat, we willen dat eerst de andere meer publieke

instrumenten eerst worden ingezet voordat je het voorkeursrecht inzet. En onteigening staat er gewoon in zoals dat er staat volgens de wet. Dit is de manier waarop volgens de wet de onteigening kan plaatsvinden. Onteigening zal altijd plaatsvinden op het moment dat het strikt nodig is en ook de wet schrijft voor dat het een laatste middel is wat je kan inzetten als gemeente. Het staat in de nota maar het staat ook in de wet. Als u het zou schrappen uit de nota is het nog steeds een wettelijke mogelijkheid die er is. Maakt niet zo heel veel uit. Een aantal van u vraagt ook naar de corporaties, die hebben een brief gestuurd. Ja, het ironische is, de corporaties vragen u om de nota aan te houden. Maar wij hebben die nota nodig om te versnellen, ook voor de sociale woningbouw. Wij hebben die reserve nodig om sociale woningbouw die onrendabel is, zoals zij ook in hun brief schrijven, om die te kunnen financieren. En daarom moet u ook dit proces, dit pad met elkaar oplopen. Waar zij bang voor zijn, dat zit hierachter, dat wij niet zo één, twee, drie voor hen gronden zullen kopen. En dat is ook precies wat we willen, wij willen dat zij gronden kopen of dat zij met anderen zaken gaan doen voordat ze bij ons aankomen. En als dat allemaal mislukt is, dan komen ze bij ons aan en dan kunnen we misschien kijken of dat noodzakelijk is of niet.

Ik denk ook dat het een beetje een misvatting is van de corporaties want wij zijn echt van oordeel dat deze manier van werken, zoals we die nu voorstellen, dat die een versnelling met zich meebrengt ook in de besluitvorming. En dat brengt me er ook toe van, wat gebeurt er nou als die reserves opgedroogd zijn? Nou, wij hopen echt dat de woningbouwopgave zoals we die met u vaststellen in de Woonzorgvisie voor de komende vier jaar en deze Nota grondbeleid voor de komende vier jaar, dat dat ruim voldoende is voor de komende vier jaar. En dat is ook de scope waarmee we werken. Wat daarna gebeurt, nou, ik hoop toch echt dat we een keertje de woningnood in Nederland hebben opgelost en dat daarmee het probleem voorbij is. En dan zien we dan daarna weer, als we de Woonzorgvisie hebben uitgevoerd zoals die nu is, dan zien we wel weer wat er daarna komt. Maar we hebben, spreken af in de Nota grondbeleid dat als die reserves onvoldoende zijn, dan gaan we naar de integrale afweging en dan zal ook de algemene reserve moeten worden aangesproken, als we die dan nog hebben, om de Woonzorgvisie uit te voeren. De ChristenUnie vraagt ook nog naar het fonds bovenwijks. Nou, wij kunnen, in de Omgevingswet komt er de mogelijkheid om zo'n fonds in te richten. Maar dan moet dus eerst wel de Omgevingswet in dienst of in werking treden en dan kunnen wij ook met zo'n fonds aan de slag.

Dus de timing is afhankelijk van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Even kijken. Nou, de heer Sieders heeft het over een hybride grondbeleid. Ja, ik hoop dat ik net heb een beetje verteld dat we al een beetje hybride zijn tussen faciliterend en actief. Nou, u bent niet helemaal overtuigd zie ik aan uw non-verbale communicatie maar de poging is gedaan van mijn kant. GroenLinks vraagt nog de consequenties voor de solvabiliteit. Ja, eerlijk gezegd maakt het allemaal niet zo heel veel uit want als de Woonzorgvisie wordt aangenomen dan komt daar een financieel plaatje uit en daar zit linksom of rechtsom een gevolg voor de gemeente bij. En of dat nou ten laste komt van via een potje en het grondbeleid of dat het grondbeleid wordt afgeroomd, de grondexploitaties worden afgeroomd, de winsten daarvan die gaan naar de algemene reserve en vervolgens wordt vanuit de algemene reserve wordt de Woonzorgvisie betaald. In alle gevallen hebben we de onrendabele top van de Woonzorgvisie te dragen dus in alle gevallen maakt dat niet zo heel veel uit. En als het wel wat uitmaakt is het puur boekhouding. Even kijken, de heer Van Rijn die vroeg zich ook af van wat die passage die u net met volle borst voorlas.

Die passage zegt niet veel meer dan dat als er een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling gewenst wordt door ons allen, die heeft u vastgelegd, en het blijkt dat de partijen die daarmee bezig zijn dat financieel niet rondkrijgen, dat wij samen met die partijen kijken wat er mogelijk is aan subsidies. En dat doen we omdat er natuurlijk rond de woningbouw ontzettend veel subsidiemogelijkheden aankomen en daar willen wij gewoon ook partijen op wijzen dat ze daar gebruik van kunnen maken. En meer dan dat is het niet. Het is niet zo dat wij ineens allerlei mensen gaan betalen op die manier. Het is een hele hulpvaardige en helpende houding. Voorzitter, tot zover het college. Sorry, ik had mijn collega. Sorry. De voorzitter: De heer Zwiers.

De heer Zwiers: Ja, toch even nog een kleine aanvulling. Zo hadden we dat ook afgesproken zeg maar onderling. Dat gaat even over de corporaties, hoe we daarmee omgaan. Er moeten nog prestatieafspraken gemaakt worden. We hebben bij de Woonvisie zeg maar te horen of hebben we besproken wat het percentage is waar we naar streven als het gaat om sociale woningbouw. Dat legt een duidelijke druk en een duidelijke claim op ons ook als gemeente om dat in ieder geval mogelijk te maken. En mogelijk maken doe je onder andere door de ruimtelijke procedures zeg maar daarin en ook door samen te kijken naar geschikte locaties. En dat wil niet zeggen dat we dan eigenaar van de grond moeten zijn. Maar mocht het zo zijn dat de Nota grondbeleid belemmerend gaat werken in de uitvoering van onze Woonvisie, dan zullen wij daar wel naar moeten kijken. En ik denk ook dat die bereidheid er aan de kant van het college zeker is wanneer dat nodig is. De voorzitter: Dank u wel, de heer Zwiers. Ik kijk even rond of de vragen voldoende beantwoord zijn. Ik moet daarnaast zelf ook een vraag stellen op dit moment. Het is vijf voor twaalf en dan hebben we de afspraak inmiddels van, gaan we door om het debat af te maken of sluiten we af om, schorsen we het debat en gaan we op een ander tijdstip? En dan kijk ik even naar morgen, morgen hè, morgen verder.

Mijn voorstel is gezien de, nou ja, de geringe debatpunten die er nog zijn om het af te maken vanavond. Ik hoop dat u daarmee akkoord kan gaan. Dan is mijn vraag of de vragen vanuit het college voldoende beantwoord zijn? De heer Van Dijk, zou u daarop willen reageren? De heer Van Dijk: Ja, dank u, voorzitter. Ik had nog een vervolgvraag op de heer Reneman met betrekking tot dat fonds bovenwijks. Ik heb inderdaad ook in de stukken gezien dat in principe de bedoeling is om dat onderzoek te doen als de Omgevingswet wordt ingevuld. Maar juist omdat dat vragen van zo’n bijdragen aan de ruimtelijke ordening een mogelijkheid is die eraan komt en zo verbonden is met die Nota grondbeleid, vraag ik me dan af, waarom kan dat onderzoek niet wat naar voren gehaald worden? De voorzitter: De heer Reneman voor de beantwoording. De heer Reneman: Ik kijk even naar mijn buurvrouw. Mevrouw …: Om die bijdrage verplicht te stellen moet de gemeente in haar Omgevingsvisie ook duidelijk aangeven welke ontwikkelingen in die ruimtelijke visie je dan ook wil doen, of die bijdrage in de ruimtelijke ontwikkeling je dan wilt vragen. Dus met andere woorden, welke voorzieningen ga je in de ruimte zeg maar maken en wat kost dat dan en wat … En die moet je dan vervolgens vertalen in een bijdrage zeg maar die je dan berekent.

Daarvoor moeten we eigenlijk eerst onze Omgevingsvisie gaan herzien om te bekijken van, goh, welke bovenwijkse voorzieningen zou u daar nou voor in aanmerking kunnen laten komen. Dus vandaar dat dat zo volgordelijk gedaan moet worden. De voorzitter: Ja, ik stel voor dat de beantwoording op dit moment voldoende is en anders komt u gewoon op de lijn bij de ambtenaar of het college. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel. Het college gaf net aan hè, de Woonzorgvisie vier jaar, het grondbeleid vier jaar. En logisch want veel verder is ook helemaal geen zin. Maar dan wel de hamvraag, wat is dan de verwachting, wat kunnen wij na vier jaar voor aantal woningen hier in Hoogeveen daarmee gerealiseerd hebben? De voorzitter: De heer Reneman voor de beantwoording.

De heer Reneman: Ja, voorzitter, de Woonzorgvisie heeft een financiële uitwerking en die sluit aan op wat wij nu voorstellen aan systematiek in de Nota grondbeleid. Dus we kunnen uit wat we nu voorstellen en wat we nu prognosticeren als opbrengst uit het grondbedrijf, kunnen we de Woonzorgvisie, zoals het er nu naar uitziet, kunnen we prima financieren. De voorzitter: Dan de heer Kleine nog een aanvullende vraag aan het college of kunnen we over naar debat? De heer Kleine: Een aanvullende vraag, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Kleine: Nog even over het stukje onteigening een vraag aan de heer Reneman. U geeft aan, het staat in de wet dus dan is het net of de luiken dan dichtgaan zo van, nou, dan hoeven we er ook verder niet meer over na te denken. Maar wat is dan eigenlijk, waar is die wet dan op gebaseerd? Wat is dan de moraliteit, waarom is het dan goed in het algemeen belang om over te gaan tot onteigening? Hè dus, dat zou u ook kunnen overkomen, dat uw huis dus wordt onteigend in het algemeen belang. En dan zou mijn vraag zijn, bij welk algemeen belang bent u dan bereid om uw bezit dan op te geven voor dat algemeen belang? De voorzitter: De heer Reneman. Vrij persoonlijke vraag zou ik zeggen. De heer Reneman: Nee, maar als ik zelf bereid zou zijn om mijn huis op te geven voor iets, dan zou ik niet hoeven te worden onteigend.

Het punt is dat ik … Het punt is dat dat conflict er is. Ik zal een voorbeeld geven en dan wordt het wel duidelijk. Stel nou, wij zijn een … Wij hebben een ontwikkeling in de Tamboerpassage, we willen de Tamboerpassage omkatten tot woningen. Nou is dit een volkomen fictief voorbeeld hè, dus dit niet een eigen leven gaat leiden. Maar stel nou dat er nog één winkelier is in de Tamboerpassage die bezit heeft in de Tamboerpassage. En dat alle pogingen zijn gedaan om deze winkelier eruit … Te bewegen om zijn winkel te verplaatsen en naar een andere plek te brengen. U heeft allemaal afgesproken met elkaar het algemeen belang om de Tamboerpassage om te katten naar woningen. Op dat moment kan het college naar u toekomen met het voorstel om te onteigenen. En dan kan u er nog steeds tegenstemmen. De heer Kleine: Dat is me duidelijk. We kunnen dat ... Ik begrijp het proces hoor, dan komt het eerst in de raad en als de raad, stel, de raad die wijst het af dan gaat het naar de rechter toe. Dat proces is me inmiddels wel bekend. Alleen u noemt het voorbeeld van een winkelcentrum dus ik kan me voorstellen dat er wat weinig grond bij zit. Wij zitten hier bespreken we een Nota grondbeleid.

En als ik u ook hoor dan praat u over projectontwikkelaars hè, die u een bepaalde richting op wil sturen van, nou, als u dan gaat bouwen moet u ongeveer zoveel gaan verbouwen, die moet voldoen aan die en die norm. Dus we hebben het hier niet over één winkel, we zitten hier, dit gaat over grond. De voorzitter: De heer Reneman. En daarna wil ik de heer Kleine vragen om de afweging te maken of het van belang is om uiteindelijk zijn ja- of tegenstem te bepalen. Maar de heer Reneman nog even voor het laatste woord. De heer Reneman: Ja, voorzitter. Nou, u vroeg mij om een voorbeeld te geven dus ik heb dat geprobeerd te doen. Ik begrijp uw positie en ja, ik laat het hierbij vanuit het college. De voorzitter: De heer Kleine.

De heer Kleine: Ja, afrondend hoor. Dan wil ik wel echt expliciet vermeld hebben dat als jullie hiermee instemmen, jongens, dan nemen jullie onteigening, verplichte onteigening aan boord in die gereedschapskist om over te gaan tot een planeconomie. Dit is puur communisme wat hier zich nu afspeelt. De voorzitter: Het is … We proberen ook elkaar niet te tutoyeren en gewoon, ja, in de emotie deed u dat even en dat is … Dat kan. Maar volgens mij is dit een punt van debat wat u wou inbrengen met betrekking tot wat is voor u en wat is voor onze debaters het algemeen belang? Die definitie wilde u eigenlijk wat gespecificeerd hebben. En u wilt meegeven dat als wij met deze notitie in zouden stemmen dat we ook stemmen voor verplichte onteigening. De heer Kleine: Dat laatste klopt, voorzitter. De voorzitter: Dat zijn uw debatpunten. En daarnaast was er nog een debatpunt over het actief versus passief dan wel faciliterend beleid maar volgens mij heeft de wethouder daar veel over gesproken. En meer debatpunten heb ik niet gezien. Dus ik zou willen beginnen met het debatpunt actief versus passief dan wel faciliterend. Wie mag ik daarvoor het woord geven? De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wou heel kort even terugkomen op de woorden van mevrouw Rutgers. Het klopt inderdaad dat het over vier jaar gaat.

In mijn bewoording probeerde ik duidelijk te maken dat wat we in deze vier jaar doen de uitwerking van de woningbouw natuurlijk een stuk langer duurt. Maar dat terzijde. Het stukje waarom actiever, ik heb de bewoording van de wethouder ook gehoord en ik snap wel de intentie daarvan. Alleen als ik ook kijk naar de bewoording van de meerdere partijen en ook amendementen die gaan komen over de Woonzorgvisie die hiervoor heeft gelegen vraag ik mij af of we op deze manier wel de doelstellingen gaan behalen door dus alleen faciliterend op te treden en daarin toch op die manier wat passief te zijn. Naar ons inziens is het ook mogelijk om een actief grondbeleid te voeren. En dan hoeven we niet direct 30 hectare aan te schaffen en te laten liggen, daar kun je ook best wel selectiever in zijn en leren van het verleden. Maar niet zo afwachtend dat we het eerst maar volledig aan de markt overlaten en op het moment dat dat allemaal mislukt dat we zelf een keer instappen. Volgens ons is … Of nou ja, we vragen ons af ook hoe de rest erover denkt? Dat je ook naast elkaar dus aan de ene kant een stuk actief grondbeleid kan voeren en daarnaast een stuk faciliterender naar de markt kan zijn. Dat als marktpartijen komen met van, nou, hè, we hebben een mooie ontwikkellocatie maar we willen hier ook wat neerzetten, dat we daar ook een stuk faciliterender in zijn dan wat we op dit moment doen.

Maar daarnaast is de opgave die voor ons ligt zo groot dat bij ons de vraag heerst, lukt dat met alleen faciliteren? De voorzitter: De heer Kramer, VVD, die wil daar graag op reageren. De heer Kramer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik snap de woorden van de heer Sieders wel want zo hebben wij hem ook gelezen heb. Wij zijn ook voor hybride aanpak alleen wij zitten niet in de actieve kant en daarna de passieve kant maar meer in de faciliterende rol en dan de actieve rol. En eigenlijk in de woorden van de wethouder zijn we het er ook gewoon mee eens dat als we de faciliterende rol pakken zorgt dat ook voor een stukje versnelling. En we willen versnelling in de woningbouw en dat zien wij dus als meerwaarde in een faciliterende rol. Ik ben het wel eens met de heer Sieders dat als het te lang duurt en te lang wachten, ja, dan moeten we echt wel een actieve rol als gemeente pakken om die gronden te doen. Dus vandaar dat wij wel eens zijn met de hybride rol maar dan niet van actief naar facilitair maar facilitair naar actief. De voorzitter: Ik laat eerst de heer Bauer nog even reageren op, want die wou op de heer Sieders reageren.

De heer Bauer: Correct. Ja, een actief grondbeleid brengt niet alleen risico's met zich mee in grond zelf, het vraagt ook om meer capaciteit, wat al enorm schaars is. Als je dat samenhangt met eerst faciliteren en als het dan niet wil alsnog intreden dan lijkt ons dat ook echt de betere optie. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, heel even reagerend op de heer Kramer. Zijn partij legt bij de Woonzorgvisie wel een amendement neer om dingen te voorkomen dat we straks tegen problemen aanlopen in de toekomst. In dit geval wat ik eigenlijk voorleg is ook van, volgens mij moeten we alvast proberen te voorkomen dat we in de toekomst dus niet de versnelling stopzetten doordat we nu al zo op het faciliterende stuk gaan zitten. De voorzitter: De heer Kramer mag daarop reageren. De heer Kramer: Ja, wij zijn inderdaad voor versnellen maar als wij ook de woorden van de wethouder hoorden, het versnellen komt met name door de faciliterende rol. En een amendement wat we ‘…’ in de Woonzorgvisie gaat met name over het versnellen van de bouwprojecten. Ik ben het wel gewoon eens, weet je, we moeten ook echt naar die actieve rol kijken hè. Dus die hybride vorm dat je in het begin voorstelde, ja, daar zijn we ook echt wel voorstander van. Maar dat, volgens ons gebeurt dat ook in dit voorstel. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. De heer Van Rijn en de heer Otten nog.

De heer Van Rijn: Ja, mijnheer Kramer zegt dat faciliteren, dat dat een versnellende rol heeft. Ik zie daar die verhouding helemaal niet tussen die twee. Als je actief bezig bent en je hebt gronden die kun je laten bebouwen, die kun je verkopen om te bouwen maar faciliteren moet je eigenlijk maar afwachten. Ik zie de versnelling, kunt u daar iets van toelichten wat daar nou juist de versnelling in is? De voorzitter: De heer Otten. De heer Otten: Nou, ik had eigenlijk, ik heb vanavond heel de avond zitten luisteren en toen heb ik de wethouder wonen horen zeggen, ja, we zijn wel ook zoeken, kijken misschien uit bij locaties maar daar praten wij niet over anders komen er kapers op de kust zei u toen. Toen dacht ik, hé, wij willen een passief grondbeleid, faciliterend grondbeleid en dan wat voor kapers op de kust zullen … Die moet je juist daarnaartoe drijven om dat te … En hen dan faciliteren. Maar dat gebeurt dan blijkbaar niet. Dat heb ik dan ergens niet goed begrepen of zo of … Want dan zeg je toch dat je daar actief grondbeleid wilt voeren denk ik, maar ja, ‘…’. De voorzitter: Ja, volgens mij zat dan in het vorige debat. De heer Otten: Nee, maar dat hoor ik in het vorige debat en dat was, ging over grond natuurlijk. De voorzitter: Ja. De heer Pomper. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Ja, de uitleg van de wethouder vond ik best wel helder.

En de wethouder zegt eigenlijk ook dat er blijft ook wel actief grondbeleid maar dat zou meer richting de passief grondbeleid plaats gaan vinden. En daar waar het niet kan gaan we toch weer over naar actief grondbeleid. Wat de SP betreft is dat in ieder geval voor de komende vier jaar wel helder. En er zijn genoeg mogelijkheden om ook binnen die vier jaar ook snel bij te kunnen sturen.

De voorzitter: Ik rond dit debatpunt af. Volgens mij is dit voldoende input om het standpunt verder vorm te kunnen geven. Dan gaan we nog naar het standpunt of het debatpunt wat de heer Kleine heeft ingebracht, kunnen we als raadsleden voor verplichte onteigening zijn. Dat is eigenlijk ja, uw vraag. De heer Otten. De heer Otten: Nou, daar wil ik best wel op reageren. Er staat een hele gereedschapskist met alles wat van toepassing is wat men wil proberen om eventueel grond te verwerven voor woningbouw of een fietspad of van alles en nog wat, kan meer wezen. En je kan best een hele lap grond hebben maar eigenlijk als er nou één tussen zit die geen kant op wil, links- of rechtsom, dat gebeurt zo nu en dan nog wel eens, ondanks dat de prijzen dan wel prima zijn, nou ja, en het hele project blijft daardoor on hold staan, dan kan die gereedschapskist dat onderuit die kist een keer uit moet komen. Volgens mij is het nog maar weinig gebeurd maar je ziet het wel vaak met recreatieve fietspaden aan percelen langs bij boeren. Dat eentje niet mee wil werken en dat de rest allemaal, ja, gebeurt gewoon. En dan gaat dat naar de rechter en dan duurt het en dat duurt en dat duurt en dan drie jaar later wordt die laatste honderd meter aangelegd. Want die rechter die geeft toch gelijk want het algemeen belang is de veiligheid. Dus dat is mijn reactie daarop.

De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ik kan er eigenlijk ook wel kort op zijn, van onteigening heeft nooit iets van vrijwilligheid in zich. Het is altijd een verplichting als je zover komt dat je die route moet gaan met elkaar dus die keuze is er niet. Als het dan gaat om het algemeen belang, dan is er volgens mij voldoende verankerd in de nota dat elk besluit tot onteigening wordt voorgelegd aan de raad en vervolgens wordt bekrachtigd al dan niet door een bestuursrechter. Dat geeft volgens mij voldoende garantie om ook het algemeen belang heel goed te bewaken in deze raad. De voorzitter: Dank u wel. En dan de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, het is heel vreselijk als je dat overkomt, dat ben ik direct met Forum van Democratie eens. Het is ook natuurlijk een aller, alleruiterste middel wat je gaat inzetten. Je gaat dat niet zomaar, o, er komt even een man, o, die onteigenen we even en die … Zo werkt het ook niet. Maar ja, inderdaad, anders zouden er planologisch soms gewoon allerlei dingen niet of halverwege zijn en niet verder kunnen dus dan moet het gewoon een keer. Maar ik ben het er wel mee eens, als het moet gebeuren dan is degene die onteigend wordt, die moet dan wel ook echt heel goed schadeloosgesteld worden. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12605124/2