Transcript Gemeenteraad Hoogeveen 24.10.2024
Tekst van het document
Het is én meer sociale huur, én meer betaalbare koop en meer duurdere koop, zodat ook de doorstroming doorgaat. Wat ons betreft is het en, en, en. Bent u dat dan niet met mij eens? De heer Baalman: Dat ben ik zeker met u eens, ja. De voorzitter: De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Mijn vraag was inderdaad: wil de SP een hoog percentage sociale woningen, want we hebben volgens mij gewoon een woningbouwplan waarbij we hebben aangegeven dat we een percentage sociale huurwoningen willen gaan uitlaten geven. Wilt u dat veranderen of wilt u inderdaad echt gewoon stoppen met koopwoningen uitgeven en alleen alles ‘…’ sociale huur overheden? Want volgens mij lopen we in Hoogeveen daar als gemeente Hoogeveen kunnen we daar vrij weinig aan doen om ze nog meer te laten bouwen voor de sociale huur. Behalve om de woonvisie heen. De heer Baalman: We moeten voor alles versnelling maken, want er is natuurlijk ook vraag voor doorstroming, maar ik vind dat het belangrijk is dat er meer sociale huurwoningen komen, want er is gewoon een heel grote wachtlijst in Hoogeveen en hoe je dat moet gaan doen, daar moeten we gezamenlijk eens een keer over gaan spreken, denk ik. De voorzitter: Goed, de oproep lijkt mij helder. Dan dank ik u voor uw bijdrage en gaan we door naar de fractie van Forum voor Democratie, de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter.
FvD Hoogeveen, wij hadden vorige keer ook al, op de kadernota, waren we al niet heel positief, natuurlijk. Dat zal jullie niet gaan verrassen, ik ga niet ineens een heel positief verhaal hierover houden bij de begroting. Eigenlijk een wat serieuzer punt. Elke keer dat we te maken krijgen met zo’n moment, zo'n begroting hier of een kadernota. Of het nou hier in Hoogeveen is of nou in de provincie, uiteindelijk zijn altijd elke stukken zijn een op een hetzelfde, ongeacht waar ik nou zit en ongeacht welke partij
nou waar regeert. Dat is niet alleen zo in Hoogeveen of Drenthe. Een aantal weken geleden waren wij opnieuw met FvD als een delegatie in Brussel voor de week van de steden en regio's. Hier werden wij opnieuw geconfronteerd met de exact zelfde inhoud van de beleidsdocumenten die we hier ook constant terug zien komen en ook daar, bij de vraag aan al die ambtenaren en al die beleidsmedewerkers, waarom wat nou het achterliggende wereldbeeld van ze was en waarom nou bepaalde besluiten werden genomen, kregen we altijd nul op het rekest of werden we ook verwezen weer naar andere mensen. We zien hier vaak: in Hoogeveen wordt er verwezen naar Assen, Assen verwijst op hun beurt weer naar Den Haag toe en Den Haag wijst weer naar Brussel en vervolgens in Brussel, dan wijzen ze of weer naar Den Haag of weer naar nog grotere delen. Niemand weet een antwoord te geven. Het zijn allemaal opgaven en opgaven ontstaan zomaar op een of andere manier. Ik hoor jullie al denken van als zij daar in Brussel niet weten wat ze het doen zijn, wat moeten wij dan nu? Maar dat biedt nou juist kansen, dat biedt heel veel kansen. Als de heel hoge bestuurslagen zo incapabel zijn, geeft het ons nou juist de ruimte om eigenlijk ons eigen plan te trekken. Zeker wij, wij zijn de bestuurslaag die het dichtst bij de burger staat, bij de Hoogevener staat, dus dat is alleen maar een positief iets voor ons.
Maar helaas, een bepaalde vorm van conformeringsdrang is ontstaan en in combinatie met een smal referentiekader dat alles maar binnen de kaders moet worden gevoegd, is dit dodelijk. Waar ik ook kom, elke keer, zoals ik net ook al zei, wordt er gesproken over opgaven. Ook in dit document komt het constant weer terug. Een woningbouwopgave, een asielopgave, een klimaatopgave, een natuuropgave of een zorgopgave. Maar wat willen wij nou zelf? Even tussendoor in het land van de opgaven. De gemeente loopt zelfs in de opgaven wel wat achter op landelijk. We zien bijvoorbeeld het NPLG, het nationaal plan landelijk gebied terugkomen hier in de begroting. Nou, gelukkig is dit plan landelijk al afgeschoten, dus wij vinden het bijzonder dat het nog steeds verwerkt is in deze lokale beleidsdocumenten. Dus wou ik vragen aan het college wat hun visie daarop is. Zo komt daarnaast ook het zogenaamde ravijnjaar van 2026 langs in de begroting. Zo staat in de kadernota, stond ook al in de kadernota en nu helemaal in de begroting, zien we het duidelijker staan, dat er wordt gekeken naar mogelijke bezuinigingen of lastenverhogingen zelfs, terwijl de wethouders ook een derde optie hebben, namelijk het niet langer accepteren dat we constant met steeds minder geld steeds meer taken moeten hebben. Je kan ook nee zeggen tegen Den Haag.
Je kan ook zeggen: wij doen dit niet meer als wij niet meer geld krijgen. Wij vinden ook dat de gemeente, zeker de gemeente Hoogeveen, hier een heel belangrijke rol in zou kunnen vervullen als oppositie tegen Den Haag. Helaas zien we hier weer dat ook de Hoogevener weer opnieuw waarschijnlijk straks met lastenverhogingen de dupe gaat worden van incapabele bestuurders. Uiteindelijk gaat alles om wat voor fundament heb je nou? En als het aan FvD Hoogeveen ligt, is dat fundament het eigene, op zijn meest fundamentele manier. Dit zou het eigenlijk ook voor anderen moeten zijn. In een tijd waar ontworteling, oppervlakkigheid en waar identiteitsstoornissen eerder de norm zijn geworden dan een uitzondering, heeft men houvast nodig. Nou, misschien in dit kader toch nog een positieve noot op iets wat wij in de begroting hebben gezien. We zijn blij dat de gemeente Hoogeveen ook inziet dat mensen die zich identificeren met de LGWT gemeenschap, dat die meer lijden aan mentale problemen dan mensen die hier niet onderdeel van zijn. Alleen wordt hier wel de verkeerde conclusie weer getrokken, want de conclusie wordt niet getrokken dat het niet voor niets is dat die mensen zich tot die groep identificeren en dat nou juist de associatie met die groep een uiting is van met mentale problematiek.
Ik snap dat het best moeilijk is voor heel veel mensen in deze tijd, zeker in ons consensusland als Nederland, om uit te gaan van hun eigen fundament. De laatste jaren heeft alleen heel duidelijk laten zien dat het consensusdenken tot grote onvrede heeft geleid. Telkens weer zien we het hele consensus denken tot de slechtst mogelijke resultaten leidt. Als het bijvoorbeeld gaat over het onteigenen van de boeren, wordt er een consensus gesloten met zijn allen dat de boeren dan maar vrijwillig uitgekocht moeten worden. Ja, dat is natuurlijk hetzelfde, op een zwakkere manier, dan het helemaal laten verdwijnen van de boerenstand. Nou, dat is niet wenselijk. We moeten als Hoogeveen, vinden wij …
De voorzitter: De heer Vos, het spijt mij vreselijk, maar u bent wel de eerste die ik moet verzoeken om richting een afronding te gaan. De heer Vos: Ik was er al bijna, dank u wel. Wij vinden dan ook dat Hoogeveen voorop moet lopen om het tij te keren. We moeten fundamentele keuzes gaan maken die ons niet eenzijdig opgedrongen kunnen worden, maar dat we dat vanuit onze eigen ideeën hebben. Het is natuurlijk onmogelijk, ik werd er net al aan herinnerd dat mijn tijd op is, om binnen vijf minuten onze hele visie over ons wereld- en mensbeeld te kunnen vertellen, daarom organiseren we ook in Hoogeveen op 23 november een politiek filosofisch café over macht en orde. Nou, jullie zijn hierbij van harte allemaal uitgenodigd. En voor de mensen die dit later misschien online zien, komt hier een link onder deze social media post staan waar u de kaartjes kan halen. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank voor de reclameboodschap, zou ik bijna zeggen. De heer Van Rijn, gaat uw gang. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter, ik had twee vragen. U noemde dat het zijn allemaal dezelfde stukken en zo.
Ja, logisch, het zijn allemaal dezelfde begrotingen voor gemeentes en laten we het maar even op gemeenteland houden, ik was blij, ik heb de laatste heel veel begrotingen van andere gemeenten doorgeakkerd, ik was blij dat ze allemaal een beetje dezelfde opmaak hadden, want dat kon ik snel vinden waar ik naar op zoek was. Dus er zit toch ook wel een positieve kant aan. Dat is even de vraag. De voorzitter: Ik weet niet of het een vraag was. Ik ga eerst naar de heer Meesters. De heer Meesters: Voorzitter, dank u wel. Het komt mij een beetje voor alsof u ook elk jaar hetzelfde verhaal hier staat te houden. Even een serieuze vraag, dat bedoel ik niet om flauw te zijn, hoor, maar u geeft steeds aan: dit is niet goed, dit is niet goed, maar wat ik eigenlijk een beetje als een uitdaging voor u neer zou willen leggen, waarom komt u dan niet met een tegenbegroting? Waarom komt u niet iets met een document waarvan u zegt van kijk, zo zouden wij het graag willen zien. Want ergens tegenaan schoppen is makkelijk, maar vertel ons dan hoe u het ziet, dan kunnen we het daarover hebben. Volgens mij hebben we dan een goed gesprek met elkaar. Dus die uitdaging zou ik graag bij u neer willen leggen, komt u volgend jaar met een tegenbegroting. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ik had deze vraag wel eigenlijk een beetje verwacht, want de heer Meesters stelt ook dezelfde vraag elk jaar weer opnieuw, een verkapte vorm ervan. Nee, maar dat willen wij graag aangaan en het is natuurlijk niet zo dat wij helemaal niks zelf indienen. We hebben toen ten tijde van de kadernota hebben we met heel veel voorstellen kwamen, maar dan zien we gewoon, dat wordt gelijk afgeschoten, omdat het zo anders over heel veel algemene zaken. Maar ik vind het inderdaad best wel een leuk idee om gewoon in de grote brede echt uitgeschreven versie op de begroting te geven. Dat willen we zeker doen en ik daag u dan ook uit om wat beter met ons in gesprek te gaan over wereldbeelden en zo. Dus kom vooral langs op 23 november. De voorzitter: Goed, de handschoen wordt opgepakt. Ik ga eerst naar Gemeentebelangen, de heer Sieders. De heer Sieders: Dank u wel, voorzitter. Ik had vijf vragen. Moet ik ze één voor één doen of in één keer? De heer Vos: Eén voor één graag.
De heer Sieders: Eén voor één. Oké, u heeft het over exact dezelfde inhoud, wat de heer Van Rijn ook al aan heeft gerefereerd. Mijn vraag is, zal het ook te maken kunnen hebben dat we in de gemeentes allemaal tegen dezelfde problemen aanlopen momenteel in deze situatie? De heer Vos: Ja, uiteindelijk … Er wordt niet heel vaak gesproken over problemen, er wordt heel veel gesproken over opgaven. Die opgaven, daar kan je een visie op hebben of het überhaupt een opgave is. Dus het wordt niet eens gezegd van: zijn we het hier nou mee eens, zijn we daar wel of niet mee eens? Uiteindelijk wordt het gewoon, iets wordt gesteld, iets wordt gezegd: dit is een feit, dit is de opgave die we nou eenmaal moeten uitvoeren en dat gaan wij lokaal implementeren. Ja, dat klopt dat andere gemeenteraden doen dat precies op dezelfde manier, maar dat is nou juist het probleem. We moeten nou juist over die opgaven of eigenlijk die politieke visie, daar moeten we over gaan discussiëren wat op een fundamentelere manier. Zo zou ik het in ieder geval graag willen zien. De voorzitter: Dank u wel. Misschien is het wel goed om de vragen twee tot vijf toch te bundelen en kijken of daar één antwoord op kan komen, want we proberen ook het blokje van vijf minuten te houden en er zijn nog een paar vragenstellers meer.
De heer Sieders: Oké. Vraag twee, u refereert aan Brussel, maar heeft u onze bestuurders ook gevraagd hoe ze hier tegenaan kijken? Ik denk dat het met schriftelijke vragen behoorlijk had gekund en wat zijn hun antwoorden daarop? Hadden ze daar wel antwoorden op of niet? Zelf denk ik van wel. Vraag drie, u heeft het over het landelijk plan buitengebieden. U heeft het er elke keer over dat we niet hetzelfde moeten doen als wat eigenlijk onze rijksoverheid ons oplegt, nu heeft onze rijksoverheid een plan afgeschoten waarvan wij zeggen nou, misschien is dat toch goed. Spreekt u uzelf daar niet tegen door te zeggen dat iets wat de rijksoverheid zegt, laten we dat niet doen, en wij zeggen nou, ons past het wel, laten we ermee doorgaan dat u zegt: dat moet je toch maar niet doen, omdat zij nu zeggen dat het niet hoeft? Dan heb ik de vraag over u zegt dat we ook nee kunnen zeggen tegen Den Haag. De consequentie daarop is dat onze inwoners gewoon rechtszaken kunnen starten tegen gemeentes, zoals eerder ook is gebeurd, omdat wij die taken juridisch wel hebben uit te voeren. Vindt u dan dat wij als overheid ook op dat gebied ook maar dan moeten falen, want de inwoners winnen die rechtszaken geheid. Er zijn wel heel veel ‘…’. Bent u dan bereid om dat te nemen? En vraag vijf, wat is uw referentiekader in dit geheel? De heer Vos: Misschien de laatste.
Ik probeer altijd heel open in alles te staan. Ik probeer me heel erg te verdiepen ook in de visies en ideologieën van andere partijen, maar ik heb heel erg het idee dat het eigenlijk maar een kant op heel erg werkt bij heel veel mensen, dat binnen dit soort van het liberale consensus denken, waar we hier allemaal inzitten, dat de gewoon geen ruimte en geen interesse is in andere visies op de wereld. Dat vind ik heel jammer, want je moet nou juist, vind ik, in de politiek een heel open dialoog met elkaar kunnen voeren, maar zeker vanuit verschillende fundamenten. En als je een soort van als een vis die in het water zwemt, jezelf niet realiseert dat je in het water aan het zwemmen bent en vanuit die visie maar bepaalde vanzelfsprekendheden ergens neerlegt zonder daarover in discussie te willen gaan, ja, dan heeft een politiek gesprek geen nut. En dan over het NPLG-plan, het is misschien wel een heel goed voorbeeld van, NPLG gaat specifiek over dat er geld beschikbaar wordt gesteld voor de lokale overheden om dat stikstof en natuurbeleid uit te voeren, maar als dat geld opdroogt en dat wordt dus nu niet meer uitgekeerd, dus dan kan je zeggen van ja, we laten het staan dingen, maar dat geld heb je niet. Ja, dan moet je zelf zeggen van nou, wij willen er zelf wat van maken en als dat je visie is, is dat ook prima. Maar nu staat het er gewoon in van ja, een
kader, dit, dit en dat. Nou, dan een andere vraag, het waren er wel heel veel, dus zou u nog de laatste willen herhalen? De heer Sieders: De laatste vraag had u antwoord op gegeven, maar twee vragen, u refereert naar Brussel, maar heeft u onze bestuurders gevraagd, was een van de vragen en de andere vraag ging over het feit dat u zegt: zeg maar nee tegen Brussel en de juridische consequenties wat dat heeft voor onze gemeente en onze inwoners ook dan. De heer Vos: De eerste vraag of ik er ook met onze lokale bestuurders, zeker, we hebben het er vaak over, ook vaak met de borrels erna hebben we hele gesprekken van over hoe kijken jullie daar nou naar, ook bij een week bijvoorbeeld als het VNG-congres, waar wij als Forum ook altijd aanwezig zijn, dan proberen we zeker de visie van elkaar uit te wisselen. Natuurlijk, dat lijkt me logisch dat dat moet. Nou, en dan misschien de juridificatie van politiek. Dat is, denk ik, ook een heel belangrijk probleem. Alles wordt maar in rechterlijke procedures gegooid tegenwoordig. Ik denk dat een heel groot probleem in Nederland is dat te veel dingen volgens de rechter geregeld gaan worden.
Dat politiek beleid wordt afgedwongen en dat overheden, lokaal maar ook landelijk, gegijzeld worden door vage grote concepten en grote afspraken die ooit zijn gemaakt, terwijl uiteindelijk zou de burger daar zelf voor moeten kiezen en niet bepaalde belangengroepjes die constant zaken bij een rechter gaan aanknopen en dat rechters zich dan politiek gaan bemoeien met zaken. Dat lijkt mij niet de bedoeling. De voorzitter: Goed, ik wil even naar het CDA, mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Ik zat zo ingespannen te luisteren. Ik had wel een aantal vragen, maar ik beperk mij tot eentje. Maar klopt het dat ik het goed heb gehoord dat u zegt dat de LHBTQI gemeenschap per definitie aan mentale problematiek leidt? Klopt dat? Want als dat zo is, dan gaat zelfs mij dat te ver, als u dat zegt. De heer Vos: Ik maak altijd een onderscheid in het concept LHBT gemeenschap en bijvoorbeeld homo's en lesbiennes. Ik ken er genoeg, we hebben ook heel veel mensen binnen Forum voor Democratie zitten die bijvoorbeeld ook homo zijn, maar die niks met de LHBT gemeenschap te maken hebben. De LHBT gemeenschap is een concept van een coalitie van minderheden die gepropageerd worden door instelling en overheden om het traditionele concept van wat als standaard wordt gezien, af te breken. En daar ben ik tegen.
Mevrouw Koekoek: Ik weet wat uw standpunt daarover is, ik zou daar graag een oproep doen dan wel zorgvuldig over deze doelgroep te spreken, met respect voor mensen, ook al ben je het niet eens met mensen hoe ze in het leven staan, maar respect is wel het startpunt van de relatie onderling om tot het samenleven te komen. De heer Vos: Uiteindelijk gaat altijd alles met respect, maar dat je respect voor iemand hebt, kan nou juist ook vaak betekenen dat je het met heel veel mensen, dat je die oprecht wil helpen en we zien heel veel mentale problematiek bij die gemeenschap en ik denk oprecht vanuit mezelf en ook vanuit mijn psychologische achtergrond denk ik oprecht dat wij een totaal verkeerde aanpak hebben, in de casus, bijvoorbeeld over transgenders, daar denk ik echt fundamenteel anders over dan wat misschien de consensus is in deze samenleving. Ik vind dat dat benoemd moet blijven worden. De voorzitter: Ik wil ook graag naar een afronding, maar we waren inderdaad met de eerste vraag begonnen bij de SGP, dan kunnen we ook vast eindigen met een vraag.
De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik schrok wel een beetje van dat je zegt nou ja, we krijgen de taken van de overheid en daar zeggen we zomaar even nee op. Want laten we één voorbeeld gewoon even noemen: jeugdzorg. Wij hebben het geld op en we zeggen gewoon eventjes een seintje, wij stoppen ermee, zoekt u het maar ... Maar al die jeugdigen hebben op dat moment gewoon, die jeugd die zorg nodig. Dat kan toch niet zomaar stoppen? Dan benadelen we toch een heel grote doelgroep? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Tot slot, de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Ja, dat bedoel ik er natuurlijk ook niet mee. Het gaat er nou juist om dat vanuit onze visie is politiek een vorm van de wil, van macht willen uiten. Dus je kan, je moet sterk staan in je schoenen.
Dus wanneer jij, het is puur een mentaliteitsdingetje, dus wanneer jij zegt van nou, de landelijke overheid staat nou eenmaal boven ons en die regelen allemaal dingen en dat ik me daar maar aan moet houden, dat is het afschuiven van verantwoordelijkheden en je hebt ook vanuit ook lokaal goed bestuur, moet je op een gegeven moment ook eens een keer nee zeggen, dat ben je verplicht, juist aan je eigen inwoners, die zijn er veel meer mee gebaat dat je een keer nee zegt en de boel laat oplopen, hoog laat oplopen, ten opzichte van Den Haag, dan dat je gewoon constant maar ja knikt en ze dan op lange termijn, bijvoorbeeld in het beleid van de jeugdzorg, wat daar is gebeurd, allemaal verschrikkelijk. Dat zijn wel de gevolgen van lokale bestuurders die maar blijven ja-knikken. Wij zien dat gewoon heel graag anders. De voorzitter: Daar wou ik het bij laten, dank voor uw bijdrage, want wij gaan door naar de fractie van D66. De heer Prakken, gaat uw gang. De heer Prakken: Kijk, daar sta ik weer, een poosje geleden. De visie van D66 op de begroting, gebouwd op ons eigen fundament, namelijk het verkiezingsprogramma van D66. Voorzitter, leden van de raad en aanwezigen, vandaag bespreken we de plannen voor de komende jaren. D66 ziet een aantal goede stappen, maar we hebben ook vragen en ideeën om Hoogeveen nog sterker te maken.
We willen laten zien: het moet anders en het kan anders en daar hebben we een redelijk alternatief voor. Wonen is een basisbehoefte. Het is goed dat er aandacht is voor woningbouw, maar de woningmarkt stopt niet bij de grenzen van Hoogeveen. Wij zeggen: en nu vooruit. Daarom willen we afspraken maken met de omliggende gemeenten over een eerlijke verdeling van sociale huur, middenhuur en koopwoningen. Zo zorgen we ervoor dat iedereen een passende woning kan vinden. Hiervoor dienen we een motie in. De begroting legt een basis voor sociale cohesie en het ondersteunen van kwetsbare groepen. Maar is dat genoeg? We willen laten zien dat we met optimisme en daadkracht voor een eerlijke toekomst gaan. Onze wijken hebben baat bij projecten die mensen echt verbinden, zoals ontmoetingsplekken waar iedereen zich welkom voelt. Zo bouwen we samen aan een hechte gemeenschap. Goed bestuur begint bij openheid. De begroting zet stappen in de richting van meer transparantie, maar is dat voldoende? Voor D66 betekent open bestuur werken met optimisme aan de slag en inwoners actief betrekken. Bestuur is samenwerken met inwoners en niet alleen voor hen werken. Kansengelijkheid begint bij goed onderwijs.
De begroting bevat plannen om talentontwikkeling te stimuleren, maar bereiken we echt alle kinderen? We moeten kritisch blijven en kijken of we genoeg doen voor leerlingen die wat extra hulp nodig hebben. Ieder kind verdient een eerlijke kans om zich te ontwikkelen. Want we laten iedereen vrij, maar niemand vallen. Goede dienstverlening is belangrijk voor zowel inwoners als ondernemers. Verbeteringen in de digitale dienstverlening en een ondernemersloket zijn goede stappen, maar zijn we er al? We moeten blijven luisteren naar de behoeften van inwoners en ondernemers om onze dienstverlening nog verder te verbeteren. Het aangenomen voorstel toekomstvaste informatie voorziening SWO, is een mooi voorbeeld van hoe D66 Hoogeveen niet in de steek laat. Ook wil ik wijzen op een grote financiële uitdaging. Het is vaker genoemd: het ravijnjaar. Vanaf 2026 worden de rijksbijdragen flink verlaagd. We kunnen die
dreiging niet negeren. Daarom willen we onze financiële buffers versterken, verder versterken om deze klap op te vangen. We stellen voor om de reserve onroerendzaakbelasting slim in te zetten om Hoogeveen financieel gezond te houden. Hiervoor dienen we een amendement in. Voorzitter, de keuzes die we nu maken bepalen de toekomst van Hoogeveen. De begroting biedt een goede basis, maar het is belangrijk om kritisch te blijven en samen te blijven bouwen. Door samenwerking, inclusie, open bestuur, gelijke kansen en een sterk ondernemersklimaat, zorgen we dat iedereen kan meedoen en dat we klaar zijn voor de uitdagingen van morgen. D66 biedt hier een redelijk alternatief voor met oog op de toekomst. Wij vragen uw steun voor onze ideeën om dit samen waar te maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het CDA, mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Ja, voorzitter. Ik heb een vraag aan Democraten 66. U zegt altijd dat u voor de democratie bent en dat is het CDA ook. In hoeverre respecteert u democratisch genomen besluiten die voor de zomer genomen zijn, die verwerkt zijn in de voorliggende conceptbegroting en vervolgens komt u met een voorstel om een democratisch genomen besluit inzake de ozb terug te draaien. Hoe kijkt u daar nou tegen? De heer Prakken: Ja, dank voor de vraag, voorzitter.
Dank voor de vraag en ja waarom komen we daarmee? Ja, ik geef toe, het zou mij verbazen wanneer dat het haalt, dat voorstel, dat idee, maar democratisch genomen besluiten betekent niet dat iedereen hetzelfde moet blijven denken. Nee, dan kun je aan je eigen ideeën blijven werken en dit is onze eigen idee. Ik wil niet nalaten om precies met dat amendement duidelijk te maken dat dat genomen besluit, in onze ogen, geen goed besluit was. De voorzitter: Het CDA, gaat uw gang Mevrouw Koekoek: Ja, voorzitter, in dit huis worden vaker democratisch genomen besluiten genomen die voor een partij onwelgevallig kunnen zijn. Dat is ook bij het CDA geweest als het gaat om de kadernota, heb ik zojuist ook bij de bijdrage aangegeven, we zijn het niet in alles eens met de voorliggende begroting. Een aantal voorstellen die wij hebben ingediend bij de kadernota, hebben ook niet op steun van de raad kunnen rekenen. Wij respecteren die besluiten van de raad, want je debatteert met elkaar en je komt tot een besluit en dat respecteer je. Dat heb je als raad te respecteren, dat heb je als college te respecteren en als samenleving ook. Dit is geen besluit wat tien jaar geleden is genomen, dit is een besluit geweest wat een uitgangspunt is, wat een besluit is voor deze begroting. Geen besluit van tien jaar geleden, maar voor de begroting.
Met de begroting toetsen we of het college heeft gedaan wat wij hebben besloten. Dus hoezo neemt u de raad dan nog serieus? De heer Sieders: Voorzitter, mag ik een punt van orde maken? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Sieders: Volgens mij gaan we straks hierna, bij punt 4.4 op de agenda, de amendementen en moties nog bespreken. Ik denk dat het dan misschien een beter moment is om dit opnieuw aan te halen, want volgens mij is dit niet het moment om daar vragen over te stellen. De voorzitter: Nou, opnieuw zou ik niet meteen een groot voorstander van zijn, want dan doen we dingen misschien dubbel en we hebben natuurlijk wel eerder wel ook op gereageerd op visies die er zijn, maar ik snap uw punt. Misschien de heer Prakken tot slot en als het dan nog verdere behoefte is, kan dat nog later.
De heer Prakken: Ja, ik vind het een beetje raar om ons ondemocratisch handelen te verwijten wanneer wij met een voorstel komen waar iedereen voor of tegen kan zijn. Wij komen met een voorstel, ik heb daar een bepaalde verwachting bij, die heb ik net uitgesproken en als dat het niet haalt, nou ja, dan is dat zo. Maar mensen die mogen tot inkeer komen wanneer zij een fout gemaakt hebben en die kans wil ik graag bieden. De voorzitter: Akkoord. De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter, dat gaat over ditzelfde onderwerp, maar een heel andere aanvliegroute, want bij de voorbereiding van het amendement van D66, heeft u toen ook pagina 134, de woonlasten van de gemeente Hoogeveen daar even goed bij bestudeerd? Want die zijn nog aanmerkelijk ten opzichte van andere gemeenten behoorlijk hoog. Dus ik snap niet dat hij dat nou weer die ozb weer terug gaat draaien, dat we die ‘…’ woonlasten nog hoger. De voorzitter: De heer Prakken, tot slot. De heer Prakken: Nou, ik zeg toe, wanneer we tot behandeling van het amendement overgaan, dan heb ik dat wel heel goed bestudeerd, maar ik geef nu alvast mee dat het amendement, zoals dat voor de vakanties is aangenomen in de kadernota, dat dat ervoor zorgt dat in de toekomst de gemeente 1,75 miljoen minder te besteden heeft in het komend jaar en dat gaat nog verder oplopen.
Dat gaat ook echt niet alleen naar mensen die arm zijn, dat is generiek. Dus dat gaat naar Jan en alleman en volgens ons kun je dat beter inzetten. De voorzitter: Goed, dank u wel. Er is straks een uur pauze. Andere vragen zijn er niet. Dank voor uw bijdrage. Dan gaan wij luisteren naar de visie van de Staatkundig Gereformeerde Partij, de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht om hier even mijn bijdrage te leveren, eerst even gewoon een beetje algemeen de visie van de SGP van wat vinden wij nou eigenlijk nodig wat er wel of niet in de begroting zou moeten staan? Dan eventjes gewoon de begroting zelf en dan hebben wij nog een paar moties en één amendement. Dat willen we dan even aankondigen en ook even wat debatpunten daarbij aangeven. Dus daar gaan we ons best voor doen. Voorzitter, toen ik deze begroting bestudeerde, had ik pijn in mijn hart. Dat is iets persoonlijks. Waar zat die pijn nou in? Ik las: we gaan dit doen, we gaan dat doen en daar gaan we ons op inzetten, maar één ding miste ik erin: er stond nergens één woord dat wij daar de zegen van God bij nodig hadden. Als wij die zegen niet krijgen, dan kunnen we niets. Tegelijkertijd bedacht ik, en ik citeer uit het praktijkboek van de SGP, psalm 63 in berijmde vorm en ik zeg het even in eigen woorden: beter dan dit tijdelijke leven is de goedertierenheid van God.
Goedertierenheid is een beetje een ongebruikelijk woord, maar je kunt het nog gewoon vinden. Er zijn heel veel betekenissen. Eén van die betekenissen is gewoon dat het de zachtmoedige liefde van God is aan mensen. Dat is gewoon een … Je kunt het allemaal gewoon even opzoeken. Ik dacht, wat zou het toch mooi zijn als wij in onze begroting hier rekening mee hielden. Dan citeer ik nog weer een keer uit het praktijkboek van de SGP, spreuken. Dat schijnt hier nogal, zeg maar, in trek te zijn. En er staat gewoon: vereer God van de eerstelingen van uw inkomsten. Dan zult u vragen: maar wat heeft dat nou met die begroting te maken? Nou, ik denk, als je de begroting sec beschouwt, dat is toch wel het eerste waar je mee begint? Je moet eerst alles op de rit hebben en dan pas kun je tot de uitvoering. Dus als je nou de begroting als een eersteling beschouwt, dan zeg je gewoon: en die eersteling en daar zit de inkomsten baten en lasten zitten daarin, als we nou van die baten, als we daar nou iets van zouden, in de dienst van God, besteden, dan belooft God daar iets bij. Dat zegt hij ook: hij zegt dan zullen je schuren overlopen. Nou, kom je met vreemde dingen met de schuren en overlopen en vervuld worden.
Hoe kan dat? Nou, als we gewoon even kijken naar onze algemene reserve en we zeggen onze algemene reserve is een schuur, daar hebben wij ons geld in opgeslagen en af en toe halen we er wat uit, al is allemaal boekhoudkundig, maar dan zou je toch echt
wel kunnen zeggen dat wij in de gemeente Hoogeveen best wel een schuur hebben. En als we dat nou gewoon eventjes doen, als wij nou gewoon in onze begroting een klein beetje afzonderen waar de dienst van God mee vooruitgaan, waar het Koninkrijk van God mee ‘…’ dan belooft God ons dat onze algemene reserve dus vervuld zou worden. Dat betekent dus, als we straks minder geld hebben, dat we met minder geld misschien wel hetzelfde kunnen doen als dat we anders met meer geld zouden hebben kunnen doen. En ja, voorzitter, ik zeg daar even iets bij, ik draai het even om. Laten we deze som nou eens een keer op de proef nemen, dan gaan we naar de begroting en dan kijk ik even door de bril van een budgetbewaker van Hoogeveen. Eerlijk is eerlijk, we gaan het college complimenten maken, met name de wethouder van financiën, want wij hebben een heel andere zienswijze. Wij vonden dit een heel voorzichtige, tegelijkertijd evenwichtige begroting met zicht op wat er op ons komen gaat en wat we daar voor actie voor moeten gaan ondernemen. Zonder meer heel verstandig, maar ook heel evenwichtig. Nou ja, ik kijk altijd even naar de kerngetallen en die kerngetallen, nou, ik zou je vertellen, dat verbaasde mij, ondanks alles, dat die toch echt wel heel goed eruitzien. Solvabiliteitsratio, dat kan meer, maar voor ons voldoende. De schuldquote voldoende, maar ook ons weerstandsvermogen.
Dat is natuurlijk een heel belangrijk gegeven en dat dat is echt ruim voldoende. We zien dat het de komende jaren wat minder gaat worden, maar met deze cijfers kunnen we in ieder geval 2025, als alles gaat zoals het gaat, natuurlijk, kunnen wij gewoon doorzetten. In de begroting staat wel dat wij eind 2025, als het nodig mocht blijken, dat we dan het gesprek gaan hebben over bezuinigingen. Dat is onze vraag aan het college of ze kunnen toezeggen dat ze dat in ieder geval naar voren halen, dat we er in ieder geval bij de kadernota mee gaan beginnen, want dan zal er veel meer duidelijk zijn als dat we nu weten. En ja, onze wethouder van financiën die weet, de zure gevolgen, als je bezuinigingen met stoom en kokend water gaat klaarmaken, want ja, we hebben ooit al eens een keer 5 miljoen moeten afboeken omdat uiteindelijk de bezuinigingen die ingeboet waren, niet klopten. Dan, voorzitter, zijn wij voornemens ... De voorzitter: Mijnheer Van Rijn, ik was er al bang voor, maar we zitten in minuut zes. De heer Van Rijn: Oké. Ik heb het iets anders. Maar goed, oké, voorzitter. Om even af te ronden, dan zal ik een punt nemen en doen we dat straks gewoon vanavond als we aan het debat toe zijn. Het is nog niet zeker of de SGP deze begroting gaat … Voor deze begroting gaat zijn en dat zit in dat hier ook in deze begroting alles budget voor onze samenwerkingsorganisatie is opgenomen.
Daar willen wij een einde aan maken, dus daar willen wij een motie over indienen. Dat had ik al willen doen, maar dat kon helaas niet secuur, want we zijn tenslotte niet van Fabeltjeskrant. Wij willen dat echt gedegen, met goed onderbouwde argumenten willen we dat doen en daar hebben we meer informatie voor nodig. Dat hebben we nog niet. Maar ik kan vanavond wel de aanleiding met concrete feiten kan ik dat aangeven. Dus daar wou ik in ieder geval een debatpunt voor vanavond. Dan stop ik er nu mee, want ik wil u niet echt uitdagen tot ‘…’. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik zeg maar even niets. De heer Meesters, gaat uw gang. De heer Meesters: Ja, mijnheer Van Rijn, dank u voor de preek. U zei een ding waar ik even een vraag over heb. U zegt geld uit de begroting afzonderen aan de dienst van God. Alleen ik vroeg me even af, hoe ziet u die praktische invulling? Gaan we geld doneren aan de kerk of kunt u even iets meer toelichten, want zo is hij zo vaag dat ik niet helemaal begrijp wat u bedoelt. Dus graag een toelichting daarop. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Een heel goede vraag. Fijn dat u dat toch even vraagt, dan kan ik dat toelichten. De voorzitter: Kort en bondig graag.
De heer Van Rijn: In de Hoofdstraat hebben we zo'n kleine ruimte ingericht voor de Van Gogh, daar staan dingen en kunnen mensen informatie ... Nou, we zouden ook zo'n kleine ruimte in kunnen richten voor een soort evangelisatie post waar de mensen informatie kunnen vinden van waarom en hoe wij God kunnen dienen. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Goede, gaat uw gang. De heer De Goede: Dank u, voorzitter. Mag ik dan de heer Van Rijn er even op attenderen dat we daar al een gebouw voor hebben op de Hoofdstraat, namelijk een grote kerk? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dat was geen vraag. De heer Sieders, Gemeentebelang. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen, ik zal bundelen. Ik had een vraag, als de heer Van Rijn weet sinds wanneer kerk en staat gescheiden zijn. Daarnaast heb ik de andere vraag, eigenlijk een beetje uit het woord wat u zegt geld besteden, wat de heer Meesters ook heeft aangegeven. Nou, ik zie in deze begroting dat er meer dan 80 miljoen gaat naar zorg. Bent u dan juist niet heel content met deze begroting? Dat is meer dan een tiende. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Om het met laatste beginnen, dat heb ik dus aangegeven, wij zijn zeker content met deze begroting, want wij vinden dit een heel evenwichtige, verstandige begroting en het tweede, de scheiding tussen kerk en staat.
Ja, dat heeft als je dat sec bekijkt wat dat inhoudt, dat betekent gewoon: het kerkelijk bestuur bemoeit zich niet met het politieke bestuur en het politieke bestuur bemoeit zich niet met de kerk. Dat is eigenlijk … Maar dat wil helemaal niet zeggen dat je als gemeente, gewoon in plaats van andere activiteiten te subsidiëren, dat je ook niet zegt van nou, we zorgen ervoor dat daar ergens gewoon een klein evangelisatie post kan functioneren en dat betalen wij. Zo eenvoudig is dat. De voorzitter: Vervolgvraag nog, de heer Sieders. De heer Sieders: Nou, ik vroeg me meer … En wat ik zeg, die 80 miljoen is dan toch meer dan 10 procent van de begroting, wat we aan zorg en dergelijke uitgeven aan de behoeftigen? De heer Van Rijn: Ja, ik begrijp het, denk ik, nu waar hij heen wil, de zorg, dat is een naastenliefde, het is een naaste, dus daar besteden wij en inderdaad, dat is helemaal niet verkeerd. Ik zou het vreselijk vinden als het niet zou gebeuren. De voorzitter: Akkoord, dank u wel. Ik denk voldoende, dus ik dank u voor uw bijdrage. Last but not least gaan we naar de fractie van GroenLinks, de heer Van der Meer, zoals afgesproken vanaf de eigen plek. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. De begroting voor 2025 laat opnieuw een evenwichtig beeld met een gezond resultaat zien. Dat is goed om vast te stellen.
Er zijn echter ook zorgen over de financiële situatie na 2025. Dat maakt dat er vanaf 2026 geen sprake meer is van een sluitende begroting en bezuinigingen en lastenverzwaring niet uitgesloten kunnen worden. Dat is uitermate zorgelijk, omdat op dit moment niet duidelijk is welke verrassingen er nog uit de hoge hoed van het kabinet gaan komen. We maken ons, wat dat betreft, grote zorgen over de bezuinigingen op bijvoorbeeld de zorg en cultuur. De GGZ barst uit
zijn voegen als het gaat om het beheersen van de wachtlijsten en de woningbouwagenda staat onder grote druk. Dit betekent dat er, wat ons betreft, nog meer druk staat op prioritering en de goede dingen en juiste keuzes maken voor onze inwoners. Kort iets, voorzitter, over klimaat, natuur en duurzaamheid. We hebben mooie stappen gezet als het gaat om de inzet op klimaat, duurzaamheid en natuur. Aanvalsplan biodiversiteit, het klimaatadaptatieplan, de tegeltaxi en niet te vergeten de toptiennotering als het gaat om ecologisch bermbeheer. Mooi dat we wat dat betreft ook goede stappen zien in de begroting en verder gaan op die ingeslagen weg. We staan desondanks nog voor grote uitdagingen die nog steeds ambitieus zijn. Wat dat betreft zullen we de komende jaren misschien nog een tandje bij moeten zetten om de afgesproken doelstellingen te halen. We hopen van harte dat eventuele toekomstige bezuinigingsmaatregelen, het klimaat en de natuur uiteindelijk niet het kind van de rekening laat worden. Dan ook wat ons betreft een bijdrage over kansengelijkheid. We blijven aandringen op grote inzet op kansengelijkheid.
We zouden willen dat er naast investeringen in de infrastructuur en bouwprojecten, waar we nu in het kader van investeringsagenda over gesproken hebben, ook meer wordt geïnvesteerd in de sociale domeinen zoals sport en cultuur, omdat dit kan bijdragen aan zowel fysieke als mentale gezondheid. We willen inzetten op meer aandacht voor kwetsbare groepen, inzetten op daadkracht en initiatief nemen, zodat we in daden een gemeente zijn waar kansengelijkheid hoge prioriteit heeft. Kansengelijkheid vraagt om doen. Iedereen moet in de gelegenheid zijn om mee te doen. We kunnen besluiten over een nieuw zwembad, maar als een motie om alle kinderen in Hoogeveen een zwemdiploma te laten halen niet wordt uitgevoerd, dan sluiten we mogelijk een deel van onze kinderen buiten. Als we sporten terecht stimuleren, dan hoort daarbij dat sportverenigingen een veilige plek moeten zijn voor alle inwoners van Hoogeveen. Kwetsbare groepen verdienen in dat opzicht onze welgemeende aandacht en betrokkenheid. Een toenemend percentage op bedreigingen en intimidatie van een LHBTI persoon, bijvoorbeeld, is wat ons betreft een veeg teken. Onze jongeren. In de eerste plaats wil ik het belang benadrukken van extra aandacht voor jonge mantelzorgers in onze gemeente.
Deze jongeren nemen vaak een grote verantwoordelijkheid op zich door te zorgen voor een ziek of gehandicapt familielid en met de zojuist geschetste bezuinigingen op de zorg, wordt die druk voor de jongeren misschien alleen nog maar groter. Die druk, die ervaren ze, terwijl ze volop in ontwikkeling zijn. Het is van cruciaal belang dat we ze ondersteunen, bijvoorbeeld door respijtzorg, gerichte hulpverlening en maatwerk programma's die hen in staat stellen om hun taken te combineren met school, maar vooral ook sociale activiteiten. Jongeren mogen, wat dat betreft, niet tussen wal en schip vallen. In de begroting wordt ook nog gesproken over een ontmoetingsplek voor jongeren. Ondanks de terugkoppeling die we in de brief van 8 oktober van het college ontvingen, denken we toch dat hier meer inzit of zou moeten zitten dan aansluiten bij bestaande initiatieven als Cultuurklik, HQ-6 en het podium. Dit zijn prima initiatieven en ze hebben hun bestaansrecht meer dan bewezen, maar feit is dat het toch ook een redelijk select gezelschap is dat gebruik maakt van deze mogelijkheden en daarmee is het ook eigenlijk wel een heel veilige keuze om hierbij aan te sluiten. Alle jongeren verdienen een veilige plek waar ze elkaar kunnen ontmoeten, kunnen chillen, gamen of wat voor hen ook interessant is en daarnaast hun talenten kunnen ontwikkelen.
We volgen daarin de lijn zoals geschetst in het amendement van de collega's van de ChristenUnie: betrek ook juist dorps- en buurthuizen om in samenspraak met jongeren tot een goede invulling te komen. Tot slot, voorzitter, nog een enkel woord over cultuur. Door een sterk cultureel programma kan Hoogeveen aantrekkelijker worden en wordt de insteek ten aanzien van de regiodeals en de ontwikkeling op het gebied van wonen en economie nog eens extra ondersteund. Cultuur moet worden ingezet voor een breder publiek, want daarmee kunnen inwoners actief deelnemen aan hun gemeenschap wat inclusie en gelijke kansen bevorderd. Cultuur is meer dan een kostenpost en is een investering in de sociale samenhang en het welzijn van de inwoners. We wachten met belangstelling het rapport af met betrekking tot de Tamboer, maar hopen dat deze prachtige voorziening, in alle opzichten, nog jaren deel uitmaakt van het culturele aanbod in Hoogeveen. We zien een positieve begroting voor 2025, we zien ook de zorg voor de komende jaren. Voor nu zijn we positief en hebben we geen
punten voor debat, maar dat zal ongetwijfeld gevoerd worden naar aanleiding van de moties en amendementen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vraag van mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Nou, luisterend naar GroenLinks ben ik al blij om te horen dat u op voorhand al voor ons amendement is. Maar goed, daar komen we straks wel over te spreken. U begint uw bijdrage met een aantal prioriteiten en dat dat ook belangrijk is. U noemt zorg, cultuur, GGZ, woningbouw en u eindigt eigenlijk met de voorkeur, volgens mij, voor cultuur. Begrijp ik daaruit dat u eigenlijk daar meer geld zou willen investeren. Is dat uw prioriteit? Of zijn … Nou ja, eigenlijk is de vraag: wat zijn uw prioriteiten in dat lijstje? De heer Van der Meer: De prioriteit die ik stel is vooral de aandacht op dat sociaal domein. Voor mij is cultuur niet de prioriteit, maar er wordt ook wel vaak gedacht dat cultuur maar een soort van bijzaak is, terwijl ik juist denk dat in de verbinding met onze economische opgave onze verbinding in de regio, dat een goed cultureel aanbod helpt om die positie van ons daarin te versterken. De voorzitter: Voldoende voor mevrouw Pullen. Ga ik naar mevrouw Koekoek van het CDA. Mevrouw Koekoek: Ja, voorzitter, dank. Mooi om te horen dat u een pleidooi houdt voor de jonge mantelzorgers en ook jammer dat er jonge mantelzorgers nodig zijn.
Heb ik goed begrepen dat u meer aandacht wilt voor deze jonge mantelzorgers en zo ja, zou u dan ook in die gedachtegang mantelzorgers in jonge gezinnen mee kunnen nemen? Want dat geeft ook een behoorlijke druk en je zorgt niet alleen voor oudere mensen, maar ook binnen gezinnen, jonge gezinnen, kunnen mantelzorg plaatsvinden. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Van der Meer: Die horen er, wat mij betreft, zonder meer bij. Er zijn genoeg jongeren die niet gedwongen worden in de situatie zitten waarbij ze opa of oma moeten verzorgen, maar juist thuis omdat vader of moeder is uitgevallen. In die zin is het ook vaak een vergeten groep en ik zie echt in de begroting wel dingen staan als mantelzorg vitaal, noem maar op. Maar dat laat onverlet dat je juist voor die jongere die extra zwaar belast wordt en daarnaast zijn ontwikkeling moet doormaken en zijn sociale contacten en zijn school, daar zou ik graag een extra inspanning voor zien en ik ook overweeg ook echt om daar nog met een motie of amendement te komen. De voorzitter: Akkoord. De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. U heeft het ook gehad over kansengelijkheid voor jongeren en dan legt u de nadruk bij sport en cultuur. Volgens mij hebben wij een fonds voor sport en cultuur van jongeren.
Werkt dat volgens u dan niet goed genoeg? De heer Van der Meer: De vraag is wat mij betreft niet zozeer of het niet genoeg is, de vraag is wel of je met elkaar uiteindelijk vaststelt van is het voldoende geweest, wat binnen de mogelijkheden past. Maar ik vraag ook wel extra aandacht en extra aandacht betekent niet per definitie dat daar gelijk een heel grote zak met geld bij moet of zo, of dat er geen gebruik gemaakt kan worden van voorzieningen zoals dat sport- en cultuurfonds. Maar weten men de weg, weten ze waar ze het kunnen vinden, hebben we ze voldoende op de hoogte gesteld van die mogelijkheid? Dat zijn vooral de elementen waar ik op in zou willen zoomen. Dus daarmee creëer je kansen voor degene die het nodig heeft.
De voorzitter: De heer Sieders, vervolg. De heer Sieders: Dank u we, voorzitter. Dus u geeft hiermee aan dat we misschien eigenlijk wel alle voorzieningen hebben getroffen voor deze doelgroep, maar dat we het eigenlijk meer moeten accentueren. Klopt dat? De heer Van der Meer: Nou, alle voorzieningen is wel heel breed en heel veel, dat weet ik niet, eerlijk gezegd, maar ik vind wel dat we blijvend kansen moeten creëren voor onze jongeren en daarmee ook de aantrekkelijkheid van onze gemeente. Juist voor jongeren. De voorzitter: Oké. Ik ga naar de heer De Weerd. De heer De Weerd: Dank u wel, voorzitter. De heer Sieders was me eigenlijk een beetje voor, maar ik probeer toch nog even op de kansengelijkheid in te zoomen. U geeft net al wel iets meer concretiseringslag daarbij aan. Waar ik nog een beetje naar op zoek ben in uw verhaal, u benoemt het een aantal keren en het wordt mij nog niet zo goed duidelijk van hoe kunnen we dat dan in … Wat is uw voorstel dan voor Hoogeveen? U benoemt jongeren, maar kansenongelijkheid in het algemeen moeten we bestrijden. Kunnen we nog van uw fractie nog een motie of amendement verwachten hoe we dat wat concreter handen en voeten kunnen maken in Hoogeveen? Dank u wel, voorzitter. De heer Van der Meer: Nou, volgens mij, voorzitter, heb ik daarnet een heel duidelijk onderwerp bij genoemd en dat is jonge mantelzorgers bijvoorbeeld.
Maar ik heb ook iets gezegd over de toenemende intimidatie en bedreiging van onze LHBTI inwoners. Ook daar zou je dus in het belang van bescherming van kwetsbare groepen iets kunnen doen aan kansengelijkheid. Zolang we het nog nodig hebben om armoedeconferenties te organiseren, dan is er nog een opdracht in het kader van kansengelijkheid, dus het ligt, wat mij betreft, heel breed. Het is niet alleen maar op jongeren, het ligt breder, maar ik heb vandaag in ieder geval ervoor gekozen om vooral in te zoomen op onze jonge inwoners. De voorzitter: Dank u wel en dank voor de bijdrage namens GroenLinks. We gaan zo meteen pauzeren en met elkaar wat eten. Na de pauze horen we dan ook de reactie van het college op de tien visies die er gegeven zijn om vervolgens door te stappen naar de moties en amendementen. Nog een kleine oproep, als hoogste orgaan van gemeente bent u nergens toe verplicht, maar het zou u sieren als u de mannen van het college een plekje vooraan in de rij wilt geven, want zij mogen tijdens de pauze doorwerken om de reactie op die visies met elkaar te maken. 2.4 Schorsing debatronde De voorzitter: Dus daarmee schorsen we de vergadering. 3.
Pauze
4.
Debatronde (Raadzaal)
4.1 Heropening debatronde De voorzitter: Beste mensen wij heropenen de vergadering bij agendapunt 4.1. 4.2 is de reactie van het college op de visies die voor de pauze door de tien partijen zijn ingebracht, naar voren zijn gebracht. We proberen ons te beperken tot de vragen die aan het college zijn gesteld. Misschien wel goed om vooraf even
te melden dat een reactie op moties, amendementen, die komen straks op de agenda, die gaan we apart behandelen. Het college biedt graag nog als service aan dat als er nog aangepaste versies komen of misschien nog wel nieuwe moties en amendementen, dat als die voor volgende week donderdag bij het college bekend zijn, dan krijgt u voor de vergadering van 7 november daar ook even schriftelijk alvast van tevoren een preadvies op. Zie het als een stukje service van de kant van het college. Hartstikke goed. 4.2 Reactie college op- en gesprekken over de visies De voorzitter: Ik geef bij agendapunt 4.2 eerst het woord aan wethouder Reneman. Gaat uw gang. Wethouder Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook aan de gemeenteraad dank voor de complimenten voor deze begroting. Het college heeft echt het gevoel dat samen met de raad op een groot aantal strategische punten het met elkaar eens zijn en dat is wel belangrijk voor het gemeentebestuur, dat je echt het gevoel hebt dat je dezelfde kant opgaat. Ik denk ook dat we echt tegen elkaar moeten zeggen dat het werken met een vrij uitgewerkte kadernota aan het begin van het jaar, dat dat ook wel heel veel ruis wegneemt op het moment dat je naar de begrotingsbehandeling toegaat. Dus ik stel voor dat we dat ook gewoon volhouden. Dan ga ik de vragen afhandelen, voorzitter.
De ChristenUnie vraagt ernaar om vaart te houden in de verduurzaming van het vastgoed. Nou, ik heb al een aantal keren aan de raad moeten vertellen dat wij niet voldoende personeel hebben om de vaart te maken die wij willen in ons strategisch vastgoedbeleid, zodat we ook per accommodatie ook weten wat we kunnen doen aan investeringen en wat de toekomst is van die accommodaties, maar ook wat we kunnen doen aan verduurzamingsinvesteringen. Ik ben blij om te vertellen dat we eigenlijk de capaciteit hebben gevonden om te gaan werken aan een strategisch accommodatieplan. Dus nu de menskracht aanwezig is, gaan we er ook voller kracht opzetten. We verwachten ook, daar hebben we ook al brieven over gestuurd, over wanneer we dat verwachten aan u toe te sturen en wij verwachten dat tijdpad te kunnen halen. Er zijn ook wat vragen gesteld van, dat is eigenlijk een motie van de Partij van de Arbeid, maar die zal ik behandelen op het moment dat de moties er zijn, voorzitter. De vraag van de SGP van kunnen we niet eerder al praten over de bezuinigingen, bijvoorbeeld bij de kadernota van 2026? Nou, we hebben bij de kadernota van 2025 met elkaar afgesproken om het pad te lopen in de richting van de verkiezingen. Dus dan is eind 2025 het goede moment. Dus wij zijn niet van plan om bij de kadernota van 2026 te komen met pakketten voor bezuinigingen en eventuele lastenverzwaringen.
Wij willen gewoon de kadernota van 2025 hierin volgen en wij zien nog steeds geen reden om al in te grijpen in de begroting van 2026. Onze strategie blijft om, als er bezuinigingsmaatregelen moeten komen, dat dat zal landen in de begroting van 2027 conform de kadernota en conform nu ook de begroting. Daar wil ik wel een kleine asterisk bij plaatsen en dat is: wij zijn natuurlijk wel aan het kijken of we de begroting niet nog realistischer kunnen maken en de realiteitscijfers van de begroting nog verder versterken. Dat zal wel landen in de kadernota van 2026. Laten we dat even het laaghangend fruit noemen dat je kan doen om de begroting wat meer op orde te brengen en misschien is het wel al voldoende als we dat in de kadernota van 2026 voorstellen, om dan ook hoeven af te zien van verderstrekkende bezuinigingsmaatregelen. Dus dat … Wij willen graag vasthouden aan het tijdpad zoals we dat hebben voorgelegd. Dan tot slot, dat is niet echt een vraag, maar daar wil ik toch wel heel graag op reageren. Dat gaat over het ravijnjaar en de gedachte dat lokale bestuurders, maar ook lokale gemeentebesturen, dat zomaar over zich heen laten komen en dan gewoon aan het bezuinigen slaan. In de kadernota van 2025 staat dat wij als eerste gaan schrappen in de medebewindstaken van de gemeente. Dat zijn de taken die we uitvoeren van het rijk.
Dat is het eerste waaraan wij denken om te gaan schrappen. Wij zijn niet de enige gemeente die dat bedenkt, alle gemeenten bedenken dit op dit moment. Dus de VNG is ook met het rijk in gesprek over geen knaken, dan ook geen taken. Dus wat het rijk over ons afstort, is ook echt een gesprek tussen dan doen we ook een paar dingen niet meer voor u, beste rijk, maar daar moeten we wel
afspraken over maken. Dat kan je niet als gemeente alleen doen, want als je dat gemeente alleen doet dan komen de problemen die u net ook al bediscussieerde, komen ook naar boven. Maar als gemeenten gezamenlijk moeten we dat gesprek natuurlijk zeker voeren en daarbij is het niet dat we lijdzaam toezien. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Geef ik het woord graag aan wethouder Westendorp. Wethouder Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst is het fijn om te horen dat veel fracties zich herkennen in het sociale gezicht van deze gemeente die we ook presenteren in de begroting. Er zijn verschillende fracties die zeggen iets over armoedebestrijding, over schuldhulpverlening, over onze aanpakken richting jeugd en jongeren en dat is goed om te horen. D66 noemde nog: we willen een bijdrage leveren aan het creëren van een hechte gemeenschap die elkaar helpt en we willen een bijdrage leveren aan juist die stevige bodem waar je op kunt staan als je dat fundament nodig hebt. Ik denk dat het een goed punt is wat het CDA aanstipt, is namelijk dat je van alles kunt willen, maar dat je dat ook moet monitoren. Nou, dat is natuurlijk uw rol als raad, om ons daarop te controleren. Maar ook goed om te zeggen dat wij ook die informatie ook u willen geven, zodat u ook dat mee kunt kijken hoe de voortgang is.
We hebben onder andere met u afgesproken dat we een armoedemonitor maken om toch een beetje grip te krijgen op het onderwerp. Daar hoef je, denk ik, niet alleen voor naar Frederiksoord, maar daar kun je ook gewoon in Hoogeveen daar een beeld van krijgen. We zijn ook continu in gesprek met mensen, met ervaringsdeskundigen, om te horen hoe dat gaat en op 14 november gaan we ook hier weer met verschillende partijen in gesprek om gewoon te horen hoe het gaat in Hoogeveen, waar het thema trouwens ervaringsdeskundigheid is, die middag, u bent daar als raad trouwens ook van harte voor uitgenodigd om daar als toehoorder bij aanwezig te zijn. Wat ik ook hoorde, was een terechte vraag, denk ik, van de PvdA die zei van ja, u wilt misschien ook iets betekenen op het thema kansengelijkheid voor jongeren en u heeft ooit gezegd: u kunt toe met het budget voor de kinderspelweken. Hoe staat het daar eigenlijk mee? Nou, ik was ook weer even aan het kijken van we hebben beloofd om dan in 2024 een evaluatie te doen en dan eigenlijk een voorstel te doen aan u als raad om te kijken of we met het huidige budget uit de voeten kunnen. Ik denk dat ik even terug moet komen op die toezegging, want het is eigenlijk nog te vroeg om die balans op te maken.
Die beleidsregels voor die kinderspelweken, die zijn in 2024 net vastgesteld en wil je er een goed beeld van krijgen of er voldoende budget is, dan zou je dat juist in 2025 moeten doen. Op dit moment hebben we nog budget, maar de regels zijn ook nieuw, dus die organisaties hebben misschien ook nog niet aangevraagd. Dus ik wil eigenlijk toezeggen om daar in 2025 bij u op terug te komen en goed dat u ons als college daarop scherp houdt, wat dat betreft. Voorzitter, de SP zei ook nog, geheel terecht, je kunt allemaal mooie regelingen hebben om de inwoners te helpen, maar die mensen, onze inwoners, moeten wel van die regelingen weten en moeten dat ook op een manier communiceren dat mensen dat begrijpen. De SP heeft daar eerder wel signalen over afgegeven en ook wel gevraagd: kan dat niet wat beter? Daar hebben we ook wat plannen voor. Volgens mij vroeg de heer Meesters nog: bent u een motie daarvan in voorbereiding? Nou, wij zijn ook als college met plannen bezig om juist richting de mensen die niet vanzelfsprekend een volle portemonnee hebben, om het maar zo even te formuleren, extra te gaan informeren over alles wat we hebben, door middel van een zogenaamde krant. Dus misschien komen we uw ideeën wel heel erg tegemoet. Dus ik stel voor dat u wellicht daar even met mij een keer een kop koffie over drinkt of wij op de goede weg zijn om dat te doen.
Het plan is om dat dit jaar nog te gaan doen. Dus ik snap uw oproep en ik denk dat het een continu iets is. Nou, de uit-tip van de PvdA om te gaan kijken in Frederiksoord, waar we al 200 jaar ongeveer bezig zijn met armoedebestrijding, kan ik van harte aanbevelen, wat dat betreft. Vorig jaar, of bij de kadernota kwam u met een boek en nu zegt u: ga eens kijken. Ik deel dat. Dat is indrukwekkend wat je daar leert over de Nederlandse geschiedenis van armoedebestrijding. Maar laten we het ook vooral hier lokaal oppakken en vastpakken. Dan
het tweede onderwerp, voorzitter, waar meer fracties iets van hebben gevonden, is toch ook wel een duurzame gemeente, een gemeente die stappen moet zetten op het gebied van verduurzaming en vergroening. Daar zegt mijn collega, denk ik, straks wat over op dat onderwerp, maar ik herken ook wel dat fracties zeggen: ja, u bent daarmee bezig. Mijn collega Reneman heeft net al wat gezegd over, of gaat straks nog wat zeggen, over de verduurzaming van het eigen vastgoed. Maar ik hoor ook terug dat wij op de goede weg zijn om inwoners te helpen bij die verduurzaming. Het klopt ook wat de SP aanstipt, we zijn eigenaren aan het helpen, we zijn vereniging van eigenaren aan het helpen, we zijn woningbouwcorporaties aan het helpen om informatie te geven over wat je zelf kunt doen. En dan zijn er ook complexen die een eigendom zijn van particuliere beleggers, die niet vanzelfsprekend bezig zijn met verduurzaming en daarmee dus energiebesparing voor de inwoners, terwijl wij wel juist inwoners willen helpen. Nou, dat is een groep gebouwen, daar moeten mijn collega Wind en ik ook nog maar een keer over van gedachten wisselen hoe we ook op die groep wat meer kunnen doen en ik denk dat dat een mooie actie is om in 2025 verder te bekijken in het kader van de energietransitie. Voorzitter, dat was mijn bijdrage. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we door naar wethouder Wind.
Wethouder Wind: Ja, dank, voorzitter. Ook van mijn kant een reflectie op de punten die vanuit verschillende fracties vanmiddag zijn ingebracht. Om te beginnen met het onderwerp wonen. Ik denk dat het goed is om ook even terug te verwijzen naar de door uw raad vastgestelde woonzorgvisie, want ik heb een heel aantal van uw fracties ook gehoord: heb nou oog voor die starters, die betaalbare koop en ook de sociale huur. Daar hebben we ook vanuit de woonzorgvisie als college echt een opdracht en die opdracht die voeren we ook uit. Dus we kijken echt naar wat zijn nou plannen die er bij ons komen vanuit ontwikkelaars, vanuit corporaties om ook aan die percentages die we met elkaar hebben afgesproken in de woonzorgvisie te voldoen. Dus het heeft echt onze aandacht en ik denk dat het ook goed is om direct even een blik naar voren te werpen op de nieuwe woonwijk. Want ook daar gaf een aantal van uw fracties aan: hoe staat dat? Maak daar vaart op. Nou, volgens mij hebben we daar bij de kadernota, op initiatief van de fractie van het CDA, ook wat nadrukkelijker over gehad. Dat zit in voor het college de laatste fase. Dan gaan we ook die vervolgstap zetten. Stap één in dat proces moet echt zijn: wat is de locatie? Maar stap twee is ook: wat is dan het woningbouwprogramma dat daar gaat landen? Volgens mij is dat precies het gesprek dat wij als college met uw raad ook moeten voeren.
In lijn van de woonzorgvisie, wat kan daar gerealiseerd worden? Hoe moet dat eruit gaan zien? Maar de eerste stap in dat proces is echt de locatie van de nieuwe woonwijk en vanuit daar ook het woningbouwprogramma dat daarbij komt kijken en dus ook: wat voor woningtypen gaan we daar met elkaar realiseren, laten we daar realiseren, want we bouwen als gemeente geen woningen, en hoe gaat dat er precies uitzien? Dus volgens mij is dat precies het gesprek dat wij als college met uw raad ook moeten gaan voeren. Als we dan kijken naar een heel specifieke situatie, de Zeeheldenbuurt, waar het gaat om de sociale kant, zal collega Tuit daarstraks wat meer over toelichten, maar de vraag was ook: maak stappen. Waar staan we en welke concrete stappen kunnen we als raad ook vanuit het college verwachten? De eerste stap, en volgens mij is die ook in de technische vragen wel van een antwoord voorzien, is dat we de twee scenario's die nog op tafel liggen, voorzien van een financiële paragraaf. Wat betekent het voor de investering in de openbare ruimte? Zodra wij die hebben, kunnen we samen met de corporatie en samen met de bewoners van de wijk echt vervolgstappen gaan zetten. We hebben ook in deze begroting benoemd, we voelen echt de verplichting, als college, om de stap voorwaarts te zetten waar het gaat om de ontwikkeling van de Zeeheldenbuurt.