CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

RKC Eindrapport Ondermijning - Tijd om aan te pakken - 27 september 2023 - webversie

Raadsavond 21 september 2023, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Rapport Ondermijning Rekenkamercommissie38.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Beleidstheorie Informatie: inzicht, signalen, overzicht en analyse De (kern van de) ambtelijke uitvoeringsorganisatie Gemeentelijke integraliteit Externe netwerkvorming: publiek en privaat Politieke verantwoording en sturing Leeswijzer

Hoofdstuk 2 presenteert en analyseert de criminele gelegenheidsstructuren. In hoofdstuk 3 worden criminele praktijken beschreven: de drugscriminaliteit en andere vormen van criminaliteit. De hoofdstukken 2 en 3 worden – als empirische kennismaking met wat zich afspeelt in de gemeente Hoogeveen - voorafgegaan door een presentatie en analyse van de uitkomsten van straatenquêtes die zijn afgenomen in twee kwetsbare buurten. Hoofdstuk 4 analyseert vervolgens de gemeentelijke veiligheidsorganisatie en in het bijzonder de gemeentelijke aanpak van ondermijning. De bijlage presenteert onder meer de resultaten die beschikbaar zijn in het kader van het casusonderzoek naar de autobranche.

6

Empirische introductie Straatenquêtes in de Oranjebuurt en in de Verzetsbuurt 1.

Op straat in twee bijzondere buurten: drie hoofdconclusies

We hebben straatenquêtes afgenomen in de Oranjebuurt en in de Verzetsbuurt. Deze buurten werden door respondenten genoemd als locaties met drugsgebruik en drugshandel. Vooruitlopend op de analyse van criminele kansen (hoofdstuk 2) en criminele praktijken (hoofdstuk 3) in de gemeente Hoogeveen, presenteren we de uitkomsten daarvan. Voor de straatenquêtes belden we bij mensen aan en spraken we op straat mensen aan die in één van deze buurten wonen. We stelden vragen over overlast en criminaliteit en vroegen de bewoners om het wonen en leven in de buurt een rapportcijfer te geven. Hierbij ging het niet alleen of zozeer om de cijfermatige uitkomsten, want het afnemen van straatenquêtes is een goede kans om de buurt te leren kennen via gesprekken met bewoners. Het gaat om etnografisch getint veldwerk. Observaties en (soms lange) gesprekken met bewoners gaven een kwalitatief beeld van de twee buurten. Dat leverde inzichten op die – op de indringende manier waarop het op straat werd verteld – niet snel naar voren komen uit andere bronnen. Dit hoofdstuk is uiteraard niet representatief voor de hele gemeente, want het laat zien wat er in probleembuurten in Hoogeveen speelt. Vier belangrijke bevindingen springen in het oog: 1.

Een categorie bewoners (een ruime minderheid) geeft al snel en ongevraagd blijk van een ronduit kritische opstelling tegen de overheid en tegen de woningcorporatie. Vooral in de Oranjebuurt en in mindere mate in de Verzetsbuurt, waar de kritiek meer geconcentreerd was in enkele (zij)straten. De anti-overheid en anti-corporatie houding speelden ons parten. De non-respons (zie tabel 1) was beduidend hoger dan we gewend zijn in grote steden of in Limburg of Noord-Brabant. In die laatste twee provincies ligt de non-respons doorgaans bijna op nul en nemen veel respondenten de tijd om een (lange) toelichting te geven op antwoorden op gesloten vragen. In Hoogeveen was de korte toelichting op een weigering geregeld veelzeggend. “Voor de gemeente, nou die zoekt het maar uit” en de deur werd dichtgegooid. Het was de eerste woning waar we aanbelden, in de Oranjebuurt, en de toon was gezet. Een paar deuren verderop kregen we, als reden om niet mee te werken, te horen: “Het is onze buurt”. Een soortgelijke boodschap kregen we vaker. Het kwam erop neer dat we met onze vragen niet (erg) welkom waren, omdat we er niet thuishoren en als het ware uit een andere wereld komen. In feite is dat nog waar ook, want op deze manier ondervonden we de sociale kloof aan den lijve. 2.

In de twee buurten – duidelijk sterker in de Oranjebuurt dan in de Verzetsbuurt – lijkt objectief gezien veel overlast en criminaliteit te zijn. Er waren ook tal van respondenten die daarover vertelden (zie verderop). Toch was duidelijk dat een belangrijk coping mechanisme bestaat uit het negeren van hinderlijke omstandigheden ‒ zoals drugsoverlast, vernielingen of (latente) bedreigingen ‒ zodat dit het woongenot niet al te veel aantast. Dit wordt versterkt door het gevoel van bewoners dat a.) melden toch niet helpt; en b.) het aanspreken van criminelen of overlastgevers riskant is, omdat het kan leiden tot repercussies (b.v. bewust overlast veroorzaken rond een huis of vernieling/beschadiging van eigendommen). De neiging om het lot te accepteren en weg te kijken bij overlast en criminaliteit botst met onze vragen daarover. Citaten van bewoners over drugsoverlast en drugshandel spreken boekdelen: “Ik bemoei me er niet mee, dan heb ik er ook geen last van”; en “Ik laat het rusten, bemoei me er niet mee”. Deze negatie (of: wegkijken) werkt door in antwoorden van respondenten over de (beleefde) overlast en criminaliteit. Bijvoorbeeld antwoorden dat er ‘zelden’ of ‘nooit’ overlast of drugshandel is omdat bewoners zeggen eraan “gewend” te zijn. Ook geven respondenten 7

hoge scores (rapportcijfers) voor het wonen in de buurt, terwijl ze eerder in het gesprek vertelden over allerhande overlast en criminaliteit. Het negeren van overlast en criminaliteit is ook een manier om grotere problemen te voorkomen: “Als ik er wat van zeg, heb ik een probleem”, aldus een bewoner. Een man van middelbare leeftijd werkte niet mee aan de enquête, want jongeren hadden vernielingen aangericht in de straat. Hij wilde zijn gezin niet in de problemen brengen. Dit wijst op een ernstiger patroon, namelijk intimidatie en angst (zie punt 3). De consequentie van het wegkijken is een incongruentie in onze bevindingen: veel minder respondenten rapporteren namelijk (drugs)overlast en drugscriminaliteit dan logisch is op basis van concrete verhalen van bewoners over drugspanden en handelslocaties op straat. Die verhalen waren geloofwaardig door het concrete karakter en omdat het bepaald niet moeilijk is om de overlast en (vermoedelijke) drugshandel te observeren. Dit laatste is in lijn met de boodschap van experts die we interviewden. 3. De vrees voor nare reacties van overlastgevers of criminelen waarover wordt geklaagd of gepraat kan overgaan in een sfeer van intimidatie en angst. Dit troffen we aan in (diverse straten in) de Oranjebuurt.

“Het is hier oorlog” zei een respondent en deze inschatting werd door anderen gedeeld, waaronder mensen die de vragen niet wilden beantwoorden maar wel hun verhaal vertelden. Het bewonersverhaal komt erop neer dat in de buurt criminelen, loopjongens en/of agressievelingen wonen ‒ of naar de buurt komen vanwege drugshandel ‒ die met geweld reageren als ze worden aangesproken of als ze merken dat over hen wordt geklaagd. Bewoners wijzen op vernielingen (b.v. van auto of woning), gerichte diefstal van bijvoorbeeld een fiets (stelen bij iemand die praat of kritisch is), spugen op de ramen, verf op ramen of woning, gerichte overlast bij een persoon of gezin (b.v. in de nacht op de deur bonken), illegaal knalvuurwerk als een soort wapen en autobranden. Los van de vraag wat nu precies allemaal de achtergronden zijn van de (vele) autobranden in Hoogeveen, vertelden bewoners dat verschillende autobranden een vorm van wraak zijn. “Jullie weten niet wat je aanricht”, zei een bewoner die angstig was om met ons te spreken. En even verderop zei een bezorgde bewoner: “Heb je dáár aangebeld, dat moet je niet doen”. Ook legden enkele bewoners uit dat ze aan de deur niet konden praten over overlast en criminaliteit, omdat bepaalde straatbewoners daar niet van gediend zijn.

Toen een onderzoeker een straat met intimiderende bewoners net had verlaten, reed een man – met te hoge snelheid – langs in zijn dure auto. Hij remde af bij een onderzoeker, stak zijn middelvinger op en gaf gas. Op een lager niveau, geconcentreerd op enkele locaties, treffen we ook in de Verzetsbuurt ongelikt gedrag en intimidatie aan. De soms voelbare angst uit de Oranjebuurt troffen we echter niet aan. Wel is volgens een bewoner behoedzaamheid geboden: “Ik maak geen opmerkingen over veel te hard rijden, vuurwerk of drugs, want dan krijg je zo een steen door de ruit. (…) Ja, dat is hier gebeurd.” 4. Tijdens het veldwerk stuitten we op een indringende manier op de consequenties van het gebruik van (‘harde’) drugs voor een categorie bewoners. We spraken en zagen mensen die overduidelijk kampten met schadelijke effecten van drugsgebruik: tekenen van ongezondheid (bijvoorbeeld mager en een vreemde oogopslag), een gejaagde manier van praten en bewegen, zelfverwaarlozing en/of verwaarlozing van de woning. Respondenten wezen ook op dergelijke verslaafden.

2.

Over de straatenquêtes

In de Oranjebuurt hebben 43 bewoners meegewerkt aan de straatenquête. Het betreft 25 mannen en achttien vrouwen. De gemiddelde leeftijd is 46,4 jaar. De meeste respondenten wonen al lang in de Oranjebuurt, al waren er wel heel wat binnen de buurt verhuisd. 31 respondenten wonen er langer dan tien jaar. Acht respondenten wonen er tussen de twee en vijf jaar en vier 8

tussen de zes en tien jaar. De non-respons was hoog: 27 personen weigerden. Ook hadden we geregeld de indruk dat mensen bewust de deur niet openden als we aanbelden; acht keer was dat zeker het geval. Enkele keren werden we genegeerd, bijvoorbeeld als iemand naar het winkelcentrum liep en we aanstalten maakten om hem of haar op straat aan te spreken. Tabel 1 vermeldt de non-respons in de Oranjebuurt. Tabel 1: Non-respons bij straatenquêtes in de Oranjebuurt en Verzetsbuurt Reden Oranjebuurt Verzetsbuurt Geen tijd / haast 6 3 Geen zin/interesse2 15 8 Geen reden 2 Andere reden Ziek (3) | Taal (1) Ziek (1) | Taal (1) Totaal 27 13 Wel thuis, niet open doen 8 3

In de Verzetsbuurt werkten 48 respondenten mee aan de straatenquête: negentien mannen en 29 vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 45,6 jaar. 25 van hen wonen langer dan tien jaar in de buurt; zestien maximaal vijf jaar en zeven tussen de zes en tien jaar. In enkele gevallen leek de non-respons te wijten aan (zwaar) drugsgebruik, waardoor de bewoner niet in staat was om ons te woord te staan. Zie tabel 1 voor de non-respons.

3.

Oordeel over wonen in de buurt: hoge rapportcijfers, maar…

We hebben respondenten gevraagd welk rapportcijfer ze het wonen in de buurt geven. In de Oranjebuurt geven vijf respondenten een onvoldoende en 26 respondenten delen een zeven of een acht uit. Het gemiddelde cijfer is een 7,4. Tabel 2: Antwoorden op de vraag: Welk rapportcijfer (1-10) geeft u het wonen in de Oranjebuurt? 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 2 1 2 2 12 14 4 6

Als toelichting op een hoog cijfer (minimaal een acht) wijzen respondenten vooral op de saamhorigheid in de buurt. Velen wonen al lang in de ruim honderd jaar oude volkswijk, ooit het eerste sociale woningbouwproject in de provincie Drenthe. Een respondent die een tien uitdeelt, legt de maximale score uit: “Saamhorigheid en niet bemoeien met drugs, want zedenzaken zijn erger.” Een andere respondent (op leeftijd) gaf ook een tien vanwege de gemeenschapszin, maar voegt daar aan toe: “Niet met anderen bemoeien, dan gaat het goed.” Dit wijst op een rode draad: bewoners koesteren de sociale contacten met gelijkgezinden en schermen zich af van anderen en van wangedrag. Respondenten hebben een mentaal schild voor ongelikt gedrag in de buurt en richten zich op goede sociale contacten, soms in een klein stuk van de buurt. Een bewoner: “De hele buurt is goed met elkaar, dit pleintje zeg maar”. Veertien respondenten delen een zes of een zeven uit. Verschillende bewoners geven ongevraagd aan dat ze tien jaar geleden (of “vroeger”) een duidelijk hoger cijfer hadden gegeven vanwege hechte en prettige sociale contacten.

De sociale samenhang is volgens sommigen achteruit gegaan door drugsgebruik, drugscriminaliteit en de nadelige effecten die dat heeft, tot aan bedreigingen aan toe: “Er is nu veel drugsverkoop en dreiging, want als je kijkt of wat zegt, zie je dat zaken kunnen worden vernield” (rapportcijfer respondent: 7). Een andere bewoner geeft de buurt anno 2023 ook een zeven: “Vroeger een tien, nu veel dealen, verhuizingen en bewoners die we niet kennen”. Vijf respondenten delen een onvoldoende uit. Een respondent geeft uiteindelijk een acht, 2

Inclusief respondenten die niet meewerkten omdat de overheid of corporatie ze niet bevalt en/of omdat ze vonden dat wij niets in de buurt hebben te zoeken

9

al had hij een tien willen geven, ware het niet dat een klein groepje criminelen voor veel problemen zorgt. Een ander had tien jaar terug een acht gegeven, maar kiest vanwege grof geweld en gevaar voor een drie. De twee minimale scores hebben hier ook mee te maken. In de Verzetsbuurt hebben 47 respondenten een cijfer gegeven; van één respondent ontbreekt een antwoord. Zestien ondervraagden geven een acht of hoger voor de buurt. Zes respondenten delen een onvoldoende uit; steeds een vijf en dus niet lager. Het gemiddelde buurtcijfer is 7,1. Tabel 3: Antwoorden op de vraag: Welk rapportcijfer (1-10) geeft u het wonen in de Verzetsbuurt? 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 6 7 18 12 2 2

De respondenten die een negen of tien uitdelen, klagen niet. Een acht is ook een mooi cijfer, maar toelichtingen gaan wel gepaard met kanttekeningen die wijzen op schaduwkanten: -

“Volksbuurt, veel culturen, niet druk, maar ik kan niet met iedereen.” “Het is een echt volksbuurtje, verderop zijn wel problemen, want daar komt steeds politie aan de deur. Het risico is dat je zoiets direct naast je krijgt.” “Leuke buurt, maar wel muziekoverlast.” [een paar minuten later zet een bewoner even verderop, in de tuin, harde muziek op van Jan Smit] “Sociaal heel fijn, maar wel een druk drugspand in de straat.”

Het maakt, zo constateren respondenten, voor het cijfer (veel) uit waar je precies in de buurt woont. In sommige straten wordt vaak hard gereden of er wonen – in een (stukje van een) straat – personen of gezinnen die worden getypeerd als overlast-gevend, asociaal of crimineel. Wie op een goede plek woont, telt zijn zegeningen: “Het staat bekend als slechte buurt, maar ik woon op de rand van de buurt.” Wie een zeven geeft, kan al met al heel wat kritische opmerkingen maken over buurt of woning. De één ziet vooruitgang en de ander vindt juist dat het minder wordt: -

“Veel drugshandel en vuurwerk, maar het is beter geworden door de sloop van oude blokjes.” “Ik woon vlakbij een pand waar drugs worden verkocht.”

Voor zover respondenten die een zes uitdeelden een toelichting gaven, blijkt dat het gaat om een magere voldoende. Een allochtone respondent vertelde een schrijnend verhaal; buurtbewoners negeren zijn gezin, ook de kinderen, waardoor er voor hen bijna geen sociaal leven is. Ook zijn er pesterijen die ze voor lief nemen, uit de vrees dat het erger wordt als ze er wat van zeggen. Andere kritiek van respondenten met het rapportcijfer 6: -

“Goed contact in de buurt, maar de nummers X en Y verpesten het vanwege drugs, ruzie, te hard rijden en troep.” “Fantastisch nieuw huis, maar ik ben geschrokken van de mensen in de buurt.”

De commentaren van respondenten die een onvoldoende gaven (een 5) zijn wat bitterder geformuleerd: “Ze drukken er van alles in, drugshandelaren en autoracers.” Even na het gesprek met deze respondent scheurt een kleine auto, tegen het eenrichtingsverkeer in, met hoge snelheid door de straat. De blik van de bestuurder is ongeïnteresseerd en naargeestig.

4.

Bewoners over overlast

Aan bewoners is gevraagd hoe vaak ze in het afgelopen jaar overlast hebben ondervonden in hun buurt. Bijna veertig procent meldt (zeer) vaak overlast in de Oranjebuurt en 35 procent zelden of 10

nooit. Het valt op dat bewoners die zelden of nooit overlast ervaren wel degelijk kunnen wijzen op wangedrag (overlast van jongeren) of criminaliteit, maar benadrukken dat ze er geen hinder van ondervinden. Ze schrappen het als het ware weg tegen goede sociale contacten. Anderen bannen de overlast, drugsgebruik en drugshandel uit hun leven: “drugsoverlast, daar let ik niet op, ik heb mijn eigen leven.” In de Verzetsbuurt rapporteert bijna de helft van de respondenten (48 procent) vaak of zeer vaak overlast. Dat is twee keer zoveel als de 23 procent die zelden of nooit overlast ondervindt. Zie de onderstaande tabel voor alle resultaten. Tabel 4: Antwoorden op de vraag: Hoe vaak heeft u in de afgelopen twee jaar overlast ervaren in de Oranjebuurt (n=43) en in de Verzetsbuurt (n=48) Zeer vaak 16% 13%

Oranjebuurt Verzetsbuurt

Vaak 23% 35%

Soms 23% 29%

Zelden 9% 15%

Nooit 26% 8%

Weet niet 2% -

Oranjebuurt We vroegen respondenten naar ervaren overlast. Twee vormen van overlast noemden wij van onze kant (drugsoverlast en overlast van woningen met veel arbeidsmigranten). Respondenten konden wijzen op andere overlast. Antwoorden op deze open vraag werden genoteerd door een veldwerker. De resultaten staan voor de Oranjebuurt in de onderstaande tabel, voor zover een vorm van overlast tenminste vijf keer is genoemd. Tabel 5: Gerapporteerde vormen van overlast in de Oranjebuurt – genoemd door minimaal vijf respondenten (n=43) Intimidatie

Vuurwerkoverlast

Woningen met arbeidsmigranten

Jeugdoverlast

Vernielingen

Parkeeroverlast

geluidsoverlast

Hard rijden

Vuil op straat

5

6

7

8

8

9

10

13

13

20

Drugsoverlast

De meest genoemde overlast is drugsoverlast van handelaren en/of gebruikers (20 keer). Het onderscheid tussen handel e gebruik is in de Oranjebuurt soms flinterdun, want in en vanuit woningen van drugsverslaafden worden drugs verhandeld. Ook zonder handelspraktijken veroorzaken drugsverslaafden overlast. Het gaat, zo blijkt uit verhalen en observaties, om verslaafden aan de onderkant van het drugsmilieu: weinig geld, weinig zelfredzaam (beïnvloedbaar) en gebruik van ’harde’ drugs, zoals crack. Er zijn casus waarbij drugsverslaafden geen baas meer waren in hun eigen huis, nadat ze werden overlopen door dealers. Intimidatie wordt dertien keer genoemd. Uit verhalen blijkt dat dit gelieerd kan zijn aan drugshandel en drugsgebruik. Intimidatie wordt (ook) bedoeld als een hard fenomeen, waarbij gewelddadige strafbare feiten worden gericht op personen of gezinnen waarmee de dader op gespannen voet staat. Ook vuurwerkoverlast wordt dertien keer gerapporteerd. Dit lijkt (erg) weinig voor de hoge frequentie waarmee knalvuurwerk wordt afgestoken; ook op de avonden en in de nacht (en niet alleen op uitgaansavonden). Bovendien begint het eerder in het jaar en houdt het langer aan. Het afsteken van vuurwerk kan worden ingezet als intimidatie-instrument, waarbij daders het hebben 11

gemunt op bepaalde panden of personen. Het is opvallend dat vuurwerkoverlast al met al zo weinig wordt gerapporteerd. Het wijst erop dat bewoners zichzelf van harde knallen afsluiten of het opvatten als een verschijnsel waarmee ze hebben (leren) te leven. Overlast van woningen met (veel) arbeidsmigranten (tien keer genoemd) wordt vooral geconstateerd in delen van de buurt met koopwoningen en op de rand van de wijk, in woningen aan de Grote Kerkstraat. Andere gerapporteerde overlast heeft vooral betrekking op ongemanierd gedrag; wangedrag van jongeren, te hard rijden, vernielingen, geluidsoverlast en vuil op straat. Verzetsbuurt De onderstaande tabel vermeldt welke overlast in de Verzetsbuurt minimaal vijf keer is gerapporteerd. Tabel 6: Gerapporteerde vormen van overlast in Verzetsbuurt – genoemd door minimaal vijf respondenten (n=48) Vuil op straat

Vuurwerkoverlast

Hard rijden

Drugsoverlast

Geluidsoverlast

Jeugdoverlast

Woningen met arbeidsmigranten

Parkeeroverlast

5

5

9

10

13

16

18

18

21

Ruzie

De meest genoemde vorm van overlast (21 keer) is vuil op straat. Dit wordt vaak door respondenten verduidelijkt door te wijzen op troep die rondslingert op straat. Het gaat om duidelijk meer dan alleen afval: “Ik veeg het niet meer op, het heeft geen zin”. Er staan aanhangers op de stoep geparkeerd, net als auto’s en er staan voor woningen tal van fietsen, stoelen of (uitpuilende en stinkende) huisvuilcontainers. Die containers mogen daar niet staan, zo zeggen enkele respondenten. Pal voor sommige huizen is het een janboel. Sommige respondenten vertellen dat ze bij de corporatie hebben geklaagd, maar dat er niet afdoende tegen wordt opgetreden. Brutale of asociale bewoners gaan hun gang en dat steekt. In feite is dat hetzelfde met vuurwerkoverlast en met hard rijden; dat wordt beiden achttien keer genoemd. Het harde rijden wordt gezien als een uitingsvorm van onaangepast gedrag, waarbij op geen enkele manier rekening wordt gehouden met andere buurtbewoners, ook niet met kinderen. Bewoners zeggen dat er absurd hard en gevaarlijk wordt gereden. We slaan zo’n verkeerstafereel gade. Een man (naar schatting een dertiger) komt hard aanrijden in een wagen met bijzondere velgen. Hij rijdt opvallend snel over twee lege parkeerplaatsen de stoep op, hij remt stevig en rijdt de auto zorgvuldig een stukje achteruit.

Hij parkeert vervolgens op de stoep, pal voor een woning waar hij naar binnengaat. Op enkele meters afstand van lege parkeerplaatsen. Het gevaarlijke autorijden tast het veiligheidsgevoel aan: “Ik wil verhuizen, want het harde rijden is gevaarlijk voor de kinderen”. In sommige gezinnen mogen kinderen niet alleen buitenspelen vanwege het verkeersrisico. Vuurwerkoverlast houdt mensen wakker, want er wordt in de late uren geknald. Dat irriteert omdat het leef-ritme wordt verstoord van mensen die werken of naar school gaan. Dit wijst op een sociale kloof in de buurt: bewoners met een regulier werk-, studie- en slaapritme tegenover personen of gezinnen die zich daar niet aan houden. Mensen zitten tot laat in de tuin of 12

op de stoep, ook op doordeweekse dagen. Dit veroorzaakt geluidsoverlast (dertien keer genoemd). Drugsoverlast wordt zestien keer genoemd. Bewoners kunnen veel last hebben van drugspanden, omdat er verslaafden wonen en/of omdat er aanloop is van (verslaafde) klanten die drugs komen kopen. Er wordt ook op straat gedeald: door volwassenen en jongeren. Jeugdoverlast wordt tien keer genoemd; dit overlapt met vuurwerkoverlast. Zie tabel 6 voor de overige scores.

5.

Burgers over (drugs)criminaliteit

In de straatenquête is gevraagd hoe vaak respondenten in het afgelopen jaar illegale drugshandel zagen of gedragingen die daarop wijzen. In de Oranjebuurt ziet 35 procent dit (zeer) vaak en 44 procent nooit (zie tabel 7). Dit zijn wonderlijke percentages. Het viel bij beantwoording van deze vraag op dat respondenten ermee in hun maag zitten. Ze zien het of vermoeden het of ze weten waar het zich afspeelt, maar ze kijken (letterlijk) de andere kant op. Ook leeft een categorie oudere bewoners vooral binnen en in een kleine sociale en fysieke omgeving. Het maakt volgens bewoners veel uit waar je precies woont in de buurt. Voor menigeen is drugshandel iets dat een stukje verderop (soms enkele tientallen meters) plaatsheeft, buiten hun leefruimte. “Het is hier gelukkig niet [straat X], want daar zijn drugspanden”, aldus een bewoner die koos voor ‘nooit’ drugshandel, al wees ze deallocaties aan. Andere respondenten wilden het er liever niet over hebben. Geregeld leken bewoners angstig vanwege de vraag, ook werd dat met zoveel woorden gezegd. Eén respondent gaf geen antwoord (blanco), omdat het volgens hem beter is om daarover “niets te zeggen in deze buurt”. Hij voegde er aan toe te vrezen voor vernielingen en gerichte overlast, zoals een lekke band of harde vuurwerkknallen rond zijn woning.

Verschillende bewoners zijn ervan overtuigd dat criminelen uit de buurt jongeren opdracht geven om (over drugshandel of overlast) klagende bewoners te intimideren. We moeten het doen met de resultaten; het is wat het is. Met ruim tien respondenten spraken we enige tijd over deal-praktijken in de Oranjebuurt. Dit wijst, net als onze observaties, op een hard en gewelddadige ‘open’ drugsscene. Drugspanden en handelslocaties op straat vallen op en verslaafden springen in het oog. Het is gemakkelijk – ook tijdens ons veldwerk – om vermoedelijke drugshandelaren of drugsdeals te observeren. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is en dat is precies wat het is op bepaalde locaties. Respondenten wijzen op handelslocaties: de Emmastraat, de Prins Hendrikstraat, het Wilheminaplein, de speeltuin, in steegjes tussen de woningen en op parkeerplaatsen door de wijk heen. Ook wordt drugsgebruik geconstateerd in panden waar arbeidsmigranten wonen; rondom die woningen wordt drugshandel vermoed of gezien. Voor zover respondenten andere criminaliteit dan drugscriminaliteit waarnemen in de buurt, wijzen ze op autobranden (elf keer), het verhandelen of afsteken van illegaal vuurwerk (negen keer), diefstal (acht keer) en vernielingen (vijf keer), zoals het lek steken van banden of een steen door de ruit gooien.

Tabel 7: Antwoorden op de vraag: Hoe vaak zag u in de afgelopen jaar in de Oranjebuurt illegale drugshandel of gedragingen die daarop wijzen? (n=43) zeer vaak Vaak Soms Zelden Nooit Weet niet Blanco 12% 23% 12% 5% 44% 2% 2%

In de Verzetsbuurt ziet ongeveer een derde van de respondenten (32%) vaak of zeer vaak drugshandel; 38 procent ziet dat nooit (zie tabel 8). Respondenten die zelden of nooit drugshandel zien of vermoeden, laten in de toelichting geregeld merken dat het er (waarschijnlijk) wel is maar dat ze er niet door worden geraakt. Bijvoorbeeld omdat het verderop in de buurt gebeurt of op een parkeerplaats. Enkele citaten van bewoners die kozen voor ‘zelden’ of ‘nooit’ drugshandel: -

“Drugshandel kan wel gebeuren, maar niet dat ik weet, het is hier rustig. Als het rustig is, dan is drugshandel oké.” “Drugscriminaliteit daar let ik niet op. Ik woon hier fijn en wil dat zo houden.” 13

-

“Met drugshandel ben ik helemaal niet bezig, het gebeurt vast, wat een ander doet moet hij zelf weten, als ik er maar geen last van heb.” “Hier is geen drugshandel, een stukje verderop wel.”

Verschillende bewoners denken dat de drugshandel door de jaren heen is afgenomen, bijvoorbeeld door de sloop van oude woningen: “Er is minder drugshandel dan in het verleden, ik denk door de nieuwe woningen.” Voor een categorie is de drugshandel afgenomen doordat (verslaafde) dealers uit hun woning zijn gezet of zijn verhuisd. Voor anderen had de komst van een (verslaafde) dealer, als buurman of in de straat, juist grote nadelige gevolgen. Verhuizingen worden met argusogen bekeken in de buurt, want het maakt veel verschil wie er komt wonen. Een categorie bewoners wijst op een gestage toename van drugshandel in de gehele buurt. Een bewoner (ruim veertig jaar woonachtig in de buurt) constateert dat vandaag de dag door bewoners wordt gedeald, terwijl je dat vroeger nooit zag. Een andere respondent kent veel deallocaties in de buurt: “Drugshandel zie je overal, als je er op let. De buurt gaat achteruit”. Bewoners sommen deallocaties op: op het schoolplein, op de parkeerplaatsen bij de school, op het voetbalveld, in tal van drugspanden in de buurt (“het is een komen en gaan”), op de parkeerplaats bij de benzinepomp, in en rondom het Bentinckspark (bij de middelbare school en rondom sportvelden) en in Park Dwingeland, onder meer rondom de basisschool. Ook direct achter de woningen wordt gedeald. Kinderen vonden daar een zakje met cocaïne.

Respondenten zien ook andere criminaliteit (dan drugscriminaliteit) in de buurt. Veertien respondenten wijzen op illegaal vuurwerk en negen op diefstal. Het valt op dat veel bewoners camera’s bij hun huis hebben, met name een deurbel met camera. Voorts wordt gewezen op autobranden (acht keer), andere brandjes (zes keer) en vernielingen (drie keer). Drie ondervraagde bewoners wijzen op panden met prostitutie. Voor de deur van één zo’n pand werd gezien dat een vrouw een auto in werd gesleurd en werd gedwongen om zich uit te kleden. Tabel 8: Antwoorden op de vraag: Hoe vaak zag u in de afgelopen jaar in de Verzetsbuurt illegale drugshandel of gedragingen die daarop wijzen? (n=48) Zeer vaak Vaak Soms Zelden Nooit Weet niet 13% 19% 25% 2% 38% 4%

6.

Tot slot

Dit intermezzo beschreef (in twee buurten) het bewonersperspectief op criminaliteit en overlast. In hoofdstuk drie komt aan bod wat professionals aan criminele praktijken zien. Professionele experts wijzen op een harde en platte drugswereld met zichtbare drugshandel en geweld. Dat is in lijn met wat bewoners vertelden die de tijd namen ons te informeren over de criminaliteit. Ze wezen op ongelikt gedrag en bot geweld.

14

2.

Criminele kansen

Inleiding Dit hoofdstuk presenteert de criminele gelegenheidsstructuren. Daarbij wordt in paragraaf 2.1 ingegaan op situationele omstandigheden, zoals het anonieme en versnipperde karakter van de gemeente Hoogeveen en van de regio Zuidwest-Drenthe. Paragraaf 2.2 beschrijft de criminele subinfrastructuur met een centrale ligging en met risicolocaties en -branches. De gemeente Hoogeveen is sociaal en economisch kwetsbaar. Paragraaf 2.3 beschrijft in welke criminele kansen dit resulteert. Er is een voedingsbodem voor criminaliteit en drugsgebruik. Het goedkope vastgoed biedt kansen voor opportunistische investeerders. Elke paragraaf sluit af met een schematische samenvatting. 2.1

Situationeel: anonimiteit

2.1.1 Een uitgestrekt en versnipperd gebied Het basisteam Zuidwest-Drenthe van de politie-eenheid Noord-Nederland (district Drenthe) telt vijf gemeenten, namelijk Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Westerveld en De Wolden. Deze gemeenten tellen (per januari 2022) 168.725 inwoners en hebben samen een grote oppervlakte van 1.041 vierkante kilometer. Dit uitgestrekte gebied telt 76 kernen. Veel van die kernen tellen minder dan duizend of tweeduizend inwoners; soms enkele honderden. De gemeente Hoogeveen heeft de meeste inwoners: 55.927, verdeeld over elf kernen met een oppervlakte van 129 vierkante kilometer. Bijna veertigduizend mensen wonen in de kern Hoogeveen. Drie andere kernen hebben meer dan tweeduizend inwoners: Hollandscheveld (5.195), Elim (2.335) en Noordscheschut (2.085). Hoogeveen is een kleine stad, met een centrum en met wijken die daarmee in verbinding staan. Het telt vier winkelcentra, verschillende parken en tal van sportclubs. Dit zijn welkome voorzieningen, al blijken alle (omgevingen van) winkelcentra, enkele parken en tal van parkeerplaatsen (onder andere bij sportclubs) ook te worden benut door drugsdealers (zie hoofdstuk 3). De gemeente Hoogeveen is – in een zogenoemde samenwerkingsorganisatie – ambtelijk gefuseerd met gemeente De Wolden. Beide gemeenten hebben een eigen stadsbestuur en gemeenteraad.

Gemeente De Wolden heeft 24.498 inwoners maar wel een (nog) groter oppervlakte dan de gemeente Hoogeveen, namelijk 226 vierkante kilometer. Gemeente De Wolden telt in totaal vijftien kernen. Daarvan heeft Zuidwolde verreweg de meeste inwoners, namelijk 6.830. Er zijn daarnaast vier kernen met meer dan (ongeveer) tweeënhalfduizend inwoners, te weten: Koekange (2.495 inwoners), de Wijk (2.965 inwoners), Ruinen (3.660 inwoners) en Ruinerwold (3.950 inwoners). Bij elkaar opgeteld werkt de ambtelijke samenwerkingsorganisatie dus voor 80.425 inwoners in een omvangrijk gebied, met een oppervlakte van 355 vierkante kilometer en met 26 (!) kernen. Achter deze demografische en geografische kenmerken schuilt een zware ambtelijke veiligheidsopdracht. Die ligt primair in handen van 3,4 fte3 ambtenaren Openbare Orde en Veiligheid (verder: AOV-ambtenaren) en van 11,33 fte buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) in domein 1 (de geüniformeerde boa’s) van de ambtelijke samenwerkingsorganisatie. Veiligheidsbeleid en interventies vergen lokale aanwezigheid, contacten onder burgers én beleidsmatig werk (op het gemeentehuis), plus contacten met bestuurders. Daarbij krijgen ze te maken met twee burgemeesters, twee colleges van burgemeester en wethouders en twee gemeenteraden.

Binnen het werkgebied van basisteam Zuidwest-Drenthe heeft de gemeente Meppel de kleinste oppervlakte, namelijk 57 vierkante kilometer. Meppel telt 34.779 inwoners en drie wijken. 3

De formatie bedraagt 3,4 fte, maar ligt tijdens ons veldwerk tijdelijk op 3,6 fte, omdat er een professional tijdelijk is ingehuurd vanwege verlof van een AOV-ambtenaar.

15

Gemeente Midden-Drenthe heeft het grootste grondgebied, namelijk 346 vierkante kilometer, en telt 34.001 inwoners. Deze gemeente kent 22 (officiële) kernen, waarvan Beilen de meeste inwoners heeft: 11.355. Tot slot heeft de gemeente Westerveld 19.844 inwoners en een oppervlakte van 283 vierkante kilometer, verdeeld over in totaal 25 kernen. 2.1.2 Criminele kansen: de overheid staat op afstand De regio Zuidwest-Drenthe is uitgestrekt en deels dunbevolkt. Er zijn veel afgelegen of gemakkelijk af te schermen locaties of gebouwen: bedrijventerreinen, recreatieparken, het buitengebied, boerderijen, loodsen en woningen. Het gebied telt veel dorpskernen met deels een eigen signatuur en historie. Dit heeft lastige consequenties voor de ondermijningsaanpak. Het dunbevolkte en versnipperde karakter van Zuidwest-Drenthe creëert criminele kansen, want veel misdaad blijft alleen al om fysieke en geografische kenmerken onopgemerkt. Deze werkomgeving heeft gevolgen voor het functioneren van de lokale overheid, met de gemeente en de politie als gezichtsbepalende instituties: −

−

−

−

Blinde vlekken. De dunne bevolkingsdichtheid heeft ongunstige effecten op de verdeling van budget en personeel over onder meer politie en gemeente, want dit wordt in de kern gebaseerd op het inwonertal. Een erg ‘slank’ gemeente- en politieapparaat handhaaft in een lastige fysieke omgeving. In het buitengebied, op de bedrijventerreinen en in de (kleine) kernen zijn de politiemensen of de boa’s afwezig of korte tijd aanwezig, bijvoorbeeld bij een melding. De consequentie is dat er blinde vlekken zijn in de informatie over de lokale criminaliteit. Dit biedt criminele kansen, bijvoorbeeld bij drugsproductie. Gemakkelijke criminele afscherming. Een kenmerk van georganiseerde misdaad is dat criminelen het trachten af te schermen, omdat er hoge kosten schuilen in ontdekking. Bijvoorbeeld als een professioneel opgezette locatie voor drugsproductie (hennep of synthetische drugs) wordt ontdekt. Respondenten denken dat in het buitengebied productielocaties onopgemerkt blijven. Politie: afwegingen bij controles en aanhoudingen. Op de avond en in de nacht, van 15:00 uur tot 07:00 uur, is vaak één politieauto (twee agenten) beschikbaar voor noodhulp in de gemeenten Hoogeveen en De Wolden. In het hele basisteam gaat het om drie auto’s. Dit leidt tot behoedzaamheid bij agenten om over te gaan tot controles en aanhoudingen.

Bij een aanhouding is een eenheid (twee agenten) al snel enkele uren ‘van straat’, terwijl ze hard nodig kunnen zijn vanwege een melding of gebeurtenis. Er wordt afgewogen of dit een (controle en mogelijke) aanhouding waard is. Wat drugshandel betreft speelt daarbij een rol dat agenten inschatten dat dit doorgaans wordt afgehandeld als drugsbezit, ook als hoeveelheden drugs worden aangetroffen met sterke indicaties voor drugshandel. Dit is een rem op het strafrechtelijk optreden tegen drugshandel. Vanwege het hoge niveau van de drugscriminaliteit in de gemeente Hoogeveen zijn binnen het basisteam wel twee drugsspecialisten actief die drugscriminaliteit signaleren en (strafrechtelijk) aanpakken. De recherchediensten van de politie – georganiseerd op het niveau van een politiedistrict (de provincie Drenthe) en op eenheidsniveau (de provincies Drenthe, Groningen en Friesland) – staan op afstand. Zo nu en dan starten ze een opsporingsonderzoek dat is gebaseerd op lokale informatie, maar vaak is dat niet mogelijk. De consequentie is duidelijk: de pakkans van (drugs)criminelen is laag in de gemeente Hoogeveen, zeker als ze hun criminele zaken weten af te schermen. En dat laatste is niet moeilijk. Ook op afstand: de wijkagenten. De norm voor de beschikbaarheid van wijkagenten, namelijk 1 wijkagent op 5.000 inwoners, beoogt de politie lokaal te positioneren.

Daarbij is echter geen rekening gehouden met de vele dorpskernen in de regio Zuidwest-Drenthe met honderden of enkele duizenden inwoners. Hier komt bij dat het grote werkaanbod van de 16

politie – van noodhulp tot aan de inzet van Mobiele Eenheden – capaciteit vraagt van de basisteams, waardoor wijkagenten frequent worden ingeroosterd voor werk buiten zijn of haar wijk. 2.1.3

Schematisch samengevat: criminele kansen (1)

Tabel 2.1: Situationele criminele gelegenheidsstructuren in en rondom de gemeente Hoogeveen De regio Zuidwest-Drenthe: uitgestrekt en versnipperd ▪ De verdeelsleutels van personeel en middelen zijn, voor gemeente en politie, sterk gebaseerd op het inwonertal: dat pakt ongunstig uit in een dunbevolkt gebied – met tal van risicolocaties, met afgelegen schuren en boerderijen in het buitengebied én op korte afstand van de Duitse grens en Nederlandse steden (zie paragraaf 2.2) ▪ De regio Zuidwest-Drenthe: 168.725 inwoners in 76 kernen met een oppervlakte van ruim duizend vierkante km. ▪ Gemeente Hoogeveen: 55.927 inwoners, verdeeld over elf kernen ▪ Gemeente Hoogeveen vormt met gemeente De Wolden een ambtelijke samenwerkingsorganisatie, met bij elkaar opgeteld 80.425 inwoners, een oppervlakte van 355 vierkante km en 26 kernen ▪ De samenwerkingsorganisatie telt weinig veiligheidsambtenaren 3,6 fte Openbare Orde en Veiligheid 11,33 fte boa’s domein 1 ▪ Criminele kansen omdat criminaliteit al snel onopgemerkt blijft in dunbevolkt en versnipperd gebied: Blinde vlekken: agenten en boa’s hebben weinig informatie over buitengebied, bedrijventerreinen en kleine kernen Makkelijke afscherming van criminele praktijken, zoals drugsproductie In avond en nacht weinig politiesurveillance: vaak één politieauto (twee agenten) voor de gemeenten Hoogeveen en De Wolden Wijkagenten: beperkte lokale

aanwezigheid door inroostering voor noodhulp en, buitenaf, door de optelsom van kleine kernen ▪ Weinig ruimte voor lokale opsporing in het basisteam Zuidwest-Drenthe (er zijn wel twee drugsspecialisten aangesteld), met (grote) afstand tot de Districtsrecherche (DR) en tot de Dienst Regionale Recherche (DRR).

2.2

Situationeel: de sub-infrastructuur van Hoogeveen

2.2.1 De centrale ligging De gemeente Hoogeveen ligt strategisch. Het is een logistiek scharnierpunt tussen aan de ene kant de Randstad en steden in Gelderland (zoals Arnhem) en Overijssel (zoals Zwolle) en aan de andere kant Noord-Nederland. Over de A50 en A28 is Hoogeveen goed bereikbaar vanuit Zwolle. De A28 gaat door naar de stad en provincie Groningen, via Assen. Vanuit het nabijgelegen Meppel is Leeuwarden goed bereikbaar over de A32. De A37 loopt via knooppunt Hoogeveen naar de Duitse grens. Over de A37 duurt een autorit van Hoogeveen naar Emmen ongeveer een half uur. De autoroutes van en naar Hoogeveen lopen dus vooral over snelwegen. Er is wel een N-weg (de N48) richting Dedemsvaart en Ommen. De goede bereikbaarheid over de weg resulteert in criminele kansen: ▪

▪ ▪

De fysieke infrastructuur wordt benut voor legale vervoersstromen (goederenvervoer), al biedt dat ook kansen aan criminelen om hierop mee te liften bij vervoer en opslag van drugs of andere illegale goederen. De centrale ligging verklaart het relatief grote aantal autohandelaren en transportbedrijven. Dat zijn branches met een verhoogd risico op criminele praktijken (zie 2.2.2). Hoogeveen is een geschikte gemeente om arbeidsmigranten te huisvesten. Het is, met een bedrijfsbusje (van een uitzendbureau), een korte rit naar tal van bedrijven. 17

▪

▪

De gemeente Hoogeveen is aantrekkelijk ‒ temeer vanwege de (relatief) lage vastgoedprijzen ‒ om te investeren in panden die worden benut voor kamer- en woningverhuur (aan uitzendbureaus of arbeidsmigranten). Het regionale wegennet kan worden gebruikt voor mobiele drugshandel, bijvoorbeeld op parkeerplaatsen langs afritten van de A28 of A37. De kans hierop neemt toe doordat de gemeenten Meppel en Emmen tal van (familie)netwerken tellen die drugs produceren en/of verhandelen.

Voorts telt Hoogeveen een treinstation op het traject tussen Zwolle en Groningen. Het Vliegveld Hoogeveen ligt op steenworpafstand van de bebouwde kom, vlakbij de wijk Krakeel en is omringd door bedrijven. Het wordt voornamelijk gebruikt voor les-, recreatie- en zakenvluchten. Hoogeveen heeft ook een jachthaven (pleziervaart). Respondenten beschikken niet over aanwijzingen dat dit vliegveld wordt benut voor criminele praktijken. Het nabijgelegen Meppel beschikt over een grotere haven voor plezier- en beroepsvaart. Die haven huisvest op- en overslagbedrijven met eigen loskades, inclusief een containerterminal. 2.2.2 Risicolocaties en -branches De gemeente Hoogeveen telt risicolocaties en risicobranches. Het betreft, naast de jachthaven, locaties en sectoren die kunnen worden benut bij criminele praktijken. Het is uiteraard de vraag in hoeverre risico’s resulteren in criminele praktijken. De volgende risicolocaties komen - in de literatuur en interviewronde - in beeld: a. b. c. d. e.

Recreatieparken Kwetsbare jeugdzorg- en onderwijslocaties De COA-locatie: AZC en HTL Volkse wijken: toen en nu Bedrijventerreinen (met risicobranches)

Ad a.) Recreatieparken De gemeente Hoogeveen telt vier recreatieparken: Schoonhovenseland in Hollandscheveld, ‘t Nuilerveld in Pesse, camping Tussen de Wieken in Hollandscheveld en Martensplek in Tiendeveen. De literatuur4 beschrijft op hoofdlijnen vijf vormen van ondermijning op dergelijke parken: 1.) criminele praktijken (o.a. drugshandel, hennepteelt of prostitutie) die buiten beeld blijven vanwege beperkte sociale controle en beperkt overheidstoezicht; 2.) vrijplaatsen of enclavevorming (criminele families of netwerken zijn dominant); 3.) sobere huisvesting van arbeidsmigranten die onder druk worden gezet om dit te accepteren; 4.) recreatieparken als vluchtheuvel (vanwege woningnood wijken kwetsbare groepen uit naar een park om daar illegaal langdurig te wonen); en 5.) criminele investeringen in een park of in vakantiewoningen op een park. Het valt op dat in de gemeente Hoogeveen criminaliteit op de recreatieparken geen prioriteit of beleidslijn is van AOV-ambtenaren, terwijl (de risico’s op) criminele praktijken niet op het netvlies staan bij andere gemeenteambtenaren. Dit resulteert in blinde vlekken wat betreft (mogelijke) ondermijning. Bij de vitalisering van de parken (b.v. herinrichting) staat de legale economische positie centraal. Er is minder of nauwelijks oog voor illegale tactieken of verdienmodellen.

Respondenten zien geen criminele enclaves (vrijplaatsen) of criminele investeringen. Er bestaat onduidelijkheid over de (drie) andere vormen van ondermijning. Er worden arbeidsmigranten gehuisvest in vakantiewoningen, al is onduidelijk op welke schaal. Er wordt gesignaleerd dat vakantiewoningen dienen als vluchtheuvel en dat er illegaal (langdurig of permanent) wordt gewoond. Dat wordt

4

Zie voor een overzichtsartikel: Van der Torre en Spoorendonk, 2020.

18

getypeerd als onvermijdelijk (mensen moeten ergens wonen) en als een huisvestingsprobleem. Er wordt al lang gediscussieerd over beleidsaanpassingen, maar die blijven achterwege en ‘wonen’ wordt gedoogd. De rode draad is dat onbekend is in welke mate criminaliteit voorkomt op de parken. Ook is niet duidelijk wie er wonen. Dit informatietekort over huurders op kwetsbare locaties is niet alleen maatgevend voor de situatie op de parken, maar in de hele gemeente. Het is slecht in beeld wie de huurders zijn aan de onderkant van de woningmarkt: op parken, in kleine appartementen of in kamers. De consequentie is dat niet alleen de criminaliteit op de parken een blinde vlek is, maar ook de zorgbehoeften en noden van marginale bewoners. Ook bestaat het risico dat woningen worden gehuurd door criminelen, bijvoorbeeld voor drugshandel, prostitutie of om enige tijd onder de radar te blijven. Beleidsambtenaren wisten niets over prostitutie op vakantieparken. Een professioneel die privé enige tijd redelijk frequent zo’n park bezocht, constateerde prostitutiepraktijken. Dit wijst op een patroon, namelijk een kloof tussen beleidsinformatie en straatinformatie.

Ad b.) Kwetsbare jeugdzorg- en onderwijslocaties De gemeente Hoogeveen telt locaties waar kwetsbare jongeren – met een optelsom van sociale problemen – begeleid wonen en/of jeugdzorg ontvangen, bijvoorbeeld Zeer Intensieve Behandeling (ZIB). Voor een ZIB-locatie wordt gezocht naar een rustige woonomgeving, al is dat bepaald niet wat ze aantreffen in Hoogeveen. Hoogeveen is namelijk een gemeente met een drugsscene waar veel hard- en softdrugs worden gebruikt, ook door jongeren. Kwetsbare jongeren – waaronder jeugdzorgcliënten – worden als het ware die drugswereld ingezogen. Althans, volgens respondenten worden ze geronseld als drugsklant. Ook bestaat het vermoeden dat een categorie van deze jongeren dealt. Deze doelgroep valt moeilijk aan te spreken of te corrigeren. Op onderwijslocaties gebruiken (steeds meer) leerlingen of studenten drugs en onder de jongeren bevinden zich dealers die dit aanjagen. Looproutes van dealers verbinden onderwijslocaties met jeugdzorglocaties. Door de ‘harde’ drugsscene in Hoogeveen (zie hoofdstuk 3) worden locaties voor onderwijs en jeugdzorg risicolocaties. Dit is niet alleen een misdaadprobleem, maar ook een sociaal vraagstuk. Ad c.) De COA-locatie: AZC en HTL In de voormalige gevangenis Grittenborg in Hoogeveen is een asielzoekerscentrum (AZC) gevestigd met een capaciteit van ongeveer 900 plaatsen.

In dit AZC is een apart gedeelte ingeruimd voor overlast-gevende asielzoekers: de zogenoemde Handhaving & Toezichtlocatie (HTL). Het HTL was voorheen een locatie met extra begeleiding en toezicht voor dezelfde doelgroep, maar dan met mogelijkheden om de locatie te verlaten en de stad in te gaan. Dit resulteerde in veel (geregistreerde) overlast, overtredingen en strafbare feiten. Het huidige HTL is een gesloten voorziening. Dat geldt niet voor het reguliere AZC. Dit resulteert in risico’s, want AZC-bewoners worden benaderd door drugsdealers en omgekeerd. Ook worden AZC-bewoners geronseld om slecht betaald werk te verrichten, onder meer in de horeca. Bronnen wijzen op een netwerk dat AZC-bewoners ronselt. Ook statushouders zijn kwetsbaar voor ronselpraktijken. Criminelen plaatsen bijvoorbeeld hennepkwekerijen in woningen van statushouders. Dit zijn reële risico’s en geconstateerde praktijken, al resulteert dit niet in frequente (dagelijkse) criminele praktijken of in (stevige) overlast. Ad d.) Volkse wijken: toen en nu In de jaren vijftig zorgde het woonwagenbeleid voor een concentratie van rondtrekkende woonwagenbewoners in zogenoemde grote regionale kampen: ‘trekkers’ werden woonwagenbewoners. Eén zo’n kamp was gevestigd in Noordscheschut, vlakbij Hoogeveen. Vanaf de jaren zeventig kantelt dit beleid en wordt gekozen voor decentralisatie.

Dit resulteerde in (veel) kleinere woonwagenlocaties. In de gemeente Hoogeveen zijn dat er thans vijftien, met in totaal 102 standplaatsen. Die zijn bijna allemaal in bezit van een woningcorporatie. De kleinste locatie telt twee 19

standplaatsen en de grootste elf. Voorts wonen in Hoogeveen, bijvoorbeeld in het oude gedeelte van de Oranjebuurt, ook voormalige woonwagenbewoners in ‘gewone’ (huur)woningen in volkse buurten. Respondenten zeggen dat er belangrijke overeenkomsten zijn tussen deze en andere bewoners van volksbuurten. Bewoners hebben een hekel aan de overheid, verdienen hun brood vaak met handelsactiviteiten en het opleidingsniveau is laag. In de volksbuurten is een voedingsbodem voor sociale problemen en achterstanden alsook voor illegale praktijken, zoals illegale bebouwing of het verdienen van zwart geld. Voor zover drugscriminaliteit wordt genoemd, betreft het vooral relatief opvallende of kwetsbare praktijken, zoals drugshandel of hennepteelt (toestaan in huis). Dit past bij het harde en eenvoudige karakter van de lokale drugsscene, waarin (goedkope) drugs worden verkocht door en aan personen in een kwetsbare positie. Ad e.) Bedrijventerreinen (met risicobranches) De gemeente Hoogeveen telt twee belangrijke bedrijventerreinen, namelijk Buitenvaart en - het oude en uitgestrekte - terrein De Wieken met meer dan vierhonderd hectare en circa zevenhonderd bedrijven. Dorpen zoals Hollandscheveld en Elim tellen kleine bedrijventerreinen. Die liggen afgelegen en dat is geschikt voor ‘afgeschermde’ misdaad. Wel zijn de panden hier vaak van de gebruikers.

Dat is niet het geval op De Wieken, waar (volgens respondenten) voor ongeveer de helft van de panden geldt dat de eigenaar tevens gebruiker is. Dat levert criminele kansen op: “De eigenaren zitten namelijk vaak op afstand en zien niet wat de gebruiker met het pand doet”, aldus een respondent. Op bedrijventerrein Buitenvaart wordt getracht om via het uitgifteprogramma zo mogelijk bedrijven uit te sluiten die investeren in bedrijfsruimten die vervolgens worden verhuurd. Bedrijventerrein De Wieken ligt vlakbij de bebouwde omgeving van Hoogeveen, vrijwel tegen het vliegveld aan. Het is een gebied waar de boa’s niet surveilleren of controleren. Daartoe is er te weinig capaciteit. Bedrijventerrein De Wieken telt veel bedrijven uit wat in de criminologische literatuur wordt betiteld als risicobranche, zoals autobedrijven, recyclingbedrijven, oud ijzer/metaalbedrijven en logistieke bedrijven. De bedrijfseigenaren zijn onder meer afkomstig uit volkse buurten in Hoogeveen. Dat past bij de lokale handelsmentaliteit. Zie tabel 2.2 voor een toelichting op kenmerken van risicobranches. Tabel 2.2: Kenmerken van risicobranches Criminelen maken gebruik van het Nederlandse bedrijfsleven en dan met name van bedrijfstakken met gunstige gelegenheidsstructuren: risicovolle branches. Fijnaut et al. (1996) stelden de volgende vier criteria op voor risicovolle branches: ▪

▪

▪

Leden van criminele groeperingen zijn van origine relatief vertrouwd met de branche. Zo weten zij hoe deze branche op technisch en financieel vlak in elkaar steekt en hebben zij persoonlijke relaties met werknemers in deze branche. Bijvoorbeeld de bouwnijverheid, automobielbranche, horeca en het transportwezen; Het betreft branches waarin de drempel om een onderneming te starten relatief laag is, doordat er weinig financiën nodig zijn of doordat weinig diploma’s zijn vereist. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk katvangers worden ingezet. Deze katvangers houden de identiteit van een crimineel geheim door al dan niet bewust of vrijwillig een opdracht uit te voeren ten gunste van de crimineel (Te Pest, Nieuwdorp, Smeets & Van Wijnen, 2017); Het zijn branches met veel concurrentie doordat er, naast enkele grote bedrijven, veel kleine ondernemingen bestaan. Door deze concurrentie zijn niet alle ondernemingen verzekerd van continuïteit. Als bedrijven in (financiële) moeilijkheden verkeren, kunnen zij overgaan tot het accepteren van aanbiedingen uit criminele hoek. Daarnaast zijn er bedrijven die renderen, maar dergelijke aanbiedingen aangrijpen om extra winst, macht of prestige te verwerven. Binnen deze branches gaat vaak veel contant geld om;

20

▪

Het betreft sectoren met weinig regels of waar die regels gecompliceerd, tegenstrijdig of praktisch onwerkbaar zijn.

Tabel 2.3 verschaft informatie ‒ bijeengebracht in het kader van het project ‘Zicht op Ondermijning’ ‒ over branche-concentraties en risicobranches. De gemeente Hoogeveen staat van oudsher bekend als een stad met veel autohandelaren. Het lokale beroepsonderwijs is daarop afgestemd, met autotechniek-opleidingen. Het resulteert in legale handel, maar ook in criminele kansen. Zie hoofdstuk 4 voor een analyse van deze branche. Tabel 2.3: Informatie over risicobranches in de gemeente Hoogeveen, gebaseerd op het project Zicht op Ondermijning. Zicht op Ondermijning laat zien wat het aandeel veroordelingen van bedrijven, eigenaren en bestuurders van bedrijven is in risicobranches per gemeente en wijk. De score van de gemeente Hoogeveen (peiljaar 2020) komt uit op 9,1 procent (het betreft 370 vestigingen). Dat is vergelijkbaar met de gemeente Meppel (9 procent). Het is daarentegen duidelijk hoger dan het gemiddelde in de provincie Drenthe (7,5 procent) en in de andere gemeenten in Zuidwest-Drenthe: 6,2 procent in gemeente De Wolden en 7,7 procent in de gemeente Midden-Drenthe. De ongunstige score (dus relatief veel veroordelingen) van de gemeente Hoogeveen wordt met name behaald in het gebied ‘industrie- en verspreide gebieden’ (rondom de kern Hoogeveen), met 14,5 procent. Op plek twee staat de kern Hoogeveen, met 10,3 procent.

In de gemeente Hoogeveen scoort de branche ‘goederenvervoer over weg’ ongunstig vanwege veel veroordelingen, getuige een score van 45,5 procent (20 vestigingen). Landelijk is dit gemiddeld 25,9 procent en in de provincie Drenthe 27,1 procent. Ook in de branche ‘(overige) groothandels’ scoort de gemeente Hoogeveen ongunstig: 14,9 procent van de vestigingen (30 in totaal) heeft een veroordeling. Landelijk ligt dit op 12,8 procent en in de provincie Drenthe bijna even hoog, met 14 procent. In de branche ‘handel in en reparaties van auto’s’ ligt het percentage bedrijfsvestigingen met een veroordeling in de gemeente Hoogeveen met 18,5 procent (30 vestigingen) ook relatief hoog. Landelijk is dit 15,4 procent en in de provincie Drenthe 14 procent. Verschillende risicobranches zijn geconcentreerd in de gemeente Hoogeveen, met duidelijk meer vestigingen dan het provinciale en landelijk gemiddelde (zie de onderstaande tabel). Aantal vestigingen per 10.000 inwoners (peiljaar: 2021) Groot- en detailhandel in auto’s Handel in en reparaties van auto’s Vloerenbedrijven (Overige) groothandels Interieurreiniging van gebouwen Internethandel

Gemeente Hoogeveen 5,2 39,4 10,4 46,8 4,3 40,1

Provincie Drenthe 4,4 28,3 6,9 39,4 3 36,8

Landelijk 3,4 20,9 7,4 43,3 [7,5] [44,5]

De gemiddelde ‘omzet per fte’ valt in de gemeente Hoogeveen in de autobranche hoger uit dan landelijk. In de categorie ‘groot- en detailhandel in auto’s’ betreft het € 240.000 in de gemeente Hoogeveen versus € 216.000 landelijk; in de categorie ‘handel in en reparaties van auto’s’ is de gemeentelijke omzet per fte € 227.000 en landelijk € 186.000. In deze laatste branche is de gemiddelde jaaromzet per vestiging in de gemeente Hoogeveen juist lager dan landelijk: € 946.000 versus € 1.396.000. In de sector ‘fitnesscentra, sportscholen e.d.’ bedraagt de omzet per fte in de gemeente Hoogeveen € 93.000 tegenover € 77.000 landelijk.

Bedrijfspanden zijn geschikte locaties om, verscholen achter legale bedrijfsactiviteiten, hennepkwekerijen in te richten of voor andere criminele activiteiten te gebruiken. Dit wordt zo nu en dan geconstateerd (zie bijvoorbeeld tabel 2.4). De oude gedeeltes van De Wieken met verscholen

21

bedrijven of bedrijfsingangen lijken zich hiertoe te lenen. De know how voor het aanleggen van hennepkwekerijen is bovendien aanwezig onder criminelen in en rondom de gemeente Hoogeveen. Tabel 2.4: Hennepkwekerij op bedrijventerrein de Wieken5 In een bedrijfspand aan de Lavalstraat op bedrijventerrein De Wieken in Hoogeveen treft de politie in juli 2015 een hennepkwekerij aan met ongeveer negenhonderd planten. De politie ontdekt de kwekerij na een tip en houdt in het bedrijfspand een 25-jarige man uit Hengelo aan.

De verouderde infrastructuur van De Wieken heeft geresulteerd in herstructurering. Dit was een publiek-privaat project, waartoe de Stichting Bedrijventerrein De Wieken werd opgericht. Ondernemers zouden tien procent van de kosten betalen, ongeveer 1,7 miljoen euro. De teller bleef steken op vijf ton. Een intern onderzoek van de gemeente legde veel bloot: een ondeugdelijke boekhouding, belastingverzuim, ontbrekende jaarrekeningen en fraude door de toenmalige penningmeester.6 2.2.3

Schematisch samengevat: criminele kansen (2)

Tabel 2.4: De criminogene sub-infrastructuur in en rondom de gemeente Hoogeveen Een sub-infrastructuur met criminele kansen ▪ Centrale ligging: centraal gelegen binnen de provincie Drenthe en daardoor goed bereikbaar vanuit Zwolle, Groningen en Leeuwarden en met de Duitse grens op korte afstand ▪ Het regionale wegennet is geschikt voor mobiele drugshandel en voor drugstransporten ▪ Risicolocaties Vliegveld Hoogeveen Vier recreatieparken: blinde vlekken in kennis over gang van zaken, de facto gedoogsituatie van (illegaal) wonen Kwetsbare jeugdzorg- en onderwijslocaties: vatbaar voor drugsgebruik en drugshandel Volkse wijken: voedingsbodem voor drugscriminaliteit Bedrijventerreinen: veel bedrijven uit risicobranches (m.n. autobranche en in mindere mate logistiek en oud ijzer/metaalbedrijven), met blinde vlekken in de criminele informatie over deze terreinen en branches.

2.3

Sociaaleconomische factoren: de achterkant van Hoogeveen

2.3.1 Probleemcumulatie Respondenten benadrukken dat de gemeente Hoogeveen kampt met economische en sociale achterstanden. Dit komt tot uitdrukking in een laag gemiddeld bruto jaarinkomen per inwoner, namelijk € 24.500,- in 2021. Dit is het laagste in de provincie Drenthe en het is fors lager dan het Nederlandse gemiddelde van €29.200,-.7 Het CBS berekent hoeveel huishoudens onder de armoedegrens leven. In Nederland ligt dit percentage op 6,8 procent. Dit pakt wat gunstiger uit in de gemeente Hoogeveen, met 6,1 procent. In de provincie Drenthe scoren alleen de gemeente Emmen (7,6) en Assen (7,1) ongunstiger dan Hoogeveen.8 5

Bron: RTV Drenthe, Politie vindt grote hennepkwekerij op industrieterrein Hoogeveen, 31 juli 2015. Bron: Hoogeveensche Courant, Stekker uit De Wieken-stichting; frauderend bestuurslid moet gemeente betalen, 6 september 2019,. 7 Bron: https://allecijfers.nl/gemeente/hoogeveen/ 8 Bron: https://trendbureaudrenthe.nl/armoede/lage-inkomens/ 6

22

Het opleidingsniveau wijkt in de gemeente Hoogeveen in ongunstige zin duidelijk af van het Nederlandse gemiddelde. In de gemeente Hoogeveen is namelijk 35 procent van de volwassen inwoners laag opgeleid, tegenover 28 procent in Nederland. 9 Respondenten wijzen op laaggeletterdheid, met name in kwetsbare buurten zoals de Oranjebuurt of de Verzetsbuurt. Lage inkomens, armoede en een laag opleidingsniveau gaan vaak samen met andere problemen, zoals schulden, gezondheidsproblemen en criminaliteit. Dit soort problematiek kan van de ene generatie overgaan op de volgende. Respondenten signaleren een toename van het drugsgebruik. Drank en sigaretten zijn duur en dat wordt ingeruild voor goedkope illegale sigaretten en drugs. De drugsmarkt is interessant voor lokale (drugs)criminelen, waaronder jonge criminelen: de zogenoemde jonge aanwas. Straatinformatie van respondenten over kwetsbare jeugd stemt overeen met data-analyses in het kader van het project Zicht op ondermijning.10 Eén zo’n analyse brengt gemeenten in kaart met relatief grote risico’s op ‘jonge aanwas in de drugscriminaliteit’. Op basis van indicatoren ‒ zoals persoons-, huishoud- en buurtkenmerken ‒ wordt het percentage hoog-risicojongeren vastgesteld ten opzichte van alle jongeren in het gebied. In Zuidwest-Drenthe scoort de gemeente Hoogeveen het meest ongunstig, met een percentage van 5,6.

De situatie is aanmerkelijk gunstiger in gemeente De Wolden, met een score van 2,8 procent. De belangrijkste vindplaats van hoog-risicojongeren is de (stedelijke) kern Hoogeveen: 8,5 procent (370 jongeren). In Meppel komt het percentage uit op 3,9 procent, in Midden-Drenthe op 3 en in Westerveld op 2,2. In de provincie Drenthe scoort alleen de gemeente Emmen (5,7 procent) iets ongunstiger dan de gemeente Hoogeveen. De gemiddelde score in de provincie Drenthe is 4,1 procent en die in Noord-Nederland (in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe) bedraagt 4,3 procent. De misdaad-bevorderende sociaaleconomische omstandigheden resulteren in criminele kansen: ▪

▪

▪

▪

Criminaliteit als kans op inkomen, zonder afhankelijkheden richting de overheid of onderwijsinstellingen. Dit is verleidelijk in een gebied met een lage pakkans en in wijken met ongunstige legale kansen. Hennepteelt als optie (om de hoek). In kwetsbare kringen is alom bekend bij wie kan worden aangeklopt om een hennepkwekerij te laten installeren. Mond-tot-mond reclame stimuleert hennepteelt in woningen van kwetsbare personen, zoals drugsgebruikers of drugsverslaafden. Een klassiek patroon: verwervingscriminaliteit. Respondenten wijzen op een klassiek (ouderwets) patroon. Het betreft drugsverslaafden die vermogensmisdrijven plegen, zoals woninginbraken of fietsendiefstal, zodat ze drugs kunnen kopen of schulden kunnen aflossen nadat ze bij een dealer ‘op de pof’ drugs hebben gekocht. Drugsgebruik als uitvlucht. Respondenten typeren drugsgebruik als een reactie op een miserabele of kansarme woon- en leefsituatie, met geringe inkomsten en financiële problemen (aangewakkerd door de huidige inflatie, met hoge energieprijzen). Er heerst uitzichtloosheid of onverschilligheid. Dit komt tot uiting in roken (ook van ongezonde illegale sigaretten), in consumptie van fastfood en in drugsgebruik. Daarbij wijzen respondenten op het gebruik van ‘harde’ en schadelijke drugs, zoals GHB11 en crack.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13727455/1