CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Ontwerpbestemmingsplan Erflanden deelplan walwoningen Damhert 2018_definitief.pdf

Raadsavond 21 januari 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling BP Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018 (2e termijn)25.488 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.3.

Geluidsnorm walwoningen In de allereerste stedenbouwkundige plannen voor de ontwikkeling van de wijk Erflanden waren op deze groenstrook woningen beoogd. Akoestisch gezien werden de normwaarden op deze locatie overschreden, waardoor de oorspronkelijk geplande woningen niet gebouwd konden worden. Het plan is hierdoor gewijzigd en zo is het huidige bestemmingsplan Erflanden bosmilieu-oost ontstaan. De initiatiefnemer heeft door de bouw van de woning Damhert 23 een oplossing gevonden om toch te kunnen voldoen aan de akoestische waarde., De woningen komen te liggen in een wal en sommige gevels zullen ‘doof’ worden uitgevoerd, waardoor woningbouw op de betreffende locatie, zoals voorgenomen in de initiële fase, wel binnen de norm kan worden gerealiseerd.

6.4.

Zie reactie 1.6 (projectwoningen).

6.5.

Geen inschrijvingsmogelijkheden Het klopt dat er tot op heden geen inschrijvingsmogelijk is geweest op de kavels. Het initiatief van het plan ligt bij een marktpartij. Desbetreffende partij heeft een ontwerp/concept aangedragen om walwoningen binnen de geluidsnorm te realiseren. Zie ook reactie 6.3. Het college stond hier positief tegenover en heeft om die reden met de initiatiefnemer een intentieovereenkomst en koop- en ontwikkelovereenkomst getekend. Het is straks aan de ontwikkelaar om de woningen aan de markt aan te bieden.

6.6.

Bestemmingsplanprocedure De bestemmingsplanprocedure verloopt in alle gevallen hetzelfde, dit is namelijk wettelijk vastgelegd en geregeld. Hierin zit geen verschil of de gemeente een gebied zelf ontwikkelt of dat een marktpartij dit doet. Om een plan vastgesteld te krijgen moet de bestemmingsplanprocedure doorlopen worden. Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure is inspraak gehouden.

6.7.

oud medewerker Iedere burger of marktpartij mag een ruimtelijke verzoek indienen bij de gemeente. Dit plan wordt vervolgens inhoudelijk beoordeeld en gekeken of het passend is binnen het bestaande beleid. Voor de gemeente is er geen governancecode. Die zijn vooral van toepassing waar er sprake is van toezicht op (semi)-overheidsorganisaties zoals woningbouwstichtingen, onderwijs, gezondheidszorg. De gemeente is bij haar handelen gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Wij denken in dit geval ons daar aan te hebben gehouden. Er is absoluut geen sprake van positieve beïnvloeding van een oud-medewerker. Dat staat los 19

van het feit dat de betrokken adviseur van de ontwikkelaar een oud-ambtenaar van de gemeente Hoogeveen is. Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 7. Indiener 7 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan dat de naam van de wijk bosmilieu is. 2. bomen op trapveldje zijn volgens indiener niet aangeplant. 3. Indiener suggereert om eerst gebruik te maken van de lege kavels aan Reekalf en Boommarter. Indiener vindt het schandalig om het laatste stukje groen vol te bouwen met woningen. Nieuwe woningen graag in het nieuwe plan Nijstad. Beantwoording: 7.1. Bosmilieu Het gedeelte van de wijk Erflanden waarin het plangebied gelegen is draagt zoals indiener aangeeft de naam bosmilieu. De term ‘bosmilieu’ is bij de ontwikkeling van dit specifieke deel van de wijk Erflanden gekozen om een gevoel binnen de wijk over te brengen dat in balans is met het ‘tuin-stedelijk milieu’ in een ander deel van de wijk. Dit om het ruimtelijke groene karakter van dit segment van de wijk te benadrukken. De ontstane beelden over een bosmilieu zijn meervoudig uit te leggen. De gemeente heeft bij deze keuze in het verleden nooit het beeld gehad dat dit deel van de wijk zou verworden tot bos. Het betreft een stedelijk gebied met een groen karakter zoals benoemd in het beeldkwaliteitsplan.

Het bosmilieu beslaat daarbij wel een groter oppervlak dan het plangebied en is niet specifiek gericht op deze groenstrook. De gemeente realiseert zich dat met de realisatie van deze vier woningen een gedeelte van de groenstructuur wordt opgeheven binnen het bosmilieu. Echter het belang van de woningbouwopgave wordt in dit geval zwaarder gewogen dan het behoud van deze groenstrook. Gelijktijdig wordt met deze keuze het oorspronkelijke uitgangspunt van het bosmilieu niet verlaten. We willen de inwoners aangaande de mogelijkheid voor een kinderspeelveldje graag tegemoet komen. Om die reden is een deel van de grond van de gemeentelijke kavel toegevoegd aan het aanwezige groen, waardoor er een speelveld van ca. 550m2 ontstaat. We gaan dit in overleg met de bewoners samen inrichten, afhankelijk van de vraag uit de buurt. 7.2.

Aanplant bomen Het is correct dat in de oorspronkelijke verbeelding van het beeldkwaliteitsplan ter indicatie ‘diverse soorten’ bomen staan aangegeven op de locatie van de ontwikkeling van de vier woningen. De beloofde bomen bevinden zich in de bestemming ‘groen’, in deze bestemming is de aanplant van bomen mogelijk, het is echter geen verplichting. De bomen die aangegeven zijn aan de schouwsloot zijn aangeplant. De bomen op het ‘huidige grasveldje’ zijn nooit aangeplant. Uit stukken is niet te achterhalen waarom het op deze manier is ingericht. Uit de mondelinge overlevering van destijds betrokken medewerkers is dit destijds met bewoners zo besproken. Echter ook bij aanwezige aanplant van de bomen had de gemeente kunnen besluiten om over te gaan tot inbreiding en het starten van een bestemmingsplanprocedure om de aanwezige groenstructuur te wijzigen naar woningbouw.

7.3.

lege kavels en Nijstad-Oost 20

De gemeente richt zich naast het in procedure brengen van dit bestemmingsplan tegelijkertijd ook op de nog niet verkochte kavels. Door de economische crisis en de niet courante kavels heeft het langer geduurd dan vooraf gedacht om de kavels te verkopen. Door het aantrekken van de markt, is ook de verkoop weer op gang gekomen. Reekalf 17 is reeds verkocht. Voor de kavels gelegen aan de Boommarter, is recent een bestemmingsplan vastgesteld, met een andere indeling hetgeen de verkoopbaarheid ten goede komt. De verkoop is in handen van een marktpartij en is reeds gestart. Indiener geeft aan dat de vier extra woningen wel in Nijstad- Oost erbij gebouwd kunnen worden. Vanuit de woonvisie geldt er een woningbouwopgave voor de gemeente. Uitgangspunt is dat van 2016 tot en met 2025 1.100 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. Ingezet wordt om aan inwoners diversiteit te bieden door het aanbieden van inbreidings- en uitbreidingslocaties. Het plangebied betreft zo’n inbreidingslocatie, Nijstad-Oost is een voorbeeld van een uitbreidingslocatie. Vanuit de duurzame ladder van verstedelijking vanuit het rijk en de woonvisie van de gemeente wordt de voorkeur gegeven aan inbreiding boven uitbreiding. De inbreidingslocatie aan de Damhert en de Boommarter dragen gezamenlijk bij om de gestelde doelen te halen.

Indien bij elke inbreidingslocatie wordt gesteld dat het ook wel plaats kan vinden op een uitbreidingslocatie (bv Nijstad-Oost) kan leiden tot een onwenselijke verstedelijking van het omliggend gebied. Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 8. Indiener 8 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener is zeer bewust gaan bouwen in Bosmilieu. Er zouden bomen worden aangeplant, maar is volgens inspreker om financiële redenen van gemeente niet gedaan. 2. Bomen zorgen volgens indiener voor positieve milieuaspecten (lawaai, luchtverontreiniging, CO2 compensatie). Inspreker kan het niet rijmen dat er naast een drukke verkeersaders woningbouw wordt gepland ipv het toegezegde groen wordt gerealiseerd. Terwijl in een recent artikel in de Dagblad van het Noorden is verschenen dat het slecht gesteld is met de luchtkwaliteit in Hoogeveen 3. Daarnaast snapt indiener de noodzaak economisch gezien niet. Inspreker geeft aan 197m2 voor de grond te hebben betaald terwijl ontwikkelaar slecht 50,27 euro m2 heeft betaald. Volgens inspreker een verlies van 285.000 euro voor de gemeente. 4. Wethouder heeft volgens indiener de woorden ‘intentie en verplichting’ gebruikt en heeft het over een mogelijk precedentwerking bij stoppen.

Inspreker geeft aan dat uit de koopovereenkomst blijkt dat, bij eerder stoppen de kosten voor de gemeente zijn verzekerd en dat er geen enkele verplichting is richting ontwikkelaar en dat het financiële risico bij de ontwikkelaar ligt. 5. Daarnaast geeft inspreker aan dat er bij de woonvisie van 2013 (het moment van tekenen van de intentieovereenkomst) nog geen noodzaak was tot inbreiden vanuit de visie. 6. Inspreker gaat er vanuit dat de bomen de destijds aangeplant zouden worden opgenomen zijn in het ‘bomenplan’ van de gemeente Hoogeveen. En vraagt zich af dat als de bomen niet geplant zijn in het bosmilieu, waar deze dan zijn geplant? En mocht dit niet gedaan zijn dan verzoekt inspreker deze bomen alsnog te plaatsen in het bosmilieu. Beantwoording: 8.1. Zie reactie 7.1 (bosmilieu) en 7.2 (aanplant bomen). 21

8.2.

Middels het luchtkwaliteitsmodel Geomilieu V4.50 is gekeken naar de heersende achtergrondconcentratie van het plangebied. Uit de toetsing van de luchtkwaliteit blijkt dat ter plaatse ruimschoots kan worden voldaan aan de luchtkwaliteitsgrenswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. Ten aanzien van geluid kan worden opgemerkt dat volgens het Reken en Meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2012 geen rekening mag worden gehouden met akoestische invloeden van bomen.

8.3.

Zie naast onderstaande beantwoording ook reactie 1.9 (grondprijs). woningbouwopgave en verantwoording vierkante meter prijs Vanuit de woonvisie geldt er een woningbouwopgave voor de gemeente. Uitgangspunt is dat van 2016 tot en met 2025 1.100 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. De belangrijkste noodzaak is dus het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad, hetgeen niet meteen verband heeft met een economische noodzaak vanuit de gemeente. Aanvullend hierop deelt de gemeente dan ook zeker niet de mening van indiener dat zij mogelijk 285.000 euro winst verliest op dit project.

8.4.

Inspanningsverplichting Het college heeft een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar gesloten. Onder andere is hierin opgenomen: “Het college heeft de inspanningsverplichting tot het in procedure brengen van een door het college vervaardigd bestemmingsplan, conform het stedenbouwkundig ontwerp van Ontwikkelaar, waarin opgenomen het plangebied, zodra dat door partijen is goedgekeurd. Het college heeft tevens een inspanningsverplichting om te bevorderen dat het bestemmingsplan inclusief eventuele door inspraak tussentijds noodzakelijk geworden wijzigingen, op voortvarende wijze de daartoe geëigende procedure doorloopt en op de kortst haalbare termijn vigerend wordt.” Wij houden ons aan deze inspanningsverplichting. Maar bovenal vinden wij de ontwikkeling niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

8.5.

Zie reactie 1.2 (structuurvisie en woonvisie).

8.6.

Bomen en groenplan In het huidige bestemmingsplan van 2011 is opgenomen dat de huidige bestemming “groen” is. In het betreffende beeldkwaliteitsplan staan op de betreffende locatie diverse bomen ter indicatie. Dit is geen verplichting maar wel een idee om het op die manier vorm te geven. De huidige invulling is in 2008/2009 gerealiseerd. Uit stukken is niet te achterhalen waarom het op deze manier is ingericht. Uit de mondelinge overlevering van destijds betrokken medewerkers is dit destijds met bewoners zo besproken. Het groen bij een project, wordt bekostigd en aangelegd vanuit het project. Daarna wordt het opgenomen in het beheersplan van de gemeente voor onderhoud. De gemeente Hoogeveen heeft geen bomenplan zoals indiener aangeeft. De verwachting is niet dat de bomen die ter indicatie (dus geen verplichting) zijn aangegeven nog zullen worden aangeplant.

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan.

22

9. Indiener 9 Samenvatting: De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener heeft bewust gekozen om te gaan wonen in het Bosmilieu. Inspreker wil aangeven dat het oppervlak groen wordt verkleind met het nieuwe plan. 2. Graag ziet indiener dat de bomen alsnog aangeplant worden, voor een beetje bosgevoel en geeft aan dat dit ook beter voor het milieu is. 3. Indiener vindt projectwoningen een vreemd besluit, aangezien zij destijds divers moesten bouwen. 4. Daarnaast vind indiener dat de grond erg goedkoop is verkocht aan ontwikkelaar. 5. Indiener geeft aan dat er van het verplaatsen van de bouwvlakken van kavel Damhert 23 en 25 niet in de krant heeft gestaan. Zeker aangezien Damhert 23 al is gebouwd. Er is volgens indiener geen mogelijkheid geweest voor omwonenden om hierop te reageren. 6. Er wordt door indiener aangeven dat de geluidsnorm naar boven bijstellen niet voldoende is, omdat het geluid de afgelopen jaren al is toegenomen. 7. Indiener benoemt ook dat dakhelling van Damhert 25 is verruimd van 0-15 graden naar 0-30. Hierdoor zou de nieuw te bouwen woning wel slaapkamers kunnen realiseren wat zij destijds niet mochten vanwege geluidsnormen. 8. Als laatste punt benoemt indiener dat de walwoningen waarschijnlijk zullen leiden tot een waardedaling van hun woning. Beantwoording: 9.1. Zie reactie 1.4 (verlies groen). 9.2.

Zie ook reactie 8.2. Daarnaast wordt verwezen naar onderstaande reactie (geen aanplant bomen). Geen aanplant bomen De verwachting is niet dat de bomen die ter indicatie (dus geen verplichting) zijn aangegeven in het beeldkwaliteitsplan, nog zullen worden aangeplant. Ook al is de gemeente het met indiener eens dat bomen goed zijn voor het milieu. Zoals in reactie bij 9.1 al is te lezen is heeft de gemeente in de afweging gemaakt dat de woningbouwopgave zwaarder weegt dan de huidige ‘groen’ bestemming.

9.3.

Projectwoningen Zoals eerder ook al is gesteld is zijn wij van mening dat projectbouw op deze locatie passend is. De woonwijk Erflanden bestaat uit een drietal woonmilieus. Elk van deze woonmilieus heeft een eigen karakteristiek. Het plan voor de walwoningen, dat nu in procedure is gebracht, is gesitueerd aan de oostzijde van het ‘bosmilieu’. Met dit plan wordt de wijk Erflanden aan de oostzijde ruimtelijk afgerond. In de oorspronkelijke opzet van de wijk Erflanden waren op deze locatie al woningen geprojecteerd. Deze mochten echter niet gebouwd worden vanwege het geluid dat geproduceerd wordt door de snelweg. Omdat de woningen in dit plan geïntegreerd worden in een geluidswal is het mogelijk om hier, ondanks het geluid, toch woningbouw te realiseren. De te bouwen woningen worden ‘in de wal’ geschoven. Door deze techniek kan de wijk Erflanden op een aantrekkelijke wijze worden afgerond. Niet alleen vanuit de wijk, maar ook vanaf de snelweg. Dit vraagt wel om enige samenhang in de architectuur en situering van de woningen. Een samenhang die goed te realiseren is middels een projectmatige ontwikkeling van de kavels. Het ontwerp en de realisatie is dan in één hand.

23

De te bouwen woningen vormen samen met de geluidswal een ruimtelijke eenheid, een aantrekkelijke groene afronding van de wijk. De groene ruimte tussen de walwoningen en de bestaande woningen zorgt, samen met de groene wal, ook voor een groene inbedding van de woningen en afstand naar de omliggende woonbebouwing. Het groen blijft daarmee één van de belangrijkste ruimtelijke kenmerken van het ‘bosmilieu’. Om samenhang te realiseren in de architectuur van de woningen en de gewenste woonsfeer te bereiken van bijvoorbeeld het ‘bosmilieu’ werkt de gemeente in de wijk Erflanden met beeldkwaliteit plannen. Hierin staan criteria voor bijvoorbeeld de bouwvolumes of de materialisatie. De gemeente hecht aan een goede sfeer, beeldkwaliteit en samenhang in architectuur en ruimtelijke opzet van de woonbuurten. De beste garantie voor het realiseren van de gewenste samenhang in beeldkwaliteit en architectuur ontstaat wanneer het bouwplan wordt ontwikkeld door een partij of ontwerper. Dat vraagt om een projectmatige benadering. Voor dit plan is een apart beeldkwaliteitsplan opgesteld. In het beeldkwaliteitsplan zijn de vorm, situering en kleurgebruik van de woningen opgenomen. Het beeldkwaliteitsplan functioneert daarmee als referentie voor te bouwen woningen. De groene afronding van de wijk Erflanden.

Hiermee ontstaat een helder toetsingskader voor de architectuur en wordt de architectonische en ruimtelijke kwaliteit zoveel mogelijk gegarandeerd. Het beeldkwaliteitsplan wordt bij vaststelling door de raad vastgesteld en toegevoegd aan de Nota Ruimtelijke kwaliteit. 9.4.

Zie reactie 1.9 (grondprijs).

9.5.

Bouwvlak verplaatsen Bij de publicatie van de verleende omgevingsvergunning van Damhert 23 is een afwijking verleend om buiten het bouwvlak te kunnen bouwen. De inhoud van het destijds genomen besluit kan niet ter discussie worden gesteld, omdat de omgevingsvergunning onherroepelijk is. Omdat deze verleende afwijking naast het huidige plangebied lag is er voor gekozen deze verleende situatie mee te nemen in het nieuwe bestemmingsplan, zodat het bouwvlak in overeenstemming is met de bebouwing op desbetreffende perceel. Kavel Damhert 25 wordt meegenomen in het huidige plan, omdat door de realisatie van de walwoningen en de te nemen geluidsmaatregelen, het bouwvlak meer noordwaarts op de kavel gepositioneerd kan worden, hetgeen mogelijk de verkoopbaarheid vergroot. In de huidige bestemmingsplanprocedure worden de bouwvlakken van Damhert 23 en 25 meegenomen in het bestemmingsplan en verplaatst. Dit is zowel gepubliceerd bij de publicatie van het voorontwerp als bij het ontwerp. De ter inzage termijn van voorontwerp en ontwerp gaf de mogelijkheid om hierop een reactie in te dienen, hetgeen indiener nu ook heeft gedaan.

9.6.

Wegverkeerslawaai Het wegverkeerslawaai is afkomstig van de Rijksweg A28. De gemeente heeft geen zeggenschap over rijkswegen, want dat is namelijk belegd bij Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat moet de vast gestelde geluidproductieplafonds (GPP’s) op basis van de Wet geluidhinder naleven. De GPP’s zijn ingevoerd (2012) om ongebreidelde groei van geluidniveaus ten gevolge van wegverkeer te beperken. Als de vastgestelde geluidsniveaus van de GPP’s bijna worden bereikt, is Rijkswaterstaat verplicht om geluidreducerende maatregelen te nemen. De gemeente heeft daar geen rol in.

9.7.

Dakhoek 24

Toekomstige bouwer van Damhert 23, mag net als indiener vanwege geluid geen woonverblijven of slaapkamers op de eerste verdieping realiseren. De regels in het bestemmingsplan geven aan dat bij bouwaanduiding sba-2 ook maar één bouwlaag is toegestaan. 9.8.

Zie reactie 3.3 (waardevermindering)

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 10. Indiener 10 Samenvatting: De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener vraagt zich af waar de kind vriendelijkheid blijft? 2. Daarnaast is indiener van mening dat er straks meer geluid zal neerdalen in de wijk en dat er kunstgrepen worden uitgehaald om aan de norm te kunnen voldoen. 3. Er wordt door indiener ook benoemd dat de gemeente al in 2013 de verplichting is aangegaan. 4. Indiener geeft aan dat er totaal geen vooroverleg is geweest. 5. Aangegeven wordt dat er door de ontwikkelaar maar 50,27 euro per m2 is betaald. Indiener geeft aan dat er veel groen wordt opgeofferd voor de walwoningen. 6. Als laatste benoemd inspreker dat ze straks alleen nog maar uitzicht hebben op walwoningen. Beantwoording: 10.1. Kindvriendelijke gemeente De gemeente Hoogeveen heeft als ambitie om de kindvriendelijkste gemeente van Nederland te zijn. Het betreft een ambitie op gemeentelijk niveau. De woningbouwopgave gaat in dit specifieke geval ten koste van een groenstrook, die ook door de kinderen wordt gebruik als trap- en speelveldje. We willen de inwoners aangaande de mogelijkheid voor een kinderspeelveldje graag tegemoet komen.

Om die reden is een deel van de grond van de gemeentelijke kavel toegevoegd aan het aanwezige groen, waardoor er een speelveld van ca. 550m2 ontstaat. We willen dit graag in overleg met de bewoners samen gaan inrichten, afhankelijk van de vraag uit de buurt. 10.2.

Geluidpad Het belangrijkste deel van de A28 is hoger gelegen dan het maaiveld van Erflanden. De rijksweg loopt hier over de Hoogeveensche Vaart en boven de nok van de walwoningen. De walwoningen hebben daardoor geen invloed op het geluidpad vanaf deze zijde van de A28 (zie afbeeldingen). Qua geluidinstraling zal in de bestaande woonwijk niet significant iets wijzigen.

25

Geluidbron Rijksweg A28 ten opzichte van het plangebied

Bestaande situatie (links) en nieuwe situatie met walwoningen (rechts). 10.3

Intentieovereenkomst getekend Het is inderdaad correct de gemeente al in 2013 een intentieovereenkomst heeft getekend met de ontwikkelaar. In de allereerste stedenbouwkundige plannen voor de ontwikkeling van de wijk Erflanden waren op deze groenstrook woningen beoogd. Akoestisch gezien werden de normwaarden op deze locatie overschreden, waardoor de oorspronkelijk geplande woningen niet gebouwd konden worden. Het plan is hierdoor gewijzigd en zo is het huidige bestemmingsplan Erflanden bosmilieu-oost ontstaan. De initiatiefnemer heeft door de bouw van de woning Damhert 23 een oplossing gevonden om toch te kunnen voldoen aan de akoestische waarden, waardoor woningbouw op de betreffende locatie, zoals voorgenomen in de initiële fase, wel binnen de norm kan worden gerealiseerd. Hij heeft naar aanleiding daarvan bij de gemeente en ontwerp/concept aangedragen om deze woningen alsnog te kunnen realiseren. Het college stond hier positief tegenover en heeft om die reden met de initiatiefnemer een intentieovereenkomst getekend.

10.4.

Zie reactie 3.2 (proces tot bestemmingsplanprocedure).

10.5.

Zie reactie 1.9 (grondprijs) aanvullend hierop deelt de gemeente dan ook zeker niet de mening van de indiener dat zij de grond voor een te lage prijs heeft verkocht. Aangaande de opmerking over de opoffering van groen wordt verwezen naar reactie 1.4 (verlies groen).

10.6.

Opmerking van indiener wordt ter kennisgeving aangenomen. Uit jurisprudentie is gebleken dat er geen algemeen recht bestaat op vrij uitzicht. Indien indiener van mening is dat hierdoor 26

waardevermindering aan eigen woning optreedt, dan kan hiervoor een planschadeverzoek bij gemeente worden ingediend. Zie hiervoor ook reactie 3.3. (waardevermindering). Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 11. Indiener 11 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan dat gemeente destijds heeft aangegeven dat mensen in ‘bosmileu’ zouden gaan wonen. Waarin veel ruimte was voor groenstroken en bewoners verplicht een boom (of twee) op eigen kavel diende aan te planten. 2. Inspreker geeft aan dat betaald is voor de aanplant van het groen. 3. Daarnaast benoemd indiener dat erin 2017/2018 belangstelling was voor de toen nog beschikbare kavels, maar dat de gemeente destijds niet bereid was tot het afwijken van het bestemmingsplan. Beantwoording: 11.1. Zie reactie 7.1 (bosmilieu) en zie hieronder voor een reactie op aanplant bomen op particulier terrein. Aanplant bomen particulier terrein Het klopt dat in het koopcontract is opgenomen dat dat eigenaar van het perceel één of meerdere gemeentelijke bomen in zijn of haar tuin moet opnemen. 11.2.

Grondprijs en groenvoorziening Bij kaveluitgifte van nieuwe plangebieden worden de ontwikkelkosten voor de wijk, zoals onder andere riolering, bouw- en woonrijp maken, wegen en in dit specifieke geval ook de geluidswal verdisconteerd in de grondprijs. Er is in dit plan niet anders dan bij andere plannen betaald voor het reeds gerealiseerde groen. Het feit dat inwoners mee betalen aan het groen, de wegen, riolering etc. betekent niet dat er automatische het recht ontstaat om mee te bepalen over de inrichting en de instandhouding ervan. De gemeente heeft de mogelijkheid om via wettelijke formele procedures de bestemming van gronden te wijzigen, om op deze wijze te kunnen voldoen aan haar wettelijke taken, waaronder bijvoorbeeld de woningbouwopgave.

11.3.

Verzoeken tot afwijking bestemmingsplan Afhankelijk van het ingediende bouwplan/ruimtelijk verzoek wordt door de gemeente beoordeeld of zij hierin mee wil gaan of niet. Wanneer dit verzoek officieel ingediend wordt bij de gemeente dan wordt het plan behandeld in een integraal overleg, waarbij de keuze gemaakt wordt of het bouwplan wenselijk is en of er medewerking aan verleend wil worden ondanks het feit dat het plan is in strijd met het bestemmingsplan. In het geval van Damhert 23 is er besloten om met een afwijking van het bestemmingsplan medewerking te verlenen. Het is mogelijk dat de andere plannen niet officieel zijn ingediend, niet konden voldoen aan de Wet Geluidhinder, of dat in het bouwplan niet voldoende argumenten aangedragen konden worden om eventueel medewerking te verlenen aan een afwijking in strijd met het bestemmingsplan.

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 27

12. Indiener 12 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan dat gemeente haar afspraken voor het planten van groen niet na komt. 2. Indiener geeft aan dat de gemeente nu de bestemming wijzigt door woningen te bouwen op toegezegde groenstrook. 3. Volgens indiener meldt gemeente op wel heel discutabele wijze dat de plannen er al lagen. Ter conclusie geeft inspreker aan dat de gemeente wel een erg onbetrouwbare indruk maakt. Beantwoording: 12.1. Zie reactie 7.2 (aanplant bomen). 12.2.

Zie reactie 1.4 (verlies groen).

12.3.

We betreuren het dat indiener de indruk heeft dat de gemeente onbetrouwbaar is, maar kan moeilijk inhoudelijk reageren op het feit dat indiener aangeeft dat de gemeente de plannen op discutabele wijze meldt, aangezien onduidelijk is waar indiener precies op doelt. Wel kan het onderstaande ter verduidelijking worden gegeven. Zie ook reactie 3.2 (proces tot en met bestemmingsplanprocedure) en reactie 5.1 (oorspronkelijke plannen).

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 13. Indiener 13 Samenvatting: De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan dat in het oorspronkelijke beeldkwaliteitsplan bewust gekozen is voor de huidige structuur, juist een beeld van bos en groen. 2. Indiener is van mening dat de nieuwe woningen een afwijkend beeld geven. 3. Er wordt door indiener aangegeven betaald te hebben voor het groen. Indiener is dan ook van mening dat de gemeente de grond nogmaals verkoopt. 4. Als laatste punt geeft indiener aan dat het er op lijkt dat financiën voor de gemeente leidend zijn ten opzichte van beeldkwaliteit en de speelfunctie voor kinderen. Beantwoording: 13.1. Zie reactie 7.1 (bosmilieu). 13.2.

Dit wordt ter kennisgeving aangenomen, daarnaast wordt verwezen naar reactie 9.3 (projectwoningen).

13.3.

Zie reactie 11.2 (grondprijs en groenvoorziening).

13.4.

Woningbouwopgave (financiën leidend) Het is een gemeentelijke taak om zorg te dragen voor de woningbouwopgave in de gemeente. Op basis van het door de raad vastgestelde woonvisie is er een woningbouwopgave. Vanuit de structuurvisie en de woonvisie richt de gemeente in eerste instantie tot inbreiding. Betreffende plangebied betreft een inbreidingslocatie om onze woningbouwopgave te realiseren. Er is geen sprake van ‘ten gelden’ maken van grond, of dat 28

financiën in deze leidend zouden zijn. Het is de wettelijke taak van de gemeente om te voorzien in de woningbouwopgave. Helaas gaat dat in dit geval ten koste van het aanwezige groen. De gemeente wil graag tegemoet komen in de speelmogelijkheid voor kinderen. Om die reden heeft de gemeente besloten een deel van kavel Damhert 25 toe te voegen aan het aanwezige groen, waardoor een speelveldje van ca. 550m2 ontstaat. Dit speelveldje wil de gemeente graag samen met de buurt inrichten. Voor het nieuwe plan zal ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld worden. Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 14. Indiener 14 Samenvatting: De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan dat het verkeerd is gevallen dat alle plannen al klaar waren en dat daarna pas contact is gezocht met de buurt. Indiener vindt dit geen participatie. 2. Indiener geeft aan dat de lage verkoopprijs (50 euro m2 ipv 197 euro excl m2) niet in verhouding staat met de tegenprestatie om bouw- en woonrijp te maken. 3. Er wordt door indiener aangegeven dat het speelveld wordt verplaatst en kleiner wordt gemaakt en vindt dit niet kindvriendelijk. (hoezo kindvriendelijke gemeente van Nederland) 4. Indiener vindt walwoningen niet passen in het bosmilieu, hetgeen het karakter zal aantasten. 5.

Graag had indiener destijds ook hoger gebouwd, maar dat mocht niet van de bestemmingsplanregels. Nu komen er wel hoge walwoningen te staan. 6. Indiener geeft aan dat er in 2013 nog geen sprake was tot een verplichting tot inbreiding. 7. De beloofde bomen bij aankoop woning zijn nooit aangeplant. 8. Indiener is van mening dat door de komst van de walwoningen extra geluidsoverlast zal ontstaan. Daarnaast heeft de gemeente de toegestane decibel verhoogd. 9. Volgens indiener is het zinvol om op het speelveldje toch bomen te planten in verband met geluid en stikstof. 10. Indiener geeft aan dat er geen draagvlak is voor 4 walwoningen in het bosmilieu. Beantwoording: 14.1. Zie reactie 1.1 (burgerparticipatie). 14.2.

Zie reactie 1.9 (grondprijs).

14.3.

Kinderspeelveld verplaatst De gemeente Hoogeveen heeft als ambitie om de kindvriendelijkste gemeente van Nederland te zijn. Het betreft een ambitie op gemeentelijk niveau. De woningbouwopgave gaat in dit specifieke geval ten koste van een groenstrook, die ook door de kinderen wordt gebruik als trap- en speelveldje. De gemeente heeft in het geval van deze planvorming de afweging gemaakt dat de gekozen woningbouwopgave zwaarder weegt dan de ‘groen’ bestemming. Echter blijft in deze het aantal speelvoorzieningen in de wijk gelijk. Het speelveldje zal verplaatst worden aan het einde van de Damhert, naast Damhert 25. De gemeente wil deze locatie samen met haar bewoners inrichten zodat er binnen de wijk (naast de speelvoorziening aan de Eekhoorn) de mogelijkheid blijft voor kinderen om te spelen.

14.4.

Zie reactie1.6 (projectwoningen). 29

14.5.

Zie reactie 6.2 (bouwvoorschriften). Doordat bij de walwoningen maatregelen worden genomen zoals een geluidwal en dove gevels is het mogelijk om te voldoen aan de wettelijke normen binnenshuis en kan er in dit specifieke geval op deze locatie een tweede woonlaag worden toegestaan.

14.6.

Zie reactie 1.3 (structuurvisie en woonvisie).

14.7.

Zie reactie 7.2 (aanplant bomen).

14.8.

In de zienswijze is niet beargumenteerd wat de oorzaak zou kunnen zijn van de extra geluidoverlast die zou ontstaan door de komst van de walwoningen. Wij hebben de toekomstige situatie getoetst aan de geldende wet- en regelgeving en zijn van mening dat een goed woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd. De gemeente heeft geen geluidswaarden vastgesteld die wettelijk niet zijn toegestaan. De Wet geluidhinder biedt de mogelijkheid om geluidsgrenswaarden te verhogen tot maximaal 53 dB in buiten stedelijk gebied, waarin deze locatie is gelegen. Binnenstedelijk mag zelfs tot 63 dB. Conform wetgeving en gemeentelijk beleid is dit toegepast op de te realiseren woningen.

14.9.

Een houtwal van tenminste 25-30 meter en opgebouwd uit verschillende soorten bomen en struiken van verschillende hoogten komt in de buurt van het effect van een betonnen geluidswal. Een aantal bomen planten op het speelveldje hebben nauwelijks een dempend effect. Voor echte geluidvermindering zijn bouwkundige maatregelen nodig. Middels het luchtkwaliteitsmodel Geomilieu V4.50 is gekeken naar de heersende achtergrondconcentratie van het plangebied. Uit de toetsing van de luchtkwaliteit blijkt dat ter plaatse ruimschoots kan worden voldaan aan de luchtkwaliteitsgrenswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof.

14.10. Draagvlak Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer de omstandigheid is dat er geen maatschappelijk draagvlak bestaat voor een plan. Dit niet betekent dat een plan dan ook niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat om die reden planologische medewerking moet worden geweigerd. Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 15. Indiener 15 Samenvatting: De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. indiener geeft aan bij aankoop kavel niet op de hoogte te zijn gesteld van de plannen. 2. Indiener heeft bewust gekozen voor het bosmilieu vanwege groen en ruimte. Nu wordt groen opgeofferd voor woningen. 3. De bestemming was groen en er zouden bomen aangeplant worden op het trapveldje. De bomen zijn niet aangeplant en er is een trapveldje gerealiseerd, omdat er volgens indiener geen geld beschikbaar was vanuit gemeente. 4. Indiener vraagt zich af wat de gemeente onder Bosmilieu verstaat? 5. De projectwoningen zijn volgens indiener niet passend binnen het bosmilieu en het karakter van de wijk zal wijzigen. Indiener heeft het gevoel dat er ruimte van de bewoners wordt afgenomen. En vraagt zich af of de woningen wel voldoen aan de eisen die destijds voor bewoners van kracht waren bij de bouw van hun woningen. Denk hierbij aan boom in eigen 30

tuin, aanleg mini parkje, diversiteit te bouwen woningen, veelvormigheid kavels en kleurgebruik woningen. 6. Indiener geeft aan dat het opgestelde beeldkwaliteitsplan uit mei 2016 aangeeft dat er veel bomen zouden worden aangeplant, indiener geeft dat dit niet is uitgevoerd en dat de walwoningen de uitgangpunten van het beeldkwaliteitsplan aantasten. 7. Indiener geeft aan dat het gebruikte rekenmodel niet uitgaat van de huidige verkeersintentisiteit. 8. Indiener geeft aan dat de gemeente Hoogeveen van Drenthe de meeste uitstoot heeft van CO2 en fijnstof en acht het planten van bomen, in het kader van milieu, een betere oplossing dan de bouw van woningen. 9. Indiener is teleurgesteld dat de gemeente de ze door de gemeente niet eerder zijn betrokken bij de plannen. En geeft aan dat uit protest blijkt dat hierdoor nu zo weinig draagvlak is voor de plannen. 10. Indiener is teleurgesteld in de wethouder, die aangeeft niet te willen zwichten voor media aandacht omdat het precedentwerking kan hebben. 11. De lage grondprijs (50,25 ipv 197euro m2) staat volgens indiener niet in verhouding met de tegenprestatie. Indiener zou graag inzicht krijgen in de onderbouwing ervan. Ook de lage kavelprijs van Damhert 25 vindt indiener raar. 12.

Indiener geeft aan dat het argument wat de gemeente gebruikt, dat bij het stoppen van de procedure wellicht ook de kosten en verwachte winsten moeten worden vergoed, niet in lijn is met wat eerder tijdens de voorlichting is aangegeven. Namelijk dat ontwikkelaar plannen op eigen risico maakt. 13. Indiener is bang dat er waardevermindering van de woning zal optreden. 14. Het kinderspeelveldje wordt opgeofferd, terwijl er volgens inspreker al weinig speelvoorzieningen zijn. Dit draagt volgens inspreker niet bij aan de kindvriendelijkheid van Hoogeveen. 15. Indiener is van mening dat bewoners hebben meebetaald aan het groen. 16. Groen is volgens indiener zeer belangrijk in het kader van CO2-uitstoot, zeker met het oog op de verbreding van de A28 en de verwachtte toename van de verkeersintensiteit hierdoor. Beantwoording: 15.1. Afhankelijk van wanneer indiener de kavel aangekocht, is het mogelijk dat indiener niet op de hoogte is gesteld van de plannen. In 2018 is de eerste inloopbijeenkomst geweest en in 2019 in het bestemmingplan in procedure gebracht. 15.2.

Zie reactie 7.1 (bosmilieu) en onderstaande uitleg over woningbouwopgave. Woningbouwopgave Op basis van het door de raad vastgestelde woonvisie en structuurvisie is er een woningbouwopgave. Een opgave is om een deel hiervan middels inbreiding te realiseren. In sommige gevallen heeft dit tot gevolg dat bijvoorbeeld groenbestemmingen, worden her bestemd tot wonen om inbreiding te realiseren. In het geval van deze planvorming is de afweging gemaakt dat de gekozen woningbouwopgave zwaarder weegt dan de ‘groen’ bestemming.

15.3.

Zie reactie 7.2 (aanplant bomen).

15.4.

Zie ook reactie 7.1 (bosmilieu).

15.5.

Zie hiervoor reactie 9.3 projectwoningen. Daarnaast kan gesteld worden dat voor dit plan het bestemmingsplan ‘Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018’ waar indiener een 31

zienswijze op heeft ingediend in procedure is gebracht om de regels aan te passen, hierbij zal ook een nieuw beeldkwaliteitsplan worden vastgesteld. De regels in het bestemmingsplan en de voorwaarden gesteld in het nieuwe beeldkwalitietsplan zullen straks van kracht zijn op het nieuwe plangebied. 15.6.

In het beeldkwaliteitsplan ‘bosmilieu’ wordt inderdaad het groen benoemd. Het bosmilieu betreft een stedelijk gebied met een groen karakter. Met de realisatie van de walwoningen wordt niet het oorspronkelijk karakter van het bosmilieu verlaten. Wel wordt voor het specifieke plangebied een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld om de kwaliteit te borgen. Zie voor verder uitleg ook reactie 15.2 onder (bosmilieu) 15.5 onder( projectwoningen).

15.7.

De verkeersgegevens zijn afkomstig uit het verplicht te gebruiken Geluidregister en voldoen daarmee aan de voorwaarden voor het juiste uitvoeren van akoestisch onderzoek.

15.8.

Luchtkwaliteit Middels het luchtkwaliteitsmodel Geomilieu V4.50 is gekeken naar de heersende achtergrondconcentratie van het plangebied. Uit de toetsing van de luchtkwaliteit blijkt dat ter plaatse ruimschoots kan worden voldaan aan de luchtkwaliteitsgrenswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof.

15.9.

Zie reactie 14.10 (draagvlak) en participatie in proces. Participatie in proces Gezien de inhoud van de zienswijze is ons duidelijk geworden dat indiener (en ook de werkgroep bosmilieu-oost) graag anders meegenomen had willen worden in de planontwikkeling van de locatie van de walwoningen. Met name als het gaat om de initiatieffase van het plan. Het plan en idee van de walwoningen is bedacht door architect en is als plan bij ons als gemeente ingediend. Op basis van dit idee en plan heeft de gemeente een intentie-, koop-en ontwikkelovereenkomst getekend met de ontwikkelaar, waarin aangegeven is dat de gemeente het bestemmingsplan in procedure gaat brengen. Op dit moment hebben het voorontwerp- en het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. En is er zowel bij voorontwerp als bij het ontwerp een inloopavond geweest en de mogelijkheid geweest voor omwonenden een om een reactie te geven op het plan. Het plan is hierop op een klein deel ook aangepast. Indiener is via de procedure betrokken bij het plan en heeft via deze weg de mogelijkheid gehad om zijn of haar zienswijze kenbaar te maken ten op zichte van het plan. Hetgeen indiener ook heeft gedaan. Echter het feit dat we de ruimte geven en indiener het niet eens is met het plan betekend niet dat het plan om die reden wordt aangepast.

Vanuit gemeentelijk oogpunt zijn we van mening dat het initiatief passend is, hetgeen ook de reden is waarom er destijds besloten is een intentie-, koop- en ontwikkelovereenkomst te tekenen.

15.10. Teleurstelling wethouder In planvorming bestaat altijd de mogelijkheid dat omwonenden tegen het plan zijn. Het wel bekende NIMBY (not in my backyard) effect. Men weet wel dat de noodzaak tot de ontwikkeling er is, echter gelieve niet in zijn of haar achtertuin. De woningbouwopgave is voor de gemeente een wettelijke taak, de uitwerking hiervan is ook vastgelegd in de gemeentelijke structuur- en woonvisie. Hierbij hoort ook de realisatie van woningbouwlocaties aan de hand van inbreiding, die vanuit omwonenden wellicht als ongewenst wordt ervaren. In deze houden we ons bij het standpunt dat er sprake is van 32

goede ruimtelijke ordening, hetgeen voor de desbetreffende wethouder en college ook reden is geweest om door te gaan met de procedure. 15.11. Zie reactie 1.9 (grondprijs). Wat betreft de onderbouwing voor de kavelprijs van Damhert 25 wordt verwezen naar reactie 2.10 (kavel Damhert 25). 15.12. Zie reactie 8.4 (inspanningsverplichting). 15.13. Zie reactie 3.3 (waardevermindering). 15.14. Zie reactie 14.3 (kinderspeelveld verplaatst). 15.15. Zie reactie 11.4 (grondprijs en groenvoorziening). 15.16. Zie bovenstaande reactie bij 15.8 en de reactie bij 9.6 (wegverkeerslawaai). Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 16. Indiener 16 Samenvatting: De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener is tegen de bouw van de vier walwoningen. 2. Er wordt door indiener aangegeven dat er in het bestemmingsplan bomen zijn ingetekend en dat er vanwege geldgebrek akkoord is gegaan met een speelveldje. Maar dat er nu woningen gebouwd gaan worden vindt indiener nergens op slaan. 3. Heeft bewust een huis gekocht in het bosmilieu, echter vraagt zich af waar het bosmilieu nog op slaat. Beantwoording: 16.1. Wordt ter kennisgeving aangenomen. 16.2.

De mening dat indiener de bouw van de woningen nergens op vindt slaan wordt ter kennisgeving aangenomen. Daarnaast wordt nog verwezen naar reactie 6.1 (bestemmingsplan Erflanden).

16.3.

Zie reactie 7.1 (bosmilieu).

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 17. Indiener 17 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten : 1. Indiener verwijst naar de punten van de reeds eerder ingediende inspraakreactie bij het voorontwerp. 33

2. Indiener is tegen het besluit van voorgenomen bouw van de projectwoningen en hoopt dat argumenten worden meegenomen in het besluit en dat de plannen niet door gaan. 3. Bij aankoop van de kavel was indiener bosmilieu beloofd met veel speelvoorzieningen. 4. Indiener is van mening dat het voorgenomen plan afbreuk doet aan het originele plan. Ook doet het aanleggen van de geluidswal volgens inspreker afbreuk aan de uitstraling van het bosmilieu. Beantwoording: 17.1. De benoemde punten in de inspraakreactie komen overeen met de punten die nu door indiener worden ingediend bij de zienswijze. Beantwoording van inspraakreactie heeft indiener reeds gehad en hier wordt dan ook naar verwezen. Hetgeen ook terug te vinden is op ruimtelijke plannen in de bijlage van het ontwerpbestemmingsplan. 17.2.

Het standpunt dat indiener tegen het besluit is van voorgenomen bouw van de projectwoningen wordt ter kennisgeving aangenomen. De gemeente blijft echter bij haar standpunt dat in deze de woningbouwopgave zwaarder weegt en gaat om die reden door met de bestemmingsplanprocedure. Zie ook reactie15.2 (woningbouwopgave).

17.3.

Zie hiervoor reactie 7.1 (bosmilieu) en reactie 14.3 (kinderspeelveld).

17.4.

Zie reactie 9.3 (projectwoningen).

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 18. Indiener 18 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener heeft bewust een kavel gekocht in het bosmilieu en geeft aan dat aanplant bomen al die jaren op zich heeft laten wachten. Nu woningbouw realiseren acht indiener onacceptabel. 2. Het kenmerk van het beeldkwaliteitsplan, diversiteit woningen, is volgens indiener niet terug te vinden in de projectmatige benadering van de walwoningen en doet daarmee afbreuk aan het beeldkwaliteitsplan en het karakter van de wijk. Beantwoording: 18.1. Het standpunt dat indiener woningbouw onacceptabel vindt wordt ter kennisgeving aangenomen. Voor beantwoording wordt verwezen naar reactie 7.1 (bosmilieu), 7.2(aanplant bomen) en 15.2 (woningbouwopgave). 18.2.

Zie reactie 9.2 (projectwoningen) en 15.6 (beeldkwaliteitsplan).

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 19. Indiener 19 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan dat het plan in strijd is met het bestemmingsplan uit 2007, de gronden hebben bestemming groenvoorziening. 34

2. Er wordt door indiener aangegeven dat er een mooi stukje groen en speelveldje wordt opgeheven, terwijl er al zo weinig speelvoorzieningen in de wijk zijn. 3. Nieuw speelvoorziening ligt volgens indiener op een onveilig plek, waar weinig sociale controle en is en water naarbij. 4. Indiener maakt graag gebruik van zijn spreekrecht. Beantwoording: 19.1. Zie reactie 6.1 (bestemmingsplan Erflanden). 19.2.

Zie reactie 14.3 (kinderspeelveld verplaatst).

19.3.

Veilig spelen Het huidige groenveldje, hetgeen gebruikt werd als speel en trapveldje lag al aan de rand van de wijk. In die zin verandert er weinig. Er blijft vanuit een deel van de huizen in het bosmilieu (met name de nieuwe woningen) zicht op het speelveldje. Daarnaast steken we in op het samen inrichten van het speelgebied met de bewoners, zodat er mee gedacht kan worden over het inrichten van een veilige speelvoorziening.

19.4.

Wordt ter kennisgeving aangenomen en indiener zal op de hoogte gesteld worden wanneer het bestemmingsplan in de gemeenteraad behandeld zal worden en hoe indiener zijn zienswijze kan toelichten aan de raad.

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 20.Indiener 20 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener beschrijft zeer uitgebreid het proces, inclusief tijdsplanning hoe inspreker is gekomen tot de ontwikkeling en aankoop van de woning aan de Damhert. Uit dit goed gedocumenteerde verslag wordt duidelijk dat reeds in een vroeg stadium intensief contact is geweest met bureau De Stijll voor de ontwikkeling van de eigen woning. Inspreker bevestigt dat, zij het vertrouwelijk, hem toen ook reeds is medegedeeld dat er een mogelijke ontwikkeling in de planning lag op de noordoosthoek van het bosmilieu. Indiener omschrijft dat hij, met de kennis van een voorgenomen toekomstige ontwikkeling (in concept) op de aanliggende grond, besluit het kavel aan de Damhert te kopen en start in maart 2015 met de bouw van zijn woning. Indiener geeft echter aan dat het huidige plan niet meer overeenkomt met het plan dat hem destijds voor aankoop is laten zien. Met de wetenschap van nu was indiener dan ook overgegaan tot de koop van de totale kavel, ipv 300m2 minder voor in zijn ogen de realisatie van het plan van De Stijll. 2. Indiener geeft aan dat het plan in strijd is met huidige bestemmingsplan, waar het bestemmingsplan nu groen en bomen aangeeft. 3.

Indiener heeft geen probleem met inbreiding, maar niet op het enige stukje groen en speelveldje/trapveldje/ sportveldje van het bosmilieu en de naastgelegen wijk. Er gaat 1900m2 groen verloren. 4. De seriebouw van de woningen is volgens inspreker in strijd met het oorspronkelijke plan en oogmerk. 5. Indiener vindt dat plan haaks staat op de ambitie om kindvriendelijkste gemeente van Nederland te zijn. 6. Indiener vraagt zich af hoe het mogelijk is dat het welzijn van de huidige bewoners ondergeschikt wordt gemaakt voor de welvaart van de gemeente. 35

7. Indiener vraagt zich af hoe de verschillende kavelprijzen zijn te verantwoorden (197 euro m2 voor eerste inwoners, 168 euro m2 voor indiener, 104 euro m2 voor kavel 25 en 51 euro m2 voor initiatiefnemers bouw walwoningen) 8. Indiener geeft aan dat er waardevermindering aan zijn woning ontstaat, verminderd uitzicht en verminderede privacy. 9. Het huidige plan komt niet overeen met het plan indiener heeft gezien van initiatiefnemer voor de aankoop van de woning en voelt zich bedrogen. 10. Indiener geeft aan dat het plan door gemeente wordt gerealiseerd om kavel 25 te verkopen. En vraagt zich af waarom het woongenot van de inwoners ten koste gaat van een inschattingsfout van de gemeente. 11. Indiener geeft aan dat hogere grenswaarde niet voldoet aan de wet geluidshinder en vraagt zich af waarom er geen geluidsmeting ter plaatse wordt verricht. Indiener is bang voor daling van geluid elders in de wijk. 12. Indiener is teleurgesteld in de participatie van de gemeente Hoogeveen. Terwijl in 2013 al een intentieovereenkomst is getekend. En vraagt zich af waarom het belang van initiatiefnemers en gemeente hoger wordt geacht dan dat van inwoners. Beantwoording: 20.1. De procesbeschrijving van aankoop van de woning wordt ter kennisgeving aangenomen.

Indien grond niet in eigen eigendom is bestaat altijd de mogelijkheid dat er op initiatief van de ander verandering van gebruik of bouw (eventueel na procedure) kan plaatsvinden. Dit is een risico die indiener destijds heeft genomen. 20.2.

Zie reactie 6.1 (bestemmingsplan Erflanden).

20.3.

De woningbouwopgave gaat in dit specifieke geval ten koste van een groenstrook, die ook door de kinderen wordt gebruik als trap- en speelveldje. Zie voor verdere beantwoording ook reactie 1.4 (verlies groen).

20.4.

Zie reactie 9.2 (projectwoningen).

20.5.

Zie reactie 14.3 (kinderspeelveld verplaatst)

20.6.

De mening/stelling van indiener dat het plan dat het welzijn van de huidige bewoners ondergeschikt wordt gemaakt voor de welvaart van de gemeente wordt ter kennisgeving aangenomen. Er wordt ook verwezen naar reactie 13.4 (woningbouwopgave), waarin aangegeven wordt dat de gemeente een wettelijke taak heeft ten aanzien van de woningbouwopgave. Ontwikkelingen van collectief belang kunnen van invloed zijn op het individu. Het plan is in lijn met het vastgestelde gemeentelijke beleid gesteld in de structuurvisie en de woonvisie; de gemeente is om die reden van mening dat de ontwikkeling passend is. Indien er schade wordt geleden kan ook worden verwezen naar reactie 3.3 (waardevermindering).

20.7.

Zie reactie 1.9 (grondprijs) en reactie 2.10 (kavel Damhert 25). De oorspronkelijke prijs bedroeg € 197/m2. Bij grote kavels wordt vanaf een bepaalde oppervlakte een staffel gehanteerd waarbij voor vierkante meters na een bepaalde oppervlakte een ander bedrag wordt gerekend. Dit heeft geleid tot een andere m2 prijs. De prijs kwam daardoor op € 168,-/m2 voor indiener, voor de prijs van kavel 25 verwijzen wij naar reactie 2.10.

20.8.

Zie reactie 3.4 (waardevermindering). 36

20.9.

plannen gewijzigd Het is mogelijk dat plannen, voorafgaand aan de procedure, door voortschrijdend inzicht kunnen wijzigen. Dat indiener zich hierdoor bedrogen voelt door initiatiefnemer, is iets tussen indiener en initiatiefnemer.

20.10. Zoals ook in reactie 20.6 is aangegeven is het een gemeentelijke taak om zorg te dragen voor de woningbouwopgave in de gemeente. Als gevolg van dit plan is het mogelijk om Damhert 25 geografisch gunstiger op de kavel te positioneren. Wij zijn van mening dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening en dat er niet gesproken kan worden over een inschattingsfout van de gemeente. Zoals bij 20.6 ook is aangegeven is het mogelijk dat nieuwe planvorming invloed heeft op de fysieke leefomgeving van omwonenden. 20.11. De Wet geluidhinder biedt de mogelijkheid om hogere geluidsgrenswaarden vast te stellen. De geluidsgrenswaarde voor dit plan bedraagt ten hoogste 53 dB en voldoet aan de bepalingen uit de Wet. Tevens past het afgeven van deze hogere geluidsgrenswaarde binnen het vastgestelde gemeentelijk beleid. In het Reken en Meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2012 is bepaald hoe een akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Hierin is vastgelegd dat gerekend moet worden met een geluidwaarde gebaseerd op een jaargemiddelde (Lden). Eén geluidmeting geeft geen inzicht in het jaargemiddelde geluidsniveau afkomstig van het wegverkeerslawaai. Tevens moet in een bestemmingsplan een waarde worden bepaald voor een periode van 10 jaar. Dit kan niet aan de hand van één meting worden vastgesteld, maar wordt berekend middels de daarvoor geldende richtlijn.

Voor een antwoord op de geluiddaling verwijzen van we naar de reactie zoals gegeven onder 10.2 (geluidpad). 20.12. intentieovereenkomst en participatie Het klopt dat de intentieovereenkomst in 2013 is getekend. In 2018 is overgegaan tot het sluiten van een koop-- en ontwikkelovereenkomst. Daarna is een inloopavond geweest om de plannen te publiceren en is de bestemmingsplanprocedure opgestart. De participatie waar indiener waarschijnlijk op doelt is een term die straks bij Omgevingswet veel toegepast zal worden. Met het tekenen van de intentieovereenkomst in 2013 was het startpunt van de Omgevingswet nog niet gegeven. Participatie waarmee nu geëxperimenteerd wordt in het kader van de Omgevingswet, stond bij het starten van deze bestemmingsplanprocedure nog in de kinderschoenen. Door het plan naast het verplicht ontwerp ook ter voorontwerp ter inzage te leggen hebben we vanuit gemeentelijk oogpunt en procedure geprobeerd om zo veel mogelijk ruimte te geven voor inspraak. Het feit dat we de ruimte geven betekent echter niet dat we het totale plan aanpassen, naar aanleiding van de reacties. Aangaande het punt van speelmogelijkheden is de gemeente de inwoners tegemoet gekomen. Indiener stelt daarnaast dat de gemeente het belang van initiatiefnemer boven de belangen van bewoners van het Bosmilieu-Oost worden gesteld.

Het is mogelijk dat indiener dit zo ziet, zoals in reactie 20.6 en 20.10 al is gesteld is het een gemeentelijke taak om zorg te dragen voor de woningbouwopgave. Wij zijn het dan ook niet eens met hetgeen door indiener gesteld wordt. Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 37

21. Indiener 21 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener zet vraagtekens bij gestelde haalbare normen geluid. 2. Projectmatige bouw hoort volgens inspreker niet thuis in de wijk. 3. Indiener geeft aan dat dit deel van de wijk oorspronkelijk bos zou worden ten tijde van aankoop kavel, nu moet zelfs het groen/speelveldje geofferd worden. Beantwoording: 21.1. Het onderzoek is uitgevoerd conform het geldende wettelijk kader, namelijk het Reken en Meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2012. De resultaten zijn vervolgens getoetst aan de Wet geluidhinder. Uit de toetsing is gebleken dat de situatie aanvaardbaar is. 21.2.

Het standpunt van indiener dat projectmatige bouw volgens indiener niet thuis hoort in de wijk wordt ter kennisgeving aangenomen. Voor een inhoudelijke reactie wordt verwezen naar reactie 9.3 (projectwoningen).

21.3.

Zie reactie 14.3 (kinderspeelveld verplaatst).

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 22. Indiener 22 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener behoudt graag het stuk groen (ipv woningbouw), dat volgens indiener hoort bij het bosmileu. 2. Indiener maakt zich zorgen over de toename van het geluid door de aanleg van de geluidwal. 3. Samenvattend is indiener het niet eens met het plan en vindt het niet correct dat de gemeente bij wil verdienen aan dit plan door de grond voor een lage grondprijs te verkopen. Terwijl mensen die met het groene plan voor ogen de kavels hebben gekocht. Beantwoording: 22.1. Het standpunt dat indiener graag het groen behoudt, hetgeen volgens hem hoort bij het bosmilieu wordt ter kennisgeving aangenomen. Zie ook reactie 1.4 (verlies groen). 22.2.

Zie reactie 10.2 (geluidpad).

22.3.

Het gegeven dat indiener het niet eens is met het plan wordt ter kennisgeving aangenomen. Aangaande de opmerkingen over grondprijs wordt verwezen naar reactie 1.9 (grondprijs).

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 23. Indiener 23 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan dat de m2 prijs niet klopt. 38

2. Indiener geeft aan 1 meter lager te moeten hebben gebouwd, had ook liever normaal gebouwd. Alles moest toen volgens regeltjes. Beantwoording: 23.1. Zie reactie 1.9 (grondprijs). 23.2.

Zie reactie 6.2 (bouwvoorschriften). Doordat bij de walwoningen maatregelen worden genomen zoals een geluidwal en dove gevels is het mogelijk om te voldoen aan de wettelijke normen binnenshuis en kan er in dit specifieke geval op deze locatie een tweede woonlaag worden toegestaan.

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 24. Indiener 24 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener geeft aan in het bosmilieu te wonen en dat de naam impliceert dat hier groen en bos is. 2. Bomen zijn niet aangeplant door gemeente. 3. Walwoningen zijn volgens inspreker niet passend in de wijk en voldoen niet aan de eisen die destijds gesteld zijn voor de wijk. 4. Indiener is van mening dat speelmogelijkheden worden opgeofferd voor woningbouw en dat de speelvoorzieningen schaars zijn in de wijk en nu door dit plan nog schaarser worden. 5. Indiener is van mening dat het plan zorgt voor een planologische verslechtering is. Beantwoording: 24.1. Zie reactie7.1 (bosmilieu). 24.2.

Zie reactie 7.2 (aanplant bomen).

24.3.

De mening van indiener dat projectwoningen niet passend zijn in de wijk wordt ter kennisgeving aangenomen. Hiervoor wordt ook verwezen naar reactie 9.3 (projectwoningen).

24.4.

De mening van indiener dat speelvoorzieningen schaars zijn in de wijk wordt ter kennisgeving aangenomen. Voor een reactie hierop wordt verwezen naar 14.3 (kinderspeelveld verplaatst).

25.5.

De mening van indiener dat het plan leidt tot een planologische verslechtering wordt ter kennisgeving aangenomen.

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan.

25. Indiener 25 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener benoemt dat hij nog steeds achter vorige ingediende inspraakreactie staat. 2. Indiener verbaasd het zich dat de gemeente Hoogeveen zo slecht omgaat met het milieu, fijnstof, stikstof en CO2 in hun buurt. 39

3. De beloofde bomen zijn niet geplant en er worden zelf bomen weggehaald en niet meer terug geplant. 4. Indiener vraagt zich af waar de gemeentelijke visie is rondom verkeer, waarbij het verkeer op de A28 en het stadsverkeer enorm zou toenemen. 5. Volgens indiener is gezondheid en milieu het belangrijkste argument boven alle andere argumenten. En verzoekt raadsleden om hierover na te denken voor de nabije toekomst, nu er nog iets aan te doen is. Beantwoording: 25.1. Dat indiener nog steeds achter de vorige inspraakreactie staat, wordt ter kennisgeving aangenomen. Beantwoording hierop heeft indiener al gehad en is te vinden in de bijlage van het ontwerpbestemmingsplan Erflanden, deelplan walwoningen Damhert 2018. 25.2.

Uw mening over de gemeente Hoogeveen en de handelwijze ten aanzien van milieu, fijn stof e.d. staat los van deze bestemmingsplanprocedure. Wij willen wel opmerken dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan de gevraagde ontwikkeling getoetst word aan geldende milieu wet- en regelgeving. Hieruit blijkt dat de bouw van de walwoningen voldoet aan het toetsingskader.

25.3.

Indien indiener doelt op het leeghalen van het ‘perkje’ ter hoogte van Damhert dan kan hierop aangegeven worden dat er door het groenbeheer gekozen is voor het opnieuw inplanten van het perkje met passende beplanting. Wat betreft de aanplant van de beloofde bomen wordt verwezen naar reactie 7.2 (aanplant bomen).

25.4.

Voor de visie aangaande verkeer wordt verwezen naar de ‘Mobiliteitsvisie Hoogeveen 20172026’. Hierin wordt uit gegaan van een geringe groei in de toekomst en daarna stabilisatie.

25.5.

Indieners standpunt hierin wordt ter kennisgeving aangenomen. Binnen deze planvorming zijn alle onderzoeken ten aan zien van milieu zorgvuldig uitgevoerd en voldoen aan de wettelijk gestelde normen, zie ook hoofdstuk 5 van het ontwerpbestemmingsplan.

Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het wijzigen van het ontwerpbestemmingsplan. 26. Indiener 26 De zienswijze is onder te verdelen in de volgende punten: 1. Indiener heeft in 2015 bewust gekozen voor het bosmilieu met een groene, kindvriendelijke buurt met speelmogelijkheden. 2. De nieuwe walwoningen verstoren volgens indiener het beeld en doet afbreuk aan de wijk 3. Indiener maakt zich zorgen over toename van geluid in de wijk door de aanleg van de geluidwal. 4. Indiener is bang voor waardevermindering van woning. Beantwoording: 26.1. Dat indiener bewust heeft gekozen voor het bosmilieu wordt ter kennisgeving aangenomen. Er wordt ook verwezen naar reactie 7.1 (bosmilieu). 26.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9607387/1