CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Oost_Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020_ontwerp_1

Raadsavond 7 maart 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Oost/Oranjebuurt, deelplan van Echtenstraat 7930.288 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.4.2

Watertoetsproces

Ten behoeve van het uitvoeren van de watertoets is uitgegaan van de volgende gegevens. Er is sprake van een afname aan bebouwing en verharding, immers in de bestaande situatie is het gehele plangebied voorzien van bebouwing en (erf)verharding. Verder zal de Grote Kerkstraat op korte termijn in reconstructie gaan en dan wordt er een gescheiden stelsel aangelegd. Hier zal alvast op voorgesorteerd gaan worden door binnen het plangebied de riolering alvast gescheiden aan te leggen. Met deze gegevens is vervolgens de watertoets uitgevoerd. Algemeen Op 8 december 2022 is het waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Voor het plan geldt dat de korte procedure van toepassing is. Het waterschap gaat akkoord met het plan, mits wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf met bijbehorende aanvullende adviezen. Binnen de procedure voor het bestemmingsplan kan de tekst daarvan toegevoegd worden aan de toelichting van het bestemmingsplan. Het waterschap verzoekt om op de punten waar dat wordt gevraagd de tekst te specificeren voor het plan. Standaard waterparagraaf korte procedure

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 32

11 april 2023

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht.

Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Hierover kan worden aangegeven dat de Grote Kerkstraat op korte termijn in reconstructie zal gaan en dan wordt er een gescheiden stelsel aangelegd. Hier zal alvast op voorgesorteerd gaan worden door binnen het plangebied de riolering alvast gescheiden aan te leggen. Drinkwatervoorziening Beperken nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op het aanbod van schoon drinkwater. Bescherming drinkwaterwinning Het plangebied ligt (deels) in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied van een drinkwaterwinning. De provincie is bevoegd gezag om deze gebieden te beschermen.

In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico's op verontreiniging van het grondwater. Drinkwatervriendelijke functies worden gestimuleerd en aan de overige functies worden specifieke voorwaarden gesteld. Het provinciale grondwaterbeschermingsbeleid voor de drinkwaterwinning is terug te vinden in de Omgevingsvisie van de provincie. Op 24 januari 2023 heeft het waterschap Drents Overijsselse Delta per mail aangegeven in te kunnen stemmen met de waterparagraaf van het bestemmingsplan.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 33

11 april 2023

5.5

Natuur en Ecologie

5.5.1

Normstelling

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte zijn de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld.

Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming.

5.5.2

Onderzoek

Het is noodzakelijk om op basis van de Wet natuurbescherming vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen en andere plannen en activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. Optredende negatieve effecten dienen zo veel mogelijk vermeden of geminimaliseerd te worden. Voor schade aan strikt beschermde soorten kan het noodzakelijk zijn om een ontheffing aan te vragen bij de Provincie Drenthe. In verband hiermee is door onderzoeksbureau Alcedo Natuurprojecten een ecologisch onderzoek uitgevoerd om de eventuele gevolgen van het plan op de beschermde natuurwaarden in kaart te brengen. Het onderzoeksrapport ‘ Quickscan Flora & Fauna Van Echtenstraat 79 Grote Kerkstraat 92 Hoogeveen’ dat in dit kader is opgesteld is als bijlage aan dit plan gevoegd. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de begrenzing van zowel Natura 2000- gebied (ligt op circa 6,4 kilometer afstand) als het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (ligt op circa 1,5 kilometer afstand). Er zijn op grond van de afstand en aard van de ingreep geen negatieve effecten op deze gebieden te verwachten, gezien de barrières die al aanwezig zijn tussen het plangebied en de natuurgebieden. Hierbij moet gedacht worden aan bebouwing, (drukke) infrastructuur en open agrarisch gebied.

Er vindt ook geen aantasting plaats van beschermde natuurmonumenten of belangrijke natuur buiten de Natura 2000-gebieden of het NNN. Stikstofdepositie Woningbouwplannen of vergelijkbare projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn de gebruiksfase van de appartementen. Echter deze zullen gasloos worden gebouwd. Het bestemmingsplan voorziet in het stoppen van een bedrijfsbestemming (garagebedrijf met gebruik van gasgestookte installaties) naar een woonbestemming met daarin ruimte voor 8 Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 34

11 april 2023

gasloos gebouwde appartementen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige gebied ligt op 6,4 km afstand. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Ook voor de aanlegfase is, vanwege de kleinschaligheid van het project, geen stikstofdepositie te verwachten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt hiervoor nog een specifieke berekening uitgevoerd. Deze berekening wordt uitgevoerd op basis van de op dit moment geldende AERIUS CALCULATOR. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning vanuit de Wet natuurbescherming nodig voor de bouw van de woningen. Soortenbescherming Ook voor de soortenbescherming is de Wnb van belang en eventueel het provinciaal soortenbeleid. In de Wnb is bepaald dat beschermde dieren die in de wet zijn aangewezen, niet gedood, gevangen of opzettelijk verontrust mogen worden. Planten mogen niet geplukt of verzameld worden. Verder is het niet toegestaan om nesten, holen of andere vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren te beschadigen, vernietigen of te verstoren. Het bevoegd gezag kan onder voorwaarden een ontheffing van de verbodsbepalingen verlenen.

Vanuit het uitgevoerde onderzoek naar de soortenbescherming is het volgende geconcludeerd. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels kan op basis van de bevindingen van deze quickscan worden uitgesloten; Op de onderzochte locatie kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen zoals holen en burchten van grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn; De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan op basis van de bevindingen van deze quickscan niet worden uitgesloten; De onderzochte locatie functioneert a l s foerageerbied voor vleermuizen en vervult ook een mogelijk onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen, deze functionaliteiten komen niet direct in gevaar door de voorgenomen ingreep; De onderzochte locatie grenst niet aan het NNN en de geplande werkzaamheden zijn van dien aard dat de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast; De onderzochte locatie ligt op 6,35 kilometer afstand van N2000 gebied. Het laten uitvoeren van een Aerius calculatie i s sinds 1 juli 2021 voor de aanlegfase niet meer noodzakelijk.

Op basis van de resultaten van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: Laat aanvullend onderzoek uitvoeren voor vleermuizen volgens het Vleermuisprotocol 2021 om aan te tonen dat vleermuizen de bebouwing benutten a l s vaste verblijfplaatsen. Dit onderzoek dient zich uitsluitend te richten op gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis.

Vanuit deze aanbeveling kan worden aangegeven dat het vervolgonderzoek door onderzoeksbureau Alcedo Natuurprojecten is uitgevoerd. De rapportage daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.

5.5.3

Aanvullend onderzoek

De resultaten van de eerder uitgevoerde quickscan wezen uit dat er aanvullend onderzoek noodzakelijk was voor vleermuizen. Het aanvullende onderzoek heeft uitgewezen dat tijdens dit aanvullend onderzoek de aanwezigheid is vastgesteld van de volgende vleermuissoorten: Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus; Laatvlieger Eptesicus serotinus Rosse vleermuis Nycatalus noctua

Geen van de aangetroffen soorten benut de onderzochte locatie c.q. de te slopen bebouwing als vaste verblijfplaats. De onderzochte locatie vormt een foerageerbiotoop voor vleermuizen en fungeert als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. Door de voorgenomen ingreep zullen geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en zal geen essentieel foerageerbiotoop of vliegroute worden vernietigd. Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 35

11 april 2023

Aanbevelingen Hoewel er geen vleermuizen zijn aangetroffen in de te slopen bebouwing, bestaat er wel het vermoeden van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen in de directe omgeving daarvan. Voorts is geconstateerd dat de omgeving van de onderzochte locatie arm is aan gebouw-bewonende diersoorten zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Dit zou een mooie aanleiding kunnen zijn om de nieuwbouw te voorzien van inbouwkasten voor genoemde soorten. NB: dit is geen verplichting die voortvloeit uit de conclusies van dit onderzoek, maar een aanbeveling. Het staat de initiatiefnemer vrij hier iets mee te doen.

5.5.4

Conclusie

Het onderdeel ecologie staat de planvorming niet in de weg.

5.6

Geluid

5.6.1

Wettelijk kader

Het doel van het akoestisch onderzoek bij ruimtelijke plannen is het voorkomen van geluidshinder bij geluidsgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) door het aanhouden van voldoende afstand ten opzichte van geluidsproducenten (industrie, railverkeer etc.) of het treffen van andere maatregelen. De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan geluidgevoelig objecten mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen.

Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder 'woning' wordt verstaan (art. 1 Wgh): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (art. 1.1)). In art. 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 36

11 april 2023

bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden.

5.6.2

Onderzoek

Door het toevoegen van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen is het noodzakelijk een akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidssituatie op deze locatie. Door onderzoeksbureau Geluidmeesters is vervolgens een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de "Grote Kerkstraat", op de te realiseren appartementen aan de noordzijde van het plan, de voorkeursgrenswaarde (48 dB Lden) overschrijdt. Bij de zuidelijk gelegen appartementen wordt wel voldaan. De maximale ontheffingswaarde (63 dB Lden) wordt niet overschreden. De geluidbelasting van industrieterrein De Wieken bedraagt ten hoogste 50 dB(A) ter plaatse van de te realiseren maatgevende woning. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde en zijn er met betrekking tot industrielawaai geen akoestisch belemmeringen geconstateerd. Met andere woorden er hoeft voor industrielawaai geen hogere waarde vastgesteld te worden. Redelijkerwijs zijn er geen doelmatige en/of effectieve maatregelen mogelijk in de vorm van bron en overdracht om de geluidbelasting van het wegverkeer te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Bovendien wordt de gecumuleerde geluidbelasting acceptabel geacht.

Het bevoegd gezag dient dan ook te worden verzocht een hogere waarde van 60 dB Lden voor het wegverkeer van de Grote Kerkstraat, op de te realiseren appartementen aan de noordzijde van de ontwikkelingslocatie, vast te stellen.

5.7

Milieuzonering bedrijven

5.7.1

Wettelijk kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

5.7.2

Onderzoek

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gevestigd, alleen mar woonbestemmingen. Wel is sprake van een geluidzone industrie. Dit aspect is echter in paragraaf 5.5 reeds behandeld. In dit geval hoeft geen aanvullende toetsing aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' plaats te vinden.

5.7.3

Conclusie

Het aspect milieuhinder staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 37

11 april 2023

5.8

Geur

Bij geur van bedrijven gaat het om de geuruitstoot (emissie) van bedrijven die zich verspreidt via de lucht en een geurbelasting veroorzaakt op de woon- en leefomgeving. Onder geurbelasting (of ‘immissie') verstaan we de geurconcentratie die tijdens een bepaalde tijd op een geurgevoelig object zoals een woning ‘terecht' komt. Deze hoeveelheid kan worden gemeten of berekend. De afstand tussen geuremitterende bedrijven en geurgevoelige bestemmingen is daarbij van grote invloed. Vanwege de geurbelasting op een gebied kan het woon- en verblijfklimaat daar als onvoldoende worden beschouwd om bijvoorbeeld woningbouw te realiseren. Geur van bedrijven heeft dus gevolgen voor het leefklimaat van mensen en voor het gebruik van de ruimte. Uitgangspunt is om alle geurgevoelige objecten te beschermen tegen geuroverlast. Bij de beoordeling van een ruimtelijk plan zijn over geurhinder van bedrijven de volgende vragen relevant: a. b.

Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); Wordt overigens niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen bedrijf en omgeving).

In het algemeen is het zo dat wanneer geurgevoelige objecten op voldoende afstand van bedrijven worden gepland: het woon- en verblijfklimaat a l s goed wordt aangemerkt en niemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad.

Bij het afwegen welke afstand voldoende is, moet rekening worden gehouden met de ligging van de contour behorend bij het aanvaardbare hinderniveau. Deze contour is niet per se een harde grens waarbinnen bouwen niet toelaatbaar is. In de gemeente Hoogeveen zijn meerdere type A, B en C bedrijven gevestigd. Type C bedrijven zijn vergunning plichtig en hebben een vanuit de vergunning een maximale geuremissie contour toebedeeld gekregen. Het cumulatieve effect van alle geur emissies van de omliggende bedrijven is moeilijk in kaart te brengen om dat niet elk bedrijf vergunning plichtig is maar wel geur kan emitteren. Van de emissie bronnen die wel bekent zijn wordt de geur gemonitoord en middels meldingen uit de omgeving gestaafd. Het te realiseren woningbouwproject aan de van Echtenstraat 79 is gesitueerd in stedelijk gebied in een woonwijk. Hiermee is het project aangemerkt als geurgevoelig project. Waarbij de overlast van geur uit de bedrijvigheid in de omgeving zoveel mogelijk dient te worden beperkt. Omdat de omgeving is aan te merken als stadskern, de Oranjebuurt ligt namelijk tegen het centrum van Hoogeveen aan. Het project zelf zal geen of nauwelijks bijdragen aan een andere geurbeleving in de buurt, immers het betreft woningen.

Conclusie Geur Het project Bestemmingsplan Oost/Oranjebuurt, deelplan van Echtenstraat 79 past in de bestaande situatie en zal niet bijdragen aan extra geur dat als hinderlijk kan worden ervaren. Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van geur. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet hiermee aan de criteria uit artikel 2.7a lid 3 van het Activiteitenbesluit.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 38

11 april 2023

5.9

Milieueffectrapportage (MER)

5.9.1

Normstelling en beleid

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt a l s bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

5.9.2

Toetsing en uitgangspunten voor het plan

In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 8 appartementen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Echter, op 1 juli 2017 heeft een wijziging in de wet- en regelgeving plaatsgevonden. Een belangrijk nieuw element in het Besluit m.e.r.. is nu het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er i s geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. Het algemene uitgangspunt bij een dergelijke beoordeling is dat er geen MER Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 39

11 april 2023

hoeft worden opgesteld, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: 1. 2. 3.

de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van het potentiële effect.

In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu als gevolg van de bouw van de woning.

Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.

5.10

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Bij ieder besluit dat de kwaliteit van de lucht kan beïnvloeden moet worden gekeken naar de verwachte luchtkwaliteit en moet worden bepaald of kan worden voldaan aan de grenswaarden die in de Wet luchtkwaliteit zijn opgenomen. Bij bestemmingsplannen is het van belang om te beoordelen hoe de luchtkwaliteit zich gedraagt gedurende de planperiode. Hierbij worden de volgende stoffen beoordeeld: benzeen, kool(stof)monoxide (CO), lood, stikstofdioxide (NO2), zwaveldioxide (SO2) en zwevende deeltjes (PM10; ook wel fijn stof genoemd). De kritische parameters in Nederland zijn fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De overige verontreinigende stoffen waaronder benzeen, lood, zwaveldioxide en koolstofmonoxide bevinden zich in Nederland ruim onder de grenswaarden. De verwachting is dat dit ook in de toekomst zo zal blijven waardoor berekening van deze waarden niet relevant is. Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Op grond van het Besluit en de Regeling dragen projecten met woningbouw waar minder dan 1500 woningen met 1 ontsluitingsweg of 3000 woningen met 2 ontsluitingswegen worden gerealiseerd niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Het woningaantal in het plangebied bedraagt maximaal 8 appartementen aan twee ontsluitingswegen en lijkt het project ‘niet in betekenende mate’ bij te dragen aan de luchtkwaliteit. In dit kader is een ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) toets noodzakelijk. Hiervoor is een NIBM-tool ontwikkeld. Als invoergegevens voor de NIBM-tool is uitgegaan van de volgende invoergegevens: Er worden 8 woningen toegevoegd; 8 x 3/2 voertuigen per woning = 12 voertuigen; 12 x 3 voertuigbewegingen / dag = 36 voertuigbewegingen / dag; 36 voertuigbewegingen / dag x 7 dagen = 252 voertuigbewegingen per week.

Dat resulteert in onderstaande berekening met de NIBM-tool.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 40

11 april 2023

Er kan geconcludeerd worden dat de herontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet Luchtkwaliteit.

5.11

Externe veiligheid

Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie Externe Veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied. Dit onderzoek bestaat uit het in beeld brengen van alle relevante risicofactoren met de bijbehorende risico's alsmede het vaststellen van de invloed hiervan op het plangebied.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 41

11 april 2023

In het plangebied liggen geen risicovolle bedrijven. Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risico (PR10-6)-contouren en buiten de invloedsgebieden van risicovolle bedrijven. Er hoeft dan ook geen toetsing plaats te vinden aan de veiligheidsafstanden op basis van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, zoals verwoord in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor en het water is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vanaf 1 april 2015 van kracht geworden. De dichtstbijzijnde transportroutes voor gevaarlijke stoffen, de A28 en de A37, liggen op ca. 1,3 en 1,8 km van het plangebied. De ruimtelijke ontwikkeling ligt niet binnen een plaatsgebonden risico (PR10-6)-contour van deze wegen. Daarnaast ligt het plangebied ook buiten het invloedsgebied van de A28 en de A37, waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden. Een toetsing aan veiligheidsafstanden op basis van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, zoals verwoord in het Bevt is dan ook niet nodig. Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risico (PR10-6)-contour of in het invloedsgebied van hoge druk aardgasleidingen of andere buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen. De dichtstbijzijnde hoge druk aardgasleidingen ligt op circa 700 meter ten oosten van het plangebied.

Een toetsing aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen is dan ook niet aan de orde. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

5.12

Verkeer en vervoer

Basisuitgangspunt is dat grondgebonden woningen en hun parkeervraag volgens de gemeentelijke parkeernorm volledig op eigen terrein faciliteren. In beginsel zal parkeerregulering zich beperken tot maatregelen die de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en het beoogde parkeergedrag bevorderen of maatregelen die structurele parkeeroverlast bestrijden. Beleidsdoelen parkeren in wijken en dorpen voldoen op eigen terrein en / of in een centrale parkeervoorziening aan de gemeentelijke parkeernorm voor woonfuncties; het beslag op de openbare ruimte voor bezoekersparkeren wordt beperkt om een aangenaam leefklimaat te creëren.

Parkeermodel Wijken en dorpen Het parkeermodel in de wijken en dorpen gaat uit van parkeren op eigen terrein met in tweede Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 42

11 april 2023

instantie aanvullende parkeergelegenheid in het openbare gebied binnen het bestaande wegprofiel of op daartoe aangelegde parkeervakken. In beginsel zijn restricties voor het parkeren gebaseerd op de wegen- en verkeerswet en neemt de gemeente alleen restrictieve maatregelen wanneer de verkeersveiligheid of de leefbaarheid in het geding zijn. In het plan wordt ruimte geboden voor in totaliteit 32 parkeerplaatsen. Deze worden in het binnenterrein gerealiseerd. Er zullen 15 parkeerplaatsen zijn voor de 8 te bouwen appartementen binnen het plangebied. De overige 17 parkeerplaatsen zijn voor een bouwplan aan de Van Echtenstraat 42 te Hoogeveen. Op deze locatie is een voormalig bankgebouw van de Rabobank verbouwd tot 26 appartementen. Voor een deel van de parkeerbehoefte voor deze appartementen is overeengekomen dat 17 parkeerplaatsen van voorliggend plan gebruikt worden voor de appartementen aan de Van Echtenstraat 42. Er is voldoende parkeerruimte aanwezig ten behoeve van het plan.

5.13

Duurzaamheid

Hoogeveen streeft naar een duurzame ontwikkeling in haar gemeente. De gemeente heeft haar ambities op het gebied van duurzaamheid verwoord in de Milieuvisie. Een van de speerpunten is energieneutraal bouwen. Er moet een stap worden gezet naar een duurzame leefomgeving. Belangrijk hierbij is het vergroten van de bewustwording. Duurzaam bouwen is niet alleen het ontwikkelen van een woning die zo lang mogelijk kan voldoen aan onze woonbehoefte. Het is vooral ook een bouwwijze die goed is voor mens en milieu. Het betekent verantwoord omgaan met water, energie, grondstoffen en ook de open ruimte. Duurzaam bouwen vraagt met andere woorden om een integrale aanpak waarbij je bewust vooraf keuzes maakt. Met betrekking tot milieukwaliteit (en daaraan de gezondheidskwaliteit gekoppeld) van woningen, gebouwen en andere bouwwerken kunnen drie belangrijke thema's worden onderscheiden: energiebesparing en toepassing van opties van hernieuwbare energie met a l s doel de terugdringing van de CO2-emissie door de gebouwde omgeving; toepassing van verantwoord materiaalgebruik ten einde de condities voor het milieu te verbeteren; maatregelen gericht op verbetering van het binnenklimaat met het oog op de gezondheid van bewoners en gebouwgebruikers.

Er zijn verschillende strategieën voor het ontwerp van duurzame woningen en gebouwen. In onderstaande afbeelding zijn nog andere verschillende mogelijkheden weergegeven die toegepast kunnen worden bij de bouw van een nieuwe woning.

Ten aanzien van het plan zijn de volgende duurzaamheidsaspecten van belang. halfverharding parkeerterreinen t.b.v. regenwatercapaciteit; beperken verharding d.m.v. halfverharding; zonnecellen op daken voorrang langzaam verkeer bevordert verblijfscomfort Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 43

11 april 2023

toevoegen groen/bomen gasloos bouwen.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 44

11 april 2023

Hoofdstuk 6

6.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

Als opzet voor de planologische regeling van dit gebied, is gekozen voor een verbeelding met flexibele bestemmings- en bouwregels, waarin het door de gemeente vastgestelde beleid wordt omschreven. Hiermee wordt een materiële rechtszekerheid beoogd; alleen activiteiten die in het karakter van het gebied passen zijn toegestaan. De in het plangebied voorkomende stedenbouwkundige kwaliteiten worden door de keuze van de bestemming en de daarin gegeven bouwregels zoveel mogelijk gewaarborgd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro.

Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.

6.2

Regels

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduidingsregels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. De algemene aanduidingsregels geven de mogelijkheid voor algemene aanduidingen, die als een extra laag over meerdere bestemmingen liggen.

In dit bestemmingsplan is 1 van deze algemene aanduidingen aanwezig, te weten: Geluidzone - Industrie 50 dB(A): het betreft een zone die behoort bij het industrieterrein de Wieken, waar "grote lawaaimakers" zijn toegestaan. Binnen de zone moet men bij nieuwbouw rekening houden met grenswaarde van geluid vanwege de industrie of een hogere waarde aanvragen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 45

11 april 2023

Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.

6.3

Verklaring van de bestemmingen

Onder deze bestemming vallen alle wegen, een gedeelte van de vrij liggende fietspaden en een gedeelte van de voetpaden binnen het plangebied. Ook de parkeervoorzieningen vallen onder deze bestemming. De bestemming "Wonen" heeft betrekking op de te realiseren appartementen. Door middel van specifieke bouwaanduidingen is onderscheidt gemaakt in de goot- en bouwhoogten van de woongebouwen.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 46

11 april 2023

Hoofdstuk 7 7.1

Handhaving

Algemeen

Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.

7.2

Beleidskeuzen

Door de gemeente Hoogeveen is een kadernota integrale handhaving vastgesteld. Deze nota is de start van programmatisch handhaven in de gemeente Hoogeveen. Programmatisch handhaven is een structurele en integrale aanpak van de handhaving, waarbij de uitvoering onder andere is gebaseerd op een handhavingsprogramma. Daarbij worden door het bestuur de prioriteiten bepaald en worden handhavingsactiviteiten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. In deze aanpak worden beleid en uitvoering opgevolgd door evaluatie en bijsturing. Programmatisch handhaven is daarmee een cyclisch, democratisch, integraal en transparant proces.

7.3

Inzet gemeentelijk apparaat

Aan de controle van het onderhavige plan wordt binnen de gemeente inhoud gegeven door een aantal ambtenaren die zich continu met handhaving bezighoudt.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 47

11 april 2023

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 48

11 april 2023

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Met dit bestemmingsplan worden de ontwikkelingsmogelijkheden van het plangebied vastgelegd. Er is een informatieavond gehouden om omwonenden en andere belanghebbenden en belangstellenden te informeren over de ontwikkelingsmogelijkheden van het plangebied. Waar nodig wordt er tijdens de vergunningsaanvraag afstemming gezocht met direct omwonenden. Dit is ook overlegd tijdens de informatieavond van de bewoners. Er zijn geen punten naar voren gekomen die invloed hebben op het bestemmingsplan en de wijziging van het bestemmingsplan.

8.2

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten en de risico's voor de uitvoering van het plan worden gedragen door de aanvrager. Deze beschikt over voldoende financiële middelen om het voornemen te bekostigen. Hiermee is aan de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Doel van de grondexploitatieregeling is het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal door de gemeente. De gemeente heeft hierdoor meer sturingsmogelijkheden. Daarnaast kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatie regeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. Hiervoor is tussen de gemeente en de initiatiefnemers een (anterieure) overeenkomst gesloten. Hier zijn onder andere het verhalen van eventuele planschade- en het verhalen van de kosten met betrekking tot het opstellen van het bestemmingsplan in geregeld.

Hiermee is het voor het plan relevante kostenverhaal anderszins verzekerd. De gemeenteraad besluit daarom bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen grondexploitatieplan vast te stellen. Vooroverleg Vanuit het vooroverleg heeft de provincie aangegeven in te kunnen stemmen met het plan en heeft geen opmerkingen op het plan.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 49

11 april 2023

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 50

11 april 2023

Regels

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 51

11 april 2023

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan

het bestemmingsplan ‘Oost/Oranjebuurt, deelplan van Echtenstraat 79’ met identificatienummer NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 van de gemeente ;

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanbouw

een bijgebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

aan-huis-verbonden bedrijf

het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke –geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend;

1.7

aan-huis-verbonden beroep

het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepen van schoonheidsspecialist(e) en mani- en/of pedicure, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, hieronder mede begrepen Bed & Breakfast;

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 52

11 april 2023

1.8

appartementengebouw

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

1.9

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. de levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, danwel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;

1.11

beroeps- cq. bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

1.12

bestaand

de op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een bouwvergunning is verleend danwel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend;

1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.15

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.16

bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.17

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 53

11 april 2023

1.18

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.19

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.20

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.21

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.22

bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.23

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.24

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.25

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

1.26

erf

de oppervlakte van een bouwperceel binnen de bestemming "Wonen", met uitzondering van de oppervlakte van het bouwvlak;

1.27

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, waaronder mede een carport wordt verstaan;

1.28

geluidbelasting vanwege een industrie-/bedrijventerrein

de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen op een industrieterrein, daaronder niet begrepen het geluid van motorvoertuigen op de openbare weg; Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 54

11 april 2023

1.29

geluidbelasting vanwege een weg

de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten;

1.30

geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting, genoemd in artikel 2.4 van het Inrichting- en vergunningenbesluit milieubeheer van 5 januari 1993 houdende aanwijzing van categorieën inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.

1.31

hoofdgebouw

Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.32

kampeermiddel

tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel, werkzaam op het kampeerterrein waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst;

1.33

kap

een gesloten en (overwegend) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk, bestaande uit ten minste één niet horizontaal vlak;

1.34

langskap

een kap met de nokrichting evenwijdig aan de weg waaraan de woning is gelegen;

1.35 1. 2. 3.

peil

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang danwel vanaf enig ander vast punt in de omgeving; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);

1.36

perceelgrens

de scheiding tussen percelen die niet aan eenzelfde eigenaar behoren danwel niet door eenzelfde gebruiker worden gebruikt;

1.37

platdak

horizontaal of nagenoeg horizontaal gelegen dak;

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 55

11 april 2023

1.38

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.39

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.40

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.41

voorkeursgrenswaarde

de streefwaarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;

1.42

voorgevel

het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw;

1.43 a.

b.

voorgevelrooilijn

langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de a s van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing a l s onder a bedoeld aanwezig i s en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de a s van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de a s van de weg;

1.44

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s).

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 56

11 april 2023

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6

de afstand tot de perceelsgrens

de afstand tussen de perceelsgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 57

11 april 2023

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegverkeer; voet- en rijwielpaden; groenvoorzieningen; het gebruiken van 17 parkeerplaatsen ten behoeve van het adres Van Echtenstraat 42 te Hoogeveen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - parkeren 1’; parkeervoorzieningen ten behoeve van de 8 appartementen in het plangebied, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - parkeren 2’;

met daaraan ondergeschikt: a. b. c. d.

nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag; gebouwen ten behoeve van het wegverkeer, zoals bushokjes;

met de daarbij behorende: a. b. c.

verhardingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

voor het bouwen van gebouwen geldt de regel dat op of in deze gronden mogen geen gebouwen gebouwd mogen worden, met uitzondering van: a.

b.

de in lid artikel 3 lid 1 sub e en/of f genoemde gebouwen, mits: 1. gebouwen binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de hoogte niet meer dan 3,0 meter bedraagt; 3. de bruto-oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m²; de gebouwen zoals genoemd onder lid artikel 3 lid 1 sub l, mits; 1. de hoogte niet meer dan 3,0 meter bedraagt; 2. de oppervlakte niet meer dan 15 m² bedraagt;

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de hoogte van de in lid artikel 3 lid 1 sub k genoemde bouwwerken mag, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 1,5 meter bedragen; de bruto-oppervlakte van de in lid artikel 3 lid 1 sub k genoemde bouwwerken mag, voor zover het bouwwerk bovengronds wordt geplaatst, niet meer dan 2 m² bedragen; de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan die zoals genoemd onder lid artikel 3 lid 1 sub g en sub k en anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3,0 meter bedragen; de hoogte van zend-/ontvangstinstallaties ten behoeve van de openbare orde mag niet meer dan 40 meter bedragen.

3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a.

de verkeersveiligheid;

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 58

11 april 2023

b. c.

de sociale veiligheid; e n een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

3.4 a. b.

c.

Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4 sub a, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of het laten gebruiken van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of het laten gebruiken van de gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. 3. Het niet ter beschikking stellen en laten gebruiken van 17 parkeerplaatsen binnen het plangebied ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van parkeren – parkeren 1’ ten behoeve van het adres Van Echtenstraat 42 te Hoogeveen. burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Oost/Oranjebuurt,deelplan v Echtenstraat 79, 2020 ontwerp

NL.IMRO.0118.2020BP8013004-ON01 59

11 april 2023

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

woningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen; woonhuis; appartementencomplex;

met de daarbijbehorende: a. b. c.

andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen en erven;

4.2

Bouwregels

4.2.1

Bebouwing

Voor het oprichten van bebouwing is, tenzij uit archeologisch onderzoek anders is gebleken, verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de bebouwing meer bedraagt dan 5000 m² en de bodemingreep dieper is dan 30 cm, met dien verstande dat: 4.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels gelden: a. b. c. d.

e.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', dienen hoofdgebouwen gestapeld te worden gerealiseerd; de goot- en/of bouwhoogte van de woningen zullen ten hoogste de in de aanduiding “maximum goothoogte (m)" en "maximum bouwhoogte (m)” aangegeven goot- en/of bouwhoogte bedragen; Een hoofdgebouw dient voorzien te worden van een dak waarbij de dakvorm gerealiseerd dient te worden conform de aanduiding op de verbeelding met dien verstande dat; 1. ter plaatse van de aanduiding 'plat dak' dient voorzien te worden in een plat dak; 2. ter plaatse van de aanduiding 'langskap' dient voorzien te worden in een langskap; de dakhelling van een woning zal ten minste respectievelijk ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'minimale-maximale dakhelling (graden)' aangegeven dakhelling bedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13820882/1