Gemeenteraad transcript
Tekst van het document
Zoals het nu lijkt is er sprake van een sluitende meerjarenbegroting en dat is voor ons belangrijk en dat was de opdracht vanuit Schone Lei en het was de wens vanuit de coalitie-onderhandelingen met Gemeentebelangen, de Partij van de Arbeid en VVD. Wij zijn ook met deze partijen doorgegaan en ook met het nieuwe college met de ingezette lijn vanuit Schone Lei en daarbij hebben we onze inbreng vanuit de ChristenUnie op onze manier in gehad. Daar mogen we trots op zijn, maar denk trots is misschien niet het goede woord, maar we moeten vooral alert zijn. Dat heb ik de vorige keer ook al gezegd bij de presentatie van het coalitieakkoord. We moeten wel alert blijven op onze financiën in onze reserves. Wat waarderen wij nou als positief van deze kaderbrief? We spreken onze waardering uit voor de doorvertaling van de financiële opgave vanuit de coalitieonderhandelingen. De opgave van 1,4 miljoen extra voor 2023 en de jaren erna, dat is het behaalde resultaat als coalitie. Met name ook de inzet op arbeidsparticipatie vinden wij een mooi resultaat. Andere collega’s hebben daar al ook wel soortgelijke opmerkingen over gemaakt en het gaat ons vooral erom voor die inwoners die een steuntje in de rug nodig hebben in de remedie tegen armoede en schulden en jongeren die zonder diploma zijn en statushouders met taalachterstand.
Dat is wat ons betreft de achtergrond en inhoud van die 200.000 die in de kaderbrief wordt aangereikt. Tegelijkertijd noemen we hier ook het schrappen van de taakstelling op de samenwerkingsorganisatie. We zijn positief over het feit dat er geen aparte bezuinigingsoperaties meer moeten worden opgelegd aan de organisatie, zeker aan onze ambtenaren. Met de organisatieontwikkeling vanuit het rapport Van eiland naar weiland ligt er wel een basis om te werken aan die gemeenschappelijke organisatie en de gemeente, die dit werk ook kan uitvoeren. Nou, die lijn hebben we altijd gehanteerd als ChristenUnie en dat blijft ook wel de uitdaging. Ik denk dat ook daar wel door andere
collega’s al het een en ander over is gezegd. De uitdaging dat er heel veel vacatures zijn en dat personeel niet zomaar voorhanden is. Dus daar ligt echt wel een taak voor de toekomst. We zijn ook positief over de constatering van het college en ik noem nu ook het zakencollege, want die stond al aan het begin bij de kaderbrief zonder oplegger. We zijn positief over het feit dat de taakstelling op het sociaal domein niet realistisch bleek en dat raakt vooral niet ons denken natuurlijk, in onze visie als ChristenUnie, maar het is vooral belangrijk voor onze inwoners die in kwetsbare situaties leven, werken en wonen. Het CDA noemde het omzien naar elkaar, dat is een belangrijke waarde die wij ook gewoon hanteren, maar dat mogen we denk ik breed als raad ook omarmen. Wat is onze zorg nu voor de toekomst? We horen en zien het om ons heen. Vele crisissen met veel effect op Hoogeveen. Er zijn wel allerlei opmerkingen over gemaakt. Energiearmoede, inflatie, hoge energieprijzen, de oorlog in Oekraïne met vluchtelingen die ook hier in Hoogeveen leveren, de krapte op de arbeidsmarkt. Er is veel onzekerheid over onze toekomst, ook in duurzaam opzicht.
Het laat zien dat we de wereld niet maken, die is niet maakbaar en dat veel van buiten Nederland en vanuit de globalisering effect heeft ook op onze gemeente en tegelijkertijd blijft het onze opdracht om te leven en te leren leven met een crisis en onzekerheid en dat vraagt ook dat we daar ook kritisch op zijn. In de toekomstige begrotingen zullen we die risico’s mee moeten wegen. Zoveel als mogelijk en die uitdaging die ligt voor ons wat mij betreft en onze fractie ook voor de begroting in dit najaar. Welke risico’s zien we nog voor Hoogeveen vooral, als ChristenUnie? Naast de risico’s die ik al genoemd heb, willen we ook de vinger leggen bij de noodzakelijke investering met betrekking tot de brandweer en het zwembad. Een aantal collega’s hebben dat ook genoemd. Dus de kaderbrief die spreekt hier wel heel kort over. Onze zorg is of de wensen met betrekking tot de nodige investeringen op redelijke termijn haalbaar zijn. Tot slot wil ik het zogenaamde accres noemen. Accres, moeilijk woord, ik heb het eens opgezocht, maar heel simpel, wat het Rijk geeft aan een gemeente in het gemeentefonds betekent voor ons nu de trap op en ik had een trap mee willen nemen, maar die is thuis. ‘…’ zeggen.
Maar Brand heeft wel trappen, maar die ga ik zeker niet tillen, maar ik had een klein trapje … Maar even weer terug, wat het Rijk dus aan de gemeente in het gemeentefonds geeft, is dus de trap op. Daarin zien we in onze inkomsten ook dat we een groot deel afhankelijk zijn van het Rijk en die stijgende lijn is nu zichtbaar, maar wanneer gaan we de trap af? Nu zijn we blij dat we de trap opgaan met de herverdeling van het gemeentefonds en ik noem ook even de extra middelen voor de jeugdzorg. Die was eerst gepland op 75 procent, nu 100 procent. Dus laten we ons niet rijk rekenen. 2026 is ook genoemd ook als een soort ravijnjaar. Het is nu sluitend, maar de risico’s en dat proces van trap af, dat komt een keer op onze gemeente af en dat is ook ons gesprekspunt voor een debat. Wat als we de trap weer af moeten vanuit het Rijk? Dus minder inkomsten krijgen in de toekomst. Hoe moeten we dan als gemeente handelen? Dat vinden wij als ChristenUnie een belangrijk gesprekspunt voor de debatronde. Dat is onze bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, dan hebben we alle fracties in de eerste termijn gehad en kijk ik voor beantwoording van een aantal vragen, maar ook opmerkingen naar de kant van het college en daarvoor geef ik eerst het woord aan wethouder Reneman. De heer Reneman: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel ook raad.
Ik vind dat in de bijdrages die u allemaal heeft gegeven ook wel duidelijk wordt dat het een best moeilijke situatie is waarin we verkeren. Soms is het heel fijn dat je heel veel geld hebt en soms is dat ook best lastig omdat je moet wegen hoe je dat geld moet zien in relatie tot de risico’s die nog op ons afkomen. Wat is hierin wijsheid en hoe voorzichtig moet je de komende tijd zijn en hoe zeer kan je vooruitlopen op het overhouden van geld? Ik zal er straks wat meer over zeggen, maar het is overduidelijk dat de gemeente, het gemeentebestuur, zich op een andere manier heeft moeten verhouden tot zijn begroting dan dat in de afgelopen jaren is geweest. De tijd van doorsaneren en steeds maar blijven sparen, die tijd laten we wel achter ons en de vraag is van wanneer we dat achter ons laten. Is dat vandaag? Is dat bij de begroting over een paar maanden? Is dat in het voorjaar van volgend jaar
als we de kaderbrief maken voor de begroting daarop? Ik ga pleiten voor dat laatste. Ik ga pleiten voor rust en voorzichtig opereren, maar wel het herijken van de uitgangspunten die we steeds met elkaar hebben gemaakt in het financiële beleid en dat moet ook gebeuren, want op een gegeven ogenblik heb je genoeg gespaard en op een gegeven ogenblik ben je gestand voor de risico’s die er zijn en heb je ook altijd genoeg tijd om je weer aan te passen aan de onzekerheden die er zijn. Maar de vraag is van wanneer doe je dat? Wanneer heb je vaste voet onder de grond, wanneer heb je voldoende zicht op de risico’s en heb je ook zelf het goede gevoel dat dat goed is? En ik zelf vind het nu te vroeg. Het is te vroeg om nu in te grijpen in de begroting zoals die en de kaderbrief zoals die voorligt. Het voorstel om bijvoorbeeld de ozb niet te indexeren vind ik echt geen goed voorstel. Kunnen wij nu niet uitvoeren omdat wij niet weten, als wij alle PM-posten invoeren en als we alle risico’s gaan meenemen in de begroting voor in november, of dat ook nog steeds leidt tot een sluitende begroting. Dus het amendement van het CDA dat kunnen wij gewoon nu niet uitvoeren.
Als het CDA zou willen zouden ze het amendement weer terug moeten brengen op het moment dat de programmabegroting wel gemaakt is, want dan kan je wel zien wat het effect zou kunnen zijn van zo’n ozb, niet indexatie op het meerjarenbeeld. Dan heb je daar een veel beter beeld van. Dat is nu … Maar dat zou ik nog steeds te vroeg vinden. Ik zou het beter vinden om te herijken op het beleid in de kaderbrief van 2024, van het voorjaar van volgend jaar, maar dan komt het op het niveau van ja, is het verstandig, als je dan zeker weet dat het ook kan in het meerjarenbeeld. Dus ik vind het ook een … Met elkaar moeten we hier denk ik de goede lijn in vinden. Dat je de voorzichtigheid die we hadden, die kunnen we voor een deel achter ons laten, maar we moeten wel vaste voet onder de grond krijgen hier. Ja, kijk en een aantal van u zegt van ja, is het nou wel … U gaat vrij snel naar de ozb, maar de trap die we steeds hebben, is op het moment dat we geld tekort komen om het sluitend te moeten maken. Het eerste waar we in snijden zijn de uitgaven. Dat is het eerste wat we doen. Dat is niet meteen gaan bedelen bij de burgers van zouden we wat extra geld kunnen krijgen.
Nee, het eerste wat gebeurt is dat er gesneden wordt in de uitgaven en daar zit in Hoogeveen wel echte probleem, omdat we al een groot aantal jaren gesneden hebben in de uitgaven en dat de mogelijkheden die er zijn om daar nog verder op te bezuinigen, die zijn niet zo groot. Vandaar dat in zo’n kaderbrief ook steeds er achter vandaan komt als dat niet lukt, dan moeten we wel met de pet rond bij onze burgers. Dus dat trapje, zoals dat voorgesteld wordt, lijkt mij nog steeds de juiste trap om af te wandelen en de ozb is als laatste aan bod. Nog even iets terug naar de risico’s. Mevrouw Pullen had het er ook al over, wanneer gaan we de trap op en wanneer gaan we de trap af? Zoals u weet, we hebben er ook bij de jaarrekening erover gehad. Het is ontzettend bewegelijk het geld wat wij van het Rijk krijgen en daar kunnen we heel slecht op begroten. Zowel naar de ene kant toe als naar de andere kant. Nu is dat gesprek met het Rijk wel volledig opengemaakt en bijvoorbeeld de huidige volumes, die met de trap opgaan voor de komende vier jaar, zijn door het Rijk gegarandeerd en dat moet u weten, op het moment dat het Rijk zegt van u gaat met mij ons de trap op, maar het Rijk blijkt bijvoorbeeld al het geld dat ze willen uitgeven niet uit te kunnen uitgeven, kan je weer later weer gekort worden.
Nou, daarvan hebben we met elkaar afgesproken, heeft het Rijk wordt gezegd, dat doen we deze jaren niet. Dus daar zit al wat meer rust in het geld dat we van het Rijk krijgen en de minister van Binnenlandse Zaken heeft ook toegezegd dat ze gaat nadenken, samen met de minister van Financiën, over hoe er meer rust kan worden gebracht in de gelden die wij krijgen vanuit het Rijk. Dus dit onderwerp is de komende jaren ook aan bod en misschien worden we gewoon geholpen in de afspraken die het Rijk en de gemeente daarover gaan maken. Herijking van de afspraken die we hebben gemaakt in Schone Lei zijn sowieso noodzakelijk, gegeven het feit dat er een aantal investeringen die we voor ons uitschuiven of die we bewust wat later hebben gedaan, dat die gewoon toch op ons afkomen en de brandweerkazerne is daar een voorbeeld van. De heer Van Rijn vraagt van kan het niet sneller. Nou, de brandweerkazerne heeft zo zijn eigen proces, daar moeten onderzoeken gedaan worden. Dus dat proces wordt gewoon volop gelopen en u vindt het nu niet terug in de begroting omdat nog niet duidelijk is dat het in de begroting zou moeten en wanneer dat dan is en voor welk bedrag, maar we moeten ook eerst met de raad afspreken dat we ook op een andere
manier, dat we meer investeringsvolume zouden kunnen maken om ook te kunnen investeren. Dus dat zijn de eerste afspraken die gemaakt moeten worden. De brandweerkazerne kan eigenlijk niet sneller dan dat het nu gaat en dat heeft niks te maken met of het wel of niet is opgenomen in de begroting, maar het maakt wel duidelijk dat de stilstand die we de afgelopen jaren hebben gehad of de beperking die we hebben gelegd op de investeringen, dat dat langzaam maar zeker ook gewoon los moet en dat betekent ook dat we meer geld moeten gaan lenen en daarmee gaan we ook weer meer risico’s naar de begroting halen. Nou, dan moeten we wel goed met elkaar wegen. Ik blijf erbij dat het onverstandig is om nu op een andere manier de programmabegroting in te zetten. Ik zou, u kan geld schrappen uit de programmabegroting, dat is voor de wethouder Financiën geen enkel probleem, maar als u zegt van ik wil minder ozb hebben, ik zou dat een slecht idee vinden. Als u het echt wil hebben voor de programmabegroting van 2023, laat het dan terugkomen in het najaar, want dan hebben we ook een goed beeld over wat het effect daarvan is op het meerjarenbeeld. Ik zou het dan ook weer niet zo heel erg verstandig vinden, maar dan ga ik er nog vanuit dat het past ook. Dat brengt me ook op het volgende punt.
We hebben een verhoging van de ozb en verhoging van de ozb en indexatie van de ozb is gewoon het volgen van de prijzen. Het volgen van de prijzen, dat doen wij om onze uitgaven en onze inkomsten met elkaar in balans te houden, want we hebben gewoon een prijsstijging aan de kant van onze uitgaven. Dat betekent dat we aan onze inkomsten ook gewoon meer vragen en aan de ozb. Dat is een heel automatisch gevolg en de ozb-verhoging zou eigenlijk zijn dat je bovenop de indexatie nog weer verhoogt. Dat zou een echte ozb-verhoging zijn. Dat was voorgesteld een Schone Lei. Die later ook weer getemperd is in de begrotingsraad over de begroting van 2021. Indexatie is automatisch, moet je eigenlijk steeds doen wil je je inkomsten en je uitgaven in balans hebben. Heb je een begroting in balans en is alles hetzelfde en je indexeert niet aan je ozb-kant, dan is de enige manier waarop je dat kan oplossen is door te bezuinigen. Nou, dat is de enige manier waarop het moet en het is ook niet zo dat als je de indexatie toepast als een prijsverhoging op de ozb, dat het dan ook meteen betekent dat het gewoon op de bankrekening van de gemeente terechtkomt. Het is gewoon het in balans houden van de inkomsten en de uitgaven.
Ik heb bij de jaarrekening al wat verteld over wat het effect van een ozb verhoging is op de algemene prijsstijging in Nederland, maar dat laat ik even voor wat het is, want ik vind het CDA wel heel duidelijk hebben gemaakt van waarom zij er veel moeite mee zouden hebben en ervoor pleiten om de ozb niet te indexeren. Dat voor wat betreft de ozb-indexatie. Ik ga even naar Forum voor Democratie. Dat is eigenlijk een hele fundamentele kijk op hoe zou je om moeten gaan met geld. Je moet eigenlijk met elkaar beslissen over wat vinden we nou echt belangrijk als je geldschaarste hebt en wat moet je dus zeker geld voor vrijmaken en zijn er dingen die je ook nice-to-have hebt. We hebben als zakencollege geprobeerd om een kerntakendiscussie met de gemeente te starten. Dat gaat hier eigenlijk over, van wat is strikt noodzakelijk en wat is niet noodzakelijk en waar dat steeds op terug valt is dat het gewoon heel erg politiek is. Dus eigenlijk wat je zelf vindt. Als je zelf vindt dat een cultuur in stand moet worden gehouden in weerwil van het feit dat het misschien slecht weer is in de economie en dat daar misschien meer ozb voor gegeven moet worden of niet.
Dat is echt een politieke kwestie en als u dat gesprek aan wil met de raad dan moet u dat ook gewoon doen en gewoon moties indienen en dan ziet u vanzelf hoe dat loopt in de raad, maar vanuit het college is daar niet echt, dat kan je niet knippen. Dat is toch gewoon een politieke zaak. En het is terecht dat je niet zomaar de ozb kan verhogen. Het kan niet zo zijn dat je in de problemen zit in je financiën, dat je dan de ozb verhoogt en daarom is ook altijd de enige juiste stap eerst om te kijken naar de uitgaven, wat kan je daar nog in doen en dan pas daarna verhoog je de ozb. Dat heeft er ook mee te maken dat het anders wel erg makkelijk wordt om je begroting steeds sluitend te krijgen zonder dat je steeds kritisch ben over de uitgaves die je doet. Nou, dus dat trapje zit ook gewoon in de kaderbrief, dus als u die vaststelt blijft dat ook het trapje. Ik ga nu even de fractiebijdrages af, voorzitter. Voor zover ik dan nog niet in deze inleiding heb gearresteerd allemaal. De heer Klok verwijst nog een keer naar drie opdrachten die hij geeft aan het college. Nou, die zijn niet voor dovemansoren. De fysieke aanwezigheid, daar zal de heer Zwiers wat over vertellen. Professionalisering van de organisatie en financiën verder op orde brengen. Ja, dat zijn ook
drie belangrijke prioriteiten, maar niet de enige van het huidige college. U vraagt zich ook af hoe zit het met de Stip-gelden die vrijvallen. Nou, het is niet zo dat als gelden vrijvallen dat ze dan ook binnen dat begroting onderdeel blijven. Vrijval betekent naar de algemene middelen en als iemand dan een goed idee heeft waarmee hij ondernemers kan helpen, dan kan daar geld voor vrijgemaakt worden weer vanuit diezelfde algemene middelen. De heer Van Eck die vroeg zich af van hoe we het juiste aas zouden kunnen krijgen om mensen uit de toch wel beperkte visvijver te halen. Wat van Eiland naar een weiland heel duidelijk maakt en wat ook de huidige gemeentesecretaris van Hoogeveen vaak zegt, het is een soort, de SWO is een beetje een verwaarloosde organisatie en die verwaarlozing moet er echt eerst uit en er moeten ook echt nieuwe mensen komen, zodat er ook een nieuwe propositie met een nieuw elan kan worden gesteld en wij en het SWObestuur, samen met De Wolden, wij hebben twee nieuwe directeuren aangesteld. Eén is onze eigen gemeentesecretaris en de andere is de gemeentesecretaris in De Wolden. Daar hebben we ook echt heel veel vertrouwen in. Die moeten dat proces van nieuw elan en de nieuwe missie ook weer zich eigen maken en dat ook weer uitdragen.
Dat moet ook weer deel worden van de organisatie en dan ben ik ervan overtuigd dat de propositie die wij kunnen doen aan mensen echt een goede kan zijn. Alleen dat is wel iets van lange adem. Het kost wel even tijd. Het is ook zo dat heel veel mensen hebben het natuurlijk heel erg naar hun zin gehad in de manier waarop georganiseerd was in het verleden. Alleen dat is niet houdbaar voor de manier waarop we de toekomst in moeten gaan en dat die mensen dan ook weggaan hoort daar ook gewoon bij. Dat is gewoon een proces wat eigenlijk ook in zekere zin, tot op zekere hoogte, gewenst is. Dus ja, we zullen dat elan erin moeten brengen. Dat zullen we vooral ook vragen van de directie van SWO. Ja en ik durf best de stelling aan dat zij geen luie tuinmannen zijn als het gaat om de verbetering van SWO. De heer Van der Meer vraagt zich af wat het tempo van sparen. Nou, die kwestie heb ik net ook al aan snee gehad. Van op een gegeven ogenblik hebben we genoeg gespaard en moeten we ook de beleidsuitgangspunten die we willen realiseren, of de beleidsdoelen die we willen realiseren, moeten we goed in kaart hebben. Ik heb wat verteld over de indexatie. Nou, u zegt van nou, misschien kan het wel de helft van de inflatie zijn of zo, maar dan schiet je eigenlijk meteen een gat in de begroting, zoals ik net heb geprobeerd uit te leggen.
Vroeg ook nog hoe zit het met het eigen vastgoed verduurzamen. Nou, wij hebben voor de verduurzaming van het vastgoed geen geld en we hebben zelfs geen geld om het onderhoud van ons eigen vastgoed op het juiste niveau plaats te laten vinden. Er heeft net een inspectie plaatsgevonden van het vastgoed. Daar komt ook een behoorlijke vraag naar geld achter vandaan. Wij hebben gevraagd aan onze ambtenaren om daar nog eens een keer goed naar te kijken van welke maatregelen zijn mogelijk om het onderhoudsbudget naar beneden te brengen en dan moet u bijvoorbeeld denken aan kunnen we niet gewoon een paar slimme investeringen doen zodat er minder onderhoudsgeld in de toekomst nodig is? Nou, dat wordt nog verder uitgezocht en er zal vanzelf naar de begroting komen wat daar de financiële gevolgen van zijn, maar dat die er zijn is zeker. Even kijken. Mevrouw Rutgers had het niet vragen voor het college. Nou, de heer Pomper die had het over de externe factoren waar we zo van afhankelijk zijn. Ik heb het net een beetje geplaatst in het licht van de onzekerheid van het geld dat wij krijgen van het Rijk, maar ook de onzekerheid om ons heen is behoorlijk groot. Ook het economisch tijdsgewricht is natuurlijk heel bijzonder waar we in zitten.
Met ontwikkelingen die er zouden kunnen leiden tot een hele snelle stagnatie van onze economie, dan wel dat het ook misschien nog wel heel erg mee zou kunnen vallen. Dus het is ook nog wel echt onzeker, dus ik onderschrijf dat zeer. Dat betekent ook dat je vanuit financiën steeds prudent wil blijven op het geld, want onzekerheid kan je eigenlijk alleen maar goed te weer stellen, dat kun je alleen goed aangaan met een goed gevulde spaarpot, maar de heer Van Rijn heeft gevraagd naar de brandweerkazerne. Heb ik net antwoord op gegeven, ook naar het voorzieningenniveau. Ja, ik heb de vorige keer gezegd dat wij niet een afschaling van het voorzieningenniveau hebben voorgesteld, omdat we dat ook niet nodig vonden. Wij hebben in het trapje dat we hebben vastgelegd voor het komen tot een sluitende begroting, hebben we gezegd we gaan eerst kijken naar onze uitgaven en dan in het bijzonder naar het afschalen van het voorzieningenniveau, mocht het nodig zijn om de begroting sluitend te krijgen.
Nou, dat is niet nodig om de begroting sluitend te krijgen, dus doen we dat ook niet en daarmee wordt het ook voor u gewoon een politieke kwestie. Als u wilt dat het voorzieningenniveau naar beneden gaat, moet u daarvoor een voorstel doen aan de gemeenteraad en als de gemeenteraad daarmee akkoord gaat dan zullen wij daar zeker aan werken en verder is het uit handen van het college. Ja, u vraagt of er een echte risicoinschatting is voor de rente-effecten. Dat is er zeker. Dat vindt u ook steeds terug in de programmabegroting. Dat vindt u bij het weerstandsvermogen. De effecten van de rentestanden, dat is een onderdeel van ons risicomanagement dat echt goed op orde is. Nou, u vroeg zich ook af of het schrappen van de SWOtaakstelling wel realistisch is. Nou, die is zeker realistisch in de zin dat SWO-taakstellingen, die staan niet op zichzelf. Het is niet zo dat wij aan de directie van SWO vragen nou, doet u het maar gewoon minder met een miljoen euro. Dan zal de directie van SWO zeggen ja, maar wat u moet doen, u moet gewoon ons minder taken geven en dat is het eerste waar u in moet schrappen zijn de taken. Nou en we hebben uitgelegd in de kaderbrief, omdat wij minder taken hebben geschrapt dan aanvankelijk de bedoeling was en het zit met name op het sociaal domein, is er dus ook geen enkele reden om ook minder ambtenaren daarvoor volop aan het werk te nemen.
Op dat terrein aan het werk te hebben. Nou, het CDA, ik ben het er helemaal mee eens, voorzichtig aan, er zijn nog veel onzekerheden. Werven personeel, ben ik ook op ingegaan. Als het gaat om het versnellingsteam, een actieve grondpolitiek. We komen nog met een nota grondbeleid, die heeft het vorige college teruggetrokken. Eerst komt er dan een woonvisie en met die nota grondbeleid zullen we ook het gesprek aangaan hoe actief het grondbeleid zou moeten zijn of niet. Dan kom ik bij de ChristenUnie, voorzitter, alert blijven over de financiële situatie, jazeker. Veel vacatures, daar ben ik ook op ingegaan. Ik denk dat ik alles zo een beetje gehad heb, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Zwiers. De heer Zwiers: Dank je wel, voorzitter. Ja, er is al heel veel gezegd. In de fracties heb ik ook heel veel gehoord over ja, het versnellingsteam aan de ene kant, maar ook over de dorpshuizen en de wijkhuizen. Aan de andere kant, het zegt ook iets over het belang wat we met elkaar hechten volgens mij aan ontmoeten. Aan toch ook wel de zorg die we hebben voor of dat wel blijft. Dus ik wil een aantal zaken ook gewoon even puntsgewijs ingaan en ik wil beginnen met het versnellingsteam. Als het gaat om in ieder geval het wonen, waar we een grote opgave hebben.
U bent daar ook nog in bijgepraat afgelopen dinsdag over de stand van zaken van de woonvisie en daar hebben wij ook laten zien welke richting we op denken en dat die woonvisie ergens in het voorjaar van 2023 het licht zal zien. We hebben daar ook in aangegeven dat het nog een zoektocht is welke woningen we precies moeten bouwen en daar willen we ook echt voldoende zorg en aandacht aan besteden. We hebben ook aangegeven dat we daarvoor ook in gesprek gaan met de samenleving. Verder in gesprek gaan met de samenleving. Dat we dat dan moeten proberen te versnellen, dat vinden we volgens mij ook allemaal, dat we dat zo snel mogelijk moeten doen en wat er dan precies inhoudt, dat gaan we de komende maanden uitvinden, wat we daarin kunnen en wat voor mogelijkheden we zien om hetzij in instrumenten, hetzij in maatregelen te komen tot de versnelling van wellicht doorlooptijden. Dat zal geen sinecure zijn. U heeft zelf al een aantal opmerkingen gemaakt over hoe moet dat dan met de bezetting en wie gaat dat dan allemaal doen. Dat zijn allemaal terechte vragen. Vragen die nog niet beantwoord kunnen worden. We zijn immers vier weken na de installatie van het nieuwe college en u moet nog besluiten of u het geld daarvoor beschikbaar wil stellen. Dus wij zijn daar desondanks wel al mee aan de slag en de eerste gesprekken daarover die hebben we gehad.
Ambtenaren zijn ook volop bezig om daar alvast voor de volgende gesprekken voorbereidingen op te treffen. Dat we daarin wellicht een aantal instrumenten zouden kunnen inzetten, bijvoorbeeld track and trace, dat is denk ik een suggestie die we kunnen meenemen in het versnellingsteam, om daar goed naar te kijken en zo zijn er waarschijnlijk nog wel een aantal andere zaken die voor de bril komen, maar ik denk wel dat het belangrijk is dat wat we doen, dat er een goed samenspel is van
instrumenten en maatregelen en dat we dat niet kunnen focussen op één instrument of op één maatregel. Het zal een goed samenstel van maatregelen moeten zijn. Daar streven we ook naar en zoals gezegd, er komen we voor de begroting, maar wel na het reces op terug. Dan de buurt- en wijk- en dorpshuizen. Ja, de bezuiniging is geschrapt. Dat wil niet zeggen dat we niet in gesprek gaan met de dorpshuizen en de wijkhuizen. Dat doen we ook vooral om te kijken waar we het met elkaar beter kunnen. Waar we kunnen helpen en waar het anders kan, maar niet het liefst met een taakstellende bezuiniging in de nek. Dat willen we niet. We willen het open gesprek voeren en mocht het dan zo zijn dat er geen behoefte is in een bepaalde wijk of dorp aan een buurthuis of een dorpshuis, dan komen we daar in de gesprekken achter. Dat is ook mijn oprechte overtuiging, dat we dat op die manier zouden moeten doen. Het college staat daar volgens mij ook achter. Dus wel kijkend naar wat we kunnen verbeteren. De wethouders gaan daarvoor op pad, net zoals we zichtbaar willen zijn, niet alleen in de dorpshuizen, maar überhaupt in wijken en dorpen, hebben we de gebiedswethouders benoemd. Nog niet toegewezen qua gebieden.
Dat komt, maar wij gaan daarvoor een programma maken en als u wil en ik denk dat u dat wil, dan nemen we ook u daarin mee, in dat programma, van hoe we gezamenlijk kunnen trekken om het imago van de politiek te verbeteren. Om de verbinding tussen deze raad en het college en de organisatie met onze inwoners en ondernemers toch sterk te verbeteren. Daar hebben we echt een opgave. U heeft er al eerder gewag gemaakt als het gaat om de opkomst van de verkiezingen bijvoorbeeld. En bovendien, wij geloven ook in de kracht van de samenleving. Die wel onder druk staat, die kracht, maar toch blijven we daar optimistisch over en zullen we met de mensen in gesprek gaan in onze gemeente Hoogeveen. Dat betekent volgens mij dat ik zo door de vragen heen ben. Versnellingsteam heb ik gehad. Ik heb … Even kijken, buurt- en dorpshuizen, wijk- en dorpshuizen gehad en ook de fysieke zichtbaarheid heb ik volgens mij benoemd. Er werd nog wel een vraag gesteld over marketingbudget wonen. Ook daar moet natuurlijk nog invulling aan gegeven worden en ik denk dat dat in samenspraak gaat met de collega-wethouder om te zien, als wij de woonvisie meer in het zicht hebben, dat we ook daar invulling aan kunnen gaan geven. Voorzitter, volgens mij, de heer Van Rijn, dat triggerde mij toch wel even. Die zei van zomaar geld uitgeven, maar dat doen we niet volgens mij.
Daarvoor stelt u elk jaar de begroting vast, dus we geven het niet zomaar uit. Je kunt wel discussie hebben over waar je het aan uitgeeft, maar we geven het zeker niet zomaar uit. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan wethouder Westendorp. De heer Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant vanuit het college wil ik kort reageren op wat er door de fracties naar voren is gebracht. In elk geval op twee punten, de Participatiewet waar veel fracties een opmerking over hebben, dat het een goed idee is om daar extra in te investeren. Volgens mij wordt algemeen erkend, als het gaat om werk hebben, dat het een goede manier is om ook uit armoede te blijven. Dus je biedt mensen ook daadwerkelijk perspectief en het CDA komt straks met een amendement, dan kan het college eventueel ook nog wat uitgebreider op reageren op dat gebied, maar veel fracties vinden dat een goed plan. Dat komt in elk geval terug. De heer Van der Meer had het specifiek over de aanpak van energiearmoede, dat is ook door meer fracties naar voren gebracht dat het toch een groot maatschappelijk probleem is hoe betaal je de energierekening en helemaal als hij straks moet worden over overgesloten, je energiecontract of je moet een eindafrekening betalen.
Nou, we zijn daar als gemeente ook met het Rijk over in gesprek, want de eerste energietoeslag hebben wij uitgekeerd, maar dat gaat eigenlijk over incidentele middelen en wat wij graag willen en dat weet u ook en dit college wil dat ook, maar u als raad wil dat ook, is dat we uiteindelijk structureel de energielasten bij onze inwoners gaan verlagen en één van de dingen waar we proberen te doen, is aan te sluiten op het provinciaal isolatie-offensief. Dat is niet mensen in isolatie zetten, maar dat is daadwerkelijk het isoleren van huizen en dat is ook specifiek gericht op de lage inkomens, ook die van Hoogeveen. Dus daar willen we ook op aansluiten en mijnheer Van der Meer, u heeft daarin gelijk,
wij krijgen ook extra geld voor vanuit het Rijk, zogenaamde klimaatakkoordmiddelen. Dus daar zijn we nu aan het kijken hoe we daar goed aan het offensief kunnen staan, moet maar zo even te noemen. Ook dat is een opgave waar we met z’n allen voorstaan, om het zo even te formuleren. Voorzitter, tot zo ver van mijn kant. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk of wethouder Tuit nog punten heeft. De heer Tuit: Ja, voorzitter, ik had nog vragen van de SP, over het sociale domein en hoe we dat overeind houden richting de toekomst. Nou, ik denk dat uw raad daar ook begin dit jaar gewoon in het herontwerp sociaal domein een mooi kader voor dit college ook heeft neergebracht. Ik sluit wel aan ook bij de woorden die de ChristenUnie daarin zeiden dat het niet realistisch is om die totale taakstelling vorm te gaan geven. Nou, daar gaan we ook echt met elkaar door de sociale bodem zakken waarvan de meerderheid ook de raad zegt ja, dat is niet de gemeente die wij willen zijn en ik zie daar in de praktijk wel een uitdaging in dat herontwerp sociale domein, dat wij meer gaan prioriteren, maar ook meer met collega Westendorp, we doen samen dat sociale domein, om te kijken ook met onze partners in de samenleving van hoe kun je nou ook vanuit preventie en prioriteren de goede dingen doen, om dat concreet te maken, want het zijn natuurlijk loze woorden.
Er zijn de laatste weken hele mooie ontwikkelingen. Ook vorige week hebben wij een gesprek gehad met drie schoolbesturen in het primair onderwijs. RENN4, Pricoh, Bijeen en zij gaven ook aan van nou, als wij nu in gezamenlijkheid die partijen met sociale partners de komende maanden kunnen gaan toewerken, want dit moet echt in het najaar al vorm van krijgen. Daarbij bijvoorbeeld een eenduidige steunstructuur en denk daarbij aan schoolmaatschappelijk werk. Dan zie je al effecten. Dat zijn niet alleen effecten financieel, want die zijn er ook, maar je ziet ook effecten die leraren zeggen, van we komen weer aan lesgeven toe en doordat het schoolmaatschappelijk werk vaak bij onze school is, wordt die drempel voor ouders om met hulpvragen daar naartoe te gaan, wordt lager en dat stemt ons hoopvol om in die lijn met onze partners, want die hebben we keihard nodig en wij hebben u als raad elkaar nodig, om met die uitgangspunten van het herontwerp sociale domein dat aan te gaan. En ja, daar zijn we ook realistisch, want we weten allemaal corona heeft een enorme weerslag op de mentale weerbaarheid. Niet alleen voor jongeren, maar ook van volwassenen en er komt ook gewoon een landelijke wetgeving aan. Bijvoorbeeld, ik was vanochtend in Assen en dan zie je dat over een paar jaar bij als gemeente Hoogeveen ook een extra taak krijgen op het gebied van beschermd wonen.
Dat moeten we allemaal meenemen binnen de kaders die u als raad in dat herontwerp sociale domein gesteld heeft. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel, voorzitter. Een aantal partijen hebben aangegeven de wens te hebben voor een zwembad of dat er naar gekeken wordt of een nieuw zwembad. Ja, dat is, op dit moment hebben we vorig jaar een enorme investering gedaan in het zwembad om daar in ieder geval vijf tot acht jaar mee verder te kunnen. Wij willen als college ernaar kijken of we in 2024 dit op het programma kunnen krijgen in de kaderbrief richting 2024. Dat is dan de enige toezegging die we kunnen doen. Dat is wel een hele matte toezegging, eigenlijk, maar we moeten ook kijken of de investering die we vorig jaar hebben gedaan, dat we die ook gestand kunnen blijven houden. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb zelf geen inhoudelijke punten kunnen noteren die in een kaderbrief aan ondergetekende zijn gesteld, dus dat belooft dan ook niet beantwoord te worden. We hebben hiermee de eerste ronde afgerond.
Het is bijna, die klok die we hier hebben hangen in de raadzaal, die loopt altijd een stukje vooruit, dus daar hebben we altijd vijf minuten speling als het om die klok gaat, maar ik wil toch voorstellen, hoewel wij nu een pauze hadden gepland na de tweede ronde, dat we dat niet doen, maar dat we nu ook gewoon op basis van de tijd zoals we nu zijn aangeland. Dan hebben we ook na de pauze in ieder geval
de amendementen. Ik zou willen voorstellen als raad om geen indexatie ozb, daar was ook een opmerking gemaakt van de kant van Gemeentebelangen. Als het gaat van, nou het spaartempo in verhouding ook tot risico zijn ze niet, om die even in elkaar, niet als amendement, maar wel als bespreekpunt meteen bij de kop te pakken. Ik zit nog wel even met de vraag van de SP, maar ook van de SGP over ja, kunnen we het sociaal domein overeind houden en bezuinigingen van de SWO, of dat nou onderwerpen zijn die we weer globaal gaan bespreken. De eerste is heel algemeen, daar is ook antwoord gegeven op het college hoe ze daar tegenover staan en de SGP heeft het als onderwerp al meerdere keren hier op de tafel gehad, of dat nu ook na de behandeling van het college nog nodig is. De heer Pomper. De heer Pomper: Ja, de wethouder heeft wat betreft het sociaal domein een goede beantwoording gegeven, dus daar hoeft de SP verder niet meer over in debat en ook over investeren in preventie heeft hij daar duidelijk antwoord ingegeven, dat daar ook al hoopgevende berichten in zijn. Dus daar hoeft de SP vooralsnog ook niet over in debat. We willen alleen nog maar even gedachten wisselen over het inzetten van krachten vanuit de omgeving. De voorzitter: Ja, nou, de dorps, wijkniveau, dat was de vraag … Oké, dan blijft dat staan. Ik kijk even naar de heer Van Rijn.
De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, die taakstelling SWO die komt dus ook vanuit Schone Lei en ik hoor de hele avond ja, we gaan wat er in Schone Lei zit, dat gaan we voortzetten en alles, maar nu in één keer komt hier gewoon en het college die zegt van ja, dat is niet realistisch, maar toen deze taakstelling in Schone Lei stond, was hij dus wel heel realistisch. Ik heb dan nog even een andere vraag bij, want in de gespreksnotities van … De voorzitter: Maar voordat u dat nou gaat doen, want we waren eerder in afronding van de eerste termijn en dan gaat de tweede termijn al beginnen. De heer Van Rijn: U vroeg mij of ik dit … Ja, dit is mijn argument om het wel te doen. De voorzitter: Ja, helder. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, naar aanleiding van de eerste termijn toch nog wel de opmerking dat ik nog niet mijn vraag geheel beantwoord heb gekregen. Namelijk de vraag wanneer wel voldaan wordt aan de eisen van energielabel C voor de werkruimtes, kantoorruimtes van de gemeente en er is geen geld voor onderhoud, enzovoort, maar die is specifiek volgens mij niet beantwoord. Tenzij de conclusie is er is geen geld en dus voldoen we er niet aan.
Dan zou dat het antwoord zijn en ik heb een voorstel gedaan naar aanleiding van in de duiding het amendement van het CDA om het extra bedrag voor participatie om te zetten naar een bedrag voor energie of armoedebestrijding, om te bezien, als vragen aan het college, of die 200.000 euro niet opgenomen kan worden alsnog in het kader van armoedebestrijding, zodat beide posten kunnen blijven staan. Als dat niet het geval is, heb ik aangegeven dan de prioriteit bij armoedebestrijding te leggen. De voorzitter: Dan stelt u nog nadere vragen aan het college en dan kijk ik of de rest ook nog vragen heeft. De heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, voorzitter, ik kan wel namens het college even kort ingaan op de vraag van de heer Van der Meer rondom de middelen rondom armoedebestrijding in relatie tot de Participatiewet. Het voorstel van het college is nu om in de begroting 2023 extra middelen op te nemen, ook aan de hand van het
coalitieakkoord, voor juist die Participatiewet. We hebben ook met u afgesproken als raad dat we eerst een armoedeconferentie gaan organiseren, waarin we juist samen met alle maatschappelijke betrokken partijen die op dit vlak actief zijn, gaan praten over hoe we dit grote onderwerp, want dat is het echt, het bestrijden van en het voorkomen van armoede met u willen oppakken. Wat ons betreft eerst de inhoud en dan eventueel het geld. Dus daarvoor staan op dit moment geen middelen gereserveerd in de begroting 2023, dan behalve de middelen die al daarvoor beschikbaar zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we dus inderdaad het pessimistisch-realistisch risico gecombineerd even met het verhaal van geen indexatie-amendement van het CDA. Dan zijn er nog een amendement van het CDA en een motie van het CDA en het amendement van mevrouw Rutgers, die natuurlijk in die tweede ronde aan de orde komen. Daarnaast nog het punt van de SP als het gaat om de eigen inzet, eigen kracht, dorps-, wijksniveau. De bezuiniging SWO van de SGP en de ChristenUnie heeft nog trapje op, trapje af, of in ieder geval de consequenties van trapje af, vraagteken.
Mevrouw Pullen: Ja, ik denk dat de wethouder daar voldoende op in is gegaan of er moet in de raad nog behoefte wezen om daarop te reageren, dan kunnen we dat gesprek wil voeren, maar misschien moeten we dat meer bij de programmabegroting gaan doen op dat moment, denk ik. De voorzitter: Oké, dan constateer ik dat het onderwerpen zijn … De heer Feenstra. De heer Feenstra: Voorzitter, het CDA trekt de motie over track and trace na de beantwoording van de wethouder in. De voorzitter: Ja, en dat de wethouder heeft aangegeven dat het met een aantal andere middelen, instrumenten een keer een discussie aan de orde komt en deze zou daarin meegenomen worden. Daarom is de motie ingetrokken. Dus dat blijven de onderwerpen plus de drie amendementen die nog zijn overgebleven in de tweede ronde. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, even toch nog iets specifiek er op dat label C-vraag van de heer Van der Meer, want mijn antwoord was kort door de bocht maar wel correct. We hebben daar geen geld voor en er is ook geen plan of programma om daar iets aan te doen. Dus omdat nog even heel precies te maken, anders heeft de heer Van der Meer het gevoel dat het niet goed beantwoord is. De voorzitter: Dan kan dat nog even verwerkt worden in de pauze. Ik schorst de vergadering tot half tien. Ik mis nog een paar mensen van het CDA. Ja, dan heropen ik de vergadering.
Aan de orde is de tweede ronde, behandeling kaderbrief. De kaderbrief met een aantal amendementen die in ieder geval ingediend zijn, ook al toegelicht zijn, maar ook als onderwerp in de bespreking liggen. Is goed om als eerste, Geen indexatie ozb, ook de koppeling te maken met van sparen we niet te veel, risico’s, hoe zit het met elkaar, om die even met elkaar te verbinden. Ik kijk even naar de heer Feenstra of hij nog, nadat hij al gezegd heeft, nog een extra toelichting nodig heeft. Dat heeft hij niet, maar ik kan er wel even op reageren natuurlijk, als dat … Ja, de heer Feenstra. De heer Feenstra: Voorzitter, ik heb met buitengewoon veel belangstelling geluisterd naar de reactie van wethouder Reneman. Bij de verantwoordingsdag heeft hij het citaat in de mond genomen van de ozb is een politieke keuze en wij hebben ook uitgerekend van stel je voor dit amendement wordt aangenomen, wat zou dat betekenen voor de financiële positie van de gemeente in de komende jaren en daaruit blijkt dat we exact op het bedrag van de Schone Lei komen. Dus wat ons betreft zitten we echt goed in het kader om de risico’s af te dekken en om te wachten met een dergelijk amendement moment dat de programmabegrotingen er
liggen, dan denken wij van ja, dat vinden we ook een belangrijk moment, maar de kaderbrief stel je het kader waar de programmabegrotingen aan moeten voldoen. Dus ik denk dat het veel helderder is om nu deze motie te bespreken, het amendement, dit amendement te bespreken en dan kun je altijd nog bij de programmabegroting met elkaar zeggen van oké, dat werken we op die manier uit en dan moeten we dergelijke keuzes maken. Ja, we willen daar toch een deel op afwijken. Dan kunnen we dan met elkaar het debat daarover voeren, maar om nu op voorhand te zeggen van nou, trek hem maar in, waardoor we met de programmabegroting opnieuw kunnen kijken waar dan dat geld vandaan moeten komen, dat vinden wij de omgekeerde wereld. Dus we vinden echt van belang dat er bij de kadernota een duidelijke richtlijn is waar de programmabegroting moet voldoen. Het punt van de inflatie, dit vinden wij toch ook wel er moet gewogen worden, want de inflatie is niet overal. Die stijgt met 8 tot 10 procent. Als je kijkt naar de loonontwikkeling voor de gemeenteambtenaren, die zouden wensen dat hun salaris met 10 procent zou worden verhoogd. Dus dat vind ik eerlijk gezegd niet een doorslaggevend argument. Wij denken dat hiermee een goede financiële positie voor de gemeente op middellange termijn wordt gecreëerd en dat we binnen alle kaders ons bewegen, dus we vinden dit eigenlijk een heel verantwoord voorstel.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de mede-indiener, de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, helaas, de armoede zal explosief toe gaan nemen. Historische inflatie, torenhoge energiekosten, continu oplopende prijzen van boodschappen, extreme brandstofprijzen. Ja en dan heb je ook huizenbezitters die helemaal geen groot loon hebben, maar die toch een woninkje hebben en die al moeite hebben om de gemeentelijke belasting te betalen, die worden hiermee geconfronteerd en daaroverheen zal er dan nog een keertje de ozb geïndexeerd worden en die hebben daar nog een keer mee te maken. Dus ja en wij achten het ook, mijnheer Haaije van het CDA die heeft het net ook gezegd. O, sorry. Mijnheer Feenstra. Ik moet zijn achternaam … Excuus, voorzitter. Het was even omissie, maar die heeft het ook al gezegd. We zijn dus bezig in een kaderbrief. Wij gaan dus nu de kaders stellen voor de begroting en ik snap niet waarom je hier juist niet in deze kaderbrief dit gaat regelen en gaat zeggen van jongens, dat is niet verstandig, de huizenbezitters hebben genoeg kosten extra, laten we dit niet doen. Dus, voorzitter, wij staan volledig achter dit amendement. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga eerst even kijken naar de reactie van het college en dan komt het in bespreking verder.
De heer Reneman heeft al iets gezegd in de eerste termijn, maar misschien nog even kort. De heer Reneman: Nee, maar, voorzitter, ik denk dat er weinig aan toe te voegen is. Misschien over die discussie of het bij de programmabegroting hoort of bij de kaderbrief. Het wordt nu bij de kaderbrief, dat is helder, maar de onzekerheden zijn zo groot dat we die past goed in kaart hebben gebracht bij de programmabegroting en beter nog, bij de kaderbrief van 2024. Ja, dat was mijn boodschap en daar blijf ik bij hen het huidige, als het amendement in stemming wordt gebracht, het leidt gewoon voor ons tot een onuitvoerbaar amendement, omdat wij niet zeker weten dat we daarmee een sluitende begroting achter kunnen laten. Ja, veel meer hoef ik daar op dit moment niet over te zeggen. Het is nu aan de raad. De voorzitter: De heer Sieders en daarna de heer Klok. De heer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Graag het woord inderdaad omdat wij het ook hadden over tot welke spaartempo moeten we doen en u heeft het samengekoppeld. Voor ons was de koppeling die hier ligt, wij zien dat wel anders. We kijken vooral namelijk naar hoe ver moeten we sparen? Dus niet aan de hand van omdat de energienota of wat dan ook op dit moment stijgt. Het gaat ons vooral om wat is het spaartempo, wat is het spaardoel en hoe ver willen gaan? We hebben de woorden van de wethouder ook gehoord, kunnen
ons ook daarin vinden. We willen wel de raad oproepen om voor de nieuwe kaderbrief 2024 in ieder geval een avond al te hebben gepland met elkaar om in ieder geval de financiële parameters ook met elkaar eens te bespreken als raad. Want we hebben het er elke keer maar over dat we het willen doen, maar het gebeurt elke keer nog niet. Dus mijn oproep bij deze is wel naar de raad toe van laten we gewoon een avond ervoor gaan plannen en laten we gewoon met elkaar afspreken welke kaders, welke doelstellingen willen we gaan behalen. En met die redenatie we dit amendement dus ook niet steunen. De voorzitter: De heer Klok. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Alhoewel de motie sympathiek is en de oproep voor minder belastingen, is wat ons betreft deze motie onverstandig. Na het positieve saldo van 2021 wordt door sommige partijen heel mooi weer gespeeld. De motie die wordt ingediend door CDA en SGP vinden wij dan ook veel te voorbarig. Zoals deze … De voorzitter: ‘…’ correctie, dit is een amendement. Ja, het is wat, het is ook zo. De heer Klok: Vijf zinnetjes nog. De voorzitter: Nee, nee, het ging mij even om … U gebruikte motie. De heer Klok: O, sorry, ik zei motie. Ik denk, je roept nu al op voor minder. De voorzitter: Ik heb begrepen dat het emotie oproept, maar het ging om het amendement. De heer Klok: Nee, dan moet je niet weer over motie beginnen, dan … Nee.
Het amendement dat wordt ingediend door het CDA en SGP vinden wij dan ook heel te voorbarig. Zoals deze partijen zullen weten en zoals ik van huis uit heb meegekregen, volgen na zeven vette jaren ook weer zeven magere jaren. Daarnaast zitten wij hier met elkaar voor alle Hoogeveners. Al helemaal voor de Hoogevener die het nu moeilijk heeft of die het moeilijk gaat krijgen. Het niet indexeren van de ozb is in deze tijd van hoge inflatie onverstandig. Via deze motie, het dus niet indexeren van de ozb, profiteert … Via het amendement, het dus niet indexeren van de ozb, profiteren er namelijk juist de mensen met de duurste huizen. Ik vind het zeer lastig om te zeggen, maar het voelt alsof we nu door het CDA en de SGP op sneltreinvaart op rechts worden ingehaald. Dank u wel. De voorzitter: Dat moet even verwerkt worden. Ja, mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen: Moet ik even wachten? Is goed. Nou, dit amendement van het CDA en de SGP dat ondersteunen wij niet. Ik denk dat het ook goed is om een betere beweging te maken en te hebben bij de programmabegroting. We hebben gehoord wat de wethouder zei ten aanzien van onzekere factoren. Daar hebben we zelf heb ik in mijn bijdrage ook het een en ander over gezegd en ik wil meegaan graag met de oproep van Gemeentebelangen om gewoon als raad eens even goed na te denken met elkaar wat die financiële parameters zijn.
Dus in die zin kunnen we daarin meegaan, want dat is het voorstel van gemeentebelangen en blijven dus bij ons standpunt om niet te steunen. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dit amendement zouden wij normaal gesproken … Ja, amendement, mijnheer Klok, zouden wij normaal gesproken niet steunen, omdat het tegen Schone Lei ingaat. Echter, gezien de argumentatie van CDA, waarin wordt gesteld dat de inflatie zo hoog is, buitensporig hoog
zou ik willen zeggen en dat dat niet gecompenseerd wordt met lonen, dat vinden we één van de argumenten waardoor we zeggen we willen dit wel. Ook wel nu, want het is tenslotte een kaderstellende meeting vanavond en als we nu niet de kaders stellen voor de begroting, dan wordt er in de begroting waarschijnlijk al vanuit gegaan dat de ozb geïndexeerd wordt en dan zijn we straks het haasje, want zie het dan nog maar eens terug te draaien. Want er is ook afgesproken als je bij een begrotingsvergadering een amendement indient, dan moet je daar ook dekking voor vinden. Dus op het moment dat we pas bij de begroting de ozb-verhoging uit die begroting willen halen, dan moet er dekking voor gevonden worden. Nou, dat is een behoorlijke klus, dus het lijkt me beter dat we nu kaderstellend zijn en dat goed ingeregeld hebben voordat die begroting ligt. Dus wij zijn voor. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos en voor Forum voor Democratie. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Wij zullen dit amendement ook steunen. Wij vinden dat er op dit moment de inflatie is veel te hoog en er moet nu gewoon ingegrepen worden en inflatie zal alleen nog maar hoger worden. We vinden eigenlijk dat er al veel te laat eigenlijk wordt ingegrepen, maar we zijn heel erg blij met dit amendement, dus wij zullen deze zeker steunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Eck, Partij van de Arbeid.
De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht even zal ik proberen het duidelijker uit te leggen dan wethouder Reneman waarom dit geen goed idee is, maar dat ga ik toch niet proberen. Dat … Nee, dat gaat niet lukken. Wat ik nog wel wil toevoegen, op het moment dat, stel dat het allemaal tegenzit. Sommige partijen roepen dat, dat het heel erg gaat worden. Dat de inkomsten van de gemeente gaan tegenvallen, dat we dat trapje naar beneden gaan en we komen op die uiterste plek dat we niet anders kunnen dan daadwerkelijk de ozb te verhogen. Dus niet te indexeren, maar te verhogen, dan zie ik daar een enorme uitdaging voor de partijen liggen die nu zeggen geen inflatie. Die moeten dan naar de burger toe om te zeggen ja, oeps, we hebben toen gestemd tegen inflatie, maar nu, beste burger, nu moeten jullie toch een verhoging door de strot … Moeten jullie toch een verhoging aankondigen. Dus niet doen lijkt me. Verder ondersteun ik de oproep van de heer Sieders van Gemeentebelangen om met de raad als voltallig te gaan kijken naar de financiële kaders. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pomper, SP. De heer Pomper: Ja, dank u, voorzitter. Het is een heel sympathiek amendement. De SP die heeft ook heel erg getwijfeld van gaan we wel of niet ermee instemmen. Dat gaan we wel doen. Ja, we weten nu inmiddels ook hoe de hazen lopen. Amendement zullen we helaas niet halen.
Toch is het wel heel belangrijk, we zitten in inmiddels al wel in een recessie of we zitten straks gewoon in een recessie, daar stevenen we op af en de inflatie stijgt. Wat ik net ook in mijn betoog al heb genoemd, vooral de lagere en de middeninkomens die hebben nu al heel veel last van en dat zijn juist ook de doelgroepen die we willen zien. Ja, dat helaas daarvan ook de rijke huizenbezitters ervan profiteren, het zij zo, maar dit gaat over 2023. Dat we 2023 gewoon even bevriezen. De SP is trouwens verder geen tegenstander van indexatie, want ze hebben jarenlang niet geïndexeerd en we weten gewoon van twee jaar geleden wat het gedaan heeft. Toen moest de ozb in één keer heel grof omhoog, maar voor één jaar kunnen we best wel zeggen we bevriezen de ozb en het is wel degelijk uitvoerbaar. Het is niet alleen een politieke keuze, maar het is ook gewoon technisch uitvoerbaar. Betekent wel dat we ook naar de begroting moeten kijken, dat we desnoods wat uit de reserves gaan halen, maar dit is ook gewoon heel belangrijk om te voorkomen dat mensen in de schulden terecht gaan komen. Mensen die straks hun energierekening niet meer kunnen betalen, de hypotheek straks niet meer kunnen
aflossen. Ja, hoe gaan we dat opvangen? Daar hebben we nog een heel jaar de tijd voor. Wat dat betreft ondersteun ik dan ook de oproep van de heer Sieders om daar ook met de raad naar te kijken van hoe kunnen we dit soort zaken in de toekomst verder aanpakken. Voor 2023 is heel belangrijk dat we de ozb bevriezen en daarna de ozb-indexering dus bevriezen. Laat ik duidelijk zijn en daarna gewoon verder kijken hoe we verstandig met de ozb en alle andere financieringen om kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik noteer zo dat we bij de besluitvorming natuurlijk pas de stemming over de amendementen krijgen. Dat doen we niet nu, maar dat doen we pas in het besluitvormende blok, maar dan is in ieder geval voor dat onderdeel wat de kaderbrief betreft de amendementen, de toelichtingen en de stemverklaring gegeven, dus daar gaan we straks, dat zult u merken, meteen tot besluitvorming. De heer Van der Heide: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Heide. De heer Van der Heide: Betekent dat ook de stemverklaring bij de besluiten wordt afgegeven? Want ik wil graag een stemverklaring doen, want ik zal voor dit amendement stemmen. De voorzitter: Dat lijkt me goed dat we dat nu doen, ja. Ja, ja. De heer Van der Heide: Mag ik het nu doen? De voorzitter: Jazeker, ga uw gang. De heer Van der Heide: Bij deze dan de stemverklaring.
Ik kan me helemaal vinden in de argumenten van het CDA, van de heer Pomper zoals hij juist heeft toegelicht en van D66. De inwoners, onze inwoners staan voor een grote verhoging van de lasten, zowel energielasten, rentelasten, maar ook straks de verduurzaming die wellicht verplicht wordt opgelegd en laat dit het signaal zijn van uiteraard dat wij ook iedereen willen ondersteunen. We zijn er voor allemaal, hebben we gezegd en met dit amendement voorzien we daar in dit signaal. Dus ik zal voorstemmen ook. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of iedereen, de heer Van der Meer ook. Ja? Nee, geen … De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, als u de inhoudelijke beraadslagingen heeft gehad, zou ik even op het voorstel van de heer Sieders willen reageren, als het kan, maar dat kan ook nadat die, want ik zag u ook nog uw hand opsteken, mijnheer Klok. De voorzitter: Ja, nee, dat is goed. Ik hou hem even vast, want dat was mijn vraag ook nog even als het ging over die financiële parameters en het extra moment van de raad. Dat is waar u op doelt, hè? Ja. Nee, dat had ik nog even geparkeerd, maar, de heer Klok.
De heer Klok: Ja, graag geef ik straks ook nog even een stemverklaring af, maar dat moet denk ik bij het besluitende deel of niet? De voorzitter: Als het over deze amendementen gaat zou het handig zijn als we dat nu doen, want we gaan meteen daarna over in het besluitende deel tot stemming over.
De heer Klok: Oké, dan wil ik graag nog een stemverklaring afgeven. Want wij als VVD zijn zeer benieuwd welke partijen voor de samenleving zijn en welke partijen alleen voor huizenbezitters en ondernemers zijn. De VVD Hoogeveen is in ieder geval de partij voor de gehele samenleving en wij zijn er voor iedereen. Dank je wel. De voorzitter: Dat hadden we ook al een beetje uit het eerdere betoog kunnen concluderen. De heer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter, we hebben natuurlijk ook al, heb ik ook al eerder gezegd, dat we echt moeten overgaan tot een herijking van de financiële kaders waarmee we werken en de kaderbrief voor 2024 is daarvoor het uitgelezen moment, dus ik stel voor dat we voorafgaand aan de kaderbrief, of dat we dit laten wandelen in de kaderbrief voor 2024 en dat we voorafgaand daaraan in samenspraak met de auditcommissie, dan wel met het presidium, kijken of er niet een manier is om de raad daarbij van tevoren te betrekken, maar in de besluitvorming zou het gewoon de kaderbrief van 2024 moeten zijn en in de aanloop daar naartoe moeten we even kijken welke vorm we daar voor vinden, dat de raad er ook gewoon input op kan geven en dan zal het college wel gewoon de rol vervullen van aanleveraar van ideeën daarvoor. Dus dat is een toezegging onzerzijds.
De voorzitter: Ik zie de griffier ijverig schrijven, want er komt meteen een t voor te staan, dat is dan de toezegging. Daar gaan we dan dinsdag in het college weer verdelen, zo is de afspraak die we gemaakt hebben. Dat was even de opmerking van de kant van de heer Sieders ook over van kan dit georganiseerd worden, kan dit geregeld worden. Nou, volgens mij is daar het antwoord op gegeven. Dan wil ik overgaan naar het punt van het amendement als het gaat om de armoedebestrijding en bestaanszekerheid. Mevrouw Koekoek. Mevrouw Koekoek: Ja, voorzitter, onze fractievoorzitter heeft al het nodige toegelicht. Ik wil dan ook de vrijheid nemen om alvast te reageren op de inbreng vanuit de eerste termijn en ik werd wel een beetje getriggerd door de woorden van de wethouder als we gaan … Ik heb deze, ik moet even … Soms m’n eigen handschrift kan ik niet lezen. Gesneden in de uitgaven. Dat is een uitspraak van de wethouder en toch ligt er een voorstel voor om 200.000 euro extra te investeren in participatie. Maar we hadden natuurlijk als CDA ook kunnen zeggen van nou, dat laten we staan, want er is volgens mij 12 miljoen over vanuit de jaarrekening en laten we even pak hem beet twee ton reserveren voor armoedebestrijding. Dat is niet de houding van het CDA. We kijken kritisch naar de uitgaven en kijken ook van is het goed gemotiveerd en is het ook noodzakelijk.
Wij zijn van mening dat er extra inzet op participatie niet noodzakelijk is en ook niet tot het gewenste resultaat zal leiden . De nodige motivering hebben we ook in ons amendement opgenomen en daarom stellen we ook voor om juist het budget voor participatie te schrappen en echt expliciet in te zetten voor armoedebestrijding en bestaanszekerheid. We hebben ook met z’n allen geconcludeerd dat het topprioriteit één is en toch zien we het niet terug in de kadernota en ook niet in de oplegger en wat mij betreft doen we een dringende oproep ook aan de raad om werk en inhoud te maken van deze topprioriteit. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn, als medeondertekenaar. De heer Van Rijn: Voorzitter, ik heb niks meer daar aan toe te voegen. De voorzitter: Dan de reactie van de kant van het college, wethouder Westendorp. De heer Westendorp: Ja, dank u wel, voorzitter. In de reactie op de fracties heb ik er ook al wat over gezegd, maar misschien goed om er nog een paar woorden aan toe te voegen. Allereerst is het college natuurlijk best
wel verheugd met het initiatief vanuit het CDA en de SGP om te zeggen we moeten inzetten en middelen vrijmaken voor armoedebestrijding en bestaanszekerheid, maar we hebben ook met u afgesproken dat we allereerst met u in gesprek gaan om te kijken wat precies nodig is. Om te komen tot een integraal plan, zoals u zegt en u heeft er eerder ook al een motie over ingediend en die zit mij, maar ook het hele college nog scherp in het geheugen, moeten we zeggen. Een plan dat wat ons betreft gaat over een integraal en overkoepelende aanpak en die langjarig wordt ingezet en het gaat daarin inderdaad om het bestrijden en het voorkomen van armoede. Juist vandaag heeft ook ons kabinet, u welbekend, neem ik aan, mevrouw Koekoek, een kamerbrief gestuurd naar de Tweede Kamer waarin het juist gaat over om te komen tot een overkoepelend plan en daarin wordt ook opgeroepen om juist die samenwerking te zoeken tussen alle overheden. Zowel op het rijksniveau als op het lokale niveau in verbintenis met al die mensen, maar ook in verbintenis met al die maatschappelijk betrokken partijen die in Hoogeveen hier op dit thema actief zijn.