CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand_ontwerp_1.pdf

Raadsavond 19 mei 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand23.447 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.

3.

Voor het dagelijkse waterbeheer i s dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan i s gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade a l s gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken i s het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren a l s voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid i s ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel i s het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan i s dat al le Europese wateren, zowel oppervlaktewater a l s grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden.

Met goede argumenten i s uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden i s geen uitstel mogelijk.

Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 39

14-12-2021

5.3.3

Watertoetsproces

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 10 februari 2021 via de digitale watertoets geïnformeerd over het plan (zie bijlage 1). Op basis van deze digitale toetsing valt de ontwikkeling onder de normale procedure. Als onderdeel van de normale procedure beoordeelt het waterschap de informatie die is ingestuurd bij de digitale toetsing. Na bestudering van de informatie bij het voorgenomen plan en het maken van een afweging komt het plan, volgens het waterschap, in aanmerking voor de korte procedure. Concreet betekent dit dat het plan direct door kunt gaan met de planvorming onder de voorwaarde dat de standaard waterparagraaf uit de digitale watertoets toepast. 5.3.3.1 Standaard waterparagraaf korte procedurre In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Deze waterparagraaf heeft betrekking op Nijstad Hoogeveen. Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’.

Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl.

Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lagergelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.

Voorkeursbeleid hemelwater Ter plaatse van het plangebied is geen gemeentelijke riolering aanwezig. Er wordt een nieuw rioleringssysteem aangebracht. Het afvalwater kan met behulp van een drukrioleringssysteem in combinatie met een vrijvervalstelsel worden ingezameld, waarna dit met een persleiding onder het kanaal door aangesloten kan worden op de RWZI van het waterschap. Over het eigendom en beheer van het rioolstelsel zullen afspraken gemaakt worden met de ontwikkelaar. Het hemelwater wordt geloosd in de recreatieplas.

Wetgeving lozen in oppervlaktewater Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 40

14-12-2021

In het plan vindt afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater plaats. Voor lozingen op het oppervlaktewater geldt een vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Waterwet. Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Indien u grondwater gaat onttrekken tijdens de aanleg en u wilt dat lozen in oppervlaktewater dan gelden er specifieke regels. Neem hierover contact op met de medewerker advies Waterwet van het waterschap.

5.4

Natuur en Ecologie

5.4.1

Normstelling

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft.

5.4.2

Onderzoek en conclusie

Door EcoReest is een QuickScan Wet natuurbescherming2 uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in het rapport Quickscan Wet natuurbescherming, Nijstad te Hoogeveen, projectnummer 2001115, d.d. 15 maart 2021’ en omvat de volgende conclusies, adviezen en aanbevolen vervolgstappen. Het onderzoeksrapport is als bijlage 2 van de toelichting opgenomen. Strand ‘Nijstad’ Het oostelijke deel van het plangebied, strandgedeelte ‘Nijstad’, is momenteel een braakliggend terrein met reeds geplaatste groenstructuren. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (braakligging) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 41

14-12-2021

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Het oostelijke deel van het plangebied, strandgedeelte ‘Nijstad’, is momenteel braakliggend terrein met reeds geplaatste groenstructuren (zie figuur 5.1). Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (braakligging) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde. 2 Het rapport is geschreven in het kader van twee ontwikkelingen, recreatiestrand Nijstad en het

vakantiepark. In het kader van voorliggend bestemmingsplan (recreatiestrand Nijstad) zijn de conclusies, adviezen en vervolgstappen – behoudens de AERIUS berekening - niet van toepassing, omdat het bestaande recreatiestrand en de huidige staat van braakliggend terrein niet voorziet in aantasting van (beschermde) flora. Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden wordt het volgende geconcludeerd:

Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa acht kilometerafstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten.

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en natuur buiten het NNN. Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>600 meter) en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 42

14-12-2021

de orde.

Stikstofdepositie Door EcoReest is een briefrapport "Onderbouwing stikstof deelgebied strand - recreatiegebied Nijstad te Hoogeveen, kenmerk: 210438a’ opgesteld. Daarin wordt geconcludeerd dat als gevolg van het plan met de beoogde ontwikkelingen (in aanleg- en gebruikfase) in deelgebied strand binnen recreatiegebied Nijstad geen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn te verwachten. Voor de volledige toelichting en onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 3 van de toelichting.

Zorgplicht De wettelijke zorgplicht blijft te allen tijde gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

5.5

Geluid

5.5.1

Normstelling

De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen. Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).

In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Wanneer niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 43

14-12-2021

5.5.2

Onderzoek en conclusie

Voor dit bestemmingsplan is een inventarisatie gemaakt van de geluidsbelasting in het plangebied op grond van de Wet geluidhinder (hierna Wgh). Daarbij kan het gaan om geluid afkomstig van lucht-, rail- of wegverkeer en/of van bedrijven. In het vastgesteld bestemmingsplan gaat het binnen het plangebied dan alleen om de te realiseren reguliere woningen. De recreatiewoningen, groepsaccommodaties en de gebouwen ten behoeve van het paviljoen en receptiegebouw zijn niet als geluidsgevoelig aangemerkt. De gemeente Hoogeveen heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bestemmingsplan. De resultaten zijn opgenomen in de notitie ‘Akoestische aspecten Ontwikkeling Nijstad (LIDO)’, rapportnummer HO11928, d.d. 27-06-2014 (Bijlage 4 van de toelichting - Akoestisch rapport). Doorvertaling naar het plan Het bestemmingsplan voorziet niet in het realiseren van nieuw geluidsgevoelige gebouwen en functies. Het aspect geluid (Wet geluidhinder) vormt geen belemmering voor uitvoering van het voorliggend bestemmingsplan.

5.6

Milieuzonering bedrijven

5.6.1

Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

5.6.2

Onderzoek en conclustie

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het bouwen en gebruiken van een bedrijfsgebouw, een kiosk, het uitbreiden van het bestaand paviljoen en het gebruik van gronden ten behoeve van evenementen. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan is het volgende geconcludeerd: "De afstand tussen de horecabestemming en de dichtst bijgelegen woningen bedraagt meer dan 300 meter en hiermee wordt dus ook ruimschoots voldaan aan de minimale afstand van 10 meter. Nu ruimschoots wordt voldaan aan de toepasselijke richtafstand uit de VNG-brochure, is ingevolge de toetsingssystematiek zoals daarin is verwoord sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat." Het nieuwe bedrijfsgebouw, de uitbreiding van het bestaand paviljoen en de (neven)activiteiten maken geen verschil in deze conclusie. De gewenste ruimtelijke ontwikkeling leidt niet tot beperkingen van de bedrijfsactiviteiten van omliggende bedrijven en niet tot een onacceptabele hinder bij de woningen.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 44

14-12-2021

5.6.3

Evenementen

Strand Nijstad krijgt naast een recreatieve functie ook de functie van evenemententerrein. Het uitgangspunt is het mogelijk maken van een aantal kleine en middelgrote evenementen. Er worden maximaal 12 evenementen per jaar mogelijk gemaakt in het park. Dit aantal is verder onderverdeeld in 8 kleine evenementen en 4 middelgrote evenementen. Mede vanuit het aspect Externe veiligheid zijn evenementen op Strand Nijstad beperkt tot maximaal 1000 bezoekers per dag. Hierbij is sprake van een beperkte impact op het directe woon- en leefklimaat en/of de gevolgen voor het verkeer. Onderstaand een opsomming van de gewenste evenementen op het terrein van Strand Nijstad.

Figuur 5.2: Opgave van initiatiefnemer m.b.t. de verdeling van de 12 evenementen (bron: rapport GeluidMeesters) Op basis van bovenstaande uitgangspunten, de jurisprudentie van de Raad van State en de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' van de inspectie Milieuhygiëne Limburg (hierna: Nota Limburg) heeft onderzoeksbureau GeluidMeesters onderzocht wat dit betekent voor de geluidbelasting op de nabijgelegen woonomgeving. De resultaten zijn weergegeven in het rapport "Akoestische onderbouwing evenementen bestemmingsplan Strand Nijstad te Hoogeveen, kenmerk: 0009-W-19-L d.d. 8 januari 2020". Binnen het terrein worden evenementen georganiseerd op een vijftal locaties: A. B. C. D. E.

strand/ water (ten zuidwesten van paviljoen); strand/ water (ten noordoosten van paviljoen); terrein voor sport & spel; evenemententerrein met podium; amfitheater.

In voorliggend onderzoek is uitsluitend onderzoek gedaan naar muziekgeluid. Andere bronnen zoals stemgeluid van bezoekers van de evenementen wordt niet direct gezien als bron van geluidoverlast. Dit sluit ook aan bij het Activiteitenbesluit, waarin menselijk stemgeluid buiten beschouwing wordt gelaten.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 45

14-12-2021

In het akoestisch rapport is de mogelijkheid voor het organiseren van maximaal 12 evenementen per jaar, met muziek, onderzocht. Het gaat om "kleinschalige" en "middelgrote" evenementen. Het organiseren van akoestisch "grote evenementen", zoals een popfestival, zal niet plaatsvinden. In het rapport zijn de volgende conclusie en aanbevelingen te lezen:

Conclusie en aanbevelingen De initiatiefnemer is voornemens ten hoogste 12 evenementen per jaar te organiseren. Het betreft acht "kleinschalige" en vier "middelgrote" evenementen waarbij sprake kan zijn van muziekgeluid. Uit de resultaten blijkt dat alle vijf onderzochte locaties geschikt zijn voor het organiseren van "kleinschalige" evenementen waarbij de geluibelasting ter plaatse van omliggende (recreatie)woningen ten hoogste 60 dB(A) bedraagt. Vanuit akoestisch oogpunt heeft een dergelijk geluidniveau relatief weinig impact op het woon- en leefklimaat van omwonenden. De "middelgrote" evenementen kunnen eveneens op alle vijf onderzochte locaties worden georganiseerd waarbij de geluibelasting ter plaatse van omliggende (recreatie)woningen ten hoogste 75 dB(A) bedraagt. Dit is conform de publicatie van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg "Evenementen met een luidruchtig karakter" (augustus 1996) de grens van duldbare hinder. Om de vaak hinderlijk ervaren bastonen te reguleren wordt deze begrenst op 89 dB(C). Naast de geluidnorm zal rekening worden gehouden met de volgende punten: er zal sprake zijn van jaarlijks maximaal acht "kleinschalige" en vier "middelgrote" evenementen; een evenement eindigt om 23:00 uur. Voor dagen waarop een vrije dag volgt of op feestdagen (Koningsdag/Bevrijdingsdag) kan de duur van het evenement met één uur worden verlengd tot 00:00 uur.

Dit is van toepassing op de vrijdag- en zaterdagavond en op feestdagen; omwonenden worden geïnformeerd over de gebeurtenissen. Het gaat hierbij dan in hoofdzaak om de aard en duur van het evenement, over de tijden voor op- en afbouw en een eventuele soundcheck.

Als belangrijke voorwaarde dient tevens rekening gehouden met de duur van de evenementen, die beperkt is tot maximaal 1 dag, exclusief op- en afbouwdagen. Hiervan kan slechts eenmalig van worden afgeweken, welk geval het evenement maximaal 3 dagen mag duren, exclusief op- en Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 46

14-12-2021

afbouwdagen. Opgemerkt dat bijvoorbeeld een driedaags evenement maakt dat nog 9 evenementen (dagen) zijn toegestaan. Tussen de evenementen dient ten minste 14 dagen in acht te worden genomen om te voorkomen dat het maximale aantal evenementen achter elkaar gehouden gaan worden. Tot slot zijn aan de begintijden eveneens voorwaarden gesteld, namelijk dat een muziekevenement op zondagen niet voor 13.00 uur begint. Vorenstaande wordt in algemene aanduiding regels opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Op de verbeelding van het bestemmingsplan worden gronden aangewezen met de gebiedsaanduiding 'Overige zone - evenementen'. Op deze gronden zijn evenementen categorie B toegestaan, mits voldaan wordt aan voorwaarden, waaronder het maximale aantal personen van 1000.

Conclusie Vanuit het oogpunt van geluid is het gebruiken van het activiteitenterrein van Strand Nijstad ten behoeve van maximaal 12 evenementen (dagen) per jaar mogelijk.

5.7

Milieueffectrapportage (MER)

5.7.1

Normstelling

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Doorvertaling naar het plan Het voorliggend bestemmingsplan heeft geen betrekking op een het realiseren van een hotel of vakantiepark, maar op een bestaande recreatievoorziening die wordt uitgebreid. Ten tijde van de vaststelling van het geldend bestemmingsplan is reeds op 26 maart 2015 door de gemeenteraad besloten dat er geen MER opgesteld hoeft te worden voor dit plan vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 47

14-12-2021

Op basis van de uitkomsten blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.

5.8

Luchtkwaliteit

5.8.1

Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn onderstaande tabel weergegeven.

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die i s vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.

5.8.2

Onderzoek en conclusie

In het vastgesteld bestemmingsplan is met behulp van de NIBM-tool vastgesteld dat het project geen negatief effect op de luchtkwaliteit heeft. Tevens is met dezelfde NIBM-tool bepaald dat het omslagpunt bij 1218 extra voertuigbewegingen ligt, wil er sprake zijn van een negatief effect op de luchtkwaliteit. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het bouwen en gebruiken van een bedrijfsgebouw, het uitbreiden van het paviljoen en het gebruik van gronden ten behoeve van evenementen. Het plan ligt ruim beneden gestelde kwantitatieve grenzen in het Besluit en de Regeling. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek is niet aan de orde. Er kan geconcludeerd worden dat de herontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet Luchtkwaliteit.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 48

14-12-2021

5.9

Externe veiligheid

5.9.1

Normstelling

Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied.

5.9.2

Onderzoek en conclusie

Volgens het nationale veiligheidsbeleid en de Visie Externe Veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied. Dat onderzoek is in bijlage 8 EV-advies van het vastgesteld bestemmingsplan te lezen. Het onderzoek bestaat uit het in beeld brengen van alle relevante risicofactoren met de bijbehorende risico's alsmede het vaststellen van de invloed hiervan op het plangebied. Onderstaande figuur is een uitsnede van de professionele risicokaart met daarop de ligging van de relevante risicobronnen.

Het gasontvangstation, de RWZI en een verkooppunt voor consumentenvuurwerk ten noorden en noordwesten van het plangebied zijn geen risicobedrijven in de zin van externe veiligheid. Deze bedrijven vallen (gedeeltelijk) onder het Activiteitenbesluit en het Vuurwerkbesluit en moeten Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 49

14-12-2021

voldoen aan de daarin opgenomen voorschriften voor veiligheid. Relatie met het plan Als gevolg van voortschrijdend inzicht is het voornemen om het geldend bestemmingsplan "Buitengebied Noord, deelplan Nijstad 2014" op een aantal punten aan te passen. Deze aanpassingen hebben onder andere te maken met het bouwen van een bedrijfsgebouw (op een andere locatie), het uitbreiden van het paviljoen, het mogelijk maken van (neven)activiteiten aanverwant aan de (dag)recreatie en het organiseren van maximaal 12 evenementen per jaar. Gemeente Hoogeveen vraagt hiervoor om een advies externe veiligheid. Externe veiligheid speelt hier een belangrijke rol in verband met de ligging van een groot aantal hogedruk aardgastransportleidingen van de Gasunie en NAM. De evenementen hebben invloed op het reeds bestaande groepsrisico dat voor dit gebied in 2015 voor het bestemmingsplan is berekend. De aangevraagde situatie ligt volledig binnen de 100% letaliteitszone en daarmee ook binnen het invloedsgebied van de buisleidingen. Drenthe (VRD) en Regionaal uitvoeringsdienst Drenthe (RuDD) is door de gemeente Hoogeveen ingeschakeld om hierover te adviseren. De oorspronkelijke plannen om evenementen te organiseren met aantal bezoekers van 5000-6000 personen is losgelaten en op advies3 teruggebracht naar maximaal 1000 personen. 3 EV-advies RuDD d.d. 13 maart 2019, zaaknummer : Z2018-00032506

Groepsrisico t.o.v. huidige geprojecteerde situatie Hoe het groepsrisico van de voorgenomen activiteiten, waaronder maximaal 12 evenementen per jaar met een maximaal 1000 personen zich verhoudt ten opzichte van het huidige groepsrisico dat in het in 2016 vastgestelde bestemmingsplan is berekend, is beoordeeld door de VRD en RudD. Het huidige groepsrisico (van het huidige gebruik) uitgedrukt in de geprojecteerde bestemmingsplan capaciteit overschrijdt de oriëntatiewaarde niet. Dit geldt voor alle destijds berekende hogedruk aardgastransportleidingen, waarvan de leidingen van de Gasunie met kenmerkt A-501 en A-502 ook al maatgevend waren. In die berekeningen werd ook al rekening gehouden met zogenaamde piekdagen op werkdagen en piekdagen in het weekend op de twee stranden. Het activiteitenterrein is geprojecteerd tussen de twee maatgevende hoge druk Aardgastransportleidingen. Het advies om op het terrein tussen de buisleidingen maximaal 1000 bezoekers toe te staan is overgenomen in het voorliggend bestemmingsplan. Hierdoor zal de oriëntatiewaarde minder snel worden overschreden. De meeste calamiteiten met buisleidingen vinden plaats tijdens graafwerkzaamheden. In de vergunning kan een dergelijke gelijktijdigheid door middel van het opleggen van voorschriften worden voorkomen.

Verder dient in het bestemmingsplan vast te worden gelegd dat op het evenemententerrein geen voorwerpen in de bodem mogen worden gedreven die een risico voor de buisleidingen op kunnen leveren. Indien daarentegen toch bepaalde voorwerpen in de bodem moeten worden gebracht dient dit te gebeuren na advies van de leidingbeheerder en of onder toezicht van de leidingbeheerder. Wanneer voorwerpen mechanisch in de grond worden gedreven dient daarvoor een KLIC-melding te worden gedaan. Verder dient de VRD voor een evenementenvergunning om advies te worden gevraagd. Geadviseerd wordt hierbij naast de fysieke brandveiligheidsaspecten ook het scenario van de buisleidingen mee te nemen.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 50

14-12-2021

Bedrijfsgebouw tussen leidingen In het geldende bestemmingsplan was het toegestaan een bedrijfsgebouw op te richten. Voortschrijdend inzicht maakt dat het bouwvlak voor het bedrijfsgebouw wordt gewijzigd naar een ander deel van het terrein. Het bouwvlak is gelegen tussen twee hogedruk aardgastransportleidingen. De gewenste locatie is hieronder weergegeven met het roze gearceerde vlak.

Beoordeling4 Externe veiligheid is voor dit bestemmingsplan relevant in verband met de hogedruk aardgastransportleidingen die binnen het terrein aanwezig zijn. De herschikking van de activiteiten leidt niet tot het opnieuw uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse. 4 EV-advies d.d. 28 juli 2020, zaaknummer Z2020-00006649

Voor Nijstad is in 2019 een EV-advies door de RUD Drenthe opgesteld en is bij de gemeente Hoogeveen reeds bekend. Het advies van 2019 met zaaknummer Z2019-00032506 is daarom eveneens bij onderhavige zaak gevoegd. In de weergave wordt aangegeven dat het bouwvlak op ten minste 5 meter vanaf de hogedruk aardgastransportleidingen wordt geprojecteerd. De belemmeringenstrook van de leidingen bedraagt 5 meter en hiermee voldoet de aanvraag voor dit bouwvlak aan de eisen van het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het bouwvlak heeft een totale grootte van 960 m2, waarvan slechts 60% bebouwd zal worden. Geadviseerd wordt om de grootste afstand vanaf het daadwerkelijk te bebouwen oppervlak tot aan de belemmeringenstrook van de hogedruk aardgastransportleidingen aan te houden.

Conclusie EV-adviezen Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 51

14-12-2021

In verband met de ligging van hogedruk aardgastransportleidingen is externe veiligheid relevant voor dit bestemmingsplan. De gasleidingen van de Gasunie met kenmerk A-501 en A-502 zijn voor de aanvraag maatgevend. De aangevraagde situatie ligt volledig binnen de 100% letaliteitszone en daarmee ook binnen het invloedsgebied van de buisleidingen. De evenementen met een geringer aantal bezoekers van maximaal 1000 personen leveren een lager groepsrisico op en ligt ter hoogte van de oriëntatiewaarde. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van evenementen waarbij het aantal bezoekers te maximaliseren tot circa 1000 personen. In het bestemmingsplan dient te worden vastgelegd dat tijdens graafwerkzaamheden nabij een hogedruk aardgastransportleiding geen evenement mag plaatsvinden. Op het evenemententerrein mogen geen voorwerpen in de bodem worden gedreven zonder advies van de leidingbeheerder en dat ten tijde van werkzaamheden, waarbij voorwerpen in de bodem worden gebracht, dit onder toezicht van de leidingbeheerder dient plaats te vinden. Het bestemmingsplan voorziet in het bouwen en gebruiken van een bedrijfsgebouw die op een zo groot mogelijke afstand vanaf de belemmeringenstrook van de hoge druk aardgastransportleidingen te worden gerealiseerd.

5.10

Verkeer en vervoer

Basisuitgangspunt is dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het parkeren volledig op eigen terrein gefaciliteerd dient te worden. In beginsel zal parkeerregulering zich beperken tot maatregelen die de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en het beoogde parkeergedrag bevorderen of maatregelen die structurele parkeeroverlast bestrijden. Als vermeld in deze toelichting is de herinrichting van Strand Nijstad een deelproject van het vastgesteld bestemmingplan. Het aantal parkeerplaatsen op Strand Nijstad in de reguliere gebruiksfase betreft 250 parkeerplaatsen. Het aantal parkeerplaatsen in voorliggend bestemmingsplan blijft gelijk. Het huidige aantal zijn na 2 seizoenen strand en paviljoen Nijstad toereikend gebleken. De gewenste ontwikkelingen en activiteiten vanuit voorliggend bestemmingsplan gaan niet leiden tot een significante en structurele toename aan parkeerbehoefte.

Evenementen Met voorliggend bestemmingsplan worden maximaal 12 evenementen per jaar mogelijk maakt. Deze evenementen kunnen grote aantallen bezoekers trekken. Naast het juridisch-planologisch mogelijk maken van evenementen zal elk evenement via een evenementenvergunning worden besloten. Aan deze vergunning kunnen maatwerkvoorschriften voor het parkeren worden gesteld. De praktijk wijst uit dat een nabijgelegen weiland aan de Koedijk uitermate geschikt kan zijn voor het incidenteel parkeren. Ook kunnen aan een evenementen voorwaarden over bezoekersaantallen worden gegeven. De 250 parkeerplaatsen die Strand Nijstad te bieden heeft, zijn tot dusver altijd toereikend geweest, ook bij evenementen die maximaal 1000 bezoekers. De bewegwijzering naar Strand Nijstad blijkt in de praktijk zodanig helder van opzet dat ook grote groepen mensen zonder grote problemen aan- en afgevoerd kunnen worden. Verder is Strand Nijstad ook goed te bereiken op de fiets. Om die reden worden ook bij evenementen op Strand Nijstad geen problemen verwacht als het gaat om de verkeersaantrekkende werking ten gevolge van evenementen. Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 52

14-12-2021

Toekomstige plannen Initiatiefnemer heeft plannen om ten zuidwesten van het plangebied een nieuwe ontwikkeling te realiseren. De plannen voor Nijstad resort (fase II) worden via een ander bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Bij deze nieuwe plannen worden de agrarische gronden tussen de Koedijk en de (afrit van de) Rijksweg A28 mede heringericht, waaronder het realiseren van ca. 265 parkeerplaatsen (kort en lang parkeren). Een gedeelte van de agrarische gronden ten overstaan van de toegang van Strand en Paviljoen Nijstad worden tijdelijke parkeerplaatsen ingericht voor incidenteel gebruik.

5.11

Duurzaamheid

De gemeente Hoogeveen heeft haar ambitie op het gebied van duurzaamheid verwoord in het klimaatbeleid en de Milieuvisie. In het klimaatbeleid is de ambitie uitgesproken om in 2040 als gehele gemeente CO2-neutraal te willen zijn. Door bij nieuwe ontwikkelingen duurzaamheid reeds in de ontwerp- en bouwfase mee te nemen kan optimaal invulling worden gegeven aan de gestelde ambitie. De duurzaamheidsmaatregelen zoals opgenomen in het vastgesteld bestemmingsplan blijven onverkort van toepassing.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 53

14-12-2021

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 54

14-12-2021

Hoofdstuk 6 6.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

Als opzet voor de planologische regeling van dit gebied, is gekozen voor een verbeelding met flexibele bestemmings- en bouwregels, waarin het door de gemeente vastgestelde beleid wordt omschreven. Hiermee wordt een materiële rechtszekerheid beoogd; alleen activiteiten die in het karakter van het gebied passen zijn toegestaan. De in het plangebied voorkomende stedenbouwkundige kwaliteiten worden door de keuze van de bestemming en de daarin gegeven bouwregels zoveel mogelijk gewaarborgd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro.

Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.

6.2

Regels

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduiding regels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. De algemene aanduiding regels geven de mogelijkheid voor algemene aanduidingen, die als een extra laag over meerdere bestemmingen kan liggen.

In dit bestemmingsplan is een algemene aanduiding aanwezig, te weten: Geluidzone - Industrie 50 dB(A): het betreft een zone die behoort bij het bedrijf ‘zuiveringsinstallatie’. Binnen de zone moet men bij nieuwbouw rekening houden met grenswaarde van geluid vanwege de industrie of een hogere waarde aanvragen; In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 55

14-12-2021

6.3

Verklaring van de bestemmingen

In deze paragraaf wordt een verklaring gegeven van de inhoud van de (dubbel)bestemmingen. De bestemmingen worden in alfabetische volgorde besproken. Groen De beoogde groenelementen zijn planologisch geregeld. Binnen de groenbestemming zijn de structureel aanwezige groenvoorzieningen ten behoeve van het recreatieterrein opgenomen, alsmede mogelijkheden voor speelvoorzieningen en voor voet- en fietspaden. Binnen de bestemming is een functieaanduiding ‘ontsluiting’ opgenomen ten behoeve van de aanleg en het gebruik van wegen.

Horeca De beoogde horecafunctie is planologisch geregeld. Er is een bouwvlak opgenomen, met een maximale goot- en bouwhoogte en dakhelling.

Recreatie – Dagrecreatie De beoogde dagrecreatie is planologisch geregeld. Er is gekozen om het grote bedrijfsgebouw middels een bouwvlak mogelijk te maken. De kleine bedrijfsgebouwtjes tbv opslag worden niet met behulp van bouwvlakken, maar binnen de bestemming (met een maximale maatvoering) mogelijk gemaakt. Dit om flexibiliteit in het plan te borgen. Binnen deze bestemming zijn de regels voor maximale goot- en bouwhoogte en dakhelling voor deze gebouwen opgenomen. Binnen de bestemming Recreatie – Dagrecreatie is ook de functieaanduiding opgenomen ten behoeve van de het parkeerterrein voor de dagrecreatie (in de vorm van de aanduiding ‘parkeerterrein’). Ten behoeve van de beachclub c.q. het horeca-uitgiftepunt is middels de aanduiding 'horeca' op de verbeelding opgenomen.

Water Binnen deze waterbestemming zijn in het plangebied gelegen waterpartijen, die belangrijk zijn zowel vanuit oogpunt van dagrecreatie, aanlegsteigers, oevers, bermen en beplanting alsmede vanuit oogpunt van de waterhuishouding planologisch geregeld.

Wonen Binnen deze bestemming krijgt de meest zuidelijke van de 14 woningen binnen het totale plangebied van Nijstad iets meer aan grond toebedeeld aan de zuidkant van de bestaande woonbestemming. In het plan zijn twee dubbelbestemmingen opgenomen.

Dubbelbestemming Leiding - Gas Ter bescherming van de aardgastransportleidingen is deze dubbelbestemming opgenomen. Binnen de belemmeringenstrook van deze leidingen mogen gronden niet in gebruik zijn op een manier die strijdig is met het beheer van de leidingen. Ter plaatse mogen geen bouwwerken worden opgericht en mag geen bewerking van de bodem plaatsvinden, tenzij die uitgezonderd is van de vergunningplicht voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden.

Dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 56

14-12-2021

Ter bescherming van ondergrondse hoogspanningsleidingen is deze dubbelbestemming opgenomen. Binnen de belemmerende strook van deze leiding mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd zonder schriftelijke toestemming van de hoogspanningsleidingbeheerder.

Algemene aanduidingsregels De algemene aanduiding regels geven de mogelijkheid voor algemene aanduidingen, die als een extra laag over meerdere bestemmingen kan liggen. In dit bestemmingsplan zijn twee van deze algemene aanduidingen aanwezig, te weten: Geluidzone - Industrie 50 dB(A) en Evenemententerrein. De geluidzone betreft een zone die behoort bij het bedrijf ‘zuiveringsinstallatie’. Binnen de zone moet men bij nieuwbouw rekening houden met grenswaarde van geluid vanwege de industrie of een hogere waarde aanvragen. Voor de gebieden waar evenementen zijn toegestaan is de aanduiding ‘evenemententerrein' opgenomen.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 57

14-12-2021

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 58

14-12-2021

Hoofdstuk 7 7.1

Handhaving

Algemeen

Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.

7.2

Beleidskeuzen

De gemeenteraad heeft op 3 februari 2011 de Kadernota Toezicht en handhaving vastgesteld. Het handhavingsbeleid maakt onderdeel uit van het programma Veilig. De looptijd van de kadernota Integrale handhaving loopt van 2011-2014, waarmee wordt aangesloten bij andere plannen waarin op onderdelen wordt verwezen naar handhaving. Dit zijn het Drentse veiligheidsplan, Integrale veiligheidsplan Hoogeveen en de visie externe veiligheid. De afgelopen jaren is er veel veranderd en de komende jaren gaat er nog veel veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningplicht naar steeds meer algemene regels in het VROM-domein. Gevolg hiervan is dat er meer nadruk komt te liggen op de uitvoering van de handhaving.

7.3

Inzet gemeentelijk apparaat

Op basis van de kadernota Toezicht en handhaving wordt jaarlijks een gemeentelijk werkprogramma opgesteld. Hierin worden op basis van een evaluatie voor het komende jaar de prioriteiten (bij)gesteld. In dit werkprogramma worden alle taken, taakonderdelen, de wettelijke of gewenste prioriteitstelling, prestatie en capaciteitstoekenning op het gebied van handhaving opgenomen. Tevens wordt de voortgang van de projecten die spelen inzichtelijk gemaakt. De werkprogramma's worden gemonitord en geëvalueerd (jaarverslagen). Voor de monitoring en evaluaties zal aansluiting worden gezocht bij de programmasturing zoals die in Hoogeveen wordt gebruikt. Aan deze programma's ligt een visie (1x10 jaar) ten grondslag die vervolgens worden uitgewerkt in beleidsnota's (1x4 jaar) en uitvoeringsprogramma's (jaarlijks). Tevens wordt beoordeeld of nog de juiste prioriteiten worden gesteld en of het handhavingsbeleid en de handhavingsstrategieën nog doelmatig en effectief zijn. Ieder jaar rapporteert het college van B&W de evaluatie aan de gemeenteraad. Indien nodig worden op basis van de evaluatie aanpassingen gedaan in de kadernota.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 59

14-12-2021

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 60

14-12-2021

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Met dit bestemmingsplan worden de ontwikkelingsmogelijkheden van het plangebied vastgelegd. Er is een informatieavond gehouden om omwonenden en andere belanghebbenden en belangstellenden te informeren over de ontwikkelingsmogelijkheden van het plangebied. Ook is het plan in het kader van het vooroverleg op basis van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan verschillende instanties. Van de provincie Drenthe en de gasunie zijn inhoudelijke reacties ontvangen. De vooroverlegreacties zijn puntsgewijs samengevat weergegeven, alsmede het gemeentelijk standpunt in de nota vooroverleg die als bijlage 5 is opgenomen. De reacties zijn per aangehaald punt beantwoord. Waar de reacties tot aanpassingen hebben geleid wordt dit vermeld.

Vervolgprocedure Het ontwerpbestemmingsplan zal vervolgens ter inzage worden gelegd gedurende een periode van 6 weken. Gedurende deze inzagetermijn kan een ieder een zienswijze kenbaar maken. De bekendmaking hiervan zal plaatsvinden in de Hoogeveensche Courant alsmede in de Staatscourant en via elektronische weg. Het vervolg daarop bestaat, kort samengevat, uit de volgende stappen in de procedure: vaststelling (al dan niet gewijzigd) door de gemeenteraad; beroepsmogelijkheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

8.2

Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient een onderzoek te worden verricht naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gemeente Hoogeveen heeft met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten, zodat de economische uitvoerbaarheid 'anderszins verzekerd' is. De kosten voor de uitvoering van dit bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Gelet op bovenstaande wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht.

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 61

14-12-2021

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 62

14-12-2021

Bijlagen bij toelichting

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 63

14-12-2021

Bijlage 1

Watertoets

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 64

14-12-2021

Onderwerp

Afwijken op uitkomst digitale watertoets - Bestemmingsplan Nijstad Hoogeveen (Koedijk)

Afzender

Gijs Frederiks <gijsfrederiks@wdodelta.nl>

Ontvanger

<henry@roobeek-advies.nl>

Datum

2021-02-23 8:21

Geachte heer de Roo,

Op 10 februari 2021 heeft u op www.dewatertoets.nl het digitale watertoets formulier ingevuld. Op basis van deze digitale toetsing valt uw ontwikkeling onder de normale procedure. Als onderdeel van de normale procedure beoordeelt het waterschap de informatie die is ingestuurd bij de digitale toetsing. Na bestudering van de informatie bij uw voorgenomen plan en het maken van een afweging komt uw plan in aanmerking voor de korte procedure. Concreet betekent dit dat u direct door kunt gaan met de planvorming onder de voorwaarde dat u de standaard waterparagraaf uit dit document toepast. Deze tekst is hieronder weergegeven en dient u één op één over te nemen in bijvoorbeeld het bestemmingsplan. In deze waterparagraaf is het wateradvies van het waterschap automatisch verwerkt. Het waterschap Drents Overijsselse Delta beschouwt hiermee het plan als afgehandeld.

STANDAARD WATERPARAGRAAF KORTE PROCEDURE In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Deze waterparagraaf heeft betrekking op Nijstad Hoogeveen.

Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl.

Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.

Voorkeursbeleid hemelwater (Onderstaande tekst graag specificeren wat van toepassing is voor uw plan. Daarbij vragen wij u om het verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) van de gemeente te raadplegen en rekening te houden met het hemelwaterbeleid van de gemeente. Wij vragen u om dit te beschrijven in deze waterparagraaf.) Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding. Gaat u werkzaamheden verrichten in de beschermingszone van een waterstaatswerk (dus: een dijk of een watergang)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een watervergunning aanvragen op de website: www.omgevingsloket.nl. Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke watervergunning u nodig heeft. Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen watervergunning aan te vragen.

Wetgeving lozen in oppervlaktewater In het plan vindt afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater plaats. Voor lozingen op het oppervlaktewater geldt een vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Waterwet. Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Indien u grondwater gaat onttrekken tijdens de aanleg en u wilt dat lozen in oppervlaktewater dan gelden er specifieke regels. Neem hierover contact op met de medewerker advies Waterwet van het waterschap.

Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan.

Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld.

Met vriendelijke groet, Gijs Frederiks Beleidsadviseur

Waterschap Drents Overijsselse Delta Dokter van Deenweg 186, 8025 BM Zwolle Postbus 60, 8000 AB Zwolle T. (088) 233 13 69

Volg ons:

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 67

14-12-2021

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand ontwerp

NL.IMRO.0118.2021BP9006011-ON01 68

14-12-2021

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen

projectnummer

200115

Pagina 2 van 30

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen 200115 1.0 M. Vos R.J.W. Huls

Datum

15 maart 2021

OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Zuidema Groep Dhr. B. Zuidema Smirnoffstraat 14, 7903 AX Hoogeveen

UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Nijstad te Hoogeveen, in opdracht van Zuidema Groep. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.

Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Hoogeveen_200115_Nijstad_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 3 van 30

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen ................................................................................ 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11492473/1