CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand_ontwerp_1.pdf

Raadsavond 19 mei 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand23.447 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.

INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................. 11

2.1 2.2 2.3

Bronnenonderzoek ...................................................................................................................... 11 Veldinspectie ............................................................................................................................... 11 Toetsing ...................................................................................................................................... 11

3.

EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN .......................... 12

3.1 3.2 3.3 3.4

Natura 2000 ................................................................................................................................ 12 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 13 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 14 Houtopstanden ........................................................................................................................... 14

4.

EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 17

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Voorselectie soortgroepen .......................................................................................................... 17 Flora ............................................................................................................................................ 17 Broedvogels ................................................................................................................................ 18 Vleermuizen ................................................................................................................................ 20 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 20 Overige soorten ........................................................................................................................... 21

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 24

5.1 5.2 5.3 5.4

Soortenbescherming ................................................................................................................... 24 Gebiedsbescherming en houtopstanden ..................................................................................... 24 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 25 Verantwoording .......................................................................................................................... 26

GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 27 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Drenthe 2 Samenvatting NDFF

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 4 van 30

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.

1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het onderzoek is de verdere ontwikkeling van recreatiegebied Nijstad te Hoogeveen. Bij een gedeelte van het terrein zal het bestemmingsplan gewijzigd moeten worden. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.

1.2

Wettelijk kader

Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig. Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen.

Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 5 van 30

– 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Drenthe is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Houtopstanden Hoofstuk 4 van de Wet natuurbescherming (art. 4.1-4.5) regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt een meld- en herplantplicht. Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen.

Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV).

1.3

Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen

Huidige situatie plangebied Het plangebied betreft een gedeelte van een voormalige zandwinlocatie, nu bekend als recreatiegebied Nijstad. Door de zandwinning zijn in het verleden twee waterpartijen ontstaan. Het plangebied is ten noorden gelegen van de A28, op- en afrit 25 Zuidwolde en ten zuiden van de Hoogeveensche Vaart. Het betreft de middenstrook tussen beide waterpartijen, de percelen naast de A28 en het strandgedeelte in het oosten van het recreatiegebied. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. De middenstrook bestaat voornamelijk uit een zandweg met diverse soorten vaatplanten op (deels) vochtige en voedselrijke bodem. Langs de oeverzijdes zijn vooral wilgenstruwelen en rietkragen aanwezig. Ten noordwesten van het plangebied en gedeeltelijk langs de ‘Koedijk’ is bostruweel aanwezig. Het zuiden en zuidwesten van het plangebied, gelegen langs de A28 en Echtenseweg, bestaat uit weiland met enkele watergangen. Het strandgebied ten oosten van het plangebied bestaat momenteel uit een braakliggend terrein met een wandelpad, heuvels bestaande uit gemaaid gras en nog enkele groenstructuren. De heuvels blijven behouden.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 6 van 30

Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).

In onderstaande figuren 1.2 tot en met 1.7 zijn de overzichtsfoto’s van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.2. Overzichtsfoto zuidwestzijde van de middenstrook.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 7 van 30

Figuur 1.3. Overzichtsfoto bostruweel ten noordwesten van het plangebied.

Figuur 1.4. Middenstrook liggend tussen twee de waterplassen.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 8 van 30

Figuur 1.5. Zuidelijke gedeelte van het plangebied (weideveld).

Figuur 1.6. Oostelijke gedeelte van het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 9 van 30

Figuur 1.7. Oostelijke gedeelte van het plangebied.

Voorgenomen ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om de verdere ontwikkeling van recreatiegebied Nijstad te verder vorm te geven. Bij een gedeelte van het terrein zal het bestemmingsplan gewijzigd moeten worden. Er komt een doorstroming in de dam tussen beide waterplassen, waarbij een brug overheen zal lopen. Langs de oeverzijden van beide waterplassen worden meerdere bungalows gerealiseerd (zie figuur 1.5 en figuur 1.6). In het centrum tussen beide oevers komt er een groene inrichting tussen de rijen bungalows. Het zuidelijke deel van het plangebied (ten zuiden van de Koedijk) is het voornemen een hoofdgebouw en meerdere parkeerplekken met diverse waterplassen en opgaand groen te realiseren. In figuur 1.5 en figuur 1.6 zijn de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. Op termijn zal verder invulling worden gegeven aan de locatie.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 10 van 30

Figuur 1.5. Huidige beoogde invulling van het plangebied (rood omlijnd) (bron: opdrachtgever).

Figuur 1.6. Schetsontwerp invulling van het plangebied (bron: Frans Beune landschap en stedenbouw).

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 11 van 30

2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaat uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.

2.1

Bronnenonderzoek

Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 23 februari 2021 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2021) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van één kilometer rond het plangebied. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. De samenvatting van de resultaten uit het NDFF is opgenomen in bijlage 2. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens (verspreidingsatlassen en dergelijke). Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.

2.2

Veldinspectie

De literatuurgegevens vormen de basis voor het veldbezoek dat overdag op 19 februari 2021 (droog, licht bewolkt, windkracht 3 Bft, temperatuur 4°C) is uitgevoerd. Er heeft een aanvullende veldbezoek plaatsgevonden op 8 maart 2021 (droog, bewolkt, windkracht 1 Bft, temperatuur 6°C). Het plangebied en de directe omgeving is onderzoek door een ecoloog van Eco Reest. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn.

2.3

Toetsing

Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Ten aanzien van de voorgenomen bomenkap is beoordeeld of het beschermingsregime vanuit de Wnb ten aanzien van beschermde houtopstanden van toepassing is, en of vervolgstappen aan de orde zijn. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 12 van 30

3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 3.1

Natura 2000

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen Dwingelderveld, Mantingerzand en Holtingerveld, op respectievelijk circa acht, elf en 12,8 kilometer afstand (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (geel/groen) (Bron: AERIUS Calculator, 2021).

Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kunnen de (vergelijkbare) categorieën woningbouw en landrecreatie in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden (>acht kilometer), de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties (Cardinaals et al. 2019, Vegte et al. 2014, Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al. 2008) en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten - met uitzondering van stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de aanleg- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Voor het betreffende plan wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2020) berekeningen van de aanleg- en Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 13 van 30

de gebruiksfase te maken om inzichtelijk te maken of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Afhankelijk van de uitkomsten van de berekeningen zijn vervolgstappen aan de orde. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden (<0,00 mol/ha/jr), is geen vergunning nodig. In dat geval kan het plan worden vastgesteld en uitgevoerd zonder verdere vervolgstappen met betrekking tot de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen zoals een voortoets, saldering, passende beoordeling en/of een vergunning.

3.2

Natuurnetwerk Nederland

Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Ook maakt het geen onderdeel uit van een ecologische verbindingszone. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 600 meter afstand. Effectbeoordeling Gezien de afstand (>600 meter), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Ook kent de provincie Drenthe geen externe werking ten aanzien van het NNN (Provincie Drenthe, 2018a). Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 14 van 30

Figuur 3.2 Ligging plangebied ten opzichte van het NNN (groen) (Bron: Provincie Drenthe, 2021).

3.3

Natuur buiten het NNN

In het Drentse ruimtelijk beleid is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, namelijk in bijzonder provinciale natuurgebieden, ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe, 2018b). In Drenthe is momenteel één gebied aangewezen als bijzonder provinciaal natuurgebied: Landgoed Overcingel. Dit gebied ligt in Assen, op meer dan 33 kilometer afstand. Ook ligt het plangebied niet in/nabij ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe, 2018b). In Drenthe is alleen het Leekstermeer als ganzenrustgebied aangewezen. Gezien de afstanden tot deze gebieden en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van negatieve effecten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

3.4

Houtopstanden

Binnen het plangebied wordt ten behoeve van het plan opgaand groen verwijderd. Op de middenstrook tussen de twee waterplassen betreft het diverse houtopstanden bestaande uit zwarte els, grove den en ruwe berk. Daarnaast worden kapwerkzaamheden uitgevoerd aan de noordwestzijde van het plangebied en het bosstruweel gedeeltelijk langs de ‘Koedijk’ (zie figuur 3.3). Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 15 van 30

Deze delen bestaan voornamelijk uit zomereik, zwarte els en ruwe/zachte berk en langs de oeverzijde veelal jonge wilgensoorten (zie ook paragraaf 1.3).

Figuur 3.3. Impressie houtopstand middenstrook.

Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Het plangebied ligt buiten de begrenzing (zie figuur 3.4), zodat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden hiervoor geldt. Het te kappen groen op de middenstrook, ten noordwesten en langs de Koedijk maakt onderdeel uit van rijbeplanting van meer dan twintig bomen en voldoet daarmee aan het oppervlaktecriterium. Voor beplanting langs waterwegen bestaande uit populieren en wilgen geldt een vrijstelling vanuit de Wet natuurbescherming (art.4, lid f,2), zodat voor deze boomsoorten geen meld- en herplantplicht geldt. Uit bovenstaande volgt dat er voor (een deel van) de te kappen houtopstanden vervolgstappen (meld- en herplantplicht) in het kader van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. De melding dient minimaal vier weken en maximaal één jaar voorafgaand aan de kap te worden ingediend. De eisen voor herplant zijn in de provinciale verordening van Provincie Drenthe uitgewerkt. Geadviseerd wordt deze conclusie en de te nemen vervolgstappen met bevoegd gezag (Provincie Drenthe) te overleggen.

De te kappen bomen staan niet op de gemeentelijke lijst van beschermwaardige bomen binnen de gemeente Hoogeveen (Gemeente Hoogeveen, 2021), zodat een omgevingsvergunning niet nodig is.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 16 van 30

Figuur 3.4 Te kappen bomen (rood omlijnd) ten opzichte van bebouwde komgrens Wet natuurbescherming (bron: gemeente De Wolden/gemeente Hoogeveen, vigerende versie).

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 17 van 30

4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1

Voorselectie soortgroepen

Vanwege de eigenschappen van het plangebied zijn niet op alle beschermde soortgroepen effecten te verwachten. Aangezien de werkzaamheden geen betrekking hebben op bebouwing, zijn negatieve effecten op verblijfsplaatsen van gebouwbewonende soorten zoals enkele vogels en vleermuizen op voorhand uitgesloten.

4.2

Flora

Middenstrook Binnen het plangebied zijn diverse soorten van voedselrijke omstandigheden aangetroffen. De vegetatie onder bomen bestaat voornamelijk uit kruidachtige vaatplanten, waaronder kleine en grote brandnetel, smalle weegbree, braamstruik en hondsdraf. De middenstrook bestaat verder uit grassoorten, zoals veldbeemgras, gewoon struisgras en gestreepte witbol. In figuur 4.1 wordt een overzicht van het opgaand groen op de middenstrook (ontstane dam) van het plangebied weergegeven. Op de aanwezige zandbulten groeit onder andere vogelmuur, zachte ooievaarsbek, kleine varkenskers en paardenbloem. Door de aanwezigheid van stikstof minnende soorten, worden beschermde plantensoorten met voorkeur voor een voedselarm milieu binnen het plangebied niet verwacht. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (vegetatietype en voedselrijke milieu) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten.

Figuur 4.1. Opgaand groen op de middenstrook binnen het plangebied.

Weideveld Het zuidelijke deel van het plangebied, het weidegebied, bestaat vooral uit Engels raaigras. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (voedselrijk en frequent maaibeheer) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 18 van 30

Strand ‘Nijstad’ Het oostelijke deel van het plangebied, strandgedeelte ‘Nijstad’, is momenteel braakliggend terrein met reeds geplaatste groenstructuren (zie figuur 4.2). Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (braakligging) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

4.3

Broedvogels

Jaarrond beschermde nesten De werkzaamheden hebben geen betrekking op de aanwezige bebouwing, negatieve effecten op gebouwbewonende soorten zoals enkele vogels (o.a. huismussen en gierzwaluwen) zijn daarom uitgesloten. In de aanwezige bomen zijn geen nesten van vogels aangetroffen. Nestlocaties van vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nesten van deze soorten waargenomen en/of bekend. Overige soorten met jaarrond beschermde nesten Voor de in de nabijheid bekende categorie 5 soorten, onder andere de tijdens het veldwerk waargenomen koolmees en pimpelmees, zijn in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig (o.a. het bosgebied ten noorden en noordwesten van het plangebied). Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 19 van 30

Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels in het aanwezige opgaand groen en tussen de vegetatie langs de oevers van de waterplassen tot broeden komen (zie figuur 4.2). Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Daarnaast wordt bij het verwijderen van rietkragen een essentieel onderdeel van het habitat voor veel moerasvogels, zoals bosrietzangers en kleine karekiet, ongeschikt gemaakt.

Figuur 4.2. Twee kuifeenden nabij het plangebied.

Invasieve exoten Binnen het plangebied is de Nijlgans aangetroffen (zie figuur 4.3). Dit betreft een exoot; een soort die niet van nature voorkomt In Nederland. En invasief, vanwege hun explosieve verspreiding en de negatieve gevolgen daarvan voor natuur, volksgezondheid, veiligheid en economie. Deze soort staat vermeld op de Unielijst (NVWA, Unielijst, sinds 2 augustus 2017). De provincies zijn verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die in 2016 en 2017 op de Unielijst zijn geplaatst. De NVWA ontwikkelt samen met provincies (en andere overheden), met water- en terreinbeheerders en andere experts eliminatie- en beheerplannen voor soorten van de Unielijst. Het gaat hierbij om plannen van aanpak voor de bestrijding van populaties die in de natuur aanwezig zijn (of waarbij vestiging in de toekomst kan plaatsvinden) (bron: NVWA, 2021). De aanwezige exotische soort valt niet binnen het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Exoten op unielijst Vogels

Heilige ibis, huiskraai, nijlgans, rosse stekelstaart, treurmaina

Figuur 4.3. Nijlgans ter plaatse binnen het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 20 van 30

4.4

Vleermuizen

Verblijfplaatsen Daar de werkzaamheden geen betrekking op bebouwing hebben, worden negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten (zie ook paragraaf 2.1). In de aanwezige bomen binnen het plangebied zijn geen geschikte holtes aangetroffen waar boombewonende vleermuizen gebruik van kunnen maken. Daarnaast betreft het merendeel van de aanwezige houtopstanden uit bomen van geringe leeftijd (maximaal 20 jaar). Hierbij is de dikte van de stam nog vrij dun en daardoor ongeschikt voor eventuele verblijfplaatsen voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Vliegroute De bosstruwelen en oeverzijdes vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Indien de werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst plaatsvinden, waarbij kunstmatig licht wordt gebruikt, is het niet uit te sluiten dat er lichtverstoring aanwezig is op de potentiële vliegroute voor vleermuizen. Daarnaast verdwijnt bij het kappen van de bomen de potentiële vliegroute. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving, zoals de bomenrijen langs de Echtenseweg en Zuidwoldigerweg en de westzijde van de waterplassen, betreft het geen essentiële vliegroute. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde.

In de nieuwe situatie zijn er eveneens meerdere lijnvormige elementen aanwezig in de vorm van bomen en de oeverranden, waardoor een potentiële vliegroute voor vleermuizen na de werkzaamheden beschikbaar zal zijn binnen het plangebied. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Aangezien de locatie en omgeving tijdens en na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk. Om een foerageergebied geschikt te houden, dient er geen lichtbelasting aanwezig te zijn. Dit kan voorkomen worden door de lichtstralen naar beneden gericht te houden.

4.5

Grondgebonden zoogdieren

Binnen het plangebied ontbreekt het aan geschikte verblijfplaatsen in de vorm van schuilmogelijkheden (burchten, geschikte holen of holtes) en nesten. Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren worden daarom uitgesloten binnen het plangebied. Overige zoogdieren In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals muizen, mollen of ratten (zie figuur 4.3) te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 21 van 30

Figuur 4.3. Aanwezig hol van woelrat of bruine rat met een diameter van circa 6 centimeter.

4.6

Overige soorten

Reptielen Binnen het plangebied bestaat de begroeiing aan de oeverranden van de waterplassen ten oosten van de middenstrook veelal uit rietkragen en braamstruiken (zie figuur 4.4). Op de middenstrook bevinden zich vijf bulten met organisch materiaal (zie figuur 4.5). Bij enkele bulten zijn diverse openingen waargenomen, waar vermoedelijk muizen en/of ratten gebruik van maken. In de nabije omgeving (ter plaatse van de ‘Oude Kene’ ten noordwesten van het plangebied) is bekend dat er een populatie ringslangen aanwezig is (circa 1665 eischalen aangetroffen in vijf broeihopen (bron: RAVON)).

Figuur 4.4. Oeverbegroeiing ten oosten van de middenstrook binnen het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 22 van 30

Figuur 4.5. Eén van de bulten met organisch materiaal.

Aangezien het plangebied potentieel geschikt habitat is voor ringslangen, is navraag gedaan bij de plaatselijke IVN in Hoogeveen over de verspreiding van de lokale populatie ringslangen rond ‘Nijstad’ in Hoogeveen. Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen van ringslangen bekend. De verwachting is dat het plangebied buiten de verspreidingszone van de lokale populatie ter plaatse van ‘de Oude Kene’ ligt. Vanwege een grote barrière die gevormd wordt vanuit het noorden door ‘De Hoogeveensche Vaart’ en vanuit het zuiden door de A28, is de kans zeer klein dat ringslangen binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn. In figuur 4.6 zijn recentelijke waarnemingen van ringslangen rondom het plangebied weergegeven, aangeduid met de letter R (bron: contactpersoon RAVON Drenthe).

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 23 van 30

Figuur 4.6. Waarnemingen ringslangen in de nabije omgeving van het plangebied.

Amfibieën Naast de begroeiing van riet en braamstruiken, zijn er eveneens delen langs het water aan de oostzijde van de middenstrook dat bestaat uit ondiepe waterpoelen met pitrus en riet (zie figuur 4.7). Binnen een straal van twee kilometer zijn waarnemingen van de uit NDFF bekende poelkikker aangetroffen (zie bijlage 2, op circa 1,6 kilometer afstand). Gezien verspreidingsgegevens en de ligging van het plangebied tussen twee barrières, is niet te verwachten dat beschermde amfibieën binnen het plangebied aanwezig zijn. Overig Vanwege het ontbreken van stromend oppervlaktewater en geschikte waardplanten binnen het plangebied worden beschermde vissen en voortplanting van libellen uitgesloten (zie ook paragraaf 4.1). Binnen het plangebied zijn waardplanten aanwezig voor diverse algemene soorten vlinders, zoals de bekende ‘atalanta’. Gelet op de terreinkenmerken, de habitateisen (ontbreken van specifieke waardplanten) en verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde vlinders en overige ongewervelden ter plaatse van het plangebied niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen en ongewervelden zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 24 van 30

5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Soortenbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen. Door het ontbreken van jaarrond beschermde nesten, wordt een overtreding op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van jaarrond beschermde nesten van vogels niet verwacht. - Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen, waaronder de exotische soort ‘Nijlgans’. - Daar de werkzaamheden geen betrekking hebben op aanwezige gebouwen, worden negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten vleermuizen niet verwacht. Door het ontbreken van geschikte bomen en holtes worden eveneens verblijfplaatsen van boombewonende soorten vleermuizen niet verwacht. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. - Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Beschermde reptielen en amfibieën worden eveneens door de terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens niet verwacht.

- In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.

5.2

Gebiedsbescherming en houtopstanden

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa acht kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en natuur buiten het NNN. Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>600 meter) en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het plangebied ligt naar verwachting buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming en maken onderdeel uit van rijbeplanting van meer dan twintig bomen. Voor wilgen en populieren langs waterweg geldt een vrijstelling. Voor een deel van de betreffende te kappen bomen geldt het beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen (meld- en herplantplicht) in het kader van de Wnb zijn naar verwachting aan de orde. Vanuit het gemeentelijke beleid ten aanzien van bomenkap zijn geen vervolgstappen (vergunningplicht) nodig, de te kappen bomen staan niet op de lijst van beschermwaardige bomen.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 25 van 30

5.3

Advies en vervolgstappen

Berekeningen stikstofdepositie Geadviseerd wordt AERIUS-berekeningen te maken om inzichtelijk te maken of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). De AERIUS-berekeningen worden door Eco Reest in een separate notitie opgesteld. Houtopstanden Geadviseerd wordt om de te nemen vervolgstappen (meld- en herplantplicht) nader af te stemmen met bevoegd gezag (Provincie Drenthe). De melding dient minimaal vier weken en maximaal één jaar voorafgaand aan de kap te worden ingediend. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen.

Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Bij uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen wordt geadviseerd potentiële nestlocaties vóór het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart en de locaties niet van te voren dicht gezet kunnen worden, moet de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog (broedvogelcheck). Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moet een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Biodiversiteit Bij de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied zijn er mogelijkheden om omstandigheden voor een verbeterde biodiversiteit te creëren. Wij adviseren een ontwikkeling binnen het plangebied voor meerdere flora en faunasoorten.

Binnen de ontwikkeling zijn onder andere de volgende toepassingen gunstig om meer biodiversiteit te creëren: - Het planten van een diversiteit aan struiken en bomen, hetgeen als waardplant kan dienen voor diverse soorten vlinders en aantrekkelijk is voor insecten. Dit vergroot daaropvolgend het voedselaanbod voor insectenetende soorten. - Het planten van diverse waterplanten en nectarplanten langs de oeverzijdes. Onder andere de aanwezige rietkragen zijn zeer geschikt voor schuilmogelijkheden van moerasvogels. Door de rietkragen her te gebruiken of nieuw aan te planten blijft het habitat voor onder andere moerasvogels bestaan. - Omheining in de vorm van dichte hagen biedt beschutting voor onder andere egels en diverse vogelsoorten.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 26 van 30

- Een andere vorm van een groene omheining is een langgerekte takkenril. Hierbij zijn (lange) takken van wilgen en de gewone es het meest geschikt. Dit biedt goede verstop- en overwinteringsplekken voor diverse zoogdieren en insecten. - De groenperken binnen het plangebied zijn geschikt voor het inzaaien van wilde planten. Door op deze ingezaaide groenperken insectenhotels te plaatsen, zijn er meerdere schuilmogelijkheden beschikbaar voor diverse soorten insecten. Eveneens bevordert dit het voedselaanbod voor insectenetende soorten. - Door de te plaatsen brug natuurinclusief te bouwen, waarbij verblijfplaatsen gecreëerd worden voor vleermuizen en/of zwaluwen, biedt dit meer mogelijkheden voor deze soorten om zich binnen het plangebied te vestigen. - Informatieborden van voorkomende soorten zijn geschikt voor educatiedoeleinden. - Activiteiten waarbij kinderen en ouderen betrokken zijn, bijvoorbeeld het bouwen van takkenrillen of het maken van insectenhotels. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

5.4

Verantwoording

De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven ontwikkelingen. Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 27 van 30

GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Bauwens, D., Jooris, R., Verbelen, D., & Dochy, O., (2006). Poelen en amfibieën in West-Vlaanderen. Resultaten van een grootschalig poelenonderzoek door vrijwilligers in 2000-2005. Provincie WestVlaanderen, Brugge, i.s.m. Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, Brussel en Hyla, amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, Mechelen. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017).

Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Provincie Drenthe (2018a). Provinciale omgevingsverordening Drenthe. Provincie Drenthe - provinciale verordening. Vastgesteld (2018-10-03). Provincie Drenthe (2018b). Omgevingsvisie Drenthe 2018. Provincie Drenthe – structuurvisie. Vastgesteld (2018-10-03). Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Internet Gemeente Hoogeveen (2021) Boom kappen, van https://www.hoogeveen.nl/vergunningen/boomkappen. Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 8 maart 2021, van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 8 maart 2021, van www.NDFF.nl1

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

Pagina 28 van 30

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (2020). Invasieve exoten – Unielijst. Geraadpleegd op 11 maart 2021, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten Overheid (2020). Wetstekst Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 8 maart 2021, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Provincie Overijssel (2019). Lijst vrijgestelde soorten, van https://overijssel.terceraro.nl/SiteData/9923/Publiek/BV00026/b_NL.IMRO.9923.Verordening2017-GV06_846.pdf

Contactpersonen IVN Hoogeveen/Ravon Drenthe (reco). Geraadpleegd op 6 maart 2021.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE DRENTHE Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid) Provincie Drenthe Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën

Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Bron: Provincie Drenthe (2018) Omgevingsverordening 2018 - Bijlage IV: Soortenvrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

BIJLAGE 2 SAMENVATTING (NDFF) Soort Flora Knolspirea Vogels*/** Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Zoogdieren Boommarter Steenmarter Das Eekhoorn Otter Wild zwijn Amfibieën Poelkikker Reptielen Adder Ringslang Vissen Grote modderkruiper Ongewervelden Gevlekte witsnuitlibel Noordse winterjuffer

Bescherming

HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Wnb art. 3.10 Wnb art. 3.10 Wnb art. 3.10 Wnb art. 3.10 Bern II, HR IV Wnb art. 3.10 HR IV Wnb art. 3.10 Wnb art. 3.10 Wnb art. 3.10 Bern II, HR IV Bern II, HR IV

*Nesten van vogels die behoren tot categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd. **Nesten van soorten die vallen onder categorie 5 zijn eveneens jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen.

Quickscan Wet natuurbescherming Nijstad te Hoogeveen (kenmerk: 200115 v1.0)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11492473/1