CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA-Onderbouwing Krakeel 29 Noordscheschut

Raadsavond 4 december 2025, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Bindend adviesrecht BOPA Krakeel 29 Noordscheschut17.521 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 34 van 67 September 2025 Versie 01

4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2, voor ontwikkelingen in de vorm van een terrein is 'in beginsel' geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m 2 bedraagt. Door de toevoeging van 'in beginsel' bij iedere ondergrens, lijkt de Afdeling duidelijk te willen maken dat geen sprake is van ‘harde’ ondergrenzen. In voorliggend geval is meer dan de helft van het projectgebied al verhard aangelegd. De te bouwen opslagvoorziening krijgt een oppervlakte van circa 240 m2 en is daarmee minder dan 500 m2 groot. De ontwikkeling is niet aan te merken als een plan dat ladder plichtig is. 4.1.5

Cultureel erfgoed De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn regels voor de bescherming van rijksmonumenten en archeologische monumenten. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn regels over het bouwen, verbouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken opgenomen. Hierna volgt een weergave van de cultuurhistorische beleidskaart van de gemeente Hoogeveen met de ligging van het projectgebied in het blauwe kader.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 35 van 67 September 2025 Versie 01

Ter plaatse is geen sprake van een als waardevol aangeduid cultuurhistorisch terrein, zodat het aspect cultuurhistorie niet wordt belemmerd. 4.1.6

Archeologie Archeologische bescherming zorgt ervoor dat archeologische waarden van gronden worden behouden en beschermd. In de regels horende bij dit Omgevingsplan wordt de

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 36 van 67 September 2025 Versie 01

bescherming en het gebruik verder geregeld. Voor het grondgebied van de gemeente Hoogeveen is de archeologische beleidskaart van belang. Onderstaand een weergave van de archeologische beleidskaart waarbij het projectgebied is weergegeven binnen het rode kader.

De witte gebieden omvatten de gebieden die reeds onderzocht zijn, er geldt geen onderzoeksplicht naar archeologie.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29

Blad 37 van 67 September 2025

Te Noordscheschut

4.1.7

Versie 01

Conclusie Er is geen sprake van een belemmering vanuit cultuurhistorie en archeologie gezien richting de gewenste ontwikkeling.

4.2

Gezondheid Binnen de Omgevingswet heeft het beschermen en bevorderen van de gezondheid een plek gekregen. Artikel 2.1 van de Omgevingswet geeft aan dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Hierdoor zal bij elke ruimtelijke keuze worden beoordeeld wat dit doet met de gezondheid van de mens. Afdeling 2.2 van het Bkl gaat over de omgevingswaarden beschermen van de gezondheid en het milieu. Milieueisen worden gesteld om de kwaliteit van het milieu te beschermen. Met het beschermen van de kwaliteit van milieu wordt tevens de gezonde leefomgeving beschermd. De gemeente kan naast gezondheidsbescherming ook het belang gezondheidsbevordering meewegen. De fysieke leefomgeving kan positieve gezondheidseffecten hebben als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De gemeente Hoogeveen heeft in september 2022 de Nota Volksgezondheid vastgesteld. In de Nota volksgezondheid is het gezondheidsbeleid vastgelegd. Met deze nota bepaalt de gemeente de manier waarop problemen op het gebied van gezondheid het beste kunnen worden aanpakt. Hierbij is gekeken naar ontwikkelingen die van invloed zijn op de gezondheid van inwoners.

Maar ook naar de punten die gemeente Hoogeveen wil verbeteren, zoals het versterken van sociale relaties en vitaal ouder worden.

4.2.1

Conclusie Het gaat in voorliggend plan om het mogen gebruiken van gronden en het bouwen van een opslagloods/werkplaats voor een hoveniersbedrijf. Het aspect gezondheid is daar niet op van toepassing. Er is geen sprake van een belemmering vanuit het aspect gezondheid richting de gewenste ontwikkeling.

4.3

Geluid In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels waaraan de direct werkende regels in het omgevingsplan moeten voldoen. Deze regels zijn nodig voor het bereiken van de gewenste geluidkwaliteit. Bij het opstellen van het omgevingsplan moet daarom rekening worden gehouden met de geluiduitstraling door individuele activiteiten, activiteiten op een industrieterrein, geluiduitstraling door gemeentewegen, waterschapswegen, provinciale wegen, snelwegen en spoorwegen. Hiermee wordt gestreefd naar een aanvaardbaar geluidniveau op geluidgevoelige gebouwen.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.3.1

Geluid van buiten naar de inrichting toe

4.3.1.1

Wegverkeerslawaai

Blad 38 van 67 September 2025 Versie 01

De te bouwen loods is niet geluidsgevoelig voor wegverkeerslawaai. 4.3.1.2

Industrielawaai De te bouwen loods is niet geluidsgevoelig voor wegverkeerslawaai.

4.3.2

Geluid vanuit de inrichting naar de omgeving toe Volgens de VNG-brochure behoort een hoveniersbedrijf met een bedrijfsoppervlak groter dan 500 m2 tot een milieucategorie 3.1. Een hoveniersbedrijf met een kleiner bedrijfsoppervlak behoort tot de milieucategorie 2. In dit geval zal het hoveniersbedrijf groter zijn dan 500 m2 en daarmee is er sprake van een milieucategorie 3.1 inrichting met een grootste normafstand voor het aspect geluid (en daarbij uitgaande van omgevingstype ‘gemengd gebied’) van 30 meter. Binnen 30 meter afstand bevinden zich woningen van derden, zie daartoe ook de weergave op de volgende bladzijde.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 39 van 67 September 2025 Versie 01

Om er zeker van te zijn dat het bedrijf geen geluidsoverlast veroorzaakt is, is door onderzoeksbureau Geluidmeesters BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage bij deze Bopa onderbouwing gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde akoestisch onderzoek. Onderdeel bij de aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit is het aantonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In voorliggend onderzoek is, om deze afweging te kunnen maken, de geluidemissie van de voorgenomen activiteiten van Koekoek Hoveniers op de omliggende geluidgevoelige objecten (woningen) inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Het is aan de gemeente om te bepalen wat zij in bepaalde gebieden en wellicht op bepaalde locaties aanvaardbaar vindt. De resultaten van de directe hinder zijn in voorliggend onderzoek getoetst aan de waarden voor geluid uit het omgevingsplan (bruidsschat) van de gemeente Hoogeveen. Hierbij zijn alle bronnen beschouwd en is geen rekening gehouden met de mogelijke uitzonderingen (o.a. voor de piekniveaus). Er is derhalve een worst-case situatie beschouwd. Uit de berekeningen blijkt dat zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) als de maximale geluidniveaus (LAmax), ter plaatse van de nabijgelegen woningen van derden, voldoen aan de waarden uit het Omgevingsplan van gemeente Hoogeveen.

Het pand aan de Krakeel 31, ten oosten van de planlocatie, heeft volgens BAG een winkelfunctie. Ter plaatse is geconstateerd dat het een B&B/vakantiewoning betreft behorende bij de woning Krakeel 31a die op hetzelfde perceel is gelegen. Voor een dergelijke functie zijn de waarden uit het Omgevingsplan niet van toepassing. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (EFTAL) is de geluidbelasting op B&B/vakantiewoning inzichtelijk gemaakt. De optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen aan de waarden voor reguliere woningen uit het omgevingsplan. Ook de optredende maximale geluidniveaus voldoen in de avond- en nachtperiode aan de waarden voor reguliere woningen uit het omgevingsplan. In de dagperiode is sprake van een 4 dB hogere piek. De oorzaak hiervan zijn laad- en losactiviteiten die op basis van artikel 22.65 lid 3 uit het Omgevingsplan van de gemeente Hoogeveen niet hoeven te worden getoetst. In het Omgevingsplan van de gemeente Hoogeveen zijn voor de indirecte hinder geen waarden opgenomen. Aan het in dit onderzoek gehanteerd toetsingskader uit de ‘Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer d.d. 29 februari 1996’ wordt voldaan.

Op basis van de uitkomsten van voorliggend onderzoek kan worden gesteld dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.3.3

Conclusie Er is geen sprake van een belemmering vanuit geluid gezien richting de gewenste ontwikkeling en ook niet richting omringende woningen.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.4

Blad 40 van 67 September 2025 Versie 01

Luchtkwaliteit De gemeente regelt in het omgevingsplan welke activiteiten waar mogen plaatsvinden. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geeft in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht nemen. Behalve als een activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

4.4.1

Onderzoek (De activiteiten in) het project behoort wel tot een categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen (standaardactiviteiten zijn genoemd in artikel 5.54 Bkl) of, als de activiteit niet is genoemd, leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Is dit het geval, dan is er geen belemmering voor het toelaten van de activiteit. Een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd wordt nog aangemerkt als een Nibm-project. Voorliggend project blijft ruimschoots onder deze drempelnorm, immers er is ‘slechts’ sprake van het bouwen van een opslagloods van 240 m2. De bijdrage van het extra verkeer zal ‘niet-in-betekenendemate’ zijn.

4.4.2

Conclusie Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde planontwikkeling niet in de weg.

4.5

Geur De kwaliteit van de fysieke leefomgeving kan worden beïnvloed door de geuruitstoot die samenhangt met activiteiten die in of om het plangebied zijn toegestaan. In het omgevingsplan moet daarom rekening worden gehouden met de geurbelasting die door activiteiten binnen en buiten het deelplangebied, ter hoogte van geurgevoelige gebouwen binnen en buiten het deelplangebied optreedt. In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is een instructieregel opgenomen, op grond waarvan in het omgevingsplan regels moeten worden opgenomen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het geurhinderniveau binnen het plangebied aanvaardbaar is. In deze instructieregel zijn voor dat doel aanwijzingen opgenomen waaraan de regels voor waterzuiveringsinstallaties en het houden van landbouwhuisdieren moeten voldoen. Voor het overige is het aan de gemeente gelaten of en welke aanvullende regels nodig zijn om de geurbelasting door overige activiteiten in het plangebied aanvaardbaar te laten zijn.

4.5.1

Onderzoek De maximale richtafstanden van een hoveniersbedrijf, die volgt uit de VNG-brochure, bedraagt 30 m voor het aspect geur, uitgaande van een gemengd gebied.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 41 van 67 September 2025 Versie 01

Er wordt niet voorzien in geurhinder. Ter plaatse zal bijvoorbeeld geen afvalhout en/of rottend groenmateriaal/groenafval opgeslagen worden. Ook worden de activiteiten voornamelijk bij de klant ter plaatse uitgevoerd. 4.5.2

Conclusie Geurhinder is niet te verwachten.

4.6

Bodem Op grond van de instructieregels uit paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl moeten er in het omgevingsplan regels worden opgenomen die eisen stellen aan de kwaliteit van de bodem waaraan moet worden voldaan, om bouwactiviteiten op een bodemgevoelige locatie toe te kunnen staan. Een omgevingsplan kan deze bouwactiviteit toestaan als op een locatie deze grenswaarden worden overschreden, als daarbij wordt voorgeschreven dat sanerende of andere beschermende maatregelen getroffen worden. Daarnaast moet in het omgevingsplan op zijn minst een meldingsplicht worden ingesteld voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Ook moeten er regels in het omgevingsplan worden opgenomen die het in stand houden van de sanerings- en andere beschermende maatregelen borgen. Naast regels over het bouwen van een bodemgevoelig gebouw, moeten er op grond van de instructieregels regels aan het plan worden verbonden over het op of in de grond brengen van grond en baggerspecie. Zo kan er in het omgevingsplan een zogenoemd bodembeheergebied worden aangewezen en moet in het omgevingsplan de landbodem worden ingedeeld in bodemfunctieklassen.

4.6.1

Onderzoek De te bouwen opslagloods is niet aan te merken als een verblijfsruimte waar nagenoeg voortdurend mensen verblijven. Er is daarom geen (nieuw) verkennend bodemonderzoek nodig.

4.6.2

Conclusie Het aspect bodem staat de beoogde planontwikkeling niet in de weg.

4.7

Omgevingsveiligheid Het waarborgen van de veiligheid is één van de thema’s die op grond van artikel 2.1 (lid 3) van de Omgevingswet deel uitmaken van de fysieke leefomgeving. In paragraaf 5.1.2 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen met de minimale vereisten voor de uitwerking van dit thema in de motivering van de wijziging en regels van het omgevingsplan. In de artikelen 5.3 tot en met 5.35 van de instructieregels wordt vervolgens ingegaan op de uitwerking die voor externe veiligheid rond risicobronnen als het basisnet, hogedruk aardgasleidingen, vuurwerkopslagen, ontplofbare stoffen en Seveso-activiteiten in het omgevingsplan moet worden opgenomen. Hiervoor geldt dat op grond van de instructieregel de norm voor het plaatsgebonden risico in acht moet worden genomen en geldt daarnaast een motiveringsplicht voor het mogelijk maken van beperkt kwetsbare, kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen (en locaties) binnen het aandachtsgebieden of risicozones rond dergelijke bronnen.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 42 van 67 September 2025 Versie 01

Behalve door het werken met, opslaan van of vervoeren van gevaarlijke stoffen, kunnen ook andere activiteiten binnen of buiten het deelplangebied in kwestie aanleiding geven tot branden, rampen of crises. In de Handreiking Bouwstenen Fysieke Veiligheid in het Omgevingsplan van Brandweer Nederland zijn hiervoor de onderstaande thema’s aangewezen. Bij het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan wordt aangesloten bij de uitwerking volgens de Handreiking Bouwstenen Fysieke Veiligheid in het Omgevingsplan. • Bluswater en bereikbaarheid • Natuurbranden • Windturbines • Overstroming en klimaatadaptatie • Evenementen • Het gebruik van gebouwen • Rookoverlast Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Locaties voor zeer kwetsbare gebouwen in een brand- of explosieaandachtsgebied moeten altijd worden aangewezen als voorschriftengebied in het omgevingsplan. Voor deze gebouwen zijn de aanvullende bouweisen na aanwijzing van het voorschriftengebied in het omgevingsplan dus altijd van toepassing.

Het gaat dan om bijvoorbeeld ziekenhuizen, basisscholen en kinderdagverblijven. Daarnaast staan in het Bkl ook instructie-regels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl). • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl). • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Kwetsbare gebouwen en locaties In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan 3 categorieën 'gebouwen en locaties' waarvoor de regels bescherming bieden: zeer kwetsbaar, kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico's. 3 categorieën gebouwen en locaties Gebouwen en locaties zijn ingedeeld in 3 categorieën: 1. zeer kwetsbaar (alleen gebouwen); 2. kwetsbaar (gebouwen en locaties); 3. beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties).

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 43 van 67 September 2025 Versie 01

Bij het bepalen van de kwetsbaarheid van een gebouw of locatie is gekeken naar het volgende: • het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is; • de aanwezigheidsduur van personen; • in hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. Zeer kwetsbare gebouwen De categorie zeer kwetsbare gebouwen is nieuw ten opzichte van de voorheen geldende regelgeving. De gebouwen in deze categorie vielen eerder onder de categorie kwetsbare objecten. Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat om de volgende gebouwen: • woonfunctie voor 24-uurszorg; • basisscholen; • scholen voor minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking; • dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; • gezondheidszorg met bedgebied (ziekenhuizen en verpleeghuizen); • kinderopvang; • gevangenissen. Kwetsbare gebouwen en locaties Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn.

Het gaat bijvoorbeeld om: • woonfunctie; • bijeenkomstfunctie; • kantoorfunctie; • sportfunctie; • scholen voor volwassenen; • gezondheidszorg zonder bedgebied; • locatie voor evenementen in de open lucht voor ten minste 5.000 personen. 4.7.1

Onderzoek In onderstaande figuur is weergave gedaan van de risicokaart ter plaatse van het projectgebied en omgeving.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.7.1.1

Blad 44 van 67 September 2025 Versie 01

Milieubelastende activiteiten (Mba) binnen het projectgebied Binnen het projectgebied zelf bevinden zich geen Mba’s.

4.7.1.2

Milieubelastende activiteiten buiten het projectgebied Nabij het projectgebied bevinden zich geen Mba’s die invloed hebben op de planlocatie.

4.7.1.3

Buisleidingen Er bevinden zich geen hogedrukgasleidingen in de nabijheid van het projectgebied.

4.7.1.4

Transport gevaarlijke stoffen Op het meest zuidelijke deel van het projectgebied is sprake van de aanwezigheid van een aandachtsgebied. Het betreft daar de aanwezigheid van een gifwolkaandachtsgebied. Die heeft te maken met de aanwezigheid van de Rijksweg A37 ten zuiden van het projectgebied. Over de A37 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Bij een aandachtsgebied weet het bevoegd gezag (gemeente) dat gevaarlijke stoffen in de omgeving aanwezig zijn. Een incident of ongeval kan leiden tot brand, explosie of gifwolk. De gemeente moet afwegen welke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zij toelaat. Het gaat hier om (beperkt) kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties. Daarbij bepaalt de gemeente de vereiste beschermende maatregelen voor de omwonenden.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29

Blad 45 van 67 September 2025

Te Noordscheschut

Versie 01

Het bevoegd gezag dient daarom het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen (art. 9) advies uit te brengen over (art 7): a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp, en b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die spoorweg een ramp voordoet. Als er sprake is van nieuwbouw binnen een gifwolkaandachtsgebied geldt dat er moet worden voldaan aan de generieke bouweisen uit het Bbl. Hierin is als standaard vastgelegd dat voor gebouwen die wel of niet binnen een gifwolkaandachtsgebied liggen, het ventilatiesysteem uitgeschakeld moet kunnen worden. In dit geval wordt er niet gebouwd binnen het gifwolkaandachtsgebied en is er geen verdere beperking vanuit dat aandachtsgebied waar rekening mee gehouden moet worden. 4.7.1.5

Hoogspanningslijnen Binnen en in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen hoogspanningslijnen gesitueerd die nadelig op het projectgebied kunnen werken.

4.7.2

Inrichting en ontwikkeling Bluswatervoorzieningen Er is in de nabijheid voorzien in voldoende bluswatervoorzieningen. Waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) Het projectgebied valt binnen de dekking van het WAS. Bereikbaarheid en opstelplaatsen Het projectgebied is via de weg Krakeel goed bereikbaar. De weg Krakeel is van meerdere zijden goed bereikbaar en voldoet hiermee aan de bereikbaarheidseisen. Het openbaar gebied en projectgebied voorziet in adequate opstelplaatsen voor brandweervoertuigen. Brandveiligheidsmaatregelen Bij het realiseren van de opslagloods/werkplaats is het advies om bepaalde brandveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: • Bouwkundige voorzieningen, bijv. conform bouwregelgeving • Installatietechnische voorzieningen, bijv. rookmelders; • Organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan; • Brandweeropkomsttijd, vrijhouden van wegen/ zo min mogelijk verkeer belemmerende maatregelen • Inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal • Zelfredzaamheid van de aanwezigen bevorderen en toepassen veilige vluchtroutes.

4.7.3

Conclusie Het onderdeel omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het gewenste bouwplan.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.8

Blad 46 van 67 September 2025 Versie 01

Verkeer, vervoer en toegankelijkheid Op basis van de Omgevingswet dient de aanvaardbaarheid van het effect van nieuwe ontwikkelingen op de verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid te worden onderbouwd. In dit hoofdstuk moet ook in worden gegaan op de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor personen.

4.8.1

Onderzoek Het projectgebied is, getuige onderstaande topografische kaart, vanuit diverse kanten zeer goed bereikbaar. Het projectgebied zelf is daarbij zichtbaar gemaakt bij de blauwe ster. De openbare ruimte rondom het projectgebied is en blijft zonder belemmeringen openbaar toegankelijk.

4.8.2

Conclusie Het onderdeel verkeer en toegankelijkheid vormt geen belemmering voor het gewenste bouwplan.

4.9

Natuur De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. Op grond van de Omgevingswet moeten bestuursorganen dan ook bij het uitoefenen van hun taken zorgdragen voor de bescherming van natuurwaarden. Als uitwerking van Europese richtlijnen richt deze

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 47 van 67 September 2025 Versie 01

waarborg voor de kwaliteit en integriteit van natuurwaarden zich op de bescherming van (kwetsbare) soorten en gebieden; onder andere door het beperken van de uitstoot en neerslag van stikstof in de natuur. De soortenbescherming richt zich in het nationale beleid op aangewezen beschermde soorten in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Nationaal beschermde soorten. De gebiedsbescherming richt zich op de Natura 2000-gebieden, de gebieden aangewezen als Natuur Netwerk Nederland en houtopstanden. Tot slot richt de natuurbescherming in het kader van de Omgevingswet zich op het thema faunabeheer. De opdracht om bij het uitvoeren van taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet zorg te dragen voor de natuur, is in hoofdstuk 11 van het Bal opgenomen. In hoofdstuk 11 van het Bal zijn hiervoor regels opgenomen over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden, activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild en activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. Het Bal biedt ruimte om in afwijking van deze regels maatwerkregels op te nemen in het Omgevingsplan. De provincie kan haar beschermingsdoelstellingen in haar omgevingsverordening in de vorm van instructieregels doorleggen aan gemeenten. De gemeenten moeten dan bij het opstellen van het omgevingsplan deze instructieregels in acht nemen.

Vooralsnog heeft de Provincie Drenthe geen instructieregels gesteld op dit onderwerp die bij de totstandkoming van dit plan moeten worden betrokken. 4.9.1

Onderzoek

4.9.2

Gebiedsbescherming Op de hierna weergegeven kaartbeelden is zichtbaar gemaakt of het projectgebied zich binnen een Natura 2000-gebied of NNN-gebied bevindt. Over beide natuurgebieden kan worden aangegeven dat dat niet het geval is. Een Natura 2000-gebied bevindt zich op ruim 5 kilometer afstand en het NNN bevindt zich op circa 1,2 kilometer afstand. Aangezien er vanuit het NNN-gebied geen sprake is van een zogeheten ‘externe werking’ is er geen onderzoek naar gebiedsbescherming nodig richting het NNN.

Weergave ligging Natura 2000 gebied op circa 5,2 kilometer afstand

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29

Blad 48 van 67 September 2025

Te Noordscheschut

Versie 01

Ten aanzien van het Natura 2000-gebied is door middel van een stikstofberekening aangetoond dat er geen sprake is van een stikstofdepositie op dit Natura 2000-gebied. De rekenbladen van de stikstofberekeningen zijn als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.

Weergave ligging NNN gebied op circa 1,2 kilometer afstand

4.9.3

Soortenbescherming Het projectgebied bestaat uit grasland en bestrating. Er worden geen verouderde gebouwen gesloopt, er worden geen sloten en/of watergangen gedempt en er worden geen bomen gekapt of andere houtopstanden verwijderd. Er is geen ecologisch onderzoek nodig.

4.9.4

Conclusie Het onderdeel natuur vormt geen belemmering voor het gewenste bouwplan.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.10

Blad 49 van 67 September 2025 Versie 01

Water Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. De belangrijkste consequentie van de Omgevingswet voor het (stedelijk) waterbeheer is dat de beleidsvrijheid van gemeenten en waterschappen verder toeneemt. Als gevolg van deregulering zal een deel van de nationale regelgeving via de zogenaamde Bruidsschat Omgevingswet naar gemeenten en waterschappen gaan. Het gaat daarbij onder andere om de regels voor lozingen in de riolering, op of in de bodem en op het oppervlaktewater en het aansluiten op de riolering. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden deze regels van rechtswege onderdeel van het gemeentelijk omgevingsplan (lozingen bodem en riolering en aansluiten riolering) en de waterschapsverordening (lozingen oppervlaktewater). De waterschapsverordening bevat regels specifiek gericht op het watersysteem en waterstaatswerken binnen het beheergebied van een waterschap. Samen met het omgevingsplan bevat de waterschapsverordening de regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Er staan regels in voor verschillende soorten activiteiten. De waterschapsverordening is te raadplegen via het DSO.

Het waterschap Drents Overijsselse Delta heeft vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet twee verordeningen: de Waterschapsverordening (combinatie van de huidige Keur en Algemene regels, maar zonder bepalingen over onderhoudsplichten) en de Onderhoudsverordening (ontleend aan de Keur). In de waterschapsverordening zijn regels opgenomen over beperkingengebied activiteiten, wateronttrekkingsactiviteiten, lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuivering technisch werk. De provincie en het waterschap hebben deze uitgangspunten verder door vertaald in regionaal beleid en uitvoeringsplannen. De regels die zijn vastgelegd in een verordening van de waterschappen worden 'de Keur' genoemd. De Waterwet kent één watervergunning, de voormalige Keurvergunning is hierin opgenomen. De Waterwet gaat grotendeels op in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt het beleid van de waterschappen omgezet naar de waterschapsverordening.

4.10.1

Onderzoek Op 17 juli 2024 is de watertoets uitgevoerd. Het projectgebied bevindt zich binnen het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Op basis van deze digitale toets heeft het waterschap de conclusie getrokken dat belangen van het waterschap worden geraakt. Voor dit plan geldt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact op en wordt een uitgangspuntennotitie ontvangen. In de uitgangspuntennotitie volgt meer informatie over de bestaande waterhuishouding en worden concrete uitgangspunten voor het plan aangeleverd. Deze uitgangspunten kunnen daarna worden verwerkt in het plan. Op 22 juli 2024 heeft het waterschap de uitgangspuntennotitie verstuurd. Deze is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Hierna volgt de nadere uiteenzetting hiervan als ook de wijze waarop in de planvorming rekening gehouden wordt met de belangen van het waterschap vanuit de ontvangen uitgangspuntennotitie. Met de gegeven adviezen zal rekening worden gehouden.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 50 van 67 September 2025 Versie 01

Bestaande situatie Watertoets Krakeel 29 Noordscheschut Het plan ligt aan de Krakeel 29 te Noordscheschut in de gemeente Hoogeveen. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: In dit geval heeft het project betrekking op de bouw van een opslagloods ten behoeve van hoveniersbedrijf Koekoek. De geplande activiteiten voor het hoveniersbedrijf en de locatie omvatten de opslag van materialen, stallen van het gereedschap en een werkplaats om eventuele fabricagewerkzaamheden voor te bereiden zoals tuinhuizen en veranda's. De loods wordt 240 m2 groot. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het deelstroomgebied Hoogeveensevaart. Voor het plan is het van belang of er rond het plangebied oppervlaktewaterlichamen , ook wel watergangen genoemd, en/of een bergingsgebied aanwezig zijn. Bij watergangen wordt er onderscheidt gemaakt in A- en B-oppervlaktewaterlichamen. Binnen het plangebied ligt een B-oppervlaktewaterlichaam [S 42156] die WDODelta beheert. Het plan ligt niet in een bergingsgebied van het waterschap. Het peilgebied bevat één peilvak en heeft een maximumpeil van NAP 11,25 m. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Figuur - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

•

• •

•

Blad 51 van 67 September 2025 Versie 01

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP 12,5 m, waarbij opgemerkt moet worden dat er binnen het plangebied verloop zit in de hoogte van het maaiveld; De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit veengronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op 20 cm onder het maaiveld. Let op: Door de aanwezigheid van slecht doorlatende (klei) lagen kunnen schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/).

Uitgangspunten voor het plan Uitgangspunten op inrichtingenniveau De uitgangspunten in dit hoofdstuk verwerkt de initiatiefnemer in het inrichtingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat de initiatiefnemer aangeeft hoe hij of zij met de uitgangspunten omgaat en op welke manier deze vertaalt naar het plangebied. De initiatiefnemer kan in samenwerking met de gemeente bij ons advies vragen over waterhuishoudkundige maatregelen. Doorvertaling van de uitgangspunten naar maatregelen in het plan vindt plaats in samenwerking met het waterschap. In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • Watersysteem • Overbelasting watersysteem • Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast • Waterkwaliteit • Riolering Deze uitgangspunten worden hierna verder uitgewerkt. Het is nodig om in de plannen de uitgangspunten uit te werken. In de vervolgfase beoordeelt WDODelta de onderbouwing. 1. Watersysteem Het watersysteem is het samenhangend geheel van één of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Het is van belang om de aan- en afvoer van voldoende water via het watersysteem te kunnen waarborgen. Daarnaast is het waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water van groot belang.

Oppervlaktewaterlichamen (watergangen) Binnen het plangebied ligt een beperkingengebied van een A-watergang (met een beschermingszone) en/of B-watergang van WDODelta, zoals weergegeven in de figuur op de vorige bladzijde. Het beperkingengebied bij een A-watergang bestaat uit de watergang (van insteek tot insteek) en de beschermingszone, zoals aangegeven in onderstaande afbeelding. Bij een B-watergang bevat het beperkingen gebied alleen de B-watergang.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 52 van 67 September 2025 Versie 01

Het is noodzakelijk dat de functie van deze watergang(en) altijd is gegarandeerd. Binnen beperkingsgebieden gelden regels om de functie van deze watergangen te borgen. De regels zijn opgenomen in de Waterschapsverordening. Voor activiteiten binnen het beperkingengebied van een watergang doet u, afhankelijk van de activiteit die u wil gaan doen, een melding of een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij WDODelta. Meer informatie vindt u hier op onze website: vergunningen. Lozingsactiviteiten (waterkwaliteitsbeheer) is van toepassing op alle typen oppervlaktewaterlichamen (A-, B- en overige oppervlaktewaterlichamen) in het watersysteem. Criteria oppervlaktewaterlichamen: • A-oppervlaktewaterlichamen (>25 l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): dit zijn watergangen waar wij verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud. • B-oppervlaktewaterlichamen (>10 l/s afvoer en <25 l/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): wij zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de aanliggende eigenaar van de watergang is verantwoordelijk voor het onderhoud (we noemen dat onderhoudsplichtig ). Op de B-watergangen wordt door het waterschap toezicht gehouden (dit noemen wij schouw).

• Overige oppervlaktewaterlichamen, ook wel C-watergangen genoemd (<10 l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): De aanliggende eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en wij houden geen toezicht of het onderhoud goed wordt uitgevoerd, behalve als de Cwatergang in beheer is van WDODelta en met de omgeving onderhoudsafspraken zijn gemaakt. Wijzigingen aan het watersysteem Dempen of graven wateren: Voor het graven of dempen van watergangen (ook die niet in beheer zijn bij WDODelta) zijn regels. Voor de activiteit kan een melding of vergunning nodig zijn op basis van de Waterschapsverordening. U kunt hierover met ons overleggen of wij kunnen u hierover adviseren.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29

Blad 53 van 67 September 2025

Te Noordscheschut

Versie 01

2. Overbelasting watersysteem Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren, zonder dat dit leidt tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. U houdt rekening met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • Vasthouden-bergen-afvoeren; • Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; • Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Achterliggende gedachte hierbij is dat hemelwater niet meer afgevoerd mag worden op het riool en uitgangspunt moet zijn het watersysteem te ontlasten en gebiedseigen water daar vast te houden waar het valt. Bij een herinrichting neemt vaak het verharde oppervlak niet toe of af. Toch moet het toekomstige gebied voldoen aan het watersysteem, waarin rekening is gehouden met klimaatverandering.

Wij hanteren onderstaande stappenplan bij nieuwe stedelijke ontwikkeling of herstructurering: • Toon kwantitatief aan hoeveel hemelwater er binnen het plangebied vrijkomt bij een gebeurtenis die minimaal eenmaal in de 100 jaar (111 mm in 48 uur) voor komt; • Geef aan hoe u in de huidige situatie met het hemelwater in het plangebied om gaat; • Geef aan of er in de huidige situatie knelpunten in het plangebied voorkomen met de afvoer van hemelwater; • Geef aan hoe u in de nieuwe situatie hemelwater lokaal benut, verwerkt en/of afvoert en beschrijf hoe u hierbij aan de door gemeente en waterschap gestelde eisen voldoet; • Beschrijf hoe de aanvoer van hemelwater op het watersysteem door de ontwikkeling wijzigt en stem met ons af of dit mogelijk is. Bovenstaande punten moeten worden uitgewerkt en worden toegevoegd bij de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Hierover kan het volgende worden aangegeven. In de bestaande situatie is het terrein reeds verhard, er is geen sprake van een extra toename aan verhard oppervlakte. Wel zal in het noordelijke deel van het projectgebied gaan worden voorzien in de realisatie van een wadi met een minimale opvangcapaciteit van 100 m3 aan waterbergend vermogen. Hemelwater van het terrein kan naar deze berging worden geleid.

De aanvrager wil in overleg met het waterschap nog wel gaan afstemmen of er eventueel een overstort naar de naastliggende greppel zou mogen komen, zodat bij een eventuele piek daar ook water naar kan afstorten.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 54 van 67 September 2025 Versie 01

Daarnaast zal de initiatiefnemer nog kijken of er nog mogelijkheden zijn om het verhard terrein te vergroenen waardoor hemelwater op een natuurlijke manier wordt geïnfiltreerd in de bodem. De maatregelen zijn nodig om wateroverlast in de toekomst te voorkomen en toekomstbestendig te bouwen. Op onderstaande figuur is de wadi zichtbaar.

Compensatie nieuwbouw grote plannen en uitbreidingslocaties (stedelijk gebied & landelijk gebied > 500 m2) Voor grote(re) plannen en uitbreidingslocaties geldt als regel, dat voor het totale aanwezige verhard oppervlak binnen het plan een berging, ter compensatie voor de versnelde afvoer, van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie volgt de volgende trap: vasthouden-bergen-afvoeren. In het plan wordt een totaal verhard oppervlak van ongeveer 1.000 m2 gerealiseerd. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van 1.000 m * 0.08m = 80 m3 [kuub] aanwezig moet zijn of moet worden aangelegd. Bij de uitwerking van het plan moet beschreven zijn hoe en waar waterberging aanwezig is of wordt gerealiseerd.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 55 van 67 September 2025 Versie 01

De onderstaande uitgangspunten gelden: • Open water heeft een toegestane stijging tot aan de debietbegrenzer (watergangen, vijvers, etc.). De berging beslaat het deel tussen gehanteerd max. waterpeil en insteek/overstorthoogte o Een groot deel van het open water draagt bij aan berging van bestaand gebied. De projectontwikkelaar/gemeente toont aan dat er 80 mm berging per m2 beschikbaar is voor de nieuwe ontwikkeling(en), waarbij rekening is gehouden met de berging voor bestaand gebied. • Water in bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s: Hierbij rekenen we de bergings/infiltratiecapaciteiten in de bodem (inclusief grondverbetering) niet mee. De hoogte van de berging is berekend vanaf de bodem wadi tot aan slokop/noodoverlaat. o Aanvullend hierop: een berging onder de grond - in de vorm van kratten of Rockflow - telt wel mee met de berging, mits deze niet gevuld zijn door infiltratie door hoge grondwaterstanden (GHG moet niet hoger zijn dan onder de onderkant van de kratten of Rockflow). • Berging in de bestaande gemengde riolering valt hier niet onder. • Let op: dat het oppervlak van de bovengrondse berging (bijvoorbeeld wadi of bergingsvijver) zelf ook meetelt bij het ‘afstromend oppervlak’ voor bepalen mm berging. Toetsbui voor extreme neerslagsituatie Wij toetsen het watersysteem op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden.

We houden rekening met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 l/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm.

Extreme neerslag (boven normatieve situatie) Verder adviseren wij een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie hij of zij bekijkt. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 56 van 67 September 2025 Versie 01

In de watertoets is al aangegeven dat het hemelwater via de omliggende sloten (Cwatergangen) wordt afgevoerd. Hiermee kan voldoen compensatie gerealiseerd zijn. In de onderbouwing moet worden aangegeven dat deze sloten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater vertraagd af te voeren. Hierbij is ook van belang om na te aan of (en hoe) deze sloten in verbinding staan met de B-watergangen van het waterschap. Grondwateroverlast en kwel • Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimte loos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied. • Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om in overleg met ons zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan. • Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot.

Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte (verschil grondwaterstand en maaiveld). Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen, adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager (beneden het maaiveld_ gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast. De nieuwe loods wordt zonder kruipruimte gebouwd. Er zal rekening worden gehouden met de aanbevolen aanleghoogte van bebouwing. 3. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Grondwater In een nieuw te ontwikkelen gebied verlagen we structureel de waterstanden binnen het gebied niet, na het bouwrijp maken. Structurele grondwateronttrekking (vanaf 10 m3/uur) zijn in principe niet gewenst. Op grond van de Waterschapsverordening is een melding aan of vergunning van het waterschap nodig. Grondwaterstanden veengebieden In zettingsgevoelige gebieden houden we rekening met de bodemgesteldheid en de relatief hoge grondwaterstanden (tot bestaande maaiveld). Hierbij handhaaft u het bestaand grondwaterpeil en past u de bouwwijze hierop aan. Peilbeheer grasland Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland.

Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland groter dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden groter dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 57 van 67 September 2025 Versie 01

hierop aangepast, dus houdt u rekening met deze hogere waterstanden, zie ook de Omgevingsverordening Overijssel. 4. Waterkwaliteit Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Beleid en regelgeving Voor de borging van waterkwaliteit zijn maatregelen geldend. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld, bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: o Schoon hemelwater mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlakken). o Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater. o In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Anders is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Wij houden hemelwater vast en alvorens een vertraagde afvoer. Wij adviseren om in het ontwerp geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken en duurzaam gebruik te maken van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterrialen. •

•

Verversing oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen vermijden. Het is nodig dat het watersysteem zo ontworpen wordt dat er aandacht is voor verversing en wateraanvoer. Stilstaand water - zeker bij opwarming en droogte – is kwetsbaar (met als gevolg bijvoorbeeld vissterfte). Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. In gebieden waar sloten droogvallen en wij geen water kunnen aanvoeren, is dit niet mogelijk. We adviseren om bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te geven van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen.

Verontreinigingen Bij verontreinigd afvalwater, bijvoorbeeld verontreinigd hemelwater, geldt de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van afvalwater: 1. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 2. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 3. afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; 4. huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd;

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 58 van 67 September 2025 Versie 01

5. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, opnieuw wordt gebruikt; 6. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en 7. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 naar een zuiveringtechnisch werk wordt getransporteerd. De gemeente of provincie gaan over lozingen in het openbaar rioolstelstel en het waterschap over lozing in het oppervlaktewater. Afhankelijk van het soort afvalwater, gelden er regels uit de Waterschapsverordening of het Besluit activiteiten leefomgeving. Er kan een meldplicht of een vergunningplicht gelden, neem voor meer informatie contact op met het waterschap, of zo nodig met uw gemeente of provincie. In het algemeen adviseren wij: • Het gebruik van de volgende toepassingen te beperken: o Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper, lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; o Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; o Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing; o Stoffen, bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen (ook milieuvriendelijke), niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater te lozen. • Bij een agrarisch terrein de inrichting van het terrein dusdanig in te richten, dat geen overmatige toevoer van meststoffen (onder andere stikstof en fosfaat) naar het watersysteem loopt.

Het terrein is onder andere bezemschoon. De initiatiefnemer houdt rekening met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen. Dit is in Europese en landelijke regels vastgelegd (Omgevingswet: Besluit activiteiten leefomgeving). 5. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. Dit willen we bereiken door aandacht te hebben voor de volgende onderwerpen. Beleid en regelgeving • Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater.

Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan ons voorlegt.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

Blad 59 van 67 September 2025 Versie 01

• Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een inrichting gelden de diverse wetten, besluiten en regels waaronder: o Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater gelden lozingsvoorschriften in paragraaf 6.2.4 en 7.2.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast is afdeling 4.4 ‘Lozen van huishoudelijk afvalwater’ van de Waterschapsverordening van toepassing. Er kunnen ook aanvullende regels in het omgevingsplan van de gemeente staan. De voorkeursroute voor lozing is via het vuilwaterriool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. In de Waterschapverordening zijn afstandsbepalingen opgenomen waarbij verplicht in het vuilwaterriool moet worden geloosd. o Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een zuiveringsvoorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o De regels voor het lozingen van (bedrijfs)afvalwater vindt u terug in de Waterschapsverordening en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). • Gemeentelijk rioleringsbeleid: De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan.

Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Bekijk voor alle voorwaarden en eisen altijd het omgevingsplan van de gemeente. Rioolcapaciteit De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het omgevingsplan. Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken. Het hemelwater zal worden geborgen op eigen terrein. Er wordt een wadi aangelegd met een oppervlakte van ongeveer 167 m2. Er zal geen sprake zijn van het toevoegen van extra verharding. Er zal voor circa 880 m2 aan verharding aanwezig zijn binnen het projectgebied na uitvoering van de werkzaamheden. Wordt daartoe gerekend met de rekenmethode van 80 mm bergen per m2 aan verhard oppervlakte = 880 x 80 mm = 70.400 mm aan waterbergend vermogen. De opvangcapaciteit moet dan 70,4 m3 bedragen. De wadi krijgt een waterbergend vermogen van minimaal 100 m3 en krijgt een oppervlakte van 167 m2. Ook zal de riolering van de werkloods gescheiden worden afgevoerd zo wordt duidelijk uit de hierna opgenomen rioleringstekening.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.10.2

Blad 60 van 67 September 2025 Versie 01

Conclusie Er zal rekening worden gehouden met de opgestelde uitgangspunten. Er zal een wadi worden aangelegd met een waterbergend vermogen van minimaal 100 m3 en een oppervlakte van 167 m2. Op onderstaande tekening uit de landschappelijke inpassing is deze zichtbaar gemaakt bij de letter ‘M’.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.11

Blad 61 van 67 September 2025 Versie 01

Trillingen Op grond van artikel 5.83 van het Bkl moet bij het wijzigen van het omgevingsplan rekening worden gehouden met trillingen door activiteiten in trilling gevoelige ruimten van trilling gevoelige gebouwen; het plan moet erin voorzien dat deze trillingen aanvaardbaar zijn. Het toepassingsbereik van deze instructieregel omvat alle activiteiten die met het omgevingsplan zijn toegestaan, met uitzondering van de activiteit wonen. In artikel 5.86 van het Bkl is aangegeven dat hieraan wordt voldaan als aan het omgevingsplan standaardwaarden voor continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen worden verbonden.

4.11.1

Onderzoek Trilling gevoelige gebouwen aangewezen in het Bkl zijn bijvoorbeeld woningen, scholen of ziekenhuizen. Overheden passen de instructieregels uit het Bkl toe als zij activiteiten toelaten op een locatie. Dit doen zij bijvoorbeeld bij het opstellen van een omgevingsplan. De instructieregels uit het Bkl gelden dus alleen voor de aangewezen trilling gevoelige gebouwen. Andere gebouwen en locaties reguleert het Bkl niet. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen trillingen.

Bopa-onderbouwing

Gemeente Hoogeveen Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Krakeel 29 Te Noordscheschut

4.11.2

Blad 62 van 67 September 2025 Versie 01

Conclusie In dit geval gaat het om het bouwen van een opslagloods. Deze is niet als trillingevoelig aan te merken. Daarmee staat het aspect trillinghinder de beoogde planontwikkeling niet in de weg.

4.12

Milieueffectrapportage De Omgevingswet kent een algemene omschrijving van de plan-m.e.r.-plichtige plannen. Een Omgevingsplan is benoemd als in ieder geval plan-m.e.r.-plichtig (Afdeling 16.4 van de Omgevingswet). Dit is verplicht als een Omgevingsplan kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)-plichtige besluiten of als een Passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van de Wet natuurbescherming. Hierop geldt een uitzondering wanneer het Omgevingsplan voor een klein gebied geldt of wanneer het een kleine wijziging betreft.

4.12.1

Onderzoek Bij de realisatie van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals de realisatie van woningbouw, kan een m.e.r. nodig zijn. Een m.e.r. is nodig indien er sprake is van een stedelijke ontwikkelingsproject die betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan qua omvang (het bouwen van een opslagloods van 240 m2) bij lange na niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals hierboven omschreven. Ook is verder op basis van de uitkomsten in voorliggend ‘Hoofdstuk 4 gevolgen voor de fysieke leefomgeving’ van deze onderbouwing voldoende inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving verder geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.

4.12.2

Conclusie Er is geen sprake van een project waarvoor een m.e.r.-plicht geldt.

4.13

Slagschaduw Op grond van artikel 5.89c van het Bkl wordt bij het wijzigen van het omgevingsplan rekening gehouden met de slagschaduw door windturbines in verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige gebouwen. Als met het wijzigen van het omgevingsplan het in werking hebben van een windturbine wordt toegelaten of in de omgeving van een windturbine de vestiging van een slagschaduwgevoelig gebouw wordt toegestaan, dan moet worden geborgd dat daarbij tevens wordt voldaan aan artikel 5.98f van het Bkl. Uit dit artikel blijkt dat in het omgevingsplan wordt opgenomen dat in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een afstand van minder dan twaalfmaal de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16268704/1