CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a toelichting en regels ontwerpbestemmiingsplan BG Noord.pdf

Raadsavond 10 maart 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 201827.577 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Terrein rond het tankstation De bestaande koepel van Green Planet vormt het ordenende principe voor dit deel van het terrein. De koepel heeft een zodanig krachtige vorm en is dermate beeldbepalend voor het terrein dat het een leidend principe is voor de inrichting en opzet van het terrein. Het bestaande ronde wegverloop blijft gehandhaafd. Op afstand van de koepel wordt nieuwe bebouwing toegevoegd (waaronder het LNG-tankstation en 'truckershuisje'), op de hartlijnen van de koepel. Hiermee blijft de koepel met het tankstation de blikvanger.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 28

26 november 2019

Afbeelding 4.5 Nieuwe bebouwing op hartlijnen van de koepel (B+O Architecten)

De nieuwe gebouwen zijn in functie en vorm ondergeschikt aan en staan ten dienste van de koepel met tankstation. Het bestaande bos vormt het decor voor de koepel en is ook de scheiding tussen het tankstation met bijbehorende functies en het achterliggende belevenissenbos. Aan de oostzijde van de koepel wordt dit bos uitgedund om voldoende ruimte te maken voor de vrachtwagenparkeerplaatsen. Een nieuw aan te planten bosstrook zorgt echter ook aan die zijde voor een duidelijke ruimtelijke en visuele afscherming van de koepel. Aan de flanken van het bos aan de westzijde is het informatiecentrum gepland. Het op termijn te realiseren informatiecentrum ligt op de overgang van het belevenissenbos en het tankstation. Het informatiecentrum dient daarmee beide werelden. Het informatiecentrum is een solitair hoofdgebouw dat meebuigt met de naastliggende N375. Voorkeur heeft een gebouw met twee verdiepingen, waarvan de onderste bouwlaag deels verzonken is in de grond. Ten behoeve van daglicht van de onderste laag kunnen vides en atriums worden toegepast. De naar de weg gerichte gevel dient transparant te zijn. De materialisatie van het gebouw dient gelieerd te zijn aan de lokale bouwstijl, eventueel een moderne interpretatie ervan. Het gebouw is vormgegeven als een éénlaags gebouw met zadel- of lessenaarsdak.

Belevenissenbos Het belevenissenbos is geheel gericht op het realiseren van een 'beleving midden in de natuur'. Om die ervaring te kunnen neerzetten is het van belang dat het gebied wordt ervaren als 'een open plek in het bos' waar ruimte is voor activiteiten voor jong en oud. Rondom het terrein wordt het bestaande bos dan ook verder versterkt en aangevuld zodat er een eigen belevingswereld ontstaat. Tegelijkertijd vormt het bos de landschappelijke inpassing van de nieuw toe te voegen bebouwing op het terrein. De entree van het belevenissenbos ligt op één van de hartlijnen van de koepel. Een paviljoen BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 29

26 november 2019

markeert de toegang tot het belevenissenbos en is ook een toeristisch-recreatief informatiepunt. Het paviljoen ligt aan de fietsroute over het terrein. Het paviljoen dient als informatiepunt voor zijn omgeving en biedt daarnaast een verzamelplaats aan groepen. Het geheel bestaat uit een overkapping en is voor de helft omgeven door een gevel opgebouwd uit geometrische elementen. Het gebouw ontleent zijn vorm aan zijn landschappelijke inpassing, waarbij het als verbindend element fungeert tussen de verschillende delen van het plangebied. Het achterliggende belevenissenbos is georganiseerd rond een centrale open plek. Aan weerszijden liggen de gebouwen en activiteiten. Hierdoor blijft de koepel van Green Planet blikvanger door de natuurlijke achtergrond. Het westelijk deel omvat de horeca, groepsaccommodatie en verblijfunits. Deze horeca en groepsaccommodatie zitten op een prominente locatie, zijdelings van de open plek. Dat maakt dat ze goed zichtbaar en vindbaar zijn voor de bezoekers. Afgeschermd van de dagjesmensen liggen achter het grote hoofdgebouw verspreid enkele kleine bijgebouwen die als verblijfsunit dienst doen. De gebouwen van de horeca en groepsaccommodatie dienen een historische en landelijke uitstraling te hebben, waarbij moderne elementen toegevoegd kunnen worden om de vooruitstrevendheid van het geheel te benadrukken.

De ruimtelijke samenhang dient vooral beschouwd te worden in relatie tot de overige bouwwerken op het perceel. De verblijfunits dienen een passende uitstraling te hebben in relatie tot hun omgeving. De ruimtelijke samenhang dient vooral beschouwd te worden in schaal en relatie van de onderlinge verblijfseenheden. De afmetingen dienen gering te zijn, waardoor voldoende ruimte gelaten wordt voor landschappelijke kwaliteit.

Afbeelding 4.6 Impressie horeca en groepsaccommodatie (bron: B+O Architecten)

In het oostelijk deel van het belevenissenbos ligt een grotendeels ondergrondse bunker, waar indooractiviteiten kunnen plaatsvinden. Deze bunker ligt in een kunstmatige heuvel en wordt door een gras- en sedumdak opgenomen in de landschappelijke inrichting van het terrein. De bunker is dan ook grotendeels aan het zicht onttrokken. De ruimtelijke impact van het gebouw is hierdoor voornamelijk van invloed op de landschappelijke kwaliteiten. Deze combinatie gebouw en landschap wordt mogelijk gemaakt door heldere architectonische details toe te passen.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 30

26 november 2019

Afbeelding 4.7 Impressie bunker (bron: B+O Architecten)

Vanaf de kunstmatige heuvel start ook de toegang tot het boomkroonpad. Dit pad komt uit bij een uitkijkplatform op 19 meter op een toren van in totaal 50 meter hoog. Deze toren markeert Green Planet als trekpleister aan de A28. Op de hoofdvorm, maat, schaal, materialen, kleurgebruik en inpassing van deze toren wordt ingegaan in het beeldkwaliteitsplan. De toren wordt mede benut als opstelplaats voor telecominstallaties. De toren/telecommast zal op termijn de bestaande telecommast ten noorden van het plangebied vervangen. De uitkijktoren wordt voorzien van lichtreclame. Deze reclame-uiting moet goed waarneembaar zijn en voldoen aan de uitgangspunten voor verkeersveiligheid. Voor de uitwerking van de lichtreclame worden de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en de 'Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen (RWS, 20 mei 2019) als uitgangspunt genomen. De uitkijktoren en het boomkroonpad worden verder zodanig vormgegeven dat van hieruit geen direct zicht ontstaat op de tuinen van woningen in het dorp Pesse. Een deel van de toren zal worden afgeschermd. Dit om de privacy van de inwoners te waarborgen.

Afbeelding 4.8 Impressie uitkijktoren (B+O Architecten)

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 31

26 november 2019

Afbeelding 4.9 Impressie boomkroonpad met afscherming (B+O Architecten)

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 32

26 november 2019

Afbeelding 4.10 Impressie boomkroonpad met afscherming (B+O Architecten)

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 33

26 november 2019

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 34

26 november 2019

Hoofdstuk 5

Milieuaspecten

Op grond van dit bestemmingsplan wordt het duurzame energiestation Green Planet uitgebreid met een overdekt tankeiland voor LNG, waterstof en (bio)diesel, een vrachtwagenparkeerplaats ten behoeve van e-laden en een 'belevenissenbos' met ondermeer een uitkijktoren en evenemententerrein. Er is daarbij sprake van één inrichting in de zin van artikel 1.1 lid 4, Wet milieubeheer. Dit op grond van de technische, functionele, organisatorische en ruimtelijke samenhang tussen de bestaande en nieuwe bedrijfsonderdelen. In dit hoofdstuk wordt het planvoornemen getoetst aan diverse milieuaspecten. Hieraan liggen diverse onderzoeken ten grondslag. Deze zijn als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

5.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.

De uitbreiding van Green Planet met het tankeiland, de vrachtwagenparkeerplaats en het belevenissenbos valt onder de activiteiten D.10 (verblijfsrecreatie; themaparken), D.11 (stedelijk ontwikkelingsproject) en D.25 (installaties voor de opslag van brandstoffen). In de tabel hieronder is de uitbreiding van Green Planet getoetst aan de drempelwaarden van deze activiteiten.

Activiteit

Drempelwaarden

Toetsing

D.10: verblijfsrecreatie; themaparken

250.000 bezoekers of meer per jaar

bezoekers max. 82.500 per jaar

een oppervlakte van 25 hectare of meer 100 ligplaatsen of meer of een oppervlakte van 10 hectare in gevoelig gebied een oppervlakte van 100 hectare of meer

oppervlakte uitbreiding < 10 h a

een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer opslag van bovengrondse opslag van aardgas met een capaciteit van 100.000 m 3 of meer

n.v.t.

D.11: stedelijk ontwikkelingsproject (incl. parkeerterrein)

D.25: installaties voor opslag van brandstoffen

ondergrondse opslag van gasvormige brandstoffen met een capaciteit van 100.000 m 3 of meer

n.v.t. n.v.t. oppervlakte uitbreiding < 10 h a

parkeerterrein < 5.000 m 2 opslag aan biobrandstoffen, waterstof en LNG bedraagt niet meer dan 370 m 3 (bestaande opslag aan brandstoffen bedraagt circa 274 m 3 ). idem

Aangezien de uitbreiding van Green Planet ruim beneden de drempelwaarden van activiteiten D.10, D.11 en D.25 blijft, is er geen sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er geldt wel een BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 35

26 november 2019

zogenaamde vergewisplicht, waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen. Het geheel van de onderzoeksconclusies in dit hoofdstuk kan worden beschouwd als vormvrije m.e.r.-beoordeling. In deze onderzoeken is beoordeeld in hoeverre de uitbreiding van Green Planet milieuhygiënisch inpaspaar is. Daarbij gaat het onder meer om wegverkeerslawaai, geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit. De onderzoeken maken duidelijk dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt sprake is van beperkte effecten voor natuur en milieu (incl. woon- en leefomgeving) en dus van een aanvaardbaar project. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op de onderzoeksconclusies. De bijbehorende rapporten zijn opgenomen als bijlage.

5.2

Bodem

Vanaf 2005 zijn er diverse bodemonderzoeken binnen het plangebied uitgevoerd. In afbeelding 5.1 is aangegeven op welke gebieden deze onderzoeken betrekking hebben. In 2017 is door Lievense CSO een gedeeltelijke update uitgevoerd, waarbij ook de nog niet onderzochte percelen binnen het plangebied zijn meegenomen (zuidwestelijk deel belevenissenbos en de vrachtwagenparkeerplaats). De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in het rapport 'Verkennend milieukundig bodemonderzoek nabij de locatie aan de Bultinge 2 te Pesse' (6 februari 2018; Bijlage 2). Lievense CSO concludeert dat: "zintuiglijk zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging; in de boven- en ondergrond zijn de onderzochte parameters niet aangetoond in gehalten die de achtergrondwaarde overschrijden; in het grondwater nabij de wasplaats voor honden en fietsen [rond boorpunt 28] zijn licht verhoogde concentraties barium, zink, benzeen, xylenen en tetrachloormethaan gemeten. In het grondwater uit de overige twee peilbuizen zijn licht verhoogde concentraties barium, cadmium, zink en/of xylenen aangetoond."

Dit betekent dat er geen sprake is van (substantiële) bodemverontreiniging. De onderzoeksresultaten geven dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen en vormen geen beletsel voor de bestemming van het terrein ten behoeve van bedrijvigheid, recreatie en horeca. Op basis van de beschikbare gegevens zijn er geen belemmeringen voor de beoogde bestemmingen in dit deel van het plangebied. Voor wat betreft de realisatie van de verblijfsruimten (o.a. blokhutten) is definitieve toetsing bij de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen noodzakelijk.

Het oostelijk deel van het belevenissenbos is onderzocht door EcoReest. In het rapport 'Verkennend Bodemonderzoek ter plaatse van: Bultinge 2 te Pesse' (10 augustus 2015; Bijlage 3) wordt geconcludeerd: "Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in het grondwater overschrijdingen van de streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve bevestigd. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming (belevenisbos) van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein."

Op de plek waar het nieuwe tankeiland is geprojecteerd, is onderzoek verricht door Lievense CSO. BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 36

26 november 2019

De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in het rapport 'Verkennend milieukundig bodemonderzoek ter plaatse van de Bultinge 2 te Pesse' (Lievense CSO, 29 september 2016; Bijlage 4). Hiervoor gelden de volgende conclusies:

Pompeiland, vulpunten en ontluchters "zintuiglijk zijn sterk puinhoudende lagen tot volledige puinlagen aangetroffen in de bovengrond van het onderzoeksgebied. Doordat de locatie recent i s aangelegd zal het hier om een gekeurde puinfundering gaan; in de grond, onder de puinlaag, ter hoogte van het toekomstige pompeiland, vulpunten en ontluchters zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten; in het grondwater uit peilbuis 1 i s voor geen enkele van de onderzochte parameters een overschrijding van de streefwaarde gemeten."

Nieuwe tanks zintuiglijk zijn sterk puinhoudende lagen tot volledige puinlagen aangetroffen in de bovengrond van het onderzoeksgebied. Doordat de locatie recent i s aangelegd zal het hier om een gekeurde puinfundering gaan; in de ondergrond ter hoogte van de nieuw te plaatsen tanks zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten; in het grondwater uit de peilbuizen 4 en 6 i s voor geen enkele van de onderzochte parameters een overschrijding van de streefwaarde gemeten.

Grondwater De milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater is middels dit onderzoek vastgesteld. De hypothese dat de onderzoekslocatie onverdacht is, kan worden aangenomen. Er zijn in grond en grondwater geen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden geconstateerd. De nulsituatie ter plaatse van het toekomstige pompeiland, vulpunten en ontluchters en de nieuw te plaatsen tanks is hiermee vastgesteld.

De resultaten van dit onderzoek vormen geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 37

26 november 2019

Afbeelding 5.1 Bodemonderzoeken vanaf 2005

Algemeen - melden Indien bij eventuele graafwerkzaamheden binnen het plangebied afwijkingen worden geconstateerd of het vermoeden van een bodemverontreiniging bestaat, dan zal contact worden opgenomen met de gemeente Hoogeveen. Indien sprake is vrijkomende grond en deze kan niet binnen het plangebied worden verwerkt zal zo mogelijk gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hoogeveen. Indien dit niet mogelijk is dan zal in dat geval de hergebruiksmogelijkheid, ten behoeve van toepassing elders, vastgesteld te worden. Vanaf 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht waarbij alle toepassingen van grond en baggerspecie voorafgaand aan de toepassing zullen worden gemeld (hierop zijn enkele uitzonderingen) via het landelijk meldpunt.

5.3

Archeologie en cultuurhistorie

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 38

26 november 2019

van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.

Op de cultuurhistorische waarden van het gebied is ingegaan in paragraaf 4.2. Archeologische waarden dienen op grond van de Erfgoedwet te worden mee gewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. De gronden aan de A28 van Rijkswaterstaat, ten zuiden van het tankstation, hebben op grond van de beheersverordening Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017 geen archeologische dubbelbestemming. Op grond van het gemeentelijke archeologiebeleid geldt voor deze gronden een vrijstelling voor ingrepen kleiner dan 100 m2 en dieper dan 0,3 m beneden maaiveld. Op dit perceel vindt boscompensatie plaats. De verstoring als gevolg van deze compensatie blijft ruimschoots onder de vrijstellingsgrenzen. Op de verbeelding en in de regels wordt een dubbelbestemming (Waarde - Archeologie 2) opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden van dit gebied. Vanaf 2005 zijn er binnen het plangebied ter hoogte van het tankstation diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd.

Het gaat om: Plangebied tankstation Doorten nabij Pesse; Gemeente Hoogeveen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (Raap, september 2005); Plangebied tankstation Doorten; Gemeente Hoogeveen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (vervolg) (Raap, december 2005); Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven ten behoeve van Green Planet te Pesse, gemeente Hoogeveen (Oranjewoud, september 2007); Historisch onderzoek perceel grond langs rijksweg A28 nabij Pesse (Tauw, december 2012); Aangepaste evaluatie inventariserend proefsleuvenonderzoek 2017 Shell Green Planet te Pesse (Antea Group, 31 juli 2017); Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven uitbreiding Green Planet te Pesse (Antea Group, 5 juni 2019).

De laatste vier rapportages zijn opgenomen als Bijlage 5, 6, 7 en 8 bij dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat binnen het terrein een vindplaats aanwezig is (nederzettingsterrein midden-Romeinse tijd). De vindplaats bestaat uit een sporenvlak waar onderdelen van voormalige (ingegraven) structuren zijn aan te treffen. Het loopvlak en daarmee de meeste vondsten zijn opgenomen in latere akkerlagen. Deze akkerlagen bestaan gedeeltelijk uit aangevoerd materiaal, zodat het sporenvlak thans op een diepte ligt van circa 0,65-0,75 m –mv. Aanbevolen wordt daarom om de graafwerkzaamheden van de voorgenomen ontwikkelingen te beperken tot een diepte van 0,5 m –mv om zodoende de aanwezige archeologische resten (het sporenvlak) fysiek te beschermen. In eventuele ophogingen met zand om vindplaatsen te kunnen beschermen wordt ook geen bezwaar gezien. Tevens kunnen kleinschalige diepere verstoringen (als bijvoorbeeld het inboren van (hei)palen vanaf het maaiveld) zonder verder archeologisch onderzoek plaatsvinden.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 39

26 november 2019

Afbeelding 5.2 Advieskaart met vindplaatsen en afgeperkte zone

De maatregelen gelden voor de op de advieskaart afgeperkte zone (de hoge flank van de dekzandrug). Voor de overige zones geldt dan vrijgave: daarvoor kan niet worden gegarandeerd dat hier geen archeologische resten aanwezig zijn, maar ook ontbreken aanwijzingen dat zij er wel zijn. Voor vrijgegeven delen geldt altijd de wettelijke meldingsplicht voor toevalvondsten. Naar aanleiding van het advies wordt op de verbeelding en in de regels een dubbelbestemming (Waarde - Archeologie 1) opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden ter plaatse van de op de advieskaart afgeperkte zone. Deze dubbelbestemming wordt ook opgenomen voor de waterput aan de westzijde van het plangebied.

5.4

Water

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin dient te worden ingegaan op de wijze waarop rekening is gehouden met de effecten van het plan op de waterhuishoudkundige situatie. Het is een schriftelijke weerslag van de zogenaamde 'watertoets': het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

HUIDIGE SITUATIE Het plan ligt in het stroomgebied van de Wold Aa. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP +8,6 m. Lokaal kunnen (grote) verschillen waterstanden optreden. De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +12,7 m. De bodem (deklaag) van het westelijke deel bestaat deels uit zand en keileem. De rest bestaat uit zand. De maximale grondwaterstand ligt tussen 40 - 140 cm BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 40

26 november 2019

onder het maaiveld. Er kunnen, door de aanwezigheid van slecht doorlatende lagen, schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen.

NIEUWE ONTWIKKELINGEN Dit bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een tankeiland voor LNG, waterstof en (bio)diesel, een vrachtwagenparkeerplaats voor e-laden en een belevenissenbos. Het tankeiland wordt aangelegd op een terrein dat reeds verhard is. Voor de vrachtwagenparkeerplaats worden enkele bosschages gerooid. Het belevenissenbos is gesitueerd in een bos en agrarisch gebied en blijft grotendeels 'groen'. In de regels van de bestemming Recreatie is aangegeven dat maximaal 35% van het bestemmingsvlak bebouwd mag worden (inclusief 5% voor de eventuele plaatsing van zonnepanelen). Dit komt neer op een maximum 'bebouwd' oppervlak van 5.000 m2 . Uitgaande van de norm dat ten minste 10% van de toename in oppervlakteverharding wordt gecompenseerd door waterberging, is in de regels van de bestemming Recreatie opgenomen dat ten minste 500 m2 zal worden ingericht en in stand gehouden ten behoeve van de opvang van water. Binnen deze waterbergende gebieden is een peilstijging van maximaal 30 cm toegestaan. De aanleg van de waterberging gebeurt binnen redelijke termijn na aanleg van verhardingen of de bouw van gebouwen en in goed overleg met het waterschap. In het ontwerp voor het belevenissenbos zijn drie plekken aangewezen waar de waterberging gerealiseerd zou kunnen worden. Binnen het gehele plangebied wordt kruipruimteloos gebouwd.

Zo nodig zal het plangebied plaatselijk worden opgehoogd. Pas in laatste instantie zal drainage worden toepast (bijvoorbeeld rond de 'bunker'). Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. De volgende maatregelen worden toegepast: Schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar het oppervlaktewater. Licht vervuild hemelwater - bijvoorbeeld van de vrachtwagenparkeerplaats - wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater; Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorstroming; Er worden geen materialen gebruikt die een verontreiniging van het oppervlaktewater met zich meebrengen. Metalen, zoals lood, koper of zink, worden niet gebruikt.

Uitgangspunt voor het plangebied is dat het afstromend hemelwater wordt afgevoerd op één of meer aan te leggen vijvers/wadi's/sloten. Infiltratie gaat voor lozing op oppervlaktewater. Het vuilwater wordt rechtstreeks op de riolering geloosd. Hierbij worden de richtlijnen van het Activiteitenbesluit in acht genomen.

WATERADVIES Het concept van dit bestemmingsplan is aan waterschap Drents Overijsselse Delta ter beoordeling voorgelegd. Op grond daarvan is een wateradvies afgegeven waaruit blijkt dat de 'normale procedure' van toepassing is. Onderdeel van het wateradvies is een uitgangspuntennotitie (zie Bijlage 15). Deze notitie is vertaald in deze waterparagraaf en in de regels. Daarmee mag er vanuit worden gegaan dat de waterbelangen voldoende geborgd zijn en dat het waterschap kan instemmen met dit bestemmingsplan.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 41

26 november 2019

5.5

Natuur en ecologie

Er zijn vanaf 2005 diverse onderzoeken binnen het plangebied uitgevoerd. Eind 2017 zijn deze onderzoeken geactualiseerd en samengevat in het rapport 'Actualisatie Ecologisch onderzoek Green Planet Pesse (gem. Hoogeveen)' (BügelHajema, 27 oktober 2017; Bijlage 12). Voor het plan is daarnaast een berekening stikstofdepositie uitgevoerd (Bijlage 13). In de rapporten is het volgende geconcludeerd: Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie i s gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkeling een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Uit de ecologische inventarisatie i s naar voren gekomen dat geen nesten of vaste verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogels, of beschermde soorten van andere soortengroepen voorkomen. Enkele algemeen voorkomende beschermde zoogdieren en amfibieën vallen onder de provinciale vrijstellingsregeling. Tevens i s er geen sprake van een essentieel verlies van foerageergebied voor beschermde soorten. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming (Wnb) i s niet noodzakelijk. Bij de planning van de werkzaamheden moet wel rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Nader onderzoek in het kader van de gebiedenbescherming (Wnb) en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid) i s niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning van de Wnb voor de beoogde activiteiten i s niet nodig.

Het plan i s daarnaast op het punt van het NNN niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening. Uit de stikstofberekeningen blijkt dat de projectbijdrage op het meest nabijgelegen verzuringsgevoelige Natura 2000-gebied, Dwingelderveld, zowel tijdens de aanlegfase a l s de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.

Met inachtneming van het broedseizoen van vogels is een ontheffing van de Wnb voor soorten of een vergunning op grond van de Wnb voor gebieden op voorhand niet nodig voor de beoogde activiteiten. De ontwikkeling is daarnaast op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Voor de ontwikkeling van Green Planet en het belevenissenbos zullen enkele bospercelen heringericht worden. Het bos dat verloren gaat zal gecompenseerd worden op grond van de Wet natuurbescherming (voorheen geregeld in de Boswet) en de Omgevingsverordening Drenthe. Op dit punt wordt naar de Bostoets die als bijlage bij het ecologisch onderzoek is opgenomen (zie ook paragraaf 4.1). De slotconclusie van de onderzoeken is dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.

5.6

Geluid

5.6.1

Wegverkeerslawaai

In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidzones, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De breedte van deze zone wordt bepaald door het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Als een ruimtelijk plan voorziet in geluidgevoelige bebouwing binnen de zone, is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Het plangebied ligt (deels) binnen de geluidzones van de A28 en de N375. Dit bestemmingsplan voorziet echter niet in de oprichting van geluidsgevoelige bebouwing in de zin van de Wet geluidhinder. Akoestisch onderzoek kan in dit opzicht achterwege blijven.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 42

26 november 2019

5.6.2

Industrielawaai

Er is wel akoestisch onderzoek gedaan naar de geluiduitstraling van Green Planet (inclusief uitbreiding) op de woonomgeving. Zie hiervoor bijgevoegd rapport 'Akoestisch onderzoek voor de inrichting Green Planet te Pesse' (G&O-consult, 27 maart 2019; Bijlage 16). In dit rapport wordt het volgende geconcludeerd: Met de representatieve bedrijfssituatie vindt geen overschrijding plaats van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde. Het maximale geluidniveau wordt ook niet overschreden. Met de incidentele bedrijfssituatie vindt geen overschrijding plaats van de etmaalwaarde op geluidsgevoelige objecten. De indirecte hinder voldoet aan de etmaalwaarde van 50 dB(A).

De aangevraagde situatie wordt hiermee vergunbaar geacht. Binnen de milieuwetgeving en akoestiek worden er afwegingen verlangd voor wat betreft het toepassen van maatregelen en best beschikbare technieken (BBT). Feitelijke bronmaatregelen aan bezoekers (personenauto’s en vrachtwagens en diens koelmotoren) kunnen redelijkerwijs niet worden verlangd. Wel kan middels instructie het (rij)gedrag van de bezoekers worden geattendeerd. Dit zal gebeuren middels signalering van de maximum rijsnelheid. Het tankstation wordt in goede staat onderhouden in verband met de continuïteit van de bedrijfsvoering. Verondersteld mag worden dat de huidige bedrijfsvoering en de aanwezige outillage daarmee voldoet aan de huidige stand van techniek.

5.7

Milieuzonering en bedrijven

Voor de voorzieningen en functies die met dit bestemmingsplan aan het plangebied worden toegevoegd, gelden richtafstanden tot hindergevoelige bebouwing. Het gaat dan om mogelijke geur-, stof- of geluidhinder (zie voor het aspect 'gevaar' paragraaf 5.9). Zie onderstaande tabel voor de betreffende afstanden, welke zijn overgenomen uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009). Binnen deze richtafstanden bevinden zich geen woningen of andere hindergevoelige objecten. Ook omgekeerd legt het bestemmingsplan geen beperkingen op aan bedrijvigheid buiten het plangebied. Het dichtstbijzijnde bedrijf ligt aan de Eursinge 7. Het gaat hier om een grondgebonden agrarisch bedrijf, waarvoor een richtafstand van 30 m geldt. De bestemming Recreatie ligt op een afstand van circa 60 m. Overigens worden er binnen het plangebied geen hindergevoelige objecten toegevoegd. Voor wat betreft 'milieuzonering' is er dan ook geen sprake van een milieuhygiënisch conflict.

Voorzieningen LNG-tankeiland Vrachtwagenparkeerplaats* Belevenissenbos**

Geur 30 m 10 m 30 m

Stof n.v.t. n.v.t. 10 m

Geluid 30 m 100 m 30 m

* Stalling van vrachtwagens met koelinstallaties **Een gemene deler van voorzieningen op het gebied van cultuur, sport en recreatie

Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is nog wel onderzocht of het tankeiland, de vrachtwagenparkeerplaats en het 'belevenissenbos' (incl. evenementen) passen binnen de geluidsnormen van de gemeente Hoogeveen. Op dit punt wordt verwezen naar de bijgevoegde rapportage van G&O-consult waaruit blijkt dat de uitbreiding voldoet aan deze geluidsnormen. Daarmee leidt dit bestemmingsplan niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de dichtstbijzijnde woningen.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 43

26 november 2019

5.8

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben'.

NSL/NIBM Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Infrastructuur en Waterstaat ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM1 0) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

BESTEMMINGSPLAN Dit bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een tankeiland voor LNG, waterstof en (bio)diesel, een vrachtwagenparkeerplaats en een 'belevenissenbos'. Aan de hand van de volgende tabel is de verkeersgeneratie van deze functies bepaald.

Functie Tankeiland Vrachtwagenparkeerplaats Belevenissenbos Totaal

Omvang 11834 m 3 11 plaatsen 82.500 bezoekers*

Ritten 15 10 150 175

*Betreft een maximumvariant (zie bijgevoegd Marktonderzoek belevenissenbos)

De verwachting is dat het plan leidt tot een toename van het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen met 175 ritten per etmaal.

NIBM-TOOL Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in samenwerking met InfoMil de nibm-tool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM1 0 bepaald.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 44

26 november 2019

Afbeelding 5.3 NIBM-berekening

Uit de berekeningen met de nibm-tool (versie 2019) blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM1 0) niet overschrijdt. Het project moet derhalve worden beschouwd als een nibm-project.

5.9

Externe veiligheid

ONDERZOEK EN ADVIEZEN Voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan is onderzoek verricht door AVIV. De resultaten van dit onderzoek zijn samengevat in het bijgevoegde rapport 'Risicoanalyse Green Planet Pesse' (AVIV, 6 mei 2019; Bijlage 9). Daarnaast heeft de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) een advies uitgebracht: 'Onderzoek Externe Veiligheid, Energiestation Green Planet, Hoogeveen' (14 maart 2018). Ook dit advies is bijgevoegd (Bijlage 10). Daarnaast zijn door de Veiligheidsregio Drenthe twee adviezen uitgebracht. Het gaat om 'advies voor bestemmingsplan Belevenissenbos Green Planet' (10 augustus 2015) en 'Green Planet Pesse' (9 maart 2018). Beide adviezen zijn opgenomen als Bijlage 11. In deze paragraaf wordt ingegaan op het verrichte onderzoek. Daarbij wordt vooral aangesloten bij de structuur en inhoud van het advies van de RUD.

BELEID Om de externe veiligheidsrisico's te beheersen heeft de rijksoverheid een aantal besluiten opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van de provincie en gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving waarin risiconormen zijn gesteld voor inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) bevat veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen die buiten het bedrijfsterrein van de risicobron verblijven. Het Bevi verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten bij het verlenen van omgevingsvergunningen (milieu) en bij het vaststellen van een bestemmingsplan nabij een Bevi-inrichting. Voor het transport van gevaarlijke stoffen via het water, de weg en het spoor zijn de normen voor externe veiligheid (vanaf 1 april 2015) in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vastgelegd. Voor het aantal transporten dat via een bepaalde route plaatsvindt, moeten de Basisnettabellen van de Regeling Basisnet worden aangehouden. Het Bevt stelt verder verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 45

26 november 2019

veiligheidsaspecten. Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. De regels voor buisleidingen zijn op basis van het Bevb uitgewerkt in de Ministeriële regeling externe veiligheid buisleidingen. Het Bevb stelt verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. Binnen een terrein van Defensie kunnen explosieve stoffen worden opgeslagen. De effecten die bij een calamiteit met ontplofbare stoffen kunnen optreden, zijn overdruk (blast), scherven, brokstukken en hittestraling. Voor explosieve stoffen wordt een effectbenadering gehanteerd die wordt weergegeven in de zogenaamde A-, B- en C-zones. Binnen deze zones gelden per zone verschillende beperkingen die zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Naast de risicobronnen zoals deze in de hoofdstukken hiervoor zijn geïnventariseerd en waarvan de risicoanalyse is uitgevoerd, zijn er nog enkele risicobronnen aanwezig die voor het plangebied van belang zijn. Het gaat hier om de uitbreiding van het tankstation met een LNG- en waterstofinstallatie.

Deze risicobronnen vallen juridisch gezien niet onder het Bevi, maar deze worden wel als zodanig behandeld (vooruitlopend op het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving). De gemeente Hoogeveen heeft in 2010 beleid vastgesteld voor het beleidsveld externe veiligheid. Ook hier zal rekening mee moeten worden gehouden.

5.9.1

Inrichtingen

PLAATSGEBONDEN RISICO AVIV heeft een QRA opgesteld waarin de risico’s van het energiestration op de omgeving zijn berekend. In dit rapport wordt geconcludeerd dat binnen de PR-contour van de installaties voor LPG, LNG en waterstof geen objecten van derden aanwezig dan wel geprojecteerd zijn. Het plan voldoet aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. Ook de verblijfsobjecten binnen het belevenissenbos liggen buiten de PR-contour van het tankstation. In afbeelding 5.4 is de PR-contour weergegeven.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 46

26 november 2019

Afbeelding 5.4 Bevi-inrichtingen met bijbehorende risico-afstanden (rode contour geeft plaatsgebonden risico aan)

GROEPSRISICO AVIV en de RUD hebben ook het groepsrisico in kaart gebracht. Het groepsrisico is berekend inclusief de populatie die binnen het plangebied kan verblijven. In feite behoort de populatie binnen het recreatieve deel van het plangebied tot de inrichting van Green Planet. Echter, omdat het recreatieve deel een afwijkende functie is ten opzichte van het tankstation is er voor gekozen deze populatie in de groepsrisico verantwoording mee te nemen. Uit de berekening van het groepsrisico blijkt dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Dit is geïllustreerd in afbeelding 5.5. De groepsrisicoberekening is tevens uitgevoerd inclusief de evenementen die 10 keer per jaar op het terrein van Green Planet kunnen plaatsvinden. Ook hier wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden, maar het aantal slachtoffers neemt wel toe. Ten opzichte van de momenteel vergunde bedrijfssituatie van het LPG-tankstation neemt het groepsrisico toe vanwege de uitbreiding met LNG en waterstof. Tevens levert de populatie binnen het plangebied een belangrijke bijdrage aan de hoogte van het groepsrisico. Dit betekent dat het groepsrisico verantwoord moet worden (zie paragraaf 5.9.5).

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 47

26 november 2019

Afbeelding 5.5 Groepsrisicocurve (Bron: RUD)

5.9.2

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Het plangebied ligt voor ongeveer de helft binnen 200 meter vanaf de rijksweg A28, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het aspect externe veiligheid moet worden beoordeeld wanneer een ruimtelijke ontwikkeling binnen 200 meter vanaf een transportroute met gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

PLAATSGEBONDEN RISICO Bij het vaststellen van besluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs de rijkswegen die deel uitmaken van het Basisnet Weg kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Voor het plaatsgebonden risico gelden namelijk de generieke PR-gegevens van het Basisnet Weg. Voor de Rijksweg A28 bedraagt de afstand van de veiligheidszone (PR 10-6 per jaar) maximaal 0 meter. De uitbreiding van het energiestation voldoet daarmee aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico.

PLASBRANDAANDACHTSGEBIED Op basis van het Bevt geldt voor de A28 een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter, gemeten vanaf de rand van de buitenste rijbaan. Binnen dit gebied wordt geadviseerd om geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten te realiseren. De ruimtelijke ontwikkeling van het energiestation Green Planet ligt buiten het PAG van de A28 en is voor de bouwkundige aspecten niet relevant.

GROEPSRISICO Het plangebied ligt vrijwel geheel binnen het invloedsgebied voor het transport van brandbare gassen over de A28. Deze bedraagt 355 m. De RUD heeft daarom het groepsrisico berekend. Uit deze berekening is gebleken dat het groepsrisico beneden de oriëntatiewaarde ligt. Door de toename van het aantal personen in het plangebied/invloedsgebied neemt het groepsrisico met 0,3% ten BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 48

26 november 2019

opzichte van de huidige situatie toe. Het groepsrisico langs de gehele transportroute bedraagt minder dan 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico (zie paragraaf 5.9.5).

5.9.3

Aardgastransportleidingen

Binnen het plangebied zijn geen aardgastransportleidingen, op basis van het Bevt, gelegen. Het plangebied ligt ook niet binnen de effectafstand van leidingen uit de omgeving.

5.9.4

Risicoanalyse defensieterrein

Ten zuidwesten van het plangebied is een terrein van Defensie aanwezig waar explosieve stoffen opgeslagen (kunnen) worden. Voor explosieve stoffen wordt een effectbenadering gehanteerd die wordt weergegeven in de zogenaamde A-, B- en C-zones. Binnen deze zones gelden per zone verschillende beperkingen die zijn vastgelegd in het Barro. Het plangebied ligt circa 100 meter binnen de C-zone. In afbeelding 5.6 is de ligging van deze zone weergegeven. Op grond van het Barro moet in het bestemmingsplan worden opgenomen dat het oprichten van "bouwwerken met vlies- of gordijngevelconstructies of grote glasoppervlakten en waarbinnen zich doorgaans een groot aantal personen bevindt" niet zijn toegestaan. Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - munitie' opgenomen waarbinnen het voorgaande expliciet is uitgesloten.

Afbeelding 5.6 Veiligheidszone defensieterrein (Bron: RUD)

5.9.5

Verantwoording groepsrisico

ZELFREDZAAMHEID De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het plangebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. In het kader van de zelfredzaamheid adviseert de Veiligheidsregio Drenthe (VRD) om de BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 49

26 november 2019

ondergrondse bunker zo te positioneren dat de ingang niet richting Green Planet gericht is. Op deze wijze kan de bunker als schuilplaats bij calamiteiten dienen. De initiatiefnemer zal de bunker zodanig inrichten dat deze dienst kan doen als schuilplaats. In het ontwerp voor de bunker is geen ruimte om de naar Green Planet gerichte in-/uitgang te verplaatsen. Wel is het mogelijk om deze bij calamiteiten af te sluiten dan wel zorg te dragen voor afdoende afscherming (bijv. middels een buffer tussen Green Planet en de bunker). Een en ander zal worden afgestemd met de VRD.

BESTRIJDBAARHEID Bij bestrijdbaarheid gaat het zowel om de voorbereiding op de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval, als om het beperken van de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun hulpverlenende taken. De VRD adviseert de verharde paden dusdanig vorm te geven dat hulpverleningsvoertuigen hier gebruik van kunnen maken. Daarnaast is het advies om aan de westzijde van het belevenissenbos een tweede onafhankelijke aanrijroute voor hulpdiensten te realiseren. Hierdoor kunnen hulpdiensten ook bij een westenwind de recreatieverblijven bovenwinds benaderen. Ook dit advies wordt overgenomen door de initiatiefnemer. Het 'Slagenweggetje' wordt doorgetrokken tot aan Green Planet zodat de hulpdiensten vanaf de westzijde het plangebied kunnen benaderen. De verharde paden worden geschikt gemaakt voor hulpverleningsvoertuigen. De handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid vormt hiervoor het uitgangspunt. Dit betekent ook dat er sprake is van voldoende bluswatervoorzieningen.

OVERIGE MAATREGELEN Naast de bovengenoemde maatregelen wordt het veiligheidsrisico ingeperkt door de blokhutten en groepsaccommodaties zo ver mogelijk van de installaties voor LPG, LNG en waterstof en van de A28 te positioneren. Zie hiervoor de landschappelijke inpassing in paragraaf 4.2, waaruit blijk dat deze voorzieningen aan de zuidwestzijde gesitueerd worden. Verder is van belang dat in deze bouwwerken rookmelders worden geplaatst en dat er maatregelen worden genomen om brandoverslag te voorkomen. Daarnaast geldt dat in de (nieuwe) omgevingsvergunning voor Green Planet de doorzet van LPG, LNG en waterstof gelimiteerd wordt. Tenslotte zijn de volgende veiligheidsvoorschriften van toepassing: De veiligheidsmaatregelen die voor LNG zullen worden getroffen zijn gebaseerd op de PGS33-1. Voor LPG dient te worden voldaan aan hoofdstuk 5 van het Activiteitenbesluit met bijbehorende Activiteitenregeling waarin is vastgelegd dat voldaan moet worden aan de PGS16. De waterstofinstallatie zal moeten voldoen aan de PGS35. De stikstofinstallatie zal moeten voldoen aan de PGS9. De CNG-installatie dient te voldoen aan de PGS25. Deze PGS richtlijnen worden aangemerkt als BBT documenten die in de omgevingsvergunning zullen worden vastgelegd of op basis van het Activiteitenbesluit zijn voorgeschreven, waarmee een basis veiligheidsniveau wordt geborgd.

VERANTWOORDING GEMEENTE De gemeente Hoogeveen is zich bewust van de veiligheidsrisico's en acht de situatie, met inachtneming van de voorgestelde maatregelen door de VRD, acceptabel.

5.10

Duurzaamheid

BELEID BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 50

26 november 2019

Hoogeveen streeft naar een duurzame ontwikkeling in haar gemeente. De gemeente heeft haar ambities op het gebied van duurzaamheid verwoord in de Milieuvisie. Een van de speerpunten is energieneutraal bouwen. Er moet een stap worden gezet naar een duurzame leefomgeving. Belangrijk hierbij is het vergroten van de bewustwording. Duurzaam bouwen is niet alleen het ontwikkelen van een woning die zo lang mogelijk kan voldoen aan onze woonbehoefte. Het is vooral ook een bouwwijze die goed is voor mens en milieu. Het betekent verantwoord omgaan met water, energie, grondstoffen en ook de open ruimte. Duurzaam bouwen vraagt met andere woorden om een integrale aanpak waarbij je bewust vooraf keuzes maakt.

MILIEUKWALITEIT Met betrekking tot milieukwaliteit (en daaraan de gezondheidskwaliteit gekoppeld) van woningen, gebouwen en andere bouwwerken kunnen drie belangrijke thema's worden onderscheiden: energiebesparing en toepassing van opties van hernieuwbare energie met a l s doel de terugdringing van de CO2-emissie door de gebouwde omgeving; toepassing van verantwoord materiaalgebruik ten einde de condities voor het milieu te verbeteren; maatregelen gericht op verbetering van het binnenklimaat met het oog op de gezondheid van bewoners en gebouwgebruikers.

GREEN PLANET EN BELEVENISSENBOS Duurzaamheid speelt een leidende rol bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. Green Planet draagt bij aan de energietransitie en vermindering van CO2 -uitstoot door duurzame(re) brandstoffen aan te bieden, zoals LNG, waterstof en (bio)diesel. Ook het elektrisch rijden vermindert de milieubelasting en verkleint de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Bij de inrichting van Green Planet en het belevenissenbos is duurzaamheid eveneens van groot belang. Zo wordt een deel van de benodigde energie opgewerkt door windturbines en - op termijn door zonnepanelen. Verder wordt bij de inrichting van het belevenissenbos gestreefd naar behoud en herstel van oude landschapskarakteristieken (zie paragraaf 4.2). Verder geldt voor de waterhuishouding dat hemelwater ter plaatse geborgen en waar mogelijk herbenut wordt. Andere voorbeelden van duurzaamheid: Blokhutten: Stoken gebeurt op hout. Voor het douchen en toilet wordt hemelwater gebruikt. Stroom wordt opgewekt met zonnecollectoren. Educatiecentrum en groepsaccommodatie: deze zullen qua energie zoveel mogelijk zelfvoorzienend worden door zonnecollectoren te plaatsen. Het gebruik van gas wordt tot een minimum beperkt. Zo nodig wordt energie van de windturbines of zonnepanelen elders binnen het plangebied betrokken. Bunker: De bunker i s grotendeels onverwarmd.

Vanwege de goede isolatie van de aardenwal, i s hier gedurende het jaar sprake van een vrijwel constante temperatuur. Aanvullend wordt de temperatuur verhoogd door het stoken van hout c.q. houtpallets.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 51

26 november 2019

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 52

26 november 2019

Hoofdstuk 6 6.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

Het bestemmingsplan is overeenkomstig artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening vervat in: a. b.

een geometrische plaatsbepaling van het plangebied en van de daarin aangewezen bestemmingen; een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven.

Het bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Bedrijventerrein; Bos; Maatschappelijk - Educatiecentrum; Recreatie - Dagrecreatie; Recreatie - Verblijfsrecreatie; Verkeer; Verkeer - Wegverkeer; Waarde - Archeologie 1; Waarde - Archeologie 2.

Daarnaast zijn opgenomen: de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - munitie', de functieaanduidingen 'parkeerterrein', 'landschapswaarden' en 'specifieke vorm van recreatie toren' en de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'.

6.2

Verklaring van de bestemmingen

In het navolgende wordt ingegaan op de belangrijkste bestemmingen en aanduidingen. Voor de toelichting op de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - munitie' wordt verwezen naar paragraaf 5.9. Deze gebiedsaanduiding valt binnen de bestemmingen Bos, Horeca - Educatiecentrum en Recreatie - Dagrecreatie.

Bedrijventerrein Onder deze bestemming is begrepen het duurzaam energiestation met de bijbehorende bedrijfsruimten en aanverwante voorzieningen, waaronder het slowfood-restaurant, prijs- en reclamezuilen en het truckershuisje. Detailhandel is uitsluitend toegestaan als deze gerelateerd is aan het duurzaam energiestation. Het netto verkoopvloeroppervlakte is gelimiteerd op 375 m². Vulpunten, afleverpunten en tanks ten behoeve van LPG, LNG en Waterstof zijn toegestaan ter plaatse van de punten die in Bijlage 1 van de regels zijn opgenomen. Verplaatsing is mogelijk, mits uit onderzoek blijkt dat daarbij de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jr niet wordt vergroot. De hoogte van de gebouwen binnen het bouwvlak bedraagt ten hoogste 11 m, terwijl deze hoogte mag worden overschreden door vlaggenmasten tot een hoogte van 17 m en windturbines tot een ashoogte van 24 m. Buiten het bouwvlak mogen gebouwen met een bouwhoogte van maximaal 6 m worden opgericht. Op grond hiervan zal het truckershuisje gerealiseerd worden. De initiatiefnemer wil ter plaatse van de dôme een verticale waterstoftank met een maximale hoogte van 12 m realiseren. Dit is een 'bouwwerk, geen gebouw zijnde' waarvoor een maximale bouwhoogte van 13 m geldt.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 53

26 november 2019

Bos In dit bestemmingsplan wordt een deel van de boscompensatie geregeld die in het vigerend bestemmingsplan is aangekondigd (zie ook paragraaf 4.1 en 5.5). Het betreft hier een 25 m brede bosrand langs de es en de N375. Aan deze strook is de bestemming Bos toegekend. Binnen het bos langs de A28 kan een boomkroonpad met uitkijkplatform (19 m) op een zendmast (50 m) gerealiseerd worden. Voor deze toren/zendmast zijn de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - toren' en de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' opgenomen. In verschillende voorwaardelijke verplichtingen is geregeld dat de toren aan bepaalde eisen dient te voldoen (privacy) en gebruik van de recreatieve bestemmingen alleen is toegestaan als aan de eisen voor boscompensatie is of binnen bepaalde termijnen wordt voldaan.

Maatschappelijk- Educatiecentrum Deze bestemming is overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan en heeft betrekking op het educatiecentrum. Dit centrum zal zich toeleggen op seminars, tentoonstellingen en vergaderingen, samenhangend met de duurzaamheidsdoelstellingen van Green Planet. Horeca is uitsluitend toegestaan in relatie tot en ondergeschikt aan het educatiecentrum. Verder is bepaald dat gebouwen alleen binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd en dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 7 m.

Recreatie - Dagrecreatie en Recreatie - Verblijfsrecreatie De bestemming Recreatie - Dagrecreatie en Recreatie - Verblijfsreatie zijn bedoeld voor educatie, dagrecreatie, horeca en verblijfsrecreatie gericht op natuur- en landschapsbeleving. Binnen deze bestemmingen zal het belevenissenbos worden aangelegd. In het bos komen diverse recreatiefuncties en voorzieningen, waaronder klim- en speeltoestellen (maximale hoogte van 19 m), een 'schaapskooi' met groepsruimtes, klimpark en een indoorvoorziening in de vorm van een 'bunker'. De open terreinen binnen deze bestemmingen worden geschikt gemaakt voor buitensporten en (sportieve) evenementen. De evenementen worden zoals gebruikelijk getoetst aan de APV van Hoogeveen. Daarnaast zijn voor evenementen specifieke voorwaarden in de bestemming van Recreatie - Dagrecreatie opgenomen, die in overeenstemming zijn het gemeentelijk beleid. Zo zullen er geen muziekevenementen plaatsvinden. Daarnaast zijn maximaal 8 evenementen per jaar toegestaan. Verder mag het aantal bezoekers/deelnemers dat per evenement gelijktijdig binnen het plangebied verblijft niet meer dan 500 bedragen. Ten slotte kunnen er verspreid aan de westzijde van het belevenissenbos maximaal 10 blokhutten worden gebouwd. Verkeer Deze bestemming heeft betrekking op de bestaande infrastructuur rondom Green Planet i.c. de rotonde en delen van de N374 en oprit naar de A28.

Verkeer - Wegverkeer Deze bestemming heeft betrekking op de gronden aan de A28 van Rijkswaterstaat, ten zuiden van het tankstation, waar boscompensatie plaatsvindt.

Waarde - Archeologie 1 Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden aan de BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 54

26 november 2019

oostzijde van het plangebied (de hoge flank van de dekzandrug) en ter plaatse van de waterput aan de westzijde van het plangebied.

Waarde - Archeologie 2 Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden van de gronden aan de A28 van Rijkswaterstaat, ten zuiden van het tankstation.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 55

26 november 2019

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 56

26 november 2019

Hoofdstuk 7 7.1

Handhaving

Algemeen

Een bestemmingsplan is het sturend instrument voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in dit plan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (bouwactiviteiten en gebruik van gronden en gebouwen) getoetst. Middels het stelsel van vergunningsverlening van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden de regels toegepast. Als blijkt dat zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning activiteiten plaatsvinden, is handhaving aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen. Handhaving heeft echter alleen zin wanneer de noodzaak en het nut hiervan kunnen worden aangetoond, een grondige inventarisatie van de feitelijke situatie (grondgebruik en bebouwing) heeft plaatsgevonden en draagvlak onder betrokkenen kan worden verkregen voor het beleid.

7.2

Beleidskeuzen

De gemeenteraad heeft op 3 februari 2011 de Kadernota Toezicht en handhaving vastgesteld. Het handhavingsbeleid maakt onderdeel uit van het programma Veilig. De looptijd van de kadernota Integrale handhaving loopt van 2011-2014, waarmee wordt aangesloten bij andere plannen waarin op onderdelen wordt verwezen naar handhaving. Dit zijn het Drentse veiligheidsplan, Integrale veiligheidsplan Hoogeveen en de visie externe veiligheid. De afgelopen jaren is er veel veranderd en de komende jaren gaat er nog veel veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningplicht naar steeds meer algemene regels in het VROM-domein. Gevolg hiervan is dat er meer nadruk komt te liggen op de uitvoering van de handhaving.

7.3

Inzet gemeentelijk apparaat

Op basis van de kadernota Toezicht en handhaving wordt jaarlijks een gemeentelijk werkprogramma opgesteld. Hierin worden op basis van een evaluatie voor het komende jaar de prioriteiten (bij)gesteld. In dit werkprogramma worden alle taken, taakonderdelen, de wettelijke of gewenste prioriteitstelling, prestatie en capaciteitstoekenning op het gebied van handhaving opgenomen. Tevens wordt de voortgang van de projecten die op de afdeling spelen inzichtelijk gemaakt. De werkprogramma's worden gemonitord en geëvalueerd (jaarverslagen). Voor de monitoring en evaluaties zal aansluiting worden gezocht bij de programmasturing zoals die in Hoogeveen wordt gebruikt. Aan deze programma's ligt een visie (1x10 jaar) ten grondslag die vervolgens worden uitgewerkt in beleidsnota's (1x4 jaar) en uitvoeringsprogramma's (jaarlijks). Er wordt een analyse gemaakt van de ontwikkeling van het naleefgedrag en in hoeverre de doelen zijn behaald. Tevens wordt beoordeeld of nog de juiste prioriteiten worden gesteld en of het handhavingsbeleid en de handhaving strategieën nog doelmatig en effectief zijn. Ieder jaar rapporteert het college van B&W de evaluatie aan de gemeenteraad. Indien nodig worden op basis van de evaluatie aanpassingen gedaan in de kadernota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11213581/1