CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a toelichting en regels ontwerpbestemmiingsplan BG Noord.pdf

Raadsavond 10 maart 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 201827.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 57

26 november 2019

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 58

26 november 2019

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan wordt voor rekening van de initiatiefnemer uitgevoerd. Er is een meerjarige exploitatie opgesteld door Mulderij & Partners Accountants en Adviseurs waaruit blijkt dat er sprake is van een economisch uitvoerbaar plan. Daarnaast is een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten waarin onder meer het 'planschadeverhaal' en de boscompensatie zijn geregeld.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.2.1

Inspraak en overleg

Het voorontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018' met bijbehorende stukken lag gedurende zes weken ter inzage. De terinzagelegging ving aan vanaf 16 juli 2018 en duurde tot en met 19 september 2018. Daarnaast is het plan ter beoordeling voorgelegd aan de 'overlegpartners' (artikel 3.1.1 Bro). Er zijn in totaal 65 inspraakreacties en vijf overlegreacties binnengekomen. In bijgevoegde Nota inspraak en overleg voorontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018' (Nota inspraak en vooroverleg) zijn alle reacties samengevat en van commentaar voorzien. De inspraak- en overlegreacties hebben aanleiding gegeven tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan:

REGELS EN VERBEELDING Begrippen (art. 1) Aan de begrippen (artikel 1) i s toegevoegd het begrip 'dag-, avond- en nachtperiode' (1.16): tijdsinterval dat relevant is voor de beoordeling van activiteiten van een inrichting. De activiteiten van een inrichting op de omgeving worden beoordeeld in drie beoordelingsperioden: 1. de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur; 2. de avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur; 3. de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur; Het begrip 'evenement categorie A' (een regionaal dan wel lokaal evenement met 5.000 tot 10.000 bezoekers per dag) i s verwijderd uit artikel 1, omdat het bestemmingsplan dit type evenement niet mogelijk maakt. De definitie van het begrip 'horecabedrijf categorie 2' (1.27) i s gewijzigd, zodat de vestiging van hotels wordt uitgesloten.

Wijze van meten (art. 2) Aan de wijze van meten (artikel 2) i s toegevoegd het meetvoorschrift 'de ashoogte van een windturbine' (2.5): vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terreinpeil;

Bedrijventerrein (art. 3) De bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Bedrijventerrein' (lid 3.1) i s aangevuld ten aanzien van parkeren. Artikel 3.2.1 onder c i s gewijzigd naar: de hoogte van de gebouwen binnen het bouwvlak bedraagt ten hoogste 11 m, met dien verstande dat deze hoogte mag worden overschreden voor: 1. vlaggenmasten tot ten hoogste 17 m; 2. windturbines tot een ashoogte van ten hoogste 24 m. BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 59

26 november 2019

Bos (art. 4) In de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Bos' (lid 4.1) i s opgenomen dat in de bosrand aan de zuidwestzijde van het plangebied doeleinden ten behoeve van de herkenbaarheid (reclame) zijn uitgesloten. Hiervoor i s in op de verbeelding en in de regels de aanduiding 'landschapswaarden' opgenomen. In lid 4.4 onder b i s verder toegevoegd dat het gebruik van deze gronden anders dan ten behoeve van bos met landschappelijke waarden, waaronder begrepen (dag)recreatief (mede)gebruik, gerekend wordt tot strijdig gebruik. De voorwaardelijke verplichting bouwen en gebruik uitkijktoren en klimvoorzieningen (lid 4.1) i s gewijzigd naar: De bouw van de uitkijktoren en klimvoorzieningen en het gebruik daarvan zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het zicht vanuit deze toren en vanuit de klimvoorzieningen op de tuinen van woningen in het dorp Pesse is afgeschermd. De hoogte van het uitkijkplatform (lid 4.2) i s verlaagd van maximaal 25 meter naar maximaal 19 meter. De gebruiksregels voor de lichtreclame (lid 4.4 onder a) zijn gewijzigd naar: Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - toren' is tussen 7.00-23.00 uur lichtreclame met als vorm een aardbol en in de vorm van twee schermen voor variabele lichtreclame toegestaan die voldoet aan de volgende voorwaarden: 1.

De lichtreclame dient te voldoen aan de randvoorwaarden van Rijkswaterstaat zoals deze staan omschreven in "Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen d.d. 20 mei 2019"; 2. Het maximaal aantal beeldwisselingen bedraagt 1 per 10 seconden buiten de spitsperiode en 1 per 5 minuten tijdens de spitsperiode; 3. Installatie wordt voorzien van volautomatische lichtdimmer; 4. Witte achtergronden zijn voor zonsopgang en één uur na zonsondergang niet toegestaan; 5. Witte letters en logo's mogen niet vol wit zijn (maar maximaal 60% wit bedragen); 6. Alleen harde beeldovergangen in de reclame zijn toegestaan, werken met dissolve techniek (geleidelijke overgang van beelden) is niet toegestaan; 7. De inhoud van de lichtreclame is op afstand aan te passen, minimaal drie locaties (t.b.v. snelle actie bij eventuele klachten); 8. Het formaat van de variabele lichtreclame bedraagt maximaal 720 x 800 cm; 9. Lichtarchitect ontwerpt in samenwerking met de omgeving de uitlichting van de aardbol. Tevens is instemming nodig van Rijkswaterstaat voor de uitlichting van de aardbol (zie hiervoor "Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen d.d. 20 mei 2019").

De lichtreclame op of aan de toren te worden geplaatst onder een hoek van niet minder dan 60 graden op de wegas van de A28, waarbij rekening is gehouden met het voorkomen van lichthinder en met een uitstraling die voldoet aan de door Rijkswaterstaat voorgeschreven lichtwaarde van maximaal E2, met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders voor bepaalde perioden of bij duisternis een lagere waarde (E1) kan voorschrijven in verband met de veiligheid van het wegverkeer, als dit door Rijkswaterstaat wordt geadviseerd.

Maatschappelijk- Educatiecentrum (art. 5) De bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Maatschappelijk - Educatiecentrum' (lid 5.1) i s aangevuld ten aanzien van horeca (hotels uitgesloten) en parkeren. Aan de bouwregels in artikel 5.2.1 i s toegevoegd dat de dakhelling niet minder of meer bedraagt dan respectievelijk 10 graden en 45 graden.

Recreatie - Dagrecreatie (art. 6) De bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' (lid 6.1) i s aangevuld ten aanzien van horeca (hotels uitgesloten) en (dagrecreatieve) klimvoorzieningen. In de bouwregels (lid 6.2.1) i s een maximale oppervlakte opgenomen van 1000 m 2 voor de bebouwing. Verder i s de bouw- en goothoogte van het entreegebouw/paviljoen gesteld op maximaal 3 m. De gebruiksregels voor evenementen (lid 6.5) zijn gewijzigd naar: Binnen deze bestemming zijn uitsluitend evenementen categorie B, niet zijnde muziekconcerten en dance-evenementen of vergelijkbare evenementen waarbij versterkte muziek de overhand heeft, toegestaan, met dien verstande dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. het aantal evenementen bedraagt maximaal 8 per jaar, waarbij niet meer dan 500 bezoekers/deelnemers gelijktijdig in het plangebied mogen verblijven; BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 60

26 november 2019

2.

de evenementen mogen plaatsvinden in de dag- en avondperiode van een dag, met dien verstande dat: a. één evenement per jaar mag plaatsvinden in de dag-, avond- en nachtperiode tot uiterlijk 01:00 uur, mits dit evenement plaatsvindt op een dag vóór een vrije dag (zaterdag, zondag of een nationale feestdag); b. een evenement dat op zondag plaatsvindt niet eerder mag beginnen dan 13:00 uur; c. de duur van een evenement is, exclusief op- en afbouwdagen, maximaal één dag, met dien verstande dat één evenement per jaar maximaal drie dagen, exclusief op- en/of afbouwdagen, mag duren; d. het aantal tussendagen, zijnde dagen zonder evenement en op- en/of afbouwdagen, bedraagt minimaal 14 dagen; e. voor het op- en afbouwen zijn maximaal vier op- en/of afbouwdagen toegestaan; f. op- en afbouwactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden in de dagperiode; g. tijdens op- en afbouwdagen mag geen sprake zijn van onversterkte of versterkte muziek; h. het equivalent geluidsniveau (LAeq, 3 minuten) vanwege de tijdens het evenement geproduceerde versterkte en/of onversterkte muziek en vanwege de tijdens het evenement in gebruik zijnde installaties, mag op de gevels van woningen niet meer bedragen dan 70 dB(A) en 85 dB(C) gedurende de dag-, avond- en nachtperiode; i.

indien op een evenementendag voor een evenement een equivalent geluidsniveau (LAeq, 3 minuten) op de gevels van de woningen van 70 dB(A) en 85 dB(C) is toegestaan en gelijktijdig in één of meer (horeca-)inrichtingen activiteiten plaatsvinden met een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) van meer dan 50 dB(A) op de gevels van woningen, geldt dat het cumulatieve equivalent geluidsniveau (LAeq, 3 minuten) vanwege het evenement en het geluid afkomstig van de inrichting(en) op de gevels van woningen niet meer mag bedragen dan 70 dB(A) en 85 dB(C).

Recreatie - Verblijfsrecreatie (art. 7) Een deel van de bestemming Recreatie - Dagrecreatie i s gewijzigd naar Recreatie Verblijfsrecreatie. Het gaat om het gedeelte waar de groepsaccomodatie, 10 blokhutten en bijbehorende horeca zijn gepland. De wijziging i s aangebracht om de leesbaarheid van het bestemmingsplan op dit onderdeel te vergroten. In de bouwregels (lid 7.2.1) i s een maximale oppervlakte opgenomen van 2700 m 2 voor de groepsaccommodatie en horeca en i s de bouwhoogte hiervan gewijzigd naar 11,5 m. Voor de blokhutten i s een maximale dakhelling opgenomen van 20 graden.

Verkeer - Wegverkeer (art. 9) De bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' i s toegevoegd op de verbeelding en aan de regels. Deze bestemming heeft betrekking op de gronden van Rijkswaterstaat aan de A28 ten zuiden van Green Planet waar een deel van de boscompensatie wordt gerealiseerd.

Waarde - Archeologie 1 (art. 10) Naar aanleiding van het archeologisch proefsleuvenonderzoek i s op de verbeelding en in de regels een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden aan de oostzijde van het plangebied en ter hoogte van de waterput aan de westzijde van het plangebied.

Waarde - Archeologie 2 (art. 11) De gronden van Rijkswaterstaat aan de A28 ten zuiden van Green Planet waar een deel van de boscompensatie wordt gerealiseerd zijn toegevoegd aan het plangebied. Op basis van het gemeentelijke archeologiebeleid geldt hier 'Waarde - Archeologie 2'. Deze waarde i s a l s dubbelbestemming toegevoegd op de verbeelding en aan de regels.

Algemene gebruiksregels (art. 13) Aan de algemene gebruiksregels i s een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de boscompensatie (artikel 13 lid d): 1. Het gebruik van de bouwwerken en terreinen voor recreatieve doeleinden is uitsluitend toegestaan indien aan de verplichtingen tot boscompensatie binnen en buiten het plangebied is voldaan en het BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 61

26 november 2019

2. 3.

bos in stand wordt gehouden; De inrichting van compensatie van bos ter grootte van 7.274 m2 binnen de bestemming Bos dient te zijn afgerond binnen 2 jaar na realisatie van de uitkijktoren; De inrichting van compensatie van bos ter grootte van 7.878 m2 binnen de bestemming Verkeer Wegverkeer dient te zijn afgerond binnen 2 jaar na de realisatie van trucktankfase II (LNG-H2).

Algemene aanduidingsregels(art. 14) In de algemene aanduidingsregels i s een aanduiding 'veiligheidszone - munitie' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding i s het oprichten van bouwwerken met vlies- of gordijngevelconstructies of grote glasoppervlakten en waarbinnen zich doorgaans een groot aantal personen bevindt, niet toegestaan. In het voorontwerpbestemmingsplan was deze aanduiding per abuis niet opgenomen op de verbeelding. Dit gebeurt in het ontwerpbestemmingsplan alsnog.

Overige regels (art. 16) De regels ten aanzien van parkeergelegenheid (artikel 16.2 onder 1) zijn aangevuld ten aanzien van het gemeentelijke parkeerbeleid.

TOELICHTING Aan paragraaf 1.2, 2.2 en 3.4 i s toegevoegd dat ook de gronden van Rijkswaterstaat aan de A28 ten zuiden van het tankstation, waar boscompensatie plaatsvindt, bij het plangebied horen. De actuele formulering van de Ladder voor duurzame verstedelijking i s opgenomen in paragraaf 3.2 (Rijksbeleid). Het actuele omgevingsbeleid van de provincie Drenthe i s opgenomen in paragraaf 3.3 (Provinciaal beleid). Paragraaf 3.4 (Gemeentelijk beleid) i s geactualiseerd en aangevuld met de relevante beleidsstukken. De beschrijving van de gewenste situatie i s aangevuld en geactualiseerd in paragraaf 4.1 (Uitbreiding Green Planet). Met name de aspecten boscompensatie en verkeer & parkeren zijn nader onderbouwd. De aangepaste memo parkeren i s opgenomen a l s bijlage 17. Paragraaf 4.2 van de toelichting (Landschappelijke inpassing) i s aangevuld op het gebied van de landschappelijke kwaliteiten (o.a. cultuurhistorie), zodat duidelijk wordt op welke manier deze kwaliteiten ter inspiratie zijn meegenomen in het ontwerp en de aanleg van gebouwen, de bunker-heuvel en de uitkijktoren. Paragraaf 5.3 (Archeologie) i s aangevuld naar aanleiding van het archeologisch proefsleuvenonderzoek en de uitbreiding van het plangebied met de gronden van Rijkswaterstaat aan de A28. Het onderzoek i s opgenomen a l s bijlage 8.

Paragraaf 5.5 (Natuur en ecologie) i s aangevuld met de conclusie van de berekening stikstofdepositie. De berekening i s opgenomen a l s bijlage 13. Het akoestisch onderzoek i s aangepast vanwege enkele veranderingen aan opslag en installaties (bijlage 16). Paragraaf 5.9 (Externe veiligheid) i s aangevuld naar aanleiding van de geactualiseerde risico-analyse. De risicoanalyse i s opgenomen a l s bijlage 9. Het advies van de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe i s opgenomen a l s bijlage 10. Paragraaf 6.2 (Verklaring van de bestemmingen) i s aangepast en aangevuld naar aanleiding van de wijzigingen in de regels. Het Ondernemersplan i s uit de bijlagen verwijderd. Het beeldkwaliteitsplan (qua maatvoering, oppervlaktes e.d.) (bijlage 1) i s afgestemd op het bestemmingsplan, zodat a l l e stukken inhoudelijk overeenstemmen.

8.2.2

Participatie

De initiatiefnemer heeft middels verschillende keukentafelgesprekken, dialoogavonden en ontwerpsessies omwonenden en andere belanghebbenden op de hoogte gebracht van zijn planvoornemen en de gelegenheid gegeven tot inspraak. Een overzicht van dit proces is te vinden op de website dialoogavondenpesse.sivusto.nl Deze sessies hebben geleid tot de volgende planaanpassingen: Eén van de zaken die werd aangedragen i s de angst voor geluidsoverlast vanwege een 'fly a s a BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 62

26 november 2019

bird'-tokkelbaan tussen de klimtoren en de N375. Deze tokkelbaan was onderdeel van het klimpark. De initiatiefnemer i s tegemoet gekomen aan dit bezwaar en heeft de plannen voor deze tokkelbaan laten vallen. Het maximum aantal evenementen per jaar i s teruggebracht van 10 naar 8. De hoogte van het uitkijkplatform op de uitkijktoren i s teruggebracht van 28 naar 19 m (tot onder het LED-scherm). Tevens i s de maximale hoogte van de constructie in het klimbos met 6 m verlaagd naar 19 m.

De door de initiatiefnemer gedane concessies, die niet thuishoren in de regels van het bestemmingsplan, dan wel in het beeldkwaliteitsplan, zijn opgenomen in een notariële akte die wordt voorgelegd aan de omgeving.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 63

26 november 2019

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 64

26 november 2019

Regels

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 65

26 november 2019

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan: Het bestemmingsplan BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 met identificatienummer NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 van de gemeente Hoogeveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrische bepaalde planobjecten met bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6 1. 2.

bestaand: het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig i s en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een ontheffing a l s bedoeld in artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);

1.7 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.8 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming: 1.9 blokhut een verblijfsrecreatieve voorziening van beperkte omvang ten behoeve van overnachtingen, waarin permanente bewoning niet is toegestaan; 1.10 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.11 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.12 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.14 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 66

26 november 2019

1.15 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, metaal, of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect en duurzaam met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16 dag-, avond- en nachtperiode: tijdsinterval dat relevant is voor de beoordeling van activiteiten van een inrichting. De activiteiten van een inrichting op de omgeving worden beoordeeld in drie beoordelingsperioden: de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur; de avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur; de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur;

1.17 dagrecreatie: activiteiten ter ontspanning in de vorm van volkstuinen, sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is verboden; 1.18 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.19 duurzaam energiestation: een tankstation dat naast de verkoop van de gebruikelijke brandstoffen als benzine, diesel, lpg, lng, waterstof en andere brandstoffen, het gebruik van alternatieve brandstoffen bevordert en zich ten doel stelt het energiestation zelf energieneutraal in werking te houden; 1.20 evenement categorie B een lokaal evenement met maximaal 5.000 bezoekers per dag; 1.21 evenementen: activiteiten in de openlucht of in al dan niet tijdelijke onderkomens zoals tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten; 1.22 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte

vormt, waaronder mede een carport wordt verstaan; 1.23 geluidzoneringplichtigeinrichting: een inrichting, genoemd in artikel 2.4 van het Inrichting- en vergunningenbesluit milieubeheer van 5 januari 1993 houdende aanwijzing van categorieën inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.24 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel in bouwkundig opzicht door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste gebouw is aan te merken; 1.25 horecabedrijf categorie 1: een complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals een broodjeszaak, een crêperie, een croissanterie, een eetcafé, een konditorei, een lunchroom, een pannenkoekenhuis, een patisserie, een petitrestaurant, een poffertjeszaak, een theehuis, een traiteur, een ijsssalon, en/of een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 67

26 november 2019

1.26 horecabedrijf categorie 2: een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het bereiden en verstrekken van maaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een afhaalcentrum, een automatiek, een café, een café-restaurant, een cafetaria, een grillroom, een restaurant, een shoarmazaak, een snackbar, en/of een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf, hieronder niet begrepen hotels; 1.27 horecabedrijf: een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.28 klimvoorzieningen: op de grond of aan bomen bevestigde bouwwerken ten behoeve van het klimmen en/of een route naar en van een toren; 1.29 netto verkoopvloeroppervlakte het gedeelte van een winkel waar daadwerkelijk producten worden aangeboden en verkocht aan klanten, zonder opslagruimten, toiletten e.d. 1.30 1. 2. 3.

peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang danwel vanaf enig ander vast punt in de omgeving; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);

1.31 perceelgrens: de scheiding tussen percelen die niet aan eenzelfde eigenaar behoren, dan wel niet door eenzelfde gebruiker worden gebruikt; 1.32 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden en opstallen dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.33 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.34 seats to meet: ontmoetingsruimten, vergaderen of werkruimten met bijbehorende voorzieningen; 1.35 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.36 spitsperiode: Iedere dag van de week tussen 07.00 en 09.00 uur in de ochtend en tussen 16.00 en 18.00 uur in de middag.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 68

26 november 2019

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatste van het bouwwerk; 2.5 de ashoogte van een windturbine: vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terreinpeil; 2.6 bebouwingspercentage: het percentage van een bouwvlak dat ten hoogste mag worden bebouwd.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 69

26 november 2019

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

duurzaam energiestation met bedrijfsruimten en aanverwante voorzieningen in de vorm van een horecabedrijf categorie 1 en/of 2 zonder hotelovernachtingen, seats-to-meet en een chauffeursservicehuisje; parkeren, mede ten behoeve van de overige bestemmingen in dit plan, waarbij in ieder geval parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn toegestaan; vrachtwagenparkeerplaatsen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; voorzieningen ten behoeve van prijs-/reclamezuilen;

met dien verstande dat: vulpunten, afleverpunten (dispensers) en tanks ten behoeve van LPG, LNG en Waterstof (H2) uitsluitend zijn toegestaan overeenkomstig de in Bijlage 1 opgenomen punten, en verplaatsing hiervan uitsluitend is toegestaan onder de voorwaarde dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 /jr (rode lijn) uit Bijlage 1 niet wordt vergroot. In de bestemming zijn niet begrepen: geluidszoneringplichtige inrichtingen; detailhandel, anders dan gerelateerd aan het duurzaam energiestation, met dien verstande dat een supermarkt-to-go hieronder mede wordt begrepen en de netto verkoopvloeroppervlakte van deze detailhandel ten hoogste 375 m² bedraagt.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak; in afwijking van sub a mogen gebouwen met een maximale bouwhoogte van 6 m ook buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een oppervlakte van ten hoogste 10% van het bestemmingsvlak; de bouwhoogte van de gebouwen binnen het bouwvlak bedraagt ten hoogste 11 m, met dien verstande dat deze hoogte mag worden overschreden voor: 1. vlaggenmasten tot ten hoogste 17 m; 2. windturbines tot een ashoogte van ten hoogste 24 m.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van de bouwwerken ten hoogste 13 m bedraagt, met dien verstande dat: a. b.

de bouwhoogte van voorzieningen ten behoeve van prijs-/reclamezuilen ten hoogste 8 m bedraagt; de bouwhoogte van de perceel- en erfafscheiding ten hoogste 3 m bedraagt.

3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de waarborging van de brand- en externe veiligheid en ter bevordering van zelfredzaamheid

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 70

26 november 2019

c. d. e.

van aanwezigen en van beheersbaarheid en bestrijdbaarheid bij incidenten; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 71

26 november 2019

Artikel 4 4.1

Bos

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

c. d.

bos met landschappelijke waarden; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - toren' en 'specifieke bouwaanduiding - 1' respectievelijk een uitkijktoren met zendmast en (dagrecreatieve) klimvoorzieningen zijn toegestaan, mede bedoeld a l s herkenningspunt van het duurzaam energiestation; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; recreatief medegebruik ten behoeve van de (dag)recreatieve functie en het duurzaam energiestation, i s alleen op gronden binnen de bestemming zonder de functieaanduiding 'landschapswaarden'.

Voorwaardelijke verplichting bouwen en gebruik uitkijktoren en klimvoorzieningen De bouw van de uitkijktoren en klimvoorzieningen en het gebruik daarvan zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het zicht vanuit deze toren en vanuit de klimvoorzieningen op de tuinen van woningen in het dorp Pesse is afgeschermd.

4.2 a.

b.

Bouwregels Op de voor 'Bos' bestemde gronden mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - toren' een uitkijktoren/zendmast en klimvoorzieningen mogen worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 50 m; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' eveneens klimvoorzieningen naar de toren met een toegangsweg mogen worden gebouwd en aangelegd met een bouwhoogte van 16 m oplopend naar een uitkijkplatform met een bouwhoogte van ten hoogste 19 m ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - toren'; 3. tuidraden ten behoeve van de toren binnen deze bestemming zijn toegestaan; perceel- en erfafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan in een beperkte vormgeving waardoor het karakter van het bos behouden blijft.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing en de bouwhoogte, dakvorm en afmetingen van de gebouwen ten behoeve van: een samenhangend bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de (externe) veiligheid.

4.4 a.

Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - toren' i s tussen 7.00-23.00 uur lichtreclame met a l s vorm een aardbol en in de vorm van twee schermen voor variabele lichtreclame toegestaan die voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. De lichtreclame dient te voldoen aan de randvoorwaarden van Rijkswaterstaat zoals deze staan omschreven in "Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen d.d. 20 mei 2019"; 2. Het maximaal aantal beeldwisselingen bedraagt 1 per 10 seconden buiten de spitsperiode en 1 per 5 minuten tijdens de spitsperiode; 3. Installatie wordt voorzien van volautomatische lichtdimmer; 4. Witte achtergronden zijn voor zonsopgang en één uur na zonsondergang niet toegestaan; 5. Witte letters en logo's mogen niet vol wit zijn (maar maximaal 60% wit bedragen); 6. Alleen harde beeldovergangen in de reclame zijn toegestaan, werken met dissolve techniek (geleidelijke overgang van beelden) i s niet toegestaan;

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 72

26 november 2019

7. 8. 9.

De inhoud van de lichtreclame i s op afstand aan te passen, minimaal drie locaties (t.b.v. snelle actie bij eventuele klachten); Het formaat van de variabele lichtreclame bedraagt maximaal 720 x 800 cm; Lichtarchitect ontwerpt in samenwerking met de omgeving de uitlichting van de aardbol. Tevens i s instemming nodig van Rijkswaterstaat voor de uitlichting van de aardbol (zie hiervoor "Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen d.d. 20 mei 2019").

De lichtreclame op of aan de toren dient te worden geplaatst onder een hoek van niet minder dan 60 graden op de wegas van de A28, waarbij rekening is gehouden met het voorkomen van lichthinder en met een uitstraling die voldoet aan de door Rijkswaterstaat voorgeschreven lichtwaarde van maximaal E2, met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders voor bepaalde perioden of bij duisternis een lagere waarde (E1) kan voorschrijven in verband met de veiligheid van het wegverkeer, als dit door Rijkswaterstaat wordt geadviseerd. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de bovengenoemde bepalingen. b.

Ter plaatse van de functieaanduiding 'landschapswaarden' wordt tot een gebruik, strijdig met deze bestemming in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van de gronden anders dan ten behoeve van bos met landschappelijke waarden, waaronder begrepen (dag)recreatief (mede)gebruik.

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c. d. e.

Het i s verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het verwijderen van beplantingen; 2. het dempen van wijken en sloten; 3. grondroeractiviteiten in de zin van graven, ploegen en bouwen; De onder a bedoelde vergunning i s niet vereist indien: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. De onder a genoemde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 4.1 genoemde landschappelijke waarden. Indien de onder a genoemde werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 73

26 november 2019

Artikel 5 5.1

Maatschappelijk - Educatiecentrum

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk - Educatiecentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

informatie- en educatiecentrum, ten behoeve van seminars, tentoonstellingen en vergaderingen voor zover samenhangend met de duurzaamheidsdoelstellingen; horecabedrijf categorie 1 en/of 2, uitsluitend in relatie tot en ondergeschikt aan het informatiecentrum, hieronder niet begrepen hotels; verkeers- en verblijfsvoorzieningen; parkeren, waarbij in ieder geval parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn toegestaan; openbare nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; voorzieningen ten behoeve van een prijszuil.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met dien verstande dat ondergronds bouwen i s toegestaan tot een bouwdiepte van 4 m gerekend ten opzichte van het peil; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 7 m; de dakhelling bedraagt niet minder of meer dan respectievelijk 10 graden en 45 graden; de bebouwde oppervlakte van de onder 5.1 sub a en sub b bedoelde voorzieningen bedraagt ten hoogste 1.300 m², exclusief gebouwen benodigd voor bovengrondse toiletgroepen.

5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van de bouwwerken ten hoogste 6 m bedraagt, met dien verstande dat de hoogte van de perceel- en erfafscheiding ten hoogste 2 m bedraagt en de hoogte van bouwwerken ten behoeve van een prijszuil ten hoogste 8 m en het bebouwde oppervlak ten hoogste 2 m2 bedraagt.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 74

26 november 2019

Artikel 6 6.1

Recreatie - Dagrecreatie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

educatie en dagrecreatie gericht op natuur- en landschapsbeleving; dagrecreatie; evenementen categorie B; (dagrecreatieve) klimvoorzieningen; activiteitenaccommodatie; entreegebouw/paviljoen;

met daaraan ondergeschikt: g. h. i. j. k.

groenvoorzieningen; verkeer- en verblijfsvoorzieningen in de vorm van fiets- en wandelpaden en parkeervoorzieningen; horecabedrijf categorie 1 en/of 2, uitsluitend in relatie tot en ondergeschikt aan de dagrecreatieve voorziening(en), hieronder niet begrepen hotels; nutsvoorzieningen, waaronder zonnecollectoren; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

met dien verstande dat: l.

ten minste 500 m2 zal worden ingericht en in stand gehouden ten behoeve van de opvang van water. De aanleg hiervan gebeurt binnen redelijke termijn na aanleg van verhardingen of de bouw van gebouwen en zal gebeuren in goed overleg met het betrokken waterschap.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag niet meer dan 1000 m² bedragen; de bouwhoogte van de activiteitenaccommodatie mag niet meer dan 7,5 meter bedragen; de goot- en bouwhoogte van het entreegebouw/paviljoen mag niet meer dan 3 meter bedragen.

6.2.2

Bouwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zonnecollectoren bedraagt ten hoogste 5 % van het bestemmingsvlak; de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van klimvoorzieningen mag niet meer dan 19 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van overkappingen niet meer dan 3,5 m mag bedragen.

Voorwaardelijke verplichting Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient verslaglegging ten aanzien van afspraken die zijn gemaakt zoals bedoeld onder 6.1, sub l te worden meegeleverd.

6.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de externe veiligheid.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 75

26 november 2019

6.4 a.

b.

Specifieke gebruiksregels Binnen deze bestemming zijn uitsluitend evenementen categorie B, niet zijnde muziekconcerten en dance-evenementen of vergelijkbare evenementen waarbij versterkte muziek de overhand heeft, toegestaan, met dien verstande dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. het aantal evenementen bedraagt maximaal 8 per jaar, waarbij niet meer dan 500 bezoekers/deelnemers gelijktijdig in het plangebied mogen verblijven; 2. de evenementen mogen plaatsvinden in de dag- en avondperiode van een dag, met dien verstande dat: één evenement per jaar mag plaatsvinden in de dag-, avond- en nachtperiode tot uiterlijk 01:00 uur, mits dit evenement plaatsvindt op een dag vóór een vrije dag (zaterdag, zondag of een nationale feestdag); een evenement dat op zondag plaatsvindt niet eerder mag beginnen dan 13:00 uur; de duur van een evenement is, exclusief op- en afbouwdagen, maximaal één dag, met dien verstande dat één evenement per jaar maximaal drie dagen, exclusief open/of afbouwdagen, mag duren; het aantal tussendagen, zijnde dagen zonder evenement en op- en/of afbouwdagen, bedraagt minimaal 14 dagen; voor het op- en afbouwen zijn maximaal vier op- en/of afbouwdagen toegestaan; op- en afbouwactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden in de dagperiode; tijdens op- en afbouwdagen mag geen sprake zijn van onversterkte of versterkte muziek; het equivalent geluidsniveau

(LAeq, 3 minuten) vanwege de tijdens het evenement geproduceerde versterkte en/of onversterkte muziek en vanwege de tijdens het evenement in gebruik zijnde installaties, mag op de gevels van woningen niet meer bedragen dan 70 dB(A) en 85 dB(C) gedurende de dag-, avond- en nachtperiode; indien op een evenementendag voor een evenement een equivalent geluidsniveau (LAeq, 3 minuten) op de gevels van de woningen van 70 dB(A) en 85 dB(C) i s toegestaan en gelijktijdig in één of meer (horeca-)inrichtingen activiteiten plaatsvinden met een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) van meer dan 50 dB(A) op de gevels van woningen, geldt dat het cumulatieve equivalent geluidsniveau (LAeq, 3 minuten) vanwege het evenement en het geluid afkomstig van de inrichting(en) op de gevels van woningen niet meer mag bedragen dan 70 dB(A) en 85 dB(C). Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 1.2 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gebouwen ten behoeve van permanente bewoning.

6.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4 lid a onder 1 ten aanzien van het aantal bezoekers/deelnemers, met dien verstande dat niet meer dan 1.000 bezoekers/deelnemers gelijktijdig in het plangebied mogen verblijven, mits bij de vergunningsaanvraag duidelijk wordt aangegeven hoe de extra parkeerbehoefte wordt ingevuld en hoe deze is geborgd.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 76

26 november 2019

Artikel 7 7.1

Recreatie - Verblijfsrecreatie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

ter plaatse van de bouwaanduiding sba-1 verblijfsrecreatieve voorzieningen, in de vorm van maximaal 10 blokhutten ter plaatse van de bouwaanduiding sba-2 verblijfsrecreatieve voorzieningen, in de vorm van een groepsaccommodatie ten behoeve van maximaal 80 personen;

met ten behoeve daarvan: c.

ter plaatse van de bouwaanduiding sba-2 horecabedrijf categorie 1 en/of 2, hieronder niet begrepen hotels;

met daaraan ondergeschikt: d. e. f.

groenvoorzieningen; verkeer- en verblijfsvoorzieningen in de vorm parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen, waaronder zonnecollectoren.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Gebouwen

van

fiets-

en

wandelpaden

en

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de oppervlakte van een blokhut bedraagt ten hoogste 50 m2; de oppervlakte van de bebouwing voor de groepsaccommodatie en horeca bedraagt ten hoogste 2700 m2; de goot- en bouwhoogte van blokhutten bedragen niet meer dan respectievelijk 5,5 en 6,5 m; de dakhelling van een blokhut bedraagt niet meer dan 20 graden; de goothoogte en bouwhoogte van de bebouwing voor de groepsaccommodatie en horeca bedragen ten hoogste respectievelijk 2,5 en 11,5 m.

7.2.2

Bouwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zonnecollectoren bedraagt ten hoogste 5 % van het bestemmingsvlak.

7.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de externe veiligheid.

7.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 7.1 j o artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: a. b.

het gebruik van de gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik of laten gebruiken van recreatiewoningen en groepsaccommodatie ten behoeve van permanente bewoning;

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 77

26 november 2019

7.5

Afwijken van de bouwregels

Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1, sub d en f en een hogere goothoogte vaststellen tot ten hoogste 6,5 m indien passend bij een landelijke bouwstijl.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 78

26 november 2019

Artikel 8 8.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen met een functie voor de ontsluiting van aanliggende gronden, met daarbij inbegrepen voet- en fietspaden, bermen, bushaltes en dergelijke; verkeers- en verblijfsvoorzieningen; groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

Het aantal rijstroken bedraagt ten hoogste vier.

8.2 a. b.

Bouwregels Ten aanzien van deze bestemming geldt dat geen gebouwen mogen worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van de bouwwerken ten hoogste 12 m bedraagt, met dien verstande dat de hoogte van de perceel- en erfafscheiding ten hoogste 2 m bedraagt.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 79

26 november 2019

Artikel 9 9.1

Verkeer - Wegverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

wegen; verkeersvoorzieningen; parkeervoorzieningen; bos met landschappelijke waarden; groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

Het aantal rijstroken bedraagt ten hoogste vier.

9.2 a. b.

Bouwregels Ten aanzien van deze bestemming geldt dat geen gebouwen mogen worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van de bouwwerken ten hoogste 12 m bedraagt.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 80

26 november 2019

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel, behoud en bescherming van de archeologische waarden.

10.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen geldt dat, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, dat op of in deze gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd. Dit verbod geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s).

10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,5 m; 2. het graven, baggeren en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,5 m; 4. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd en/of voorzover het gaat om planten waarvan zeker i s dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,5 m wordt geroerd; 5. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,5 m, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren;

met dien verstande dat geen vergunning nodig is wanneer het gaat om: a.

b.

c.

d.

niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 0,1 m onder de bouwvoor; b. beperkte graafwerkzaamheden (zoals het afslaan van funderingspalen) die in gezamenlijkheid de oppervlakte van 1% van het bestemmingsgebied niet overschrijden. De onder 10.3 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch i s onderzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht. In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld. Aan de in lid 10.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 81

26 november 2019

e. f.

deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Voorafgaand aan de verlening van de in lid 10.3 sub a genoemde vergunning dienen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 10.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek i s aangetoond dat er zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 82

26 november 2019

Artikel 11 11.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel, behoud en bescherming van de archeologische waarden.

11.2

Bouwregels

11.2.1

Omgevingsvergunningvoor het bouwen

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 100 m2 en een diepte van 0,3 m of meer, een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Deze regeling geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s). 11.2.2

Voorwaarden

Indien uit het in artikel 11.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. b. c.

tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; tot het doen van opgravingen; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

11.2.3

Bouwverbod

Indien uit het in 11.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 11.2.2 genoemde voorschriften veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.

11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,3 m. met dien verstande dat geen vergunning nodig i s wanneer het gaat om niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 0,1 m onder de bouwvoor; 2. het graven, baggeren en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 83

26 november 2019

b.

c.

d.

e. f.

drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,3 m; 4. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd en/of voorzover het gaat om planten waarvan zeker i s dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,3 m wordt geroerd; 5. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m en/of met een oppervlakte van meer dan 100 m2, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8.

overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren; De onder 11.3 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch i s onderzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht; In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld; Aan de in lid 11.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Voorafgaand aan de verlening van de in lid 11.3 sub a genoemde vergunning dienen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 11.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek i s aangetoond dat er zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 84

26 november 2019

Hoofdstuk 3 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 85

26 november 2019

Artikel 13 a. b.

c. d.

Algemene gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en de bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aangegeven bestemming. Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Voorwaardelijke verplichting boscompensatie: 1. Het gebruik van de bouwwerken en terreinen voor recreatieve doeleinden i s uitsluitend toegestaan indien aan de verplichtingen tot boscompensatie binnen en buiten het plangebied i s voldaan en het bos in stand wordt gehouden; 2. De inrichting van compensatie van bos ter grootte van 7.274 m2 binnen de bestemming Bos dient te zijn afgerond binnen 2 jaar na realisatie van de uitkijktoren; 3. De inrichting van compensatie van bos ter grootte van 7.878 m2 binnen de bestemming Verkeer - Wegverkeer dient te zijn afgerond binnen 2 jaar na de realisatie van trucktankfase II (LNG-H2).

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 86

26 november 2019

Artikel 14

Algemene aanduidingsregels

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - munitie' is het oprichten van bouwwerken met vlies- of gordijngevelconstructies of grote glasoppervlakten en waarbinnen zich doorgaans een groot aantal personen bevindt, niet toegestaan.

BG Noord, deelplan duurzaam energiestation Green Planet, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9006003-ON01 87

26 november 2019

Artikel 15 a.

Algemene afwijkingsregels

Het college van burgemeester en wethouders kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen word vergroot, mits: de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 5 m² bedraagt; de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt. 3. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening, geluidwerende voorzieningen en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken, worden gebouwd, mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 3 m bedraagt; de oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt; 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11213581/1