BG Noord Hoogeveen, 2022_vastgesteld_1.pdf
Tekst van het document
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 31
8 september 2022
5.2.1.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bouwperceel worden gebouwd, waarbij de hoogte is beperkt tot maximaal 12 m. Buiten het bouwperceel mag zonder vergunning tot maximaal 3 m hoogte worden gebouwd. De bouw van sleuf- en mestopslagplaatsen is van dit recht uitgezonderd (zie hieronder). Middels het stellen van nadere eisen kan worden verplicht tot het bouwen binnen een denkbeeldige rechthoek en op een zodanige plaats dat rekening wordt gehouden met de afstand tot de as van de weg indien deze minder dan 20 m bedraagt. 5.2.1.2.5 Sleufsilo's, mestopslagplaatsenen torensilo's Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op sleufsilo's, mestopslagplaatsen en torensilo's. Algemeen In het algemeen geldt dat de omvang van silo's dient te worden beperkt tot voor het landschapsbeeld aanvaardbare proporties, zonder dat daarmee de doelmatigheid van de bouwwerken wordt beperkt. Bij voorkeur dienen deze opslagruimten te worden gebouwd op of in de onmiddellijke nabijheid van de andere agrarische bebouwing. Slechts bij uitzondering is middels een afwijkingsbevoegdheid de bouw van sleuf- en mestsilo's in het veld toelaatbaar, indien binnen het bouwperceel onvoldoende ruimte aanwezig is en/of milieuhygiënische knelpunten dan wel planologische redenen een belemmering opleveren voor de bouw van sleuf- en mestsilo's op het bouwperceel.
Verder mag de kwaliteit van natuur en landschap niet onevenredig worden aangetast. Sleufsilo's Binnen het bouwperceel
Veel agrariërs kiezen ervoor kuilvoer op te slaan in zogenaamde sleufsilo's. Binnen het bouwperceel bestaan geen bezwaren tegen het oprichten van dergelijke silo's. De hoogte overstijgt doorgaans de 3 m niet. In verband met de Flora- en faunawet is deze mogelijkheid in de bestemming Agrarisch - 6 gekoppeld aan een afwijking. Buiten het bouwperceel
Vanwege ruimtegebrek kan het nodig zijn buiten het bouwperceel voer op te slaan in silo's. Daarom kiest de gemeente ervoor binnen bestemmingen Agrarisch - I tot en met Agrarisch - III (de primaire agrarische productiegebieden) via afwijking de mogelijkheid te bieden voor het oprichten van sleufsilo's. Aan deze afwijking is de voorwaarde gekoppeld dat er binnen het bouwperceel onvoldoende ruimte aanwezig is en/of milieuhygiënische knelpunten, dan wel planologische redenen een belemmering opleveren voor bouw binnen het bouwperceel. Ook dient de sleufsilo landschappelijk te worden ingepast. Binnen de bestemmingen Agrarisch - IV tot en met Agrarisch - VI is het niet toegestaan buiten het bouwperceel sleufsilo's op te richten. De regeling ziet er als volgt uit. Regeling sleufsilo's Bestemming Agrarisch - I, II en III Agrarisch - VI Agrarisch - IV en V
Binnen het bouwperceel Bij recht Via afwijking Niet van toepassing
Buiten het bouwperceel Via afwijking. Maximaal 3 m hoog en 2.500 m³ Niet toegestaan Niet toegestaan
Mestopslagplaatsen Voor de langdurige opslag van (dunne) mest heeft een agrariër een aantal mogelijkheden waaronder mestsilo's en foliebassins. Mestsilo's worden hieronder besproken, foliebassins onder BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 32
8 september 2022
het kopje “het gebruik van de gronden”. Mestsilo's binnen het bouwperceel
Tegen het oprichten van mestsilo's binnen het bouwperceel bestaan geen bezwaren. Bij de bestemming Agrarisch - VI is deze mogelijkheid gekoppeld aan een afwijking. Mestsilo's buiten het bouwperceel
Buiten het bouwperceel mogen binnen de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarisch II via afwijking mestopslagplaatsen aangemerkt als bouwwerk (mestsilo's) met een maximale inhoud van 2.500 m³ en een maximale hoogte van 5 m (exclusief overkapping) worden gebouwd. Deze afwijking is niet van toepassing op gebied aangeduid als 'open gebeid'. Binnen de bestemmingen Agrarisch - 3 tot en met Agrarisch - 6 is het oprichten van mestsilo's (buiten het bouwperceel) niet toegestaan. De bouw van mestopslagplaatsen buiten het bouwperceel is beperkt tot die gevallen waarbij zich één of meerdere van de volgende situaties voordoen: er i s onvoldoende ruimte binnen het agrarisch bouwperceel aanwezig; er i s vanwege milieuhygiënische knelpunten op het bouwperceel geen ruimte aanwezig; er zijn bedrijfstechnische redenen aanwezig, waarom er op een veldkavel gebouwd moet worden; er zijn verkeerstechnische redenen aanwezig, waarom er op een veldkavel gebouwd moet worden.
De regeling wordt als volgt geschematiseerd. Regeling mestsilo's Bestemming Agrarisch - I en II
Binnen het bouwperceel Bij recht
Agrarisch - III Agrarisch - VI Agrarisch IV en V
Bij recht Via afwijking Niet van toepassing
Buiten het bouwperceel Via afwijking. Maximaal 5 m hoog (excl. overkapping) en 2.500 m³ Niet toegestaan Niet toegestaan Niet toegestaan
Torensilo's Hoewel goede alternatieven voorhanden zijn, kan er in de praktijk behoefte bestaan aan torensilo's. De gemeente wil hiervoor de ruimte geven, zolang waarden van landschap en natuur niet in het gedrang komen. Daarom is in de primaire landbouwbestemmingen (Agrarisch - I tot en met Agrarisch - III”) het oprichten van torensilo's op het bouwperceel mogelijk. De bouwhoogte bedraagt niet meer dan 12 m. Buiten het bouwperceel is het oprichten van torensilo's vanuit visueel-landschappelijke overwegingen niet toegestaan. De regeling ziet er schematisch als volgt uit: Regeling torensilo's Bestemming Agrarisch - I, II en III Agrarisch - VI Agrarisch IV en V
Binnen het bouwperceel Bij recht, hoogte maximaal 12 m Niet toegestaan Niet van toepassing
Buiten het bouwperceel Niet toegestaan Niet toegestaan Niet van toepassing
Covergisting/energie-productie Het fenomeen covergisting/energieproductie op het agrarisch bedrijf is een sterk in opkomst zijnd fenomeen. Wanneer covergisting/energieproductie onderdeel is van het agrarische bedrijf kan hiervoor binnen het bouwperceel bebouwing worden opgericht. De beheersverordening werpt hiertoe geen belemmeringen op. Eventuele belemmeringen zullen voortvloeien uit de Milieuwetgeving. BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 33
8 september 2022
Wanneer een aantal agrariërs gezamenlijk iets wil ondernemen op dit vlak, zal een planherziening moeten worden gevolgd. Bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen binnen het bouwperceel worden gebouwd, waarbij de hoogte is beperkt tot maximaal 12 m. Buiten het bouwperceel mag zonder vergunning tot maximaal 3 m hoogte worden gebouwd. De bouw van sleufsilo's en mestopslagplaatsen is van dit recht uitgezonderd (zie hierboven). 5.2.1.3 Het gebruik van gebouwen 5.2.1.3.1 Algemeen
Intensieve veehouderij
De bedrijfsgebouwen van alle agrarische bedrijven mogen worden gebruikt ten behoeve van grondgebonden activiteiten. Afhankelijk van de bestemming bestaan daarnaast binnen het plangebied meer of minder mogelijkheden voor het gebruik van de gebouwen voor niet-grondgebonden activiteiten. Onderscheid typen bedrijven In de beheersverordening is per bestemming en per type bedrijf een regeling opgenomen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen grondgebonden bedrijven met en zonder een intensieve veehouderijtak. Dit onderscheid is noodzakelijk, omdat het bestemminsgplan Buitengebied Noord alleen aan bedrijven waar reeds een intensieve tak aanwezig is, afhankelijk van de gebeidsbestemming, ontwikkelingsruimte biedt. Oppervlakte bij recht Als basis geldt dat ieder type agrarisch bedrijf de mogelijkheid heeft de bestaande oppervlakte te gebruiken ten behoeve van intensieve veehouderij-activiteiten. Bij in de huidige situatie reeds volwaardige agrarische bedrijven (intensieve bedrijven) is gekozen voor een per bestemming gedifferentieerde regeling. Wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijnen -gezondheid Binnen zone II en III van het POP boodt de provincie de mogelijkheid tot uitbreiding van de intensieve veehouderij(tak) over te gaan, wanneer de wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid dit vereisen.
De provincie was van mening dat de mogelijkheden binnen zone I en II (en dus de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarisch - II) voldoende ruim zijn om binnen het bouwperceel dan wel na uitbreiding aan de veranderende eisen van deze wettelije regels te voldoen, zodat hiervoor geen aparte regeling behoeft te worden opgenomen. De gemeente onderschrijft dit. De provincie stelt dat binnen zone III en IV van het POP (binnen de voorliggende beheersverordening komt zone IV niet voor) bij het invulling geven aan de veranderende eisen uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, tevens het stalvloeroppervlak mag worden uitgebreid met maximaal 25% van het aantal dieren dat wordt gehouden. Dit om recht te doen aan de rentabiliteit van de uitbreiding. De gemeente neemt deze mogelijkheid over. Relatie met Milieuwetgeving In het POP werd voor een aantal zones gesteld dat uitbreiding van intensieve bedrijven en intensieve takken bij grondgebonden bedrijven mogelijk is, voorzover de Milieuwetgeving dat toelaat. Dit uitgangspunt is niet nader vertaald in de voorschriften. Het opnemen van dubbele regelingen wordt namelijk niet als wenselijk ervaren. De Milieuwetgeving volgt immers haar eigen spoor, los van de beheersverordening. Wet- en regelgeving op het gebied van milieu wordt derhalve toegepast ook zonder dat dit expliciet in de regels is vertaald.
Zo kan het gebeuren dat mogelijkheden die de beheersverordening biedt, op grond van de Milieuwetgeving toch niet BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 34
8 september 2022
mogelijk blijken. Regeling per bestemming Agrarisch - I
In het POP was aangegeven dat bestaande volwaardige intensieve veehouderijbedrijven binnen zone I wat betreft bebouwings- en uitbreidingsmogelijkheden gelijk worden geschakeld met volwaardige grondgebonden agrarische bedrijven. Aangezien zone I van het POP nagenoeg samenvalt met de bestemming Agrarisch - I is het binnen deze bestemming bij recht mogelijk binnen het bouwperceel gebouwen op te richten ten behoeve van de intensieve veehouderij. Grondgebonden bedrijven met een bestaande tak hebben de mogelijkheid deze tak verder uit te breiden. Agrarisch - I I
In beginsel golden binnen zone II van het POP dezelfde mogelijkheden voor (takken van) intensieve veehouderijbedrijven als in zone I. Bij uitbreiding van intensieve veehouderij (takken en volwaardige intensieve bedrijven) dient echter rekening te worden gehouden met de lokale landschappelijke kenmerken. In het gebied komen verspreid landschappelijke waarden voor, zoals waardevolle beplantingen, sloten, open ruimten et cetera. Het voert naar de mening van de gemeente te ver in de beheersverordening hiervoor een universele regeling op te nemen. Deze regeling zal namelijk geen recht kunnen doen aan de genoemde verschillen binnen de bestemming Agrarisch - II. Maatwerk is derhalve gewenst ten einde per geval een toets aan de lokale landschappelijke kenmerken mogelijk te maken. De gemeente kiest ingeval van uitbreidingen van intensieve bedrijven en/of takken daarom voor een uitgestelde beslissing in de vorm van een afwijking. Wat betreft de bij recht geboden mogelijkheid is aangesloten bij het Voorbeeldplan Drenthe dat stelt dat bij recht de bestaande oppervlakte mag worden gebruikt ten behoeve van de intensieve veehouderij vermeerderd met 250 m², dan wel 10% indien de bestaande oppervlakte groter is dan 2.500 m². Ingeval van uitbreidingen (via afwijking) dient te worden getoetst aan de in de regels (per bestemming) opgenomen “essentiële ruimtelijke randvoorwaarden”.
Deze toets vindt overigens bij alle in de beheersverordening opgenomen afwijkingen plaats en is daarom niet apart genoemd in het schema. Grondgebonden agrarische bedrijven mogen 250 m² gebruiken ten behoeve van intensieve veehouderij-activiteiten. Er is een afwijking opgenomen, waarmee kan worden voldaan aan veranderende eisen op het gebied van dierenwelzijn. Agrarisch - I I I
Binnen zone III en IV van het POP waren uitbreidingen van bestaande intensieve bedrijven in principe niet mogelijk. Daarom is ook in de corresponderende bestemming Agrarisch III gekozen voor de regeling bij recht uit het Voorbeeldplan Drenthe. Uitbreiding is alleen mogelijk wanneer de wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid dit vereisen. Daarbij is een extra stalvloeroppervlak mogelijk van 25% van het aantal dieren dat wordt gehouden. Grondgebonden agrarische bedrijven mogen eveneens bij recht uitsluitend de bestaande oppervlakte gebruiken ten behoeve van intensieve veehouderij-activiteiten. Met uitzondering van een afwijking ten behoeve van het kunnen voldoen aan de eisen uit de wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid worden aan deze intensieve activiteiten in de beheersverordening geen uitbreidingsmogelijkheden geboden. Agrarisch - IV en V
Binnen zone IV en V van het POP waren geen mogelijkheden voor vestiging en/og uitbreiding van intensieve veehouderijen (of takken bij grondgebonden bedrijven). Binnen de bestemmingen Agrarisch IV en V komen geen (grondgebonden) agrarische bedrijven voor. Er zijn daarom geen regelingen opgenomen ten aanzien van intensieve veehouderij binnen deze bestemmingen. Agrarisch - V I
Binnen zone VI van het POP waren in het geheel geen mogelijkheden voor vestiging en/of uitbreiding van intensieve veehouderijen (of takken bij grondgebonden bedrijven). Uitbreiding is alleen mogelijk wanneer de wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid dit BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 35
8 september 2022
vereisen. Grondgebonden agrarische bedrijven mogen de bestaande oppervalkte gebruiken ten behoeve van intensieve veehouderij-activiteiten. Er is een afwijking opgenomen, waarmee uitbreiding mogelijk is wanneer voldaan moet worden aan veranderende eisen op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid. Bovenstaande overwegingen leiden tot de volgende regeling op het gebied van de intensieve veehouderij.
Bestemming Agrarisch - I
Agrarisch - II
Agrarisch - III
Agrarisch - IV en V Agrarisch - VI
wdg
Grondgebonden Grondgebonden met tak Intensief bedrijf bedrijf Bij recht 250 m² Bij recht bouwen ten behoeve Bij recht bouwen ten behoeve van het (*). van de intensieve tak. intensieve bedrijf. Via afwijking is uitbreiding mogelijk wanneer wdg dit vereisen. Bij recht 250 m² (*). Bij recht 250 m² (*). Bij recht de bestaande oppervlakte Via afwijking is uitbreiding vermeerderd met 250 m² dan wel 10% Via afwijkiing is mogelijk (**) indien de bestaande oppervlakte uitbreiding mogelijk groter is dan 2.500 m². wanneer wdg dit Via afwijking is uitbreiding mogelijk vereisen. (**). Bij recht de Bij recht de bestaande Bij recht de bestaande oppervlakte. bestaande oppervlakte. Via afwijking is uitbreiding mogelijk oppervlakte. Via Via afwijking is uitbreiding wanneer de wd gdit vereisen. Daarbij is afwijking uitbreiding mogelijk wanneer de wdg dit tevens uitbreiding met maximaal 25% mogelijk wanneer vereisen. Daarbij is tevens van het aantal dieren dat wordt wdg dit vereisen. uitbreiding met maximaal 25% gehouden mogelijk. van het aantal dieren dat wordt gehouden mogelijk. Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Bij recht de Niet van toepassing Niet van toepassing bestaande oppervlakte. Via afwijking is uitbreiding mogelijk wanneer de wdg dit vereisen.
Wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid
(*)Ten behoeve van intensieve veehouderij, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is. (**)Omdat in deze bestemming reeds een afwijking is opgenomen voor een uitbreiding van de intensieve tak/het intensieve bedrijf, is het in deze bestemming niet nodig de aan de Gwd gekoppelde “25%-mogelijkheid” op te nemen. Teelt in kassen Met betrekking tot kassen (ten behoeve van tuinbouw bij al dan niet (grondgebonden) agrarische bedrijven) wordt onderscheid gemaakt tussen (tunnel)kassen met een bouwhoogte van minder dan 1,2 m. en kassen met een bouwhoogte van meer dan 1.2 m. Deze zijn uitsluitend binnen de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarisch - II en uitsluitend op het bouwperceel toegestaan. De maximale oppervlakte mag niet meer dan 1.000 m² bedragen. De bouwhoogte van kassen bedraagt maximaal 8 meter. Binnen de bestemming Agrarisch - I tot en met Agrarisch - III zijn tunnelkassen lager dan 1,2 m binnen het bouwperceel toegestaan. Buiten het bouwperceel zijn tunnelkassen lager dan 1,2 m alleen toegestaan binnen de bestemmingen Agrarisch I en II, voor zover gronden niet zijn aangeduid als open gebied. Samengevat ziet de regeling voor kassen er als volgt uit: Regeling kassen BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 36
8 september 2022
Bestemming Agrarisch - I en II
Agrarisch - III Agrarisch - IV en V Agrarisch VI
(Tunnel)kassen lager dan 1,2 m Bij recht op het bouwperceel toegestaan. Buiten het bouwperceel toegestaan met uitzondering van gronden aangeduid als open gebied. Bij recht op het bouwperceel toegestaan. Buiten het bouwperceel niet toegestaan. Niet van toepassing Niet toegestaan
Kassen hoger dan 1,2 m Bij recht (uitsluitend) op het bouwperceel toegestaan. Maximale oppervlakte 1.000 m² Niet toegestaan Niet toegestaan Niet toegestaan
De beleidsvertaling impliceert dat er via de bovenstaande regels geen volwaardig glastuinbouwbedrijf kan ontstaan. In Drenthe komen enkele glastuinbouwcentra voor (bij Eelde en Emmen), waar voldoende vestigingsmogelijkheden zijn voor nieuwe glastuinbouwbedrijven. De in dit plan opgenomen regeling voor kassen is vooral bedoeld voor het mogelijk maken van opkweekkassen voor reeds bestaande (grondgebonden) agrarische bedrijven, kwekerijen en tuincentra. 5.2.1.4 Het gebruik van de gronden Paardenbakken In bepaalde gevallen kunnen paardenbakken een behoorlijke verstoring van het landschap betekenen. In de beheersverordening is het gebruik van paardenbakken dan ook uitgesloten, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agarische bedrijven categorie B1. Via een afwijking kunnen echter paardenbakken worden aangelegd bij woningen. Hieraan is een aantal voorwaarden verbonden, waarmee een landschappelijke inpassing is gewaarborgd en (licht)hinder naar de omgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen. Mestopslag in foliebassins Mestsilo's die niet worden aangemerkt als bouwwerk, zoals mestzakken en foliemestbassins, behoren in principe binnen het bouwperceel te worden gerealiseerd. Binnen de bestemmingen Agrarisch - I tot en met Agrarisch III kunnen dan ook bij recht foliemestbassins op het bouwperceel worden aangelegd..
Binnen de bestemming Agrarisch VI is hiervoor een afwijkingsregeling opgenomen. Via een afwijking kunnen dergelijke voorzieningen ook buiten de bouwpercelen binnen de bestemmingen Agrarisch - I tot en met Agrarisch - III worden aangebracht. In de overige bestemmingen is dit niet toegestaan. De inhoud van een foliemestbassin bedraagt maximaal 2.500 m³. Algemeen De agrarische cultuurgrond heeft in bepaalde gebieden niet alleen agrarische, maar soms ook andere waarden, zoals cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke. Met het oog op de bescherming van deze waarden geldt er een aanlegvergunningenstelsel voor bepaalde werken en werkzaamheden. Hieronder worden de voornaamste toegelicht. Wijken en sloten Binnen de bestemmingen Agrarisch - I tot en met Agrarisch - III komen cultuurhistorisch waardevolle wijken voor. Met het oog op het behoud van deze waardevolle wijken is binnen de genoemde bestemmingen een aanlegvergunning vereist voor het dempen van wijken. De genoemde wijken binnen de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarisch - II alsmede de sloten binnen de bestemming Agrarisch - III herbergen plaatselijk natuurwaarden in de vorm van waardevolle vegetaties. Middels de aanlegvergunning voor het dempen van wijken zijn deze waardevolle vegetaties in de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarisch - II afdoende geregeld.
Met het oog op het behoud van deze waarden binnen de bestemming Agrarisch - III een aanlegvergunning vereist voor het dempen van sloten. BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 37
8 september 2022
Hydrologischeaandachtsgebieden Voor gronden die zijn aangeduid als hydrologisch aandachtsgebied, zijn aanlegvergunningen vereist voor het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen, het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen of stuwen. De gemeente zal aanvragen voor aanlegvergunningen in deze gebieden voorleggen aan het betreffende waterschap met het verzoek een deskundigenadvies af te geven. Boom- en fruitteelt Boom- en fruitteelt behoort tot het agrarisch gebruik van gronden. Met name de opgaande vormen van boom- en fruitteelt kunnen echter negatieve gevolgen hebben voor het landschapsbeeld. In de beheersverordening is daarom onderscheid gemaakt tussen opgaande en niet-opgaande vormen van boom- en fruitteelt. Voor de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit is in veel gevallen een aanlegvergunning vereist, teneinde de plaats in het landschap te kunnen afwegen. Voor de niet-opgaande vormen van boom- en fruitteelt is geen aanlegvergunning nodig. Binnen de bestemming Agrarisch - I is voor de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit een aanlegvergunning vereist, uitsluitend wanneer de teelt een grotere oppervlakte dan 1 ha beslaat.
Binnen de bestemming Agrarisch - II is altijd een aanlegvergunning vereist voor de opgaande vormen van boom- en fruitteelt, ook wanneer de teelt een kleiner oppervlakte beslaat dan 1 ha. De hiervoor genoemde opgaande vormen van boom- en fruitteelt zijn niet toegestaan op gronden aangeduid als open gebied. De gemeente zal aanvragen voor een aanlegvergunning voorleggen aan de provincie Drenthe met het verzoek een deskundigenadvies af te geven. Binnen de bestemming Agrarisch - III zijn opgaande vormen van boom- en fruitteelt in het geheel niet toegestaan. De bestemming Agrarisch - III heeft voor het overgrote deel betrekking op het beekdal van de Oude Vaart en de essenkrans rond Pesse. In deze gebieden worden opgaande vormen van boom- en fruitteelt als een te grote inbreuk op het landschapsbeeld ervaren. Ook binnen de bestemmingen Agrarisch - IV tot en met Agrarisch VI zijn in het geheel geen mogelijkheden voor boom- en fruitteelt. Inrichtingsplan Indien ten behoeve van de (her)inrichting van een gebied voor meerdere activiteiten tegelijkertijd een aanlegvergunning wordt aangevraagd en deze zijn ondergebracht in een plan, wordt het plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken
5.2.2
Paardenbedrijven
Vanuit de ruimtelijke ordening moet onderscheid worden gemaakt in twee typen paardenbedrijven: grondgebonden paardenbedrijven (paardenfokkerijen); niet-grondgebonden paardenbedrijven.
Deze laatste categorie is weer onder te verdelen in paardenbedrijven gericht op houden en africhten en paardenbedrijven gericht op de recreatie. 5.2.2.1 Paardenfokkerijen Bestaande paardenfokkerijen vallen onder het grondgebonden agrarisch bedrijf en zijn dan ook als zodanig bestemd.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 38
8 september 2022
5.2.2.2 Paardenhouderijen Bestaande paardenbedrijven, gericht op het houden en africhten van paarden, zijn op de verbeelding aangeduid als “bedrijven, categorie 1”. Deze bedrijven zijn niet aan te merken als grondgebonden agrarisch bedrijf, er vindt immers geen agrarische productie plaats. Toch is wel sprake van functioneel aan het landelijke gebied gebonden bedrijven. Deze bedrijven kennen dezelfde mogelijkheden als functioneel aan het landelijke gebied gebonden niet-agrarische bedrijvigheid (B1-bedrijven). Voor meer informatie wordt verwezen naar het onderdeel “niet-agrarische bedrijven”. 5.2.2.3 Maneges Bestaande paardenhouderijen, gericht op de recreatie, zijn op de verbeelding aangeduid als “Manege”. Voor de regeling wordt verwezen naar het onderdeel “recreatie”.
5.2.3
Kwekerijen en tuincentra
5.2.3.1 De bestemming Bestaande kwekerijen en tuincentra In het plangebied zijn alle bestaande kwekerijen in de gebiedsbestemmingen begrepen. De bestaande kwekerijen zijn op de verbeelding aangeduid met "kwekerij". Detail- en groothandel zijn uitsluitend mogelijk van ter plaatse gekweekte producten. Daarnaast is er een aantal tuincentra in het plangebied aanwezig, welke eveneens afzonderlijk bestemd zijn. Tuincentra leggen zich met name toe op het verkopen en leveren van goederen voor het inrichten van tuinen aan particulieren van kleinschalige producten zoals bloempotten, tuinaarde, decoratiematerialen et cetera. Nieuwe kwekerijen binnen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing Nieuwe kwekerijen kunnen via een afwijking worden gerealiseerd binnen de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarisch II. Vestiging van kwekerijen is uitsluitend toegestaan op voormalige agrarische bouwpercelen, maar niet van toepassing in de gebieden op de verbeelding aangeduid met veiligheidszone munitie A en veiligheidszone munitie B. Het gaat hierbij niet alleen om vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen, maar eveneens om woonboerderijen waar de agrarische functie in het verleden al is verdwenen. Om medewerking aan nieuwvestiging in deze gebieden te verlenen, moet de bedrijfseconomische noodzaak van de plaats voor het bedrijf worden aangetoond.
5.2.3.2 Het bouwen Ten behoeve van kwekerijen en tuincentra mag worden gebouwd onder de volgende voorwaarden. Bedrijfsgebouwen: gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak; de maximale goothoogte bedraagt 3,5 m; de maximale bouwhoogte bedraagt 8 m; voor tunnelkassen lager dan 1.2 m gelden geen beperkingen ten aanzien van de oppervlakte.
Uitsluitend de bestaande bedrijfswoningen zijn bij de bestemming inbegrepen. Realisatie van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan. Wat betreft de bouwvoorschriften voor bedrijfswoningen, wordt verwezen naar de bepalingen behorende bij de functie “wonen”.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 39
8 september 2022
5.2.3.3 Het grondgebruik Op bepaalde gronden is een aanlegvergunning nodig voor de verschillende aspecten die al in paragraaf 5.2.1.4 zijn genoemd.
5.3
Bosbouw
5.3.1
De bestemming
Het POP stond binnen zone I en II (onder voorwaarden) bebossing toe. Daarom is binnen de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarrisch - II bosaanplant ten behoeve van bosbouw mogelijk. Bosbouw is binnen deze bestemmingen niet mogelijk, voorzover de gronden zijn aangeduid met open gebied. Tot de essentiële ruimtelijke randvoorwaarden van de bestemmingen Agrarisch - III en Agrarisch IV behoort de afwisseling tussen open en besloten delen. Met name rond Kalenberg en Pesse is deze afwisseling zeer kenmerkend en waardevol. Om die reden is binnen deze bestemming, met uitzondering van bestaand bos en bestaande bosstroken, bosbouw niet mogelijk. Het POP staat binnen zone V bebossing toe, wanneer dit nodig is in het kader van natuurontwikkeling. Daarom is binnen de bestemmingen Agrarisch - V en Agrarisch - VI bosbouw mogelijk in bestaand en nieuw bos. Bestaande landgoederen Binnen de boscomplexen in het plangbeied bevindt zich een aantal Natuurschoonwet-landgoederen. De Natuuschoonwet (NSW) heeft tot doel versnippering van het eigendom van landgoederen te voorkomen, alsmede aantasting van het natuurschoon van landgoederen te voorkomen door de eigenaar van het landgoed fiscale voordelen te bieden, onder voorwaarde van een instandhoudingsplicht.
De bestaande NSW-landgoederen in het plangebied leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van het natuurschoon in de boscomplexen. De bestaande NSW-landgoederen zijn ondergebracht in de bestemmingen Agrarisch - V en Agrarisch -VI. Binnen deze bestemmingen domineert de natuurfunctie, zodat een een “eigen” bestemming of een nadere aanduiding voor de bedoelde landgoederen niet noodzakelijk wordt geacht. Voor alle mogelijke ontwikkeling in de boscomplexen geldt een nadere afweging in de vorm van een afwijking. Voorwaarden voor afwijking zijn bijvoorbeeld dat de gewenste ontwikkeling geen negatieve invloed mag hebben op de in de doeleindenomschrijving omschreven waarden, het milieu, de kwaliteit van de bodem, het grond- en oppervlaktewater en op de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende gronden.
5.3.2
Het bouwen
Ten behoeve van beheer van bos, natuur of landschap mogen bij afwijking beheersgebouwen worden gebouwd, indien het te beheren object ten minste 25 ha bedraagt; per 100 ha is maximaal één gebouw toegestaan. De daarbij geldende voorwaarden zijn: de maximale inhoud bedraagt 150 m³; er dient gebouwd te worden in één bouwlaag met kap;
onder het begrip “beheersgebouw” is geen woning begrepen.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 40
8 september 2022
5.3.3
Het grondgebruik
Uit het beschrevene onder “de bestemming” volgt dat binnen (delen van) de bestemmingen Agrarisch - I, Agrarisch - II, Agrarisch - V en Agrarisch - VI gronden beplant mogen worden met bos of bosstroken. Hiervoor is echter wel een aanlegvergunning nodig, welke niet wordt verleend indien de gronden zijn aangeduid met open gebied. De aanlegvergunning wordt niet verleend indien als gevolg van de bosaanplant omliggende agrarische bedrijven in de (toekomstige) bedrijfsvoering worden belemmerd. Daarnaast zullen aanvragen voor aanlegvergunningen welke geen belemmeringen opwerpen voor de (toekomstige) bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven worden voorgelegd aan de provincie Drenthe met het verzoek een deskundigenadvies af te geven. De gemeente zal dit advies volgen.
Verder wordt gestreefd naar het volgende: de bosaanplant dient te passen in de landschapskarakteristiek; er moet zoveel mogelijk aangesloten worden bij bestaande boscomplexen, natuurgebieden, recreatieterreinen en/of bij de bebouwde kom; de begrenzing dient zoveel mogelijk samen te vallen met bestaande barrières, zoals wegen of waterlopen; er dient zo min mogelijk aantasting plaats te vinden van de agrarische structuur; bij bosaanplant dient zoveel mogelijk een beplantingsvrije afstand van 10 m op het perceel van de initiatiefnemer te worden aangehouden om nadelige schaduwwerking op omliggende agrarische percelen zoveel mogelijk te voorkomen.
In alle gevallen geldt dat op bepaalde gronden eveneens een aanlegvergunning nodig kan zijn voor de verschillende aspecten, zoals besproken in hoofdstuk 5.2.1.4.
5.4
Natuur en landschap
5.4.1
De bestemming
De gronden binnen de bestemming Agrarisch - I zijn bestemd voor behoud en herstel van de landschappelijke waarden en behoud van de natuurlijke waarden. In de bestemmingen Agrarisch - II en Agrarisch - III zijn de gronden mede bestemd voor behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden. Voor zover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met ‘natuur’ zijn de gronden tevens bestemd voor de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden. De gronden binnen de bestemmingen Agrarisch - V en Agrarisch -VI zijn bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden. In de bestemming Agrarisch - VI gaat het daarbij tevens om de meervoudige doelstellingen van de bossen.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 41
8 september 2022
5.4.2
Het bouwen
Ten behoeve van het beheer van bos, natuur en landschap mogen bij afwijking beheersgebouwen worden gebouwd. Voorzover de gronden zijn aangeduid met ‘natuur’ mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een hoogte van 3 m. De bestemmingen Agrarisch - V en Agrarisch - VI en delen van de bestemming Agrarisch - III (het gebied rond Pesse en het beekdal van de Oude Vaart) maken onderdeel uit van de van het Natuurnetwerk Nederland. Het rijksbeleid staat ingrepen en ontwikkelingen in en in de onmiddellijke nabijheid van de kerngebieden niet toe, indien deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het kerngebied aantasten. Alleen bij een zwaarwegend maatschappelijk belang kan hiervan worden afgeweken. In het plan zijn de ontwikkelingen in de bestemmingen Agrarisch - V en Agrarisch- VI gekoppeld aan afwijkingen en/of aanlegvergunningen. In de bestemming Agrarisch - III zijn met name de ontwikkelingen buiten het bouwperceel gekoppeld aan de genoemde uitgestelde ontwikkelingen. De gemeente acht het niet doelmatig in de bestemming Agrarisch - III de bestaande situatie te bevriezen en de ontwikkelingen op het bouwperceel en op erven te verbinden aan afwijkingen, en/of aanlegvergunningen. Binnen bestemming Agrarisch - III staat het streven naar verweving tussen landbouw, natuur en landschap voorop.
Door middel van het stelsel van afwijkingen en aanlegvergunningen kan binnen de bestemmingen Agrarisch - III, Agrarisch - IV, Agrarisch - V en Agrarisch - VI per ontwikkeling een goede afweging worden gemaakt van de effecten op natuurwaarden. Tezamen met de doorwerking van de Flora- en faunawet is derhalve de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland afdoende gewaarborgd. Ten aanzien van de recreatie wordt het volgende opgemerkt: nieuwe vestigingen van recreatiebedrijven is binnen het Natuurnetwerk Nederland niet toegestaan. Op beperkte schaal bestaan er uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande bedrijven. In de huidige situatie bevinden zich in de genoemde bestemmingen geen recreatiebedrijven. Nieuwvestiging is eveneens niet mogelijk. Wel zijn er mogelijkheden voor (dag)recreatief medegebruik (zie 5.5).
5.4.3
Het grondgebruik
Binnen alle bestemmingen mogen de gronden worden ingericht met het oog op behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden. Binnen de bestemmingen Agrarisch - III tot en met Agrarisch - VI mogen de gronden, naast behoud en herstel, tevens worden ingericht met het oog op de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden. Bij het inrichten van de gronden gelden de volgende regels: Lijnvormige beplantingen, zoals houtwallen, houtsingels en bomenrijen kunnen binnen a lle bestemmingen worden aangeplant, uitsluitend wanneer daarvoor een aanlegvergunning i s verkregen. Een uitzondering wordt gemaakt met betrekking tot erfbeplanting. Voor de aanplant van erfbeplanting i s geen aanlegvergunning vereist. Met het oog op behoud, herstel (en in de bestemmingen Agrarisch - V en Agrarisch -VI en gronden aangeduid met natuur ook de ontwikkeling) van landschappelijke en natuurlijke waarden, kunnen gronden worden ingeplant met bos(jes) en bosstroken. In all e gevallen geldt dat de aan te brengen landschapselementen niet groter mogen zijn dan 1 ha. Aanvragen voor een aanlegvergunning zullen worden voorgelegd aan de provincie Drenthe met het verzoek een deskundigenadvies af te geven. De gemeente zal dit advies volgen.
In alle gevallen geldt dat op bepaalde gronden eveneens een aanlegvergunning nodig kan zijn voor de verschillende aspecten, zoals besproken in hoofdstuk 5.2.1.4.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 42
8 september 2022
5.5
Recreatie
5.5.1
De bestemming
Recreatief medegebruik In alle gebiedsbestemmingen is recreatief medegebruik in de bestemming begrepen. Recreatief medegebruik impliceert het meegebruiken van wegen, paden en oevers die zijn ingericht met het oog op een andere functie, maar die ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden. Dit betekent dat alle gronden mogen worden gebruikt voor de recreatie, zonder dat daarvoor wordt gebouwd of ingericht. Dagrecreatie In alle gebiedsbestemmingen is dagrecreatie in de bestemming begrepen. Het doel "dagrecreatie" is beperkt tot de inrichting en het gebruik van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, visvijvers, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Het bestaande golfterrein nabij De Haar is op de plankaart aangeduid met ‘dagrecreatie’. In de voorschriften is bepaald dat deze gronden mede zijn bestemd voor een golfterrein.
Kleinschaligevormen van verblijfsrecreatie Met uitzondering van de bestemmingen Agrarisch - III, Agrarisch - IV, Agrarisch - V en Agrarisch - VI en alle gebieden die zijn aangeduid als ‘bestaand bos’ en ‘natuur’ zijn binnen alle bestemmingen kleinschalige vormen van verblijfsrecreatie toegestaan. Dit betekent dat de beheersverordening zich binnen de bestemmingen Agrarisch - I en Agrarisch - II niet verzet tegen deze vormen van kleinschalig kamperen. In de beheersverordening is een afwijking opgenomen waarmee in de genoemde gebieden onder voorwaarden kan worden overgegaan tot de aanleg van een terrein voor kleinschalige verblijfsrecreatie. De voorwaarden staan opgesomd in de algemene afwijkingsbevoegdheid. Bestaande verblijfsrecreatieterreinen Zowel de bestaande campings als de bestaande recreatiewoningterreinen zijn in de bestemming begrepen. Door deze regeling wordt voorkomen dat een uitwisseling van campingplaatsen en recreatiewoningen plaatsvindt.
5.5.2
Het bouwen
Recreatief medegebruik Ten behoeve van het recreatief medegebruik mag niet worden gebouwd. Wel kan bijvoorbeeld een bank worden geplaatst. Dagrecreatie Ten behoeve van de dagrecreatie mogen binnen alle gebiedsbestemmingen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een hoogte van maximaal 3 m. Ten behoeve van het golfterrein is een specifieke regeling opgenomen betreffende het clubhuis en het beheersgebouw. De oppervlakte van het beheersgebouw mag maximaal 850 m² bedragen, terwijl het bestaande clubgebouw kan worden vergroot tot 1.750 m². De bouwhoogte van beheersen clubgebouw bedraagt maximaal 8 m.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 43
8 september 2022
Kleinschaligevormen van verblijfsrecreatie Ten behoeve van de kleinschalige vormen van verblijfsrecreatie mag een sanitairgebouw worden gebouwd met een maximale vloeroppervlakte van 50 m². Verblijfsrecreatie Er is in het plan onderscheid gemaakt tussen campings en terreinen met recreatiewoningen. Recreatiewoningterreinen In het plangebied bevinden zich drie recreatiewoningterreinen. Bij de bouw van recreatiewoningen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: Bij de bouw van recreatiewoningen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: de perceelsoppervlakte per woning i s minimaal 300 m²; de vloeroppervlakte van de woning i s maximaal 100 m², inclusief aanbouwen en bijgebouwen; er dient gebouwd te worden in 1 bouwlaag a l dan niet met kap met een maximale goothoogte van 3,5 m en een maximale bouwhoogte van 6,5 m dan wel de bestaande bouwhoogte; er dient te worden gebouwd op 2,5 m uit de perceelsgrens.
Op alle recreatiewoningterreinen mogen gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen mogen worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: tot een oppervlakte van 5 ha mag ten hoogste 3% van de oppervlakte van het verblijfsrecreatieterrein worden bebouwd met deze gebouwen; indien een terrein groter i s mag voor iedere ha meer 1% meer worden bebouwd; Er dient te worden gebouwd in één bouwlaag met of zonder kap met een maximale bouwhoogte van 10 m; er dient te worden gebouwd op minimaal 2,5 m uit de perceelgrens; er mag ten hoogste één bedrijfswoning worden opgericht. Wat betreft de bouwvoorschriften voor bedrijfswoningen wordt verwezen naar de bepalingen behorende bij de functie wonen; andere bouwwerken (geen gebouwen zijnde) mogen tot een hoogte van 3 m worden gebouwd. Voor speeltoestellen, zoals een glijbaan, geldt een maximale hoogte van 8 m.
Campings Voor deze campings mogen gebouwen ten behoeve van groepsaccommodatie en gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: tot een oppervlakte van 5 ha mag ten hoogste 3% van de oppervlakte van het verblijfsrecreatieterrein worden bebouwd met deze gebouwen; indien een terrein groter i s mag voor iedere ha meer 1% meer worden bebouwd; gebouwen ten behoeve van de bedrijfsvoering dienen te worden gebouwd in één bouwlaag met kap; de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van de bedrijfsvoering bedraagt maximaal 10 m; binnen reeds aanwezige bebouwing mag een groepsaccommodatie worden gerealiseerd met dien verstande dat bij herbouw uitsluitend de bestaande oppervlakte mag worden herbouwd en de bouwhoogte maximaal 80% van het hoofdgebouw mag bedragen; maximaal 20 % van het aantal standplaatsen mag gebruikt worden voor een vast kampeermiddel, waarbij de oppervlakte van een vast kampeermiddel maximaal 50 m 2 bedraagt en de goothoogte maximaal 3,5 meter; er mag ten hoogste één bedrijfswoning worden opgericht.
Wat betreft de bouwvoorschriften voor bedrijfswoningen wordt verwezen naar de bepalingen behorende bij de functie wonen; er dient te worden gebouwd op minimaal 2,5 m uit de perceelgrens; het kampeerterrein moet worden voorzien van een afschermende groenstrook van minimaal 8 m breed, waarbij alleen gebruik mag worden gemaakt van inheemse struik- en boomvormers. Tevens dient deze groenstrook op een zodanige wijze te worden onderhouden dat een goede landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd; andere bouwwerken (geen gebouwen zijnde) mogen tot een hoogte van 3 m worden gebouwd. Voor speeltoestellen, zoals een glijbaan, geldt een maximale hoogte van 8 m.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 44
8 september 2022
5.5.3
Het grondgebruik
Recreatief medegebruik Gronden mogen niet worden ingericht ten behoeve van recreatief medegebruik. Dagrecreatie Voor het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals voet- fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen en de inrichting van visoevers dient binnen alle gebiedsbestemmingen een aanlegvergunning te worden gevraagd. De plaatsen van deze voorzieningen zijn binnen het plan niet nader bepaald. Aanvullend geldt ook voor de dagrecreatie een aanlegvergunningenstelsel. Binnen het gebied aangeduid als veiligheidszone munitie A is het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen in het geheel niet mogelijk. Verblijfsrecreatie Er zijn geen nadere regels gesteld ten aanzien van het grondgebruik. Wel geldt ook voor verblijfsrecreatie het vergunningenstelsel zoals genoemd in paragraaf 5.2.1.4. Het is voorstelbaar dat afhankelijk van de concrete situatie een strook langs de gehele of gedeeltelijke rand van het verblijfsrecreatieterrein ligt, die niet voor staanplaatsen mag worden gebruikt of waar geen recreatiewoningen mogen worden gebouwd met het oog op het landschappelijke beeld.
5.6
Wonen
5.6.1
De bestemming
Bestaande woningen Alle bestaande woningen zijn (met uitzondering van de bedrijfswoningen) in de gebiedsbestemmingen begrepen en op de verbeelding aangeduid met "woning" of (ingeval van twee-onder-een-kapwoningen en bestaande gesplitste woningen met) “dubbele woning”. Bij het aanduiden van de verschillende woningen is niet gelet op de exacte begrenzing van het erf. Het wordt in het buitengebied planologisch niet van belang geacht of een erf een kleine of een grote oppervlakte heeft. Vaak is er sprake van wonen in combinatie met een agrarische hobby. De vraag die dan kan worden gesteld is of de grond die voor het houden van enkele dieren wordt benut nu voor wonen of voor agrarische doeleinden wordt gebruikt. In de praktijk is het antwoord op deze vraag irrelevant. Van veel groter belang is de globale plaats van de woning en het aantal woningen in het buitengebied. Hierop is de regeling verder afgestemd. Nieuwe woningen Nieuwe woningen mogen niet in het buitengebied worden gebouwd, tenzij het een eerste bedrijfswoning betreft bij een agrarisch bedrijf, een recreatiewoningterrein of een bedrijfswoning bij een functioneel aan het landelijk gebied gebonden bedrijf (B1-bedrijf) dan wel als vervanging van bestaande woningen. De bouw van een tweede bedrijfswoning is met afwijking mogelijk bij een agrarisch bedrijf.
Ook in het kader van de ontwikkeling van een landgoed kunnen woningen in het buitengebied worden opgericht. Bij het realiseren van nieuwe woningen dient te worden voldaan aan de bepalingen in de Wet geluidhinder.
5.6.2
Het bouwen
(Dubbele) woningen BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 45
8 september 2022
Ten behoeve van wonen is per met “woning” aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan. Per met “dubbele woning” aangegeven gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan, uitsluitend in de vorm van twee aaneen gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf. De in het plangebied aanwezige reeds gesplitste woningen zijn derhalve op de verbeelding aangegeven met “dubbele woning”. De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk maximaal 3,5 en 10 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen. Het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen. Bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaande verschijningsvorm. De oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 200 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is. De bouwhoogte van aanbouwen en bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de bouwhoogte in ieder geval maximaal 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw, dan wel ten hoogste de bestaande bouwhoogte in deze meer bedraagt. Een aan- of bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen.
De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal: 1. 2. 3.
150 m 2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500 m 2; 175 m 2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500 m 2 tot 2.000 m 2; 200 m 2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000 m 2 en groter.
In aanvulling op het bovenstaande is de bestaande maatvoering aan bijgebouwen toegestaan indien deze groter is dan de maximale maat genoemd in de opsomming, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die is gebouwd zonder vergunning en in strijd is met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt is voor de bebouwing het bepaalde onder sub a tot en met sub e van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkante meters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd, tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m2 die bij recht zijn toegestaan inbegrepen. De bijgebouwen dienen in de directe omgeving van het hoofdgebouw te worden gebouwd, de maximale afstand tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen mag maximaal 30 meter bedragen. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.
Burgemeester en Wethouders kunnen een afwijking verlenen voor het afwijken van de bestaande verschijningsvorm bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding is aangduid met “woning” of “dubbele woning”, mits: de bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; bij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldende uitgangspunten zoals deze in de welstandsnota zijn vastgelegd.
Er kunnen nadere eisen worden gesteld aan: de plaats van de woning; de plaats van de aanbouwen en bijgebouwen; de bouwhoogte, goothoogte, dakhelling en nokrichting van de gebouwen; de verhouding tussen de oppervlakte van de woning en de aanbouwen en bijgebouwen.
Bij het stellen van nadere eisen zal de door de raad vastgestelde Nota Ruimtelijke Kwaliteit als leidraad worden gehanteerd. Splitsen van woningen Bij afwijking kunnen (bedrijfs)woningen met een vloeroppervlak van meer dan 220 m² worden gesplitst. Veelal zal dit aan de orde zijn wanneer een agrarisch bedrijf wordt beëindigd en voor wonen wordt gebruikt. Splitsen is in deze gevallen mogelijk via de afwijkingsbevoegdheid uit BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 46
8 september 2022
artikel 24 (functieverandering). Daarbij dient te worden voldaan aan de bepalingen in de Wet geluidhinder. Tijdelijke mantelzorg In de regels is de bepaling opgenomen dat burgemeester en wethouders ten behoeve van niet-bedrijfsmatige tijdelijke mantelzorg afwijking kunnen verlenen van de beheersverordening en toestaan dat een al dan niet bestaande aanbouw c.q. een al dan niet bestaand vrijstaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden: een dergelijke bewoning dient noodzakelijk te zijn vanuit een oogpunt van mantelzorg; de zorgbehoefte overtuigend dient te zijn aangetoond middels een schriftelijke verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur; de bewoning mag slechts plaatsvinden binnen een oppervlakte van 60 m² aan aan- of bijgebouwen.
er mag a l s gevolg van de te verlenen afwijking geen onevenredige aantasting plaatsvinden van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden, de agrarische sector en andere bedrijvigheid; er a l s gevolg van de te verlenen afwijking geen strijdigheden met relevante milieuwetgeving dan wel met overige wetgeving mag ontstaan; de nieuw te bouwen afhankelijke woonruimte op een maximale afstand van 20 m van het hoofdgebouw mag worden gerealiseerd; de maximale goothoogte en dakhelling respectievelijk maximaal 3 m en 300 en 60° mogen bedragen, met uitzondering van overschrijdingen daarvan die worden veroorzaakt a l s gevolg van het moeten voldoen aan de bepalingen uit het Bouwbesluit; het hoofdgebouw geen aaneengesloten rijenbouw betreft.
Indien blijkt dat de noodzaak voor tijdelijke mantelzorg niet langer aanwezig is, of indien wordt geconstateerd dat de verleende afwijking wordt benut ten behoeve van een doel, strijdig met de hierboven genoemde voorwaarden, zijn burgemeester en wethouders bevoegd de verleende afwijking in te trekken.
Buitenplaats Met het oog op de versterking van het landschapsbeeld worden in het gebied dat op de verbeelding is aangeduid met "landschapsbouw" bij afwijking ruimere bouwmogelijkheden geboden. Binnen dit gebied kan een afwijking worden verleend voor de verbouw van een woning met aanbouwen en bijgebouwen tot buitenplaats met een gezamenlijke oppervlakte van minimaal 300 m² en maximaal 600 m². Voorwaarden hierbij zijn dat: de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominente plaats; er sprake i s van (de aanplant van) minimaal 1 ha bos; door de situering, afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter a l s buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang i s (ten minste 1.500 m²); de ontwikkeling van de buitenplaats geen onevenredige afbreuk doet aan de in het betreffende gebied aanwezige waarden; geen negatieve effecten optreden op het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; de ontwikkeling van de buitenplaats geen negatieve invloed heeft op de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische gronden en gebouwen.
Agrarische hobby's Vanwege de landschappelijke waarden worden in het plangebied geen mogelijkheden geboden voor het oprichten van hobby- en schuilstallen. BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 47
8 september 2022
Andere bouwwerken Andere bouwwerken (geen gebouwen zijnde) mogen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m. Sanering bijgebouwen In aanvulling op de reguliere bebouwingsvoorschriften voor bijgebouwen, is de bestaande maatvoering aan bijgebouwen toegestaan als er sprake is van een overschrijding van het maximale aantal vierkante meters aan bijgebouwen, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die is gebouwd zonder vergunning en in strijd is met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt is voor de bebouwing het bepaalde onder sub a tot en met sub e van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkante meters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd, tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Begraven op eigen grond In opkomst is het fenomeen begraven op eigen grond. De gemeente is van mening hiervoor mogelijkheden te moeten bieden, maar verbindt daaraan een aantal voorwaarden.
Begraven op eigen grond is alleen mogelijk voorzover: de de gronden zijn gelegen in de bestemming Landelijk gebied V; de gronden zijn gelegen binnen bestaand bos; de gronden onderdeel uitmaken van een landgoed zoals bedoeld in de Natuurschoonwet; de gronden in eigendom zijn van de aanvrager; de oppervlakte van de begraafplaats niet meer bedraagt dan 50 m².
Deze voorwaarden zijn neergelegd in een afwijkingsbevoegdheid. Wat betreft de bouwvoorschriften is aangesloten bij bepalingen zoals die gelden voor de reeds aanwezige begraafplaatsen.
Ruimte voor Ruimte Voor woningen waarvan de agrarische activiteiten al zijn beëindigd en voor nog te beëindigen agrarische bedrijven bestaat de mogelijkheid om een woning te bouwen in ruil voor de sloop van minimaal 750 m². Twee woningen kunnen worden gerealiseerd wanneer minimaal 2.000 m² aan voormalige agrarische gebouwen wordt gesloopt. Hiervoor gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: de ruimtelijke samenhang op het perceel en de landschappelijke inpassing van het betreffende perceel door de te realiseren woning moet worden verbeterd: de af te breken voormalige agrarische gebouwen bedragen gezamenlijk minimaal 750 m²; alle bestaande (voormalige agrarische) bebouwing/opstallen, dus ook toren- en mestsilo's, verharding en mestplaten moeten worden verwijderd; cultuurhistorisch waardevolle en/of karakteristieke bebouwing komen niet voor de wijzigingsbevoegdheid in aanmerking; de woning(en) dienen in principe ter plaatse van de afgebroken gebouwen te worden gerealiseerd. Is dit om redenen van landschap, milieu-eisen of natuur niet mogelijk, dan moeten de compensatiewoningen worden gerealiseerd nabij bestaande kernen, bebouwingslinten/clusters; Wanneer er op een perceel geen 750m2 aan (voormalige) agrarische gebouwen aanwezig zijn dan bestaat de mogelijkheid tot saldering; saldering i s alleen mogelijk a l s het maximaal twee slooplocaties betreft.
De (voormalige) agrarische gebouwen moeten een omvang van minimaal 250m2 hebben. De compensatiewoning moet op één van beide locaties landschappelijk goed inpasbaar zijn.
Aansluiten op de riolering Bij nieuwvestiging moeten de nieuwe gebouwen worden aangesloten op de openbare riolering. De BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 48
8 september 2022
kosten van deze aansluiting komen voor rekening van de aanvrager.
5.7
Niet-agrarische bedrijven
5.7.1
De bestemming
Bestaande bedrijven en maatschappelijkedoeleinden Alle aanwezige niet-agrarische bedrijven en maatschappelijke doeleinden zijn in de bestemming begrepen. Daartoe zijn de bestaande niet-agrarische bedrijven op de verbeelding aangeduid met "bedrijven". De bedrijven zijn ingedeeld in 2 klassen: 1. 2.
bedrijven die een directe functionele binding hebben met het buitengebied, zoals loonbedrijven; bedrijven die geen directe functionele binding hebben met het buitengebied.
Het doeleind "bedrijven" is beperkt tot het bestaande bedrijf en voor bedrijven overeenkomstig de als bijlage opgenomen Staat van bedrijven, dan wel hiermee voor wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Het doel “maatschappelijke voorzieningen” is beperkt tot de bestaande voorziening. Nieuwe niet-agrarische bedrijven Nieuwe bedrijven kunnen zich uitsluitend vestigen in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen, nadat de functie via een afwijkingsbevoegdheid. Hierbij zijn uitsluitend bedrijven toegelaten, die in de Staat van bedrijven zijn genoemd dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven en nadat is aangetoond dat de vestiging van dit nieuwe bedrijf niet een claim legt op de nabijgelegen agrarische bedrijven. Binnen de veiligheidszones A en B van het munitiedepot is geen vestiging van niet-agrarische bedrijven mogelijk. In het buitengebied van de gemeente Hoogeveen is maximaal één prostitutiebedrijf toegestaan. In het bestemmingsplan Buitengebied Zuid is hiervoor reeds een mogelijkheid aanwezig. In het voorliggende plan is derhalve geen mogelijkheid voor het vestigen van een prostitutiebedrijf.
5.7.2
Het bouwen
Gebouwen De klasse-indeling is bepalend voor de bouwmogelijkheden. Bedrijven, categorie B1 Ten behoeve van deze niet-agrarische bedrijven mag, uitsluitend binnen de als zodanig aangeduide gronden, worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: de oppervlakte van de bedrijfsgebouwen mag met maximaal 10% worden vergroot; via afwijking i s uitbreiding mogelijk tot ten hoogste 25% van de bestaande oppervlakte; verdere uitbreiding i s mogelijk via een vooraf verkregen schriftelijke akkoordverklaring van Gedeputeerde Staten en a l s de bedrijfseconomische noodzaak i s aangetoond; de maximale goothoogte bedraagt 4.5 m; de maximale bouwhoogte bedraagt 8 m; per B1-bedrijf i s ten hoogste één dienstwoning toegestaan. Wat betreft de bebouwingsbepalingen dient te worden aangesloten bij de bepalingen, zoals opgenomen in hoofdstuk 5.6 onder “het bouwen”.
Bedrijven, categorie B2 BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 49
8 september 2022
Ten behoeve van deze niet-agrarische bedrijven mag uitsluitend binnen de als zodanig aangeduide gronden worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: de oppervlakte van de bedrijfsgebouwen mag met maximaal 10% worden vergroot; de maximale goothoogte bedraagt 4.5 m; de maximale bouwhoogte bedraagt 12 m.
Voor beide klassen bedrijven geldt dat dient te worden gebouwd op minimaal 2,5 m uit de perceelsgrens. Er kunnen nadere eisen worden gesteld aan: de plaats van bouwwerken indien de afstand tot de weg minder dan 20 m bedraagt; de bouwhoogte, goothoogte, dakhelling en nokrichting.
Bij het stellen van nadere eisen zal de door de raad vastgestelde Nota Ruimtelijke Kwaliteit als leidraad worden gehanteerd. Ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen mag de bebouwde oppervlakte met 10% worden vergroot. Andere bouwwerken Andere bouwwerken (geen gebouwen zijnde) mogen worden gebouwd tot een maximale hoogte van 3 m. Aansluiten op de riolering Bij nieuwvestiging moeten de nieuwe gebouwen worden aangesloten op de openbare riolering. De kosten van deze aansluiting komen voor rekening van de aanvrager.
5.8
Wegverkeer
5.8.1
De bestemming
De A28, A37 en N375 zijn apart bestemd in de bestemming Wegverkeer. De tracés van deze wegen liggen daarmee vast; het wijzigen hiervan kan uitsluitend via planherziening. De overige in het plangebied voorkomende wegen zijn in de verschillende gebiedsbestemmingen begrepen.
5.8.2
Het bouwen
Ten behoeve van de functie wegverkeer binnen de bestemming Wegverkeer is het bouwen beperkt tot bouwwerken geen gebouwen zijnde. Hieraan zijn geen verdere criteria verbonden. Ten behoeve van de functie wegverkeer binnen de verschillende gebiedsbestemmingen is het bouwen eveneens beperkt tot bouwwerken geen gebouwen zijnde, waarbij de maximale bouwhoogte 12 m bedraagt.
5.8.3
Het grondgebruik
Het aanleggen van nieuwe wegen met een doorgaande stroomfunctie is mogelijk via een plaherziening.
BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 50
8 september 2022
5.9
Vaarweg
Het binnen het plangebied vallende deel van de Hoogeveensche Vaart is bestemd als Vaarweg. Gebouwen mogen in deze bestemming niet worden opgericht. Alle overige watergangen zijn in de verschillende gebiedsbestemmingen begrepen.
5.10
Railverkeer
De bestemming De spoorlijn Groningen-Zwolle is apart bestemd in de bestemming Railverkeer. Het tracé van deze spoorlijn ligt daarmee vast: het wijzigen van het tracé is niet aan de orde en op grond van het voorliggende plan ook niet mogelijk. Het bouwen Ten behoeve van de functie railverkeer binnen de bestemming Railverkeer is het bouwen beperkt tot bouwwerken geen gebouwen zijnde. De maximale bouwhoogte bedraagt 12 m. Binnen een afstand van 11 m uit de spoorlijn gelden beperkingen op het gebied van bouwen en het uitvoeren van werkzaamheden. De bestemming Railverkeer is echter zodanig ruim dat de genoemde strook van 11 m geheel binnen de bestemming valt. Het opnemen van een nadere regeling in de beheersverordening is dan ook niet nodig.