CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BG Noord Hoogeveen, 2022_vastgesteld_1.pdf

Raadsavond 8 september 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Beheersverordeningen Buitengebied Noord en Buitengebied Zuid 202236.727 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

BEHEERSVERORDENING

Buitengebied Noord Hoogeveen, 2022

vastgesteld

8 september 2022

Beheersverordening BG Noord Hoogeveen, 2022 Gemeente Hoogeveen Status: Vastgesteld Datum: 8 September 2022 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01

BG Noord Hoogeveen, 2022

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01, BG Noord Hoogeveen, 2022

__________________________________________________________________________________________ Status concept ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad

publicatiedatum

inzagetermijn

8 sept 2022

__________________________________________________________________________________________

Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk)

...........................................................................

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 2

8 september 2022

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Inleiding

7

Aanleiding Opgave beheersverordening Opbouw toelichting

7 7 7

Huidige Situatie

9

Huidige situatie Ruimtelijke en functionele structuur plangebied

9 9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

11

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaalbeleid Gemeentelijk beleid

11 12 15

Omgevingsaspecten

19

Inleiding Bodem Archeologie en cultuurhistorie Water Natuur en ecologie Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid

19 19 19 20 20 20 23 23 24

Planbeschrijving

29

Deelgebiedsindeling Agrarische sector Bosbouw Natuur en landschap Recreatie Wonen Niet-agrarische bedrijven Wegverkeer Vaarweg Railverkeer Militaire doeleinden Zandwinning Gaslocatie Specifieke functies

29 29 40 41 43 45 49 50 51 51 51 51 52 52

Handhaving

53

Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat

53 53 53

Uitvoerbaarheid

55

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 7 7.1

Bijlage bij de toelichting

57

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 3

8 september 2022

Bijlage 1

Vooroverleg windturbines parapluherziening

Regels

63

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

64 73

Bestemmingsregels

76

Agrarisch I Agrarisch II Agrarisch III Agrarisch IV Agrarisch V Agrarisch VI Leiding - Gas 1 Leiding - Gas 2 Leiding - Hoogspanning Leiding - Hoogspanningsverbinding Maatschappelijk- Militaire doeleinden Verkeer - Railverkeer Verkeer - Wegverkeer Water - Vaarweg Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

Algemene regels

Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25

Hoofdstuk 4

76 85 95 103 108 113 120 122 124 126 127 132 133 134 135 137 139 141

143

Antidubbeltelregel Algemene Aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

143 144 147 148 152

Overgangs- en slotregels

153

Artikel 26 Artikel 27

Overgangsrecht Slotregel

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

64

Begrippen Wijze van meten

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20

153 155

157 Staat van bedrijfsactiviteiten

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

58

158

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 4

8 september 2022

Toelichting

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 5

8 september 2022

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 6

8 september 2022

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2018 is het bestemmingsplan Buitengebied Noord geactualiseerd vastgesteld in de beheersverordening Buitengebied Noord Hoogeveen 2017. Gebleken is echter dat enkele technische koppelingen niet naar behoren werkten en aanduidingen op de landelijke voorziening ruimtelijkeplannen.nl verdwenen waren. In het licht van de Omgevingswet waarin alle plannen overgaan naar een nieuw Digitaal Stelsel en vanuit de rechtgeldigheid van het digitale plan, is besloten beide beheersverordeningen buitengebied Noord en Zuid opnieuw en gerepareerd voor vaststelling voor te leggen en daarbij tevens de motie aangenomen door gemeenteraad, regels voor kleine windturbines tot een maximale ashoogte van 15 m, hier in te verwerken.

1.2

Opgave beheersverordening

De beheersverordening Buitengebeid Noord heeft tot doel bestaande situatie in ruime zin juridisch vast te leggen. Hiermee wordt bedoeld dat de maximale bebouwings- en gebruiksmogelijkheden uit de bestemmingsplannnen voor Buitengebied Noord zijn overgenomen in de beheersverodening. Op deze wijze wordt recht gedaan aan de bestaande rechten van inwoners en ondernemers uit het plangebied.

1.3

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied en geeft de vigerende situatie; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de planuitgangspunten en de ruimtelijke en functione structuur van het plangebied weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieuaspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, wateraspecten, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheid van het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 7

8 september 2022

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 8

8 september 2022

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige Situatie

Huidige situatie

De ligging en globale begrenzing van het plangebied 'Buitengebied Noord Hoogeveen 2022'' is gebaseerd op het plangebied 'Buitengebied Noord Hoogeveen 2017' met uitzondering van die plangebieden waar in de tussentijd een deelplan (bestemmingsplanherziening) is vastgesteld, dan wel op het moment van vaststellen van deze beheersverordening een ontwerpbestemmingsplan voor in procedure is.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur plangebied

Het verordeningsgebied betreft een groot deel van het buitengebied van Hoogeveen, gelegen ten noorden van (Verlengde) Hoogeveense Vaart. De begrenzing van het verordeningsgebied is hoofdzakelijk bepaald door de plangrenzen van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen. Daarnaast is ook de begrenzing van actuele geldende bestemmingsplannen rond het verordeningsgebied bepalend geweest. Recentelijk opgestelde bestemmingsplannen voor een aantal deelgebieden (o.a. Nijstad en Green Planet) zijn niet opgenomen in de beheersverordening Omdat deze plannen actueel zijn, zijn ze niet meegenomen in het verordeningsgebied.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 9

8 september 2022

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 10

8 september 2022

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het beleid van Europa en de rijksoverheid is van invloed op het te voeren Drentse omgevingsbeleid. Zo is er op Europees niveau veel aandacht voor het verbinden van economische kerngebieden door vervoersnetwerken, de aansluiting van relatief zwak ontwikkelde regio’s, landsoverschrijdende samenwerking, stroomgebieden, ecologische relaties en duurzame ontwikkeling. Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld. De SVIR heeft een horizon tot het jaar 2040 en vervangt onder andere de Nota Ruimte. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het rijk kiest met de structuurvisie voor een selectievere inzet van de onderstaande 13 rijksbelangen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij a l l e ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt dieper ingegaan op deze 13 rijksbelangen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend i s en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 11

8 september 2022

Geconstateerd wordt dat de nu voorliggende actualisatie voor het Buitengebied van Hoogeveen geen rijksbelangen schaadt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden ("ladder duurzame verstedelijking"). De eerste trede in deze ladder is een beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Hierbij kan het gaan om zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. De beide vervolgstappen uit genoemde ladder hebben betrekking op de vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden (trede 2) en als dat niet mogelijk is op andere locaties (trede 3), die vooral goed ontsloten moeten zijn. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of deze beheersverodening aan te merken valt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Vigerende planologische rechten worden op basis van jurisprudentie niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve wordt hier niet verder toegekomen aan de motivering per trede van de ladder.

3.2

Provinciaal beleid

Op 2 juli 2014 is de Actualisatie omgevingsvisie Drenthe 2014 vastgesteld en met ingang van 17 oktober 2015 is ook de geactualiseerde omgevingsverordening inwerkinggetreden.

3.2.1

Provinciale omgevingsvisie

De omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. In de Omgevingsvisie zijn vier wettelijk voorgeschreven provinciale planvormen samengenomen, te weten: De provinciale structuurvisie; Het provinciaal milieubeleidsplan op grond van de Wet milieubeheer (Wm); Het regionaal waterplan op grond van de waterwetgeving; Het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan op grond van de Planwet verkeer en vervoer. BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 12

8 september 2022

De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2020, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode erna. De missie uit de Omgevingsvisie luidt: ‘Het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is’. De kernkwaliteiten zijn: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid; naoberschap; menselijke maat; veiligheid; kleinschaligheid (Drentse schaal).

Kernkwaliteiten-analyse Landschap

Afbeelding Kwaliteit landschap

De kwaliteit en de diversiteit van het Drentse landschap dragen sterk bij aan een aantrekkelijk milieu om in te wonen, te werken en te recreëren. De identiteit van het Drentse landschap wordt bepaald door de ontstaansgeschiedenis en de diversiteit aan landschapstypen. Landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken willen we in samenhang behouden en versterken. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap. Vanuit dat perspectief wil de provincie keuzes voor nieuwe ontwikkelingen in het landschap blijvend mogelijk maken. Binnen Drenthe zijn zes landschapstypen te onderscheiden: BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 13

8 september 2022

1. Esdorpenlandschap; 2. Esgehuchtenlandschap; 3. Wegdorpenlandschap van de laagveenontginning; 4. Wegdorpenlandschap van de hoogveenontginning; 5. Landschap van de Veenkoloniën; 6. Landschap van de Koloniën van Weldadigheid. De provinciale doelstellingen voor de kernkwaliteit landschap zijn: • het behouden en versterken van de ruimtelijke afwisseling van landschapstypen; • het behouden en versterken van de volgende karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen: in het esdorpen-/ esgehuchtenlandschap: de (eenmans)essen en beekdalen; in het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning: de openheid; in het wegdorpenlandschap van de veenrandontginning: de kavelstructuur en de openheid; in het landschap van de Veenkoloniën: de wijkenstructuur en de openheid; in de Koloniën van Weldadigheid (UNESCO): bijzondere elementen.

Ruimtelijke ontwikkelingen De provincie wil ontwikkelingen stimuleren die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit zit voor de provincie in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Wonen De provincie streeft naar aantrekkelijke, gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Het maken van bovenlokale afspraken hierover is van provinciaal belang. Gemeenten werken hun aandeel in het woonaanbod en de woonmilieus uit in de Gemeentelijke structuurvisie of het Woonplan. Zij houden daarbij rekening met de huidige kernenstructuur in de gemeente en de behoefte aan verschillende woonmilieus. Vanuit de doelstelling om zorgvuldig en doelmatig om te gaan met de ruimte in Drenthe, hanteert de provincie het uitgangspunt ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Dit houdt in dat de provincie Drenthe prioriteit geeft aan herstructurering (inclusief verduurzaming) van de woningvoorraad en aan het herontwikkelen en herbestemmen van gronden en panden. Daarnaast ligt er een beperkte opgave om de woningvoorraad uit te breiden. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte in Drenthe.

Grootschalige bouwplannen en uitbreidingen in het landelijk gebied, los van bestaande bebouwingslocaties, zijn niet vanzelfsprekend. De provincie vindt dat gemeenten bij nieuwbouwplannen een werkwijze moeten hanteren die leidt tot zorgvuldig ruimtegebruik. Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Inbreiding gaat vóór uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in (of aansluitend op) het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties wordt met de betrokken partijen naar een maatwerkoplossing gezocht. De provincie Drenthe zet in op de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ladder is tevens rijksbeleid en eind 2012 als motiveringseis opgenomen in het Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro). In de nieuwe Omgevingsvisie wordt de ladder als procesvereiste bij de afweging voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nader uitgewerkt.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 14

8 september 2022

De doelen bij het toepassen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in Drenthe zijn als volgt: zorgvuldig omgaan met de ruimte in Drenthe; tegengaan van overaanbod, met kwaliteitsverlies, leegstand en soms ook verloedering met a l s gevolg binnen de bestaande voorraad woningen, kantoren, bedrijventerreinen en verblijfsrecreatie; de juiste discussie voeren over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zonder sterke, gewenste plannen onnodig te vertragen of belemmeren; bevorderen van vraaggericht programmeren voor bewoners, bezoekers en bedrijven in Drenthe; Ruimte voor initiatieven die kwaliteit toevoegen aan Drenthe : ‘pareltjes’ laten groeien en bloeien; Begeleiden van het veranderingsproces van groei en nieuwbouw naar beheer en verversing en vernieuwing van het bestaand stedelijk gebied; Focus op bestaand stedelijk gebied. Duurzame structuurversterking; Doorontwikkeling, hergebruik en transformatie van bestaand vastgoed; Betere benutting van multimodale knopen en meer aandacht voor passende ontsluiting; Zorgvuldige, transparante en overtuigende motivering.

Het is niet de bedoeling Drenthe ‘op slot’ te zetten, maar wel samen het 'goede gesprek' te voeren over nut, noodzaak, kwaliteit en toegevoegde waarde van een plan of initiatief. Plus de samenhang met bestaand stedelijk gebied. Duurzame structuurversterking wordt dat genoemd door de provincie. De ladder is ook 'cyclisch iteratief': slim schakelen tussen de stappen om te komen tot een optimum, zo vroeg mogelijk in het plantraject. In paragraaf 3.1.3 is ingegaan op de landelijke ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’. De provinciale ladder beoogt hetzelfde doel.

3.2.2

Provinciale omgevingsverordening

De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV) is een belangrijk instrument om het omgevingsbeleid, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe, uit te voeren. De regels in de verordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Aangezien de beheersverordening een conserverend plan is zonder nieuwe ontwikkelingen, is er ook geen strijdigheid met eventuele regels uit de Omgevingsverordening. In het geval nieuwe ontwikkelingen zich aandienen worden deze aan de meest actuele versie van de Omgevingsverordening getoetst.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie 2030

In juni 2000 is de Toekomstvisie voor Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. De Toekomstvisie strekt zich uit tot 2030 en gaat over de ontwikkeling van Hoogeveen in brede zin. Voor de dorpen van Hoogeveen ligt de nadruk op wonen in het groene Drenthe dichtbij alle voorzieningen van de stad. De Toekomstvisie verkiest kwaliteit boven kwantiteit en het versterken van het bestaande boven groei. In de Toekomstvisie wordt ingezet op beheerste groei om in de toekomst de aanwezige voorzieningen in stand te kunnen houden. Deze doelstelling kan alleen worden gehaald, indien een kwaliteitsimpuls wordt bewerkstelligd. Deze kwaliteitsimpuls heeft vooral betrekking op het wonen, de voorzieningen en het landschap. Dit betekent het aanbieden van hoogwaardiger woonmilieus, verbeteren van de kwaliteit van de winkels en sportaccommodaties en het behoud en versterken van de cultuurlandschappen.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 15

8 september 2022

3.3.2

Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030

Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2004 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. In de Structuurvisie geeft de ambitie van de gemeente voor de komende 15 jaar, met een doorkijk naar het jaar 2030 neergelegd te aanzien van veel beleidsterreien, waaronder het wonen. Het doel van de gemeente was om om de woningvoorraad ussen 2000 en 2015 te laten groeien met 3.200 woningen.

3.3.3

Structuurvisie Hoogeveen 2.0

De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen wordt bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. De beheersverordening is conserverend van aard en sluit aan op de structuurvisie.

3.3.4

Woonvisie 2011-2020

Ook in de Woonvisie 2011-2020 (vastgesteld op 1 december 2011) wordt een groeiambitie van de beheerste groei geformuleerd. In de Structuurvisie is de ambitie van de gemeente voor de komende 15 jaar, met een doorkijk naar het jaar 2030, neergelegd ten aanzien van veel beleidsterreinen, waaronder het wonen. De Woonvisie blikt vooruit tot en met het jaar 2020. Daarvan zijn de eerste vijf jaren concreet en de laatste vijf jaren gelden als een doorkijk. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. Daarnaast kiezen we voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied, passend bij de vraag. Uitgangspunt is dat tot en met 2020 netto 1.650 nieuwbouw woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. De regionale woonvisie heeft de indicatieve aantallen uit de Woonvisie aangescherpt. Op basis van de bevolkingsprognose XVIII van de provincie Drenthe van maart 2012 wordt een woningbouwruimte van ongeveer 1.400 woningen aangegeven voor de gemeente Hoogeveen tot 2020. Inmiddels zijn tot 1 januari 2014 385 reguliere woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. Daarnaast is binnen de gemeente Hoogeveen nog ruimte voor ongeveer 500 woningen aan plancapaciteit waarvoor nog bouw-/bestemmingsplannen kunnen worden ontwikkeld. Voor ongeveer nog eens 500 woningen is al harde plancapaciteit aanwezig in zowel de kern Hoogeveen als in de dorpen binnen de gemeente Hoogeveen.

Met voorliggende beheersverordening worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Met de BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 16

8 september 2022

nog beschikbare woningbouwkavels in het plangebied is in de regionale woonvisie reeds rekening gehouden.

3.3.5

Nota ruimtelijke kwaliteit

Op 21 december 2017 heeft de Hoogeveense gemeenteraad de Nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. De Nota Ruimtelijke kwaliteit vervangt de Welstandsnota met de daarbij behorende oplegnotitie voor de pilot 'welstandsvrij bouwen'. De pilot welstandsvrij bouwen is succesvol verlopen en krijgt een vervolg in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn alleen gebieden en gebouwen opgenomen, die echt (cultuurhistorisch) waardevol zijn en daarom beschermd moeten worden. Dit betekent dat een groot deel van het plangebied van de beheersverordening welstandsvrij is en dat alleen voor de gebieden en gebouwen die opgenomen zijn in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit toetsingsregels bestaan voor bouwplannen.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 17

8 september 2022

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 18

8 september 2022

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

Voor de ruimtelijke ordening en milieuregelgeving is sprake van tweesporenbeleid welke beide hun eigen wettelijke kaders hebben, te weten de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. De regelgeving in deze beheersverordening spits zich dan ook toe op de ruimtelijke aspecten van de milieuwetgeving. De beheersverordening voor het buitengebied van de gemeente Hoogeveen is conserverend van aard. Voor zover het ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, gaat het om ontwikkelingen die ook al in de vigerende bestemmingsplannen zijn geregeld. Als in de toekomst wel nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, zal daarvoor een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure worden opgestart (inclusief onderzoeksverplichtingen). Gelet op het conserverend karakter is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de uitvoering ervan leidt tot nadelige milieugevolgen. Volledigheidshalve worden alle onderzoeksaspecten kort nagelopen. De aspecten Externe veiligheid en voor een klein deel geluid vormen echter een uitzondering. Middels een parapluherziening is in het buitengebied een aantal milieucontouren van gasleidingen, hoogspanningsleidingen en bedrijven in het buitengebied van de gemeente Hoogeveen geactualiseerd. Ook zijn twee reserveringsstroken opgenomen voor de aanleg van nieuwe buisleidingen, zoals opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

In de parapluherziening is reeds aangegeven dat het plan ten grondslag ligt aan de op te stellen beheersverordening. De inhoudelijke toetsing van de parapluherziening is voor beide onderdelen overgenomen in onderhavig plan.

4.2

Bodem

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Het voorliggende beheersverordening legt de bestaande situatie vast. Het is daardoor niet noodzakelijk om de bodemkwaliteit binnen het gehele plangebied vast te stellen. De bestaande bodemkwaliteit voor het gehele gebied is beoordeeld op basis van de beschikbare bodemkwaliteitskaarten van de gemeente Hoogeveen en waarvoor het overgrote deel als niet verdacht kan worden beschouwd. Het is overigens op voorhand niet uit te sluiten dat plaatselijk sanerende maatregelen noodzakelijk zijn om toekomstig gebruik mogelijk te kunnen maken. Enkel door het doen van bodemonderzoek kan inzicht verkregen worden in de actuele kwaliteit van de bodem. In geval van nieuwe ontwikkelingen zal voorafgaand aan het verlenen van omgevingsvergunningen de gemeente beoordelen of de bodemgesteldheid voldoende is onderzocht en geschikt is voor het beoogde grondgebruik.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

In de bodem kunnen ook aardkundige waarden aanwezig zijn. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige monumenten. Voor het beheersgebied zijn vooral de provinciale en gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten van belang. Gezien het consoliderende karakter van de beheersverordening kan toetsing aan de genoemde beleidskaarten achterwege blijven. Wel zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie 1 tot en met 4'opgenomen, die gebaseerd zijn op gemeentelijke archeologische beleidskaart. BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 19

8 september 2022

4.4

Water

In het kader van de Wro is het verplicht de watertoets uit te voeren. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Conserverende plannen die geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken hebben in beginsel geen invloed op de waterhuishouding, waarvan in dit geval ook sprake is. De watertoets is zekerheidshalve wel uitgevoerd. Het waterschap heeft aangegeven onder bepaalde voorwaarden akkoord te gaan. In het plan is hiermee rekening gehouden.

4.5

Natuur en ecologie

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Het is noodzakelijk om op basis van de Wet natuurbescherming vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen en andere plannen en activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. De beheersverordening bevat geen van ruimtelijke (her)ontwikkelingen waarvoor onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. Bij elk voornemen voor een toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zal worden getoetst wat de effecten hiervan zijn op de aanwezige beschermde soorten.

4.6

Geluid

Voor het aspect geluid zijn vier verschillende bronnen van belang: Wegverkeerslawaai; Industrielawaai; Luchtvaartverkeerlawaai; Spoorwegverkeerlawaai.

In het kader van de Wet geluidhinder is bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Omdat er in dit bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen ontwikkeld worden, vindt er geen toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder plaats. Immers zal voor de bestaande situaties reeds, indien noodzakelijk, een procedure doorlopen zijn. In het bestemmingsplan Buitengebied, parapluherziening externe veiligheid en andere milieucontouren (d.d. 21-09- 2017) zijn gewijzigde milieucontouren vastgelegd welke in dit plan wederom zijn opgenomen. Het gaat om drie bedrijven, namelijk de gasbehandelings- en compressorinstallatie van de NAM aan de Koedijk in Hoogeveen, de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Echten aan de Nijstad in Hoogeveen en buiten de gemeentegrens gelegen motorcross-terrein van motorcrossclub Zuidwolde nabij de N48.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 20

8 september 2022

4.6.1

Geluidszones

In het buitengebied van de gemeente Hoogeveen ligt een tweetal bedrijven, waar een geluidcontour van 50 dB(A) als gevolg van industrielawaai omheen ligt op grond van de Wet geluidhinder. Buiten deze contour mag de geluidbelasting veroorzaakt door het bedrijf niet meer bedragen dan 50 dB(A). Deze geluidcontouren zijn abusievelijk niet juist op de verbeelding van het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Noord opgenomen. Dit wordt met onderhavig plan hersteld. De gasbehandelings- en compressorinstallatie van de NAM, locatie Ten Arlo, ligt aan de Koedijk in Hoogeveen. Het bedrijf is op grond van art. 2.1, lid 3 van het Besluit Omgevingsrecht een inrichting als bedoeld in art. 41 van de Wet geluidhinder, een zogenaamde grote lawaaimaker. Op grond van art. 40 van de Wet geluidhinder wordt rond een dergelijke gezoneerde industrieterrein een geluidszone vastgesteld waarbuiten de geluidsbelasting niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Op dit moment komen de vergunde geluidcontour en de vastgestelde geluidszone op grond van de Wet geluidhinder niet overeen. Juridisch gezien is het niet mogelijk dat de vergunde geluidcontour groter is dan de geluidszone op basis van de Wet geluidhinder. Uit archief onderzoek is gebleken dat deze discrepantie is ontstaan begin jaren negentig. In die periode is de installatie uitgebreid met de depletiecompressor en de fakkel.

Bij deze uitbreiding hadden het bestemmingsplan en de geluidszone moeten worden aangepast. Dit is ook niet hersteld in het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Noord. Om deze situatie op te lossen, wordt in dit plan de geluidszone van 50 dB(A) op basis van de Wet geluidhinder conform de vergunde geluidcontour opgenomen op de verbeelding. Dit betekent dat de vastgestelde geluidszone (afb. 1, rode cirkel (rechts)), Wet geluidhinder, groter wordt dan de geluidszone zoals deze is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Noord. Binnen de grotere geluidszone liggen echter geen geluidgevoelige objecten. Ook vormt de vergrote geluidszone rondom het bedrijf van de NAM geen knelpunt voor de ontwikkelingen rondom de voormalige zandwinplas Nijstad. Ten overvloede wordt opgemerkt dat er in de feitelijke geluidssituatie geen verandering optreedt. De bedrijfsactiviteiten zijn ten opzichte van de vergunde situatie in 2001 niet gewijzigd.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 21

8 september 2022

Afbeelding 1: Geluidszone 50 dB(A) NAM-locatie Ten Arlo, (rode cirkel (nieuw), gearceerd (oud)) De rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) ligt eveneens op een gezoneerde industrieterrein met daaromheen een geluidszone op grond van de Wet geluidhinder. De RWZI wordt sinds 1 januari 2016 niet meer aangemerkt als een grote lawaaimaker in de zin van art. 41 van de Wet geluidhinder. Op het terrein is naast een RWZI een grote lawaaimaker in de vorm van een energiedistributiebedrijf met een transformatorvermogen tussen 200 MVA en maximaal 1000 MVA toegestaan. Dit houdt in dat het terrein waar nu alleen de RWZI aanwezig is, aangemerkt blijft als een gezoneerd industrieterrein met bijbehorende geluidszone conform art. 40 van de Wet geluidhinder. Ook hier is gebleken dat de geluidszone in het bestemmingsplan Buitengebied Noord niet geheel juist is opgenomen (zie afb. 1). De rode contour (links in de afbeelding) geeft de actuele geluidszone weer. Dat wordt in dit plan hersteld. Er komen als gevolg van de gewijzigde geluidszone geen geluidgevoelige objecten binnen de geluidszone te liggen. De wijziging heeft ook geen gevolgen voor de ontwikkelingen rondom de voormalige zandwinplas Nijstad.

4.6.2

Luchthavenbesluit Luchtsportcentrum Hoogeveen (LHB)

Op 21 december 2011 heeft de Provinciale Staten het Luchthavenbesluit (LHB) Luchtsportcentrum Hoogeveen vastgesteld. Dit heeft tot gevolg dat onder meer een aanvullende beperkingengebied is vastgesteld rondom het vliegveld in Hoogeveen. Dit is een ruimtelijke ordeningscontour. De provincie heeft van het Rijk de vrijheid gekregen om een beperkingengebied vast te stellen, die ruimer is dan de berekende geluidcontouren. Dit gebied is onderdeel van de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken tussen de provincie en de gemeente Hoogeveen. In dit aanvullende beperkingengebied gelden dezelfde beperkingen als binnen de geluidcontour van 48 dB. Dit betekent dat conform het LHB nieuwbouw van een woning of geluidgevoelig gebouw, zoals gedefinieerd in het Besluit burgerluchthavens, niet is toegestaan binnen het aanvullende beperkingengebied. Hiervan kan worden afgeweken als het gaat om nieuwbouw van een bedrijfswoning of als een verklaring van geen bezwaar is afgegeven voor realisatie van een woning of geluidgevoelig gebouw door de provincie Drenthe, onder de volgende voorwaarden: het opvullen van een open plek in de bestaande bebouwing; BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 22

8 september 2022

de woning of geluidgevoelig gebouw zal dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing; de woning of geluidgevoelig gebouw wordt binnen het desbetreffende gebied verplaatst naar een locatie waar de geluidbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder i s en waarbij de oude woning of het oude geluidgevoelige gebouw aan de bestemming i s onttrokken.

Het aanvullende beperkingengebied heeft op de verbeelding de gebiedsaanduiding Luchtvaartverkeerszone (Beperkingengebied - Geluid) gekregen. In de planregels worden de bijbehorende beperkingen en voorwaarden geborgd.

4.6.3

Conclusie

Met het wijzigen van de geluidszones worden de juiste geluidszones vastgesteld, die overeenkomen met de vergunde rechten van de RWZI en de NAM-locatie Ten Arlo. Door het opnemen van de Luchtvaartverkeerszone worden de beperkingen en voorwaarden voor geluid rondom het vliegveld in Hoogeveen, zoals opgenomen in het LHB, ruimtelijk geborgd in de planregels. Deze beheersverordening maakt geen verdere nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarvoor akoestisch onderzoek vereist is.

4.7

Luchtkwaliteit

Met betrekking tot de luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen is vastgelegd dat bestuursorganen bij de uitoefening van een bevoegdheid welke gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening houdt met de effecten op de luchtkwaliteit en er voor zorgt dat dit niet leidt tot het overschrijden van een in bijlage 2 bij de Wm opgenomen luchtkwaliteitsgrenswaarde. De beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit zodat deze niet hoeven te worden onderzocht. Immers zal voor de bestaande situatie reeds, indien noodzakelijk, een procedure doorlopen zijn. Wel is er sprake van een autonome toename van het wegverkeer en moet uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening worden onderzocht worden of ook in de toekomst sprake zal zijn van een, uit oogpunt van luchtkwaliteit, aanvaardbaar leefklimaat. Voor de autonome ontwikkeling van het wegverkeer wordt in de gemeente Hoogeveen uitgegaan van een toename van 10% van de verkeersintensiteit voor de komende 10 jaar. Deze redelijk beperkte verkeersgroei, in samenhang met een schoner wordend voertuigenpark, leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). De voorliggende beheersverordening is consoliderend van karakter. In het plan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Hiervoor is niet opnieuw getoetst aan het aspect bedrijven en milieuzonering.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 23

8 september 2022

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat gericht is op het beheersen van risico's vanwege de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Sinds 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte voorwaarden. Een en ander brengt met zich mee dat bij nieuwe ruimtelijke plannen een toets aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid moet plaatsvinden. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Voor risicovolle bedrijven is onder meer van toepassing: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen (Brzo); het Vuurwerkbesluit.

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRvgs). Op het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. In het buitengebied zijn diverse aardgasttransportleidingen gelegen. In de verbeelding is hiervoor een dubbelbestemming opgenomen. Daaraan is een standaardregeling gekoppeld ter beperking van het grondgebruik rond de leidingen. Ook liggen enkele (zones van) routes voor het transport van gevaarlijke stoffen binnen het beheersgebied, waaronder de A28 en de spoorlijn MeppelHoogeveen- Assen. Deze beheersverordening leidt niet tot een verhoging het plaatsgebonden risico of groepsrisico, aangezien het ter plaatse geen (nieuwe) ontwikkelingen toestaat. In het bestemmingsplan Buitengebied, parapluherziening externe veiligheid en andere milieucontouren (d.d. 21-09- 2017) zijn gewijzigde milieucontouren vastgelegd welke in dit plan wederom zijn opgenomen. De wet- en regelgeving rondom externe veiligheid geven aanleiding om voor buisleidingen de milieucontouren te actualiseren. De inhoudelijke beoordeling is integraal overgenomen uit de parapluherziening.

4.9.1

Buisleidingen

Met de voorliggende beheersverordening worden de belemmeringenstroken voor buisleidingen geregeld en wordt een tracé gereserveerd voor de uitbreiding van ondergrondse buisleidingen van nationaal belang. Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. In de gemeente Hoogeveen vindt via ondergrondse buisleidingen alleen het transport van aardgas plaats. De hoge druk aardgasleidingen zijn eigendom van de Gasunie of de NAM. De regels voor buisleidingen zijn op basis van het Bevb uitgewerkt in de Ministeriële regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 24

8 september 2022

4.9.1.1 Belemmeringenstrook Op grond van artikel 14 van het Bevb moet in het bestemmingsplan de buisleiding en de zogenaamde belemmeringenstrook van de hoge druk aardgasleidingen worden weergegeven. De belemmeringenstrook bedraagt 5 meter aan weerszijden van een buisleiding met een druk van meer dan 40 bar, gemeten uit het hart van de leiding. De belemmeringenstrook bedraagt 4 meter voor buisleidingen met een druk van maximaal 40 bar. In het bestemmingsplan Buitengebied Noord en Zuid zijn deze belemmeringenstroken niet opgenomen. De belemmeringenstroken worden in dit plan opgenomen op de verbeelding. Binnen de belemmeringenstrook mogen in beginsel geen bouwwerken mogelijk worden gemaakt. Daarnaast geldt een vergunningenstelsel voor werken of werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding, niet zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netwerken (Wion). Dit wordt geborgd in de planregels. Voor graafwerkzaamheden waarop de Wion van toepassing is geldt een zogenaamde klic-melding. 4.9.1.2 Structuurvisie buisleidingen2012-2035 Het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het ministerie van Economische Zaken hebben de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 opgesteld.

Hierin zijn voorkeurstracés vastgelegd voor toekomstige uitbreidingen van ondergrondse buisleidingen die van nationaal belang zijn. Er zijn twee voorkeurstracés te onderscheiden, namelijk een noord-zuid en een oost-west tracé. Voor deze voorkeurstracés is voor het nood-zuid tracé een strook grond van 70 meter breedte gereserveerd. Voor het oost-west tracé bedraagt de breedte van deze strook 45 meter. Hier kan worden volstaan met een smallere strook, omdat het gaat om een verbinding naar een grensovergang die van belang is voor met name aardgastransport. Het gaat in dit tracé om een beperkt aantal (2 of 3) leidingen. In afbeelding 2 zijn beide tracés weergegeven.

Afbeelding 2: Twee voorkeurstracés (grijze lijnen) voor toekomstige buisleidingen van nationaal belang In de beheersverordening moet deze ruimte voor toekomstige buisleidingen van nationaal belang worden gereserveerd. De twee voorkeurstracés worden als zone opgenomen op de verbeelding. Daar waar het voorkeurstracé een knelpunt oplevert door aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze zone, heeft de gemeente de mogelijkheid om van het tracé af te wijken door het zoekgebied met maximaal 250 meter vanaf de buitenste begrenzing van het voorkeurstracé te verplaatsen. Daarbij moet het tracé wel dezelfde breedte (70 meter of 45 meter) houden als het voorkeurstracé.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 25

8 september 2022

Vanwege de ligging van een aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen het voorkeurstracé ter hoogte van Krommewijk en Bakkerswijk, (afbeelding 3) is dit tracé op een aantal plaatsen gewijzigd.

Afbeelding 3: Gewijzigde locaties voorkeurstracé ter hoogte van Krommewijk en Bakkerswijk

De wijzigingen in de ligging van het voorkeurstracé zijn voorgelegd aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het ministerie heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 26

8 september 2022

voorgestelde wijzigingen in het voorkeurstracé. Dit betekent dat het voorkeurstracé grotendeels conform de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 op de verbeelding wordt opgenomen met in acht neming van de wijzigingen in het tracé zoals weergegeven in afbeelding 4 waarin het grijze gebied het tracé is, zoals vastgelegd in de Structuurvisie en het gele gebied het gewijzigd tracé weergeeft.

4.9.2

Luchthavenbesluit Luchtsportcentrum Hoogeveen (LHB)

In het vastgestelde Luchthavenbesluit van de provincie Drenthe voor het Luchtsportcentrum Hoogeveen zijn naast geluid ook beperkingengebieden op grond van externe veiligheid bepaald. Het gaat om een tweetal gebieden die afgebakend worden door de plaatsgebonden risicocontour 10-5 en de plaatsgebonden risicocontour 10-6. Voor dit plan is alleen de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van toepassing. Binnen de PR10-6 risicocontour geldt een verbod voor het oprichten van gebouwen, zoals gedefinieerd in het Besluit burgerluchthavens, niet zijnde bedrijfswoningen, tenzij een verklaring van geen bezwaar door de provincie is gegeven. Het beperkingengebied begrensd door PR10-6 is op de verbeelding opgenomen. In de planregels zijn de beperkingen verwoord, overeenkomstig het Luchthavenbesluit.

4.9.3

Hoogspanningslijnen

In het buitengebied loopt een drietal bovengrondse hoogspanningslijnen en één ondergrondse hoogspanningsverbinding: Hoogeveen – Dedemsvaart Sluis (110 kV; (zwart)) Hoogeveen – Veenoord (110 kV, (zwart), deze verbinding i s eind 2016 geamoveerd) Zeijerveen – Hessenweg (220 kV; (groen)) Zwolle – Meeden (380 kV; (rood) die gecombineerd i s met een 110 kV Ommen Witharen Holsloot) Wijster Oosterseveldweg – Hoogeveen (110 kV; ondergronds)

Afbeelding 5: Hoogspanningslijnen in het plangebied (Bron: www.TenneT.org)

Het toenmalige ministerie van VROM heeft in 2005 gelet op de maatschappelijke discussie ten aanzien van de gezondheidsaspecten en straling uit voorzorg beleid opgesteld. De rijksoverheid adviseert om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 27

8 september 2022

Hierbij dient rekening te worden gehouden met een indicatieve zone en de specifieke zone. De 110 kV hoogspanningslijn heeft een indicatieve zone van 50 meter aan weerszijden van de hoogspanningslijn. Voor de 220 kV en de 380 kV hoogspanningslijnen komt deze indicatieve zone overeen met respectievelijk 60 meter en 165 meter. Er wordt bij planvorming rekening gehouden met het advies van VROM door in beginsel geen nieuwe gevoelige objecten, zoals woningen, scholen, kinderopvang, crèches etc, op te richten binnen de indicatieve zone. Als het om zwaarwegende redenen toch niet mogelijk is om gevoelige objecten in dit gebied uit te sluiten, dan dient de specifieke zone te worden berekend. De gevoelige objecten dienen in ieder geval buiten de specifieke zone te worden gerealiseerd. Het voorliggend plan heeft echter een consoliderend karakter en er worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, dan wel nieuwe gevoelige objecten mogelijk gemaakt in het plangebied. Het advies heeft geen betrekking op bestaande situaties en leidt dan ook niet tot knelpunten. In het huidige bestemmingsplan Buitengebied Noord en Zuid zijn de hoogspanningslijnen wel op de verbeelding opgenomen, maar is er geen zone aan weerszijden van de hoogspanningslijnen opgenomen. In deze zone gelden beperkingen ten aanzien van (grond)werkzaamheden en het oprichten van bebouwing.

Op de verbeelding in het voorliggend plan is een zone van 25 meter aan weerszijden van de bovengrondse hoogspanningslijnen van 110 kV en 220 kV opgenomen en 34 meter aan weerzijden van de hoogspanningslijn van 380 kV en zijn er regels aan verbonden die het optimaal functioneren van de hoogspanningslijnen borgen. Voor de ondergrondse hoogspanningskabel (110 kV) dient ook rekening gehouden te worden met een veiligheidszone. In overleg met TenneT is destijds gebleken dat een veiligheidszone van 5 meter aan weerszijden van de kabel in acht moet worden genomen. De veiligheidszone is opgenomen op de verbeelding en in de planregels zijn de voorwaarden opgenomen die in acht moeten worden genomen in deze veiligheidszone.

4.9.4

Conclusie

Met de voorliggende beheersverordening zijn de belemmeringenstroken aan weerszijden van de buisleidingen in het buitengebied opgenomen op de verbeelding. Hieraan zijn regels verbonden, die het oprichten van bebouwing en werkzaamheden die de integriteit van de buisleiding kunnen verstoren in beginsel niet toestaan. Ook is overeenkomstig de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 een tracé voor toekomstige hoge druk aardgasleidingen gereserveerd, waardoor de uitbreiding van ondergrondse buisleidingen van nationaal belang geborgd is in de gemeente Hoogeveen. Verder zijn de voorwaarden met betrekking tot externe veiligheid uit het LHB geborgd in het plan. Tot slot zijn er zones aan weerszijden van de hoogdspanningslijn opgenomen op de verbeelding met daaraan gekoppeld de planregels die een goed functioneren van de hoogspanningslijnen borgen.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 28

8 september 2022

Hoofdstuk 5 5.1

Planbeschrijving

Deelgebiedsindeling

Het plangebied van de beheersverordening buitengebied Noord is kent 6 gebiedsbestemmingen, namelijk Agrarisch - 1 tot en met Agrarisch - 6. Deze indeling is afkmostig van het bestemmingsplan Buitengebied Noord. Alle, binnen de gebeidsbestemmingen, aanwezige gebouwen en functies hebben een aanduidig gekregen. Aan elke aanduiding zijn bouw- en gebruiksregels verbonden.

5.1.1

Indeling

In het plangebied komen 6 zones voor. De ruimtelijke basiskwaliteit van het gebied heeft als uitgangspunt gediend voor deze zonering. De zonering is overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied Noord en gebasseerd op het voormalige Provinciale Omgevingsplan. 5.1.1.1 Zone I De landbouw is binnen deze zone de hoofdfunctie. Alle overige functies zijn hieraan ondergeschikt. 5.1.1.2 Zone II De grondgebonden landbouw is binnen deze zone de hoofdfunctie. Instandhouding van natuur, landschap en cultuurhistorie alsmede de mogelijkheden voor recreatief medegebruik is echter van belang (als ondergeschikte functie). 5.1.1.3 Zone III Binnen deze zone zijn landbouw, natuur, landschap, cultuurhistorie en recreatief medegebruik gelijkwaardig. 5.1.1.4 Zone IV Binnen deze zone zijn de doeleinden van landbouw, natuur, landschap en cultuurhistorie van belang, met name samenhang tussen landbouw en natuur. 5.1.1.5 Zone V Binnen deze zone zijn natuur en landschap de hoofdfuncties. Bosbouw en recreatie zijn daaraan ondergeschikt. 5.1.1.6 Zone VI Binnen deze zone zijn natuur, landschap, bosbouw en recreatief medegebruik in beginsel nevengeschikte hoofdfuncties, maar de onderlinge verhouding verschilt per deelgebied.

5.2

Agrarische sector

5.2.1

Agrarische bedrijven

5.2.1.1 De bestemming Bestaande agrarische bedrijven In het plangebied zijn alle bestaande agrarische bedrijven in deze bestemming begrepen. Daartoe zijn deze bedrijven op de plankaart aangeduid. Er is onderscheid gemaakt tussen "grondgebonden agrarische bedrijven", niet-grondgebonden agrarische bedrijven en het verzamelbegrip "agrarisch BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 29

8 september 2022

bedrijf" voor beide soorten agrarische bedrijven. Als begrippen worden gehanteerd: agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. grondgebondenagrarische bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik gemaakt wordt van open grond. grondgebondenagrarische bedrijf met tak intensieve veehouderij

een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond, maar waarbij tevens sprake is van een ondergeschikte tak intensieve veehouderij niet-grondgebondenagrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij in hoofdzaak geen gebruik wordt gemaakt van open grond. In principe zijn alle bestaande agrarische bedrijven voor "grondgebonden agrarisch bedrijf" bestemd. Indien er sprake is van een bestaand in hoofdzaak niet-grondgebonden bedrijf is het bestemd als "agrarisch bedrijf", zodat te allen tijde weer overgestapt kan worden op een grondgebonden productiewijze. Bestaande kwekerijen zijn bestemd als "kwekerij", waarbij nog onderscheid wordt aangebracht tussen kwekerijen van gewassen en kwekerijen van bomen. Ook "tuincentrum" wordt apart geregeld. bouwpercelen Wat betreft het toekennen van agrarische bouwpercelen het volgende. Ingeval van het hobbymatig houden van dieren is geen bouwperceel toegekend. Deze vorm kan namelijk onder de woonbestemming plaatsvinden. In de overige gevallen is wel een bouwperceel opgenomen. De grootte van het bouwperceel en de bouwmogelijkheden zijn één op één overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebeid Noord. Regeling grootte bouwperceel en bouwmogelijkheden Bestemming Landelijk gebied I en II Landelijk gebied III Landelijke gebied IV en V Landelijk gebeid VI

Regeling Bouwperceel maximaal 1,5 ha (dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is dan 1,5 ha). Bouwperceel maximaal 1 ha (dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is dan 1 ha). Niet van toepassing, geen agrarische bedrijven in deze bestemmingen Bouwperceel maximaal 1 ha (dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is dan 1 ha).

Wijziging van agrarische bedrijven in andere functies In relatie met het proces van terugloop van het aantal agrarische bedrijven, is het denkbaar dat voor nog meer agrarische bedrijfsge-bouwen alternatieve functies moeten worden gevonden. Vandaar dat de agrarische functie voor alle agrarische bedrijven kan worden gewijzigd, middels afwijking van de beheersverordening in de volgende functies: wonen (maximaal 2 wooneenheden per agrarisch bedrijf), voorzover dit beperkt blijft tot het hoofdgebouw; sociale, culturele, medische en educatieve functies in combinatie met wonen; mantelzorg; bed-and-breakfast-accommodaties; niet-agrarische bedrijven voorzover genoemd in de Staat van bedrijven in combinatie met wonen.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 30

8 september 2022

Bij al deze functieveranderingen geldt dat gestreefd wordt landschappelijk verstorende bebouwing af te breken, bijvoorbeeld romney-loodsen en/of schuren, opgetrokken van golfplaten. In de Staat van bedrijven is een gelimiteerde selectie uit de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" van januari 1999 opgenomen. Verbreding landbouwbedrijven Er is een regeling opgenomen waarmee bestaande agrarische bedrijven kunnen worden verbreed. Deze mogelijkheid is gekoppeld aan een afwijkingsbevoegdheid. Wat betreft de toegestane bedrijfstakken is aansluiting gezocht bij de functies zoals opgesomd in de afwijkingsbepaling voor functiewijziging van (voormalige) agrarische bebouwing en de daaraan verbonden Staat van bedrijven. 5.2.1.2 Het bouwen 5.2.1.2.1 Bouwperceel Het bouwen ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf is gebonden aan een denkbeeldige vierhoek met maximaal de oppervlakten zoals opgesomd in het schema in paragraaf 5.2.1.1. De plaats voor de bestaande bedrijven is indicatief middels een cirkelaanduiding op de verbeelding aangegeven. 5.2.1.2.2 Gebouwen Binnen het bouwperceel mogen bedrijfsgebouwen en één bedrijfswoning ten behoeve van het agrarisch bedrijf worden opgericht die aan de volgende maatvoering dienen te voldoen: bedrijfsgebouwen: bouwhoogte: maximaal 12 m; goothoogte: maximaal 4.5 m;

Wat betreft de bouwvoorschriften voor bedrijfswoningen, wordt verwezen naar de bepalingen behorende bij de functie “wonen”. Middels het stellen van nadere eisen kan worden verplicht tot: het bouwen binnen een denkbeeldige rechthoek met (afhankelijk van de grootte van het bouwperceel) een maximale breedte langs de weg van 100 m en een maximale diepte van 200 m teneinde zeer langgerekte dan wel zeer brede bebouwde erven te voorkomen; het bouwen op een kortere afstand, teneinde te voorkomen dat het op geconcentreerd bouwen gerichte streven wordt aangetast; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling en nokrichting teneinde een goede inpassing in het landschappelijke/ stedenbouw-kundige beeld te kunnen bewerkstelligen.

Middels een afwijkingsbevoegdheid is het mogelijk de maximale goothoogte voor bedrijfsgebouwen te verhogen tot 5 m om de toegankelijkheid met grote landbouwmachines te vergroten. 5.2.1.2.3 Tweede bedrijfswoning De toelaatbaarheid van een tweede bedrijfswoning is afhankelijk van factoren als de aard van het bedrijf, de bedrijfsomvang en de arbeidsintensiteit. Deze factoren zijn moeilijk objectief in een planregeling onder te brengen. Op grond van deze overwegingen is een tweede bedrijfswoning dan ook slechts bij afwijking toegestaan uitsluitend bij volwaardige bedrijven. Bij de afweging zullen in ieder de criteria van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit worden betrokken. Ook dient de bedrijfseconomische noodzaak te worden aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11766136/1