CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Ontwerp Omgevingsvergunning Echtenseweg 5 te Hoogeveen-geanonimiseerd

Raadsavond 12 september 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Ontwerp VVGB Echtenseweg 5 te Hoogeveen30.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

juni ’23

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft een leegstaand, deels afgebroken bedrijfspand met grasland gelegen aan de Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen. De opdrachtgever voornemens om de locatie de nieuwbouw van recreatie appartementen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. In het integraal advies van de RUD wordt gesproken over een mogelijk scheepswerf ter plaatse van de Echtenseweg nr. 5. Hier zijn echter geen aanwijzingen voor gevonden. Tijdens het locatiebezoek is geconstateerd dat op de locatie mogelijk een maalderij of veevoerfabriek aanwezig was. Op streetview is te zien dat aan de gevel een bord was bevestigd van A.C.V. Deze organisatie controleerde de kwaliteit van veevoer bij particuliere veevoederleveranciers.

Foto gevelsteen

Streetview bord A.C.V. Bouwvergunning

Voor de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.

Aanwezigheid brandstoftanks

juni ’23

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Aanwezigheid asbest

Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Hoogeveen wordt het daken van de bestaande bebouwing aangemerkt als verdacht voor asbest.

figuur 3: asbestdakenkaart gemeente Hoogeveen Op basis van streetview is na 2016 een deel van de bestaande bebouwing gesloopt. Zowel het dak als de wanden van de gesloopte bebouwing was voor zover te beoordelen asbestverdacht. Voor zover na te gaan waren een aantal daken voorzien van goot. De daklijn aan de oostzijde van de locatie was niet voorzien van een goot.

Situatie 2009

Situatie 2022

juni ’23

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Situatie 2016

Ophogingen/dempingen/ stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.

De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Niet bekend. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich een roeivereniging en woning. Op de locatie Echtensweg 13 bevindt zich een tankstation. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

juni ’23

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken

onderzoekslocatie

-

omgeving < 25m

Nulsituatie onderzoek Echtenseweg 1A Onderzoeksbureau onbekend, B08K0291, d.d. 13-01-2009 Grond: kwik, lood >AW Grondwater: barium, zink >S Verkennend onderzoek Echtenseweg 13 Hunneman, 98.04.516, d.d. 01-11-1998 Grond: PAK, minerale olie >S Grondwater: chroom, lood, aromaten, minerale olie >S

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

Nulsituatie onderzoek Echtenseweg 13 Sigma Bouw & Milieu, 05-M2863, d.d. 09-11-2005 Grond: Grondwater: ►Niet bekend.

Ontgravingskaart boven- en ondergrond: AW

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 7 m+NAP.

juni ’23

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

tabel 6: geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Hoogeveen, perceel sectie P nr. 6227 Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

juni ’23

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie in het verleden in gebruik is geweest als veevoederfabriek. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6, strategie voor verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) (literatuur 1).

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 De bodem t.p.v. onverharde druppelzones onder asbesthoudende daken op de locatie zijn in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of de bodem t.p.v. onderzochte delen van de locatie al dan niet asbest verdacht zijn. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%). Het onderzoek t.p.v. de onderzochte delen van de onderzoekslocatie is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte druppelzones). In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. is t.p.v. druppelzones in dit onderzoek alleen de toplaag (0.0-0.1 m-mv) onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv. Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot max. ca. 10 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

• het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5898. • het analyseren van de uitgezeefde bovengrond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898 De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond).

juni ’23

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Opgemerkt wordt dat het overige deel van de locatie in deze fase van het onderzoek niet onderzocht is op asbest. Op basis van bekende informatie zijn geen andere gegevens bekend dat op de locatie sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek behoudens t.p.v. de afgebrande loods en de druppelzones, vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft, behoudens ter plaatse van de druppelzone onder het asbestverdachte dak, geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een volledig verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem.

Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

plangebied (ca. 1.840 m2) NEN-5707+C2

-

-

VED-HE-NL

druppelzone t.p.v. asbestdak

asbest

-

VED-HE-NL (toplaag)

(deel)locatie NEN-5740+A1

juni ’23

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) het graven van inspectiegaten (protocol 2018) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) Dhr. R.F. Dob (in opleiding)

06-06-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

15-06-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

(erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

06-06-2023

geen bijzonderheden

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels. veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind.

Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau.

juni ’23

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten. Opgemerkt wordt dat het verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 slechts betrekking heeft gehad op een beperkt deel van de locatie, zie bijlage 2 Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem t.p.v. druppelzones onder asbestdaken onderscheid gemaakt tussen de volgende te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de toplaag (0.0 m-mv-0.1 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat.

De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei). inspectiegaten bovengrond (0.0-max. 0.1 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de toplaag (in geval van druppelzones). In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. de onderzochte druppelzones, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.1 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: juni ’23

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

• asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2.

monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0,5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

10

ca.0.5

4 t/m 13

2

ca.2.0

2, 3

1

max.3.1

1

verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 Boringen Peilbuis

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 drie druppelzones Inspectiegaten 5 *=peilbuis is gecombineerd uitgevoerd

Ca.0.1

D1 t/m D5

Alle geplaatste boringen, peilbuizen en gegraven inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2.

juni ’23

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

3.2

Resultaten van het veldonderzoek

maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. de afgebrande opslagschuur een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 11 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 11: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied druppelzone

inspectie-efficiëntie 50-70%

conditie maaiveld gras

Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde deel van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 12 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 12: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.4 1.4-1.8 1.8-3.1

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand veen zand

zwak siltig, resten grind zwak siltig mineraalarm zwak siltig

bruin-grijs beige-grijs donker bruin beige-grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 13. tabel 13: veldwaarnemingen grondwater peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1

2.1-3.1

2.25

3

5.9

juni ’23

EGV geleidingsvermogen µS/cm 420

troebelheid (NTU) 8.8

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal van boring 8, 10 en 13 zintuiglijk sporen baksteen waargenomen. Voor het overige zijn zintuiglijk geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 14 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 14: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat

drie druppelzones D1 t/m D5

asbestverdacht

asbestverdacht materiaal

materiaal

grond in de fractie >20 mm

maaiveld

diepte (m-mv)

aantal gram

nee

0.0-max. 0.1

-

* = veldvochtig Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond zijn bijmengingen waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De waargenomen baksteensporen zijn in dit geval visueel beoordeeld als eenduidig materiaal, nl. baksteen.

Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond, vanwege de aanwezigheid van enkele baksteensporen, niet direct verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal

juni ’23

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1.

Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

juni ’23

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 15 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 15: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

MM1

1+7+11+12

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

4+5+6+9

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

8+10+13

0.0-0.5

Sporen baksteen

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

2+3

0.5-1.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

1+3

0.5-1.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

Grondwater Pb 1

1

2.1-3.1

-

NEN-grondwater(**)

locatie Grond

Druppelzone M1 D1 t/m D5 0-0.1 PCB+AS3000 (1) verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen;

juni ’23

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm zijn onderzocht volgens NEN-5898. In onderstaande tabel 16 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 16: analyseschema Monstercode

inspectiegat

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

0.0-0.1

-

asbest (NEN5898)

drie druppelzones MM1

D1 t/m D5

Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.

juni ’23

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

4.2

Toetsingscriteria

grond en grondwater (NEN-5740+A1) Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering.

Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek.

Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken.

Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

juni ’23

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.

Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.

juni ’23

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.

In deze gevallen moet het drooggewicht van het monster worden afgeleid volgens: Mloc = (1 000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva waarin: V is het volume van het geïnspecteerde monster op locatie, in m3; ns is de volumieke massa van het geconsolideerde materiaal op locatie, in kg/dm3; %E is een schatting van de inspectie-efficiëntie, in %. waarin: V (in dm3) : volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. Mk (in mg) : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). %k,i : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". Ns (in kg/dm3) : stortgewicht van de grond/puin. ds : percentage droge stof

juni ’23

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1

Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740

boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 17 t/m 19 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

23-M10846-Echtenseweg 5, Hoogeveen

Certificaat

13882839

Toetsing

12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 29-06-2023 - 15:04

Parameters

Analyse

Toetsing

Eenheid

AW

T

13882839-001

13882839-002

13882839-003

11, 01: 0-50, 07: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50

22, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 09: 0-50

33, 08: 0-50, 10: 0-50, 13: 0-50

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Overschrijding Achtergrondwaarde

Voldoet aan Achtergrondwaarde

I

monster voorbehandeling

SR

BT

BC

BI

Ja

droge stof

%

90.4

gewicht artefacten

g

<1

aard van de artefacten

-

BT

Overschrijding tussenwaarde/bodemindex

BC

BI

Ja

SR

BT

BC

BI

Ja

89.9

90.4

80.6

89.9

<1

Geen

organische stof (gloeiverlies) %

SR

80.6

<1

Geen

Geen

3.1

3.1

3.6

3.6

8.6

8.6

<2

<2

4.3

4.3

<2

<2

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)

% vd DS

METALEN barium

+

920

35

136

--

23

69.2

--

180

698

--

cadmium

mg/kg

mg/kg 0.6

6.8

13

<0.2

0.229

<=AW

0

<0.2

0.217

<=AW

0

0.80

1.06

WO

0.04

kobalt

mg/kg

15

102

190

1.8

6.33

<=AW

0

1.7

4.78

<=AW

0

12

42.2

IN

0.16

koper

mg/kg

40

115

190

13

25.9

<=AW

0

10

18.2

<=AW

0

86

145

IN

0.70

kwik°

mg/kg

0.15

18

36

0.06

0.0854

<=AW

0

0.07

0.0958

<=AW

0

0.55

0.75

WO

0.02

lood

mg/kg

50

290

530

24

37

<=AW

0

19

27.9

<=AW

0

150

210

IN

0.33

molybdeen

mg/kg

1.5

96

190

<0.5

0.35

<=AW

0

<0.5

0.35

<=AW

0

1.9

1.9

WO

0.00

nikkel

mg/kg

35

68

100

5.1

14.9

<=AW

0

4.7

11.5

<=AW

0

19

55.4

IN

0.31

zink

mg/kg

140

430

720

75

173

WO

0.06

35

71.7

<=AW

0

350

711

IN

0.98

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen

mg/kg

pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg factor)

0.02

0.02

<0.01

0.007

0.04

0.04

1.5

21

40

7.6

7.6

IN

0.16

0.607

0.607

<=AW

0

6.79

6.79

WO

0.14

20

510

1000

4.9

15.8

<=AW

-

4.9

13.6

<=AW

-

38.7

45

IN

0.03

190

2595

5000

60

194

IN

0.00

<20

38.9

<=AW

0

100

116

<=AW

0

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor) ug/kg

MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

mg/kg

Verk laring kolom m en SR

Res ultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

AW

Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)

T

Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS beheerd)

BI

SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

#

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tuss en 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

juni ’23

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Vervolg tabel 17 Project

23-M10846-Echtenseweg 5, Hoogeveen

Certificaat

13882839

Toetsing

12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 29-06-2023 - 15:04

Parameters

Analyse

Toetsing

Eenheid

AW

T

I

monster voorbehandeling

13882839-004

13882839-005

44, 02: 50-90, 03: 50-100

55, 01: 50-100, 01: 100-140, 03: 110-150

113883025-001 1, M1: 0-0.1

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Voldoet aan Achtergrondwaarde

SR

BT

BC

BI

Ja

SR

BT

BC

BI

Ja 75.6

SR

BT

droge stof

%

66.9

gewicht artefacten

g

<1

aard van de artefacten

-

Geen

organische stof (gloeiverlies)%

11.6

11.6

8.0

8

6.6

6.6

3.6

3.6

<2

<2

<2

<2

6.4

9.7

66.9

BC

BI

<=AW

-

Ja 87.8

75.6

<1

87.8

<1

Geen

Geen

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)

% vd DS

METALEN barium

+

920

39

126

--

22

85.2

--

cadmium

mg/kg

mg/kg 0.6

6.8

13

<0.2

0.164

<=AW

0

<0.2

0.189

<=AW

0

kobalt

mg/kg

15

102

190

<1.5

3.14

<=AW

0

<1.5

3.69

<=AW

0

koper

mg/kg

40

115

190

10

14.9

<=AW

0

9.1

15.6

<=AW

0

kwik°

mg/kg

0.15

18

36

0.19

0.247

WO

0.00

0.09

0.123

<=AW

0

lood

mg/kg

50

290

530

35

45.6

<=AW

0

22

31.2

<=AW

0

molybdeen

mg/kg

1.5

96

190

<0.5

0.35

<=AW

0

<0.5

0.35

<=AW

0

nikkel

mg/kg

35

68

100

4.2

10.8

<=AW

0

3.0

8.75

<=AW

0

zink

mg/kg

140

430

720

35

62.7

<=AW

0

23

47.4

<=AW

0

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen

mg/kg

<0.01

0.00603

<0.01

0.007

1.5

21

40

0.244

0.21

<=AW

0

0.427

0.427

<=AW

0

ug/kg

20

510

1000

4.9

4.22

<=AW

-

4.9

6.12

<=AW

-

mg/kg

190

2595

5000

<20

12.1

<=AW

0

<20

17.5

<=AW

0

pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg factor)

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)

MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

Verk laring kolom m en SR

Res ultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

AW

Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)

T

Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS beheerd)

BI

SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

#

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tuss en 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

juni ’23

27

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

grondwater In tabel 18 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 18: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

23-M10846-Echtensew eg 5, Hoogeveen

Certificaat

13889417

Toetsing

13-Beoordeling kw aliteit van grondwater volgens Wbb

Toetsversie

Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 29-06-2023 - 15:06

Parameters

Toetsing

13889417-001 Pb1Pb1, 01-Pb1: 210-310 Grondwater (AS3000) Overschrijding Streefw aarde

Analyse

Eenheid

S

T

I

SR

BT

BC

BI

METALEN barium

ug/l

50

338

625

170

170

>S

0.21

cadmium

ug/l

0.4

3.2

6

<0.2

0.14

<=S

-

kobalt

ug/l

20

60

100

<2

1.4

<=S

-

koper

ug/l

15

45

75

19

19

>S

0.07

kwik

ug/l

0.05

0.18

0.3

<0.05

0.035

<=S

-

lood

ug/l

15

45

75

5.6

5.6

<=S

-

molybdeen

ug/l

5

152

300

<2

1.4

<=S

-

nikkel

ug/l

15

45

75

6.2

6.2

<=S

-

zink

ug/l

65

432

800

28

28

<=S

-

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen

ug/l

0.2

15

30

<0.2

0.14

<=S

-

tolueen

ug/l

7

504

1000

<0.2

0.14

<=S

-

ethylbenzeen

ug/l

4

77

150

<0.2

0.14

<=S

-

o-xyleen

ug/l

0.12

0.12

p- en m-xyleen

ug/l

0.25

0.25

xylenen (0.7 factor)

ug/l

0.2

35

70

0.37

0.37

>S

0.00

styreen

ug/l

6

153

300

<0.2

0.14

<=S

-

naftaleen

ug/l

0.01

35

70

<0.02

0.014

<=S

-

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan

ug/l

7

454

900

<0.2

0.14

<=S

-

1,2-dichloorethaan

ug/l

7

204

400

<0.2

0.14

<=S

-

1,1-dichlooretheen

ug/l

0.01

5.0

10

<0.1

0.07

<=S

-

cis-1,2-dichlooretheen

ug/l

<0.1

0.07

trans-1,2-dichlooretheen

ug/l

<0.1

0.07

som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 ug/lfactor)

0.01

10

20

0.14

0.14

<=S

-

dichloormethaan

ug/l

0.01

500

1000

<0.2

0.14

<=S

-

1,1-dichloorpropaan

ug/l

<0.2

0.14

1,2-dichloorpropaan

ug/l

<0.2

0.14

1,3-dichloorpropaan

ug/l

<0.2

0.14

som dichloorpropanen (0.7 factor)

ug/l

0.8

40

80

0.42

0.42

<=S

-

tetrachlooretheen

ug/l

0.01

20

40

<0.1

0.07

<=S

-

tetrachloormethaan

ug/l

0.01

5.0

10

<0.1

0.07

<=S

-

1,1,1-trichloorethaan

ug/l

0.01

150

300

<0.1

0.07

<=S

-

1,1,2-trichloorethaan

ug/l

0.01

65

130

<0.1

0.07

<=S

-

trichlooretheen

ug/l

24

262

500

<0.2

0.14

<=S

-

chloroform

ug/l

6

203

400

<0.2

0.14

<=S

-

vinylchloride

ug/l

0.01

2.5

5

<0.2

0.14

<=S

-

tribroommethaan

ug/l

630

<0.2

0.14

---

MINERALE OLIE fractie C10-C12

ug/l

<25

17.5

--

fractie C12-C22

ug/l

<25

17.5

--

-

fractie C22-C30

ug/l

<25

17.5

--

-

<25

17.5

--

-

<50

35

<=S

-

fractie C30-C40

ug/l

totaal olie C10 - C40

ug/l

50

Verklaring toetsingsoordelen -

Geen toetsoordeel mogelijk

--

Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing

---

Streefwaarde ontbreek t, zorgplicht van toepassing

325

#

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

<=S

Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde

>S

Groter dan de streefwaarde

>I

600

-

Groter dan interventiewaarde

>(ind)I

INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden

^

Enkele parameters ontbrek en in de som

*

Het gehalte is groter dan de streefwaarde/achtergrondwaarde en k leiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd)

**

Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde en k leiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd)

***

Het gehalte is groter dan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd)

Kleur informatie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

> streefwaarde

juni ’23

28

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 19 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 19: samenvatting toetsresultaten per mengmonster grondmengmonster grond

boringen

diepte

zintuiglijk >AW / S

MM1 MM2

1+7+11+12 4+5+6+7

0.0-0.5 0.0-0.5

-

MM3 MM4 MM5 M1 grondwater

8+10+13 2+3 1+3 D1 t/m D5

0.0-0.5 0.5-1.0 0.5-1.5 0-0.1

Bakst. sporen -

zink, PAK, minerale olie cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB kwik -

Pb1

1

2.1-3.1

-

barium, koper, xylenen

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

-

-

Industrie* Achtergrondwaarde*

koper, zink -

-

Industrie* Wonen* Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*

-

-

n.v.t.

>AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalte zink (zware metalen), PAK en PCB in het bovengrondmengmonster MM1 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan waargenomen bijmengingen in het opgeboorde materiaal. Bovengrondmengmonster MM2 bevat geen verhoogde gehalten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of de detectiewaarden. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte koper en zink (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde en een verhoogd gehalte cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink (zware metalen) PAK en PCB t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten zware metalen, PAK en PCB in het bovengrondmengmonster MM3 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen mogelijk deels te relateren aan de waargenomen bijmengingen met baksteen sporen in het opgeboorde materiaal. Bovengrondmengmonster M1 (daklijn) bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

juni ’23

29

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

In algemene zin geldt dat in gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen, PAK’s en/of PCB’s in de grond worden gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Op basis van het toekomstige bodemgebruik van de onderhavige locatie en het gemeten loodgehalte ter plaatse van het mengmonster MM3 is er mogelijk sprake van onvoldoende bodemkwaliteit. Lood in de bodem kan al bij lage gehalten een gezondheidsrisico vormen voor jonge kinderen. Bij gevoelige locaties zoals wonen met tuin, plaatsen waar kinderen spelen en moestuinen dient hier rekening mee te worden gehouden.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. PCB’s zijn meer dan 100 jaar geleden ontdekt. De productie en het commerciële gebruik van deze stoffen begon rond 1929. In Nederland is productie en gebruik van PCB’s sinds 1998 verboden. PCB’s zijn vanwege hun eigenschappen (bestand tegen hoge temperatuur en druk, vrijwel onbrandbaar, goed oplosbaar in olie en vet) in veel producten toegepast.

Voorbeelden hiervan zijn de toepassing ervan in condensatoren, transformatoren, hydraulische-of warmtegeleidingssystemen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier, (organochloor)bestrijdingsmiddelen (die vooral zijn toegepast als insecticiden) etc. Tegenwoordig zijn PCB’s vooral nog aanwezig in transformatoren die gefabriceerd zijn voor ca. 1980. PCB's (polychloorbifenylen) staan al tientallen jaren in de belangstelling als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. In het milieu hechten PCB's zich in sterke mate aan grond en slib. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1929 tot 1980.

juni ’23

30

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

ondergrond (0.5-1.5 m-mv) Ondergrondmengmonsters MM4 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte kwik (zware metalen) in het ondergrondmengmonster MM4 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan waargenomen bijmengingen in het opgeboorde materiaal. Ondergrondmengmonsters MM5 bevat geen verhoogde gehalten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of de detectiewaarden.

grondwater peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gemeten gehalte barium en koper (zware metalen) en xylenen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000) resp. streefwaarde, e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2-dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

juni ’23

31

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

4.3.2

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2

In deze paragraaf zijn de resultaten van de analyses van de grondmonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. De totale concentratie aan asbest per inspectiegat wordt conform NEN-5707+C2 bepaald door de concentratie visueel zichtbaar asbest in de grove zeeffractie (fractie >20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest in de fijne zeeffractie (fractie <20 mm). Door het gewicht te bepalen van de evt. handmatig verzamelde asbesthoudende materialen en dit te delen door de massa (inhoud / soortelijk gewicht) van het betreffende inspectiegat wordt de concentratie asbestverdacht materiaal in het inspectiesleuf bepaald. Deze concentratie moet echter nog worden gecorrigeerd voor het percentage asbest in de materiaalmonsters dat door het laboratorium is bepaald. De analyseresultaten van de grond(meng)- en materiaalmonsters zijn samen met de interpretatie opgenomen in tabel 20 t/m 22. tabel 20: resultaten asbestanalyse materiaal verzamel monsters in de fractie > 20 mm (absoluut gewicht) Monsteromschrijving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14466879/1