CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Ontwerp Omgevingsvergunning Echtenseweg 5 te Hoogeveen-geanonimiseerd

Raadsavond 12 september 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Ontwerp VVGB Echtenseweg 5 te Hoogeveen30.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Vorm

Asbestgehalte (%)

(inspectiegat)

Serpentijn

Amfibool

chrysotiel

Amosiet

crocidoliet

(mg)

(mg)

(mg)

maaiveld

-

-

-

-

D1 t/m D5

-

-

-

-

Toelichting HB = hecht gebonden

tabel 21: resultaten asbestanalyses grondmengmonsters uit de fractie <20 mm inspectiegat

monstercode

diepte in m-mv

gewogen asbestconcentratie < 20 mm

serpentijn amfibool

asbest (gewogen) afgerond

crysotiel

amosiet

crocidoliet mg/kg

-

-

-

druppelzones D1 t/m D5

M1

0.0-0.1

<2

Op de analysecertificaten staan de bovengrenzen van de analyses vermeld. Deze gelden als detectiegrenzen en zijn qua hoogte afhankelijk van de onderzochte monstervolumes en de samenstelling van de monsters.

juni ’23

32

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

tabel 22: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegat (m-mv)

druppelzones D1 t/m D5

Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens bovengrens conc.

Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens conc.

-

-

-

-

-

Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. (gewogen) bovengrens

gem. conc.

ondergrens

bovengrens

-

<2 (-)

<2

<2

toelichting * =gehalte is indicatief van betreffend monster is de fractie <20 mm niet onderzocht ** = de maaiveldinspectie is indicatief, het maaiveld kon slechts beperkt worden geïnspecteerd - =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) +/- =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd + =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd # = waarde is gecorrigeerd voor de fractie <20 mm

interpretatie resultaten maaiveld Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde deel van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. druppelzones toplaag (0.0-0.1 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten D1 t/m D5 is in de uitgegraven toplaag (bodemlaag tussen 0.0-0.1 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde toplaagmengmonster M1 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D1 t/m D5 is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <2 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. de inspectiegaten D1 t/m D5 bedraagt <2 mg /kg d.s. en is daarmee niet verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens.

juni ’23

33

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming). verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 23. tabel 23: samenvatting toetsresultaten per mengmonster grondmengmonster grond

boringen

diepte

zintuiglijk >AW / S

MM1 MM2

1+7+11+12 4+5+6+7

0.0-0.5 0.0-0.5

-

MM3 MM4 MM5 M1 grondwater

8+10+13 2+3 1+3 D1 t/m D5

0.0-0.5 0.5-1.0 0.5-1.5 0-0.1

Bakst. sporen -

zink, PAK, minerale olie cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB kwik -

Pb1

1

2.1-3.1

-

barium, koper, xylenen

>AW

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

-

-

Industrie* Achtergrondwaarde*

koper, zink -

-

Industrie* Wonen* Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*

-

-

n.v.t.

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat geen verhoogde gehalten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of de detectiewaarden. Bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte koper en zink (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde en een verhoogd gehalte cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink (zware metalen) PAK en PCB t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten koper en zink in het bovengrondmengmonster MM3 overschrijden de tussenwaarde/bodemindex en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging een directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek.

juni ’23

34

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Bovengrondmengmonster M1 (daklijn) bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-1.5 m-mv) Ondergrondmengmonsters MM4 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrondmengmonsters MM5 bevat geen verhoogde gehalten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of de detectiewaarden. grondwater peilbuis 1 (2.1-3.1 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gemeten gehalte barium, koper (zware metalen) en xylenen t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er voor deze stof uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek.

toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg deels als milieuhygiënisch verdacht en onverdacht aangemerkt. In tabel 24 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 24 : toetsing hypothese Locatie

Hypothese

Correct?

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?

Nader onderzoek?

Echtenseweg 5 te Hoogeveen

verdacht

ja, verhoogde gehalten aangetoond

nee, onderzoeksinspanning voldoende

ja, er zijn matig verhoogde gehalten in de bodem gemeten.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Bovengrondmengmonster MM3 bevat koper en zink verhoogd t.o.v. de tussenwaarde en geeft hierdoor aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. Geadviseerd wordt om het geanalyseerde bovengrondmengmonster MM3 uit te splitsen en de afzonderlijke deelmonsters te onderzoeken op het gehalte koper en zink. Op deze wijze wordt het verhoogd gemeten gehalte koper en zink in het bovengrondmengmonster MM3 geverifieerd en ontstaat meer inzicht in de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging. Indien na uitsplitsing wederom gehalten koper en/of zink hoger dan de tussenwaarde of bodemindex waarde >0.5 worden gemeten is een nader (afperkend) onderzoek noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging. Voor het overige bevat de bovengrond, de ondergrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie plaatselijk verhoogde gehalten t.o.v. resp. de achtergrondwaarde en de streefwaarde. Deze licht verhoogde gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek.

juni ’23

35

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

De onderzoeksresultaten stemmen overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “verdacht” wordt aanvaard. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten onvoldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt, behoudens t.pv. drie onderzochte druppelzoens, geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging.

juni ’23

36

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 27. tabel 27: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegat (m-mv)

druppelzones D1 t/m D5

Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens bovengrens conc.

Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens conc.

-

<2

-

-

<2

Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. (gewogen) bovengrens

gem. conc.

ondergrens

bovengrens

<2

<2 (-)

<2

<2

toelichting * =gehalte is indicatief van betreffend monster is de fractie <20 mm niet onderzocht ** = de maaiveldinspectie is indicatief, het maaiveld kon slechts beperkt worden geïnspecteerd - =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) +/- =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd + =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd # = waarde is gecorrigeerd voor de fractie <20 mm

maaiveld Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde deel van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. druppelzones toplaag (0.0-0.1 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten D1 t/m D5 is in de uitgegraven toplaag (bodemlaag tussen 0.0-0.1 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde toplaagmengmonster M1 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D1 t/m D5 is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <2 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. de inspectiegaten D1 t/m D5 bedraagt <2 mg/kg d.s. en is daarmee niet verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als verdacht voor asbest aangemerkt. Uit het onderzoek is gebleken dat de toplaag t.p.v. inspectiegaten D1 t/m D5 een verhoogd gehalte asbest boven de bepalingsgrens bevat. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vooraf gestelde onderzoekshypothese “verdacht” aanvaard. Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002, 2018 en/of overige geldende analysemethoden.

juni ’23

37

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Aanbevelingen 1) Bovengrondmengmonster MM3 bevat koper en zink verhoogd t.o.v. de tussenwaarde en geeft hierdoor aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. Geadviseerd wordt om het geanalyseerde bovengrondmengmonster MM3 uit te splitsen en de afzonderlijke deelmonsters te onderzoeken op het gehalte koper en zink. Op deze wijze wordt het verhoogd gemeten gehalte koper en zink in het bovengrondmengmonster MM3 geverifieerd en ontstaat meer inzicht in de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging. Indien na uitsplitsing wederom gehalten koper en/of zink hoger dan de tussenwaarde of bodemindex waarde >0.5 worden gemeten is een nader (afperkend) onderzoek noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging. 2) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties.

Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt.

afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

juni ’23

38

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op de locatie gelegen aan de Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van verdachte terreindelen die buiten het plangebied zijn gelegen of die onder de bebouwing zijn gelegen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek, behoudens t.p.v. de onderzochte druppelzones, geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp.

puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.

een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen.

Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

juni ’23

39

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

6

LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.

juni ’23

40

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen

7

COLOFON

opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

: : : : :

Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse

juni ’23

De Stijll Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen 41 blz. 30 juni 2023 ing. A.D.M. van Wuykhuyse

Paraaf

Gecontroleerd door ing. M.J.A. van Wuykhuyse

Paraaf

Datum

Status

30 juni 2023

definitief

41

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT jB axIJi F

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Geo-& Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28

http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

Situa e rond 1900

Situa e rond 1910

Situa e rond 1935

Situa e rond 1955

Situa e rond 1965

Situa e rond 1995

Situa e rond 2000

BIJLAGE 3

Foto 1. Echtenseweg 5, Hoogeveen

Foto 2. Echtenseweg 5, Hoogeveen

Foto 3. Echtenseweg 5, Hoogeveen

Foto 4. Echtenseweg 5, Hoogeveen

Foto 5. Echtenseweg 5, Hoogeveen

01

Pb 1

bet on / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en grind, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, edelm an

50

0

-50

100 3 -140

veen, m ineraalarm , donker bruin, edelm an

150 4

-180

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, edelm an

5 200 210

250

300 310

-310 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

02

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 50

0 -7

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an -50

2

veen, st erk zandig, donker bruin, beige, edelm an -90

100 3

veen, m ineraalarm , donker bruin, roest bruin, edelm an

150 -170 4 200 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker beige, edelm an -200

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Ech t e n se w e g 5 , H oog e ve e n 2 3 -M 1 0 8 4 6 N EN 5 1 0 4

03

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 2 50

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin, edelm an -30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin, edelm an 3

100

-50

veen, zwak zandig, donker bruin, roest bruin, edelm an -110

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an

5

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig grindig, licht beige, edelm an

150

-150

200 t ype dat um boorm eest er

-200

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

04

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

05

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

06

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

07

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, licht grijs, bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, edelm an

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Ech t e n se w e g 5 , H oog e ve e n 2 3 -M 1 0 8 4 6 N EN 5 1 0 4

08

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

09

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

10

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

11

bet on / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

12

bet on / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

13

bet on / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs, bruin, sporen bakst een, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, licht grijs, bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, licht grijs, bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs, bruin, sporen bakst een, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, sporen bakst een, edelm an

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 6 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Ech t e n se w e g 5 , H oog e ve e n 2 3 -M 1 0 8 4 6 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14466879/1