3. Ontwerp Omgevingsvergunning Echtenseweg 5 te Hoogeveen-geanonimiseerd
Tekst van het document
4.1
Bodem
Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. In het kader van de bouwaanvraag is voor de te realiseren (recreatie)woningen en verblijfsruimten, maar ook voor de bijbehorende tuinen en andere delen van het plan waar mensen meer dan 2 uur per dag verblijven) een bodemonderzoek noodzakelijk. In verband met de voorgenomen nieuwbouw is door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend onderzoek naar bodemverontreiniging uitgevoerd ter plaatse van de Echtenseweg 5 te Hoogeveen (d.d. 30 juni 2023, zie Bijlage I).
Het verkennend onderzoek heeft als doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te bepalen. Zowel het maaiveld ter plaatse van de verrichte boringen als de opgeboorde grond is zintuiglijk geïnspecteerd op de aanwezigheid van bodemvreemde afwijkingen of asbestverdachte materialen. •
•
Zintuiglijk Op het maaiveld en in de grond, ter plaatse van de verrichte boringen, zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van bodemvreemde afwijkingen of asbestverdachte materialen. Resultaten boringen Uit de toetsingsresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt echter dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Bovengrondmengmonster MM3 bevat koper en zink verhoogd t.o.v. de tussenwaarde en geeft hierdoor aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. Geadviseerd wordt om het geanalyseerde bovengrondmengmonster MM3 uit te splitsen en de afzonderlijke deelmonsters te onderzoeken op het gehalte koper en zink. Op deze wijze wordt het verhoogd gemeten gehalte koper en zink in het bovengrondmengmonster MM3 geverifieerd en ontstaat meer inzicht in de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging. Indien na uitsplitsing wederom gehalten koper en/of zink hoger dan de tussenwaarde of bodemindex waarde >0.5 worden gemeten is een nader (afperkend) onderzoek noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging. Voor het overige bevat de bovengrond, de ondergrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie plaatselijk verhoogde gehalten t.o.v. resp. de achtergrondwaarde en de streefwaarde.
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
17
•
Deze licht verhoogde gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. asbest Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Aangezien tussenwaarde niet wordt overschreden is er geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek
4.2
Archeologie en Cultuurhistorie
4.2.1 Archeologie Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. Volgens de beheersverordening “BG Noord Hoogeveen, 2022” geldt voor het projectgebied waar de woningen zullen worden gerealiseerd een “Waarde – Archeologie 2” en tevens geldt er deels een “Waarde-Archeologie 3”. Dit is tevens terug te zien op de beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoogeveen zoals weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 8: Uitsnede beleidskaart archeologie van de gemeente Hoogeveen. Projectgebied is blauw omlijnd.
In de regels behorende bij “Waarde-Archeologie 2” is opgenomen dat als er voor het bouwen grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 100 m en een diepte van 0,3 m of meer, er een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), moet worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. 2
Aangezien de te realiseren woningen zijn gesitueerd ter hoogte van de aanduiding “WaardeArcheologie 2” is er een archeologisch Bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door De Steekproef (rapport 2023-07/16, d.d. juli 2023, zie bijlage II).
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
18
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van het Fries-Drentse keileemplateau. Op de geomorfologische kaart bevindt het projectgebied zich in een beekdal. Ten oosten en ten westen komen dekzandruggen voor. De bodem bestaat uit moerige eerdgronden met een moerige bovengrond op zand. Op grond van het bureauonderzoek geldt ter plaatse van de Echtenseweg 5 te Hoogeveen een middelhoge tot hoge verwachtingswaarde voor vindplaatsen uit de steentijd tot en met de nieuwe tijd. Het projectgebied ligt in een beekdal, tussen twee dekzandkoppen. Vanwege de ligging in het beekdal kunnen rituele deposities uit de prehistorie worden verwacht. Ook zijn grondsporen uit de prehistorie niet uit te sluiten. In het beekdal worden geen nederzettingsterreinen verwacht, door de lager gelegen natte bodems (veengronden). Wel dient rekening te worden gehouden met resten van voorden, historische bruggen, sluizen en stuwen. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het plangebied tot in het veen verstoord is geraakt. Onder de verstoringslagen zijn beekdalafzettingen aanwezig met een intacte, afdekkende veenlaag. Het veldonderzoek in het plangebied heeft in het beekdal geen vondsten opgeleverd. In de beek- en rivierdalen, afgedekt met een veenlaag, kunnen allerlei aan water gerelateerde relicten bewaard zijn gebleven.
Het kan hierbij gaan om resten van steigers, houten bruggen, boten en offers (o.a. bijlen, bronzen lanspunten en aardewerk). Als een restant van het voormalige veendek bewaard gebleven is (zoals in het plangebied), kan het loopvlak uit de steentijd ook nog aanwezig zijn. Er kunnen ook resten van oversteekplaatsen (voorden) aangetroffen worden in beekdalen en archeologische resten goed bewaard zijn gebleven (bijvoorbeeld hout of bot). Hiermee blijft er in het plangebied een middelhoge tot hoge kans op behoudenswaardige archeologische waarden. Tevens is volgens de “Bronnenkaart archeologie” van de gemeente Hoogeveen een historisch element aanwezig: een voorde/brug over de “Boven-Scheisloot” (zie onderstaande figuur).
Figuur 9: uitsnede Bronnenkaart archeologie van de gemeente Hoogeveen, met projectgebied zwart omlijnd.
Voor deze historische voorde/brug geldt een hoge archeologische en cultuurhistorische verwachtingswaarde. Daarnaast bevindt het projectgebied zich in een beekdal. Uit het veldonderzoek is gebleken dat onder de verstoringslagen, beekdalafzettingen aanwezig zijn met een intacte, afdekkende (veraarde) veenlaag. Dit niveau bevindt zich op een diepte van 85 – 137 centimeter beneden maaiveld (5,6 tot 5,9 meter boven NAP). De fossiele beekdalen van het Oude Diep zijn door de provincie aangewezen als beekdalen van Provinciaal Belang Archeologie. Hierbij geldt dat voor de gebieden met een hoge verwachting, vanwege de ligging in een beekdal met een afdekkende (veraarde) veenlaag, een onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding (protocol opgraving) dient plaats te vinden (Sueur 2015). Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
19
Er wordt geadviseerd om graafwerkzaamheden in het plangebied die dieper gaan dan 0,5 meter beneden maaiveld, ten behoeve van het uitgraven van de bouwvakken (footprints van de nieuwbouw), onder archeologische begeleiding (protocol opgraven) te laten plaatsvinden. Voor het uitvoeren van dit waarderend onderzoek dient door een senior-KNAarcheoloog eerst een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat door de bevoegde overheid moet worden goedgekeurd. In dit PvE worden de wetenschappelijke en praktische uitgangspunten waaraan het onderzoek moet voldoen vastgelegd. Als bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister (melding kan bij gemeente Hoogeveen) conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. 4.2.2 Cultuurhistorie In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. De provincie Drenthe heeft de cultuurhistorie in kaart gebracht middels de Cultuurhistorische kompas en heeft de kernkwaliteiten van de cultuurhistorie opgenomen in de bijbehorende kaart bij de provinciale verordening. In de Cultuurhistorische Kompas Drenthe (Provincie Drenthe, juni 2009) staat de cultuurhistorie beschreven.
Voor het projectgebied geldt hier een “generiek beleid: respecteren”. Respecteren geldt voor alle onderdelen van de cultuurhistorische hoofdstructuur. Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Het is de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron benutten voor ontwikkelingen. Voor het deelgebied “Hollandscheveld en Hoogeveen” geldt dat de structuur van dit gebied geen duidelijke drager heeft. Dit komt door de relatief complexe en kleinschalige aanpak van de oudere veenontginningen, vanaf de 17de eeuw. De (verlengde) Hoogeveensche Vaart vormt de basis en verbindende schakel in de veenontginningen. De structuur hiervan is nog steeds herkenbaar aan de “opgaanden”, die als ontginningsas dienden, en aan de verschillende kavelrichtingen van de –vele- ontginningsblokken, die aan de achtergrenzen bij elkaar komen. Op het perceel aan de Echtenseweg 5 staat de voormalige grasdrogerij Echten. Het gebouw heeft waarde vanuit sociaaleconomisch perspectief. Het geeft een beeld van de gevolgen van de tweede wereldoorlog voor de agrarische sector en hoe deze lokaal opgelost werden. Dat de grasdrogerij als coöperatie is opgericht, geeft een beeld van hoe de samenleving op dat moment functioneerde. De grasdrogerij kan geschaard worden onder industrieel erfgoed.
Het gebouw heeft een beeldbepalende ligging aan de Hoogeveensche Vaart ter hoogte van de brug op de weg van Echten naar Ten Arlo - Zuidwolde. Het gebouw is functioneel van aard en heeft een bepaalde standaard typologie die gebruikelijk was voor grasdrogerijen uit deze periode. Het gebouw is rationeel ontworpen, wat maakt dat het productieproces afleesbaar is aan de vorm. De hoofdvorm van het gebouw is herkenbaar. Voor de grasdrogerij kan bij behouden gedacht worden aan de hoofdvorm en volume van het gebouw. De hoofdvorm refereert aan de karren die hoog beladen met gras door de hoge centrale ingangspartij naar binnen werden gereden. De ingangspartij is een kenmerkend, behoudenswaardig detail van het gebouw. Het toevoegen van nieuwbouw/nieuwe volumes op het terrein is goed mogelijk. Hierbij wordt rekening Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
20
gehouden met de ligging (nok haaks op het kanaal) en het industriële karakter van de grasdrogerij. Bij het ontwerp van het plan aan de Echtenseweg is de hoofdvorm van het beeldbepalende gebouw duidelijk terug te zien en het voormalig bijgebouw wordt teruggebouwd in de vorm van een schuur met woningen zoals hieronder zichtbaar is.
Figuur 10: bebouwing voormalige grasdrogerij en schets van de inrichting van het nieuwe plan
4.3
Water
Een belangrijke ontwikkeling in het waterbeleid is de Watertoets. Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied ligt in het beheersgebied van "Waterschap Drents Overijsselse Delta". Voor dit plan is de digitale watertoets van het waterschap ingevuld (d.d. 11-12-2023, zie bijlage III). Naar aanleiding van deze ingevulde watertoets geeft het waterschap aan dat de normale procedure van toepassing is. P.M.
4.4
Natuur en Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen door Ecoreest ( projectnummer 230476, d.d. 6 juli 2023, zie bijlage IV) getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van deze quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: Gebiedsbescherming Het projectgebied aan de Echtenseweg 5 te Hoogeveen ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Dwingelderveld, Mantingerzand en Holtingerveld, op respectievelijk 7,7, 11,8 en 12,1 kilometer afstand. Overige Natura 2000-gebieden bevinden zich op meer dan 17 kilometer afstand. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is er geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking.
Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa zes kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000-gebieden.
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
21
Ook ontbreken ecologische relaties tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gebonden aan specifieke biotopen (Min LNV, 2022). De doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (zoals kamsalamander, grote modderkruiper, drijvend waterweegbree, zeggekorfslak, dodaars en aalscholver) zijn voornamelijk gebonden aan open water, (riet)moerassen en open (heischrale)landschappen. Dergelijke biotopen zijn niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien de habitateisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het plangebied (nabij verstoringsbronnen zoals bebouwing en wegen) worden de doelsoorten niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied verwacht. Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) verstoring op instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden. Eventuele trillingen hebben gezien het geringe trillingseffect van circa 50 meter (Gemeente Utrecht, 2003) geen effect op de verder gelegen Natura 2000-gebieden. De overige effecten verontreiniging en verdroging zijn gezien de uitvoeringswijze (wo. milieueisen machinerie) niet aan de orde. Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 7,7 kilometer afstand.
Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten. Deze stikstofdepositie komt aan het eind van deze paragraaf aan de orde. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de ligging tussen bestaande bebouwing en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de Flora- en faunawet. Op grond van deze wet mogen er geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen) die in de wet zijn aangewezen, verstoord worden. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen Met de ingang van de Omgevingswet (verwachte ingangsdatum 1 januari 2024) dient aandacht besteed te worden aan activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Deze regels gaan gelden in artikel 11.27 (Bal, specifieke zorgplicht soorten). Hierbij dient voorafgaand van de activiteit nagegaan te worden of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van rode lijst soorten, genoemd in bijlage IX of in rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19 van de Omgevingswet.
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt geconcludeerd: • Er zijn nestplaatsen van huismus aanwezig. Vervolgstappen zijn aan de orde. • Tijdens het veldbezoek zijn nestplaatsen van boerenzwaluw waargenomen. In de omgeving zijn enkele alternatieven aanwezig voor deze soort. Vervolgstappen zijn aan de orde. • Binnen het plangebied kunnen zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen (van enkele individuen) van gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger aanwezig zijn. Vervolgstappen zijn aan de orde.
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
22
• • • •
Mogelijk vormt het projectgebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied van vleermuizen. Dit betreft echter geen essentiële vliegroute of foerageergebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. Er kunnen verblijfplaatsen van steenmarter aanwezig zijn. Vervolgstappen zijn aan de orde. Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het projectgebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden en nietbeschermde zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.
Om te bepalen of er verblijfplaatsen van vleermuizen of een steenmarter in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Ook dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de nestlocaties van huismus en boerenzwaluw, om het aantal nestlocaties en het belang van de bebouwing voor deze soorten in kaart te brengen. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en/of welke stappen (mitigatie, compensatie) benodigd zijn voor een ontheffingsaanvraag. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum.
Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Natuurinclusief bouwen Het te herontwikkeling plangebied met de te realiseren nieuwbouw en in te richten buitenruimte biedt mogelijkheden voor het realiseren van verblijfplaatsen en leefgebied voor onder andere vleermuizen en huismus. Hiervoor zijn vele mogelijkheden. Geadviseerd wordt in een vroeg stadium van de planvorming een ecoloog te betrekken om mee te denken bij een natuurinclusieve invulling met faunavoorzieningen in de realiseren bebouwing en een ecologische meerwaarde in de buitenruime. Zorgplicht Te allen tijde blijft de zorgplicht gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. Stikstof Bij de realisatie van nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met stikstof-uitstoot. Stikstof verspreidt zich door de lucht en slaat neer op de bodem. Door dichtbij natuurgebieden te bouwen, komt stikstof dus ook daar terecht. En die overdaad aan stikstof is een groot probleem voor de natuur.
Het verrijkt namelijk de bodem waardoor zeldzame planten, die het goed doen op een voedselarme grond, het niet overleven en overwoekerd raken door planten Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
23
die wél goed gedijen op een voedselrijke grond. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend verklaard. Het PAS regelde sinds 2015 de ruimte voor de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de realisatie- en/of de gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cv-installaties, in het verkeer of door inzet van mobiele machines. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor de te beschermen soorten en habitats. Natura 2000-gebieden zijn onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en de bescherming ervan is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb (art. 2.7) verplicht vooraf te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden (significant) negatieve effecten kunnen hebben. Voor het stikstofaspect wordt het rekenmiddel AERIUS Calculator gebruikt om de te verwachten stikstofdepositie (NOx) te berekenen.
Uit de AERIUS-berekening voor de gebruiksfase van het beschouwde plan komt naar voren dat géén sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol N/ha/jr op Natura 2000-gebieden. De beoogde sloop en nieuwbouw heeft zodoende geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. Deze Aerius-berekeningen zijn bijgevoegd in bijlage V. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied (op bijna 8 kilometer) en het rekenresultaat van de AERIUS-calculator is het plan vergunningsvrij uitvoerbaar
4.5
Geluid
4.5.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Op basis van art. 74 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: • Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied: • Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De Echtenseweg betreft ter hoogte van het plangebied een buitenstedelijke weg met twee rijstroken en een zone van 250 meter. Aangezien het projectgebied binnen deze zone ligt is er een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor het plan aan de Echtenseweg 5 te Hogeveen door ingenieursbureau Spreen (d.d. 27 juni 2023, zie bijlage VI) De vier nieuwe woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Echtenseweg. Omdat de nieuwe geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd binnen de zone van een weg zijn de geluidsbelastingen op deze woningen te worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Ter plaatse van de woningen 1 t/m 3 en de zijgevels van woning 4 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, maar kan wel worden voldaan aan de grenswaarde van 53 dB. Hiervoor kunnen na overweging van maatregelen hogere waarden worden vastgesteld.
Ter plaatse van de noordgevel van woning 4 wordt tevens de grenswaarde Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
24
van 53 dB overschreden. Een gevel met een geluidsbelasting van meer dan 53 dB dient te worden uitgevoerd als een dove gevel. Een dove gevel betreft geen gevel in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zijn in het akoestisch onderzoek bronen overdrachtsmaatregelen overwogen. In overleg met de gemeente Hoogeveen wordt overwogen of het treffen van bron- en of overdrachtsmaatregelen als doelmatig is aan te merken. Indien bron- en overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig worden aanmerkt, kan het college van B&W van de gemeente Hoogeveen een hogere waarde vast stellen van: • Woning 1 Lden = 50 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de Echtenseweg; • Woning 2 Lden = 51 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de Echtenseweg; • Woning 3 Lden = 52 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de Echtenseweg; • Woning 4 Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de Echtenseweg. Tevens dient de noordgevel van woning 4 te worden uitgevoerd als een dove gevel. De dove gevel kan in de bouwregels worden vastgelegd. Omdat een hogere geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai als toelaatbaar wordt aangemerkt, dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aandacht te worden besteed aan de geluidwering van de gevels.
Hierbij dient rekening te worden gehouden met de, in het akoestisch onderzoek berekende, gecumuleerde geluidsbelasting exclusief aftrek art. 110g Wgh. Als hiermee rekening wordt gehouden vormt het wegverkeerslawaai geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Tevens zal er, om zo weinig mogelijk geluid te ervaren van de Echtenseweg, een (groene) geluidswering komen aan de noordzijde van het projectgebied, zoals afgebeeld in de volgende figuur.
Figuur 11: situering geluidiswering Echtenseweg
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
25
4.5.2 industrielawaai In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich een aantal bedrijven waarvoor een contour geldt in verband met industrielawaai. In de volgende paragraaf zal hier verder op worden ingegaan in verband met bedrijven en milieuzonering.
4.6
Milieuzonering bedrijven
Het milieubeleid en de daarop gebaseerde regelgeving spelen een belangrijke rol bij het ruimtelijke ordeningsbeleid. Beide beleidsterreinen richten zich op de bescherming van de kwaliteit van de (leef)omgeving. In ruimtelijke plannen wordt de situering van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) ten opzichte van elkaar (milieuzonering) geregeld. In de toelichting bij een ruimtelijke onderbouwing dient aangegeven te worden op welke wijze aan dat beleid gestalte wordt gegeven. De VNG-brochure "bedrijven en milieuzonering" (2009) is hierbij een belangrijk hulpmiddel. Hierin staan de richtafstanden van bedrijven tot bebouwing aangegeven. Deze richtafstanden hebben betrekking op geur, stof, geluid en gevaar. Wordt aan de richtwaarden van deze brochure voldaan, dus liggen de bedrijven voldoende ver van het plangebied, dan kan worden aangenomen dat de bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden door de voorgenomen realisatie van een woning. Onderhavig plan betreft een recreatieve-, horeca en woonfunctie. De reguliere woonfunctie betreft een milieugevoelige functie die geen hinder mag ondervinden van de bestaande functies in de omgeving. De (recreatieve) woonfunctie betreft geen milieubelastende functie en vormt dan ook geen belasting voor omliggende functies.
Voor de horeca daarentegen geldt bovendien een richtafstand van 10 meter (in verband met geluid) geldt ten opzichte van milieugevoelige functies. In het buitengebied mag deze afstand echter met 1 stap worden verkleind, hetgeen betekend deze richtnorm hier 0 meter bedraagt en daarmee wegvalt. De nieuwe woonfunctie mag geen hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In dit geval is de woning een milieugevoelige functie. In de omgeving van het projectgebied is een vijftal “bedrijven” gelegen waarvoor een contour geldt. Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Figuur 12: bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving
Voor deze bedrijven gelden maximale richtafstand van 10 en 30 meter ten opzichte van de geluidgevoelige functie (4 te realiseren woningen) in het projectgebied. Voor het gemengd gebied kunnen deze afstanden met 1 stap worden verkleind, hetgeen betekent dat de maximale afstanden 0 en 10 meter wordt. Doordat de vier woningen buiten de 10 meter contour van het transformatorhuis zijn gesitueerd is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
26
Figuur 13: 10 meter contour transformatorhuis
Aangezien er wordt voldaan aan de richtafstanden worden er door het voorgenomen initiatief ook geen bedrijven beperkt on hun bedrijfsontwikkeling. Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit project.
4.7
Geur
Op circa 450 meter van het projectgebied bevindt zich Rioolwater Zuiveringsinstallatie (RWZI) Echten. Voor de RWZI in Echten zijn geurcontouren vastgelegd zoals weergegeven in onderstaande figuur. (Berekening geurcontouren RWZI Echten, Royal HaskoningDHV, 18 april 2013, 9Y2973_MD-AF20130690). Hieruit blijkt dat het projectgebied (rode ovaal) zich in de buitenste contourrand bevindt.
Figuur 14: projectgebied ten opzichte van de geurcontouren RWZI Echten
Een RWZI moet voor wat betreft het aspect geur voldoen aan artikel 3.5b van het Activiteitenbesluit (§ 3.1.4a Behandeling van stedelijk afvalwater).
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
27
1. De geurbelasting als gevolg van een zuiveringtechnisch werk is ter plaatse van geurgevoelige objecten niet meer dan 0,5 odeur unit per kubieke meter lucht als 98percentiel. 2. De geurbelasting als gevolg van een zuiveringtechnisch werk is ter plaatse van geurgevoelige objecten gelegen op een gezoneerd industrieterrein, een bedrijventerrein dan wel buiten de bebouwde kom, niet meer dan 1 odeur unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel. Voor een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op dat tijdstip een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, geldt: 3. De geurbelasting als gevolg van een zuiveringtechnisch werk is ter plaatse van geurgevoelige objecten niet meer dan 1,5 odeur unit per kubieke meter lucht als 98percentiel. 4. De geurbelasting als gevolg van een zuiveringtechnisch werk is ter plaatse van geurgevoelige objecten gelegen op een gezoneerd industrieterrein, een bedrijventerrein dan wel buiten de bebouwde kom, niet meer dan 3,5 odeur unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel. Wat verder nog van belang is dat de geurnormen niet gelden voor de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten die er op 1 januari 2011 nog niet waren of die toen nog niet geurgevoelig waren.
Dit laatste is hier van belang omdat hieruit volgt dat er voor de RWZI geen geurnormering geldt ten aanzien van geurgevoelige objecten van het voornemen omdat die er op 1 januari 2011 nog niet waren. Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet ter plaatse van geurgevoelige objecten een aanvaardbaar geurhinderniveau niet worden overschreden. De in het voorgaande bij de punten 1. en 2. aangegeven concentraties in de aangegeven situaties, gelden voor nieuwe geurgevoelige objecten ((recreatie-)woningen) als aanvaardbaar geurhinderniveau. Voor woningen buiten de bebouwde kom wordt een lager beschermingsniveau gehanteerd. Indien de geurcontouren van de RWZI in de afbeelding worden bekeken dan blijkt dat het plangebied in het rode ovaal tussen de contour van 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel en de contour van 1 ouE/m3 als 98-percentiel. Voor de geplande woningen aan de Echtenseweg 5 wordt aan de daarvoor, uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, in het Activiteitenbesluit geldende norm voor buiten de bebouwde kom van 1 ouE/m3 als 98-percentiel voldaan.
4.8
Milieueffectrapportage (MER)
In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden is opgenomen in de bijlage van het Besluit MER. Overigens wordt onderscheid gemaakt tussen een MER-beoordeling (categorie D), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een MER nodig is of een verplicht MER (categorie C). In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
28
uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject indien de oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Het voorliggend plan voorziet slechts in de realisatie van 4 woningen, 4 recreatieappartementen en kleinschalige horeca op een oppervlakte van nog geen 0,2 hectare. De functie wonen valt evenals de andere activiteiten onder de drempelwaarden zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals verwoord in dit hoofdstuk, blijkt voorts dat het planvoornemen geen negatieve effecten op de omgeving legt. Voor het onderhavig plan hoeft daarmee geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Het plan is op dit punt uitvoerbaar.
4.9
Luchtkwaliteit
Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft de luchtkwaliteit. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkelingen, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; • een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van VROM in samenwerking met InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan “niet in betekenende mate” bijdraagt aan luchtverontreiniging.
Door het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer in te vullen, wordt een worstcasescenario berekend. Bovendien is er in de Regeling NIBM een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Voor wat betreft woningbouw wordt hier onder verstaan, een locatie met één uitvalsweg waar maximaal 1.500 woningen worden gepland of een locatie met twee uitvalswegen waar maximaal 3.000 woningen worden gepland. In onderhavige situatie is sprake van toename van vier woningen, vier recreatiewoningen en kleinschalige “lichte” horeca. Deze zal geen grote toename van het aantal motorvoertuigen (mvt) tot gevolg hebben. De omvang van de beoogde woningbouwlocatie valt onder de categorie woningbouwlocaties die niet-in-betekenende-mate bijdragen De realisatie van deze gewenste woningen zal voor de luchtkwaliteit dan ook geen negatieve gevolgen hebben. Het plan kan daarom worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
29
Uit oogpunt van luchtkwaliteit is er geen belemmering voor het voorgenomen initiatief aan de Echtenseweg 5 in Hoogeveen.
4.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen in de directe omgeving lopen als gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt en transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
projectgebied
Figuur 15: uitsnede kaart "veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten" (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
Uit de kaart “veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten”, zoals die is opgenomen op de kaart van www.atlasleefomgeving.nl, blijkt het volgende met betrekking tot risicovolle inrichtingen en vervoer gevaarlijke stoffen via wegen en buisleidingen: •
•
Inrichtingen De afstand tot de dichtstbijzijnde inrichting bedraagt meer dan 350 meter en ook ver buiten de de bijbehorende risico-contouren van deze inrichting. Deze vormen dan ook geen belemmeringen voor dit plan. Transport gevaarlijke stoffen en buisleidingen Daarnaast wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en hoofdgasleidingen. Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. wegen
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
30
De naastgelegen vaarweg en het spoor op 1 kilometer afstand worden niet aangemerkt als transportroute voor gevaarlijke stoffen en vormen geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Op circa 900 meter ligt de rijksweg “A28”. Voor deze weg geldt een brand- en explosieaandachtsgebied. Aangezien het desbetreffende perceel op nog circa 700 meter van dit aandachtsgebied ligt, valt het buiten de invloedssfeer van deze weg en vormt deze geen belemmering voor de realisatie van woningen, recreatieverblijven en kleinschalige -horeca aan de Echtenseweg 5 te Hoogeveen. Buisleidingen De dichtstbijzijnde buisleiding is ligt op circa 200 meter van het perceel aan de Echtenseweg 5. Vanwege deze grote afstand van de buisleiding tot het plangebied en de kleinschaligheid en aard van het plan, zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11
Verkeer en parkeren
Het plangebied is gelegen aan een voor gemotoriseerd verkeer doodlopende weg en ligt nabij de aansluiting op de A28. Het projectgebied is daarmee goed bereikbaar met de auto. Op het terrein zelf is voldoende ruimte voor het parkeren van de auto's aanwezig. Voor de 4 woningen worden er 8 parkeerplaatsen gerealiseerd op het “erf” met een eigen erftoegangsweg en voor de recreatiewoningen en horeca zijn er 6 parkeerplaatsen aan de straatkant. Er wordt vanuit gegaan dat de kleinschalige “lichte” horeca voornamelijk worden bezocht door passanten die er wandelend, fietsend of met de boot langskomen.
Figuur 16: terrein met parkeerplaatsen
4.12
Landschappelijke inpassing
Het projectgebied is gelegen aan de westzijde van Hoogeveen aan een historische route tussen het Landgoed Echten en de voormalige veengebieden waar nu de kern Hoogeveen ligt. Het ligt in een voor de gemeente Hoogeveen relatief toeristisch, recreatief gebied tussen Hoogeveen en Echten, aan een route waar een recreatieve fietsverbinding onderdeel van vormt. Het gebied wordt omsloten door een aantrekkelijk landschap en ligt enigszins verscholen en Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
31
verdiept vanaf de omliggende wegen aan het kanaal. De locatie is echter goed zichtbaar vanaf de omliggende wegen en is een soort ‘landmark’ voor Hoogeveen. Bij de herontwikkeling van de plek is gezocht naar het behoud en versterken van de sfeer die de plek ademt. Door de realisatie van een kas en een “vogelbosje aan de noordkant van het projectgebied ontstaat er aan die zijde een “groene” geluidswal ten opzichte van de Echtenseweg aan die kant. Verder zal het plan ook een groene uitstraling krijgen met onder andere “grasparkeren” in plaats van geheel verhard. Tevens zal er een hofje en opgaand groen komen tussen de 2 gebouwen, waardoor er een ruimtelijke opzet ontstaat met een de “scheiding” tussen de woon en recreatieve functie.
Figuur 17: landschappelijke inpassing
4.13
Duurzaamheid
Bij de duurzame ontwikkeling gaat het zowel om het zoeken naar de menselijke maat als om de functionaliteit (gebruikswaarde), de ruimtelijke kwaliteit (toekomstwaarde en aantrekkelijkheid) als om een duurzaam gebruik (comfort) en exploitatie (energie, grondstoffen en water). De maatvoering en afmeting van de openbare ruimte is dan ook afgestemd op de te ontwikkelen functies. Er zijn in de praktijk verschillende mogelijkheden om energieneutraal te bouwen en rekening te houden met het gebruik van duurzame materialen. Zo zal er in ieder geval gasloos worden gebouwd.
Ruimtelijke onderbouwing Echtenseweg 5 te Hoogeveen
32
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een planologische ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat in casu om een particulier initiatief. Er zijn, anders dan het toepassen van de procedure, voor de gemeente geen kosten aan het plan verbonden. De wijziging van het planologisch regime zou planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening tot gevolg kunnen komen. Om de eventueel uit te keren planschade niet ten laste van de gemeente te laten komen is hiervoor een overeenkomst met initiatiefnemer afgesloten.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1 procedure De wijziging van het gebruik doorloopt middels een omgevingsvergunningaanvraag de in de Wabo vastgelegde uitgebreide procedure. Tijdens het ter visie liggen van het plan kan eenieder zijn zienswijze kenbaar maken die zal worden betrokken bij de vergunningverlening als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3° Wabo. Door de realisatie van een nieuwe woning op aan de Oshaarseweg naast nr. 3 te Echten, worden er in de omgeving geen bedrijven belemmerd en worden geen belangen geschaad. 5.2.2 Participatie Het voorgenomen initiatief, met onder andere 4 woningen, is voorgelegd aan dorpsbelangen Echten. Zij geven aan het plan positief te ontvangen om de volgende redenen: • In dorp Echten is de laatste 30 jaar niets meer bijgebouwd, terwijl de jonge mensen van Echten graag in deze plaats willen blijven wonen. Als er een woning vrij komt, zijn deze voor een starter onbetaalbaar. • De school die Echten rijk is, is van groot belang voor de leefbaarheid van het dorp, om deze in stand te houden, is het nodig dat er ook woningen zijn voor jonge/startende mensen. • De entree naar Echten vanaf Hoogeveen is op dit moment niet van grote schoonheid, met gebouwen die in verval zijn. Het zou dermate opknappen als hier een aantal nieuwe woningen voor in de plek zouden komen.
• Het aanzien van de horeca ter plaatse en de roeivereniging zullen echt vooruitgaan bij het realiseren van uw plannen.
5.3
conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het initiatief zowel uit maatschappelijk en economisch oogpunt uitvoerbaar is. Daarnaast is niet gebleken van milieubelemmeringen en van beletselen uit ruimtelijk- planologisch oogpunt.
Bijlagen BIJLAGE I
Bodemonderzoek
BIJLAGE II
Archeologisch onderzoek
BIJLAGE III
Watertoets en -advies
BIJLAGE IV
Ecologisch onderzoek
BIJLAGE V
Stikstofberekening
BIJLAGE VI
Akoestisch onderzoek
Bijzonder wonen naast recreatie, Echtenseweg 5 te Hoogeveen
34
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
Onderwerp:
juni ’23
Projectnummer:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen 23-M10846
Opdrachtgever:
De Stijll
Datum:
30 juni 2023
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
datum
30 juni 2023
projectnummer
23-M10846
in opdracht van
De Stijll Buro voor Bouw-Ruimte-Milieu Hoofdstraat 9 7902 EA Hoogeveen
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
juni ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
Inhoud 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 13
VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 15 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 15
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 18
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 21 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 21
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 23
grond en grondwater (NEN-5740+A1)............................................................................................ 23 4.3
Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 26
4.3.1
Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 ............................................................. 26
4.3.2
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ........................................ 32
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 34
6
LITERTUURLIJST ..................................................................................................................... 40
7
COLOFON ................................................................................................................................. 41
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
juni ’23
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van De Stijll is in juni 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen (gemeente Hoogeveen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.
zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een geplande eigendomsoverdracht en herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
juni ’23
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie t.p.v. aanwezige druppelzones onder asbest daken al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017 (literatuur 12). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
juni ’23
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
Bodemopbouw
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
juni ’23
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen (e-mail d.d. 26-05-2023); • informatie van de RUD, integraal advies d.d. 06-07-2023; • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Drenthe; • informatie van Bodemloket.nl; • www.topotijdreis.nl; • voorgaande milieutechnische onderzoeken; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.
locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
Echtenseweg 5 Hoogeveen Hoogeveen Zie bijlage 1 X = 224,031 Y= 542,958 Gemeente Hoogeveen, perceel sectie P nr. 6227 Niet nagegaan. 1.840 m2 De onderzoekslocatie betreft een leegstaand, deels afgebroken bedrijfspand met grasland gelegen aan de Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen. De opdrachtgever voornemens om de locatie de nieuwbouw van recreatie appartementen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor de bebouwing op de locatie is het bouwjaar 1900 vermeld. In de gevel is een steen verwerkt met het jaartal 1942. De locatie is deels verhard met klinkers en betonplaten. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". Niet bekend.
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
juni ’23
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Echtenseweg nr. 5 te Hoogeveen
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van de topografische kaarten tussen 1900 en 1954 wordt de onderzoekslocatie weergegeven als onderdeel van een basis van topografische agrarisch perceel. Op kaarten na 1954 wordt bebouwing op de kaarten, locatie weergegeven. Topotijdreis) Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten vanaf 1904 is in de directe omgeving basis van van de onderzoekslocatie enige bebouwing te herkennen. Deze topografische bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / gewijzigd. kaarten, Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich toekomstig een woning en een roeivereniging. Aan de noordzijde grenst de locatie aan een groenstrook, de Echtenseweg en achtergelegen agrarisch percelen. Aan de oostzijde grenst de locatie aan een roeivereniging; Aan de westzijde grenst de locatie aan een naastgelegen woning; Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de Hoogeveensche Vaart.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie.