CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 03 09 SWO de Wolden Hoogeveen Gemeenteraad Hoogeveen

Raadsavond 9 maart 2023, gemeente Hoogeveen34.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren, de heer Pomper? De heer Pomper: Nee, daar moeten we ons nog even over gaan beraden. De voorzitter: Oké, dan ga ik naar de heer Meesters van de ChristenUnie. De heer Meesters: Ja. Om maar even antwoord te geven op de vraag van de heer Walda. Wat ons betreft heeft de wethouder eigenlijk dit al voldoende beantwoord. We willen lokaal eigendom, we willen lokale betrokkenheid. Dus dan gaat het ook om dat je in de nabijheid van de A37 moet zitten. Dus inderdaad voor wat betreft die revenuen, ja, die postcoderoos vinden we daar inderdaad een geschikte methodiek voor en inderdaad, als we het kaartje bekijken, er staat een groene lijn om heel gemeente Hoogeveen heen waarbij financiële participatie mogelijk is voor een ieder dus in die zin, ja, wat ons betreft kan dit zo door.

De voorzitter: De heer Kleine, Forum voor Democratie. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. Ik zou gaan nog een reactie willen geven op wat de heer Westendorp stelt. Het is de eerste keer dat ik lasten hoor, namelijk. Er wordt alleen maar gesproken over revenuen, opbrengsten en het is allemaal super dat iedereen kan participeren. Maar is er ook nog een risico dan voor de aandeelhouder? De voorzitter: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Ik begrijp uw vraag niet, de heer Kleine. De voorzitter: De heer Kleine voor de verduidelijking. De heer Kleine: Nou, er wordt in dit project gesproken, default, over een positief resultaat. Dus bijvoorbeeld de heer Meesters die zegt: het moet mogelijk zijn voor mensen met een kleine beurs om te participeren, want dan kunnen ze meeprofiteren in het project. Dus er wordt eigenlijk alleen gesproken over een positieve uitkomst van deze business case. Maar ik hoorde u nu voor het eerst het woord last opnoemen hè, dus lasten en lusten. Is er ook voor een aandeelhouder nou ook nog een risico? Kan het misgaan of, in het normale bedrijfsleven zou je kunnen zeggen: je investeert iets, je krijgt dus risico rendement omdat je weet van ja, het kan ook misgaan. Is dat in dit geval ook zo? De voorzitter: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, bij een business case zijn altijd risico's voor de investeerders, ja, klopt.

De voorzitter: Wilt u hier nog op reageren, de heer Kleine? De heer Kleine: Nee, dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Meesters. De heer Meesters: Ja, ik meen, ik hoorde de uitspraak van de heer Westendorp ook over lasten. Alleen ik meende even in die kader dat er werd gesproken over lasten in de zin van hè, op moment dat je daar dichtbij woont ja, dan heb je er meer last van dan wanneer je, bij wijze van spreken, in Pesse woont. Dan heb je er weinig last van dat de zonnepanelen langs de A37 staan. Dus ik denk dat dat de context is waarin de opmerking gezien zou moeten worden, even ter aanvulling. De voorzitter: Wil de heer Kleine hier nog op reageren? De heer Kleine: Dan was het een semantische duiding waar ik even naar vroeg. Dank u wel. De voorzitter: Dan de heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, CDA is akkoord met de postcoderoos. Wat ons betreft is de discussie klaar. De voorzitter: Dan de heer van Rijn nog voor de … De heer Van Rijn: Dank u wel, dat had ik nou ook even willen toevoegen over deze postcoderoos.

De voorzitter: Ik zag de heer Walda nog. De heer Walda: Dan ben ik toch benieuwd naar de mensen die zeggen de postcoderoos is wat hen betreft prima. Dan ben ik toch wel benieuwd, wat is de toegevoegde waarde van de postcoderoos systematiek zoals die er nu voorligt en waarom niet gewoon gemeentebreed. Wat is dan de specifieke toegevoegde waarde? De voorzitter: Ja, de heer Dekker. De heer Dekker: Ja, wij een teleurgestelde Pessenaar in onze fractie, omdat die net buiten de postcoderoos viel. Ik zal geen namen noemen, maar we hebben toen een technische vraag gesteld en ook gezegd van waarom kan niet heel Hoogeveen profiteren? Als ik het even vrij vertaald zeg, dan hou je dan natuurlijk een stukje minder revenuen over en dan is het … Ja, eerlijker, dat is een wat vreemd woord, maar jullie begrijpen wat ik bedoel, wat eerlijker om het op deze manier te doen en uiteindelijk hebben wij in zijn geheel dat akkoord bevonden. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Nee, ik heb bij nader inzien geen punt meer. De voorzitter: Oké. Ik denk dan dat we dit punt wel kunnen afsluiten dan gaan we naar het punt over de bruto winst in het omgevingsfonds, vijf procent. Wie kan ik het woord geven? De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, ooit heeft een wijs man gezegd: winst is een mening, cash is king.

Het was trouwens in het Engels, dus ik had het helemaal in het Engels moeten doen en ik kan denk ik wel met een beetje creativiteit zorgen voor een nulresultaat, dat is helemaal geen probleem. Dus ik vraag me inderdaad af of die ‘…’ zeg maar wel de goede maatstaf is om dit te gaan berekenen. De voorzitter: Voor de reacties, wie … De heer Walda, misschien wilt u er nog wat over zeggen. De heer Walda: Sowieso had ik het als debatpunt al ingebracht, hè, dat de genoemde vijf procent van de brutowinst. Dus ik had daar sowieso al mijn vraagtekens bij. Dus deels kan ik me erbij aansluiten wat de heer Kreuze zegt. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, we hadden daar ook technische vragen over gesteld en antwoord op gekregen. Want brutowinst is niet hetzelfde als ‘…’, dus ik begrijp uit de beantwoording die we schriftelijk ontvingen dat de tekst gelezen moet worden als brutowinst en daarbij doelen we in dit geval ‘…’, of hoe je het ook mag uitspreken. Ik ben geen financieel expert. Maar ja, dat staat er niet helemaal duidelijk. Dus in die zin snap ik het punt wel van de heer Kreuze, van is die systematiek juist maar ook: staat het hier juist en dan hebben we ook nog het punt blijkbaar van is vijf procent dan wel het juiste percentage? Maar ook daar kan waarschijnlijk de wethouder dan weer meer over zeggen. De voorzitter: De heer Westendorp voor de beantwoording.

De heer Westendorp: Ja, voorzitter, ik heb net een memo toegezegd. Misschien is het goed om voor iedereen dat ook nog even duidelijk uit te werken richting de raadsvergadering over deze term. De discussie over percentage is natuurlijk een andere discussie. De vragen van het CDA, technische vragen, gingen hier ook over.

vijf procent is een uniek hoog getal, als je kijkt naar wat er in Nieuwlande gebeurt. In Nieuwlande worden, zeg maar, percentages gebruikt van een half procent tot één procent. Dus vijf procent klinkt heel weinig, maar als het gaat om een omgevingsfonds van vijf procent is het voor Nederlandse begrippen een heel hoog getal. De voorzitter: Mijnheer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, ja, in die hele technische vragen beantwoording. Ik ben eigenlijk pas op het dossier gekomen toen de Wilfred Stilweg speelde en daar heb ik toch in Nieuwlande, wij waren daar nog gezamenlijk onder het genot van een broodje, heel andere totale bruto rendementen gehoord. Dat betekent dus wel dat er een behoorlijk stuk rendement nog blijft liggen, zeg maar, hè, want op dat moment heeft destijds de projectontwikkelaar gezegd: wij garanderen een rendement van 14.1 procent, ik heb dat ook in de technische vragen gesteld. Dus de vraag aan de wethouder is wel: vindt u dan dat dat verschil verder voldoende acceptabel is? De voorzitter: De heer Westendorp voor beantwoording. De heer Westendorp: Voorzitter, ik heb geen inzicht nu in die business case van Nieuwlande ten opzichte van de nog te maken business case nu. Dus dit is een beetje een theoretische vraag, om heel eerlijk te zijn. Wat ik wel wil toezeggen is dat ik nog nader inga op de rendementsvraag die de heer Kreuze stelt in de memo.

De voorzitter: Dit is een toezegging, denk ik zo. De heer Westendorp: Voorzitter, het wordt een lang memo, maar dat geeft niet. De voorzitter: Zeker ter verduidelijking is dat inderdaad misschien wel handig. Zijn er nog andere partijen die over dit punt zouden willen spreken? Anders ga ik gewoon naar het volgende punt. Ik had eigenlijk als punt vijf of alle inwoners mee konden doen, dat debatpunt. Maar dat is eigenlijk al aan de aan de orde geweest. Dus ik zou gelijk naar het laatste punt willen gaan over de bomenkap. Dan zal ik de heer Van der Meer van GroenLinks het woord willen geven. De heer Van der Meer: Dat was, wat mij betreft, geen debatpunt, maar meer een opmerking en een vraag aan het college. De voorzitter: Nou, helemaal duidelijk. Wil de heer Meesters daar nog wat over zeggen? De heer Meesters: Nee, ik wou alleen maar zeggen dat dat geen onderdeel is van dit raadsvoorstel. Dus wat dat betreft is het al klaar. De voorzitter: Helemaal goed. Ik hoor zie de heer de heer Walda nog wat willen zeggen. De heer Walda: Dat klopt, voorzitter, ik had nog twee andere vragen staan. Mag ik gelijk door met de volgende vraag? De voorzitter: Zeker, stelt u ze maar.

De heer Walda: Vinden de andere partijen dat wij als raad en college er op dit moment voldoende aan doen om voldoende initiatieven te stimuleren om invulling te gaan geven aan het deel lokaal eigendom? We moeten daar nu al mee beginnen, we moeten niet alleen maar blijven praten dat er initiatieven worden

opgezet. Denk bijvoorbeeld aan het faciliteren van het opzetten van de energiecoöperaties naast al bestaande en dat zou bijvoorbeeld ook voor de kleine beurs kunnen zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja, de heer Meesters. De heer Meesters: Ja, voorzitter, volgens mij heeft de wethouder al in zijn eerste beantwoording uitgelegd wat hij van plan is te doen om energiecoöperaties, om het zo maar te zeggen, in het zadel te helpen. En ik voel weinig behoefte, maar dan spreek ik even namens mijn eigen fractie, om hier nu nog een keer extra op in te gaan. De beantwoording van de wethouder van wat mij betreft voldoende. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, het is heel belangrijk. We hebben net gehoord van die mijnheer Kraaij die zegt hoe meer, hoe beter die daarin mee gaan doen. Dus ik zou zeggen, laten we dat wel stimuleren, maar ja, je kunt niet mensen verplichten. Dus maar even heel breed delen, jongens, dit komt eraan. En wil er nog meer energiecoöperaties oprichten, doe dat nu en doe dat gezamenlijk. Nou, dat zou wel een heel goed initiatief zijn, ja. De voorzitter: Zijn er voor de rest nog reacties op dit punt van de andere partijen? Ik zie al mensen nee knikken. Dan gaan we, denk ik, naar het laatste punt van de heer Walda, dat hebben we inderdaad opgeschreven en dat gaat over voldoende inspraak voor de raad. De heer Walda.

De heer Walda: Ja, dank u wel, voorzitter. Net als bij het vorige punt waren er best wel veel zwijgende partijen, maar dat is voor mij ook wel voldoende antwoord. Nu bij dit punt vinden wij dat we als raad voldoende inspraak hebben. En dan heb ik het meer over het tijdspad wat nu wordt neergezet. Het tijdspad vanaf 2017 speelt al het een en ander, het is een heel lange tijd. Er wordt nu een beleidskader participatie neergezet. Hebben wij daarmee voldoende inspraak gehad en dat is ook meer redenerend of terugkoppelend naar het eerste punt wat ook de heer Kreuze en zoals wij ook hebben aangegeven: is alles nu wel voorzien en is alles wel goed genoeg uitgewerkt? De voorzitter: De heer Pomper, SP. De heer Pomper: Dank u voorzitter, kunt u die vraag zelf ook beantwoorden? De voorzitter: De heer Walda. De heer Walda: Wij als Gemeentebelangen vinden op dit moment dat wij er zelf te weinig inspraak in hebben gehad, dat er nu een stuk wordt neergelegd wat eigenlijk wordt gedragen door ook meerdere gemeenten. Er wordt veel adagium toegepast in de zin van ja, we zijn al zo ver, dus als we het hebben over voldoende inspraak dan is dat ook meteen mijn antwoord en ik ben dus benieuwd wat jullie ervan vinden. De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ja, voorzitter, dank u wel.

Niet alleen in deze raadsperiode, maar ook in de raadsperiode hiervoor hebben zeer veel informatiebijeenkomsten al dan niet online wegens corona hè plaatsgevonden waarbij we behoorlijk goed zijn voorgelicht over alles wat speelt rondom de zonneroute A37 en ik heb daar zelf een behoorlijk compleet beeld van gekregen. Ik vind ook eigenlijk dat we debatpunt één nu een beetje aan het overdoen zijn. Is het beeld voldoende duidelijk. Volgens mij is er heel veel informatie gegeven, is er

heel veel informatie gekomen en ja, ik zou eigenlijk zeggen: volgens mij is het beeld wat onze fractie betreft nu voldoende duidelijk. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, ik sluit me bij de heer Walda aan en ik heb ook, toen ik die onderbroken opsomming gaf, mijn zorgen opgesomd en ik vraag me ook af of we er verstandig aan doen, omdat we over twee weken al hierover moeten besluiten. Er wordt nog een uitgebreid memo gemaakt, daar krijgen we dan nog weer of niet een gesprek over. En ja, ik vind het eigenlijk jammer en ik begreep ook dat er meer partijen waren die zeggen ja, hier had toch echt nog wel een informerend blok, want natuurlijk hebben we veel informatie in de jaren gehad. Collega ‘…’ heeft daar heel veel tijd in gestopt. Maar nu hebben we dit document hier liggen en nu komen mijn vragen over dit document.

En ik vraag mij af of ik hier, ondanks de positieve grondhouding, ondanks dat wij samen als ChristenUnie in 2019 bij zonnekader 2 hebben gepleit voor een minimale burgerparticipatie, he, dat was nog een mooi amendement wat we toen gemaakt hebben, wat weggestemd werd overigens, maar dat we nu toch een route ingaan wat wat gevaarlijk was en wat dat betreft zou ik wel echt op willen roepen van kunnen wij dit als raad, als Hoogeveense raad, in veertien dagen slechten en mijn eigen vragenlijst is in die zin indrukwekkend genoeg om daar toch wel heel veel zorgen over te hebben. De voorzitter: De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp de vraag van Gemeentebelangen. En ja. En het betoog van meneer Kreuze van CDA die versterkt mij erin dat ik eigenlijk in aanloop met dit eigenlijk dezelfde gevoelens had. Dus ja, misschien moeten we daar eens even dieper over nadenken, wat kunnen wij hier nog meer als raad in betekenen om dit goed te doen? Dat we later er geen spijt van krijgen. De voorzitter: De heer Meester. De heer Meester: Ja, voorzitter, ik neem even een schot voor de boeg. In die zin, ik hoor een aantal partijen zeggen: wij willen liever meer tijd. Maar ik vind het ook een belangrijk onderdeel van zo’n beslissing: wat zouden de consequenties daarvan zijn en wellicht dat de wethouder daar iets over zou kunnen zeggen.

Stel: we besluiten dit raadsvoorstel niet over twee weken in besluiten te brengen, maar nog later. Heeft dat ook bepaalde consequenties, want ook dat hoort bij hebben we alles wel voldoende in beeld. De voorzitter: Ik ga eerst nog even naar de heer Kreuze, want die zie ik heel enthousiast met zijn hand omhoog. Daarna de heer Walda en dan gaan we naar de wethouder voor de beantwoording. De heer Kreuze: Ik wil graag, voorzitter, aansluitend op collega Meesters de wethouder ook vragen of er, als die die vraag beantwoordt, of hij dan ook mee wil nemen hoe kunnen wij … Want ik weet wel dat dit ook wel leeft in Coevorden en wij zijn misschien hier in Hoogeveen nog wel een beetje extra allergisch vanwege het woord afwegingskaders zullen we maar zeggen, maar in die andere plaatsen is volgens mij die informatie behoefte niet veel minder. Wellicht is het toch goed om even te temporiseren en te zeggen van: misschien moeten we die raden wel uitnodigen hier in het gemeentehuis en daar eens met ze gezamenlijk over spreken. Kunnen we ook gelijk de lijntjes doen. Een gezamenlijke raadsvergadering kan, denk ik, statutair of hoe heet dat, constitutioneel niet, maar het zou best wel iets zijn waar we volgens mij echt gezamenlijk zouden mogen beslissen. Dan kunnen we gelijk grip op GR-en en die andere allergie verwerken.

De voorzitter: De heer Walda. De heer Walda: Dank u wel, voorzitter. De vraag is eigenlijk: willen we het goed of willen we het snel? Er wordt hier nu een bepaald tijdsdruk neergezet. We moeten daar, want er is een heel groot verloop. We moeten nooit reageren vanuit angst, want als we dit niet doen, dan missen we de boot. Dus kortom, willen we het goed of willen we het snel? De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ik vind deze opmerking net even te kort door de bocht: willen we het goed of willen we het snel. Volgens mij hoeft het een het ander niet uit te sluiten. En ik vind hem een beetje suggestief. Dat is even de enige opmerking die ik erover wil maken. De voorzitter: Ik wil eigenlijk eerst naar de heer Westendorp gaan voor de beantwoording. De heer Westendorp: Ja, voorzitter. Laten we maar even heel concreet de koe bij de hoorns vatten. De tender wordt voorzien voor volgend jaar. Dus als ik goed luister naar uw raad, dan wilt u zorgen dat u het beleidskader zo goed mogelijk doorgrond. Ik kan u ook vertellen dat niet alle antwoorden op alle vragen al bij de komende maanden gereed zullen zijn. Er zullen een heel aantal zaken gewoon nog uit het proces worden gedestilleerd, waar corporatie ook mee aan de slag kunnen gaan. De heer Kreuze heeft een heel aantal vragen ook beantwoord. Maar laten we ook even duidelijk zijn: er staat dus geen tijdsdruk op.

Als u behoefte hebt om meer informatie te krijgen dat leidt tot betere democratische besluitvorming, dan is het college altijd bereid om daar natuurlijk invulling aan te geven. Ik vind het een goede suggestie om dat ook samen te doen met de andere raden. De andere kant wat wel werkt, is dat u aangeeft waarover u nog extra informatie wil hebben, want dan kunnen we die informatieavond in uw drukke agenda ook goed voorbereiden. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. De heer Pomper, SP. De heer Pomper: Ja, dank u voorzitter. De heer Walda die stelt natuurlijk een vraag en ik stel hem gelijk weer terug. Maar eerlijk is eerlijk, de SP moet daar ook nog een antwoord op geven, op de vraag, Kijk, we zijn er nog niet helemaal over uit. Het is een heel complex geheel, maar we zijn er ook wel weer blij mee dat in tegenstelling tot het afwegingskader, dat het wel in stukjes is geknipt. We gaan nu echt ja, los van de hele planvorming gaan we eerst kijken naar participatie en dan gaan we stap stapje voor stapje naar de uitvoering toe. En ik hoor net inderdaad, dat kan nog wel een jaar duren voordat we zover zijn. Dus kan geen eensluidend antwoord geven, ja of nee, daarop. We gaan ons er nog echt over beraden. De voorzitter: De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja, voorzitter, ik dank de wethouder voor de toezeggingen om dat ook gezamenlijk te doen.

Ik heb wel een voorbehoud, het moet wel voor 15 maart. De voorzitter: De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Nou even op mijnheer Pomper even reageren. Het is wel zo als dit beleidskader nu vastgesteld wordt, zoals die voor ons ligt, dan is dat dus gewoon een definitief stuk dat gewoon in het geheel mee gaat lopen. En er later ook geen momentum meer voor de raad is om daar nog iets wijzigingen in aan te brengen. Dus we moeten wel zeker weten, is dit goed wat we nu doen? Ja of nee. En dan ben ik met hem

eens. We kunnen daar beter iets langer over doen en dat het zorgvuldig gebeurt en dat we daar allemaal achter kunnen staan, als dat we nu iets te snel doen en zeggen, he, we zijn later toch … Dat had toch even iets anders gemoeten. De voorzitter: Ik ga nu eerst naar de heer Dekker nog even en dan nog naar de heer Pomper. Maar ik denk dat het algemene sentiment hier natuurlijk wel is dat er nog heel veel onduidelijkheden zijn en dat er een behoefte aan informatie is. Maar ik ga eerst even naar de heer Dekker. De heer Dekker: Voorzitter, dank u wel. Ik denk ook dat het goed is dat het college, gelet wat hier gezegd is, die informatieavond heeft toegezegd. Ik denk ook ja, dat het goed is dat iedereen zich realiseert dat waarschijnlijk inderdaad maar een klein deel van de antwoorden gegeven kan worden. Dus er zal altijd een grote mate van dingen zijn, van onzekerheid nog zijn en ja, ik dacht: ik zeg nu toch maar wat om weer te voorkomen dat de heer Walda straks gaat invullen dat hij meent te denken wat ik vind. De voorzitter: Dan ga ik nog even naar de heer Pomper. De heer Pomper: Ja, dank u, voorzitter. Ja, in een reactie op de heer Van Rijn.

Kijk, als er partijen en het echte tijd nodig hebben om hier zich verder nog in te verdiepen omdat er nog heel wat informatie mist, ja, dan kan ik me goed voorstellen dat we dit nog wat uit gaan stellen en dan zou de SP daar ook in mee kunnen stemmen. De voorzitter: Mevrouw Rutgers nog even. Mevrouw Rutgers: Ja, er is natuurlijk al heel veel tijd hier aan besteed. Wat net al geschetst werd, dit loopt al een aantal jaar, dus het is zeker niet overhaast. Dat er nu tot een afronding op dit punt gekomen moet worden, lijkt me dan ook evident. Als er partijen zijn die een extra informatieronde willen, volgens mij kun je dat aanvragen bij het presidium. Ik heb daar zelf geen behoefte aan, maar ja, dat kun je natuurlijk altijd doen. Maar misschien even de memo ook afwachten die het college nog gaat sturen. Want wellicht is dat voldoende om toch op 23 maart het in besluit te kunnen doen. Maar ja, ik weet niet of dat op dit moment besloten moet worden. Het lijkt me iets aan het presidium, toch, om dat op te pakken nu. De voorzitter: Ja, inderdaad. Ik zal daar zo even wat over zeggen. Ik wil eigenlijk eerst nog even naar de heer Strijker gaan met de laatste opmerking. De heer Strijker: Ja, dank u wel. Wij zijn er ook voor om nog extra informatie in te winnen ook. Ik heb de vragen net nog even vluchtig door kunnen lezen van mijn buurman en daar willen we graag nog nader op kijken.

En we zijn blij met de toezegging van de wethouder daarover. De voorzitter: Nou, top. Ik denk dat ik dan kan concluderen dat er een algemene sfeer is dat er meer informatie nodig is. Wij zullen het verzoek voor bijvoorbeeld een informatieavond of een mogelijke aanpassing van de agenda bij het presidium meenemen en dat kunnen we in combinatie met de partijen die daar behoefte aan hebben, kunnen we dat bespreken de komende dagen of de komende weken. 2.3 Beleidskader Participatie Drentse Zonneroute A37 2.4 Schorsing debatronde De voorzitter: Dus ik wil eigenlijk jullie allemaal heel erg bedanken voor …

De heer …: Voorzitter, ik wil namens de raad u complimenteren met uw eerste voorzitterschap. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik heel eventjes schorsen. 4

Debatronde (Raadzaal) 4.1 Heropening debatronde De voorzitter: Een goedenavond ook vanaf mijn kant, deze volgende debatronde. Welkom ook weer op deze plek aan de mensen die meekijken en meeluisteren thuis. De raadsleden en ook het college op deze manier weer en we volgen dus nu het debat met het onderwerp het voorstel van de besparing van SWW naar aanleiding van het herontwerp sociaal domein. Het gaat om een besparing van 260.000 euro per jaar, voor de komende paar jaar, op het professioneel welzijnswerk. SWW is stichting welzijnswerk, voor degene die denken hè, wat is dat nu weer voor afkorting? Belangrijk. De raad heeft de stukken ontvangen en heeft daar kennis van kunnen nemen van de invulling van de besparing die passend is binnen het programmaplan herontwerp sociaal domein. Het gaat hier om de periode 2022-2026 en het college vraagt of u kunt instemmen met het bereikte akkoord, met SWW. Het is een onderdeel van de financiële vertaling en het is een uitvoering van de motie invulling besparing SWW van 17 februari 2022. Als uitgangspunten van de besparing gaat het om het volgende: conform programma plan gaat het om activiteiten die aantoonbaar effectief zijn en het tweede is maatschappelijk impact moet minimaal en acceptabel zijn. Daarnaast is het advies van de adviesraad sociaal domein ook ontvangen met de reactie van het college daarop.

En die zijn ook onderdeel van het gesprek hier aan deze debattafel. Uw mening wordt gevraagd en daarin kunt u uw voorlopig standpunt aangeven. Eventueel vragen aan het college zijn, worden beantwoord door de heer Tuit en de heer Westendorp. En ik stel voor dat we debat beginnen en dat u zo kort mogelijk aangeeft wat uw voorlopig standpunt is en of er eventueel debatpunten zijn. Ik zag al een hand van mevrouw Blenkers. 4.2 Spreekrecht De voorzitter: Er is … Ik heb nog één opmerking met hulp met bijstaan van de griffie. Er is geen gebruik gemaakt van spreekrecht. Dus we kunnen zo van start gaan. 4.3 Invulling besparing SWW n.a.v. Herontwerp Sociaal Domein De voorzitter: Ik zag als eerste de vinger van mevrouw Blenkers. Dus zal ik u het woord geven? Mevrouw Blenkers: Nou, graag. Dank u. Voor ons ligt dus het voorstel van het college om, en ik citeer, in te stemmen met het bereikte akkoord met de stichting welzijnswerk Hoogeveen over de invulling van de besparing van 260.000 euro per jaar op het professioneel welzijnswerk, het bereikte akkoord. Dus dat akkoord dat ligt er, SWW kan ermee uit de voeten, het college kan er mee uit de voeten en als ik de stukken goed gelezen heb, dan kan de adviesraad daar ook mee uit de voeten, zeker nu het college alle gegeven adviezen grotendeels of zelfs volledig overneemt. Ja, wij als VVD kunnen hier ook prima mee uit de voeten.

Dus wat ons betreft had hij al lang naar besluiten van volgende week door gekund. Dus we hebben geen punt voor debat. De voorzitter: Bedankt voor uw bijdrage, geen punten voor debat en ik zag de hand van mevrouw Manusama, daarna van mijnheer Van der Meulen en dan ga ik naar mevrouw Rutgers. Dan heb ik die volgorde in ieder geval vastgelegd. Gaat uw gang, mevrouw Manusama.

Mevrouw Manusama: Dank u wel, ik sluit me volledig aan bij wat mevrouw Blenkers zegt. We hebben ook geen punten voor debat. De voorzitter: Dat is duidelijk. Dan ga ik naar Gemeentebelangen, de heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, wat mevrouw Blenkers al zegt en mevrouw Manusama ook is dat het heel kort en duidelijk is en dat er overleg is gepleegd en dat het klopt met wensen van de maatschappelijke partners. Wat wij als Gemeentebelangen al jaren heel belangrijk vinden, zijn de vrijwilligers in de gemeente Hoogeveen en dat willen wij graag wel even bespreken, want in de stukken komt wel heel veel het woord vrijwilliger voor en die vrijwilligers, dat zijn, dat is de smeerolie van al deze zaken. En nou begin ik even tussen nou ja, dan krijg je weer een definitie, wat is nou een vrijwilliger, wat is een mantelzorger, wat is respijtzorg? Daar wil ik wegblijven, want ik wil wel graag aandacht geven aan die mens. Dus dat vind ik wel een debatpunt en dan vooral over de werkdruk en de werklast van de vrijwilligers. Hoe houden we die in beeld en hoe geven we die mensen de juiste ondersteuning en zorg. Dus als standpunt zitten wij ook ja, het zijn logische besparingen, het zijn logische investeringen, het gaat om effectieve zorg.

En het klopt ook en het is in lijn met het herontwerp van het sociaal domein en die dragen ook bij aan de effectiviteit van de zorg. Tot zover. De voorzitter: Oké. Bedankt, mijnheer Van der Meulen. Ik begrijp dus dat u met de rest van deze aanwezigen wilt spreken over de werkdruk die er zit rond de vrijwilligers. Oké, dan heb ik dat genoteerd inmiddels. En dan kijk ik naar mevrouw Rutgers en dan mijnheer Van der Meer. Mevrouw Rutgers: Dank u wel, voorzitter. Ja. Raadsvoorstel over de besparing. En ja, dat klinkt in eerste instantie heel positief dat er een akkoord ook is bereikt en dat het draagvlak voor is. Maar bij nadere bestudering vragen wij ons af of het wel realistisch is. Want het gaat wel heel vaak over, we gaan dingen efficiënter doen, we gaan taken verschuiven, we gaan dingen afschuiven en dat raakt ook aan het punt wat de heer Van der Meulen maakt. Deze drie begrippen die staan centraal, maar kunnen we dat wel doen? Is het, lukt dat en schuilt er niet een gevaar in dat we taken overhevelen naar nog meer vrijwilligers, naar andere organisaties. Naar zeggen dit hoort niet meer bij ons. Dit hoort nu bijvoorbeeld bij het voortgezet onderwijs, zoals geschreven wordt en stel dat het niet lukt, want efficiënter gaan werken, ja, dat doe je ook niet zomaar en taken verschuiven nou, dat gaat ook niet van een op andere dag.

Dus wat als het niet lukt? Zoals u merkt, zijn wij dus ook bang dat het niet gaat lukken en dat dat een enorm risico is. Want als het niet lukt om die taken te verschuiven, efficiënter te gaan doen of over de schutting te gaan gooien, even niet zo netjes gezegd, wie gaat het dan doen? De SWW waarschijnlijk en daarmee gaat die bezuiniging niet gerealiseerd worden. Dus wij denken dat het voorstel niet zo realistisch is, ondanks dat er heel veel draagvlak voor is en we horen ook graag van andere fracties hoe die daarin staan en natuurlijk ook van het college hoe die de risico's inschat van het haalbaar zijn van dit voorstel. Een voorlopig standpunt hebben we officieel nog niet, maar zoals u hoort hebben we wel behoorlijke twijfel over dit voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dat is helder. Eén debatpunt en ook een vraag aan het college. En die verbinden we, denk ik, maar even aan elkaar ten actie van het punt realisme van deze besparingen. Dan had ik mijnheer Van der Meer gezien en die geef ik nu het woord. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ook wij maken ons echt wel zorgen over het bezuinigingsvoorstel zoals dat nu voorligt.

Het lijkt bijna overbodig om het er nog over te hebben als er gesproken wordt over een akkoord tussen SWW en de gemeente schuine streep college, maar er zitten wel degelijk een aantal haken en ogen aan wat ons betreft die voor een deel aansluiten bij de oproep die al

gedaan is door de collega's van D66 en Gemeentebelangen als het gaat om de druk op vrijwilligers en het verschuiven van zorgplicht van professionals naar vrijwilligers. Daar zit wat ons betreft echt wel een punt. Een ander punt vind ik wel heel belangrijk en dat is dat we zien dat de bezuiniging vooral weer allerlei preventieve activiteiten raken. Op het moment dat je daar te makkelijk, dan sla ik hem wel heel plat besef ik me, maar te makkelijk ingrijpt, dan weet je ook dat het eind van het liedje is dat je te maken krijgt met heel veel vragen om curatieve zorg. En dan komen de baten na de lasten, maar dat zijn dan geen baten, maar je krijgt alleen maar extra lasten omdat curatieve zorg in veel gevallen veel duurder is dan te organiseren en ondersteunen van preventieve activiteiten. Daar zit dus, wat ons betreft, een groot zorgpunt en ik ben dan ook benieuwd naar de reactie daarop van overige fracties. Meer principieel zou mijn punt zijn van we hebben het nu over een bezuiniging van 260.000 euro op activiteiten met dat preventieve karakter. Niet zo heel lang geleden hebben we met elkaar ook gesproken over een nieuwe visie, een nieuw beeld op investeringen die de gemeente zou kunnen doen nu we er ook financieel gezonder voorstaan.

Nu weet ik dat dit voorstel al voortkomt uit de vorige raadsperiode, dat het voortkomt uit herijking sociaal domein, ook naar aanleiding van het onderwerp schone lei. Maar mijn vraag is dan wel: is er niet, gelet op de tijd die inmiddels verstreken is, tijd voor een ander inzicht om nog eens heel nadrukkelijk hiernaar te kijken of deze bezuiniging wel noodzakelijk is en of we dit juist wel of niet met elkaar moeten willen. Dat spitst zich wat mij betreft toe op drie kernpunten. Dat gaat over mantelzorg, waarbij je ziet dat de toenemende vergrijzing een enorme toename zal geven op de inzet van mantelzorgers. Dat is ook de verwachting die is uitgesproken door het contactpunt mantelzorg. Die noemen zelfs percentages van oplopen tot 92 procent van de bevolking die uiteindelijk op een of andere manier betrokken zal zijn bij mantelzorg. Dat knelt ook nu al als je weet dat er ongeveer 900 mantelzorgers in beeld zijn bij de SWW, maar de groep daar omheen waarschijnlijk nog veel groter is. De voorzitter: Ja, mag ik u even … U geeft al een uitgebreide reactie op uw standpunt eigenlijk. Wat ik tot nu toe constateer, is dat u aansluit bij het debatpunt met betrekking tot vrijwilligers en de verschuiving naar professionals … Van professional naar vrijwilliger, dus dat is een punt. En u maakt zich zorgen over de preventieve activiteit ten aanzien van mantelzorger.

Zijn dat uw zorgen? De heer Van der Meer: Dat is niet alleen ten aanzien van mantelzorg. Ik bedoel, er wordt ook een behoorlijke zeg maar, op het kinderwerk centrum wordt er iets genoemd. Daar heb ik dan straks in de debatronde ook nog wel een vraag over en ik ben ook benieuwd hoe andere fracties daarnaar kijken. En tenslotte gaat het wat mij betreft ook wel voor het jongerenwerk op het voortgezet onderwijs. De voorzitter: Ja, en u vroeg om de heroverweging van de bezuiniging die van de vorige raadsperiode nu hier nu verder wordt uitgewerkt, of we dat nog wel willen, of we dat wel zouden willen. Daar wilt u met deze groep, met deze debaters over spreken. Kunt u daarmee afronden? De heer Van der Meer: Dat zou ik inderdaad willen, want investeren in steen en materiaal, maar we kunnen ook investeren in welzijn. De voorzitter: Nee, helder. Uw standpunt is al bijna helder, maar ik wil vragen: is dat uw bijdrage voorlopig? Dan kijk ik naar mijnheer Verstegen van de ChristenUnie, die seinde ook al heel lang. Dus gaat uw gang. De heer Verstegen: Dank u, voorzitter. De fractie van de ChristenUnie heeft grote zorgen gehad bij die voorgestelde besparingen. Je gaat niet zomaar besparen op allerlei coördinatie functies. We hebben gesproken met diverse betrokkenen en wij zijn daar eigenlijk nogal verbaasd teruggekomen. Zoveel enthousiasme bij alle besparingen.

Het is mooi dat het gelukt is tussen de gemeente en SWW om een oplossing te vinden die voor de opdracht die de raad heeft gegeven van 250.000 euro. Wel is de opdracht erg

gewijzigd naar mijn idee. Het besparen door herijking van de opgave, door te stoppen met het subsidiëren van preventieve activiteiten is eigenlijk niet gelukt. Er zijn slechts twee punten gevonden van iedere 18.000 euro. Voor de rest is het een andere manier van werken geworden. Voor de ChristenUnie is belangrijk dat het activiteiten aanbod van mantelzorg vitaal niet wordt aangetast en de inzet op jongere mantelzorgers verder niet genoemd wordt en dus ook niet zal veranderen. Er is dus wel een besparing te halen, er komt een samenhangend programma van ontmoetings- en herstelactiviteiten en er komen stut- en steunpunten. De investeringen: zonder die zou je de bezuinigingen en besparingen niet accepteren. Waar de echte besparing dan uit voortkomt, is inderdaad de verschuiving die ook al werd genoemd van maatschappelijk werk naar welzijnswerk. Individuele begeleiding wordt begeleidingen in groepen onder coördinatie van de welzijnswerker en dat is mooi, want mensen samenbrengen in groepen vermindert het gevoel van eenzaamheid, het verbindt mensen met elkaar, mensen gaan op elkaar letten, vullen elkaar aan, gaan voor elkaar zorgen. En voor dat verbinden van mensen, daar zijn we wel voor. Dat is oog hebben voor elkaar. Er zijn ook risico's en daar willen we graag over in gesprek.

Welk beeld hebben we partijen eigenlijk bij stut- en steunpunten, wat zijn dat eigenlijk? En wanneer die beelden ook gedeeld zijn, graag een reactie van de wethouder of die beelden enigszins kloppen. Door te werken met groepen met lichtere begeleiding verschuif je Wmo maatschappelijk werk naar welzijnswerk. En daar blijkt trouwens een grote overlap te zijn in de begeleiding, in de groepen. Je bezuinigt aan de ene kant op coördinatie voor oudere groepen, mensen met kwetsbaarheden en je brengt ze vervolgens in de investering weer, neem je ze weer op. Maar heeft de raad er dan vertrouwen in dat … De voorzitter: Kunt u afronden? De heer Verstegen: En dit is als tweede debatpunt. Oké. Dus heb je er vertrouwen in dat de overgang welzijn, welzijn Wmo zorg voldoende geborgd wordt? En een derde debat punt, en dat noem ik even kort, er is een risico van vrijwilligers, maar is het mogelijk of kunnen wij erover nadenken om een motie in te dienen waarin we het college oproepen om concreter aan te geven wat zij doen aan werving en selectie van vrijwilligers en wat zij verwachten van vrijwilligers? En misschien kunnen we daar, want die vrijwilligers zijn hard nodig, misschien kunnen we daar een ‘…’ van maken. De voorzitter: Ik zat te luisteren om af te ronden, maar mevrouw Rutgers wil reageren? Mevrouw Rutgers: Ja, ik wil graag een punt van orde maken.

Want volgens mij gaat het hier over het akkoord waarin een aantal voorgenomen maatregelen staan om tot die besparing te komen. En u werkt nu allemaal inhoudelijke punten op die vast heel interessant zijn om over van gedachten te wisselen, maar die eigenlijk niet zoveel te maken hebben met het stuk wat nu voorligt. Dus ik was eigenlijk wel benieuwd, wat is nu eigenlijk uw debatpunt ten aanzien van dit stuk wat u wilt bespreken met ons? De voorzitter: U kunt reageren, maar ik heb genoteerd in ieder geval de vragen rond stut- en steunpunten, want dat is onderdeel, geloof ik, van het concrete plan. Ik hoorde ook iets over de vrijwilligers in de zin van nou ja, dat kan aangesloten worden bij de vraag die de heer Van der Meulen al gedaan heeft, denk ik. En er was een overlap over groepen. Dat zijn de drie punten die ik genoteerd heb. Maar is dat kort en helder genoeg nu? Mevrouw Rutgers: Nou, dan gaan we heel erg inhoudelijk iets uitkauwen met zijn allen en we gaan heel erg bespreken wat stellen we ons voorbij onder andere die stut- en steunpunten. Dat is nu natuurlijk helemaal niet de vraag. De vraag is: wat vinden we van het akkoord?

De voorzitter: Ja oké. Ik denk dat uw punt duidelijk is en kan mijnheer Verstegen daar nog even kort op reageren? De heer Verstegen: Ja, de vraag is eigenlijk van: hebben wij daarom vertrouwen? Als wij een beeld hebben van wat we gaan doen, dan heb je er mogelijk ook vertrouwen in dat het lukt. Er werd al genoemd van ja, die besparingen, of je dat haalt, dat waren uw woorden dat is maar de vraag. Maar heb je er vertrouwen in dat die werkwijze goed is, dan heb ik er ook meer vertrouwen in dat het ook gaat lukken om die bezuiniging te halen. De voorzitter: Ja, oké. Ik denk dat het helder genoeg is als reactie. Dan gaan we verder met de andere bijdragen, ik zeg mevrouw Jansen en dan mijnheer Baalman. Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, dank u wel, voorzitter. We lezen dat het college en stichting welzijnswerk in goede afstemming zijn gekomen tot een besparing op het professioneel welzijnswerk. We zijn blij dat er conform afspraak, vastgelegd in de motie van februari vorig jaar, waar het CDA ook onderdeel van was, is gezocht naar mogelijkheden die geen of minimale gevolgen hebben voor de kwetsbaar inwoners. Dat lijkt te zijn gelukt met een groot maatschappelijk draagvlak, lezen we. Er wordt zelfs ruimte gevonden om enkele investeringen te koppelen en volgens mij waren dat juist investeringen om de effectieve preventieve maatregelen verder te door ontwikkelen.

Er blijft zelfs nog oog voor de maatschappelijke ontwikkelingen van nu die mogelijk tot meer hulpvragen leiden. Dus daar blijft zelfs oog voor. Wat voor het CDA altijd zwaar weegt, is het gefundeerde advies van de adviesraad sociaal domein. Ook hier is ruimte aan geboden en de adviezen zijn grotendeels overgenomen. Kortom, het college en welzijnswerk hebben eigenaarschap gepakt als we kijken naar het doorlopen van proces, nauwe samenwerking tussen college en welzijnswerk, focus op effectiviteit. Niet of nauwelijks de kwetsbare mensen zelf raken, mee laten wegen van advies sociaal domein en de manier van terugkoppeling naar de raad. Dit moet ons toch voldoende vertrouwen geven op een zorgvuldige uitvoering van de motie en ik denk ook een stukje inzicht geven in de rol die wij als raad hebben en ook vooral de rol die wij niet als raad hebben. Wij hebben voorlopig geen debatpunten. De voorzitter: Dat is helder. Dan kijk ik naar mijnheer Baalman van SP. De heer Baalman: Dank u wel, voorzitter. Ja, de SP is natuurlijk altijd al tegen bezuiniging geweest op maatschappelijk werk, want wij zijn ervan overtuigd dat je als je aan de voorkant bezuinigt, krijg je het aan de achterkant weer terug. Eigenlijk zegt het college eigenlijk hetzelfde. Ze zeggen eigenlijk van recente maatschappelijke ontwikkelingen zoals de koopkrachtcrisis kunnen leiden tot grotere druk bij maatschappelijk werk.

Dit kan leiden tot extra investeringen. Dat betekent dus dat je mensen moet investeringen die je nu weg gaat bezuinigen of een andere taak gaat geven, terwijl je het later weer nodig hebt. Extra investeringen betekent ook weer extra kosten die je eigenlijk niet eens hebt. Debatpuntjes. Mantelzorg, vrijwilligers. Alhoewel ik straks nog wel een opmerking heb tegenover Gemeentebelangen over vrijwilligers en het meten. Ik had verwacht dat D66 zou komen met de opmerking van wat levert dit ons op? Financieel kun je snel gaan meten, want je geeft gewoon minder geld en daar moeten ze zich maar mee redden. Maar wat zijn de gevolgen ervan? Moet je die niet monitoren? De voorzitter: Mag ik nog even een verduidelijkende vraag van mijn kant stellen? U zegt: mantelzorg en vrijwilligers. Uw laatste debatpuntje is, denk ik, wel helder, maar wat wilt u precies bediscussiëren dan? Ten aanzien van die twee onderwerpen?

De heer Baalman: Nou, ik denk dat juist de vrijwilligers heel erg getroffen worden, ook gezien in de huidige wet- en regelgeving die heel erg verandert voor vrijwilligers en voor een vrijwilligersorganisatie is dit bijna niet meer te doen zonder ondersteuning van maatschappelijk werk en SWW. De voorzitter: Maar vindt u het akkoord dat we dat onderwerp ook betrekken bij die eerder al genoemde vragen en dat kan voor mantelzorg ook? De heer Baalman: Ja. De voorzitter: Oké, dus dan betrekken we die ieder geval bij het debatpunt wat ook met name de heer Van der Meulen heeft aangereikt. Oké, dat was uw bijdrage. Dan kijken we nog naar mijnheer Van Rijn of mijnheer Kleine. Ja, zegt u het maar. De heer Kleine: Dank u wel, voorzitter. We vonden het een heel helder stuk. Zoals al eerder aangegeven, alle betrokken stakeholders zijn hierbij betrokken en we achten die mensen ook wel capabel om de juiste risicoafweging te maken. Een veel gehoord commentaar over sociaal domein is de managementlaag die er dan in zit. Nou, we zien overal besparingen op coördinatiekosten et cetera, dus wat ons betreft is dit een helder verhaal en hebben we eigenlijk geen debatpunten. Twee vragen: wat is het bedrag dat SWW nu nog krijgt op jaarbasis en wat is de 18.000 door beëindigen van kinderwerk in het centrumgebied? Dat was ons ook nog niet duidelijk. De voorzitter: Oké, dus twee vragen aan het college.

Bedankt, mijnheer Kleine. Dan kijken we naar mijnheer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Als je er gewoon zakelijk tegenaan kijkt, ik heb het meer hier gehoord, dan klopt dit voorstel gewoon, zoals dat ook besproken en afgesproken is. Daarnaast kan er meteen de vraag oproepen van ja, maar luister even, we gaan dit allemaal efficiënter werken. Waarom nu pas? Waarom is er niet altijd efficiënt gewerkt? Dat was dit helemaal niet nodig geweest. Dus dat is even mijn vraag. Ik deel ook de zorgen, wat mevrouw Rutgers van D66, er komt heel vaak van we gaan dit en we gaan dat, maar er is helemaal nog nergens iets van zeker. Je kunt wel zeggen ja, ze hebben dat met elkaar besproken ze gaan …. Ik heb het idee van we gaan een soort experiment uitvoeren, we gaan dit proberen en wij verwachten dat het wel goed gaat komen. Ja, daar heb ik wel heel veel moeite als je zomaar een beetje verwacht van nou, het gaat maar goed komen. Ik vond het ook een hele goede opmerking van Mijnheer Van der Meer van GroenLinks over die preventieve zorg. Als je dat bij die preventieve zorg, dan krijg je dat later krijg je toch op een of andere manier, krijg je dat weer terug.

De voorzitter: Mijnheer Van Rijn, is dit, sluit u aan bij vorige sprekers of hebt u een debat punt? De heer Van Rijn: Ik sluit aan bij mijnheer Van der Meer over dat punt dat als je dat weghaalt bij preventie en ik wil het ook over de vrijwilligers hebben, want vrijwilligers vinden, wij moeten ook echt vrijwilligers blijven. Een voorlopig standpunt, ja, er kan eigenlijk niets op tegen zijn om hier voor te zijn, maar er zitten toch wel een paar behoorlijke vragen bij dat we denken van, hoe lossen wij dat op, hoe gaat dat in de praktijk zich vervolgen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Kan ik constateren dat iedereen een bijdrage heeft geleverd in de eerste ronde. We gaan, wat mij betreft, nu eerst naar de vragen kijken die gesteld zijn, ook met naam aan het college, en er zijn daarnaast nog een aantal debatpunten. Die pak ik straks even bij de horens, zoals ze dat dan noemen. Ik kijk

naar het college en ik heb geconstateerd dat er een vraag is naar de realistische en haalbare besparing van die 260.000 euro, hoe het college daar zelf ook tegen aankijkt. Er was een vraag van de heer Kleine over wat nu het subsidiebedrag is aan SWW en wat de achtergrond is van die 18.000 euro besparing op het kinderwerk en de monitoring, die proefde ik ook als vraag bij de SP. Misschien kan die betrokken worden bij de realisatie en de haalbaarheid. Dat zijn de vragen, volgens mij, die ik zie voor het college. Klopt dat? En anders dan hoop ik dat we nog misschien zelfbewuste debaters hebben hier aan tafel die voor hun eigen vraag opkomen. Ik geef het woord aan de heer Tuit. De heer Tuit: Ja, voorzitter, dank u wel. En zoals u ook al aangaf, wij doen dit samen met collega Westendorp. Dus dan beantwoordt hij ook namens het college dus dat. Allereerst namens het college dank voor uw brede steun. En ik kan wel namens onze allemaal, maar ook namens SWW en wat de adviesraad ook in haar advies heeft gezegd, ja, dat met u delen. Dus inderdaad de motie die is aangenomen, die leggen wij nu aan u voor, dus in feite is dat vanavond ook het punt. En is dat realistisch, dat is eigenlijk ook wat u zegt, voorzitter, en wat ook veel raadsfracties aangeven ja, dat moet blijken in de toekomst. Wij denken van wel hè.

Dit is een zorgvuldig maar ook een proces geweest wat we vanuit partnership hebben gedaan en dat leggen wij ook aan u voor, maar we houden daarbij ook de vinger aan de pols. Dus als blijkt dat bepaalde maatregelen toch anders uitpakken, dan zullen wij daarop moeten anticiperen. Dat staat ook heel duidelijk in het raadsvoorstel en dat zullen we dan ook doen en dan komen we ook bij u in de raad terug. Maar op dit moment is het antwoord daarop volmondig ja. Wij denken dat dit kan en wij denken dat het ook dus realistisch is. Dus dat op de beantwoording van die vraag. Ik wil wel een misverstand uit de wereld helpen, wij gaan niet bezuinigen op wat voor preventieve activiteit dan ook. Dus juist, ook als we kijken van wat is de grootste uitdaging van het huidige zorgstelsel in Nederland, dan is dat echt die kanteling van zorg aan het einde naar leefstijl en preventie. En dat ziet u ook in dit voorstel. Dus wij gaan niet bezuinigen op preventieve activiteiten of ondersteuning. Dat is een groot goed en ik voorspel u dat de komende jaren daarop alleen maar meer zal worden geïnvesteerd. Dus dat misverstand wil ik wel uit de wereld hebben. Dat doen wij niet met datgene wat vanavond voorligt. Ja, de ChristenUnie, want u zei inderdaad, dat ben ik met u eens, we hebben mondige debaters en die komen wel met vragen terug, maar die stelde ook nog de vraag van over de werving van selectie.

Nou, dat is echt ook aan organisaties. SWW speelt daar een belangrijke rol in, maar ik denk dan ook bijvoorbeeld aan stichting Present, Humanitas, Stichting Leergeld, dat zijn dan de organisaties die dat doen. Als gemeente zelf doen we die werving van vrijwilligers niet, maar we ondersteunen natuurlijk daar wel, en SWW doet dat ook, de organisaties. Wethouder Westendorp zei dat ook bij de armoedeconferentie. Ik denk dat dat ook een heel groot goed is van onze Hoogeveense samenleving dat wij juist zoveel vrijwilligersorganisaties hebben. En ja, daar ben ik het met u eens en daar moeten we heel zuinig op blijven en de zorg die u eigenlijk raadsbreed neerlegt van, hou dat ook in de gaten, dat moeten we blijven doen en dat dat is ook een belangrijk onderdeel van die monitoring, ook contactpunt mantelzorg, die kijkt daar ook goed naar, waarbij ook zeker die jonge mantelzorger extreem belangrijk is. Want en niet alleen de jonge mantelzorger, maar ook mensen die op wat oudere leeftijd zijn maar ook mantelzorgtaken krijgen. Maar die valt voor ons ook echt onder die monitoring en die vinger aan de pols houden dus die toezegging doen wij u als college. Dan kom ik bij de vragen van Forum voor Democratie: wat is nu nog het structurele bedrag dat SWW in 2023 krijgt? Dat is een bedrag van 4,8 miljoen, dus dat is het bedrag wat op dit moment aangevraagd is.

En de tweede vraag van die 18.000 euro rondom zeg maar het werk in het centrumgebied, dat wordt onderdeel van het schoolmaatschappelijk werk. En ik was toevallig vandaag, dus het is vers van de pers, ook bij de Juliana van Stolbergschool. En daar zie je ook dat dat schoolmaatschappelijk werk, dat wordt geïntegreerd, daar is een schoolmaatschappelijk werker nu twee dagdelen in de school en dat is effectiever dan dat je met een paar uurtjes door zo’n wijk heen gaat en dat wordt ook door de professionals zelf in de wijk gezegd, maar mooie, het wordt ook bevestigd door de leerkrachten, de intern begeleider en dat is denk ik ook

de borging die we met elkaar moeten zoeken de komende jaren. We moeten een beetje af van de pilots, we moeten echt zoeken naar die hefboom. Waar kunnen wij nu samen met onze partners, want het onderwijs ziet zelf ook een rol voor zichzelf, maar hoe kunnen we dat in gezamenlijkheid met elkaar doen? Ja, en dan sluit ik af met wat de SGP ook zei, je ziet … De eerste lijn waar de SWW voor staat, daar willen we ook zo lang mogelijk proberen in te blijven. GroenLinks zei het ook, maar dat lukt natuurlijk niet altijd. Het blijft maatwerk en zorg blijft mensenwerk, dus als we moeten doorschakelen naar zorg in de tweede lijn, ja, dan gaan we dat doen en daar hebben we dan weer andere partijen voor in ons zorgstelsel. Dat is de beantwoording die ik heb op de vragen van de raad. Ik weet niet of collega Westendorp nog … De voorzitter: Nee, hij schudt nee dus ik ... Volgens mij kunnen we constateren dat de vragen die gesteld zijn in ieder geval door het college nu zijn beantwoord. Ik kijk nog even rond of er nog aanvullende vragen of een verduidelijkende vraag is nog op dit antwoord. Ik zie de hand van mijnheer Van der Meer van GroenLinks. U hebt nog een aanvullende vraag. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Welkom, mijnheer Van Rijn bij GroenLinks.

Nee, nog wel een aanvullende vraag, wat mij betreft, naar aanleiding van de opmerking over het beëindigen van het kinderwerk waarbij die rol en die functie wordt overgegeven naar het schoolmaatschappelijk werk. Want daar komt bij mij dan toch wel de realiteitsvraag naar boven in de zin van hoe reëel is dat, wetend dat het schoolmaatschappelijk werk nu al een wachtlijst hanteert en niet kan voldoen aan de vraag die er is. De voorzitter: Dus u vraagt naar de realiteit van deze verandering. De heer Van der Meer: Of het in deze zin helpt dat je het overhevelt naar een andere functionaris, terwijl je weet dat die functionaris ook al onderbezet en overvraagd is. De voorzitter: Oké. Ik denk dat de vraag gehoord is. Wie van beide wethouders kan ik het woord geven. Mijnheer Westendorp, gaat uw gang. De heer Westendorp: Voorzitter, we hadden al gezegd dat dit collegewerk is, dus er zit eigenlijk nog een verdiepende vraag op het kinderwerk. Het is misschien nog wel even goed om te zeggen, die acht uur of die 18.000 euro kinderwerk, daarvan hebben we eigenlijk gezegd: dat is niet voldoende om een goed en draaiend activiteitenaanbod specifiek voor deze locatie te kunnen blijven ontwikkelen. En in overleg met SWW hebben we gezegd ja, eigenlijk moet je dat anders gaan organiseren.

Vandaar dat we zeggen, we stoppen daarmee, maar we gaan het anders organiseren door middel van schoolmaatschappelijk werk. Dus dat is eigenlijk het antwoord op uw vraag, de heer Van der Meer. De voorzitter: Oké. Dank u wel, mijnheer Westendorp. Ik zie nog een hand van mijnheer Kleine. Ook aanvullend nog op dit onderwerp. En dan als laatste, en dan wil ik naar debat gaan. De heer Kleine: Is kinderwerk dan een instelling of zo, is het een naam van een plek waar kinderen dan werken? De voorzitter: Wat is daarop het korte antwoord, mijnheer Westendorp? De heer Kleine: Ik begrijp niet goed wat kinderwerk, wat dat is. Los van even, prima dat het zo opgelost wordt.

De heer Westendorp: Het gaat om activiteiten te organiseren voor kinderen waar ze naartoe kunnen. Ik probeer het kort uit te leggen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Westendorp. Ik stel voor dat we nu naar het debat gaan en ik heb geconstateerd dat er een debatpunt is over de verschuiving van het professionele naar meer het vrijwilligerswerk en de druk die daarin ontstaat en waar zorg over is. Dat is een debatpunt. Ik heb geconstateerd dat er een debatpunt over het realisme van deze bezuiniging is, ook met betrekking tot het herontwerp sociaal domein. En de vraag van GroenLinks, als derde, was de bezuinigingsopgave is eigenlijk een uitvoering vanuit vorige periode. Is dit nog een bezuinig die we nog moeten willen. Dat was uw vraag. En ik proef bij de vragen die veel inhoudelijk waren vanuit de ChristenUnie de vertrouwensvraag. Die zou ik willen koppelen aan de realistische vraag die met name D66 heeft gesteld en de monitoring, het meten. Maar volgens mij heeft daar het college al op geantwoord, dus die wou ik voorstellen om die te laten vallen. Ja, ik zie geen bezwaren dan stel ik … Ja, bij het eerste punt betrek ik de vrijwilligers. Dus de vraag voor het debat, het eerste debat punt is van nou, we zien dus met deze besparing en investering dat er heel veel ook bij vanuit professioneel werk bij vrijwilligers wordt gelegd. En nou, daar ontstaat behoorlijke werkdruk.

Was een constatering van de heer Van der Meulen. Wilt u die kort toelichten, dat punt? De heer Van der Meulen: Ja, zeker. Dank u wel, voorzitter. In het raadsvoorstel staat ook wel bij de eerste bezuiniging dat deze taken kunnen thans met minder formatie worden uitgevoerd, mede doordat inmiddels de noodzakelijke netwerken en routines zijn opgebouwd. Dat is natuurlijk prachtig, coördinatoren hebben prima hun werk gedaan en nou zeggen we van bedankt, het is bestendigd, we hebben processen neergelegd en de mantelzorgconsulenten en een deel door vrijwilligers, die pakken die rol nou op, als het gaat over die mantelzorg vitaal. Die vaste kracht, die is opgeleid, dat is een opgeleide professioneel, een zorgprofessional en die coördineert de vrijwilligers en de mensen die daarmee bezig zijn. Dat we in dezelfde groep zitten en dat we routines hebben opgebouwd, wil nog niet zeggen dat daar ook verbetering aan te pas komt, de digitalisering bijvoorbeeld. Maar ook gewoon wat je als coördinator ook hebt, een luisterend oor en een leidinggevende rol en die leidinggevende dienende rol naar al die vrijwilligers van prima, hoe is het? Iedereen doet het als mens onderling. Even het beeld van wat ik dan heb, vrijwilligers, mantelzorgers in deze tak van sport. Maar juist dat luisterend oor of die schouder, dat is wel heel belangrijk en die gaat dus nou weg.

Dus waar we wel benieuwd naar zijn is: klopt … Dat valt dan weg en dat valt dan op een andere vrijwilliger? De voorzitter: Oké, dat is uw punt. Mijnheer Baalman en dan mijnheer Kleine en dan mevrouw Rutgers. Gaat uw gang. De heer Baalman: Ja, ik ben het helemaal met u eens en ik wil hem graag nog wat aanvullen want die prof … Die professional die weggaat en dat moeten we maar overlaten aan de vrijwilliger. Maar we vergeten dat er in het vrijwilligersland ontzettend veel verandert op het moment. Afgelopen twee jaar drie nieuwe wetten waar een vrijwilligersorganisatie aan moet voldoen. Dat kun je op den duur niet meer doen zonder een professional die je daarin begeleid. Dus wij denken ook dat daar een groot probleem komen en we moeten ook niet vergeten, al onze vrijwilligers wat over het algemeen best wel ouderen zijn, want de gemiddelde leeftijd van onze vrijwilliger is best wel hoog. Die wordt steeds beperkter. Mensen die willen langer op de camping staan, ze willen vaker wat anders doen, ze willen op vakantie. Het komt steeds meer op een paar vrijwilligers neer en daar moeten we echt mee oppassen, want anders hebben we helemaal geen vrijwilligers meer, want die worden zo zwaar belast op een moment. En juist daar moet een professional bij ondersteunen. De voorzitter: Dus u deelt de zorgen van mijnheer Van der Meulen. Mevrouw Rutgers … Oh, heb ik het weer omgedraaid. Dat kan.

De heer Kleine, goed.

De heer Kleine: Ja, dank u wel, voorzitter. Richt ik me even tot de vraagstelling vanuit Gemeentebelangen. Aan de ene kant, de contradictie begrijp ik niet helemaal goed. Dus aan de ene kant zegt u van hé, de vrijwilligers dat is de smeerolie van de samenleving en dat is waar het op draait en dat is waar zo'n stichting dan ook op draait en daar ageert u dan op, dat iemand betaald krijgt. Dat is dus geen vrijwilliger die wordt dan … Die gaat dan uit dienst of zoiets. Maar die persoon, als die toch … Want aan de ene kant praat je vanuit een intrinsieke beleving van de mens om de medemens te willen helpen, aan de andere kant ageer je op van er is afgesproken dat diegene daar een vergoeding voor krijgt en die pakt u af. Dan is toch zo dat die persoon die dan nu vrijkomt, die mag toch in zijn vrije tijd ook een luisterend oor zijn of een schouder aanbieden? De voorzitter: U wilt nog terug reageren, mijnheer Van der Meulen? Dan ga ik daarna door naar mevrouw Rutgers. De heer Van der Meulen: Zeker, dank u wel. Dat is een verduidelijking dan dat ik begrijp wat mijnheer Kleine bedoelt, maar wat ik bedoel is dat die zorgprofessionals, die krijgt betaald. Die wordt nou bezuinigd, die gaat weg en ik heb het niet gehad over vrijwilligers en de bezoldiging daarvan, dus het gaat om die zorgprofessional die nou weggaat, die gaat wat anders doen.

Ja, ageren, dat snap ik ook eigenlijk helemaal niet. De voorzitter: Mevrouw Jansen, u wilt een punt van orde maken? Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, ik zou graag gewoon willen blijven bij de gegevens die wij hebben gekregen en weg willen blijven bij allerlei aannames van wat een vrijwilliger dan wel of niet krijgt. De voorzitter: Oké, dat is uw punt van orde. Waar wilt u nou op reageren, mijnheer Kleine, nog alleen op dat punt van orde? De heer Kleine: Ja, er wordt hier vooral gesneden in coördinatie kosten. Dus ik zie niet de zorgspecialist, ik zie dat niet. De voorzitter: Oké, dat is helder, uw punt is gemaakt. Ik wil nu, naar mevrouw Rutgers toe, dat had ik beloofd. Mevrouw Rutgers: Nou, ik wil aansluiten bij wat Gemeentebelangen op tafel legde. Kijk, het is heel fijn dat dingen inmiddels zo geolied zijn dat je kan zeggen, nou, dat is staande organisatie, dat loopt wel. Alleen dat moet wel blijven lopen. En als je dan inderdaad die professionals weghaalt en zegt nou, er zijn nu voldoende vrijwilligers die dat draaiende kunnen houden, maar iets draaiende houden is iets anders dan ook blijven ontwikkelen en innoveren.

En ik vrees dat, en daar zit ook onze zorg dan over of het wel haalbaar is als je taken verschuift onder andere naar vrijwilligers en weghaalt bij professionals, kun je dan op termijn wel blijven bieden waarvan je nu denkt, dat loopt wel? De voorzitter: Ik hoor uw gedeelde zorg. Ik heb nu mevrouw Blenkers gehoord en dan mijnheer Verstegen. Dus dan kijken we of we dit kunnen afronden, dit debatpunt. Mevrouw Blenkers: Volgens mij staat er helemaal nergens dat die functies komen te vervallen of functie elders. Dat staat er niet. Er wordt wel meer gericht op, er kan meer gericht worden op het realiseren van vormen van bijvoorbeeld dag ontmoeting. Maar ze stoppen er niet mee. Het wordt niet afgewimpeld op, ik lees dat nergens, dus ik ben echt even heel benieuwd. De voorzitter: Wilt u nog reageren, mijnheer Van der Meulen? En dan gaan we naar mijnheer Verstegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12577171/1