2023 03 09 SWO de Wolden Hoogeveen Gemeenteraad Hoogeveen
Tekst van het document
De heer Van der Meulen: Ja, ik lees dat wel in de formatie gesneden wordt, in verschillende kanten, dat de formatie gesneden wordt. De voorzitter: En mijnheer Van der Meer. Ja, mijnheer Van der Meer, zei ik goed, ja. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij was mijnheer Verstegen eerst. De voorzitter: Klopt, mijnheer Verstegen is eerder. De heer Van der Meer: Zal ik dan even wachten? De voorzitter: Ja, wacht u maar even. Het is hier hoog schakelen naar deze kant hè. Het is laat in de avond, dus ik kijk zelf naar de klok. De heer Verstegen: Ten aan zien van mantelzorg, daar hebben we mee gesproken met de vereniging mantelzorg en zij zeggen inderdaad: er gaat een functionaris weg, maar dat betekent niet dat de activiteiten verloren gaan. Die houden we vast, dat gaat goed. Het andere is dat vrijwilligers, veel meer nieuwe vrijwilligers nodig zijn voor het groepswerk dat opgezet wordt. Daar lijkt mij het grootste knelpunt te zitten, zijn die vrijwilligers er wel en hoe ga je die krijgen? Dat is mijn punt dat ik zeg van hé, is dit nou wel de juiste weg? De voorzitter: Ik wil dit punt af gaan ronden. De heer Van der Meer wil nog reageren, mijnheer Van Rijn en mevrouw Blenkers nog en dan hebben we, wat mij betreft, dit wel goed uitgewerkt nu toe. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel.
Aanhakend bij wat voor een deel al gezegd is, maar als je weet dat er in toenemende mate vraag zal zijn naar vrijwilligers, dat het steeds moeilijker zal zijn om die vrijwilliger te vinden, het ook steeds complexer wordt voor de vrijwilliger in met name de mantelzorg, in de zorg die van hem verwacht wordt, omdat onze zorginstellingen of onze wijkzorg daar niet meer voor opgeroepen kan worden, dan lijkt het me in een regierol, in een faciliterende rol onontbeerlijk dat er een professionele kracht blijft die ook oog houdt voor mogelijke overbelasting van de vrijwilliger, zodat er tijdig kan worden ingegrepen, want anders dan span je echt het paard achter de wagen, wat mij betreft. De voorzitter: Dus uw zorg zit op dat punt ook. Dan kijk ik nog naar mevrouw Blenkers en mijnheer Van Rijn, als laatste. Dan rond ik dit debatpunt af. Gaat uw gang, mevrouw Blenkers. Mevrouw Blenkers: Dank u wel. Nou ja, volgens mij, de wethouder zei het zelf ook al, het moet natuurlijk blijken of het gaat werken. En als het niet gaat werken, dan komen we bij u terug en dan kunnen wij nu allemaal blokkades op gaan werpen en gaan zeggen ja, ik weet niet of het wel kan, ik weet niet of ik wel vertrouwen heb in de professionals, want zo voelt het voor mij, ik heb eigenlijk niet zoveel vertrouwen in de professionals die zeggen dat dit allemaal kan.
Volgens mij moeten we gewoon afwachten en er vertrouwen in hebben dat er inderdaad bij ons teruggekomen wordt op het moment dat blijkt dat het niet voldoende is. De voorzitter: Oké, u vraagt om vertrouwen, dat is helder. En ik ga naar mijnheer Van Rijn als laatste. De heer Van Rijn: Nou, ik had namelijk ook die vrijwilligers een debatpunt en dan wou ik dat graag aansluiten bij Gemeentebelangen. Want dat is nou juist het punt, vrijwilligers moeten vrijwilligers blijven en als vrijwilligers ondersteund worden door professionals, kunnen ze heel mooi werk verrichten, maar ga je die professional weghalen, dan moet als het ware die vrijwilliger, die moet dat professionele werk gaan uitvoeren.
En er zullen er zijn, die kunnen dat makkelijk aan, maar er zullen er ook zijn die vinden dat misschien een te zware belasting, willen misschien nog niet eens dat toegeven en dan krijgen problemen die je eigenlijk gewoon niet wil hebben, want het moeten vrijwilligers blijven. De voorzitter: Maar ik denk dat het helder is dat we allemaal onze zorg hebben op dit punt, wat ik hier hoor aan deze tafel en ik wil eigenlijk voorstellen om naar het volgende debatpunt te gaan. Is uw punt dan nog van orde? Mevrouw …: Nou, ik zou nog wel een aanvulling willen geven, een kleine aanvulling, het is maar één zin. De voorzitter: Nou, een korte aanvulling. Mevrouw …: De coördinatie ondersteuning van vrijwilligers geschied door meerdere betrokken beroepskrachten die ook andere werkzaamheden verrichten. Ik lees hier niet dat er iets verdwijnt, maar dat het efficiënter wordt opgepakt. De voorzitter: Ik rond hiermee dit punt af. Ik denk dat we elkaar goed gehoord hebben en ik denk dat ook, het college heeft een toezegging daarover gedaan om te blijven monitoren. Ik ga naar het tweede punt, dat is door mevrouw Rutgers ingebracht. Het gaat over het realisme van deze besparing versus investering. Mevrouw Rutgers: Ja, dat klopt.
Want zoals gezegd bij een aantal voorgestelde punten gaat het eigenlijk om efficiënter werken of over het verschuiven van werk naar anderen of het terugschuiven van werk naar andere instituten. Terwijl ik wil juist die professional, daar gaat het om, die moet zijn werk doen en die moet je in zijn kracht zetten. Dus daar moet je zo'n organisatie opbouwen en ik zou dan ook ervoor willen pleiten dat je goed gaat kijken naar het takenpakket van die SWW en welke professionele activiteiten heb je nodig, en natuurlijk ondersteund door vrijwilligers, maar niet besparen door te hopen dat andere taken over kunnen nemen. Want volgens mij kun je dat niet helemaal controleren, dan zit er gewoon een te groot risico in. Je moet volgens mij of zeggen, deze taken doen we door professionals en een aantal taken kunnen we niet meer doen, daar stoppen we mee. Dan heb je een besparing gerealiseerd en dit is allemaal gebaseerd op hoop. We hopen dat we taken kunnen verschuiven, we hopen dat we efficiënter kunnen werken. Ja, daar durf ik geen besparing op te garanderen. Maar ik ben heel benieuwd of jullie dat wel durven. De voorzitter: Dus je vraagt nu naar de hoop of je, zeg maar … Mevrouw Rutgers: Wij denken dat het niet realistisch is. De voorzitter: Dat is helder. Ik zag mevrouw Manusama als eerste haar hand opsteken. Wilt u daarop reageren? Mevrouw Manusama: Ja, dank u.
Ik durf die hoop wel uitspreken, want als gemeente en SWW samen dit in goed overleg hebben besloten en SWW heeft ermee te maken en als zij die hoop uitspreken, dan vind ik dat wij dat ook moeten doen. De voorzitter: Oké. Anderen? Mijnheer Van der Meer en dan mijnheer Verstegen. De heer Van der Meer: Ja, ik sluit wel aan bij de opmerking van mevrouw Rutgers in de zin van … En dat gaat niet over heb je nou vertrouwen in die zorgorganisatie, daar gaat het echt niet over. Het is geen vertrouwenskwestie, het is een kwestie dat je ziet in toenemende mate dat in fte's wordt afgeroomd, waarbij
de inzet van vrijwilligers vergroot wordt. En de vraag is inderdaad of dat realistisch is. Dus het gaat echt niet over vertrouwen in de SWW, want dat is er volledig, vertrouwen in de werkers is er volledig. Maar de vraag is uiteindelijk wel of al die werkers die dan overblijven, want 40.000 euro op mantelzorg vitaal is niet een bezuiniging op activiteiten, dat klopt, maar het is dus wel een bezuiniging op personeelskosten dus in fte’s. De vraag is dat of dat overeind kan blijven en dat zullen we in ieder geval kritisch blijven. De voorzitter: Helder. Mijnheer Verstegen wou ook reageren op dat debatpunt, gaat uw gang. De heer Verstegen: Nou, ik hou het heel kort, want mijnheer Van der Meer heeft het eigenlijk al voor het grootste deel gezegd maar ik heb inderdaad ook vertrouwen in die zorgverlener, niet professioneel. Het enige wat ik aangeef is dat het aantal vrijwilligers dat erbij moet komen, dat dat kritisch is en dat geven zij zelf ook aan. Dus dat was mijn … De voorzitter: Oké. Willen anderen nog op dit debatpunt reageren? Dan is, denk ik, wel duidelijk dat er een aantal partijen dit kritisch zullen blijven volgen. Een aantal heeft dat vertrouwen wel, nou, en sommigen zeggen nog niks, dus dat kan ook nog. Maar dit is voor nu het debatpunt. Ja. Wilt u nog één reactie? Mevrouw Blenkers.
Mevrouw Blenkers: Nou, u impliceert hiermee dat degene die er vertrouwen in hebben het niet kritisch blijven volgen. Dat is natuurlijk niet … De voorzitter: Ik had mijn zin nog niet afgemaakt. Goed ik ga naar het derde debatpunt. Dat is eigenlijk de vraag van mijnheer Van der Meer van GroenLinks of de bezuiniging die toen ooit is ingezet bij schone lei en later een vervolgopdracht is geworden met betrekking van het herontwerp sociaal domein, dat was eerst 250.000 en nu 260.000 of die nog wel zinnig is. Laat ik het zo maar noemen. De heer Van der Meer: Ja, en volgens mij sluit dat dan ook aan bij de opmerkingen die in de vorige ronde zijn gemaakt ten aanzien van de realiteit en het realiteitsbesef, moet je dit nog willen wetende dat de vraag toe zal nemen, wetende dat je een hele lastige periode achter de rug hebt als het gaat om corona en als je weet dat er toenemende mate van vergrijzing zal zijn, moet je dan op dit soort preventieve activiteiten preventieve inzet ondersteunt door beroepskrachten, moet je die bezuiniging nog willen? En ik zou echt die discussie wel aan willen, ook in het kader van als we als we bereid zijn om als raad te investeren in de hoofdstraat, in een zwembad in noem maar op, dan vraag ik ook van diezelfde raad om te investeren in het welzijn van onze inwoners. De voorzitter: Mevrouw Rutgers en dan mevrouw Manusama en dan mevrouw Jansen.
Mevrouw Manusama. Mevrouw Manusama: Nou, volgens mij heb ik de wethouder net horen zeggen dat er geen bezuinigingen komen op preventieve activiteiten of ondersteuning, maar dat er juist meer op geïnvesteerd gaat worden. De voorzitter: Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Brandsema: Ja, laten we toch alsjeblieft blijven bij wat voor ons ligt. Natuurlijk is het belangrijk om alles wat er op dit moment in de samenleving gebeurt, goed te volgen en te kijken wat nodig is. Het staat ook in het voorstel dat de maatschappelijke ontwikkelingen natuurlijk ervoor kunnen zorgen dat iets anders verlegd moet worden. Maar het staat ons natuurlijk altijd vrij, ook richting de kadernota, om weer met andere punten te komen. Dit gaat over het efficiënter werken dit gaat over slimmer werken en volgens mij wil
iedere organisatie de kans aangrijpen om slimmer te kunnen werken en efficiënter te kunnen werken. Dat is niet anders voor organisaties binnen het sociaal domein. Het gaat erom dat het de kwetsbare inwoners niet of nauwelijks raakt en daar wordt aan voldaan. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Dan mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, op dit punt ben ik toch niet eens met de heer Van der Meer, want bij schone lei ging het echt om elk dubbeltje die we moesten omdraaien en dat was heel pijnlijk, maar dat was wel nodig. We hebben afgesproken met elkaar dat we spaarzaam zullen zijn, dat we kritisch en realistisch zullen blijven omgaan met geld en dan geldt dat dubbeltje omkeren ook weer de andere kant op. We moeten niet nu net even ietsjes beter weer gaat met Hoogeveen meteen weer overal en nergens bij gaan plussen. Dat moeten we zorgvuldig afwegen, en dat ben ik ook wel eens met mevrouw Jansen, dat is nu niet het moment en er zitten ook weer zware tijden aan te komen. Dat is al voorspeld, zeker voor 2026, maar dat zal gezien de ontwikkelingen in de wereld best ook wel zal eerder op ons af kunnen komen. Dus ik zou niet te snel nu al hierover andere afspraken willen gaan maken. De voorzitter: Ik heb gezien dat mijnheer Verstegen ook wilde reageren. Bedankt, mevrouw Rutgers. Gaat uw gang, mijnheer Verstegen en meneer Van Rijn. Ja.
De heer Verstegen: In het uitvoeringsprogramma staat dat de wethouder ons twee keer per jaar zal bijpraten over hoe het gaat met de herziening sociaal domein. Dus ik ben eigenlijk wel benieuwd wanneer de wethouder dat wil doen. De voorzitter: Oh, dat is nog een vraag aan het college, maar misschien sluit die hier dan wel even op aan, omdat dat natuurlijk gewoon ook in het brede perspectief staat van bezuinigingen die de afgelopen jaren geweest zijn. Gaat uw gang. Ik denk mijnheer Westendorp. De heer Westendorp: Ja, voorzitter, er is een informatieavond sociaal domein gepland door het presidium op 30 mei. De voorzitter: Dan ontvangen we dus de informatie en kunnen we ook de situatie monitoren en meer inzicht in krijgen. Ik heb gezien dat mijnheer Van Rijn nog wilde reageren op het debatpunt. De heer Van Rijn: Ja, op het debatpunt van GroenLinks. Ja, ik begrijp die redenatie wel. We moeten ook eerlijk zijn, zoals door meerderen aangegeven, dit gaat erom efficiënter te werken, dus het is niet direct dat het werk minder, maar het gaat anders georganiseerd worden, zodat er minder geld aan uitgegeven hoeft worden. Het blijft experimenteren, want het is, we hopen dat het allemaal gaat.
En ik ben ook wel met sommige eens, het is wel in een goed overleg gebeurd, dus de adviesraad geeft hier ook best wel op onderdelen dat ze daar wel akkoord mee zijn, ook monitoring hebben ze erbij bijgezet. Maar goed, aan de andere kant, ik begrijp wel het punt van GroenLinks zet die zegt van ja, kunnen we nu niet is overwegen van … Maar goed, dat is op dit punt heel moeilijk, dus het is nu niet direct een bezuiniging. Het is gewoon anders organiseren zodat je minder geld gaat uitgeven. Dat is het gewoon en niet anders. De voorzitter: Ik denk dat we langzaam naar een afronding kunnen gaan van dit debatpunt. Wil mijnheer Van der Meer nog weer reageren op wat hij tot nu gehoord heeft, als laatste?
De heer Van der Meer: Nou, heel kort, voorzitter, want we zijn ook wel aan het eind, volgens mij, van onze energie. Ik ben blij met de opmerkingen die gemaakt zijn. Dat geeft ook aan hoe de gevoelens in de raad zijn. Ik ben met een aantal dingen principieel oneens als het gaat om alleen maar de efficiëntie, want er wordt maar één keer in de bijlage gesproken over efficiëntie en de rest is allemaal verlaging voor personeelskosten. Dus er zit ook een andere overweging achter, wat mij betreft. Maar we laten het hierbij. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan is dit debatpunt afgerond. En ik heb even gekeken en ook geluisterd naar wat we nu tot nu toe besproken hebben. Het punt van vertrouwen, met name wat ingebracht is door de ChristenUnie. Is dat voldoende nu ook al besproken ook met de vraag rond realisme en haalbaarheid? Ja. Ik zie een knikkend hoofd, dus dan wil ik voorstellen dat punt laten vervallen. Ten aanzien van monitoring werd er ook met name door de SP over gevraagd, volgens mij hebben we dat ook wel al voldoende besproken, dus ik kijk nu rond. Kunnen we constateren dat dit onderwerp naar besluiten kan, naar de volgende keer, en ik heb gehoord van het college dat dat een toezegging was om te monitoren en dat we vanuit sociaal domein nog nader worden geïnformeerd weer op 31 mei. 30 mei, ja, kijk, dat is heel precies, 30 mei.
4.4 Sluiting debatronde en vergadering Dan constateer ik dat we hiermee dit debatonderwerp kunnen afsluiten en ook deze raadsvergadering en wens ik iedereen een goede nachtrust, als iedereen daaraan toe is. Dank u wel.